Page 1

Toekomst


2


Voorwoord Beste lezer, De laatste Duplomaat van dit jaar ligt nu voor je! Het afgelopen jaar is ontzettend snel gegaan en verandering is op komst. Ik hoop dat de redactie en ik jullie afgelopen jaar hebben weten te boeien. Met vertrouwen geef ik het stokje nu door aan Jan Willem Gerth van Wijck, de f.t. Commissaris Media en mede Hoofdredacteur van De Duplomaat. In deze Duplomaat kijken wij met een frisse blik naar de toekomst. Nu wij allen een beetje crisismoe zijn, is het tijd voor wat optimisme. Daarom ook onze keus om rasoptimist Emile Ratelband te interviewen. Tsjakka! Zijn verder vele artikelen die kijken naar wat de toekomst ons zal brengen. Over de welvaart van Europa tot aan sciencefiction ruimtemijnen aan toe. Daarnaast sluiten wij de serie Gerechtelijke dwalingen af met een hoopvol interview met Lucia de Berk. Het leven lacht haar weer toe. Het is een rare gewaarwording dat deze Duplomaat de laatste van mijn hand is. Gelukkig kan ik mij volgend jaar nog blijven inzetten voor de vereniging en De Duplomaat als eindredacteur. Tot slot wil ik mijn bestuur bedanken voor dit geweldige jaar. De redactie voor hun inzet en alle In Duplo leden bedanken voor onze mooie vereniging. Die maken wij toch echt samen! Met vriendelijke groet, Michael Rabbers -Hoofdredacteur

3


Inhoudsopgave Interview met

Verslagen en foto’s

Emile Ratelband

12

34

Welvaart

Zorgwekkend!

Economie of Recht?

16 8

28

Nieuwe Energie

Foto’s Interview Lucia de Berk

38 4

50


meer 3 Voorwoord Hoofdredacteur 6 Voorwoord Voorzitter 7 De Toekomst 9 Actievendag 12 Interview Emile Ratelband 16 Welvaart 20 Zorgwekkend! 23 Inhousedag Linklaters 24 Maatschappij 26 Almanakborrel 28 Nieuwe Energie 32 Ruimtemijn 34 Eerstejaarscolumn 35 Golfclinic 36 Exchange: UK 38 Het Nieuwe Delen 40 Het f.t. 15e Bestuur 42 Studiereis 48 Ex Duplo 50 Gerechtelijke Dwalingen Interview Lucia de Berk

54 Agenda

Colofon De Duplomaat is het magazine van studievereniging In Duplo en verschijnt vijf maal per jaar. Oplage: 650 Drukkerij Orangebook | almanak & verenigingsbladen www.orangebook.nl Redactie: Rosalie Dieleman Iris Janssen Jessie Pool Arthur de Ruiter Thomas Schoemacher Lay-out en design: Michael Rabbers Hoofdredacteur: Michael Rabbers Eindredacteur: Savannah Hasselo Met dank aan: Emile Ratelband Lucia de Berk Het 14e bestuur Contact: Studievereniging In Duplo Kamer H7-25 Postbus 1738 3000 DR Rotterdam www.induplo.nl www.deduplomaat.nl info@induplo.nl hoofdredacteur@induplo.nl 5


Voorwoord Beste lezer, Op het moment van dit schrijven hebben de f.t.-bestuursleden zojuist het fantastische nieuws gekregen dat zij In Duplo – eventueel, potentieel, zeer twijfelachtig – een jaar mogen gaan leiden. Voor hen breekt een roerige periode aan met vanavond als aftrap de bekendmakingsborrel gevolgd door de f.t.-periode met het wisselweekend, de beleidsdagen, de sponsorgesprekken, de constitutieborrels en nog veel meer. Enigszins met tegenzin schrijf ik mijn laatste voorwoord. De bekendmaking van een nieuw bestuur betekent immers ook dat het veertiende bestuur de zeggenschap over de vereniging uit handen moet gaan geven. Maar besturen komen en gaan en aan alle goede dingen komt een einde. Één jaar geleden kondigde ik het veertiende bestuur aan als een bestuur dat gaat inzetten op verdere professionalisering, intensivering en groei van de vereniging. Terugkijkend op een jaar vol nieuwe initiatieven, nieuwe activiteiten, een nieuw onderkomen, de oprichting van de Raad van Advies, een ongekend groot aantal borrels en veel nieuwe leden meen ik dat wij onze doelen hebben bereikt. Dat dit jaar zo goed is gegaan, heb ik aan jullie te danken: mijn bestuursgenoten, de actieven en alle participerende leden. Ik wil jullie bedanken voor de enorme inzet en eindeloze enthousiasme. We kunnen terugkijken op een tijd met onvergetelijke activiteiten, zowel 6

formeel als informeel, fantastische reizen, mooie Duplomaten en een vooruitstrevende almanak. Ik ga de fantastische tijd die ik met jullie heb gehad enorm missen! Tenslotte wil ik het hebben over de toekomst van In Duplo. Deze ziet er zeer rooskleurig uit: niet alleen staan zeer bekwame opvolgers klaar, ook het mr.drs.-programma raakt steeds meer in trek. Eind juni waren er reeds 125 aanmeldingen voor de studie. In deze Duplomaat leest U nog meer over de toekomst van de vereniging en de juridischeconomische toekomst van ons land. Met vriendelijke groet, Laurens Dormans


De Toekomst Een rooskleurige toekomst ‘’De toekomst ziet er rooskleurig uit.’’ Kun jij je nog herinneren wanneer dit op de voorkant van de krant stond? De afgelopen jaren werd het economische nieuws vooral gedomineerd door negatieve berichten. ‘’De recessie is nog niet voorbij.’’ ‘’Mogelijk krimpt de economie nog harder. ‘’ Ook zijn de afgelopen jaren veel mensenrechten geschonden, zoals in de landen waar men in opstand kwam tegen overheersende leiders zoals Khadaffi. Sensatie en drama is altijd een hoog scorend nieuwsonderwerp. Klagen, klagen en nog eens klagen. Statistieken in Nederland laten zien dat nergens in Europa het gat zo groot is tussen wat mensen verwachten van de nationale economie en hun eigen financiële situatie en wat de cijfers daadwerkelijk zijn. Uit recente cijfers van het SCP blijkt namelijk dat slechts 30 procent van de Nederlanders denkt straks zelf met minder geld te moeten rondkomen, maar 64 procent van de Nederlanders maakt zich wel grote zorgen over de economie als geheel. Alleen in Portugal en Griekenland zijn er meer zwartkijkers. Bizar, want Nederland

is na Luxemburg het rijkste land van de Europese Unie. En, Nederland behoort in vrijwel alle ranglijstjes, van welvaart tot welzijn, tot de internationale top. Waar komt dit pessimisme dan toch vandaan? Er zijn een aantal onderzoeken naar pessimisme gedaan en onderzoek wijst uit dat we het onder andere moeten zoeken in de aard van ons publieke debat. Ook wordt er beweerd dat Nederland vaak achterloopt, maar als dingen dan zijn beloop krijgen gaan ze ook hard. De kloof tussen de politiek en de samenleving lijkt ook erg groot en deze kloof via de 7


media proberen te dichten, blijkt weinig effectief te zijn. Theoretici hebben het pessimisme van mensen ook al altijd proberen te verklaren, want zo slecht hebben we het helemaal niet. We hebben te eten, te drinken en vele mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen. Veel mensen verdienen nog hetzelfde als drie jaar geleden en als je er al op achteruit bent gegaan, dan kun je in ieder geval nog rekenen op steun van de overheid. Het lijkt er vooral op dat mensen last hebben van ‘’loss aversion’’. Ze vinden het erger om te verliezen en refereren naar een situatie waarin ze meer verdienden. Als ze echter een salarisverhoging krijgen, dan verleggen ze hun standaard en het beetje extra geluk wat ze in eerste instantie hebben door de salarisverhoging wordt al snel vergeten. Het nieuwe salaris is het referentiepunt.

Het wordt dus tijd om de wereld, het nieuws en ontwikkelingen van de andere kant te belichten. Laten we eens kijken naar hoe de toekomst eruit zou kunnen zien. Anticipatie op verwacht nut, dat moet volgens de theorie in boeken over gedragseconomie ook al geluk opleveren. Dus, waarom zouden we niet eens kijken wat voor een mogelijkheden er al zijn en over een heel aantal jaren waarschijnlijk zullen zijn? De toekomst. Maar dan rooskleurig. Door Iris Janssen

8


Actievendag Donderdag 11 april was het weer tijd voor de jaarlijks terugkerende actievendag. Deze dag wordt elk jaar georganiseerd om de actieven in het zonnetje te zetten en om ze te bedanken voor al hun harde werk het afgelopen collegejaar. Dit jaar vertrok de gezellige groep actieven voor een dagje ontspanning naar de Efteling. De plannen voor de Actievendag zouden tot het laatste moment geheim moeten blijven, maar zoals wel vaker bij In Duplo, wist bijna de hele groep al waar we heen zouden gaan. Eenmaal aangekomen in de Efteling wist iedereen niet hoe snel ze zich moesten verspreiden om naar hun favoriete attractie te gaan. In groepjes werd de Efteling verkend en na een paar uur voegden ook de leden van de Almanakcommissie zich bij ons. Zij mochten iets langer uitslapen omdat ze de hele nacht aan de almanak hadden gewerkt Die overigens prachtig is geworden! De dag werd afgesloten met een heerlijke hamburger in het centrum van Tilburg, die wederom voor veel actieven te veel was om helemaal op te eten. Velen sloten de avond af met de Spark Party bij het Westelijk Handelsterrein, waar tot in de late uurtjes doorgefeest werd. Al met al was het een gezellige dag waar de actieven elkaar nog beter hebben leren kennen!

Door Jessie Pool 9


aCTIEVEN bEDANKT!

10


11


Interview eMILE rATELBAND Motivational Speaker

Emile Ratelband ( 1949) is bekend als entertrainer, een entertainer en trainer ineen. Door beide hersenhelften tijdens zijn seminars te prikkelen, probeert hij het bewustzijn van de mensen te veranderen. Als eerste in Europa kwam hij in 1986 met het Neurolingistisch programmeren, wat neerkomt op het motiveren van mensen en hun bestaande foutieve gedachtegang te doorbreken. Alles is mogelijk, zoals het lopen over kolen of springen door glas zonder pijn. De toekomst brengt volgens hem vele kansen. Zelf staat hij op het punt om China te veroveren als motivational speaker. 12


In de crisis van de jaren 80 kwam u met een positieve boodschap, hoe werd deze ontvangen? Mensen wisten niet wat zij hoorden. Ik kwam met de boodschap dat alles mogelijk is, en ik liet het ze zien op een hele simpele manier. Ik deed dat met Neurolingistisch Programmeren. Toen ik op de universiteit van Nijmegen kwam, werd ik compleet neergesabeld door de professoren. Zij konden niet begrijpen dat iets simpels kon werken. Ik had slangen, spinnen, warme kolen en glas bij mij. Samen met de toeschouwers gaf ik aan waar hun denkfouten zaten en liet hen over de kolen lopen en zij voelden geen pijn. Ze zagen dat het werkten maar toch geloofden ze niet. Later in de jaren 90 was de universiteit van Nijmegen de eerste universiteit in Nederland met een positieve psychologie stoel. Hoe bent u daar ingerold? Ik heb altijd mensen begeistert, geĂŤnthousiasmeerd en energie gegeven. Ik heb er zoveel van. Ik deelde dat altijd met mensen. Ik was vroeger dom, vandaag zou dat autisme heten of dyslectisch. Ik was niet geĂŻnteresseerd in de methode hoe mensen les gaf. Zo begon ik vroeg met werken en kwam ik uiteindelijk in Amerika bij dit soort trainingen terecht en deze heb ik naar Nederland gebracht. Mijn kracht in die trainingen is mijn simplistische communicatie. Ik zorg dat iedereen het begrijpt. Wanneer ik een seminar geef bij een groot bedrijf, dan zorg ik ervoor dat

iedereen er bij kan zijn. Het gaat om de mentaliteitsverandering en daar hoort elke afdeling bij. Van toiletjuffrouw tot directeur, allemaal begrijpen ze mijn boodschap. Hoe werkt zo training dan? Ik geef verschillende soorten trainingen. Sommige gaan over angsten, andere over nieuwe vaardigheden aanleren of motivatie. Mensen zijn eerst heel sceptisch, wat logisch is, je kan alleen in datgene geloven wat bij je past. Ik begin mijn seminars met de mededeling dat zij hier niet verplicht zijn, dat zij elk moment mogen afhaken of staan en zitten waar ze willen. Wanneer dat verplichte eraf is, staan zij al een stuk opener tegenover mijn verhaal. De beleving staat centraal in mijn trainingen. Als je mensen iets ongelofelijks laat doen, dan vergeten ze het niet en beginnen ze erin te geloven. Daarom kom ik vaak met de gloeiende kolen langs. Zo leer je dat je meer kan dan je eerst denkt.

13


Mr drs studenten staan bekend als hele ambitieuze studenten. Waar zouden wij voor moeten oppassen?

Afgelopen jaren horen wij veel over de crisis? Waar zitten we volgens u momenteel mee in crisis?

Het is erg goed dat jullie je zo breed opleiden. Maar het nadeel is wel dat je erg veel keuzes blijft houden. Maar er komt een moment, dat je voelt, dit past bij mij. Wat leer je op de universiteit? Wees eerlijk? Je leert je gedachten te stroomlijnen, het op te zoeken, het te verwoorden, je leert structuur. Als je twee studies naast elkaar doet, dan leer je geen structuur maar dan word je structuur. Dat je echt gaat denken, echt gaat geloven dat het allemaal maakbaar is. Dat zie je aan heel veel jongens, die het hebben gemaakt. Ze gaan het bedrijfsleven in en krijgen een riant salaris, maar als ze na zeven jaar in de problemen komen. Ze gaan scheiden, ze worden ontslagen of iets anders. Dan merken ze pas dat niet alles maakbaar is, dan hebben ze de handvaten niet om te veranderen. Zorg dat je weet wat je moet doen als het even tegenzit. Leer beslissingen maken en ook een keer van je structuur weg te gaan

Volgens mij is er verandering op komst. Momenteel proberen wij nog wanhopig vast te houden aan de zekerheden die wij hebben. Op lokaal gebied en op kleine schaal zie je interessante initiatieven van mensen zelf komen. Je ziet het hier ook om je heen gebeuren. Ik was laatst in Detroit waar General Motors weggetrokken was. Die hele stad draaide op dat bedrijf en staat er nu verlaten bij. De mensen die wel overbleven, verbouwen op dit moment hun eigen groente en fruit op een oude parkeerplaats. Bij het woord crisis denk je aan een korte schok in de economie. Ik geloof dat het eerder een systeemverandering is die komt. De wereld gaat veranderen.

‘‘‘Momenteel proberen wij nog wanhopig vast te houden aan de zekerheden die wij hebben.’’

14


Ziet u de toekomst wel positief in?

Heeft u nog een advies voor de mr.drs.-studenten?

Ik praat vaker in metaforen en heb er voor de toekomst ook een. Zo kan je deze tijden vergelijken met de seizoenen. Ik geloof dat wij nu in de herfst zitten en dat iedereen aanvoelt dat er verandering op komst is. Vervolgens zal de winter komen, de verandering moet doorzetten en daar is aanpassing voor nodig en niet iedereen kan aanpassen. Gelukkig zal het altijd weer lente en zomer worden! Ikzelf maak mij niet zoveel zorgen. Ik ben een in tijd mens. Een in tijd mens pakt alles wat er nu is en geniet ervan. Je denkt niet aan gisteren of aan morgen met de consequenties van de acties van vandaag. Daardoor heb ik een hoog oplossend vermogen ontwikkeld, ben ik flexibel met gedachten en altijd leergierig. Vroeger dacht ik zelf nooit aan de toekomst. We zullen het zien.

Maak elke avond de kassa op. Wees bewust van wat je die dag hebt gedaan. De meeste van ons vergelijken zich met anderen, omdat ze die rolmodellen nodig hebben en zichzelf onder waarderen. Stel jezelf de volgende vragen. Wat heb ik vandaag geleerd? Wat heb ik vandaag gegeven? Wat heb ik vandaag waar ik trots op mag zijn? Schrijf elke avond de antwoorden op, doe dat drie maanden, 100 dagen, lees daarna terug wat je allemaal gedaan en geleerd heb. Dan zie je pas hoe mooi je bent.

Op uw site staat. ‘’Een man die een droom leeft en niet eens wist dat hij die had.’’ Heeft u op dit moment nog dromen? Ik heb zeker nog dromen. Op dit moment is een van mijn dromen om de Chinese markt te veroveren. Daar ben ik ook druk bezig mee. Momenteel schrijf ik een boek voor de Chinese markt en die wordt daarna vertaald. Wanneer ik seminars geef, worden die daar ook simultaan vertaald. Ik denk dat ik de Chinese markt binnen nu en een half jaar heb.

15


Welvaart Luxemburg, Zwitserland, Noorwegen, maar ook Nederland zijn meestal op een hoge plek terug te vinden in verschillende wereldranglijstjes. Geluk, welvaart, rechtszekerheid, gezondheid en veiligheid zijn hierbij de terugkerende sleutelwoorden. Het schijnt dus dat de allround beste landen van de wereld zich allemaal in Europa bevinden. Waar komt deze welvaart vandaan en hoe kunnen Europese landen dit ongekende succes blijven vasthouden?

16

Een beknopte geschiedenis Al sinds honderden jaren domineert Europa als continent de wereldmarkt. De kolonisatie zorgde voor de eerste internationale handel, waarbij Antwerpen en Amsterdam belangrijke Europese handelscentra vormden. De wetenschappelijke en industriĂŤle revolutie passeerden, de sociale kwestie werd opgelost en het algemeen kiesrecht werd ingevoerd voordat Europa tijdelijk tot een puinhoop werd gereduceerd vanwege twee wereldoorlogen die voortkwamen uit nationalisme, populisme, fascisme, nazisme en ongelukkige allianties. Terwijl de wereld in spanning werd gehouden door de koude oorlog tussen de machtsblokken van de Soviet-Unie en de VS, werden de Europese landen met steungelden van onze Amerikaanse vrienden opgebouwd tot ware Wirtschaftswunders. Met de Verenigde Naties en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens werd uit alle macht geprobeerd een duurzame vrede te bewaren en mensenrechten te waarborgen. Frankrijk en Duitsland kwamen in deze periode nader tot elkaar en zo werden ook de eerste stappen gezet naar een economische eenheid. Een reeks van Europese gemeenschappen leidden uiteindelijk tot de Europese Unie, een eenwording die slechts in gang kon worden gezet vanaf de Duitse hereniging na de val van de Berlijnse muur in 1989 en de daaropvolgende ontbinding van de Soviet-Unie. De invoering van de euro werd op relatief korte termijn gevolgd door de kredietcrisis en de schuldencrisis die tot op de dag van vandaag doorwoedt.


Welvaartsbronnen Europa heeft een moeilijke weg begaan en is ver gekomen, maar het lijkt momenteel allemaal een stuk slechter te gaan. Toch blijven we als continent de grootste exporteur van de wereld, wat mogelijk wordt gemaakt door de grote havens van Rotterdam, Antwerpen en Hamburg. Door deze hubs komen de grondstoffen binnen die vervolgens door superieur vakmanschap worden bewerkt voor uitvoer in de vorm van chemie, farmacie, voedsel, automobielen, luchtvaart, defensie en elektronica. Deze kernindustrieën zijn dan ook essentieel voor het succes van Europa als economische eenheid naar de rest van de wereld toe. Zo is de wereldleidende Europese autoindustrie goed voor 34 procent van het aantal geproduceerde auto’s mondiaal en levert deze miljoenen banen op binnen de Europese grenzen. Alhoewel de top van de wereldranglijst voor universiteiten wordt gedomineerd door de VS, is het restant vrijwel allemaal Europees, op een enkeling uit Azië na. De hoge concentratie van universiteiten in Europa is een belangrijk onderdeel van de kenniseconomie. Innovaties

voor de genoemde kernindustrieën wakkeren economische groei aan, maar Europa doet het relatief slecht op dat gebied. Vlak na de invoering van de euro werd in 2000 afgesproken dat de Europese Unie in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld zou moeten zijn. Daar is niets van terecht gekomen, want Europa wordt met gemak voorbijgestreefd door de meeste Aziatische landen. Bijvoorbeeld in Nederland dreigt een tekort aan technici die van groot belang zijn voor de ontwikkeling van geavanceerde technologieën. Daarentegen blijft het huidige bestel van techneuten een kerncompetentie van Europa, mede doordat het beschikbare intellectuele kapitaal veel beter wordt benut dan in landen als de VS en Japan. Europese bedrijven zijn namelijk veel beter in staat om bruikbare kennis om te zetten in waarde. Aangezien een bovenmatige economische groei niet waarschijnlijk is, moeten we het vooral hebben van technologische vooruitgang. Structurele veranderingen gericht op innovatie zouden op de lange termijn het verschil moeten maken. 17


Van oudsher was Europa als leider in de industriële revolutie al sterk georiënteerd op industrie en innovatie. Uit de huidige situatie blijkt dat dit nog steeds het geval is, maar dat die oriëntatie onder hevige internationale druk staat. Industriële innovatie heeft grote welvaart gebracht en is onmisbaar in de Europese economie van nu. De grootste uitdaging van de komende decennia zal de overgang zijn van traditionele grondstoffen voor industrie naar hernieuwbare en CO2-neutrale middelen. Een klap van een late overstap kunnen we ons namelijk niet permitteren in verband met de wereldwijde overbevolking en daarmee samenhangende voedsel- en watertekorten, wat naar verwachting rond 2050 zal plaatsvinden.

18


Gelukkig Europa heeft een goed gemiddeld inkomen. Europa heeft een uitstekende levensverwachting. Europa is een vreedzaam continent. De Nobelprijs voor de Vrede die vorig jaar werd uitgereikt aan de EU was dan ook - op een paar hypocriete punten na - meer dan terecht als men kijkt naar de wereldwijde vrede-index. De Europese eenheid heeft er immers toe bijgedragen dat de kans op nog een wereldoorlog op Europees toneel aanzienlijk is verminderd. We mogen onszelf gelukkig prijzen dat we op dit continent met zoveel vrijheid, welvaart en veiligheid kunnen leven. Om dit succes te kunnen voortzetten is innovatie en rechtszekerheid belangrijk. Europa moet op het wereldtoneel leiden in belangrijke revoluties, zoals ze historisch gezien altijd al heeft gedaan. In financieel en budgettair moeilijke tijden als deze is innovatie nog eens extra belangrijk, aangezien er meer bereikt moet worden met minder. Maar hoe vervelend de aanhoudende schuldencrisis en de geringe economische groei ook mogen zijn, statistisch gezien blijft Europa een van de beste plekken om je wieg neer te zetten.

Door Arthur de Ruiter

19


Zorgwekkend! De marktwerking in de zorg kent een hoge prijs. Deze marktwerking, die in 2005 werd ingevoerd onder de noemer de zorgkosten te verlagen, blijkt achteraf toch niet zo effectief te zijn als beloofd door de bewindslieden die het destijds invoerden. Waar de overheid tot 2005 nog zelf bepaalde hoeveel geld er naar ziekenhuizen ging, moest de markt van vraag en aanbod het sindsdien gaan overnemen. Zo zou de prijs, door de concurrentie tussen zorginstellingen en medisch specialisten, dalen en ook de toename van de zorgkosten met 5% per jaar zou worden afgeremd. Echter niets is minder waar, want de kosten blijven ondanks de marktwerking toch nog substantieel stijgen Om het systeem van marktwerking in de zorg namelijk te laten werken, moest er wel het een en ander duidelijk gemaakt worden omtrent het vaststellen van de behandelingskosten. Om deze reden werd het zogeheten DBC (diagnose behandeling combinatie) ingevoerd dat een duidelijke prijs 20

per behandeling zou creĂŤren. Echter gedreven door targets en hoge doelstellingen, opgelegd om te kunnen concurreren, werd dit systeem veelvuldig misbruikt om frauduleuze declaraties in te voeren en zo de prijs voor de patiĂŤnt op te drijven: de zorgverzekering vergoedt het namelijk toch. Het systeem voorzag zo bijvoorbeeld niet in de mogelijkheid om een samenwerkingsverband tussen de verschillende medische specialisten binnen een enkele behandeling tussen op te geven. Hierdoor kon elk van deze medische specialisten de behandeling apart declareren. Zo kon een behandeling door vijf verschillende artsen resulteren in vijf losse declaraties voor slechts een behandeling en dus een vervijfvoudiging van de kosten voor de patiĂŤnt, dan wel zorgverzekeraar. Om dit te voorkomen werd er begin 2012 een verbeterd systeem ingevoerd: DOT (DBC op weg naar


transparantie). Hoewel hiermee velen valkuilen uit het DBC werden voorkomen, blijkt ook het DOT nog zeer onderhevig te zijn aan het moreel karakter van de declaratieindiener. Uit het PInCeT-rapport gericht aan minister Schippers van VWS blijkt namelijk dat ieder jaar voor ongeveer 50 tot 180 miljoen euro aan onnodige of onjuiste declaraties worden vergoed, een slordige een tot twee procent van het totaal aantal declaraties, door het gebruik van DBC en DOT. Waar de zorgverzekeraars dit lijken te betalen, draait uiteindelijk de patiënt toch zelf op voor de rekening. En niet alleen al deze recent aan het licht gekomen frauduleuze praktijken dragen bij aan het oplopen van de zorgkosten. Ook de vergrijzing speelt natuurlijk een immense rol in dit probleem, waarvoor de jongeren straks lijken op te draaien. Er is dan ook een breed draagvlak in onze samenleving dat hier iets aan gedaan moet worden. Maar ondanks vele hopeloze pogingen om tot zorgakkoorden te komen, lijkt er nog nauwelijks iets bereikt te zijn. Het is dan ook de vraag hoelang het nog duurt voordat ons geheel BBP verbruikt wordt aan al die zorg die wij onze landgenoten proberen te bieden. Onderlinge solidariteit is misschien niet meer voldoende om ons uit deze zorgcrisis te redden. ‘Every man for himself’ is misschien niet meer de verkeerde gedachte hierbij. Het is namelijk broodnodig om harde, misschien onsociale keuzes te maken, voordat dit fenomeen niet meer te stoppen is. Enkele aspecten moeten dan ook verder worden uitgelicht.

Wanneer is het genoeg? Tegenwoordig lijken we er alles aan te doen om mensen maar die extra twee weken leven te geven. Maar wat nou als die twee weken 600,000 euro kosten? Het lijkt een onmenselijke keuze om te moeten schatten hoeveel een extra twee weken leven waard zijn. Toch is het onvermijdelijk dat artsen patiënten in de nabije toekomst een halt toe moeten roepen en meer gefocust zullen moeten zijn op de economische kant van de gezondheidszorg. En niet alleen artsen zullen dit dilemma bespreken, in de samenleving zal ook het een en ander aan discussie gevoerd moeten worden over dit soort gevoelige kwesties. Want hoeveel procent belasting wil onze generatie dadelijk betalen, om je opa of oma nog die extra dag, week of maand te geven?

21


Meer eigen verantwoordelijkheid nemen? Ook aan de rol van de patiënt mag het een en ander veranderd worden. Waar vaak de arts nu alles weet, beslist en uitvoert, legt de zorgvrager zijn gezondheid geheel in de handen van de arts. We moeten ons echter afvragen of dit wel een goed proces is. Dient de arts eigenlijk wel de belangen van zijn cliënt of streeft hij nog andere belangen na die nog wel eens tegenstrijdig kunnen zijn met die van de patiënt. Moet de patiënt niet meer het recht in eigen handen nemen en de beslissing weer naar zichzelf toetrekken. Uiteindelijk betalen we het ook zelf, waarom nemen we dan niet de macht in handen, die we zouden moeten hebben?

En die fraude dan? Meer verantwoordelijkheid houdt ook in dat er meer gekeken moet worden naar de rekeningen die artsen declareren enzovoorts, want op het moment dat deze extra gecontroleerd worden door de patiënt, het ziekenhuis vervolgens door de verzekeraar, zou een gezond arts het wel uit zijn hoofd laten om nog teveel foutieve en frauduleuze declaraties in te dienen.

Uiteindelijk draait alles om het debat wat dus plaats zal moeten vinden in de samenleving. We moeten ons namelijk meer bezig gaan houden met onze eigen zorg, in plaats van achterover zittend toekijken hoe iemand anders de problemen oplost. Een ding is duidelijk: Wij zijn aan zet!! Door Thomas Schoemacher

22


Inhousedag Inhousedag Linkaters - 30 mei 2013 Voor een groep van 25 mr.drs.-studenten stond een middagprogramma bij Linklaters te wachten. Dit internationale advocatenkantoor heeft zijn kantoor op de Zuid-as. Na een welkomst hapje en drankje was het tijd voor een interessant verhaal van een van de partners. Hij vertelde over een aantal grote zaken waar hij aan gewerkt had, welke helaas niet door waren gegaan en enthousiasmeerde de groep voor de wereld van fusies en overnames. Hierna moesten wij aan het werk met een casus, waar uiteindelijk over onderhandeld moest worden. De partijen speelden het hard, maar uiteindelijk werd er onder druk van de tijd een overeenstemming gevonden. Afsluitend was er een borrel om zo meer medewerkers te leren kennen en hen het hemd van het lijf te vragen over het werk bij Linklaters.

23


Maatschappij We leven in een tijd waarin veranderingen elkaar steeds sneller lijken op te volgen. Deze veranderingen zorgen ingrijpende aanpassingen in de verhoudingen op zowel economisch als sociaal gebied. Bedrijven en organisaties worstelen met de turbulentie van de markt en met de maatschappelijke uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd. Sommige bedrijven hebben moeite om de snelheid van de markt bij te benen, terwijl andere bedrijven voor iedereen uitlopen. Bedrijven moeten in deze tijd leren om op een adequate wijze om te gaan met de onzekerheden die gepaard gaan met een dynamische markt.

24

Een bedrijf overleeft alleen als ze erin slaagt zich aan te passen aan de veranderingen en dit beter doet dan haar concurrenten. Om dit nu en in de toekomst te bereiken moet een bedrijf een goed aanpassingsvermogen hebben. Er wordt vaak gesteld dat dit aanpassingsvermogen nog te zwak is en dat bedrijven moeite hebben met het kampen met onzekerheden zoals het opraken van natuurlijke grondstoffen. Neem bijvoorbeeld Rabobank, een bedrijf dat bij een ieder van ons bekend is. Bij Rabobank is maatschappelijk ondernemen een vast onderdeel van de organisatie en bedrijfsvoering. Volgens CEO Piet Moerland heeft het bedrijf ‘oog voor de mensen en de wereld, zowel dichtbij als veraf en streeft het bedrijf naar de optimale balans tussen commercie en coöperatie. Een voorbeeld van een product van Rabobank dat bij deze strategie hoort is de Rabo Groen Obligatie. Bij een Rabo Groen Obligatie helpt de klant het milieu, terwijl hij toch voor zichzelf een fiscaal voordelige situatie creëert. Het ingelegde geld wordt alleen gebruikt voor groene investeringen, zoals bij Rabobank de wielrenploeg het bekendst is. De Rabo Groen Obligatie is een goed voorbeeld van een commercieel groen product, dat door het desbetreffende bedrijf gebruikt wordt om milieubewuste klanten aan te trekken. Een bedrijf dat duurzaam wil ondernemen moet rekening


houden met de toekomst en aangezien men steeds meer op het milieu let, moeten bedrijven de zogenaamde groene producten meenemen in hun toekomstige bedrijfsstrategieën. Ook in de zorgsector is het maatschappelijk ondernemen langzaam in opkomst. In de zorgsector bestaat het maatschappelijk ondernemen volgens CZ uit het verbinden van de thema’s mensen, milieu en bedrijfsvoering, ook wel people, planet, profit genoemd. Het doel hier is dus om kwaliteit van leven in een leefbare omgeving te bereiken. In feite gaat het maatschappelijk ondernemen om het herdefiniëren van het begrip winst naar een begrip dat niet alleen op de economie slaat, maar ook de omgeving meeneemt in de maatstaf. Aangezien bedrijven altijd de motor van sociale en economische ontwikkelingen zijn, zijn zij essentieel voor het ontwikkelen van nieuwe inzichten in de gezondheidszorg. Bedrijven in de zorg hebben een bijzondere plaats in de samenleving omdat kwaliteit van leven van de patiënten centraal staat. Naast alleen de behandeling van ziektes, kan de zorg voor patiënten veel uitgebreider. Gezien de doelstelling van de gezondheidszorg om bij te dragen aan menselijk geluk, zou de sector koploper moeten zijn in het maatschappelijk ondernemen. In de toekomst zouden bedrijven in de zorg dus meer moeten investeren in groene producten en groene strategieën.

Wat de toekomst ons gaat brengen blijft onduidelijk. Er kan echter met zekerheid gezegd worden dat natuurlijke grondstoffen opraken en dat een bedrijf zich meer moet gaan richten op maatschappelijk en duurzaam ondernemen. Veel bedrijven slaan al de goede richting in en hebben veel groene producten als vast product geadopteerd. Andere bedrijven blijven echter achter en komen voortdurend in het nieuws door milieuovertredingen. De pay-off tussen deze twee strategieën blijft uiteindelijk is een keuze voor de bedrijven zelf. Door Jessie Pool

25


Almanakborrel

26


27


Nieuwe energie! Het “Rotterdam Climate Initiative”: Duurzame projecten in Rotterdam De opwarming van de aarde, klimaatveranderingen en een veel te hoge CO2-uitstoot. Je zou het bijna vergeten door de crisis. Toch zijn er nog steeds veel initiatieven die streven naar een beter milieu, en dit hoeft niet eens meer geld te kosten. Door slim gebruik te maken van middelen die voorhanden zijn, of juist verspilling of uitstoot van gassen voor andere toepassingen te gebruiken, kan er zelfs bespaard worden op kosten en op milieuvervuiling. Zo is er in Rotterdam het “Rotterdam Climate Initiative”, een samenwerkingsverband tussen de gemeente en enkele andere partijen met als doel om de Rotterdamse economie op een duurzame manier te versterken en te zorgen voor een beter milieu. De belangrijkste opgaven van dit initiatief zijn: • Vooroplopen bij het verminderen van de CO2-uitstoot. • Verbeteren van de energie-efficiëntie. • Omschakelen naar duurzame energie en biomassa als grondstof. • Bevorderen van duurzame mobiliteit en transport. • Verminderen van geluidsoverlast en bevorderen van schone lucht. • Groener maken van de stad. En ook nu in tijden van crisis wordt hieraan gewerkt, gebouwd en wordt er geïnvesteerd in een duurzame ontwikkeling van de stad door middel van samenwerking tussen de overheid, organisaties, bedrijven en inwoners van Rotterdam. Hieronder enkele voorbeelden van projecten van het Rotterdam Climate Initiative. 28


Groene daken Rotterdam geeft subsidies voor het aanleggen van “groene daken”, dit zijn daken die zijn bedekt met vegetatie en begroeiing. Wanneer groene daken meer aangelegd worden, zullen deze bijdragen aan een duurzame en gezonde stad. Het heeft namelijk vele voordelen. Bijvoorbeeld het feit dat deze daken regenwater opvangen en vertraagd afvoeren, zo zal het riool minder belast worden in perioden van hevige regenval. Ook nemen deze daken stofdeeltjes uit de lucht op en kunnen luchtvervuiling in de stad hierdoor terugdringen en zorgt voor een vermindering van de CO2-uitstoot. Dit zijn uiteraard voordelen voor de stad zelf, maar ook voor de eigenaar of bewoner van het pand heeft een beplant dak voordelen, het zorgt namelijk voor een betere isolatie, er zal minder warmte via het dak ontsnappen. En in de zomer zorgt dit juist weer voor extra verkoeling omdat het dak zo veel minder snel opwarmt. Zo is bijvoorbeeld op het plaatje hiernaast te zien hoe het groene dak van het Groothandelsgebouw eruit ziet. Zo zit je op het terras van café Engels midden in de stad, tussen het groen. Sinds de start van deze gemeentelijke campagne en subsidie is er in Rotterdam al zo’n 100.000 vierkante meter groen dak aangelegd, de gemeente hoopt dat dit aan het eind van 2014 ongeveer 160.000 vierkante meter zal zijn. De gemeente Rotterdam zelf heeft ook grootse plannen op dit gebied: de aanleg van een heus dakpark. In Delfshaven op een voormalig rangeerterrein moet een multifunctioneel gebouw komen, waar onder andere een winkelboulevard in komt, met hier bovenop een heus stadspark.

Broeikasgas in de kas Rotterdam staat niet bepaald bekend om haar geweldige luchtkwaliteit, gezien de grote hoeveelheid industrie in en rond de stad in de Europoort. Shell is één van de multinationals die in dit gebied een raffinaderij heeft staan, bij het productieproces van waterstof dat de Shell produceert, komt veel CO2 vrij. Dit werd voor kort allemaal uitgestoten. Echter door een ongebruikte pijpleiding die van Rotterdam naar Amsterdam liep, langs het Westland, werd het idee geopperd om deze CO2 te gebruiken. Planten hebben namelijk CO2 nodig, zoals wij zuurstof nodig hebben, voor tuinders is deze CO2 dus juist een waardevolle “grondstof”. Door een leidingennet tussen deze bestaande transportleiding, de Shell raffinaderij, en verschillende tuinders in het Westland aan te leggen, wordt er zo dus letterlijk gebruik gemaakt van broeikasgassen. Dit zorgt op drie manieren voor een beter milieu: zo is er minder schadelijke uitstoot van CO2, planten groeien sneller door deze verhoogde CO2-uitstoot, en de 29


tuinders verbruiken hierdoor tevens minder aardgas. Sinds 2005 zijn de eerste tuinders aangesloten op dit netwerk. Momenteel worden door dit netwerk meer dan 500 tuinders voorzien van CO2. De gemeente onderzoekt mogelijkheden om dit netwerk uit te breiden, het op deze manier “hergebruiken” van CO2 is een zeer goede en nuttige manier om CO2-uitstoot te verminderen. De Nieuwe Warmteweg Stadsverwarming is niets nieuws in Rotterdam, tijdens de wederopbouw na de oorlog werd er in Rotterdam een uitgebreid stadsverwarmingnetwerk aangelegd, en nu nog steeds beschikt Rotterdam over een voor Nederland uniek systeem qua omvang en duurzaamheid. In de Europoort, bevindt zich de afvalverbrandingsinstallatie van de AVR/Van Gansewinkel, om te zorgen dat deze verbrandingsinstallatie niet oververhit raakt, wordt gebruik gemaakt van koelwater. Dit water warmt uiteraard op tot hoge temperaturen. Vervolgens werd dit warme water nergens voor gebruikt, dit terwijl hiermee veel energie verloren gaat. Vanaf het einde van het jaar moet deze restwarmte gebruikt worden om ongeveer 50 duizend huishoudens en bedrijven van verwarming te voorzien. Dit gebeurt door het aanleggen van een pijpleiding van 26 kilometer lang, van Rozenburg tot het centrum van Rotterdam. Een uitdagende klus, zo werd de leiding vanaf de Brielselaan, op zestig meter diepte onder Katendrecht door, tot aan de Kop van Zuid geboord. Dit stuk leiding van zo’n anderhalve kilometer lang, werd in één stuk vanaf de Wilhelminakade door het 30


boorgat ingetrokken. Inmiddels zijn er plannen voor eenzelfde leiding, ook vanaf de AVR vuilverbrandingsinstallatie, die de noordkant van de stad moet gaan voorzien van duurzame stadsverwarming. Centraal Station Het nieuwe centraal station van Rotterdam, dit jaar eindelijk af. Over de schoonheid van het ontwerp is niet iedereen het eens. Wat velen echter niet weten is dat het Rotterdamse centraal station het grootste stationsdak met zonnepanelen heeft van Europa. In totaal wordt er voor zo’n tienduizend vierkante meter aan zonnecellen op het glazen dak geplaatst, dit is ongeveer ter grootte van een voetbalveld. Deze zonnepanelen zullen jaarlijks 350MWh opleveren, dit is vergelijkbaar met het jaarlijkse elektriciteitsgebruik van zo’n honderd huishoudens. Deze energie wordt in het centraal station gebruikt om de roltrappen, liften en de verlichting van energie te voorzien. Ook het feit dat de perronoverkapping geheel van glas is, zorgt voor energiebesparing omdat er minder verlichting nodig is. Ook wordt er in de stationshal gebruik gemaakt van spiegels om extra daglicht binnen te krijgen.

De techniek reikt steeds verder, zo wekken zonnepanelen steeds meer energie op waardoor ook rendabeler wordt om in te investeren. Steeds meer bedrijven en particulieren investeren in de aanschaf van zonnepanelen omdat dit een veilige en rendabele investering is. Het gaat echter niet alleen om investeren, maar ook over het op een juiste manier gebruiken van beschikbare middelen. Dit door bijvoorbeeld te kijken naar restwarmte die niet wordt gebruikt of andere middelen die simpelweg verspild worden in het ene productieproces, maar juist waardevol zijn in andere processen. Door nieuwe samenwerkingsverbanden te leggen en het juist toepassen van innovaties of juist oude technieken, kan er veel gewonnen worden op het gebied van milieu, maar ook de portemonnee. Door Rosalie Dieleman

31


MIJN IN DE RUIMTE “Ontginnen” van de ruimte “Planetory Resources”: What if the greatest discovery of natural resources didn’t take place on Earth?” Het opraken van natuurlijke grondstoffen. Is dit wel zo’n groot probleem als we denken? Want waarom kijken we niet verder dan alleen onze planeet? Het Amerikaanse bedrijf “Planetary Resources” heeft het plan om in de toekomst asteroïden te ontginnen voor commerciële doeleinden. Zo zijn zij uit op edelmetalen als goud, platina en andere kostbare mineralen. Dit bedrijf werd in april 2012 opgericht en heeft de steun van vele rijke Amerikanen zoals de oprichter van Google Eric Schmidt, Texaanse miljardair Ross Perot Jr, en ook Avatar-regisseur James Cameron. Er zijn oneindig veel asteroïden in de ruimte, waarvan er inmiddels zo’n 300.000 bekend zijn. Minstens 1500 ervan zijn ongeveer even “gemakkelijk” te bereiken als de maan en hebben een draaicirkel die vergelijkbaar is met die van de aarde. Sommige van deze asteroïden bestaan uit materialen die voor ons op aarde bruikbaar zijn. Volgens het Amerikaanse bedrijf kan het halen van waardevolle mineralen van een praktisch onuitputtelijke bron stabiliteit en voorspoed brengen op aarde, en kan er op deze manier nog veel over de ruimte worden geleerd. 32

Om deze missie uit te kunnen voeren wordt, met behulp van vele investeerders, een automatisch ruimteschip ontwikkeld die over enkele jaren asteroïden rond de aarde moet gaan verkennen. Deze ruimteschepen zullen dus eerst op verkenningstocht moeten, om te onderzoeken uit welke grondstoffer verschillende asteroïden bestaan, en welke dus “bruikbaar” zijn voor ons op aarde of ter bevoorrading van andere ruimteschepen. Wanneer er genoeg informatie over de asteroïden is zal er een ruimteschip ontwikkeld moeten worden dat deze materialen kan onttrekken van de asteroïden, maar ook op een efficiënte manier kan vervoeren naar de “consument”. Inmiddels is ook het bedrijf “Deep Spaces Industries” (DSI) geïnteresseerd in het sturen van ruimteschepen naar asteroïden. Zij zeggen zelf dat ze verwachten dat in 2020 de eerste grondstoffen uit de ruimte gehaald kunnen worden, en dat ze in 2015 beginnen met het sturen van kleine satellieten naar de ruimte om onderzoek te doen.


Maar los van het feit of dit überhaupt mogelijk is, mocht het ooit lukken om een dergelijk project uit te voeren, zal dit dan kostendekkend of winstgevend kunnen zijn? Het bedrijf DSI hoopt voorlopig op sponsors als “Red Bull”, die eerder ook al ruimteavonturen sponsorden. De eerste klanten die het bedrijf verwacht te hebben zijn wetenschappelijke onderzoekers en privéverzamelaars. Naast het economische aspect hiervan, is natuurlijk ook de vraag of dit wettelijk gezien wel mogelijk is. Mag elk bedrijf zomaar grondstoffen uit de ruimte halen voor commerciële doeleinden? Het ruimteverdrag van 1967 stelt dat:

Het klinkt uiteraard allemaal heel erg als science fiction, weer een gek idee van een stelletje rijke cowboys. Maar in feite is het mogelijk, al blijft het de vraag hoe de gewonnen grondstoffen in grote hoeveelheden terug naar de aarde getransporteerd kunnen worden. Waarschijnlijk zal het in de toekomst, wanneer de techniek ver genoeg gevorderd is om dit mogelijk te maken, alleen nog gaan over de vraag of dit project legaal is, en of het rendabel genoeg is om uit te blijven voeren. Door Rosalie Dieleman

• de ruimte niet onderworpen is aan nationale toe-eigening…; • lidstaten verantwoordelijk zijn voor de nationale ruimteactiviteit uitgevoerd door overheidsinstanties of niet-gouvernementele entiteiten; • lidstaten de schadelijke verontreinig van de ruimte en hemellichamen zullen vermijden. De CEO van DSI, David Gump, beroept zich ter verdediging van het project op de volgende clausule: • Het onderzoek en het gebruik van de kosmische ruimte moet worden uitgevoerd ten behoeve en in het belang van alle landen en stelt zich in dienst van de gehele mensheid. Een definitieve uitspraak over de legaliteit van dit project is vooralsnog niet gedaan. 33


EERSTEJAARSCOLUMN Door alle drukte en ophef rondom de gestolen eindexamens afgelopen paar weken moet ik weer vaak denken aan mijn eigen eindexamens. Als een klein zeventienjarig meisje heb ik mezelf toen drie weken lang opgesloten omdat ik iets te nerveus was en iets te graag mijn zeven gemiddeld wilde halen. Uiteindelijk is al mijn stress voor niks geweest en is alles helemaal goed gekomen. Sinds mijn eindexamen is er veel veranderd. Niet alleen ben ik zelf (ondanks wat velen van jullie misschien denken) volwassener geworden, ook is mijn hele wereld veranderd. Mijn moeder hoeft me niet meer ‘s nachts uit de stad te komen halen, ik ben eindelijk gewend aan het maken van mijn eigen ontbijt en ondanks dat ik soms iets te onvoorzichtig met hem omga, is mijn fiets mijn nieuwe trouwe vervoersmiddel geworden. Afgelopen jaar stond ik het teken van hard leren, veel nieuwe vrienden maken en vooral genieten van het studentenleven. Door actief te zijn bij zowel In Duplo als mijn zeilvereniging heb ik veel nieuwe mensen leren kennen en heb ik mee kunnen doen aan de meest uiteenlopende activiteiten. Zo heb ik bijvoorbeeld 13 juni samen met mijn commissie op de zeilvereniging het pre-Eurekaweekfeest mogen organiseren. Het feest had een geweldig thema en het was nog niet vaak zo druk geweest op een borrelavond. Door al ons harde werken hebben we een mooi programma voor de Eurekaweek opgezet. 34

Het is erg leuk om te zien dat je echt iets kan bereiken voor je vereniging, zelfs als eerstejaars. Kortom is mijn afgelopen jaar in sneltreinvaart voorbij gegaan. Maar mijn inzet is niet voor niks geweest, al mijn eerstejaars vakken zijn na mijn herkansingen gehaald. Dit is ook wel nodig aangezien ik volgend jaar een nog drukker jaar tegenmoet ga en dus weinig tijd heb voor studeren. Aangezien dit mijn laatste column in de Duplomaat is wil ik graag van de mogelijkheid gebruik maken om iedereen heel veel succes met de herkansingen te wensen en anders veel plezier te wensen tijdens de wel verdiende zomervakantie!

Door Jessie Pool


GOLFCLINIC Golfclinic met Mazars en PKF Wallast - 24 mei 2013 Op een vrijdagmiddag was het tijd voor de Golf Clinic. Voor diegene die ge誰nteresseerd zijn in Accounting of belastingadvies was het de manier om kennis te maken met Mazars en PKF Wallast.

35


Exchange Vincent Sloeserwij was op exchange naar Londen

Het begon allemaal met een simpel telefoontje van de exchange coördinator van de EUR, die mij op een mooie, zonnige dag liet weten dat er op de valreep een extra exchange bestemming bij was gekomen. De vraag was of ik naar Londen wilde gaan omdat de bestemmingen van mijn eerste en tweede voorkeur al vol zaten. Een betere troostprijs had ik mijzelf niet kunnen wensen. Enthousiast gemaakt door deze mooie kans konden de voorbereidingen beginnen. Hier bleek ik meer tijd aan kwijt te zijn dan ik had verwacht. Naast een berg aan bureaucratisch papierwerk op de universiteit af te moeten handelen was ook het vinden van een geschikte accommodatie makkelijker gezegd dan gedaan. De wekelijkse huurprijzen in het centrum van Londen zijn immers vergelijkbaar met de maandelijkse huurprijzen in Rotterdam, en daardoor was ik genoodzaakt een onderkomen buiten het centrum te zoeken. Na lang zoeken had ik uiteindelijk iets gevonden, maar achteraf was het leuker geweest als ik wat dichter bij het centrum, de universiteit en mijn medestudenten had gewoond. Mijn verblijf in Londen duurde drie en een halve maand, van half september tot en met eind december. Eigenlijk is deze periode te kort om de enorme stad helemaal te leren kennen, maar met een aantal gebruiken raakte ik toch vrij snel bekend. 36

De Britse beschaafdheid is bijvoorbeeld overal te merken, zowel bij het rustig in de rij op je beurt wachten, als aan de rechterkant staan op de roltrap. Zelfs als je op straat per ongeluk iemand aanstoot is het de Brit die als eerste zijn verontschuldigingen uit, iets waar we in Nederland nog het een en ander van kunnen leren. Aangezien de studieperiode pas officieel op 1 oktober begon, was er in september de gelegenheid om de accommodatie in te richten en de stad te verkennen. Hier heb ik ten volste gebruik van gemaakt, en de eindeloze wandelingen die ik toen heb gemaakt hebben me geholpen wegwijs te worden in de stad. Hierdoor kon ik later bijvoorbeeld ook de universiteit makkelijk vinden, die voor een deel gehuisvest is in een van buitenaf schitterend gebouw. De introductieperiode op de City University London begon met de “freshers week”, een soort Eurekaweek in Londen. Gedurende deze week waren er allemaal activiteiten georganiseerd, gericht op


kennismaking met de medestudenten en de stad. Het hoogtepunt van deze week was het “boat ball”; een rondvaart over de Thames op een feestboot onder de speciaal voor ons opengaande Tower Bridge door. Tijdens deze week heb ik contacten opgedaan waarmee ik later ook leuke activiteiten heb ondernomen, zoals een weekendje naar Cambridge, een uitstapje naar Stonehenge en Bath, en zelfs een weekendje naar Denemarken.

af en toe ook minder leuke momenten, en van het omgaan daarmee in een “vreemde” omgeving heb ik een hoop geleerd. Ook zijn mijn Engelse taalvaardigheden als gevolg van de exchange verbeterd, iets waar ik in de toekomst nog wat aan kan hebben in verband met eventuele internationale ambities.

In totaal heb ik in Londen vier uiteenlopende vakken gevolgd. Twee vakken waren puur economisch, een vak was een introductie in het Britse rechtssysteem, dat erg interessant was, en een vak betrof de geschiedenis van Londen. Dit laatste vak was heel erg gaaf om gedaan te hebben. De lerares was enorm enthousiast, wist alles van de geschiedenis en de bekende en minder bekende bezienswaardigheden van de stad en nam ons elke week mee op een rondleiding door een van die bezienswaardigheden. Dit was een erg leuke manier om na bezoeken aan onder andere de Tower of London, het British Museum, de Westminster Abbey, St. Paul’s Cathedral en het Financial District, door middel van een presentatie en afsluitend tentamen aan 7 ECTS te komen.

Cheers!

Al met al was mijn exchange naar Londen een fantastische ervaring die ik iedereen kan aanraden.

Vincent Sloeserwij

Tijdens mijn exchange heb ik niet alleen studie gerelateerde dingen geleerd, maar ook voornamelijk persoonlijke ontwikkelingen doorgemaakt. Natuurlijk ging niet alles van een leien dakje en waren er 37


Het nieuwe delen In een economie waarin we alleen maar horen dat we moeten gaan bezuinigen, dat er zal worden gekort op de overheidsuitgaven en de belastingen omhoog gaan, moeten we zien rond te komen van minder of we gaan het slim aanpakken. Wat als je nu gewoon tweedehands studieboeken koopt, of nog goedkoper: gewoon in de universiteitsbibliotheek je boeken leest? Dat is helemaal goedkoop. Voor alle eerstejaarsvakken van Rechten zijn er meerdere exemplaren te verkrijgen in het G-gebouw en ook veel boeken voor Economie zijn te verkrijgen in de universiteitsbibliotheek. Laatst was ik voor het eerst bij de Piekfijn in Rotterdam op zoek naar outfits voor een thema. Ook al moest ik in eerste instantie even wennen aan de vele stoffige kleren die ertussen hangen en vroeg ik me af waarom mensen bijvoorbeeld badkleding tweedehands zouden kopen, uiteindelijk heb ik toch leuke verkleedoutfits kunnen vinden voor een prikkie. Een badpak kun je immers uitwassen en ook beha’s kunnen gewassen worden (ook al gaat mij persoonlijk dit toch net een stapje te ver). Tevens heb ik stof gekocht om zelf iets van te maken en kleding op te pimpen. Voor weinig geld ziet je outfit er weer als nieuw uit. 38

Niet alleen lijkt delen en recyclen belangrijk in een wereld waarin we moeten bezuinigen, ook moeten producenten en consumenten zelf oplossingen zoeken voor de schaarste van grondstoffen. Grondstoffen worden schaars en het afval stapelt zich op. Om deze problemen op te lossen is er een mentaliteitsverandering nodig van producenten en consumenten. Het einde van afval is in zicht als producten volledig recyclebaar worden. Het toekomstidee is dat ons afval volledig van afbreekbaar materiaal gemaakt kan worden. Als dit niet mogelijk is dan moeten we ervoor zorgen dat de restmaterialen opnieuw gebruikt kunnen worden in een ander product. Voor elk nieuw product zijn nieuwe grondstoffen nodig dus oneindige groei lijkt sowieso niet mogelijk. Wat nou als we dit oplossen door zoveel mogelijk van recyclebare materialen te maken. Onze zienswijze zou moeten veranderen: niet massaproductie staat centraal, maar recyclen is het nieuwe idee. Als het aan de aanbodkant van de economie al goed gaat doordat zoveel mogelijk producten van recyclebare materialen gemaakt kunnen worden, dan zou het nog leuker zijn als consumenten


beginnen materiele goederen op een andere manier benaderen. Een toekomst waarin mensen niet langer producten in hun bezit hoeven te hebben, zolang ze er maar gebruik van kunnen worden. De eerste stappen lijken al gezet. Denk bijvoorbeeld aan internet waarop vele initiatieven zijn te vinden die het mogelijk maken dat mensen hun spullen delen, ruilen en huren. Ook valt hierbij te denken aan de toename van het aantal tweedehandswinkels. Delen wordt zo het nieuwe bezitten. Vijftig jaar geleden kon je louter een auto kopen. Nu vinden de autoproducent en de consument elkaar in de lease-economie. De producent kan zo eigenaar blijven en als de consument de auto zat is of de leasetermijn loopt af, dan kan de producent de auto weer wat opfrissen en verbeteren en de nieuwe eigenaar zal er dolgelukkig mee zijn. Een ander concreet voorbeeld van een lease-economie is Mud Jeans. Je betaalt twintig euro en daarna betaal je per maand dat je de broek in bezit hebt. Zodra Lease-a-Jeans een broek terug krijgt,

repareren en wassen ze deze zodat ze er weer iemand anders blij mee kan maken. Met de totstandkoming van de lease-economie komen producenten en consumenten samen in de deeleconomie. Op deze manier groeit de circulaire economie in omvang. Het ideaalbeeld van de toekomst zou een deeleconomie zijn waarin afval bijna niet meer bestaat. Mensen gebruiken een kast, willen hem niet meer en een ander verft het in een ander kleurtje. Een televisie die het niet meer doet wordt niet meteen bij het grof vuil gezet, maar de goede onderdelen worden hergebruikt. Kledingwinkels reserveren het overgrote deel van hun winkel voor tweedehandskleding en er ontstaan meer stoffenwinkels die de kleding weer hip kunnen maken. Iedereen bespaart geld en iedereen deelt met elkaar. In een deeleconomie ben je niet langer arm als je minder verdient dan je buurman. Dan koop je iets toch gewoon tweedehands. De ideale toekomst waarin niemand meer ongelukkig hoeft te zijn. Delen heeft de toekomst.

Door Iris Janssen

39


v.l.n.r. Jan Willem Gerth van Wijk

Commissaris Media

Kayleigh Westerbaan

Commissaris Interne Zaken

Maartje Kouwenberg

Secretaris

Luuk van de Sandt

Voorzitter

Vincent Sloeserwij

Penningmeester

Mchiel Slag

Commissaris Externe Zaken

40


Actief worden Bij In Duplo?

41


bekendmakings borrel

42


43


Studiereis Maandagochtend was het eindelijk zo ver. De studiereisdeelnemers keken al maanden uit naar deze dag. Vandaag vertrokken wij naar Dubai met een tussenstop eerst in Istanbul. Aangekomen bij Schiphol en nadat iedereen door de douane geloosd was, was het tijd te boarden. De spanning liep bij een first time flyer erg op. Eenmaal aangekomen in Dubai was iedereen erg moe en moesten opschieten om de bus wel te halen. Daarna viel iedereen snel in slaap. Dinsdag: Wij waanden ons rijk en beroemd toen wij door de Dubai Mall liepen, het grootste winkelcentrum van de wereld, richting de ingang van de Burj Khalifa. Hier zouden wij met een enorme snelheid de lift naar een van de hogere verdiepingen nemen. Het uitzicht was fenomenaal! Het viel op dat Dubai echt uit niets in het zand opgetrokken is. Hierna konden wij even bijkomen van de lange vlucht door een duik te nemen in het frisse water van het zwembad. Het avondprogramma Woensdag: Vandaag stond een formeel bezoek bij Microsoft op de planning. Daar kregen wij veel te horen over hoe interessant het Midden-Oosten voor bedrijven is. Het is een bijzondere regio die erg dynamisch is en waar veel potentieel in zit. Na een heerlijke lunch vertelden de sprekers over de toekomstvisie van Microsoft en wat er allemaal voor interessante gadgets en toepassingen ons te wachten staat. Na dit formele bezoek gingen wij naar het traditionele gedeelte van Dubai. Hier bezochten wij het 44

Dubai Museum en sloten wij de avond af met een hilarische diner cruise. Waar sommige van ons nog steeds de schrik van hebben. Donderdag: Wat doet een Nederlands advocatenkantoor in Dubai? Wij vroegen het aan de medewerkers bij Stibbe, waar wij ook meer hoorden over werken in het Midden-Oosten en de bijzondere manier van zakendoen van de rijke families in Dubai. Na vele vragen over werken in het buitenland en het leven in Dubai was het voor ons tijd om de woestijn in te trekken. Met stevige jeeps reden wij door de zandduinen van Dubai. Een compleet andere wereld vergeleken met de hoogbouw in het centrum van Dubai. Eenmaal weer bij het hotel was het tijd om in te pakken en vroeg te slapen. Vrijdag: Vroeg op en met slaap in de ogen gingen wij naar onze tweede bestemming van de reis. De stad Istanbul, waar wij een hele andere islamitische cultuur zouden aantreffen, eentje die verweeft is met de Europese cultuur. Eenmaal aangekomen en opgefrist, gingen wij naar een Baker & McKenzie in een mooie wijk van Istanbul. Daar kregen wij meer te horen over het Turkse ondernemingsrecht. De spreker had zelf ook in Nederland gewerkt en sprak nog een drietal woorden die belangrijk zijn voor leven in Nederland. (Bitterballen, gezelligheid en Koninginnedag)


Zaterdag: Deze dag maakten wij Istanbul onveilig als de ultieme toerist. Met een vol dagprogramma gingen wij onder de begeleiding van de Reiscommissie langs alle bezienswaardigheden van Istanbul. De dag begon met een bezoek aan het Topkapi Paleis, het paleis waar de sultan van het Ottomaanse rijk woonde en werkte. Vervolgens gingen wij naar een van de beroemdste moskeeën van de wereld; de Haya Sophia. Onder de Ottomaanse beschilderingen waren nog resten te zien van oude christelijke mozaïeken. Daarna was het tijd voor de Basilica Cistern, een oud wateropslag van de Romeinen. Verder op het plein was ook de Blauwe Moskee, hier moesten de vrouwen gesluierd en de mannen hun korte broeken bedekken om deze moskee te mogen bezichtigen. Van binnen was het een en al pracht en praal en zeker eens de moeite waard om te bekijken! Een bezoek aan Istanbul is niet compleet zonder af te dingen in de Grote Bazaar. Hier kwam de Nederlandse handelsgeest naar boven bij de studiereisdeelnemers. Zondag: Voor een mooi uitzicht over de stad gingen wij naar de Galatatoren. Hier genoten wij een panoramisch uitzicht over alle bezienswaardigheden die wij al eerder gezien hadden. In de middag waaiden wij uit op een boot over de Bosporus. Daarna was het tijd voor wat ontspanning in de Hamam. In een heel oud badhuis was het tijd om te zweten als een otter en helemaal uitgerust de avond weer in te gaan.

Maandag: Hoe zou het zijn om te studeren in Turkije? Wij gingen het aan de lijve ondervinden tijdens colleges aan de Koç Universiteit. Deze privé universiteit is mooi gelegen in de heuvels buiten Istanbul. Hier kregen wij vlammende colleges over het Turkse rechtssysteem en de Turkse economie. Na dit bezoek gingen wij terug naar het centrum van Istanbul. Aan de grootste winkelstraat van Istanbul is de Nederlandse Consulaat gevestigd. Hier kregen wij een optimistisch verhaal over de vele kansen die Turkije Nederlandse ondernemers biedt en andersom. De handelsbetrekkingen met Nederland zijn dan ook al meer dan 400-jaar oud. Na een rondleiding door het prachtige consulaat was het tijd om met de hele groep de reis af te sluiten met een diner en een goede stapavond. Dinsdag: Helaas is de reis aan zijn einde gekomen. Deze dag bestond uit niets meer dan terugvliegen en terugreizen naar Rotterdam of het ouderlijk huis. Al met al was het een prachtige reis. Veel indrukken opgedaan en twee verschillende islamitische culturen mogen meemaken. De twee steden zijn beide booming en wij zullen zeker er later meer van horen. Tot slot moeten Emelie Walraven, Charlotte Janssen, Nicole Wolzak en Tom van Steenbrugge bedankt worden voor hun geweldige voorbereiding en begeleiding tijdens de reis! 45


Studiereis

46


47


Ex Duplo Victor van der Pols over zijn werk in de private banking bij Rabobank. Als het goed is zijn jullie allemaal ontzettend aan het genieten van je studententijd. Dit is een, voor leden van In Duplo bovengemiddeld, lange periode van veel vrije tijd, weinig verantwoordelijkheden en enige studieactiviteiten. Wat na deze periode volgt, kan bijna niet leuker zijn dan het zijn van student. Tenminste, dat was wat ik dacht, toen ik studeerde. Echt nadenken over wat ik dan na het studeren wilde gaan doen deed ik dan ook niet. Ja, er zijn wel dingen die je zeker niet wilt gaan doen, maar wat je wel wilt doen... En dan sta je ineens met twee titels voor je naam voor een keuze. In mijn geval een keuze die in ieder geval niet primair richting de rechtenkant zou gaan. Met Financieel Recht als master een weinig verrassende keuze denk ik. De bankensector werd mijn werkveld, en dan niet achter glas op de Zuidas, maar aan tafel met ondernemers. Een open sollicitatie en een enthousiaste plan voor mij vanuit de Rabobank leverden mijn eerste echte baan op. De Rabobank bestaat uit 139 lokale banken en een hoofdkantoor in Utrecht, Rabobank Nederland. De bank waar ik werk heet Rabobank Voorne-Putten Rozenburg. In het verleden waren er nog veel meer lokale bankjes, maar zoals je in de naam kunt zien, zijn die in de loop der tijd gefuseerd. Bij ‘mijn’ 48

Rabobank werken 260 mensen. Alle particuliere en zakelijke bankzaken worden aangeboden, hiermee bevinden we ons in een steeds selecter gezelschap. Mijn werk is op de afdeling Private Banking. Deze afdeling is verantwoordelijk voor de particuliere bankzaken van vermogende particulieren en ondernemers. Om het platter te zeggen, mensen met geld en mensen van wie we verwachten dat ze dat in de toekomst hebben. Deze mensen krijgen speciale aandacht van de bank vanwege de toepasbaarheid van producten als beleggen en pensioenopbouw in eigen beheer. Beleggen kan iedereen zul je misschien zeggen, maar wanneer je voor je inkomen afhankelijk bent


van je vermogen, is een goed advies noodzakelijk. Zelf houd ik me bezig met financiële planning. Hierbij brengen we in kaart wat de huidige stand van zaken is van een persoon of gezin op financieel gebied. Spaargeld, waarde van het huis en beleggingen, maar ook levensverzekeringen, hypotheken en pensioenen. Vervolgens kunnen we dan met de klant samen kijken of de huidige middelen en de gestelde doelen haalbaar zijn. In veel gevallen gaat het om ondernemers die hun bedrijf als hun pensioen zien. Hoe je dit waardeert en waar hij of zij zelf vanuit gaat is soms erg verschillend. Het levert in alle gevallen inzicht op voor degene voor wie de planning gemaakt wordt. En hoe verder dit voor de gewenste pensioendatum gebeurd, hoe meer er nog te sturen valt voor een klant. Voor mezelf vind ik het echt leuk om te zien dat een klant helemaal positief wordt doordat hij eindelijk weer eens inzicht en grip heeft op zijn financiën. Bij veel mensen is het financieel goed geregeld, maar toch kun je hier niet zomaar vanuit gaan. Door maatwerk te leveren aan een klant, merk je direct je toegevoegde waarde. Iets wat mij persoonlijk erg aanspreekt. Dat dit in een lokale organisatie kan, vind ik zelf erg prettig. Dat ik de meeste collega’s bij naam ken en de lokale betrokkenheid van de bank past goed bij me. Al met al is het leven al net-werkende niet per sé leuker dan studeren. Maar het is zeker een interessante periode waarin je blijft leren (en studeren). Succes met jullie voorbereiding op wat na je studie komt!

Ex Duplo zoekt bestuurleden! Na vier jaren zoekt Ex Duplo, de alumnivereniging van In Duplo, nieuwe bestuursleden. Alle belangstellenden, ook In Duplo-leden, zijn van harte uitgenodigd om zich kandidaat te stellen voor het bestuur van Ex Duplo. Solliciteer vóór 31 juli 2013 door je motivatiebrief en cv te sturen naar bestuur@ exduplo.nl. Mocht je vragen hebben over deze bestuursfuncties, stuur deze vragen dan naar bestuur@exduplo.nl of info@induplo.nl. 49


Gerechtelijke dwaling Interview Lucia de Berk

Lucia de Berk (Den Haag, 22 september 1961), in de media voorheen aangeduid als Lucia de B., is een Nederlandse verpleegkundige die door een justitiĂŤle dwaling in maart 2003 door de rechtbank in Den Haag werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en die, nadat de zaak was heropend in 2008, werd vrijgesproken in 2010. De justitiĂŤle dwaling zag niet op de persoon van de dader, maar op de feiten, de feiten waren ten onrechte gekwalificeerd als moord dan wel poging tot moord.

50


Hoe bent u verpleegkundige geworden? Ik was 32 jaar oud en deed veel schoonmaakwerk en wilde graag wat anders. Zo ging ik naar het uitzendbureau waar zij mij vertelde dat er wel werk was in de verzorging. Na een opleiding tot verpleegkundige werkte ik eerst bij een penitair ziekenhuis, niet wetende dat ik daar later zelf terecht kon komen. Na een tijdje was ik het daar zat en liet ik mij opleiden tot kinderverpleegkundige. Toen ik op de kinderafdeling werkte in het ziekenhuis waren er veel incidenten. Veel kindertjes stierven. Met mijn collega’s en de artsen praatte ik daar openlijk over. Zij wisten ook niet hoe het kwam. Ik vroeg of er iets mis gegaan was, maar na onderzoeken was er nooit wat gevonden. Toen het 8ste kindje stierf tijdens een van mijn diensten in het ziekenhuis kon ik het niet meer aan. Ik ging naar de directeur en gaf aan dat ik er doorheen zat. Hij liet mij voor een tijdje bijkomen thuis. Sinds wanneer werd beschuldigd van moord?

Wat deed u toen? Er kwamen verschrikkelijke beschuldigen vanuit de media. Ik pakte het telefoonboek erbij en zocht naar een advocaat. Samen met mijn man prikte we een pen in het boek en daar kwam Visser uit. Deze hele sociale advocaat heeft mij veel geholpen. Hij vertelde dat de zaak waarschijnlijk geseponeerd zou worden, omdat er geen bewijs was. Hij ging langs het OM om te vragen dat ik mijzelf zou kunnen melden, mochten ze overgaan op aanklagen. In die tijd verzorg ik mijn zieke opa en wilde niet dat zij binnen zouden stormen. Echter een paar weken later kwamen er veertien man politie bij mijn opa binnengestormd om mij te arresteren. Ik werd in de isolatie gezet met camera. Ik had alle beperkingen en mocht geen bezoek. Dit werd gebruikt als een pressiemiddel om mij te laten bekenen.

u

Een vriendin van mij op het werk was in die tijd naar de directeur gegaan. Ik rookte altijd een sigaretje met haar in de pauze en praatte ook over al die gestorven kinderen en hoe zwaar het voor mij was. Zij vertelde tegen de directeur dat zij het gevoel had dat ik die kinderen vermoord had. Een politieonderzoek werd gestart toen ik thuis zat. Later op de tv beschuldigde de directeur een verpleegkundige van moord. Ik zag het op TV West en had gelijk door dat het over mij ging.

51


Het eerste verhoor was vriendelijk. Ze vroegen mij vanalles, over mijn dochter, over mijn hobby’s. Ik snapte er niks van. Ze zagen mij toch als een moordenaar en ze waren hier zo g ezellig met mij aan het praten. Toen ik dit mijn advocaat vertelde, zei hij gelijk: ‘’Niks zeggen meer! Denk aan de Puttense moordzaak!’’ Ik moest van hem zeggen dat ik mij beroep op mijn zwijgrecht. Dit deed ik steeds weer, elke keer als de recherche mij een vraag vroeg, moest ik het van ze zeggen. Op een gegeven moment hadden ze het uitgeprint en lieten zij het mij oplezen. Weer later hoorde ik dat dat onnodig was, ze voerden de druk zo op, om mij te laten bekennen. In december werd ik gearresteerd en pas in maart was er een dossier. De recherche verhoorde mij steeds weer. Wanneer begon het proces? In maart kwam ik voor bij de raadkamer. Ik was gespannen en hoopte hier mijn verhaal te kunnen doen. Er werden echter geen vragen gesteld en het voorarrest werd verlengd. Ik zat in die tijd in de gevangenis van Breda, waar ik mijn dagen besteedde met lopend band werk. U bent ook onderzocht bij het Pieter Baan Centrum, hoe was dat? Ik heb negen dagen voor onderzoek gezeten in het Pieter Baan Centrum. Hier zat je gemengd en er zaten echt gestoorde mensen. Bij de psychiater zochten al gauw naar iets bij je. Alles wat ik deed werd in de waagschaal 52

gezet. Ik durfde mijn koffie niet meer te roeren, voordat ze ervan dachten dat ik dat op een psychische manier deed. Iedereen was bang voor de beoordelingen. Na 9 weken werd ik toerekeningsvatbaar verklaard. Uiteindelijk bent u toch veroordeeld voor levenslang met TBS? Hoe kan dat? Tijdens de zitting werd er statistisch bewijs bijgehaald. Zogenaamde deskundigen verklaarden dat de kans dat een verpleegkundige bij zoveel incidenten aanwezig zou zijn, zo klein is dat ik het wel gedaan moet hebben. Mijn collega’s werden als getuigen verhoord en beweerden dat zij het gevoel hadden dat ik het gedaan hadden. Toen de rechter begon over het kindje Amber, kwam het hoge woord eruit. Ik zou haar vermoord hebben en kreeg levenslang met


TBS. Er werd gesteld dat ik zo geraffineerd te werk was gegaan, dat ik wel ziekelijk gestoord moest zijn. Later in cassatie hebben zij wel de TBS weggehaald. Aangezien dat bedoeld is voor terugkeer in de samenleving. Het moment dat ik in cassatie hoorde dat ik nog steeds levenslang had, werd het mij allemaal teveel. Mijn hele leven in een cel, terwijl ik het niet gedaan had. Twee dagen na de cassatie kreeg ik een hersenbloeding. Nu is mijn rechterarm daar nog steeds verlamd van. Hoe bent u vrijgekomen?

Hoe ziet u nu de toekomst? Deze zie ik rooskleurig in! Mijn dochter heeft nu een kleinkind en ik geniet volop van mijn gezin. Mijn man heeft mij altijd gesteund en geloofd, zo stuurde hij mij elke dag van mijn gevangenschap een kaart en kwam elke week langs. Over een jaar is mijn boek verfilmd en kan het Nederlandse publiek mijn verhaal in de bioscopen zien.

uiteindelijk

Naar aanleiding van een boe van Ton Derksen en twee wetenschappers die zich ermee bemoeiden, ging het balletje rollen. Peter R De Vries begon zich ook met de zaak te bemoeien en zo zag het CEAS ( uitleg CEAS) aanleiding om nogmaals naar de zaak te kijken. Het personeel in de gevangenis was opeens stukken vriendelijker na de uitzending van Peter R. de Vries. Ik werd na het advies van het CEAS en toen de Hoge Raad zich ermee bemoeide op 2 april 2008 vrijgelaten. Ik mocht niks zeggen en was nog niet officieel vrijgesproken. Pas op 14 april 2010 werd ik vrijgesproken en kon ik weer rustig ademhalen.

53


AGENDA Augustus 19-22.

Eurekaweek 2013

September 2.

ESE Take Off Activiteit

2.

Opening Academisch Jaar

18.

Wisselings Algemene Leden

Vergadering

54


Walk that Stage! Bij NautaDutilh krijg je de ruimte om gedurende 2 maanden studentstage te lopen. Tijdens je stage werk je met verschillende mensen aan uiteenlopende zaken. Je gaat mee naar besprekingen en bent natuurlijk welkom bij alle sociale evenementen. Op deze manier maak jij kennis met ons. En wij met jou. Stage lopen op ĂŠĂŠn van onze buitenlandse kantoren in Londen of New York kan ook. Solliciteer via werkenbijnautadutilh.nl

55


56

De Duplomaat: Jaargang 14 nummer 05  

De Duplomaat: Jaargang 14 nummer 05

Advertisement