Page 6

6

RECREATIEKRANT DE GROENE VENEN

Bermen en slootkanten als moestuin?!

Excursie naar eetbare en bruikbare planten Brandnetels, rode klaver, braam, vlierbloesem; het zijn eetbare planten en bloemen die gewoon groeien in de bermen en de waterkanten. IVN-natuurgids Ellen Aarsman organiseert regelmatig excursies op zoek naar deze Eetbare en Bruikbare Planten. De eerstvolgende is op zaterdag 18 mei. Van 14 tot 15.30 uur struinen de deelnemers langs de Demmeriksekade om hun eigen hapjes en drankjes bij elkaar te scharrelen. Zin om mee te gaan? tekst rosanne kok

- foto's ellen aarsman

“Het gebruik van planten en kruiden uit de natuur is zo oud als de geschiedenis van de mensheid,” vertelt Ellen. “In vroeger tijden was het nog geen hobby, maar een noodzaak. De kennis en eigenschappen van kruiden en planten werd van generatie op generatie overgedragen. Dertig procent van alle wilde planten die op de wereld voorkomen, bevat eetbare delen. Vaak hoef je maar een paar stappen buiten de deur te zetten om eetbare bloemen te vinden. Denk hierbij aan madeliefjes en paardenbloemen.” Gezond Wilde planten zoeken en eten is niet alleen heel leuk om te doen, het is ook nog eens heel gezond. “Wilde planten komen op zonder dat de mens daar invloed op uitoefent”, vervolgt de IVN-natuurgids. “Ze groeien op eigen kracht in nauwe samenwerking met de bodem. Ze hebben de tijd om mineralen en bouwstoffen op te nemen en worden niet opgejut met mest en vocht zoals hun soortgenoten bij kwekers.” Opletten geblazen! Bij het plukken adviseert Ellen altijd een aantal plukregels in acht te nemen: “Pluk nooit als je twijfelt’’, zegt zij. “Je kunt dan beter de plant laten staan.’’ Daarnaast geeft Ellen aan dat je goed moet opletten op de locatie waar

de wilde planten staan. “Plukken langs een drukke weg of langs een plek waar honden worden uitgelaten is niet aan te raden’’, zegt zij. “Eet sowieso geen oudere of verwelkte bladeren. Het best kun je de jonge scheuten van een plant eten, die bevatten de meeste vitamine C.” Moestuin op de zandeilanden van de Vinkeveense Plassen Ellen speurt zelf regelmatig naar eetbare planten en kruiden op de zandeilanden van de Vinkeveense Plassen. Ook daar is van alles te vinden. “Je ziet daar veel bramenstruiken,’’ zegt zij. “Deze plant geeft in mei en juni wit-roze bloemen. Daarna zijn in augustus en september de vruchten te plukken. De vrucht is heerlijk om zo te eten en van de bloemen en blaadjes kun je een lekkere thee trekken. Gebruik daarvoor een handjevol bramenblad op één liter water.’’ Weegbree in overvloed Daarnaast staat het vol met weegbree, een zowel eetbare als bruikbare plant. “De verse bladeren van deze weegbree bevatten meer dan 70mg vitamine C per 100 gram’’, vertelt Ellen over deze gezonde plant. “Deze plant is vooral geschikt als voorjaarsgroente. Je kunt er een lekkere salade van maken met olijven, fêta, een uitje en wat zout, peper en azijn.”

Van weegbree kun je ook thee zetten. “Daarvoor moet je de bladeren eerst drogen’’, vult Ellen aan. “En als je jeuk hebt, kun je de bladeren kneuzen en op de jeukende plek leggen.” Gek genoeg is weegbree bijna altijd te vinden in de buurt van de brandnetel, die overigens ook eetbaar is, maar een vervelende jeuk kan veroorzaken als je haar aanraakt. Munt, kamille, pinksterbloem en wilgenroosje; wie goed kijkt, ontdekt het allemaal. Maar, welk deel is eetbaar? En, hoe maak je het klaar? De antwoorden op deze vragen deelt Ellen Aarsman tijdens haar excursie Eetbare en Bruikbare Planten op zaterdag 18 mei. De verzamelplaats is boerderij Van den Arend aan de Demmeriksekade 17 in Vinkeveen. Deelnemers betalen drie euro. Voor een (zelfgemaakt) hapje en drankje wordt gezorgd. Kun je niet op 18 mei? Geen nood: op 3 augustus organiseert Ellen dezelfde workshop nog een keer. Aanmelden kan via: r.aarsman@telfort.nl of via 0297-288106.

Ellen Aarsman op een van de zandeilanden, waar ze aan het struinen is.

Langs de waterkant staan talrijke soorten eetbare planten en kruiden.

Wellnessresort voor ringslangen bij Jan Ruizendaal Op zijn akker aan de Vinkeveense Plassen bouwt Jan Ruizendaal uit Vinkeveen regelmatig broedhopen van oud riet waar de ringslangen in het voorjaar hun eieren in kunnen leggen. Hij is er trots op dat deze diersoort in zijn omgeving voorkomt en doet zijn best om het hem zo aangenaam mogelijk te maken. “Ik vind het heel leuk dat ze hier zitten, al zie ik ze praktisch nooit,” lacht hij. tekst rosanne kok

De ringslang, afkomstig uit de familie ‘waterslangen’, komt voor in de Botshol en in de Vinkeveense Plas. “De slang is ongevaarlijk en niet giftig voor de mens,” legt Jan uit. “Het is een schuwe en rustige soort die zelfs bij directe bedreiging maar zelden bijt. Hij slaat eerder op de vlucht als ze je horen of voelen aankomen. Je ziet ze daarom ook maar zelden.” Als je wel een ringslang wil treffen, moet je er vroeg bij zijn volgens Jan. “De slangen moeten ’s ochtends eerst even op gang komen. Ze zijn dan nog traag en rusten uit. Dat is de beste tijd om ze te spotten. Als je ze door het water ziet gaan, zie je alleen hun koppie en het spoor dat ze nalaten in het water.” Uiterlijke kenmerken Volgens de kenner is een ringslang goed te herkennen. “Hij dankt zijn naam aan de gele vlekken aan de weerszijden van de hals, net achter zijn kop. De vlekken komen samen op zijn kop en doen denken aan een ring. Verder is de slang licht- tot donkerbruin of grijs van kleur en wordt hij, afhankelijk van het geslacht, ongeveer een ruime meter lang. Opvallend genoeg worden vrouwtjes vaak groter dan de mannetjes. Het mannetje blijft in zijn lengte steken rond de meter, terwijl het vrouwtje gemiddeld 1,40 meter wordt.” Broedhopen De broedhopen die Jan maakt, bestaan voornamelijk uit oud riet. “Riet dat ik langs de waterkant heb weggehaald, leg ik op een hoop,” vertelt hij. “Daar doe ik gras bij en ander vochtig spul. Deze broedhoop maak ik direct aan de waterkant, in de zon. Het is essentieel dat de ‘broei’ erin komt. Dat is een proces waarbij organisch materiaal tot zelfontbranding komt. Zo wordt de binnentemperatuur aanzienlijk hoger dan de buitentemperatuur en kunnen de eitjes worden

Een ringslang op de Vinkeveense Plassen. foto cor mastwijk

foto ed van diemen

uitgebroed. De binnentemperatuur moet namelijk minimaal vijfentwintig graden zijn. De ideale temperatuur is zelfs achtentwintig graden. Als die temperatuur zakt, gaat de ontwikkeling van de embryo’s langzamer en als de temperatuur onder de éénentwintig graden komt, is de kans groot dat het embryo het niet overleeft.” Jonge slangen Per legsel worden gemiddeld dertig eieren geproduceerd. “Deze eieren zijn zeer kleverig en plakken daardoor aan elkaar,” licht de slangenkenner toe. “Dat vermindert de kans op uitdroging. Afhankelijk van de temperatuur komen de eieren na vijf tot tien weken uit. De jonge slangen zijn dan ongeveer vijftien centimeter lang en zien eruit als een regenworm. Ze zijn direct zelfstandig en zodra ze voor het eerst verveld zijn, gaan ze zelf op zoek naar voedsel.” Menu Op het menu van een ringslang staan voornamelijk kikkers en padden, die langs de oevers van de verschillende wateren worden buitgemaakt. “De jonge dieren voeden zich echter met naaktslakken, regenwormen en kikkervisjes,” voegt Jan daaraan toe. Over de manier waarop de slangen eten, is Jan duidelijk: “De prooien worden nooit gewurgd, maar levend en in één keer verzwolgen, waarbij het achterlijf het eerst wordt ingeslikt. Zo kan de door de pad of kikker opgezogen lucht door de bek naar buiten worden geperst, terwijl deze wordt opgegeten. De vele tandjes dienen ervoor om de prooi vast te houden en naar achteren te werken. Achter in de bek van de ringslang bevinden zich giftanden, die een zwak gif bevatten. Dit gif is ongevaarlijk voor mensen maar ondersteunt voornamelijk in de spijsvertering.” Jan hoeft dus niet bang te zijn voor de ringslang en kan onbezorgd genieten van de aanwezigheid van deze beschermde diersoort. Mits die zich af en toe laat zien natuurlijk...

Profile for De Groene Venen

Recreatiekrant 2019  

Recreatiekrant 2019

Recreatiekrant 2019  

Recreatiekrant 2019

Advertisement