Issuu on Google+

1 / 14

Naam:

David, Nigel, Dimitri

Klas:

4HAc

Nr:

13

Vak:

Godsdienst

Datum:

2010 -11-27, 2009-12-02,‌

Vakleraar:

Mevr. Lambrecht

Godsdiensten

DE ISLAM


2 / 14

INHOUDSTAFEL VERSPREIDING GEWOONTES OORSPRONG KORAN MOSLIMEXTREMISME MOSLIMFUNDAMENTALISME EN TERRORISME DE MOSLIM HET GELOOF EN DE VERPLICHTINGEN VAN EEN MOSLIM HUIDIGE GELOOFSINVULLING VAN EEN MOSLIM MOSLIMS IN EUROPA RIDDA OPENBARINGEN EN HADITH GESCHIEDENIS VAN DE RIDDA HEDEN


3 / 14

VERSPREIDING Na de dood van Mohammed, Mohammed de profeet van de islam, werd een opvolopvo ger/plaatsvervanger aangewezen, een functie die met het woord kalief wordt aangeduid. De periode van 632 tot 661 AD staat onder soennitische moslims bekend als de periode van de 'vier rechtgeleide kaliefen'. Als neutraler aanduiding wordt wel "periode van de 'keuzekaliefen'" gebruikt.

TIJDSLIJN 1

632-634

Na de dood van Mohammed in Medina onderwierp kalief Aboe Bakr, een van de vroegste volgelingen van Mohammed, de de Arabische stammen en drong op naar Syrië en Perzië. 2

634-644

Omar ibn al-Chattab Chattab veranderde de nationale Arabische staat in een theocratisch wereldrijk en bouwde een militair bestuur op: de bevelhebber van de Arabische bezettingstroepen werd tevens civiel stadhouder van de kalief, religieus leider en wereldlijk rechter. Omar veroverde Syrië en Palestina


4 / 14

(Damascus 636, Jeruzalem 638), Perzië (Ktesiphon 636, slag bij Nihawend 642). Zijn veldheer Amr Bin Al-As veroverde Egypte (ontruiming van Alexandrië door de Byzantijnen in 642). 3

644-656

Oethman ibn Affan werd vlak voor Omars dood als derde kalief gekozen. Onder zijn leiding werd de expansiepolitiek voortgezet. Zijn legers drongen op naar Barka (642-645). De stadhouder van Damascus, Moe'awija, streed tegen Byzantium. Libië en het oostelijk deel van Perzië werden onderdeel van het Arabische Rijk. Tijdens een opstand, begonnen omdat hij de Omajjaden bevoordeelde, werd Oethman in 656 vermoord. Omtrent de opvolging van Oethman bestond veel onenigheid. 4

656-661

Ali ibn Abi Talib, neef, schoonzoon en vertrouweling van Mohammed, bestreed Mohammeds weduwe Aisja (1e fitna, opstand) en zegevierde in de kamelenslag bij Basra (656). Medina verloor zijn politieke betekenis, Ali verplaatste zijn residentie naar Koefa. Muawija, stadhouder van Syrië, wilde de dood van zijn neef Oethman wreken. De slag bij Siffin (657) bleef onbeslist en het scheidsgerecht van Adhruch (658) gaf geen resultaat: Ali verloor een deel van zijn aanhangers (Charidjieten). Ali werd in 661 in Koefa vermoord.

GEWOONTES De praktijk van het islamitisch geloof steunt op een stelsel van riten en plichten, de fiqh, waarvan de 'Vijf zuilen van de islam' de belangrijkste zijn, namelijk •

de getuigenis (de shahada)

het verrichten van de vijfmaal daagse verplichte gebeden (de salat)

het geven van aalmoezen (de zakat)

het overdag vasten in de maand ramadan

het maken van een bedevaart naar Mekka (de hadj).

Elke moslim is traditioneel verplicht zich, indien maar enigszins mogelijk, aan deze vijf verrichtingen te houden. Hiermee worden de persoonlijke discipline van elke gelovige zowel als de onderlinge gemeenschap en de gehoorzame dienst aan God uitgedrukt.


5 / 14

Een moslim dient zich aan deze vijf zuilen van de islam te houden, maar tevens behoort hij te geloven in de Zuilen van geloof. Er is geen vastgesteld aantal, maar de meeste literatuur spreekt van zes zuilen: de eenheid van God, de engelen, de geopenbaarde Boeken, de profeten en de boodschappers, de Dag des Oordeels en de voorbeschikking Gods. De Koran geeft ook voorschriften omtrent het gebruik van voedsel. Voedsel kan halal (toegestaan) of haram (niet toegestaan) zijn. Veel van deze voorschriften komen overeen met de Thora, de boeken van Mozes. Zo is het eten van vlees afkomstig van varkenachtigen (bijvoorbeeld varkensvlees) verboden, behalve in tijd van nood. Ook wordt volgens de meeste tafsir in de Koran het drinken van alcoholische dranken verboden. Moslims houden hun gezamenlijke erediensten meestal in de moskee, maar op zich kan op iedere reine plek het verplichte gebed worden verricht. Bidden kan alleen geschieden in staat van rituele reinheid (wudu) en bestaat uit een serie buigingen en teraardewerpingen, waarbij onder meer uit de Koran wordt gereciteerd. Het gebed wordt afgesloten met een korte buiging van het hoofd naar rechts en naar links onder het uitspreken van as salaamoe `alaykoem wa rahmatullah (vrede zij met u en de genade van God) om de engelen te groeten die de goede en slechte daden van de gelovige bijhouden of om het contact met de wereld om je heen te herstellen. Tijdens het gebed richt men zich zo mogelijk naar de Ka'aba in Mekka. In het begin van Mohammeds profeetschap verrichtten de moslims hun gebeden in de richting van Jeruzalem, maar de qibla werd later tijdens zijn profeetschap veranderd naar Mekka. Het hoogtepunt van de week ligt voor moslims op vrijdagmiddag, vergelijkbaar met de sjabbat voor joden en de zondag voor de christenen. Er wordt voorafgaand aan het dhuhr-gebed dan een preek (khutbah) gehouden, gevolgd door het gezamenlijke gebed, dat dan twee rakaat omvat in plaats van vier. Het betreft echter geen rustdag; er mag gewerkt worden op deze dag. De islam kent geen priesterschap, maar wel geestelijke zowel als politieke leiders, theologen en rechtsgeleerden. Bij soennitische moslims wordt geestelijk en politiek leiderschap niet gecombineerd, bij sjiieten wel. Een voorganger in de moskee (voor soennitische moslims) wordt imam (van het Arabische 'amma' = vooraan lopen) genoemd, bij sjiieten wordt de term ook gebruikt voor een belangrijk geestelijk leider. Andere religieuze titels zijn: sjeich (soefileider), alim (meervoud oelema) (jurist/theoloog), ayatollah (sjiisme), moefti (juridisch adviseur) en kalief (hoofd van het kalifaat). Verder wordt een vernieuwer van het geloof een mujaddid genoemd en een strijder voor het geloof een mujahed. Een qadi tenslotte is een islamitisch rechter.


6 / 14

Van plaats tot plaats wordt de islam anders beleden, vaak binnen de culturele kak ders van het volk dat de islam aanhangt of heeft aangenomen. Vaak zijn de initiëiniti le (religieuze) gebruiken van een volk of groepering verweven met die van de isi lamitische (arabische) uitgangspunten. In deze context spreekt men ook wel van volksislam. Van koranische moslims spreekt men in het geval van moslims die ala leen de Koran accepteren teren en de Hadith verwerpen.

OORSPRONG De islam is ontstaan in de 7e eeuw.. Volgens moslims ontving de profeet en de boodschapper Mohammed via de aartsengel Gabriël openbaringen van God, waarin hijj werd opgeroepen het geloof van Adam en Abraham opnieuw te introduceren. Voor moslims is de islam dan ook de oorspronkelijke religie zoals geopengeope baard aan Abraham, Mozes, Mozes Jezus en andere islamitische profeten. profeten Voorgaande profeten, zoals Mozes en Jezus werden naar een volk gestuurd, terwijl MohamMoha med als profeet van alle volkeren wordt beschouwd. De Koran verwijst veelvuldig naar verhalen over de profeten uit de Thora en de Bijbel,, zoals Mozes en Jezus, maar ook Maria wordt veelvuldig dig genoemd. Soms komt de boodschap overeen, maar qua stijl stijl en inhoud zijn er aanzienlijke verschilverschi len. Ook zijn verscheidene scheidene heidense tradities uit voorislamitische sche animistische religies in de islam geïntegreerd zoals het heiligdom de Ka'aba en de rondgangen die daar omheen gemaakt worden tijdens de oemra en de hadj (tawaaf), elementen die volgens de islamitische traditie op Abraham teruggevoerd moeten worwo den.[1], [2] Mohammed wordt doorgaans in de islam beschouwd b schouwd als de laatste profeet pr die de geschiedenis van de doorlopende openbaring van Gods wil heeft afgesloten, en bezat het zogenaamde Zeegel der Profeten. Profeten Dit "Zegel der Profeten" zou een moedervlek geweest zijn ter grootte van een ei en be evond zich volgens overleveringen onder zijn hals tussen zijn worden in de Koran K 25 schouders. In totaal profeten genoemd, waaronder Adam, Abraham, Mozes en Jezus maar het precieze aantal is on nbekend. De Koran stelt dat de term islam afkomafko stig is van God zelf: "Heden heb ik uw religie voor u vervolvervo maakt, en Mijn gunst aan u voltooid, vo en Ik heb de islam voor u als religie gekozen". (Soera De Tafel 3) De islam is voor moslims de vervolmaking van de monotheïstische religie van God. 'Allah' ' ' is Arabisch voor 'de God'. Vanwege het islamiislam tische gebruik bruik van deze Arabische term voor God zijn christenen wel eens in de


7 / 14

veronderstelling dat hier een andere god in het geding zou zijn dan de God van de christenen, maar dat is in ieder geval niet uit het woord als zodanig op te maken. Vanuit het perspectief van de moslims is Allah de Arabische aanduiding voor dezelfde God als die van de joden en de christenen. Arabischtalige christenen gebruiken ook Allah om God mee aan te duiden. Het Arabische woord islam betekent "onderwerping" of "overgave" aan de wil van de enige, echte God. Iemand die dit doet wordt een 'moslim' genoemd. Het woord moslim betekent 'gehoorzaam aan God'. Door buitenstaanders worden zij ook wel islamieten en soms ook wel mohammedanen genoemd, maar deze laatste benaming suggereert dat zij volgelingen zijn van Mohammed in plaats van God, iets dat iedere moslim zeer beslist zal afwijzen


8 / 14

DE KORAN (ook wel Qur'an genoemd) spreekt tevens met respect over de islamitische Heilige Boeken, de Thora (Tawrat), de Psalmen (Zaboer)) en het Bijbelse Evangelie (Indjil), ), waardoor volgens de islam God in vroeger tijden eveneens tot de mensen heeft gesproken. Men gelooft echter dat de Koran de laatste en beslissende openbaringen van God bevat en dat de andere Heilige Boeken veranderd en vervalst zijn. Joden en christenen worden de Mensen van het Boek genoemd en daar de Koran fragmentarisch is opgebouwd, geeft de Koran het advies om bij twijfel de Mensen van het Boek te raadplegen. Er zijn verschillende alternatieve namen voor de Koran waaronder, Foerqaan (openbaring), Kitaab (boek) en Moeshaf (boek, d.w.z. bladzijden in een kaft). In traditionele zin betekent Koran letterlijk 'oplezing', wat erop duidt dat het niet alleen een tekst is die bestudeerd moet worden, maar vooral moet worden gereciteerd. Koranrecitatie wordt dan ook als een bijzondere vorm van kunst gezien en wordt onderwezen in Pas door een kundige madrassa's. recitatie komt de poëtische kwaliteit van de tekst tot ot uitdrukking. Overigens is het Arabisch een taal die zich bij uitstek leent voor poëzie en de dichtkunst staat in Arabisch sprekende landen op een hoog niveau. Grote dichters worden er als als helden vereerd. Soennitische moslims organiseren poëzie-bijeenkomsten poëzie bijeenkomsten (Mehfil-e-Naat) (Mehfil waar men Arabische gedichten en poëzie voordraagt. De inhoud van de Koran werd in het Arabisch geopenbaard en die taal is voor de islam dan ook de taal van de hemel (lughat al-sama). sama). Men gelooft dat het Arabisch van God komt en dat deze hemelse taal niet goed genoeg in een aardse taal kan worden omgezet. Vertalingen van de Koran worden dan ook gezien als a minderwaardig en onbetrouwbaar. Een probleem is dat tegenwoordig verreweg de meeste moslims geen Arabieren zijn en niet het Arabisch als moedertaal hebben, al is het wel zo dat ook veel niet-Arabische niet Arabische moslims Arabisch leren. Daarom wordt in de praktijk toch vaak een vertaling van de Koran gebruikt. Deze Dez vertaling wordt beschouwd als een Koranuitleg en heeft dus niet de heilige status die de Arabische Koran heeft.


9 / 14

MOSLIMEXTREMISME Moslimextremisme of islamitisch extremisme is een maatschappelijke en antiwesterse politieke stroming die uitgaat van de waarden van het moslimfundamentalisme en die combineert met een extremistische signatuur. Moslimextremisme is geen vastomlijnde term en wordt zowel gebruikt voor islamistische, door islamitische principes ingegeven terroristische of orthodox-islamitische opvattingen. Veel van deze islamitische hervormingsbewegingen die sinds de jaren 80 van de 20e eeuw zijn opgericht, zoals al Qaida, staan een rigoureuze, hernieuwde toepassing van de Koran en de religieuze wetten voor. Deze niet-geestelijken passen de islamitische wetten echter toe zonder de islamitische leermeesters te consulteren. Zij erkennen de tafsir die in de loop der eeuwen door islamitische juristen werden gemaakt, niet. Moslimextremisten kunnen passief zijn (de sharia of andere orthodoxe islamitische principes aanhangen bijvoorbeeld) maar ook actief. In dat geval kan moslimextremisme zich uiten in terrorisme of onderdrukking en discriminatie van vrouwen, homoseksuelen, afvallige moslims, niet-moslims, of politiek maatschapelijk andersdenkenden zoals individualisten, feministen, liberalen en anarchisten.

MOSLIMFUNDAMENTALISME EN TERRORISME Sinds de terroristische aanslagen van 11 september 2001 werd voor de westerse wereld duidelijk dat een aantal moslims agressief staat tegenover de waarden van (een deel van) deze westerse wereld. De aanslagen werden opgeĂŤist door de organisatie Al Qaida ("de basis"), een moslimextremistische beweging met haar wortels in Saoedi-ArabiĂŤ. De meeste terroristische aanslagen worden niet in of tegen het westen gepleegd, maar worden tegen seculiere regimes in islamitische landen uitgevoerd. Een opvallend fenomeen zijn de verschillende zelfmoordaanslagen. Met name binnen het sjiisme neemt de martelaar historisch een bijzondere plaats in. Jihadis (sjahids) zijn bereid hun leven te offeren voor de strijd tegen de onderdrukking door wat zij zien onrechtvaardige of dictatoriale heersers. De Amerikaanse terrorismedeskundige Jessica Stern stelt dat moslimterroristen zichzelf (of hun geloof) vaak miskend en vernederd voelen. Uit diverse interviews die zij met terroristen of terroristische organisaties hield, bleek dat vrijwel allen hierdoor gedreven werden tot hun acties.


10 / 14

DE MOSLIM Een moslim (Arabisch: ‫ملسم‬, moeslim, Perzisch: ‫ناملسم‬, Turks: Müslüman) is letterlijk: iemand die zich overgeeft, waarbij gedoeld wordt op de overgave aan God (Arabisch: ‫للا‬, Allah). "Moslim" kan dus ook in een bredere context gebruikt worden. Meestal wordt met een moslim een aanhanger van de islam bedoeld, ook hier in dit artikel. De shahadah verwoordt dat een moslim boven alles in God gelooft en doorgaans wordt daarop volgend Mohammed 'slechts' als diens profeet of boodschapper beschouwd. Wel zien de meeste moslims, met name soennieten, Mohammed als een volmaakt rolmodel en proberen zij hem zo getrouw mogelijk na te volgen in woord en daad, omdat volgens hen in de Koran een verwijzing hiernaar staat. Deze verwijzing wordt betwist door koranistische moslims. Een synoniem voor een moslim is islamiet. Een vrouwelijke moslim wordt meestal aangeduid met moslima. Moslims noemen zichzelf meestal moslim. De aanduiding mohammedaan wordt door moslims sterk afgekeurd, omdat het zou betekenen dat Mohammed als godheid vereerd wordt, parallel aan de verering van Jezus door christenen als zoon van God, hetgeen afbreuk doet aan het strikt monotheïstische karakter van de islam[1]. Het synoniem muzelman komt van het Turkse musluman dat weer afgeleid is van het Perzische meervoud musliman. In het Nederlands is dit woord niet gebruikelijk meer, maar in het Frans is dit het gewone woord (musulman). De laatste lettergreep heeft dus niets met een man te maken en het soms gehoorde muzelvrouw is dan ook een etymologische vervorming. Moslims wijzen er vaak op dat de woorden islam en moslim verband houden met de Arabische woorden voor vrede: salam en overgave: taslim. Ze zijn alle drie afkomstig van dezelfde drieletterige wortel ''''‫( ''''ملس‬S-L-M), die onder andere "zich overgeven, onderwerpen" betekent.

HET GELOOF EN DE VERPLICHTINGEN VAN EEN MOSLIM De soennitische islam stelt de de vijf zuilen van de islam voorop. De Zuilen worden apart van elkaar genoemd in de Koran. Anders-gelovigen hebben soms moeite met het ontbreken van een letterlijke beschrijving op één plaats in de Koran. De Hadith en tradities geven vaak echter een belangrijke invulling die zeker niet vergeten moet worden. De Zuilen van geloof geven aan wat een moslim behoort te geloven. Deze Zuilen verschillen soms, maar te stellen valt dat een moslim in het bijzonder de verplichting heeft te allen tijde monotheïst te zijn. Daarnaast moet hij alle profeten (zoals


11 / 14

Musa en Isa), de Koran en de andere islamitische Heilige Boeken (zoals de Thora en de Indjil) erkennen. Sommigen, met name sji'ieten, nemen vaak ook de inspanning voor het geloof als een der Zuilen. Hoe iemand moslim wordt, kan op verschillende wijzen. Doorgaans wordt iemand een moslim door ten overstaan van een imam of korangeleerde en in het bijzijn van ten minste twee getuigen, zowel mannelijk als vrouwelijk, kunnen hier als getuige optreden - de geloofsbelijdenis van de islam in het Arabisch op te zeggen. Met het uitspreken van de shahadah belijdt men het credo van de islam, namelijk dat er maar ĂŠĂŠn godheid is, God, en dat Mohammed zijn profeet en boodschapper is. Centraal in de islamitische omgang staat het Goddelijke. Zo zal op een verwachting voor de toekomst het Insha'Allah (als God het wil) klinken, waarop men eveneens antwoord met insha'Allah. Op grond van de Koran behoort men de gasten op zeer goede wijze te behandelen. Daarnaast wenst men elkaar bij begroeting de vrede toe. Deze wordt steeds in het Arabisch uitgesproken met de woorden 'assalam alaikum' (vrede zij met u) of kortweg 'salam' (vrede), waarop de aangesprokene minstens antwoordt met 'wa-alaikum assalam' (en met u de vrede) of kortweg 'salam' (vrede) of 'wa-alaikum' (en met u).

HUIDIGE GELOOFSINVULLING VAN EEN MOSLIM Moslims verschillen van elkaar in de manier waarop men de moderniteit en verlichtingswaarden met de aanhankelijkheid aan de islam als geloof en de islamitische manier van het leven in overeenstemming brengen. Er is onderscheid tussen moslims die hun leven willen leven zoals de eerste drie generaties van de islam en zij die tot doel hebben om de islam te herinterpreteren in het licht van de vragen en uitdagingen van deze tijd. Islamisme is een relatief nieuwe term voor een reeds sinds het ontstaan van de islam bestaande stroming die de orthodoxe zienswijze als originele, authentieke vorm van de islam ziet en die andere vormen van de islam als bedorven en illegitiem ziet. Zij staat een rigoureuze, hernieuwde toepassing van de Koran en de religieuze wetten voor. Deze niet-geestelijken passen de islamitische wetten echter toe zonder de islamitische leermeesters te consulteren. Zij erkennen de tafsir die in de loop der eeuwen door islamitische juristen werden gemaakt, niet.[2] In tegenstelling hiermee zien veel meer vrijzinnige moslims de integratie van moderne verlichtingswaarden als verenigbaar met het oorspronkelijke theologische programma waarop de islam werd gebaseerd. Tussen deze twee meningen kan men een breed spectrum van manieren van geloven vinden.


12 / 14

Moslims in de westerse wereld houden vaak vast aan gebruiken uit het land van oorspronkelijke herkomst. Niet altijd zijn deze gebruiken onderdeel van de islam, maar onderdeel van de volksislam of van tradities. Voor sommige niet-moslims kunnen deze gebruiken en andere onderdelen van de islam een islamofobische reactie oproepen.

MOSLIMS IN EUROPA In Europa komt de islam na de christelijke religies op de tweede plaats. Er zijn grote autochtone moslimminderheden op de Balkan en in andere Oost-Europese landen. In West-Europa bestaat de meerderheid van moslims uit migranten uit islamitische landen en hun nakomelingen. Deze migranten kwamen in de jaren '60 en '70 naar West-Europa als gastarbeider, vooral uit Turkije en Marokko. Door gezinshereniging en gezinsvorming ontstonden na 1975 grote moslimgemeenschappen in West-Europa. Frankrijk heeft in West-Europa de meeste moslims, gevolgd door Nederland, Denemarken, Zwitserland en Duitsland. Frankrijk: 9,5%, Nederland: 5%, Denemarken: 5%, Zwitserland: 4%, België: 4%, Duitsland: 4%, Vererenigd Koninkrijk: 3%, Spanje: 2% en Italië: 1,5%.

RIDDA Ridda (Arabisch: ‫دادترا‬, irtidād of ‫ةدر‬, ridda) is een term voor wanneer een moslim formeel afstand doet van de islam. Het is een theoretisch-juridische kwestie of geloofsafval binnen de islam bestraft wordt volgens een vaste straf (hadd). Volgens het merendeel van de islamitische fiqhgeleerden en theologen verdient een moslim die van het geloof afvalt de doodstraf, maar men verschilt van mening of dit gepleegde feit wel voldoende is om een oordeel te vellen en uit te voere. Doorgaans moet eerst geprobeerd worden de afvallige terug te brengen tot het geloof. In tegenstelling tot diefstal of ontucht is ridda omkeerbaar, waarvoor dan geen vaste straf gegeven kan worden. Een afvallige dient zijn leven lang geadviseerd te worden terug te keren naar de islam, behalve als deze zich agressief ten opzichte van de islam opstel. Een moslim zal zich dan eveneens vijandig opstellen tegenover de afvallige, maar zelfs dat is controversiee. Er zijn verschillende manieren binnen de islam om in ongeloof te vervallen. Dit kan geuit worden door o.a. uitlatingen of handelingen. Een aantal mogelijkheden zijn:


13 / 14

1. Shirk plegen, het gelijkstellen van iets of iemand aan God, de grootste zonde binnen de islam, 2. Gods Heerschappij verwerpen of Zijn Eenheid, 3. Een Eigenschap van God verwerpen, 4. Eén of meerdere van de islamitische Heilige Boeken of boodschappers verwerpen, 5. God of Mohammed beledigen, 6. Iets dat haram verklaard is proberen toegestaan te maken, 7. Een verplichting van een van de vijf zuilen verwerpen of erover twijfelen, 8. Twijfelen aan de getrouwheid van een van de profeten, 9. Twijfelen aan de Dag des oordeels, 10. Neerbuigen voor iets of iemand anders dan God.

OPENBARINGEN EN HADITH De strafbaarheid op geloofsafval is terug te voeren op de eerdere Boeken die moslims als openbaringen van God beschouwen. Hoewel de Koran geen vergelijkbare ayaat kent, is de strafbaarheid van ridda in een Hadith van Bukhari vastgelegd: Wie zijn religie verandert, vermoord hem. Daarnaast is er een overlevering bekend die zegt: Wie ook zijn religie verandert, zal buitengesloten worden. Een derde Hadith luidt: Als een man van religie verandert en tegen de moslims handelt, moet hij gedood worden. De Koran maakt slechts melding van een bestraffing in het Hiernamaals. Soera De Koe 114: …Er is schande over hen in deze wereld en er zal een grote straf voor hen zijn in het Hiernamaals. Aya 256 in dezelfde soera begint met Er is geen dwang in de godsdienst. Soera De Tafel 32 stelt zelfs in dat licht ...dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood...

GESCHIEDENIS VAN DE RIDDA Ridda gaat terug op de tijd van Mohammed. Doordat de moslims in Medina recht tegenover de polytheïstische Mekkanen stonden, gold geloofsafval als desertie in oorlogstijd. Ook tijdens de vroegste expansie van de islam bleef het gelden als desertie en werd met de dood bestraft. Abu Hanifa van de hanafitische madhhab was van mening dat als een vrouw van geloof veranderde dat zij met rust gelaten moest worden. Indien zij de rest van haar leven ongelovig zou blijven, zou de bestraffing na de dood volgen. Een man


14 / 14

loopt een politiek risico door afvalligheid van de islam, maar begaat pas een misdaad, indien hij probeert de staat over te nemen en de islam omver te werpen. AlAwzayy, een tijdgenoot van Abu Hanifa, was van mening dat zowel mannen als vrouwen de tijd moesten krijgen om terug te komen van hun dwaling, op voorwaarde dat er geen plannen tot een staatsgreep waren.

HEDEN Omdat er geen centraal islamitisch leiderschap is, is er ook geen eenstemmig toegelaten methode om te bepalen wie iemand tot een geloofsafvallige verklaart. Dit gebeurt dan middels een fatwa, een religieuze uitspraak voor normaliter een beperkte groep. Zo sprak Ayatollah Ruhollah Khomeini een fatwa uit over Salman Rushdie na zijn omstreden boek De Duivelsverzen vanwege zijn afvalligheid. In het boek zou Rushdie laten blijken niet meer in de islam te geloven. Khomeini riep alle vrome moslims op om de schrijver ter dood te brengen, alsmede de uitgevers van het boek. Diverse rechtsgeleerden (oelema) in onder andere Egypte en Saoedi-Arabië oordeelden echter dat de fatwa onislamitisch was. De fatwa werd door 48 van de 49 landen van de Islamitische Conferentie een maand later verworpen. Sommige extremistische moslims verklaren elke moslim die zich niet aan de volgens hen gangbare opvattingen tot takfir. Bekend is de ideologie van de organisatie Takfir wal Hijra. Deze organisatie beïnvloedde ook de Nederlandse Hofstadgroep, die ook alle moslims die niet leefden volgens hun opvattingen tot afvalligen verklaarden. Na de Koeweitoorlog verklaarde de Wahhabistische geestelijke sjeik Hamoud bin Oqla al-Shuaibi, een van de hoogste geestelijken van Saoedi-Arabië, het Huis van Saoed tot afvalligen, vanwege hun steun aan de Verenigde Staten. In mei 2006 stelden de imams van Milli Görüs Nederland dat geloofsafval in de islam wel is toegestaan. Dit standpunt kan als zeer uniek worden beschouwd. De officiële godsdienstige adviseur van de Egyptische regering, grootmoefti Ali Gomaa, liet in de zomer van 2006 op een website van de Washington Post en Newsweek geschreven dat moslims een andere godsdienst dan de islam kunnen kiezen. Deze fatwa kreeg veel aandacht in de Egyptische pers.


Islam