Issuu on Google+

NulNumme

r / Herfst 2011 / €10.0 0

m

et

oel — Daan Heer m rt B av Ge an

lit er ai r tij ds ch ri ft

s—

e phn Da

Huisden — Ma s

k

os

De mIsluK– KING

V

n — Jan Jaap Lane van n j i p de Pe rW —

al

si

h H ut a


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

De 118 personen die de mislukking afwendden * AAFKE BEUKEMA TOE WATER AD PONTIER ADRIAAN WOUTERS ANGELIKA LUKAS ANITA MOOIWEER ANITA VAN OMMEREN ANNE MARGRIET VAN DAM ANNEMIEK DE GROOT ARENT BENTHEM ARNOLD VAN BRUGGEN ARTHUR BOLI BART ZANTMAN BEN ALOYSIUS LOERAKKER BOY VAN DIJK BRECHJE ASSELBERGS CALLIOPE DEN OUDEN CARIN DONK CAROLINE VAN DER LEE CASPAR ONG CHRISTINE DE JONG CLAUDIA DE GRAAF DAVID RÖLING DICK MOLENAAR EDDY STIKKELORUM EDWIN SMET ELS KLOEK ERIC GROB ERIK PIETERS ERIK VAN BRUGGEN ERNST - JAN PFAUTH

EVELIEN VAN ROEMBURG FLOOR RUSMAN FONS HOFHUIS FOR PEOPLE COMPANY FRITS ROVERS GEORGINA VIEANE GERARD J. WALHOF GERDIEN VERSCHOOR GERIE GROOT - VISSER GUIDO VAN DER WEDDEN GUY BRAUN H.Q. RÖLING HANNIE ROUWELER HANS KLIS HARRY HUMMEL HEIN VERWER HELMKE VAN GEEL HENRI DRION INGRID VAN DER MEULEN JAAP STRONKS JAN LOERAKKER JAN VAN DUIJVENDIJK JEAN-PAUL SCHADDÉ VAN DOOREN JELTJE ZIJLSTRA JESSE KUIPER JOOST DE VRIES JOUKE TURPIJN JUSTINE LEENARTS KARIN HORST KHO-MAAS

KLAAS FRIS KLAAS SCHIPPER LEBOWSKIACHIEVER LES OISEAUX DE MERDE LIESBETH ROSENDAAL LOUIS STILLER LOUK DE BRUIN LUCAS WENNIGER MARIA HOLTROP MARIANNE JAARSMA MARJOLEIN KAMPSCHREUR MARK MALEVIC MARLI HUIJER MARTIN BRESTER MARTINUS RICHARDUS MARKIES VAN HET REVE MEREL PIT MEREL ROOLVINK NATHAN SCHOUTEN NATHANIËL BOVIN NIEUWEBOEKEN.INFO NOP MAAS PAUL KOOPAL PAUL POLLMANN PAUWEL WIERTSEMA PEPERMUNT.NET PETER-JAN SOETERS PHILIP ROMER PIETER BONTE & DORUNTINA ISLAMAJ R.F. RINNOOY KAN

R.J. VAN BOVEN REINJAN MULDER ROBBERT VAN DER MEI ROBIN SIEPE ROSANNE VAN ASPEREN DE BOER ROY CREMERS RUUD HORTENSIUS SAM VAN GOOL STEPHANIE DELBECQUE SOPHIE SCHOLTENS STEFFY ROOS DU MAINE STERRE JONGERIUS STUDIO VRUCHTVLEES TENPAGES THIJS BOGERS THIJS KLEINPASTE THOMAS VAN NEERBOS TIJMEN BROMMET TIJMEN RÜMKE TIJN WIERDA TJEERD POSTHUMA TOM SMINK VANINA RÖLING VEERLE CORSTENS VINCENT ALBERSE WILLEM DUDOK WILLEM HAFFMANS WRITERSPLAZA YUKI KHO

*  H E T N U L N U M M E R VA N DA S M AGA Z I N W E R D G E F I N A N C I E R D D O O R C ROW D F U N DI N G O P VO O R D E K U N S T. N L .

3


DAS

MAGAZIN

T De

#0

h

e

DE

MISLUKKING

m a : Mislukking PAG I N A 7

ZACHT

LITERAIR

WERELDNIEUWS

OVER TIJD IN PARIJS EN NEW YORK Pol van de Wiel, Lynn Berger

PAG I N A 8

S

U

C

C

E

S

V

E

R

H

A

L

“ALS EDWIN MET ZIJN STRANDVRIENDEN IN DE ZAAL ZOU ZITTEN, ZOU IK ZIJN HOFNAR ZIJN.” Een briefwisseling tussen Daan Heerma van Voss & Jan Jaap van der Wal

E

N

PAG I N A 1 3

DE

OPLICHTER

“OP MIJN HOOFDKUSSEN HAD MEN EEN KAARTJE IN DE VORM VAN EEN GESTILEERDE VIOOL GELEGD, MET DAAROP ‘WILLKOMMEN, MUSIKER!’” Gert Boel

PAG I N A 2 0

LANG

LEVE

DE

VERNIELING

“DRIEWERF HOEZEE” Pepijn Lanen

PAG I N A 2 1

DE

FRAGIELE

ZIEL

“IN AL HUN VERSCHILLEN EN GEBREKEN WAREN ZIJ ALLEN HETZELFDE.” Massih Hutak

S P E C I A L E B I J L AG E

M

A

A

N

S

P

R

“ALLEEN DE KONINGIN MAG ME RUIKEN.” Daphne Huisden

4

O

E

T

E

N


DAS

MAGAZIN

#0

A u t e u r s

DE

MISLUKKING

LYNN BERGER (1984) is het nog steeds niet gelukt om helemaal van haar faalangst af te komen. Op www.lynnberger.nl staat haar verzameld werk.

GERT BOEL (1984) deed zich ooit als Iggy Pop voor om op Kermis Deftinge vrouwen aan de haak te slaan, maar werd door een meute woedende kettingzwaaiende mannen in een vlaggenmast gejaagd, waar hij nog een halfuurtje ‘Lust for Life’ kreunde voor zijn vingers verkrampten. Meer van die ondernemingen op rancunemetbruinesuiker.blogspot.com.

DAAN HEERMA VAN VOSS (1986) dacht ooit dat ze echt van hem hield. De schrijver van de roman Een zondagsman heeft, om het goed te maken, een website laten maken. Zijnnaampuntenel.

DAPHNE HUISDEN (1988) probeert in de waan te blijven dat kettingroken ook een vorm van conditietraining is en liegen niet meer dan een gezelschapsspel. Voor meer leugens: www.allesisaltijdfictie.nl.

MASSIH HUTAK (1992) heeft nooit z’n vwo kunnen afmaken, is schrijver van Toen God nog in ons geloofde en twittert als @KidsonJones.

PEPIJN LANEN (1982) is bon-vivant levensgenieter, tekstenonthouder en namenvergeter, nooit te beroerd om in kennelijke toestand op een feestfoto te verschijnen. Twittert als @faberyayo.

JAN JAAP VAN DER WAL (1979) is mislukt voetballer en bijna mislukt cabaretier. Das Magazin moet de doorstart van zijn carrière worden. Daarenboven: www.facebook.com/ janjaapvanderwal.

REDACTIE GRAFISCH ONTWERP

POL VAN DE WIEL probeert zich al jaren tevergeefs als fietser in Parijs niet te ergeren aan het rijgedrag van de automobilisten. Hij doet daar zijn master ‘Etudes politiques’ en facebookt onder de te verwachten naam. (1985)

Toine Donk, Daniël van der Meer. Studio Vruchtvlees — www.vruchtvlees.com Michael Danker, Rindor Golverdingen & Roman Stikkelorum.

Das Magazin (ISSN 2212-2117) wordt vier maal per jaar uitgegeven door Babel & Voss Uitgevers, Oudezijds Voorburgwal 129 III, 1012 EP te Amsterdam. FOUNDING FATHERS

Brechje Asselbergs, Aafke Beukema toe Water, Arnold van Bruggen, Erik van Bruggen, Studio Vruchtvlees, Jan van Duijvendijk, Marli Huijer, Yuki Kho, Kho-Maas, Hans Klis, Mark Malevic, Ernst-Jan Pfauth, Tjeerd Posthuma, Martinus Richardus Markies van het Reve, David Röling, Peter-Jan Soeters, Jouke Turpijn, Joost de Vries, Guido van der Wedden en Tijn Wierda.

Alle inhoud © 2011 Das Magazin en de auteurs. info@dasmagazin.nl W W W. DA S M AG A Z I N . N L

5


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

— DAS MAGAZIN OMHELST EEN GOED SCHRIJVER MET TWEE ARMEN — — DAS MAGAZIN HEEFT ALTIJD EEN GOED VOORKOMEN — — DAS MAGAZIN HERKENT EEN AUTEUR NIET AAN ZIJN KROONTJESPEN — — DAS MAGAZIN BEDRUIPT ZICHZELF — — DAS MAGAZIN LAAT DE VERBEELDING VIEREN —

DIT IS HET NULNUMMER VAN DAS MAGAZIN nul·num·mer het; o -s exemplaar van een nieuw tijdschrift, dat als proef het licht ziet vóór het verschijnen van het eerste - volledige - nummer

Das Magazin zal vier keer per jaar uitkomen, iedere keer met een thema. Het eerste nummer verschijnt in december 2011. Naast de voortzetting van de briefwisseling tussen Jan Jaap van der Wal en Daan Heerma van Voss en de kroniek Zacht Literair Wereldnieuws kun je een hoop meer verhalen, rubrieken en essays verwachten – al wat onze interesse wekt.

6


DAS

MAGAZIN

#0

Zacht w e r n i e

DE

MISLUKKING

literair e l d u w s

ZACHT

LITERAIR

WERELDNIEUWS

EMBARRASSMENT – TIEN JAAR TE LAAT Lynn Berger Nazomerzonlicht maakt Manhattan van zilver, en de stalen constructie van de toren-in-wording telt al 78 verdiepingen. De glazen pui die World Trade Center One – de Freedom Tower – uiteindelijk moet bedekken reikt tot de 49e verdieping en haalt het raamwerk langzaam in. De glaspanelen weerspiegelen de lucht boven Ground Zero. Ze maken van de façade een onzichtbaarheidscape, afwezig door aanwezigheid – een beetje als de beroemde 9/11-cover van The New Yorker, alleen is Art Spiegelmans zwart nu een sprankelend blauw. Toeristen op Church Street fotograferen de incomplete toren, hun blik naar boven, hun rug naar de begraafplaats van St. Paul’s Chapel: de begraafplaats die, zo meldt het bordje tegen het gietijzeren hek, een ‘Survivor of the Terrorist Attacks of September 11, 2001’ is. Aan een spijl van het hek bungelt een groene ballon aan een geel lintje. De ‘M’ van McDonald’s die erop staat, laat zich nu lezen als een ‘W’. Het is tien jaar later, en eindelijk is Ground Zero geen gapende bouwput meer maar een construction site waar iets verrijst. Een kilometer noordwaarts, in een boekhandel in SoHo, leest schrijfster Amy Waldman voor uit The Submission, haar debuutroman. The Submission gaat over de lege plek die Ground Zero lang was – een ‘embarrassment’, zoals een van haar personages de leemte noemt. Haar boek draait om een fictieve ontwerpwedstrijd voor een monument op de plek van de aanslag. De winnaar blijkt Moslim, alle hel breekt los. Het publiek in de boekhandel bestaat hoofdzakelijk uit vrouwen van dertig-en-een-beetje. Een verdwaalde, Californiësque hunk en een man met kort grijs haar, die in de hoek wil zitten omdat hij ‘eerder weg moet’, zorgen voor het testosterongehalte. What does it all mean? zou Jack Gladney uit Don DeLillo’s White Noise zich bij deze vrouwelijke overmacht hebben afgevraagd. Ik niet: de jaren tachtig zijn voorbij, er is genoeg geïnterpreteerd. Waldman draagt een zwarte jurk en rode sleehakken en vertelt over haar schrijfproces. Over de eerste versie die 800 pagina’s lang was, en over Lucy, een personage dat maar niet wilde kloppen. ‘Tot ik op een dag in de metro zat en ineens begreep wat Lucy mankeerde: ze was eigenlijk een man!’ Waldman doopte Lucy om tot Sean, herschreef zijn scènes, vermoordde 500 pagina’s aan schatjes, en het resultaat, na jaren ploeteren, is een roman die door de literaire kritiek is verwelkomd als een zoon die na jaren terugkeert van het front, een dochter die alsnog onder het puin vandaan komt – en met een verschijningsdatum die publicitair gezien niet beter had kunnen vallen. Een paar weken later, op 11 september 2011, zal aan de voet van WTC1 het échte Ground Zero monument onthuld worden en zal de ‘embarrassment’ eindelijk voorbij zijn. Fictie speelt haasje-over met de werkelijkheid. De skyline van Manhattan is een schouwspel van torens die verdwijnen, verschijnen en weer lijken op te lossen; en in Soho signeert een schrijfster haar monument van papier.

ONSTERFELIJK – 13 MINUTEN TE LAAT Pol van de Wiel Je moet maar durven. Toegegeven, hij had een reputatie op het gebied van laat komen. Op 16 juni jongstleden mocht de 70-jarige Waalse schrijver François Weyergans, klokke 15u, zijn inaugurele rede houden op het Institut de France, het monumentale paleis aan de Seine waar de Académie française zetelt. Alleen, om 15u geen Weyergans. Een absolute primeur in het eeuwenoude bestaan van de Académie. In maart 2009 was hij al verkozen als een van de veertig ‘onsterfelijken’ van de Académie Française – zij mogen na de dood van een van hen gezamenlijk een nieuw lid kiezen. Een indrukwekkender en met meer rituelen omgeven onderscheiding is er niet in geletterd Frankrijk. De in 1635 door kardinaal Richelieu opgerichte Académie waakt over de Franse taal en verleent mecenaten: ze kent jaarlijks zestig literaire prijzen toe. Dat Weyergans pas ruim twee jaar na verkiezing zijn inaugurele rede hield, kwam doordat de voorbereiding van een lofrede op zijn voorganger, een verplicht onderdeel van de inauguratie, niet wilde vlotten. Waarschijnlijk niet tot verbazing van zijn uitgevers, die al vaker tevergeefs op manuscripten wachtten. Het instituut wacht echter op niemand. ‘Monsieur, vous êtes là,’ ving aldus collega-académicien Erik Orsenna zijn antwoordrede aan. Dit tot niet onderdrukt vermaak van de genodigden: ‘là’ was Weyergans juist niet. Om 15.13u, Orsenna had zijn antwoord bijna afgerond, kwam ‘le nouvel impétrant’ dan toch aan, zich met gezwinde spoed naar zijn plaats begevend. Weyergans mocht alsnog spreken en maakte zijn (wellicht al ingecalculeerde) laatkomen goed met een flatteuze lofrede op elk van de académiciens, een exercitie die literair blogger Pierre Assouline typeerde als ‘bloemlezing van strooplikkerij’ door ‘le Woody Allen belge’; de Waalse romancier komt namelijk niet alleen structureel te laat, hij geniet ook een bijzonder knullig voorkomen. Denk bij dit alles overigens niet dat het hier een mislukkeling betreft. Weyergans stond in zijn jeugd onder invloed van Jean-Luc Godard en had voor hij zich vanaf 1981 volledig op de literatuur stortte al een cinematografische oeuvre van vijftien films op zijn naam. Die toewijding aan de literatuur belijdt Weyergans overigens ietwat apart: het verhaal wil dat Weyergans zich ’s avonds om elf uur aan het schrijven zet, tot twaalf uur ’s middags de dag erna. Met zijn roman Trois jours chez ma mère kaapte hij in 2005 Frankrijks meest prestigieuze literaire prijs, de Prix Goncourt, weg voor Michel Houellebecq (met La possibilité d’une île). Niet gek voor iemand die nooit op tijd is.

7


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

Een briefwisseling tussen Daan Heerma van Voss en Jan Jaap van No.6der Wal

8

SUCCESVERHALEN


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

Iemand schrijven is hem (vaker een haar) in vertrouwen nemen, om dit vertrouwen daarna onherroepelijk te schaden. Dat je het weet. Ik schrijf omdat ik niet durf te bellen. Uit respect en niets dan respect schrijf ik deze brief broodnuchter, al druist het in tegen mijn principes. Ik zit met vragen, JJ, gesteld en onbeantwoord gelaten door mijn vrienden en mijzelf, vragen die me onrust baren, overdag en ’s nachts, wakend en slapend. Ik ben vijfentwintig geworden. Een leeftijd waarop het leven uit meer begint te bestaan dan uit een leuk vriendinnetje, het uitblijven van constipatie en iedere avond een lapje suddervlees. Dat meer noemen wij, bij gebrek aan beter, succes. De vraag naar wat succes echter precies is, zo abstract geformuleerd, lijkt me onmogelijk te beantwoorden. En in een strikt individuele zienswijze (‘gewoon, gelukkig zijn’) is niemand geïnteresseerd. Wel zou je kunnen vaststellen dat degenen die nadenken over deze vraag over het algemeen te veel tijd omhanden hebben, of niet geloven in masturberen of lezen. Ze geloven in ‘The Secret’. Boeken, dvd’s, cd’s; er gaan honderden miljoenen om in het speculeren over (en in) succes. Succeshandelaren boezemen mij angst in. Ik vertrouw ze niet. Ze zijn te vergelijken met die lui van de kamasutrabeurs: als ze echt zo van billen houden, waarom besteden ze dan hun tijd en aandacht aan het organiseren van kutbeurzen in de RAI? Als ik ergens in geloof, is het in goeroes van mislukking. Ik ben volgzaam. Ik misluk graag en veel. Men zou er een zeker talent in kunnen zien. Daarover schrijf ik jou, Jan Jaap, uitgerekend jou zou ik willen zeggen. Maar dan zou ik liegen. Je bent een van de weinige Bekende Nederlanders die mijn noodlottige verhuizing van Amsterdam-Centrum naar AmsterdamCentrum heeft overleefd. Jan Jaap, jij kent succes, maar geloof je in mislukking? Er zijn mensen die het leven als een soort kunst zien – als je ze kent, geef ze aan. If true, kan men dan even glansrijk falen als slagen, kan de mislukking, mits goed en systematisch doorgevoerd, even schoon zijn als succes? Een vriend van mij, van wie ik soms vermoed dat het een eikel is, definieert succes als ‘dat mensen weten wie je bent’. In dat geval ben jij succesvoller dan ik. Laten we voor het gemak aannemen dat dat zo is. Betekent het tegenovergestelde — dat mensen jouw kop zien zonder hem te kunnen plaatsen, of erger: zonder hem precies te kunnen plaatsen — dan ook dat je gefaald hebt, mislukt bent? Zou je balen als mensen vroegen of je Thomas Acda bent? Je merkt: mislukken ligt me na aan het hart. Je zou me kunnen zien als een verdediger van het genre. Een soort wreker. Zonder mislukking zijn wij niets. Zonder succes kunnen wij nog alle kanten op. Alle goede literatuur gaat over mislukking, het ene boek explicieter dan het andere. De schrijver die geen oog heeft voor falen, voor de angst ervoor of de verlokking, en bovenal het wonderbaarlijke niet-verliezen van de moed, die heeft mijns inziens weinig aan de wereld toe te voegen. Angst en medelijden, volgens Aristoteles de ingrediënten van een goede tragedie, zijn tevens de belangrijkste componenten van het leven zelf. Succes is leuk, maar in godsnaam, niet te veel en niet te lang. Hetzelfde geldt voor ostentatief gelukkig zijn. Geluk is toegestaan, mits

9

SUCCESVERHALEN


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

beoefend in de beslotenheid van het eigen huis. Maar nu. Waarom mislukken het slagen verder voorbijstreeft is de humor. Er is niets grappigs aan iemand met succes. Ik moet denken aan de clown Bassie (zonder schmink) die ik ooit woest zag toeteren omdat het invalidenwagentje voor zijn jeep stapvoets reed. Bassie had haast. Bij het voorbijrijden schold hij de desbetreffende invalide vervolgens uit voor ‘kankermank’, ik weet het nog goed, ik was elf, twaalf misschien, en tegen wil en dank een trouw kijker. In Bassies demasqué lag voor mij tevens zijn rehabilitatie: zelden heb ik zo gelachen, laat staan om hem. Humor bestaat bij de gratie van tragiek. Wanneer mensen falen, wanneer ze zichzelf verliezen in vernedering, dan zijn ze op hun menselijkst. Zodra mensen succes hebben, ons dagelijkse gekrabbel op de aardbodem ontstijgen, verliezen ze in zekere zin hun menselijkheid. Succes brengt in eerste instantie liefde voort, of bewondering. Deze zal echter altijd omslaan in haat, woede, en begrijpelijke jaloezie. Niets brengt de goegemeente zoveel plezier als een held die van zijn troon stort, een engel die valt. Mislukking is wat succes zijn smaak geeft, in de woorden van Truman Capote, al was dat in het Amerikaans, en met een nichterig accent. Ik zie mijzelf graag als een gevallen held (geen engel). En weinigen zullen tegenspreken dat ik hilarisch ben, zowel in karakter als in gedrag. (Mijn verschijning daarentegen schijnt iets weemoedigs te hebben.) Mijn meest recente mislukking lag in de liefde. Met een petitie heb ik geprobeerd mijn ex-vriendin en Grote Liefde terug te krijgen, ach, je weet er alles van — je hebt ook getekend, in dat chique hotel met Sylvie Van der Vaart aan de muur, we dronken koffie en sap, ik gaf je mijn nogakoekje. Na de petitie heb ik bij een middelgrote hamburgerketen de maandburger naar haar laten vernoemen. Noch haar naam op een stuk vlees, noch die van al die anderen op papier, hebben haar bij me teruggebracht. Maar de mensen vonden het prachtig, ze lachten, vonden mijn pogingen even zielig als vermakelijk. En nu schrijf ik erover. Om geld te verdienen, de wreker is een venter geworden. Ik leef van mijn falen – pap en bonen. Jan Jaap, als ik ooit de textuur van het slagen proef, zou ik het dan herkennen? Als ik misluk tot ik gelukkig ben, lach jij dan met me mee?

Yours truly, Daan Heerma van Voss

10

SUCCESVERHALEN


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

Dank je vriendelijk voor je brief. Ik heb hem met grote belangstelling en in compleet broodnuchtere toestand gelezen. Weet dat je me altijd kan bellen. Niet alleen met verhalen over Bassie – ik kom daar later nog op terug –, maar ook over je pogingen de mislukking tegen te gaan. Eerlijk is eerlijk, je hebt mij geschreven omdat dat nu eenmaal de afspraak is met Das Magazin. Je kunt die nieuwbakken literaire hemelbestormers, wanneer ze je vragen of je het met mij nog hebt gehad over ‘succes’, moeilijk zeggen: ja joh, we hebben een uur met elkaar gebeld en ik ben eruit, ik word succesvol. Nee Daan, wij gaan via Das Magazin antwoorden vinden. En het antwoord op de vraag ‘wat is succes?’ zal verbluffend eenvoudig zijn. Ik merk uit je brief dat je vrolijk wordt van Bassie en dat je irritatie voelt over de Kamasutrabeurs. Laat me je eens wat vertellen over de Kamasutrabeurs, of liever gezegd: over de mensen die de Kamasutrabeurs bezoeken. Het zijn succesvollere mensen dan jij. Absoluut. Zij ontberen een gevoel van schaamte en koesteren dat als een bezit. Ik moest als puberende jongen aan mijn trekken komen met een televisiekanaal waar in theorie seksfilms op te zien waren, maar dat in de praktijk een potpourri van testbeelden, sneeuw, schokkerige zwart-witbeelden en onduidelijk gekleurde vlakken uitzond. Als je het lang genoeg aan liet staan, kon je soms net een tiet zien. De frustratie, het onrecht dat mij door de kabelmaatschappij werd aangedaan – ik kon me er moeilijk bij neerleggen, maar ik heb er ook nooit openlijk over geklaagd. Deze mensen, Daan, denken gewoon: ik ben geil, ik ga naar een beurs. Een beurs met andere geile mensen en we zien wel waar het schip strandt. Schaamteloosheid is een ferme stap voorwaarts op de weg naar succes. Ooit zat ik aan het ontbijt in een ongezellig grote kantine van een matig gewaardeerd hotel in Maastricht. Een paar tafeltjes verderop zat Bas van Toor – want zo heet Bassie zonder schmink – te ontbijten met zijn vrouw. Op een gegeven moment kwam een voetbalteam dat daar had overnacht de ontbijtzaal in lopen. Het complete elftal herkende, op hetzelfde moment, Bassie. Een van hen, waarschijnlijk de aanvoerder, riep ‘Hé Bassie!’ de ruimte in. En in plaats van vriendelijk te knikken, wat een clown in ruste op zo’n moment behoort te doen, stond Bassie op. Pontificaal, dat was het. Hij begon beschamend hard te nephuilen en blèrde de gevleugelde woorden: ‘Jullie mogen me nie plagen, miedemiedemiedemiehie.’ Het gezicht van mevrouw Van Toor, waar een mengeling van afschuw en berusting vanaf straalde, staat me nog helder voor de geest. Ook Bassie is succesvol, Daan. Het verschil tussen jou en Bassie is dat jij jezelf ziet als een gevallen held. En dat terwijl jij nog niet eens een held bent. Het cement voor jouw sokkel zit pas net in de molen. Natuurlijk, ook ik vind je hilarisch en je verschijning is op een goede manier weemoedig en ja, je citeert Truman Capote en je hebt de naam van je ex op een hamburger gekregen, dat is allemaal waar, maar je laat je uit het veld slaan door mensen die hun leven zien als een kunstwerk, door vrienden die misschien eikels blijken te zijn en door Aristoteles. Je zou een perfect filmpersonage zijn, maar waar is de film? Ik ben, als ik eerlijk ben, geen haar beter. Sinds kort doe ik twee uur per week aan

11

SUCCESVERHALEN


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

kickbokstraining. Want succes krijgen is een ding, aan de top blijven is heel wat anders. Bon, ik train met vier andere jongens die je om verschillende redenen succesvol zou kunnen noemen, en het zijn geen eikels. Zo eens in de maand, als het hem uitkomt, traint er een andere jongen mee. Laten we hem voor het gemak Edwin noemen, want zo heet-ie ook. Edwin is een surfdude, Edwin fascineert mij. Naast het feit dat hij een groot, goed gespierd lichaam heeft en een gezonde teint en ik niet, is het ook een jongen die, als de zon schijnt, lekker naar het strand gaat. Ik kan dat niet. Ik sta eerst een uur in de file en daarna lig ik in de buurt van een keet waar ze kibbeling aan het bakken zijn. Maar ik geloof hem. Ik denk dat hij echt lekker naar het strand gaat. Hij doet wat met pandjes en werkt anderhalve dag in de week. Hij heeft een jong vriendinnetje – want dat geeft geen gedoe – en vrienden die hem voor zijn verjaardag ooit een zingende dwerg bezorgden. En sinds die ene ochtend dat hij rechtstreeks vanuit de Bastille naar boksles kwam en mij nog steeds ruimschoots de baas was, ben ik eigenlijk ziekelijk jaloers. Een wetenschapper op het gebied van voortplanting vertelde mij laatst dat, omdat wij als mens de Savanne definitief ontgroeid zijn en we ons nu in een urbane omgeving moeten voortbewegen en voortplanten, het recht van de sterkste aan het veranderen is in het recht van de mooiste. In de grootstedelijke jungle biedt schoonheid de grootste kans op overleven. Nog specifieker: vrouwelijke schoonheid. Twee mooie mensen krijgen tegenwoordig statistisch beschouwd eerder een meisje dan een jongen. Alles wordt anders. Sylvie van der Vaart moet saaie hotellobby’s opfleuren. Dit is de natuur. Soms vraag ik me af of Edwin in de gaten heeft dat-ie evolutionair beschouwd succesvoller is dan ik. Ik denk dat hij zijn leven niet ziet als een kunstwerk. Maar als het een kunstwerk zou zijn, zou dat even adembenemend mooi als intimiderend zijn. Ik heb hem nog niet op mislukken kunnen betrappen. In m’n werk als cabaretier heb ik me weleens superieur gevoeld, ook ten opzichte van de mensen in de zaal. Maar als Edwin met zijn strandvrienden in de zaal zou zitten, zou ik zijn hofnar zijn. Kortom, succes is een afgeleide, het wordt bepaald ten opzichte van het andere. Mijn voorstel is dat we, alvorens we deze briefwisseling voortzetten, een keer gaan boksen of een kind maken bij dezelfde vrouw om te zien wie van ons twee succesvoller is. Dat lijkt me ook ten opzichte van Das Magazin een professionele houding. Yours sincerely, Jan Jaap van der Wal

12

SUCCESVERHALEN


DAS

MAGAZIN

#0

DE

13

MISLUKKING

DE

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

Het hotel waar ik de laatste drie nachten heb geslapen heeft, in fel contrast met de verder schrale inrichting, roomservice. Ik bestel een fles wijn en een fles water. Het kamermeisje, een jonge Roemeense vrouw met een dun stemmetje, mijdt mijn blik en zet de flessen op het lage tafeltje bij het televisiemeubel. Gebogen, achterwaarts wandelend verlaat ze de kamer weer. Ooit bedachten mensen nog voorwendselen om mij in de ogen te kijken, ook als ze niet wisten wie ik was. Ik heb altijd een vreemd, ongerijmd aura gehad. Voor mijn teloorgang werden mensen er door aangetrokken, nu wenden ze hun hoofd af als voor een wansmakelijk verkeersongeval. De wijn is flets. Ik strek me uit op het bed. Het is geweldig dat er in dit hotel niet gerookt mag worden. Dankzij het geurenpalet openbaart de voorgeschiedenis van de kamer zich als een hiëroglief dat langzaam van onder het stof geborsteld wordt. Ik ruik een parfum waarvan ik ooit op internet heb gelezen dat het een van de favoriete parfums van homoseksuelen is. Ik deel mijn kamer met de sporen van een verliefd paartje dat van geilheid een hotel invluchtte. Ach, wat een banale gedachte. Waarom zouden twee homo’s niet gewoon op vakantie kunnen

MISLUKKING

DE

zijn geweest? Zelfs naar dit onooglijk dorp in Thüringen. Niet alleen gecultiveerde vijftigers met bordeauxrode Spitfires gaan op zoek naar rust en levensbeschouwelijke windstilte. Vroeger had ik me niet laten verleiden tot zo’n snel opgetrokken karikatuur, kon ik mensen omvatten als een handschoen, hun karakter tot in de meest onvoorspelbare bochten in kaart brengen. Ik zet het wijnglas op het nachttafeltje, rol me om en ga op mijn knieën zitten. Ik grijp de bedrand vast en probeer me in te leven in de man die genomen werd. Is hij een goedgelovige ziel, dolverliefd op zijn partner en doodsbenauwd dat de romance zou eindigen wanneer zijn lief ’s ochtends in het stortbad uitglijdt en zijn nek breekt, of is hij een achterdochtige piekeraar die elke valdeur in het karakter van de ander probeert te doorgronden? Ik druk mijn hoofd tegen het hoofdeinde aan en vraag me af welke weerslag die geklemde houding heeft op de psyche van de ontvanger. Hoe hij zich ook wentelt, hij voelt zich blootgesteld aan het imminente verraad van zijn minnaar. Verraad: het woord raakt me als een bliksemschicht. Ik knijp mijn ogen dicht en klem mijn tanden op elkaar. Voor mijn geestesoog verschijnt het beeld van mijn misleide kwelgeest. Waar is hij nu? En wat

14

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

vangt hij met mijn geestelijke erfenis aan? Ik laat mij op mijn buik vallen, grijp naast mij op het nachttafeltje en bekijk mijn vervalste identiteitskaart nog een keer. Ik ben er zeker van dat ik door mijn fixatie een voor de hand liggende fout in de vervalsing over het hoofd zie. Ik rol van het bed af, mijn hart slaat snel. Buiten is het donker. De klamme buitenlucht kruipt over het raam, ik zie niets. Ik overdrijf, ik overschat mezelf. Het is onwaarschijnlijk dat de politie nu rond mijn hotelkamer sluipt om op het juiste moment toe te slaan. Nee, ik zal geklist worden door een agent die m a a nsproe t e n ijverig genoeg is om elke dag enkele signalementen Da phne isd en door te nemen en deHu fysieke kenmerken opmerkt die niet te verdoezelen zijn. Hij ziet mij een bakkerij uitwandelen, is bijlage even van verward, volgt me een paar Een speciale Das Magazin stappen en is dan zeker. Hij is niet bang, besluit geen risico’s te nemen en arresteert me ter plekke. Een voorbijganger neemt misschien impromptu een foto, het laatste beeld voor ik uit de samenleving verdwijn is er een van een slordige man met grijze, unheimische ogen die zich gelaten in een politiewagen laat duwen. De Radovan Karadzic van de ziel. De gevangenisstraf zal vooral betreurenswaardig zijn voor mijn voormalige volgelingen. Zij zullen zich nog meer schamen wanneer de kranten hen inpeperen hoe ‘misplaatst’ hun vertrouwen wel niet was. Voor mij verschilt een leven binnen de gevangenismuren in wezen vrij weinig van een leven erbuiten. Na een korte blik door het raam ga ik in de zetel zitten en probeer ik mijn gedachten tot rust te brengen door de gebeurtenissen te overlopen die in deze situatie resulteerden.

MISLUKKING

DE

ik door de gangen, op zoek naar mijn kajuit. Een oude kamerbediende met een paterskapsel en een bedrukte frons hielp me verder. ‘Er wordt hier zeer goed voor u gezorgd,’ zei de ouwe, ‘maar daar raakt u wel aan gewend.’ Hij lachte zenuwachtig. ‘Zo?’ vroeg ik. ‘Ach niets, niets. Deilmann Kreuzfahrten is gewoon een hecht bedrijf. Een goede huisvader, zeg maar. Maar soms wil je wel eens alleen naar de bioscoop kunnen.’ Hij opende de deur van mijn kajuit. ‘Maar ik klaag niet, hoor.’ Ik pakte uit en ging nog even in mijn stapelbed liggen – ik deelde een kajuit met vier andere bemanningsleden. Op mijn hoofdkussen had men een kaartje in de vorm van een gestileerde viool gelegd, met daarop ‘Willkommen, Musiker!’. ’s Avonds na mijn eerste optreden zocht ik paterskapsel, Albert volgens zijn naamkaartje, opnieuw op. Hij stond achter de bar en schonk me met houterige gebaren een gin tonic in. ‘Dus de sfeer kan hier soms wat verstikkend worden?’ begon ik. Albert sprong een beetje achteruit, zoals wanneer er ergens in een lege, nachtelijke steeg een uitlaatpijp knalt. ‘Zo erg is het allemaal niet, hoor. Ik bedoelde gewoon…’ ‘Dat je met plezier je talenten aan Deilmann wijdt, maar dat je soms ook wel eens solo wil dansen? Niet altijd anoniem in lederhose tussen de andere dansers in de Schuhplattler?’ Zijn gezicht klaarde op. ‘Juist, juist, dat bedoelde ik exact.’ De schijn van begrip was voor hem voldoende om te beginnen aan een lang uitgesponnen relaas. Hij was veearts in Beieren geweest, maar, na een spijtig incident met een slecht gesteriliseerde naald die de veestapel van een vrij invloedrijke herenboer gedecimeerd had, in die stiel niet meer aan de bak gekomen. Hij was naar het noorden verhuisd en via enkele omwegen op dit schip terechtgekomen. Een paar keer wilde ik me met een excuus uit de voeten maken, maar het alternatief voor deze conversatie, alleen door de boot dwalen, sprak me slechts weinig aan. Na sluitingstijd kwam Friedrich, de schoonmaker van de luxesuites, bij ons zitten. Hij moet midden in de veertig geweest zijn en mengde zich slechts voorzichtig in het gesprek. Zijn scherpe, grote neus trok een fysieke scheiding tussen de twee helften van zijn gezicht. ‘Heb je al met Alberts lotgevallen kennisgemaakt?’ vroeg de nieuwkomer. Hij knipoogde gemoedelijk naar Albert. Het was moeilijk uit te maken of hij nu met mij of met Albert de spot

Enkele jaren geleden was ik entertainer op een cruiseschip. Veel muzikaal vernuft vergde dat niet. Twee maanden eerder had ik de universiteit definitief de rug toegekeerd. Mijn creativiteit verzoende zich moeilijk met de heetgebakerde devotie waarmee de academische klasse de positivistische rigueur verdedigde. Toen mijn scriptie voor de derde keer met ‘pretentieus en nietszeggend’ werd afgewezen, was de maat voor mij vol. Het was niet uit rancune dat ik een roddel over de seksuele voortvarendheid van de decaan tegenover bepaalde studentes verspreidde – ik vond het voor mezelf nodig om dat instituut met opgeheven hoofd te verlaten. En zo kwam ik op de MS Deutschland terecht, een cruiseschip op de Atlantische Oceaan. Entertainer worden op een cruiseschip is verbazingwekkend gemakkelijk. Een auditie in een troosteloos bureel, met vrij haalbare tegenkandidaten, was de enige vuurproef die ik moest doorstaan. De boot was een onpersoonlijk, modern geval dat naar Zuid-Amerika stoomde. De eerste dag liep

15

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

Het hotel waar ik de laatste drie nachten heb geslapen heeft, in fel contrast met de verder schrale inrichting, roomservice. Ik bestel een fles wijn en een fles water. Het kamermeisje, een jonge Roemeense vrouw met een dun stemmetje, mijdt mijn blik en zet de flessen op het lage tafeltje bij het televisiemeubel. Gebogen, achterwaarts wandelend verlaat ze de kamer weer. Ooit bedachten mensen nog voorwendselen om mij in de ogen te kijken, ook als ze niet wisten wie ik was. Ik heb altijd een vreemd, ongerijmd aura gehad. Voor mijn teloorgang werden mensen er door aangetrokken, nu wenden ze hun hoofd af als voor een wansmakelijk verkeersongeval. De wijn is flets. Ik strek me uit op het bed. Het is geweldig dat er in dit hotel niet gerookt mag worden. Dankzij het geurenpalet openbaart de voorgeschiedenis van de kamer zich als een hiëroglief dat langzaam van onder het stof geborsteld wordt. Ik ruik een parfum waarvan ik ooit op internet heb gelezen dat het een van de favoriete parfums van homoseksuelen is. Ik deel mijn kamer met de sporen van een verliefd paartje dat van geilheid een hotel invluchtte. Ach, wat een banale gedachte. Waarom zouden twee homo’s niet gewoon op vakantie kunnen

MISLUKKING

DE

zijn geweest? Zelfs naar dit onooglijk dorp in Thüringen. Niet alleen gecultiveerde vijftigers met bordeauxrode Spitfires gaan op zoek naar rust en levensbeschouwelijke windstilte. Vroeger had ik me niet laten verleiden tot zo’n snel opgetrokken karikatuur, kon ik mensen omvatten als een handschoen, hun karakter tot in de meest onvoorspelbare bochten in kaart brengen. Ik zet het wijnglas op het nachttafeltje, rol me om en ga op mijn knieën zitten. Ik grijp de bedrand vast en probeer me in te leven in de man die genomen werd. Is hij een goedgelovige ziel, dolverliefd op zijn partner en doodsbenauwd dat de romance zou eindigen wanneer zijn lief ’s ochtends in het stortbad uitglijdt en zijn nek breekt, of is hij een achterdochtige piekeraar die elke valdeur in het karakter van de ander probeert te doorgronden? Ik druk mijn hoofd tegen het hoofdeinde aan en vraag me af welke weerslag die geklemde houding heeft op de psyche van de ontvanger. Hoe hij zich ook wentelt, hij voelt zich blootgesteld aan het imminente verraad van zijn minnaar. Verraad: het woord raakt me als een bliksemschicht. Ik knijp mijn ogen dicht en klem mijn tanden op elkaar. Voor mijn geestesoog verschijnt het beeld van mijn misleide kwelgeest. Waar is hij nu? En wat

16

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

vangt hij met mijn geestelijke erfenis aan? Ik laat mij op mijn buik vallen, grijp naast mij op het nachttafeltje en bekijk mijn vervalste identiteitskaart nog een keer. Ik ben er zeker van dat ik door mijn fixatie een voor de hand liggende fout in de vervalsing over het hoofd zie. Ik rol van het bed af, mijn hart slaat snel. Buiten is het donker. De klamme buitenlucht kruipt over het raam, ik zie niets. Ik overdrijf, ik overschat mezelf. Het is onwaarschijnlijk dat de politie nu rond mijn hotelkamer sluipt om op het juiste moment toe te slaan. Nee, ik zal geklist worden door een agent die ijverig genoeg is om elke dag enkele signalementen door te nemen en de fysieke kenmerken opmerkt die niet te verdoezelen zijn. Hij ziet mij een bakkerij uitwandelen, is even verward, volgt me een paar stappen en is dan zeker. Hij is niet bang, besluit geen risico’s te nemen en arresteert me ter plekke. Een voorbijganger neemt misschien impromptu een foto, het laatste beeld voor ik uit de samenleving verdwijn is er een van een slordige man met grijze, unheimische ogen die zich gelaten in een politiewagen laat duwen. De Radovan Karadzic van de ziel. De gevangenisstraf zal vooral betreurenswaardig m amijn a nsproe t e n Zij zullen zich zijn voor voormalige volgelingen. Da phne Hu isd nog meer schamen wanneer en de kranten hen inpeperen hoe ‘misplaatst’ hun vertrouwen wel niet was. Voor mij verschilt een leven binnen de gevangenismuren in wezen vrij weinig van een leven erbuiten. Na een korte blik door het raam ga ik in de zetel zitten en probeer ik mijn gedachten tot rust te brengen door de gebeurtenissen te overlopen die in deze situatie resulteerden.

MISLUKKING

DE

ik door de gangen, op zoek naar mijn kajuit. Een oude kamerbediende met een paterskapsel en een bedrukte frons hielp me verder. ‘Er wordt hier zeer goed voor u gezorgd,’ zei de ouwe, ‘maar daar raakt u wel aan gewend.’ Hij lachte zenuwachtig. ‘Zo?’ vroeg ik. ‘Ach niets, niets. Deilmann Kreuzfahrten is gewoon een hecht bedrijf. Een goede huisvader, zeg maar. Maar soms wil je wel eens alleen naar de bioscoop kunnen.’ Hij opende de deur van mijn kajuit. ‘Maar ik klaag niet, hoor.’ Ik pakte uit en ging nog even in mijn stapelbed liggen – ik deelde een kajuit met vier andere bemanningsleden. Op mijn hoofdkussen had men een kaartje in de vorm van een gestileerde viool gelegd, met daarop ‘Willkommen, Musiker!’. ’s Avonds na mijn eerste optreden zocht ik paterskapsel, Albert volgens zijn naamkaartje, opnieuw op. Hij stond achter de bar en schonk me met houterige gebaren een gin tonic in. ‘Dus de sfeer kan hier soms wat verstikkend worden?’ begon ik. Albert sprong een beetje achteruit, zoals wanneer er ergens in een lege, nachtelijke steeg een uitlaatpijp knalt. ‘Zo erg is het allemaal niet, hoor. Ik bedoelde gewoon…’ ‘Dat je met plezier je talenten aan Deilmann wijdt, maar dat je soms ook wel eens solo wil dansen? Niet altijd anoniem in lederhose tussen de andere dansers in de Schuhplattler?’ Zijn gezicht klaarde op. ‘Juist, juist, dat bedoelde ik exact.’ De schijn van begrip was voor hem voldoende om te beginnen aan een lang uitgesponnen relaas. Hij was veearts in Beieren geweest, maar, na een spijtig incident met een slecht gesteriliseerde naald die de veestapel van een vrij invloedrijke herenboer gedecimeerd had, in die stiel niet meer aan de bak gekomen. Hij was naar het noorden verhuisd en via enkele omwegen op dit schip terechtgekomen. Een paar keer wilde ik me met een excuus uit de voeten maken, maar het alternatief voor deze conversatie, alleen door de boot dwalen, sprak me slechts weinig aan. Na sluitingstijd kwam Friedrich, de schoonmaker van de luxesuites, bij ons zitten. Hij moet midden in de veertig geweest zijn en mengde zich slechts voorzichtig in het gesprek. Zijn scherpe, grote neus trok een fysieke scheiding tussen de twee helften van zijn gezicht. ‘Heb je al met Alberts lotgevallen kennisgemaakt?’ vroeg de nieuwkomer. Hij knipoogde gemoedelijk naar Albert. Het was moeilijk uit te maken of hij nu met mij of met Albert de spot

Enkele jaren geleden was ik entertainer op een cruiseschip. Veel muzikaal vernuft vergde dat niet. Twee maanden eerder had ik de universiteit definitief de rug toegekeerd. Mijn creativiteit verzoende zich moeilijk met de heetgebakerde devotie waarmee de academische klasse de positivistische rigueur verdedigde. Toen mijn scriptie voor de derde keer met ‘pretentieus en nietszeggend’ werd afgewezen, was de maat voor mij vol. Het was niet uit rancune dat ik een roddel over de seksuele voortvarendheid van de decaan tegenover bepaalde studentes verspreidde – ik vond het voor mezelf nodig om dat instituut met opgeheven hoofd te verlaten. En zo kwam ik op de MS Deutschland terecht, een cruiseschip op de Atlantische Oceaan. Entertainer worden op een cruiseschip is verbazingwekkend gemakkelijk. Een auditie in een troosteloos bureel, met vrij haalbare tegenkandidaten, was de enige vuurproef die ik moest doorstaan. De boot was een onpersoonlijk, modern geval dat naar Zuid-Amerika stoomde. De eerste dag liep

17

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

Het hotel waar ik de laatste drie nachten heb geslapen heeft, in fel contrast met de verder schrale inrichting, roomservice. Ik bestel een fles wijn en een fles water. Het kamermeisje, een jonge Roemeense vrouw met een dun stemmetje, mijdt mijn blik en zet de flessen op het lage tafeltje bij het televisiemeubel. Gebogen, achterwaarts wandelend verlaat ze de kamer weer. Ooit bedachten mensen nog voorwendselen om mij in de ogen te kijken, ook als ze niet wisten wie ik was. Ik heb altijd een vreemd, ongerijmd aura gehad. Voor mijn teloorgang werden mensen er door aangetrokken, nu wenden ze hun hoofd af als voor een wansmakelijk verkeersongeval. De wijn is flets. Ik strek me uit op het bed. Het is geweldig dat er in dit hotel niet gerookt mag worden. Dankzij het geurenpalet openbaart de voorgeschiedenis van de kamer zich als een hiëroglief dat langzaam van onder het stof geborsteld wordt. Ik ruik een parfum waarvan ik ooit op internet heb gelezen dat het een van de favoriete parfums van homoseksuelen is. Ik deel mijn kamer met de sporen van een verliefd paartje dat van geilheid een hotel invluchtte. Ach, wat een banale gedachte. Waarom zouden twee homo’s niet gewoon op vakantie kunnen

MISLUKKING

DE

OPLICHTER

zijn geweest? Zelfs naar dit onooglijk dorp in Thüringen. Niet alleen gecultiveerde vijftigers met bordeauxrode Spitfires gaan op zoek naar rust en levensbeschouwelijke windstilte. Vroeger had ik me niet laten verleiden tot zo’n snel opgetrokken karikatuur, kon ik mensen omvatten als een handschoen, hun karakter tot in de meest onvoorspelbare bochten in m abrengen. a nsproe t e n kaart Ik zet het wijnglas op het nachttafeltje, rol me Armand had te gezellig geleefd. om bushokje en ga op mijn Daarom zat hij hier, in het voor kniede kliniek, te wachten op de ën naar zitten. Ik moeder grijp de gaan, naar de mooiste bus van morgen. Dan zou hij zijn bedrand en in de tuin zitten en met vrouw die hij ooit had teleurgesteld. Zevast zouden meen in te limonade proosten op de zon, deprobeer toekomst op het vergeten. Voor vergeven was het weekend te kort. leven in de man die genomen ‘Ze geven je hier niks te doen weet je,’ zei Armand terwijl hij met zijn werd. niks. Is hij Noppes. een knokkels op het bankje klopte. ‘Helemaal Nada. Dan kan ik me net zo goed hier vervelen. Maakgoedgelovige ik tenminste nog eens een praatje. ziel, dolverWant met die gasten binnen kan ik niet praten hoor. Die zijn allemaal gek. liefd op zijn Zitten kwijlend in een kringetje.’ partnerontdekte en Hij sloeg zijn handpalmen tegen elkaar, een los velletje op de muis van zijn linkerhand, wipte hetdoodsbemet zijn duimnagel omhoog en nauwd trok het los. Snel, als een pleister. Armand legde de taaie hostie op zijn deblikje ro- cola uit de binnenzak tong en kauwde bedachtzaam terwijl hijdat een mance zou van zijn jas haalde. ‘Ze gebruiken geen bestek. Ik zweereindigen het je, ze slurpen het eten zo van hun bord. Zo zijn ze. Zo zijn ze allemaal.wanneer En niet alleen daarbinnen hoor. lief Mijn ’s Nee, buiten zijn ze veel erger. Dat weet jezijn toch? vader zei altijd dat er meer gekken rondlopen dan vastzittenochtends en hij kon het weten. Daarom in het moet je alert zijn. Wakker.’ stortbad Met opengesperde ogen spoelde hij het velletje door. ‘Ik ben altijd uitglijdt wakker. Altijd. Waarom zou je slapen als de tijd niet slaapt? De tijd tikt en zijnJenek weet je. En hard. Sneller dan ik kan tellen. moet niet klooien met de of is tijd, gevaarlijk spul. Als je lang naar debreekt, klok kijkt word je gek. Net zoals de een achtelevisie. Die maakt je ook gek. Kijk jehij weleens televisie?’ terdochtige piekeraar Er stoof een vrachtwagen voorbij. De wanden die van het bushokje trilden en elkeLangzaam valdeur intelde hij tot twintig, tot Armand stak zijn vingers in zijn oren. hetdekarakter vanstillag. de kust veilig was en het onkruid in berm weer deruikt anderzelfs probeert ‘Hij wel,’ knikte Armand. ‘Hij naar televisie. Op de televisie gaat alles sneller. Wist je dat?te Zedoorgronden? praten sneller, lachen, huilen, schieten druk mijn hoofd sneller. Het is nooit stil op deIk televisie, nooit saai. Wist je dat ze de hele tegen het hoofdeinde aan en vraag me af welke weerslag die geklemde houding heeft op de psyche van de ontvanger. Hoe 4 hij zich ook wentelt, hij voelt zich blootgesteld aan het imminente verraad van zijn minnaar. Verraad: het woord raakt me als een bliksemschicht. Ik knijp mijn ogen dicht en klem mijn tanden op elkaar. Voor mijn geestesoog verschijnt het beeld van mijn misleide kwelgeest. Waar is hij nu? En wat

18


DAS

MAGAZIN

#0

DE

vangt hij met mijn geestelijke erfenis aan? Ik laat mij op mijn buik vallen, grijp naast mij op het nachttafeltje en bekijk mijn vervalste identiteitskaart nog een keer. Ik ben er zeker van dat ik door mijn fixatie een voor de hand liggende fout in de vervalsing over het hoofd zie. Ik rol van het bed af, mijn hart slaat snel. Buiten is het donker. De klamme buitenlucht kruipt over het raam, ik zie niets. Ik overdrijf, overschat Het is onwaarschijndag samenvatten in een minuut?ikDat doen zemezelf. daar. Ik weet ook waarom ze lijk datNee? de politie nu rond mijn hotelkamer sluipt om dat doen. Wil je een slokje? Zelf weten.’ op hetArmand juiste moment te binnen, slaan. drukte het blikje In vier slokken gulpte de colatoe naar zal geklist worden een agent die zijn plat en stak het terug inNee, zijnikbinnenzak. Daarnadoor gluurde hij over ijverigspeurde genoeg de is om elkeafdag signalementen schouder naar de kliniek, ramen openkele bewegende gordijnen, door te nemen fysieke kenmerken opmerkt maar er was nog niemand naar hemen opde zoek. Voor de zekerheid sloeg hij niethijtefluisterend verdoezelen zijn. Hij zietnooit mij een bakkerij toch zijn kraag op endie sprak verder. Je kon weten. uitwandelen, is even volgt me ‘Ze willen dat we ons vervelen. Dat verward, is het geheim vaneen de paar televisie. stappen en is dan zeker. Hij niet bang, besluit geen Verveling. Ga maar na. Als wij ons vervelen, watis doen we dan? Precies. risico’s te nemen en arresteert me ter plekke. Een Dan kijken we televisie. En waarom?’ voorbijganger misschien een foto, Hij stak zijn hand onder zijn neemt gehaakte mutsje impromptu en krabde door zijn het laatste beeld voorop ik zijn uit de samenleving verdwijn grijze kroeshaar. Schilfertjes roos vielen schoenen. ‘Ik ga het je is er eenomdat van een slordige mangaat. metDenken grijze, unheimivertellen. We kijken televisie alles zo traag we. Maar sche ogen zichmuziek. gelatenDe in een laat de tijd heeft geen tempo, het isdie geen tijd politiewagen tikt zonder tempo, Radovan van de ziel. snap je wat ik bedoel?duwen. Je ziet De er wel zo uit.Karadzic Alsof je begrijpt wat ik bedoel. De gevangenisstraf betreurenswaardig Volgens mij ken je dit geheim al, of niet? Zitzal ik vooral het voor de kat z’n kut te zijn een voorgoed mijnverhaal voormalige vertellen. Maar het blijft toch?’volgelingen. Zij zullen zich nog meer wanneer de kranten Tevreden rekte hij zich uit.schamen Opgelucht, niet alleen omdathen zijninpepegeheim hoe ‘misplaatst’ wel niet was. veilig was en hij zekerren wist dat hij dit keerhun nietvertrouwen verlinkt zou worden bij de Voorhet mijzo verschilt een leven gevangenisleiding, maar ook omdat lang geleden wasbinnen dat hijde iemand was tein wezen vrij eenteleven erbuiten. gengekomen die zijnmuren ontdekkingen op weinig waardevan wist schatten. Hoe Na een ik in de zetel dankbaar Armands roeping ook korte was enblik hoedoor leeghet eenraam levengazonder zijn inen probeer ikwas mijn gedachten tot rust te brenzichten hem ook leek,zitten het pioniersleven toch een eenzaam bestaan. genÉn, door te overlopen dieal? inHet dezeis ‘Zo is het maar net. je de kangebeurtenissen uit de maat lopen. Wist je dat situatieNet resulteerden. echt één grote grap, vriend. als dat ene spel weet je. Met die huisjes en

MISLUKKING

DE

ik door de gangen, op zoek naar mijn kajuit. Een oude kamerbediende met een paterskapsel en een bedrukte frons hielp me verder. ‘Er wordt hier zeer goed voor u gezorgd,’ zei de ouwe, ‘maar daar raakt u wel aan gewend.’ Hij lachte zenuwachtig. ‘Zo?’ vroeg ik. ‘Ach niets, niets. Deilmann Kreuzfahrten is gewoon een hecht bedrijf. Een goede huisvader, zeg maar. Maar soms wil je wel eens alleen naar de bioscoop kunnen.’ Hij opende de deur van mijn kajuit. ‘Maar ik klaag niet, hoor.’ Ik pakte uit en ging nog even in mijn stapelbed liggen – ik deelde een kajuit met vier andere bemanningsleden. Op mijn hoofdkussen had men een kaartje in de vorm van een gestileerde viool gelegd, met daarop ‘Willkommen, Musiker!’. ’s Avonds na mijn eerste optreden zocht ik paterskapsel, Albert volgens zijn naamkaartje, opnieuw op. Hij stond achter de bar en schonk me met houterige gebaren een gin tonic in. ‘Dus de sfeer kan hier soms wat verstikkend worden?’ begon ik. Albert sprong een beetje achteruit, zoals wanneer er ergens in een lege, nachtelijke steeg een uitlaatpijp knalt. ‘Zo erg is het allemaal niet, hoor. Ik bedoelde gewoon…’ ‘Dat je met plezier je talenten aan Deilmann wijdt, maar dat je soms ook wel eens solo wil dansen? Niet altijd anoniem in lederhose tussen de andere dansers in de Schuhplattler?’ Zijn gezicht klaarde op. ‘Juist, juist, dat bedoelde ik exact.’ De schijn van begrip was voor hem voldoende om te beginnen aan een lang uitgesponnen relaas. Hij was veearts in Beieren geweest, maar, na een spijtig incident met een slecht gesteriliseerde naald die de veestapel van een vrij invloedrijke herenboer gedecimeerd had, in die stiel niet meer aan de bak gekomen. Hij was naar het noorden verhuisd en via enkele omwegen op dit schip terechtgekomen. Een paar keer wilde ik me met een excuus uit de voeten maken, maar het alternatief voor deze conversatie, alleen door de boot dwalen, sprak me slechts weinig aan. Na sluitingstijd kwam Friedrich, de schoonmaker van de luxesuites, bij ons zitten. Hij moet midden in de veertig geweest zijn en mengde zich slechts voorzichtig in het gesprek. Zijn scherpe, grote neus trok een fysieke scheiding tussen de twee helften van zijn gezicht. ‘Heb je al met Alberts lotgevallen kennisgemaakt?’ vroeg de nieuwkomer. Hij knipoogde gemoedelijk naar Albert. Het was moeilijk uit te maken of hij nu met mij of met Albert de spot

die kaartjes. Kanskaartjes. Als je je goed verveelt én je verliest de maat één wasnodig. ik entertainer keer te veel, dan komEnkele je hier. jaren Meer geleden heb je niet Zit je ookopteeen wachten cruiseschip. Veel muzikaal vernuft vergde hebben dat niet.ze op de bus.’ Hij grinnikte. ‘Alleen die zonder-te-betalen-kaartjes Twee maanden had En ik de definiverzonnen. Die bestaan niet. De buseerder kost geld. je universiteit moet erop wachten. tief je dejerug Mijn creativiteit verzoende Dat duurt lang! Dat kun niettoegekeerd. voorstellen.’ met de waarmee Armand grijnsdezich zijn moeilijk tanden bloot enheetgebakerde piekte een vliegdevotie van zijn broek. academische klasse Het de positivistische ver‘Weet je dat ik ooit dedelotto heb gewonnen? is zo. Kun je jerigueur zeker ook dedigde. Toen scriptie Grote voor degele derde keer met niet voorstellen. Deze kop met demijn hoofdprijs. cheque, alles en nietszeggend’ werd afgewezen, erop en eraan. Toch ‘pretentieus is het waar. Bijna twee keer. En veel geld. Heelwas veel maat voorserieus mij vol.geld. Het Maar was niet uit rancune ik geld. Ik heb het overdeecht geld, je weet hoe datdat gaat een roddel over de seksuele voortvarendheid van de decaan tegenover bepaalde studentes verspreidde – ik vond het voor mezelf nodig om dat instituut met opgeheven hoofd te verlaten. En zo kwam ik op de MS Deutschland terecht, 5 een cruiseschip op de Atlantische Oceaan. Entertainer worden op een cruiseschip is verbazingwekkend gemakkelijk. Een auditie in een troosteloos bureel, met vrij haalbare tegenkandidaten, was de enige vuurproef die ik moest doorstaan. De boot was een onpersoonlijk, modern geval dat naar Zuid-Amerika stoomde. De eerste dag liep

19

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

Het hotel waar ik de laatste drie nachten heb geslapen heeft, in fel contrast met de verder schrale inrichting, roomservice. Ik bestel een fles wijn en een fles water. Het kamermeisje, een jonge Roemeense vrouw met een dun stemmetje, mijdt mijn blik en zet de flessen op het lage tafeltje bij het televisiemeubel. Gebogen, achterwaarts wandelend verlaat ze de kamer weer. Ooit bedachten mensen nog voorwendselen om mij in de ogen te kijken, ook als ze niet wisten wie ik was. Ik heb altijd een vreemd, ongerijmd aura gehad. Voor mijn teloorgang werden mensen er door aangetrokken, nu wenden ze hun hoofd af als voor een wansmakelijk verkeersongeval. De wijn is flets. Ik strek me uit op het bed. Het is geweldig dat er in dit hotel niet gerookt mag worden. Dankzij het geurenpalet openbaart de voorgeschiedenis van de kamer zich als een hiëroglief dat langzaam van onder het stof geborsteld wordt. Ik ruik een parfum waarvan ik ooit op internet heb gelezen dat het een van de favoriete parfums van homoseksuelen is. Ik deel mijn kamer met de sporen van een verliefd paartje dat van geilheid een hotel invluchtte. Ach, wat een banale gedachte. Waarom zouden twee homo’s niet gewoon op vakantie kunnen

MISLUKKING

DE

OPLICHTER

zijn geweest? Zelfs naar dit onooglijk dorp in Thüringen. Niet alleen gecultiveerde vijftigers met bordeauxrode Spitfires gaan op zoek naar rust en levensbeschouwelijke windstilte. Vroeger had ik me niet laten verleiden tot zo’n snel opgetrokken karikatuur, kon ik mensen omvatten als een handschoen, hun karakter tot in de meest onvoorspelbare bochten in kaart brengen. toch. Als je mond niet stilstaat is je portemonnee snel leeg. En wie wil er zetstraat? het wijnglas op Met een lege portemonmet een lege portemonnee Ik over Niemand. nee wil niemand leven.’ het nachttafeltje, rol me omop, en ga op mijn Hij haalde zijn schouders veegde de knielotto uit zijn gedachten. Hij ën zitten. grijpdedetoekomst. ‘Zo gaan die moest vergeten, ruimte maken, denkenIkaan bedrand en dingen. Dat is het systeem. Dus. Heb jij vast een sigaretje voor me? Niet? Ook probeer goed. Beter ook. Dat je niet rookt. Dat isme ookinalteniet goed voor je, zeggen leven in de manasbakken op de kamers, ze. Hierbinnen ook. Zeggen ze hetzelfde. Geen die genomen maar ondertussen laten ze ons de hele dag televisie kijken. Alsof de gekwerd.zelfs Is hijeen eenhorloge dragen.’ ken nog niet gek genoeg zijn. Ze mogen Plotseling ging Armand rechtopgoedgelovige zitten. Gespannen luisterde hij naar ziel, dolverde stilte. Geen vliegtuigen, geen scooters, geen vogels, geen alarm. Alleen op zijn de bewolking, de weg, de kliniek en liefd zijn bushokje. Maar dat betekende partner niets. Wat je niet verwachtte kwam altijd, daar en twijfelde hij niet aan. doodsbe‘Jij zegt ook niet veel hè? Ben je altijd zo stil of doe je dat alleen als je nauwd luistert? Of denk je: dat is er weer zo een. Is dat het? Denk je: daar heb je de denken. roweer zo’n junkie. Ja hè? Ik weet wel hoedat jullie Ik snap het wel. Ik mance was ook zo, maar ik sta niet meer aan die kant zou weet je. Aan jullie kant. Ik eindigen ben eruit gestapt. Ik ben niet meer binnen of buiten. Ik ben in mezelf. Zelfde lichaam, andere geest. Niet zoalswanneer jullie. Jullie leven aan de buitenzijn lief ’s kant. Dat is het verschil.’ ochtends Armand klakte met zijn tong, schudde zijn hoofd. ‘Laat maar lullen, het weet je wat het is? Het geeft dat denk jij. Junkiepraat, laat maar gaan.in Maar stortbad niet, het kan me niks schelen. Niet meer. Als jij denkt dat ik gek ben... Mag. Doe maar. Ik weet dat ik niet gekuitglijdt ben. Ik ben geen junkie. Ik ben en Heeft zijn nek een prins. Een prins van mijn moeder. ze altijd gezegd. Weet je breekt, is waar je een prins aan herkent? Nee zeker. Kijkofhier!’ eenopachHij stak zijn kin naar voren en hij wees de zwarte stippen op zijn terdochtige wangen en rond zijn neus. Zwarte sproeten op zijn donkere huid. piekeraar die ‘Maansproeten. Van mijn moeder geërfd. Koninklijke vlekken weet je. En elke valdeur in je bus aankomen. Kijk die zijn echt. Bewijs. Kijk maar goed, want ik hoor karakter van hoe dichtbij je zit. Een echte prins,het met sproeten en al. Dat had je niet geprobeert dacht toch? De prins van de bus. de Enander hij ruikt nog lekker ook. Alle prinsen doorgronden? ruiken lekker. Maar nu is te laatteweet je. Je mag niet meer aan me ruiken.’ Ik druk hoofd Demonstratief sloeg hij zijn armen overmijn elkaar. ‘Niemand gaat nog aan me tegen het hoofdeinde aan en vraag me af welke weerslag die geklemde houding heeft op de psyche van de ontvanger. Hoe 6 hij zich ook wentelt, hij voelt zich blootgesteld aan het imminente verraad van zijn minnaar. Verraad: het woord raakt me als een bliksemschicht. Ik knijp mijn ogen dicht en klem mijn tanden op elkaar. Voor mijn geestesoog verschijnt het beeld van mijn misleide kwelgeest. Waar is hij nu? En wat

20


DAS

MAGAZIN

#0

DE

vangt hij met mijn geestelijke erfenis aan? Ik laat mij op mijn buik vallen, grijp naast mij op het nachttafeltje en bekijk mijn vervalste identiteitskaart nog een keer. Ik ben er zeker van dat ik door mijn fixatie een voor de hand liggende fout in de vervalsing over het hoofd zie. Ik rol van het bed af, mijn hart slaat snel. Buiten is het donker. De klamme buitenlucht kruipt over het raam, ik zie niets. Ik overdrijf, ik me overschat onwaarschijnruiken. Alleen de koningin mag ruiken.mezelf. Ik hebHet jou is niks meer te zeglijk dat nu rond mijn hotelkamer sluipt om gen. Niet meer. Ik wilde metde je politie delen weet je? Toen ik je zag zitten, dacht op hetAlles. juiste Maar moment te niet slaan. ik: die ga ik alles vertellen. het toe hoeft meer, ik ga geen tijd meer aan je verspillen.’ Nee, ik zal geklist worden door een agent die ijverig genoeg is om elke dag enkele signalementen Armand weigerde nog iets te zeggen en bleef mokkend voor zich uit door nemen de fysieke kenmerken staren tot de bus voor hettehokje totenstilstand kwam. ‘Daar isopmerkt je bus. Ga die niet te Mijn verdoezelen zijn. Hij ziet mij een bakkerij maar lekker weg. Ik wacht wel. bus komt morgen.’ uitwandelen, is even verward, volgt me een paar stappen en de is dan zeker. Hij is niet bang, besluit geen ‘Komt er nog wat van?’ bromde buschauffeur. risico’s nemen en arresteert me ter plekke. Een ‘Ja, stap je nog in?’ vroegteArmand. neemt misschien impromptu ‘Ik heb het tegenvoorbijganger jou bijgoochem. Ga je nog instappen of hoeeen zit foto, dat.’ hetjou.’ laatste beeld voor ik uit de samenleving verdwijn ‘Hij heeft het tegen er een van slordige man met grijze, unheimi‘Hallo? Gaat het isvandaag nog een gebeuren?’ sche Bij ogen die zicheventjes. gelaten Het in een politiewagen ‘Of blijf je nog even? mij. Nog is bijna weekendlaat toch. Radovan Karadzic van moeder. de ziel. Laat ik je Als je met me wacht, duwen. gaan weDe morgen samen naar mijn mijn gele cheque zien.’ De gevangenisstraf zal vooral betreurenswaardig zijn voor mijn voormalige ‘Laat maar zitten,’ zuchtte de chauffeur. ‘Ikvolgelingen. zie het al.’ Zij zullen zich nog meer schamen wanneer de kranten hen inpeperen hoe ‘misplaatst’ niet was. Sissend gingen de deuren dicht. De bushun trokvertrouwen op en liet wel Armand alleen Voor verschilt eenoren, levenzachtjes binnen de gevangenisachter in zijn hokje, met zijnmij vingers in zijn tellend tot hij bij muren wezen vrij weinig vanNaar een leven erbuiten. de twintig kwam en het tijd in was om terug te gaan. zijn kamer, waar Na een korte blik door hetverder raam wachten. ga ik in de zetel hij alles zou proberen te vergeten. Morgen zou hij zitten enop, probeer ik zijn mijnrug gedachten brenEindelijk stond Armand rechtte en staptetotderust wegteop. Hij gen door de gebeurtenissen te overlopen in deze zette zijn handen rond zijn mond en riep met gesloten ogen en die zo hard als situatie resulteerden. hij durfde: ‘Zo gaan die dingen vriend! Soms moet je verdwalen om thuis

MISLUKKING

DE

ik door de gangen, op zoek naar mijn kajuit. Een oude kamerbediende met een paterskapsel en een bedrukte frons hielp me verder. ‘Er wordt hier zeer goed voor u gezorgd,’ zei de ouwe, ‘maar daar raakt u wel aan gewend.’ Hij lachte zenuwachtig. ‘Zo?’ vroeg ik. ‘Ach niets, niets. Deilmann Kreuzfahrten is gewoon een hecht bedrijf. Een goede huisvader, zeg maar. Maar soms wil je wel eens alleen naar de bioscoop kunnen.’ Hij opende de deur van mijn kajuit. ‘Maar ik klaag niet, hoor.’ Ik pakte uit en ging nog even in mijn stapelbed liggen – ik deelde een kajuit met vier andere bemanningsleden. Op mijn hoofdkussen had men een kaartje in de vorm van een gestileerde viool gelegd, met daarop ‘Willkommen, Musiker!’. ’s Avonds na mijn eerste optreden zocht ik paterskapsel, Albert volgens zijn naamkaartje, opnieuw op. Hij stond achter de bar en schonk me met houterige gebaren een gin tonic in. ‘Dus de sfeer kan hier soms wat verstikkend worden?’ begon ik. Albert sprong een beetje achteruit, zoals wanneer er ergens in een lege, nachtelijke steeg een uitlaatpijp knalt. ‘Zo erg is het allemaal niet, hoor. Ik bedoelde gewoon…’ ‘Dat je met plezier je talenten aan Deilmann wijdt, maar dat je soms ook wel eens solo wil dansen? Niet altijd anoniem in lederhose tussen de andere dansers in de Schuhplattler?’ Zijn gezicht klaarde op. ‘Juist, juist, dat bedoelde ik exact.’ De schijn van begrip was voor hem voldoende om te beginnen aan een lang uitgesponnen relaas. Hij was veearts in Beieren geweest, maar, na een spijtig incident met een slecht gesteriliseerde naald die de veestapel van een vrij invloedrijke herenboer gedecimeerd had, in die stiel niet meer aan de bak gekomen. Hij was naar het noorden verhuisd en via enkele omwegen op dit schip terechtgekomen. Een paar keer wilde ik me met een excuus uit de voeten maken, maar het alternatief voor deze conversatie, alleen door de boot dwalen, sprak me slechts weinig aan. Na sluitingstijd kwam Friedrich, de schoonmaker van de luxesuites, bij ons zitten. Hij moet midden in de veertig geweest zijn en mengde zich slechts voorzichtig in het gesprek. Zijn scherpe, grote neus trok een fysieke scheiding tussen de twee helften van zijn gezicht. ‘Heb je al met Alberts lotgevallen kennisgemaakt?’ vroeg de nieuwkomer. Hij knipoogde gemoedelijk naar Albert. Het was moeilijk uit te maken of hij nu met mij of met Albert de spot

te komen! Dat is het systeem!’ Enkele jaren geleden was ik entertainer op een cruiseschip. Veel muzikaal vernuft vergde dat niet. Twee maanden eerder had ik de universiteit definitief de rug toegekeerd. Mijn creativiteit verzoende zich moeilijk met de heetgebakerde devotie waarmee de academische klasse de positivistische rigueur verdedigde. Toen mijn scriptie voor de derde keer met ‘pretentieus en nietszeggend’ werd afgewezen, was de maat voor mij vol. Het was niet uit rancune dat ik een roddel over de seksuele voortvarendheid van de decaan tegenover bepaalde studentes verspreidde – ik vond het voor mezelf nodig om dat instituut met opgeheven hoofd te verlaten. En zo kwam ik op de MS Deutschland terecht, 7 een cruiseschip op de Atlantische Oceaan. Entertainer worden op een cruiseschip is verbazingwekkend gemakkelijk. Een auditie in een troosteloos bureel, met vrij haalbare tegenkandidaten, was de enige vuurproef die ik moest doorstaan. De boot was een onpersoonlijk, modern geval dat naar Zuid-Amerika stoomde. De eerste dag liep

21

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

Het hotel waar ik de laatste drie nachten heb geslapen heeft, in fel contrast met de verder schrale inrichting, roomservice. Ik bestel een fles wijn en een fles water. Het kamermeisje, een jonge Roemeense vrouw met een dun stemmetje, mijdt mijn blik en zet de flessen op het lage tafeltje bij het televisiemeubel. Gebogen, achterwaarts wandelend verlaat ze de kamer weer. Ooit bedachten mensen nog voorwendselen om mij in de ogen te kijken, ook als ze niet wisten wie ik was. Ik heb altijd een vreemd, ongerijmd aura gehad. Voor mijn teloorgang werden mensen er door aangetrokken, nu wenden ze hun hoofd af als voor een wansmakelijk verkeersongeval. De wijn is flets. Ik strek me uit op het bed. Het is geweldig dat er in dit hotel niet gerookt mag worden. Dankzij het geurenpalet openbaart de voorgeschiedenis van de kamer zich als een hiëroglief dat langzaam van onder het stof geborsteld wordt. Ik ruik een parfum waarvan ik ooit op internet heb gelezen dat het een van de favoriete parfums van homoseksuelen is. Ik deel mijn kamer met de sporen van een verliefd paartje dat van geilheid een hotel invluchtte. Ach, wat een banale gedachte. Waarom zouden twee homo’s niet gewoon op vakantie kunnen

MISLUKKING

DE

zijn geweest? Zelfs naar dit onooglijk dorp in Thüringen. Niet alleen gecultiveerde vijftigers met bordeauxrode Spitfires gaan op zoek naar rust en levensbeschouwelijke windstilte. Vroeger had ik me niet laten verleiden tot zo’n snel opgetrokken karikatuur, kon ik mensen omvatten als een handschoen, hun karakter tot in de meest onvoorspelbare bochten in kaart brengen. Ik zet het wijnglas op het nachttafeltje, rol me om en ga op mijn knieën zitten. Ik grijp de bedrand vast en probeer me in te leven in de man die genomen werd. Is hij een goedgelovige ziel, dolverliefd op zijn partner en doodsbenauwd dat de romance zou eindigen wanneer zijn lief ’s ochtends in het stortbad uitglijdt en zijn nek breekt, of is hij een achterdochtige piekeraar die elke valdeur in het karakter van de ander probeert te doorgronden? Ik druk mijn hoofd tegen het hoofdeinde aan en vraag me af welke weerslag die geklemde houding heeft op de psyche van de ontvanger. Hoe hij zich ook wentelt, hij voelt zich blootgesteld aan het imminente verraad van zijn minnaar. Verraad: het woord raakt me als een bliksemschicht. Ik knijp mijn ogen dicht en klem mijn tanden op elkaar. Voor mijn geestesoog verschijnt het beeld van mijn misleide kwelgeest. Waar is hij nu? En wat

22

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

vangt hij met mijn geestelijke erfenis aan? Ik laat mij op mijn buik vallen, grijp naast mij op het nachttafeltje en bekijk mijn vervalste identiteitskaart nog een keer. Ik ben er zeker van dat ik door mijn fixatie een voor de hand liggende fout in de vervalsing over het hoofd zie. Ik rol van het bed af, mijn hart slaat snel. Buiten is het donker. De klamme buitenlucht kruipt over het raam, ik zie niets. Ik overdrijf, ik overschat mezelf. Het is onwaarschijnlijk dat de politie nu rond mijn hotelkamer sluipt om op het juiste moment toe te slaan. Nee, ik zal geklist worden door een agent die ijverig genoeg is om elke dag enkele signalementen door te nemen en de fysieke kenmerken opmerkt die niet te verdoezelen zijn. Hij ziet mij een bakkerij uitwandelen, is even verward, volgt me een paar stappen en is dan zeker. Hij is niet bang, besluit geen risico’s te nemen en arresteert me ter plekke. Een voorbijganger neemt misschien impromptu een foto, het laatste beeld voor ik uit de samenleving verdwijn is er een van een slordige man met grijze, unheimische ogen die zich gelaten in een politiewagen laat duwen. De Radovan Karadzic van de ziel. De gevangenisstraf zal vooral betreurenswaardig zijn voor mijn voormalige volgelingen. Zij zullen zich nog meer schamen wanneer de kranten hen inpeperen hoe ‘misplaatst’ hun vertrouwen wel niet was. Voor mij verschilt een leven binnen de gevangenismuren in wezen vrij weinig van een leven erbuiten. Na een korte blik door het raam ga ik in de zetel zitten en probeer ik mijn gedachten tot rust te brengen door de gebeurtenissen te overlopen die in deze situatie resulteerden.

MISLUKKING

DE

ik door de gangen, op zoek naar mijn kajuit. Een oude kamerbediende met een paterskapsel en een bedrukte frons hielp me verder. ‘Er wordt hier zeer goed voor u gezorgd,’ zei de ouwe, ‘maar daar raakt u wel aan gewend.’ Hij lachte zenuwachtig. ‘Zo?’ vroeg ik. ‘Ach niets, niets. Deilmann Kreuzfahrten is gewoon een hecht bedrijf. Een goede huisvader, zeg maar. Maar soms wil je wel eens alleen naar de bioscoop kunnen.’ Hij opende de deur van mijn kajuit. ‘Maar ik klaag niet, hoor.’ Ik pakte uit en ging nog even in mijn stapelbed liggen – ik deelde een kajuit met vier andere bemanningsleden. Op mijn hoofdkussen had men een kaartje in de vorm van een gestileerde viool gelegd, met daarop ‘Willkommen, Musiker!’. ’s Avonds na mijn eerste optreden zocht ik paterskapsel, Albert volgens zijn naamkaartje, opnieuw op. Hij stond achter de bar en schonk me met houterige gebaren een gin tonic in. ‘Dus de sfeer kan hier soms wat verstikkend worden?’ begon ik. Albert sprong een beetje achteruit, zoals wanneer er ergens in een lege, nachtelijke steeg een uitlaatpijp knalt. ‘Zo erg is het allemaal niet, hoor. Ik bedoelde gewoon…’ ‘Dat je met plezier je talenten aan Deilmann wijdt, maar dat je soms ook wel eens solo wil dansen? Niet altijd anoniem in lederhose tussen de andere dansers in de Schuhplattler?’ Zijn gezicht klaarde op. ‘Juist, juist, dat bedoelde ik exact.’ De schijn van begrip was voor hem voldoende om te beginnen aan een lang uitgesponnen relaas. Hij was veearts in Beieren geweest, maar, na een spijtig incident met een slecht gesteriliseerde naald die de veestapel van een vrij invloedrijke herenboer gedecimeerd had, in die stiel niet meer aan de bak gekomen. Hij was naar het noorden verhuisd en via enkele omwegen op dit schip terechtgekomen. Een paar keer wilde ik me met een excuus uit de voeten maken, maar het alternatief voor deze conversatie, alleen door de boot dwalen, sprak me slechts weinig aan. Na sluitingstijd kwam Friedrich, de schoonmaker van de luxesuites, bij ons zitten. Hij moet midden in de veertig geweest zijn en mengde zich slechts voorzichtig in het gesprek. Zijn scherpe, grote neus trok een fysieke scheiding tussen de twee helften van zijn gezicht. ‘Heb je al met Alberts lotgevallen kennisgemaakt?’ vroeg de nieuwkomer. Hij knipoogde gemoedelijk naar Albert. Het was moeilijk uit te maken of hij nu met mij of met Albert de spot

Enkele jaren geleden was ik entertainer op een cruiseschip. Veel muzikaal vernuft vergde dat niet. Twee maanden eerder had ik de universiteit definitief de rug toegekeerd. Mijn creativiteit verzoende zich moeilijk met de heetgebakerde devotie waarmee de academische klasse de positivistische rigueur verdedigde. Toen mijn scriptie voor de derde keer met ‘pretentieus en nietszeggend’ werd afgewezen, was de maat voor mij vol. Het was niet uit rancune dat ik een roddel over de seksuele voortvarendheid van de decaan tegenover bepaalde studentes verspreidde – ik vond het voor mezelf nodig om dat instituut met opgeheven hoofd te verlaten. En zo kwam ik op de MS Deutschland terecht, een cruiseschip op de Atlantische Oceaan. Entertainer worden op een cruiseschip is verbazingwekkend gemakkelijk. Een auditie in een troosteloos bureel, met vrij haalbare tegenkandidaten, was de enige vuurproef die ik moest doorstaan. De boot was een onpersoonlijk, modern geval dat naar Zuid-Amerika stoomde. De eerste dag liep

23

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

dreef. Of helemaal met niemand. Of met de situatie. Ik had al een paar glazen op en Friedrichs enigmatische manier van doen had me ontketend. De onuitgesproken sociale grenzen waren plots niet meer op mij van toepassing. Bovendien moest mijn weldadige verlangen om het paterskapsel achter de bar van zijn frons te bevrijden gestild worden. ‘Je bent hier klaar, toch?’ vroeg ik. ‘Eindelijk, ja,’ zuchtte Albert. Ik wipte van mijn barkruk. Achter de bar pakte ik enkele glazen, een fles wodka en enkele met het Deilmann-insigne gegraveerde borden. ‘Is hier overal bewaking?’ Albert keek me met vragende ogen aan. Friedrich leek het beter te begrijpen: ‘Op het onderste open achterdek komen bijna nooit passagiers. De bewaking doet de moeite niet daar te patrouilleren.’ ‘Komaan, we gaan even een luchtje scheppen.’ Ik stond al aan de deur. Er stond een zijwind die over het onoverdekte dek woei. Alberts hesje flapperde even rond zijn hoofd, als een vleermuis die hem aanviel. ‘Wat doen we hier?’ Zwijgend stak ik hem een bord in handen. Ik vulde de drie glazen met wodka. ‘Jij gaat discuswerpen,’ grijnsde ik hem toe. Friedrich stond aan Alberts andere zijde, met een lichte glimlach om de lippen. ‘Ben je gek? Morgenvroeg merken ze meteen dat er borden ontbreken. En dan…’ ‘Wedden van niet? Niemand steelt vijf borden. En ze kunnen ze nooit vinden. Morgen doe je je job weer foutloos, zonder escapades. Dit wordt jouw minuscule vrijstaat in het imperium waarin ze je individu opgeslokt hebben. En juist doordat deze zo klein is, breekt hij de vuist die de firma Deilmann om je ziel knelt. Het is als het verdwaalde verfspatje dat een meesterwerk naar de vuilnisbelt verwijst. Dit bord zal niet slechts schokgolven jagen door het water, maar door het heelal.’

MISLUKKING

DE

Mijn ogen waren groot, mijn handen leken enigszins te beven en waren ter hoogte van mijn slapen blijven hangen na de wijde cirkels die ze in de lucht beschreven hadden en ik ademde zwaar. Ik was zoals iemand die heel even spreekt met de overtuiging dat hij in zijn woorden ieders gedachten bundelt maar uiteindelijk beseft dat hij enkel eigen zielenroerselen geopenbaard heeft. Plots vond ik alles wat ik net gezegd had banaal, vol logische onvolmaaktheden en bijzonder belegen – ik schaamde me. Het volgende moment leunde Albert achterover, bracht het bord tot achter zijn schouder en zwaaide uit met een perfecte haal. Het bord zwabberde niet door de lucht, maar beschreef een elegante boog die eindigde in een abrupte plons. Albert keek het met glanzende ogen na. ‘Godverdomme,’ prevelde hij terwijl hij met zijn handen een vief ritme op de railing roffelde. ‘Godverdomme.’ Hij draaide zich naar mij toe: ‘Nog eentje!’ Ik stak hem een nieuw bord toe. Hij wierp het in zee, en er was slechts een miniem verval merkbaar in de kwaliteit van zijn zwaai. ‘Wat doen jullie?’ Achter ons stond een koppel. De vrouw droeg een zijden sjaaltje en haar muiltjes waren met diamanten ingelegd. ‘Wij gooien verfspatten tegen het doek van de meester, en het heelal davert mee!’ Albert hield een bord onder de neuzen van het koppel. De man keek er met tegenzin naar, de vrouw greep het vast en keilde het met een zwier in het water. We keken zwijgend naar het glinsterende pad dat de volle maan over het kalme oceaanwater trok. Ik rij op de autostrade richting Tsjechië en rook een sigaret. Ik snap niet goed waarom ik een sigaret in mijn mond heb – ik heb nooit eerder gerookt. Ik heb koers gezet richting landen waar een WestEuropees aanhoudingsbevel niet zoveel gewicht draagt. Wit-Rusland of Rusland zelf – ik heb geld,

24

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

ik red me wel. De receptionist gromde zonder op te kijken toen ik deze ochtend de sleutel achterliet. Als de politie het personeel van dat hotel zou ondervragen, zullen ze alvast niet veel wijzer worden. Ik versnel even om een zwalkende vrachtwagen te passeren en nestel me opnieuw op de rechter rijbaan. De onomkeerbare afwikkeling van mijn verhaal weerklinkt in het gestage ritme waarin de kilometers zich vervolmaken. Albert bleek een getalenteerde en gedreven promotor. Aanvankelijk was ik terughoudend toen hij twee avonden na onze bordensymboliek met andere passagiers in de bar achterbleef met het verzoek om meer verfspatten. Het irriteerde mij dat hij mijn metafoor, naar mijn mening een vrij matige, tot in den treure bleef herhalen. Eerst met weerzin, maar daarna enthousiaster, nam ik avond na avond een select clubje opvarenden mee op picareske uitstapjes. Ik bedacht nieuwe streken, meestal niets meer dan bovengemiddelde puberale spitsvondigheden. Tegen het einde van de veertig dagen begon ik een van mijn stokpaardjes van stal te halen: hoe kapitaalkrachtigen elke cent die ze bezitten amechtig omknellen. Ik vroeg ze krankzinnige zetten te doen in het scheepscasino. Ze verloren aanzienlijke bedragen, maar het deed hen deugd, zeiden ze. Ze bleven uiteraard ook na die verliezen rijk. Misschien zelfs nog rijker, zo vatte Albert de situatie in een van zijn volkse clichés samen. De laatste avond op zee deed onze spontane zelfhulpgroep niets. We naderden Kiel, de lucht was grauw en kil. Ik stond alleen aan dek. Opeens stond Friedrich naast me. ‘Ik zou het jammer vinden,’ zei ik na enige momenten van stilte, ‘om ons clubje te ontbinden, alleen maar omdat we niet meer op zee zijn.’ Ik liet de woorden even bezinken. ‘Ik heb nu wel even genoeg geld verdiend om een tijdje mijn zin te kunnen doen. Dit soort clandestiene geestesbevrijding bevalt me wel. Misschien ga ik er mee door.’ Friedrich keek me warm aan. ‘Ik begrijp het. Ik hou ook van de sfeer die ontstaan is, ooit hoop ik er ook weer bij te zijn.’ Ik keek weer over het water uit en zweeg. Van alle mensen die ik op de reis had leren kennen, was Friedrich degene bij wie ik de minste nood voelde om te praten. Hij straalde aanvaarding uit, zonder dat woorden deze moesten rechtvaardigen.

MISLUKKING

DE

Het patroon bleef hetzelfde als op zee: onschuldige kwajongensstreken. Niet iedereen kwam elke keer opdagen, maar de groep won ook leden, door de stichtende leden geïnformeerd in jachthavens en tijdens paardenrennen. Na enkele sessies bood een van de nieuwelingen aan wekelijks de bovenverdieping van de bar van het Kempinski Hotel af te huren, als uitvalsbasis. Daar ontwikkelde ik het idee voor het vertrouwensspel. Het spel bestond uit het uitwisselen van contant geld in enveloppen. Ik vond dat de leden van de club zich te veel gedroegen als oude vrouwen met een sok geld onder de matras. Ik droeg hun op een envelop te vullen met een royale som geld, die aan mij over te dragen, waarop ik de enveloppen de volgende week willekeurig onder de groepsleden verdeelde. Als de deelnemer minder geld ontving dan hij verzonden had, mocht dat hem niet beletten om de volgende keer opnieuw royaal te geven. Na enkele weken zouden de minder gulle gevers dan, om de solidariteit in de groep te verzekeren, ook hun giften opdrijven. Toen ik het spel voor de vierde keer speelde, besloot ik de ontvangen enveloppen thuis voorzichtig open te stomen. Puur uit nieuwsgierigheid naar de bedragen die uitgewisseld werden. Ik had op dat moment een aangename job als barman, ik bevond me niet in geldnood. Ik stoomde de eerste envelop open en nam er de biljetten uit. Ik legde ze op tafel en staarde een hele tijd voor mij uit naar de muur. De enveloppe bevatte twaalfduizend euro. Ik stond op en wandelde naar het raam. Ik liep terug naar de salontafel, legde tweeduizend euro van het geld opzij en stak de rest terug. Ik opende nog vijf enveloppen. Ik nam niet uit elke envelop geld weg – in één ervan stak ik geld bij. Gewoon, omdat ik van dwaalsporen houd. Ik hield achtduizend euro aan mijn strooptocht zonder voorbedachte rade over. Ik beefde toen ik het geld in een sigarenkistje achter de wastafel in de badkamer vastplakte. Met onvaste benen wandelde ik naar de keuken, opende een fles bier en dronk die in één teug uit. Ik nam niet elke week geld uit de enveloppen, dan was ik meteen door de mand gevallen. Ondertussen bleven de schelmenstreken doorgaan. Niemand merkte iets op over het vertrouwensspel. Mijn plan was om een mooie, ronde som te sparen en er dan mee op te houden. Ik had geen plannen met het geld.

Aanvankelijk dacht ik dat het moeilijk zou zijn om mensen die overal in Duitsland woonden samen te brengen voor frivoliteiten, maar op de dag dat ik de eerste keer verzamelen blies, stond de straat van mijn appartement vol SUV’s en sportwagens.

Een maand geleden belde Friedrich. Hij zei dat hij voor familie even in Hamburg zou zijn en dat hij wou langslopen. Een typisch, droog maar niettemin hartelijk bericht van Friedrich. Ik was opgewon-

25

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

den over het vooruitzicht hem terug te zien. Ik wilde hem vertellen over de groep, hoe de sfeer van die eerste dagen op de boot zo goed bewaard was gebleven. Friedrich stond op een zondagavond aan de deur. Ik ontving hem in de kleine living van mijn appartement en plaatste een open fles Bordeaux tussen ons in op de salontafel. ‘Hoe gaat het op het schip?’ ‘Goed hoor. Albert laat weten dat hij hoopt dat er nog steeds nieuwe verfspatten bijkomen.’ Hij glimlachte. Nog was ik er niet in geslaagd te vatten wat achter die glimlach schuilging. Ik werd er onbesuisd van. ‘Ik heb een nieuwe wending aan de sessies gegeven. Een beetje eigenbelang aan het geheel toegevoegd.’ ‘Zo?’ Ik vertelde hem over het vertrouwensspel, over de keer dat ik ontdekte dat de enveloppen veel meer geld bevatten dan ik verwacht had, over het kistje achter de wastafel. Vertelde ik alles omdat ik nood had aan goedkeuring? Omdat ik dacht dat hij bewondering zou kunnen opbrengen voor mijn gedurfde roof? Ik liep naar de badkamer, haalde duizend euro uit het kistje en stak die in zijn handen. ‘Hier, neem. Ik heb er nog hopen.’ Friedrich bekeek het geld en stak het weg. We praatten nog een uurtje of zo. Over de grote geestelijke armoede van tegenwoordig, over mijn sessies die dat nog maar eens bewezen. Ik praatte, Friedrich reageerde af en toe met korte opmerkingen en glimlachjes. Die zetten me aan tot een bloemrijker uiteenzetting van mijn verhaal, alsof hij mijn intellectuele katalysator was. Hij vroeg me of hij de volgende sessie mocht bijwonen. Ik antwoordde blij dat hij uiteraard welkom was.

MISLUKKING

DE

de eerste verdieping maar waarmee ik uiteindelijk toch een vrij warme verhouding opgebouwd had, bood mij een handdoek aan. Ik droogde mijn haren en ging naar boven. Friedrich was er al en zat aan een tafeltje te keuvelen met mannen die hij nog kende van op de boot. Ik voegde me erbij, nam iets te drinken en deelde herinneringen. Toen ik me wilde oprichten om iedereen toe te spreken en de ‘streek van de week’ uiteen te zetten, stond Friedrich op. Vol verwachting bleef ik zitten. Ik was opgelucht dat hij zich in deze omgeving goed genoeg voelde om zomaar het woord te voeren. ‘Lieve vrienden,’ begon hij, ‘zoals jullie weten, vind ik het geweldig wat onze vriend Wilhelm tot stand gebracht heeft. Ik vind het mooi om te zien hoe jullie het de moeite waard vinden om hier elke week terug te komen.’ Ik glunderde, stil in mezelf. ‘Maar ik zou de geest van deze groep ontrouw zijn mocht ik het niet met jullie delen dat de stichter, zonder er zelf goed bewust van te zijn geloof ik, minder lovenswaardige paden ingeslagen is.’ Wat was dit? Met wilde ogen keek ik van Friedrich naar zijn toehoorders, en weer naar Friedrich. ‘Al een tijdje, ik weet niet precies hoe lang, maakt Wilhelm misbruik van het vertrouwensspel om zichzelf te verrijken. Ik zeg dit niet om Wilhelm te ruïneren, en ik hoop dat jullie hem de kans ge-

Het regende op de dag van de volgende sessie. Het personeel, dat aanvankelijk wat argwanend was geweest over mijn regelmatige bijeenkomsten op

26

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

ven om zijn fout recht te zetten, eerder dan hem met straffen te gronde te richten. Ik zeg dit omdat ik geloofde in wat onze jonge vriend aanvankelijk predikte – dat jullie je met kleine acties konden losmaken uit de ketenen die jullie bonden. Door Wilhelms diefstal is de afhankelijkheidsrelatie voor de groep een nieuw stel ketenen geworden. Ik hoop dat Wilhelm dit zelf ook inziet en het geld teruggeeft.’ Friedrich ging zitten. Ik was intussen opgestaan, hoewel ik niet verwacht had daar de kracht voor te zullen vinden. Achterwaarts wandelde ik naar de deur toe. Mijn gezicht vertrok. ‘Natuurlijk, ik... ik had het nog niet zo... bekeken. Het spijt me.’ Ik keerde me snel om en wilde de deur openen. Ludwig, een textielfabrikant uit de Ruhr, kwam op me af, legde zijn hand op mijn arm om me tegen te houden. Rustig, met uitdrukkingsloze ogen, schoof ik de hand weer weg. Die reactie had Ludwig niet verwacht. Hij drong niet aan. Ik stak de lobby over en verliet het hotel. Met een taxi ging ik naar mijn appartement. Woede overviel me. Niet zozeer tegen Friedrich, als wel tegen de algemene kortzichtigheid die hem ertoe gebracht had mij op een dergelijke manier in verlegenheid te brengen. Die verdomde klotemoraal ook. Goed, ik stal geld. Maar zoals ik al zei, niet veel. Ik had maandenlang een veertigtal levens verrijkt, zij het door hun een fata morgana van vrijheid voor te spiegelen. En wat dan nog? Zij wisten van

MISLUKKING

DE

niets. We konden nog jaren doorgegaan zijn. De beheerstheid van mijn diefstal toonde bovendien aan dat ik een redelijk mens was – had Friedrich liever gehad dat ik een oprechte gek was die mijn volgelingen een teug uit de gifbeker aangepraat had? Welaan dan, zij geloofden in een vernuftige farce. Maar ze hadden op z’n minst goed gelachen. En nu stonden ze weer met beide voeten op de grond, waren ze er weer van overtuigd dat de medemens er slechts is om gewantrouwd te worden. Dat was wat Friedrich met zijn moralistische dolkstoot bereikt had. En na die brutale mokerslag wilde hij ook nog eens dat ik de beloning die ik mezelf veroorloofde voor het licht dat ik in hun leven bracht, voor hen niet meer dan een habbekrats, teruggaf. Geen sprake van. Ik beende naar de badkamer, haalde het kistje vanachter de wastafel, nam een nieuwe taxi naar het station en bestelde een ticket naar Keulen. Daar boekte ik onder een valse naam een hotel, spendeerde enkele dagen in foute kroegen, voorzichtig contacten met het cliënteel leggend tot ik een valse identiteitskaart, vals rijbewijs en een vals paspoort te pakken had. Ik huurde een wagen en zette koers naar het oosten. En zo ben ik intussen heel dicht bij de Tsjechische grens. Ik stop aan een tankstation om een fles frisdrank en wat broodjes te kopen. Achter het tankstation staat een politiebusje geparkeerd. De agent naast het busje kijkt me even aan, en loopt door. Bij de deur van het tankstation draait hij zich om, kijkt me nog eens aan, ditmaal lang en nadrukkelijk. Ik keer terug naar mijn wagen, stap in, start de motor en begeef me weer op weg. Ik hoor de korte stoot van de sirene en zie het busje achter me aan komen. Ik geef gas en versnel fors. Goed Friedrich, denk ik, nu gaat het tussen jou en mij.

27

OPLICHTER


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

LANG

LANG LEVE DE V E R — N I E L I N G D O OR

PEPI J N

LANEN

Lang leve de Vernieling, driewerf hoezee Lang leve het Nachtleven, elke club en elk café Elke fles, elk etiket, elk glas, elke tap, Elke week, elke minuut, elk uur, elke dag

Lang leve het neonlicht, gevlochten in de nacht Lang leve de donkerte, uitgestrekt over het pad Elk individu aanwezig in de menigte Een elk en een ieder die zich daar in verenigde

Lang leve de gekkigheid, de poeders en de pillen De meisjes en hun vlees en zelfs de moeders van hun billen Lang leve de melodie verstopt diep in de herrie Oh wat gaan we heerly lekker walgy, getsyderry

Lang leve de vlekken, oorlogsverf op kleding De enige remedie tegen doordeweekse verveling Lang leve de inspiratie door vervreemding Schenk er nog maar 1 in, nee, schenk er nog maar 2 in

28

LEVE

DE

VERNIELING


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

— DOOR MASSI H H UTAK —

29

DE

FRAGIELE

ZIEL


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

DE

FRAGIELE

ZIEL

DE FRAGI — Mensen die mij kennen, weten dat ik nooit iets betekenisloos zou doen. Zo rechtvaardigen zij wat ik gedaan heb. Ik niet. Wat ik gedaan heb, is niet te rechtvaardigen. Ik dacht dat ik wel doorhad Hoe ik in elkaar zat En wie ik was. Tot op zekere hoogte had ik dat ook. Maar er is altijd een onderbewust gedeelte Waar ik blijkbaar nooit Grip op heb weten te krijgen. Mijn natuur. Mijn aard. Ik was verliefd. Volgens hen was ik ziek. Ik wist niet beter dan dat ik mij zo voelde. Zij waren gedoemd En ik was niet een van hen. Zij zijn de gewone man. Gewoon een man Sterk, slim en stoer. Een man huilt niet. Een man heeft geen pijn. Een man houdt van vrouwen. Mijn hele leven was ik bezig met Het niet-zijn als zij Met het niet-worden van een van hen. Ik hechtte geen waarde aan zaken waar zij waarde aan hechtten Noch richtte ik mij tot zaken waar zij zich tot richtten. In al hun verschillen en gebreken waren zij allen hetzelfde. Op deze manier waren ze onlosmakelijk met elkaar verbonden En onmisbaar voor elkaars bestaan.

30


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

IELE ZIEL — Jij bent een van de weinigen aan wie ik mij heb durven hechten. Bij de rest van de kinderen ging het puur op basis van lust. Op die manier kon ik m’n gevoel en verstand gescheiden houden. Het ingewikkelde was dat Richard het allemaal filmde. Hij deed het uit liefde voor mij, maar ik zag aan hem dat hij het er moeilijk mee had om mij zo tekeer te zien gaan met een ander. Toen Richard en ik elkaar ontmoetten, vertelde ik hem over mijn online bijverdienste. Ik legde uit dat het in het verlengde lag van mijn werk. Niet zo lang geleden liet hij doorschemeren nooit gedacht te hebben dat mijn extra baantje zulke vormen zou aannemen. Ik vroeg hem om mij bij te staan zoals hij dat altijd had gedaan. Ik had hem nodig, net zoals hij mij nodig had. Dat wist hij en dat wist ik. Jouw ouders waren anders dan de ouders van de andere kinderen. Misschien maakte dat jou ook anders dan de andere kinderen. Je was twee jaar oud toen ik voor het eerst bij je naar binnen drong. Toen je struikelde en je knie bezeerde, was het kwaad geschied. Ik nam je mee naar de wc om je wond te verzorgen. Nooit zal ik vergeten hoe je aanvoelde. Hoe je rook. Je zachte kuitjes, je volle lipjes en de geur van je bezwete lichaampje. Ik zag aan je dat jij ook van mij hield. Ik kon moeilijk geen gevoelens voor je krijgen. Nadat ik je broekje had uitgetrokken, haalde ik het glijmiddel uit mijn achterzak. Wat we toen deden nam ik op met mijn mobiele telefoon. Ik dacht te veel na en kon mij niet volledig concentreren. Jij verdiende beter dan dit. Dat wist je en dat wist ik. Het was de eerste keer met jou. Ik deed het ook het liefst met jou. De beelden bewaarde ik voor mijn persoonlijk archief. Jij was van mij. Via versleutelde berichten werden mijn werken de afgelopen jaren fanatiek verspreid. Dit zorgde er weer voor dat liefhebbers zich massaal meldden. Soms zelfs aan de deur. Het grootste misverstand was dat ik het voor het geld deed. De bedragen die de bewonderaars noemden, beloofden of meenamen waren belachelijk. Ik sloeg hen een voor een af. Natuurlijk deelde ik mijn mogelijkheden niet met een ieder. Ik deelde het alleen met hen die dit het hardst nodig hadden, mensen die net als ik gedoemd waren. Ik wilde hen, al was het voor even, genezen en verlossen van de pijn. Het was een perfecte manier om mijn eigen lichaam en geest te kalmeren en lotgenoten over de hele wereld te voorzien van medicatie. We waren niet ziek, we hadden alleen pijn. Soms nam ik voor de vorm het geld aan. Voor vijftig euro heb ik een keer een meneer van drieënvijftig geholpen. Ik was bij een van mijn oppasadressen in Amstelveen, waar deze man ook vandaan kwam. Hij scheen de ouders van dat kindje vaag te kennen, maar dat stond los van alles. Ik had wat beelden die ik op de kinderopvang had gemaakt met mijn mobiele telefoon op het internet geplaatst. Dat filmpje genereerde een ongekende vraag naar meer. Daarom gingen Richard en ik op missie. Hij deed zich voor als stagiair. Met het delen van deze filmpjes was ik minder kieskeurig. Daar kon je sowieso geen controle over hebben, dat is nou eenmaal het internet. Bovendien zouden ze uiteindelijk toch hun

31

DE

FRAGIELE

ZIEL


DAS

MAGAZIN

#0

DE

MISLUKKING

DE

FRAGIELE

ZIEL

weg vinden naar hen die het werkelijk nodig hadden. Ik had Richard over jou verteld. Dat had ons bijna ons huwelijk gekost. Toen hij voorstelde om jou te filmen en dat online te zetten, werd ik razend. Hij moest jouw naam uit zijn gore bek houden, vertelde ik hem. Desalniettemin was het een vruchtbare opnamedag. Nu willen de mensen weten wat ik al die jaren precies gedaan heb. Met wie ik het gedaan heb, hoe ik het gedaan heb en waar ik het gedaan heb. Nu willen zij alle beelden zien en alle namen weten. Het waarom kan ze niet schelen. Ik zal hun ook nooit de waarheid vertellen. Althans, niet de volledige waarheid, want dat kunnen ze niet aan. Natuurlijk wist ik dat dit eraan zat te komen. Richard zag het al een tijdje niet meer zitten en heeft dat telkens benadrukt. Ik denk dat hij er echt moeite mee begon te krijgen toen ik hem vertelde dat ik verliefd op je was geworden. Ik kon urenlang beelden van jou en mij terugkijken. Meestal masturbeerde ik dan ook. Maar dat Richard mij op deze manier zou terugpakken, had ik nooit durven denken. Het online zetten van filmpjes deed ik al voordat ik werkte in het kinderdagverblijf. Wel was ik toen al vaste oppas voor verscheidene ouders. Dat was mijn voornaamste bron van genezing en inkomsten. Via een website waar ik actief blogde en contact had met geestverwanten, leerde ik de heer Schreuder kennen. Hij woonde net als ik in Amsterdam en vertelde mij een liefhebber te zijn van de jongste leeftijdscategorie. Naarmate ik hem beter leerde kennen, ging ik doelgericht materiaal voor hem verzamelen. Pas na onze derde ontmoeting vertelde hij over het kinderdagverblijf waarvan hij de directeur was. Het wilde mij in dienst nemen, wat ik aanvankelijk niet zo’n goed idee vond. Ik verdiende al goed genoeg met mijn oppas- en internetwerk. Hij beloofde dat het kinderdagverblijf mijn andere activiteiten alleen maar zou versterken en dat ik zo nog meer en beter mijn taak als ‘grenzeloze helper’ zou kunnen volbrengen. Zo noemde hij dat. Heel soms noemde hij mij ook een profeet, maar daar was ik minder gelukkig mee. Ik ben gelovig. Het gebeurde weleens dat ik als oppas werd gevraagd door ouders van het kinderdagverblijf. Negen van de tien keer zegde ik meteen toe. Dat waren de beste kansen om te filmen. Dat ging alleen niet altijd even goed. Af en toe nodigde ik iemand uit met wie ik op het internet een afspraak had gemaakt. Soms waren deze gasten zo slordig dat ze sporen achterlieten, waar de ouders mij op aanspraken. Bij sommigen was ik daarna niet langer welkom. Een enkeling verplaatste zijn kind naar een andere groep. Wat jouw ouders zo anders maakte, was dat zij hun argwaan over mij nooit bij de directie hebben geuit. Niet dat dat veel had uitgemaakt, want meneer Schreuder stond te allen tijden achter me. Hij had mij nodig. En ik hem. Dat wist hij en dat wist ik. Jouw ouders waren anders. Zij waren de enigen die mij persoonlijk aanspraken op de verdenkingen die er tegen mij waren, verdenkingen waarvan zij weer op de hoogte waren gebracht door andere ouders. Je ouders nodigden mij zelfs een keer uit bij jullie thuis. Niet om op te passen, maar om ‘elkaar eens beter te leren kennen’. Zo noem-

32


DAS

MAGAZIN

#0

—

DE

MISLUKKING

den zij dat. Richard was ook uitgenodigd. Het gesprek nam al snel een nare wending. Jouw ouders vroegen ons of wij geen seksuele verlangen voelden voor kinderen. Jonge jongetjes, legden zij uit. Hun zoontje misschien? Ik liet Richard geen woord zeggen. Hij zou dingen uitkramen die hun suggesties alleen maar zouden bevestigen. Daarom nam ik het woord en ontkende alles. Ik zei dat mijn liefde voor kinderen en mijn homoseksualiteit totaal los van elkaar stonden. Ze bleven mij daarna vragen als oppas en we hebben verder geen woord meer gewijd aan dat gesprek. Ik heb Schreuder meermaals gevraagd of hij nooit iets van je ouders te horen had gekregen met betrekking tot mij, maar hij antwoordde telkens ontkennend. Ik herinner mij de blik op het gezicht van je moeder nog heel goed, toen ze geconfronteerd werd met al het beeldmateriaal dat ik gemaakt had met haar zoontje. Dat was ook de enige keer dat ik enige schuld voelde. Maar ik hield van jou. Jij ook van mij en dat wist ik. Richard had mij er ingeluisd. De manier waarop hij dat gedaan had, verbaasde me het meest. Ik kon het moeilijk geloven, maar onverwacht was het niet. Ik had hem nooit mee mogen nemen oppassen. Richard was daar om te filmen. Ik bleef naast je liggen. Ik vertelde je dat het tijd was voor je middagdutje. Toen viel ik ook in slaap. Richard legde alles vast en hield in de gaten dat de ouders niet plotseling binnenkwamen. Deze keer maakte Richard mij niet wakker. Hij was muisstil met het beeldmateriaal weggegaan en liet mij daar naakt naast je liggen. De politie nam me met veel geweld mee. Triest vond ik dat, al ik kon me wel in hen vinden. De agenten waren net als ik mensen die hun idealen vertaalden naar hun reguliere baan. Niet bepaald professioneel, maar wel zo puur en oprecht. Een week later meldde Richard zich op het bureau en vertelde medeplichtig te zijn. Mensen die mij kennen, weten dat ik nooit iets betekenisloos zou doen. Zo rechtvaardigen zij wat ik gedaan heb. Ik niet. Wat ik gedaan heb, is niet te rechtvaardigen. Ik dacht dat ik wel doorhad hoe ik in elkaar zat en wie ik was. Tot op zekere hoogte had ik dat ook. Maar er is altijd een onderbewust gedeelte waar ik blijkbaar nooit grip op heb weten te krijgen. Mijn natuur, mijn aard. Ik was verliefd. Volgens hen was ik ziek. Ik wist niet beter dan dat ik mij zo voelde. Zij waren gedoemd en ik was niet een van hen.

33

—

DE

FRAGIELE

ZIEL


DAS

MAGAZIN

#0

HET NAJAAR VAN BABEL & VOSS UITGEVERS

DE

MISLUKKING

ATHENAEUM NIEUWSCENTRUM

A B

alle

LITERAIRE TIJDSCHRIFTEN

altijd

VERKRIJGBAAR Athenaeum Nieuwscentrum Spui 14 - 16 Amsterdam voor openingstijden zie www.athenaeum.nl

WWW.BABELENVOSS.NL

WWW.ATHENAEUM.NL

HET VOLGENDE NUMMER –  de eerste officiële editie van Das Magazin  – VERSCHIJNT IN DECEMBER 2011. VERWITTIGINGEN

ALSMEDE

ABONNEMENTEN:

WWW.DASMAGAZIN.NL

34



Das Magazin - het nulnummer