Issuu on Google+


Rode-Zeerol 1: Een stukje kaderstelling Roelf komt op, loopt over toneel met 2 piketpaaltjes en deelt een paar tikken uit. Zo de piketpaaltjes zijn geslagen, we kunnen beginnen. Dit piketpaaltje is het referentiekader en dit piketpaaltje het verwachtingspatroon. Plaatst de twee piketpaaltjes elk in een hoek van het podium. Deze middag speelt zich af tussen het verwachtingspatroon en het referentiekader.Bij Tappan vroeg men mij: ga je op 24 maart de mensen nog 1 keer de les lezen? Het was een informatieve vraag al resoneerde op de achtergrond enige bezorgdheid, er was compassie met u als publiek. Het was een verleidelijke gedachte. Ik deed het altijd met plezier, mensen de les lezen. Het ging me makkelijk af. Toch ben ik dat niet van plan. Ik kom vandaag niks brengen. Ik kom vandaag iets halen. Als u mij vandaag nog een keer uw aandacht wilt geven dan kan ik er weer 20 jaar tegen. Dan kunt u, als u vanavond thuiskomt (ik weet natuurlijk niet of u vanavond naar huis gaat en het is ook niet aan mij om hierover bindende uitspraken te doen) dan kunt u zeggen: ik heb vandaag iets gedaan dat 20 jaar stand houdt. Ik wil u daar nu al voor bedanken. Van sommigen van u ken ik het uurtarief. Ik weet dat door hier vanmiddag te zijn geweldige offers gebracht worden. Ook wil ik mijn waardering uitspreken als u dat vol houdt. Ik weet wat er nog komt. Laten we afspreken dat u aan het eind niet applaudisseert maar uzelf een schouderklopje geeft. Misschien moeten we dat even oefenen. Soms zit ik in een theaterzaal en iemand op het podium wil dan dat de zaal meedoet. Daar heb ik een bloedhekel aan. Die snuiter heeft te weinig repertoire denk ik meteen. Maar nu sta ik hier en dan heeft het wel wat. Een, twee, drie. Geluid van applaus en zaal tikt zichzelf op de schouder. U bent een fantastisch publiek. U hoort allemaal tot mijn helden.


Wat kunt u verwachten? Laat ik een onderscheid maken naar vorm en inhoud. Wat de vorm betreft. Vanmiddag vertel ik u verhalen. Ik laat u wat plaatjes en filmpjes zien met veel hulp van DaniĂŤl Plazier die daar boven de regie bewaakt. U ziet daar een donker scherm. Daarachter bevindt zich het zwarte gat waarin ik me om te wennen even zal terugtrekken vanmiddag. Ik breng verslag uit zodat u ook weet waar u aan toe bent. En als intermezzo is er af en toe een pasje. Dat gaat zo. De choreografie is van Rudi van Dantzig. U heeft zijn stijl misschien herkend.


Dan de inhoud. Heeft deze middag inhoud? Ik vrees dat we hier de achilleshiel van de bijeenkomst te pakken hebben. De oorspronkelijke versie had juist veel inhoud. Ik had een originele visie, misschien zelfs een doorbraak, met veel voetnoten hoe nanotechnologie deficienties in de DNA structuur kan helpen corrigeren. Vanochtend heb ik dat eruit gegooid. Veel te lang. Ik schrijf wel een artikel voor The lancet dan kunt u het daar nog eens nalezen. Nu bestaat de inhoud uit mijn leven en is opgebouwd uit 14 Rode-Zeerollen, geen familie van de Dode-Zeerollen. U krijgt zo een beeld van mijn cv en dat komt goed van pas als u iets hoort over een mooie baan. Tenminste als het gaat om 1 dag per week.


Rode-Zeerol 2 Zelf held worden, iets voor u? U hoorde aan het begin Radar Love van de Golden Earring. Dat was mijn warming up als ik van mijn huis in Benoordenhout reed naar mijn werk in Bezuidenhout. Reistijd: 7 minuut 43, gelijk aan de duur van de muziek.


Op de terugweg, als cooling down, draaide ik Partita van Bach gespeeld door Janine Jansen. Met Cesar Zuiderwijk, Bach en Janine Jansen hebben we al drie van mijn helden te pakken. Over Janine Jansen gesproken. Een paar weken geleden keek ik in een uitverkochte bioscoopzaal naar een film over haar leven. Ik denk dat de hele zaal ervan droomde om Janine Jansen te zijn. Wat een voorrecht om zo hemels viool te spelen. We zagen in de film Janine Jansen na afloop van een voorstelling op de achterbank van een taxi. Ze bleek zelf ook dromen te hebben. Het was haar droom om even niet Janine Jansen te zijn: een race over de wereld van concertzaal naar concertzaal. Het was een mooie paradox. Wij droomden dat we haar waren en zij wilde ons zijn. Het leven is een voortdurende gooi naar het onbereikbare.


Een communicatieadviseur zou zeggen: in de positionering van het leven zijn de kernwaarden weemoed en verlangen. In mijn leven uit zich dat door twee dingen: ik verzamel helden en mooie zinnetjes. Zie ik een politicus op de televisie met een markante kop en een iets te voor de handliggende oplossing bij een ingewikkeld maatschappelijk probleem dan is mijn gedachte direct: Willem Elsschot. Grote lantaarn, weinig licht.


Wat is een held? Willem Frederik Hermans omschrijft een held als iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest. Een mooie omschrijving maar niet helemaal wat ik bedoel. Met een held bedoel ik iemand die je bewondert. Iemand die glans geeft aan het leven, in ieder geval aan jouw leven. Daarom presenteer ik vandaag graag mijn helden. 1 van mijn helden is speciaal uit het buitenland hier naar toegekomen en zal aan het eind van de bijeenkomst aan het woord komen.


Het idee om een verhaal over mijn helden te houden ontstond precies een halfjaar geleden. Toen zat ik in het vliegtuig van Amsterdam naar Chicago. Naast me zaten twee Friezen van middelbare leeftijd. Dat ze van middelbare leeftijd waren kon je zien. Dat ze Fries waren ook. Ze hadden de Friese vlag op hun rugzak genaaid zodat Friezen elkaar makkelijk konden herkennen. Ze waren nooit eerder in de USA geweest maar die tactiek werkte als een tierelier in Dokkum en Hindelopen. Zij gingen op bedevaart naar hun held Elvis Presley. Het waren twee aardige kerels. Als ik toch een kanttekening mag maken. Om de tien minuten barstte 1 van de twee Friezen uit in de eerste regels van In the getto. Dat had van mij niet gehoeven.


Zodra ik naast mij In the getto hoorde, stak ik het gangpad over en ging zitten naast een zwarte vrouw. Laat ik open kaart spelen. Naast me zat een mooie jonge zwarte vrouw. Dat heb ik weer. Ze woonde en werkte in Chicago. Ze had een goeie baan in de gezondheidszorg. Ze had net een rondje Europa gedaan en ook Nederland bezocht. Ze was in Madurodam geweest vertelde ze lachend. Jullie zijn zo’n klein landje en dan maak je het nog kleiner. Een strakke voorzet kop ik graag binnen. Ik meldde, en probeerde mijn triomfalisme in te tomen, dat ik schuin tegenover Madurodam woonde. Woont niet iedere Nederlander schuin tegenover Madurodam, sprak ze.


Ze vertelde dat Oprah haar held was. Ik vroeg aan mijn buurvrouw: kun je voor mij een lunchafspraak regelen met Oprah? Ze lachte weer. De mediakoningin van de wereld met een nobody uit zo’n klein landje. Ik verstond out of proportion. Ze raadde mij aan om contact op te nemen met de Harpo studio’s. Harpo is Oprah achterstevoren. Als u het vanavond even uitschrijft, ziet u het meteen. Ik had Oprah willen vragen of ze volgend jaar 24 maart toevallig in de buurt van Den Haag zou zijn. Oprah en ik zijn collega’s. We recenseren boeken. Als zij enthousiast is over een boek worden er een miljoen exemplaren extra verkocht. Als ik enthousiast ben over een boek ontvang ik een doodenkele keer een vriendelijk mailtje van een auteur. Inderdaad, out of proportion. Aan het eind van de bijeenkomst ontvangt u een presentexemplaar met recensies uit de afgelopen twee jaar. Dat etentje met Oprah is er eerlijk gezegd niet gekomen. Laat ik het neutraal formuleren. Een van ons was weer op dieet.


Rode-Zeerol 3 Geboorte en voorschoolse opvang, een cri de coeur om joie de vivre Laten we bij het begin beginnen. Ik ben geboren in de binnenstad van Amersfoort op een zondagmiddag


Uitgerekend tijdens mijn geboorte, ik dacht mijn publiek kan wel een woordspeling hebben, speelde het Nederlands elftal in Basel tegen Zwitserland. We scoorden 5 keer. Ik ben een zondagskind. Het eerste dat ik deed na mijn geboorte is iets dat ik later met veel moeite heb afgeleerd. Ik plaste over de tafel. Mijn vader keek ernaar, zag dat alles werkte en luisterde verder naar de radio. Vaders waren toen geen doetjes. Dat mocht niet van de tijdgeest. Hij hoorde dat Zwitserland 7 keer scoorde. We verloren met 7-5 van Zwitserland en misschien was ik wel geen zondagskind.


Mijn eerste held was Japie Boshuyzen. Misschien kent u Japie niet. Een paar huizen bij ons vandaan had je de houtzagerij van de firma Boshuyzen. Japie was de zoon van de firma. Japie was een paar jaar ouder dan ik en toch mocht ik zijn vriendje zijn. Daarom was Japie mijn held. In de houtzagerij van zijn vader werden lijkkisten gemaakt. Ik stond als kleuter te kijken naar die lijkkisten en vond het fascinerend. Ik hoor het geluid van de cirkelzaag nog. Ik zie het zaagsel op de grond liggen en ruik de houtkrullen weer. Ik ben een hele poos met Japie bevriend gebleven. Ik heb meegemaakt dat Japie vriendinnetjes kreeg. Dan kwam hij voor het eerst bij zo’n meisje thuis en zeiden haar ouders: Japie, wat leuk, kom je kennismaken en dan antwoordde hij altijd: nee, ik kom de maat nemen.


Rode-Zeerol 4 Naar school, een glimp van je wipneusje zien Mijn ouders hebben me opgevoed. De welvaart was amper uitgevonden. Een wasmachine, magnetron of i-Pad hadden ze niet maar opvoeden dat hadden ze wel. Mijn ouders vonden dat ik goed mijn best moest doen in het leven. Eerlijk zijn en hard werken op school. Dan krijg je later een mooie baan.


Mijn lagere schooltijd was elke dag een avontuur dat begon rond de klok van half negen. Ik ging naar de prof Dr G van der Leeuwschool. Prof dr G van der Leeuw was behalve een onderwijsvernieuwer ook predikant en socialist. Op zich een interessante combinatie alleen niet in het onderwijs. Op papier goede bedoelingen, in de praktijk catastrofe’s. Mijn lagere school is inmiddels afgebroken. Op die plek staat nu een bejaardenflat. De cirkel is rond.


Ik wil niet te uitgebreid stil staan bij mijn jeugd. Tolstoi zegt op de eerste bladzij van Anna Karenina het volgende. Alle gelukkige families zijn hetzelfde. Elke ongelukkige familie is ongelukkig op zijn eigen manier. Wij waren een gelukkige familie. Dus verder niks bijzonders. Het was net als bij u thuis.


Na de lagere school kreeg ik nog geen mooie baan aangeboden. Ik moest eerst meer leren. Mijn ouders stuurden mij naar een middelbare Montessorischool. Alleen had niemand, maar dan ook niemand, tegen mijn ouders verteld dat kinderen op een Montessorischool een verhoogd risico lopen op twee afwijkingen: arrogantie en hoogbegaafdheid. Op de eerste schooldag besloot ik genoegen te nemen met een score van 50%. Welke 50% zegt u? Dat noemen we op de Montessorischool een retorische vraag en zulke vragen zijn gewoonlijk afkomstig van mensen die zelf niet eens Montessorionderwijs hebben gevolgd.


Het valt me opeens op hoe ver de piketpaaltjes uit elkaar staan. Lieke loopt naar de microfoon en vraagt: waarom zet je de piketpaaltjes niet dichter bij elkaar. Dan ontstaat er een spanningsboog. Dank, een goede suggestie. Maar je kunt het natuurlijk ook anders oplossen. Roelf pakt een boog achter de katheder vandaan en legt die tussen de piketpaaltjes. Zo kun je kort door de bocht via een spanningsboog naar het verwachtingspatroon. Sorry hoor. Ze hebben u een afscheidscollege beloofd en wat krijgt u: absurdistisch totaaltheater. Dames en heren, wat u net zag hadden we ingestudeerd. U werd misschien even op het verkeerde been gezet omdat zowel de vragensteller als ik heel naturel acteerde. U zag Lieke van Mieghem, net voor de tweede keer moeder geworden, een formidabele Halina Reijn neerzetten en ik dacht dat mijn eigen Pierre Bokma ook niet onverdienstelijk was. Ik verklap de ware toedracht van dit toneelstukje omdat de waarheid belangrijk is. Veel helden van mij zijn wetenschappers. Wetenschappers hebben bijgeloof en mythes doorgeprikt. SLOGAN 1 LIEVER DE NAAKTE WAARHEID DAN EEN AANGEKLEDE ILLUSIE


Copernicus ontdekte dat de aarde niet het middelpunt van het heelal is. Darwin ontdekte dat de mens niet van een hogere orde is dan andere levende wezens. De spelregels zijn hetzelfde. Freud ontdekte dat ons bewustzijn ook maar een speelbal is van onbewuste driften. Ik was op bezoek in het huis van Sigmund Freud, Berggasse 19 in Wenen. De meubels stonden er nog, inclusief de divan. Het viel mij wat tegen. Het was er bedompt. Ik had helemaal geen zin meer om met mijn moeder naar bed te gaan.


En dan heb je dat Engelse brutaaltje Richard Dawkins. Hij zegt dat wij mensen maar excuustruzen zijn voor onze genen die willen blijven voortbestaan. En dan nog kosmoloog Stephen Hawking die inzichten ontwikkelde over het heelal. Die man is een 1persoonswonder: een genie in een lijf dat bijna niets kan. De geschiedenis van de wetenschap leert dat het heelal steeds groter en de mens steeds kleiner wordt.


Het symbool voor wetenschap is voor mij Karl Popper. Hij loste het probleem op hoe je vast kunt stellen of iets waar is of niet. Je moet het omgekeerde doen van wat voor de hand ligt: zoek geen steun bij je opvattingen. Je moet niet zoeken naar verificatie maar naar falsificatie. Het mooie van Popper is dat hij zijn opvattingen over wetenschap ook heeft doorvertaald naar maatschappelijke kwesties. The open society and his enemies. Alle kennis is voorlopig en elk idee mag verkend worden.


Rode-Zeerol 5 Studietijd of studententijd, an offer you can’t refuse We zijn zo’n beetje gearriveerd bij mijn studietijd. De naam studententijd dekt de lading beter. Ik moet bekennen dat ik mijn studententijd voor een groot deel in de bioscoop heb doorgebracht. Ik deed twee studies en het voordeel daarvan is dat je altijd twee redenen hebt om naar de bioscoop te gaan. De film belichaamt voor mij de magie van het leven.


Ik laat u een korte toespraak zien van 1 van mijn helden Walter Matthau die aan het eind uitlegt hoe die betovering werkt. Let op zijn brille en eenvoud. Even een toelichting. Walter Matthau en Jack Lemmon, een andere held, speelden samen in 11 films: The odd couple, Fortune cookie, Grumpy old man. Lemmon kreeg een oeuvreprijs. Een praatje van Matthau was onvermijdelijk.


Het filmpje bevat een tussenshot van Shirley Maclaine. Ik heb de indruk dat zij geniet maar oordeelt u zelf.


Film heeft mij geholpen. Van huis uit was ik een verlegen jongetje. Film is een venster op het leven. Film biedt een uitbreiding van je handelingsrepertoire. Film leert je zinnetjes waaraan je je kunt vastklampen en waarmee je verder kunt. Film fascineert me. Ik lees zelfs de dagboeken die Woody Allen bijhoudt tijdens filmopnamen. Daar kun je allemaal nuttige tips lezen wat je doen moet bij problemen die je niet hebt. Bijvoorbeeld hoe je ervoor kunt zorgen dat Scarlett Johannson ’s nachts niet je hotelkamer binnendringt. Dat werkt namelijk anders dan bij Penelope Cruz. Gooi dat dus niet doorelkaar.


Tijdens mijn studententijd had ik 24 uur per dag het volgende zinnetje paraat. Mrs Robinson you are trying to seduce me. Zoals u weet komt dat zinnetje uit the Graduate. We zien een piepjonge Pierre Bokma die Dustin Hofman speelt een rijpere Halina Reijn die een geweldige Anne Bancroft neerzet.


Toegerust met bruikbare zinnetjes kweek je zelfvertrouwen. Uitgaan van eigen kracht. Je niet door anderen van de wijs laten brengen. Wat anderen doen, moeten zij weten. SLOGAN 2 HUN HEBBEN EEN OPSTELLING WIE ER NIET TOE DOET Iedereen herkent van welke Catalaanse filosoof dit taalgebruik afkomstig is.


Cruijff is een fenomeen door zijn taalgebruik al kon hij ook aardig voetballen. E un momento dado, de documentaire over zijn leven, ofwel op een gegeven moment is een uitdrukking die in het Catalaans helemaal niet bestond. Sinds Cruijff is het een gevleugelde uitdrukking in het Catalaans.


Rode-Zeerol 6 Eindelijk aan het werk Na de studentijdtijd viel er niet langer aan te ontsnappen. Ik moest gaan werken.


Anne van der Meiden vroeg me bij Massacommunicatie te komen werken aan de Universiteit Utrecht. Ik ben hem daar nog erkentelijk voor.


Na de universiteit volgde 6 jaar Rijksvoorlichtingsdienst, het Ministerie van Algemene Zaken, een onmisbare ervaring om te leren hoe de overheid van binnenuit werkt. Ik snapte Franz Kafka die 100 jaar geleden schreef: ambtelijke beslissingen zijn schuw als jonge meisjes. Dat zou hij nu niet meer schrijven maar uitsluitend omdat de jonge meisjes veranderd zijn.


Op het ministerie gedroeg ik me als een trouwe ambtenaar. In je gedrag ben je loyaal aan de minister of staatssecretaris. In je denken ben je vrij. SLOGAN 3 YOU CAN LEAD A POLITICIAN TO WATER BUT YOU CAN’T MAKE HIM THINK


Deze slogan heb ik ontleend aan Kinky Friedman, schrijver, country and western zanger, Texaans politicus en liefhebber van Cubaanse sigaren. Kinky Friedman schonk president Clinton, een groot sigarenliefhebber zoals algemeen bekend, eens een Cubaanse sigaar. Dat bracht de president in verlegenheid. Zijn regering kende een handelsboycot met Cuba. Kinky hielp een handje. Steek hem op en denk niet dat u het embargo schendt maar denk dat u hun gewas in brand steekt. Veel van mijn generatiegenoten wilden werken voor het algemeen belang of voor een goed doel. Geld verdienen in het bedrijfsleven was een tikje ordinair. Dat idee ben ik nooit helemaal kwijt geraakt. Hoewel ik met veel plezier heb gewerkt aan de universiteit en hogeschool zeg ik met de wijsheid achteraf dat ik nergens meer intellectuele prikkels en intellectuele vrijheid heb ervaren dan in die vermaledijde commerciĂŤle bureauwereld.


Rode-Zeerol 7 Overheid en politiek, ons land kent meer functionarissen dan bevoegdheden De meeste van mijn klanten waren overheidsorganisaties. Is de overheid nu een deel van de oplossing of een deel van het probleem? In de loop van de jaren is mijn oordeel niet milder maar kritischer geworden.


Een keerpunt is het rapport van de Algemene Rekenkamer getiteld Tussen beleid en uitvoering. De Rekenkamer reken ik overigens tot de pareltjes van het publieke bestel. U ziet Saskia Stuiveling onder wier verantwoordelijkheid het rapport uitkwam.


Achtergrond • Aangekondigde beleidsplannen • Goedgekeurd door volksvertegenwoordiging • Getoetst bij ca 30 dossiers


Bevindingen • Overheid wist zelf niet of het beleid was uitgevoerd • Wel uitgevoerd dan niet nagegaan of doel gerealiseerd was • Wel nagegaan dan bleek doel vaak niet gehaald


Weerwoord ministers • Effecten zullen op lange termijn blijken • De werkelijkheid is complex • We doen het nu veel beter


Je hoort in het weerwoord de mening van sir Humphrey doorklinken in de opvatting van minister James Hacker. Yes minister is mijn favoriete tv-serie aller tijden. Er is die aflevering over een ziekenhuis zonder artsen en patiĂŤnten maar wel met 500 man ondersteunend personeel, allemaal ontzettend druk.


Zelfs Margaret Thatcher was een fan van de serie maar in het echt gaat het niet zo, zei ze eens tegen de makers van de serie. Dat denkt ze, was hun antwoord.


SLOGAN 4 OVERHEIDSBELEID HEEFT MEER VAN DOEN MET RETORIEK DAN MET DE WERKELIJKHEID


Wat moeten we met politiek en overheid. Ik verbleef in M端nchen, stad met een beladen geschiedenis. Er zijn daar nog ergere dingen gebeurd dan een schreeuwende Louis van Gaal in lederhosen op het balkon am Rathaus.


Er is ook een andere kant. Zo stond ik in de kunstenaarswijk Schwabing voor het huis waar Thomas Mann de Buddenbrooks schreef, zijn eerste grote roman resulterend in de Nobelprijs. Mann komt uit Lubeck en Buddenbrooks speelt in Lubeck maar hij schreef dat werk in Munchen. Ja, dan ben je een artiest. Ik was in M端nchen en ging naar Dachau met de U-bahn. Het dichtstbijzijnde station was een eind bij het kamp vandaan. Het werd lopen in benauwd weer boven de dertig graden.


Ik was in Weimar. Met de auto reed ik langs beboste heuvels naar Buchenwald. Het was maart maar er lag nog sneeuw en er hing een dichte mist. Je kon geen wachttoren zien. Er zit maar 7 tot 8 kilometer tussen het Weimar van Goethe en Schiller en het Buchenwald van Hitler en Goebbels.


Ik verbleef in Krakau, stad van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska. We gingen met de bus naar Auschwitz.


Het was een grauwe dag en het miezerde. Op zo’n plek raak je diep onder de indruk van wat daar gebeurd is. Je voelt je verbonden met de geschiedenis. Je stelt de onvermijdelijke vraag naar het waarom. Waarom is het altijd kloteweer als ik naar een concentratiekamp ga? Op die vraag bestaat geen antwoord. Je kunt wel vragen welke les trek ik uit wat er gebeurd is. Mijn antwoord is dat je je nooit van de wereld en de politiek mag afkeren. Denk na over wat er volgens jou wel en niet deugt.


Veel helden hebben mij geholpen om uit te vinden waar ik wel of niet voor sta. Hier komen mensen die mij gevormd hebben. Dirk, Jacobse en Van Es, professor Akkermans, Dr Clavan, Meneer Foppe en De vieze man.


Veel mensen die voor mij een oriĂŤntatiepunt vormen komen uit Amerika. Roger Angell, Art Buchwald, David Halberstam, George Plimpton. Angell is meer dan 40 jaar redacteur van The New Yorker, Art Buchwald schreef decennia geestige columns vaak in de vorm van een dialoog in de Herald Tribune, Halberstam schreef vuistdikke boeken over de moderne geschiedenis. Plimpton runde 50 jaar een literair tijdschrift. Wat deze mensen delen is een brede blik, belangstelling voor politiek, het vermogen te schrijven, humor, liefde voor literatuur en honkbal.


George Plimpton bereikte een groot publiek als participerend journalist met een serie amateur tussen professionals. Hij keepte bij de ijshockeyploeg van de Boston Bruins en stopte een penalty shot van Wayne Gretzky, 1 van de grootste spelers aller tijden,


hij bokste tegen wereldkampioen Archie Moore en brak zijn neus.


Plimpton speelde triangel bij de New York Philharmonic onder leiding van Leonard Bernstein in een symfonie van Mahler. Bernstein kon een tiran voor orkestleden zijn. Plimpton moest 1 noot spelen maar kreeg alle drie de nachtmerries die een triangelspeler kan krijgen: 1 je hebt je triangel maar vergeet je staafje, 2 je hebt je staafje maar vergeet je triangel en 3 de ergste van allemaal, om niet te zeggen de hel: je vergeet je staafje en je triangel.


Rode-Zeerol 8 Ondernemer en manager, onzekere overachievers De baan die ik het langst bekleed heb is die van algemeen directeur van Tappan Communicatie. Misschien is dit het moment om te vertellen hoe ik bij Tappan verzeild ben geraakt. CMC werd in 1992 een onderdeel van Tappan. Voor het zover was moest CMC eerst failliet gaan. Dat gebeurt niet zo maar. Daar moet je wel wat voor doen. CMC besloot in een veel te duur pand te gaan zitten, hier vlakbij. Ik was bij de feestelijke opening aanwezig als functionaris van de RVD. Ik stapte van de ene te luxe kamer naar de volgende. Tegelijkertijd legde een vrouw die luxe route in omgekeerde richting af. Ze bewoog kwikzilverachtig. Ik weet nog welke kleren ze droeg. Zelf weet ze dat niet meer. Op de drempel troffen onze blikken elkaar. Ze had bruine ogen en ik hoorde opeens de eerste maten van de Fr端hlingsonate van Beethoven.


Twee jaar later belde een headhunter met de vraag of ik directeur van CMC wilde worden. Ik zei ja en gaf aan diezelfde middag te kunnen beginnen. Kan ik nog meer onthullen over die beschreven ontmoeting? Een foto van die ontmoeting kan ik niet laten zien. Daar staat een forse dwangsom op. Wel kan ik opbiechten dat het vioolspel van Emmy Verhey was.


Nog een onthulling. Die luxe villa van CMC is later een drugspand geworden. Toevallig net in de tijd dat de Surinaamse ambassade erin zat. Dat zal Desi Bouterse een postkoloniale opmerking vinden. Misschien heb ik morgen wel een dagvaarding in de bus van Brammetje.


Bij Tappan overkwam me het volgende. De interne informatievoorziening was gebrekkig. Het bedrijf leek er niet zo goed voor te staan als iedereen dacht. Sterker nog het bedrijf bleek er slecht voor te staan. Als u wilt weten hoe het echt zat: het bedrijf was technisch failliet met een negatief eigen vermogen van drie miljoen. Sip Bosch was aandeelhouder, een korte periode interimmanager om vast te stellen hoe erg het was en verschafte in de zwartste tijd aan het bedrijf een achtergestelde lening, waarmee hij een geweldig risico liep. Vervolgens werd hij president van de Raad van Commissarissen. Het was niet helemaal zoals Montesquieu het bedoeld had maar het kon toen niet anders. Sip vroeg als door de wol geverfde ondernemer of ik algemeen directeur van Tappan wilde worden. Veel gegadigden waren er niet. Ik had geen ervaring in het leiden van een bedrijf laat staan dat ik wist hoe je uit de rode cijfers komt.


Die eerste periode was ik elke maandagochtend om 8 uur in Reeuwijk. Met Sip nam ik alle kwesties door. Daarna deden we de problemen en om het af te leren bespraken we de pijnpunten. Vervolgens reed ik van Reeuwijk naar Tappan in Den Haag. Bij aankomst was ik in de stemming om een stukje leiding te geven. Maar aan wie? Iedereen was aan het werk. Iedereen was druk bezig voor klanten. Medewerkers wilden dat het bedrijf er weer bovenop kwam. Ik was soms eenzaam in die dagen. Mijn rechterhand was een financiĂŤle man. Die was piepjong, deskundig en betrouwbaar. Dat schiet lekker op als je een bedrijf uit de rode cijfers wilt halen. We gingen aan de slag. Na een paar goede maanden gingen we naar de bank. Maurice en ik trokken een net pak aan, of eigenlijk ik want Maurice droeg altijd een net pak. We zeiden: we willen een hoger kredietplafond. Kijk maar de cijfers zijn goed. We zaten tegenover twee bankiers van de afdeling bijzondere kredieten. Dat is geen lolletje, kan ik u verzekeren. Ze behandelden ons alsof we een soort criminelen waren. Ja, het was echt een beetje de omgekeerde wereld. Het lukte toch. Een enkele keer hadden we een slechte maand. We hulden ons in rafelige kledij en namen contact op met de grote buitenlandse schuldeiser. We zeiden: we willen een regeling treffen. Kijk maar de cijfers zijn slecht. Doe het maar nu het nog kan. Drie, vier jaar hebben we dat zo gedaan en toen was het negatieve eigen vermogen weggewerkt.


Om het te vieren ging ik eten in restaurant Oud Sluis van Sergio Herman. De langoustines waren voortreffelijk; de coquilles Saint Jacques smolten op de tong. Het limoendessert onvergetelijk. Toen kwam de rekening. Ik moest zelf betalen, het bedrijf was nog kwetsbaar. Kan ik met een pasje betalen? Natuurlijk meneer, dat is heel normaal. Ik zei: mooi en deed een Rudi van Dantzigje.


Rode-Zeerol 9 Ze noemen je communicatiedeskundige Zullen we het nog even over het communicatievak hebben. Ik heb er volop aan meegedaan: les gegeven, onderzoek gedaan, congressen toegesproken, artikelen geschreven enz, enz. Waar brengt je dat? Wat stelt het voor?


Mijn zus volgde een hbo opleiding facilitair management. Kenners van dat vakgebied weten dat het belangrijkste onderdeel van die studie is…communicatie. Mijn zus moest een syllabus leren met daarin een visie van Middel. Ze bleef met die ervaring een tijdje rondlopen. Het was bij ons in de familie zo’n zwoele zomeravond waarbij het onweer maar niet los wil komen. Kleine aanleidingen kunnen grote schisma’s veroorzaken. Mijn zus liep rond met een vraag. Ze vroeg mij…Het is volkomen terecht dat zo’n vraag gesteld wordt. Mijn zus vroeg mij… ik mag en kan daar niet voor weglopen. Mijn zus vroeg mij: “ben jij dat?”


De vraag is duidelijk maar wat is het antwoord. Je kunt moeilijk zeggen soms wel soms niet. Waar staat dat communicatievak eigenlijk voor. Mijn visie heeft al lang het loodje gelegd. Iedereen is tegenwoordig spindoctor en spindoctors worden zelfs bekende Nederlanders. Eerst zet je thuis op je zolderkamer Jan Peter Balkenende in elkaar en vervolgens word je zijn spindoctor. Later kun je dan nog staatssecretaris van defensie worden. Dan krijg je, zoals u hier kunt zien, een helikopter en een adjudant. Wat spindoctors voor het communicatievak hebben betekend kun je in krijgskundig opzicht vergelijken met begrippen als Waterloo, Verdun en Stalingrad. Een overheid die zichzelf verkoopt daar is per definitie iets mis mee. Dat is mij een gruwel. Natuurlijk behoren politieke partijen en politici zich in te spannen om aanhang te verwerven voor hun denkbeelden maar een overheid die zichzelf verkoopt hoort in een dictatuur en niet in een democratie. Het volk, de kiezers zijn immers de opdrachtgever van de overheid.


Prachtig zijn de eerste woorden van de Amerikaanse grondwet. We the people. Nog altijd is er groot respect voor de founding fathers. President Kennedy ontving eens 44 Nobelprijswinnaars op het Witte Huis. Bewonderend sprak hij hen toe. Kennedy zei: nooit eerder was op deze plek zoveel talent bijeenverzameld behalve op de momenten dat Thomas Jefferson hier in zijn eentje dineerde.


Niet alleen op rijksniveau maakt de overheid reclame voor zichzelf. Voor mijn openbare les heb ik slogans van gemeenten verzameld. De conclusie was toen: Nederlandse gemeenten hebben 1 ding met elkaar gemeen: ze zijn allemaal centraal gelegen. En dat klopt ook. Centraal gelegen is geen objectief criterium maar een point of view. SLOGAN 5 VOOR PINGUINS IS DE ZUIDPOOL CENTRAAL GELEGEN


Rode-Zeerol 10 Middels octale stelsel In mijn werk heb ik diverse rollen mogen vervullen.


Er wordt wel beweerd dat Nederland de hoogste adviesdichtheid ter wereld bezit. Mooi voor mensen zoals ik. Ik vind het een schitterende bezigheid.

Wetenschapper Ambtenaar Ondernemer Docent Manager Communicatiedeskundige Consultant


SLOGAN 6 DE HELFT VAN DE BEROEPSBEVOLKING DIE GEEN VAK GELEERD HEEFT, VERTELT AAN DE ANDERE HELFT HOE ZIJ HUN WERK MOETEN DOEN Als ik de balans probeer op te maken welke rol mij het meest na aan het hart ligt dan kom ik uit bij de rol van consultant. Dat is een rol waarin alles samenvalt. Geleidelijk heb ik het geheim van een consultant ontdekt en ondergebracht in het octale stelsel.


Met bovengenoemd arsenaal kun je succesvol zijn. Onderschat het belang van het consultantsloopje niet. Consultants herkennen dat bij elkaar. Zet mij in een willekeurig winkelcentrum neer en ik pik de consultants er zo uit.

1. Verander ongemerkt de vraag 2. Laat in de analysefase je eigen mening thuis 3. Wees nieuwsgierig: waarom is het hier zoals het is; geloof nooit de corporate story 4. Weinig weten van veel is beter dan veel van weinig 5. Gooi in de oplossingsfase al je ervaring in de strijd 6. Zorg dat de klant zelf jouw conclusies trekt 7. Meet jezelf een consultantsloopje aan: een beetje bravoure is okĂŠ, maar nooit tĂŠ 8. Klant en consultant vinden het plezierig een poosje samen op te trekken


Rode-Zeerol 11 Oud, dat zijn uw woorden Je wordt ouder en het geheugen neemt af.


Je wordt ouder en het geheugen neemt af. De Groningse psycholoog Douwe Draaisma heeft prachtige boeken geschreven over het geheugen en de keerzijde het vergeten. Herinnering is cruciaal.


SLOGAN 7 JE BENT WAT JE ONTHOUDT.


Vergeten is een vorm van ontmenselijking. Dat maakt een ziekte als Alzheimer zo schrijnend. De grote Iris Murdoch schreef dikke romans en filosofische beschouwingen. Later in haar leven zat ze, niet meer wetend wie ze was, lachend voor de televisie naar de teletubbies te kijken. Haar man, John Bayley, heeft daar vol mededogen over geschreven.


Soms zoek ik tevergeefs naar een naam. Vorige week kon ik niet op de naam komen van de beroemde Ghanese filosoof die les geeft op Princeton. Ik heb nota bene zijn boek over kosmopolitisme besproken. Hij heeft net een nieuw boek uit over eerwraak. Vaak merk ik dat mijn hoofd vol ballast zit. Ik weet miljoenen feitjes waar je niks aan hebt. Toch onthoud ik liever flauwekul dan niks. Weet u de opstelling nog van de kampioensploeg van DOS uit 1958. Met Frans de Munck de zwarte panter op de goal.


Kent u alle ministers nog uit het eerste kabinet Den Uyl?


De 11 etappeoverwinningen van TI Raleigh onder leiding van Peter Post in de Tour van 1980 kan ik nog allemaal opnoemen inclusief twee ploegentijdritten.


Je kunt mij ’s nachts wakker maken en ik noem, in chronologische volgorde, alle echtgenoten van Willeke Alberti op. In een gulle bui doe ik die van Patricia Paay erbij.


Gisteren aan de kassa bij Albert Hein vroeg de cassiere of ik een bonuskaart heb. Ik herhaalde een bonuskaart en antwoordde: Kwame Appiah, de Ghanese filosoof. Ik kende hem weer na hem een week kwijt geweest te zijn.


Rode-Zeerol 12 Que sera sera, hakken-bil hakken-bil met Olga Commandeur We naderen het eind. Wat ga ik doen. Zal ik op konijnen gaan jagen? Wat brengt de toekomst? De laatste paar jaar boeit het onderwerp rechtvaardigheid me zeer.


Ooit probeerde ik een scriptie te schrijven over het onderwerp Wittgenstein and justice. Het denken van Wittgenstein leek fascinerend met die heldere raadselachtige zinnetjes. Waarover je niet kunt spreken moet je zwijgen. Als een leeuw kon spreken zouden we hem niet kunnen verstaan.


Ik wil het werk van John Rawls, Amartya Sen, Martha Nussbaum en Michael Sandel beter leren kennen.


Kijkt u eens op You tube naar de colleges van Michael Sandel op Harvard. Daar staat een docent zoals een docent bedoeld is. Rechtvaardigheid is een fundamentele notie waar iedereen iets bij voelt.

justiceharvard.org


Mijn werkzaamheden aan de Magritte ansichtkaartenverzameling gaat door. Ik zeg al jaren dat ik de grootste verzameling ter wereld bezit. Daar stop ik mee als u iemand kent die er meer dan 317 heeft. Bij Magritte is niets wat het lijkt.


Ik blijf op zoek naar nieuwe helden. Helden die sterven blijven held. Het jammerlijke is dat er dan geen herinneringen meer bijkomen. Mijn wetenschappelijke held Stephen Jay Gould is er niet meer. Lymfeklierkanker. Mijn held uit de cinema Francois Truffaut is er niet meer, hersentumor. Mijn literaire held John Updike is overleden, longkanker.


Mijn sportheld Joe di Maggio is er niet meer. Op zijn overlijdensakte staat vast een enge ziekte.


Maar hij stierf aan liefdesverdriet? Het was een sprookjeshuwelijk van Joe DiMaggio en Marilyn Monroe, Mr en Mrs America. Er zijn vele boeken over geschreven. Het kost meer tijd die boeken te lezen dan het huwelijk heeft geduurd. Zijn huwelijk met Marilyn Monroe, de Amerikaanse Brigitte Bardot, werd een fiasco, de scheiding een meesterwerk. Elke dag liet hij verse rozen bezorgen op het graf van Monroe. DiMaggio vroeg 10 dollar voor een handtekening op een honkbalplaatje. Hij kon een vermogen krijgen met het vertellen van de waarheid over zijn huwelijk met Monroe. Hij heeft er nooit iets over willen zeggen. DiMaggio was een gentleman.


Soms zie ik het outfield van Yankee stadium voor me. Het is de plek waar Di Maggio heerste als een souvereine vorst. Het is leeg in het outfield. Ik hoop dat in het oufield een deur open gaat en er een eenzame man verschijnt met een akoestische gitaar. Ik hoop dat die eenzame man Paul Simon heet en dat hij nog 1 keer, zoals alleen hij dat kan Mrs Robinson zingt.


Rode-Zeerol 13 Ay Marieke Marieke le ciel flamand Over 10 dagen is het de eerste zondag van april. Op die dag kan ik nooit iets afspreken. Die dag zit ik voor de televisie.


Ik kijk naar de Ronde van Vlaanderen, de mooiste koers van het jaar, en luister naar het commentaar van Michel Wuyts en Jose de Cauwer. Een schriftje binnen handbereik. Misschien hoor ik die dag nog een bloemrijke Vlaamse uitdrukking die bewaard moet worden. Het vet is van de soep. Vijgen na Pasen. De Rabo’s proberen de meubelen te redden. Tom Boonen gaat zijn duivels ontbinden. De koplopers hebben een geweldige cartouche verschoten, ze zijn vogels voor de kat. Mocht u niet van wielrennen houden, luistert u dan vanwege het schitterende taalgebruik. Als de koers saai is, krijgen andere zaken aandacht. Michel Wuyts vertelt hoe oud het Romaanse kerkje is waar de renners langsrijden. JosÊ de Cauwer noemt de aanbevolen streekgerechten in de restaurants langs het parcours en vooral welke wijn je daar het best bij kunt drinken. Wielrennen is een gastronomische sport.


Tijdens de Ronde van Vlaanderen heb ik mijn eigen favoriete moment. Dat is niet de start aan de voet van het belfort in Brugge. Dat is ook niet de finish op de Hallsesteenweg in Meerbeke. Evenmin het man tegen man gevecht op de Muur van Geraardsbergen of de verraderlijke Tenbossestraat in Brakel. Mijn favoriete moment is de beklimming van de Oude Kwaremont. In een zenuwachtig gekrioel draaien de renners de Broektestraat in. Het plaveisel verandert in kasseien. Het stijgingspercentage neemt toe. Vals plat wordt een echte kuitenbijter. Ik zit thuis op het puntje van mijn stoel. Halverwege melden de commentatoren dat de renners rechtdoor moeten maar dat rechts het sfeerrijke Kwaremontplein ligt. Dat is het moment waar ik een jaar lang naar toe leef. Laten we even kijken en luisteren naar dit moment in de editie van 2010. Vandaag is een bijzondere dag. Nu, tien dagen voor de Ronde van Vlaanderen, krijgen u en ik al antwoord op mijn prangende vraag. Ik heb al zoveel helden verloren maar hoe is het toch met de waardin van het Kwaremontplein? Leeft ze nog? Ze kan toch niet eeuwig in de tachtig blijven. Ik geef het woord aan mijn eregast uit Belgie. Dames en heren verwelkomt u Michel Wuyts. Thuis zit ik nog steeds op het puntje van de stoel. Hier trek ik me terug in het zwarte gat en wacht vol spanning op het antwoord. Michel Wuyts betreedt het podium. Aan het eind van zijn betoog zegt hij: Roelf is dit een antwoord op je vraag? Roelf heeft zijn pak uitgetrokken en komt in vrijetijdskleding te voorschijn uit het zwarte gat. Hij bedankt Michel Wuyts voor het antwoord op de vraag gecombineerd met het eerbetoon aan held Eddy Merckx.


Rode-Zeerol 14 If you are going to San Francisco Over twee maanden bezoek ik San Francisco. Mensen vragen me wel eens wat ik zoek toch steeds in die grote Amerikaanse steden? De volgende beelden en muziek geven een impressie. Compilatie van songteksten met plaatsnamen: Chicago my kind of town, streets of Philadelphia (Springsteen), There is a house in New Orleans, Pittsburgh Pennsylvania, I love LA, Meet me in Saint Louis, New York New York, Baltimore(Randy Newman), Las Vegas Het antwoord is simpel. Ik ontwikkel architectonisch verantwoorde routes tussen de beste boekwinkels en het honkbalstadion. Iemand moet dat doen. In San Francisco heb ik die nog niet. De laatste route die ik heb uitgestippeld was in Chicago. Expres is daarin het advocatenkantoor van Austin Sidley verwerkt. Dat is een gerenommeerd bureau hoewel daar in de jaren tachtig slechts twee zwarte advocaten werkzaam waren. Zij heette Michelle Robinson. Hij heette‌ Inderdaad Barack Obama. Wat leuk dat u mijn route kent.


We hebben vanmiddag stil gestaan bij mijn leven. Het ene moment ben je nog dat jongetje van zeven dat aan de hand van zijn vader naar het voetbal gaat. Zo hebben we samen Abe Lenstra nog zien spelen. Abe was in zijn nadagen en verliet nauwelijks meer de middencirkel. Mijn vader legde uit dat op die manier zijn tactisch vernuft het best rendeerde. Mijn vader was een fan van Abe en dan zie je dat. Je knippert vervolgens een paar keer met je ogen en het andere moment ga je met pensioen.


Soms komt dat jongetje van 7 weer tot leven bijvoorbeeld in een Amerikaanse stad naast de dug out van de Boston Red Sox. Vooral als David Ortiz naar me lacht.


David Ortiz, Big Papi, lacht trouwens altijd behalve als hij na een homerun over de thuisplaat komt. Dan steekt hij twee wijsvingers in de lucht en groet zijn overleden moeder in de hemel boven Santa Domingo in de Dominicaanse republiek. Ik geloof niet in de hemel maar voor de moeder van David Ortiz en voor alle moeders hoop ik het mis te hebben. Dient het wijf dat moeder heet, zo zijn we weer bij Willem Elsschot.


Zal ik op witte konijnen gaan jagen. Ik denk het niet. Dat mag ook niet van Brigitte Bardot. Met haar rondingen ben ik opgegroeid. Zij was de Europese Marilyn Monroe. Zij vindt het niet goed dat ik op konijnen jaag. Bardot is de Marjanne Thieme avant la lettre, de Marjanne Thieme par excellence. Ik zal me gedragen. Ik heb een mooie toekomst achter me..

LATER KRIJG IK VAST EEN MOOIE BAAN Muziek van jefferson airplane zwelt aan.


Afscheidscollege Roelf Middel