Page 1

MASTERPROEF FINANCIEEL PLAN - CASE 2de jaar MPFP

Het gezin Charlier – De Vogelaer

Bert Vandeput Michiel Van den Keybus

Pagina 1 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Inhoudstafel 1. INVENTARISATIE RELEVANTE VERMOGENSELEMENTEN – ACTUELE SITUATIE ............... 3 1.1. Hugo Charlier en Linda De Vogelaer .......................................................... 3 1.2. Ouders Hugo Charlier ........................................................................... 8 1.3. Ouders Linda De Vogelaer ...................................................................... 11 1.4. Scope van het vermogensadvies ............................................................... 13 2. ACTUELE VERMOGENSSITUATIE................................................................... 14 2.1. Hugo Charlier en Linda De Vogelaer .......................................................... 14 2.2. Ouders Hugo Charlier ........................................................................... 19 2.3. Ouders Linda De Vogelaer ...................................................................... 22 3. INKOMSTEN- EN UITGAVENBALANSEN –PROJECTIE ACTUELE SITUATIE...................... 23 3.1. Hugo Charlier en Linda De Vogelaer .......................................................... 23 4. ANALYSES EN ADVIES .............................................................................. 26 4.1. Uitgangspunten professionele strategie Hugo en Linda .................................... 26 4.2. Stap 1 - Aanpassingen aan het huwelijkscontract .......................................... 26 4.3. Stap 2 - Verkoop chalet Avoriaz ............................................................... 28 4.4. Stap 3 - Instap Hugo in projectontwikkelingsvennootschap Vision ....................... 29 4.5. Stap 4: Optimalisatie roerende portefeuille................................................. 34 4.6. What if-analyses ................................................................................. 37 4.7. Uitwerking plannen Linda m.b.t. taal- en cultuurcentrum................................ 44 4.8. De samenwoningsplannen van Martin......................................................... 46 4.9. De danscarrière van Babette en het dansproject in Oostenrijk .......................... 47 4.10. Vermogensoverdracht ouders Hugo Charlier ............................................... 49 4.11. Vermogensoverdracht ouders Linda De Vogelaer.......................................... 51 Bijlage 1 – analyse portefeuille Hugo en Linda ................................................... 52 Bijlage 2 – analyse portefeuille Hugo individueel ................................................ 53 Bijlage 3 – berekening successie Hugo – AS IS ..................................................... 54 Bijlage 4 – berekening successie Linda – AS IS .................................................... 55 Bijlage 5 – inkomsten- en uitgavenbalans Hugo en Linda – AS IS ............................... 56 Bijlage 6 – berekening actuele stand lening a.h.v. variabele interestvoeten ................ 57 Bijlage 7 – pensioenberekening Hugo zonder aanpassingen werk .............................. 58 Bijlage 8 – pensioenberekening Linda zonder aanpassingen werk.............................. 59 Bijlage 9 – jaarrekeningen en waardering Vision ................................................. 60 Bijlage 10 – onderliggende berekeningen what if-analyses ..................................... 61

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 2 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

1. Inventarisatie relevante vermogenselementen – actuele situatie 1.1. Hugo Charlier en Linda De Vogelaer 1.1.1. Biografisch Hugo Charlier werd geboren in Berlare op 14 juli 1960 en is momenteel 49 jaar. Zijn echtgenote Linda De Vogelaer werd geboren in Duffel op 18 mei 1963 en is momenteel 46 jaar.

1.1.2. Gezinssamenstelling Hugo en Linda hebben drie kinderen: Martin (° 4 september 1985), Babette (° 3 augustus 1992) en Christophe (° 17 december 2003).

1.1.3. Huwelijkscontract / Testamenten Hugo en Linda zijn in 1984 getrouwd onder het wettelijk stelsel met ‘langst leeft, al’-clausule.

1.1.4. Professionele loopbaan Hugo Charlier werkt nu achtien jaar voor een groot consultancybedrijf actief in de bouwsector. Hij is op zijn 23ste zijn loopbaan begonnen als assistent aan de universiteit (netto-startloon: 38.000 BEF/maand). Na 2 jaar is hij werkend aandeelhouder-bestuurder geworden in een spinoff-bedrijf, een NV. In deze periode factureerde hij zijn diensten vanuit een vennootschap (startbedrag: 60.000 BEF/maand). Hij heeft zich na 5 jaar laten uitkopen. Zijn initiële participatie van 400.000 BEF (eigen middelen van voor het huwelijk – hij kende Linda toen nog niet) heeft hij toen van de hand kunnen doen aan 2.600.000 BEF en belegd in een aandelen- en fondsenportefeuille. Zijn huidig bruto-maandsalaris bedraagt € 6.700, hij is in 1991 begonnen aan 70.000 BEF bruto per maand. Momenteel staat Hugo op het punt zijn job op te geven om zakelijk in zee te gaan met een vroegere schoolkameraad. Die heeft een bouwprojectontwikkelingsbureau, Vision, en heeft Hugo aangeboden in te stappen als vennoot. In bijlage de balansen van dit bureau van de voorbije vier jaren. Hugo vraagt ons advies over de beste instap- en vergoedingspiste.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 3 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Linda De Vogelaer staat sinds 1985 in het onderwijs. Ze is licentiate Nederlands-Engels-Duits in een hogeschool. Haar bruto-salaris bij aanvang bedroeg 40.000 BEF per maand en is sindsdien slechts met indexeringen gestegen. Ze is vast benoemd. Sinds de geboorte van Christophe is Linda viervijfde gaan werken. Ze zou op korte termijn graag bezig kunnen zijn met een eigen taal- en cultuurschool die deels via Internet, deels klassikaal zal werken. Haar lesactiviteiten aan de hogeschool zou ze hiervoor tijdelijk of definitief onderbreken, alnaargelang de resultaten en de financiële mogelijkheden. Op termijn zou ze graag een lescentrum bijbouwen aan hun huidige woning. Grondoppervlakte is voorhanden.

1.1.5. Activa In de gemeenschap Roerend Hugo en Linda bezitten samen volgende aandelen- en fondsen-portefeuille:

Aandelen Aantal Fortis

1050

GBL

400

ING

1665

Option

980

Sofina

100

Thrombogenics

1000

Tigenix

1000

UCB

275

Fondsen Aantal

Eenheid

FBFIX 06 BD 2 Spread Click Cap 010818

13

FBPIX 06 BD 5 Spread Click Cap 051118

20

FBFIX 06 EQ 11 Triple 5+ Cap 010814

13

FBFIX 09 Coupon Plus 6 Dist 020516

17

Fortis LFUND Commodity World Cap

105

$

Fortis LFUND Opportunities USA Cap

27

$

Op de zichtrekening staat momenteel € 35.000.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 4 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Onroerend -

Hugo en Linda hebben in 1993 de huidige gezinswoning in Lier gekocht. De waarde van het pand bedroeg toen 5.000.000 BEF en ze hebben dit bedrag volledig beleend aan een variabel interestvoetsysteem op 20 jaar. De startinterestvoet bedroeg 6,7%. Het niet-geïndexeerd K.I. van de woning bedraagt € 1.470.

-

Daarnaast hebben ze in 1999 in Frankrijk (Avoriaz) in een resort een chalet gekocht (aankoopwaarde: 2.450.000 BEF) waarnaar het gezin tot vier keer per jaar op skivakantie trekt. De huuropbrengsten van de chalet bedragen € 10.000 per jaar. De vergoeding voor het vastgoedbureau dat de chalet beheert, bedraagt 10% van de opbrengsten.

Pensioenplannen Hugo en Linda hebben beiden een eenvoudig pensioenspaarplan opgestart in 1993, waarbij ze elk jaar het wettelijk grensbedrag storten. Dit sparen doen ze via Delta Lloyd. Buiten de gemeenschap Roerend De 2.600.000 BEF die Hugo aan zijn spinoff-uitkoop overhield, heeft hij buiten de gemeenschap gehouden en als volgt belegd:

Aandelen Aantal Agfa-Gevaert

100

Barco

25

Deceuninck

500

Dexia

300

Econocom

100

Fortis

1000

Hamon & cie Int'l

100

Immobel

100

ING

400

IBA

100

Lafarge

50

Mobistar

50

Nyrstar

400

Omega Pharma

50

Option

1200

Pfizer

50

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 5 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Recticel

100

Sioen

200

Systemat

100

Terbeke

51

Thrombogenics

100

Fondsen Aantal

Eenheid

FBFIX 06 BD 2 Spread Click Cap 010818

25

Fortis BFUND Equity Asia

5

$

600

100

Quest for Growth Unico Asset Management Unifav. Renten

Onroerend Linda heeft in 1994 van een suikertante een appartementje geërfd in Brussel (Jette). De waarde van het pand wordt momenteel op € 95.000 geschat (niet-geïndexeerd K.I. € 700) en levert een maandelijkse privéhuur op van € 670. De eigendom van het appartement heeft Linda op vraag van haar suikertante buiten de huwelijksgemeenschap gehouden.

1.1.6. Passiva Hugo en Linda hebben één hypothecaire lening lopen: -

5.000.000 BEF – startdatum 1/1/1993 – variabele rentevoet: start 6,70% - looptijd 20 jaar

1.1.7. Consumptie-uitgaven Hugo en Linda voorzien in 2010 een maandelijkse consumptie van € 2.000.

1.1.8. Verzekeringen Hugo en Linda hebben volgende verzekeringspolissen: -

Hospitalisatieverzekering bij Delta Lloyd

-

Brand, auto en familiaal bij Vivium

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 6 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

1.1.9. Specifieke, afzonderlijke wensen Hugo en Linda hebben volgende doelstellingen: -

Ongeacht welke gebeurtenis: een welvaartsvaste consumptie van € 2.000 per maand (basis: 2009)

-

Extra studiekosten per kind per jaar: € 5.000 van 18 tot 23 jaar

-

Per kind op 25-jarige leeftijd: € 35.000 startkapitaal (nominaal)

-

Hugo rijdt graag met een luxueuze, up to date wagen. Hij koopt om de 2 jaar een nieuwe wagen van ca. € 60.000. Zijn huidige wagen dateert van midden 2009. Linda rijdt gemiddeld 8 jaar met haar wagen, die verleden jaar in aanschaf € 20.000 heeft gekost.

-

Pensionering op 65 jaar

Verder wordt advies gevraagd rond volgende vragen: -

Martin heeft net zijn studies automechanica voltooid, heeft vast werk en staat op het punt een huis te kopen, samen met zijn vriendin Ellen. Martin Charlier heeft een startsalaris in 2009 van € 1.850 bruto en heeft door een aantal koop-verkoop-transacties van tweedehands auto’s een spaarpotje van € 20.000 opgebouwd.

-

Babette heeft sinds haar prille jeugd een passie voor artistieke dans en heeft net de aanbieding gekregen om mee te draaien in een professionele productie in Wenen. Ze kan voor haar deelname een vergoeding ontvangen van € 10.000 bruto in 2010 (deelbetalingen per kwartaal, op een Zwitserse rekening). Daarnaast krijgt ze gedurende (alle periodes opgeteld) drie maanden kost en inwoon in een pension in Wenen. Ook de vluchten (een 10tal) tussen Brussel en Wenen worden voor haar betaald door het productiehuis.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 7 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

1.2. Ouders Hugo Charlier 1.2.1. Biografisch Marc-Olivier Charlier werd geboren op 26/04/1929 en is momenteel 81 jaar oud. Jeannine BastideCharlier werd geboren op 15/06/1932 en is momenteel 77 jaar oud.

1.2.2. Gezinssamenstelling Marc-Olivier en Jeannine Charlier-Bastide hebben vier kinderen en acht kleinkinderen.

1.2.3. Huwelijkscontract / Testamenten Vader en moeder Charlier zijn getrouwd onder het wettelijk stelsel.

1.2.4. Professionele loopbaan / Pensioen Vader Charlier ontvangt nog een loon uit zijn activiteit in het boekhoudkantoor dat hij heeft opgericht en waar Frédéric en Ralph nu de hoofdfakkel hebben overgenomen. Moeder Charlier krijgt een pensioen van € 1.260 bruto uit haar loopbaan als bediende in het boekhoudkantoor.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 8 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

1.2.5. Activa Vader en moeder Charlier bezitten volgend patrimonium: Roerend -

alle aandelen van het boekhoudkantoor (BVBA) dat Marc-Olivier heeft opgestart en waarin hij nog steeds betaald wordt voor een beperkte activiteit. Frédéric en Ralph hebben de hoofdfakkel overgenomen. Ze staan beiden ingeschreven als bedienden van het kantoor. Het eigen vermogen van het boekhoudkantoor bedraagt € 1.250.000. De jaarlijkse omzet bedraagt € 800.000.

-

hun roerende portefeuille heeft volgende samenstelling: o

levensverzekeringscontract Tak 21 Invest for Life bij Allianz ter waarde van € 200.000

o

spaartegoed van € 100.000 op een rekening bij Dexia

o

obligatiefonds bij KBC (EOD) – 200 delen

o

obligatiefonds bij KBC (IOD) – 5000 delen

o

tracker StreetTRACKS Gold Shares – 500 delen

Onroerend Het onroerend vermogen van vader en moeder Charlier bestaat uit 2 gebouwen: -

hun te grote gezinswoning te Berlare – ze denken reeds een tijdje aan verhuizen naar een appartement. Geschatte waarde gezinswoning: € 450.000. Niet-geïndexeerd K.I.: € 2.700. De woning is volledig afbetaald.

-

een handelspand op de markt van Lier. Geschatte waarde: € 650.000. Niet-geïndexeerd K.I.: € 3.500. Momenteel verhuurd aan een kledingzaak. Maandelijkse huuropbrengst: € 2.300. Het pand is volledig afbetaald.

1.2.6. Passiva We veronderstellen dat er geen af te lossen schulden meer zijn in hoofde van vader en moeder Charlier.

1.2.7. Verzekeringen We veronderstellen dat vader en moeder Charlier naast de wettelijke verzekeringen geen extra verzekeringen hebben afgesloten.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 9 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

1.2.8. Consumptie-uitgaven Vader en moeder Charlier hebben een jaarlijks, welvaartsvast uitgavenpatroon ten belope van € 50.000 in 2009.

1.2.9. Specifieke, afzonderlijke wensen Vader en moeder Charlier wensen op korte termijn naar een appartement te verhuizen en samen met de kinderen te bekijken hoe de overdracht van het boekhoudkantoor aan Ralph en Frédéric billijk kan verlopen. Voor het overige denken zij dat hun situatie kan / zal blijven zoals ze is.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 10 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

1.3. Ouders Linda De Vogelaer 1.3.1. Biografisch De vader van Linda – Peter De Vogelaer – is drie jaar geleden overleden. Haar moeder – Ria Mertens – werd geboren op 27/7/1940 (69 jaar). Ze is inmiddels hertrouwd met Olivier De Decker, die werd geboren op 23/8/1941 (68 jaar).

1.3.2. Gezinssamenstelling Linda is het enige kind van Peter De Vogelaer en Ria Mertens. Sinds haar moeder hertrouwd is met Olivier De Decker, heeft ze twee stiefbroers, Bram en Jan. Bram heeft drie kinderen, Jan twee.

1.3.3. Huwelijkscontract / Testamenten Ria Mertens was onder ‘langst leeft, al’-clausule gehuwd met Peter De Vogelaer. Haar huwelijk met Olivier De Decker werd volgens het wettelijk stelsel gesloten.

1.3.4. Professionele loopbaan Ria heeft uit haar loopbaan als directiesecretaresse een pensioen van € 1.470 bruto.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 11 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

1.3.5. Activa In de gemeenschap Roerend -

de defensieve portefeuille die Olivier De Decker inbracht in de huwgemeenschap. Waarde: € 160.000.

Onroerend De huwgemeenschap van Ria Mertens en Olivier De Decker bevat 2 gebouwen: -

de gezinswoning die Ria kocht samen met Peter De Vogelaer, die ze bij diens overlijden in volle eigendom verwierf en die ze bij haar tweede huwelijk met Olivier De Decker heeft ingebracht in de gemeenschap. Waarde: € 270.000. Niet-geïndexeerd K.I.: € 1.210.

-

het appartement dat Olivier De Decker inbracht in de huwgemeenschap. Waarde: € 150.000. Niet-geïndexeerd K.I. € 900.

Buiten de gemeenschap Roerend Ria heeft een persoonlijk spaartegoed van € 135.000 op een rekening bij Fortis.

1.3.6. Passiva We veronderstellen dat er geen af te lossen schulden meer zijn in hoofde van Ria Mertens en Olivier De Decker.

1.3.7. Specifieke, afzonderlijke wensen Moeder Mertens wenst te weten wat de vermogensrechtelijke gevolgen zijn bij haar overlijden, meer bepaald ten opzichte van haar kind uit haar vorig huwelijk, Linda. Ze wenst de zekerheid dat haar natuurlijke dochter krijgt waar ze recht op heeft.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 12 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

1.4. Scope van het vermogensadvies Volgende elementen zullen we in ons vermogensadvies behandelen: -

de vermogensbalans van Hugo en Linda en hun ouders

-

de samenstelling van de roerende portefeuilles van Hugo en Linda

-

de gewenste professionele koerswending van Hugo en Linda en aanverwant advies m.b.t. sociale zekerheid

-

inkomsten- en uitgavenbalans Hugo en Linda over een horizon tot de 95 ste verjaardag van Linda voor verschillende scenario’s (invaliditeit / overlijden)

-

de samenwoningsplannen van Martin

-

de danscarrière van Babette en het voorstel van het productiehuis

-

de vermogensoverdracht van de ouders van Hugo en Linda

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 13 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

2. Actuele vermogenssituatie 2.1. Hugo Charlier en Linda De Vogelaer 2.1.1. Schema

2.1.2. Ratio’s Roerend privé/onroerend privé: 63% Roerend privé liquide/roerend privé illiquide: 16% Eigen vermogen/activa: 96% De afbetaling van de lening voor de gezinswoning in Lier loopt op zijn einde. In het licht van de geplande inkoop van Hugo in de projectontwikkelingsvennootschap Vision en de professionele wending die Linda overweegt, zal kapitaal moeten worden gevonden / vrijgemaakt.

2.1.3. Roerende portefeuille – gemeenschappelijk De gemeenschappelijke aandelen- en fondsenportefeuille van Hugo en Linda bestaat uit 3 klassen: aandelen, twee fondsen van het open type en vier fixfondsen. De berekeningen rond deze portefeuille zijn terug te vinden in bijlage 1 – Excel “2010 05 25 – bijlage 1 – analyse portefeuille Hugo en Linda.xls”. Aandelen De aandelenportefeuille bestaat op één na uit aandelen genoteerd op Euronext Brussel, aangevuld met ING Groep. De groep aandelen vertegenwoordigt 49,18% binnen de portefeuille. Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 14 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Het gemiddelde gewogen rendement van de portefeuille aandelen bedraagt 12,46% met een volatiliteit van 29,16%. Dit betekent dat we er kunnen van uitgaan met 95% kans zekerheid dat het gemiddelde rendement van de aandelenportefeuille ligt tussen -45,86% en + 70,78%. Om het gewogen gemiddelde rendement te berekenen, hebben we het gemiddelde van de procentuele wijzigingen van de laatste 10 jaar genomen. Voor het aandeel Ageas (ex-Fortis) bedraagt dit gemiddelde bijvoorbeeld -1,82% met een volatiliteit van 53,77%. Alles hangt er uiteraard vanaf op welk ogenblik een aandeel aangekocht is. Om het exacte rendement te vinden gebruiken we het meetkundig rendement. Indien Hugo en Linda 10 jaar geleden het aandeel Ageas aangekocht hebben, hebben ze een effectief rendement behaald van -18,38% op jaarbasis en blijft er van hun oorspronkelijke investering niet veel meer over. Open fondsen Hugo en Linda hebben twee open fondsen in hun portefeuille. Dit gedeelte vertegenwoordigt slechts 5,5% van de totale portefeuille. Het gewogen gemiddelde rendement bedraagt 2,2%, met een standaardafwijking van 23,50% op jaarbasis. Dit betekent dat we met 95% zekerheid kunnen stellen dat het gemiddelde rendement tussen -44,80 en 49,20% ligt. Fixfondsen De vier fixfondsen zijn fondsen met een vaste looptijd die ieder kapitaalgarantie bieden op het einde van de looptijd. Om de terugbetaling van de begin-inleg te kunnen garanderen, maken deze fondsen gebruik van een vastrentend product, bijvoorbeeld een nulcouponlening. Hoe hoger de rente, hoe minder kapitaal er geïnvesteerd moet worden om het kapitaal op de eindvervaldag opnieuw samen te stellen. Het resterende deel wordt geïnvesteerd in een optiestructuur.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 15 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

De optie zorgt voor de meerwaarde binnen het fixfonds. De onderliggende waarden kan allerlei zijn, maar in de fondsen van Hugo en Linda zijn er twee die gelinkt zijn aan een rentespread en twee aan een korf van aandelen. De netto-inventariswaarde maakt voor een product met kapitaalbescherming en gegarandeerde minimumopbrengst soms rare bewegingen. Hiervoor zijn er drie mogelijke oorzaken, namelijk de rente, de evolutie van de onderliggende waarde en de volatiliteit van de onderliggende waarde. De Bond 2 Spread Click en de Bond 5 Spread Click zijn twee fixfondsen op 12 jaar. De meerwaarde van deze fondsen is gerelateerd aan het verschil tussen de 10-jaars EUR-swaprente en de 2-jaars EUR-swaprente. Op eindvervaldag wordt de som van alle kliks uitbetaald. We moeten hier wel bij vermelden dat een groot nadeel van dit product ligt in het feit dat er geen sprake is van een “samengestelde interest”-effect. Het fonds Equity 11 Triple Five Plus klikt tijdens de eerste drie jaar jaarlijks 5%. De daaropvolgende 8 jaar zijn de kliks afhankelijk van een de evolutie van een onderliggende aandelenkorf van 20 aandelen. Op dit ogenblik ziet het er niet naar uit dat de volgende 5 jaar één klik zal gerealiseerd worden aangezien twaalf van de twintig aandelen zwaar negatief staan ten opzichte van hun startniveau. Coupon Plus 6 is een fixfonds dat jaarlijks een coupon zal uitkeren tussen 1,75% en 7%. We vermelden wel dat negen van de twintig aandelen wel negatief staan, maar niet zwaar. Het startniveau was immers het financieel zwarte 2009.

2.1.4. Roerende portefeuille – individueel Hugo De individuele portefeuille van Hugo bestaat uit drie klassen: aandelen, één fixfonds en drie fondsen. Opmerkelijk is wel dat er verscheidene posities terugkomen uit de gemeenschappelijke portefeuille. Voor de bespreking van het fixfonds verwijzen we naar punt 2.1.3.. De berekeningen rond deze portefeuille zijn terug te vinden in bijlage 2 – Excel “2010 05 25 – bijlage 2 – analyse portefeuille Hugo individueel.xls”. Individuele aandelen Het gemiddelde gewogen rendement van de portefeuille aandelen bedraagt 5,70%. De portefeuille heeft een standaardafwijking van 32% op jaarbasis. We kunnen hieruit concluderen dat het te verwachten rendement met 95% zekerheid ligt tussen -58,30% en +69,70%. Ook hier verwijzen we naar onze uiteenzetting van punt 2.1.3. dat het gaat om gemiddelden en niet over de reële rendementen die Hugo en Linda gerealiseerd hebben. Hiervoor dienen we de exacte aankoopdata te kennen.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 16 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Fondsen De drie fondsen maken 12,95% uit van de individuele portefeuille van Hugo. Het gemiddelde rendement is -1,72% met een standaardafwijking op jaarbasis van 27,42%. Graag geven wij nog extra informatie mee betreffende de privak “Quest for Growth”. “Quest for Growth” is een privak die investeert in groeibedrijven met als doel: meerwaarden in belastingvrije inkomsten om te zetten. Indien de privak bepaalde beleggingsregels naleeft, zal deze van aanzienlijke belastingvoordelen kunnen genieten. Er zal namelijk geen roerende voorheffing verschuldigd zijn op dat deel van het dividend dat afkomstig is uit door de privak gerealiseerde meerwaarden op aandelen. Het resterende deel van het dividend is onderworpen aan een roerende voorheffing van 15%.

2.1.5. Successierechten bij de huidige situatie Hugo overlijdt eerst Ingeval Hugo eerst overlijdt en bij de huidige vermogenssituatie en -regelingen, is de vermogensverdeling als volgt. In bijlage 3 – pdf “2010 05 25 – bijlage 4 – berekening successie Hugo AS IS.pdf” is de gedetailleerde uitwerking van de successie opgenomen. - voor Linda: ingevolge de ‘langst leeft, al’-clausule in hun huwelijkscontract, komt het volgende vermogen toe aan Linda: o

de gezinswoning in volle eigendom

o

de chalet in Avoriaz in volle eigendom

o

de aandelen- en fondsenportefeuille in volle eigendom

o

het tegoed op de zichtrekening in volle eigendom

o

het vruchtgebruik op de aandelen- en fondsenportefeuille van Hugo

- voor elk kind: o

1/3 van de blote eigendom van de portefeuille van Hugo (waarde volle eigendom € 24.166,67, waarde blote eigendom € 10.633,33)

De successierechten bedragen in dit geval: - in hoofde van Linda: o

overeenkomstig het dubbelbelastingverdrag met Frankrijk zou Linda in Frankrijk successierechten verschuldigd zijn (die dan te verrekenen zouden zijn met de Belgische successierechten), maar de vererving tussen echtgenoten is in Frankrijk

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 17 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

vrijgesteld. De Belgische successierechten blijven dus onverminderd gelden voor Linda: € 10.100,44. - in hoofde van de kinderen (totaal): € 0 (wegens vermindering voor klein erfdeel)

Linda overlijdt eerst Ingeval Linda eerst overlijdt en bij de huidige vermogenssituatie en -regelingen, is de vermogensverdeling als volgt. In bijlage 4 – pdf “2010 05 25 – bijlage 4 – berekening successie Linda - AS IS.pdf” staat de gedetailleerde uitwerking van de successie. - voor Hugo: ingevolge de ‘langst leeft, al’-clausule in hun huwelijkscontract, komt het volledige gemeenschappelijke vermogen toe aan Hugo: o

de gezinswoning in volle eigendom

o

de chalet in Avoriaz in volle eigendom

o

de aandelen- en fondsenportefeuille in volle eigendom

o

het tegoed op de zichtrekening in volle eigendom

o

het vruchtgebruik op het appartement van Linda in Jette

- voor elk kind: o

1/3 van de blote eigendom van het appartement van Linda in Jette (waarde volle eigendom € , waarde blote eigendom € )

De successierechten bedragen in dit geval: - in hoofde van Hugo: o

overeenkomstig het dubbelbelastingverdrag met Frankrijk zou Hugo in Frankrijk successierechten verschuldigd zijn (die dan te verrekenen zouden zijn met de Belgische successierechten), maar de vererving tussen echtgenoten is in Frankrijk vrijgesteld. De Belgische successierechten blijven dus onverminderd gelden voor Hugo: € 11.234,44.

- in hoofde van de kinderen (totaal): o

€ 57,33 te betalen door Martin. De twee andere kinderen profiteren enerzijds van de vermindering voor klein erfdeel (zoals hun broer Martin), maar krijgen ook een korting omdat ze jonger zijn dan 21 jaar.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 18 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

2.2. Ouders Hugo Charlier 2.2.1. Schema

2.2.2. Ratio’s Roerend/onroerend: 163% Roerend liquide/roerend illiquide: 6% Eigen vermogen/activa: 100% De ouders van Hugo hebben een gezond opgebouwd patrimonium, met voldoende liquiditeiten.

2.2.3. Opmerking onroerend vermogen Het handelspand wordt vrij zwaar belast. Het zijn immers de werkelijke huurgelden die dienen aangegeven te worden in de personenbelasting in plaats van het kadastraal inkomen. Het brutohuurrendement is met slechts 4,24% aan de lage kant.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 19 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

2.2.4. Toelichting roerend vermogen Invest for Life (Allianz) Marc-Olivier en Jeannine hebben in het Tak 21-levensverzekeringscontract “Invest for Life” van Allianz € 200.000 belegd. Dit contract biedt bovenop een gewaarborgde interestvoet een winstdeling gekoppeld aan de winst uit beleggingen in activa die via gekantonneerde (afgeschermd voor schuldeisers) fondsen wordt beheerd. “Invest for life” belegt voor 80% in een obligatiefonds. De overige 20% wordt geïnvesteerd in een aandelenfonds tenzij de marktvoorwaarden ongustig zijn voor aandelen. Dan wordt belegd in andere activaklassen. We raden aan deze belegging aan te houden omdat zij de top behoort in de verzekeringsmarkt. Momenteel bedraagt het rendement over de laatste 8 jaar gemiddeld 5%. Fiscaal gezien: -

op de stortingen wordt een eenmalige abonnementstaks van 1,1% geheven

-

vrijstelling van roerende voorheffing op elke opname uitgevoerd na de eerste 8 jaar van het contract

-

de roerende voorheffing is wel verschuldigd op elke opname uitgevoerd tijdens de eerste 8 jaar van het contract (ten belope van 15% op het rentebestanddeel van de opname, opgerent aan 4,75%), behalve: ·

indien bij intekening gekozen werd voor een overlijdensdekking van 130% van de stortingen

·

deze overlijdensdekking behouden blijft gedurende de volledige looptijd van het contract

·

u de verzekeringsnemer, verzekerde en begunstigde bent bij leven

EOD (Europees Obligatiedepot) Het beleggingsfonds “Europees Obligatiedepot” belegt hoofdzakelijk in andere ICB’s (Instellingen voor Collectieve Beleggingen) van het open type die beleggen in vastrentende effecten uitgedrukt in euro. De beheerder past de samenstelling van de portefeuille aan in functie van de marktomstandigheden en de rentevooruitzichten. Indien nodig kunnen afgeleide instrumenten worden gebruikt om het rente- of wisselkoersrisico af te dekken. De gemiddelde rating van de beleggingen is AA (Standard & Poors) of een equivalente rating van Moody’s of Fitch. Bij de selectie van de obligaties worden alle looptijden in aanmerking genomen. Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 20 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Het fonds heeft enkel uitkeringsgerechtigde deelbewijzen. Dit betekent dat er jaarlijks een coupon uitgekeerd wordt. Het gemiddelde rendement sinds oprichting bedraagt 3,24%. Deze belegging is ontwikkeld voor iemand met een defensief profiel. Dit betekent dat de standaardafwijking ligt tussen 2,5% en 5%. De coupons zijn onderworpen aan roerende voorheffing van 15%. IOD (Internationaal Obligatiedepot) Dit fonds belegt voornamelijk in andere ICB’s (Instellingen voor Collectieve Beleggingen) van het open type die beleggen in vastrentende effecten. De beheerder past de muntspreiding en de looptijdstructuur aan in functie van de marktomstandigheden en de rente- en wisselkoersvooruitzichten voor de diverse munten. Indien nodig kunnen afgeleide instrumenten worden gebruikt om het rente- of wisselkoersrisico af te dekken. Het fonds streeft ernaar om jaarlijks een marktconform dividend uit te betalen. De activa worden overwegend belegd in obligaties en schuldbwijzen, zowel uitgegeven door bedrijven als overheidsinstanties, met een rating van A- (Standard & Poors) of hoger, of een equivalente rating van Moody’s of Fitch. Bij de selectie van de obligaties en schuldinstrumenten worden alle looptijden in aanmerking genomen. Het gemiddelde rendement sinds oprichting bedraagt 4,10%. Deze belegging is ontwikkeld voor iemand met een defensief profiel. Dit betekent dat de standaardafwijking ligt tussen 2,5% en 5%. De coupons zijn tevens onderworpen aan roerende voorheffing van 15%. StreetTRACKS Gold Shares De goudtracker is een beursgenoteerd fonds dat perfect de evolutie van de goudprijs volgt. StreetTracks Gold Shares (US8633071043) noteert op de beurs van New York. De tracker wordt gesponsord door de World Gold Council, die de belangen van de goudproducenten verdedigt. De koers van de tracker komt overeen met een tiende van de prijs van een ounce goud. Een component die de goudprijs volgt, is een stabiliserende factor voor een portefeuille. We raden dan ook aan deze aan te houden.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 21 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

2.3. Ouders Linda De Vogelaer 2.3.1. Schema

2.3.2. Ratio’s Roerend/onroerend: 70% Roerend liquide/roerend illiquide: 84% Eigen vermogen/activa: 100% Ria Mertens en Olivier De Decker hebben een interessant patrimonium. Het cash-vermogen van het tweetal bevindt zich buiten de gemeenschap.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 22 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

3. Inkomsten- en uitgavenbalansen –projectie actuele situatie 3.1. Hugo Charlier en Linda De Vogelaer 3.1.1. Projectie oorspronkelijke situatie In bijlage 5 – Excel “2010 05 25 – bijlage 5 - inkomsten- en uitgavenbalans Hugo en Linda – AS IS.xls” is de inkomsten- en uitgavenbalans opgenomen die voor de huidige situatie en regelingen de financiële toekomst van Hugo en Linda projecteert. We houden in deze actuele balans geen rekening met enige vermogensoverdracht naar Hugo en Linda door een schenking of het overlijden van hun respectievelijke ouders. Het kindergeld, de onroerende voorheffing en pensioenen werden via de geëigende sites berekend. Personenbelasting Bij de berekening van de personenbelasting in onze projectie werd uiteraard gepast rekening gehouden met volgende sleutelmomenten: -

einde afbetaling lening – de aflossingstabel van deze lening met variabele interestvoet is opgenomen in bijlage 6 – Excel “2010 05 25 - bijlage 6 - berekening actuele stand lening ahv variabele interestvoeten.xls”.

-

de kinderen die niet langer ten laste zullen zijn

-

ingang pensioen op 65-jarige leeftijd van Hugo en Linda

Pensioenvooruitzichten Indien Hugo zijn huidige job zou behouden met een aan de index gerelateerde loonstijging per jaar, zal zijn pensioen op 65 jaar € 1.768,14 bruto bedragen. Hierin zit dan een beperkt deel pensioen vanuit zijn zelfstandige activiteit: € 71,80 bruto. De gedetailleerde berekeningen met betrekking tot het wettelijk pensioen van Hugo zijn opgenomen in bijlage 7 – pdf “2010 05 25 - bijlage 7 pensioenberekening Hugo zonder aanpassingen werk.pdf”. Linda zal – indien ze haar huidige werk behoudt met een aan de index gerelateerde loonstijging per jaar – een pensioen van € 945,89 bruto ontvangen. De gedetailleerde berekeningen met betrekking tot het wettelijk pensioen van Linda zijn opgenomen in bijlage 8 – pdf “2010 05 25 - bijlage 8 pensioenberekening Linda zonder aanpassingen werk.pdf”. Pensioensparen Hugo en Linda doen jaarlijks aan pensioensparen voor het maximumbedrag, namelijk € 870 (AJ 2010). Op 65-jarige leeftijd wordt een anticipatieve taks ingehouden van 10%. We berekenden dat Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 23 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Hugo een bedrag mag verwachten van ongeveer € 26.000. Linda zal bij haar pensionering aanspraak kunnen maken op ongeveer € 30.000. Dit contract levert tevens een jaarlijks fiscaal voordeel op van 30 à 40% van de gestorte inleg. We veronderstellen dat het vak langetermijnsparen momenteel volledig opgebruikt is door de lening voor de woning. Wanneer deze afgelopen zal zijn, kan er een nieuw contract langetermijnsparen opgestart worden. Dit geeft een extra aanvullend kapitaal op einddatum en een jaarlijks fiscaal voordeel tussen de 30 en 40%. Grafieken In grafiek 1 wordt de evolutie van inkomsten en uitgaven doorheen de tijd weergegeven, voor de AS IS-situatie. De felle pieken komen door de regelmatige aanschaf van een nieuwe wagen.

In grafiek 2 wordt de evolutie van het roerend en onroerend vermogen doorheen de tijd weergegeven, voor de AS IS-situatie.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 24 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

3.1.2. Aandachtspunten De projectie van de actuele situatie attendeert ons op volgende punten: ·

De ongelijke inkomensverdeling tussen Hugo en Linda brengt risico’s met zich mee ingeval van 1) voortijdig overlijden of invaliditeit van Hugo en 2) echtscheiding, waarbij Linda aan het kortste eind zou trekken omwille van haar minder uitgebouwde professionele loopbaan. In ons advies zullen we de nodige what if-analyses inbouwen en ook oplossingen voor deze risico’s aanbrengen.

·

De kloof tussen het loon en de pensioenbedragen zijn vooral bij Hugo een duidelijk voorbeeld van de zogenaamde ‘pensioenval’. Hugo en Linda hebben na hun pensionering een sterk verminderd vast maandelijks inkomen.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 25 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4. Analyses en advies Alvorens advies te geven rond verschillende deeldomeinen, schetsen we de uitgangspunten voor de globale professionele strategie van Hugo en Linda. Deze is immers bepalend voor een aantal ingrepen.

4.1. Uitgangspunten professionele strategie Hugo en Linda We begrijpen dat Hugo en Linda volgende stappen wensen te zetten: 1) Hugo stapt in in de projectmanagementvennootschap en 2) Linda start haar taal- en cultuurcentrum. Voor de financiering hiervan is het koppel eventueel bereid volgende transacties te doen: -

Verkoop chalet Avoriaz ter financiering van het project van Hugo

-

Liquidatie roerende portefeuille Hugo (die de laatste jaren zwak presteerde) ter financiering van het project van Hugo

-

Verkoop appartement in Jette ter financiering van het project van Linda

Daarbij wenst het koppel naast een goede bescherming voor het privé-vermogen ook een verdere verweving van het globaal vermogen. In wat volgt, zullen we deze elementen verwerken in een juridisch en fiscaal passende oplossing.

4.2. Stap 1 - Aanpassingen aan het huwelijkscontract 4.2.1. ‘Langst leeft, al’ omzetten naar een keuzebeding Hugo en Linda zijn getrouwd onder het gemeenschappelijk stelsel met een ‘langst leeft, al’-beding. Dit betekent dat bij overlijden van één van de echtgenoten het ganse gemeenschappelijke vermogen aan de langstlevende partner toebedeeld wordt. Het eigen vermogen blijft nog steeds de normale weg volgen, namelijk het vruchtgebruik voor de langstlevende en de naakte eigendom voor de kinderen. Deze regeling biedt weliswaar juridische zekerheid, maar het spreekt voor zich dat ze fiscaal niet echt interessant is. Er zal immers op de helft van het gemeenschappelijk vermogen twee keer successierechten betaald worden, namelijk éénmaal door de langstlevende en de tweede keer door de kinderen bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot. Wij raden dan ook aan dit beding te vervangen door een keuzebeding, waarbij de langstlevende kan kiezen hoe het gemeenschappelijk vermogen zal verdeeld worden. Loopt de relatie met de kinderen spaak, kan er nog steeds gekozen worden voor het (duurdere) ‘langst leeft, al’-beding. Is er een goede verstandhouding, dan kan de wettelijke verdeling toegepast worden. In het huwelijkscontract Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 26 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

kan er trouwens bedongen worden op welke wijze (in de aangifte nalatenschap of bij notariële akte) en binnen welke termijn de keuze gemaakt dient te worden.

4.2.2. Naar een versterkt gemeenschappelijk vermogen Hugo en Linda hebben ieder een privé-vermogen, namelijk de effectenportefeuille van Hugo en het appartement van Linda in Jette. Bij onze verdere planning van het professioneel vermogen (de instap van Hugo in de vennootschap en de opbouw van het taal- en cultuurcentrum van Linda) is het van tel dat het vermogensevenwicht tussen beide partners billijk blijft. In geval van een eventuele echtscheiding zou Linda momenteel immers aan een kort eind trekken. Hugo is het ermee eens dat zijn echtgenote voor een stuk gecompenseerd wordt en extra zekerheid krijgt voor het feit dat haar professionele loopbaan minder kansen heeft gekregen. Wij stellen dan ook voor dat beide eigen vermogens van de partners in de huwgemeenschap worden ingebracht. Dit levert naast een verbeterd vermogensevenwicht ook een positief fiscaal effect op: er zullen bij een eventueel overlijden van één van beide partners minder successierechten dienen te worden betaald. Omdat de tante van Linda stelde dat het geërfde appartement in Jette bij een eventuele scheiding eigendom van Linda moet blijven, zouden we de inbreng van het appartement tegen vergoeding laten geschieden, waarbij bepaald wordt dat de betaling van de vergoeding slechts verschuldigd wordt bij een eventuele echtscheiding van beide partners. De kostprijs van deze inbreng in de huwgemeenschap bedraagt slechts het algemeen vast recht van € 25.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 27 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.3. Stap 2 - Verkoop chalet Avoriaz Met het oog op de financiering van de instap van Hugo in de projectontwikkelingsvennootschap, zullen Hugo en Linda de chalet in Avoriaz verkopen. De chalet is momenteel 10 jaar in hun bezit en heeft bij de aanschaf 2.450.000 BEF (€ 60.733,91) gekost. Met het oog op de actuele vastgoedprijzen in Avoriaz denken we dat een vraagprijs van € 120.000 haalbaar moet zijn. Bij de verkoop van vastgoed in Frankrijk geldt een meerwaardebelasting. Hugo en Linda zullen bij een verkoopprijs van € 120.000 volgende belasting verschuldigd zijn: a. Berekening fiscale aankoopprijs de aankoopprijs:

€ 60.733,91

+ de aankoopkosten:

€ 4.555,04 (= forfait van 7,5% van de aankoopprijs)

+ onderhoudskosten:

€ 9.110,09 (= forfait van 15% van de aankoopprijs)

= € 74.399,04 b. Berekening bruto meerwaarde de verkoopprijs – de fiscale aankoopprijs = € 120.000 - € 74.399,04 = € 45.600,96 c. Berekening belastbare meerwaarde de bruto meerwaarde:

€ 45.600,96

- een abattement van 10% per eigendomsjaar > 5 jaar:

€ 22.800,48 (10 jaar eigendom)

- een vaste korting

€ 1.000

= € 21.800,48 4. Berekening verschuldigde belasting De belasting op de meerwaarde bij verkoop van vastgoed bedraagt 27% van de belastbare meerwaarde (taxe proportionelle: 16% + cotisations sociales 11%). 27% van € 21.800,48 = € 5.886,13 De notaris zal bij de verkoop dit bedrag meteen afhouden van de prijs, zodat de verkoopopbrengst netto op € 114.113,87 zal uitkomen.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 28 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.4. Stap 3 - Instap Hugo in projectontwikkelingsvennootschap Vision 4.4.1. Waardebepaling van de vennootschap Vision Op basis van de balansen van de twee recentste afgesloten boekjaren (opgenomen in bijlage 9 – pdf “2010 05 25 – bijlage 9 – jaarrekeningen en waardering Vision.pdf”) van de projectontwikkelingsvennootschap Vision, komen we op volgende waarden: -

discounted free cash flow methode

€ 1.505.000

-

netto aandeelhouderswaarde

€ 1.125.000

-

netto boekwaarde

€ 1.380.000

-

Economic Value Added verdisconteerd

€ 2.620.000

Bijlage 9 – pdf “2010 05 25 – bijlage 9 – jaarrekeningen en waardering Vision.pdf” bevat een gedetailleerd waarderingsrapport. We raden Hugo aan voor een evenwichtig 50%-belang te gaan, zodat 1) hij een volwaardig statuut van mede-eigenaar en –beslisser verwerft en 2) de toekomstige waardestijgingen waar hij mee aan zal werken, voldoende bij hem terechtkomen. Omdat de vroegere schoolkameraad er behoorlijk op gesteld is dat Hugo mee instapt, gaan we ervan uit dat die een – door een bedrijfsrevisor afgezegend – bod van € 600.000 voor 50% van de vennootschap zal aanvaarden.

4.4.2. Constructie met holdingvennootschap We raden aan dat de instap verloopt via een nieuwe holdingvennootschap. Om bescherming aan het privévermogen van Hugo en Linda te bieden, raden we aan om deze op te richten onder een vennootschapsvorm met beperkte aansprakelijkheid. De vennootschap zal worden opgericht met middelen uit het versterkt gemeenschappelijk vermogen, zodat de waardecreatie ook gemeenschappelijk blijft en Linda mee geniet van de vermogensgroei die Hugo creëert. Een verder voordeel van het werken met een vennootschap is dat de financieringskost voor de verwerving van het aandelenbelang in de projectontwikkelingsvennootschap in principe integraal fiscaal aftrekbaar is, dit in tegenstelling tot wanneer de aankoop verloopt via het privévermogen. Vanuit de exploitatievennootschap zal een cashstroom naar de holdingvennootschap vloeien, via managementvergoedingen, dividenden, … We merken op dat de uitbetaalde dividenden onder de DBI-aftrek vallen en hierdoor voor 95% zijn vrijgesteld in de holdingvenootschap. Verder brengt een Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 29 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

lagere verloning voor Hugo (door de holdingvennootschap betaald) (zie punt 4.4.4.2.) een lagere belastingdruk met zich mee. Hugo bouwt bouwt vermogen op binnen de holding.

4.4.3. Opbouw van de financiering Om de financiering van € 600.000 rond te krijgen, zien we volgende elementen: -

de verkoopopbrengst van de effectenportefeuille die Hugo in de gemeenschap inbrengt – zie stap 1 – waarde: € 72.500

-

de verkoopopbrengst van de chalet in Avoriaz – zie stap 2 – waarde: € 114.000

Deze terbeschikkingstelling van geld aan de holdingvennootschap gebeurt best via rekening courant. Dan kan het geld zelf in een latere fase vrij makkelijk uit de vennootschap worden gehaald. Wij verkiezen het geld niet ter beschikking te stellen via een kapitaalinbreng omdat dit het geld sterker blokkeert en geen extra mogelijkheden zal creëren voor de notionele interestaftrek. De waarde van het financieel vast actief (de aandelen van de projectontwikkelingsvennootschap) is immers reeds te groot. Het resterende bedrag - ca. € 415.000 - kan op twee manieren worden gevonden: -

via een krediet, aangegaan door de holdingvennootschap, waarbij de aandelen in de exploitatievennootschap Vision in pand worden kunnen gegeven worden. De maximumduur van de lening mag voor de bank allicht slechts een tiental jaar bedragen. Een lening op 10 jaar brengt een geschatte jaaraflossing van circa € 53.000 met zich mee. Dit is een niet onaardig, maar in ons opzet haalbaar bedrag.

-

dit project loopt parallel met de wens van de ouders van Hugo om de werkende broers het boekhoudkantoor te laten overnemen, waarbij de niet-actieve kinderen (Hugo en zijn zus Charlotte) worden uitgekocht. Uit deze operatie (zie verder, punt 4.10.) kan Hugo minstens € 300.000 verwachten, die hij ook via lening of rekening courant ter beschikking kan stellen aan de holdingvennootschap. Het restbedrag kan dan nog worden geleend.

Een alternatief, dat ervoor kan zorgen dat de waarde van de exploitatievennootschap lager uitvalt en dat de financiering van de participatie – via de holding – van Hugo en Linda in Vision dus vergemakkelijkt, is het toekennen van een extralegaal pensioen vanuit Vision aan de schoolkameraad. Die uitkeringsverplichting (in rente of kapitaal) in hoofde van Vision zal overnameprijs drukken. De overgenomen onderneming kan het kapitaal of de rente binnen bepaalde grenzen aftrekken als beroepskost. Het kapitaal dat op die manier wordt uitbetaald, mag maximaal 80% bedragen van de laatste normale brutojaarwedde van de bedrijfsleider in zoverre die bestaat uit periodieke maandelijkse betalingen.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 30 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.4.4. Sociaalrechtelijke gevolgen en regelingen m.b.t. verloning en zekerheden 1. Wijziging sociaal statuut Hugo wordt in de nieuwe constellatie zelfstandige en zal zo in een minder voordelig sociaal statuut terechtkomen. Zoals algemeen geweten, genieten werknemers een meer uitgebreide sociale zekerheid. Hieronder een korte vergelijking van de sociale voordelen van beide statuten.

Werknemers

Zelfstandigen

Ouderdoms- en overlevingspensioen

Ziekteverzekering

Werkloosheidsuitkering

Pensioenen

Arbeidsongevallenverzekering

Faillissementsverzekering

Beroepsziekteverzekering

Gezinsbijslag

Gezinsbijslag Ziekte- en invaliditeitsverzekering Jaarlijkse vakantiepremies

2. Verloning (afhankelijk van de resultaten) We stellen voorop dat de holdingvennootschap € 100.000 aan managementvergoeding uit de projectontwikkelingsvennootschap zal ontvangen voor de door Hugo geleverde prestaties. Gegeven de resultaten van Vision zou dit geen probleem mogen opleveren, zeker wanneer we de te voorziene extra inkomsten door Hugo’s activiteiten incalculeren. We berekenden dat het voor de gezinsfinanciën van Hugo en Linda zal volstaan dat de holdingvennootschap Hugo een jaarloon van € 33.000 zal uitkeren, verhoogd met sociale bijdragen. Ook het VAPZ (zie punt 3 hieronder) zal door de holding ten laste worden genomen. De wagen die Hugo om de twee jaar privé betaalt, kan in de toekomst ook door de holding- of de exploitatievennootschap aangekocht worden, afhankelijk van wat de afspraken zijn met de vennoot van Hugo.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 31 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

3. Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen Gegeven de vastgestelde pensioenval, raden we Hugo aan een Vrij Aaanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) te onderschrijven. Het VAPZ geniet het meest fiscaalvriendelijke regime van alle pensioenvehikels van de tweede en de derde pijler: - VAPZ-premies doen het beroepsinkomen dalen, zodat Hugo als zelfstandige belastingbesparing geniet aan het marginaal tarief in de personenbelasting.

een

- Aangezien het beroepsinkomen daalt, zal er ook een besparing gelden op de sociale zekerheidsbijdragen. Deze worden immers berekend in functie van het (geïndexeerd) beroepsinkomen van het derde voorafgaande jaar. Dit heeft uiteraard tot gevolg dat de besparing pas daadwerkelijk tot uiting komt vanaf het derde jaar volgend op het jaar waarin de VAPZ-premies betaald werden. Wanneer het pensioenkapitaal vanaf 60-jarige leeftijd uitbetaald zou worden (vanaf dan is het opvraagbaar), volgt er een taxatie op de uitgekeerde som. De RIZIV-bijdrage ligt op 3,55%. Nadien volgt er gedurende 10 tot 13 jaar op een percentage van de uitgekeerde som een taxatie in de personenbelasting. Het VAPZ kan ook betaald worden door de holdingvennootschap. Op fiscaal vlak betekent dit voor de privé van Hugo een nuloperatie omdat het premiebedrag weliswaar eerst zal bijgerekend worden als een voordeel van alle aard, maar nadien terug zal worden afgetrokken als aftrekbare besteding bij Hugo. Hugo of de holding zou een jaarlijkse maximale premie kunnen storten van € 2.781,06. In de regel zou 8,17% van zijn referentie-inkomen kunnen gestort worden doch dit is beperkt tot het hierboven vermeld plafond. Het VAPZ kan een jaarlijkse belastingbesparing opleveren van tussen 50% en 70% op de gestorte premies (besparing PB en Sociale Bijdragen). Op basis van deze VAPZ-betalingen zal Hugo op 65-jarige leeftijd een nettobedrag ontvangen van € 52.772,52. 4. Individuele Pensioen Toezegging Aanvullend op het VAPZ stellen we voor dat de holdingvennootschap voor Hugo als zelfstandige bedrijfsleider een individuele pensioentoezegging (IPT) afsluit. IPT-verzekeringspremies zijn in hoofde van de vennootschap aftrekbaar. Deze premie-aftrek levert de vennootschap een belastingbesparing van 33,99% op bij het normale vennootschapstarief. Tweedepijlerpensioenen zoals de IPT die gevormd worden door een vennootschap zijn onderworpen aan de 80%-grens. Dat houdt in dat de premies voor de vorming van een aanvullend pensioen slechts aftrekbaar zijn als de som van het wettelijk en het aanvullend tweedepijlerpensioen, in rente

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 32 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

uitgedrukt en voor een volledige loopbaan, niet groter is dan 80% van de laatstgenoten normale brutojaarbezoldiging. Deze IPT levert op 65-jarige leeftijd een rentebedrag op, dat dan nog dient omgezet te worden in een kapitaal met behulp van omzettingscoëfficiënten. Aangezien de IPT-verzekering afgesloten wordt in combinatie met een VAPZ-regeling (punt 3 hierboven), dient er voor de berekening van de 80%-grens bij die IPT-verzekering rekening te worden gehouden met het reeds voorziene VAPZ-pensioenkapitaal. Het VAPZ-stelsel is overigens in de regel fiscaal interessanter dan een IPT-verzekering. We overlopen de voornaamste verschillen: -

VAPZ-premies zijn in tegenstelling tot de IPT-premies niet onderworden aan een premietaks van 4,4%

-

op VAPZ-kapitalen wordt geen solidariteitsbijdrage van 0 tot 2% geheven

-

VAPZ-kapitalen genieten van het fiscaal regime van de fictieve rente. Dit leidt doorgaans tot een lagere belastingdruk dan bij een IPT.

-

Door de VAPZ-premie door de holdingvennootschap te laten financieren stijgt ook het resultaat van de 80%-grens (omdat dit deel uitmaakt van de verloning) en de 100%-grens inzake arbeidsongeschiktheidstoezeggingen. Dit geldt enkel wanneer de bezoldiging een regelmatig en maandelijks karakter heeft, maar dat is het geval bij Hugo.

Om deze redenen is het voor Hugo als zelfstandige bedrijfsleider aangewezen om prioriteit te geven aan het VAPZ. De IPT is de aanvulling binnen de ruimere 80%-aftrekgrens met bijbehorende backservicemogelijkheden (éénmalige of gespreide inhaalbeweging over de voorbije 10 jaar). Per jaar zou de storting voor de IPT van Hugo, rekening houdend met het VAPZ voor de berekening van de 80%-regel, € 7.169,42 mogen bedragen. Dit zou hem op 65-jarige leeftijd een nettokapitaal opleveren van € 117.970,66.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 33 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.5. Stap 4: Optimalisatie roerende portefeuille De huidige portefeuille van Hugo en Linda beperkt zich nu tot de gezamenlijke portefeuille. We stellen vast dat deze bestaat uit een reeks aandelen, 4 fixfondsen en 2 fondsen van het open type.

4.5.1. Bepaling beleggersprofiel Hugo en Linda Uit een vragenlijst die Hugo en Linda voorgelegd kregen in het kader van de MiFID-regelgeving blijkt dat ze een defensief beleggersprofiel hebben. We stellen vast dat de huidige portefeuillesamenstelling totaal niet overeenstemt met het beleggersprofiel van Hugo en Linda. Waar iemand met een defensief beleggersprofiel een percentage aandelen mag aanhouden van 18,50%, bedraagt in dit geval het gewicht 54,51%. We zullen een alternatief voorstel – voor € 150.000 – opmaken, rekening houdend met de limieten van het beleggersprofiel van Hugo en Linda, zijnde - aandelen:

max. 18,50%

€ 27.750

- obligaties:

max. 44,50%

€ 66.750

- tak 21:

max. 37,00%

€ 55.500

4.5.2. Voorstel nieuwe portefeuille Hugo en Linda We raden aan om de risicovolle belegging in individuele aandelen volledig van de hand te doen. De fixfondsen zijn beleggingen met kapitaalbescherming. Zij hebben de laatste 2 jaar een mooie koersstijging genoten, vooral door de daling van de rente. Gezien het beperkt stijgingspercentage dat deze in de toekomst nog zullen ondergaan, raden we tevens aan om deze te verkopen. Daar zal wel een uitstapvergoeding van 1% aan vast hangen. Onze voorstelportefeuille bevat volgende producten: Tak 21 Wij raden “Invest For Life” van de verzekeringsmaatschappij Allianz aan. Dit product maakt ook deel uit van de portefeuille van de ouders van Hugo. Voor de bespreking verwijzen we naar punt 2.2.4.. Men dient er wel rekening mee te houden dat bij de instap zowel instapkosten als een abonnementstaks van 1,1% verschuldigd zijn. Momenteel loopt er wel een actie waarbij Allianz de abonnementstaks voor zijn rekening neemt. Dit betekent een besparing van ongeveer € 600.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 34 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Obligaties Wij wensen de obligatieportefeuille te spreiden over twee obligatiefondsen: KBC Obli Euro

ISIN - BE0143772185

Dit fonds belegt hoofdzakelijk in obligaties van eersteklasdebiteuren met een duurzaam en maatschappelijk verantwoord karakter, die uitgedrukt zijn in euro. Het rendement bedraagt sinds oprichting 4,72% met een volatiliteit van 3,9%. Het verwacht rendement ligt dus met 95% zekerheid tussen -3,08% en +12,52%. Het fonds wordt aangehouden op een effectenrekening. De screening gebeurt door de duurzaamheidscel van KBC Asset Management. Het fonds heeft tevens een afwijkingsmogelijkheid gekregen om tot 100% te beleggen in effecten en geldmarktinstrumenten die worden uitgegeven of gewaarborgd worden door een (niet-)EER-lidstaat. Quam Bonds

ISIN – BE0948710505

De doelstelling van dit fonds is de aandeelhouders te laten profiteren van een positief jaarlijks rendement in een omgeving met een gecontroleerd risico. De jaarlijkse volatiliteit mag niet hoger zijn dan 2,5%. Dit fonds is van het type “fonds van fondsen”. Dit betekent dat dit fonds belegt in deelbewijzen van ICB’s die op hun beurt hoofdzakelijk in obligaties, in geldmarktinstrumenten, in termijndeposito’s of in cash beleggen. Het wisselkoersrisico van activa die in andere valuta dan de euro worden belegd, zal in euro worden afgedekt. De beleggingsbeslissingen komen volledig voort uit wiskundige modellen die toelaten een groot aantal activa op te volgen en alle subjectiviteit bij de constructie van de portefeuille uit te sluiten. Het grootste gedeelte van het vermogensuniversum wordt om de twee weken geanalyseerd met het oog op een dynamische vermogensallocatie naargelang de geldende marktomstandigheden. Het gemiddelde rendement bedraagt 4,92%. Aandelen Ook de aandelenportefeuille wensen we te spreiden over twee fondsen: BNP Paribas OBAM

LU0185157681

Obam is een wereldwijd aandelenfonds. Het beleggingsbeleid volgt een tweeledige aanpak. Naast een tactische portefeuille voor beleggingen op middellange termijn wordt een strategische portefeuille aangehouden met lange termijnbeleggingen. De strategische portefeuille vormt ongeveer 60% van de totale portefeuille en bevat voornamelijk aandelen van grote bedrijven met een stabiele rendementsontwikkeling en een sterk internationaal karakter. De tactische portefeuille is gebaseerd op een thematische, opportunistische benadering en bevat verschillende thema’s. Het gemiddeld rendement sinds december 1989 bedraagt 8,31% met een standaardafwijking van 33,76% de laaste 36 maanden. De hoge volatiliteit is te wijten aan het ineenstorten van de aandelenmarkten. Het fonds wordt aangehouden op een effectenrekening.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 35 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

BNP Paribas L Fund Opportunities USA

25/05/2010

LU0377124267

De beheerders kopen vooral Amerikaanse aandelen en beschermen deze posities periodiek door index futures te verkopen. Het management is bereid om aanzienlijke gedeelten van de portefeuille in cash en kortetermijninstrumenten aan te houden om het kapitaal te beschermen. Het beleggingsproces bestaat uit een benadering in drie stappen: een macro-economische analyse, sectordistributie en aandelenselectie. De macro-economische analyse leidt tot de geschikte assetallocatie in aandelen – het compartiment zal voor 60% tot 100% zijn belegd in aandelen. Het saldo kan in vastrentende waarden worden belegd. De sectorallocaties zijn “high conviction” beslissingen gebaseerd op de visie van het management op de economische omgeving. De aandelenselectie is gebaseerd op een diepgaande fundamentele analyse van de onderliggende bedrijven. Het rendement sinds creatie is 9,81% met een standaardafwijking van 24,38%.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 36 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.6. What if-analyses In deze what-if analyses zullen we weergeven wat de vooruitzichten zijn met betrekking tot de inkomsten- en uitgavenbalans en de roerende en onroerende portefeuilles van Hugo en Linda. Omdat we vaststelden dat Hugo voor het overgrote deel van het beroepsinkomen zorgt, simuleren we dat zijn inkomen onmiddellijk zou wegvallen (= worst case scenario). Indien de gezinsfinanciën dit aankunnen, zijn ook de andere scenario’s afgedekt (mits de nodige af te sluiten zekerheidscontracten). We werkten volgende scenario’s uit – de onderliggende berekeningen zijn opgenomen in bijlage 10. 1. na instap Hugo in Vision en overige aanpassingen / optimalisaties 2. overlijden Hugo onmiddellijk na instap in Vision, maar zonder enige verdere optimalisatie / zekerheden 3. overlijden Hugo onmiddellijk na instap in Vision, met verdere optimalisatie / zekerheden 4. invaliditeit Hugo onmiddellijk na instap in Vision, maar zonder enige verdere optimalisatie / zekerheden 5. invaliditeit Hugo onmiddellijk na instap in Vision, met verdere optimalisatie / zekerheden

4.6.1. Evolutie na instap Hugo in Vision en na planning Grafiek 3 geeft de evolutie van de inkomsten- en uitgavenbalans weer na instap van Hugo in Vision, maar zonder enige verdere optimalisatie / zekerheden. Enerzijds valt op dat de beroepsinkomsten een stuk lager uitvallen, anderzijds krijgt de portefeuille een zeer sterke injectie op het ogenblik van pensionering van Hugo, waarbij niet alleen de VAPZ-, IPT-, en pensioenspaarkapitalen worden uitgekeerd, maar ook het belang in Vision wordt verkocht. Verder zijn we er hier en in de volgende scenario’s van uitgegaan dat de aankoop van de wagen van Hugo gedurende zijn beroepsperiode niet langer door hemzelf, maar door de holding of de exploitatievennootschap wordt betaald. Na zijn pensionering staat hij weer zelf in voor de aankoop en verkoop van zijn wagen.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 37 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.6.2. Evolutie na instap Hugo in Vision + onmiddellijke invaliditeit Wanneer Hugo meteen invalide wordt op het ogenblik dat hij in de vennootschap is ingestapt, heeft dit – indien geen extra zekerheden werden geregeld - problematische gevolgen op verschillende niveau’s. Grafieken 5 en 6 maken meteen duidelijk wat de effecten zouden op de inkomsten- en uitgavenbalans en op de roerende en onroerende portefeuilles wanneer Hugo invalide zou worden na instap in de vennootschap maar zonder verdere planning / optimalisaties / zekerheden. We gaan ervan uit dat er nog slechts één (aangepaste) gezinswagen zal worden aangekocht.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 38 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

We gaan ervan uit dat Hugo binnen de 30 dagen de overgang zal maken van werknemer naar zelfstandige. In dat geval zal hij in de sociale zekerheid van zelfstandigen geen wachttijd opgelegd krijgen en dus meteen kunnen genieten van een uitkering bij invaliditeit. Deze wachttijd bedraagt anders 6 maanden. De uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid zijn zeer beperkt. De eerste maand is er immers geen vergoeding. De volgende 11 maanden kan Hugo slechts rekenen op een bedrag van € 46,67 per dag. Na een jaar gaat de periode van invaliditeit in en zal – bij de logische stopzetting van de zaak – de uitkering per dag verhogen naar € 48,30, zolang Hugo kinderen ten laste heeft. Voor de holdingvennootschap is het snelle wegvallen van Hugo eveneens een probleem. Deze krijgt hierdoor immers geen vergoedingen meer, tenzij via dividenden op Vision-aandelen die nog in bezit zijn. Gegeven de leningsverplichtingen van de holdingvennootschap dient hier een remedie voor gevonden te worden. De oplossing voor deze inkomensproblematiek bestaat erin een verzekering gewaarborgd inkomen af te sluiten met als begunstigde Hugo, gecombineerd met een polis omzetverzekering. De polis gewaarborgd inkomen zal zorgen dat Hugo privé een inkomen zal blijven ontvangen. Het te verzekeren bedrag is gelimiteerd tot het jaarinkomen min de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen vanuit de sociale zekerheid. Verzekeringsmaatschappijen laten echter toe dat tot 80% van het bruto-jaarinkomen verzekerd wordt. Daarnaast raden wij ook aan om een polis omzetverzekering af te laten sluiten door de holdingvennootschap, met Hugo als verzekerde. Bij invaliditeit van Hugo zal de verzekeringsmaatschappij de vennootschap een rente betalen. Hiermee kan zij haar verplichtingen blijven nakomen indien dergelijk scenario zich voordoet. Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 39 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Concrete projectie van de verzekerde situatie Bij invaliditeit zal de verzekering gewaarborgd inkomen Hugo een jaarlijks inkomen van € 34.224 uitkeren. De holding ontvangt eerst een maandelijks bedrag uit de omzetverzekering, maar na enige tijd zal de verzekering het totaal begrote bedrag in één maal uitkeren. We zetten dit zo op dat dit voldoende zal zijn om het krediet terug te betalen. De aandelen die de holdingvennootschap bezit in Vision zullen vervolgens verkocht worden. Aangezien er waarschijnlijk een tijdsdruk ontstaat om deze aandelen van de hand te doen, waarderen we ze slechts aan 80% voor verkoop. Deze transactie is tot op heden belastingsvrij. We voorzien een inkomstenstroom van € 498.000 in de holdingvennootschap, en vervolgens ook – door liquidatie van de holdingvennootschap - voor Hugo en Linda. De projectie van de evolutie van de inkomsten- en uitgavenbalans in grafiek 7 en de roerende en onroerende portefeuille in grafiek 8 wijst uit dat er nu – bij invaliditeit van Hugo en na planning geen probleem meer ontstaat voor Hugo en Linda.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 40 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Invaliditeit Linda Wanneer Linda invalide zou worden, zal zij gedurende de eerste maand betaald worden door haar werkgever. Deze vergoeding mag hier niet minder bedragen dan 60% van het oorspronkelijke loon. Na een maand zal zij terugvallen op de vergoeding voor invaliditeit. Deze bedraagt eveneens 60% voor een persoon met een kind ten laste. Indien het inkomen van Linda op die manier zou verminderen, zou het gezin zijn huidige levensstandaard kunnen verderzetten, zelfs zonder bijkomende zekerheden.

4.6.3. Onmiddellijk overlijden van één van beide partners Indien Hugo voortijdig zou overlijden, zou de holdingvennootschap met een schuld blijven zitten zonder dat daar een inkomen (naast een eventueel dividendinkomen) tegenover staat. We raden dan ook aan dat de holdingvennootschap een bedrijfsleidersverzekering voor Hugo afsluit. Het krediet zal door deze overlijdensverzekering terugbetaald worden. Met het oog op de vermogenssituatie van het gezin van Hugo, wensen wij hen te beschermen via volgende constructie: - een sudden death-verzekering op het hoofd van de andere zaakvoerder, met als begunstigde de ene zaakvoerder (dus een wederzijdse polis). De premie van een dergelijke verzekering zal ongeveer € 1.000 per jaar bedragen. Een volledige overlijdensverzekering zou te duur uitkomen en een zwaardere acceptatieprocedure met zich meebrengen. - in de vennootschapsstatuten: ingeval van overlijden van de ene zaakvoerder ontstaat er in hoofde van zijn erfgenamen een verkooprecht van de aandelen aan de andere zaakvoerder (put-optie), alsook een kooprecht in hoofde van de andere zaakvoerder ten aanzien van de erfgenamen (call-optie) Bij overlijden van de ene zaakvoerder, krijgt de andere zaakvoerder de middelen om de erfgenamen van de overleden zaakvoerder uit te kopen. De waarde van deze verzekering wordt best geïndexeerd, zodat er rekening gehouden wordt met een waardestijging van de exploitatievennootschap. Bij een doorgedreven groei van de exploitatievennootschap is het aan te raden deze overlijdensverzekering te herzien. Grafieken 9 en 10 geven de evolutie in respectievelijk de inkomsten- en uitgavenbalans en de roerende en onroerende portefeuilles wanneer Hugo onmiddellijk na zijn instap in Vision overlijdt en er geen planning werd voorzien. Grafieken 11 en 12 geven de evolutie in respectievelijk de inkomsten- en uitgavenbalans en de roerende en onroerende portefeuilles wanneer Hugo onmiddellijk na zijn instap in Vision overlijdt en de hierboven geadviseerde planning werd voorzien.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 41 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

25/05/2010

Pagina 42 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

25/05/2010

Pagina 43 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.7. Uitwerking plannen Linda m.b.t. taal- en cultuurcentrum Linda zou op termijn graag een taal- en cultuurcentrum oprichten. Alvorens kort stil te staan bij de concrete financiering, wijzen we erop dat verschillende overheden subsidiemaatregelen voorzien waar Linda in het kader van haar project van kan genieten. Deze kunnen natuurlijk altijd in de tijd wijzigen.

4.7.1. Subsidiëring Waarborgregeling KMO’s en grote ondernemingen die geen financieringsovereenkomst kunnen afsluiten omwille van een gebrek aan voldoende waarborgen, kunnen bij de financiële instellingen die werden erkend als waarborghouders, tot 75 % van de verbintenissen van de onderneming laten waarborgen door de Vlaamse Overheid. In totaliteit kan tot 750.000 EUR aan verbintenissen van de onderneming uit één of meerdere financieringsovereenkomsten onder toepassing van deze waarborg worden gebracht. De premie bedraagt 0,5% van de te waarborgen verbintenissen in hoofdsom X de te waarborgen periode in jaren (maximaal 10 jaar, ook al is de duurtijd langer). Participatiefonds Het Participatiefonds heeft tot doel het eigen vermogen van zelfstandigen, vrije beroepen en kleine ondernemingen te verstevigen. Hiertoe kan het een aantal achtergestelde leningen tegen gunstige voorwaarden toekennen aan bepaalde kleine ondernemingen. De leningen zijn enerzijds bedoeld voor de financiering van materiële, immateriële en financiële investeringen, en anderzijds voor de financiering van de behoefte aan bedrijfskapitaal bij de start van de activiteit of de realisatie van het investeringsproject. Voor starters stelt het participatiefonds Starteo voor. Het maximumbedrag van de Starteo-lening is gelijk aan het kleinste van de volgende bedragen: -

bedrag van de lening die de bank verstrekt

-

4 maal de eigen inbreng

-

€ 250.000

De looptijd van de lening is 5,7 of 10 jaar en is afhankelijk van de aard van te financieren investering. De looptijd van het begeleidende bankkrediet mag niet korter zijn dan de Starteolening min 2 jaar. De rentevoet is bij dit product gelijk aan de rentevoet toegepast door de bank min 1,25%, met een minimumrentevoet die gelijk is aan de Belgian Prime Rate. De eerste 2 jaar bedraagt de rentevoet 3%. Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 44 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.7.2. Financiële haalbaarheid In de voorgaande what-if-analyses (punten 3.1.1. en 4.6.) hebben we reeds vast kunnen stellen dat het gezin Charlier – De Vogelaer over een stevig aangroeiend liquide vermogen beschikt. Hieruit kan de activiteit van Linda geleidelijk aan opstarten. Daarnaast is er – bij forsere nood aan middelen, bijvoorbeeld voor het aanbouwen van het taal- en cultuurcentrum aan hun huidige woning – de mogelijkheid om het appartement in Jette te verkopen. Zoals in vorig punt aangegeven, kan ook de overheid een duit in het zakje doen. Alleszins zouden we aanraden de nieuwe activiteit van Linda, na een opstartperiode in bijberoep, in een vennootschap onder te brengen die gecontroleerd wordt vanuit de holdingvennootschap. Op die manier wordt het familiaal ondernemingsvermogen goed gecentraliseerd, wat eenvoudiger te beheren is vanuit een planningsoogpunt. Uiteraard geldt ook voor Linda de sociale zekerheidsuiteenzetting en -advisering in punt 4.4.4..

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 45 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.8. De samenwoningsplannen van Martin Martin wil samen met zijn vriendin een huis kopen. Hierrond formuleren we graag volgend advies. Aankoop van de woning Wanneer Martin en zijn vriendin samen de woning aankopen, laten ze best in de akte een beding “aanwas met optie” opnemen. Dit beding is een kanscontract waarbij het eigendomspercentage van de overlijdende echtgenoot aanwast bij de het eigendomspercentage van de overblijvende echtgenoot. Aangezien we dit beding optioneel maken, wil zeggen dat er nog andere, betere alternatieven kunnen ingezet worden om elkaar te beveiligen bij overlijden. Het beding “aanwas met optie” geeft echter de zekerheid. Planning van de relatie tussen Martin en zijn vriendin Wanneer Martin en zijn vriendin samenwonen zonder iets te regelen, wonen zij feitelijk samen. Tot op vandaag is er geen enkele wettelijke erfaanspraak voor de langstlevende feitelijk samenwonende. In deze situatie zal ons beding van “aanwas met optie” soelaas brengen zowel qua zekerheid als qua tarificatie (registratierecht in plaats van hoog tarief successie tussen derden). We raden echter aan dat Martin en zijn vriendin meteen wettelijk gaan samenwonen. Dit kunnen ze regelen door op de burgerlijke stand van de gemeente waar ze gaan samenwonen een verklaring af te leggen van wettelijke samenwoning. Hierdoor zal de langstlevende toch een beperkt erfrecht verkrijgen, namelijk het vruchtgebruik van de gemeenschappelijke verblijfplaats en de huisraad. Voor een verdere beveiliging raden we een samenwoningscontract aan. Dankzij de wettelijke samenwoning worden Martin en zijn vriendin automatisch gelijkgesteld met echtgenoten. Zij zullen dus ook een opsplitsing kunnen genieten tussen het roerende en onroerende gedeelte en de tarieven zullen ook variëren tussen 3% en 27%. Aangezien zij enkel het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad automatisch vererven, dienen zijn een testament op te maken voor de overige activa. Het huwelijk zou de beste bescherming geven.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 46 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.9. De danscarrière van Babette en het dansproject in Oostenrijk 4.9.1. De danscarrière van Babette Sinds enkele jaren kunnen alle artiesten en kunstenaars genieten van een volledige sociale bescherming. In principe behandelt de sociale zekerheid een artiest als een werknemer. Hij kan echter wel vragen om als zelfstandige behandeld te worden. Zowel in rechten als in plichten brengt deze keuze uiteraard een onderscheid met zich mee. We adviseren dat Babette het werknemersstatuut aanneemt. Dit statuut wordt overigens automatisch vermoed. Indien Babette in dit statuut voor meerdere opdrachtgevers werkt (bijvoorbeeld door elke avond ergens anders op te treden), moet zij niet meer aan al deze opdrachtgevers vragen om hun verplichtingen als werkgever te vervullen. Als vaste werkgevers van de artiesten zal dan een “Sociaal Bureau voor Kunstenaars” optreden. Het SBK betaalt het nettoloon na afhouding van de bijdragen, RSZ en een kostenpercentage. Babette dient zich natuurlijk wel aan te melden bij een dergelijk bureau. De voornaamste redenen waarom we kiezen voor het werknemersstatuut zijn de volgende: ·

Babette heeft dan recht op een werkloosheidsvergoeding, vakantiegeld, betere vergoeding bij arbeidsongeschiktheid, …

·

er gelden bepaalde vrijstellingen van werkgeversbijdragen

·

als zelfstandige blijven de vaste kosten zoals sociale bijdragen, accountant, vaste verzekeringen ter uitbreiding van sociale zekerheid terugkomen ook al heeft men geen werk

4.9.2. Het dansproject van Babette in Oostenrijk Waar worden haar inkomsten en voordelen belast? Omdat Babette in een internationale context zal werken, dienen we de relevante overeenkomst te raadplegen die tussen de desbetreffende landen, Oostenrijk en België, is afgesloten. In dit geval consulteren we het dubbelbelastingsverdrag tussen beide landen. Een dubbelbelastingsverdrag is een verdrag afgesloten ter vermijding van dubbele belasting. Een dergelijk verdrag primeert op de nationale wetgeving. Artikel 17 van genoemd verdrag omvat de specifieke regeling voor de heffingsbevoegdheid met betrekking tot inkomsten die aan professionele artiesten worden toegekend of betaald. Inkomsten die beroepsartiesten, zoals toneelspelers, film-, radio-, of televisieartiesten en musici, alsmede sportbeoefenaars, als zodanig verkrijgen uit hun persoonlijke werkzaamheden, zijn belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarin die werkzaamheden worden verricht. Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 47 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Op basis van bovenstaand artikel worden de inkomsten van professionele artiesten uitdrukkelijk onttrokken aan de specifieke regeling voor zelfstandige en niet-zelfstandige arbeid. De heffingsbevoegdheid over de verworven inkomsten ligt bij de werkstaat, ongeacht of: ·

de activiteiten in loondienst, dan wel op zelfstandige basis worden uitgeoefend

·

de activiteiten langer of korter dan 183 dagen werden uitgeoefend in de werkstaat

·

er van de opdrachtgever al dan niet een vaste inrichting of vaste basis aanwezig is in de werkstaat

De achtergrond van deze regeling is dat de woonstaat van de artiest meestal niet over voldoende informatie beschikt over de totaliteit van het inkomen van de artiest, zodat de belastingsheffing in de werkstaat het meest efficiënt lijkt. De inkomsten die Babette als Belgische rijksinwoner ontvangt voor haar optreden in Oostenrijk zijn dus vrijgesteld van Belgische belasting, maar worden belast in Oostenrijk. Buitenlandse rekening In het vak 1075 van vak XII van de aangifte in de personenbelasting zal Babette positief dienen te antwoorden op de vraag naar het bezit van een “buitenlandse rekening”. Ook het land waar de buitenlandse rekening zich bevindt (Zwitserland), zal dienen aangegeven te worden. Doordat ze dit vak aanvinkt, zou Babette verplicht kunnen worden om haar uittreksels en documenten met betrekking tot de bedoelde rekening over te maken aan de Administratie. Dit kadert vooral in 1) de bestrijding van belastingontduiking op roerende inkomsten en in 2) de strijd tegen zwart geld. Alleszins heeft dit geen verdere gevolgen voor Babette. Fiscale gevolgen voor Hugo en Linda Omdat Babette meer inkomsten zal verwerven dan het toelaatbare maximum, zal zij (tijdelijk) niet meer als ten laste kunnen worden beschouwd. Zij heeft immers meer nettobestaandsmiddelen dan € 2.700.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 48 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.10. Vermogensoverdracht ouders Hugo Charlier 4.10.1. Actuele gevolgen bij overlijden Omdat de ouders van Hugo nog geen enkele regeling hebben getroffen met betrekking tot hun vermogen, zou de finale verdeling misschien niet helemaal naar wens kunnen zijn. Het wettelijk stelsel is hier immers van toepassing. De niet-actieve kinderen zullen bij het openvallen van de nalatenschap van de eerst gestorvene aanspraak kunnen maken op 1) de blote eigendom van hun deel van de aandelen van de boekhoudvennootschap en 2) de blote eigendom van het handelspand in Lier. Dergelijke onverdeeldheden brengen allerlei ongemakken met zich mee, zeker wanneer de langstlevende ouder ook zou overlijden.

4.10.2. Successieplanning Verkoop van het handelspand in Lier Het handelspand genereert een te laag rendement, onder andere omdat het zwaar belast wordt in de personenbelasting (cfr. punt 2.2.3.). Het is niet eenvoudig om het bezit van dit pand door te geven aan de volgende generatie. Welke kinderen zijn geïnteresseerd? Schenken we het pand in onverdeeldheid? Hoe de problemen vermijden bij een erfverdeling van dit pand? Deze vragen en het beperkte rendement leiden ons tot het advies dat het handelspand in Lier door de ouders van Hugo aan derden verkocht moet worden. Hierna kan de opbrengst geschonken worden aan de kinderen. Verkoop van de aandelen van de boekhoudvennootschap aan de twee actieve zonen Omdat de vennootschap nog altijd in handen is van de ouders Marc-Olivier en Jeanine, is het begrijpelijkerwijze moeilijk voor Ralph en Frédéric om zich voluit te geven in het boekhoudkantoor. Hoe meer zij werken, hoe duurder het later voor hen wordt om de zaak over te nemen. Daarom stellen we voor een definitieve oplossing uit te werken voor elke betrokken partij. Eerst en vooral moeten we ervoor zorgen dat de overname van het familiebedrijf haalbaar wordt gemaakt voor de kinderen-opvolgers. Hiervoor komen volgende technieken in aanmerking: de kapitaalvermindering en de inkoop van eigen aandelen. De kapitaalvermindering kan ingezet worden op voorwaarde dat het kapitaal groter is dan het vereiste minimum. Opdat deze operatie belastingvrij zou kunnen verlopen, moet het kapitaal afkomstig zijn van vroegere inbrengen van vers geld of van inbrengen in natura. Het gedeelte kapitaal opgebouwd met geïncorporeerde reserves kan niet belastingvrij worden uitgekeerd. De kapitaalvermindering die hierop betrekking heeft, wordt beschouwd als een uitkering van reserves. Fiscaal zal dit gelijk staan met de betaling van een dividend waardoor er een roerende voorheffing van 25% verschuldigd is. Aangezien de kapitaalvermindering uiteraard het vermogen van de vennootschap doet dalen, zullen er wel enkele formaliteiten van toepassing zijn ter bescherming van de schuldeisers. Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 49 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Er kan eveneens gewerkt worden via de inkoop van eigen aandelen. De vennootschap koopt haar eigen aandelen van haar aandeelhouders (de ouders) in en vernietigt hierna de aandelen. De ouders zullen de inkoopprijs geheel belastingvrij ontvangen. Deze inkoop kan gebeuren ten belope van 20% van het totale aandelenpakket en de inkoopprijs mag gebaseerd zijn op de reële waarde van de aandelen. Ralph en Frédéric zullen dus nog maar 80% van het aandelenpakket moeten verwerven om volledig eigenaar te zijn van de onderneming. Na de aanwending van hierboven uitgelegde technieken en na eventuele ontvangst en inbreng van door hun ouders geschonken geld (uit de verkoop van het handelspand in Lier), kunnen de actieve broers een holdingvennootschap oprichten om de aandelen van de boekhoudvennootschap te verwerven. De holding sluit hiervoor een krediet af ten belope van het nog ontbrekende bedrag. De terugbetaling van het krediet gebeurt dan met inkomsten die de holding ontvangt uit de werkmaatschappij. Deze vergoeding zal staan voor prestaties van boekhoudkundige, administratieve en commerciële aard. De financieringskost voor het aangaan van het krediet is tevens aftrekbaar bij de holding. Valt nog op te merken dat ook deze verkoopopbrengst door de ouders geschonken kan worden aan de kinderen en dit via een gewone bankgift, al dan niet met betaling van schenkingsrechten.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 50 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

4.11. Vermogensoverdracht ouders Linda De Vogelaer 4.11.1. Actuele gevolgen bij overlijden en rechten Linda Ria en Olivier hebben beiden activa in hun huwelijksgemeenschap ingebracht. Ria heeft de gezinswoning die ze via een verblijvingsbeding erfde, ingebracht. De waarde van de woning ligt op € 270.000. Olivier heeft op zijn beurt een appartement met een waarde van € 150.000 en een defensieve portefeuille ter waarde van € 160.000 ingebracht. We weten echter niet of Ria en Olivier afgeweken zijn van het normale wettelijke stelsel. Het zou immers kunnen dat aan de andere partij een vermogensrechtelijk voordeel verschaft is geweest. Het huwelijksvermogensrecht stelt als algemene regel voorop dat huwelijkse voordelen niet als een schenking moeten worden gekwalificeerd, maar als huwelijksovereenkomst. Dit betekent dat deze voordelen niet meer ter sprake komen bij de vereffening en verdeling van de nalatenschap. Hierop bestaan twee uitzonderingen, waarbij de toegekende huwelijksvoordelen gedeeltelijk als een schenking moet worden beschouwd. ·

Hebben Ria en Olivier in hun huwelijkscontract een beding van ongelijke verdeling gekoppeld aan een beding van inbreng in het gemeenschappelijk vermogen, dan wordt het toegekende voordeel ten belope van datgene wat de echtgenoot-niet-inbrenger meer verkrijgt dan de helft van de ingebrachte goederen als een schenking beschouwd. Hierdoor zal het dus erfrechtelijk moeten worden verrekend.

·

Bovendien is er een artikel dat specifiek kinderen uit een vorig huwelijk beschermt. Art. 1465 B.W. bepaalt dat de langstlevende niet meer (bovenop zijn of haar reserve) kan verkrijgen dan het beschikbaar gedeelte. De reserve van de kinderen uit een vorig huwelijk (in casu Linda) wordt op die manier gevrijwaard.

Bij een verdere studie van het huwelijkscontract zullen we kunnen detecteren of er sprake is van dergelijke clausules. Indien niet, dan doet Linda op zich een goede zaak, omdat Olivier meer heeft ingebracht dan Ria. Indien één van de kinderen van Olivier zich in een latere erfverdeling benadeeld weet, kan het klacht indienen bij de rechtbank van eerste aanleg.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 51 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Bijlage 1 – analyse portefeuille Hugo en Linda

Zie Excel “2010 05 25 – bijlage 1 – analyse portefeuille Hugo en Linda.xls” in de folder “Bijlagen” op de cd-rom

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 52 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Bijlage 2 – analyse portefeuille Hugo individueel

Zie Excel “2010 05 25 – bijlage 2 – analyse portefeuille Hugo individueel.xls” in de folder “Bijlagen” op de cd-rom

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 53 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Bijlage 3 – berekening successie Hugo – AS IS

Zie pdf “2010 05 25 – bijlage 3 – berekening successie Hugo – AS IS.pdf” in de folder “Bijlagen” op de cd-rom

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 54 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Bijlage 4 – berekening successie Linda – AS IS

Zie pdf “2010 05 25 – bijlage 4 – berekening successie Linda – AS IS.pdf” in de folder “Bijlagen” op de cd-rom

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 55 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Bijlage 5 – inkomsten- en uitgavenbalans Hugo en Linda – AS IS

Zie Excel “2010 05 25 – bijlage 5 – inkomsten- en uitgavenbalans Hugo en Linda – AS IS.xls” in de folder “Bijlagen” op de cd-rom

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 56 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Bijlage 6 – berekening actuele stand lening a.h.v. variabele interestvoeten

Zie Excel “2010 05 25 – bijlage 6 – berekening actuele stand lening ahv variabele interestvoeten.xls” in de folder “Bijlagen” op de cd-rom

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 57 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Bijlage 7 – pensioenberekening Hugo zonder aanpassingen werk

Zie pdf “2010 05 25 – bijlage 7 – pensioenberekening Hugo zonder aanpassingen werk.pdf” in de folder “Bijlagen” op de cd-rom

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 58 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Bijlage 8 – pensioenberekening Linda zonder aanpassingen werk

Zie pdf “2010 05 25 – bijlage 8 – pensioenberekening Linda zonder aanpassingen werk.pdf” in de folder “Bijlagen” op de cd-rom

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 59 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Bijlage 9 – jaarrekeningen en waardering Vision

Zie pdf “2010 05 25 – bijlage 9 – jaarrekeningen en waardering Vision.pdf” in de folder “Bijlagen” op de cd-rom

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 60 van 61


FINANCIEEL PLAN MASTERPROEF MPFP2

25/05/2010

Bijlage 10 – onderliggende berekeningen what if-analyses

Zie folder “Grafieken” op de cd-rom.

Bert Vandeput – Michiel Van den Keybus

Pagina 61 van 61

Financieel plan UAMS - eindwerk  

Eindwerk aan UAMS - fictieve case

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you