Page 1

STADSGESPREKKEN Sebastiaan Capel

1


2


STADSGESPREKKEN Vier jaar gemeenteraad zevenenveertig interviews zevenenzestig Amsterdammers

3


Eberhard van der Laan

4


Voorwoord Ontmoetingen met bewoners, ondernemers en bezoekers in de stad zijn misschien wel het leukste deel van het werk van een lokaal bestuurder of politicus. Als burgemeester heb ik het voorrecht voor ontzettend veel bijeenkomsten en ontmoetingen te worden uitgenodigd. Tot mijn spijt dat ik er lang niet altijd op in gaan, want eigenlijk zijn het zonder uitzondering inspirerende of hartverwarmende ervaringen.

“Wat gaat er goed in Amsterdam en wat kan er beter?”

Het ene moment zit je met een CEO van een internationaal bedrijf dat naar Amsterdam wil komen, en het volgende moment mag ik een onderscheiding uitreiken aan een vrijwilliger die zich al jaren inzet voor de buurt of spreek ik met de bewoners van een buurt die soms wel goed kunnen klagen maar vooral de liefde voor hun stad en hun buurt met me willen delen. Er is consensus over één ding: veel kan beter, maar we zitten op een goudmijn.

Het is mooi om te lezen wat deze Amsterdammers allemaal doen om de stad nog beter, leuker en mooier te maken. Of het nu het runnen van een digitaal buurthuis is, het beginnen van een tijdschrift, het organiseren van een festival of het samenbrengen van bewoners. Sommige geïnterviewden heb ik de afgelopen jaren ook mogen ontmoeten. Maar er zijn ook mensen en initiatieven waar ik nog niet mee bekend was. Dat is ook Amsterdam: er zijn altijd weer nieuwe mensen, plekken of gebeurtenissen om te ontdekken.

Gemeenteraadslid zijn is intensief, zeker wanneer je dit combineert met een baan. Maar het levert ook veel op. Zeker als je door heel veel mensen te spreken de stad, bewoners en ondernemers, naar het Stadhuis haalt. Het bestuur is er voor hen, want uiteindelijk maken zij de stad. Gesprekken met Amsterdammers zijn niet alleen leuk, maar ook van grote waarde voor het stadsbestuur.

Ik heb met veel plezier de Stadsgesprekken van Sebastiaan gelezen en ik hoop dat u dat ook doet. Want het zijn de mensen die Amsterdam maken tot de mooiste en fijnste stad van het land.

Met de Stadsgesprekken heeft Sebastiaan Capel als raadslid actief Amsterdammers opgezocht om met ze te praten over de stad en daar doet hij boeiend verslag van. De antwoorden op zijn vragen “ wat gaat er goed en wat kan er beter” zorgen voor inspiratie en voor aansporing van het stadsbestuur bepaalde dingen beter te doen of soms juist te laten.

Eberhard van der Laan

Burgemeester van Amsterdam

5


Sebastiaan Capel

6


Inleiding

“Stadsgesprekken zijn een belangrijk onderdeel van mijn raadswerk geweest”

De afgelopen jaren zijn de Stadsgesprekken een belangrijk onderdeel van mijn werk als raadslid geweest. De interviews met actieve Amsterdammers leverden mij enorm veel inspiratie, informatie en input op. Voor debatten, spreekbeurten, werkbezoeken, opiniestukken en al die andere dingen die je als lokaal politicus doet. En tijdens een lange vergadering was een aanstaand Stadsgesprek een wenkend perspectief.

amendement in de gemeenteraad. Zoals over winkels in Amsterdam, over een warm welkom voor expats, over huurwoningen voor middeninkomens en over stadsgezinnen.

In de Stadsgesprekken kwamen iedere keer twee hoofdvragen terug. “Wat gaat er goed in Amsterdam en wat kan er beter?”, legde ik de geïnterviewden voor. Vooral de eerste vraag, “wat gaat er goed?”, is best lastig te beantwoorden, zo bleek. En als mensen uiteindelijk vertelden over iets dat goed gaat in de stad, dan begonnen ze toch al snel dat het eigenlijk beter, sneller, anders, hoger of leuker kan. “Daar komen we zo op”, zei ik dan. Want ik ben in zo benieuwd wat Amsterdammers leuk en goed vinden aan hun stad. En dan het liefst zo concreet mogelijk.

Want als gemeenteraadslid kan ik, samen met de 44 andere raadsleden, de stad veranderen, verbeteren. Tenminste, als ik daar een democratische meerderheid en een welwillende wethouder voor kan mobiliseren. Maar iedere Amsterdammer, bewoner, ondernemer, bezoeker kan ook zélf iets veranderen. En dat was een belangrijke reden om de Stadsgesprekken te voeren en op te schrijven. Ik wil ermee laten zien wat er allemaal gebeurt in onze stad en wat bewoners en ondernemers doen om de stad te verbeteren.

De tweede vraag was vaak makkelijker te beantwoorden. We vinden immers allemaal wel iets dat beter kan in onze mooie stad. Afhankelijk van je beroep, levensfase, interesses en dergelijke zijn het allemaal verschillende dingen, maar ruimte voor verbetering zien de meeste mensen, vaak in hun directe omgeving. Sommige Stadsgesprekken vormden zo de basis van een concreet voorstel, een motie of

Ik hoop daarom dat de Stadsgesprekken de lezers ervan inspireren en aan het denken zetten over wat zíj vinden wat er goed gaat in de stad en wat er beter kan. En als dat nog nodig is, hoop ik dat het hen motiveert om 7


zelf aan de slag te gaan om onze mooie stad nog beter te maken. Dat doe ik via de politiek, de afgelopen jaren in de gemeenteraad en straks in het prachtige Zuid. En dat doen de mensen uit de Stadsgesprekken en zoveel meer Amsterdammers allemaal op hun eigen manier. Samen maken we de stad mooier, beter en leuker om te wonen, te werken en te bezoeken.

SEBASTIAAN CAPEL

www.sebastiaancapel.nl/ stadsgesprekken

8


STADSGESPREKKEN

9


Jeroen Beekmans

10


#1 Golfstromen

“Noord van Amsterdam is het Zuid van Rotterdam”

Tijdelijk ruimtegebruik, tijdelijke stad Jeroen en Joop passen het principe “most adaptable to change” van Darwin passen toe op de gebouwde omgeving en de stad. Hiermee stellen ze dat plekken en steden die zich aan kunnen passen aan verandering het meest succesvol zijn. De gebouwde omgeving is dan ook niet voor de eeuwigheid, maar juist tijdelijk, zo menen ze.

In dit allereerste Stadsgesprek praatte ik met Jeroen Beekmans en Joop de Boer van het bedrijf Golfstromen, gevestigd in de Tolhuistuin in Noord. Hun werk is zeer divers, zolang het maar te maken heeft met stedelijkheid en vooral met tijdelijkheid en flexibiliteit. Logischerwijs ging het veel over Noord, maar ook straatverkoop, parken en Berlijn kwamen voorbij.

“Het is erg lastig en je merkt dat over ‘tijdelijk’ verschillend wordt gedacht. Wij denken dan aan een paar weken of maanden, maar eigenaren en bijvoorbeeld de gemeente ziet enkele jaren als termijn voor “tijdelijk gebruik”. Berlijn

Zo bedenken zij met hun bedrijf Golfstromen onder meer concepten om leegstaande panden te vullen. Die invulling is van belang voor het pand, maar moet ook een meerwaarde opleveren voor het gebied waar het staat, zo stellen zij. Juist gebieden waar nog weinig gebeurt kunnen zo profiteren van de tijdelijke invulling en de gebruikers.

Als het gaat over de stad en creativiteit, komt al snel de vergelijking met Berlijn ter sprake. Daar, zo wordt vaak gesteld, is het veel creatiever, veel vrijer, kan meer dan hier in Amsterdam. Het grote verschil is alleen dat in Berlijn met al die creativiteit minder wordt verdiend dan hier. Dat komt omdat de opdrachtgevers er minder zijn. De verbinding tussen de hoofdkantoren van de zakelijke dienstverlening en de creatievelingen is dan ook van groot belang.

Alle regelgeving voor tijdelijk gebruik kan ook anders, vinden ze. “ Experimenteren wordt eng gevonden, er zijn zoveel regeltjes”, zo stellen de conceptmakers.

Jeroen vindt het hier in Amsterdam overigens ook enorm inspirerend; op cultureel en creatief niveau is hier in Amsterdam zoveel te doen op kleine schaal. 11


“Je komt steeds nieuwe dingen tegen. Bijvoorbeeld als ik hier in Noord van de pont naar Eethoek 10 op het Mosveld loop, zie ik steeds weer nieuwe dingen. We moeten onze eigen stad wat meer waarderen.” Van der Pekbuurt Het gaat goed met Amsterdam de laatste jaren, zoals te zien is bij de verbetering van de 19e eeuwse wijken, zoals de Baarsjes, de Indische Buurt en Westerpark. Er wordt geïnvesteerd in de huizen, in de openbare ruimte en daardoor komen er mensen met een hoger inkomen die weer zorgen voor een draagvlak aan voorzieningen en winkels. Jeroen Beekmans en Joop de Boer vinden dit goed gaan in Amsterdam. Wat zou de volgende wijk zijn die aan de beurt is voor “ gentrification”? De Golfstromers denken hierbij ook aan de van der Pekbuurt in Noord. Daar zijn de randvoorwaarden aanwezig: een karakteristieke uitstraling, betaalbare huizen en een hoge ontwikkelwaarde. Maar dan moet er wel wat gebeuren! “ Ik begrijp niet waarom de corporatie daar niet de huizen te koop aanbiedt. Creatieven komen erin en zorgen ervoor dat de wijk gaat leven”, zo stelt Jeroen.

We praten verder over de verbindingen tussen de wijken in Noord. Ik vind namelijk dat er meer verbinding moet komen tussen plekken in Noord langs de IJ-oever in plaats van alleen dwarsverbindingen over het IJ. Op die manier gaan mensen alleen maar heen en weer tussen Noord en het Centraal Station. In mijn fantasie zie ik een prachtige moderne lightrailway van het Hembrugterrein via de NDSM, Overhoeks, de Sixhaven naar Ijburg gaan. Levende straat, levende stad Beekmans en de Boer zien de parken en de openbare ruimte van Amsterdam als iets enorms positiefs. “Je ziet toch dat daar in geïnvesteerd wordt, zoals op het Mr Visserplein, met die olijfbomen, dat is echt goed dat dat blijft gebeuren.”, schetst Joop de Boer. Maar er kan ook nog genoeg anders.

Torens van 100 meter De nieuwe wijk Overhoeks, pal naast het kantoor van Golfstromen in de Tolhuistuinen, vinden de mannen maar niks. “Veel te weinig uitdagend, te voorzichtig en daarmee te weinig allure. Ze zijn hier bang voor torens. Waarom hier niet echte hoogbouw? Een toren van 100 meter, dat kan gewoon hier. Het water van het IJ geeft de ruimte daarvoor.” Van het nieuwe Filmmuseum verwachten ze dan veel meer. “Dat kan een iconische waarde hebben, mensen echt aantrekken. Het zou voor Noord kunnen doen wat het Nieuwe Luxor op de Kop van Zuid heeft gedaan in Rotterdam. Maar dan moet er wel ook een brug komen. “

Joop de Boer

12


“ De stad en de straat moet veel levendiger worden, zoals in echte wereldsteden. Daar heb je bijvoorbeeld meer straatverkopers. Hier moeten die aan allemaal regels voldoen en bepaalt de stad wat er verkocht mag worden op straat. Waarom niet de ruimte geven aan een biologische fruitboer die op straat verkoopt? Als het niet werkt, is-ie zo weer weg!�

JEROEN BEEKMANS JOOP DE BOER

Straatverkoop zorgt volgens Joop en Jeroen zo niet alleen voor de levendigheid die Amsterdam wel kan gebruiken, maar ook voor banen en sociale controle op straat. Ter plekke wordt een plan ontwikkeld om de pleinen en OV-knooppunten in Amsterdam te verlevendigen. Daar horen we in de toekomst meer over....

www.golfstromen.nl www.popupcity.net

13


David van Wesel

14


#2 David van Wesel David van Wesel werkt met jongeren, maar adviseert ook bedrijven en organisaties hoe ze jongeren kunnen betrekken en bereiken. Hij doet dit via zijn onderneming `Jongeren in Bedrijf`, maar werkt ook via het project Youth Venture dat onder meer jongeren kleine bedrijven met een maatschappelijk doel laat starten. Hiervoor geeft David workshops en werkt hij onder meer samen met de VU.

“Als meer mensen zouden weten wat er allemaal gebeurt, zouden ook zij anders kijken naar jongeren en problemen.”

Veel initiatieven, maar niet van “binnenuit” “Ik vind het hartstikke goed wat er allemaal gebeurt in de stad. Veel mensen hebben initiatieven en er zijn er genoeg die ook effectief zijn. Je komt ook steeds meer maatschappelijke inzet tegen, Amsterdammers die willen helpen, die iets willen doen” , vertelt David van Wesel over wat hij meemaakt. Omdat hij al die inzet vanuit zijn ervaring ziet, kijkt hij ook anders aan tegen de problemen in de stad, bijvoorbeeld in West, waar jongeren voor overlast zorgen. “Als meer mensen zouden weten wat er allemaal gebeurt, zouden ook zij anders kijken naar jongeren en problemen”, zo stelt David. Tegelijk ziet David ook de zwakte van projecten: “ De mensen, jongeren, om wie het gaat komen te weinig zelf met plannen om de situatie te verbeteren. Het komt vrijwel altijd van “de ander”, terwijl het juist de gemeenschap zelf zou moeten zijn. Die omslag bewerkstelligen is erg lastig. Ik zie

en praat heel veel met allerlei coördinatoren, maar waar zijn de Marokkaanse jongeren zelf?!”. Dit is volgens hem ook het probleem met de zichtbaarheid van alle initiatieven. Buitenstaanders zien alleen de bobo’s, niet de mensen zelf. “ Het belangrijkste van de projecten is dat ze wortelen in de groep zelf, dan werkt het echt goed.” Catch 22 Al pratend met David zie ik een Catch 22 situatie: doen we niks met jongeren die te weinig kansen hebben, dan is de kans groter dat ze hun school niet afmaken, overlast geven en uiteindelijk zelfs in de criminaliteit belanden. Maar ga je ze helpen, dan worden ze afwachtend en hoppen ze van het ene project naar het andere, zonder dat ze zelf echt betrokken raken. David gaat daarin zelfs zover dat hij de projecten beschrijft als ‘bezigheidstherapie voor jongeren’ .

15


“Ik vind ook dat de politiek te weinig doet en te weinig bezig is met hoe je verantwoordelijkheid bij de gemeenschap zelf krijgt. Er wordt te veel gekeken naar individuele oplossingen voor bijvoorbeeld een jongere en te weinig naar de context waarin hij of zij leeft. Op die manier krijg je de gemeenschap nooit mee.”, zo meent David.

Het belangrijkste van de projecten is dat ze wortelen in de groep zelf, dan werkt het echt goed.”

Nieuwe gemeenschapszin in de stad David van Wesel denkt veel na over de rol van de gemeenschap in de stad en hoe je daar op een nieuwe manier mee om kan gaan. Want alleen door vanuit de gemeenschap te werken kan er echt iets veranderen, stelt hij. Tegelijk moeten gemeenschappen ook hun verantwoordelijkheid nemen: “ Ik zie ook dat de “oude gemeenschapszin” niet meer bestaat, maar volgens mij ben je als individu wel afhankelijk van de groep voor bepaalde dingen. Dat zie je vooral in maatschappelijke zin, nu in de huidige maatschappij door individualisering en marktwerking vrijwel alle keuzes economisch ingegeven zijn.” De overheid moet volgens van Wesel haar verantwoordelijkheid ook durven loslaten en aan een gemeenschap durven geven. “Maar dan moet je de gemeenschap het ook op hun manier laten doen en niet als overheid erbovenop gaan zitten. En dan geldt dat niet alleen voor gemeenschappen op christelijke basis, maar ook voor moslims. Want dan is er opeens een probleem, dan is er geen vertrouwen. Daar moet hard aan gewerkt worden!”. Het is erg leuk met David hierover te praten, omdat ikzelf de stad vooral als verzameling individuen zie die allemaal hun eigen keuzes kunnen maken. Veel mensen kiezen bewust voor de stad, omdat ze hier op die manier kunnen leven. Van Wesel denk daar anders over. “Als iedereen zijn eigen maximalisatie zoekt, lukt het echt niet en krijg je echt geen tevredenheid bij iedereen. Daar is meer voor nodig.”. Niet verrassend zijn David en ik niet van dezelfde politieke gezindte.

Grenzen aan de politiek De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) biedt volgens van Wesel veel kansen, omdat de uitvoering op een laag niveau wordt gelegd. Hierdoor kan iedere gemeente eigen keuzes maken. Moet er veel voor ouderen gebeuren, dan richt de uitvoering zich daar op, maar als er andere groepen zijn, zoals jongeren, dan kan een gemeente daar juist middelen voor inzetten. Maar ook hier waarschuwt David: “De politiek moet niet de eigenaar worden van een probleem, net als een professional dat niet moet worden. Dan ligt de oplossing daar, in plaats dat de mensen zelf gaan werken aan het oplossen van hun probleem.”

16


We komen te praten over het voorbeeld van kinderen ontbijt geven op school, omdat ze dit thuis niet krijgen. Zonder ontbijt leren de kinderen slechter, omdat ze zich niet concentreren. De oplossing om dat dan via school te doen, ligt voor de hand. David denkt daar anders over. “Als je dat doet, ga je een lijn over, volgens mij. De verantwoordelijkheid ligt bij de ouders, dus moet je ook daar de oplossing zoeken. Hetzelfde geldt voor kinderen die te laat komen. Vroeger zorgden de ouders daarvoor, nu moeten de scholen met allerlei manieren zorgen dat de leerlingen op tijd komen. Dat is niet goed! De ouders moeten ook aangesproken worden op hun eigen verantwoordelijkheid, zij moeten inzien dat ze hun kinderen benadelen.�

DAVID VAN WESEL

www.jongereninbedrijf.nl www.genv.net

17


Jeroen Jonkers

18


#3 Jeroen Jonkers

“Geef experimenten een kans, wees niet laf!”

Hoe vul je leegstaande gebouwen? Leegstand is niet goed voor de stad, en vooral niet voor de directe omgeving van zo’n gebouw. Maar hoe zorg je voor een goede, werkbare vulling van zo’n gebouw? En eigenlijk nog beter: hoe voorkom je leegstand? Jeroen vertelt als het over het tweede punt gaat over de plinten op IJburg die voor winkels zijn bestemd: “Je ziet daar leegstand en die wordt niet ingevuld. Het niveau van oplevering is voor kleine ondernemers namelijk niet hoog genoeg, ze moeten daar eerst nog in investeren en daar hebben ze de middelen niet voor.” “Bovendien zijn plekken als IJburg erg gericht op het aanwezige winkelcentrum, waardoor kleine ondernemers het moeilijk hebben. De oplossing ligt in het switchen van dit soort ruimten naar een andere bestemming, maar dat is erg moeilijk, ook vanwege de opbrengsten.”

Jeroen Jonkers werd mij aangeraden voor een Stadsgesprek door een wederzijdse vriendin, vanwege een tweet over leegstand. Hij werkte voor stadsdelen, maar ook voor een woningcorporatie en een organisatieadviesbureau. Steeds vanuit de gedachte dat de economie een belangrijke meerwaarde heeft voor de wijk. Inmiddels is Jonkers bekend van Geef om de Jan Eef, waarmee bewoners en ondernemers samenwerken om de Jan Evertsenstraat en omgeving te verbeteren. De passie van Jeroen ligt in het tijdelijke gebruik van leegstaand vastgoed. En dan zodanig dat de buurt er bij betrokken is en er ook de vruchten van plukt. Hij ziet dat de voorzichtigheid regeert bij eigenaren als het gaat om tijdelijke huisvesting en dat de regels strikt worden gehanteerd, waardoor er geen ruimte is voor het experiment. Keten maken Zo schetst Jonkers hoe het proces van de invulling van een leegstaand pand zou moeten gebeuren, zodanig dat de buurt ervan profiteert. “Er moet een keten ontstaan. Stel er is een leegstaand pand, dan moet er eerst een initiatiefnemer zijn die met een clubje mensen aan de gang gaat. Zij vormen een startgroep die met plannen komt en zij moeten ook de buurt in en naar de overheid, het stadsdeel vaak, en die er bij betrekken.”

19


Jeroen vervolgt: “Daarna is het van belang die plannen te confronteren met professionals. Zij kunnen helpen het plan beter te maken. Pas dan kan het plan voorgelegd worden aan de eigenaar. En daarna is het ook van belang dat de groep en de eigenaar de buurt erbij houden.”

gebouwen lenen zich prima voor een invulling met veel verschillende gebruikers, zoals bij Duintjer CS in de Vijzelstraat is gedaan, maar op nog veel meer plekken in de stad. Jeroen ziet in deze plekken ook een rol als “huiskamer voor de buurt”, gecombineerd met bedrijfsplekken.

Als Jeroen het zo schetst, is het een heel proces voordat er een tijdelijke invulling van een pand van de grond komt. “Eigenlijk is het een wonder als het goed gaat, er kan zoveel misgaan”, geeft Jeroen toe. “Je hebt altijd een energieke regisseur nodig”. Goede voorbeelden van tijdelijk gebruik ziet hij bij Urban Resort (onder meer actief geweest in het Volkskrantgebouw aan de Wibautstraat) en wat Lingotto doet bij de Kauwgomballenfabriek aan de Spaklerweg en de plannen voor de Hallen in West. “Ze doen het op verschillende manieren, maar zijn daar allebei succesvol in”, vindt Jonkers.

“Op die manier worden de bedrijfsverzamelgebouwen ook wijkgebonden en ontstaat er een verbinding met bewoners. Hoe zo’n gebouw wordt ingevuld moet ook passen bij de plek en de buurt, dat moet het uitgangspunt zijn.” En Jeroen vindt dat de ideeën en programmering uit de buurt zelf moeten komen. “Kijk naar hoe ze dat hebben gedaan bij de Vlugt en Beehive in NieuwWest, daar is de verbinding met de buurt echt gemaakt. Door de initiatiefnemers die iets willen doen daarbij te helpen, trek je de achterblijvers mee.”

Bedrijfsverzamelgebouwen “Het mooiste bij tijdelijk gebruik van vastgoed is het als commerciële en niet-commerciële functies met elkaar worden verbonden. Dan heeft zo’n gebouw echt een functie voor de stad.” Jeroen legt uit dat om de exploitatie van zo’n gebouw puur commercieel rond te krijgen en de servicekosten dan betaalbaar te houden voor de huurders, er meer dan 5000 vierkante meter nodig is. “Daaronder wordt het interessant, maar ook meteen ingewikkeld, omdat er dan naar andere verdienmodellen en inkomstenbronnen moet worden gekeken. Dat kan door er door abonnees gedeelde flexruimtes van te maken en er een ontmoetingsplek van te maken voor zzp-ers, zoals bij Spaces aan de Herengracht en de Hub in de Westerstraat.”

“Hoe een leegstaand gebouw wordt ingevuld moet ook passen bij de plek en de buurt, dat moet het uitgangspunt zijn.”

Ook als het gaat om bedrijfsverzamelgebouwen benadrukt Jeroen Jonkers de binding met de buurt. De laatste jaren is, ook door de gemeente, flink geïnvesteerd in gebouwen met kleinschalige bedrijfsruimte, vooral in de creatieve sector. En leegstaande 20


Sociale samenhang via de wijkeconomie Door de binding met de buurt te benaderen vanuit de economische functies ontstaat er volgens Jeroen ook een sociale binding. “Bij projecten als tijdelijke invulling ben je tegelijk ook met sociale cohesie bezig, alleen niet door thee te drinken. Het uitgangspunt is ‘we gaan iets doen, iets leuks’ en daar moet je niet teveel welzijn bij gebruiken, niet dood laten slaan door allerlei doelstellingen. Het gaat om kleine, bescheiden, stapjes, die maken het verschil.” Jeroen vertelt in dit kader over het plan om zzp-ers te “gebruiken” voor de leefbaarheid van de buurt. Zo zijn er plannen bij Ymere om op het Krugerplein in de Transvaalbuurt een ontmoetingsplek/ werkplek/café te starten.

JEROEN JONKERS

www.oia.nl www.geefomdejaneef.nl

Rode draad Jeroen Jonkers heeft een ongelooflijke hoeveelheid kennis en voorbeelden geleverd en heeft ook genoeg suggesties voor nieuwe Stadsgesprekken. Het leuke is dat er in de serie Stadsgesprekken een rode draad is te zien: hoe zorgen we ervoor dat Amsterdam een levende stad is en blijft en hoe gaan we de problemen in de stad te lijf? En dan komen onderwerpen als leegstand, openingstijden, wijkeconomie en internationaal vestigingsklimaat vaak voorbij. Maar ook het probleem van de verstopte woningmarkt blijkt voor veel gesprekspartners een probleem dat echt aangepakt moet worden.

21


#7 Lia Karsten

“Er is een hele stadscultuur ontstaan rond deze gezinnen; ze manifesteren zich en claimen de openbare ruimte.”

Lia Karsten is sociaal geograaf en verbonden aan het van de UvA. Zij heeft veel onderzoek gedaan naar gezinnen en kinderen in de stad en begeleidt meerdere promotie-onderzoeken over dit onderwerp. Karsten schreef onder meer het boek “Stadskinderen” en het VROM-rapport “Smaak voor de stad”. Reden genoeg voor mij om naar mijn oude faculteit aan de Nieuwe Prinsengracht te fietsen voor een Stadsgesprek.

Nieuw fenomeen

Het belang van gezinnen voor de stad

“Vroeger was het duidelijk voor gezinnen: als je het je kon veroorloven, dan trok je de stad uit. De enige gezinnen die je in de stad zag waren de heel rijken of juist lage inkomens. De laatste tien jaar zie je daar een ommekeer in, steeds meer mensen met kinderen uit de middenklasse kiezen bewust voor de stad en zoeken het stedelijke milieu op.” Vaak gaat het hier om hoger opgeleide ouders, merendeel tweeverdieners die binnen de Ring willen wonen; ze zijn hier voor hun studie heen gekomen, hebben een partner gevonden en inmiddels ook kinderen.

Er is een breed gedeeld gevoel dat gezinnen goed zijn voor de stad. Ze vormen het draagvlak voor voorzieningen, maar zijn ook een belangrijke schakel in netwerken in de stad. Bovendien dragen ze bij aan het imago en de sfeer in de stad. Karsten stelt boud: “Een stad zonder kinderen is geen stad! Je wil toch niet alleen maar inwoners die de stad inkomen op hun 18e en er weer uitgaan als ze 30 zijn?!” Ik kan me hier volledig bij aansluiten. Zelf vond ik het bijvoorbeeld erg leuk als de kinderen van mijn onderburen aan het spelen waren en de stoep voor de deur weer onderkrijtten.

Wat deze gezinnen zoeken is “stedelijkheid in de luwte”, zoals Lia Karsten het noemt: rust voor de eigen deur, maar wel reuring om de hoek. Voorbeelden hiervan zijn de Helmersbuurt in West, Middenmeer in Oost en de Deurloostraat in de Rivierenbuurt.

Stoepcultuur Stoepen vormen een belangrijk onderdeel van de stad voor gezinnen en hun kinderen, ze vormen een verblijfsruimte. Mensen gaan ook steeds meer naar buiten. 22


Goede buitenruimte De stoep is dus van groot belang voor kinderen én hun ouders, maar in een stad is de concurrentie om buitenruimte groot. Dat blijkt bijvoorbeeld als er een fietsenrek geplaatst wordt, net op dat pleintje waar kinderen altijd voetballen. Dat kan dan dus niet meer! Lia Karsten ziet in de stad verschillende oplossingen. “Op het Westerdokseiland hebben ze courts gemaakt, grote binnenpleinen. Hartstikke leuk, maar dat galmt waanzinnig. De conflicten zijn daar dan ook al snel ontstaan. Die ruimte is nooit berekend op kinderen. Vergelijk dat met het Funen, waar veel meer buitenruimte openbaar is. De hoge gevels aan de randen vormen nog een mooie afscherming.

Lia Karsten Lia Karsten ziet een ontwikkeling van het gebruik van de stoep door de gezinnen. “Dit is echt iets nieuws; toen ik in de jaren ’90 onderzoek deed in Zuid was het ‘not done’ om buiten op de stoep te gaan zitten. Dat werd echt beschouwd als iets van de lower-class. Nu is het een onderdeel van de middenklassecultuur, wat opmerkelijk is, want meestal worden dit soort dingen juist van “boven naar beneden” doorgegeven.” Iedereen ziet het voor zich: spelende kinderen met de ouders op bankjes voor de deur met een glaasje wijn en wat hapjes. Sociaal geografe van het eerste uur Jane Jacobs beschreef ook het belang van (brede) stoepen al. Zij noemde onder meer in dit kader “eyes on the street”: sociale controle, waardoor een buurt gaat leven en men een veilig gevoel heeft. Want veiligheid is voor gezinnen van groot belang.

Grote huizen alleen is niet genoeg Gezinnen hebben ruimte nodig, dat is duidelijk. Een etage is met één kind nog te doen, maar als de tweede komt, wordt er toch gekeken naar een groter huis. Maar het opvallende is dat de groep stadsgezinnen bereid is offers te maken om in de stad te blijven wonen, ook op het gebied van oppervlakte. “Dit is een atypische groep in hun woonwensen, oppervlakte alleen is niet doorslaggevend, het gaat ook om de locatie en om de mogelijkheden in de woonomgeving”, vertelt Karsten. “Bovendien gaat het ook om de indeling van het huis. Als je ziet wat oorspronkelijk in Nieuw-West is gedaan; dat zijn niet de grootste huizen, maar ze zijn uitgekiend ingedeeld. Tegenwoordig zijn appartementen niet meer geschikt voor kinderen. Er is veel open ruimte, terwijl je met kinderen juist ook deuren wil dicht kunnen doen. Of er is maar één slaapkamer…..”

23


Ontwikkelen vanuit gezinnen “Er wordt in Amsterdam niet gebouwd met bepaalde groepen op het netvlies. De gedachte is “de stad is voor iedereen, dus bouwen we voor iedereen’. Maar het gevolg is dat je juist voor niemand bouwt! Er komen woningen waar singles goed uit de voeten kunnen, maar groepen met bijzondere wensen of eisen komen niet aan de bak. Dat zijn de gezinnen, maar ook bijvoorbeeld ouderen.”

LIA KARSTEN

www.gezinindestad.nl

Volgens Karsten zou de transformatie van de stad, die nu gaande is, gebruikt moeten worden om de stad beter geschikt te maken voor stadsgezinnen. “Er komen meer koopwoningen, nieuwe complexen worden gerealiseerd in de bestaande stad. De vraag is wat we daar gaan doen. Doen we hetzelfde als voorheen of bieden we gezinnen de ruimte?” En dit geldt ook voor de buitenruimte. Niet alleen stoepen, maar ook speeltuinen zijn van enorm belang voor gezinnen. “Wie denkt er bij een stad aan een speeltuin? Terwijl dit juist een enorm stedelijke voorziening is. Vroeger werden ze gesticht door de arbeidersbewegingen die hun eigen speeltuinvereniging hadden.”, schetst Karsten De laatste jaren zijn er maar spaarzaam nieuwe, grote, speeltuinen bijgekomen. Op IJburg is zelfs nog driftig campagne gevoerd door de bewoners voor de eerste metaforische ‘wip-kip’.

24


25


Philip van Traa

26


#10 Philip van Traa

“Ik heb er wel over nagedacht om in de politiek te gaan, maar ik denk dat ik daar te creatief voor ben.”

De groe(n)ten uit Amsterdam De reden dat Philip en ik elkaar kwamen te spreken is “De groe(n)ten uit Amsterdam”, waarmee hij duurzaamheid en eten met elkaar verbindt. Zijn plan is om op de meest moderne manier groenten te kweken onder led-licht in een totaal van daglicht afgesloten ruimte. Hij wil dit in Amsterdam als wereldwijde pilot-project laten draaien in een leegstaand kantoor, maar het kan ook in een ‘groente-boetiek’ ergens bij de Dam. De groenten moeten volgens Philip namelijk weer in de stad zelf gekweekt gaan worden en door nieuwe technologie kan dit weer. “Het geeft zoveel voordelen: het is de toekomst op kweekgebied, het sluit aan bij het halen van de groente uit de buurt, het liefst biologisch of in dit geval ecologisch en het brengt de carbon footprint omlaag. En hoe mooi is het als je om de hoek je groente uit de kwekerij kunt gaan halen?!”

Ik ken Philip van Traa van studentenvereniging Unitas, waar we in hetzelfde jaar aankwamen. Via LinkedIn vertelde hij over zijn project en zijn passie voor groenten en duurzaamheid. Philip deed de opleiding tot hovenier en heeft nu zijn eigen bedrijf, waarmee hij de afgelopen dertien jaar meer dan zeshonderd tuinen in Amsterdam heeft aangelegd. Zijn grote project is “De groe(n)ten uit Amsterdam”.

Niet alleen bedrijven en horeca kunnen op deze manier groenten uit de eigen omgeving gebruiken. Van Traa ziet het ook als een prachtig icoonproject voor de stad dat op een eenvoudige manier geëxporteerd kan worden. Het systeem is namelijk ingericht op het formaat van zeecontainers. Dit zou dan ook een impuls zijn voor innovatie in de handel, logistieke sector en de haven, zo denkt Philip. Dit project is een invulling voor leegstaande kantoorpanden in de stad, maar ook een manier om de wereld te laten zien dat Amsterdam een duurzaam en innovatief hart heeft. Het idee erachter is dan ook dat bezoekers van de stad het hier in levende lijve kunnen komen bekijken. “Duurzaam kan ook leuk zijn, het hoeft niet altijd geitenwollensokken te betekenen”, zo stelt Philip van Traa. “En duurzame projecten moeten uiteindelijk ook hun eigen broek op kunnen houden. Dit project zou ik ook willen uitbreiden om het te kunnen exploiteren. Bijvoorbeeld door er een studie 27


aan te koppelen. De theorie leren ze op de universiteiten of hogescholen en de praktijk kunnen ze in onze kwekerij zien. Je zou de Foodacademy die volgend jaar van start gaat hier rechtstreeks aan kunnen koppelen! En door er op een grote locatie een hotel en restaurant, met een hammam en dergelijke, naast te zetten, kun je deze allemaal voorzien van verse groente en kruiden. Zo wordt het een totale wellness-ervaring, hier in de stad!”.

30 minuten voor de Structuurvisie Toen de gemeente werkte aan een nieuwe Structuurvisie voor de stad, heeft Philip van Traa intensief zijn ideeën en visie ingebracht. In die visie stelt de gemeente vast welke kant het op moet met de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Om Amsterdammers hierbij te betrekken is de campagne “30 minuten” opgezet en Philip heeft daar gebruik van gemaakt.

De veranderende stad Philip volgt de ontwikkelingen op ruimtelijk gebied op de voet en hij kijkt goed om zich heen in de stad. “Als je ziet wat er allemaal is gebeurd en veranderd in de stad, dat is echt gigantisch. Dat vergeet je te makkelijk, als je er niet goed naar kijkt. Zoals de IJ-oevers, daar stonden de kranen nog toen ik hier kwam studeren. En de Oosterdokskade, waar onze studentensociëteit was, daar liepen we toen langs het postkantoor. En nu staan daar de bieb en het conservatorium!”

“Ik heb mijn plannen opgestuurd en mocht samen met een groep anderen bij de wethouder aan tafel komen om ze toe te lichten. Erg leuk om mee te denken, maar toch bekruipt me het gevoel je ideeën niet serieus genomen worden en het allemaal al vastgesteld is. Als je zo’n campagne doet, schakel je de stad in als ideeënmachine en dan mag je daar als stad gebruik van maken.

Hij ziet ook met lede ogen de verrommeling van de diverse bedrijventerreinen in de stad aan. Philip zou het liefst willen dat deze direct een halt worden toegeroepen: “Niet nog meer bedrijventerreinen binnen de stad, maar kijken wat je hebt en waar nodig saneren. Een nieuwe kijk op het reeds aanwezige, kijken wat goed is, dat behouden en verbeteren, het slechte onder handen nemen en zelfs afbreken waar nodig. Er is bijvoorbeeld nog een hele stap te maken in de richting van Zaandam. Daar ligt de grond gewoon klaar om de noordelijke IJoevers door te trekken en hier de gedroomde dubbelstad definitief van te maken. De schaalsprong naar Dubbelstad Amsterdam Almere zal ook gebeuren, maar is een stuk duurder en ingewikkelder.”

“Hoe mooi is het als je om de hoek je groente uit de kwekerij kunt gaan halen?!”

Hier blijkt Philip zijn oorspronkelijke wens, namelijk werken in de projectontwikkeling. Die richting is hij niet ingegaan, maar sinds hij in Amsterdam woont, houdt hij alle bouwprojecten in de stad goed in de gaten. 28


Ik heb weinig terug gezien van mijn en andere mensen hun ideeën in de uiteindelijke structuurvisie.” Gelukkig verzekert Philp van Traa mij dat dit hem zeker niet zal weerhouden om in de toekomst een ideeënmachine te blijven voor deze stad. Ideeën voor Amsterdam PHILIP VAN TRAA

En ideeën heeft Philip, dat is duidelijk! Naast zijn project “Groe(n)ten uit Amsterdam”, barst hij van andere plannen voor de stad. Zo ziet hij de NoordZuidlijn als essentieel voor de stad, maar denkt hij verder dan een metro voor persoonsvervoer. “waarom gebruik je dat ding niet ’s nachts voor bevoorrading van de binnenstad?!”. En de verbinding met Noord moet volgens Philip meer zijn dan de NoordZuid lijn. Hij raakt meteen enthousiast van mijn idee voor een lightrail langs de Noordelijke IJ-oever. Het achterliggende idee hiervan is dat de verbindingen binnen Noord ook verbeterd moeten worden, zodat mensen niet alleen het IJ oversteken, maar ook tussen plekken als NDSM-werf en Overhoeks kunnen reizen en zien wat daar allemaal gebeurt. Philip ziet ook meteen de mogelijkheid de lijn door te trekken naar Zaandam.

www.greenolive.nl www.growndowntown.coop

29


#12 “Expats rule!”

“The classic expat will probably still come, but Amsterdam can do more to attract freemovers and make them feel welcome.”

Welcome to Amsterdam Amsterdam prides itself on being a “welcome” city for people and companies from everywhere. But how do the expats themselves see this? Scott Fraser is enthusiastic about his welcome: “It was easier than when I came from Scotland to England. I found it very welcome, the letter with information came quickly.” The Expatcenter gets good reviews as well, though Louisa Wright has noticed that the central IND office in Rijswijk can work quicker. She has lots of contact work-wise with expats staying at Htel and feels the service can be better: “We work with the Expatcenter in The Hague as well, and that is better. Here it is less transparent, people point to I Amsterdam for things; the decision-making is nontransparant.” Sean notes that the city can do more to get expats more involved, after the initial arrival.

This ‘Stadsgesprek’ is a special one, as I talked with expats about their experiences of and ideas for Amsterdam. Participating were Nikos Nakos from the website IamExpat, Louisa Wright (Dutch with English parents) from Htel serviced appartments, stand-up comedian and presenter Greg Shapiro, expat-couple Allison and Sean Cody and Fraser Warren from DesignBridge. Five nationalities, different backgrounds, various jobs, but a shared love of Amsterdam.

“The city did nothing, it was me banging down the door. There are many expats wanting do things, wanting to get involved, they are often high skilled people doing nothing.” The opportunities for the partners of expats to work in Amsterdam are limited as well. Scot’s wife for instance became really frustrated that she couldn’t find a way in to start a business. Greg Shapiro sees this as a chance for Amsterdam: “Many expats are entrepreneurial, they want to start something. Make that easier, for instance working with the Chamber of Commerce.” Louisa adds: “There are many expats who come here to start a new life; starting a new business can be a part of that.” The participants support my idea for an “Amsterdam House”, which brings the services of the Expatcenter, information on business and a meeting-place together. The coming years I will try and get this project on the political agenda.

30


Kids can’t go to a local school, because of the waiting lists and fees for International Schools are high. And families will not connect with the local community. The connection between expats and the local community is something to be worked on. Nikos Nakos sees a fully-functioning environment for expats in Amsterdam, an ‘expat-eco system’, where there is almost no contact between expats and locals. Sean calls it “two Venn-diagrams with a sliver of overlap”, which he sees as a pity, both for expats and locals. City of tolerance no more? Amsterdam is a strong brand abroad, that’s why many people want to visit, to stay a while or to come and live permanently. But is our image still as good and strong as it used to be? Scott Fraser kicks off the discussion: “The Amsterdam brand is tarnished, it really needs Greg Shapiro a buff and shine!” Nikos Nakos mentions the restrictions he sees around him: “These make Kids, families and local connections the subculture impossible. In Berlin there are Feeling welcome also means a warm welcome far more opportunities, here in Amsterdam they are disappearing. The sub-culture is what for the partner and possible children of the makes Amsterdam cool! The coffeeshops expat. In the past an expat told me “The are a major part of the image of Amsterdam, partner can make or break the stay of an even if you don’t smoke yourself. It stands for expat.” This aspect can be worked upon all participants agree, for instance information on something expats are attracted by.” schools and healthcare. And language is the And Greg Shapiro points to the bad publicity most important part for children of expats to Amsterdam gets and how easy bad news really make themselves feel at home. spreads on the Internet: “Internet changes everything; for every page on the Net, there “The best thing would be for kids to go to a are so many people reading it and it becomes Dutch school, learn the language and the parents will as well. And through the contacts a real story, even if it is exaggerated. The non-stories disappear quickly here in Holland, at school, expats can really join Dutch but they get picked up online and by US society.”, Allison tells us. media. Take the ban on coffeeshops or news on problems with integration and religion; that All expats in the talk see people coming here news changes the image Americans have of to stay, which makes integrating in Dutch Amsterdam.” society even more important and the issue of education for international children should be a major point for Amsterdam government.

31


Bad news These remarks are bad news for Amsterdam, because it becomes more and more important to attract the creative and highly skilled from abroad. Because they add to the atmosphere in the city, but also because companies follow this “talent” and new businesses can come from them. Sean Cody points to the difference between “classic expats” and “freemovers”.

NIKOS NAKOS

www.iamexpat.nl Louisa Wright

www.htel.nl

Greg Shapiro

www.gregshapiro.nl

The first are sent by their companies and have everything arranged for them by their companies or relocation agencies. The second group however have nothing arranged for them and just come to Amsterdam to see if they can find work and a home here. The second group especially consists of creative, higher-educated expats. The city should be aware of this difference and act upon it.

Allison and Sean Cody

www.joyridetours.nl Fraser Warren

www.designbridge.nl

Sean states: “The classic expat will probably still come, but Amsterdam can do more to attract freemovers and make them feel welcome. They are attracted by the culture and the arts, the liberal attitude and the nightlife. They have the freedom to get on, to do what they want, that’s why they come. Amsterdam must make sure these stay intact, otherwise these people stay away.” At home in Amsterdam All participants feel right at home in Amsterdam and are practically all here to stay! But they see, just like ‘regular’ Amsterdammers, problems in our city. And they warn that these problems, especially those concerning atmosphere and tolerance, endanger Amsterdam as “the place to come to” as expat. Although the experiences of feeling welcome differ with expats, all agree though that there exists an “expat eco-system” in Amsterdam; this is a good thing, but best would be if the expat and Amsterdam eco-systems would combine more. The past few years I have put forward a number of proposals concerning expats, and I will continue to do so this period as a city councillor.

32


“There are many expats who come here to start a new life; starting a new business can be a part of that.�

33


Bas Liesker

34


#13 Bas Liesker In het eerdere Stadsgesprek #7 had ik het al met Lia Karsten van de UvA over de stadsgezinnen, maar na artikelen in Parool en Volkskrant over het “eengezinsappartement”, ontworpen door Heren 5 Architecten, moest ik ook met Bas Liesker hierover praten. De grote keukentafel in het kantoor van Heren 5, boven de IJkantine in Noord, was een mooie plek voor dit Stadsgesprek.

“De essentie van stadsleven is elkaar ontmoeten, maar ook vermijden”

Eengezinsappartement De reden voor de artikelen zijn de ideeën en tekeningen van Heren 5 over het “eengezinsappartement”, of in architectenjargon het “ega”. Bas Liesker vertelt dat in de architectenwereld de “egw”, eengezinswoning, een bekend fenomeen is en zij met het “ega” een stedelijke tegenhanger wil creëren. Deze moet uiteindelijk net zo gemeengoed worden als de “egw”, want er is veel animo van gezinnen om te wonen in de stad, zo bleek uit onderzoek. Maar wat zijn de kenmerken van zo’n appartement voor gezinnen? Bas Liesker: “Het moeilijke is om als architect los te komen uit de vaste kaders. Wij zijn ‘gedrild’ in stramien-maten voor appartementen. Dat loskomen is uiteindelijk gelukt dankzij Sophia Loren.”

Bas trekt zijn laptop tevoorschijn om een fragment uit de film “Una giornata particolare” te laten zien. Hierin zien we Sophia Loren haar gezin wakker maken in een lange wandeling door het appartement. Bas licht de scene toe: “Als je oplet, zie je helemaal geen gang en dat ze via de ene kamer naar de andere loopt. Dat beeld hebben we gebruikt voor de eerste ontwerpen.” Het resultaat is een appartement met een grote hal die meer ruimte biedt dan het traditionele halletje in Amsterdamse huizen. Hier kan een kind de racebaan uitleggen, ontmoeten gezinsleden elkaar en kan er van alles gebeuren. Bas en zijn team hebben ook hun buitenlandse stagiairs om inspiratie gevraagd. Zo was er een Italiaanse die vertelde over de kerstboom die in de hal stond en daarmee echt het centrum was van hun huis.

35


Flexibel

Meer dan een verzameling huizen

En de ruimte in het appartement moet flexibel in te delen zijn, zo stelt Liesker. Een kind erbij? Dan bouwen we een muurtje, maken we de woonkamer wat kleiner en er is een kinderkamer bij! Het belangrijkste is volgens Bas Liesker niet zozeer de grootte, maar de indeling, in architectentaal: de plattegrond. “Daar is de winst te halen, als een groter appartement alleen maar betekent een grotere woonkamer, dan heeft een gezin daar niks aan.” Hij ziet in de plattegrond van ‘zijn’ eengezinsappartment het stadsleven terug; “hoe je door zo’n appartement kan banjeren, dat is precies zoals je door de stad kan slenteren.”. In een eerder Stadsgesprek zei Lia Karsten hierover: “Je moet meerdere kamers hebben, zodat gezinsleden zich ook kunnen afsluiten. Met kinderen wil je af en toe een deur dicht kunnen doen!”.

In bredere zin is Bas Liesker gefascineerd door de vraag hoe je van stukken stad weer buurtjes kan maken. “Het blijft de stad, dus het gaat niet om strenge sociale controle, maar meer hoe mensen wonen en hoe mensen hun buurt een identiteit geven.” Deze nieuwsgierigheid deed Bas ook deelnemen aan het project Logerenstein: logeren in Amsterdam Zuidoost.

Stadsgezinnen

“Aan de wijken met woonerven, de ‘bloemkoolwijken’, zie je hoe het niet moet. Daar zijn de stedenbouwers echt op hun bek gegaan. Misschien zou er een leerstoel moeten komen over de ruimte tussen woningen en hoe die zorgen voor het ‘maken’ van een buurt.”, zo vertelt Bas. Hij haalt Gerard Anderiessen, directeur van Stadgenoot, aan. Die stelt de vraag: “Wat is een buurt meer dan een verzameling huizen?”.

De grootste groei van gezinnen in de stad vindt plaats binnen de Ring, dus waar appartementenbouw het meeste voorkomt. De ideeën van Heren 5 zouden hier dus uitkomst kunnen bieden, maar ook op een ontwikkelingslocatie als het Zeeburgereiland zien ze mogelijkheden. Voorop staat dat er behoefte is aan geschikte woningen voor gezinnen. “73 % van de gezinnen in Amsterdam met een verhuiswens wil liever blijven.”, schetst Bas Liesker. “Je ziet drie groepen: vluchtelingen, twijfelaars en believers. Die laatste groep is bereid de hindernissen van het stadsleven te nemen. In hun behoefte moet je voorzien.”

“Als een groter appartement alleen maar betekent een grotere woonkamer, dan heeft een gezin daar niks aan.”

Bas noemt drie plekken waar ‘het werkt’: Het Funen bij de Czaar Peterstraat, het WG-terrein in Oud-West en het GWL-terrein (Westerpark). “Het zijn eigenlijk een soort enclaves, de auto is er een beetje weggemoffeld en er is veel groen. Het is dan makkelijk naar buiten te gaan, ook als je op een verdieping woont.” 36


Nestelen in de stad Voor Bas is het van belang dat een buurtje ook kan veranderen, bijvoorbeeld doordat het eerst ideaal was voor gezinnen, maar dat in een latere fase er juist ouderen zich enorm thuisvoelen. “Het gaat erom dat een buurt meer is dan los zand, zoals de Westelijke Tuinsteden en Buitenveldert. Je gooit een steen in de vijver, maar je ziet geen kringen.” Als tegenhanger hiervan noemt Liesker Tuindorp Nieuwendam in Noord. “Dat is een echte buurt, met een eigen identiteit, dat herken je meteen. Het is nu ook een mooie melange van oude Noorderlingen en de nieuwe ‘yuppen’.” Inmiddels heeft Heren 5 het boek “Nestelen in de stad” gemaakt, samen met de Bond Nederlandse Architecten (BNA). Hierin staan verhalen van stadsgezinnen en hoe zij hun huizen indelen en ook de schetsen van het eengezinsappartement.

BAS LIESKER

www.heren5.nl

37


Walther Schoonenberg

38


#14 Walther Schoonenberg

“Als gebouwen zich beschaafd opstellen, gedragen de mensen zich in de openbare ruimte ook beschaafd”

Een sterke openbare ruimte De openbare ruimte is de context waarin gebouwen staan en een goede wisselwerking tussen die twee is van groot belang om de stad te doen leven, zo stelt Schoonenberg: “Door een stad te beschadigen met slecht ontworpen gebouwen kan je nooit een mooie openbare ruimte realiseren. Je moet aansluiten bij de gebouwen die er al staan.” Gebeurt dat niet, dan ontstaan er plekken die niet stedelijk zijn, die geen functie hebben voor de stad en niet gebruikt worden door de mensen. En Schoonenberg ziet een verband tussen wat hij “stedelijke beschaving” noemt, de gebouwen en de openbare ruimte. Als voorbeelden van onbeschaafde gebouwen noemt Walther de nieuwbouw aan de Nieuwezijds Kolk en de Filmacademie. “Die zijn echt compleet out-of-context. Dat heeft meteen gevolgen voor de openbare ruimte eromheen en het gebruik ervan.”

Walther Schoonenberg is vooral bekend als de secretaris van de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) en zijn strijd voor de monumenten. Net als ik, is hij een fan van schrijvers over de stad als Jane Jacobs en Richard Florida. Schoonenberg is een geboren en getogen Amsterdammer, komt uit een horecagezin op de Vijzelstraat en is een overtuigd stadsmens.

Pleinen zijn de ultieme vorm van openbare ruimte, een ontmoetingsplek voor bewoners en bezoekers. Walthers favoriete plein in Amsterdam is het Spui: “Het is smaakvol ingericht, gericht op de voetganger en er is echt een “stedelijke vloer” gerealiseerd. Ik geniet ook van de boekenwinkels en bij slecht weer kan je droog zitten bij Luxembourg.” Volgens Walther Schoonenberg moeten pleinen ook van steen zijn, “gras is voor buiten, voor de koeien”, en moeten ze niet vol staan met objecten. Het nieuwe Rembrandtplein vindt hij niet geslaagd: “Het is niet ruimtelijk, het zijn meerdere pleinen in een. Eerst de steen rondom en dan dat plantsoen in het midden. En het materiaal is ook niet geschikt. Al dat marmer, het lijkt wel de begraafplaats van Rembrandt.” Walther ziet in door hem bezochte steden in het buitenland prachtige pleinen, en ook een openbaar leven dat hem zeer aanspreekt. 39


“Bijvoorbeeld in Sevilla, waar rond vijf uur iedereen gaat flaneren, maar het mooiste plein vind ik dat van Siena. Dat plein is echt een theater voor het stedelijk leven, het loopt ook af, zoals een echt theater. Je ziet er mensen gewoon op de grond zitten, koffie drinken, kletsen, dat is stedelijke beschaving.” De creatieve klasse Als zelfverklaard boekenwurm leest Walther veel over de stad, zo ook het boek “The rise of the Creative Class” van Richard Florida, waarin het belang van de kennisintensieve economie en creatieve industrie wordt beschreven. “Dat boek is een van de belangrijkste boeken van de afgelopen decennia. Het laat zien dat historische steden bij uitstek geschikt zijn voor creatieve mensen. Vanouds hebben steden een netwerkfunctie, ontmoeten mensen elkaar hier en dat sluit aan bij de wensen van de laptop-werkers”.

Hij ziet echter dat zodra er gehandhaafd wordt, er snel “vertrutting” wordt geroepen en dat klopt niet, volgens Walther. Walther Schoonenberg ziet het afschaffen van de stadsdelen door dit kabinet daarom ook als een nachtmerrie. “Het stadsdeel Centrum is het bastion om functiemenging te waarborgen. Als dat er niet is, voorspel ik dat er over tien-twintig jaar geen wonen meer is, maar dat de binnenstad een pretpark is geworden. Ik denk dat Jane Jacobs voor het stadsdeel Centrum zou zijn.” Ook voorspelt Schoonenberg dat zonder regels er geen openbare ruimte over zou blijven, omdat uitstallingen, terrassen en parkeerplekken die zouden overnemen. “Daarom breek ik een lans voor een sterke overheid, die zorgt dat alle functies samen kunnen gaan en niet de sterkste functie de andere verdringt.”, zo stelt Walther.

Schoonenberg ziet ook dat de grachtenpanden weer “op de oude manier” worden gebruikt, als combinatie van wonen en werken. Hij wijst op de dreiging in de jaren ’70 dat de binnenstad een exclusief zakengebied zou ontstaan. “Dat is gelukkig niet gebeurd en nu zie je dat de binnenstad juist zo sterk is door de combinatie van wonen, werken en recreëren. En dat is precies wat nodig is voor de moderne kennis- en creatieve economie!” Beperkt aantal goede regels Als beschermer van monumenten en met zijn inzet voor UNESCO-titel wordt Walther, en de VVAB, vaak verweten dat ze voor vertrutting zijn van de binnenstad en meer regels. Maar Schoonenberg, kind uit een horecagezin, denkt daar anders over: “Zonder regels zou de horeca alles overnemen, dan is de balans verstoord. Maar het zijn niet meer regels die nodig zijn, maar een beperkt aantal goede regels en handhaving daarvan, dat is nodig in de stad! En er zijn ongetwijfeld ook veel truttige regeltjes, maar het opstellen van goede regels is ook heel moeilijk.” 40

“Niet meer regels, maar een beperkt aantal goede regels en handhaving daarvan, dat is nodig in de stad!”


Historische vergissingen Naast beschermer van bestaande monumenten, zet Walther Schoonenberg zich in voor het herstellen van “historische vergissingen”. Overigens ziet Walther sommige daarvan wel als begrijpelijk, zoals het dempen van grachten vanwege de stankoverlast en de ongezonde situatie in de 19e eeuw. Maar andere vergissingen begrijpt hij minder goed. “De Filmacademie aan het Mr Visserplein is volgens mij nog net gerealiseerd voor de binnenstad beschermd stadsgezicht werd. Dat had er nooit mogen komen. Maar nog erger is het ‘weggeven’ van het Frederiksplein aan De Nederlandsche Bank. Dat is een bunker met tralies, volledig afgekeerd van de stad. Dat is geen toevoeging aan de stad, maar parasiteert erop. Ook het parkgedeelte werkt nauwelijks, het is een soort stedelijke no-go-area.”

WALTHER SCHOONENBERG

www.amsterdamsebinnenstad.nl

41


#15 Gert Urhahn

“De spontaniteit zijn we hier verloren, initiatieven van anderen worden als stoorzender gezien.”

De Spontane Stad Gert Urhahn ziet de gedachten van de Spontane Stad als ‘anders kijken naar hetzelfde’: “Je moet de bestaande situatie als uitgangspunt nemen bij de ontwikkeling van de stad. Dat is voor velen lastiger dan je zou denken; makkelijker is de bestaande situatie weg te denken, te beginnen met een blanco script. Maar iedere situatie is verschillend en de Spontane Stad-manier van werken heeft dan ook voor ieder gebied een andere uitwerking.” Internationaal perspectief Net als veel van zijn vakgenoten kijkt en komt Gert Urhahn veel over de grens. Na zijn rolverandering bij zijn kantoor van directeur naar associate wil hij zich ook richten op het internationaal verspreiden van de ideeën van de Spontane Stad. Hij ziet de doelstelling bijvoorbeeld ook toepasbaar in landen als China en Brazilië, naast Nederland. “China

Via een excursie naar NieuwWest van oud-raadslid Warner Hemmes kwam ik in contact met Gert Urhahn. Hij nam ons mee naar het laatste stukje van de Jan Evertsenstraat om te laten zien hoe dit desolate stukje Amsterdam in een levendige straat kan veranderen. Voorafgaand vertelde Urhahn over “De Spontane Stad”, zijn visie op stadsontwikkeling. Reden genoeg om Gert Urhahn in zijn kantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal op te zoeken.

bijvoorbeeld heeft met zijn economische dynamiek een efficiënte maar tamelijk rigide planningsmachine voor stadsproductie ontwikkeld, die dendert maar voort. Vraag is wat dit voor de stad en haar bewoners op ten duur betekent. Terwijl in Brazilië de favelas een ultieme vorm van Spontane Stad zijn. Probleem daar is dat politici de situatie niet (willen) erkennen, de straten hebben er bijvoorbeeld geen namen en er zijn geen huisnummers. Essentieel voor de Spontane Stad is dat je de situatie die er is, erkend en van daaruit werkt.” Geslaagd en minder geslaagd in Amsterdam Gert Urhahn werkt al meer dan dertig jaarin uiteenlopende rollen -in en aan de stad; begonnen bij de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente, als docent, als lid van de Amsterdamse Raad voor Stadsontwikkeling. Hij heeft dus een goede kijk op wat “werkt” in de stad en wat niet. “De binnenstad die 42


Gert Urhahn heeft het! Het heeft een aantrekkingskracht op allerlei mensen, het biedt iedereen wat, alles loopt door elkaar. Belangrijk is ook dat er geen ruimtelijke uitsortering is en dat het altijd verrassingen geeft, er is altijd wel iets nieuws te zien.”

Via de modernistische stijl komen we ook te spreken over de nieuwbouw binnen de Ring uit de jaren ’70 en ’80, zoals in de Dapperbuurt, Kinkerbuurt en de Pijp. Waar de buurten met oudere woningen stuk voor stuk worden opgeknapt en “revitaliseren”, is het maar de vraag of deze buurtendat ook lukt. Volgens Gert Urhahn zal dat wel gebeuren, maar is het een stuk lastiger dan elders: “Deze bouw is veel grootschaliger, je moet dan meteen aan een heel blok werken. Bij de verticale bouw (pandsgewijze bebouwing, SC) is dat makkelijker, daar kan je per pand aan de slag. Manieren om deze buurten te revitaliseren zijn samenvoegingen, het openwerken van de begane grond (nu vaak opslag zonder ramen) en bijbouwen. Het verschil tussen de verschillende bouwstijlen en wat dat betekent voor de vernieuwing is in de Indische Buurt duidelijk te zien. In het noordelijke deel, rond de Balistraat en het Timorplein, daar bruist het, maar het zuiden, met de jaren ’80 nieuwbouw,is nu alweer aan vernieuwing toe en is veel lastiger ” Focus op transformatie

Gezien zijn ideeën is het niet vreemd dat Gert Urhahn een sterke pleitbezorger is van transformatie van bestaande gebieden in plaats van steeds maar verdere uitbreiding buiten de stad. Die transformatie geldt voor Ook wijst hij erop dat de spontaniteit van de gebouwen, bijvoorbeeld van kantoor naar binnenstad verschillend kan werken: “De Nieuwmarktbuurt is organisch gegroeid, terwijl woning, maar ook voor hele gebieden. Het argument dat transformatie duurder is dan de grachtengordel juist gepland is. Maar nieuwbouw volgt Urhahn niet: “ Dat gaat wel allebei zijn ze geslaagd.” op als je alleen naar de investeringskosten van de woningbouw kijkt, maar de opgave Waar Gert Urhahn veel minderover te is breder dan dat! Je moet ook de kosten spreken is, zijn gebieden in de naoorlogse meenemen van de bereikbaarheid, van wijken in Noord, Nieuw-West en Zuid-Oost, voorzieningen, mobiliteit, etc.. Gebieden waar de scheiding van verkeer en functies waar al straten liggen, zijn makkelijker te is toegepast. Volgens Urhahn heeft deze ontwikkelen, helemaal als je de straten die er modernistische manier van denken en al zijn ook in de nieuwe plannen gebruikt.” ontwerpen nergens zo lang invloed gehad als in Nederland. “De spontaniteit zijn we hier verloren, initiatieven van anderen worden als stoorzender gezien”, zo stelt Urhahn.

43


Hij voelt zich ook familiair met de oproep van Liesbeth van de Pol, voor een “prachtig compact Nederland” en wat dit betekent in de regio Amsterdam. De focus zou moeten komen te liggen op gebruik van de terreinen die er al zijn, tussen Amsterdam-Noord en Zaandam en niet op het creëren van alsmaar nieuwe grond in Almere. De manier waarop je die transformatie doet, is de volgende stap en daar kunnen volgens Gert Urhahn de ideeën van de Spontane Stad bij helpen. Als concreet voorbeeld noemt hij ook het Zeeburgereiland: “De ontsluiting is er al, zowel met de stad als met de regio. Waarom nieuwe eilanden opspuiten bij IJburg, als je hier al een perfect bruikbaar eiland hebt?!” Het Zeeburgereiland kan zich ontwikkelen tot metropolitaan centrum aan de oostkant van de stad, zo stelt Urhahn. En als een echte architect komen de kaarten op tafel van het Zeeburgereiland. Eerst laat hij zien wat er gebeurt als je de bouw van IJburg erop projecteert: saaie blokkendozen, volgens Urhahn. Maar dan laat hij zien hoe het kan als je de plattegronden van bv Toronto, Barcelona en de grachtengordel erop projecteert: veel kleinschaliger, drukker en spontaner. ‘Het essentiële verschil’ legt hij uit, ’ligt niet in de vorm, maar in de korrelgrootte van de ontwikkelingsunit en de regie.’

En Urhahn vraagt zich af of de infrastructurele mega investeringen in de Zuidas voorlopig wel nodig zijn. . Die locatie gaat het ook op eigen kracht redden: “De Zuidas is al een A1-locatie, het is onzin om daar zoveel geld uit te geven in deze krappe tijden. En daar wordt ook veel te veel vastgehouden aan de grootschalige en rigide wijze van bouwen. Laat dat wensbeeld van een Canary Wharf los, dat is achterhaald.” Ook ziet Gert Urhahn mogelijkheden voor nieuwe manieren van financiering; namelijk van de mensen zelf, zoals in de Grachtengordel, de Jordaan en de Plantage is gebeurd. “Al is er geen geld bij de gemeente, geen geld bij de corporaties, dan is er nog wel geld bij de burgers! Vijfduizend percelen kan vijfduizend investeerders betekenen….”

GERT URHAHN

www.spontanestad.nl

Waar moet je investeren? Met de weinige beschikbare financiële middelen is het erg belangrijk te kiezen in de gebieden waar de gemeente investeert. Volgens Gert Urhahn moet de focus aan investeringen zijn op gebieden waar met een klein duwtje veel kan gebeuren. Hij wijst dan naar de Noordelijke IJ-oevers, gebieden als Hamerstraatterrein, Buiksloterham, Achtersluispolder, NDSM terrein en opnieuw het Zeeburgereiland. “Met die strook van 10-20 kilometer kunnen we tien tot twintig jaar vooruit! De gemeente doet daar niks, terwijl kleine investeringen, bijvoorbeeld bruggetjes over de zijkanalen een enorme impuls kunnen zijn.” 44


45


Annelinda van Eck

46


#18 Vesteda

“Er worden misschien minder plannen gerealiseerd, maar wat er gerealiseerd wordt, dat is nog steeds kwalitatief goed.”

Kwaliteit gaat door Gerard Schuurman is duidelijk over wat er goed gaat in Amsterdam: “De kwaliteit! Er worden misschien minder plannen gerealiseerd, maar wat er gerealiseerd wordt, dat is nog steeds kwalitatief goed. Kijk naar het Oostelijk Havengebied, naar Overhoeks, naar de plannen voor de Zuidas; dat liegt er niet om. Maar ook de transformatie van een gebouw als de Bazel in de Vijzelstraat, dat is waanzinnig.” Annelinda van Eck wijst ook op de ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en CO2-reductie; zij merkt hier veel van op de Zuidas: “Het projectbureau steekt echt veel energie in duurzaamheid en iedereen draagt bij op zijn eigen manier: de kantoren met het gebruik van elektrische auto’s en bij de woningen door energiebesparing.” Zij vertelt ook over het plan Solar 3000, waarin zonnecellen op de daken van de Zuidas de

Voor dit Stadsgesprek was ik te gast in het kantoor van Vesteda aan de Zuidas om met Gerard Schuurman, Annelinda van Eck en Michiel Gieben te praten over de stad en de mogelijkheden om te ontwikkelen. Zij werken voor de ontwikkeltak van belegger Vesteda en zijn verantwoordelijk voor de regio Amsterdam. Natuurlijk kwamen de middeninkomens, de Zuidas en de regelgeving ter sprake.

energie moeten gaan leveren voor het gebied. En Annelinda is erg enthousiast over de Green Business Club Zuidas, daar ziet zij echt resultaten van komen. IJzeren regels Maar dan een punt waar de mensen van Vesteda veel minder enthousiast over zijn: de regels die de gemeente Amsterdam hanteert. Deze kritiek wordt vaak geuit en als hindernis gezien voor het snel aan de gang kunnen gaan. Niet alleen de veelheid aan regels, maar ook hoe de gemeente hiermee omgaat wordt als een grote barrière gezien. Gerard Schuurman ziet de plannen bij het Amstelstation als exemplarisch voor hoe gesprekken met de gemeente gaan. Het kost veel energie en tijd. Volgens hem moet er een andere manier te vinden zijn om samen te werken. “Ik ben een Amsterdamse ontwikkelaar, heb voor meerdere bedrijven gewerkt en ik weet dat het zo hier werkt, 47


dat is de Amsterdamse situatie. Maar de ontwikkelpartners die ook buiten Amsterdam projecten doen, zeggen dat gemeenten elders soepeler werken. Amsterdam is volgens hen echt een uitzonderlijke situatie. En dat is niet goed voor de gemeente, niet goed voor de ontwikkelaar en zeker niet goed voor het eindresultaat.”

een plek te geven in dit kerngebied. Hij vertelt echter ook dat functiemenging voor een ontwikkelaar twee kanten heeft: “Functiemenging zorgt voor levendigheid en voor een waardevermeerdering van ons bezit, maar als belegger willen we liever een eenduidige portefeuille, dus alleen woningen; dat is makkelijker verkoopbaar.”

Annelinda vult aan dat zij die ijzeren regels ook merkt bij de duurzaamheidseisen: “Je wil als gemeente en ontwikkelaar allebei iets realiseren, dan moet je ook innovatief en flexibel kunnen zijn. Helemaal bij een onderwerp als duurzaamheid, waar de toekomst nog open ligt. Nu moeten we met ‘kruisjeslijsten’ werken in plaats van een open houding. En die huizen staan er pas in 2020!” Michiel Gieben vat het mooi samen: “Je moet niet het maximale uit een project willen halen als partners, maar het optimale.”

Middensegment

Stedelijkheid op de Zuidas

Vesteda heeft zich altijd gericht op het hoge huursegment en is bekend van projecten als Detroit en Boston aan de Oostelijke Handelskade en New Amsterdam (voor expats) aan de Zuidas; alle drie luxueuze complexen. Daarnaast ontwikkelt Vesteda ook veel op IJburg en in Overhoeks aan de andere kant van het IJ en heeft projecten bij het Amstelstation en in de Mirandastrook in Zuid. Via deze verscheidenheid van projecten is Vesteda actief in de hele stad. Inmiddels is de focus verschoven naar het middensegment.

De Zuidas moet een “echt stukje stad worden” en niet alleen maar kantoren. Daarom zijn er ook veel woningen en voorzieningen gepland. Maar een bezoek aan het Mahlerplein op een zondag laat zien dat het nog niet echt bruist aan de Zuidas.

“Als er ergens in Nederland een markt is voor het hoge huursegment dan is het in Amsterdam; de huidige projecten die we uitontwikkelen vallen ook vooral daarin. Maar nieuwe projecten, daar richten we ons veel meer op het middensegment.”

Michiel Gieben vertelt: “Ik kwam laatst na laat werken en nog even sporten naar buiten en het was helemaal uitgestorven. Dat willen we echt veranderen.” Vesteda denkt dan ook graag mee over het creëren van deze stedelijkheid in het gebied. Zo is, mede op aandringen van Vesteda, een bouwkavel tegenover New Amsterdam ingericht geweest met een maisveld, een doolhof en een tennisbaan.

In 2003 sloot Vesteda al een raamovereenkomst met de gemeente om 2500 woningen voor het middensegment te realiseren in tien jaar tijd. De termijn daarvan is inmiddels verlengd en de eerste tweehonderd woningen ervan zijn gerealiseerd op IJburg. De locaties voor de overige woningen zijn ook bekend, maar zijn wel kwetsbaar voor de crisis, omdat het om grote ontwikkellocaties gaat: Zeeburgereiland, Kenniskwartier op de Zuidas en IJburg 2e fase. “We kijken daarom nu of er mogelijkheden zijn om op plekken te versnellen, wellicht dat de Zuidas hier kansen biedt.”

Gerard Schuurman meent dat het goed zou zijn voor de Zuidas als het kerngebied nu verder ontwikkeld wordt en vooral de menging van functies realiseren, voordat de randen aangepakt worden. Vesteda bekijkt op dit moment samen met het Projectbureau Zuidas de mogelijkheden het wonen substantiëler

48


Twee smaken De researchafdeling van Vesteda heeft met een onderzoek inzicht geboden in de vraag naar middensegment. Hieruit bleek dat juist in de stad er vraag naar modale huurwoningen bestaat; stedelijk gerichte mensen die zoeken naar flexibiliteit. Over de vraag hoe deze woningen in het middensegment gerealiseerd moeten en kunnen worden wordt nu druk gestudeerd. In het optrekken van de puntengrens en daarmee het gereguleerde gebied vergroten ziet Gerard Schuurman niets. Volgens hem kan je beter het scheefwonen aanpakken.

Gerard Schuurman Annelinda van Eck Michiel Gieben

www.vesteda.com

Van het idee om een aparte grondprijs te bepalen voor de bouw van deze woningen is hij meer geporteerd. “Er zijn nu twee smaken in Amsterdam: de marktprijs of een sociale grondprijs. Door als ontwikkelaar en gemeente samen naar de kosten te kijken kunnen we daar uitkomen. Bijvoorbeeld door een maximum huurprijs af te spreken en dan terug te rekenen.” Volgens Gerard moet er opener gesproken worden over de grondprijzen: “De gemeente wil de hoogste prijs, wij de laagste, dat is het spel. Maar het beeld dat de gemeente nu heeft van de markt klopt echt niet. Wij zeggen, laten we samen met de boeken op tafel een open gesprek hebben. Maar daar wil de gemeente niet aan.”

49


Iris Driessen

50


#20 Iris Driessen

“Ze weten waar Cuba ligt, gaan ieder jaar skiën, maar ze kennen hun eigen stad niet eens.”

Telkens iets nieuws in de stad Ieder Stadsgesprek begint met de vraag “wat gaat er goed in de stad?”. Net als veel andere geïnterviewden twijfelt Iris: “Tja, dat is wel moeilijk, je denkt altijd vooral aan wat er slecht gaat in de stad. Maar wat ik mooi vind is dat er ondanks alle bouwputten toch elke keer weer iets mooi nieuws is in de stad. Ik woon zelf bij de Magere Brug en hoe die helemaal gerenoveerd is, opnieuw ingericht, dat is er dan toch maar gewoon weer. Of een gebouw als het Muziekgebouw aan ’t IJ, dat is echt fantastisch. In de serie A’dam E.V.A. zie je ook hoe mooi de stad is.” “Wat ik ook echt prachtig vind aan Amsterdam is wat er allemaal mogelijk is en gebeurt aan initiatieven, zoals de Museumn8, die heel groot is, maar ook allemaal kleinere festivals. Ik was laatst bij “Kicking and screening”, over voetbal en films en bedacht dat we als Amsterdammers dat soort events moeten steunen door erheen te gaan.”

Iris Driessen geeft Nederlands op het Hyperion Lyceum in Noord. Ten tijde van het Stadsgesprek werkte ze op het Amsterdams Lyceum. Iris ziet op school de toekomst van onze stad. “Als je de eersteklassers in de aula ziet zitten voor de eerste keer, die zijn zo bleu, alles is nieuw. En dan heb je ook van die vijfdeklassers, die denken alles al gezien te hebben en alles te weten.”

En in het onderwijs voelt Iris zich vrij, dat ziet zij ook als een enorm pluspunt van de stad. “Ik heb niet het gevoel dat we dingen niet kunnen vanwege regels of iets dergelijks. En het mooie is: iedereen wil wel wat met onderwijs doen.” Iris vertelt in dat kader over de Kunstwerkdag, waar 8e groepers van alle scholen een dag lang allerlei bezoekjes kunnen brengen aan instellingen, musea en dergelijke. Zij ziet dat als een prachtige manier om kinderen op plekken te laten komen waar ze anders wellicht nooit zouden zijn gekomen. En ze te laten zien wat er allemaal voor moois is in Amsterdam. Ken je stad En dat het nodig is kinderen te laten zien wat er in Amsterdam te zien is en waar dat zich bevindt, merkt Iris Driessen in haar klassen. Zij verbaast zich vaak genoeg over de kennis van de stad van haar leerlingen, of eigenlijk over het gebrek aan kennis. 51


“Ze weten waar Cuba ligt, gaan ieder jaar skiën, maar ze kennen hun eigen stad niet eens. Ik behandelde bijvoorbeeld een keer Vondel in de klas en vertelde dat hij in de Warmoesstraat had gewoond. Er wist bijna niemand waar die was! Ze kennen hun eigen buurt, de sportclub en de school, maar daarbuiten valt het erg tegen.” Iris vertelt hoe ze op dit soort momenten de nieuwe media inzet. “Een andere keer ging het over Multatuli en haalde ik met Googlemaps het standbeeld van hem op het scherm op de brug over het Singel. Ik moedig kinderen ook aan om de stad in te gaan, ik geef ze bijvoorbeeld tips waar ze naar een tentoonstelling of zo heen kunnen.” Door op deze manier kennis over de stad te vergroten, kunnen Amsterdammers zich meer verbonden voelen met hun stad. Een mooi begin is natuurlijk dat de kinderen op school hun stad kennen en daarin aangemoedigd worden. En dat geldt net zo hard voor de slimme kinderen uit Amsterdam-Zuid, als voor leerlingen op de VMBO in Nieuw-West. De status van een school De inschrijving van kinderen uit de 8e groep voor de middelbare school levert de laatste jaren situaties op waarin geloot moet worden voor sommige scholen. Voor ouders en kinderen natuurlijk een zeer ingrijpende gebeurtenis en ook op het Amsterdams Lyceum moeten circa veertig kinderen teleurgesteld worden.

“Er is niks mis met scholengemeenschappen; het heeft allemaal met status te maken, ouders kletsen erover bij het hockeyveld en zo zijn sommige scholen populair en andere niet. Toen ik in Leiden op school zat, speelde dat niet, volgens mij. En kinderen blijken op een andere school dan hun eerste keus ook een fijne tijd te hebben.” Een oplossing voor het loten ziet Iris niet 1-23, wel ziet ze dat haar eigen school niet kan uitbreiden om alle aangemelde leerlingen een plekje te geven. Blijven in Amsterdam Het teken dat het goed gaat met Amsterdam ziet Iris om zich heen bevestigd worden: “Zoveel mensen willen hier blijven. Ik ken in mijn omgeving eigenlijk niemand die echt weg wil; ze gaan alleen maar, omdat ze hier niet kunnen vinden en betalen wat ze zoeken.” Ze haalt het voorbeeld van een vriendin aan, zzp-er en dol op de stad, maar ze kan niks vinden om te wonen. “ Dan denk ik wel ‘Potverdorie, heb je alles leuk, je bent in de dertig, spannend werk, leuke stad, alleen je kan niet wonen, zoals je wilt.’ Op deze manier moet ze gewoon weer gaan samenwonen, alsof ze een student is. Dat wonen is echt iets dat aangepakt moet worden, niet alleen vanuit Amsterdam, maar ook de hypotheekrenteaftrek in Den Haag!”

“Wij hebben er gewoon de ruimte niet voor op school om extra klassen in te richten. Bovendien wordt het met meer klassen steeds moeilijker te organiseren, bijvoorbeeld proefwerkweken of excursies. Ik vraag me ook af of je een school maar steeds groter moet willen maken.” Iris verbaast zich er trouwens over dat er zoveel slimme kinderen zijn in Amsterdam, die allemaal gymnasium-niveau hebben. 52


iris driessen

www.twitter.com/irismp www.hyperionlyceum.nl

53


#21 Franck Storm

“Kies je voor een buurt om er te gaan wonen of ‘moet je wat’?”

Een nieuwe Kolenkit Het wijkje tussen Erasmuskade en Bos en Lommerweg moet er heel anders uit komen te zien dan nu met eentonige rijen flats, uitsluitend in de sociale verhuur. Franck Storm leidt me eerst langs de “Leeuw van Vlaanderen”, de flat langs de Ringweg in de gelijknamige straat. “Dit is de allereerste stap van de vernieuwing hier.”, vertelt Franck. ”We hebben de flats vernieuwd, “opgetopt” met twee verdiepingen en door samenvoegingen ook grotere woningen gemaakt.” Aan de andere kant van de buurt, tegen de metrolijn aan, is nieuwbouw gerealiseerd met het project Lommerrijk (koop- en huurwoningen) met hoogbouw langs het water. Aan deze kant van de buurt zijn ook de eerste rijen huizen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Franck laat trots en vol passie zien hoezeer er gelet is op de kwaliteit ervan.

Een oud-studiegenoot Sociale Geografie raadde mij Franck Storm van woningcorporatie Stadgenoot aan voor een Stadsgesprek. Storm is directeur Wonen en staat daarmee “met de poten in de modder” als het gaat om stedelijke vernieuwing en alles wat daarmee te maken heeft. Franck stelde voor er een “Stadsgesprek op locatie” van te maken. Daarom ontmoetten wij elkaar bij de Opstandingskerk aan de Bos en Lommerweg, beter bekend als de Kolenkit.

“De bakstenen zijn speciaal gebakken en de voeglaag ertussen is niet helemaal opgevuld, zodat er reliëf ontstaat. Ook zijn de onderkanten van de balkons speciaal ontworpen.” Aan de andere kant van het blok zijn prachtige balkonhekken gebruikt, waarin letters zijn terug te zien. Franck wijst me op de daklijsten die voor een accent zorgen en dat de lijsten van de ramen schuin zijn in plaats van recht. “Het zorgt allemaal voor identiteit, niet die eenvormigheid en rechte gevels die hier eerst waren. Je mag het misschien niet vergelijken met PlanBerlage, maar het roept wel herinneringen daaraan op.” Kiezen voor een wijk Het plan voor de vernieuwing werkt `van buiten naar binnen´, zodat mensen kunnen doorschuiven als hun huis wordt gesloopt en het zichtbaar is dat er iets gebeurt. 54


carrière maken en een huis willen kopen of duurder huren.” Dudokhaken en de New Kit Overigens wijst Franck erop dat renovatie ook een bijdrage kan leveren, bijvoorbeeld bij de Dudokhaken in Geuzenveld en de zogenaamde Akbar-blokken aan de overkant van de Bos en Lommerweg. Hier zijn woningen geschikt gemaakt voor onder meer starters en maken oorspronkelijke details de huizen authentiek. Renovatie of sloop is een afweging, waarover Franck Storm zegt: “De reden voor sloop van woningen is niet altijd of ze technisch heel slecht zijn of niet zijn te renoveren, maar de afweging of het geld dat er in gestoken wordt een goede woning oplevert die aantrekkelijk is voor mensen om te kopen of huren.”

Franck Storm Niet alleen in de kwaliteit en de soort huizen wordt geïnvesteerd, ook het stedenbouwkundig ontwerp wordt vernieuwd. Zo komen er zichtlijnen die lopen van het water naar het noorden en langs het water komt hogere bouw. Ook komen aan de koppen van de blokken, bij de Bos en Lommerweg, huizen die als markering dienen van de buurt. En het plein in het midden, het Ernest Staesplein, wordt een stuk kleiner. Op die manier ontstaat er volgens Franck Storm een nieuwe Kolenkit, waar de bewoners echt kiezen om te gaan wonen in plaats dat ze er terechtkomen, omdat ze “maar iets moeten”. Om dat gevoel te bereiken is sloop en nieuwbouw nodig, volgens Storm.”Je zou de huizen wel kunnen renoveren, maar dan verandert de buurt verder niet en daar gaat het om. Dat mensen zich prettig voelen in hun woonomgeving, dat ze er graag willen wonen én dat ze er kunnen blijven wonen, ook als ze

We staan ook stil bij de “New Kit”, de scheve woontoren aan de andere rand van de Kolenkitbuurt, naast het metrostation. Franck Storm vindt het een mooie toevoeging aan de buurt. “Het is echt een landmark en geeft samen met de oude Kolenkit-kerk de buurt identiteit. Bovendien is de ligging hartstikke mooi, naast de metro, vlakbij de Ring, perfect toch?”. Vertraging door de crisis Maar Storm vertelt ook dat de appartementen in de New Kit in het verleden uit de verkoop zijn gehaald door Eigen Haard, om een ander moment af te wachten. Ze zijn inmiddels weer in verkoop gezet, waar de corporatie volgens Franck Storm terecht trots op mogen zijn. Maar het is evident dat de crisis de stedelijke vernieuwing van de stad frustreert. Storm: “Op dit moment is er gewoon teveel aanbod aan koophuizen, daarom worden er ook geen nieuwe gebouwd. Dat is frustrerend, want je wil dat deze buurt als geheel wordt vernieuwd, dan zie je ook pas echt wat er allemaal kan. Als het hier klaar is, dan is het hier echt een hele nieuwe buurt!” 55


”Dus grijp die mogelijkheden, zoek werk, zorg dat je kinderen een goede opleiding afmaken, doe mee en wacht niet af, neem de regie over En door diezelfde crisis lopen veel je eigen leven! Het was overigens een heel vernieuwingsplannen in de Westelijke Tuinsteden vertraging op. Het gevolg daarvan leuk gesprek.” is dat bewoners langer dan gedacht moeten Kiezen voor Amsterdam wachten op renovatie of op verhuizing. Hun Schimmel

huis blijft immers staan en ze kunnen er blijven wonen. Veel aandacht is er in dit kader geweest voor woningen rond de Nolensstraat, achter het Lambertus Zijlplein. Hier klaagden de bewoners over schimmel en dat daardoor de huizen niet meer bewoonbaar zijn.

De mooiste ervaring die Franck Storm mij vertelde tijdens ons Stadsgesprek ging over de vernieuwing van de Kolenkit. Bij het slaan van de eerste paal was een feestelijke bijeenkomst met veel mensen. Aan de overkant stonden een paar jongetjes op het balkon van de bovenste verdieping. Een Franck Storm en ik gaan kijken in een daarvan wees op de heistelling die de paal de leegstaand huis en we zien inderdaad de grond in ging slaan en riep vol trots “Kijk, daar schimmel, maar treffen ook een afgeplakt luchtrooster aan. Ik had al eerder gehoord dat gaan ze mijn huis bouwen!”. Uit die uitspraak veel bewoners hier hun huis slecht ventileren, blijkt precies waar Franck ons Stadsgesprek mee begon: dat jongetje kiest voor de buurt waardoor de kans op schimmel ook groter en ‘moet niet maar wat’, zoals bij zijn ouders wordt. Het huis is verder niet perfect (enkel waarschijnlijk het geval was. glas, een ouderwetse wasbak, een boiler en gaskachel in plaats van HR ketel), maar voor starters wel geschikt. Stadgenoot verhuurt de huizen nu met campuscontracten aan studenten of met tijdelijke verhuurcontracten. Te weinig geld om te kopen Op de inspraakavonden en bewonersavonden komt hij van alles tegen en gaat hij de discussie aan. “Zo kwam ik op een avond met alleen maar Turkse vrouwen waar ik in eerste instantie niet eens mocht komen. Daar ging het bijvoorbeeld over dat ze niet kunnen kopen, omdat ze te weinig geld hebben. Toen ze op mijn vraag “wat zijn je dromen?”, antwoordden “Een nieuwe huurwoning”, heb ik gevraagd “ Wie van jullie werkt er? Wie van jullie mannen werkt er?” De meeste mensen hadden geen werk. Ik heb ze daarna gevraagd of ze vanuit Turkije hierheen zijn gekomen om werkeloos te worden en te wachten op een nieuwe sociale huurwoning. Daarna heb ik ze er op gewezen dat Nederland het land van de mogelijkheden is.”

56

franck storm

www.stadgenoot.nl


“Kijk daar gaan ze mijn huis bouwen!”

57


58


59


60


61


Wouter Valkenier

62


#26 Wouter Valkenier

“Er zijn nog wel wat plekken waar we los willen gaan”

Hoewel het een moeilijk vindbare plek is, draait Hannekes Boom op de kop van de Dijksgracht tegenover Nemo goed. Waar eerst helemaal niks zat, staat vijf jaar lang deze ‘uitspanning’. Wouter Valkenier is een van de drie initiatiefnemers. Zijn rol was die van bedenker en vormgever, maar samen met zijn compagnons heeft hij ook staan timmeren. Hij kijkt alweer nieuwsgierig rond naar nieuwe mogelijkheden in de stad.

Verlevendigen van de stad

Het maken van Hannekes Boom

Het specialisme van Wouter Valkenier is het levendig maken van plekken, gedacht vanuit de plek zelf: “Wie zijn de actoren op zo’n plek? Wat zat er in het verleden?” – dat zijn de vragen die hij zich stelt. Daarmee sluit deze ontmoeting aan op eerdere Stadsgesprekken die ik voerde met de mannen van Golfstromen en Gert Urhahn. Bij Hannekes Boom aan de kop van de Dijksgracht is het verlevendigen van de stad prima gelukt.

Om van gewonnen plan tot de opening van Hannekes Boom te komen, moest er veel gebeuren. De bedenkers hadden een taakverdeling, waarbij Wouter Valkenier de bestemmingsplannen en dergelijke voor zijn rekening nam. “We kregen de grond tot onze beschikking en dat was het. Al het andere hebben we zelf gedaan, van vergunningen tot bouwen. We hebben er veel tijd in gestoken; als je dat terugrekent naar uren en daarvoor betaald wil krijgen, dat haal je nooit. Maar het is ons wel gelukt! Ontwikkelaars denken te veel aan geld, niet aan het creëren van een leuke plek. Terwijl een leuke plek een veel grotere meerwaarde heeft.”

Valkenier vertelt: “Vroeger was het hier een sociaal onveilige plek met drugsgebruikers en hoertjes. De gemeente heeft meerdere plannen gehad, onder andere voor een zwembad. Maar toen hebben ze besloten om voor het gebied een prijsvraag uit te schrijven en die hebben wij gewonnen!” Andere ideeën die werden ingestuurd, betroffen een treinstel, een toeristenroute en een project van Chinese ondernemers.

Uiteindelijk is het ze in zestien maanden gelukt om “van de eerste schets met thermosfles en koekjes te komen tot het opengooien van de biertap”.

63


Innovatie safari Het realiseren van Hannekes Boom is met vereende krachten gebeurd en met inspiratie van velen. Valkenier: “Dit is de architectuur van de nieuwe economie! We zijn samen met de organisatie Kennisland op ‘innovatiesafari’ gegaan om te achterhalen wat mensen zochten. Uit die rondgang is ook voortgekomen dat hier een podium is voor muziek en toneel. We willen dat mensen betrokken zijn en dat ze zelf dingen doen.” En dat zelf doen moeten we letterlijk nemen, want het gebouw is door de initiatiefnemers zelf getimmerd in loodsen in Amsterdam-oost. De keuken is bijvoorbeeld voor een groot deel overgenomen uit het oude verzorgingshuis daar om de hoek. De financiering is deels tot stand gekomen via crowdfunding, waarbij mensen (kleine) bedragen bijdragen. Daarnaast hebben de Triodos Bank en de initiatiefnemers zelf er geld in gestoken. Uiteindelijk hebben ze vijf jaar de tijd om de investeringen terug te verdienen. “De mensen die meededen aan de crowdfunding hebben een rekeningcourant bij de bar lopen; ook op die manier hebben we betrokkenheid gecreëerd”, vertelt Valkenier. Lelylaan en andere braakliggende terreinen Wouter Valkenier is na Hannekes Boom alweer bezig met nieuwe plekken en ideeën om die te verlevendigen. Hij heeft zijn oog laten vallen op het gebied rondom station Lelylaan en dan vooral het stuk gras tussen het station en de school het Calvijn met Junior College. “Plekken in de stad waar je kunt experimenteren, waar je gewoon iets kunt doen, die zoek ik op.” En het leuke van met een architect praten is dat hij het direct voor je gaat tekenen. Zo schetst Wouter Valkenier meteen even zijn ideeën over de aansluiting van Nieuw-West met het centrum van de stad, over het nemen van de barrière die de Ring A10 in Amsterdam vormt.

“Sloten en de Lelylaan vormen een knooppunt dat verbonden moet worden met de binnenstad. Slotervaart en heel Nieuw-West wordt nu gezien als een soort aanhangsel van de stad. Dat kan anders. Er wordt nu veel geld geïnvesteerd in de Zuidas; met een klein deel van dat budget kun je zo’n plek als de Lelylaan prachtig ontwikkelen.” De ideeën voor het stuk gras vliegen over tafel. Zo ziet Wouter er al een tijdelijke stadscamping komen, of studentenwoningen. “Het initiatief moet uit de stad zelf komen. Hoe mooi zou het zijn als er een Hannekes Boom daar komt?” Een andere plek waarmee Valkenier wel aan de slag wil gaan wordt gevormd door de oude industrieterreinen langs de Zaan. Maar er zijn nog veel meer plekken die tijdelijk braak liggen. Sinds kort is er online een kaart beschikbaar met die ze allemaal zichtbaar maakt. De kaart is er gekomen dankzij een initiatief van de SP en GroenLinks in de gemeenteraad. “Die kaart is echt fantastisch! Het mooie is dat het heel laagdrempelig is; per plek staat vermeld hoe lang het terrein braak blijft liggen, en een contactpersoon met gegevens. Je kunt meteen aan de slag.” Ten slotte: een echte Friso Kramer! Wouter Valkenier is een echte ontwerper; dat blijkt ook uit zijn enthousiasme over de lantaarnpaal die midden op het veldje van Hannekes Boom staat. Zo op het oog een saaie, eigenlijk vrij lelijke, lantaarnpaal, maar Valkenier vertelt er met passie over. “Dit is een echte Friso Kramer; die man is een beroemde industrieel ontwerper. Zijn lichtarmatuur in combinatie met de 30x30 tegel is een typisch ‘functioneel Hollands’ ontwerp. Die lantaarnpaal is echt een classic, een icoon. Nu zien we dat nog niet, maar over honderd jaar staan zulke dingen op een tentoonstelling.”

64


Valkenier vertelt dat de lantaarnpaal al een keer door de gemeente is verplaatst, zonder dat daarvoor enige reden was. De lamp was stuk en toen de reparateurs kwamen, hebben ze de lantaarnpaal, tot Wouter Valkeniers vreugde, in volle glorie midden op het veldje voor Hannekes Boom neergezet.

Wouter valkenier

www.hannekesboom.nl www.v2a.nl

65


Mike Lee

66


#28 Mike Lee

“If you want to make movies, you go to Hollywood. If you want to make apps, come to Appsterdam!”

Building Appsterdam Creating the world’s most advanced infrastructure for App Makers, that’s what Appsterdam is about. “Phase one was all about building and organizing; that happened summer 2011. Now that we’re set up to receive, we’re expecting the steady stream of App Makers making their way to the city to become a torrent.” But the first results of Appsterdam are already here: “People have come! Whether it be people visiting over here or moving and staying. Our biggest coup has been to get the Big Nerd Ranch to Amsterdam. Aaron Hillegass is the driving force behind this; he’s the guy who was the first trainer in Apple technology and many of the best App Makers on the platform have learned from his books and training courses.” “Now the Big Nerd Ranch has come to Amsterdam. That is because of Appsterdam.

A mutual friend suggested to me to meet Mike Lee and have a Citytalk. Mike came from San Francisco to Amsterdam and has been building the Appsterdam movement since coming here. He has worked in every segment of the app-making industry, from indies to start-ups, but also for Apple. His goal with Appsterdam is to make the city the best place in the world to be an App Maker.

People go where the jobs are, but the jobs go where the people are. You have to bring people together here in Amsterdam.“ Attracting smart boys and girls In his first year as the Mayor of Amsterdam, Eberhard van der Laan frequently mentioned his vision of “a new Golden Age for Amsterdam”, referring to the 17th century, when Amsterdam was the center of the world, trading globally and establishing the now world-renowned canals. One of the elements of this vision is that Amsterdam should attract the smart boys and girls of the world to Amsterdam. “That’s exactly what Appsterdam is about!”, Mike Lee states. “I always say ‘If you want to make movies, you go to Hollywood. If you want to make apps, come to Appsterdam’. So we’re working hard at attracting these people to come over here. I notice people are fed up with the States and living there, you can see the creatives, the 67


techies, the nerds, looking round for a better and nicer place to live and work. For all of them Amsterdam should be the number 1 place to come.“

hit, the next Google. That’s what the venturecapitalists are looking for and that’s the whole spirit. Here we try to do it in another way, to make more companies successful, maybe not on the level of Google, but still successful.”

Landing pad

For app-makers and other techies Amsterdam offers all kinds of workplaces, from small shared spaces for the self-employed through start-ups right up to the big companies. Besides that there is the opportunity to meet each other. “What you need are nerd-bars, where nerds and techies can meet each other. Such a place wasn’t here, so we have organized it ourselves. Every Wednesday at 19:00 we meet at café Bax on Ten Katestraat.”

So the mayors of Amsterdam and Appsterdam share the same goal, but what is necessary to become the most attractive place for all those smart and creative people? In Mike Lee’s opinion what’s missing in Amsterdam is affordable housing for the internationals. “We’re working on establishing a kind of landing pad for arriving App Makers until they can find their own housing, but the young, aspiring guys, they need a cheap place to live.”

“Appsterdam recreates the camaraderie of Silicon Valley, but without all the nouveau riche pretension. Amsterdam is a place of humility, but also tolerance, where App Makers can come together regardless of platform and from every skill set, be it engineering, design, marketing, business, legal, or whatever you can do to contribute to the New Golden Age.”

Besides the housing, Mike Lee thinks Amsterdam is lacking a “one-stop shop with turn-key services”. We talk about the Amsterdam Expatcenter, that serves those needs, but only for people in the knowledge-migrant scheme and people working at companies who are partner of the Expatcenter. For other people there is the long way through the Immigration services.

Better than the Valley

“The process for an international selfemployed worker to work here is difficult, especially if you’re not from the EU or the States. Holland and the US have this thing “the Dutch-American Friendship Treaty”, which makes it easier as an American to work in Holland. It’s a leftover from WWII. That should work for the whole world. We want the people to come here. Immigration laws are designed to keep out poor refugees, but in doing so, it also keeps out entrepreneurs.” Silicon Valley vs Amsterdam In this industry everybody looks at Silicon Valley as the place to be. Mike Lee has worked there and sees the attractions, but he’s adamant that Amsterdam has more to offer. “The way the Valley works is different from here. Over there the focus is on the big

Not only does Amsterdam match Silicon Valley, it has even more to offer. “In Amsterdam there is a better work-life balance, there is also room for family-life. I have seen so many relationships suffer and end because of the work. We used to say ‘you go to work for a project and come home for a divorce’. These guys work for days on end and their families suffer. This is a problem for the industry as well, because it is not sustainable, people burn out.” “Here in Amsterdam, it is more family-friendly. As Appsterdam we organize a familyweekend every other week, exactly to combat this problem. In Amsterdam we can find a sustainable way to be more productive.”

68


Patent-haven Another advantage for the future could be that Europe, and Amsterdam at its center, develops as a “patent-haven”. “Patents are a huge burden on technology companies in the U.S.. What was meant to protect inventors is being used to extort so-called “licensing fees” for vaguely worded (one might say intentionally non-sensical) patents. If you don’t pay up, you can get slapped with a lawsuit that will cost you untold millions if you win. “Individually, App Makers can’t do anything against patent extortion. We are like so many ants to the Valley-backed lawyers we call ‘patent trolls.’ If we all swarm en masse like ants in anthill, maybe they’ll leave us alone. That’s all we want, to be left alone. But we fight back. We call this ‘Operation Anthill’. We’re having a whole corral of lawyers together in Appsterdam for a legal summit on the subject.”

mike lee

www.appsterdam.rs

www.appsterdamlegalfoundation.org

69


Richtje Sybesma

70


#30 Richtje Sybesma

“Diversiteit in je bestuur en je werkwijze levert je iets op”

De noodzaak van diversiteit In de culturele sector ziet Richtje Sybesma goede beweging op het gebied van diversiteit, hoewel het verschilt per sector. “In de podiumkunsten gaat het goed, maar bijvoorbeeld in de erfgoedsector, de musea, daar is nog een wereld te winnen. Musea doen het relatief ook goed, waardoor er geen urgentie is. Bij festivals is zeker veel kleur en diversiteit, hoewel ik bijvoorbeeld geen idee heb wat er allemaal op Lowlands rondloopt en hoe divers dat publiek is. Nu heeft dat ook wel met cultuur te maken, met je tentje in de regen willen staan.” Inmiddels heeft de culturele sector een ‘Code culturele diversiteit’ opgesteld, die instellingen een handvat biedt. Toevallig heeft Sybesma het blad Contrast op haar tafel liggen waarin hierover een artikel staat. “Het is niet een verplichting, maar als je zoiets niet doet, gebeurt er ook niks. Het gaat erom

Via een vriendin kwam ik op een sociëteitsavond van Atana en werd voorgesteld aan directeur Richtje Sybesma. Atana wil bijdragen aan het vergroten van de diversiteit in besturen van culturele en maatschappelijke organisaties. Diversiteit betekent voor Atana vrouwen, jonge mensen en mensen met een biculturele achtergrond en het liefst een combinatie daarvan. Richtje Sybesma organiseert de trainingen, onderhoudt het netwerk en matcht Atanezen met bestuursvacatures. dat instellingen inzien dat het ze iets oplevert. Sterker: dat het alle partijen iets oplevert.” Een nieuwe elite In zekere zin levert Atana met haar trainingen een ‘nieuwe elite’ af voor de besturen van Amsterdamse instellingen, organisaties, stichtingen, adviesorganen, etcetera. Het huidige beeld van bestuurders is nog van de ‘old boys’ met grijze haren in grijze pakken die allemaal hetzelfde denken. Gezien de ontwikkeling van de bevolking zal dat uiteindelijk vanzelf veranderen, maar Richtje Sybesma vindt dat je er ook actief iets aan moet doen. “Bijvoorbeeld bij sollicitaties kies je al snel voor iemand die lijkt op jou. Dat is handig en makkelijk, je bevestigt elkaar, maar het zorgt er ook voor dat er geen kritische noot is, geen goed controlerend vermogen. Wat dat voor gevolgen kan hebben is te zien bij de bankencrisis, maar dat geldt overal. 71


Daarom is diversiteit zo belangrijk in ieder gezelschap. Mensen inspireren elkaar. Ze hebben wellicht minder binding met elkaar, maar dat kan je organiseren. Die inspiratie organiseren is een stuk minder makkelijk, die moet er al zijn.” Meestal melden organisaties, stichtingen bijvoorbeeld, zich bij Atana met een vacature in het bestuur. Vervolgens gaat Richtje Sybesma aan de slag om een match te vinden tussen kandidaten en de organisatie. “Ze weten dat ze geen witte, grijze man krijgen bij Atana. Wel krijgen ze een kandidaat die een training heeft gevolgd, enthousiast is en maatschappelijk actief wil zijn. Het matchen van mensen, op persoonlijk niveau, maar ook op interesse, is een groot deel van het werk. We kennen de besturen vaak door deelname aan de training en algemene kennis van het cultuurveld en we kennen de deelnemers natuurlijk ook. Het vervullen van vacatures lukt dan ook op een goede manier.” Ontmoetingen De stad biedt veel plekken en mogelijkheden voor ontmoeting, dat is een van de redenen dat mensen naar de stad komen of hier willen wonen. En ontmoetingen tussen mensen en groepen die elkaar ‘normaal’ niet tegen zouden komen, zijn helemaal waardevol. Niet voor niets doen de gemeente en veel andere organisaties, hun best om ‘naar de mensen in hun eigen omgeving toe’ te gaan. “Met Atana hebben we het omgekeerde gedaan door in kunstenaarssociëteit Arti te gaan zitten. Onze oprichter Rob Boonzajer Flaes vond dat we juist die oude elite van witte grijze heren op moesten zoeken en hen binden. Uit dat netwerk zijn ook de eerste vacatures voor deelnemers aan de trainingen van Atana gekomen.” En de werkwijze van Atana is ook een impuls voor het aloude Arti. “We houden eerst onze societeit boven en komen dan met de hele groep naar beneden waar een paar oudere

leden zitten. Dat is altijd een verrassing, voor beide kanten. Arti heeft inmiddels ook besloten dat ze mensen uit ons netwerk willen werven als leden. Doen ze dat niet, dan bloedt het dood.” Het faciliteren en stimuleren van ontmoetingen in de stad ziet Richtje Sybesma ook als opgave voor de gemeente. Op plekken als buurthuizen, scholen en bij verenigingen gebeurt dat. Zij ziet bij Atana de reactie van bijvoorbeeld de directeuren van organisaties als er een casus wordt gedaan met deelnemers. “Je hoort ze bijna ‘Wow!’ zeggen, zo onder de indruk zijn ze van de kwaliteit van de Atanezen en ook van hun enthousiasme. Wat we nodig hebben in Amsterdam is heel veel ontmoetingen, maar wel steeds op kleine schaal. Want als het grote gezelschappen worden, dan zoeken bekenden elkaar toch weer op. En juist de diversiteit en nieuwe mensen ontmoeten, dat is cruciaal. En als mensen elkaar een keer hebben ontmoet, dan gaat het daarna ook makkelijker, dan kan je elkaar vinden.” Als voorbeeld vertelt Richtje Sybesma over een bezoek aan het Grachtenfestival deze zomer met een groep Atanezen. “Dat werkte heel goed, omdat het Grachtenfestival op die manier een nieuw publiek krijgt.” De toekomst van Atana Gezien het regeringsbeleid, waarin ‘diversiteit’ als begrip is geschrapt, vervalt de bijdrage van het Ministerie van OC&W eind 2012. Richtje Sybesma is met alle Atanezen nu op zoek naar nieuwe geldstromen. “Atana is te belangrijk in haar doel en het netwerk is te waardevol om het te laten ophouden. Ik ben ervan overtuigd dat we op een andere manier onze middelen kunnen vinden en dat we doorgaan met ons werk van trainen, matchen van bestuursleden aan organisaties en het netwerk tussen Atanezen onderling en met organisaties in stand te houden.”

72


Richtje sybesma

www.atana.org

73


Ellen van Eeden

74


#31 Cybersoek

“Kontjes geven, daar gaat het om”

Laagdrempelig Zelf schrijft Cybersoek over hu werk: “In Cybersoek leren jong en oud met de computer omgaan. Zij volgen er cursussen, krijgen individuele begeleiding tijdens de Open Inloop of doen in speciale projecten nieuwe digitale vaardigheden op. Cybersoek is een laagdrempelige plek in stadsdeel Oost van Amsterdam waar mensen leren, anderen ontmoeten, vooruit komen en zich thuis voelen. De computer en het internet zijn daarbij het middel. Door de activiteiten van Cybersoek verbeteren buurtbewoners hun positie. Daarbij levert Cybersoek met haar activiteiten een grote bijdrage aan de sociale cohesie in de buurt.” Ellen van Eeden en Martha Swinkels benadrukken direct het laagdrempelige en diverse karakter van Cybersoek en het succes dat dit heeft. “Het digitale aspect ervan is de trekker, iedereen heeft ermee te maken. Je zou het ook met koken of sporten als

Cybersoek bestaat al meer dan tien jaar als “digitaal buurthuis” aan het Timorplein, naast Studio K. In die tien jaar heeft het zich ontwikkeld tot een centrale plek in de Indische Buurt, met activiteiten die vrijwel allemaal zijn gericht op, of gekoppeld aan, het gebruik van computers. Ik sprak met Ellen van Eeden en Martha Swinkels die Cybersoek runnen, samen met de vele vrijwilligers.

aanknopingspunt kunnen proberen, maar de digitale omgeving is overal, voor iedereen.”, vertelt Ellen van Eeden. Voor bezoekers van Cybersoek is van alles te doen, van hele basic cursussen omgaan met een computer tot taalcursussen. En het dient ook als een inloopplek voor buurtbewoners, voor ontmoeting. Hierdoor heeft het ook een belangrijke rol in de Indische Buurt voor de sociale cohesie. Ellen van Eeden: “We organiseren bijvoorbeeld een open inloop over geld, maar dan wel met de computer. Bewoners leren dan over budgetteren, maar ook hoe ze formulieren kunnen gebruiken. Hiermee maken we de buurt steviger op het gebied van geld.” Martha Swinkels vertelt over de buurthuisfunctie: “We hebben hier ook een clubje vrouwen dat komt breien, “Stitch & Bitch” heet dat, vrij vertaald “breien en kletsen”. Maar dan wel in het Nederlands met elkaar praten, iets wat ze thuis niet doen. En op deze manier ontmoeten ze ook weer andere mensen.” 75


Ellen van Eeden vult aan: “Die activiteiten zijn sowieso een prachtige manier om mensen binnen te halen. Daarna douwen we er op een vriendelijke manier de computer bij mensen in.” Brede doelgroepen Cybersoek bestaat nog steeds doordat het brede doelgroepen aanspreekt; dat is de overtuiging van Ellen en Martha. “In Slotervaart bijvoorbeeld was het digitale trapveldje alleen gericht op kinderen. Die zijn nu failliet. Buiten Amsterdam is het ook geprobeerd, maar daar ging het vaak om traditionele buurthuizen waar een paar computers werden neergezet. Die verdwenen na een tijdje weer, terwijl de computer bij Cybersoek echt centraal staat en het “buurthuis” eromheen gebouwd is”, zo schetst Ellen van Eeden de verschillen. En Cybersoek blijft nieuwe groepen zoeken, ook om inkomsten te genereren. Een zo’n nieuwe doelgroep vormen de ondernemers, vooral uit de buurt. Cybersoek heeft voor hen een training opgezet: “Ondernemers lopen inkomsten mis, als ze niet goed gebruik kunnen maken van een computer. Dat kan gaan om een goed gebruik van e-mail, het bouwen van een aansprekende website of het inzetten van social media, zoals LinkedIn. Daar helpen we ze hier mee. En door aan de ondernemers een bijdrage te vragen, kunnen we andere groepen weer voor lagere tarieven of gratis helpen. En er is behoefte! We hebben voor vanavond veertig deelnemers en we hebben er dertig moeten afwijzen.”, schetst Martha Swinkels het succes. En Cybersoek zelf is ook ondernemend; zo vertelt Martha Swinkels over ‘Crowdfunding Supermama’. “Hiermee willen we op een crowdsource-manier geld genereren waarmee we vrouwen een opleiding kunnen geven. Zij kunnen dan anderen weer trainen. We hebben bijvoorbeeld Emine hier.

Zij helpt nu de PC-kids, maar met een opleiding kan ze ook ouderen gaan trainen.” Ellen van Eeden ziet dit als illustratie voor de gedachte bij Cybersoek: “Alles is gericht op het voortbouwen na een cursus, de mensen moeten ‘door-door-door’!” Successen Ook Cybersoek staat onder druk nu er minder geld vanuit de gemeente is voor projecten. Daarom is het van belang de succesverhalen onder de aandacht te brengen. Zo doet het Verwey-Jonker Instituut momenteel onderzoek naar de resultaten en opbrengsten van Cybersoek. Maar het grootste bewijs zit in de individuele verhalen van ‘Cybersoekers’. “Het Kinderpersbureau zit hier ook en zij hadden een deelneemster die nu studeert. Maar haar moeder komt nog steeds naar Cybersoek om hier te breien en te praten. In het Nederlands, want thuis spreekt ze dat nauwelijks. En haar broertjes komen ook hier.”, zo vertelt Swinkels. Ellen van Eeden voegt hier het verhaal van Hamza aan toe. “Hamza nam ook deel aan het KinderPersBureau en bezocht daarmee Cinekid, het filmfestival voor kinderen. Daar mocht hij meedoen met een stem-casting en bleek dat hij een goede stem heeft. Nu heeft hij een stem gedaan bij de films Rango en Kung Fu Panda II.” Maar ook op een ander niveau bereikt Cybersoek doelen, bijvoorbeeld door mensen uit hun huis te krijgen en mee te laten doen. “Deze mensen wassen zich één keer per week, trekken één keer per week een schone onderbroek aan en dat is om naar Cybersoek te gaan. Daar praten ze en komen ze mensen tegen, zijn ze sociaal. We zijn een soort buurthuis nieuwe stijl met lage drempels en met een aanbod dat aansluit bij de buurt. “

76


De toekomst Cybersoek zit met haar werk en aanbod tussen de zorg van Sociaal-Pedagogische Hulpverlening en het werken aan participatie via het Cultureel-Maatschappelijk Werk, zo ziet Martha Swinkels het. Zij hebben dus flink te maken met teruglopende subsidies vanuit de overheid. Maar ze zijn ook druk met hun eigen inkomsten genereren. Ellen van Eeden en Martha Swinkels zien de werkwijze van Cybersoek passen in deze tijd. “Het moment is nu om overal Cybersoekjes in te richten. De mensen doen het zelf, ze werken samen en leren steeds meer digitale vaardigheden. Dat zijn allemaal echt de elementen van deze tijd. Wat we willen is in ieder stadsdeel een digitaal trapveldje, overal een Cybersoek. Er zijn gaten aan het vallen in de maatschappelijke activering van mensen, vooral bij inzet die een lange adem vergt. Daar willen wij iets aan doen, maar dan moet het wel kunnen.�

Ellen van eden Martha swinkels

www.cybersoek.nl

77


Bojana Duovski en Bas Bijl de Vroe

78


#32 Concierge Amsterdam

“Als Amsterdam internationaal mee wil draaien, moet je je ook internationaal gedragen.”

Bojana Duovski en Bas Bijl de Vroe vormen sinds 2006 het bedrijf Concierge Amsterdam. Zij bieden bezoekers van Amsterdam een ervaring op topniveau, zoals dat in wereldsteden de gewoonte is. Hun werk is bezoekers een unieke ervaring te bieden, geheel afgestemd op hun persoonlijke wensen. Bojana en Bas hebben veel te maken met de internationale kant van Amsterdam en vertelden mij daar graag meer over.

Wel zien de ondernemers dat Amsterdam steeds internationaler wordt. “ Bedrijven die hier komen, die opereren internationaal, Het begrip “concierge” moeten Bojana Duovski en Bas Bijl de Vroe in Nederland nog dat zie je ook steeds meer terug in die bedrijven, in hun cultuur. Bijvoorbeeld bij vaak uitleggen. “ In het buitenland begrijpen een internationaal modemerk hebben ze mensen direct wat wij bieden, maar hier is een in-house daycare-service en zie je bij het lastig. Niet veel mensen weten hoe ver andere organisaties ook andere vormen van de diensten reiken van bijvoorbeeld een persoonlijke dienstverlening. Dat is nietconciërge bij een 5-sterren hotel. Dit kan je vergelijken met de diensten van een Personal Nederlands, maar wel internationaal; werkAssistant; naast vaak het onmogelijke mogelijk en privéleven raken steeds meer in elkaar verweven.” maken, besparen wij met name tijd. Op basis van de wensen, verwachting en levensstijl Veranderende stad van een klant, doen wij suggesties waaruit ze direct kunnen kiezen.” Bas Bijl de Vroe: “Stel, je bezoekt Amsterdam weer na vijf jaar, dan zie je echt een andere Met hun werk dragen Bojana Duovski en stad. De overname van Bijenkorf door Bas Bijl de Vroe bij aan de gastvrijheid van Selfridges, het Museumplein en omgeving, Amsterdam, vooral voor het topsegment. de Apple store op het Leidseplein, dat is “ Onze klanten willen in de watten gelegd een wereld van verschil. Dan denk je echt worden. Als die naar Amsterdam komen, wil je ze dat beetje meer bieden op persoonlijk ‘wow, wat een internationale stad’. En de niveau, zodat ze echt een onvergetelijke komst van een Hyatt in de oude bibliotheek, het Waldorf aan de grachten en het nieuwe ervaring hebben.” Internationaal welkome stad

79


Conservatorium Hotel in de van Baerlestraat, dat zijn echt voorbeelden dat we meedraaien. Die komen hier echt niet voor niks.”

De gekozen ondernemers mogen een jaar gebruik maken van de ruimtes, worden begeleid daar waar nodig en kunnen bij succes na een jaar commercieel gaan huren of moeten helaas hun onderneming opheffen en plaats maken voor een nieuwe lichting. In dit concept laat de gemeente op meerdere vlakken haar creativiteit zien; dat lijkt me helemaal geweldig.”

Bas ziet ook een verschuiving naar het hogere segment in de stad. “De nieuwe invulling van Bijenkorf Amsterdam, trekt echt enorm en niet alleen internationaal, ook Nederlanders. Zij voelen zich niet lekker in de PC Hooft, maar willen wel een ‘branded item’ scoren. De Louis Vuitton shop-in-shop daar draait recordcijfers, DJ’s en docu’s op topniveau omdat het toegankelijker is.” Als raadslid ben ik altijd op zoek naar Ultieme beleving “dat ene” waar de stad verder mee wordt gebracht, dat is een van de redenen voor Die verandering zien de ondernemers veel het voeren van Stadsgesprekken. Mijn minder bij de gemeente, terwijl het toch gesprekspartners weten vaak uit hun goed is voor de stad en de bewoners. ervaring en perspectief wat er nodig is. Bas Bojana Duovski: “Amsterdam is een Bijl de Vroe denkt dat de gemeente niet enorme trekpleister, ook al is deze heel zozeer zelf iets moet doen. “Het is beter om on-Nederlands. Maar als de bezoekers ook samenwerkingen aan te gaan met partijen, nog eens verrast worden, dan bied je echt organisaties en bedrijven die het nu al goed wat extra’s.” Bas Bijl de Vroe voegt toe: “Je doen en deze te faciliteren en te stimuleren. kan actief vanuit de gemeente de ultieme Er gebeurt al heel veel waar de stad trots Amsterdam-beleving aanbieden, gericht op op mag zijn en aantrekkelijker wordt voor de specifieke sectoren. Daarmee geef je als bezoekers en de bedrijven die zich hier willen gemeente ook een signaal af.” vestigen.” Bojana Duovski ziet een zelfde mogelijkheid voor expats, vooral die in het middensegment. “Als je een internationaal welkom wilt bieden, moet je dat zo’n groep ook laten zien. Voorkom dat ze verloren raken in de stad. Daar is winst te halen.” Bojana Duovski schetst op een ander terrein een rol voor de gemeente, om leegstand van winkelpanden op te vullen met zogenaamde pop-up stores, die kunnen zorgen voor levendigheid, creativiteit en uitstraling in de stad. Zij zou de invulling hiervan doen op een andere manier dan nu gebeurt. “Kies als gemeente een aantal aansprekende plekken in de stad die hiervoor vrijgemaakt worden en geef startende ondernemers een kans om hun idee te pitchen voor deze locaties via een ‘Dragons’ Den’.

Iets waar Bojana Duovski en Bas Bijl de Vroe kansen voor de stad zien is bij grootschalige evenementen. “Kijk alleen al naar bijvoorbeeld de evenementen van dit najaar; Amsterdam Dance Event en IDFA, beiden wereldwijd bekend. Deze evenementen trekken vele bezoekers en waarom zou je er niet voor kiezen om de prominente gasten uit deze industrieën iets extra’s te bieden en de stad op een unieke manier te ervaren?”

80


BOJANA DUOVSKI BAS BIJL DE VROE

www.conciergeamsterdam.nl

81


#33 Lynn Kaplanian-Buller

“Internationals kunnen een plek waar ze alle info kunnen krijgen voor het leven in de stad goed gebruiken. Met die vragen komen ze nu bij ons in de boekwinkel.

Openheid, maar wel met regels Net als vele andere geïnterviewden in deze reeks Stadsgesprekken, noemt Lynn Kaplanian-Buller de openheid van Amsterdam als een van de fijne aspecten van de stad. Maar tegelijk ziet zij ook de noodzaak voor regels en beperkingen om het voor iedereen leuk te houden. De laatste jaren heeft zij een verandering gemerkt als het gaat om regels. “Er wordt strenger opgetreden; de kleine criminaliteit is gedaald en minder zichtbaar. Vroeger hadden we soms drie dieven op een dag in de winkel. We hebben wat afgeracet in de Kalverstraat achter ze aan. En elke keer belden we de politie om te laten zien dat het menens was. Dat had toch een afschrikwekkend effect. Tegenwoordig is dat veel minder; je ziet ook de junks nauwelijks meer.” Ook de verhuizing van het American Book Center naar de nieuwe plek op het Spui betekende overigens een daling van diefstal.

De Amerikaanse Lynn KaplanianBuller maakte in 1972 met haar vriend een reis door Europa. Hun plannen veranderden toen ze naar Amsterdam kwamen: “We reden over de Utrechtsebrug en ik dacht ‘ pfff, dit is thuis’.” Ze ging aan de slag in wat toen het American Discount Book Center heette. Inmiddels is zij directeur en eigenaar van het American Book Center, zoals het nu heet, op het Spui.

“De nieuwe winkel is veel opener en met de grote etalage en het plein voor de deur is het allemaal moeilijker geworden voor dieven. Het grappige is dat mensen ook denken dat de winkel groter is dan de oude vestiging, terwijl we juist van zeshonderd naar vierhonderd vierkante meter winkelvloer zijn gegaan. En volgens mij zijn boeken tegenwoordig ook minder in trek bij winkeldieven, die gaan nu voor electronica.” Eén regel waar het American Book Center zich nooit aan heeft gehouden is de winkeltijden wet. Vanaf het begin was de winkel zeven dagen per week open, van negen tot elf ’s avonds. “Als ze kwamen controleren, zei ik dat het een toeristenwinkel was, ‘net als op de Wallen, daar verkopen de sexwinkels toch ook boeken?!’. Ik heb nog nooit een boete gehad.”

82


winkel. Dit zat in een oud pakhuis van het ABC om de hoek en diende als ontmoetingsplek, galerie, locatie voor workshops en allerlei andere activiteiten. Zelf omschreven ze het op de website als volgt:”Remember that childhood treehouse? Together with your pals you could plan to save it, change it or forget it. It was a refuge, it was a launch pad. It was a place where you could express yourself.”

Lynn Kaplanian-Buller

In eerste instantie liep het Treehouse maar matig. “We begonnen er taalcursussen, voor expats om Nederlands te leren en voor Nederlanders om Engels te oefenen, maar er kwam bijna niemand. Wat wel werkte was een “derde focuspunt”, een onderwerp dat mensen aanspreekt, bijvoorbeeld over kunst, natuurlijk over boeken, maar ook over politiek. Of een tentoonstelling of iets dergelijks. Daar kwamen zowel Nederlanders en expats op af en zo kregen we toch de menging die ik zocht.” Inmiddels zoekt Lynn naar een nieuwe invulling, maar met hetzelfde doel.

Meer menging!

Een warm welkom voor expats

Een van de dingen die volgens Lynn Kaplanian-Buller beter kan, is de menging tussen “oorspronkelijke Amsterdammers” en “nieuwe Amsterdammers”. Zij doelt dan vooral op de vele expats die Amsterdam heeft, maar ook op nieuwkomers uit andere steden in Nederland. “Ik heb dat altijd wel gevoeld als nieuwkomer ‘je bent welkom, maar we doen het wel hier op onze manier’. Jíj hoeft je er niet mee te bemoeien.” Dat is ook geen tolerantie, maar het is laissez-faire. Ik woon hier nu veertig jaar en had verwacht dat het minder zou worden, maar het is er nog steeds. Er moet meer gemengd worden, meer kruisbestuiving, dat vind ik echt een gemiste kans voor de stad.”

Het American Book Center werkt als internationale boekwinkel met alle activiteiten ook als een trefpunt voor expats. Zo’n plek bestaat er nog niet echt. Amsterdam wil zich graag als internationaal en open profileren, maar veel zullen de mensen zelf moeten doen. Wel bestaat het Expatcenter waar expats die binnen bepaalde regels vallen snel al hun papierwerk kunnen laten regelen. Buller: “Het Expatcenter zit op de verkeerde plek voor het verkeerde publiek om een echte center te zijn. Dat hoort hier in het centrum te staan.”

Launch pad Vanuit deze gedachte heeft het American Book Center ook het ABC Treehouse in 1997 opgezet, als een soort clubhuis voor de

Lynn vertelt dat er vroeger zo’n soort plek op het Leidseplein was, waar expats elkaar troffen. “Vrijwilligers runden daar in het KLMgebouw een soort voorloper van Access, de club vrijwilligers die expats helpen met al hun vragen. Helaas is de steun van de gemeente aan Access inmiddels gestopt, waardoor ze geen eigen plek meer hebben.”

83


In Den Haag heeft Access een eigen plek, in dezelfde ruimte als het Haagse Expatcenter. Op die manier kunnen overheid en vrijwilligers samenwerken. Derde Plek Ik probeer in de gemeenteraad draagvlak te vinden voor zo’n plek, met als werktitel het Amsterdam House. Hier zou alles en iedereen die te maken heeft met het internationale aspect bij elkaar moeten komen. Of het nou toeristen, expats, Nederlanders, zzp-ers of congresgangers zijn. In het Amsterdam House kunnen ze informatie krijgen, afspreken, events organiseren en bezoeken en werken. Voor nieuwkomers kan het een “landingsplek” zijn waar ze zich welkom voelen, soortgenoten ontmoeten en info krijgen. Het zou een combinatie moeten worden van het Expatcenter, een sociëteit, werkplekken en het kantoor voor toerisme, citymarketing en de acquisitie van bedrijven. Kaplianian-Buller ziet dat voor zich: “Internationals kunnen zo’n ‘landingsplek’ in Amsterdam goed gebruiken. Een plek waar ze alle info kunnen krijgen voor het leven in de stad. Met die vragen komen ze nu bij ons in de boekwinkel. Want dat is zo’n Derde Plek.”

84

LYNN KAPLANIAN - BULLER

www.abc.nl


85


Lex de Jong

86


#34 Lex de Jong

“De basis zal altijd sociale media blijven”

Vernieuwing Bos en Lommer Lex de Jong heeft Bos en Lommer om zich heen zien veranderen en vernieuwen. Hij kwam in 2001 achter het Gulden Winckelplantsoen wonen in een van de weinige koophuizen van toen. “Het was hier toen kaal en verloederd. De oude rotonde van de Hoofdweg en Bos en Lommerweg lag er nog, het Bos en Lommerplein was een braakliggend stuk terrein. Dat heb ik allemaal opgebouwd zien worden.” De gedachte dat menging in soorten woningen, vooral verschuiving van huur naar koop, goed is voor de buurt, zag Lex de Jong voor zijn deur bevestigd worden. “Mensen met een koopwoning hebben meer aandacht voor hun huis en omgeving. Meer menging betekent dat de kwaliteit omhoog gaat. We zitten nu nog middenin die opgaande beweging. Het hoeft van mij trouwens geen hippe yuppenbuurt te worden, dat rauwe randje moet er blijven. Maar dat komt ook wel

Ik had Boloboost al een paar keer op Twitter voorbij zien komen en op een bijeenkomst ontmoette ik de initiatiefnemer, Lex de Jong. Hij startte de twitteraccount @boloboost om de positieve kanten van Bos en Lommer te laten zien. Een Facebookpagina kwam erbij, een website en inmiddels is BoLo een begrip in de stad. Ik sprak Lex de Jong in West 331, een van de nieuwe hotspots.

goed met de creatieven die hier nu al zitten en de studenten die in het GAK-kantoor komen. En in buurten als de Laan van Spartaan en het nieuwe stukje Kolenkit komen ook weer nieuwe bewoners, allemaal met hun eigen achtergrond.” De Ring A10 blijft een scheiding in Bos en Lommer die ook niet zomaar is opgelost en dat heeft ook gevolgen voor de vernieuwing. “Het stukje Bos en Lommerweg van de metro tot de Ring, dat is niet lekker lopen in het donker. En je ziet het ook met de nieuwbouw van de Laan van Spartaan: als je naar dit deel van Bos en Lommer wil komen, moet je naar de andere kant van de Ring. De meest logische weg naar het Bos en Lommerplein is dan via het viaduct bij de Erasmusgracht, maar dat is niet zo’n prettige route. Dat viaduct zou opgeknapt moeten worden, maar is eigendom van Rijkswaterstaat, waardoor het waarschijnlijk moeizaam gaat. Eigenlijk zou je dat als stadsdeel gewoon zelf moeten doen, niet wachten tot het Rijk in actie komt.” 87


we dit publiek trekken. We gaan ons ook niet specifiek op doelgroepen richten die nu niet De reden dat Lex de Jong Boloboost startte betrokken zijn, zoals allochtonen, maar ook was Bos en Lommer een positieve boost ouderen. Daar is het stadsdeel al druk genoeg te geven. “In eerste instantie re-tweette mee bezig. Wat wel goed zou zijn als wij en (doorsturen op Twitter) ik alleen maar positieve de bewonersplatforms van buurtparticipatie berichten over Bos en Lommer, maar ik nauwer samen zouden werken. De eerste merkte dat Twitter toch wat beperkt was. Met stappen daartoe zijn inmiddels gezet.” de Facebookpagina krijg je meer interactie met buurtbewoners en kwamen meteen de eerste ideeen. Nu hebben we ook een eigen website.“ Boloboost

Ongeveer veertig mensen zijn actief met BoloBoost bezig, vertelt Lex. “We hebben niet echt een structuur, maar als er iets moet gebeuren, dan staan er altijd wel mensen op vanuit die groep actievelingen. En we hebben nog een clubje van tien, vijftien man dat een paar keer per jaar bij elkaar komt om wat verder vooruit te kijken, aanvragen bij het stadsdeel te doen en dat soort zaken.” Maar naast de online-activiteiten zijn er ook activiteiten in de “ echte wereld” georganiseerd om buurtbewoners bij elkaar te brengen. “Je kan niet alles online regelen; tenminste, het kan wel, maar daar wordt het leven niet leuker van. Zo hebben we de Bolobooze georganiseerd, een kroegentocht en dan vooral langs kroegen waar je anders niet komt. Daar kwamen meteen al iets van veertig mensen op af, en de laatste keer zelfs ruim tachtig. We hebben ook meegedacht over de programmering van aan WESTwaARTS, een festival vanuit Podium Mozaïek en we hebben nu plannen om in het Erasmuspark dingen te gaan doen, zoals een sportdag. De basis van Boloboost zal trouwens wel altijd de sociale media zijn.” Menging De mensen achter Boloboost en hun “achterban” zijn geen afspiegeling van de wijk. Het zijn voornamelijk blanke, hoogopgeleiden van tussen de 25 en 40 jaar. “We willen graag die menging, we staan voor iedereen open, maar de realiteit is dat

“Nieuwe participanten betrekken betekent ook gelegenheid geven. Dus niet allemaal dingen overdag plannen, want dan zijn wij aan het werk.”

Nieuwe participanten Wat Lex de Jong over Boloboost vertelt, is een nieuwe manier om buurtbinding, in jargon “sociale cohesie” in buurten te krijgen. Het lijkt in dit opzicht op andere initiatieven van bewoners, zoals Nice Nieuw West, ilovenoord, de Timorplein community en Geef om de Jan Eef. Het zijn hier de bewoners zelf die actie ondernemen om hun buurt positiviteit te geven, mensen bij elkaar te brengen en het leuk te maken. Daarvoor hebben ze de overheid niet of nauwelijks nodig en al helemaal niet om hen te sturen.

88


“Hier in West wil het bestuur dat dit soort initiatieven als Boloboost opbloeien. Ze zien ook dat het een nieuwe manier is, die niet meer een buurthuis of een ambtenaar nodig heeft. Vroeger was het beleid ook erg per buurt georganiseerd, maar met Boloboost, dat gaat over de buurten heen. Wij hebben geen vaste plek, wij hebben ons digitale clubhuis. En als we iets organiseren, dan doen we dat hier bij 331west, bij Podium Mozaiek, bij De Nieuwe Boekhandel of ergens anders.”

LEX DE JONG

www.boloboost.nl www.facebook.com/boloboost @boloboost

Lex de Jong noemt de mensen achter dit soort bewonersinitiatieven “nieuwe participanten”, die het op hun eigen manier doen. Dat is voor de overheid en het traditionele welzijnswerk wel wennen, want deze buurtbewoners hebben andere wensen en andere verwachtingen. “Nieuwe participanten betrekken betekent ook dat je hen de gelegenheid geeft om betrokken te zijn. Dus bijvoorbeeld niet allemaal dingen overdag plannen, want dan zijn wij aan het werk. Ik kreeg laatst weer een uitnodiging voor een hele middag praten over bewoners betrokken krijgen. Dat doe ik heel graag, maar zo’n middag is voor mij lastig. Dit soort initiatieven trekt mensen aan die zich flexibel in willen zetten op de momenten dat het hun schikt. Iedere week een avond achter de bar in het buurthuis, dat soort dingen, dat zoeken ze niet. Deze mensen willen meer projectmatig werken en met minder verantwoordelijkheid.”

89


Saskia Beer

90


#35 Saskia Beer

“Champagne is de oplossing voor alles, ook voor kantorenleegstand”

Kantorenleegstand De leegstand van kantoren staat erg in de belangstelling, al was het maar omdat iedereen de leegstand om zich heen ziet. In de gemeenteraad komt het onderwerp regelmatig voorbij, maar ook in de kranten en andere media wordt er aandacht aan besteed. Twee vragen komen dan vooral naar voren. Ten eerste is dat de vraag of er nog wel bijgebouwd moet worden en ten tweede wat er gedaan moet worden met de kantoren die nu leegstaan, vaak geclusterd op monofunctionele bedrijventerreinen. Met die tweede vraag houdt Saskia Beer zich bezig met haar Glamourmanifest. “Voor nieuwe huurders is het echt nodig dat een bedrijventerrein meer te bieden heeft dan kantoren met parkeerplaatsen in de garage of achter de slagboom. Zij zoeken iets anders, hebben een andere vraag naar kantoren en de omgeving daarvan. Bestaande huurders zijn verdeeld, er zijn er ook die accepteren

Met een naam als Glamourmanifest en het veelvuldig gebruik van champagne en de kleur goud, zou je denken dat Saskia Beer een organisator van feesten is. Het gaat hier echter om de vrouw die eigenhandig het kantoorgebied Amstel III in Zuidoost (globaal de strook tussen ArenA en AMC) tot een bruisend gebied wil maken. Saskia Beer greep de crisis aan om voor zichzelf te beginnen met Glamourmanifest.

dat een bedrijventerrein als Amstel III is zoals het is: saai met alleen maar kantoren en parkeerplaatsen en verder niks te doen.” De uitdaging die Amstel III heet Een samenloop van omstandigheden bracht Saskia Beer bij het gebied Amstel III in Zuidoost om haar ideeen over transformatie in de praktijk te brengen. “Bij een excursie naar dit gebied begon het meteen te kriebelen. Dat gecombineerd met de urgentie in het gebied en de bereidwilligheid van het Projectbureau Zuidoostlob van de gemeente, maakte Amstel III tot het gebied waar ik aan de slag ben gegaan. Ik had ook al een zekere fascinatie voor Amstel III sinds ik daar in een callcenter had gewerkt en zelf meemaakte hoe troosteloos het daar was.” “Tijdens de onderzoeksfase heb ik echt een ontdekkingsreis gemaakt in het gebied. En naast dat er niks te doen was, merkte ik ook dat er een gebrek was aan aansluiting met 91


het deel van de Bijlmer waar gewoond wordt. Amstel III is echt een witte werk-enclave gescheiden door het spoor van een bruisend en divers woongebied. Hoe kunnen we die twee gebieden van elkaar laten profiteren, dat vraag ik me af. Overigens is dat voor de pandeigenaren echt nog een brug te ver, die zien de Bijlmer toch voornamelijk als eng en gevaarlijk.” In het gebied begint de menging met andere functies dan kantoren te groeien, maar Saskia Beer ziet ook dat het gestimuleerd moet worden. Zo merkt zij dat makelaars en eigenaren inmiddels de meerwaarde van levendigheid buiten de kantoren inzien, bijvoorbeeld met het toevoegen van voorzieningen. Saskia Beer voegt een andere manier van kijken naar en beleven van het gebied toe. “Ik bekijk het gebied vanuit de werknemers, zonder auto. De vastgoedeigenaren komen hier met de auto om te kijken. Ze rijden de slagboom voorbij en lopen het pand in. Dat is iets anders dan als je hier dagelijks komt en werkt. Wat werknemers nu doen is een rondje ijsberen op de parkeerplaats om er even uit te zijn. Ik vind dat je als ruimtelijke professional dat niet moet accepteren, daar moet je iets aan doen.”

tijdens vergaderingen op kantoor, het kan ook op borrels of tijdens activiteiten.” De aanpak voor Amstel III van Saskia Beer is gebaseerd op drie pijlers. De eerste en meest urgente is het versterken van het communitygevoel en het versterken van het vertrouwen in het gebied van de huidige eigenaren en gebruikers. Het gebied moet daarnaast fysiek aantrekkelijker gemaakt worden, er moet meer te zien, te doen en te beleven zijn. Dat kan bijvoorbeeld door invulling van braakliggende terreinen. Tenslotte werkt Glamourmanifest aan het boosten van het imago, zodat mensen ook voor andere redenen naar Amstel III komen dan alleen werken. Gouden kabouters De eerste vonkjes ontstonden door het plaatsen van honderd goud gespoten tuinkabouters in Amstel III die het nodige bekijks trokken. Al snel waren deze vrijwel allemaal verdwenen, meegenomen door werknemers die ze op het bureau of de vensterbank neerzetten.

Vonkjes genereren De aandacht van Saskia Beer was in eerste instantie sterk gericht op het fysieke, de kantoren zelf, de openbare ruimte. Dat werd wel goed ontvangen, maar leidde niet tot actie. De investeringen waren te groot, en de eigenaren durfden nog niet. Daarom koos Saskia voor een kleinschaliger aanpak. “Wat ik doe is het startschot geven, vonkjes genereren met beperkte ingrepen. Er zijn veel lange-termijn ideeen en visies, maar je kan ook nu iets doen. Een serieuze visie op transformatie van een gebied ben ik aan het vertalen in iets ludieks, dat is Glamourmanifest. Ik wil een community creëren, mensen betrekken en op die manier iets bereiken. Luchtigheid is daarbij soms nodig; je hoeft niet alleen maar zaken te doen

“Wat ik doe is het startschot geven, vonkjes genereren met beperkte ingrepen.”

92


“Het leuke was dat ik daardoor weer toegang kreeg tot bedrijven die hier gevestigd zijn en met hen in gesprek kon gaan wat er beter kon om Amstel III meer te laten leven.” Ook organiseerde Glamourmanifest een “poëtische ontvangst” van werknemers met dichters en spoken-word-optredens bij het metrostation, natuurlijk met een glas champagne erbij. “Op die manier wordt een serieuze visie over transformatie verbonden met iets ludieks. Het is een manier om mensen te betrekken en aan het denken te zetten.” Transformatie als A-keus Ze is nog maar net begonnen, maar de volgende stap moet snel komen, vindt Saskia Beer. “We hebben de eerste eigenaren van vastgoed aan boord en wordt het tijd voor grotere evenementen om het doel te bereiken. In de zomer komt er samen met de Dutch Fashion Foundation een congres en een serie activiteiten daaromheen.” Saskia Beer ziet zichzelf met het Glamourmanifest niet snel het ene na het andere bedrijventerrein aanpakken, maar committeert zich juist voor langere tijd aan dit gebied. Wel denkt ze dat transformatie voor meer terreinen de toekomst is, maar dan moet er wel nog wat gebeuren. “Het is ook een mindset die moet veranderen, bijvoorbeeld de gedachte dat je beter een oud gebouw kan transformeren dan een nieuw gebouw neer laten zetten. Transformatie moet de A-keus zijn!” Om dat te bereiken zijn ook “rolmodellen” nodig, zoals The Bank op het Rembrandtplein en Atlas in Zuidoost. En de maatschappelijke druk helpt ook mee, zoals de reportages in “De Slag om Nederland” over kantorenleegstand en de macht van ontwikkelaars en de onmacht van bestuurders. Saskia Beer: “Ik merk wel dat bij eigenaren het bewustzijn groeit dat een pand meer is dan een regel in een Excel-sheet. Dat het in een gebied staat, dat er mensen in werken.” 93

SASKIA BEER

www.glamourmanifest.nl @glamourmanifest


Meike Hamelink

94


#40 Meike Hamelink

“Steun de goede ‘bottom up’ ideeën en laat de besten de kans krijgen om door te gaan en te groeien.”

Bij een bijeenkomst over citymarketing kreeg ik de plattegrond “Met Mik in Amsterdam-Oost“ in handen. Meike Hamelink maakte deze plattegrond voor de bewoners en bezoekers om te laten zien wat Oost allemaal heeft te bieden. Eerder was er al de site waarop ondernemers kunnen laten zien wat ze allemaal te bieden hebben. Ontmoetingsplek was Coffee Bru op het Beukenplein, een van de plekken op de plattegrond.

Amsterdam houdt niet op bij het Oosterpark Al die mensen hebben nog genoeg te ontdekken in dit stadsdeel.” En dat geldt ook voor de bewoners van Oost, zo heeft Meike De stad doet haar best om de vele toeristen ontdekt. die naar Amsterdam komen meer te verspreiden. Met de campagne “7 gezichten van Amsterdam” tonen zij wat er allemaal nog De plattegronden liggen bij de hotels, maar ze meer te zien en te beleven is buiten het geijkte worden bijvoorbeeld ook door makelaars en woningcorporaties uitgedeeld. “Iedereen die Centrum. “Maar de plattegrond houdt wel erop kijkt, ziet iets nieuws. Ik merkte het zelf op bij het Oosterpark”, zegt Meike Hamelink bij mijn verhuizing in 2009. Mijn nieuwe huis verbaasd. stond maar 400 meter verderop, maar ik kwam “Die campagne van zeven gezichten is wel meteen dingen tegen die ik nog niet kende, ok, vanuit het ATCB, de toeristenorganisatie, zoals ondernemers en evenementen. Online gezien, maar als bewoner in Oost denk ik vond ik geen goed overzicht van activiteiten ‘hmmm’.” en plekken in Oost, en als ze er waren, dan De plattegrond (in Nederlands en Engels) vond ik ze helemaal niet gebruiksvriendelijk en uitnodigend vormgegeven.” ligt overigens nog niet in het Centrum, maar in Oost zelf. Meike Hamelink legt uit: “Ik wil eerst de mensen bereiken die al hier in Oost In the picture zetten zijn. We hebben negen hotels en Camping Zeeburg die heel veel bezoekers per jaar De plattegrond die ik kreeg, is maar een ontvangen. Zelf noem ik toeristen overigens onderdeel van inoost met Mik. Het is een liever ‘tijdelijke inwoners van Oost’. commercieel bedrijf, maar wel een met een idealistische insteek. 95


De bedrijven betalen voor de zichtbaarheid die Hamelink voor ze creëert op de site, Twitter en Facebook. Inmiddels zijn er meer dan 100 bedrijven die op deze manier gebruik maken van de diensten van inoost met Mik. Met het geld financiert Meike Hamelink weer andere activiteiten om de zichtbaarheid van de ondernemers te verhogen, zoals de plattegrond en een jaar lang twee posters op het Amstelstation. “Ik vertel in het klein de verhalen van ondernemers. Zij zijn zelf veel te druk om dat te doen. Of ze vinden het zo normaal wat ze doen, dat ze niet meer zien hoe interessant het is. Ze staan er gewoon minder bij stil. Ik zoek de verhalen en communiceer ze online. Ik zette een keer een foto van een kratje asperges met truffels van een restaurant online en daar kwamen allemaal reacties op van mensen.” Tussen de ondernemers in Oost ziet Meike Hamelink de nodige verschillen als het gaat om zich positioneren en klanten werven. “Mensen die iets willen en hun best doen, daar heeft Oost echt wat aan. Die zien ook de meerwaarde van in oost met Mik en doen mee. Maar er zijn ook genoeg winkeliers die het wel prima vinden en hun tijd uitzitten. Ik werk graag samen dus dat vind ik dan jammer.”

moeten zelf bepalen wat ze ervan vinden. Twee mensen kunnen het zelfde moment heel anders ervaren. Natuurlijk heb ik wel mijn favorieten. Polder bijvoorbeeld, waar je lekker buiten kan zitten en parkeren nog gratis is. En dit tentje waar we nu zitten, Coffee Bru op het Beukenplein.“ Op haar Mik-bike fietst Meike Hamelink veel rond. Ze heeft een kantoor (lees: bureau) boven Studio K op het Timorplein, woont in Oost en tweet als @inoostmetMik over van alles wat ze tegenkomt. Daarnaast praat ze veel met mensen en bouwt zo een enorm netwerk op. Maar ze zorgt er ook voor dat binnen dit netwerk kruisbestuiving plaatsvindt. ”Als je dat bij elkaar brengt en mensen verbindt, dan krijg je in Oost met Mik.” En laat er geen misverstand over bestaan, Mik is er voor iedereen die het aanspreekt.“ Mijn moeder is 62 jaar oud en heeft de plattegrond ook aan collega’s op het werk gegeven. Maar ook de bewoners van het Flevohuis willen nog wel eens leuk ergens wat eten. Het gaat namelijk om de leuke plekken in Oost, niet alleen maar de hippe. Leeftijd heeft er niks mee te maken, wel een voorkeur voor een bepaalde sfeer. “ Een andere overheid

Zelf ontdekken

Ondanks het enthousiasme van Meike Hamelink voor de stad, ziet zij genoeg ruimte voor verbeteringen, bijvoorbeeld bij de overheid. “Ik vond het erg leuk dat het stadsdeel meedeed met de plattegrond. Die synergie zoek ik, hoe kun je beter samenwerken en zaken combineren. Bij de overheid zit enorm veel kennis en informatie die zij kan delen.” Maar vanuit haar ervaring zou zij wel een andere houding van de lokale overheid willen zien naar ondernemers.

“Ik ben trouwens geen Johannes van Dam! Ik schrijf geen recensies van horeca, winkels en activiteiten. Ik geef mensen tips om te ontdekken wat er in Oost is. Ik wil de zoektocht wel voor ze doen, maar mensen

“Ambtenaren willen het nog teveel op de oude manier doen. De overheid denkt vanuit de eigen organisatie. Ze willen de ondernemer die met een plan komt nog te veel sturen, terwijl dat helemaal niet hun rol is. En ze

Maar ook de bedrijven die betalen om in the picture gezet te worden door Hamelink, kunnen nog veel meer uit de site halen: “De bedrijven kunnen online zien hoeveel mensen het profiel van hun bedrijf bekijken. Met die informatie zouden ondernemers meer kunnen doen, maar door andere prioriteiten doen ze dat nog weinig.”

96


denken in de standaard-vorm. Ik wil als ondernemer niet een stichting oprichten en subsidie krijgen!” Nu de overheid moet bezuinigen, komt er meer ruimte voor bewoners en ondernemers. Maar dan moet de overheid die ruimte ook wel geven. “Een project staat of valt niet met de gemeente, dat zou een goed uitgangspunt zijn. Ondernemers denken heel anders dan ambtenaren en daar kan de overheid zijn voordeel mee doen. Betrek ondernemers en laat ze op hun manier werken, bijvoorbeeld door prijsvragen uit te schrijven, met crowdfunding te werken. Op die manier is het allemaal veel opener en komen projecten dichter bij de mensen.“

MEIKE HAMELINK

www.inamsterdamoost.metmik.nl @inoostmetmik

Volgens Meike Hamelink hanteert de overheid ook een achterhaalde redenatie: “Dat mensen die het goed doen, geen steun nodig hebben. Ik zou juist zeggen: steun de goede ‘bottom up’ ideeën en laat de beste de kans krijgen om door te gaan en te groeien, daar wordt iedereen in mijn beleving iedereen beter van! Delen is het nieuwe geven.”

97


Joris Methorst

98


#41 Appelsap

“Appelsap is het festival dat alles heeft waar de stad voor staat.”

Van block jam naar drie podia In 2000 vond de eerste editie van Appelsap in het Oosterpark plaats, maar die editie was onvergelijkbaar met die van de afgelopen jaren. “We wilden destijds een block jam organiseren, zoals in New York, waar de hiphop-cultuur vandaan kwam. We waren een paar gasten uit Oost die een feestje wilden bouwen. Toen was er één podium, de muziektent. Dat is nog steeds ons hoofdpodium. De politie fietste af en toe voorbij om een oogje in het zeil te houden.”, zo schetst Wiecher Troost de oorsprong van Appelsap. “We kwamen vaak voorbij het Oosterpark en op een gegeven moment hebben we de aanvraag voor het feest gewoon gedaan. We schrokken eigenlijk wel dat we de vergunning kregen. Maar toen zijn we er ook meteen vol voor gegaan”, vult Rogier Smalhout aan. Appelsap werd een jaarlijks festival dat de drie met elkaar organiseerden.

Appelsap is het jaarlijkse hiphopfestival in het Oosterpark. In 2012 ontstond er veel discussie of het park nog wel de goede plek was voor het festival. Veel inspraak, overleg en deelraadsvergaderingen later was Appelsap er ook in 2013 in het Oosterpark. Ik sprak met de initiatiefnemers: Joris Methorst, Wiecher Troost en Rogier Smalhout. “Wij voelen het ook als ons park, wij zijn bewoners en hier opgegroeid.”

En het festival groeide ieder jaar. “Die eerste jaren deden we het minder professioneel: vrienden achter de bar, dat werk. Maar het groeide wel. Rond 2004-2005 kwam de Nederlandstalige hiphop op en kwamen er een paar duizend man op Appelsap af. In 2007 hebben we een time-out van twee jaar genomen om het festival te verbeteren. We wilden af van het niveau dat we zelf met gaffer-tape rondliepen. Nu is Appelsap een professionele organisatie. Voor het eerst hebben we er zelf ook meer tijd in kunnen steken en werken we met alleen maar ervaren partijen samen.” Cultureel ondernemerschap In deze tijden van bezuinigingen komt in de culturele sector vaak de term “ cultureel ondernemerschap” voorbij. In Stadsgesprek #36 sprak ik hier al over met Marloes Krijnen, de directeur van FOAM. Joris Methorst vindt dat de term te makkelijk gebruikt wordt en ook te vaag is. 99


meer aan internationale samenwerking en talentontwikkeling. En waar we het altijd naast ons werk deden, zijn twee van ons in 2012 een paar maanden bijna full-time bezig geweest met die editie.” Stadsdeel-beleid

“Toen wij opgroeiden was het een redelijk getto, nu bruist het hier in Oost.”

“Men kijkt alleen naar de verhouding tussen eigen inkomsten en subsidie, dat is te beperkt. Het gaat ook niet om ondernemerschap, maar het gaat erom je ondernemender op te stellen. Het is ook iets organisatorisch. Mag je bijvoorbeeld winst maken om zo een buffer op te bouwen voor slechte tijden? Of word je van een stichting een BV? Dat soort zaken. Pas als daar aandacht voor komt, kan die discussie over cultureel ondernemerschap goed gevoerd worden. En dan kan je met dat begrip ook echt een bijdrage leveren aan de stad.” Appelsap investeert ook in de professionalisering van hun organisatie, mede dankzij een trajectbijdrage van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten. “ Daar zijn we echt trots op”, vertelt Wiecher Troost. “Die bijdrage is voor drie jaar en is niet bedoeld voor de programmering, maar om Appelsap stevig neer te zetten als organisatie. Dat betekent bijvoorbeeld een goede juridische basis, met een Raad van Toezicht in plaats van een ‘stichtinkje’. We verstevigen de financiële basis en doen

Al vanaf het eerste begin stond Appelsap in de belangstelling van de politiek. Toenmalig deelraadslid en huidig Dagelijks Bestuurder Jeroen van Spijk kreeg contact met de organisatoren en bepleitte hun zaak in de deelraad. “Je ziet in het stadsdeel een ontwikkeling in het festivalbeleid de afgelopen tien jaar.”, vertelt Wiecher Troost. “Het werd steeds serieuzer op de agenda gezet en daar hebben wij ook aan bijgedragen. Germaine Princen, toenmalig Dagelijks Bestuurder, heeft ons betrokken en ook serieus geluisterd. Zij heeft van incidentele subsidies echt een structureel beleid gemaakt. En daarin past de historie van bestaande festivals, zoals de Rode Loper, Roots, maar ook ruimte voor nieuwe dingen.” Een nieuw element in het cultuur- en festivalbeleid is het afbouwen van subsidies, vanuit de gedachte dat een festival steeds minder afhankelijk is van de overheid. “Wij begrijpen dat en we hebben daar de stappen in gezet. Het heffen van toegang en het verhogen van de prijzen is een gevolg van die keus van het stadsdeel. Dat gaat dan ten koste van de toegankelijkheid, maar het is óf eigen inkomsten kunnen verwerven via kaartverkoop óf afhankelijk zijn van subsidies. Ik vind het zo beter, op die manier krijg je de mensen die echt iets voor de stad willen en niet alleen maar lui die subsidies aanvragen.”, zo schetst Rogier Smalhout. Tegen tweedeling in de stad Op Appelsap lopen jongeren uit de hele stad en met allerlei culturele achtergronden door elkaar. Dat is ook iets waar de organisatoren trots op zijn. ”We hebben genoeg festivals afgestruind en die zijn erg gescheiden als 100


het gaat om publiek. Wij bereiken echt een afspiegeling van de jongeren in Amsterdam. Dat komt door onze programmering, maar ook door de naam die Appelsap inmiddels heeft.”, vertelt Joris Methorst. Rogier Smalhout vult aan: “De stad heeft de afgelopen jaren zoveel geïnvesteerd in sociale cohesie, maar volgens mij is dat vaak niet gelukt. Zonder het woord te gebruiken doet Appelsap eigenlijk het meeste aan cohesie. Hier zie je iedereen rondlopen, een mix van culturen. Dat zie je zelfs op Open Air in ZuidOost niet.” En dit is een middel tegen de tweedeling die de organisatoren in de stad zien. “Via jongeren, via cultuur kan je daar echt iets aan doen.”, zo betoogt Wiecher Troost. “Met dit soort festivals bereik je jongeren. Het rare is dat we nooit gevraagd zijn door andere stadsdelen of podia hoe we daarin geslaagd zijn.”

Joris Methorst Wiecher Troost Rogier Smalhout

www.appelsap.net

101


KijkRuimte

102


#42 KijkRuimte Op van der Pekstraat 34 is KijkRuimte gevestigd. Een kunstproject dat een bijdrage levert aan de buurt en dat samen met de bewoners doet. Daniela Paes Leão runt KijkRuimte samen met Merel Willemsen. Eerder werkten ze samen aan het Blauwe Huis op IJburg, ook een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. In 2009 stelde Ymere in de van der Pekbuurt enkele tientallen huizen beschikbaar voor kunstenaars.

“Mensen zeggen wel dat de van der Pekbuurt de nieuwe Jordaan of de nieuwe Pijp moet worden, maar de van der Pek moet gewoon zichzelf blijven.”

Pion zijn of kritiek leveren De woningen in de van der Pekbuurt zijn door de woningcorporatie ter beschikking gesteld. KijkRuimte heeft dus aan deze “vrijgevigheid” haar ruimte te danken, maar Merel en Daniela laten zich hierdoor er niet van weerhouden kritiek te hebben op Ymere. “ In het begin waren we wel een pion van Ymere”, schetst Daniela Paes Leão. “Maar bij zo’n rol hoef je je niet neer te leggen. Wij hebben een directe link met de bewoners. Dat lukte Ymere zelf niet. Nu weten ze dat ze beter naar ons kunnen luisteren dan ons negeren, ook als we kritiek hebben. “ En Ymere profiteert daardoor van KijkRuimte en de activiteiten die hier plaatsvinden. “We houden Ymere een kritische spiegel voor hoe zij zaken aanpakken.” Zo vroegen ze KijkRuimte om een project te doen met bewoners. Zij konden foto’s aanleveren van wat ze leuk en niet leuk vonden in de buurt. “Dat werkt helemaal niet en is ook niet leuk

voor bewoners!”, roept Daniela Paes Leão uit. KijkRuimte heeft dat project vervolgens op een andere manier ingevuld door andere vragen te stellen. Die gingen over de herinneringen van bewoners aan de buurt en gingen veel dieper in op de mening van bewoners. Schizofreen “Ymere is niet de vijand, dat zien we. Zij willen ook een leuke, levendige en leefbare buurt, maar weten niet hoe ze dat kunnen bereiken. Daarbij is Ymere ook schizofreen; het is een bedrijf, maar ze zijn ook een maatschappelijke organisatie en ze willen bijdragen aan een prettige leefomgeving”, stelt Merel Willemsen. Het uiteindelijke rapport van het project bevatte flink wat kritiek op Ymere. “We waren huiverig om het stuk op te sturen. Ik heb het toen maar als hard-copy gegeven, maar toen kwam de vraag om het te mailen, zodat het gedeeld kon worden. Kennelijk hebben ze er wel interesse in.”

103


Fuchsia als bloem van de van der Pekbuurt KijkRuimte biedt ook de ruimte voor mensen van buiten de wijk om betrokken te raken. Zo heeft het pand een slaapkamer waar in eerste instantie maatschappelijk geëngageerde kunstenaars uit het buitenland werden uitgenodigd. Aan iedereen die heeft gelogeerd vragen Merel en Daniela om iets achter te laten dat met de wijk te maken heeft. Zo liet een Japanse kunstenaar een fuchsia achter. Volgens hem was dit de ideale bloem van de van Pekbuurt: je hebt er geen omkijken naar, maar bloeit wel.

“Ymere is niet de vijand, dat zien we. Zij willen ook een leuke, levendige en leefbare buurt, maar weten niet hoe ze dat kunnen bereiken.”

Organische groei vs een groot plan De visie van Merel en Daniela op stedelijke vernieuwing is dat organische groei beter is dan een “groots plan”. En het is gebaseerd op kennis van de situatie ter plekke. Dat betekende dat zij het eerste jaar veel tijd besteedden aan onderzoek met de bewoners, hen leren kennen en begrijpen welke rol de buurt speelt in hun leven. “Pas daarna hebben we een programma gemaakt voor de wijk. En uiteindelijk willen we de opgedane kennis loskoppelen van deze buurt en een overkoepelend verhaal over stedelijke vernieuwing opstellen”, zo schetst Merel Willemsen de werkwijze van KijkRuimte. “Wij bedenken niet een barbecue voor de mensen, maar zetten een witte lege ruimte neer. De invulling is dan aan de bewoners en de bezoekers.” Daniela Paes Leão: “Het zijn uiteindelijk de bewoners die een wijk en de stad maken, niet de overheid of een institutie als een woningcorporatie.”

De kunstenaars hadden zo een plek in de buurt en werkten in het atelier in de voorkamer. Door het grote raam raakten voorbijgangers bijna vanzelf betrokken bij het werk van de kunstenaars. De deur van KijkRuimte staat dan ook altijd open. Het kleine keukentje speelt ook een centrale rol. “De keuken is zoveel dingen tegelijk”, schetst Merel Willemsen. “Het is een bibliotheek, een woonkamer, een keuken, een studeerplek, een discussieplatform” 19e eeuwse sociale cohesie Het doel van KijkRuimte is een bijdrage te leveren aan de sociale cohesie in de van der Pekbuurt. Maar dat is een heel breed containerbegrip waar veel mensen een eigen invulling aan geven. Volgens de initiatiefnemers van KijkRuimte wordt er op een ouderwetse, “19e eeuwse” manier naar sociale cohesie gekeken. Zij doelen hiermee op mensen die elkaar goed kennen, bij elkaar over de vloer komen en veel met elkaar delen. “Witte hoogopgeleiden zien dat als koffie drinken in elkaars huis. Maar vijf jongens met een kleurtje en capuchons op een pleintje bij elkaar is net zo goed sociale cohesie.”, zo betoogt Daniela Paes Leão. Merel Willemsen vult aan: “We zien hier in de buurt de plekken verdwijnen waar mensen elkaar konden ontmoeten.

104


Een moedercentrum of speeltuingebouw dat dicht gaat na zes uur. Dat zijn juist plekken waar moslim-vrouwen elkaar ontmoeten.” De volgende buurt Ik vroeg Merel Willemsen en Daniela Paes Leão waar zij hun volgende project zien gebeuren, een wijk die een nieuwe KijkRuimte kan gebruiken. Daar zijn ze het snel over eens: “Het Centrum, het is veel te gezellig daar”, roept Merel Willemsen. En Daniela Paes Leão voegt toe “Het is een Disneyland; als je van het Centraal Station naar de Dam loopt, dat is de entree van een pretpark.” Als ze aan de slag zouden gaan in het Centrum zouden ze ook hier sterk samenwerken met bewoners, maar ook ondernemers. “Pas dan weet je hoe het echt zit. De Occupy-ers op het Beursplein bijvoorbeeld, die gingen bij de ondernemers langs om te vragen of ze overlast bezorgden. Het antwoord was van niet, sommigen vonden het juist leuk! Dat soort dingen weet je pas als je echt tijd neemt en je verdiept.”

Daniela Paes Leão Merel Willemsen

www.kijkruimte.nl

105


#44 Boukje Cnossen

“Amsterdam mag wel wat opener en makkelijker zijn voor mensen met potentie uit het buitenland.”

De waarde van netwerken Uit het onderzoek van Boukje bleek dat de netwerken in het gebouw verschillend van karakter zijn. De diverse groepen in het gebouw reageerden ook anders op de aanstaande verhuizing, zo bleek uit de interviews: “De filmers bijvoorbeeld organiseerden zich als groep en hadden daardoor een sterke positie. Maar anderen waren veel losser en hebben hun eigen weg gezocht.” In het mogelijk maken van verbindingen en ontmoetingen ligt volgens Boukje Cnossen de waarde van het gebouw. “Voor de bedrijfjes en zzp-ers was het Volkskrantgebouw een alternatief voor thuiswerken. Hier ontmoetten ze andere creatieven en konden ze elkaar helpen. Overigens ging dat heel informeel en op vrij basic niveau: van het lenen van printerpapier tot het uitwisselen van tips over acquisitie.”

Boukje Cnossen heeft een jaar lang als onderzoeker aan de UvA gewerkt en rondgelopen in het Volkskrantgebouw. Ruim tachtig interviews hield zij met de huurders van het gebouw aan de Wibautstraat. Haar onderzoek richtte zich op de onderlinge netwerken in het gebouw. Het moment van onderzoek (juni 2012-zomer 2013) kwam goed uit, want dit was in de aanloop naar de verbouwing van het gebouw tot hotel.

Het belang van de stad als omgeving voor ontmoetingen, “interactiemilieus” in wetenschappelijk jargon, onderstreept Cnossen: “Als je een stad bent met plekken waar mensen ideeën kunnen uitwisselen (en dan niet in een kroeg), dan is dat goed voor het intellectuele en economische klimaat. Mediadenkers zoals Clay Shirky maar ook sociologen als Richard Sennett komen tot de conclusie dat het faciliteren van samenwerkingsverbanden tussen slimme en creatieve mensen innovatie tot stand brengt. Amsterdam biedt die mogelijkheden tot ontmoeting en verbindingen leggen.” Creatieven als excuus De afgelopen tien jaar zijn “de creatieven” wel eens afgeschilderd als wondermiddel. Zo zou hun aanwezigheid zorgen voor levendigere buurten, veranderen ze leegstaande gebouwen tot hippe hotspots en zorgen ze voor het aantrekken van grote bedrijven.

106


centrale vraag: hoe kunnen de gebruikers meedelen in de waardeontwikkeling, zodat zij weer middelen hebben om een volgende plek te gaan transformeren. Cnossen: “De transformatie hier is het voorbeeld hoe het ook kan: een deel blijft betaalbare ateliers en werkplekken en blijft daarmee ook waarde creëren voor het hotel. De ondernemers die zijn verhuisd hebben weliswaar een financiële compensatie gekregen, maar echt meedelen in financiële zin in de waardeontwikkeling doet beheerder en exploitant Urban Resort niet.” Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn om bij de start van een pand in tijdelijk gebruik afspraken te maken met de eigenaar hierover. Zodat, mocht het pand herontwikkeld worden, meegedeeld wordt in de opgebouwde waarde. De keerzijde hiervan kan overigens zijn dat een eigenaar meer terughoudend is in het tijdelijk laten gebruiken van zijn pand.

Boukje Cnossen Cnossen: “De creatieven zijn dat wondermiddel natuurlijk niet, maar je ziet wel dat hun aanwezigheid zorgt voor waardeontwikkeling. Het feit dat dit gebouw nu een hotel wordt, komt door de aanwezigheid van alle bedrijfjes, door Canvas en door de evenementen hier. Daardoor heeft het gebouw een waarde gekregen waar de ontwikkelaar brood in zag. De doelgroep van het hotel is ook diezelfde creatieve klasse. En doordat een deel broedplaats blijft, houdt het hopelijk ook die sfeer.”

Sociale stad kan internationaal opener

Meedelen in waardeontwikkeling

Boukje Cnossen vindt dat er heel veel goed gaat in Amsterdam. Als tijdelijke bewoonster van Londen de afgelopen twee jaar kan zij deze twee steden goed vergelijken. “Wat goed is aan Amsterdam is dat het een sociale stad is. Het voorbeeld daarvan is de woningmarkt. In Londen ben je als huurder aan je lot overgelaten. Hier zijn genoeg goedkope huurwoningen en zijn je rechten beschermd. In Hackney bijvoorbeeld, vlak bij het Olympic Park, werden de huren gewoon verdubbeld in de aanloop naar de Spelen.”

Bij het verdwijnen en veranderen van rafelranden en plekken als het NDSM-terrein en het Volkskrantgebouw komt vaak dezelfde klacht naar voren. De gebruikers hebben gezorgd voor het “neerzetten” en ontwikkelen van zo’n plek, maar als het een succes is geworden, moeten ze weer weg. Boukje organiseerde tijdens het festival Transvormers in het gebouw een debat hierover met als

Maar ook Amsterdam heeft zijn verbeterpunten:“Ik vind dat Amsterdam opener moet worden en makkelijker moet zijn in het verwelkomen van mensen met potentie uit andere landen. Zij hebben kennis en talenten die we hier niet of minder hebben. Nu moeten ze 100 miljoen keer naar de Kamer van Koophandel, naar de gemeente. Dat moet echt veel minder bureaucratisch.”

107


In Stadsgesprek #28 pleitte Mike Lee van Appsterdam ook al voor een dergelijke verandering. Cnossen: “De werkelijkheid van nu is dat mensen veel meer reizen. Ze wonen en werken een paar jaar hier, dan weer een half jaar ergens anders. Internationalisering en flexibilisering, zoals alle zzp-ers, dat zijn de grote ontwikkelingen van dit moment. Daar moet de regelgeving veel meer op aangepast worden. Amsterdam zou daar in voorop moeten lopen; het mag wel wat meer flexibel en open zijn hier.” Nieuwe manier om wortel te schieten Het volgende onderzoek is alweer begonnen voor Boukje Cnossen. Ze gaat het komende jaar drie broedplaatsen in met elkaar vergelijken: het A-Lab op het oude Shellterrein, het voormalig ACTA-gebouw in Nieuw-West en Beehives in Amsterdam-Oost. “Mijn hypothese is dat dit soort plekken aan internationale kunstenaars en creatieven meer mogelijkheden bieden om lokaal te wortelen dan de “klassieke” artist-in-residence programma’s.”

108

BOUKJE CNOSSEN

www.circa.uva.nl


109


Liedewij Loorbach

110


#45 Liedewij Loorbach

“Het is niet alleen aan de politiek hoe de stad er over 20 jaar uitziet”

Poeha-Amsterdammers Loorbach is geboren in Rotterdam en kwam met een clubje middelbare schoolvrienden hierheen om te studeren. Ze had toen niet veel op met Amsterdam en Amsterdammers: “Amsterdammers hebben veel poeha, ze praten veel, maar doen weinig. Dat wilden wij niet. Het plan was naar Amsterdam te gaan, ons hier te laten inspireren en dan weer terug. Uiteindelijk ben ik zelf zo’n poeha Amsterdammer geworden, maar wel eentje die dingen doet, zoals het NZ Magazine. Van dat clubje is er trouwens uiteindelijk maar eentje weer terug gegaan naar Rotterdam.” Missionarisdrang Het starten van een nieuw blad is ‘in deze tijden’ niet de meest logische stap. En al helemaal niet voor de doelgroep van NZ Magazine. Liedewij Loorbach omschrijft die als “25+, hoogopgeleid, maatschappelijk geïnteresseerd en zich druk makend over de

Liedewij Loorbach startte begin 2013 het nieuwe gratis tijdschrift NZ Magazine. Ze schreef al veel over de stad voor Het Parool, vooral over jongerencultuur en het nachtleven en werd benaderd door een oud-salesmanager van diezelfde krant. De inhoud van NZ Magazine richt zich op duurzaamheid, ondernemerschap en vooral op de trend dat bewoners en ondernemers zelf het heft in hand nemen.

wereld”. Zij zitten meer op de sociale media dan dat ze de tijd nemen een gedrukte krant of tijdschrift te lezen. Loorbach denkt dat print een verhaal beter kan overbrengen: “Ik zie natuurlijk ook alles voorbij komen op facebook enzo, maar een tijdschrift geeft meer rust.” Wat de inhoud betreft wil zij laten zien wat er in de stad gebeurt en Amsterdammers inspireren, na te laten denken, maar ze vooral ook dingen zelf te laten doen. “Wat dat betreft heb ik wel een missionarisdrang. Ik wil die voorbeelden laten zien, van ondernemers, van duurzaamheid. En lezers overtuigen dat het niet alleen aan de politiek is hoe de stad en de wereld er over twintig jaar uitziet. Daar hebben we zelf een enorme invloed op.” Lachend voegt ze daaraan toe: “Tegelijk moet het ook weer niet te zwaar, te linksig worden trouwens.”

111


Sociale waarde Een terugkerend thema in NZ Magazine zijn alle bewonersinitiatieven en kleine projecten in de stad. Zelf werkt Loorbach mee aan een moestuin in haar buurt in Bos en Lommer. Daarmee draagt ze bij aan de levendigheid van de buurt, aan betrokkenheid en aan de maatschappelijke waarde. Maar de grond is eigendom van het stadsdeel en die wilde er een bijdrage voor hebben. “Mijn eerste reactie was ‘ Nee, we gaan niet betalen’. We hebben immers een maatschappelijke waarde. Maar ik begrijp het ook wel vanuit het stadsdeel.”

“Amsterdam is een relaxte stad. Vergelijk dat eens met New York waar men om zeven uur al de gym uitkomt, op weg naar een ‘pre-breakfast meeting’ en iedereen altijd druk is.”

Relaxte stad “Toen ik hierheen fietste, viel het me weer op hoe relaxt Amsterdam is. Zo rond 10-en ’s ochtends zie je de stad wakker worden. Vergelijk dat eens met New York waar men om zeven uur al de gym uitkomt, op weg naar een ‘pre-breakfast meeting’ en iedereen altijd druk is. Dan hebben wij het hier beter voor elkaar”, zo beschrijft Liedewij waarom ze zich hier thuis voelt. Daarbij hoort ook het grote aanbod aan cultuur, bedrijven en uitgaan. “Je kan ons daarin vergelijken met Londen, terwijl we veel kleiner zijn.” Volgens Loorbach stralen Amsterdammers die tevredenheid ook uit, in ieder geval de mensen die het goed hebben en dat zijn er volgens haar veel. “Dat zijn toch allemaal levensgenieters, ze hebben rust en tijd. Dat zie je als er maar een straaltje zon is, dan zitten meteen alle terrassen vol, mensen pakken een stoeltje om op de stoep te zitten en te genieten.”

Liedewij Loorbach denkt aan een andere manier om de waarde van initiatieven te bepalen. “Je zou euro’s kunnen koppelen aan het oplossen van sociale vraagstukken. Hoeveel mankracht voorkom je bijvoorbeeld door zo’n moestuin met bewoners te doen. Het doodt alleen wel alle creativiteit en inspiratie als je alles moet verantwoorden, een plan moet schrijven, stichting oprichten, noem maar op. Daar wil ik me ook helemaal niet mee bezighouden. Wel met een kindermiddag organiseren.” Inmiddels zijn de moestuin en het stadsdeel overigens tot een overeenkomst gekomen. Voor Liedewij staat dit voorbeeld voor een grotere gedachte: “Ik hoop dat we over tien jaar de waarde van dingen niet alleen in euro’s uitdrukken. Dan hoef je dat ook niet meer te kwantificeren en te controleren. Je laat mensen vrij en na bijvoorbeeld twee jaar kijk je of er genoeg gebeurd is. Hou op met alleen maar rekensommetjes te maken, met mensen te dwingen alleen maar in de plus te raken.” Accepteren van risico’s Een motto van Liedewij Loorbach zou kunnen zijn ‘minder regels, meer vrijheid’. Ze stoort zich aan de regeldrift en ziet de ondernemers die zij in NZ Magazine profileert daar ook mee worstelen. “Er zijn zoveel leuke ondernemers die ondanks alle regels toch de stad leuker en beter weten te maken. Daar moeten we echt

112


trots op zijn. Dat wil ik ook laten zien in ons tijdschrift.” Een van de dingen die Liedewij Loorbach dan ook zou willen veranderen in de stad hangt samen met het verminderen van regels. “Ik zou iedereen injecteren met een flinke dosis risico-acceptatie. Daar zit het probleem van nu, daar komen ook alle regeltjes vandaan. Een docent Rechten formuleerde dat een keer goed als ‘pech moet weg’. Als iedereen accepteert dat er dingen mis kunnen gaan, zou dat veel regels schelen. Al die angst dat er iets misgaat, zorgt ervoor dat er dingen niet gebeuren. Dat is zo zonde.” Feestje bouwen Liedewij Loorbach ziet de organisatie van feesten, clubs en festivals in de stad als iets waar we meer trots op mogen zijn in Amsterdam. Ze is dan ook zeer enthousiast over de mogelijkheden om 24-uurs horeca mogelijk te maken. Maar ook hier mogen de regels wel wat minder. “Ik ken bijvoorbeeld de mensen van Nuit Blanche, die organiseren op rare plekken feesten en dat kost zoveel energie. We kunnen echt trots zijn op wat we hier doen, eigenlijk is het uniek als er iets misgaat, dat gebeurt elders veel vaker. Probeer in Frankrijk op een festival maar eens een drankje te halen of binnen te komen. Dat doen we hier echt veel en veel beter.”

113

Liedewij Loorbach

www.nzmagazine.nl


Old School

114


#47 Old School

“Gebruik de winst van een tijdelijke invulling om een volgende broedplaats te financieren”

Gevarieerde invulling De oude school herbergt inmiddels een restaurant, architectenbureau Inbo zit er met medewerkers, er zijn kleine kantoortjes, werkplekken voor zzp-ers en een zaal met podium en bar. En dan is er ook nog een deel verhuurt aan een kinderopvang. Dit zie je vaak bij dit soort plekken die tijdelijk worden gebruikt. Midwest aan de Cabralstraat in West, toevallig of niet ook een oude school, kent bijvoorbeeld ook zo’n invulling. De mensen weten Old School inmiddels te vinden en niet alleen voor een hapje eten.“Voor de kantoortjes hebben we eigenlijk direct al een wachtlijst, de zzp-plekken liepen eerst wat minder, maar daar is nu ook een wachtlijst”,zo schetst Gerben het succes. Maarten: “We merken dat er een enorme behoefte is aan dit soort plekken voor zzpers en kleine bedrijven. Deze heb je in alle soorten en maten en voor alle budgetten. Een bedrijf als Regus kenden we al, maar je ziet

Liedewij Loorbach startte begin 2013 het nieuwe gratis tijdschrift NZ Magazine. Ze schreef al veel over de stad voor Het Parool, vooral over jongerencultuur en het nachtleven en werd benaderd door een oud-salesmanager van diezelfde krant. De inhoud van NZ Magazine richt zich op duurzaamheid, ondernemerschap en vooral op de trend dat bewoners en ondernemers zelf het heft in hand nemen.

nu ook iets als Deskowitz en plekken zoals de onze. Er is een enorme variëteit ontstaan voor mensen die iets beters willen dan een tafeltje in de Coffee Company.” “Daarnaast merken we dat er ontzettend veel initiatieven zijn die zelf te klein zijn om een plek te creëren en hier prima terecht kunnen om te vergaderen, iets te organiseren en elkaar te ontmoeten. Voor hen vervult Old School ook een belangrijke functie”, vertelt Gerben. Voor de programmering van het podium is iemand aangetrokken. ”Je merkt dat we daar wel in deze fase aan moeten trekken. We willen niet hier de zoveelste club-avonden met muziek gaan houden. De programmering zal zich daarom onder andere richten op het laten landen van initiatieven uit de culturele, creatieve sector waarbij we het ondernemerschap stimuleren en ondersteunen. Ondernemerschap is een van de drie pijlers die we hebben opgenomen in onze statuten, naast duurzaamheid 115


maar het kan ook zijn dat het creëren van die levendigheid betekent dat de opbrengsten niet genoeg zijn om de lasten te dekken. Daarbij is er ook een vrees voor het Blijburgeffect: een succesvolle tijdelijke invulling die dan wil blijven.”

“Er is een enorme variëteit ontstaan voor zzp-ers die iets beters willen dan een tafeltje in de Coffee Company.”

en creativiteit. We bieden ruimte aan het experiment dat na een opstartfase rendabel moet kunnen worden.” Worstelen met tijdelijkheid De mannen achter Old School hebben de komende vijf jaar hun plek achter het stadsdeelkantoor en naast de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente. In die tijd huren ze van de gemeente, maar leveren eigenlijk ook een dienst aan de gemeente. Gerben: “Onze invulling verlost de gemeente van een leegstaand pand en we zorgen voor levendigheid in dit deel van de Zuidas. Dat doen we dus eigenlijk voor de gemeente. En zij organiseren hier ook bijeenkomsten.“ Maarten de Wolff ziet een dubbel gevoel bij de gemeente over de tijdelijke invulling van leegstaande panden in bezit van de gemeente. “De gemeente wedt eigenlijk op twee paarden. Ze wil de lasten dekken, zoals onderhoud, gas, water, licht en tegelijkertijd zorgen voor levendigheid in het gebouw en de omgeving. Idealiter gaat dat samen,

Nieuwe manier van werken binnen oude kaders Het Broedplaatsenbeleid van de gemeente heeft de afgelopen jaren tientallen plekken opgeleverd waar betaalbare atelierruimte is. Vaak gecombineerd met een functie als galerie, iets van horeca of anderszins. In het begin draaide het beleid vooral om subsidies, maar tegenwoordig is Bureau Broedplaatsen ook en vooral een plek van kennis en netwerk voor initiatiefnemers. Het beleid voor broedplaatsen, nauw verbonden met de Commissie voor Ateliers en (Woon) Werkpanden Amsterdam (CAWA), is daarmee in de loop der jaren veranderd. Maarten ziet de ontwikkeling van broedplaatsen en tijdelijke invulling als zijn werk.“Sommige plekken worden ontwikkeld door groepen voor hun eigen gebruik en zijn gebonden aan die plek. Maar er zijn ook meer ondernemers opgestaan, zoals Urban Resort ook (oa van het Volkskrantgebouw), die hun kennis inzetten voor meerdere panden. Zo zie ik het als een vak en wil ik ook meerdere plekken ontwikkelen, voor gebruik door anderen. Als het er eenmaal staat en draait, dan ga ik meer naar de achtergrond, meer adviserend en coachend.” Hij zou het vanuit dat onderscheid naar eigen gebruik en meer ondernemend goed vinden als dit terugkomt in het beleid. “Nu werken we eigenlijk op een nieuwe manier binnen oude kaders en dat knelt af en toe. Zo is winst maken niet toegestaan, maar zou die winst goed te gebruiken zijn voor tegenvallers of voor een nieuwe plek. Of het gebruiken van de opbrengsten van de horeca voor de exploitatie, dat mag nu ook niet.” 116


De winst van Old School, als die er is, gaat terug naar het terugbetalen van de verbouwingssubsidie. Maarten is daar niet tegen, maar heeft wel een nuancering erbij. “Het is erg lastig alle kosten terug te rekenen, vooral de uren van initiatiefnemers, zoals wij. Dus wanneer maak je echt winst? En ik zou het beter vinden als we die winst op een soort rekening kunnen zetten en bij ons volgende project weer mogen gebruiken. Op die manier stimuleer je ook ondernemerschap en kan een subsidie leiden tot meer investeringen. Door die hefboomwerking kunnen meerdere plekken ontwikkeld worden op basis van een eenmalige subsidie en ontstaat een solide organisatie met een exploitatiemodel dat zich bewezen heeft.” Zo kreeg Old School voor de verbouwing een eenmalige subsidie, maar de exploitatie moeten ze zelf draaiend en sluitend houden. De subsidie was expliciet ook alleen bedoeld en is gebruikt voor het podium in de oude kantine en de werkplekken. Dit om te voorkomen dat met gemeentelijk geld een restaurant goedkoop kan draaien. Nieuwe plekken Als het ontwikkelen van leegstaande gebouwen je business is, zoals bij Maarten de Wolff, dan heeft hij vast ook andere plekken op het oog? “Reken maar! Gerben rijdt verlekkerd op zijn fiets rond.” Meteen komt ook de plattegrond van de gemeente op tafel met een overzicht van alle leegstaande panden in Amsterdam met gegevens als oppervlakte, eigenaar en termijn van leegstand. Maarten: “Er is ook meer nodig dan alle kleinschalige initiatieven, het moet professioneler, anders krijg je echt niet die meer dan een miljoen vierkante meter leegstand die je op deze kaart ziet gevuld.”

117

Maarten de Wolff Gerben Mienis

www.oldschoolamsterdam.nl


Stadsgesprekken #1 Golfstromen over leegstand en stedelijkheid #2 David van Wesel over jongeren en gemeenschappen #3 Jeroen Jonkers over tijdelijk vastgoed en wijkeconomie #4 Alper Cugun over 24-uurs economie en vertrutting #5 Nel de Jager over winkelstraten #6 Patrick Roubroeks over ideeen en creativiteit #7 Lia Karsten over stadsgezinnen #8 Amsterdam Winkelstad #9 Job Rook over water en meer #10 Philip van Traa over groenten en duurzaamheid #11 Bart Maussen over Fashion en expats #12 Expats rule! #13 Bas Liesker over het eengezinsappartement en stadsgezinnen #14 Walther Schoonenberg over de stad als theater #15 Gert Urhahn over de Spontane Stad #16 Bouwen en wonen in Amsterdam #17 Peter vd Klugt over starterswoningen #18 Vesteda over ontwikkelen in Amsterdam #19 Martijn Peters over de horeca #20 Iris Driessen over scholen en de stad #21 Franck Storm in de Kolenkit en Geuzenveld #22 Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag #23 Jeroen de Rooij en Lindy Noach over winkels en winkelen #24 Marieke van der Giessen #25 Rick Nieman over worstelen met de grote stadsproblemen #26 Wouter Valkenier van Hannekes Boom #27 Don Ritzen over startups #28 Mike Lee, Mayor of Appsterdam #29 Susanne de Boer over voedsel & de stad en coรถperaties #30 Richtje Sybesma van Atana

118


#31 Ellen van Eeden en Martha Swinkels van Cybersoek #32 Bojana Duovski en Bas Bijl de Vroe van ConciĂŤrge Amsterdam #33 Lynn Kaplanian-Buller van het American Book Center #34 Lex de Jong van Boloboost #35 Saskia Beer van Glamourmanifest #36 Marloes Krijnen van FOAM #37 Jack Druppers van Politiekids #38 Sander Boon over crises, goud en de stad #39 Hans Vugts van Casa 400 #40 Meike Hamelink van in oost met Mik #41 De mannen achter festival Appelsap #42 KijkRuimte over stedelijke vernieuwing #43 De XL-editie #44 Boukje Cnossen over het Volkskrantgebouw en de creatieve klasse #45 Liedewij Loorbach van NieuweZijds Magazine #46 David ter Avest over stations en hun omgeving #47 Gerben Mienis en Maarten de Wolff van Old School

119


Colofon In deze bundel heb ik een selectie van de gevoerde Stadsgesprekken in deze raadsperiode bij elkaar gebracht. Ze geven volgens mij een mooi beeld van de mensen en onderwerpen die de afgelopen jaren voorbij zijn gekomen in de serie. Het maken van een keus was natuurlijk lastig, want alle Stadsgesprekken zijn de moeite waard om te lezen. Ze zijn dan ook allemaal terug te vinden op www.sebastiaancapel.nl . Een overzicht van alle Stadsgesprekken is in deze bundel opgenomen. Het eerste Stadsgesprek vond plaats op 10 september 2010. Het laatste, #47, op 13 november 2013. In die zevenveertig ontmoetingen sprak ik in totaal met zevenenzestig personen. De keus voor de mensen met wie ik de afgelopen jaren sprak was mijn persoonlijke. Ze vormen geen afspiegeling van Amsterdam; daar heb ik ook niet naar gestreefd. Amsterdam, februari 2014 Tekst: Sebastiaan Capel Fotografie: Lotte Koster (binnenpagina’s en portretten) Sanne van Bekkum (Bas Liesker) Henk Rougoor (Richtje Sybesma) Het Klikt Fotografie(Meike Hamelink) Jan Luitjes (Old School) Gemeente Amsterdam (Eberhard van der Laan) Eigen foto’s geinterviewden (portretten) Ontwerp: Sophie van Bentum Druk: Peter Print

120


121


“Het is niet alleen aan de politiek hoe de stad er over 20 jaar uitziet.� 122

Stadsgesprekken  

Stadgesprekken geschreven door Sebastiaan Capel.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you