Issuu on Google+

KOM

De expressieve uitdaging van het komobject 17 sept - 17 okt 2010 • Curator: Mieke Everaet


De expressieve uitdaging van het komobject CypresGalerie nodigde meer dan 30 Europese kunstenaars uit, voornamelijk keramisten, om met maximaal 3 keramische werken hun relatie tot het komobject te tonen. Soms is de afstand tot ‘de kom’ ver, soms staat het werk nog zeer dicht bij het gebruiksvoorwerp. Alle getoonde objecten hebben één ding gemeen: het zijn autonome kunstwerken. vrij. 17 sept. - zon. 17 okt. 2010 curator: Mieke Everaet tentoonstellingsarchitect: Jos Vanderperren KOM kwam tot stand in warme samenwerking met volgende galerieën - Base-Alpha (Antwerpen) - Tatjana Pieters (Gent) - Galerie De Zaal (Delft) - Locuslux Gallery (Brussel) - Puls Contemporary Ceramics (Brussel) - Galerie Hubert Winter (Wenen) KOM is onderdeel van het Keramiekparcours: op meer dan 15 plaatsen in Leuven ziet u doorheen werk van hedendaagse keramisten de multidimensionaliteit van keramiek.

CypresGalerie is een initiatief van het communicatiebedrijf Cypres (www.cypres.com)


DE KOM Als de eerste mensen-verzamelaars iets hadden gevonden dat ze konden gebruiken maakten ze van hun handen een kom om het op te nemen. Om hun handen weer vrij te maken moesten ze hun vondst ergens in plaatsen om ze mee te nemen of op te bergen. We kunnen dus stellen dat de kom, in zijn meest primitieve vorm van bladeren, dierenhuiden of klei zo oud is als de mens zelf. Dank zij de gebruikte grondstof, de vorm en de decoratie kunnen specialisten kommen thuisbrengen als behorend tot een specifieke cultuur. Naarmate de samenlevingen meer ontwikkeling vertonen etaleren ze ook een grotere diversiteit in de kommen, die een speciale vormgeving krijgen naargelang het voorbestemde gebruik. Alle “containers” komen voort uit de oorspronkelijke kom: handtassen, koffiekannen, mosterdpotten, botervlootjes, nachtspiegels, hogedrukpannen, bloemenvazen… Je kunt daar ver in gaan, tot alles wat beschermt, bewaart, bijeenhoudt: een helm, een schoen, een autoband… Als kunstenaars zich expressief op de “kom” gooien kunnen we alleen maar hoge verwachtingen koesteren. We krijgen objecten te zien met een sterk persoonlijke benadering. Sommigen maken een zo authentiek mogelijke kom, die nog steeds getuigt van de containerfunctie, maar met een eigen uitstraling, een eigen handschrift, waardoor die kom alleen maar door die persoon kan vervaardigd zijn. Anderen houden het bij een verre herinnering aan de kom als gebruiksobject, en de meest eigenzinnige makers stellen een werkstuk voor dat grondig denkwerk en veel fantasie van ons kijkers vraagt alvorens we de relatie met de kom vermoeden… De “auteurskom” is een onuitputtelijk thema, en een expositie ervan boeit des te meer omdat we allen onze eigen kommen voor de geest hebben. De confrontatie met die van een ander, met een eigen kijk, die “iets wil doen” met die kom, kan alleen maar verrijkend zijn.

Jan Walgrave Gewezen curator Provinciale Musea Antwerpen


KOMobject wordt KUNSTobject door Walter Ego In het kader van het ‘Keramiekparcours Leuven’ nodigde CypresGalerie meer dan 30 internationale kunstenaars met naam uit om met maximaal drie keramische werken hun artistieke visie en hun relatie tot het komobject te tonen. Een niet alledaags maar ongetwijfeld boeiend tentoonstellingsinitiatief dat tot doel heeft de evolutie van het komobject, van gebruiksvoorwerp tot autonoom kunstwerk, in een artistieke omgeving te tonen. ‘Wat is de betekenis van de kom in klei anno 2010?’ is de centrale vraag en doelstelling waarrond het concept van deze tentoonstelling is opgevat. Vanuit een steeds wisselende invalshoek, die zich situeert tussen het rijke keramisch verleden en de inspiratie van de beeldende kunst, tonen Belgische en buitenlandse keramisten met naam hoe de diverse werkprocessen de kom kunnen verheffen tot een volwaardig en autonoom kunstobject.

De kom opnieuw uitgevonden ‘Zowel het Keramiekparcours als de KOM-tentoonstelling is gegroeid vanuit een samenwerking met de afdeling keramiek van de Leuvense Kunstacademie (SLAC)’ vertelt ons Mieke Everaet, die als Belgische keramiste met een internationale reputatie werd aangesteld als curator voor deze tentoonstelling. ‘Vanuit het basisidee van CypresGalerie om ook iets te doen rond de kom ontstond de concrete gedachte om ter gelegenheid van het Keramiekparcours te tonen hoe de in klei vervaardigde kom door de tijd heen evolueerde van de initiële gebruiksfunctie tot een zelfstandig, autonoom kunstobject. Samen met de initiatiefnemers bij CypresGalerie, Pieter Vereertbrugghen en Paul Poelmans, zijn we op zoek gegaan naar kunstenaars die hier concreet mee bezig zijn. Keramiek vormde de rode draad in deze zoektocht maar ook andere conceptuele kunstenaars, waarvan de kunstuiting aansloot bij het basisidee, kwamen hiervoor in aanmerking. Bij onze zoektocht zijn we vertrokken van een zo ruim mogelijke lijst van (keramiek)kunstenaars per land. Door


selectie en eliminatie hebben we dan uiteindelijk 35 in aanmerking komende kunstenaars weerhouden. Zowat iedereen reageerde positief en werd bereid gevonden om deel te nemen aan de tentoonstelling. Vier van hen hebben zelfs een eigen tentoonstelling in het Leuvens Keramiekparcours.’

Iedere kom heeft een eigen verhaal ‘Ondanks de ogenschijnlijke beperking van ‘de kom’ toont de tentoonstelling heel veel facetten’ gaat Mieke Everaet verder. ‘Iedere kunstenaar werkt immers vanuit een andere invalshoek en met een specifieke verwijzing naar het eigen œuvre. Essentieel is uiteraard dat er wordt vertrokken vanuit de intentie om een kunstwerk te maken. Voor keramisten vormt klei natuurlijk de basis van een artistieke creatie. De gevolgde werkwijze staat in schril contrast met het werk van een beeldhouwer. Deze laatste vertrekt vanuit de kern van de materie. Keramisten bouwen hun kunstwerk op door middel van wanden die meestal met de hand worden opgebouwd. Toch staat ook hier de ruimtelijkheid centraal. Door de opbouw, de vorm en de kleur wordt de kom daardoor een volwaardig beeld met inhoud. Door de verschillende interpretatie van deze drie elementen krijgt iedere kom als het ware een eigen verhaal. Sommige roepen direct een sterk beeld op. In een aantal kunstwerken is in de hedendaagse vorm de oervorm direct herkenbaar. Andere wijken dan weer in zekere mate af van de komvorm. Als gemeenschappelijk kenmerk geldt alleszins dat er een raakvlak bestaat met het komobject. De vrijheid van de artiest diende alleszins gevrijwaard. Enkelen daarvan hebben geput uit hun bestaande creaties. Anderen hebben speciaal gewerkt in functie van deze tentoonstelling. En, ondanks het hoge artistieke gehalte die we bereikt hebben bij de organisatie van de tentoonstelling, is het toch niet allemaal té serieus.’

Geen evidente keuze ‘Omdat wij geen echte keramiekgalerie zijn was voor ons de keuze van de curator van enorm belang’ verduidelijkt Pieter Vereertbrugghen. ‘Het is immers de taak van de curator om al die individuele benaderingen op een artistiek verantwoorde manier samen te brengen en er één geheel van te maken. Bovendien moet de curator een grote mate van geloofwaardigheid uitstralen tegenover de andere keramisten. De autoriteit van de curator leek ons daarom doorslaggevend als keuzebepalende factor. Bij onze zoektocht kwamen we heel snel terecht bij Mieke Everaet, zelf keramiste met een interna-


tionale ervaring. Als geen ander is zij er in geslaagd om een boog te spannen rond het geheel. Zij vindt daarenboven dat de neutraliteit van onze tentoonstellingruimte haar bijna ongelimiteerde mogelijkheden gaf om alle kunstwerken op de meest ideale manier tentoon te stellen voor het publiek.’

Een vurig pleidooi ‘Tot slot wil ik benadrukken’ valt Paul Poelmans bij ‘dat wij zowel met het Keramiekparcours als met de KOM-tentoonstelling keramiek uit het hoekje van de ambachten willen halen en aantonen dat keramiek terecht ook als een volwaardige kunstvorm mag beschouwd worden. De bezoeker kan via dit initiatief kennismaken met de diverse uitingen en de veelzijdige rijkdom van de hedendaagse keramiekkunst. Wij willen hiermee het imago van de keramiekkunst op hetzelfde niveau brengen van andere, meer gekende kunstvormen. Kortom, het opzet is om aan de bezoeker de rijkdom van keramiek, van toegepaste kunst naar hedendaagse kunstvorm, te tonen.’


NICK ANDREWS (BE)

Deze kunstschilder beschildert sinds enige tijd ook vazen uit keramiek. Hierbij gebruikt hij de keramische ondergrond als zijn canvas, maar dan met dit verschil dat voor het aanbrengen van de glazuren een totaal andere techniek vereist is dan voor verf. Zijn keramiekdecoraties zijn overwegend maatschappijkritisch ge誰nspireerd waarbij hij de werkelijkheid relativeert. Felle kleuren en een dynamische stijl geven zijn werk een luchtig, expressief en toegankelijk karakter.


CAROLINE ANDRIN (BE)

Haar werk is gebaseerd op de observatie van alledaagse dingen. Het is een continu proces waarbij het ene volgt uit het andere. Soms is het afgeleid van functionele zaken zoals een doos, een handschoen, een muts waaruit, door middel van giettechniek, keramische kunstwerken ontstaan. Vaak zijn ze gekoppeld aan het idee dat het uitgangspunt toebehoorde aan een bepaalde persoon. De defunctionaliteit van het kunstwerk refereert dan naar de anonimiteit van de oorsprong.


ARNOLD ANNEN (CH)

De flinterdunne porseleincreaties balanceren op de grens van het extreem haalbare. Door hun papierdunne fijnheid bezitten zij een zeer grote transparantheid en doorlaatbaarheid van het licht met subtiele schaduwen. De kunstenaar hanteert een speciale techniek om de nog vochtige kunstwerken te behandelen met een gasbrander. Deze methode vereist een extreem grote vakkennis en een enorme concentratie doorheen het volledige productieproces.


PHILIPPE BARDE (CH)

Barde keramische objecten zijn een feest van de vorm. Van gevonden voorwerpen maakt de Zwitser Barde gietvormen die hij dan assembleert tot een nieuw totaal. Daarvan maakt hij dan keramische objecten.


TIM BREUKERS (NL)

Deze jonge beloftevolle kunstenaar laat zich voor zijn fijne constructies inspireren door allerlei rampzalige gebeurtenissen zoals een vliegtuigcrash, een tsunami, een tornado, een scheepswrak of een verwoest landschap. Zijn kunstwerken bestaan uit porseleinen sculpturen die een gefragmenteerd beeld geven van de catastrofale gevolgen van de verwoesting. Toch brengt hij hierin een relativerende ondertoon. De ene keer met een ludieke tekst. De andere keer door zijn porseleinen sculpturen te omhullen met schitterende goudluster.


KRIS CAMPO (BE)

Zij legde het ganse parcours af tussen traditioneel draaiwerk en haar huidige kunstwerken. Nog steeds komt de basis van haar kunstwerken tot stand op de draaischijf. Gedraaide vormen worden versneden en opnieuw geassembleerd. Hierbij doorbreekt zij telkens, als het ware op het scherp van de snee, de symmetrie waarbij ze bewust de grenzen van de vorm en van het evenwicht aftast. Toch blijft alles, ook wat betreft de toegepaste decoratietechnieken, in een esthetisch evenwicht.


HALIMA CASSELL (UK)

De gegraveerde, uitgekerfde en gesculpteerde komvormen zijn vervaardigd uit volle hompen klei. Ze zijn de schitterende combinatie van de in Engeland opgedane vakkennis en de Oosterse inspiratie die zij put uit haar Aziatische roots. De zuivere kleur van het natuurlijk aardewerk en de subtiele vormgeving met strakke geometrische elementen, speelse structuren en dynamische lijnenconstructies doen denken aan de stijlkenmerken van de Gotische architectuur.


TREES DE MITS (BE)

Met drie komvormen, die ogen als opengesneden organen, toont zij op een artistiek geraffineerde wijze de inhoud van het menselijk lichaam. De beelden illustreren door middel van allerlei lichaamsdelen de schoonheid van het lelijke. Lichaamsdelen worden geplooid, vervormd, uitvergroot, vervreemd en gekneed. Enerzijds oogt haar keramisch werk bevreemdend maar daar tegenover staat de indringende kracht van de veelal rode kleur van de glazuren.


TJOK DESSAUVAGE (BE)

In zijn werk is de kunstenaar steeds op zoek naar ‘relicten’, restanten van vergane energie. Zijn gesloten, gedraaide potstructuren groeiden uit tot zijn handelsmerk. Hij draait ze ondersteboven met de platte bovenzijde op de draaischijf. Ze omsluiten het mysterie van het inwendige. Een boodschap die hij vanuit zijn eigen leefwereld en ervaring als virtuoos kunstenaar en gevoelig mens, door middel van de uitgebalanceerde combinatie van vorm, kleur en perfecte afwerking, aan de toeschouwer meegeeft.


TINE DEWEERDT (BE)

In haar werk vindt men de basisvorm van de pot steeds terug. Deze oervorm is voor haar het uitgangspunt voor de verwerking van de materie. Door middel van grillige, stekelige, koraalachtige structuren komen de potten als het ware tot bloei. Haar werken, die geen enkel gebruiksdoel hebben, geven de toeschouwer een betoverend en bevreemdend gevoel. Ondanks hun artistieke schoonheid en visuele aantrekkingskracht hebben ze helemaal geen aaibaarheidsfactor.


NICOLAS DINGS (NL)

Met kleine figuurtjes bouwt hij allerlei bevreemdende tafereeltjes op die gedomineerd worden door Chinees blauw. Een link die onder meer het beeld oproept van het kraakporselein dat aan het einde van de Ming dynastie vanuit China naar Europa werd geïmporteerd. Inhoudelijk refereren de kunstwerken naar zeer uiteenlopende onderwerpen die vaak geen enkel verband hebben. Zo bijvoorbeeld het beeld van de grootmoeder van de kunstenaar in combinatie met de Joker uit ‘the dark knight’ van Christopher Nolan.


KEN EASTMAN (UK)

Zijn werk toont de intrigerende confrontatie tussen de buiten- en binnenruimte. De vormarchitectuur van de wanden is zeer doordacht. Ze ontstaat vanuit het contrast tussen rechte en gebogen vlakken, tussen convexe en concave vormen waardoor het gevoel wordt opgeroepen dat de buitenwanden zijn samengesteld uit de holle binnenwandsegmenten van cilindrische potten. Wie zijn werk rondom bekijkt krijgt voortdurend een andere indruk.


MORTEN LOBNER ESPERSEN (DK)

Door de creatie van cilindervormen toont de kunstenaar zijn verliefdheid op de vormen die iets omvatten. Hiermee wil hij schoonheid creĂŤren waarbij hij de elementaire esthetische principes uitdaagt door gebruik te maken van zowel klassieke als wilde glazuren. Door op verschillende temperaturen te bakken ontstaat een rijke complexiteit van oppervlakken. Elk recipiĂŤnt is zoals de chaos en zoals de oneindige diversiteit van de mens.


MICHAEL GEERTSEN (DK)

Voor zijn werk vertrekt de kunstenaar van gedraaide potvormen, geometrische elementen die versneden worden en opnieuw samengevoegd tot zigzaggende etages. Hierdoor verdwijnt de oorspronkelijke herkenbaarheid die plaats maakt voor ruimtelijke symbolen die gedomineerd worden door ritmiek. Op deze manier worden ze volledig ontdaan van hun nut en ontstaat een dialoog met de werkelijkheid van alledaagse gebruiksvoorwerpen.


BABS HAENEN (NL)

Als een van de meest opmerkelijke keramisten van haar generatie refereert zij in haar werk steeds doelbewust naar de meest traditionele verschijning van de potvorm. Ondanks het feit dat ze bij de eerste indruk voor de toeschouwer een ander beeld oproepen blijven het toch potvormen. Opmerkelijk is de overgang van de buiten- naar de binnenwand, weliswaar op identieke wijze gedecoreerd met zeer uitbundige kleuren, maar die door het spel van licht en schaduw een ander aanvoelen geeft.


MARTIN BODILSEN KALDAHL (DK)

Zijn werk is een diep doordachte en beredeneerde neerslag van vragen in verband met zijn vakgebied. Zijn kunstwerken zijn uitermate krachtig van vormgeving, scherp en helder van lijn, vol contrasten en met een speelse beleving van de ruimte. De potvorm wordt bevreemdend weergegeven en geeft voor de kunstenaar een antwoord op zijn vraag naar de relatie tussen vorm en ornament. Hieruit ontstaat een choquerende kunstvorm die, vanuit de bewust gecreĂŤerde lelijkheid, uiterst interessant wordt.


ANNE MARIE LAUREYS (BE)

Met als uitgangspunt een gedraaide potvorm modelleert zij op het juiste moment van het drogingproces haar basisvormen tot sensuele en suggestieve objecten. Het resultaat is een organisch kunstwerk dat de suggestie oproept van een exploratie in het inwendige van het lichaam. Haar ‘slow emotion’ kunstwerken beschouwt ze als metaforen van het gevoel die geïnspireerd zijn op gehoor, gevoel, smaak en bovenal op de waarneming van het oog.


FABIENNE LOYENS (BE)

In haar werk lijkt zij in een persoonlijke tocht op zoek naar haar graal die is samengesteld uit porselein met glazen elementen. Het kunstwerk overstijgt in ruime mate de materie en geeft de toeschouwer het gevoel van troost. Haar kunst is de uitstraling van haar persoon die op zoek is naar het gevoel van troost dat zij ervaart vanuit de kracht van en haar liefde voor de natuur. De werken zijn gebaseerd op een heel klassieke vorm met heel veel zin voor detail.


KRISTINE TILLGE LUND (DK)

Het werk is samengesteld uit holle en bolle kommen, opgebouwd uit verschillende lagen die met elkaar in interactie treden. Alle objecten zijn het resultaat van een doordachte studie naar beweging en vorm. In haar objecten creĂŤert zij een nieuwe organische structuur met een eigen, niet te doorgronden onafhankelijkheid. De werken komen bevreemdend over op de toeschouwer. Dit beeld wordt nog versterkt door de toepassing van een niet-conventionele huid zoals velours.


BODIL MANZ (DK)

Haar uit porseleinslib vervaardigde cilinders zijn zo dun dat ze haast volledig doorschijnend zijn. De opbouw van haar kunstwerken is sober, harmonieus en zuiver. De gebruikte kleuren, die zowel aan de binnen- als aan de buitenkant worden aangebracht volgens geometrische patronen, zijn licht en helder. Door de geringe porseleindikte en het toegepaste coloriet is het spel tussen licht en schaduw zowel inwendig als uitwendig maximaal aanwezig.


HUGO MEERT (BE)

Zijn werk balanceert tussen functionaliteit, schoonheid, design, vakmanschap en techniek. Klei en porselein vormen zijn favoriete materialen waarmee hij constant experimenteert. Zijn kunstwerken leunen, in hun verschijningsvorm tussen zin en onzin, dan ook zeer sterk aan bij het begrip ‘popart’. Het beeld van de megafoon, die enerzijds gekenmerkt wordt door de broze breekbaarheid van het porselein, maar die anderzijds verwijst naar de megafoon die als krachtig strijdwapen kan worden ingezet.


BARBARA NANNING (NL)

Haar grote ingesnoerde sculpturen refereren naar ingesnoerde bloem- en schaalvormen. De ronde vormen suggereren de kracht van een golfbeweging die in bedwang wordt gehouden door middel van kleurige draden. Nadat ze enige tijd werkte met felle monochrome kleuren schakelde ze over naar ingekleurd aardewerk. In veel werken verbindt zij het bekende met het vreemde, combineert ze klei met andere materialen en linkt zij traditionele technieken aan nieuwe technische mogelijkheden.


NADIA NAVEAU (BE)

Vanuit de vrijheid van de kunstenaar interpreteert zij in haar werk op een persoonlijke wijze het begrip ‘kom’. Haar kunstwerken zijn overweldigend en hebben een ogenschijnlijk barokke vormgeving. Als installatiekunstenaar gaat zij steeds doordacht tewerk en streeft zij, door het werken met klei, naar een evenwichtige compositie. De figuren vormen een perfect samenhangend geheel maar geven toch de indruk te willen losbreken uit hun statische positie.


MARIEKE PAUWELS (BE)

In haar werk is een evenwichtige combinatie van een universele visie en ambachtelijke technieken. De inhoud van het werk acht zij even belangrijk als de techniek. Heel wat inspiratie haalt zij uit het rituele en het religieuze, vaak met een erotische ondertoon. Met ieder werk verrast zij, door een exuberante combinatie van minimalistische en barokke elementen, telkens opnieuw de toeschouwer. Hier refereert de kom naar de kelk van het offer.


TINKA PITTOORS (BE)

Deze installatiekunstenaar maakt pretentieloze kunstwerken die samengesteld zijn uit allerlei objecten uit haar leefwereld. De kracht van de kunstwerken zit in de ordening waarmee ze worden samengevoegd en de relatie tussen de verschillende elementen. Het zijn tafereeltjes zonder begin of einde, sculpturen die er eigenlijk geen zijn. Ze zijn zondermeer mooi om naar te kijken en, net zoals bij een rebus, uitnodigen om te zoeken naar de oplossing.


ANTON REIJNDERS (NL)

Zijn werk is samengesteld uit zeer verschillende materialen. Enerzijds zijn ze duidelijk herkenbaar, maar daar tegenover staan allerlei ondefinieerbare elementen. Gebakken klei vormt wel steeds het uitgangspunt bij de realisatie van zijn kunstwerken. Ze zijn een esthetische mengeling van helderheid, schoonheid en complexiteit. Voor de toeschouwer bieden ze uiteenlopende mogelijkheden tot interpretatie.


PJEROO ROOBJEE (BE)

Het werk van deze veelzijdige kunstenaar (schilder – tekenaar – graficus – auteur – theatermaker – entertainer –zanger) wordt overvloedig gekenmerkt door een barokke stijl en een unieke beeldtaal. Vanuit zijn veelvuldige reizen creëerde hij met woord en beeld een eigen ironisch/absurde wereld die gedragen wordt door een mengelmoes vormt van humor, droefheid en wrangheid. Ook hier gebruikt hij de vaas als canvas voor zijn schilderkunst.


ALEV EBUZZIYA SIESBYE (DE)

Haar komvormen zijn tijdloos. Ze zijn niet gedraaid maar volledig met de hand opgebouwd. De glazuren zitten als een strakke huid omheen de potten. Zij geniet internationale bekendheid omwille van het gebruik van haar turkooizen kleuren. Haar kunstwerken zijn het resultaat van haar doorgedreven perfectie en stielkennis die zij onder meer opdeed in verschillende keramiekfabrieken. Zij was tevens ontwerpster voor de bekende Rosenthal en Royal Copenhagen porseleinfabrieken.


ANTONIO SPOTO (BE)

Zijn werk straalt een ultieme vakbeheersing uit. Zijn vaardigheden aan de draaischijf leerde hij bij zijn leermeester Antonio Lampecco. In zijn goed uitgebalanceerde vormen gaan soberheid en eenvoud steeds hand in hand. Graag speelt hij met intense en diepe kleuren. Hierbij gaat zijn voorliefde uit naar fel geel en oranje, meestal in combinatie met hel blauw. Hiermee creĂŤert hij een krachtige ruimtelijkheid die een diepe indruk nalaat op de toeschouwer.


ANN VAN HOEY (BE)

Tijdens een verblijf in Japan werd zij gefascineerd door origami. Deze vouwtechniek is ge誰nspireerd op de wijze waarop de kleine bloemknop zich als het ware in drie stappen ontvouwt tot een volwassen bloem. Vanuit haar creatieve interpretatie past zij dit toe op zeer dunne kleiplaten, op het randje van het verwerkbare. Het resultaat is een uiterst zuivere vorm waarin het uitgangspunt, de vlakke perceptie van de cirkel, steeds aanwezig blijft.


CARLO VAN POUCKE (BE)

De kunstenaar vertrekt van eenvoudige gebruiksvoorwerpen zoals bordjes, blikjes, schalen. Hiermee combineert hij, door middel van keramische kunstwerken, een esthetisch spanningsveld tussen twee uitersten. Zijn werk beschouwd hij als een tussenstap en niet als een eindpunt. Meestal put hij zijn inspiratie uit het landschap dat hij beschouwt als het decor van het leven. Het zijn kleine installaties, composities en stillevens die de kijker aanzetten tot het creĂŤren van een eigen verhaal.


ANNE WENZEL (NL)

Haar werk bestaat uit installaties met bekers en trofeeĂŤn. Het zijn duidelijk herkenbare voorwerpen maar de wijze van voorstelling suggereert ontheiliging en vernietiging. De beloning na de prestatie wordt als het ware verwoest waardoor het belang ervan in vraag wordt gesteld. Met de roetzwarte kleur krijgt het kunstwerk een obscuur, desastreus en zelfs doods karakter. Hiermee wordt de gewilde lelijkheid van het keramiekwerk optimaal uitgebuit.


LEI XUE (CN)

Vanop afstand lijken het normale vazen of weggeworpen drankblikjes. Bij nader inzicht is dit slechts een illusie want deze porseleinen voorwerpen zijn slechts een illusie van de werkelijkheid. De illustraties zijn allerlei hedendaagse symbolen, stripfiguren en ludieke tekeningen. De ogenschijnlijk Chinese motieven geven dus slechts de indruk van harmonie met het voorwerp. In werkelijkheid zijn het grappige spielereien die het waardevol karakter van porselein relativeren.


LAURENT REYPENS (BE)

Het werk van Laurent Reypens is een knipoog naar en van de andere beeldende kunsten. Gedurende jaren schildert Reypens steeds hetzelfde komobject —als ultieme vorm— in honderden varianten. In een enorme inspanning (tot vijftien lagen verf op houten panelen) maakt hij met hetzelfde ‘alledaagse’ onderwerp een voortdurend wisselend en boeiend œuvre. “Sommige kunstwerken nodigen uit tot een moment van rust en contemplatie en vormen als dusdanig een antidotum tegen stress en haast.” (prof. Marcel van Jole)


DE KOM ALS KERAMISCHE OERVORM door Walter Ego De eerste sporen van keramisch werk situeren zich ongetwijfeld duizenden jaren geleden als spontaan nevenverschijnsel bij de bereiding van voedsel in een open houtvuur. Door de invloed van het vuur ontstond een natuurlijk bakproces van de kleiachtige ondergrond. Het fenomeen van de ‘terra cotta’ (gebakken aarde) moet wellicht inspirerend gewerkt hebben voor de verdere ontwikkeling en de toepassing van de keramische technieken. Reeds in de geschiedkundige geschriften van Aristoteles wordt, lang voor onze jaartelling, melding gemaakt van keramiekgebruik en keramiekkunst. Bij zowat alle volkeren, culturen en beschavingen ligt de oervorm van de kom, door de eeuwen heen, aan de basis van een onuitputtelijke diversiteit van keramische gebruiks- en siervoorwerpen. Ondanks verfijning en perfectionering van de technieken en materialen is er tot op de dag van vandaag geen essentieel verschil met de keramische oervorm. Nog steeds worden keramische voorwerpen vervaardigd uit gebakken leem of klei die meestal in de buurt van rivieren gevonden wordt. Deze kleverige grondstof leent zich uitermate voor het vervaardigen van duurzame potten, schalen, drinkbekers, borden, kruiken, tegels en allerlei artistieke objecten. Na droging worden de uit klei vervaardigde objecten op hoge temperatuur gebakken waardoor de kleideeltjes als het ware met elkaar versmelten en één samenhangend geheel vormen. Het bakproces resulteert in de gekende hardheid waardoor de verkregen vormen niet meer kunnen verweken of uit elkaar vallen door de invloed van water. Afhankelijk van de samenstelling en van de vindplaats bestaan er voor de vervaardiging van keramisch werk verschillende kleisoorten met uiteenlopende eigenschappen. Zo is kaolien, de zogeheten ‘China Clay’, een fijne witbakkende kleisoort die onder meer gebruikt wordt voor porseleinen serviesgoed. Andere, zogezegd minderwaardige soorten zoals de roodbakkende klei, worden dan weer massaal aangewend voor de vervaardiging van bakstenen, dakpannen en bloempotten. De hierbij gebruikte kleisoorten kunnen, in tegenstelling tot porselein, niet op dezelfde hoge temperaturen gebakken worden. Hierdoor blijft dit aardewerk min of meer poreus. Voor sier- of andere gebruiksvormen worden ze daarom dikwijls bedekt met een glazuurlaag waardoor ze eveneens een grotere mate van waterdichtheid verkrijgen.


Dit glazuur is samengesteld uit allerlei natuurlijke en scheikundige stoffen. Tijdens een tweede bakproces, de zogeheten glazuurbrand, vloeit de glazuurmassa als een glasachtige beschermlaag over het oppervlak van het object dat voorheen reeds (voor)gebakken werd tijdens de biscuitbrand. Glazuren kunnen transparant of dekkend zijn. Meestal worden ze ook aangebracht om het aardewerk van diverse kleuren te voorzien. Aardewerk wordt gebakken op temperaturen tussen 900 en 1200 graden Celsius. Keramiek krijgt de benaming steengoed als het op een temperatuur van meer dan 1200 graden Celsius gebakken is. Hiervoor is een geschikte kleisoort vereist die versintert tijdens het bakproces. De toevoeging van keukenzout of soda zorgt voor een waterdicht resultaat. Porselein is een andere vorm van keramiek en is hard, lichtjes doorschijnend en klinkt helder. De specifieke eigenschappen zijn het gevolg van de toevoeging van zilverzand aan het kaolien en de hogere baktemperatuur die ligt op ongeveer 1300 graden Celsius. Porselein is reuk- en smaakloos en verkleurt nauwelijks. Hierdoor blijft het zo goed als ongeschonden wanneer het bijvoorbeeld gedurende enkele eeuwen in een scheepswrak op de bodem van de zee heeft gelegen. Nog andere vormen van keramiek zijn onder andere majolica, gekenmerkt door zijn rode scherf omwille van het hoge ijzergehalte en faience, met gele scherf omdat de klei vermengd is met kalk of mergel. Oorspronkelijk was het de bedoeling om hiermee het uitzicht van porselein na te bootsen. In de keramiekkunst worden niet alleen de verschillende bakprocessen en keramiekprocedĂŠs op een creatieve manier toegepast. Ook de opbouw van de kunstobjecten kan op verschillende manieren tot stad komen. In grote lijnen wordt hierbij gewerkt volgens de giettechniek, de draaitechniek of de manuele opbouw. Voor het bakproces kan gebruik worden gemaakt van een houtgestookte, een gasgestookte of een elektrische keramiekoven. BelgiĂŤ kent een hoogstaande keramiektraditie. Naast de productie van keramische gebruiksvoorwerpen tiert ook de keramiekkunst welig in BelgiĂŤ. In heel wat steden en gemeenten worden de geheimen van het pottenbakken en de keramiekkunst voor zowat alle leeftijden onderwezen aan academies of in dag- en avondopleidingen.


CypresGalerie – Vaartstraat 131 – 3000 Leuven tijdens de tentoonstelling dagelijks open (ook op zaterdag en zondag): van 10 tot 18u of na afspraak. Paul Poelmans: 0495 52 80 97 – CypresGalerie: 016 29 77 37 www.cypresgalerie.be


KOM catalogue