Page 1

BUSINESSPLAN STADSMUSEUM HARDERWIJK 2014-2017 27 augustus 2013

Het Stadsmuseum Harderwijk , een graag gezochte en druk bezochte museale ontmoetingsplek voor jong en oud, die mensen samenbindt en op een eigentijdse wijze – in samenwerking met anderen - in contact brengt met de Harderwijker historie, actualiteit en kunst.

1


INHOUD 0.

Samenvatting

3

1.

Inleiding en ambities

5

2.

Trends en ontwikkelingen

7

3.

Legitimatie, visie en missie

10

4.

Huis van de Stad als breder kader

13

5.

Doelgroepen en publieksbereik

15

6.

Concepten

18

7.

Presentaties en collecties

20

8.

Personeel en organisatie

21

9.

Bestuur en besturing

23

10.

Huisvesting

25

11.

FinanciĂŤn

27

12.

Realisatie en transitie

28

13.

Randvoorwaarden en risico’s

29

2


0. SAMENVATTING 0.1.

Inleiding Hieronder wordt dit businessplan samengevat tegen de achtergrond van Doelen (waartoe), Doelgroepen (voor wie) en Activiteiten (wat), onder verwijzing naar relevante hoofdstukken. Ook de bijlage (meerjarenbegroting) geeft nadere informatie.

0.2.

Doelen Lokale en landelijke trends en ontwikkelingen nopen tot herbezinning op de functie, rol en positie van het Stadsmuseum Harderwijk. De visie van de gemeente op cultuur, zoals in verschillende nota’s vastgelegd, de historische stad en de ambities van het Stadsmuseum zelf, vormen de legitimatie voor het bestaansrecht van het museum. Waarden uit het verleden en het heden bepalen hoe onze samenleving er uitziet en hoe onze identiteit is. Er moeten plekken zijn waar die waarden beleefd kunnen worden. Het Stadsmuseum wil zo’n plek zijn, in toenemende mate in combinatie met cultureel ondernemerschap om de continuïteit van het aanbod te garanderen, samen met partners, zoals in Huis van de Stad.

0.3.

De missie van het Stadsmuseum

Het Stadsmuseum Harderwijk , een graag gezochte en druk bezochte museale ontmoetingsplek voor jong en oud, die mensen samenbindt en op een eigentijdse wijze – in samenwerking met anderen - in contact brengt met de Harderwijker historie, actualiteit en kunst. 0.4.

Doelgroepen Tegen de achtergrond van het voorgaande is het Stadsmuseum er zeker voor de Harderwijkers. Maar ook andere bezoekers kunnen kennismaken met het DNA (verleden en heden) van onze boeiende stad . Het gaat om:

- inwoners van Harderwijk - jeugd (educatie) - bezoekers uit de regio - toeristen uit andere delen van het land en uit het buitenland (met spin off voor de stad) - de zakelijke markt - groepen (door aanpassing van het pand weer mogelijk vanaf 2014). Die doelgroepen worden met moderne middelen bereikt, uitgaande van een deugdelijk marketingplan, in samenwerking met andere instellingen en bedrijven. 0.5.

Activiteiten Door aanpassing van het pand is er vanaf het voorjaar 2014 differentiatie in het gebruik mogelijk. De vrij toegankelijke begane grond wordt een plek van ‘ontmoeting en binding’, waar kennisgemaakt kan worden met het DNA van de stad. Dat DNA kan betrekking hebben op innoverende bedrijven, amateurkunst, hobbyisten, 3


archeologische vondsten, Waterfront of bijzondere Harderwijkers. Ook presentaties in het kader van samenwerking binnen Huis van de Stad zijn hier te vinden. Samenwerking met anderen staat centraal. Er is veel reuring, zeker op zaterdag met live-uitzendingen van Harderwijk FM en artiesten aan het werk (kunstenaars, vertellers enzovoort). Het puur museale deel bevindt zich op de etages (betaalde entree) met de vernieuwde presentatie van de stadsgeschiedenis en tijdelijke exposities op de terreinen van kunst, historie of een actueel thema (bijvoorbeeld de Hanze). Kunstexposities worden ook georganiseerd in samenwerking met andere (regio) musea. De historische locatie kan prachtig benut worden door de zakelijke markt voor vergaderingen, bedrijfspresentaties en ontvangsten. Aan educatie wordt een nieuwe impuls gegeven in en door samenwerking met Cultuurkust. De traditionele museale taken als collectioneren, beheren en presenteren, maar ook andere activiteiten geschieden op een professionele wijze, teneinde de registratie in het museumregister blijvend te garanderen. 0.6.

Organisatie Het Stadsmuseum Harderwijk blijft een semi-professionele organisatie met een vrijwillig bestuur, een kleine professionele staf en vrijwillige medewerkers. Het bestuur-directiemodel is van toepassing, maar het bestuur heeft een actievere rol dan in het verleden.

0.7.

FinanciĂŤn De meerjarenbegroting 2014-2017 maakt duidelijk dat er de eerste jaren sprake is van een overlevingsscenario, waarbij wordt ingeteerd op het beperkte resterende vermogen. Vanaf 2015 wordt er groei verwacht en vanaf 2018 ontstaat er ruimte voor investeringen in kwaliteitsverbetering en permanente vernieuwing.

1. INLEIDING EN AMBITIES 4


1.1.

Waarom dit businessplan? De wereld verandert en soms met een schok. Veranderingen nopen tot herbezinning en dat geldt ook voor het Stadsmuseum Harderwijk. De aanleidingen voor een nieuw businessplan nog eens op een rij.  De nota Kunst en Cultuur 2011-2016 ‘Bouwen aan betekenis’ van de gemeente Harderwijk. In deze nota zijn beschreven de ambitie van de gemeente, de missie voor kunst en cultuur, de culturele infrastructuur, kunst en openbare ruimte, cultuur en economie en drie uitwerkingsscenario’s. Begin 2011 is de nota door de gemeenteraad vastgesteld, inclusief het uitwerkingsscenario ‘vasthouden’.  Het Cultureel ondernemingsplan Stadsmuseum 2011-2016. Stilstand is achteruitgang. Veranderende behoeften van het publiek, beperkte bezoekersaantallen, het voor mensen met een beperking slecht toegankelijke gebouw, imagoproblemen, nieuwe eisen die gesteld worden aan behoud van certificering door het Museumregister, nieuwe inzichten op het terrein van presentatie van de collectie en de opkomst van ‘social media’ waren onder meer aanleidingen voor een herbezinning op de toekomst. Een eerste aanzet daartoe is vastgelegd in het hiervoor genoemde ondernemingsplan.  Beperking van de subsidie. Een benchmark uit 2011 laat zien dat de gemeente Harderwijk, op één van de onderzochte gemeenten na, per inwoner het minst uitgeeft aan kunst en cultuur, voor musea zelfs het minst. De gemeente besloot medio 2011 om de subsidie op cultuur structureel te verminderen en een groter beroep te doen op cultureel ondernemerschap en samenwerking met andere organisaties en instellingen in clusters. Voor het Stadsmuseum bedraagt de korting ongeveer 41% vanaf 2014. De gemeente achtte het mogelijk dat het Stadsmuseum een oudheidkamer wordt binnen een cluster Historie. Tegelijk daagde de gemeente het Stadsmuseum uit een nieuwe museale visie te ontwikkelen. De gemeente besloot de clustervorming te faciliteren. Berenschot ondersteunt in dat verband de clustervorming vanaf medio 2012.  Economisch tij. De gevolgen van de financiële en economische crisis zijn sinds 2011 ook zichtbaar in het uitgavenpatroon van burgers op het terrein van culturele uitstapjes. Men houdt over het algemeen meer de hand op de knip bij de meer luxe aankopen. Ook hier ligt een aanleiding voor herbezinning.

1.2.

Ambitie Tegen de achtergrond van het voorgaande, besloot het bestuur van het Stadsmuseum in 2011 de uitdaging van ‘een nieuwe museale visie’ op te pakken, binnen de context van de gemeentelijke uitgangspunten, echter onder de voorwaarde van het kunnen voortbestaan als volwaardig en geregistreerd / gecertificeerd museum. De visie van het bestuur van het Stadsmuseum is, dat een stad met de omvang van Harderwijk een volwaardig en geregistreerd museum rechtvaardigt. De aanwezigheid van een aantrekkelijk museum met historie, kunst en bijzondere exposities en ook overigens veel reuring, zal steeds meer aanleiding zijn voor onder meer de groeiende groep senioren om naar Harderwijk te komen en in de stad geld uit te geven. Een volwaardig en geregistreerd museum biedt kansen om op termijn meer eigen financiële middelen te 5


genereren. Voor externe subsidiëring en gelden uit fondsen, geldt altijd de registratie in het Museumregister als uitdrukkelijke voorwaarde. Dit geldt ook voor het inhuren van exposities van andere musea. Het Stadsmuseum Harderwijk moet volgens de ambities van het bestuur een plek zijn / worden waar alles wat Harderwijk vertegenwoordigt – bij voorkeur in samenwerking met derden – zichtbaar en beleefbaar wordt voor een breed publiek. Een bindend en samenbindend element als het gaat om ‘wat Harderwijk bezig hield en houdt’, bij voorkeur vervat in een breder en krachtig totaalconcept. Daarom is In tweede instantie besloten dat deze nieuwe museale visie vorm zou moeten krijgen binnen een - in contouren door het Stadsmuseum ontwikkeld - verder uit te werken en alom gedragen ‘brandmerk’ van de stad Harderwijk, te weten ‘Huis van de Stad’. Huis van de Stad is een samenwerkingsmodel op het terrein van onder meer historie, kunst en heden, waarbij vele instellingen en organisaties in samenwerking het DNA van de stad Harderwijk laten zien en promoten, telkens rond een bepaald historisch, kunstzinnig of actueel thema, met behoud van de eigen identiteit. Bovenstaande ambitie impliceert tegelijkertijd dat het bestuur van het Stadsmuseum niets voelt voor het veel smallere concept van een oudheidkamer. Daarom is veel energie gestoken in het – samen met Berenschot - ontwikkelen van een nieuwe museale visie. In die nieuwe visie komt een groter accent te liggen op cultureel ondernemerschap, om daardoor structureel meer inkomsten te genereren die het voortbestaan en de permanente vernieuwing garanderen.

6


2. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

2.1.

Toelichting Het is van belang na te gaan in welke richting het maatschappelijke en politieke klimaat rond kunst en cultuur zich ontwikkelt, zowel lokaal, regionaal als landelijk, dit om als Stadsmuseum Harderwijk daarop adequaat te kunnen inspelen. Hieronder wordt aangegeven welke trends en ontwikkelingen relevant zijn.

2.2.

Landelijk Wat de landelijke trends en ontwikkelingen betreft is de nota Agenda 2026. Toekomstverkenning voor de Nederlandse museumsector interessant. Het is een uitgave van de Nederlandse Museumvereniging uit september 2010. De nota heeft een aantal trends en ontwikkelingen in kaart gebracht en vervolgens een rangorde bepaald. De volgende vier punten zijn volgens de Nederlandse Museumvereniging zeer relevant en actueel: a. meer aandacht voor duurzaamheid; b. actieve senioren; de babyboomgeneratie gaat met pensioen; c. concentratie van collectieve voorzieningen in de stad; d. minder subsidies. Deze trends en ontwikkelingen gelden zeker ook voor Harderwijk. Punt d spreekt voor zich. Ook wordt meer en meer duidelijk dat punt c in Harderwijk een belangrijk speerpunt zal worden. In de recente Accommodatienota van de gemeente Harderwijk is 7


uitgebreid geïnventariseerd welke accommodaties beschikbaar zijn voor de verschillende maatschappelijke doelen waarbij de gemeente betrokken is: onderwijs, sport, cultuur, welzijn. Een rode draad in die nota is optimaal gebruik maken van de accommodaties, waardoor onnodige nieuwbouw wordt voorkomen. Dat geldt met name voor accommodaties die eigendom zijn van de gemeente Harderwijk, dus ook het Stadsmuseum Harderwijk. In de nota van de Nederlandse Museumvereniging worden ook nog vier punten genoemd die moeilijker te duiden zijn, maar zeker relevantie hebben. Het gaat daarbij om: e. digitalisering, er is sprake van een digital born generation; f.

groei van het toerisme;

g. authenticiteit scoort hoog; h. de opkomst van megaregio’s. De punten e en g zijn maatschappelijke ontwikkelingen die niet alleen voor jongeren gelden, maar steeds meer in het maatschappelijke verkeer naar voren komen. Digitalisering is sowieso een gegeven, terwijl authenticiteit meer en meer gewaardeerd wordt, ook in combinatie met duurzaamheid. We zijn op weg naar een andere samenleving, met andere normen en waarden. Hoe snel die ontwikkeling zal gaan, is lastig te bepalen, maar het is zaak er rekening mee te houden. Ten slotte spreekt de nota zich ook uit over kleine musea. De Nederlandse Museumvereniging constateert dat kleine musea het zwaar krijgen. Alleen sterke musea met een eigen profiel, een duidelijk product en een sterke achterban zullen overeind blijven. Ze dienen een keuze te maken: een authentiek ‘ouderwets’ museum of een verrassend eigentijds museum; er is geen tussenweg. Die conclusie heeft ook het Stadsmuseum Harderwijk getrokken. Dat blijkt ook uit de intentieverklaring van juli 2012 en dit businessplan. Tot de trends met een landelijke relevantie behoren zeker de opvattingen van de minister van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap. Sieb Weide, directeur van de Nederlandse Museumvereniging, refereerde in de januari-editie (2013) van het digitale periodiek Museumberichten aan de nieuwjaarsreceptie in het volgepakte middenschip van Museum Speelklok (Utrecht) voor een gezelschap van vijfhonderd museumdirecteuren en –medewerkers. Tijdens die bijeenkomst sprak de toen kersverse minister van OCW, Jet Bussemaker, de historische en verlossende woorden: ‘Die eigen inkomsten moeten er zijn, maar de maatschappelijke waarde van kunst en cultuur vind ik veel belangrijker.’ Ze voegde er nog aan toe dat ieder kind recht heeft op een culturele ervaring. En dat dit vooral een goed begeleide ervaring moet zijn. Dat musea hun collecties eerder moeten uitruilen dan afstoten, opdat collecties zichtbaarder worden. Dat toegankelijkheid tot musea niet groter wordt door onderlinge concurrentie, maar door samenwerking. Ze prees de museumsector voor de weer stijgende bezoekcijfers en 8


de goede voorbeelden op het gebied van educatie: Haags Cultuurmenu, presentatie De Stijl in Gemeentemuseum Den Haag en gezamenlijke promotie via internet: Arttube. ‘Ga zo door’, leek ze te willen zeggen. Sieb Weide ontleende ons inziens terecht hoop aan deze ministeriële houding tegenover de museumsector. Die houding spoort ook goed met de inspanningen van het Stadsmuseum Harderwijk om een museum-nieuwe stijl te worden, dat meer eigen inkomsten genereert, met andere partijen wil samenwerken en ook daadwerkelijk samenwerkt, (veel) aantrekkelijker wordt voor bezoekers uit de eigen stad, de regio en andere delen van Nederland en vooral een laagdrempelige voorziening wil worden waar het goed toeven is in een aantrekkelijke ambiance en waar iets te beleven en te ervaren valt op het gebied van kunst en cultuur. Een plek waar men het DNA van Harderwijk opsnuift en daadwerkelijk ervaart.

2.3.

Plaatselijk De plaatselijke trends lopen deels in de pas met de landelijke. Voor de Harderwijker cultuursector is de meer dan forse bezuiniging een harde werkelijkheid en de directe aanleiding tot de herijking van die sector. Maar het is ook van belang verder te kijken dan de bezuiniging, daarom ook aandacht voor de Stadsvisie 2031, de Kunstnota 2011-2016 en de Cultuurnota 2012-2016. Puntsgewijs noemen we enkele saillante onderdelen van deze drie documenten. Stadsvisie 2031: Er worden drie mogelijke scenario’s uitgewerkt, te weten vasthouden, verdiepen of verbreden. In alle drie de scenario’s spelen kunst en cultuur en de historie van de stad een belangrijke rol. Dat wordt ook onderstreept door de Kunstnota 2011-2016 en de Cultuurnota 2012-2016. Uit de Kunstnota 2011-2016: Kunst prikkelt, zorgt voor een prettig woonklimaat, verbindt mensen, helpt bij het verwerken van gebeurtenissen uit heden en verleden. Uit de Cultuurnota 2012-2016: -

kunst toegankelijk maken voor alle bewoners, bezoekers en bedrijven;

-

cultureel ondernemerschap ontwikkelen;

-

talentontwikkeling van jeugd stimuleren;

-

amateurkunst stimuleren.

Helder is het belang dat in Harderwijk wordt gehecht aan kunst en cultuur. Binnen het huidige politieke klimaat wordt – meer dan in het verleden – echter meer aandacht 9


besteed aan cultureel ondernemerschap en samenwerking in ‘clusters’, met name op het terrein van educatie, podia en historie.

2.4.

Regionaal Ook regionale aspecten mogen in deze rapportage niet ontbreken. Gemeenten in de regio werken steeds meer samen, bijvoorbeeld op het terrein van milieu en van werk en inkomen. Eerste verkenningen wijzen uit dat een dergelijke samenwerking op museaal terrein een meerwaarde kan opleveren. Gezamenlijk kunnen interessante exposities worden opgezet. In samenwerking ben je ook een interessantere samenwerkingspartij voor grotere musea, hetgeen weer uitstekend past in het beleid van de minister.

2.5.

Museaal / cultureel Het rapport van Gelders Erfgoed, Feiten en cijfers 2012, laat zien dat Gelderse musea (14%) na de bioscoop / filmhuis (38%) de grootste publiekstrekker zijn als het gaat om culturele uitstapjes. Volgens dit rapport tonen onderzoeken aan dat het culturele aanbod in een stad een belangrijk onderdeel uitmaakt van de aantrekkingskracht, de economie en de concurrentiepositie. Culturele activiteiten zorgen, naast bestedingen, ook voor werkgelegenheid. Het onderzoek De aantrekkelijke stad toont aan dat ‘winnende steden de steden zijn met veel historie en cultuur’, aldus het rapport van Gelders Erfgoed.

2.6.

Conclusies De hiervoor geschetste trends en ontwikkelingen maken duidelijk dat het Stadsmuseum Harderwijk van groot belang is voor de stad, maar ook moet mee veranderen, door namelijk meer te profiteren van de groei van het toerisme, door aantrekkelijker te worden voor de babyboomgeneratie, door een authentiek gezicht te laten zien en door meer in te zetten op digitalisering. Daarnaast biedt samenwerking extra kansen, zowel plaatselijk als regionaal. Door samenwerking kan een aantrekkelijker ‘product’ worden aangeboden. De gemeentelijke bezuinigingen en sommige politieke opvattingen vormen een belemmering voor die ontwikkeling, maar dagen tegelijk ook uit tot een herbezinning. Cultureel ondernemerschap kan echter niet bij toverslag gerealiseerd worden, dat dient tijd te krijgen zich te ontwikkelen. Het Stadsmuseum Harderwijk kiest voor de optie ‘verrassend eigentijds museum’ en streeft naar samenwerking, zowel plaatselijk als regionaal. Essentieel is dat ‘verrassend eigentijds museum’ een sterk eigen profiel te geven, een duidelijk product aan te bieden en de eigen achterban te versterken. Effectieve PR en communicatie spelen daarbij sleutelrollen.

10


3. LEGITIMATIE, VISIE EN MISSIE

3.1.

Toelichting De visie van de gemeente op cultuur, de cultuurhistorie van de stad, de landelijke, regionale en lokale trends en de ambities van het Stadsmuseum zelf vormen de legitimatie voor het bestaansrecht van het museum en voor de ingezette ontwikkelingen.

3.2.

Legitimatie a. Museaal Het bewustzijn van waarden uit het verleden en het heden bepaalt hoe onze samenleving eruit ziet en vormt mede onze identiteit. Waarden uit het verleden vinden we terug in uitingen van de cultuurhistorie (de menselijke beschaving). Waarden uit het heden worden zichtbaar in wat wij in Harderwijk e.o. (ook maatschappelijk en op het terrein van kunst) ondernemen als organisatie, bedrijf of particulier. Het ‘feeling’ houden met waarden uit het verleden en het heden geeft grond onder de voeten. Het is een samenbindend element. Daarom moeten er plekken zijn waar de cultuurhistorie van Harderwijk en omgeving op een verantwoorde wijze wordt gecollectioneerd, beheerd en toegankelijk gemaakt. Datzelfde geldt voor (cultuur-) uitingen in het heden. Ook die waarden dienen verantwoord geïnventariseerd, geselecteerd en in beeld gebracht te worden, waar mogelijk in historisch perspectief om de verbinding tussen verleden en heden te laten zien. In het voorgaande ligt de maatschappelijke legitimatie van het Stadsmuseum van de toekomst opgesloten. Het wil de aangewezen plek zijn voor bewustwording en educatie betreffende historische en hedendaagse cultuuruitingen, maar bij voorkeur in nauwe samenwerking met andere partijen binnen het samenwerkingsconcept ‘Huis van de Stad’. b. Ondernemerschap De eerder in dit businessplan genoemde aanleidingen voor een heroriëntatie en de eerdergenoemde trends, maken een krachtiger cultureel ondernemerschap noodzakelijk dan oorspronkelijk voorzien en vormen ook de basis voor een nieuwe strategie: het Stadsmuseum als museale ontmoetingsplek voor Harderwijkers, bezoekers uit de regio en toeristen uit binnen- en buitenland, met een optimaal gebruik van de locatie en goede invulling van gemeentelijke doelstellingen. Hierin past ook nauwe samenwerking met andere musea en partners binnen het concept Huis van de Stad. Die strategie biedt kansen voor het voortbestaan op langere termijn. Alleen al vanwege dit continuïteitsaspect zijn ook de overige, op andere wijze museaal georiënteerde activiteiten, gelegitimeerd.

3.3.

Waar gaan wij voor? 11


Om meer dan in het verleden ‘de aangewezen plek te zijn voor bewustwording van historische en hedendaagse cultuuruitingen’, is ontmoeting een sleutelwoord. Het Stadsmuseum van de toekomst is daarom een graag gezochte ontmoetingsplek, die jong en oud op een eigentijdse manier bindt aan cultuuruitingen zoals de historie, de actualiteit en kunst, bij voorkeur in nauwe samenwerking met anderen. Dit laatste aspect komt elders uitvoeriger aan bod. Voor het Stadsmuseum-sec gaat het om het volgende. De begane grond is een vrij toegankelijke inloopruimte met kleine, wisselende exposities, bedrijfspresentaties en doorlopende video’s, een museumwinkel met ook nieuwe producten en toeristische informatie, lezingen en andere activiteiten en een koffiecorner. Op de begane grond blijft ruimte beschikbaar die gebruikt kan worden als trouwlocatie of voor besloten bijeenkomsten, ook voor bedrijven. Traffic bevorderende onderverhuur is van belang. Doordeweeks ligt het accent op bezoekers van buiten, Harderwijkers en op educatie. De zaterdag wordt specifiek voor Harderwijkers ingevuld. De reuring zoals op bijvoorbeeld de markt is ook terug te vinden op de vrij toegankelijke begane grond, maar dan in een meer museale context. Een lezing, debat, muziek, workshops, bedrijfspresentaties, poppenkast, een rechtstreekse uitzending van Harderwijk FM, kinderopvang voor onder meer de bezoekers, rondleidingen en high tea’s - ‘s zomers in de museumtuin - zijn voorbeelden van die reuring. Samenwerking met instellingen in de omgeving van Klooster / Smeepoortenbrink moet tot synergie leiden. Op de etages wordt de Stadsgeschiedenis eigentijds en interactief gepresenteerd, vindt men (een) kunstenaar(s) actief aan het werk en zijn tijdelijke exposities te bekijken. Die tijdelijke exposities hebben betrekking op de historie, de actualiteit of kunst en worden waar mogelijk uitgevoerd in samenwerking met andere instellingen binnen de context van Huis van de Stad. Van tijd tot tijd wordt er rond een topstuk van elders een aansprekende tentoonstelling gehouden, zo mogelijk in samenwerking met andere musea uit een ruime regio. Educatief onderwijs past uiteraard uitstekend binnen de museale legitimatie. Hierbij wordt samengewerkt met Cultuurkust. In samenwerking met bijvoorbeeld Herderewich, het Streekarchief en anderen – zoals het Platform Historisch Harderwijk - wordt een historisch kenniscentrum ingericht. De locatie Donkerstraat is toegankelijk gemaakt voor mensen met een fysieke beperking en voor groepen. De vrij toegankelijke begane grond is verruimd door de kantoren te concentreren op de etage en door de aanbouw van een serre. De (ook aangepaste) toiletvoorzieningen zijn verplaatst en uitgebreid. Er is een aparte ingang voor rolstoelgebruikers. Men kan gratis gebruik maken van Wifi. Bezoekers aan de vrij toegankelijke begane grond zijn – naast Harderwijkers - door de week vooral de senior cultuurtoeristen van elders en op zaterdag met name de Harderwijkers. Door de ‘traffic’ op de begane grond kunnen meer inkomsten worden gegenereerd in de museumwinkel en koffiecorner en zal het aantal betalende bezoekers (etages) gestaag stijgen. Groepsbezoek neemt toe door de verbeterde voorzieningen. Het jaarlijkse educatieve programma trekt geregeld groepen leerlingen. Voor wat betreft de bedrijfsvoering heeft het Stadsmuseum een kleine professionele staf, verder wordt gewerkt met vrijwilligers. Inkomsten worden gegenereerd uit entree voor het betaalde museale deel, onderverhuur, koffiecorner, museumwinkel en activiteiten op de begane grond. 12


Er is beleid ontwikkeld op het terrein van ‘social media’. Interessante weetjes worden getwitterd en op andere media, zoals de website, geplaatst. Er is een flink aantal ‘volgers’. De Vereniging Vrienden van het Stadsmuseum werft extra donateurs die meer bijdragen dan tot nu toe gebruikelijk was, voor hen is een aantrekkelijk voordeelpakket ontwikkeld. In een mooi vormgegeven digitale periodiek, worden leden van de vereniging actief betrokken bij het wel en wee van het museum. De Vereniging Vrienden heeft een ‘club des cent’ opgericht, die het museum financieel steunt.

3.4.

Missie Bovenstaande visie laat zich vertalen in de volgende missie.

Het Stadsmuseum Harderwijk , een graag gezochte en druk bezochte museale ontmoetingsplek voor jong en oud, die mensen samenbindt en op een eigentijdse wijze – in samenwerking met anderen - in contact brengt met de Harderwijker historie, actualiteit en kunst.

13


4. HUIS VAN DE STAD ALS BREDER KADER

4.1.

Toelichting Samenwerking is een wezenlijk onderdeel van de visie en missie. Het gaat om bedrijven en instellingen, maar ook om samenwerking binnen het concept Huis van de Stad. Op meerdere plekken in deze rapportage is gesproken over dit bredere samenwerkingsmodel. Dit concept is weliswaar op hoofdlijnen binnen het Stadsmuseum ontwikkeld, maar werd al snel veel breder dan het Stadsmuseum alleen. Het heeft inmiddels betrekking op alles wat Harderwijk in essentie te bieden heeft uit verleden en heden, samen te vatten als het DNA van Harderwijk. Binnen dit model kan door synergie meerwaarde worden bewerkstelligd op het terrein van cultureel ondernemerschap en inhoudelijk op het terrein van historie, kunst en heden. De gemeente Harderwijk wil ten behoeve van de ontwikkeling van Huis van de Stad de procesondersteuning faciliteren. Onderstaand een korte impressie van wat Huis van de Stad inhoudt en een indruk van overige partners waarmee samenwerking beoogd wordt c.q. in de maak is.

4.2.

Hoe ziet Huis van de Stad eruit? Het Huis van de Stad is niet gecentreerd in één gebouw, het bevindt zich op allerlei plekken in en om de stad. Huis van de Stad heeft Kamers. Een Kamer in het Huis is een samenhangend deel van het DNA van Harderwijk. De eerste Kamer is al gerealiseerd, namelijk de Kamer Historie, in de vorm van het Platform Historisch Harderwijk. Daarin werken vijftien instellingen, bedrijven en particulieren samen op het terrein van historie. De Kamer Kunst moet nog worden opgetuigd. In deze Kamer worden krachten gebundeld op het terrein van de kunst, waardoor onder meer hoogwaardige tentoonstellingen kunnen worden georganiseerd. Om de Kamer Heden te kunnen inrichten moeten meer contacten gelegd worden met toonaangevende innovatieve Harderwijker bedrijven, bijvoorbeeld op het gebied van techniek en recycling. Het streven is de Kamer Heden uit te bouwen tot een aantrekkelijke etalage van wat Harderwijk op het gebied van innovatie en technisch vernuft te bieden heeft. Dit kan ook rond een specifiek thema. Die ‘etalage’ bestaat verder uit presentaties op diverse plaatsen in de stad.

4.3.

Economische een maatschappelijke effecten van Huis van de Stad -

Huis van de Stad fungeert als merknaam en als beeldmerk;

-

het bewustzijn van waarden uit het heden en verleden van Harderwijk (het DNA van de stad) wordt versterkt; 14


-

het ‘gezicht’ van de stad wordt duidelijker voor de eigen bevolking, toeristen, bedrijfs- en verenigingsleven; met positieve economische effecten op het vestigingsen woonklimaat;

-

de samenwerking tussen instellingen en bedrijven wordt geïntensiveerd. Dat betekent meer cohesie in de samenleving omdat mensen die in die instellingen en bedrijven werken, ook intensiever met elkaar in contact komen;

-

aantrekkelijker recreatieklimaat voor eigen inwoners, bewoners van de regio, bezoekers uit binnen- en buitenland;

-

aantrekkelijker winkelgebied voor eigen inwoners en bewoners van de regio;

-

de functie van trekker in de regio wordt krachtiger;

-

de uitstraling van de stad Harderwijk naar de regio, naar andere delen van Nederland en ook internationaal wordt eenduidiger en daardoor effectiever. Harderwijk zet zich met Huis van de Stad helderder op de kaart;

-

door met name de historische binnenstad te profileren, te promoten en ook fysiek aantrekkelijker te maken, onder andere door herinrichting van straten (waartoe de gemeente al heeft besloten) en wervende cultuurhistorische informatie, wordt de aantrekkingskracht van de stad vergroot;

-

Huis van de Stad stimuleert en initieert nieuwe kleinschalige evenementen en arrangementen, wat eveneens positief uitwerkt voor het imago van de stad.

4.4.

Relatie met het Stadsmuseum Het Stadsmuseum wil participeren in Huis van de Stad als één van de samenwerkingspartners. Dit geldt voor met name de Kamers historie, kunst, heden en toerisme.

4.5.

Andere samenwerkingspartners van het Stadsmuseum Zowel binnen Huis van de Stad als daarbuiten is en wordt samenwerking gezocht met instellingen en bedrijven. Dit geldt bijvoorbeeld voor: a. De Hortus (educatie / personele samenwerking) b. De Bibliotheek (educatie / kenniscentrum / personele samenwerking) c. Het Dolfinarium (promotie en arrangementen) d. ‘t Klooster / Cultuurkust (educatie) e. Musea op de Noord-Veluwe (gezamenlijke exposities) f.

Platform Historisch Harderwijk (vijftien instellingen/bedrijven/ particulieren) 15


g. Herderewich (historie) h. Hotel-restaurant De Zwarte Boer (arrangement) i.

Bedrijfsleven (bedrijfspresentaties / kamer Heden van Huis van de Stad)

j.

Harderwijk FM (live uitzendingen op zaterdag)

k. Catharinakapel (aanbod op zaterdag) l.

Erfgoed Gelderland (lid van de coĂśrperatie) en Gelders Erfgoed (cultuurhistorie)

m. Streekarchief Noordwest-Veluwe (kenniscentrum) n. Vereniging Vrienden Stadsmuseum o. ’s Heerenloo p. Musea in Hanzesteden

16


5. DOELGROEPEN EN PUBLIEKSBEREIK

5.1.

Toelichting Volgens de nieuwe museale visie en missie is het Stadsmuseum Harderwijk een graag gezochte ontmoetingsplek. Het is daarom van belang het te bereiken publiek in beeld te hebben, ook in relatie tot het verleden, trends en het nieuwe aanbod. Voorts wordt hieronder geschetst welke middelen ingezet worden om het publiek daadwerkelijk te bereiken. Bij het voorgaande moet in ogenschouw genomen worden dat, blijkens het rapport van Gelders Erfgoed Feiten en cijfers 2012, het publiek bereid is gemiddeld ongeveer 50 kilometer af te leggen voor museumbezoek, dat de 13-34 jarigen en de 65 plussers meer cultuurdeelnemer zijn dan de gemiddelde bevolking, dat gezinnen met kinderen relatief weinig en alleenstaanden daarentegen relatief veel cultuuruitstapjes maken. Hoewel landelijk het museumbezoek stijgt (in 2011 t.o.v. 2010 vooral door heropening van enkele grote musea), geldt dit niet voor het Stadsmuseum Harderwijk. Het gemiddeld aantal bezoekers is in de periode 2010-2013 bijna gehalveerd ten opzichte van de periode 2002-2006. De gemiddelden over de periode januari 2010 tot medio 2013, berekend over een volledig jaar, waren als volgt:

WIE

GEM. PER JAAR

TOELICHTING 2.444 In 2013 waren er weinig

Entree volwassenen

educatieve projecten (niet

Jongere / kind

948 opgenomen in Kunstmenu);

Museumjaarkaart

2.305 Pieken bij opname artikel in

Entree speciaal

555

Entree vrijkaart

41

Totaal

6.293

Museumjaarkaart-magazine en bij exposities; Eerste maanden van het jaar meestal rustig.

Onderstaand een beeld van wie wij willen bereiken, met welk aanbod en hoe wij dit gaan doen.

5.2.

De benedenverdieping Een belangrijke kurk waarop het Stadsmuseum in de toekomst gaat drijven is de toestroom van publiek naar de benedenverdieping. Die wordt immers laagdrempelig en gratis toegankelijk. Op die benedenverdieping is van alles te beleven: kleine exposities of aantrekkelijke objecten die uitnodigen in het (niet gratis) deel van het museum verder te kijken; (een) kunstenaar(s) aan het werk; een eigentijdse, goed ingerichte museumwinkel 17


met streekproducten en kwalitatief goede museaal gelinkte artikelen; een koffiecorner die uitnodigt tot verpozen, lunchen, ontmoeting met anderen; presentaties van Harderwijker bedrijven; vergaderfaciliteit in een hoogwaardige museale setting en WiFi. De benedenverdieping dient veel traffic te genereren, dat kan nog extra worden bevorderd door toeristeninformatie aan te bieden. De doelgroepen voor de benedenverdieping zijn:

5.3.

-

Inwoners van Harderwijk

-

Bezoekers uit de regio

-

Toeristen uit andere delen van het land en buitenland

-

Zakenrelaties of andere zakelijke bezoekers.

De andere verdiepingen Op de eerste verdieping van het museum is een hypermodern ingerichte opstelling over de Harderwijker geschiedenis te bezichtigen. Zowel op de overloop als in de Harderwijkzalen. Daarnaast wordt er een Kenniscentrum gevestigd waar boeken en digitale informatie over de Harderwijker geschiedenis zijn te raadplegen. Op de tweede en derde verdieping is ruimte voor bescheiden, maar kwalitatief hoge exposities, liefst in samenwerking met andere musea. Ten slotte is de zolder het Zuiderzeevisserijdomein, waar op ongedwongen wijze de nostalgie rond de Zuiderzeevisserij kan worden beleefd, gecombineerd met een educatieve ruimte. De (betalende) doelgroepen voor de andere verdiepingen zijn: -

Cultuurtoeristen (individueel) uit de regio of andere delen van het land

-

Seniorenmarkt (ook opa’s/oma’s die als oppas fungeren)

-

Bewoners van Harderwijk

-

Leerlingen uit basis- en voortgezet onderwijs (educatie en schoolreisjes)

-

Groepen bezoekers, met name cultuurtoeristen maar ook ‘busuitjes’

Voor groepen dienen de volgende randvoorwaarden vervuld te zijn:

5.4.

-

In een uur afhandelen

-

Koffie voor vijftig bezoekers

-

Het bezoek verlevendigen met oral history of andere vormen van levende historie.

Bezoekers op zaterdag

18


De zaterdag biedt onvermoede kansen: ’s morgens de weekmarkt; daarnaast ’s morgens en ’s middags veel bezoekers aan het winkelgebied waarin het Stadsmuseum op een prominente locatie ligt. Vandaar dat het museum op zaterdag vertier en vermaak biedt: koffieconcerten, korte lezingen, clinics, demonstraties, live-uitzendingen van Harderwijk FM, boodschappenstalling en kleinschalige kinderopvang, rondleidingen door kunstenaars, speciale zaterdag-arrangementen in de koffiecorner. De deuren van het museum staan van 10.00-17.00 uur gastvrij open. De doelgroepen voor de zaterdag zijn:

5.5.

-

Winkelende en de markt bezoekende Harderwijkers en mensen uit de regio

-

Harderwijkers en toeristen die specifiek op programma-onderdelen en de sfeer afkomen

-

Cultuurtoeristen die een een- of meerdaags bezoek aan de stad of de regio afleggen.

Publieksbereik en promotie Essentieel is een sterke PR, die niet alleen incidenteel, maar permanent dient te worden verzorgd en actueel dient te worden gehouden. Om de effectiviteit van de PR te vergroten is een goede marketing en regelmatig klantenonderzoek noodzakelijk. In te zetten PR-middelen: -

De website

-

Social media, die up-to-date dienen te worden gehouden

-

Free publicity

-

Artikelen en aanbiedingen in relevante (ook op senioren gerichte) bladen zoals het Museumjaarkaartmagazine, de Plus, Spoor, de Kampioen enzovoort

-

Harderwijker routering

-

Posters / aanplakbiljetten / flyers

-

Arrangementen met andere instellingen, zoals Zwaluwhoeve, De Zwarte Boer, het Dolfinarium, Hotel Van der Valk, met wederzijdse inzet van PR

-

Meeliften met promotie van derden of van thema’s, zoals Huis van de Stad, de Hanze enzovoort

-

Periodiek van Vrienden van het Stadsmuseum

-

Digitale nieuwsbrief

-

Evenementenkalender

-

Netwerken zakelijke markt en busbedrijven 19


-

5.6.

Digitale netwerken.

Openingstijden Het Stadsmuseum Harderwijk is, zoals veel andere musea, beperkt open, namelijk dinsdags tot en met vrijdags van 10.00-17.00 uur en op zaterdag van 13.00-16.00 uur. Om de missie en visie waar te kunnen maken, zullen de openingstijden verruimd worden. Zoals hierboven al vermeld, in ieder geval op zaterdag: 10.00-17.00 uur. Met name de toeloop naar de gratis toegankelijk benedenverdieping zal worden gestimuleerd als het museum nog meer wordt opengesteld, in ieder geval op die momenten dat ook de winkels geopend zijn, dus op maandagmiddag en op feestdagen met openstelling van winkels. Uiteindelijk streeft het Stadsmuseum naar een openstelling 365 dagen per jaar. Dat is een doel dat geleidelijk bereikt dient te worden, mede afhankelijk van ontwikkelingen rond koopzondagen in Harderwijk. De extra te maken kosten zullen worden gecompenseerd met hogere opbrengsten. Het doel is uiteindelijk netto meer inkomsten te genereren.

5.7.

Ten slotte Een interessante doelgroep wordt de 55-plus-markt. Niet alleen door de gestage groei, maar ook omdat – door duurdere kinderopvang – grootouders waarschijnlijk vaker (gaan) oppassen en met hun kleinkinderen iets gaan doen. Er zijn ook geluiden dat de vrijetijdsmarkt in zijn totaliteit verzadigd is. Waar de één 5% meer bezoekers weet te trekken, levert de ander 5% in. De vernieuwde vaste presentatie van de Stadsgeschiedenis vanaf voorjaar 2014 zal nieuwe bezoekers trekken. Mooie exposities in samenwerking met derden kunnen bijdragen aan een stijging van de bezoekersaantallen. Meer traffic zal vooral bereikt worden door de vrij toegankelijke begane grond die zich onderscheidt van wat anderen doen. Dat levert naar verwachting geen drastisch hoger aantal museumbezoekers op, maar trekt wel publiek dat daardoor in aanraking komt met het DNA van de stad en deze traffic kan, samen met onderverhuur, inkomsten genereren.

6.

CONCEPTEN

6.1.

Toelichting In voorgaande hoofdstukken (trends, visie/missie en doelgroepen) is feitelijk al het beeld geschetst dat ons voor ogen staat. In dit hoofdstuk wordt de nieuwe museale visie nog eens conceptueel weergegeven.

20


6.2.

Opdracht Stadsmuseum Harderwijk Op grond van de visie en missie is de primaire opdracht van het Stadsmuseum een graag gezochte en druk bezochte museale ontmoetingsplek te zijn voor jong en oud, een plek die mensen samenbindt en op een eigentijdse wijze in contact brengt met de Harderwijker historie, actualiteit en kunst. Samenwerking met derden, zowel binnen Huis van de Stad als daarbuiten staat hoog in het vaandel. Bij het invullen van het door de gemeente gewenste en vanuit het oogpunt van continuĂŻteit noodzakelijke cultureel ondernemerschap, worden ook andere, trafficbevorderende, activiteiten of presentaties georganiseerd. Deze activiteiten hebben altijd een zekere relatie met de missie.

6.3.

Het gebouw/ visie op gebruik a. Aanpassing pand Het pand waarin het Stadsmuseum is gevestigd (ongeveer 1200 m2) wordt toegankelijk gemaakt voor mensen met een fysieke beperking. De ontvangstruimte (annex koffiecorner) wordt gekoppeld aan de stadstuin (serre). De nieuwe toiletvoorzieningen maken groepsontvangsten mogelijk. De gebruiksruimten zijn dan als volgt ingedeeld. b. Etages Op de etages, inclusief zolder, bevindt zich de vaste, vernieuwde museale collectie, tijdelijke expositieruimte en in beperkte mate ruimte voor onderverhuur aan samenwerkingspartners. Op zolder komt een educatieruimte. c. Begane grond Op de begane grond bevindt zich de entree, de museumwinkel, een deel van de vaste presentatie, de tuinkamer, de serre (ontvangstruimte/koffiecorner), ruimte voor tijdelijke presentaties en enkele werkplekken. Er is in beperkte mate ruimte voor (al dan niet tijdelijke) onderverhuur aan samenwerkingspartners In de vrij toegankelijke stadstuin kunnen kleine tijdelijke exposities worden opgesteld. Aangrenzend aan de tuin is een kleine opslag / werkplaats. d. Depot Elders in Harderwijk wordt depotruimte gehuurd.

6.4.

Ontmoeting en binding (begane grond) Binnen dit concept staat het – samen met anderen - kennismaken met en communiceren over het DNA van de stad (alles wat ons als Harderwijkers bezighoudt c.q. zou moeten bezighouden) centraal. Het kan dus gaan om innoverende bedrijven die zich presenteren, lezingen, clinics, een archeologische vondst, een Harderwijker met een bijzondere hobby, live-uitzendingen van Harderwijk FM met interessante Harderwijkers als gast. Kortom, iets zien, iets horen, iets ruiken, iets proeven wat met Harderwijk is verbonden. Als het 21


even kan in samenwerking met anderen, bijvoorbeeld binnen de context van Huis van de Stad. De faciliteiten hiervoor worden gecreëerd, zoals een koffiecorner, waar tevens de kaartverkoop is gesitueerd, een stalling voor boodschappen, kleine horecavoorzieningen enzovoort. Ook voor de winkel met lokale en streekproducten en toeristische informatie geldt: ‘kennismaken met en communiceren over het DNA van de stad’. Onderzocht zal worden hoe de winkel meer inkomsten voor het museum kan genereren.

6.5.

Museaal inhoudelijk (etages) Binnen het museale concept staat ‘het je verdiepen in het DNA van de stad (zoals de stadsgeschiedenis) en in kunst’ (niet per se altijd aan Harderwijk gerelateerd) centraal. De presentatie van de Stadsgeschiedenis wordt vernieuwd (gereed voorjaar 2014). Deze zeer interactieve presentatie bevindt zich, evenals de muntpresentatie, op de overloop en in de Harderwijkzalen 1 en 2. Tijdelijke tentoonstellingen (minimaal twee per jaar) zullen aansluiten bij het DNA van de Harderwijk (ook amateurkunst) of betrekking hebben op de regio. Een keer per twee jaar wordt in samenwerking met andere musea in de regio een bijzondere, tijdelijke, expositie georganiseerd, in principe in de Brinkzaal 1 en/of Brinkzaal 2. Op zolder is de Zuiderzeevisserij te zien en te beleven en is de educatieruimte gesitueerd. De routing wordt geoptimaliseerd. De bezoeker krijgt bij aankoop van en kaartje een plattegrond en een korte schets van de inhoud van het museale deel.

6.6.

Benutten historische locatie Het Stadsmuseum is niet alleen een gebouw, maar bovenal een historisch pand met een boeiende inhoud. Het biedt zowel aan particulieren als aan de zakelijke markt een zeer interessante context voor bijeenkomsten. Met name de zakelijke markt zal intensiever benaderd worden. Dit bevordert ook binding met het museum.

6.7.

Organisatie De meerjarenbegroting biedt ruimte voor een beperkte mate van professionele aansturing, zowel voor wat betreft het museale als het ondernemende deel. Het bestuur-directiemodel blijft gehandhaafd. Waar risico’s aan de orde zijn voor wat betreft het beheer, vindt professionele invulling plaats. Dat geldt ook voor taken die niet van vrijwilligers verwacht mogen worden. Er zal – gelet op de takenuitbreiding - een groter beroep worden gedaan op volledig gesubsidieerde krachten c.q. vrijwilligers. Het budget is leidend. Mutaties in het (vrijwillige) bestuur hebben al geleid tot meer differentiatie, zowel inhoudelijk als anderszins. Die koers wordt doorgezet.

6.8.

Marketing / PR In de tweede helft van 2013 wordt een marketingplan opgesteld. 22


7.

PRESENTATIES EN COLLECTIES

7.1.

Inleiding Binnen de museale context zijn verwerven (collectioneren), beheren en presenteren (inclusief educatie) kerntaken. Het Stadsmuseum Harderwijk wil die taken op een professionele manier blijven uitvoeren, met name ook om te voldoen aan de eisen die het Museumregister stelt. Voor het Stadsmuseum is ‘gecertificeerd zijn en blijven’ een ‘must’.

7.2.

Collectioneren Kunstwerken of andere (historische) voorwerpen zijn voor het Stadsmuseum relevant als er een relatie ligt met de geschiedenis van de stad of met een aan Harderwijk gerelateerde kunstenaar. De Vereniging Vrienden van het Stadsmuseum koopt aan en geeft deze aankopen in bruikleen aan het Stadsmuseum. Een enkele keer koopt het museum ook zelf een object.

7.3.

Beheren De collectie wordt fysiek beheerd (controles, reparaties, presentatie, uitlenen), maar ook digitaal geregistreerd. Foto- en kaartenmateriaal wordt waar mogelijk eveneens digitaal opgeslagen en onder meer getoond via de website www.mijngelderland.nl.

7.4.

Presenteren Naast de volledig vernieuwde presentatie van de Stadsgeschiedenis (voorjaar 2014 gereed), zullen er in principe per jaar twee tijdelijke exposities ingericht worden (budget is leidend). Het bestuur zal zich nadrukkelijker dan voorheen bezighouden met het museale beleid en de keuzes voor en uitvoering van de tijdelijke exposities. Eén keer in de twee jaar wordt een tentoonstelling georganiseerd in samenwerking met andere musea in de regio, al dan niet rond een thema. Naast de museale presentaties zullen op de begane grond vrij toegankelijke presentaties te vinden zijn van bedrijven, hobbyisten en samenwerkingspartners. Aan Harderwijker amateurkunst wordt de nodige aandacht besteed.

7.5.

Educatie Jaarlijks bezoeken leerlingen van basisscholen het Stadsmuseum. De educatie zal een nieuwe impuls moeten krijgen in samenwerking met Cultuurkust.

23


7.6.

Samenwerking en arrangementen Er zijn nu en in het verleden arrangementen gemaakt met bedrijven, onlangs nog met de Zwarte Boer. Partners waarmee samenwerking is gevonden of wordt gezocht zijn in hoofdstuk 4. beschreven. Dit geldt ook voor samenwerking in het kader van Huis van de Stad. Binnen dat kader zijn ook gezamenlijke presentaties wenselijk.

24


8.

PERSONEEL EN ORGANISATIE

8.1.

Inleiding Het Stadsmuseum Harderwijk is een semi-professionele organisatie met een vrijwillig bestuur, betaalde medewerkers op cruciale functies en vrijwilligers voor overige taken. Voor wat betreft de betaalde medewerkers dient onderscheid gemaakt te worden tussen medewerkers in dienst van het Stadsmuseum en medewerkers die gedetacheerd dan wel geplaatst zijn door Inclusief Intervens. Voor het Stadsmuseum bedraagt de korting op de subsidie 41% per 1 januari 2014, een bedrag dat gelijk staat aan de gemiddelde personeelskosten van de laatste jaren. Het financiële plaatje ziet er voor de komende jaren dus niet rooskleurig uit, in eerste instantie is dan ook sprake van een overlevingsscenario. Vanaf 2015 valt er een lichte en gestage verbetering in de exploitatie te verwachten, maar niet zodanig dat een periode overbrugd zou kunnen worden met het huidige personeelsbestand. Er is daarom – op basis van de meerjarenbegroting 2014-2017 - een personeelsplan gemaakt, dat geaccordeerd is door het bestuur en besproken met de zittende medewerkers. Vanwege de omvang van het personeelsbestand kent het Stadsmuseum geen Ondernemingsraad, noch een georganiseerd overleg met de vakbonden. Zeer tot onze spijt moet er van enkele medewerkers afscheid worden genomen.

8.2.

Takenpakket versus financiële ruimte en andere factoren Bij het beoordelen van de gewenste nieuwe personele situatie is rekening gehouden met •

het nieuwe takenpakket

het zittende personeel

bedrijfseconomische factoren

continuïteit en andere risicofactoren

overige factoren (herplaatsingsmogelijkheden, verwachte ontwikkelingen, zorgvuldigheid)

De nieuwe museale visie betekent ook kanteling van de organisatie in de richting van meer cultureel ondernemerschap. Dit heeft ook gevolgen voor de aansturing van de organisatie. Het personeelsbudget zal, om de exploitatie rond te krijgen, volgens de huidige meerjarenbegroting vanaf 2014 en in de jaren daarna verlaagd worden van € 120.000 naar € 80.000. Met Inclusief Intervens zijn er – met positief resultaat – gesprekken gevoerd over een lagere tariefstelling. Gelet op de onzekerheden over de aard en omvang van de subsidies op de personeelskosten (zoals loonkostensubsidie) en 25


de tariefstelling van Inclusief Intervens na invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015, is rekening gehouden met een zekere marge. Anticiperend op de nabije toekomst is medio 2013 reeds afscheid genomen van één medewerker en zal per 1 januari 2014 afscheid genomen van een andere medewerker. Ten slotte zal in het voorjaar 2014 afscheid genomen worden een derde medewerker. Medewerkers die moeilijk vervangbaar zijn vanwege continuïteit of andere risicofactoren en die ook in het nieuwe plaatje passen, kunnen gehandhaafd blijven. Voor twee medewerkers is er zekerheid tot en met 2014. Er wordt een plan gemaakt voor het werven en adequaat inzetten van vrijwilligers.

8.3.

Organisatie Binnen de nieuwe museale visie is er een volwaardige museale component (inclusief educatie) en een meer ondernemende component (met niet direct museale activiteiten). Het blijft echter één organisatie met een centrale aansturing, te vervullen vanuit eerder genoemde componenten. Deze functionaris(sen) bereidt(en) het beleid voor en voert het na besluitvorming door het bestuur uit. Betrokkene(n) legt(gen) verantwoording af over het gevoerde beleid. Het betreffende statuut moet opnieuw beoordeeld worden. De organisatie is plat. Naast eerder genoemde leidinggevende(n) zijn er geen andere leidinggevenden, wel taakverantwoordelijken. De (ook nieuwe) functies zijn op hoofdlijnen beschreven. Het vrijwilligersbestand neemt toe.

26


9.

BESTUUR EN BESTURING

9.1.

Inleiding Het bestuur-directiemodel blijft gehandhaafd. Dat wil zeggen dat de leidinggevende(n) het beleid voorbereidt en uitvoert na een besluit van het bestuur. Hij/zij heeft de dagelijkse leiding. De leidinggevende(n) legt(gen) verantwoording af aan het bestuur over het gevoerde beleid. Hij/zij wordt terzijde gestaan door medewerkers en vrijwilligers. De medewerkers zijn in dienst van het bestuur.

9.2.

Rol van het bestuur De formele rol van het bestuur lijkt gezien het model dat beschreven is, duidelijk. De geringere financiële middelen voor leidinggevende(n) en het omvangrijker takenpakket, maken een groter beroep op daadwerkelijke medewerking van bestuursleden noodzakelijk. De leidinggevende zal bij de bestuursleden een actief klankbord en ook ‘helpende hand’ moeten vinden. Dat vraagt gedifferentieerde kwaliteiten en een actief bestuur, onder meer op het terrein van •

De verbouwing(incidenteel)

De herinrichting (semi-structureel)

Het museale beleid / exposities

Het museale beheer

De begane grond met (beleid, activiteiten, exploitatie)

De PR / communicatie / social media

Marketing

Het financiële beleid / beheer

Fondsenwerving / sponsoring

Vertegenwoordiging in de kamers van Huis van de Stad (historie, kunst en heden)

Uitnutten samenwerkingsmogelijkheden

Educatie.

Het streven is erop gericht die differentiatie binnen het bestuur te bewerkstelligen en per bestuurslid aandachtsgebieden overeen te komen.

27


2.1.

Samenstelling bestuur, augustus 2013

Naam / functie

Benoemd

Herbenoemd / herbenoembaar

Aftredend

Jan Pel (voorzitter)

16-03-2009

2013

2017

Liek Mulder (penningmeester / wnd. voorzitter)

28-09-2011

2015

2019

Eef Wemes (lid)

01-01-2001

Dick Visser (lid)

09-03-2011

2015

2019

Ronald Zuidgeest (lid)

09-02-2011

2015

2019

Nicoline Rengers (lid)

19-12-2012

2016

2020

Johan van der Sluis (lid)

24-04-2013

2017

2021

Machalina van Dijk (lid en notulen)

31-07-2013

2017

2021

2013

Het DB wordt gevormd door de voorzitter en penningmeester. De functie van secretaris was in augustus 2013 nog vacant. Het bestuur vergadert 8 á 9 keer per jaar en evalueert zijn functioneren één keer per jaar tegen de achtergrond van de Code Cultural Governance. Er is een profielschets

voor het bestuur, die tegen de achtergrond van de bovengeschetste ontwikkelingen moet worden herzien.

28


10. HUISVESTING 10.1

Inleiding In hoofdstuk 6 is een en ander vermeld over het gebruik van het pand waarin het Stadsmuseum Harderwijk is gevestigd. Elders in dit businessplan is al aangegeven dat aanpassing van het pand noodzakelijk is om ook a) mensen met een fysieke beperking en groepen te kunnen ontvangen en b) de nieuwe museale visie te implementeren. Onderstaand een schets van dat proces. Er is een uitgewerkte en gedetailleerde planning.

10.2.

Financiering aanpassing pand Donkerstraat Met de gemeente Harderwijk, eigenares van het pand, is overlegd over de noodzakelijke aanpassingen, die dus deels te maken hebben met het toegankelijker maken van het gebouw. In een advies van de WMO-Raad uit 2012 wordt die noodzaak nog eens uiteengezet. In het kader van WMO zijn inmiddels door de gemeente middelen beschikbaar gesteld. Daarnaast heeft de gemeente bij de provincie Gelderland een subsidieaanvraag ingediend in het kader van de Stads- en regiocontracten. Op die aanvraag is op 26 juni 2013 door Provinciale Staten positief besloten. De voorwaarde voor co-financiering kan worden gevonden in de bijdrage uit de WMO en een eigen bijdrage van het Stadsmuseum. Er is nu in totaal € 380.000 beschikbaar, de gemeente heeft mondeling aangegeven dat er geen belemmeringen zijn om daadwerkelijk aan de slag te gaan.

10.3.

Wat gaan we doen? Kort samengevat komt het hier op neer. Er komt een hefplateau om rolstoelgebruikers toegang te verschaffen tot de eerste en tweede etage. Daartoe zullen vloeren geëgaliseerd worden. De kantoren op de begane grond worden verplaatst naar onder meer de eerste etage. De toiletvoorzieningen op de begane grond worden verplaatst en uitgebreid. Er wordt een glazen serre aangebouwd, die als nieuwe ontvangstruimte / koffiecorner gaat dienen. In de Donkerstraat komt een invalideningang, die toegang geeft tot de serredeur. De huidige ontvangstruimte wordt expositieruimte. Daarnaast worden nieuwe voorzieningen gerealiseerd, zoals een nieuwe toegang tot het museale deel, een keuken, WiFi enzovoort.

10.4.

Planning Goede samenwerking met de gemeente is cruciaal en verloopt buitengewoon plezierig. De gemeente is eigenares van het pand, maar het is om diverse redenen handig als het Stadsmuseum als opdrachtgever fungeert, waarbij de gemeente ‘over de schouder meekijkt’. Hierover moeten nog definitieve afspraken worden gemaakt. Voorbereidingen voor de verbouwing vinden plaats tot in het najaar van 2013, de start van de bouw is daarna voorzien en oplevering van de aanpassing van het pand wordt verwacht in het voorjaar van 2014. Beoogde openingsdatum van het verbouwde en heringerichte Stadsmuseum is 1 april 2014. Het ontwerp van de architect is in hoofdlijnen gereed, overleg met de welstands- en monumentencommissie is afgerond. In de komende maanden vindt constructieve en bouwkundige uitwerking plaats, wordt een omgevingsvergunning aangevraagd en wordt overlegd met belanghebbenden en omwonenden. Hierna start het offertetraject en kan met de verbouwing worden begonnen. 29


10.5.

Tijdens de verbouwing Het bestuur heeft de intentie het museum tijdens de verbouwing open te houden. Bezien zal worden op welke wijze het Harderwijker publiek kan kennismaken met (de resultaten van of werkzaamheden van) de verbouwing.

30


11. FINANCIEN 11.1.

Inleiding Zie voor financiering van de verbouwing het vorige hoofdstuk. Voor wat betreft de exploitatie is er een meerjarenbegroting 2014 – 2017 opgesteld en op 31 juli 2013 geaccordeerd door het bestuur. Het is een ‘overlevingsbegroting’ voor de eerste jaren, waarbij ingeteerd wordt op de overigens beperkte reserves. De begroting laat ruimte voor enige professionele bezetting, maar ook hiervoor geldt voor de eerste jaren een overlevingsstrategie. Na herinrichting van de presentatie van de stadsgeschiedenis (voorjaar 2014) en de aanpassing van het pand zal de toegangsprijs van het museale deel van het museum verhoogd worden van € 3 naar € 5. Deze tariefsaanpassing, de toename van bezoekersaantallen door bezoek van groepen, alsmede meeropbrengsten door tentoonstellingen samen met partners, zullen primair aangewend worden voor herinvestering in het museale deel (toevoegen aan budget tijdelijke exposities, inhuur professionele inzet bij tentoonstellingen). Positieve financiële ontwikkelingen worden vooral verwacht ten aanzien van de activiteiten op de begane grond en onderverhuur aan samenwerkingspartners. De verwachting is dat vanaf 2014 successievelijk het exploitatietekort (gedekt via reserves), door met name de inkomsten op de begane grond en onderhuur zal kantelen naar een licht overschot in 2018, waardoor weer enige reserve kan worden opgebouwd en geïnvesteerd kan worden in kwaliteitsverbetering. Zekerheidshalve is in de begroting 2016-2017 nog rekening gehouden met het interen op de reserves. Het resultaat 2012 is incidenteel sterk positief beïnvloed door terugontvangen ziekengeld van enkele medewerkers.

11.2.

De meerjarenbegroting 2014-2017 in kerngetallen. De bijlage bevat de details. BATEN Eigen inkomsten

JR. 2012

BEGR.’14

BEGR.’15

BEGR.’16

BEGR.’17

51.689

42.500

50.500

53.500

58.250

Subsidie

301.216

180.022

183.622

187.294

191.040

Totaal

352.905

222.522

234.122

240.794

249.290

LASTEN

JR. 2012

BEGR.’14

BEGR.’15

BEGR.’16

BEGR.’17

Activiteiten

77.475

31.500

34.000

36.000

40.000

Personeel

88.373

89.000

93.500

95.000

96.500

Huisvesting

78.876

77.900

80.700

83.400

85.600

Bestuur / beheer

26.936

21.500

22.500

23.500

24.500

Afschrijvingen / onvoorzien

91.668

1.500 1.122

1.500 1.922

1.500 1.394

1.500 1.190

363.328

222.522

234.122

240.794

249.290

Totaal

12. REALISATIE EN TRANSITIE 31


12.1.

Inleiding De realisatie van het nieuwe museale concept is een kwestie van een lange adem met een hoopvol perspectief. Het gaat met name over de ontwikkeling van een positieve exploitatie op de begane grond, het uitbouwen van samenwerkingsverbanden, het ontwikkelen van een museaal verantwoord tentoonstellingsbeleid, het ontwikkelen van marketingbeleid en het in de markt zetten van wat het Stadsmuseum Harderwijk te bieden heeft. Overigens is het denkbaar dat wat positionering betreft, een naamsverandering een interessante optie is. Een belangrijk startpunt is het voorjaar 2014. De herinrichting van de stadsgeschiedenis en de aanpassing van het pand zijn dan gereed en er is/zijn (een) nieuwe leidinggevende(n) ingewerkt. Voor de korte termijn is een planning gemaakt. Zie 12.2.

12.2.

Planning op hoofdlijnen april 2013-april 2014 2013 ACTIVITEIT A M J J A S

O

N

R

R

R

R

G

Stadsgeschiedenis II

V

R

R

R

R

R

R

G

Muntenkabinet

V

V

V

V

R

R

R

R

G

V

V

V

R

R

R

R

R

V

V

R

R

R

R

G

V

V

R

R

R

R

G

V

V

V

V

V

R

R

G

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

R

G

V

V

R

G

V

V

G

V

V

R

G

V

R

V

R

Stadsgeschiedenis I

V

R

R

Aanpassing gebouw / verhuizing

V

V

V

V

Personeelsplan

V

V

V

G

Vrijwilligers / professionals werven Ontwikkeling begane grond

V

V

V

Businessplan

V

V

R

R

G

Begroting 2014/2017

V

V

R

R

G

Onderverhuur samenwerkingspartner V

Participatie Huis van de Stad

V

Startexpositie 2014

D

A

G

G

Jaarafsluiting medewerkers Heropening SH Marketing / PR-plan opstellen

V

R

G

Vrienden nieuwe stijl

V

V

V

Museaal-/tentoonstellingsbeleid Arrangementen / samenwerkingsverbanden

J

2014 F M

V

V

V

V

V = voorbereiding, R = realisatie, G = gereed

32

R

V

R

V

R


13. RANDVOORWAARDEN EN RISICO’S 13.1

Inleiding We gaan met het Stadsmuseum Harderwijk een nieuwe fase in, waarin alle vanzelfsprekendheden uit het verleden niet meer gelden. Er is minder subsidie, er is een nieuwe missie, het museale concept is veranderd waardoor ook de organisatie moet kantelen, het doen en laten van het Stadsmuseum wordt transparanter, het gebouw zal anders benut worden, de uitstraling binnen en buiten zal veranderen, samenwerking en communicatie naar buiten worden sleutelbegrippen, het bestuur zal zich veel actiever opstellen en het cultureel ondernemerschap doet zijn intrede. Dit zijn slecht enkele voorbeelden van veranderingen. De wereld om ons heen verandert voortdurend en het Stadsmuseum zal permanent mee veranderen. Er liggen veel kansen. Om die kansen te benutten moeten randvoorwaarden vervuld worden en waar dat niet lukt worden risico’s gelopen.

13.2.

Randvoorwaarden en risico’s Onderstaand een overzicht van randvoorwaarden die vervuld moeten worden en de mate van risico dat die randvoorwaarde niet vervuld kan worden RANDVOORWAARDEN

RISICO KLEIN

Gewenste aanpassing pand binnen begroting

RISICO GEM.

RISICO GROOT

X

Incidentele en structurele onderverhuur

X

Personele capaciteit en kwaliteit

X

Adequaat vrijwilligersbestand

X

Bestuurskwaliteit

X

Aantrekkelijk museaal beleid

X

Aanboren markten

X

Revenuen begane grond

X

Relevante samenwerkingsverbanden, bilateraal en binnen Huis van de Stad

X

Draagvlak / support samenleving en politiek

X

Ontwikkeling ‘Vrienden’

X

Totale exploitatie vanaf 2015

X

Spin-off voor toerisme / de stad

X

Voortzetting registratie Museumregister

X

33

Businessplan stadsmuseum harderwijk  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you