Page 1

DIGITALIS Uitgave van en voor leden van de Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en FobieĂŤn 19e jaargang nummer 1 Maart 2018


INHOUDSOPGAVE

Van de voorzitter

2

Nieuwe manier van verzenden

2

Redactie

3

Wat zegt de Bijbel

3

MIND familiedag

5

Dwanggedachten bij vijf procent Nederlanders

9

Ziek van een gezond lichaam

11

Panisch voor een naald in je arm

15

Boekbespreking

19

Huiskamerbijeenkomsten

21

Colofon

25

1


VAN DE VOORZITTER Het was een ongebruikelijke koude periode eind februari/begin maart. De extra dikke jas was meer dan nodig, compleet met das, sjaal en handschoenen. Maar ondanks dat is het eerste nummer van de Digitalis in 2018 er. Wij zijn begonnen met de nieuwe verspreiding. Zoveel mogelijk krijgt u een digitale versie die u kunt printen. Tenzij wij nog geen mailadres hebben en/of er een wens is voor een papieren versie. U kunt deze wijziging nogmaals lezen verder in dit blad. Tenslotte wens ik u weer goede leesmomenten toe. Henk Dekkers

NIEUWE MANIER VAN VERZENDEN VAN ONS BLAD EEN PAPIEREN VERSIE OF EEN DIGITALE Op de eerste plaats willen wij stellen dat ieder lid die dat wenst het blad op papier kan ontvangen. Daarbij volstaat het dat u uw contributie van â‚Ź 15,00 per jaar voor 1 maart 2018 voldoet. Mocht u ons blad digitaal willen ontvangen(u kunt dit dan desgewenst zelf printen) dan volstaat een contributie van â‚Ź 5,00 per jaar, eveneens voor 1 maart 2018 te voldoen. Wilt u op uw overschrijving wel uw naam en adres vermelden? Mochten de contributiebedragen voor u een belemmering vormen laat het ons dan weten, dan zoeken we naar een oplossing daarvoor. Het IBAN betaalnummer is: NL48 INGB 0008 1349 34 tnv CVADF, p/a Almstein 5 te 3328 MP Dordrecht. Het secretariaatsadres is: J.de Jong, Rijssensestraat 146 te 7642 NN Wierden of: jandejong02@gmail.com 2


We zijn erg blij met de bijdragen van leden! De uiterste inleverdatum voor het juninummer is 31 mei. U kunt uw bijdrage(n) per e-mail (zie colofon) of per brief aanleveren. Ook uw reactie(s) op geplaatste artikelen zijn welkom. Alle in ons blad vermelde data zijn natuurlijk Deo Volente! Jan de Jong, hoofdredacteur.

Wat zegt de Bijbel Meditatie.

Jezus zien! Zij zeiden tegen Hem: ‘Heere, dat onze ogen geopend worden.’ (Mattheüs 20,33) Een gelovige blinde, blind vanaf geboorte, zei eens: 'Jezus Christus zal de eerste Persoon zijn, Die ik zal zien als in de hemel mijn ogen worden geopend.' Alleen maar Jezus zien, als je ogen worden geopend. Prachtig! Vlakbij Jericho horen twee blinde bedelaars van de komst van Jezus. De Heiland loopt voorbij en meteen beginnen de blinden luidkeels te roepen. Een schreeuw recht uit hun hart: ‘Heere, Zoon van David, ontferm U over ons!’ Zij noemen Jezus ‘Zoon van David’. Alsof de blinden méér zien dan de andere mensen. De grote menigte die Jezus uit nieuwsgierigheid volgt ziet in Hem niet meer dan de zoveelste 3


bevrijder van het door de Romeinen geknechte Joodse volk. Maar de twee blinden zien het goed, omdat Gods Geest hen aanraakt en hun tong de profetie van Jesaja laat spreken. De twee erkennen Christus als de Zoon van David. Binnenkort op Palmzondag rijdt Jezus op een ezel Jeruzalem binnen. En dan klinkt overal: ‘Hosanna, de Zoon van David. Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere!’ Jezus staat stil en vraagt op een heel directe manier wat de twee blinden willen: ‘Wat willen jullie dat Ik voor je doe?’ Een vraag die Jezus trouwens ook aan ons stelt. Misschien antwoord je: ’Ik zou echt willen geloven en vertrouwen.’ Of: ‘Ik zou meer willen ervaren van Gods liefde.’ Of: ‘Ik zou graag een leven hebben waarin mijn fobie geen overheersende rol meer speelt, zodat ik vrij van zorgen en angsten door het leven kan gaan.’ Allemaal vragen die je kunt hebben en wellicht ook dagelijks aan de Heere stelt. De blinde bedelaars willen maar één ding: ‘Heere, dat onze ogen geopend worden.’ En je kunt je afvragen: is dat alles? Kunnen zien, kunnen kijken. Met een goed paar ogen volop meedoen in de maatschappij; werk vinden en niet meer hoeven bedelen. Tevreden zijn met kunnen zien. In een oud handschrift van de Bijbel wordt er nog een zinnetje toegevoegd: ‘Heere, dat onze ogen geopend worden, zodat wij U kunnen zien.’ Kijk, dat extra zinnetje past goed bij wat de blinden willen. ‘Ja Heere, wij willen kunnen zien, zodat wij Ú kunnen zien.’ Dat is precies waar het om gaat: Jezus zien! Wie in zijn of haar leven heeft te maken met een dwangstoornis of een fobie, weet dat dit je leven kan gaan beheersen. Op zo’n wijze zelfs dat het zicht op andere zaken je wordt ontnomen. Je hebt alleen nog maar aandacht voor het kruis dat je hebt te dragen. Blind voor alles en iedereen om je heen, alleen maar oog voor je problemen. Maar de Heere ziet

4


het óók. En ontfermt Zich over de mens die Hem vraagt om hulp en bijstand in alle moeilijke dingen van je leven. Wij bevinden ons opnieuw in de Lijdenstijd. Wij volgen met een biddend hart de Zoon van David, Die op weg is naar Jeruzalem, om te lijden en te sterven. En onderweg worden twee blinden de ogen geopend voor Hem. En wij gaan naast hen staan. ‘Heere, opent U onze ogen. Opdat wij U mogen zien. Zien Wie U bent. Wie U wilt zijn voor ons kleine, zondige mensen, arme bedelaars. En loop ons niet voorbij. Maar blijft U stilstaan bij ons.’ In de Lijdenstijd willen wij opzien naar Christus en Zijn gang naar het kruis. Zodat ons leven wordt veranderd. Ja, iedere dag opnieuw, als we het Woord openslaan en de ontmoeting met de opgestane Heere zoeken. Hem zoeken Die stilstaat bij kleine mensen die vragen om te mogen zien, iedere dag weer. ‘Ik, onrein in schuld verloren, ben opnieuw in U geboren: duizend, duizend maal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer!’ Cees Ippel

Zaterdag 30 september vond in Amersfoort de eerste MINDdag voor familie en naasten van mensen met een psychische kwetsbaarheid plaats. Er was een programma voor ontmoeting en uitwisseling van ervaringen. Iedereen die zich als naaste of familielid betrokken voelt was van harte welkom. De dag werd gehouden op de locatie Corderius College. Het ND plaatste hier op 2 oktober het volgende artikel van Petra Noordhuis over:

5


Idiote dingen doen, om te voorkomen dat je naaste met psychische problemen in een paniekaanval schiet. De meeste aanwezigen op de eerste MIND familiedag herkennen zich daar wel in. AMERSFOORT ‘Ik ben de beste meedwanger van Nederland’, zegt Thea van Bodegraven, die een kind en een partner heeft met dwangstoornis. Ze hoorde de term meedwangen tien jaar geleden Je komt pas bij Ypsilon voor het eerst bij een cursus van de uit als je zeker weet Angst, Dwang en Fobie stichting. dat er sprake van Haar eigen definitie ervoor is: ‘Idiote psychose is, terwijl wij dingen doen die je zelf niet zou bedenken, maar die je partner of kind mensen ook voor die van je eist, omdat die anders in een tijd kunnen helpen in paniekaanval schiet. Je kunt het ook de zoektocht naar de vermijden noemen, maar juiste hulp”. ik vind meedwangen lekkerder klinken.’ Een voorbeeld: ze zette haar schoenen met een meetlint erbij kaarsrecht in de hal neer. Thea’s humorvolle toespraak afgelopen zaterdag ( 30 september jl. red) tijdens de eerste naasten- en Thea van Bodegraven, ervaringsdeskundige van een partner en zoon met OCD, coach voor naasten van iemand met angst en dwang in haar praktijk Sterk In Eigen Kracht Coaching. Ze blogt op haar website en Vrouw en Passie. Thea heeft een ebook met tips geschreven. familiedag van MIND, riep veel herkenning op. Er waren zo’n 250 mensen aanwezig vooral vaders en moeders van mensen met psychische problemen, maar ook partners, broers en zussen, (klein)kinderen, opa’s en oma’s en hulpverleners. Het is de bedoeling dat deze dag voortaan elk jaar plaatsvindt. Op die cursus van de Angst, Dwang en Fobie stichting leerde Van Bodegraven het meedwangen weer af. “We doen het omdat we denken dat we de ander beter maken. Ik 6


had niet door wat mijn aandeel was in het in stand houden van het geheel”. De koepelorganisatie MIND bestaat een jaar en is voortgekomen uit een fusie van het Landelijk Platform GGZ – een koepel van cliënten- en familieorganisaties – en het Fonds Psychische Gezondheidszorg. Mind is opgericht om cliënten met psychische problemen en hun familieleden vroeger te kunnen helpen, vertelt Bert Stavenuiter voorafgaand aan de dag. Zoektocht Hij is een van de bedenkers van MIND en directeur van Ypsilon, een vereniging van familieleden van mensen met een verhoogde kwetsbaarheid voor psychose. “Stel je voor dat een van je kinderen gek gaat doen en je denkt: dit is foute boel. Vaak is het een hele zoektocht naar de diagnose. Is er sprake van psychose, borderline of manische depressiviteit? Het komt vaak “Ik ga naar Syrië, voor dat er eerst een verkeerde want ik ben de behandeling wordt ingezet. Je komt pas bij Ypsilon uit als je zeker weet dat er enige die het sprake van psychose is, terwijl wij conflict daar kan mensen ook voor die tijd kunnen helpen in de zoektocht naar de juiste hulp”. Alle oplossen”, clienten- en familieorganisaties hadden ermee te maken dat zij pas als er een diagnose was, cliënten en familieleden konden ondersteunen, zegt Stavenuiter. “Daar is de beweging van MIND voor bedoeld. Heb je psychische problemen of heeft een naaste of familielid dat, meld je dan meteen bij MIND. Wij zijn geen professionele hulpverleners, maar wij kunnen mensen wel wegwijs maken in de zorg en zo het stellen van de diagnose versnellen. Voor alle psychische problemen geldt namelijk: als je er vroeger bij bent, zijn de gevolgen minder schadelijk. Veel psychische problemen beginnen tussen je twaalfde en zestiende of net iets later. Dat is toch al een ingewikkelde leeftijd. Als dan je hele leven op z’n kop staat, mis je cruciale jaren. Je bouwt bijvoorbeeld geen sociaal netwerk op.” MIND is er ook om mensen te leren hoe zij het beste kunnen omgaan met de psychische problemen van hun naaste, zegt Stavenuiter. “Als je zoon bijvoorbeeld naar je toe komt en zegt: “Ik ga naar Syrië, want ik ben de enige die het conflict daar kan oplossen”, kan dat een teken zijn van psychose. “Doe even normaal” zeggen is dan niet helpend. Je kun bij MIND leren welke manier van reageren helpt om contact te houden 7


met iemand met psychische problemen. Je leert welke reactie handig is en dat is vaak niet de gedachte uitspreken die als eerste in je opkomt. Op de juiste manier reageren, kan ertoe leiden dat een psychose korter duurt.” Dat ook de naasten van mensen met een dwangstoornis moeten leren hoe zij het beste kunnen reageren, weet Thea van Bodegraven uit ervaring. Zij vertelde hoe zij jarenlang haar gedrag aanpaste om te voorkomen dat haar kind en partner zouden doordraaien. Ze wachtte bijvoorbeeld eindeloos op alle dwanghandelingen die gedaan moesten worden bij de kraan, de deur en het hek. Ook was ze veel aan het geruststellen en was zij weinig onder de mensen , omdat dit zo moeilijk was voor haar partner en kind. “Ik vertelde ook niet wat ik moeilijk vond. De vuile was hing ik binnen. “ De afgelopen tien jaar heeft ze geleerd dat zij de andere niet kan veranderen , maar zichzelf wel. Ze geeft niet te veel aandacht aan de dwanghandelingen die ze ‘het onkruid’ noemt, maar juist aan de bloemen ofwel wat wel goed gaat en wat zi mooi vindt aan de persoon. Zij rust nu zelf lotgenoten toe. Ook op de Familiedag gaf zij een workshop. MIND is dus een soort voorportaal naar de verschillende cliënten- en patiëntenorganisaties. Verder wil de koepel aandacht vagen voor bredere thema’s, zoals de rol van naasten en familie bij behandelingen van psychische patiënten. Tot slot wil MIND de stem zijn van psychische patiënten in de samenleving en richting de politiek. In de zorg bestaat volgens Stavenuiter inmiddels de breed gedragen overtuiging dat naasten en familieleden betrokken moeten worden bij de behandeling, want nadien komen mensen weer in hun eigen netwerk terug. Hulpverleners moet er volgens hem nog wel aan wennen. “Hoe betrek je die familieleden erbij? Dat hebben ze me niet geleerd.” Beroepscode Alle betrokken beroepsgroepen hebben onlangs de Generieke Module Naasten getekend. Deze beroepscode waarin staat hoe hulpverleners met de familie en naasten van psychische patiënten moeten omgaan, werd op de MIND-familiedag gepresenteerd. Ook het boek Focus op familie werd gepresenteerd en voor een vriendenprijsje verkocht. 8


In dit boek interviewt psychiater Wiepke Cahn de familieleden van psychische patiënten. “Ik dacht al dat het niet goed gesteld zou zijn met de aandacht voor familie, maar het werd pas echt duidelijk door de interviews”, vertelt Cahn. “Ik kreeg last van plaatsvervangende schaamte voor de manier waarop de psychiatrie met familie omgaat. Het is al wel verbeterd, maar het is niet goed genoeg. Ik hoop dat families het boek gaan lezen, want er staan tips in om makkelijke aandacht te vragen. Het boek is natuurlijk ook voor de hulpverleners zelf bedoeld”.

Dwanggedachten bij vijf procent Nederlanders

850.000 Nederlanders hebben hun hele leven lang van ongewenste dwanggedachten. Dat blijkt uit een onderzoek van psychiater Rianne Blom, waarop ze in oktober is gepromoveerd op de universiteit van Amsterdam. Uit een bevolkingsonderzoek bleek dat 1 op de 20 Nederlanders last heeft van ongewenste dwanggedachten, die levenslang blijven opspelen. Onder psychiatrische patiënten komen deze gedachten twee keer zo vaak voor. Dwanghandelingen uiten zich bijvoorbeeld in smetvrees, de behoeft om je kledingkast de perfect op kleur te ordenen tot het ‘goed voelt’, of de behoefte om eindeloos terug te lopen je huis in, om te contoleren of het gas of het licht wel hebt uitgedaan. Als die gedachten je elke dag meer dan een uur bezighouden en je je er door ongelukkig door voelt of ze je functioneren op je werk of met de mensen om je heen ernstig belemmeren, is er sprake van een dwangstoornis, officieel een Obsessief Compulsieve Stoornis ( OCS). Blom ontdekte bovendien dat mensen die geplaagd worden door dwanggedachten, bovengemiddeld vaak verslaafd zijn. Ook bleken verslaafde mannen opvallend vaak OCS te hebben, veel vaker dan andere psychische stoornissen. OCS patiënten signaleerde Blom, halen zelfs soms enig plezier uit hun dwanghandelingen of een voldaan gevoel wanneer hun keukenkasten netjes waren geordend of wanneer hun

9


woonkamer er spic en span uitzag na het schoonmaken. Dit verschijnsel kende Blom uit de verslavingszorg en ook het omgekeerde. We zagen dat juist langdurige verslavingsstoornissen iets dwangmatigs kregen. Deze van drugs afhankelijke patiĂŤnten haalden geen plezier meer uit hun drugsgebruik, maar voelden zich gedwongen tot het kopen en gebruiken van drugs. Blom studeerde een tijdlang in Amerika, waar ze betrokken was bij onderzoek naar verzamelwoede. Ze raakt er daardoor van overtuigd, dat dwangstoornissen door de psychiatrie verkeerd worden geclassificeerd. In de internationale standaard DSM-V wordt de dwangstoornis onder de angststoornissen gerangschikt. Blom vindt met haar onderzoeksgroep aan het Amsterdams Medisch Centrum, dat het compulsieve van de dwanggedachte veel belangrijker is: het gevoel dat je van buitenaf verteld wordt wat je moet doen. Precies dat hebben dwangstoornissen gemeen met verzamelwoede en met verslavingen. Dat roept de vraag op wat dit betekent voor de behandeling van dwangstoornissen, maar Blom schrijft daar niet over in haar proefschrift. Onderzoek van richting veranderd In 2008 kwam er een patiĂŤnt binnen in het AMC, die de loop van het onderzoek van Blom van richting zou veranderen. Hij vertelde dat een van zijn benen niet bij zijn lichaam hoorde. Hij kon exact de lijn aanwijzen, waar hij geamputeerd zou moeten worden en vertelde dat hij leed aan BIID. BIID staat voor Body Integrity Identity Disorder oftewel het gevoel dat bepaalde ledematen niet bij je lichaam horen. Behalve een uiterst zeldzame aandoening gaat het hier ook om een groot ethisch dilemma. Uit het onderzoek van Blom blijkt namelijk dat de mensen van wie daadwerkelijk het gewraakte lichaamsdeel verwijderd werd, daarna een duidelijk betere kwaliteit van leven ervoeren en beter in harmonie met zichzelf zijn. Een Schotse chirurg amputeerde als enige ter wereld ookti (tweemaal) een gezond, maar ongewenst, ledemaat. 10


“De patiënten waren beiden zeer tevreden met hun nieuwe lichaam en leven”, aldus Blom. Maar: “De Schotse chirurg werd verboden om dit werk verder te doen door zijn General Medical Council en niemand heeft het tot nu toe aangedurfd zijn werk verder op te pakken”. Het AMC publiceerde onderstaand artikel over het onderzoek van Rianne Blom:

De patiënten zien het niet als een aandoening, maar als hoe ze zijn

Ziek van een gezond lichaam Van jongs af aan binden ze hun arm af, of spelen ze piraatje met stokken in plaats van benen. Patiënten die lijden aan ‘Body Integrity Identity Disorder’ (BIID) hebben een allesoverheersende wens om van één of meerdere van hun ledematen af te zijn. ‘Ze zijn ervan overtuigd dat het lichaamsdeel niet bij ze past, dat het er niet hoort te zijn of dat het niet hoort te bewegen. Ze zouden het liefst geamputeerd of verlamd zijn’, zegt Rianne Blom. In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde bespreekt Blom twee patiënten met BIID die ze heeft onderzocht in het AMC. De eerste is een 40-jarige gezonde man. Hij heeft sinds zijn vijfde het gevoel dat zijn linkerbeen vanaf enkele centimeters boven de knie niet bij zijn lichaam hoort, en kan de lijn waar hij geamputeerd zou willen worden precies aanwijzen. Elke dag lijdt hij onder deze wens, maar hij heeft zijn partner beloofd zijn been niets aan te doen. De tweede patiënt, een 61-jarige man, was nooit bij de dokter geweest met zijn wens om geamputeerd te worden. Hij wilde zo graag van zijn linkerbeen af dat hij het zelf enkele dagen in droogijs legde, waarna amputatie noodzakelijk was. ‘De patiënt revalideerde na de amputatie en heeft geen wens om andere ledematen af te zetten. Wij hebben verder geen psychische afwijkingen bij hem gevonden’, zegt Blom. ‘Als hij had geweten dat hij zo gelukkig zou worden, had hij het dertig jaar eerder gedaan.’

11


Wat drijft deze mensen tot zelfamputatie? En hoe kun je ze helpen? Om deze vragen te onderzoeken, moest er eerst een beschrijving komen van dit relatief onbekende ziektebeeld, dat nog niet als officiële diagnose in de meest recente lijst van psychiatrische ziektebeelden (DSM-5) is opgenomen. ‘Het is moeilijk om onderzoek te doen naar BIID. De patiënten zien het zelf niet als een psychiatrische aandoening, maar als hoe ze zijn. Ze zijn zich bewust van het bizarre karakter van hun verlangen en schamen zich ervoor. Ik heb mensen over de mail uitgenodigd om te komen praten, maar als ze daarvoor eerst een verwijsbrief moeten halen bij de huisarts dan durven ze niet.’ In de literatuur zijn enkele honderden patiënten beschreven en van sommige fora voor BIID-patiënten zijn meer dan duizend mensen lid. Blom denkt dat er honderd mensen in Nederland lijden aan BIID. ‘Dan gaat het over de groep die van jongs af aan consistent hetzelfde ledemaat als overtollig ziet. We komen ook mensen tegen voor wie amputatie een seksuele aantrekkingskracht heeft, of die verslaafd zijn aan stukken van hun lichaam amputeren, maar op hen richten we ons niet.’ De groep waarop de afdeling zich concentreert, wil meestal een been tot boven de knie verlammen of amputeren. Soms gaat het om een arm. Er is verder geen psychiatrische reden om dit te willen. Uiteindelijk vond Blom 54 mensen bereid om te praten over hun aandoening, van wie 11 uit Nederland. Dit is internationaal de grootste beschreven groep. De patiënten die gesprekstherapie of antidepressiva hadden gehad (30 procent) gaf aan dat deze therapieën sombere gevoelens over BIID verminderden. Het verlangen om hun ledemaat kwijt te zijn, verminderde echter niet. Van de patiënten die niet behandeld werden, ging een derde over tot zelfamputatie. Degenen die daarin slaagden (7), waren tevreden en voelden zich minder beperkt in hun werk en sociale leven dan patiënten zonder amputatie. Oppervlakkige hersenstimulatie In een volgende stap kunnen onderzoekers kijken waaraan deze mensen lijden en hoe ze het best behandeld kunnen worden. Damiaan Denys, afdelingshoofd Psychiatrie, denkt dat er iets afwijkends te vinden zal zijn in de hersenen. 12


“Mensen die een ledemaat verloren, hebben vaak fantoompijn; pijn in een lichaamsdeel dat er niet meer is. Of ze stappen uit bed, denkend dat hun been er nog is, en vallen dan. Blijkbaar hebben hun hersenen nog steeds het beeld dat ze vier ledematen bezitten.” Bij mensen met BIID lijkt het omgekeerde het geval: de hersenen hebben een beeld van het lichaam zonder dat ledemaat. Om deze neurobiologische hypothese te toetsen, moeten de hersenen van mensen met BIID nader worden bestudeerd. ‘Bijvoorbeeld met EEG en neuro-imaging. Maar we hebben weinig proefpersonen.’ Als na zo’n onderzoek het hersengebied is bepaald waar het ‘mis’ gaat bij mensen met BIID, kunnen er behandelingen worden overwogen, zoals oppervlakkige hersenstimulatie. Blom twijfelt of dit de beste methode zou zijn. ‘Ik heb patiënten de volgende vraag gesteld: stel je voor dat je uit twee pillen kunt kiezen, één laat je voelen zoals ik me voel, de andere zorgt ervoor dat je been onmiddellijk geamputeerd is.’ Ze wilden allemaal die laatste pil. Ik betwijfel of ze een behandeling zouden ingaan waardoor ze gaan voelen dat hun ledemaat bij hen hoort. Ze voelen zich pas compleet zonder dat been, of zonder die arm.’ Nog meer ledematen afzetten? Een andere mogelijke behandeling is amputatie. ‘We hebben gezien dat dit een goede behandeling kan zijn. Patiënten die een amputatie uitlokken, zijn daarna echt genezen. Maar zelf een ledemaat verminken is gevaarlijk en kan erg mis gaan’, zegt Denys. ‘Een arts kan ervoor zorgen dat de risico’s minimaal zijn.’ Aan een amputatie bij een gezond persoon kleven nogal wat ethische bezwaren. ‘Wat als een patiënt later ontevreden is? Of ineens meer ledematen wil afzetten? Of alleen maar doet alsof hij lijdt aan BIID om een amputatie te krijgen?’ Daarnaast hebben artsen de eed van Hippocrates afgelegd, waarin ze beloven het lichaam niet bewust te schaden. Uitzonderingen op deze eed zijn er wel. Zo wordt bij cosmetische plastische chirurgie het lichaam bewust veranderd. En het gezonde lichaam van transgenders wordt in sommige gevallen geopereerd. Denys: “Van geslacht willen veranderen, wordt geassocieerd met een hersenafwijking, maar de behandeling bestaat niet uit hersenstimulatie, maar uit een 13


geslachtsverandering.” Bij cosmetische chirurgie of een geslachtsverandering maak je iemand niet invalide, bij een amputatie wel. ‘Je zou kunnen zeggen dat deze mensen geestelijk al invalide zijn. De geamputeerden in ons onderzoek zijn na de ingreep veel gelukkiger en nog steeds productief. Ze gebruiken op het werk een prothese’, vertelt Blom. Denys trekt een vergelijking ‘Maar tot nu toe hebben met euthanasie. ‘Als je bij BIID we niets kunnen doen om kan spreken van ondraaglijk en hem te helpen.’ uitzichtloos lijden, dan zou je amputatie als behandeling moeten kunnen aanbieden. Natuurlijk alleen als er geen andere oplossingen zijn. En als de patiënt gezond en stabiel is. Maar kun je iemand met BIID zien als een geestelijk gezond persoon? Is hij zelf in staat om te beoordelen wat het beste voor hem is?’ Misschien wordt amputatie ooit een geaccepteerde behandeling, of wordt er een andere therapie gevonden. Op dit moment gebeurt er niets, want ziekenhuizen zien BIID niet als een ziekte. ‘Het zou goed zijn als we accepteerden dat het een aandoening is, zodat we onderzoeken kunnen opstarten en er iets aan gaan doen. Maar iedereen houdt er nu zijn handen van af’, zegt Denys. Het betekent dat er volgens de eerdere schatting zo’n 100 Nederlanders in stilte lijden. Ook de 40-jarige patiënt die Blom beschreef wacht af. ‘Hij komt nog steeds naar het AMC en heeft nog steeds de wens tot amputatie,’ zegt ze. ‘Maar tot nu toe hebben we niets kunnen doen om hem te helpen.’

14


Panisch voor een naald in je arm tekst: Fija Nijenhuis Bloed prikken, een vaccinatie halen, niemand vindt het leuk. Maar sommige mensen worden panisch bij alleen al de gedachte dat iemand een naald in hun arm steekt. Dokter Henk Schenk: „Ik heb meegemaakt dat een volwassen man in zijn broek plaste van angst.” Mensen die erg bang zijn voor een injectie hebben meestal zelf een oplossing voor hun probleem bedacht: vermijding. Dat betekent dat ze soms heel lang blijven rondlopen met gezondheidsklachten, vertelt dokter Schenk. Hij behandelt al zeventien jaar mensen met prikangst in het Meander Medisch Centrum in Amersfoort. „Als ik naar de huisarts ga, moet ik misschien bloed laten prikken, denken ze. En dus gaan ze niet”, zegt Schenk. Tot er een moment komt dat ze wel moeten. Omdat de buikpijn maar niet overgaat. Of omdat een bezorgde naaste zegt: „Nu móét je echt de dokter bellen.” Ook zwangere vrouwen en mensen die een vaccinatie nodig hebben voor een reis ontkomen er niet aan. De behandeling van Schenk is erop gericht hun een positieve prikervaring te geven. Het tovermiddel: lachgas, een veilige en kortwerkend ontspanningsmiddel. Feitelijk doet Schenk het werk dat de medewerkers op de prikpoli ook doen. Je kunt met je labformulier bij hem terecht, waarna de uitslag bij de huisarts op te vragen is. Of je neemt je vaccinatieboekje mee en krijgt bij hem de inenting. Groot verschil met de gewone priksessies is dat Schenk er de tijd voor neemt, meestal twee keer drie kwartier. Hij praat met zijn patiënten, doet soms rustgevende oefeningen en gebruikt op het prikmoment lachgas. Kosten: 150 euro per consult, wat niet wordt vergoed door de zorgverzekering. Elk jaar hebben zo’n honderd mensen uit heel

15


Nederland dit over voor een injectie. Hoe kwam u op het idee om mensen met prikangst te helpen? „Ik heb 22 jaar bij de GGD gewerkt en was onder meer verantwoordelijk voor reizigersvaccinaties. We zagen daar geregeld angstige mensen. Je kletst 99 van de 100 er wel doorheen, maar af en toe was er iemand die totaal blokkeerde. Hij werd bleek, of viel flauw, soms als je het er alleen nog maar over had. Ik wilde die mensen helpen. Toen ik zeventien jaar geleden bij dit ziekenhuis aanklopte met de vraag of ik hier één dag per week spreekuur mocht houden, werd ik met open armen ontvangen.” Hoe ontstaat prikangst? „Soms heeft iemand in een ver verleden een nare prikervaring gehad. Er zit dan een filmpje in het hoofd dat bij elke injectie opnieuw afgespeeld wordt en na verloop van tijd steeds levendiger en verschrikkelijker wordt. Anderen zeggen dat de angst in de familie zit. Als je als kind meemaakt dat je ouders steeds erg nerveus zijn wanneer jij een prik krijgt, helpt dat niet echt, natuurlijk. Maar vaak is er geen oorzaak aan te wijzen. Voor de duidelijkheid: niemand vindt prikken leuk. In de jaren dat ik dit werk doe, heb ik drie gradaties van afkeer ontdekt: een op de tien mensen kijkt op het moment van de prik de andere kant op. Een op de honderd mensen is helemaal van slag, gaat zweten, slaapt de nacht ervoor niet goed. En een op de duizend mensen blokkeert totaal. Zo iemand laat op het prikmoment fysiek afwerend gedrag zien, trekt bijvoorbeeld de arm weg, of krijgt een paniekaanval. Deze groep is extreem prikangstig.” Sommigen van hen nemen contact met u op. Hoe gaat dat in z’n werk? „Meestal gaan ze eerst googelen op ”prikangst” en komen dan terecht op mijn website. http://www.prikangst.nl/ Via een formulier, dus niet door te bellen want dat is vaak te direct, kunnen ze meer informatie opvragen. Is de afspraak gemaakt, 16


dan raad ik altijd aan een bekende mee te nemen, iemand die ze vertrouwen. Tijdens het eerste consult wordt er meestal niet geprikt. Dat is te stressvol. Je moet mij niet zozeer zien als een dokter, maar als een coach die je door het proces van prikken heen loodst. Ik gebruik lachgas om mensen te ontspannen. Je krijgt een kapje over de mond en ademt in. Dan word je wat draaierig en begin je wat te doezelen. Lachgas is geen narcose, je bent niet helemaal weg, we kunnen gewoon met elkaar praten. De patiënt bepaalt zelf hoeveel lachgas hij binnenkrijgt, kan het kapje elk moment van zijn mond halen. Op het moment van ontspanning geef ik dan de prik. De reactie die ik bijna altijd krijg is: Was dit het nou? Ik geef mensen dus een goede ervaring, ik spoel over het angstige filmpje een positief filmpje. Twee minuten na het verwijderen van het kapje is het lachgas uitgewerkt.” Raken mensen van hun angst af door deze aanpak? Lachgas gebruiken klinkt een beetje als symptoombestrijding. „Velen geven aan dat de angst minder wordt. Als mensen vaker komen, gebruik ik steeds wat minder lachgas, om te proberen hen minder afhankelijk te maken. Niet alleen van het lachgas, maar ook van mij. Want ik ben de enige in Nederland die deze behandeling doet. Soms is de angst zo veel verminderd dat we samen naar het gewone priklab in het ziekenhuis gaan. Dan krijgt de patiënt dus de reguliere behandeling en sta ik er alleen bij als coach. Het gebeurt niet vaak dat de angst helemaal verdwijnt. Van een fobie afkomen is hard werken. Ik zeg weleens: Je moet het zelf doen, ik heb geen toverstafje. Gelukkig kan ik mensen wel op weg helpen. Ik krijg veel blije reacties. Dat maakt dit dankbaar werk om te doen.” „De reactie die ik bijna altijd krijg is: Was dit het nou?”

17


„Als de prik komt, ga ik ervandoor” Sarah (32) uit Amsterdam is haar hele leven al bang voor injecties. Twintig jaar heeft ze die weten te vermijden. Een jaar geleden had ze genoeg van haar fobie. „Hoe de angst is ontstaan, weet ik niet. Als kind was ik al niet mee te krijgen wanneer ik een vaccinatie moest halen. Begrip voor mijn angst was er nauwelijks. Ik kreeg opmerkingen zoals: „Dat jongetje is kleiner dan jij en hij is niet bang.” Ik kreeg het gevoel abnormaal te zijn. Mijn vader is ook bang voor injecties, hij is net als ik een gevoelig mens. Op m’n negende heb ik een week in een Frans ziekenhuis gelegen, daar is de angst nog groter geworden. Ik kreeg ”out of the blue” een infuus, was er totaal niet op voorbereid. En een keer deed een injectie enorm veel pijn. Mijn moeder probeerde me te helpen door samen in allerlei dingen naalden te gaan steken: in sinaasappels, sponzen, kussens, kip. Hoe vaker ik het zou doen, hoe gewoner het zou worden, was het idee. Het hielp wel iets, maar niet genoeg. Mijn manier van omgaan hiermee werd: vermijden. Op m’n tiende had ik mijn laatste prik en op m’n 31e, nu een jaar geleden, voor het eerst weer. Al die jaren bleef het me heel erg dwarszitten. Ik wist: ik moet er iets mee, want ik wil niet ooit voor het blok worden gezet. Wat als ik nog eens een verre reis wilde maken? Bovendien wilde ik misschien ooit een kindje. Ik wilde niet dat dat werd tegengehouden door zoiets sulligs, want ik zie zelf ook wel in dat het iets irreëels is. De angst werkte op allerlei vlakken beperkend en ik werd er steeds bozer van. Ik ben een jaar lang naar een psycholoog geweest die gespecialiseerd is in fobieën. Die therapie heeft niet geholpen. Toen ben ik gaan googelen op prikangst en vond ik de website van dokter Schenk. Ik durfde er bijna niet naar te kijken, moest ervan huilen. Alleen het idee al dat ik contact met hem zou zoeken. Dan zou ik dus geprikt worden. Ik heb toch het formulier ingevuld. Hij was mijn laatste hoop. Ik wilde gewoon een keer resultaat. Als alles wat je probeert mislukt, raak je zo teleurgesteld in jezelf. Mijn vriend heeft me uiteindelijk overgehaald om contact te zoeken met Schenk, door steeds te zeggen: „Het is jouw lijf, jij hebt het voor het zeggen.” Want 18


dat was dus vroeger zo naar: toen overkwamen me die dingen. Grote mensen deden van alles met me en ik snapte niet waarom. Uiteindelijk heeft het drie consulten gekost voor ik me durfde te laten prikken. Die prik tijdens de derde afspraak was helemaal niet nodig, ik hoefde niets te laten testen. Ik vind het nog steeds een groot wonder dat ik die keer vrijwillig naar Amersfoort ben gegaan. Van tevoren dacht ik: als de prik komt, ga ik ervandoor. Dat heb ik dus niet gedaan. Ik heb zelfs mijn arm kunnen stilhouden. Ja, ik was ontspannen door het lachgas, maar ik was niet van de wereld. Ik maakte het allemaal mee en ik voelde de prik ook, het was niet leuk. En ik was nog steeds erg bang. Hoewel ik rationeel weet dat het meeviel. Ik hoop dat ik het ooit, door het vaker te doen, niet meer erg vind. Pas ben ik nog een keer naar Amersfoort geweest, voor een bloedafname. Het was toen al minder eng dan de eerste keer, er ging ook maar één praatafspraak aan vooraf. Mijn vriend en ik hebben er daarna een gezellige dag van gemaakt, we zijn gaan wandelen en hebben warme chocolademelk gedronken. Eigenlijk heb ik nu een goede herinnering aan die dag. Ik hoop dat die positieve wijnvlek steeds groter wordt en daardoor het prikken minder eng wordt.” Sarah heet in werkelijkheid anders. Met dank overgenomen uit het RD van 21 december 2017

Vals Alarm boekbespreking In de vorige uitgave van Digitalis hebben we een boekaankondiging gedaan van dit boek. We kregen van een lid nog een recensie, die we graag plaatsen: Vals Alarm is een boek geschreven door Menno Oosterhoff. Menno is psychiater en heeft een dwangstoornis. Hij is al 43 jaar lang patiënt. Het boek is duidelijk geschreven. Oosterhoff maakt veel gebruik van voorbeelden uit zijn eigen praktijk. Dit maakt het makkelijk om sommige dingen te begrijpen. Het 19


boek is geschreven voor mensen die dwang hebben en behandelaars. Het bestaat uit 14 hoofdstukken met elk een duidelijk thema. De hoofdstukken eindigen met een intermezzo. Je kunt de meeste hoofdstukken los van elkaar lezen. De vrouw van Oosterhoff heeft ook een hoofdstuk geschreven, over hoe het is om met iemand met een dwangstoornis te leven. Een mooi en open hoofdstuk wat partners van mensen met een dwangstoornis kan helpen. Oosterhoff is christelijk opgevoed. Dit komt op verschillende plaatsen in zijn boek te sprake. Hij schrijft daar iets over of hij heeft het over bepaalde Bijbelteksten. Ik vond het een confronterend boek. Je komt veel herkenning tegen. Het is goed om te lezen dat Oosterhoff meerdere keren in zijn boek schrijft dat je zelf de dwang niet bent, maar dat je het hebt. Je wil het niet. Streng voor de dwang en aardig voor de drager ervan schrijft hij. Hoofdstuk 2 is een technisch hoofdstuk waarin Oosterhoff begrippen en definities beschrijft. Dit is soms lastig om te begrijpen, maar aan de hand van schema’s en voorbeelden maakt hij veel dingen duidelijk. Het is bij dwang zo dat gedachten , voorstellingen of impulsen je onrust veroorzaken. Als je last hebt van dwang ervaar je onrust op bepaalde gebieden. Dit kan bij iedereen verschillend zijn. Sommige mensen hebben bij dwang te maken met angst. Ze doen bepaalde dingen, omdat ze angstig worden. Dit hoeft niet altijd zo te zijn. In het boek staan heel veel soorten dwang beschreven. Na het lezen dacht ik, zou ik niet van veel meer soorten dwang last hebben, want ik herkende veel dingen. Dit was wel confronterend voor mijzelf. Erkenning voor mensen met dwang is erg belangrijk schrijft Oosterhoff. Dat herken ik wel. Mensen begrijpen je niet altijd, daarom is het lotgenotencontact ook zo fijn. Oosterhoff ziet dwang als iets chronisch. Vroege erkenning is erg belangrijk, maar soms duurt het jaren voordat het bij iemand wordt erkend. Als dat ßberhaupt al gebeurd. Daarom is een goede behandeling ook zo belangrijk. Zwart-wit denken speelt bij vele soorten dwang een rol. Je denkt vaak in uitersten, maar er zitten nog zoveel scharkeringen tussen. Ik denk als je dat meer kunt loslaten, je vrijer kunt leven. In hoofdstuk 11 beschrijft Oosterhoff de oorzaken van dwang en in hoofdstuk 12 wat je eraan kunt doen. Hoofdstuk 11 is 20


een vrij technisch hoofdstuk over wat er in ons hoofd plaatsvindt als men dwang heeft. In hoofdstuk 12 gaat het over behandeling. De belangrijkste dingen die Oosterhoff noemt zijn cognitieve therapie en medicijnen. Hij schrijft over zijn eigen moeilijkheid om met medicijnen te starten en hoe het zijn leven verbeterd heeft. Dat moet ikzelf beamen. Door medicijnen is het leven leefbaarder geworden. Het is zo dat alle mensen verschillend zijn en dat niet alles bij iedereen werkt. Het zou fijn zijn om iets meer te leven vanuit de Franse slag schrijft Oosterhoff in hoofdstuk 12. Dat zou helpen, om dingen wat losser te zien en wat minder te tobben. Dat is voor mij heel herkenbaar. Schaamte is ook een groot probleem bij dwang. Veel mensen durven er niet over te praten of het aan andere te vertellen. Als je het dan een keer verteld dan krijg je rare reacties, dus vertel je het aan niemand meer. Zo is het bij mijzelf verlopen. Het is een goed boek, wat mij toch over sommige dingen weer aan het nadenken heeft gezet. Daarnaast zijn ook een heleboel vormen van dwang beschreven waar ik niet bekend mee was. Het boek is een uitgebreid boek, dat je later ook nog eens kunt pakken om dingen nog eens te lezen of te begrijpen. Vals Alarm, leven met een dwangstoornis door Menno Oosterhoff Uitgeverij Lucht B.V., Hilversum 367 pagina’s Gertine

HUISKAMERBIJEENKOMSTEN: Huiskamergroep Ermelo In dit nieuwe jaar zijn wij op dinsdag 9 januari weer bij elkaar geweest, allen waren aanwezig. We zijn begonnen met het lezen uit Mattheus 3: 13-17 dit ging over de doop van de Here Jezus door Johannes. In eerste instantie weigerde Johannes Hem te dopen, Johannes zei komt Gij tot mij, maar Jezus antwoordde laat het nu maar gebeuren dat op deze manier Gods gerechtigheid vervult wordt. Jesaja had het al geprofeteerd “Op Hem zal de Geest van de Heere rusten” en toen Hij uit het water kwam is het geschied.

21


Ook deze avond hebben we verder over de doop gesproken allerlei meningen kwamen aan de orde, ook of je je meerdere keren mag laten dopen. Van eeuwen terug waren er al verschillende zienswijzen en dat is nu niet anders. Ook het gebruikelijke rondje hebben we weer gemaakt, ook de depressie van een van ons kwam weer aan de orde. Die heerst nog steeds, er is een afbouw van een medicijn om weer met een nieuw medicijn te kunnen starten. Ook volgt er nog een onderzoek naar autisme en naar een persoonlijkheidsstoornis en een psychisch onderzoek naar een trauma uit het verleden, al met al een zwaar traject, maar ook persoonlijk een moeilijke tijd. Er is ook besloten dat hij niet terug keert in zijn huidige baan, aan de ene kant geeft dat misschien rust, maar ook weer een onzekerheid wat dan. Het is goed om dit met elkaar te kunnen delen. Er is afgesloten met gebed. De volgende keer zal d.v. 20 februari zijn. Gerrit Verslag CVADF avond. 19-01-2018 Aanwezig: M., A., H., J., I., J. en voor het eerst J.en S. Afwezig: W., H., R., P. Eerst kennismakingsrondje, wie ben je en wat is je relatie tot dwang/angst? Filmpje ‘Alles kan een mens gelukkig maken’. (Angststoornis GGZ Punt P) Iedereen wil gelukkig zijn, maar gelukkig worden is nog een hele opgave. We zoeken het in carrière of mooie spullen, veel mensen zijn op zoek naar spiritualiteit. We gebruiken veel hulpmiddelen en anti-depressiva. Veel mensen lijden aan depressie en/of angststoornis. Is geluk maakbaar? Filmpje; vragen aan diverse mensen waar ze bang voor zijn. Eén antwoord: eerst bang om op podium voor te gaan, angst voelen en dan gewoon doen, en het gaat vanzelf. Sonja Lyubomirsky; professor in de gelukswetenschap. Zij vertelt dat materiële zaken en succes maar tijdelijk gevoel van geluk geven. 22


Nieuwe baan, hoger salaris, lager gewicht, nieuwe relatie, geeft kortstondig geluk, maar je komt al snel terug op je normale niveau. Geluk moet van binnenuit komen. Geluk wordt mede bepaald door je gedrag en denken.

Sonja vertelt deze keer twee strategieën: * investeren in relaties met anderen; * jezelf niet met anderen vergelijken. Als je jezelf teveel met anderen vergelijkt, word je ongelukkig. Is depressie/angst dan je eigen schuld? NEE! We hebben ons geluk voor 60 % niet in de hand. Maar we kunnen er wel voor kiezen om naar hoger geluksniveau te streven. Eén op de vijf Nederlanders heeft een angststoornis. Bij een angststoornis kun je niet goed meer functioneren. Iemand met een angststoornis overschat een gevaar. Cognitieve gedragstherapie is helpend. Voorbeeld filmpje Marinus. Hij kwam z’n huis niet meer uit, durfde niet naar de bakker enzovoort, uUit angst voor afwijzing en irreële gedachten. Reactie Sonja op filmpje Marinus: Marinus heeft geleerd om dankbaar te zijn voor wat hij heeft. Tips van Sonja aan Marinus: – Goed dat je hulp hebt gezocht. Je hebt ontzettend veel vooruitgang geboekt. – Wees dankbaar voor de goede dingen die je in je leven hebt. – Ga vooral zo door. – Vergelijk jezelf niet met andere mensen. – Haal de banden met je vrienden aan. – Investeer in de relaties met je geliefden.

23


Heeft u interesse om mee te draaien in een huiskamergroep neem dan contact op met Vrouwkje Messink. De plaatsen waar op dit moment groepen draaien zijn: Amersfoort, Barneveld/Scherpenzeel, Ermelo, Heerde, Katwijk, Meerkerk, Rijssen en Woerden.

24


Colofon Het blad Digitalis is een uitgave van de Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën en verschijnt 4 maal per jaar. IBAN: NL48INGB0008134934 t.n.v. CVADF, p/a Almstein 5 3328 MP Dordrecht. Wij willen u vriendelijk verzoeken op dit rekeningnummer uw contributie van € 15,-/€ 5,- over te maken voor 1 maart. Bestuur: Voorzitter: Henk Dekkers, h.dekkers1@telfort.nl Secretaris: Jan de Jong, Rijssensestraat 146, 7642 NN Wierden, jandejong02@gmail.com Penningmeester: Dik den Hollander, dirkdenhollander@hetnet.nl Contact vereniging: Vrouwkje Messink, info@cvadf.nl Lotgenotencontact: Vrouwkje Messink PR: Jan Messink Redactie: Eindredacteur: Henk Dekkers Hoofdredacteur: Jan de Jong Redacteur: Vrouwkje Messink Redactieadres: Rijssensestraat 146, 7642 NN Wierden, 06 24105700 jandejong02@gmail.com Website : www.cvadf.nl Overname van artikelen is toegestaan. Wel dient er een duidelijke bronvermelding te zijn.

25

Digitalis maart 2018  

Digitalis maart 2018

Digitalis maart 2018  

Digitalis maart 2018

Advertisement