Page 1

1

Reflection Paper Mastertrack Architecture Afstudeerstudio Explorelab 21 Onderzoek: Fysieke Randvoorwaarden voor Sociale Interactie in de Publieke Ruimte Ontwerp: Herontwerp Maritiem Museum Leuvehaven 1, 3011 EA, Rotterdam Student: Christian Sluijmer Studienummer 4078829


2


3

Reflection Paper Explorelab is bij uitstek de afstudeerstudio waarbij je de vrijheid krijgt om je eigen fascinatie te onderzoeken. In mijn geval bestaat deze fascinatie uit de sociale implicaties van fysieke vorm, ofwel een wederkerige relatie tussen fysieke vormgeving (architectuur) en het sociale leven wat zich hier binnen afspeelt (de maatschappij). Zo stelde ik vanaf het begin van mijn afstuderen de volgende aanname centraal: “Wanneer de architect verantwoordelijk is voor het ontwerp van de fysieke wereld en er een voortdurende interactie is tussen deze fysieke wereld en de maatschappij, dan beschikt de architect over de mogelijkheid om, door middel van architectuur de maatschappij te beïnvloeden.” De huidige 'zeitgeist' wordt echter sterk beïnvloed door het kapitalisme, een ideologie gedomineerd door een economische benadering van waarden en besluitvorming. Dit heeft tot gevolg dat de fysieke wereld waarbinnen onze maatschappij plaatsvind, in toenemende mate wordt onderworpen aan dit kapitalistisch dogma. Hoewel in dit afstudeerproject expliciet wordt ingegaan op fysieke context voor de maatschappij, heeft deze implicaties voor de rol die de architect hierin speelt.


4

Privatisering van de Openbare Ruimte Om tijdens dit afstudeerproject het heersende kapitalistisch dogma bloot te leggen wordt er gefocust op de plek waar fysieke vormgeving en maatschappij samenkomen, de publieke ruimte. In de publieke ruimte doet zich een verschuiving voor van het eigendom of de controle van de openbare ruimte van de overheid naar de particuliere sector, ofwel de privatisering van de openbare ruimte. Deze verschuiving omvat een grootschalige transitie in het gebruik, planning en inrichting van de openbare ruimte. De primaire rol van de publieke ruimte is het faciliteren van contact tussen verschillende individuen of groepen in een samenleving. Een verandering van de publieke ruimte, bijvoorbeeld door privatisering, heeft daarmee grote invloed op de samenleving. Consequenties van privatisering van de publieke ruimte zijn; (a) door het uitsluiten van bepaalde leeftijdsgroepen of bepaalde sociale klassen uit de openbare ruimte ligt de aard van de openbare ruimte onder vuur. Met andere woorden, de openbare ruimte is niet meer volledig publiek. Als gevolg daarvan neemt (b) inter-sociaaleconomisch contact af. 1. Interacties komen nog steeds voor, maar onder kleinere en vooral meer homogene groepen van mensen. Dit leidt tot sociale segregatie in de samenleving. 2. Daarmee vertegenwoordigt de publieke ruimte (c) een valse openheid: ze lijkt open te zijn, maar in feite is ze dat niet. 3. Deze gevolgen van de privatisering van de openbare ruimte vormen daarmee “niet alleen een bedreiging voor de individuele vrijheid, het onthult ook een fundamenteel democratisch tekort voor de samenleving als geheel.” 4.

Slavoj Zizek (2013). How to read Lacan: “Architectural Parallax, Sprandrels and other Phenomena of Class Struggle” Geraadpleegd op 15 december 2015, van: http://www. lacan.com/essays/?page_id=218 1.

Julia Thayne (2014). “Future London, in Defense of Public Space” Geraadpleegd op 15 december 2015, van: http://futurecapetown. com/2014/11/ 2.

Slavoj Zizek (2013). How to read Lacan: “Architectural Parallax, Sprandrels and other Phenomena of Class Struggle” Geraadpleegd op 15 december 2015, van: http://www. lacan.com/essays/?page_id=218 3.

Ian Borden (2012). “Defence of the Public Realm” Geraadpleegd op 29 augustus 2016, van: https://www. bartlett.ucl.ac.uk/architecture/events/ defence-public-realm 4.


5

Roderik Ponds, Maarten van Ham en Gerard Marlet: “Verschillen, ongelijkheid en segregatie, een literatuurstudie” (Sociaal Cultureel Planbureau, 2015) 5.

Cok Vrooman, Mérove Gijsberts en Jeroen Boelhouwer: “Verschil in Nederland” pagina 263 (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2014) 6.

Roderik Ponds, Maarten van Ham en Gerard Marlet: “Verschillen, ongelijkheid en segregatie, een literatuurstudie” (Sociaal Cultureel Planbureau, 2015) 7.

Sociale Segregatie in de Maatschappij Hoewel de Nederlandse samenleving een relatief hoge mate van tolerantie kent, kunnen opvattingen over normen en waarden sterk uiteen lopen. Tussen verschillende groepen bestaan bijvoorbeeld verschillende opvattingen aangaande religie, homoacceptatie en vrouwenemancipatie. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau 5. blijkt inderdaad dat “verschillen in opvattingen een bron vormen van maatschappelijke segmentatie. Ze vormen een drempel voor interetnisch contact en staan een gunstige wederzijdse beeldvorming in de weg.” 6. Bovendien vormt de toenemende sociaaleconomische ongelijkheid in de maatschappij een katalysator voor deze maatschappelijke erosie. 7. Het SCP geeft aan dat de kloof in de maatschappij nog altijd is te overbruggen, door het verbeteren van de sociaaleconomische kansen, het aanvechten van discriminatie en het stimuleren van sociale interactie onder de verschillende bevolkingsgroepen. Voor dit laatste is een belangrijk rol weggelegd voor (het ontwerp van) de publieke ruimte.


6

Positieve Benadering Er van uitgaande dat, onder invloed van een kapitalistisch dogma privatisering van de publieke ruimte plaatsvind, met sociale segregatie van de samenleving tot gevolg, bevestigd dit de wederkerige relatie tussen fysieke vormgeving (architectuur) en het sociale leven wat zich hier binnen afspeelt (de maatschappij). Door een positief perspectief op de relatie tussen architectuur en de maatschappij te nemen, stelt deze ons in staat om te onderzoeken hoe door middel van fysieke vormgeving, sociale segregatie kan worden tegengegaan. Vanuit de discipline van de architectuur wordt vormgeving grotendeels als een doel op zich beschouwt, echter komt uit dit onderzoek naar voren dat vormgeving ook een hoger doel kan hebben. Omdat de discipline van de architectuur hier dus geen uitsluitsel over geeft hoe fysieke randvoorwaarden sociale interactie kunnen beĂŻnvloeden, is in het onderzoek een trans disciplinaire benadering toegepast. Allereerst is een filosofische invalshoek genomen, die ons meer leert over de rol die de publieke ruimte potentieel inneemt in de maatschappij. Vervolgens is er vanuit de omgevingspsychologie onderzoek gedaan naar hoe de mens zijn directe omgeving waarneemt en aan welke zintuigelijke randvoorwaarden moeten worden voldaan om interactie mogelijk te maken. Tot slot zijn er in de architectuur ook bijzondere voorbeelden te vinden waarbij architecten nadrukkelijker zich uitspraken over de maatschappij en architectuur inzette als sociaalmaatschappelijk instrument. Het geheel aan verschillende perspectieven geeft een interessante inzichten over hoe ruimtelijke vormgeving niet louter een doel op zich kan zijn, maar een maatschappelijk doel kan dienen, het tegengaan van de erosie van de samenleving. Hoewel het voorafgaand aan het onderzoek de bedoeling was om een zo compleet mogelijk overzicht te geven van alle manieren om sociale interactie te stimuleren, bleek dit onhaalbaar. Daarmee volstaat het onderzoek in een overzicht van verschillende perspectieven, die niet uitputtend is, maar in grotere lijn, waarbij dit slechts een eerste verkenning is van de onderliggende waarde achter fysieke vormgeving.


7

Herontwerp Maritiem Museum Een wederopbouw stad als Rotterdam kent een functionele indeling. Deze indeling kent hardere grenzen tussen publiek en privaat dan een organisch gegroeide stad. De keuze om een locatie te kiezen in Rotterdam was dan ook voor de hand liggend. Uit het onderzoek kwam ook voort dat publieke gebouwen als een soort extensie van de publieke ruimte zouden moeten fungeren, zo leek het ook niet meer dan logisch om een publiek gebouw als ontwerpopgave te nemen. Het Maritiem Museum en de aanliggende Leuvehaven bleken een perfect locatie om mijn onderzoek op toe te passen, niet alleen omdat Rotterdam een havenstad is en dus het Maritiem Museum hier een meer centrale positie in zou kunnen verwerven, ook omdat heel praktisch een groot deel van de collectie zich in de publieke ruimte bevind. Het herontwerp van het Maritiem Museum probeert door de volgende punten het onderzoek in praktijk te brengen: 1. Voortzetting van de stad Het ontwerp voor het nieuwe Maritiem Museum sluit aan op de bestaande stedenbouwkundige structuur en is daarmee een voortzetting van de stad. Bestaande looproutes worden in stand gehouden en versterkt door deze te overkappen. Om de ervaring van een intern stedelijke karakter van een gebouw te versterken wordt gebruik gemaakt van natuurlijke verlichting en het doorbreken van de standaard verdiepingshoogte. 2. Multifunctionaliteit De typologie museum is per definitie multifunctioneel en kent naast expositieruimtes, ook horeca, kantoren, restauratiewerkplaats, depot en een bibliotheek. Het multifunctionele karakter van een museum is bij het herontwerp van het Maritiem Museum omarmt en er is nadrukkelijk voor gekozen om de functies die publiek toegankelijk zouden kunnen zijn deze ook te maken, door deze in de plint van het gebouw te stoppen. Hierdoor faciliteert het gebouw voorzieningen aan de stad waar iedereen gebruik van kan maken, zoals de Maritieme Bibliotheek die ook als Publieke Bibliotheek kan functioneren en de toiletten die publiekelijk toegankelijk zijn, waardoor het gebouw onderdeel wordt van de publieke ruimte. Daarmee komt de massa van het


8

museum tot de volgende globale opbouw waarbij een wat meer gesloten volume met expositieruimtes, kantoor functie, rust boven op een publieke meer transparante plint. Zowel de publieke functies, als het museum grenzen aan een grote centrale ruimte. In deze ruimte komen alle verschillende functies samen en hier vind dus potentiele interactie tussen bezoekers plaats, die normaliter van elkaar gescheiden zouden zijn. Deze centrale ruimte heeft door middel van grote hangar deuren de mogelijkheid om voor verschillende doeleinden te worden gebruikt, waardoor het al aanwezige dynamische karakter van het gebouw nog wordt versterkt. Door middel van bovenstaande maatregelen wordt niet allen een poging gedaan om sociale interactie in de publieke ruimte te stimuleren, ook wordt door middel van het herontwerp van het Maritiem Museum ook de relatie (en toegankelijkheid) tussen stad en water versterkt evenals het historische (maritieme) karakter van de Leuvehaven.  


9


10

Rol van de Architect Een heersend kapitalistisch dogma, privatisering van de publieke ruimte en een toenemende sociale segregatie in de maatschappij staan allen in relatie tot elkaar. Er vanuit gaande dat architectuur invloed uitoefent op het sociale leven wat zich binnen deze fysieke context afspeelt, speelt architectuur een potentiele rol bij het oplossen van maatschappelijke problematiek, echter wordt dit tot nog toe nauwelijks toegepast. Deze wederkerige relatie tussen architectuur en de maatschappij heeft ook implicaties voor de rol van de architect. Tot nog toe lijkt de grote meerderheid aan architecten, stedenbouwers en ruimtelijk vormgevers zich onvoldoende bewust en/of geen verantwoordelijkheid te durven nemen voor de sociale, politieke en maatschappelijke impact van hun ontwerp. Rem Koolhaas stelt dat: “Architecture used to be about the creation of community and making the best effort at symbolizing that community.” 8. Zoals Rem Koolhaas stelt, zouden architecten weer een actievere rol moeten aannemen in het creëren van de maatschappij. Wanneer het ontwerp van de publieke ruimte betreft is dus mede de verantwoordelijkheid van de architect om op te komen voor het publieke belang. Het is echter de vraag of deze onder druk van de persoonlijke private belangen, zeker ten tijde van economische crisis, de architect, stedenbouwkundige of ruimtelijk vormgever in staat is om een voldoende kritische houding aan te nemen en op te komen in naam van het publieke belang. Met name betreft het ontwerp van de publieke ruimte een meer antikapitalistisch palet aan normen en waarden. Dit betekent dat de architect keuzes moet maken op basis van zijn ethisch kompas, welke potentieel ten koste kan gaan van zijn eigen portemonnee. Hier bovenop komt nog dat een architectonisch ontwerp haast nooit tot stand komt als een ‘one-man job’, en dus altijd een multidisciplinaire samenwerking is tussen verschillende partijen die allemaal hun steentje bijdragen. Daarbij komt nog dat de gebruiker zelf na de uitvoering van een ontwerp ook invloed uitoefent op de manier waarop de ruimte gebruikt wordt.

Koolhaas, Rem (2015). “Are Smart Cities Condemned to be Stupid“ 8.


11

Het zou naïef zijn om te denken dat het sociale leven zich door fysieke vormgeving laat opleggen, zoals de constructivisten in de jaren ’70 met hun ‘instrumenten in de samenleving’ gemeenschapszin probeerden te forceren. Groot gebracht met deze gedachte, lijkt de huidige generatie aan architecten veelal geen verantwoordelijkheid meer te nemen voor de sociale impact van hun ontwerpen. Echter is het minstens zo naïef om te denken dat fysieke vormgeving totaal geen impact heeft op het sociale leven wat zich binnen deze ruimte afspeelt. Vandaar dat in dit afstudeer project is uitgegaan van fysieke vormgeving als een randvoorwaarde voor sociale interactie. Waarbij voor het ontwerp van de publieke ruimte, als wel ontwerpen die aan deze publieke ruimte grenzen, de rol ligt om mogelijkheden tot sociale interactie te faciliteren. Het faciliteren van deze mogelijkheden gaat gepaard met grote keuze en gebruiksvrijheid van de gebruikers en is daarmee inclusief zoals de publieke ruimte altijd zou moeten zijn. Concluderend betekent dit dat, de fysieke vormgeving, waaronder stedenbouw en architectuur, dus een randvoorwaarde is voor het sociale leven dat zich binnen deze voorwaarden afspeelt. En architecten, stedenbouwers en ruimtelijk vormgevers dus ook gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor de sociale impact van hun handelen. Wanneer de vormgeving van de publieke ruimte vervolgens mogelijkheden schept tot sociale interactie, zouden de privatisering van de publieke ruimte en de segregatie in de maatschappij mogelijk kunnen worden tegen gegaan. Uit dit afstudeer project is gebleken dat de fysieke randvoorwaarden een grotere invloed heeft op de manier waarop het publieke leven zich afspeelt, dan in het algemeen wordt aangenomen. Dit project pretendeert niet uitputtend te zijn en is slechts bedoelt om bewustzijn te creëren over de sociale impact van ruimtelijke vorm, met name wanneer het de vormgeving van de publieke ruimte betreft. Verder onderzoek zou ons beter inzicht kunnen geven hoe vormgeving niet alleen een doel op zich is maar ook een middel tot het hoger doel, ofwel in dit afstudeer project, het succesvol faciliteren van sociale interactie in de publieke ruimte. Maar ook andere maatschappelijke problematiek te verhelpen, kortom de wereld een beetje beter te maken.


12


13

Reflectionpaper csluijmer 4078829 011216