Page 1

Tijdschrift voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte

jrg. 6 | nr. 3 | april 2011

Bomensnoei in RAW

Zuid-Holland partner van CROW Levende Stad

01_Cover.indd 1

Nieuwe richtlijn parkeergarages

Samenwerking bij gladheidsbestrijding

18-04-11 09:49


Leefomgeving

jrg. 6 | nr. 3 | april 2011 vervoer infrastructuur, verkeer, Tijdschrift voor

en openbare ruimte

jrg. 6 | nr. 3 | april

Zuid-Holland als eerste provincie partner van CROW Levende Stad

Bomensnoei in RAW

partner Zuid-Holland Levende Stad van CROW

n Nieuwe richtlij es parkeergarag

g bij Samenwerkin trijding gladheidsbes

18-04-11

01_Cover.indd

4

Na zestig gemeenten is als eerste provincie nu ook Zuid-Holland partner geworden van CROW Levende Stad, een kennisnetwerk voor professionals in de openbare ruimte. De provincie verwacht er veel voordeel van. Agenda CROW Levende Stad 7 Solve adviseert landelijke politiek 8 Nieuwe Solve-publicatie ‘Afwegingskader’ 8

2011

09:49

Verkeer & Vervoer

1

EU-prijs voor programma veilige mobiliteit ouderen CROW-werkgroep ‘Ouderen en infrastructuur’ aan de slag

9 9

Complete richtlijn voor inpassing, ontwerp en realisatie van parkeergarages 10

CROW et cetera praat u acht keer per jaar bij over CROW-activiteiten en zo veel meer. In CROW et cetera vindt u nieuws uit de zes domeinen, een overzicht van nieuwe CROWpublicaties, cursussen en congressen, achtergronden over onze kennisproducten en de toepassing ervan in de praktijk, interviews met deskundigen uit de praktijk, praktijkvoorbeelden, informatie over de activiteiten van CROW-commissies, et cetera.

Een parkeergarage is al met al een lastig gebouw: het moet passen in zijn omgeving, verkeerskundig kloppen en uiteraard spelen financiën een grote rol. Een nieuwe ontwerpwijzer biedt een overzichtelijk richtsnoer.

Infrastructuur Samenwerken bij gladheidsbestrijding: beter voor weggebruiker en bedrijfsvoering

CROW et cetera wordt gratis verspreid onder professionals op het gebied van infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Via www.crow.nl/etcetera kunt u zich aanmelden.

14

Veiligheid staat uiteraard voorop bij gladheidsbestrijding. Het is daarom voor de weggebruiker van groot belang dat de weg onder winterse omstandigheden stroef blijft, als deze overgaat van de ene naar de andere beheerder. Daarnaast zijn er ook economische redenen voor een gezamenlijke aanpak van gladheidsbestrijding.

Over CROW CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Deze not-for-profitorganisatie ontwikkelt, verspreidt en beheert praktisch toepasbare kennis voor beleidsvoorbereiding, planning, ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud. Dit gebeurt in samenwerking met alle belanghebbende partijen, waaronder Rijk, provincies, gemeenten, adviesbureaus, uitvoerende bouwbedrijven in de grond-, water- en wegenbouw, toeleveranciers en vervoerorganisaties. De kennis, veelal in de vorm van richtlijnen, aanbevelingen en systematieken, vindt haar weg naar de doelgroepen via websites, publicaties, cursussen en congressen.

Aanbesteden & Contracteren Efficiëntere bomensnoei door invoering RAW-systematiek

18

Een boom snoeien is niet moeilijk. Wat wel moeilijk is: een boom snoeien, deze gezond houden, er mooi uit laten zien en zorgen dat hij geen gevaar oplevert voor de omgeving. Dit vereist vakmanschap én heldere bestekken. RAW biedt uitkomst. De RAW-helpdesk 19 Ondernemend samenwerken: kansen in moeilijke tijden 21

CROW heeft zijn activiteiten gebundeld in de volgende zes domeinen:

Bouwprocesmanagement

Leefomgeving Ondersteunt de (her)ontwikkeling, het ontwerp en het beheer van stedelijke openbare ruimte.

Format Standaardsystematiek voor kostenramingen vernieuwd 22 Bij de Standaardsystematiek voor kostenramingen, SSK, hoort een format voor het maken van ramingen. Het is onlangs aangepast en ligt nu vast. Installatie werkgroep ‘Specificeren meerjarig onderhoud aan wegen’ 27 Nieuwe werkgroep ‘Beperking agressie bij werk in uitvoering’ 27

Milieu Biedt ondersteuning bij het vinden van milieuoplossingen voor leefbaarheideffecten van bouw en mobiliteit. Verkeer & Vervoer Houdt zich bezig met bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid voor personen- en goederenvervoer en met de vormgeving, inrichting en uitrusting van de weg en omgeving. Infrastructuur Zorgt voor technische hulpmiddelen voor de constructeur en beheerder van infrastructuur. Aanbesteden & Contracteren Biedt administratief-juridische en technische hulpmiddelen voor het aanbesteden, het opstellen van contracten en het uitvoeren van werken en schept zo kaders en voorwaarden voor aanbestedingen, kostenramingen en risicoverdelingen. Bouwprocesmanagement Schept voorwaarden voor de projectorganisatie en de communicatie tussen bouwpartners, brengt hier structuur in en verhoogt daarmee de efficiency. Wilt u meer informatie over deze domeinen, ga dan naar www.crow.nl.

02_Inhoud.indd 3

En verder... Op deze website is meer te vinden over dit onderwerp

Hier kunt u informatie vragen

Column: Op naar de top 5 Gastcolumn: Als kennis macht is, is onkunde onmacht 11 Nieuwe uitgaven 28 Cursussen en Opleidingen 29 Servicepagina 31

18-04-11 16:01


Leefomgeving www.crow.nl/leefomgeving

Zuid-Holland als eerste provincie partner van CROW Levende Stad Auteur: Peter Louwerse

Als eerste provincie tussen zestig gemeenten is Zuid­Holland partner geworden van CROW Levende Stad, een kennisnet­ werk voor professionals in de openbare ruimte. De aanslui­ ting van Zuid­Holland werd op vrijdag 25 maart bezegeld met de handtekening van mr. ing. Thomas Arts, directeur van de Dienst Beheer Infrastructuur van de provincie. “De samen­ leving eist kennisuitwisseling van ons.”

Ook beheer van flora en fauna is zowel een gemeentelijke als een provinciale taak

Als ambtenaar van de gemeente Zoetermeer had Gert Hofman, die inmiddels twee jaar bij de provin­ cie Zuid­Holland werkt, positieve ervaringen met CROW Levende Stad. Via dit netwerk kunnen pro­

Harro Verhoeven (links) en Thomas Arts ondertekenen de samenwerkingsovereenkomst tussen CROW Levende Stad en de provincie ZuidHolland

fessionals in het domein buiten­ ruimte kennis uitwisselen met vakgenoten. Ze doen dat door landelijke en regionale bijeen­ komsten bij te wonen en door elkaar via de kennismail vragen

en antwoorden te sturen. De onderwerpen zijn zeer divers: van onkruidbeheer tot openbare verlichting, van de aanbesteding van reinigingsdiensten tot bur­ gerparticipatie. Ook manage­ ment in de openbare ruimte staat op de agenda. Hofman ondervond de voordelen van CROW Levende Stad toen hij als hoofd Beleid verantwoordelijk was voor de uitvoering van het nieuwe speeltuinenbeleid van Zoetermeer. “Op ons initiatief heeft CROW Levende Stad een bijeenkomst georganiseerd over speeltuinen”, licht Hofman toe. “Hoe gaan andere gemeenten ermee om? Je leert van elkaar. Het heeft ertoe geleid dat de kinderen van Zoetermeer speel­ toestellen kregen die beter waren afgestemd op hun leeftijd.”

Kwaliteit leveren en bezuinigen Toen Gert Hofman twee jaar gele­ den overstapte naar de provincie

4 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

04_Domein_1_Leefomgeving.indd 4

18-04-11 11:47


Column

Op naar de top

Foto: Herman Stöver

Onze collega Marc Eijbersen stond op 20 februari jl. op de top van de Aconcagua, een 6962 meter hoge berg in Argentinië. Dit is de hoogste top van Zuid­Amerika en tevens de hoogste top buiten Azië. En toch vinden berg­ beklimmers dit een makkelijke berg, omdat je hem als het ware wandelend kan bedwingen. Als ik dan vertel dat Marc ter voorbereiding halve marathons liep om voldoende conditie op te doen dan begrijpt u dat de klassificatie ‘makkelijk’ een relatieve is. Op de foto van Marc op de top heeft hij een CROW­vlagge­ tje in z’n handen. CROW heeft dus de top gehaald, we zijn apetrots op onze Marc die dat gepresteerd heeft namens ons.

Zuid­Holland, waar hij aan de slag ging als afdelingshoofd Beheerstrategie van de Dienst Beheer Infrastructuur (DBI), vroeg hij zich af of een partner­ schap van CROW Levende Stad wellicht ook iets voor zijn nieuwe werkgever zou zijn. “Ik keek met een goed gevoel terug op de resul­ taten die wij in Zoetermeer heb­ ben behaald met CROW Levende Stad”, verklaart hij. “Je bent als beheerder van de provinciale buitenruimte met dezelfde dingen bezig als de gemeenten, bijvoorbeeld op gebieden als glad­ heidbestrijding, flora en fauna, verlichting en Duurzaam Veilig. Je wilt kwaliteit leveren, en tege­ lijkertijd moet je bezuinigen. Dus je hebt ook behoefte aan kennisontwikkeling.” Hofman vond snel een gewillig oor bij zijn chef Thomas Arts, directeur van Dienst Beheer Infrastructuur (DBI). Arts had nog nooit gehoord van CROW

Levende Stad, maar was gelijk positief toen Hofman uitlegde wat het CROW­kennisnetwerk inhoudt. “Met grote gemeenten hebben wij al veel contacten”, motiveert Arts zijn standpunt. “Maar de kleinere gemeenten ken ik onvoldoende.” Die laatste categorie kan hij ontmoeten tijdens de regionale bijeenkomsten in Zuid­Holland dat met zeventien gemeenten ruim vertegenwoor­ digd is. Arts: “We hebben zo veel gemeenschappelijke projecten met gemeenten. Het is handig als je via een netwerk de ambtenaren van die gemeente ook van gezicht kent. Je pakt dan gemakkelijker de telefoon, je weet beter waar de gevoeligheden liggen. Dingen werken zo veel makkelijker als je de goede persoon aan de lijn hebt.”

Zo’n prestatie moet ons allemaal inspireren om ook een top te willen halen. Voor mij is de top die ik wil bedwingen wel duidelijk: met CROW naar de top van de kennisinstituten. De fusie met CURNET is daarvoor de eerste helling die we beklimmen. We vorderen gestaag, we zien het einddoel in de verte liggen, maar wat is het zwaar. Marc is nu onze inspi­ ratie: gewoon doorlopen, dan kom je er echt wel. Als de top bereikt wordt, dus als onze fusie een feit is, dan laat ik het u weten.

Betere coördinatie

Iman Koster directeur CROW

Arts ziet vooral ook een meer­ waarde in de betere coördinatie tussen activiteiten van gemeen­

Reageren? koster@crow.nl

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 5

04_Domein_1_Leefomgeving.indd 5

18-04-11 11:47


Leefomgeving www.crow.nl/leefomgeving

ten en de provincie. Hij doelt daarmee onder meer op afstem­ ming van wegwerkzaamheden. “Werk aan provinciale wegen of vaarwegen heeft direct invloed op de bereikbaarheid van de ove­ rige infrastructuur. Door betere coördinatie kun je problemen minimaliseren. Dat geldt ook voor de gladheidbestrijding.” Hij denkt dat de provincie op een aantal terreinen haar voordeel kan doen met expertise van gemeenteambtenaren. Bijvoor­ beeld de manier waarop het ambtelijk apparaat de politiek benadert. Of hoe je als overheids­ orgaan communiceert met de burger. “Op dat terrein hebben gemeenten soms meer ervaring.” Gert Hofman kan daar over mee­ praten. Binnen het verband van CROW Levende Stad was hij als ambtenaar van Zoetermeer belast met het stimuleren van burger­ betrokkenheid bij de openbare ruimte. “Tijdens een burger­ schouw word je met de neus op de feiten gedrukt, namelijk dat je het soms niet goed doet.” De ambtelijke organisatie kan zo achterhalen wat de burger belangrijk vindt: meer groen, beter straatmeubilair? Of de burger ook bereid is de daarvoor benodigde verhoging van de ozb te accepteren, is weer een ander verhaal.

Specifieke kennis

“Leren van elkaar is het belang­ rijkste”, stelt hij. “Het uitgangs­ punt is dat de deelnemers zich opstellen als gelijkwaardige part­ ners. Als het goed is, gaan ze er met vragen in en komen ze er

met antwoorden uit.” Dat vergt uiteraard een open instelling. “Stel je trots en kwetsbaar op”, is Verhoevens advies. “Anders kan er geen kennisuitwisseling plaatsvinden.”

Niet dominant worden Gert Hofman: “Als beheerder van de provinciale buitenruimte ben je met dezelfde dingen bezig als de gemeenten”

Wat levert het op om partner te worden van CROW Levende Stad? • Een netwerk van vakgenoten door heel Nederland • Interactieve, leerzame thema­ bijeenkomsten (landelijk en regionaal) • Tweewekelijkse kennismail • Maandelijkse nieuwsbrief met de laatste ontwikkelingen • Een persoonlijk netwerk en een online netwerk • Kennis en ervaringen halen en brengen • Toegang tot het besloten gedeelte van de website • Op de hoogte blijven van de actuele kennis van CROW • Gratis toegang of korting voor congressen • Nieuwe ideeën en inspiratie opdoen • Een jaar lang gratis het vakblad Stedelijk Interieur en het tweede jaar 25 procent korting op het abonnement • De mogelijkheid personeel en documenten uit te wisselen en de mogelijkheid om samen aan te besteden

De regionale bijeenkomsten van CROW Levende Stad worden drie keer per jaar gehouden. Gemid­ deld verschijnen daar vijftien tot dertig professionals om van gedachten te wisselen. De deel­ nemers kunnen zelf onderwerpen aandragen. Ze kunnen de bijeen­ komsten ook gebruiken om het kennisniveau van jonge mede­ werkers te verhogen. CROW facili­ teert het netwerk dat juridisch is vastgelegd in samenwerkings­

Projectleider Harro Verhoeven van CROW is zeer ingenomen met de toetreding van de provin­ cie Zuid­Holland. “Provincies kunnen een specifiek soort kennis inbrengen die bij gemeenten minder aanwezig is”, betoogt Verhoeven. “Neem bijvoorbeeld dynamisch verkeersmanagement of asset management (het goed omgaan met kapitaalgoederen – red.). Gemeenten zijn daarbij vaak zoekende. Ze kunnen op die terreinen kennis opdoen bij de provincie.” Daarmee heeft Verhoeven direct de hoofddoelstelling van CROW Levende Stad geformuleerd.

6 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

04_Domein_1_Leefomgeving.indd 6

18-04-11 11:47


Leefomgeving

overeenkomsten tussen de partijen. DBI-directeur Thomas Arts is van mening dat overheden zich wel móeten committeren aan dergelijke initiatieven. “De samenleving eist dat van ons”, meent hij. “Bezuinigingen dwingen tot kennisuitwisseling. We kunnen niet meer zeggen dat wij het ieder op onze eigen manier doen.” Hij wijst daarbij naar de hectometerpaaltjes langs provinciale wegen die per provincie kunnen verschillen. Arts verwacht niet dat de bijeenkomsten altijd direct tastbaar resultaat zullen opleveren, en dat hoeft voor hem ook niet. “Ik ben tevreden als ik na afloop van een bijeenkomst kan zeggen dat ik er iets aan heb gehad. Datzelfde

geldt voor de medewerkers van de dienst, als die naar de bijeenkomst gaan. Het gaat ook om het goede gevoel. Wij moeten oppassen dat wij als provincie niet dominant worden. We zijn wel groot, maar wij willen een gelijkwaardige partner zijn. Kennis halen en brengen, daar gaat het om.”

Op de hoogte van kansen

Gladheidsbestrijding: een van de taken van zowel gemeente als provincie

“Zo zorgen wij dat alle betrokken ambtenaren van de provincie Zuid-Holland op de hoogte zijn van de kansen die CROW Levende Stad hun biedt.” De deelname van Zuid-Holland stemt Verhoeven optimistisch: “Hopelijk sluiten nu ook andere provincies en waterschappen zich aan. Als er één schaap over de dam is, volgen er meer.”

Dat proces wordt bewaakt door CROW, verzekert projectleider Harro Verhoeven. Om te zorgen dat de buitenruimteprofessionals van de provincie Zuid-Holland een goede start maken in CROW Levende Stad, houdt het netwerk binnenkort een brainstormsessie in het Provinciehuis. Verhoeven:

www.levende-stad.nl Harro Verhoeven, projectmanager CROW Levende Stad, verhoeven@crow.nl

Agenda CROW Levende Stad 12 mei Themabijeenkomst: Communiceren over Gladheidsbestrijding

Breda

17 mei Themabijeenkomst: Bewonersparticipatie Alphen aan den Rijn 24 mei Themabijeenkomst: Apps mobiele telefoons voor meldingen in de openbare ruimte

Rotterdam

29 juni Themabijeenkomst: CROW-praktijkdag beeldkwliteit

Ede

juni

Regiobijeenkomst Oost-Nederland

juni

Themabijeenkomst: Contractvormen

juni

Regiobijeenkomst Noord-Brabant (B5)

juni

Regiobijeenkomst Noord-Holland Noord: Bomenbeleid

Almelo

www.levende-stad.nl voor een volledig overzicht van alle bijeenkomsten, ook in voorbereiding

Foto: Herman Stöver

levendestad@crow.nl, (0318) 69 53 85; ook voor verzoeken aan CROW Levende Stad om een bijeenkomst over een ander onderwerp te organiseren

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 7

04_Domein_1_Leefomgeving.indd 7

18-04-11 16:04


Solve adviseert landelijke politiek Solve adviseert de Tweede Kamer over het dossier luchtkwaliteit. De commissie voor Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer is deze maanden in discussie over de onderwerpen luchtkwaliteit en mobiliteit. Solve adviseert de commissie met name over de onderwerpen gemotoriseerde tweewielers en het meten of berekenen van de luchtkwaliteit. In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) staan alle maatregelen die het Rijk, provincies en gemeenten sinds 1 januari 2005 nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het gaat hier om het stimuleren van schone voertuigen en brandstoffen, bijvoorbeeld via de subsidieregeling roetfilters. Maar ook maatrege­ len als het invoeren van milieuzones voor vracht­ wagens en het autoluw maken van het centrum van steden hebben een positief effect op de luchtkwaliteit binnen gemeenten.

Foto: Herman Stöver

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu is actief met de onderwerpen luchtkwaliteit en mobiliteit. Tijdens discussie in deze vergaderingen komen onder andere onderwerpen naar voren als de luchtkwaliteit bij scholen, opgevoerde brommers, de monitoringsrapportage van het NSL en de keuze tussen het meten of bereken van de luchtkwaliteit buiten.

Nieuwe Solve-publicatie ‘Afwegingskader’ Het meten van luchtkwaliteit is lastig. Met een alterna­ tieve (meet)methode is de situatie soms beter inzichtelijk te maken. CROW­publicatie 218p ‘Afwegingskader metingen luchtkwaliteit’ brengt de mogelijkheden van zowel het meten als andere methoden van de lucht­ kwaliteit in kaart. Met het door Solve ontwikkelde afwegingskader kan een ambtenaar de keuze voor metingen of een andere

methode beargumenteren. De publicatie bevat achter­ grondinformatie over de verschillende meetmethoden. Daarnaast komen praktische zaken aan bod die van belang zijn bij het inhuren van een meetbureau. Bestellen kan via www.crow.nl/shop

8 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

04_Domein_1_Leefomgeving.indd 8

18-04-11 11:48


Verkeer & Vervoer

EU-prijs voor programma veilige mobiliteit ouderen De Europese Commssie heeft in februari in Brussel de Excellence in Road Safety Award toe­ gekend aan het project ‘Blijf Veilig Mobiel’ van de Nederlandse seniorenbond ANBO als het meest succesvolle project in de categorie NGO’s in 2010. Het project stimuleert de verkeersveilige mobiliteit van senioren en daarmee het vitaal ouder worden. De CROW­werkgroep ‘Ouderen en infrastructuur’ valt ook onder het programma. Van links naar rechts: Liesbeth Boerwinkel, (ANBO), Rennie van Moolenbroek (NVVS, Nederlandse Vereniging Voor Slechthorenden), Ben Slijkhhuis (ANBO)

CROW-werkgroep ‘Ouderen en infrastructuur’ aan de slag De CROW­werkgroep ‘Ouderen en infrastruc­ tuur’ bestaat onder meer uit belangenorganisaties en wegbeheerders, en werkt aan ontwerpricht­ lijnen voor infrastructuur die voor ouderen begrijpelijk, overzichtelijk en verkeersveilig zijn. De werkzaamheden vinden plaats in het kader van het landelijke programma verkeersveiligheid senioren ‘Blijf Veilig Mobiel’ dat wordt gecoördi­ neerd door de ANBO. De werkgroep stelt zich ten doel een CROW­publicatie te maken die ingaat op wegontwerp dat rekening houdt met senioren.

Van links naar rechts: Kirsten Knol (VVN), Klaas Wierda (PCOB), Liesbeth Boerwinkel (ANBO), Job Aug (CG-Raad), Henk Battem (Viziris), Jeroen van Dorp (ANWB), Ragnhild Davidse (SWOV),

Paul Schepers (DVS), Ellemieke van Doorn (DVS), Chantal Groenewoud (MuConsult), Frans Heijnis (CROW), Jan Brink (UnieKBO), Jan Perdok (MuConsult)

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 9

06_Domein_3_VerkeerVervoer.indd 9

18-04-11 11:51


Verkeer & Vervoer www.crow.nl/verkeerenvervoer

‘Ontwerpwijzer parkeergarages’ stevige herziening en uitbreiding van twee voorgangers

Complete richtlijn voor inpassing, ont w van parkeergarages Auteur: Rik de Groot

De meeste mensen staan er niet bij stil, maar een parkeergarage is nog een vrij ingewikkeld gebouw. Ontwerptechnisch moet met vele bouwkundige en gebruikseisen rekening worden gehouden en uiteraard met de financiële mogelijkheden. Minstens zo belangrijk is dat het gebouw past in zijn omgeving, zowel in stedenbouwkundig als in verkeerskundig opzicht. CROW-publicatie 293 ‘Ontwerpwijzer parkeergarages’ biedt alle betrokken partijen een overzichtelijk richtsnoer om het proces vanaf de initiatieffase tot en met de exploitatie gestructureerd en effectief te laten verlopen.

CROW-publicatie 293 ‘Ontwerpwijzer parkeergarages’ Bestellen kan via www.crow.nl/shop

De ‘Ontwerpwijzer parkeergarages’ verenigt de kennis uit twee eerdere CROW-publicaties. Dat zijn het ‘Stappenplan bouwproces parkeergarages’ uit 2006 en de ‘Ontwerpwijzer gebouwde parkeervoorzieningen’ uit 1996. Laatstgenoemde uitgave was een aanvulling op de technische NEN-norm 2443 en was hard aan actualisering toe. Bij de herziening heeft de verantwoordelijke werkgroep uiteraard rekening gehouden met de ervaringen met beide uitgaven en met de nadien ontwikkelde kennis en inzichten. Mede hierdoor is de ‘Ontwerpwijzer parkeergarages’ een document van bijna tweehonderd bladzijden geworden.

De structuur komt sterk overeen met die van ‘het stappenplan’. De bekende acht stappen zijn aangevuld met een negende stap: monitoring in de gebruiksfase. Daarnaast staat er informatie in over mechanisch parkeren en andere speciale onderwerpen en zijn er paragrafen gewijd aan onder meer duurzaamheid, communicatie en het beslismoment (go/no-go). Als voorbeeld wordt op diverse plaatsen stilgestaan bij (de ontwikkeling van) parkeergarage Damsterdiep in de stad Groningen. Aan het eind van elk hoofdstuk is een samenvatting van de desbetreffende stap opgenomen.

De bijlagen bevatten onder meer enkele checklists. De grote winst is dat alle partijen die bij de totstandkoming van een parkeergarage zijn betrokken (zoals gemeenten, stedenbouwkundigen, projectontwikkelaars, architecten, bouwondernemers, beheerders en exploitanten), voortaan één publicatie als leidraad kunnen aanhouden. De ontwerpwijzer beschrijft namelijk alle relevante procedurele en inhoudelijke aspecten en biedt ontwerpers en anderen volop aanwijzingen en argumenten om op het juiste moment de juiste beslissing te nemen. Voor de uitwerking

10 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

06_Domein_3_VerkeerVervoer.indd 10

18-04-11 11:51


Column

gers

nt werp en realisatie

Als kennis macht is, is onkunde onmacht Nederland ambieert een plek in de top 5 van kennis­ economieën, maar ‘Nederland Kennisland’ wordt een kansloze ambitie. Bezuinigingen, marktwerking, nauwelijks innovatieruimte en superdoelmatigheid zijn geen goede kwaliteitsimpulsen voor een kenniseconomie. Om over de ontmoediging van de creatieve sector als aanjager van de economie en werkgelegenheid maar te zwijgen. Een land dat bij de wereldtop wil horen, moet zelf ook top (willen) zijn. Zonder goede kennismotor blijft Nederland een middenmoter, die nimmer de top zal halen. Dan moeten we het stellen met plaats acht in de Kenniseconomie Monitor 2010. En met de huidige kwaliteit van het onderwijs wordt de uitdaging alleen groter. Weggeman bedacht de formule K = I x EVA: kennis als het product van informatie en ervaring, vaardigheden en attitude. Kennis is macht en academische nieuws­ gierigheid is een randvoorwaarde om kennis op te nemen en te ontwikkelen. Investeren in kennis(ontwik­ keling en ­deling) en goed onderwijs betalen zich snel terug in de vorm van meer innovatie, meer producti­ viteit, meer gezondheid en meer democratie.

van onderdelen wordt verwezen naar toepasselijke normen en andere bronnen. De uitgave is ook te gebruiken bij renovatie, reconstructie en verbouw van bestaande parkeergarages, door aan te haken in een wat latere fase van het beschreven proces.

Integraal onderdeel Zoals gebruikelijk waren in de CROW-werkgroep vele disciplines vertegenwoordigd. Een van de deskundigen die werd benaderd om inbreng te leveren op het onderdeel ‘ontwerp’, was ir. Paola Huijding. Ze was op dat moment werkzaam als senior-projectarchitect bij Soeters Van Eldonk

architecten in Amsterdam; inmiddels is ze overgestapt naar Buro 5 in Maastricht en daar eindverantwoordelijk voor de afdeling stedenbouw. Huijding maakte al snel duidelijk dat er aan het architectonisch ontwerp nog een heel belangrijke fase voorafgaat, namelijk die van de inpassing van de parkeergarage in de omgeving, in het stedenbouwkundig plan. “Ik heb meegewerkt aan flink wat herstructureringsprojecten. Daarbij heb ik steeds ervaren dat het cruciaal is dat parkeerfaciliteiten aansluiten bij de behoeften van het gebied en de gebruikers. Een parkeergarage

Niet investeren in kennis levert vooral onkennis en onkunde op en daarmee onmacht. De valkuil zit in de attitude, wanneer onze ambities worden bepaald door onze portemonnee. Meer kennis voor minder geld en de rationalisering van kennisinstellingen laten zien wat we er echt van vinden: de minderwaarde van kennis. In plaats van een plek in de wereldtop, wordt ons land geleidelijk dommer en neemt onze concurrentiekracht verder af. Misschien is de tijd rijp voor een KKBA, een Kennis Kosten Baten Analyse, waarin de maatschappelijke kosten en baten van de kennis(ontwikkeling en ­deling) in ons land worden gemonetariseerd. Dan zal blijken dat het goed is om kennis te vermenigvuldigen door die te delen (vrij naar Pythagoras). Maar dan moet er natuurlijk wel iets te delen zijn. Alsdan en onder het motto samen sterk, wordt Nederland een machtig kennisland.

Harry Webers algemeen directeur Witteveen+Bos

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 11

06_Domein_3_VerkeerVervoer.indd 11

18-04-11 16:07


Verkeer & Vervoer www.crow.nl/verkeerenvervoer

is meer dan een opslagplaats voor auto’s. Het gebouw beïnvloedt ook de omgeving en het gebruik en de leefbaarheid daarvan. Daarom is het van groot belang dat parkeergarages, net als andere gebouwen, aansluiten bij het aanzien en de functies van de omgeving.” “De vraag wat je met een gebied wilt, is bepalend voor de manier waarop het wordt ingericht”, legt Huijding uit. “De invulling van de parkeerbehoefte vormt daar een onderdeel van. Een belangrijk onderdeel zelfs, maar het staat niet op zichzelf. Als het goed is, vormen parkeergarages een integraal onderdeel van het complex aan functies die in het gebied vervuld moeten worden. Hoe groter de capaciteit van de garage, hoe belangrijker dat hiermee rekening wordt gehouden.”

Levende plint

Paola Huijding: “In het verleden waren parkeergarages soms onaantrekkelijke bunkers, maar dat zie je steeds minder”

een grijze betonwand of uit een mengeling van winkels, bedrijfjes en instellingen. Dat zijn voorzieningen waar passanten iets aan hebben en die bijdragen aan de leefbaarheid van de buurt. Maar een blinde gevel van 200 meter doet alleen maar onaangenaam aan en geeft, vooral ’s avonds, veel mensen een onveilig gevoel.”

Goed aanzien loont De conclusie is duidelijk: om een parkeergarage in alle opzichten optimaal te laten functioneren, is het essentieel dat deze stedenbouwkundig, verkeerskundig en architectonisch goed wordt ingepast. Aan deze kwaliteiten valt in de volgende stadia namelijk vrijwel niets meer te veranderen. Bij de uitwerking van het ontwerp kan de aantrekkelijkheid van het gebouw op allerlei manieren worden vergroot. Voor parkeerders onder meer door een goede

bewegwijzering naar en binnen de garage, goede verlichting (toetreding daglicht), gebruikersvriendelijke betaalsystemen, een aangenaam kleurgebruik en een niet te krappe verdiepingshoogte. Voor vele anderen met name door passende functies op de begane grond. Huijding: “In het verleden waren parkeergarages soms onaantrekkelijke bunkers, maar dat zie je steeds minder. Niet alleen ontwerpers, maar ook ontwikkelaars en exploitanten zijn zich ervan bewust geworden dat een mooi, gebruiksvriendelijk gebouw meer parkeerders trekt. En dus economisch aantrekkelijker is.” In de publicatie wordt in elk hoofdstuk aandacht besteed aan duurzaamheid. Is er op dat gebied veel te bereiken? “Dat verschilt per stap en het hangt ook af van je eigen invalshoek. Maar het is goed dat een van

Wat betekent dit concreet voor de situering en het aanzien van parkeergarages? “Wat betreft de situering, dat parkeergarages zich op logische plaatsen moeten bevinden die voor de doelgroep(en) goed te bereiken zijn, zonder daarbij grote hinder te veroorzaken voor andere (weg)gebruikers en omwonenden. Er moet dus goed worden gekeken naar de bereikbaarheid en naar de verkeerstechnische mogelijkheden en consequenties.” “Het aanzien van het gebouw moet aansluiten bij de omgeving. In veel gevallen is het de eerste keus om het parkeren ondergronds te situeren en daarboven andere functies (wonen, werken, winkelen) te realiseren. Dat is echter lang niet altijd (economisch) haalbaar. De parkeergarage komt dan gedeeltelijk of volledig bovengronds. In dat geval is de bouwlaag op straatniveau van groot belang. Die moet zo goed mogelijk aansluiten bij de omgeving en dat is in de meeste gevallen de openbare ruimte. Het maakt een groot verschil of de plint bestaat uit

12 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

06_Domein_3_VerkeerVervoer.indd 12

18-04-11 11:51


Verkeer & Vervoer

onze werkgroepleden dit onderwerp systematisch aan de orde heeft gesteld. Beperking van bouwafval is wat mij betreft een belangrijk aandachtspunt. Verder probeer ik altijd door een goede vormgeving zo gunstig mogelijke klimaatcondities voor een gebouw te scheppen. Daarmee kun je de energiebehoefte aanzienlijk beperken.” Zoals vermeld hebben aan de nieuwe publicatie deskundigen uit vele disciplines bijgedragen. “Die diversiteit maakt het proces niet gemakkelijker, want de meningen botsen nogal eens en het kost tijd om overeenstemming te bereiken. Maar het is wel de beste aanpak. Want door inzichten en belangen met alle betrokkenen af te stemmen, bereik je een beter resultaat.” Hillie Talens, projectmanager Infrastructuur, Verkeer & Vervoer, talens@crow.nl

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 13

06_Domein_3_VerkeerVervoer.indd 13

18-04-11 11:51


Infrastructuur www.crow.nl/infrastructuur

CROW-publicatie 296 biedt wegbeheerders een praktische handreiking

Samenwerken bij gladheidsbestrijding: b en bedrijfsvoering Auteur: Rik de Groot

Onder winterse weersomstandigheden is een gestrooid en daardoor voldoende stroef wegdek van groot belang voor automobilisten, fietsers en andere weggebruikers. Ook is het essentieel dat zij niet onverwachts van een behandeld op een onbehandeld wegvak belanden, omdat dit laatste onder een CROW-publicatie 296 ‘Samenwerken bij gladheidsbestrijding’ Bestellen kan via www.crow.nl/shop

andere wegbeheerder valt. Alleen al om deze reden is samen­ werking tussen wegbeheerders noodzakelijk. Maar naast de veiligheid zijn er ook economische argumenten om de glad­ heidsbestrijding gezamenlijk aan te pakken. Op onderdelen of zelfs volledig.

Het is guur bij een temperatuur rond het vriespunt. Buiten de rij­ sporen liggen sneeuwresten en er valt een ijskoude regen. Onder dergelijke omstandigheden hebben automobilisten en zeker fietsers al hun aandacht nodig om koers te houden en te antici­

Opslag strooizout

peren op de wisselende verkeers­ omstandigheden. Onbewust gaan ze ervan uit dat doorgaande routes en andere belangrijke verbindingen behandeld zullen zijn. Er is veel waardering voor de mensen op de strooivoertui­ gen, die zich bij nacht en ontij

inzetten om de wegen berijdbaar te houden. Maar in opdracht van welke wegbeheerder ze dat doen, laat de weggebruikers koud. Hun grootste zorg is om veilig en liefst ook vlot hun bestemming te bereiken. Via een betrouwbare route, zonder onvoorspelbare veranderingen in de toestand van het wegdek. Wegbeheerders zijn zich ervan bewust dat weggebruikers bij winters weer moeten weten waar ze aan toe zijn. Daarom maken de coördinatoren gladheids­ bestrijding van Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten en hoog­ heemraadschappen vrijwel overal onderlinge afspraken over het strooien van de wegen ter plaatse van de beheergrenzen. Ook is het niet ongebruikelijk dat wegbeheerders het strooien van ‘onhandig gesitueerde wegvak­

14 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

07_Domein_4_Infrastructuur.indd 14

18-04-11 11:59


Infrastructuur

g: beter voor weggebruiker

ken’ uitruilen met naburige beheerders, als die zo’n wegvak vrij gemakkelijk in hun route kunnen meenemen. Deze voorbeelden laten zien dat eenvoudige vormen van samen­ werking in de gladheidsbestrij­ ding direct belangrijke voordelen kunnen opleveren. Voor weggebruikers is de winst dat de toe­ stand van het wegennet homoge­ ner en daardoor betrouwbaarder wordt; voor wegbeheerders dat het werk efficiënter wordt uitgevoerd, waardoor tijd en kosten worden bespaard. Samenwerken in de gladheids­ bestrijding kan echter nog veel verder gaan dan hiervoor werd aangegeven. CROW­publicatie 296, die eind april verschijnt, brengt voor wegbeheerders een palet aan mogelijkheden in beeld.

Hieruit kunnen zij, op basis van de eigen situatie en de persoon­ lijke wensen, een keuze maken die past bij hun doelstellingen. Diverse toelichtingen en aanbeve­ lingen ondersteunen dit proces. In de volgende fase wordt beke­ ken in hoeverre de eigen ambities en capaciteiten samenvallen of sluitend te maken zijn met die van potentiële partners. De publi­ catie onderscheidt zes hoofdon­ derdelen waarop samenwerking mogelijk is. In het algemeen wordt aanbevolen te beginnen met kleine, overzichtelijke onder­ delen die snel resultaat opleveren. Als vervolg op deze quick wins kan worden bekeken welke verdergaande vormen van samen­ werking haalbaar en zinvol zijn. De werkgroep die de publicatie heeft samengesteld, telde diverse wegbeheerders die ervaring heb­

ben met uiteenlopende vormen van samenwerking. Een van hen is Mike Buring, bureauhoofd van de Dienst Wegen van de provincie Limburg. Sinds medio 2008 werkt zijn organisatie op het gebied van de gladheidsbestrijding intensief samen met Rijkswaterstaat Limburg. Dit heeft ertoe geleid dat vele activiteiten gezamenlijk worden uitgevoerd.

Grootschalige inzet materieel

“Wij hebben als provincie en Rijkswaterstaat Limburg samen één contract met een hoofdaan­ nemer voor de uitvoering van de gladheidsbestrijding. Daaronder valt met name de levering van de tractie en het personeel. We zorgen gezamenlijk voor het materieel, zoals strooiers en ploegen, en voor het zout. Dat laatste kopen we samen in, via Rijkswaterstaat/ DVS. Verder hebben we geïnte­ greerde preventieve strooiroutes

Mike Buring: “Door samenwerking zijn praktische en financiële voordelen te behalen”

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 15

07_Domein_4_Infrastructuur.indd 15

18-04-11 11:59


Infrastructuur www.crow.nl/infrastructuur

opgesteld, waardoor twee strooi­ routes zijn bespaard. Daarnaast hebben we ieder drie steun­ punten beschikbaar gesteld voor medegebruik door de partner. Vanaf deze locaties, waar materi­ eel van beide beheerders staat, starten de gladheidsbestrijdings­ acties.” De dagelijkse coördinatie, inclu­ sief de go/no­go­beslissing, wordt uitgevoerd door een tweeman­ schap bestaande uit vertegen­ woordigers van beide partijen, geeft Buring aan. “Hiertoe is de provincie gesplitst in een noorde­ lijk en een zuidelijk coördinatie­ deel. Per deel vervult een verte­ genwoordiger van Rijkswaterstaat Limburg of een vertegenwoordi­ ger van de provincie de rol van coördinator gladheidsbestrijding. Diens besluit om te gaan strooien – dat uiteraard na onderlinge afstemming wordt genomen– geldt voor alle provinciale én rijkswegen, inclusief de fiets­ paden, in het noordelijk dan wel het zuidelijk deel van Limburg.”

De kennis en ervaring die Buring bij deze vergaande samenwerking heeft opgedaan, heeft hij ingebracht in de werkgroep. Maar hij beklem­ toont direct dat de werkgroep ook aandacht heeft geschonken aan minder vergaande vormen. “De behoefte om kennis te delen en samen te werken is in het algemeen groot. Wegbeheerders realiseren zich naar mijn mening steeds nadrukkelijker dat hierdoor niet alleen de verkeersveiligheid en de doorstroming kunnen worden bevorderd, maar ook dat er door samenwerking in principe aller­ hande praktische en financiële voordelen te behalen zijn. Zeker nu het economisch wat minder gaat, wordt dat laatste steeds belangrij­ ker. Overigens is het alleen maar goed dat instanties die met belas­ tinggeld werken, hun zaken zo (kosten)efficiënt mogelijk organise­ ren. Wat dat betreft verwacht ik dat de trend naar meer samenwerking zich alleen maar zal versterken.” “Aan de andere kant moet je wel steeds bekijken wat reëel is. Wat

niet haalbaar is, moet je ook niet willen. Dat wij als provincie zo intensief kunnen samenwerken met Rijkswaterstaat Limburg, heeft niet alleen te maken met ambities, veel inzet en bestuur­ lijk commitment. Het komt ook doordat onze wegennetten in aard en omvang niet zo heel veel verschillen en nauw op elkaar

Samen voor een strategische zoutvoorraad? In de afgelopen winter had de zoutmarkt na enkele weken strooien, net als in het voorgaande seizoen, moeite om te voldoen aan de vraag naar wegenzout. Ook waren er problemen met de levering van het vloeibare dooimiddel. Mike Buring wil niet met de vinger wijzen, maar zijn teleurstelling hierover heeft hem wel op een idee gebracht. “Dit gegeven, in combinatie met het feit dat de prijs van wegenzout schrikbarend is gestegen, is voor mij aanleiding om te verkennen of we met verschillende partners in de provincie zelf een meerjarige, strategische zoutvoorraad kunnen aanleggen. Daar zitten best haken en ogen aan, maar die zijn misschien wel op te lossen. Juist door een gezamenlijke aanpak.”

Gezamenlijke steunpunten kunnen leiden tot meer efficiëntie

16 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

07_Domein_4_Infrastructuur.indd 16

18-04-11 11:59


Infrastructuur

aansluiten. En doordat beide organisaties voor al hun wegen al jaren hetzelfde (CROW­)strooi­ regime hebben gekozen (preven­ tief/curatief strooien). Met een kleinere gemeente bijvoorbeeld zouden we als provincie in de uit­ voering nog wel kunnen samen­ werken voor de doorgaande wegen die aansluiten op onze provinciale wegen. Maar voor smallere wegen of (dorps)straten wordt dat een stuk lastiger, zeker als de gemeente daarbij een ander strooiregime hanteert. Voor succesvolle samenwerking moet je met andere woorden wel voldoende raakvlakken hebben met je partner(s).” De publicatie geeft een overzichte­ lijk stappenplan om mogelijke onderdelen en vormen van samen­ werking te onderzoeken en in te vullen. De eerste twee stappen, te weten de inventarisatie en de ori­ entatie, zijn niet alleen erg logisch om mee te beginnen, maar ook erg belangrijk. Buring: “Het is echt cruciaal dat je vooraf nauwkeurig bepaalt wat je intenties en ambities zijn; wat je wilt bereiken in termen van mensen, middelen en materi­ eel. Daar hoort nadrukkelijk bij dat je aangeeft wat je bereid bent te doen als je tot samenwerking zou komen. Stel dat je besluit om het strooien gezamenlijk uit te besteden. Dan moet een van de partners bereid zijn daarvoor een stevig dichtgetimmerd contract op te stellen. Samenwerken betekent dus niet automatisch dat je minder werk krijgt.”

catie geven per onderdeel zeer overzichtelijk weer met welke aspecten rekening moet worden gehouden. Buring verwacht dat de publicatie in een behoefte zal voorzien. “Veel wegbeheerders willen – meer – samenwerken, maar zien op tegen diverse drempels. Deze uitgave

nodigt uit om de mogelijkheden op een praktische, realistische manier te onderzoeken. Ik denk dat er vaak meer mogelijk is dan mensen in eerste instantie denken. Maar je moet je wel één ding realiseren: het blijft maatwerk.” Marc Eijbersen, projectmanager Infrastructuur, Verkeer & Vervoer, eijbersen@crow.nl

Praktische handreiking De publicatie ‘Samenwerken bij gladheidsbestrijding’ is een uitwerking van de in 2006 door CROW gepresenteerde integrale visie op de gladheidsbestrijding en vormt een hulpmiddel om de samenwerking verder gestalte te geven. Benadrukt wordt dat wegbeheerders, ongeacht de gekozen samenwerkingsvorm, de zorgplicht voor hun eigen wegennet behouden. Samenwerking kan betrekking hebben op een of meer van de volgende zes onderdelen: de coördinatie van de gladheidsbestrijding; het gebruik van het gladheidsmeldsysteem; het gebruik van een of meer steunpunten; het gebruik van materieel; de inkoop van dooimiddel; en de uitvoering van strooiacties. Per onderdeel worden steeds twee vormen van samenwerking onderscheiden: de activiteit wordt volledig gezamenlijk uitgevoerd of een van de partners voert de activiteit voor zichzelf en de partner(s) uit.

regimes; de uitwisseling van meteogegevens en informatie van het gladheidsmeldsysteem. Voor andere vormen van samenwerking is vaak een meer of minder ingrijpend veranderproces nodig. Het stappenplan bestaat uit negen stappen en bevat vele praktische aanwijzingen om samenwerking te beginnen, te onderhouden en uit te breiden. Voor elk van de zes hoofdonderdelen is een ‘menukaart’ opgesteld, met steeds een variant voor gezamenlijke uitvoering en een voor uitvoering door een van de partners. Een menukaart bevat, volgens een vaste indeling, onder meer de voor- en nadelen van samenwerking, de aanpak, de succes- en risicofactoren, de financiële aandachtspunten en de vast te leggen gegevens voor een hoofdonderdeel.

Deelgebieden waarop relatief snel en gemakkelijk kan worden samengewerkt, zijn: de uitwisseling van informatie en de afstemming van strooiroutes; de afstemming van strooi-

Ook strooimaterieel kan samen ingekocht worden

Als elke partner weet wat hij wil en kan, worden de ‘intentie­ verklaringen’ naast elkaar gelegd. De uiteindelijke samenwerking wordt bepaald door de gedeelde wensen van alle partners. Goede afspraken en duide­ lijke taakverdelingen zijn vanzelfsprekend essentieel, net als bestuurlijk en ambtelijk draag­ vlak. De menubladen in de publi­

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 17

07_Domein_4_Infrastructuur.indd 17

18-04-11 11:59


Aanbesteden & Contracteren www.crow.nl/aanbestedenencontracteren

Boom, burger en gemeenteportemonnee profiteren

Efficiëntere bomensnoei door invoering RAW-systematiek Auteur: Haks Walburgh Schmidt

“Iedereen kan een boom snoeien. Maar als je ook wilt dat de boom gezond blijft, dat hij er mooi uit blijft zien en dat hij geen gevaar voor zijn omgeving oplevert, zijn naast vakmanschap vooral heldere bestekken en offertes van gemeente en boom­ verzorgingsbedrijf nodig. Door deze afspraken volgens de RAW­ systematiek van CROW te maken, spreken alle partijen dezelfde taal. Zo bereiken ze sneller en goedkoper het omschreven snoei­ resultaat. Interessant, want het gaat vaak om tienduizenden bomen per gemeente”, aldus adviseur Herman Wevers.

Herman Wevers: “Onze medewerkers zijn goed in staat alle voorkomende boom­ soorten goed en veilig te snoeien.”

Ralf Vaessen: “Onze medewerkers zijn goed in staat alle voorkomende boom­ soorten goed en veilig te snoeien.”

Herman Wevers, directeur van adviesbureau Alles over Groen­ beheer, constateerde als externe directievoerder voor groen­ projecten vaak dat bestekken onvoldoende duidelijkheid gaven over wat er van het boomverzor­ gingsbedrijf gevraagd werd. Ook gaven deze bedrijven in hun offerte niet altijd voldoende helderheid over wat zij nu precies gingen doen. Het gebrek aan eenduidige definities maakte het moeilijk om een prijs­presta­ tieverhouding te beoordelen. Gemeenten wisten daardoor niet altijd of ze te veel betaalden. Wevers geeft een voorbeeld. “In het bestek stond vaak dat een boom naar de ‘aard van de soort’ gesnoeid moest worden. Maar bij een Amerikaanse eik betekent het dat er afgestorven takken in de boom bleven zitten. Goed voor de boom, maar onveilig voor de omgeving. Verder waren de snoei­ kosten gerelateerd aan de stam­ diameter. Terwijl de veel meer zeggende hoogte van de boom buiten beeld bleef.”

Spraakverwarring Wil op ’t Roodt, beleidsmede­ werker bij de gemeente Weert voegt toe: “Maar ook was er een rijke schakering aan termen om snoeistijlen te offreren. Veilig­ heidssnoei, onderhoudssnoei, jeugdsnoei, verlichten van de kroon, terminale snoei, volwas­ snoei waren fraaie voorbeelden. Maar wat het exacte verschil was, bleek per bedrijf verschillend. Offertes bleven dus slecht ver­ gelijkbaar. Maar ook werden we als gemeente regelmatig door onze burgers aangesproken op de snoei­ resultaten. Er leek niets gesnoeid of er was slechts een bezemsteel overgelaten. Hoewel we dan soms zagen dat die snoei niet het gewenste beeld opgeleverd had, konden we er formeel niets tegen doen omdat de afspraken niet eenduidig genoeg bleken.”

Realiteit Ook Ralf Vaessen van hoveniers­ bedrijf Herman Vaessen uit Maasbree, was niet gelukkig met de situatie. “De werkelijk geleverde

Eikenprocessierups Jaarlijks nemen de klachten rond de eikenprocessierups in Zuid-Nederland toe. Met een gerichte bestrijding kunnen gespecialiseerde bedrijven de overlast fors terugdringen, zo blijkt. Wevers pleit ervoor ook deze activiteit in het snoeibestek op te nemen. “Niet alleen de burger heeft daar voordeel van, ook de boomverzorger kan dan zonder huidirritatie zijn werk doen.

hoeveelheid werk kon daardoor behoorlijk afwijken van wat er in het bestek en dus in onze offertes werd aangegeven. Dat was vaak aanleiding tot discussie en voor ons tot een gebrek aan overzicht over onze beschikbare uren en dus beschikbaarheid voor andere opdrachten. Een ander punt is dat wij met goed opgeleide mede­ werkers werken. Die zijn goed in

18 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

08_Domein_5_AanbestContract.indd 18

18-04-11 16:09


Aanbesteden & Contracteren

De RAW-helpdesk Deze CROW-helpdesk beantwoordt dagelijks enkele tientallen vragen op het gebied van RAW, UAVgc en aanbesteden. Vragen stellen kan via rawhelpdesk@crow.nl of (0318) 69 53 17

Jacques Teunissen, Helpdesk CROW, goedemorgen. Goedemorgen, kunt u mij zeggen of ik bij een RAWbestek ook EMVI kan toepassen? Jazeker kan dat! Het is en misverstand om te veronderstellen dat u bij een RAW-bestek voor het gunnen van de opdracht alleen gebruik zou kunnen maken van het gunningscriterium ‘laagste prijs’. Ook het criterium ‘Economisch meest voordelige inschrijving’ kan zeker worden toegepast. Omdat in een RAWbestek het uit te voeren werk reeds is beschreven, zullen de criteria waarop u dan beoordeelt vooral te maken hebben met de uitvoeringswijze van de aannemer. Denk daarbij aan zaken als: totale uitvoeringsduur, verkeershinder, bereikbaarheid van winkels of gebouwen, geluid, maar ook milieuaspecten, grondwateronttrekking of duurzaamheid kunnen een rol spelen. Ik heb zelfs al eens meegemaakt dat de omvang van te planten bomen als criterium was opgenomen bij een RAW-bestek. Dat is goed om te horen. Ik ben namelijk van plan om bij een RAW-bestek ook varianten van de inschrijver toe te staan. Mag dat alleen in combinatie met EMVI?

Naast vakmanschap zijn vooral heldere bestekken en offertes van gemeente en boomverzorgings­ bedrijf nodig

staat alle voorkomende boom­ soorten goed en veilig te snoeien. Daar hangt dus een prijskaartje aan. Maar bedrijven met minder geschoolde mensen die laag inschrijven, zetten bedrijven zoals het onze buitenspel.”

RAW-systematiek Herman Wevers die dit soort geluiden uit het hele land opving, stapte daarom naar CROW om te onderzoeken of de RAW­systema­ tiek ten aanzien van het snoeien van bomen verbeterd kon worden. De Standaard RAW Bepalingen 2010

voorzien hierin met een nieuw deelhoofdstuk over het snoeien van bomen. Er wordt gestuurd op resul­ taat, typerend voor de RAW­syste­ matiek. De bomen dienen vrij te zijn van probleemtakken en, indien van toepassing, te dikke takken in de tijdelijke kroon. Goede boomver­ zorgers kunnen dat voldoende inschatten. “Wij hebben van daaruit onze gedachten geordend”, aldus Wevers. Een eerste stap bleek het opzetten van een standaardclassifi­ catie van de bomen. Daarbij is gebruikgemaakt van het snoei­ model zoals dat door Quercus

Dat is juist. Het toestaan van varianten moet in de aankondiging zijn vermeld en mag uitsluitend in combinatie met het gunningscriterium ‘Economisch meest voordelige inschrijving’. Tevens moet u in de aankondiging of in het bestek minimumeisen vermelden waaraan de varianten moeten voldoen. Het is bijna overbodig om te vermelden dat de criteria die u hanteert voor de EMVI-beoordeling mede betrekking moeten hebben op de variatie die met het indienen van varianten mogelijk wordt. Op deze manier wordt u als aanbestedende dienst reeds vooraf gedwongen na te denken over de vraag hoe u ingediende varianten onderling gaat ‘wegen’. Kunt u van dat laatste nog een voorbeeld geven? Stel, u heeft in uw bestek een resultaatsverplichting opgenomen voor de leverantie van een houten voetgangersbrug. U staat echter een variant toe in de keuze van het materiaal. U neemt minimumeisen op, bijvoorbeeld: levensduur, onderhoudskosten over twintig jaar, maximaal gewicht, toelaatbare belasting, verzin het maar… Dan moet u natuurlijk in het kader van EMVI-beoordeling een vergelijk kunnen maken tussen de verschillende materialen die kunnen worden aangeboden. Wat is u een betonnen brug waard? Of een stalen constructie? Pas dan kunt u de varianten onderling goed vergelijken en waarderen. De CROW-publicatie ‘Gunnen op waarde’ kan hierbij een handig hulpmiddel zijn. En als ik verder nog wat hulp kan gebruiken? Dat belt u nog even. We gaan het werk uiteraard niet van u overnemen, maar er zijn wel mogelijkheden dat CROW u hierbij ondersteunt of adviseert.

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 19

08_Domein_5_AanbestContract.indd 19

18-04-11 12:01


Aanbesteden & Contracteren www.crow.nl/aanbestedenencontracteren

Wil op ’t Rood: “Hoe planmatiger je werkt, des te meer kosten je bespaart”

Advies ontwikkeld was. Kenmer­ kend is dat de hoogte van de betrok­ ken bomen als maatstaf wordt gehanteerd. Elke boomsoort wordt ingedeeld in een zevental hoogte­ klassen en daar hangt een stan­ daardprijskaartje aan. Bomen waarbij de snoei achterstallig of verwaarloosd is, worden één klasse hoger genormeerd als compensatie voor het extra werk dat nodig is om de boom weer op orde te krijgen. Verder kent het systeem nog slechts twee snoeistijlen, onderhoudssnoei en begeleidingssnoei. Alle andere termen zijn ‘weggesnoeid’.

European Tree worker Verder stimuleert de RAW­syste­ matiek de inzet van gekwalifi­

ceerde medewerkers. De opleiding voor European Tree Worker is een gecertificeerde mbo­opleiding die daarop inspeelt. Deze mensen zijn goed toegerust om te werken vol­ gens de RAW­specificaties. Aan de hand van enkele vuistregels, hun gedegen kennis en snoeitechnie­ ken kunnen zij de bomen gezond, mooi en veilig snoeien, zowel vanaf de grond als vanuit de hoogwerker. De hogeropgeleide European Tree Technician treedt meestal op als toezichthouder of als directie op snoeiwerken. Hij is bovendien in staat om ook boomonderzoeken uit te voeren. Zo ontstaat er een transparante samenwerking met heldere snoei­ doelen. Het hele snoeiproces is

van aanbesteding tot en met uit­ voering beter meetbaar en beter controleerbaar geworden.

Weert In de afgelopen drie jaar heeft ook de gemeente Weert volgens de RAW­systematiek van CROW zijn bestand van 25.000 bomen in een goed, mooi en veilig snoeischema onder laten brengen door hove­ niersbedrijf Herman Vaessen met Herman Wevers als directievoer­ der. Wil op ’t Roodt legt uit: “We hebben nu een planmatig boom­ beheer kunnen ontwikkelen, zijn economisch verstandig bezig en hebben geen gegronde klachten van burgers meer. Het enige is dat we onze bestekken volgens de EU­regels voor aanbesteding niet voor de gewenste langere termijn van zeven tot tien jaar mogen maken.”

Jacques Teunissen, consulent Aanbesteden & Contracteren, teunissen@crow.nl

Snoeien kan iedereen; waar het om gaat is dat de boom gezond blijft, er mooi uit blijft zien en geen gevaar oplevert voor zijn omgeving

Planmatig boombeheer

Gesnoeide eiken

Hoe planmatiger je werkt, des te meer kosten je bespaart. Weert kan met hetzelfde geld veel meer snoeiwerk uitvoeren. Momenteel werkt de gemeente de achterstanden weg en houdt ze de overige bomen op beeld. Binnen twee jaar verwacht Wil op ’t Roodt dat de snoeikosten structureel gezakt zijn van € 15, - per boom per jaar naar € 4,75. “Toch is er een veilig bomenbestand en zijn er minder klachten.”

20 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

08_Domein_5_AanbestContract.indd 20

18-04-11 12:02


Aanbesteden & Contracteren

Ondernemend samenwerken: kansen in moeilijke tijden Auteur: Paul van Bruggen

Foto: Herman Stöver

Terwijl de effecten van bezuinigingen, krimp en stagnatie van de woning­ bouw merkbaar beginnen te worden, zijn overheid en markt samen op zoek naar nieuwe vormen van samenwerking. Door gebruik te maken van elkaars kwaliteiten en krachten worden kansen gezien en oplossingen gevonden die leiden tot het (toch) realiseren van ambities.

Dit is naar voren gekomen tijdens het congres in februari over het realiseren van maatschappelijke ambities met optimale inzet van de markt. Het initiatief voor de dag ligt in handen van de Regie­ raad Bouw Oost Nederland, stich­ ting Pioneering, Bouwend Neder­ land en CROW. De dag staat onder leiding van drs. Jan Bron, wet­ houder van gemeente Hengelo en voorzitter van Pioneering. Kennis en ervaringen uitwis­ selen, bijvoorbeeld over de Noord­ Zuidlijn, leidt tot het inzicht dat veel communicatie en een kwets­

bare opstelling vanuit ‘de bouw’ (overheid en de markt), tot een betere verstandhouding leidt en groter begrip bij ‘de omgeving’ (burger en bedrijven). Regionale bestuurders debatteren met elkaar over de optimale vorm tussen doelmatigheid (het gaat om het projectresultaat) en rechtma­ tigheid (een rechtsgeldig proces om tot het resultaat te komen), hoe om te gaan met lef en risico’s, professi­ onaliteit, vertrouwen en innovatie. In vier zogenaamde masterclasses worden kennis en ervaringen uitge­ wisseld op het gebied van infra­

structuur, gunnen op waarde, gebiedsontwikkeling/PPS, keten­ samenwerking en herstructure­ ring van een bedrijventerrein. Ruim 150 mensen hebben deel genomen aan het congres, dat werd afgesloten met de onder­ tekening door de regionale bestuurders van het convenant ‘vernieuwend opdrachtgever­ schap’.

Paul van Bruggen, projectmanager Aanbeste­ den & Contracteren, vanbruggen@crow.nl

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 21

08_Domein_5_AanbestContract.indd 21

18-04-11 12:02


Bouwprocesmanagement www.crow.nl/bouwprocesmanagement

Format Standaardsystematiek voor k Auteur: Paul Jansen

De Standaardsystematiek voor kostenramingen, SSK, bestaat inmiddels meer dan tien jaar. Hij is geëvolueerd tot een eenduidige methodiek, met bijbehorende spelregels, om kwalitatief goede kostenramingen te maken en uit te wisselen. Dat is het best zichtbaar in het gezamenlijk ontwikkelde format voor het maken van ramingen. Dat format heeft recentelijk een facelift gekregen Foto: Herman Stöver

en ligt nu vast.

CROW-publicatie 137: ‘Standaardsystematiek kostenramingen – SSK-2010’ bestellen kan via www.crow.nl/shop

Elk te realiseren project kost geld. Of het nu nieuwbouw is, beheer en onderhoud, of sloop, altijd komt de vraag welke oplossing het voordeligst is, en hoe je het benodigde budget bepaalt. Die vragen moeten vaak worden beantwoord als er nog maar weinig gegevens bekend zijn, en veel onzeker is. Eigenlijk moet er worden voorspeld wat het zal hebben gekost als het klaar is. Zo’n voorspelling noemen we een (kosten)raming en de voorspeller is een kostendeskundige. De kostendeskundige raamt de projectkosten. De opdrachtgever kan daar desgewenst nog een

bedrag bij optellen om de kans te verkleinen dat het budget wordt overschreden. Hij bepaalt dus de uiteindelijke hoogte van het budget waarbinnen het project moet worden gerealiseerd. Gaandeweg de realisatie vervult de raming een belangrijke rol in de beheersing van het project. Ligt het financieel nog op koers? Krijgt ik waar voor mijn geld? Daarom moet de kostendeskundige dus ook vanaf het begin een vast lid zijn van het projectteam.

Welk detailniveau Er bestaat een belangrijke relatie tussen de fase waarin een project

zich bevindt en het gewenste detailniveau van de raming. Het maakt nogal wat uit of je bezig bent met de identificatie van een probleem, het zoeken naar een oplossing voor een probleem, het kiezen van een oplossing, het uitwerken van een gekozen oplossing, het realiseren van een gekozen oplossing, of de exploitatie van een gerealiseerde oplossing. Elke fase vraagt om een raming waarin de accenten liggen op de aspecten die bij die ene fase horen. Dat wordt nog wel eens over het hoofd gezien. Het hele projectteam moet oog hebben voor deze aspecten. Bij

22 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

09_Domein_6_Bouwprocesmanagement.indd 22

19-04-11 10:00


Bouwprocesmanagement

or kostenramingen vernieuwd

de aansturing moeten dan ook per fase de goede vragen worden gesteld.

Eenduidige ramingmethodiek Om het proces van kostenramen richting te geven en kwalitatief goede ramingen te maken, heeft CROW een ramingmethodiek ontwikkeld: de Standaarsystematiek voor kostenramingen – SSK-2010 (CROW-publicatie 137). Zoals de titel al aangeeft, dateert de meest recente (derde) druk van vorig jaar. De SSK is breed gedragen en daardoor zijn SSK-ramingen goed uit te wisselen. De methodiek kan gedurende de gehele levenscyclus

worden toegepast, van nieuwbouw, tot beheer en onderhoud, of sloop. De SSK biedt voldoende vrijheid om een project naar eigen wensen in te delen en eenduidig uit te rekenen. Dat moet ook, want elk project is uniek. In essentie biedt de SSK de samengepakte ervaringen van een groot aantal partijen in de Nederlandse gww-markt. Dit komt tot uitdrukking in een werkwijze die is vertaald naar een vaste structuur of format (inhoudelijk vrij invulbaar per project) voor het maken van ramingen. Bij dit format is een eenduidig begrippenkader ontwikkeld en zijn er checklists

Kosten ramen: eigenlijk moet er worden voorspeld wat het zal hebben gekost als het klaar is

voor de verschillende kostencategorieën en kostengroepen gegeven. De methode biedt houvast voor het omgaan met risico’s en onzekerheden in de raming, het vertalen daarvan in geld. Het maken van een probabilistische analyse van de raming – hoewel niet verplicht – behoort tot de mogelijkheden.

Eén scope De gehele SSK-publicatie is doorspekt met aanwijzingen en handreikingen om tot een kwalitatief goede raming te komen en deze op uniforme wijze te communiceren. Zo wordt uitgelegd waarom het

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 23

09_Domein_6_Bouwprocesmanagement.indd 23

19-04-11 10:00


Bouwprocesmanagement www.crow.nl/bouwprocesmanagement

noodzakelijk is voor elke raming één scope als basis te hanteren. Ook gaat CROW-publicatie 137 in op de rol van de raming in de verschillende stadia van ontwikkeling van een project. Alternatieven afwegen? Budget vaststellen? Kostenbewaking? Consequenties van een scopewijziging aangeven? De betekenis van kostenkengetallen en nacalculatie? De publicatie reikt de gebruikers aan

hoe te handelen, en hoe de informatie het beste is uit te wisselen en te documenteren.

Format Een raming volgens SSK heeft een vaste matrixstructuur (met kolommen en regels), waarbij een aantal specifieke begrippen wordt gebruikt. Die structuur is vastgelegd in een Excel-spreadsheet die CROW op zijn website aanbiedt

In de kolommen staan: Kostengroepen

Dit zijn kosten gemoeid met:

Directe kosten benoemd

de productie of levering van een product of dienst, en aanwijsbaar aan dit product of deze dienst toe te rekenen toeslag(en) voor voorziene, maar niet expliciet uitgewerkte onderdelen van het ontwerp, of de aangenomen uitvoeringsmethode zaken die niet zijn toe te rekenen aan een van de specifieke onderdelen van een object wat is voorzien op grond van de voorliggende scope; op regelniveau is dit de optelling van de bovenstaande drie kostengroepen een financiële reservering ter dekking van de kennis- en toekomstonzekerheden van het project het totaal van alle kosten op regelniveau

Directe kosten nader te detailleren

Indirecte kosten

Format SSK met toelichting

Voorziene kosten

Risicoreservering

Totaal

Het format voor het maken van ramingen heeft recentelijk een facelift gekregen en ligt nu vast

24 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

09_Domein_6_Bouwprocesmanagement.indd 24

18-04-11 12:07


Bouwprocesmanagement

aan kopers van publicatie 137. Recentelijk zijn daar door de CROW-werkgroep SSK nog een paar noodzakelijke verbeteringen in doorgevoerd. Inmiddels is versie 2.0 van het spreadsheet vastgesteld. Eerdere versies zijn vervallen. Deze exercitie heeft ook geleid tot een aantal aanpassingen in de publicatie zelf. Daarvoor is een erratum op de publicatie verschenen.

Met de leden van de werk- en stuurgroep SSK willen wij nu graag dat het samenvattingblad qua lay-out en kleurgebruik altijd als zodanig – overeenkomstig de SSK – wordt gepresenteerd. In het samenvattingblad worden de financiële eindcijfers van een project in een aantal vaste termen (kostencategorieën en kostengroepen) bij elkaar gezet. Als dat volgens de SSK-spelregels conse-

Op de regels staan: Kostencategorieën Dit zijn kosten gemoeid met: Bouwkosten Vastgoedkosten Engineeringkosten Overige bijkomende kosten Objectoverstijgende Risicoreservering Investeringskosten Levensduurkosten

Scheefte

BTW Projectkosten

de fysieke realisatie van de in het project onderscheiden objecten. de verwerving van het vastgoed, eigendom/beheersrecht van terrein met eventueel hierop aanwezige bouwwerken werkzaamheden op het terrein van de techniek, milieutechnische, juridische en economische aspecten van het project alles wat niet onder de bouwkosten, vastgoedkosten of engineeringkosten gerekend kan worden, maar wat wel tot de projectkosten behoort reservering voor het mogelijk optreden van bijzondere gebeurtenissen ( risico’s) die niet direct zijn toe te wijzen aan een object het totaal van deze 5 kostencategorieën alles wat na oplevering van het bouwwerk moet gebeuren om het object bruikbaar te houden tot en met eventueel amoveren de gemiddelde waarde minus de topwaarde, oftewel het verschil tussen de probabilistische waarde en de deterministische waarde. het verschil tussen de Mu-waarde en de T-waarde de omzetbelasting op goederen en diensten Het totaal van investeringskosten plus levensduurkosten

quent wordt toegepast, wordt er altijd eenduidig over de eindcijfers van een raming gecommuniceerd. CROW werkt aan een middel waarmee die eenduidige lay-out ook daadwerkelijk kan worden geborgd.

Paul Jansen, projectmanager Bouwprocesmanagement, jansen@crow.nl

Onlangs is het verbeterde Excel-rekenmodel bij SKK-2010 verschenen. Dat veroorzaakte tevens enkele kleine aanpassingen in CROW-publicatie 137 zelf. Samen met een aantal reeds bekende correcties is een erratum op de publicatie uitgebracht. Het rekenmodel en het erratum zijn te downloaden in de webshop via www.crow.nl/shop.

Toeslagen financier Dit zijn toeslagen op de projectkosten, voor: (budgetvaststelling)

Optioneel: Organisatiegebonden inspanningen die de opdrachtgever moet verrichten voor het contracteren en begeleiden tijdens de uitvoering, onder reserveringen de voorwaarde dat deze niet zijn meegerekend in de projectkosten!

Foto: Herman Stöver

Onzekerheidsreserve verkleining van de overschrijdingskans van de raming van projectkosten, afgestemd op het gewenste risicoprofiel onvoorziene uitgaven van of toevoegingen aan de Reservering projectscope die van buitenaf komen scopewijzigingen

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 25

09_Domein_6_Bouwprocesmanagement.indd 25

18-04-11 12:07


Bouwprocesmanagement

Installatie werkgroep ‘Specificeren meerjarig onderhoud aan wegen’ Dit voorjaar is de de CROW-werkgroep ‘Specificeren meerjarig onderhoud aan wegen’ geïnstalleerd. De werkgroep is onderdeel van het programma ‘Specificeren en Systems Engineering’. Taak van deze werkgroep is om een praktisch hulpmiddel te ontwikkelen dat partijen helpt bij het uitbesteden van meerjarig beheer en onderhoud van wegen. De uitdaging is om dit hulpmiddel te laten aansluiten bij andere ontwikkelingen binnen de infrasector, zoals de methode specificeren, systems engineering (SE) en systeemgerichte contractbeheersing (SCB). Ook kan het resultaat van de werkgroep van invloed zijn op een toekomstige aanpassing van de UAVgc. Staand, voorste rij: Berwich Sluer (BAM Wegen, voorzitter), Henny ter Huerne (Universiteit Twente), Erwin van Baal (Heijmans), Aart van Bree (provincie Utrecht), Gerwin van der Hoek (MNO Vervat), Remco van Ahee (gemeente Wageningen), Aries van Beinum (Witteveen & Bos).

Staand, achterste rij: Arjan Visser (CROW), Jan Fijan (provincie Gelderland), Tom van Vondelen (IV-infra), Arco Blanken (KOACNPC), Rick van den Boom (gemeente Nijmegen), Niels van Ommen (CROW, secretaris), Henk Visser (Arcadis).

Nieuwe werkgroep ‘Beperking agressie bij werk in uitvoering’ Wegwerkers worden in toenemende mate geconfronteerd met agressief gedrag van weggebruikers. Het ‘korte lontje’ van sommige weggebruikers verstoort de werkzaamheden, is slecht voor de doorstroming van het verkeer en heeft grote impact op het functioneren en de veiligheid van de wegwerkers. Het is een maatschappelijk gegeven dat niet helemaal is uit te bannen, maar er zijn wel maatregelen te bedenken die agressie kunnen voorkomen. De nieuwe CROW-werkgroep ‘Beperking agressie bij werk in uitvoering’ die begin dit jaar is geïnstalleerd, gaat uitzoeken welke factoren van belang zijn bij het ontstaan van agressiviteit en welke maatregelen agressie voorkomen. Ook wil zij bereiken dat het voorkómen van agressie bij wegwerkzaamheden standaard wordt meegenomen bij werkvoorbereiding en contractvorming bij zowel opdrachtgever als opdrachtnemer. De focus ligt op activiteiten die daadwerkelijk te beïnvloeden zijn en die haalbaar zijn in de praktijk.

Staand vlnr: Ludolf Schouten (CROW), Pieter van der Veen (RWS Verkeerscentrum Nederland), Kees van Dongen (vaksecretaris), Rudolf Enter (KWS Infra), Berry van Verseveld (Van Verseveld Infra), Hans van Hofwegen (MOT), Hans Veerman (Ballast Nedam). Zittend vlnr: Rudolf Simons (Gemeente Eindhoven), Hans Crombeen (FNV Bouw), Koosje van Vlijmen (Gemeente Amsterdam)

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 27

09_Domein_6_Bouwprocesmanagement.indd 27

18-04-11 12:07


Nieuwe uitgaven www.crow.nl/shop

Een overzicht van alle CROW-uitgaven vindt u in de digitale winkel: www.crow.nl/shop. Hier kunt u ook eenvoudig publicaties bestellen (zie ook de servicepagina achterin). Abonnementhouders krijgen de genummerde publicaties automatisch toegezonden, afhankelijk van het abonnement. Prijzen gelden voor het jaar 2011.

CROW-publicatie 293

CROW-publicatie 296

Ontwerpwijzer parkeergarages

Samenwerken bij gladheidsbestrijding

Parkeergarages zijn van cruciaal belang bij enerzijds de ruimtelijke opzet van stedelijke gebieden en anderzijds de stedelijke mobiliteit. De uitdaging bij het ontwerpen is om dit belang te vertalen in een concrete bouwkundige voorziening. In publicatie 293 ‘Ontwerpwijzer parkeergarages’ komen veel ontwerpaspecten van parkeergarages aan de orde.

Als de Nederlandse wegbeheerders bij het bestrijden van wintergladheid (nog) beter samenwerken, komt dit de veiligheid, doorstroming en bereikbaarheid ten goede. Daarnaast kan de beschikbare capaciteit beter worden afgestemd op het totale areaal. In publicatie 296 ‘Samenwerken bij gladheidsbestrijding’ staat onder meer een stappenplan om de gladheidsbestrijding op een meer uniforme wijze te organiseren. Daarnaast is een aantal menubladen opgenomen, die puntsgewijs de belangrijkste informatie over diverse onderdelen en vormen van samenwerking weergeven.

In mei 1996 verscheen bij CROW de eerste ontwerpwijzer voor gebouwde parkeervoorzieningen (publicatie 99). Deze ontwerpwijzer was een aanvulling op de technische norm 2443 van de NEN. Tien jaar later verscheen publicatie 238 ‘Stappenplan bouwproces parkeergarages’, een proceswijzer voor gebouwde parkeervoorzieningen. In deze publicatie worden de stappen beschreven die in het bouwproces moeten worden genomen. Omdat de ontwikkelingen op het gebied van de voertuigen en de opvattingen ten aanzien van parkeergarages in de loop der tijd zijn veranderd, is het tijd voor een nieuwe ontwerpwijzer voor parkeergarages. Vanwege de inhoudelijke overlap tussen de Ontwerpwijzer en het Stappenplan is ervoor gekozen om beide publicaties te integreren in één uitgave. Hiervoor is een opbouw gekozen die uitgaat van de acht stappen uit het Stappenplan. Deze stappen zijn grotendeels in stand gehouden en zijn vervolgens uitgebreid met informatie die relevant is voor de ontwerper en anderen die bij het ontwerp zijn betrokken. Zo is er een extra stap toegevoegd die het monitoren in de gebruiksfase behandelt. De inhoud van de ontwerpwijzer concentreert zich, zoals de titel al doet vermoeden, op de ontwerpaspecten van parkeergarages. Omdat iedereen zich er terdege van bewust is dat parkeergarages, als ze eenmaal gerealiseerd zijn, ook gebruikt gaan worden en dus onderhouden moeten worden, wordt in de publicatie ook op dergelijke onderwerpen ingegaan. Daarnaast wordt niet alleen gekeken naar parkeergarages voor personenauto’s. In het boek wordt ook – zij het zijdelings – aandacht besteed aan de mogelijkheden voor fietsen, gemotoriseerde tweewielers en bussen in gebouwde parkeervoorzieningen.

artikelnummer: 293 prijs: € 60,-

De publicatie is een uitwerking van publicatie 236 ‘Leidraad gladheidsbestrijdingsplan’ en is een hulpmiddel om de samenwerking verder gestalte te geven. Deze uitgave biedt wegbeheerders een stappenplan om de gladheidsbestrijding op een meer uniforme wijze te organiseren. Hierdoor worden verkeersveiligheid, doorstroming en bereikbaarheid verbeterd. De schaalvergroting die daarbij optreedt, kan tevens financiële voordelen opleveren. Bij de gladheidbestrijding kan op diverse onderdelen en in diverse vormen worden samengewerkt. De zes onderdelen die in deze publicatie worden onderscheiden zijn: de coördinatie van de gladheidsbestrijding; het gebruik van het gladheidsmeldsysteem; het gebruik van een of meer steunpunten; het gebruik van materieel; de inkoop van dooimiddel; en de uitvoering van strooiacties. Per onderdeel worden twee vormen onderscheiden: de activiteit wordt volledig gezamenlijk uitgevoerd of een van de partners voert de activiteit voor de andere partner(s) uit. Deze publicatie schetst eerst een algemeen beeld van de gladheidsbestrijding in Nederland. Hierbij wordt uiteraard ingegaan op het belang van samenwerking. Ook komen de verschillende partijen, hun visies op samenwerking en de uitgangspunten van samenwerking aan de orde. Vervolgens wordt ingegaan op de diverse mogelijke onderdelen van samenwerking, op het maken van een juiste keuze hieruit en op mogelijkheden om de samenwerking geleidelijk uit te bouwen. Het stappenplan, waarin negen stappen worden onderscheiden, biedt aanwijzingen om samenwerking te beginnen, te onderhouden en uit te breiden. In de menukaarten voor de zes hoofdonderdelen om op samen te werken, wordt onder meer ingegaan op de voor- en nadelen, de aanpak, de succes- en risicofactoren, financiële aandachtspunten en vast te leggen gegevens.

artikelnummer: 296 prijs: € 32,-

28 | CROW etcetera nr. 3 | april 2011

10_Nieuwe Uitgaven_CC.indd 28

18-04-11 09:52


Cursussen & Opleidingen

Nieuwe uitgaven www.crow.nl/shop

www.crow.nl/cursussen

Cursus Succesvolle Openbare Ruimtes in najaar van start

CROW-publicatie 218p

Afwegingskader bepalen lokale luchtkwaliteit – Wanneer is meten zinvol? Overheden krijgen regelmatig vragen om de luchtkwaliteit te meten. In veel gevallen is een meetonderzoek niet de meest voor de hand liggende aanpak en geeft een berekening een beter beeld. Het afwegingskader in publicatie 218p ‘Afwegingskader bepalen lokale luchtkwaliteit’ laat zien welke mogelijkheden voorhanden zijn om goed onderbouwd tot een zinvolle behandeling van meetvragen te komen.

Wat maakt een openbare ruimte tot een succesvolle openbare ruimte? De cursus Succesvolle Openbare Ruimtes geeft antwoord op deze vraag. Insteek is dat een openbare ruimte moet bijdragen aan een prettige woonen leefomgeving. De inrichting moet een positieve impuls geven aan de leefbaarheid en vitaliteit van een gebied. Het is niet alleen het maken van een goed ontwerp. De uitdaging is vooral om het proces, het ontwerp en het beheer zo goed mogelijk in relatie tot elkaar te doorlopen. En... daarbij vooral rekening te houden met de gebruikerswensen.

Overheden worden steeds vaker geconfronteerd met vragen over de luchtkwaliteit in de leefomgeving. Burgers en bestuurders zijn bijvoorbeeld ongerust over het effect van verkeersplannen op de gezondheid. Gemeenten willen graag inzicht krijgen in de (meerjarige) ontwikkeling van de luchtkwaliteit of een specifieke luchtkwaliteitsmaatregel toetsen. Heel vaak wordt direct aan metingen gedacht. Naast metingen zijn er echter ook andere manieren om de lokale luchtkwaliteit te bepalen. In veel gevallen is een meetonderzoek zelfs niet de meest voor de hand liggende aanpak. Voor het beantwoorden van vragen over de luchtkwaliteit zijn drie oplossingsrichtingen beschikbaar. De belangrijkste zijn meten en rekenen. In bijzondere gevallen is ook windtunnelonderzoek mogelijk. Dit afwegingskader laat zien welke mogelijkheden voorhanden zijn om goed onderbouwd tot een zinvolle behandeling van meetvragen te komen. Met behulp van een keuzeschema kan worden nagegaan welke van de oplossingsrichtingen het geschiktst is om de vraag over de luchtkwaliteit te beantwoorden. Blijkt het dat de vraag goed aan de hand van berekeningen kan worden beantwoord, dan is een aantal standaardrekenpakketten voorhanden. Het wordt anders als blijkt dat meten de beste methode is. Zinvol meten is echter niet eenvoudig. De kwaliteit van de meetresultaten is sterk afhankelijk van de gekozen aanpak, apparatuur en omgeving. Met het afwegingskader kan worden nagegaan of meten in een bepaalde situatie zinvol is, of dat op voorhand al duidelijk is dat metingen geen bruikbare resultaten zullen opleveren.

De cursus is bedoeld voor alle professionals die zich bezig houden met de inrichting van de openbare ruimte, zoals verkeerskundigen, stedenbouwkundigen bestuurders, gebiedsbeheerders, gebiedsontwerpers en projectleiders openbare ruimte/ruimtelijke ontwikkeling. In september gaat de cursus van start. Alle informatie over de cursus is te vinden op de website.

Foto: Herman Stöver

artikelnummer: 218p prijs: € 32,-

nr. 3 | april 2011 CROW etcetera | 29

10_Nieuwe Uitgaven_CC.indd 29

18-04-11 09:52


Servicepagina CROW et cetera ook ontvangen?

CROW et cetera wordt gratis verspreid onder professionals op het gebied van infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Aanmelden kan via www.crow.nl/etcetera.

Publicaties bestellen

Bezoek onze digitale winkel op www.crow.nl/shop. Indien voorradig, wordt uw bestelling binnen tien dagen afgehandeld. Met vragen over uw bestelling kunt u terecht bij de afdeling Uitgeverij van CROW: verkoop@crow.nl of tel. (0318) 69 53 27.

Abonnementen

U kunt zich ook abonneren op diverse producten van CROW. U ontvangt dan automatisch de uitgaven die behoren tot dat abonnement. Op www.crow.nl/ abonnementen staat een overzicht van alle abonnementen.

Cursussen

Op www.crow.nl/cursussen vindt u een overzicht van alle schriftelijke en mondelinge cursussen die CROW verzorgt. Ook kunt u bij CROW terecht voor incompany- en maatwerkcursussen. Heeft u vragen over onze cursussen, neem dan contact op met de afdeling Cursussen & Opleidingen van CROW: cursus@crow.nl of tel. (0318) 69 53 60.

Congressen

Op www.crow.nl/congressen vindt u het laatste nieuws over congressen, symposia, bijeenkomsten en workshops die CROW organiseert. Voor vragen hierover kunt u contact opnemen met de afdeling Marketing & Communicatie van CROW: congressen@crow.nl of tel. (0318) 69 98 26.

CROW-helpdesks

Hebt u als gebruiker van onze producten vragen, zoekt u informatie? De consulenten van onze helpdesks staan voor u klaar. De helpdesks zijn dagelijks te bereiken van 9.00 tot 16.30 uur. Leefomgeving

W: www.crow.nl/leefomgeving E: leefomgeving@crow.nl T: 0318 - 69 53 10 Milieu

W: www.crow.nl/milieu E: luchtkwaliteit@crow.nl milieu@crow.nl T: 0318 - 69 53 10 Verkeer & Vervoer

W: www.crow.nl/verkeerenvervoer E: verkeer@crow.nl T: 0318 - 69 53 10 Infrastructuur

W: www.crow.nl/infrastructuur E: infrastructuur@crow.nl T: 0318 - 69 53 10 Aanbesteden & Contracteren

W: www.crow.nl/aanbestedenencontracteren E: aanbestedingskalender@crow.nl rawhelpdesk@crow.nl uavgc@crow.nl T: 0318 - 69 53 17 Bouwprocesmanagement

W: www.crow.nl/bouwprocesmanagement E: helpdeskwiu@crow.nl visi@crow.nl T: 0318 - 69 53 17

www.crow.nl

Met de CROW-website bent u niet alleen snel op de hoogte van de laatste ontwikkelingen, u treft hier ook grondige en gedetailleerde informatie aan over de verschillende vakgebieden waar CROW zich op toelegt. Kijkt u bijvoorbeeld eens op: levende-stad.nl Levende Stad is een professioneel netwerk voor het delen van kennis en het uitwisselen van ervaringen over de openbare ruimte. crow.nl/luchtkwaliteit De site van Solve (Snelle oplossingen voor lucht en verkeer) over verschillende verkeersmaatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. crow.nl/asvv De ASVV bundelt alle bestaande kennis over verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom. crow.nl/duurzaamveilig Duurzaam Veilig Verkeer staat voor een structurele en preventieve aanpak waarbij verkeersveiligheid een vanzelfsprekend onderdeel is van de ruimtelijke ordening, de vormgeving van de infrastructuur en het gedrag van verkeersdeelnemers. crow.nl/iks Geeft informatie en nieuws over de inrichting van kindvriendelijke straten. crow.nl/parkeren Alles over parkeerkencijfers, parkeerbebording, overstappunten en nog veel meer. crow.nl/wegontwerp Het Handboek Wegontwerp bevat richtlijnen voor verkeersvoorzieningen buiten de bebouwde kom. verkeersmanagement.nl De site van het Kennisnetwerk verkeersmanagement. verkeerstekens.nl De site geeft informatie over de toepassing, uitvoering en plaatsing van verkeerstekens. crow.nl/asfalt De portaalsite over asfalt met links naar pagina’s over verschillende asfaltonderwerpen. stillerverkeer.nl De site geeft actuele informatie over de toepassing van geluidreducerende wegdekken, Cwegdek , gegevens van een groot aantal producten en de reken- en meetvoorschriften voor weg- en spoorwegverkeerslawaai. aanbestedingskalender.nl Een zakelijke kalender voor rijksoverheden, nutsbedrijven en aannemers met informatie over aan te besteden werken, diensten en leveringen. crow.nl/raw RAW bundelt afspraken voor de realisering van projecten in de grond-, water- en wegenbouw door en voor marktpartijen in één systematiek. uavgc.nl Met de UAV-GC – de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen – is een juridisch fundament voor geïntegreerde contracten voor de hele bouw beschikbaar. crow.nl/specificeren Dé site over oplossingsvrij specificeren en Systems Engineering. crow.nl/visi VISI staat voor ‘voorwaarden scheppen voor invoeren van standaardisatie ICT in de bouw’. crow.nl/wiu Hier wordt u op de hoogte gehouden van actualiteiten op het gebied van Werk in Uitvoering. risnet.nl RISNET is hét kennisnetwerk voor risicomanagement in de bouwsector.

Colofon CROW et cetera is een uitgave van CROW, kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. CROW et cetera verschijnt acht keer per jaar. Redactie Tim Oosten (hoofdredacteur) tel. (0318) 69 53 02 e-mail oosten@crow.nl Caroline Berg tel. (0318) 69 53 91 e-mail berg@crow.nl Floor ten Brink tel. (0318) 69 53 08 e-mail tenbrink@crow.nl Miranda de Graaff - de Boer tel. 0318 - 69 53 80 e-mail deboer@crow.nl Jos Kelderman tel. (0318) 69 53 82 e-mail kelderman@crow.nl Marjolijn van Rooyen tel. (0318) 69 53 12 e-mail vanrooyen@crow.nl Chiel van den Berg (vakredacteur Aanbesteden & Contracteren) Frans Heijnis (vakredacteur Verkeer & Vervoer) Hans Verwey (vakredacteur Infrastructuur) Luuk d’Hooghe (vakredacteur Bouwprocesmanagement) Aan dit nummer werkten mee Paul van Bruggen Rik de Groot Paul Jansen Peter Louwerse Jacques Teunissen Haks Walburgh Schmidt Harry Webers Redactieadres Redactie CROW et cetera Postbus 37, 6710 BA Ede tel. (0318) 69 53 00 fax (0318) 62 11 12 e-mail redactie@crow.nl www.crow.nl/etcetera Abonnementenadministratie Afdeling Uitgeverij, CROW Postbus 37, 6710 BA Ede tel. (0318) 69 53 00 fax (0318) 62 11 12 e-mail abonnementen@crow.nl Adreswijzigingen Adreswijzigingen kunnen worden doorgegeven aan de abonnementenadministratie. Advertentie-exploitatie Molijn Sales Support Postbus 61, 5258 ZH Berlicum tel. (073) 503 35 44 fax (073) 503 11 95 e-mail crow@molijnsalessupport.nl Overname van artikelen Artikelen mogen alleen worden overgenomen na goedkeuring van de redactie en met bronvermelding. Vormgeving Inpladi bv, Cuijk Druk Drukkerij Ten Brink, Meppel

CROW E-service

Kort, bondig, overzichtelijk en informatief: dat is de CROW E-service in een notendop. Deze maandelijkse, gratis digitale nieuwsbrief geeft een beknopt overzicht van nieuwe en verwachte publicaties, nieuwe software, cursussen, congressen en symposia. Wilt u de CROW E-service ook ontvangen? Een mailtje naar emailservice@crow.nl is voldoende.

12_Servicepagina.indd 2

ISSN 1872-0129 © Stichting CROW 2011

18-04-11 13:59

CROW%20et%20cetera%203%202011%20totaal%20web  

http://www.crow.nl/Downloads/Nieuws/CROW%20et%20cetera%203%202011%20totaal%20web.pdf

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you