Issuu on Google+

Verzorgingsplaatsen à la Carte

Drs. Tjakko W. Dijk (Auteur is werkzaam als adviseur Mobiliteit bij Advies- en Ingenieursbureau Advin, regio Noordwest)

Samenvatting Verzorgingsplaatsen langs de rijkswegen in Nederland hebben veelal een slecht imago. Bij Rijkswaterstaat heerst het besef hier iets aan te doen. Verzorgingsplaatsen worden niet meer alleen vanuit (onderhouds)technisch oogpunt bekeken. Steeds vaker wordt erover gesproken de gebruikerswensen centraal te stellen bij het (her)inrichten van een verzorgingsplaats. Dit besef heeft geleid tot een nieuwe methodiek om verzorgingsplaatsen in te richten, de zogeheten ‘verzorgingsplaats à la carte’. Op basis van een verkeerskundige en civieltechnische analyse en een gebruikerswensenonderzoek is voor de verzorgingsplaatsen in Noord-Holland een ‘menukaart’ samengesteld waarin het aanbod aan voorzieningen op een transparante wijze is weergegeven. Gekoppeld aan de doelgroepen zakelijk-, vracht- en recreatief verkeer leidt dit tot een complete database van voorzieningen voor de juiste doelgroepen inclusief aanlegkosten. Met de systematiek ‘verzorgingsplaatsen à la carte’ en zijsporen naar beheer en onderhoud heeft Rijkswaterstaat een instrument in handen om het kwaliteitsniveau op verzorgingsplaatsen naar een hoger plan te tillen. Trefwoorden Verzorgingsplaatsen, ‘à la carte’, sterrensysteem, voorzieningen, weggebruiker


Verzorgingsplaatsen à la Carte

De verzorgingsplaatsen in Nederland kunnen beter en worden ook beter. Een expertmeeting in 2002 toonde aan dat het voorzieningenniveau te laag is en er te veel vuil is. Ook vinden er allerlei ongewenste activiteiten plaats. Om meer inzicht te krijgen in onder meer het gewenste voorzieningenniveau en aanleg- en onderhoudskosten is in 2008 voor de twee NoordHollandse wegendistricten van Rijkswaterstaat een onderzoeksopdracht uitgevoerd. De eerste stap op weg naar de verzorgingsplaats ‘à la carte’ is daarmee gezet. Verzorgingsplaatsen langs de rijkswegen in Nederland hebben veelal een slecht imago. Het zijn niet de meest gezellige plaatsen en vooral ’s avonds bestaat de indruk dat er allerlei ongewenste activiteiten plaatsvinden. Dit maakt de verzorgingsplaatsen enigszins obscuur en vooral een plek om zo kort mogelijk te verblijven. Of dit imago nu terecht is of niet, verzorgingsplaatsen waren tot voor kort de ondergeschoven kindjes van de rijkswegen. Ze vormden de sluitpost van de begroting bij de beheerders. De prioriteit voor aanpak van deze locaties lag laag en ze werden minimaal onderhouden. Bovendien worden de Nederlandse verzorgingsplaatsen – met name door vakantiegangers – vergeleken met die aan de Autoroute du Soleil in Frankrijk en de Duitse Autobahn; landen waar Nederlanders op weg naar de vakantiebestemming vaak doorheen rijden. Deze verzorgingsplaatsen zijn groots opgezet, bieden voor iedereen voldoende en ook de juiste faciliteiten en zijn relatief schoon. Maar deze snelwegen overbruggen beduidend meer kilometers dan de Nederlandse. Reizen van 1000 tot 1500 kilometer langs deze routes zijn normaal en daar horen ook goede rustvoorzieningen bij. In Nederland wordt dit soort afstanden niet gereden; het schaalniveau is hier veel kleiner. Ook de geografische ligging, met aan de west- en noordkant zee, beperkt het aantal doorreizen. Een één-op-één vergelijking met de verzorgingsplaatsen in Frankrijk en Duitsland ligt dan ook niet voor de hand. Wel zijn elementen uit deze landen interessant voor de verzorgingsplaatsen in eigen land. Het gaat daarbij om zaken als verkeersveiligheid, aankleding en beheer en onderhoud. Toch past enige nuance bij het benoemen en waarderen van deze eisen en wensen voor de inrichting van Nederlandse verzorgingsplaatsen. De Nederlandse parkeerplaatsen langs de snelweg zijn immers kleinschaliger van opzet en daarmee ook anders in het aanbod aan voorzieningen.


Figuur 1: Goed onderhouden voorzieningen moeten uitnodigen tot het nemen van een rustpauze

Kentering De laatste tijd is beweging te zien in het verzorgingsplaatsenbeleid; het besef bij Rijkswaterstaat om de weggebruiker centraal te stellen en zijn wensen zoveel mogelijk in te willigen, werpt zijn vruchten af. Een echte kentering is al waarneembaar voor wat betreft de (onderhouds)technische staat van de verzorgingsplaatsen. Hoewel de landelijke richtlijnen gebaseerd zijn op deze (onderhouds)technische aspecten, wordt ook ‘in het veld’ veel gesproken over een opwaardering van verzorgingsplaatsen. De gedachte dat de verzorgingsplaatsen vooral als sluitpost in plaats van visitekaartje gelden, maakt plaats voor een meer op de gebruikers gerichte benadering.

Stappenplan Voor de wegendistricten Amsterdam en Alkmaar is een methodiek ontwikkeld onder de titel ‘à la carte’. Geformuleerde doelstellingen van deze methodiek zijn: • Doelgroepgerichtheid, de klant staat centraal; • Uniformiteit in de verzorgingsplaatsen; • Verbetering van de sociale veiligheid; • Flexibiliteit en transparantie in inrichtingskeuzes; • Onderhoud en beheer naar een hoger niveau tillen. Om deze doelstellingen te bereiken is een 3-stappenplan ontwikkeld.

Fase 1 inventarisatie technische staat In Noord-Holland zijn met een verkeerskundige analyse de bereikbaarheid van de voorzieningen en de verkeersveiligheid in kaart gebracht. Een civieltechnische analyse toonde vervolgens aan of en waar zich de gebreken van meer technische aard bevinden. Daarnaast


zijn ook tekeningen, documentatie, beschikbare normen en richtlijnen in kaart gebracht. Hierbij is vooral gekeken naar: • Type en staat van onderhoud verharding; • Aanwezigheid en staat van onderhoud kortparkeren; • Aanwezigheid en staat van onderhoud langparkeren; • Aanwezigheid en staat van onderhoud voorzieningen; • Aanwezigheid openbare verlichting; • Aanwezigheid en staat van onderhoud looproutes; • Staat van onderhoud groenvoorziening; • Aanwezigheid voorzieningen voor invaliden; • Aanwezigheid en staat van onderhoud bebording; • Aanwezigheid snelheidsremmende maatregelen; • Aanwezigheid berm- en asfaltschade. De verkeerskundige en civieltechnische inventarisatie van de Noord-Hollandse verzorgingsplaatsen tonen aan dat deze plaatsen er over het algemeen goed bij liggen, maar dat op het gebied van verkeers- en sociale veiligheid een inhaalslag moet worden gemaakt. Een gebruikerswensenonderzoek op de verzorgingsplaatsen heeft inzicht gegeven in de mening, wensen en eisen van de weggebruiker. Dit onderzoek is in het najaar van 2007 uitgevoerd via enquêtes op 17 verzorgingsplaatsen in de districten Amsterdam en Alkmaar. Ruim 300 respondenten gaven hun mening. Hierbij is onderscheid gemaakt in de doelgroepen: recreatief-, zakelijk- en vrachtverkeer. Uit dit onderzoek blijkt dat de weggebruiker over het algemeen tevreden is met de verzorgingsplaatsen in deze districten, maar wel ervaren gebruikers de verkeers- en sociale veiligheid als onvoldoende. En ook is het onderhoudsniveau volgens vele gebruikers voor verbetering vatbaar. Elke verzorgingsplaats is uniek met betrekking tot ligging en het voorzieningenniveau. Dat betekent ook dat bij elke verzorgingsplaats andere wensen en eisen gelden. Ook zijn de doelgroepen hierin belangrijk. Een verzorgingsplaats waar voornamelijk vrachtverkeer komt, behoeft een ander voorzieningenaanbod dan daar waar met name recreatief verkeer langskomt. De mate van gemis aan voorzieningen verschilt ook per locatie. De verhouding tussen vrachtverkeer, zakelijk verkeer en recreatief verkeer is afhankelijk van de locatie en de omgeving van de verzorgingsplaats. Om dieper inzicht te krijgen in de opbouw van de verzorgingsplaatsen zijn ook de verschillende functies inzichtelijk gemaakt. Daarom is een uitputtende lijst van voorzieningen ontwikkeld met de daaraan gekoppelde eisen die worden gesteld door de richtlijnen en de weggebruikers. Ten slotte wordt vastgesteld dat een verzorgingsplaats globaal bestaat uit twee subsystemen: het ontsluitingsgebied en het verblijfsgebied. Ook deze subsystemen zijn weer ingevuld met verschillende functies. Het totaal aan oppervlakte voor deze functies dekt de verzorgingsplaats volledig af.


Figuur 1: Links ontsluitingsgebied, rechts verblijfsgebied

Fase 2 ontwerpen gestandaardiseerde verzorgingsplaats De tweede fase in de omschakeling naar een verzorgingsplaats ‘à la carte’ betreft het samenstellen van een ‘menukaart’. Voordeel van zo’n menukaart is de transparantie van het aanbod aan voorzieningen. Dat is ook de basisgedachte achter het ‘à la carte’ principe. De menukaart vormt de ruggengraat hiervan. De ontwikkeling van deze menukaart, of database, heeft ertoe geleid dat alle mogelijke voorzieningen nu overzichtelijk staan weergegeven. Voor elke verzorgingsplaats geldt dat de hoeveelheid gebruikers, het soort gebruikers en de wensen van Rijkswaterstaat – bijvoorbeeld het aanbrengen van een spiegelafstelplaats of het aanbrengen van olieafscheiders in de verharding – bepalen welk serviceniveau op die locatie wordt nagestreefd. Dit kan variëren van een eenvoudige rustplaats waar tijdelijk parkeren de hoofdfunctie is, tot een uitgebreide verzorgingsplaats inclusief restaurant en een uitgebreid aanvullend voorzieningenniveau. Voor een verzorgingsplaats geldt dat meestal een bepaalde doelgroep sterk vertegenwoordigd is. Hierbij worden wederom de drie doelgroepen – recreatief, zakelijk en vrachtverkeer – onderscheiden. De verzorgingsplaatsen aan de A7 richting Afsluitdijk bijvoorbeeld, trekken met name recreatief verkeer aan. Op deze locaties zijn andere voorzieningen gewenst dan de meer op het zakelijk verkeer gerichte verzorgingsplaatsen aan de A1. Op de uitgebreide verzorgingsplaats De Ruygen Hoek aan de A4 daarentegen worden alle genoemde doelgroepen gefaciliteerd. Om hierop in te spelen bij een (her)inrichting bestaat de mogelijkheid om in de menukaart een accent aan te brengen met betrekking tot één of meerdere doelgroepen, de zogenaamde ‘slagroom op het toetje’-keuzemogelijkheid. Hierbij wordt het voorzieningenpakket aangevuld met specifieke aanvullende voorzieningen, voor de meest voorkomende doelgroep. Ook hier geldt dat de voorzieningen gekoppeld zijn aan standaardwaarden. Bij een gegeven oppervlak hoort bijvoorbeeld een vooraf bepaalde hoeveelheid voorzieningen. Om vervolgens een en ander goed te kunnen communiceren met de weggebruiker is een eenvoudig systeem bedacht. De verschillende serviceniveaus van de verzorgingsplaatsen worden aangeduid met een aantal sterren. Zo’n ‘sterrensysteem’ wordt reeds toegepast in de hotel- en restaurantwereld, maar ook bij het testen van veiligheid van auto’s (EuroNCAP), de veiligheid van tunnels (EuroTAP) en rijkswegen (EuroRAP). Verzorgingsplaatsen variëren van enkel een parkeergelegenheid tot een parkeergelegenheid met een uitgebreid aanbod aan voorzieningen.


Gebaseerd op de constateringen uit fase 1, neemt in de (her)inrichting van de verzorgingsplaatsen het verbeteren van de veiligheid een prominente plaats in. Hierbij gaat het om voorzieningen op het gebied van de verkeersveiligheid, zoals verkeersdrempels en oversteekvoorzieningen, maar ook om sociale veiligheid zoals de openbare verlichting en de vorm van openbaar groen. Het voordeel van het sterrensysteem is dat de weggebruiker op een overzichtelijke en relatief eenvoudige manier wordt geïnformeerd over welke voorzieningen hij kan verwachten op de komende verzorgingsplaats. De ontwikkelde menukaart biedt de basis om dit sterrensysteem te dragen. Tevens kan het sterrensysteem leiden tot een vereenvoudiging in de bebording. Bij de vooraankondigingen van de verzorgingsplaats boven de weg wordt het aantal sterren aangegeven. Vervolgens wordt door een bermbord met pictogrammen aangegeven welke voorzieningen zich daadwerkelijk op de betreffende verzorgingsplaats bevinden. Bovendien bevordert dit een uniform en duidelijk wegbeeld.

Figuur 2: Impressie ‘sterrensysteem’

Fase 3: database per verzorgingsplaats Om op een verzorgingsplaats een bepaald serviceniveau te bereiken worden in de database de voorzieningen in het vooraf bepaalde pakket actief, inclusief standaard hoeveelheden. De standaard hoeveelheden zijn gekoppeld aan de oppervlakte van de verzorgingsplaats. Dit resulteert in de basisinrichting van de betreffende verzorgingsplaats. De flexibiliteit wordt vergroot door de mogelijkheid om handmatig het voorzieningenaanbod te wijzigen in de database. Mocht er bijvoorbeeld een wens zijn om van een bepaalde voorziening een andere hoeveelheid aan te leggen, dan biedt de database daar de mogelijkheden toe. Hierdoor wordt de inrichting op basis van gebruikerswensen en doelgroepen gestandaardiseerd en dus vereenvoudigd. Tegelijkertijd kan daar te allen tijde van worden afgeweken als daar aanleiding toe is. De voorzieningen in de database zijn bovendien gekoppeld aan eenheidsprijzen. Als de database volledig is ingevuld, wordt de rekening direct gepresenteerd. Onder de lijn staat de kostenindicatie waarmee Rijkswaterstaat rekening kan houden voor de inrichting van de verzorgingsplaats.

Zijspoor onderhoud Naast de systematiek van de verzorgingsplaatsen ‘à la carte’ met de menukaart moeten nog twee zijsporen worden ingezet om de verzorgingsplaatsen te verbeteren. Het eerste zijspoor is het onderhoud van de verzorgingsplaatsen en het tweede de exploitatie. Eén van de doelstellingen van Rijkswaterstaat is om het onderhoud van de verzorgingsplaatsen op een hoger niveau te tillen. Wanneer snoei- en maaiwerkzaamheden op een verzorgingsplaats onvoldoende worden uitgevoerd, wordt het gevoel van onveiligheid voor de weggebruiker versterkt. Die wil de plek dan zo snel mogelijk verlaten. Dit leidt niet


tot het gewenste imago van deze verzorgingsplaatsen. Daarom is naast deze systematiek ook ingestoken op een intensiever onderhoudsplan voor de verzorgingsplaatsen. Er wordt geprobeerd om in de nieuwe systematiek zoveel mogelijk met onderhoudsarme materialen te werken om de kosten zoveel mogelijk te beperken.

Zijspoor exploitatie Op verzorgingsplaatsen is veelal een benzinestation aanwezig dat wordt geëxploiteerd door een private partij. Momenteel is een verzorgingsplaats in meerdere beheersgebieden ingedeeld. Het benzinestation en de directe omgeving worden onderhouden door de betreffende exploitant. Het overige deel van de verzorgingsplaats wordt door Rijkswaterstaat onderhouden. De onderverdeling van de verzorgingsplaatsen in categorieën biedt een goede basis om op een vernieuwende manier met de exploitatie om te gaan. Wanneer een benzinestation aanwezig is (in de beschreven systematiek vanaf drie sterren), is het denkbaar dat de exploitant van het benzinestation de beheer- en onderhoudsverantwoordelijkheid voor de gehele verzorgingsplaats overneemt. Met een private exploitant wordt marktwerking op verzorgingsplaatsen een slag verder gebracht. Hiermee kan een extra kwaliteitsimpuls worden gegeven. Waar Rijkswaterstaat zich met name richt op primaire behoeften van de weggebruiker, zal een private exploitant sneller extra faciliteiten aanbieden als de klant er om vraagt. Rijkswaterstaat kan in zo’n situatie de kaders en eisen stellen waarbinnen de exploitant de verzorgingsplaats kan ‘runnen’. Te denken valt daarbij aan voorzieningen als een stomerij, supermarkt, autowasstraat of ‘meet-and-greetplekken’ voor zakelijke afspraken.

Landelijk Rijkswaterstaat heeft het initiatief genomen tot de verzorgingsplaatsen ‘à la carte’. Hiermee staan de wegendistricten Amsterdam en Alkmaar klaar om de verzorgingsplaatsen daadwerkelijk aan te pakken wanneer een investeringsimpuls zich voordoet. Het ontwikkelde concept is weliswaar opgezet op basis van de situatie op de verzorgingsplaatsen in Noord-Holland, maar is eenvoudig toe te passen op elke verzorgingsplaats in Nederland. Om het aspect ‘uniformiteit’ maximaal tot uiting te laten komen, gaat Rijkswaterstaat onderzoeken of het wenselijk is deze systematiek in heel Nederland toe te passen. Hierbij zullen ook andere initiatieven worden betrokken. De communicatie naar de weggebruiker toe door middel van het sterrensysteem biedt niet alleen de mogelijkheid om een waardering aan individuele verzorgingsplaatsen te koppelen, ook kan de weggebruiker bij landelijke invoering op den duur precies weten wat hij kan verwachten als een verzorgingsplaats bijvoorbeeld vier sterren heeft.

Het ‘visitekaartje’ Resumerend. Als je het aan de weggebruiker vraagt, wenst hij dat de verzorgingsplaatsen in Nederland hetzelfde ‘visitekaartje’ gaan vormen als die in Frankrijk langs de Route du Soleil of langs de Autobahn in Duitsland. Het is duidelijk dat in Nederland een andere aanpak gewenst is, aangezien het schaalniveau niet vergelijkbaar is met deze landen. Met de systematiek verzorgingsplaats ‘à la carte’ en de zijsporen van beheer en onderhoud – toegespitst op de wensen en eisen van de Nederlandse weggebruiker – heeft Rijkswaterstaat nu een instrument in handen om de kwaliteitsslag naar een hoger niveau te tillen. Doordat de


weggebruiker centraal staat en het serviceniveau op een flexibele wijze kan worden ingevuld, biedt ‘verzorgingsplaatsen á la carte’ de mogelijkheid om af te rekenen met het ‘obscure en onveilige’ imago van de verzorgingsplaatsen. Rijkswaterstaat hoopt dan ook dat in toekomstige expertmeetings de verzorgingsplaats omschreven wordt als ‘een uitnodigende plaats tot het nemen van een rustpauze’.


Bijdrage36