Issuu on Google+

ADJIEDJ BAKAS

Future you!

DE NIEUWE WERKELIJKHEID


ADJIEDJ BAKAS

DE NIEUWE WERKELIJKHEID

3


WE KUNNEN MISSCHIEN GEEN ZEKERHEID GEVEN, MAAR LATEN WE OP ZIJN MINST PERSPECTIEF BIEDEN! Dit voorjaar in 2013 zijn we met duizenden collega’s van Adecco Group de straat opgegaan. Overal waar we in de wereld kantoren hebben en dat zijn nogal wat locaties. We hebben op deze uitzonderlijke manier een belangrijk gebaar willen maken door iedereen erop te wijzen dat de snel toenemende werkloosheid onder jongeren onacceptabel is. We hebben jongeren spontaan aangesproken en gewezen op de Adecco Way to Work. Aan de straatactie is een website gekoppeld, waarop jongeren zich kunnen aanmelden voor gratis workshops en coachingtrajecten. Het aantal aanmeldingen, wereldwijd, is enorm en de website blijft in de lucht zolang er geen kentering optreedt. Het is een internationaal initiatief waar ik trots op ben. We kunnen jongeren die aan de slag willen weliswaar geen zekerheid bieden, maar laten we ze dan op zijn minst perspectieven bieden. Bij Adecco en Ajilon beschouwen we dat als maatschappelijke plicht. Dat we in onze moderne, welvarende samenleving aandacht moeten vragen voor het probleem van werkloosheid, dat instromende jongeren het hardst treft, maar ook bij zittende generaties toeslaat, geeft aan dat er iets goed mis is met onze economische orde. ‘De kans op baanverlies is het hoofdonderwerp op familiefeestjes en iedereen kent in zijn directie omgeving wel iemand die er voor vreest of die het overkomen is’, schrijft Adjiedj Bakas in dit trendboekje – het 3de alweer dat hij voor u heeft samen­ 4

gesteld. En hij heeft gelijk. Niet kunnen starten op de arbeidsmarkt of baanverlies, met alle financiële onzeker­heden van dien, is in korte tijd en tegen alle verwachtingen in een realistisch scenario geworden. Op termijn houden we rekening met serieuze arbeidsmarktkrapte, waar in de technische sector paradoxaal genoeg, al lang sprake van is. Op dit moment echter, hangen er donkere wolken boven de arbeidsmarkt en boven de welzijnsperspectieven van heel veel huishoudens.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Wie zijn de schuldigen en hoe redden we ons hier weer uit? Iedereen, ook u, ongetwijfeld, heeft daar een mening over. En Bakas zou Bakas niet zijn als hij zijn analyse van de ‘stand van de wereld’ niet zou doorspekken met zijn persoonlijke opinie. Hij kraakt kritische noten, zeker. Naar de politiek, naar het bankwezen, naar falende maatschappelijke systemen. En of je het nu met hem eens bent of niet, Bakas zet je aan het denken en inspireert je om door een andere bril naar trends en ontwikkelingen te kijken. En hij laat het niet bij kritiek. Hij heeft zijn huiswerk gedaan en komt met een interessante reeks mogelijke oplossingen en verandervoorstellen die uitgaan van de unieke kennis en kracht die ons Nederlandse bedrijfsleven – groot, middelgroot en klein – te bieden heeft. De titel van dit derde trendboekje dat Adecco Group Nederland in samenwerking met Adjiedj Bakas aanbiedt, De Nieuwe Werkelijkheid, is natuurlijk niet willekeurig gekozen. De titel geeft aan dat we het stadium van een ‘tijdelijke crisis’ voorbij zijn. De aanhoudende wereldrecessie heeft de internationale en met name westerse economische orde dusdanig op zijn grondvesten doen schudden, dat de weg naar ‘het oude’ voorgoed lijkt afgesloten. De knop moet echt om bij de manier waarop we naar de organisatie van werk, onze werkprivé-balans en het fenomeen ‘zekerheid’ kijken. Zekerheden en sociale zekerheden zijn nauw met werk verbonden. Werk zorgt immers voor inkomen dat nodig is om er een

zekere levensstandaard op na te houden. Te veel mensen ervaren op dit moment wat het is als die zekerheid ineens buiten je schuld wegvalt. Dat de ‘baan voor je leven’ bij het antiek kon worden gezet, was al gemeengoed. Maar dat het zo hard zou gaan met het afbrokkelen van werk- en inkomenszekerheden, kon niemand tien jaar geleden voorzien. Het antwoord is: nog meer flexibili­ seren en iedereen inzetbaar houden door het concept van een leven lang leren. Dat daar minimale, door de overheid gefaciliteerde sociale zekerheden bijhoren, spreekt voor zich. Maar de werkelijke omslag moet van ons allemaal komen. Door werk radicaal anders te bekijken en te organiseren en door de nieuwe generatie de juiste kennis, tools en mentaliteit mee te geven om uiteindelijk van klus naar klus te ‘hoppen’, vergroten we de werkzekerheid en daarmee het perspectief. 'Flexicurity' is het doel waarnaar we samen moeten streven, schrijft Adjiedj Bakas. Dát ben ik in elk geval hartgrondig met hem eens. En het opmerkelijke is: als specialist in tijdelijke werkverbintenissen, training, coaching, opleiding en loopbaanbegeleiding dienen Adecco en Ajilon dat doel met passie. Wereldwijd en al heel wat jaren. Want nogmaals: als je geen zekerheid kunt bieden, zorg dan in elk geval voor perspectief! Patrick Bakker Country Manager Adecco Group Nederland 5


WE LEVEN IN TIJDEN VAN GROTE VERANDERING

Nieuwe technologie en de globalisering van onze economie hebben de wereld op zijn kop gezet en oude zekerheden doen vervagen. Langzaam maar zeker lijkt iedereen ervan doordrongen te zijn geraakt dat er nauwelijks meer zekerheden zijn. De vaste baan, die er vroeger voor zorgde dat we met enige zekerheid konden bouwen aan onze persoonlijke toekomst, verliest steeds meer terrein. Een baan voor het leven is verbleekt tot een nostalgisch beeld uit een vorige eeuw. De waardevastheid van onze pensioenen is ondertussen ook al niet heilig meer. We kunnen niet meer rekenen op 70 procent van ons laatstverdiende loon, maar op 40 tot 50 procent. En de pensioenuitkeringen gaan in de toekomst vermoedelijk nog verder omlaag. De EU bouwt sociale zekerheid zoals we die sinds meer dan 50 jaar kennen, in rap tempo af. PvdA-coryfee Lennart Booij meldde onlangs in Het Parool dat we moeten wennen aan het einde van de verzorgingsstaat. Prof Hans-Olaf Henkel, de vroegere Duitse werkgeversvoorzitter, meldt dat ‘oud en arm’ in Duitsland de trend is geworden en dat we ons daar ook in ons land op moeten instellen. Henkel waarschuwt in zijn boek 'De Euroleugenaars' dat door de transferunie die de eurozone geworden is, de euro, die een religie is geworden, alleen gered kan worden als de noordelijke landen minder concurrerend worden en als heel Europa daarmee op Frankrijk gaat lijken.

6

We krijgen dus te maken met een wereld die nieuwe uitdagingen brengt en nieuwe kansen voor degene die ze wil zien. We krijgen ook te maken met een hoop nieuwe vragen. Nu sociale zekerheid steeds verder wordt afgebouwd, gaan mensen zich bijvoorbeeld afvragen hoe ze hun onderlinge solidariteit moeten gaan organiseren, inclusief hun sociale zekerheid en hoe ze hun work-lifebalance moeten vormgeven. Voor velen is het inkopen van zorg te duur, dus dat zullen ze via mantelzorg moeten regelen. Maar dan moet de mantelzorger dat wel met zijn professionele werkzaamheden kunnen combineren. Als je het mij vraagt, is de toekomst in politiek opzicht zich aan het richten op neo-socialisme en protectionisme. De vraag die je dan als werk­gever moet gaan stellen, is hoe je je medewerkers in zo’n klimaat ondernemend houdt. Kleine ondernemers, vroeger de kurk waarop onze economie dreef, hebben het uitermate moeilijk in deze tijd. Veel zelfstandige professionals (zzp’ers) zien hun opdrachtenportefeuille steeds verder onder druk komen te staan. De vroegere middenklasse lijkt de verliezer van de toekomst. Je kunt je afvragen: hoe empower je die middenklasse, zodat ze weer de motor van onze economie gaan vormen? We hebben de midden­­klasse ook nodig om de sociale mobiliteit in onze samenleving op peil te houden. Over deze en andere grote vragen die te maken hebben met de schokeffecten van de huidige economische en technologische transitie op onze arbeidsmarkt, gaat dit boekje. 7


INHOUD Deel 1 - Moderne sores Over de ‘stand van Nederland’ – de toenemende werkloosheid, de groeiende inkomensverschillen, de onverschilligheid van de elite en de politiek, de invloed van automatisering op de arbeidsmarkt en manieren om er weer uit te komen.

Pagina 10

Deel 2 - De middenklasse als grote verliezer van deze tijd Over de ‘stand van de middenklasse’, ooit de motor achter de economie, nu, zo lijkt het, de kop van jut, over vertrouwenscrises en nieuwe solidariteit, over experimenten en ideeën om de motor weer aan de praat te krijgen.

Pagina 28

Deel 3 - Flexicurity Over de ‘stand van de arbeidsmarkt’, de slechte aansluiting van onderwijs op bedrijfsleven, de trend onder jongeren om te kiezen voor een studie met reële kans op werk, over mantelzorg, work-life-balance en levenslang leren en over flexibiliteit met ingebouwde minimale zekerheiden - Flexicurity

Pagina 86

8

9


DEEL 1: MODERNE SORES


DE WERKLOOSHEID NEEMT TOE… De huidige trend op de arbeidsmarkt is duidelijk. Mediaberichten met regelmaat over stijgende werkeloosheid, in gesprekken met vrienden en bekenden is mogelijk baanverlies één van de vaste gespreksthema’s. En wie kent ze niet, de persoonlijke verhalen van mensen die enkele jaren terug nog in welstand leefden, maar nu zonder baan en met een onverkoopbaar huis de toekomst met angst en beven tegemoet zien? Het CBS meldde medio 2013 dat de werkeloosheid gestegen is tot een voor ons land ongehoord hoog percentage van 8,3 procent. Het aantal vacatures neemt ondertussen verder af en het aantal mensen dat een beroep doet op de bijstand stijgt. We houden door al dat slechte nieuws ook steeds meer de hand op de knip. De economie krimpt zodoende en dat kost nog meer banen. Sores alom, kortom. De huidige misère houdt in eerste instantie natuurlijk verband met de financieel-economische problematiek waar de hele wereld zich voor gesteld ziet. Ons land lijkt echter extra last te hebben van de crisis. In het SER-rapport Nederlandse economie in stabieler vaarwater (april 2013) wordt de vraag gesteld waarom ons land in de huidige situatie slechter presteert dan de ons omringende landen. Het rapport suggereert het volgende: “De wisselwerkingen tussen de woning12

markt, het bankwezen en het pensioenstelsel versterken de conjunctuurbeweging, juist ook in de neergaande fase. Door een oplossing te vinden voor structurele problemen in deze sectoren kan het gevaar van dergelijke negatieve spiralen worden afgewend en de Nederlandse economie in stabieler vaarwater worden gebracht.” Wat bedoeld wordt, is dat verkalkte bestuurlijke structuren in ons land de economische activiteit dempen en dat het hoog tijd wordt om bijvoorbeeld de sector van de woningcorporaties te hervormen, zodat de woningmarkt weer vlot getrokken wordt en er weer gebouwd kan worden. De grootste misère op de arbeidsmarkt is immers te vinden in de bouwnijverheid. Een andere sector die volgens het CBS tussen 2012 en 2013 uitzonderlijk veel last heeft van banenverlies, is de sector van het onroerend goed. Het is klip en klaar: de ontwikkelingen op de woningmarkt hebben zowel voor bouwvakkers en installateurs als voor makelaars desastreuze gevolgen. En wanneer deze mensen door gebrek aan werk thuis komen te zitten, geven ze steeds minder geld uit en moeten ze wel op een houtje bijten. Dat betekent weer minder omzet voor bijvoorbeeld middenstanders. Het vliegwiel van de economie gaat zo steeds langzamer draaien.

ECONOMIE

ARBEIDS MARKT

JOBS


…MAAR DE KLAPPEN WORDEN ONGELIJK VERDEELD

Ook de prognoses die het CPB onlangs opstelde voor de economische ontwikkeling in ons land zijn weinig optimistisch. Zij gaan uit van een economische krimp van 0,5 procent in 2013 en van een economische groei van 1 procent in 2014, ook al wordt er ondertussen al weer getwijfeld aan dat laatste voorzichtige groeicijfer. Daarbij moet worden aangetekend dat de verwachte economische groei in 2014 zich niet direct hoeft te vertalen in een groeiende werkgelegenheid. Dit komt enerzijds omdat gemiddeld gezien de productiviteit van arbeid groeit en anderzijds omdat werkgevers met vertraging hun personeelsbestand aanpassen aan de marktontwikkelingen, terwijl ze op dit moment nog ruim in het personeel zitten. Een lichte groei van de economie kan dus heel goed samengaan met minder vraag naar arbeid. Al met al daalt de werkgelegenheid in 2014 vermoedelijk met zo’n 23.000 banen, 14

wat neerkomt op -0,3 procent. Waar vallen de grootste klappen? Met de Nederlandse export gaat het redelijk goed, maar de werkgelegenheid in exportgeoriënteerde markt­sectoren als de industrie neemt al jaren af, onder meer vanwege automatisering. Onder invloed van economisch herstel zal het banen­ verlies in deze sector iets teruglopen, maar er blijven uiteindelijk banen verloren gaan. Met de binnenlandse bestedingen blijft het tobben in 2014, omdat we onze centjes, voor zover we die nog hebben, oppotten en niet meer uit willen geven. Voor werkgevers in de op het binnenland georiënteerde sector betekent dat over het algemeen minder omzet, ook al hoeft zich dat niet meteen te vertalen in minder arbeidsplaatsen. Over de gehele linie stabiliseert de werkgelegenheid in sectoren die zich op de interne markt richten. Enkele daarvan

wil ik hier speciaal vermelden. De financiële dienstverlening zal ook het komend jaar te maken blijven houden met herstructurering, waardoor de werkgelegenheid daar zal blijven krimpen. De bouwnijverheid, die het afgelopen jaar te maken had met een dramatische terugloop in de werkgelegenheid, blijft nog steeds banen inleveren, ook al is de krimp het komend jaar waarschijnlijk kleiner. De werkgelegenheid in zorg en welzijn laat in 2013-2014 wel groei zien, maar veel minder dan voorheen. In de afgelopen vijftien jaar nam de werkgelegenheid er met gemiddeld 32.000 banen per jaar toe. Hiermee steekt een voorziene groei van gemiddeld 6.000 banen in 2013-2014, zowel absoluut als relatief, erg mager af bij het verleden. De matige ontwikkeling van de werkgelegenheid in de zorgsector wordt veroorzaakt door bezuinigingsmaatregelen. Gezien de bezuinigingen bij de overheid, moet

ook in 2014 gerekend worden op een forse werkgelegenheidskrimp bij het openbaar bestuur. Ook regionaal gezien zijn er grote verschillen, tevens ook qua opleidingsniveau en leeftijdscategorie. Het is met name het platteland waar de klappen vallen, terwijl regio’s als Groot Amsterdam het nog relatief goed doen qua werkgelegenheid. De ruimste arbeidsmarkt vind je in Drenthe: daar zijn negen keer meer werklozen dan vacatures. Ook Friesland en Twente doen het niet goed. Wat leeftijdscategorieën betreft, zijn het vooral de jongeren die de klappen opvangen, omdat zij in tegenstelling tot oudere werknemers meer te maken krijgen met flexibele arbeidscontracten. Wat opleidingsniveau betreft, zijn het volgens het UWV vooral mensen met mbo-3 en mbo-4 die aan de kant komen te staan.

15


EEN LICHTPUNTJE: DE BELEVINGSECONOMIE GROEIT DOOR

Eén van mijn grote voorbeelden is Wim de Ridder, hoogleraar toekomstonderzoek aan de Universiteit Twente. Eén van de fenomenen waar hij de laatste jaren veel over publiceert, is de belevingseconomie. In zijn onlangs verschenen boek 'De strategische revolutie' beschrijft De Ridder de belevingseconomie als één van de sterkst groeiende sectoren in onze economie. Onder de term ‘belevingseconomie’ vallen niet alleen kunstzinnige activiteiten, maar ook (professionele) bezigheden op het vlak van media en entertainment, spiritualiteit en toerisme, horeca en niet te vergeten zakelijke dienstverlening. Ook in andere sectoren van de economie, zoals de retail, wordt het belevingsaspect steeds belangrijker. We gaan vaak niet meer alleen naar een winkel om er iets te kopen, maar ook om een ervaring op te doen. En steeds meer producten bestaan uit een materieel en een immaterieel deel. Neem een magnumijsje uit de limited edition serie, zoals die ’s zomers korte tijd worden aangebo16

den. Het zijn gewoon ijsjes, maar dan met een imago en een uitstraling die het ijsje iets extra’s geven. Wanneer je bij het tankstation een ‘pure love’ magnum koopt voor je liefje, in een luxe roze doosje, dan geef je niet alleen een ijsje weg, maar maak je een romantisch gebaar. En daar betaal je grif voor. Het product van de belevingseconomie wordt vooral getypeerd door immateriële kenmerken. De Ridder schrijft dat de beleving “door beleidsmakers (nog) niet of nauwelijks op waarde wordt geschat als het gaat om de betekenis ervan voor de economie, de werkgelegenheid en het inkomen van mensen”. Hij vervolgt: “Deze (belevings)economie wordt in de ogen van vorige generaties als een economie van verspilling ervaren, en derhalve als ongewenst beoordeeld.” Het is in deze tijd en in dit deel van de wereld echter de enige economie die nog ruim banen creëert en mensen de mogelijkheid biedt hun leven naar een hogere graad van zelfverwerkelijking te verheffen – denk hier aan de top

van Maslow’s behoeftepiramide. Volgens De Ridder ligt een verdere groei van de belevingseconomie in het verschiet. Over het immateriële karakter ervan zegt hij: “Als de economie wordt uitgedrukt in kilo’s, dan is er al enige tijd sprake van stagnatie. (…) Dit betekent dat de groei in onze welvaart plaatsvindt in dat deel van de economie waar immateriële producten worden voortgebracht. Hierdoor heeft het streven naar zingeving een economische basis.” Het gaat hier dus niet om verspilling, maar om toegevoegde (economische) waarde. Verder wijst De Ridder op de vervaging tussen professionals en amateurs in de belevingseconomie, een fenomeen dat een bom legt onder monopolies op wat voor terrein dan ook. De Ridder: “Met de opkomst van cyberspace zijn veel burgers met elkaar verbonden, ze wisselen informatie uit en ze beïnvloeden elkaar. Het gevolg hiervan is dat veel burgers zich gedragen alsof ze professionals zijn. De beste stuurlui staan niet langer aan wal, zij komen aan boord. Inmiddels bemoeien

burgers zich met van alles. Eindgebruikers produceren steeds vaker ook energie, sluiten onderling meer leningen af en zorgen steeds meer voor elkaars veiligheid. In de marketing wordt al enige tijd over ‘prosumenten’ gesproken, die steeds meer invloed krijgen. Decentralisatie van de productie krijgt daarmee een boost.” Ook wijst De Ridder op het feit dat bij immateriële producten niet meer geldt ‘hoe meer er verkocht wordt, hoe goedkoper het product’. Bij deze producten geldt daarentegen ‘de wet van de toenemende meeropbrengst’: het ontwikkelen van het product vraagt meestal veel tijd en energie, maar vervolgens kan het product meestal eindeloos gekopieerd worden – denk aan een cd, een ontwerp of een internetworkshop – en hoe meer vraag er naar het product komt, hoe duurder het meestal wordt, in tegenstelling tot producten uit de materiële economie.

17


DE ROL VAN AUTOMATISERING BIJ HET VERDWIJNEN EN CREËREN VAN BANEN

Beroepen komen en gaan, zo was het en zo zal het ook in de toekomst blijven, alleen in een steeds hogere versnelling. In 1900 werkte nog 27 procent van de Nederlandse beroepsbevolking in de landbouw, tegen 1,5 procent tegenwoordig. Tezelfdertijd is de productiviteit van onze landbouw met sprongen vooruit gegaan. Er tekent zich hier een trend af die alles van doen heeft met mechanisering en automatisering; met nieuwe technologie die mensenhanden overbodig maakt en hele beroepsgroepen hopeloos ouderwets doet lijken. Al in het begin van de industriële revolutie werd er gesproken over banenverlies als gevolg van de introductie van de stoommachine. Ook toen werd er al geantwoord dat deze nieuwe technologie niet alleen banen liet verdwijnen, maar ook nieuwe deed 18

ontstaan, zoals het beroep van stoker. Niets nieuws onder de zon dus. Een technologie als het internet zorgde er de afgelopen 15 jaar onder andere voor dat de postbode grotendeels uit ons straatbeeld verdween, maar tegelijkertijd zorgde online winkelverkoop er voor dat de bezorger van pakketjes het steeds drukker kreeg. Of pakketbezorging helemaal te automatiseren valt weet ik niet, maar ik weet wel dat er op testcircuits ondertussen al auto’s rondrijden die geen bestuurder meer hebben, maar automatisch hun weg zoeken en vinden. Verkeersdeskundigen en auto-ontwikkelaars dromen van auto’s die autonoom rijden en die zich als vanzelf voegen in de verkeerstromen waar zij deel van uitmaken. Verdwijnt daarmee straks ook ‘de chauffeur’ uit de beroepengids? Hoogstwaarschijnlijk wel. 19


Robots en ICT worden in de nabije toekomst in steeds meer sectoren toonaangevend en bij steeds meer werk toegepast.


1010101011010111011010000110101 10101010110101110110100001101011011010101 10001010111010100010101111010101011011010110000101101110101101

DE IMPACT VAN ICT OP DE WERKGELEGENHEID IS ENORM

10001010111010100010101111010101011011010110000101101110101101010101 010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 100010101110101000101011110101010110110101100001011011101011

1010101011010111011010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 1010101011010111011010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 1010111010100010101111010101011011010110000101101110101101010101

010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 100010100010101111010101011011010110000101101110101101010101 010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 100010101110101000101011110101010110110101100001011011101011 010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 1000101011101010001010111101010101101101011000010

100010101110101000101011110101010110110101100001011011101011

10001010111010100010101111010101011011010110000101101110101101010101 1010101011010111011010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 10001010111010100010101111010101011011010110000101101110101101010101 1010101011010111011010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01

Amerikaanse productiviteit en werkgelegenheid

500

Werkgelegenheid vertraagt plotseling in 2000, terwijl de productiviteit hetzelfde blijft.

Beginnend in 2000, verbreed het gat tussen productiviteit en werkgelegenheid zich. Werkgelegenheid Productiviteit

Kleiner gat tussen productiviteit en werkgelegenheid dan eerder gezien.

10001010111010100010101111010101011011010110000101101110101101010101 010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 100010101110101000101011110101010110110101100001011011101011

010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 100010100010101111010101011011010110000101101110101101010101 010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 100010101110101000101011110101010110110101100001011011101011 010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01

100 1947

1957

1957

1977

1987

1997

2007

2013

1000101011101010001010111101010101101101011000010

100010101110101000101011110101010110110101100001011011101011

1000101011101010001010111101010101101101011000010

22

diensten, onderwijs of geneeskunde, krijgen steeds vaker te maken met vervanging van mankracht door robotica en ICT. IBM werkt nu met een computer­s ysteem dat Watson wordt genoemd en dat op den duur artsen moet helpen om ziekten te diagnosticeren en behandelingen voor te schrijven. Watson gebruikt daarbij kunstmatige intelligentie en taalverwerking en hij kan enorme hoeveelheden kennis uit medische boeken en uit de systemen van de ziekenhuizen halen. Ook al hebben deze computers nu nog niet het gezonde verstand en de intuïtie van een ‘gewone’ dokter, toch zullen ze op den duur de concurrentie aangaan met artsen. Ze zullen van hulpmiddel transformeren naar zelfstandig opererende medische beoordelaars.

1000101011101010001010111101010101101101011000010

Er komen steeds meer deskundigen die beweren dat de trage groei die de arbeidsmarkt al enige tijd doormaakt voor een belangrijk deel te wijten is aan de opkomst van informatie­ technologie en dat deze technologie uiteindelijk meer banen laat ­verdwijnen dan dat ze creëert. Erik Brynjolfsson, professor op MIT en schrijver van Race Against the Machine, voorziet ook voor de komende jaren nog een terugloop in de werkgelegenheid binnen veel sectoren die nu nog niet zijn over­ genomen door ICT. Het gaat straks niet langer alleen om industrieel productiewerk dat is overgenomen door robots, het gaat niet meer alleen om administratief werk dat is overgenomen door computerprogramma’s, het gaat ook niet meer alleen om reisbureaus en retailers die uit de markt geprijsd worden door internetsites. Robots en ICT worden in de nabije toekomst in steeds meer sectoren toonaangevend en bij steeds meer werk toegepast. Zelfs werkzaam­ heden waar we nu nog van denken dat ze nooit en te nimmer door computers zullen worden gedaan, zoals die bijvoorbeeld te vinden zijn ­ in sectoren als het recht, financiële

Brynjolfsson staaft zijn theorie over de teloorgang van steeds meer arbeidsplaatsen door ICT met onderstaande grafiek, waarin de stijging van de werkgelegenheid in de VS wordt afgezet tegen de groei in productiviteit sinds de Tweede Wereldoorlog. Productiviteit staat dan voor de economische waarde die gecreëerd wordt door een productiemiddel, bijvoorbeeld door een uur arbeid.

10001010111010100010101111010101011011010110000 1010101011010111011010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101

Op de grafiek valt te zien dat de stijging in de Amerikaanse productiviteit lange tijd gelijk opliep met de groei van de werkgelegenheid in het land. Er werd dus steeds meer economische waarde en rijkdom gecreëerd, waardoor navenant veel nieuwe banen ontstonden. Vanaf 2000 valt er echter een divergentie tussen de twee lijnen waar te nemen. De verklaring die Brynjolfsson daarvoor geeft, is de opkomst van het internet en ICT sinds de millenniumwisseling. Er wordt nog steeds een stijging in de productie waargenomen, maar die vertaalt zich niet langer in een stijging van het aantal banen. Deze teneur wordt bevestigd door een andere grafiek,

die de ontwikkeling van het Amerikaanse bbp vergelijkt met de ontwikkeling van de middeninkomens in het land. Sinds 1975 is het bbp bijna verdubbeld, terwijl de midden­ inkomens slechts met zo’n 20 procent stegen. Brynjolfsson, die altijd de loftrompet stak over de heilzame werking van nieuwe technologie op onze economie, heeft nu zijn bedenkingen: “Het is de grote paradox van onze tijd. Onze productiviteit ligt op recordniveau, innovatie is nog nooit zo snel gegaan, maar tegelijkertijd hebben we te maken met stagnatie in de groei van middeninkomens en met teruglopende werkgelegenheid.”

23


10001010111010100010101111010101011011010110000101101110101101010101 010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 100010101110101000101011110101010110110101100001011011101011 010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 100010100010101111010101011011010110000101101110101101010101 010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 100010101110101000101011110101010110110101100001011011101011 010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 1000101011101010001010111101010101101101011000010

100010101110101000101011110101010110110101100001011011101011

1000101011101010001010111101010101101101011000010

1010101011010111011010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 1010101011010111011010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01 1010111010100010101111010101011011010110000101101110101101010101

10001010111010100010101111010101011011010110000101101110101101010101 1010101011010111011010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01

10101010110101110110100001101011011010101011110101000101011101010001 1010101011010111011010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01

10001010111010100010101111010101011011010110000101101110101101010101 1010101011010111011010 0 0 011010110110101010111101010 0 0101011101010 0 01

Ik las onlangs nog een interessante theorie over de rol die hele grote ondernemingen spelen bij de stagnatie in de banengroei. Volgens Andrew McAfee, een MIT-collega van Brynjolfsson, wordt automatisering het snelst en het verst doorgevoerd door mega-ondernemingen. Ten eerste gebeurt dit omdat zulke grote ondernemingen genoeg geld hebben om te investeren in automatisering. De 2de reden is de wens om het verlies aan directe aansturing, die het gevolg is van schaalvergroting, op te vangen via automatisering. Het resultaat is dat grote ondernemingen veel minder mensen in dienst hebben per dollar 24

of euro aan omzet dan middelgrote en kleine ondernemingen, die dus eigenlijk de banenscheppers zijn in onze economie. Amerikaanse bedrijven met een omzet van minder dan een half miljoen dollar per jaar hadden gemiddeld 7,5 werknemers in dienst om die omzet te draaien. Bedrijven met een omzet van meer dan $100 miljoen per jaar hadden slechts 1,5 werknemers in dienst om dezelfde omzet te draaien. Hoe meer schaalvergroting en hoe groter het aandeel van hele grote ondernemingen in de economie, hoe meer banen er verloren gaan, aldus McAfee.


TWEEDELING OP DE ARBEIDSMARKT Het lijkt er op dat computertechnologie de kloof tussen economische winnaars en verliezers, tussen rijken en armen, groter maakt. De 'gewone' baan wordt daarbij steeds zeldzamer, terwijl zowel de vraag naar hoog­ geschoold en ongeschoold personeel toeneemt. CBS-cijfers laten zien dat er sprake is van behoorlijke groei in de vraag naar werkenden zowel boven het middelbare niveau als op het meest elementaire niveau. Veel bedrijven staan te springen om gespecialiseerd personeel met een universitaire of hbo-opleiding. En er is ook nog steeds een grote behoefte aan vakkenvullers, frietbakkers, vuilnismannen en schoonmakers en andere beroepen met weinig opleidingseisen. Maar waarom verdwijnen juist de beroepen op middelbaar niveau en niet die op lager en hoger niveau, vraag je je dan af? Omdat banen op laag of hoog niveau niet te automatiseren of te outsourcen zijn. Je kunt het schoonmaken van je straat niet door robots of in China laten doen. Hetzelfde geldt voor de pleitrede van een Nederlandse strafadvocaat. Daaren­tegen is klantenservice of administratie wel te outsourcen of te automatiseren. De Volkskrant kwam eind 2012 met een eigen onderzoek waaruit andermaal blijkt dat het vooral middeninkomens zijn die momenteel de klappen opvangen. Denk aan degenen met een mbo-opleiding die 26

bij banken of bij overheidsinstanties werkten en nu als gevolg van bezuinigingen, automatisering en recessie hun baan verliezen. De groeiende tweedeling op de Nederlandse arbeidsmarkt past in een bredere, internationale trend. Overal lijkt de polarisatie op de arbeidsmarkt te hebben postgevat. Volgens internationaal onderzoek van de Utrecht School of Economics en de KU Leuven liep het aandeel Nederlandse werk­ nemers met een gemiddeld betaalde baan tussen 1998 en 2010 terug met 4,5 procent. Dit is niet alleen vervelend voor de middenklassers in kwestie, het is ook een domper op onze economie, omdat de middenklasse de kurk is waarop die economie draait. Bovendien wordt de sociale mobiliteit op onze arbeidsmarkt bemoeilijkt door een slinkende middenklasse. Van laaggeschoold werk opklimmen naar een topbaan verloopt immers meestal via een baan in de middenklasse. We mogen met het cijfer van 4,5 procent trouwens nog blij zijn in vergelijking met andere Europese landen. In Zweden slonk het aantal midden­ banen met bijna 8 procent, in Duitsland met 6 procent, in Frankrijk met 9 en in het Verenigd Koninkrijk ­ met meer dan 10 procent. Afgaande op die cijfers zouden we de komende jaren in ons land nog een correctie kunnen verwachten, dus een versnelde krimp van onze middenklasse.

D L O O H C S E G ON NEEL GEPERSO

SPECIALISEERD PERSONEEL


DEEL 2: DE MIDDENKLASSE ALS GROTE VERLIEZER VAN DEZE TIJD De middenklasse is de grote verliezer van de nog jonge eeuw. Dáár vindt sociale daling plaats. Dáár moeten mensen afkicken van een leefstijl en inkomensniveau die op lucht en schulden waren gebaseerd. Dáár moeten mensen hun toekomst­ verwachtingen bijstellen. Dat betekent bijvoorbeeld geen statusverhogend administratief werk meer, maar terug naar de arbeidersklasse en de handen uit de mouwen. De teloorgang van de middenklasse moet gestopt worden: door deze klasse zelf en door een radicale koerswijziging van politieke en economische elites. Dit proces kan versneld worden door een politieke partij of politicus die zich de teloorgang van de middenklasse oprecht aantrekt. Die kan met gemak toekomstige verkiezingen winnen.


HOE HET ZOVER KWAM‌

Al begin jaren tachtig, toen Nederland net als nu een economische crisis doormaakte, bleek dat de verzorgingsstaat, zoals die na de oorlog was opgebouwd, over zijn uiterste houdbaarheidsdatum heen was. Goede, algemeen toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg, sociale voorzien­ ingen, een welvaartsvast pensioen waarvan vanaf een jaar of 55 genoten kon worden, het was duidelijk dat dit alles onbetaalbaar zou worden als er niets zou worden gedaan. Premier Lubbers begon wel, maar maakte het karwei niet af. Kok sleutelde wat aan de WAO. Allemaal volstrekt onvoldoende om vergrijzing en toekomstige bevolkingsdaling, een giftige combinatie, het hoofd te bieden. De dreiging werd genegeerd en we droomden met zijn allen verder. Toen het vanaf het einde van dat decennium beter ging en de voorspoedige jaren negentig aanbraken, 30

leek de koek niet meer op te kunnen. Rijkdom en welvaart waren binnen handbereik. Een eigen huis, of misschien wel twee, een tweede auto, een Italiaanse design keuken, stoppen met werken op je 55ste. Het was een prachtig leven, maar wel vaak op de pof. Intussen zijn we stevig door de realiteit ingehaald. De koek blijkt wel degelijk op te kunnen. Sterker, zo heel veel is er niet meer over. Maar minder snoepen is niet gemakkelijk. We zijn gewend geraakt aan een luxeleven en minderen valt niet mee. Veel mensen zullen met een bittere kater uit de droom ontwaken en zich moeten aanpassen aan een aanmerkelijk lagere levensstandaard. Alleen hoogopgeleide specialisten weten zich in de huidige tijd nog verzekerd van een groeiende welvaart. En ook voor ambachtslieden in de arbeidersklasse zijn het meer dan ooit gouden tijden.

31


n e z e i k s e t i l e e D s d n e r t e d n e teg d l e r e w e d e i d in n e l l u z n e g r o m van vormgeven.


SOCIALE DALING IN DE MIDDENKLASSE: DE MIDDENSTAND ALS VOORBEELD

De elites blijken steeds vaker te kiezen voor ideeën en concepten die voor henzelf wel goed uitpakken, maar die voor de samenleving als geheel niet passen bij de nieuwe tijd. Ze blijven bijvoorbeeld kiezen voor schaalver­ groting, terwijl er juist een trend is naar kleinere organisatieverbanden. Ze blijven kiezen voor globalisering en vrijhandel, terwijl de trend juist wijst richting economisch nationalisme en regionalisme, samen te vatten als slowbalisering en glocalisering. Ze kiezen tegen de trends in die de wereld van morgen zullen vormgeven. Die wereld wordt gekenmerkt door radicaal andere verdienmodellen, door technologische revoluties, nieuwe machtsverhoudingen, duurzaamheid, de eerder genoemde slowbalisering, regionalisering, een grotere behoefte aan welzijn en geluk en niet te vergeten, door een langzamere groei, hoewel de wereldeconomie in 2050 wel verviervoudigd zal zijn in vergelijking met nu. Toen ik laatst hamlapjes kocht, vertrouwde mijn slager mij toe dat hij alleen nog kon rondkomen omdat zijn zoon bij hem inwoont en een deel van zijn 34

inkomen afdraagt. Nederlanders zijn minder vlees gaan eten. Met de feestdagen – traditioneel het hoog­ seizoen voor slagers – zijn veel consumenten met een hoger inkomen tegenwoordig op vakantie. Dergelijke verhalen hoor ik veel van de middenstand, een vast onderdeel van de ruggengraat van onze samenleving die gevormd wordt door kleine onder­‑ nemers met een buurtwinkel. Ik hoor ze ook elders in de middenklasse en ik ontmoet steeds meer zzp’ers die hun spaargeld opmaken, omdat ze te weinig werk hebben en geen aanspraak kunnen maken op een uitkering. Meer en meer moeten ze hun huis verkopen in een slechte markt. Van de slager tot de assurantieadviseur (wiens aloude provisie­regeling verdwenen is), van de administratief medewerkster bij de bank tot de garagehouder, van de manager (van wie er nu 10 procent minder zijn dan 10 jaar geleden) tot de architect, in de middenklasse, de middenstand en onder de 720.000 zzp’ers slaan verarming en sociale daling momenteel genadeloos hard toe.

35


DE ARBEIDERSKLASSE KOMT DEZE TIJD WEL DOOR

Zoals gezegd: de elite zal zelf de overgang naar de volgende fase van het kapitalisme prima doorkomen, maar haar keuzes zullen slecht uitpakken voor de klassen eronder. Natuurlijk vindt ook in de elite sociale daling plaats. In de Quote top 500 van nu staan nog maar twee families die in de Gouden Eeuw ook al tot de meest vermogende in ons land behoorden. De rest is nieuw geld. Maar dit terzijde. Het gros van de arbeidersklasse zal de overgang ook wel overleven. Natuurlijk, in fabrieken wordt laaggeschoolde arbeid overgenomen door robots. Die moeten echter onderhouden en gerepareerd worden. Tegelijkertijd keert vanuit China industrie terug naar de Verenigde Staten en Europa. Outsourcing blijkt, zeker nu de Chinese 36

lonen stijgen en de transportkosten hoog zijn, lang niet altijd goedkoop. Resourcing is daarmee de nieuwe trend. Voor arbeiders is omscholing wel hard nodig, ook buiten de fabriekspoorten. Echt handwerk kan de computer niet overnemen en voor ambachtslieden staan de opdrachtgevers in de rij. Er is een tekort aan horlogemakers, goudsmeden, vloerenleggers en stukadoors. In de arbeidersklasse geldt: oude banen verdwijnen, maar nieuwe komen eraan. Als je jezelf maar omschoolt en de bakens verzet, komt het goed. De verzorgingsstaat komt vooral deze klasse ten goede en met de vakbonden en linkse partijen zijn zij uitstekend vertegenwoordigd in politiek Den Haag. 37


MAAR DE MIDDENKLASSE? DIE IS VERWEESD

Belangenorganisatie MKB Nederland is opgeslokt door VNO-NCW en is verworden tot bijwagen van het grootbedrijf. Banken verstrekken MKB-ers moeizaam krediet. Lasten­ verzwaringen treffen de middenklasse meer dan andere sociale klassen. De stijgende inflatie (onder andere door de btw-verhogingen) treft vooral de middenklasse. Elites betalen verhoudings­gewijs weinig belasting en de wereldwijde belastingontwijking door deze groep heeft astronomische vormen aangenomen, meldt NGO Tax Justice Network. In de arbeidersklasse wordt sowieso weinig belasting betaald. Het is dus de middenklasse die fiscaal gezien de ruggengraat van de samenleving vormt. Dit is de financier van de natiestaat. In de middenklasse heerst nu het gevoel van klassenjustitie. De bankiers, verzekeraars en andere stakeholders die met woekerpolissen, ingewikkelde derivaten en andere slim aan de man gebrachte wanproducten de middenklasse lieten verarmen, zijn in onze contreien niet kaalgeplukt en in de gevangenis beland, zoals in IJsland wel gebeurde.

38

De elite drukte de omvorming van de EG (een los economisch samenwerkingsverband van natiestaten) tot EU (een superstaat naar VS-model) en de invoering van de euro door, zonder inspraak van de bevolking. In Noorwegen, waar de politieke en economische elite voor toetreding tot EU en Eurozone waren, had zij wel genoeg verantwoordelijkheidsbesef om een referendum over beide vraagstukken te organiseren. De politieke elite in Noorwegen verloor, maar respecteerde de uitslag. Noorwegen trad niet toe tot EU en behield de Noorse kroon, tot tevredenheid van de bevolking. Volgens de Zwitserse bank UBS is de euro bijvoorbeeld goed geweest voor elites en multinationals, maar zijn de mensen uit middenklassen en arbeidersklassen in de 17 eurolanden er zo’n 30 procent op achteruitgegaan. De jeugdwerkloosheid is sinds de invoering van de euro in de betreffende landen alleen maar toe­genomen en de euro heeft de totale economische groei er niet positief beïnvloed. Een referendum had de Nederlandse elite kunnen behoeden voor de eigen hybris en had de verarming van de middenklasse kunnen voorkomen.

€ €

€ €

39


GRENZEN AAN ANONIEME SOLIDARITEIT IN ZICHT

Laagopgeleiden, veelal uit de arbeiders­k lasse, betalen veel minder voor hun zorgconsumptie dan hoog­ op­geleiden, die veelal deel uitmaken van de middenklasse. Maar laag­ opgeleiden consumeren vaak meer zorg dan hoogopgeleiden door hun ongezondere leefstijl. De middenklasse heeft dit altijd zonder morren geaccepteerd. Maar nu ze het economisch zwaar krijgt, komen de grenzen van haar solidariteit in zicht. Zeker nu de arbeidersklasse de crisis verhoudings40

­ ewijs goed doorstaat. Maar hoewel g de middengroepen de moeilijkste tijden doormaken, treffen vrijwel alle maatregelen die de politiek nu neemt om de crisis te bestrijden juist hen en niet de elite of de minst verdienenden. Het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek, wat je er ook van denkt, raakt vooral de middenklasse. Hetzelfde geldt ook voor de hogere zorgkosten en de bezuinig­ingen op het openbaar vervoer. De middenklasse heeft er financieel het meest van te lijden. 41


Democratie wordt het best gedragen op de schouders van een grote middenklasse.


NAAR POLITIEKE INSTABILITEIT

De zzp’ers, van wie velen juist in het middensegment actief zijn, voelen de pijn het sterkst, net als andere dienstverleners, van accountants tot consul­tants en IT’ers. De BTW-verhoging? Ik zal maar niet herhalen wat mijn slager daarover zei, maar de maatregel pakt desastreus uit voor de middenklasse die winkels bezit en de meeste bood­schappen doet. Het is nauwelijks verrassend dat het aantal mensen dat een eigen bedrijf prefereert boven een bestaan in loondienst, in Nederland sinds 2009 met 11 procentpunt is gedaald tot 31 procent in 2012, ruim onder het Europese gemiddelde van 37 procent. Het huidige bezuinigingsfetisjisme biedt kleine zelfstandigen niet bepaald een vrolijk perspectief. De middenklasse ziet zich kortom geconfronteerd met forse lasten44

verzwaringen en flink teruglopende inkomsten. Daar komt bij dat de lagere middenklasse ook nog eens voor zijn baan moet vrezen. Want de industrie mag dan terugkeren naar Nederland, veel laag gekwalificeerd administratief werk wordt nog altijd ge-outsourced naar lagelonenlanden, terwijl dit soort werk ook steeds meer wordt overgenomen door computers. De teloorgang van de middenklasse heeft niet alleen economische gevolgen, maar ook politieke en sociale. Het waren de middengroepen die de bloei van de huidige liberale democratie mogelijk maakten, een ironische gedachte, als we bedenken dat de moderne liberale idealen juist de uitholling van de middenklasse veroorzaken en versnellen.

Karl Marx dacht dat de middenklasse nooit meer dan een klein deel van de samenleving zou uitmaken. Gezien in het licht van de negentiende eeuw was dat geen gekke veronderstelling. Maar tegen alle verwachtingen in groeide met de volwassenwording van het kapitalisme in de twintigste eeuw juist de middenklasse. Dankzij hogere lonen en beter onderwijs konden steeds meer mensen uit de arbeidersklasse omhoog klimmen. Henry Ford realiseerde zich al in 1914, zes jaar na de introductie van de legendarische T-Ford, dat als je een auto voor de massa bouwt, je er ook voor moet zorgen dat die massa geld genoeg heeft om hem te kopen. Ford verhoogde daarom de salarissen in zijn fabrieken. Andere industriëlen

realiseerden zich eveneens dat goedbetaalde werknemers de consumptie opstuwen, waardoor bedrijven hun productie kunnen uitbreiden en nieuwe arbeidskrachten kunnen aannemen. Zo ontstaat een zichzelf versterkende economische groei. In de democratische wereld kromp aldus het arme proletariaat en daarmee verdween het draagvlak voor het marxisme en vormde de middenklasse in de Verenigde Staten en West-Europa de meerderheid. Een gunstige ontwikkeling, want democratie, zo weten we al sinds Aristoteles, wordt het best gedragen op de schouders van een grote middenklasse. Grote verschillen in rijkdom leiden tot politieke instabiliteit, waarschuwde hij toen al.

45


ELITES VERZAKEN, VERMOGENSONGELIJKHEID NEEMT TOE

Als deze Griekse filosoof van voor onze officiële jaartelling gelijk had, is dat zorgelijk. In Nederland nemen de inkomensverschillen al dertig jaar nauwelijks toe, volgens de Gini-index. Wereldwijd is dat echter wel het geval en er zou bij ons best eens een inhaalslag kunnen plaatsvinden. Moderne elites hebben de ideeën van Ford en zijn generatiegenoten achter zich gelaten en stellen de belangen van aandeelhouders boven die van de samenleving. Nederland is nog steeds een egalitaire samenleving als het gaat om inkomensverdeling. Economische ontwikkelingen en politieke besluitvorming lijken er samen voor te zorgen dat de ongelijkheid in de vermogensverdeling weer begint te groeien. In de middenklasse, zeker bij zzp-ers, wordt nu meer op het eigen vermogen ingeteerd. Spaartegoeden worden aangesproken en slinken en daarmee verdampt ook vaak het pensioen van deze mensen. Bij de elite speelt dit minder. 46

Opvallend is dat miljardairs in de Verenigde Staten en Frankrijk ervoor hebben gepleit om de vermogenden meer te laten bijdragen aan de bestrijding van de crisis. Zij zien de risico’s van een toenemende ongelijkheid. In Nederland zijn dergelijke oproepen bij mijn weten nog niet gedaan. Vroeger koesterden elites de middenklassen. Ze stimuleerden hun groei en bloei, uit welbegrepen eigenbelang. Een rijkere middenklasse kon immers meer consumeren. Ook de verheffing van de arbeidersklasse uit Dickensiaanse tijden werd aangepakt, waardoor ook deze klasse meer kon consumeren en zich beter kon ontplooien. Dat nu is veranderd. Wereldwijd zien we dat elites zich meer op zichzelf zijn gaan richten en hun verbondenheid met de andere sociale klassen hebben laten varen.

E


HET VERTROUWEN VAN NEDERLANDERS IN LEIDERS IS DRAMATISCH LAAG

VOLK

VERTROUWEN UW Nog maar 6 procent van de mensen gelooft dat politici de waarheid spreken. Tien procent zegt dat over bestuurders van bedrijven. Nederlandse leiders staan daarmee in de rangen tussen de minst geloofwaardige. Dit blijkt uit onderzoek in 26 landen van Edelman, het grootste communicatiebureau ter wereld. De financiële industrie staat dus niet alleen als het gaat om gebrek aan vertrouwen. Maar er is meer. Andy Haldane, bestuurder van de Bank of England, stelt dat de financiële crisis vanaf 2008 inmiddels evenveel schade heeft aangericht als een wereldoorlog zou hebben gedaan. Nu was die crisis een noodzakelijke correctie, maar qua effect zit er wel iets in Haldane’s stelling. Na een wereldoorlog moet doorgaans een periode van wederopbouw 48

komen. Daar is het nu dus tijd voor. Dat vraagt om een activistische, visionaire elite die beseft dat de middenklasse een nieuw perspectief geboden moet worden. Maar omdat de Nederlandse elite weinig verbondenheid met Nederland toont, worden maatschappelijke en economische problemen slechts halfslachtig aangepakt. De bevolking heeft dit door en wordt met de dag cynischer over haar economische en politieke ‘leiders’. Het Nederlandse politieke midden, van PvdA tot VVD, kalft al jaren af ten gunste van partijen aan de randen van het politieke spectrum (SP en PVV) en van de partij der niet-stemmers. De leiders van het politieke midden en in ruimere zin de elite van Nederland, hebben het hier zelf naar gemaakt.

LEIDER


De elite toont vluchtgedrag.


DE AFSTAND TUSSEN ELITE EN VOLK IS GROTER DAN VOORHEEN

ELITE

VOLK Vroeger woonde de directeur in de buurt van zijn fabriek, zijn kantoor bevond zich meestal in de fabriek, hij had contact met zijn arbeiders. Als er een probleem was in de wijk of de stad, had ook de directeur er belang bij dat op te lossen, het was ook zijn domein. Sommige fabrikanten bouwden huizen voor hun personeel lang voordat er wetgeving voor sociale woningbouw kwam. De directeur, de landeigenaar, de minister gingen vaak naar dezelfde kerk als de arbeider of boerenknecht. Ondanks het autoritaire leiderschap was er een gemeenschappelijk belang. Dat is veranderd. De redenen zijn in hoofdzaak individualisering, mobiliteit en mondialisering. Je identiteit ontleen je niet meer aan de groep waarin of de plek waar je bent geboren, maar aan wat je zelf van het leven maakt. Dat is goed 52

natuurlijk voor ieders zelfontplooiing. Talenten die anders geen kans krijgen, kunnen tot wasdom komen. Daar heeft ook de samenleving baat bij. Maar deze keuzevrijheid geldt ook voor de elite. Met haar geld en netwerken kan zij moeiteloos haar eigenbelang nastreven. Zij weet zich niet meer te binden aan degenen aan wie zij leiding geeft, of dat nu in een politieke, maatschappelijke of economische organisatie is. De prikkel om leiderschap te tonen is niet langer iets goeds of groots verrichten, maar geld en macht. Daar wordt de samenleving niet per se beter van. De elite kan zich dit ook veroorloven omdat zij mobiel is. Bevalt een bepaalde positie niet, dan is er binnen het netwerk altijd wel iets anders te regelen. De elite is niet meer trouw. Aangezien het vaak jaren duurt

voordat beleidsveranderingen in organisaties vruchten beginnen af te werpen (of juist misère veroorzaken) en de directeur of minister dan al vaak is vertrokken, leidt dit niet tot bezielend, maar tot technocratisch leiderschap. De kiezers, werknemers, patiënten, ouders van leerlingen, studenten, kortom de ‘gewone mensen’ voelen dit. De elite is de stad ontvlucht naar villa’s in het Gooi of de duinstreek, of woont in ‘fatsoenlijke’ enclaves in de stad zoals Statenkwartier of Vondelparkbuurt. We hebben minder met elkaar te maken en willen dat ook eigenlijk niet. Geen wonder dat onze elite geen gevoel meer heeft voor de noden van de bewoners van Vinex-wijken.

Mobiliteit manifesteert zich ook internationaal. Hier komen we op mondialisering. In Amerika het dubbele verdienen voor hetzelfde werk? Dan verhuis je gewoon en de nieuwe werkgever zal alles voor je regelen. De wereld is toch een dorp? Ja, voor de elite. Nederland te crimineel, de files te lang of de belasting te hoog? Dan lonkt het buitenland. Waar de elite zich voorheen verbonden wist met zijn omgeving – en zich inspande om de problemen daar op te lossen – is het ideaal om het volk te verheffen verdwenen. De elite toont vluchtgedrag. Het begon met dat vakantiehuisje in Frankrijk, maar inmiddels hebben talloze Nederlandse rijken en invloedrijken hun heil in het buitenland gezocht, terwijl hun denkkracht en netwerken juist ook in Nederland zo bruikbaar zouden zijn. 53


OVERLEEFT DE DEMOCRATIE DE ACHTERUITGANG VAN DE MIDDENKLASSE?

Dit alles roept de vraag op of de moderne liberale democratie de achteruitgang van de middenklasse zal overleven. Politiek links noch rechts heeft op dit moment een antwoord. Linkse partijen hebben zich de afgelopen jaren weinig vooruitstrevend getoond en zich vooral ingezet om zoveel mogelijk vast te houden aan de verworvenheden van de verzorgingsstaat. Logisch, want in die verzorgingsstaat vinden zij een groot deel van hun electoraat, hetzij onder de mensen die van de voor­ zieningen gebruik maken, hetzij onder de mensen die haar helpen uitvoeren (van wie een deel natuurlijk ook middenklasse is). Maar een visie op hoe die verzorgingsstaat duurzaam 54

kan worden hervormd en weer betaalbaar kan worden gemaakt voor zowel huidige als volgende generaties, hebben ze niet. Ook de rechtse partijen schieten te kort. Zij vervallen in retoriek en nationalisme, veelal gecombineerd met de linkse sociale agenda om de status quo te handhaven. De VVD werkt om de lieve vrede te bewaren zelfs harder aan nivellering mee dan ooit tevoren, wat ten koste gaat van, u raadt het al, de middenklasse. En de PVV? Die heeft de sociaaleconomische agenda van de SP omarmd. Politieke partijen zoeken opvallend vaak hun toevlucht tot maatregelen die weliswaar aantrekkelijk zijn voor een klein

deel van de samenleving, zoals de grote ondernemingen, de financiële wereld en de superrijken, maar die Nederland als geheel nauwelijks vooruithelpen. Zie de hulp die de Nederlandse staat biedt aan multinationals die de belasting willen ontwijken, terwijl de gemiddelde Nederlander steeds hogere belastingen moet betalen. De middenklasse ís niet gebaat bij ongebreidelde markt­ werking of een volledig uitgeklede overheid. Natuurlijk heeft ze baat bij minder regels, minder bureaucratie en minder belemmeringen, maar ze heeft ook bescherming nodig om zich staande te kunnen houden in deze tijd van crisis en in de steeds verder globaliserende economie.

De overheid moet niet alleen maar krimpen, maar ook vernieuwen. Dat betekent niet ten koste van alles bezuinigen, maar ook geld uitgeven, zodat al die kleinere bedrijven die in de publieke sector actief zijn kunnen doordraaien. De sociale zekerheid moet niet alleen maar worden versoberd, maar ook verder worden uitgebouwd, zodat ze eindelijk toegankelijk wordt voor al die zzp’ers die haar helpen bekostigen, maar die zichzelf tegen gruwelijk hoge premies particulier moeten verzekeren tegen de gevolgen van ziekte, werkloosheid of arbeidsongeschiktheid.

55


HARD NODIG: NIEUWE HOOP EN RICHTING VOOR MIDDENKLASSE Het is daarom hoog tijd voor nieuwe hoop voor de middenklasse, de ruggengraat van economie en samenleving. Puntsgewijs zou dat er als volgt uit kunnen zien.

56

57


1. Een Chinees spreekwoord zegt: als de rijken sparen, sterven de armen van de honger. Dit geeft de kern van de huidige economische crisis scherp aan. Als de rijken in een economische crisis minder consumeren, dan schaadt dat de consumptie. Futuroloog Wim de Ridder zegt: “Rijken hebben de maatschappelijke verplichting om hetgeen zij hebben vergaard aan de samenleving terug te geven. Een originele manier om dat te doen wordt toegepast in de West Pacific waar de Kwakiutl, een indianenstam, Potlaches organiseert. Dit zijn evenementen waarbij de gastheer veel geschenken uitdeelt aan zijn gasten die vaak met honderden zijn toegestroomd. Ze worden gehouden omdat de gastheer zijn status wil verhogen door zijn minachting voor materieel bezit te demonstreren. Wie het meeste voedsel, dekens en kano's verbrandt, heeft de hoogste sociale status. De Canadese regering verbood de Potlaches in 1884 waarna de Kwakiutl-cultuur ineenstortte. Sinds de jaren 60 van de vorige eeuw zijn deze festiviteiten weer toegestaan; de indianenstam vaart er wel bij. Wie kritiek heeft op de miljonairsbeurs, heeft weinig inzicht in de economie�.

RIJKEN

GIFT

SAMEN LEVING

MAATSCHAPPELIJKE

VERPLICHTING

58

59


De middenklasse wil zelf energie opwekken, elektriciteit met de buren delen en lid worden van energie­coÜperaties die windmolens en zonneakkers exploiteren.


2. De economische crisis kan prima gebruikt worden om projecten te initiëren die werkgelegenheid creëren en die de mensen blij maken. De koeien in ons land poepen dagelijks genoeg om er biogas van te maken waar alle huishoudens op zouden kunnen draaien. Nieuwe Chinese zonnecellen hebben een ongekend hoog rendement. Een operatie om binnen enkele jaren alle huishoudens zelfvoorzienend op energiegebied te maken, zorgt voor lagere energie­ rekeningen, kleinschalige energie­systemen, nieuw werk en vreugde. De Ridder: “De Nederlandse middenklasse heeft vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw de rapporten van de Club van Rome geadoreerd. Duurzaamheid en behoud van de schepping staan hoog in het vaandel. Maar de Nederlandse overheid heeft haar inkomen in hoge mate afhankelijk gemaakt van de opbrengst van fossiele energie. Nederland loopt dan ook achter op het gebied van de opwekking van duur-

zame energie. Om die reden zijn zonnecellen in Nederland 25 procent duurder dan in Duitsland. Het waren grootscheepse acties van de middenklasse om tot enige prestatie op het gebied van zonne-energie te komen. In 2011 was het de Stichting Urgenda met de actie 'wij willen zon' en in 2012 de Vereniging Eigen Huis die zonne­ panelen in ons land introduceerden. De middenklasse wil zelf energie opwekken, elektriciteit met de buren delen en lid worden van energie­ coöperaties die windmolens en zonneakkers exploiteren. Als de over­heid nu eens geen belemmeringen opwerpt, dan ontstaat een nieuwe markt met veel werkgelegenheid en veel voldoening bij de consument. Omdat zonnepanelen iedere vier jaar 50 procent goedkoper worden, verandert de energiemarkt in korte tijd structureel en wordt de middenklasse de komende jaren nog meer gefrustreerd omdat teveel innovaties on­aangeroerd op de plank blijven liggen”.

ZON

OPWEKKING

DUURZAME

ENERGIE

62

63


3. Eerst markt veroveren en dan geld ver­dienen, is blijkbaar de strategie die Google en Facebook geen windeieren heeft gelegd. In Nederland hebben de drie TU's een uitstekende uitgangs­ positie om een leidinggevende positie te verwerven in sleutelsectoren waarin Nederland sterk is. De digitalisering in de bouw als majeure innovatie staat voor de deur, zelfs de grootste bouwers in ons land hebben niet de mogelijkheid om op eigen kracht aan deze innovatie inhoud te geven. Ook op het gebied van waterzuivering heeft Nederland een vooraanstaande positie. Omgaan met water is een grand challenge en tegelijkertijd een mondiale miljardenmarkt. In de genetica lopen universiteiten als de Erasmus Universiteit voorop als het om bio-informatica gaat. Wie zoekt, ontdekt al gauw dat deze lijst lang is. Op deze en andere gebieden kan ons land een nieuwe toekomst creëren voor de goed opgeleide middenklasse die naar een majeure uitdaging op zoek is”.

NIEUWE TOEKOMST

Het is nu al bekend welke beroepen verdwijnen en welke nieuwe beroepen er komen. Er moet een grootscheepse omscholingsoperatie komen. Mensen moeten met scholing en coaching worden voorbereid op de arbeidsmarkt van de toekomst. Een Studie­financieringsbank kan dat voor zzp-ers en middenstanders op aantrekkelijke voorwaarden finan­ cieren. Internationaal gezien is een grootscheepse omscholingsoperatie aan de gang. De Ridder: “Harvard University, MIT en enkele andere universiteiten hebben $60 - $100 miljoen uitgetrokken voor een snelle ontwikkeling van edX, een platform voor deze onderwijsproducten die vooralsnog gratis worden aange­ boden. Alleen voor het afleggen van examens moet worden betaald. Inmiddels hebben zij 400.000 studenten geregistreerd. Coursera, een ander Amerikaans platform heeft inmiddels tweeënhalf miljoen studenten. Deze producten worden Massive Online Open Courses genoemd.

GROOT SCHEEPSE

OMSCHOLING 64

65


4. De huizenmarkt moet vlot getrokken worden. Er zijn teveel sociale huur­ woningen, die verkocht moeten worden. Alleen 10 à 20 procent van de burgers die niet voldoende inkomen heeft om een huis te kopen, mag blijven zitten. De overgrote meerder­heid zal moeten kopen of zijn heil zoeken op de private huurmarkt. De 1 tot 1,4 miljoen corporatiewoningen die verkocht worden, leveren 80 miljard euro op. De staat zou daarvan 60 miljard moeten afromen via een speciale heffing. Economen en vastgoedspecialisten hebben al lang uitgerekend dat dit makkelijk kan. De opbrengst kan gebruikt worden om de staatsschuld te verminderen en een VOC Bank op te richten die ondernemers krediet verschaft tegen aantrekkelijke voorwaarden. Dat is wat de Amsterdamse wethouder Eric Wiebes al langer bepleit.

66

KOPEN

PRIVATE HUUR

67


5.

STEM

Er moet een referendum komen over de vraag of Nederlanders (a) terug willen naar de EG, een los economisch samenwerkingsverband van natie­ staten, (b) de superstaat EU of (c) helemaal uit de EU willen, naar Noors voorbeeld. Zo’n referendum lucht op, zo leert de ervaring in Noorwegen en Denemarken. En het doet recht aan de democratische behoefte van vooral de middenklasse. De Scandinavische landen vormen samen de achtste economie ter wereld. Ze werken economisch hecht samen, zonder muntunie. Die hebben ze vroeger gehad en rap afgeschaft. Het Scandinavische model zou prima voldoen aan de aspiraties van de middenklasse, maar ook van andere groepen. Geef de mensen de ruimte om in een referendum voor of tegen zo’n optie te stemmen. En respecteer als politiek vervolgens de uitslag volmondig, in woord en daad.

REFERENDUM 68

69


Het is de hoogste tijd om na te gaan of de iconen van Nederland kunnen worden vertaald naar investeringsprojecten.


6. Er moeten iconen komen voor het nieuwe Nederland. De Ridder: “Er zijn veel sectoren waarin de kennisbasis van ons land sterk is, maar die niet de belangstelling heeft van de gevestigde orde. In Zeeland bijvoorbeeld, ligt er een enorme kans op het gebied van aquacultuur. Het gaat hierbij om de kweek van vissen, schaaldieren en schelpdieren in vijvers en bassins om deze vervolgens te kunnen verhan­ delen. Wereldwijd is het een groei­markt, de Wageningse universiteit heeft unieke kennis op dit gebied. In de Amsterdamse Watergraafsmeer bevindt zich de grootste internethub van de wereld. Nederlanders waren de pioniers van het internet. Wifi en bluetooth zijn Nederlandse vindingen. De bescherming van het internet tegen hackers is een van de belangrijkste uitdagingen van deze tijd. Nederland zou de grootste anti hackers-gemeenschap kunnen herbergen. Een ander icoon: de Nederlandse kust wordt steeds onaantrekkelijker, doordat innovaties niet of nauwelijks ruimte krijgen. De Zandmotor bij Kijkduin is een uniek experiment van delta­ technologie. Dit project dat een jaar geleden voor het publiek toegankelijk werd, is een onbekend fenomeen omdat de middelen om daarover publiekelijk te communiceren niet

72

beschikbaar zijn gesteld. De Afsluitdijk staat aan de vooravond van een uitgekleed vernieuwingsprogramma, terwijl de regering ooit om een nationaal icoon van duurzaamheid had gevraagd. De gevraagde plannen zijn gemaakt, zijn realistisch en roepen groot enthousiasme op. Ze zijn terzijde geschoven. Het is de hoogste tijd om na te gaan of de iconen van Nederland kunnen worden vertaald naar investeringsprojecten die aantrekkelijk zijn voor institutionele beleggers. Onze pensioenfondsen zoeken al jaren naar investeringsmogelijk­heden in Nederland. Met een belegd vermogen van bijna €900 miljard en een staatsschuld van €400 miljard zijn ze in hoge mate aangewezen op inves­teringen op de internationale kapitaalmarkt. De recente geschiedenis heeft laten zien dat hieraan grote risico's zijn verbonden, die de belangstelling van pensioenfondsen voor de financiering van binnenlandse projecten alleen maar groter hebben gemaakt. De politieke discussie is reeds begonnen, onder andere met de vraag of onze pensioenfondsen geen rol kunnen spelen bij de financiering van leegstaande panden. Investeringen in Nederlandse iconen zijn van een geheel andere orde en vele malen aantrekkelijker.

73


7. In 2012 werd er wereldwijd voor meer dan $500 miljard aan watermanagement uitgegeven, een bedrag dat zal toenemen. Privatiseer Rijkswaterstaat, laat dit samengaan met een nauwe samenwerking met ingenieurs足 bureaus, bouwers en waterschappen en maak dit tot een exportvuist voor Nederlands watervernuft.

74

EXPORT

WATER VERNUFT

75


8. Verschuif de exportfocus naar opkomende economieën. Bouw ambassades om tot handelsposten, organiseer veel handelsmissies en richt het onderwijs in op handel met nieuwe markten. Schaf Grieks en Latijn af in het onderwijs en voer Chinees in. Verbeter het taalonderwijs en investeer in techniek. Sluit alle pret­s tudie­richtingen en kom met tv-series en multimediale events die de mensen perspectief bieden (en educatief zijn) op de nieuwe tijd, waardoor ze weer vrolijker worden.

BOUWEN

HANDELS MISSIES

76

77


9. Stop de uitverkoop van Nederland en Nederlandse bedrijven, zoals Menno Tamminga zo treffend beschreef in zijn boek De Uitverkoop van Nederland. Laat Nederlanders KLM, Hema en andere merken waar ze trots op zijn weer terug kopen. Dat kan door de elites gebeuren of door volks足aandeelhouderschap.

Royal D

utch A

78

irlin

79


De middenklasse heeft de potentie om de macht over te nemen.


10. Het is de hoogste tijd dat de middenklasse zich gaat organiseren. De opkomst van de zzp’ers is een eerste aanwijzing dat de middenklasse zich losmaakt van bestaande bedrijven en instellingen. De tweede aanwijzing is dat zzp’ers elkaar treffen in een van de vele Seats2Meet gebouwen. Hier en op soortgelijke locaties worden namelijk bilaterale contacten gelegd waarmee zzp’ers hun netwerken versterken. De volgende stap is dat de zzp’ers de iconen van Nederland formuleren en inhoud geven. De Ridder stelt in zijn boek De Strategische Revolutie: “Zij weten als geen ander op welke wijze zij plannen moeten maken die realistisch zijn. Zij weten de media steeds vaker te vinden. Die combinatie is voor de Haagse politiek te sterk om zich ertegen te verzetten. De middenklasse heeft de potentie om de macht over te nemen: de economie die oorzaak is dat zij een groot deel van de rekening van de crisis hebben betaald, kan ook de basis zijn waarmee zij met succes beslag leggen op een groter deel van het nationaal inkomen”.

ORGANISEREN

MACHT

COMBI NEREN

82

VERSTERKEN ZZP'ERS 83


Er liggen veel vragen voor de nabije toekomst. Hoe bevrijden we de publieke sector van de vele gevestigde belangen die haar nu gegijzeld houden en hoe hervormen we haar? Hoe zetten we technologie zo in dat het niet tot massaal baanverlies leidt in de lagere middenklasse? Hoe kunnen we de globalisering politiek zo vormgeven dat ze bijdraagt aan de bloei van de middenklasse in plaats van aan haar verval? Hier ligt een enorme uitdaging. De nieuwe aanpak moet de middenklasse weer een politieke stem geven en zal een combinatie moeten zijn van linkse en rechtse ideeën, losgeweekt van de vastgeroeste agenda’s van de groepen die ze nu uitdragen. De vraag is niet of maar wanneer de ‘Marx voor de middenklasse’ opstaat.

84

85


DEEL 3: FLEXICURITY

86

87


DE FLEXIBILISERING ZET DOOR…

Een trend die de arbeidsmarkt blijft domineren is de voortgaande flexibilisering. Onder werknemers zijn het bovendien vooral flexwerkers die de economische klappen opvangen. Zij zijn de eersten die hun baan ook weer verliezen. Volgens het CBS groeide de werkzame beroepsbevolking tot het begin van de economische crisis in 2008 jaar op jaar gestaag. Er kwamen zowel meer werknemers als meer zelfstandigen bij. Ook het aantal werknemers met een vaste baan van meer dan 12 uur per week steeg tussen 2006 en 2008 eindelijk weer, terwijl het aantal werknemers met een flexibel contract en het aantal zelfstandigen al langer stegen. Na 2008 nam de omvang van de werkzame beroeps­bevolking iets af als gevolg van de ingezette crisis. Deze daling was 88

vooral zichtbaar bij de werknemers met een vast contract. Vanaf het 2de kwartaal van 2010 is de omvang van de werkzame beroepsbevolking vrij­wel stabiel, maar neemt het aantal personen met een flexibele arbeids­ relatie toe, evenals het aantal zelfstandigen. Het aantal vaste werknemers blijft daarentegen onverkort dalen. Aldus de reken­ meesters van het CBS. Wanneer we naar de arbeidsmarkt in de VS kijken, dikwijls een voorbode van wat ons aan ontwikkelingen te wachten staat, dan lijkt flexibilisering er de komende jaren nog een nieuwe dimensie bij te krijgen. Wat je aan de overkant van de grote plas namelijk ziet, is dat er via internetplatforms als TaskRabbit een serieuze markt is

ontstaan voor allerhande losse klusjes. TaskRabbit begon ooit als een plek waar particulieren terechtkonden die klusjes als het maaien van de tuin of het schilderen van de kozijnen voor een keer wilden uitbesteden aan een buurt- of stadgenoot, maar ondertussen blijken vooral ondernemingen gebruik te maken van deze service. Het gaat dan om losse klusjes zonder enige verdere verplichting. TaskRabbit gokt daarmee op een toekomst waar­in werk veel meer lijkt op een serie van kleinschalige overeenkomsten tussen bedrijven en werkers dan op de ouderwetse baan, of die nu vast was of via een flexibel contract geregeld. TaskRabbit rekent voor zijn interme­diaire functie 20 procent van het loon bij losse contractanten en 26 procent bij mensen die te boek staan

als voltijds werknemers. Als we de site van dit platform mogen geloven, is er zelfs al een klusser die, hoppend van een kopieerklus naar tijdelijk magazijnwerk naar het uittikken van tapes, uitkwam op een kleine $10.000 aan inkomsten per maand. Bij iedere klus geldt natuurlijk dat het weer een mogelijkheid biedt om je beste beentje voor te zetten en een goede beurt te maken bij een potentiële toekomstige werkgever, die je op termijn misschien zelfs wel een contract aanbiedt. Dit soort arbeidsbemiddeling zullen we de komende tijd ook in ons land zien opkomen, waarmee de flexibilisering van de arbeidsmarkt een nieuwe fase ingaat.

89


…MAAR HET ARBEIDSTEKORT BLIJFT ONDERTUSSEN NIJPEND IN SOMMIGE SECTOREN

TEKORT

TECHNISCH

90

Alle inspanningen van het ministerie van Onderwijs ten spijt, sluit het onderwijs in ons land kennelijk nog steeds niet aan bij de vraag op de arbeidsmarkt. Campagnes om scholieren bijvoorbeeld meer te laten kiezen voor technische vakken hebben weinig resultaat gehad. Nog steeds kiezen veel jongeren voor pretstudies waar je niks mee kunt, zoals kunstmanagement. Toch denk ik dat de sfeer langzaam maar zeker aan het omslaan is. Kort geleden sprak ik met de dochter van een kennis, die net haar eindexamen had gedaan. Op het eerste oog is het een soort hippiemeisje. Ik ging er dan ook van uit dat ze ging kiezen voor iets in de kunsten of de media. Maar wat schetste mijn verbazing? Ze had gekozen voor chemie. Op mijn vraag waarom, antwoordde ze: “Omdat ik dan in elk geval een baan kan krijgen”. Wat een verademing! Eindelijk die vage dromerij voorbij en het gezond

verstand laten prevaleren. Ik heb haar een pluim gegeven en denk dat steeds meer jongeren de ernst van de economische situatie in gaan zien en eieren voor hun geld kiezen. Met overheidscampagnes lukte dat niet, want wie gelooft de overheid nou nog? Maar de realiteit van alledag, met veel mensen in je eigen omgeving die in de financiële problemen komen omdat ze hun baan verliezen, doet steeds meer jongeren inzien dat ze hun loopbaan moeten aanpassen aan de vraag op de arbeidsmarkt. Het SCP deed medio 2013 onderzoek naar de stemming omtrent de economische vooruitzichten in ons land. De uitkomst was dat niet minder dan 62 procent van de Nederlanders zegt de gevolgen van de crisis persoonlijk te ondervinden of om zich heen te zien. Medio 2009, dus vier jaar terug, lag dit percentage op nog maar 41 procent.

PERSONEEL

Ondanks alle misère blijven er sectoren in onze economie waar al jaren een nijpend tekort is aan goed gekwalificeerde arbeidskrachten. Het is met name in technische sectoren waar een ernstig tekort aan arbeidskrachten dreigt. Grote technische bedrijven gaan intussen al actief in het buitenland personeel werven om de enorme tekorten aan technisch personeel in Nederland op te vangen. Het tekort aan technisch personeel op de Nederlandse arbeidsmarkt loopt in 2013 op tot 63.000 vacatures, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken. Voor elk procent dat de economie per jaar groeit – en in 2014 krijgen we hopelijk weer te maken met zo’n groei – komen daar nog eens 13.000 vacatures bij. Het Nederlandse bedrijfsleven loopt nu al voor miljoenen euro’s aan opdrachten mis omdat er te weinig personeel is om die uit te voeren.

91


FLEXIBILITEIT GEKOPPELD AAN SOCIALE ZEKERHEID: FLEXICURITY

De wijze waarop wij ons professionele leven beschouwen en vormgeven is radicaal veranderd in de afgelopen twee decennia. Dat heeft te maken met uiteenlopende invloeden als de economische integratie binnen Europa en op wereldschaal, de opkomst van nieuwe technologie en dan met name ICT, de vergrijzing van de Europese bevolking en tenslotte de vrij lage arbeidsparticipatie op ons continent, die er in combinatie met de vergrijzing voor zorgt dat het huidige sociale zekerheidsstelsel onhoudbaar en onbetaalbaar aan het worden is. Aan de ene kant zijn we gewend geraakt aan de flexibilisering van arbeid en ‘een baan voor het leven’ willen de meeste van ons niet meer, maar aan de andere kant willen we toch ook een minimale vorm van sociale zekerheid blijven behouden. Het antwoord op die uitdaging heet flexicurity.

92

Het flexicuritymodel werd ontwikkeld in Denemarken en wordt daar de laatste jaren met redelijk succes toegepast. Het probeert in te spelen op de nieuw ontstane situatie op de arbeidsmarkt, met zijn snelle ontwikkelingen als gevolg van een volatiele marktdynamiek en razendsnelle technologische vernieuwing. Die ontwikkelingen vragen om een steeds grotere flexibiliteit bij werknemers en zelfstandigen, een flexibiliteit die de sociale zekerheid van deze mensen aantast wanneer er geen extra maatregelen worden getroffen. Flexicurity is kortom een poging om de arbeidsmarkt beter in te richten voor de flexibele werknemer. In essentie komt het erop neer dat een soepel ontslagrecht wordt gecombineerd met een proactief banen­marktbeleid, bijvoorbeeld door werkzoekenden via omscholing zo snel mogelijk weer aan werk te helpen.

De Europese Commissie kwam in 2011 met het rapport Flexicurity Integrated Services, waarin wordt gesteld dat flexicurity bereikt kan worden door: • via modernisering van arbeidswetgeving en collectieve arrangementen te zorgen voor flexibele maar ook betrouwbare contractvormen; • werkenden via levenslange leertrajecten flexibel en employable te houden; • werkenden via een actieve arbeidsmarktpolitiek te helpen om snelle veranderingen op de arbeidsmarkt aan te kunnen en werkeloosheid tegen te gaan; • via een gemoderniseerd sociaal zekerheids­ stelsel te zorgen voor een afdoende inkomensondersteuning voor degenen die dat nodig hebben, gecombineerd met afdoende stimulans om weer aan het werk te komen. Hierbij wordt expliciet aangetekend dat een breed pakket van sociale voorzieningen, waaronder werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en gezondheidszorg, nodig blijft om mensen in staat te stellen werk te combineren met familieverantwoordelijkheden zoals mantelzorg. 93


WE ZULLEN ER ALS NEDERLANDERS AAN MOETEN WENNEN DAT WE ONZE SOLIDARITEIT WEER ZELF GAAN VORMGEVEN.


OP NAAR EEN BETERE WORK-LIFE-BALANCE

Bijna iedereen komt tegenwoordig tijd tekort. We hebben een drukke baan, die niet ophoudt zodra we in de auto stappen om naar huis te gaan. Steeds minder functies houden zich aan een 9-to-5 schema, maar eisen daaren­ tegen een 24/7 beschikbaarheid. Het is daarbij vaak onze eigen verantwoordelijkheid om onze tijd in te delen – het Nieuwe Werken eist veel eigen discipline en zo weinig mogelijk dwingende aansturing. Naast ons drukke professionele leven leiden we ook steeds vaker een druk persoonlijk leven, met zijn eigen eisen en verantwoordelijkheden. Er wordt tegen­woordig verlangd dat we jongleren met onze tijd en met de verschillende rollen en activiteiten die op ons bordje liggen. Steeds vaker hoort daar ook mantelzorg bij, de onbetaalde zorg voor naasten. De verzorgingsstaat 96

deed ons 30, 40 jaar geleden nog geloven dat we de zorg voor onze naasten konden afschuiven op de overheid. Solidariteit werd collectief geregeld en wanneer je niet voor jezelf of voor je naasten kon zorgen, dan deed de staat dat. Maar Vadertje Staat trekt zich steeds verder terug en laat haar burgers de problemen grotendeels zelf oplossen. Niet alleen de werk- en tijdsdruk nemen hierdoor toe, ook de financiële druk. Als je minder kunt werken omdat je voor je zieke ouder of je gehandicapte kind moet zorgen, breng je minder geld in het laadje. De overheid begint zich bewust te worden van de problemen die dit oplevert voor individuele burgers. Minister van sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher organiseert een

‘gezinstop’ om, zoals hij zegt, “met vakbonden en werkgevers ideeën uit te wisselen hoe arbeid en zorg beter te combineren”. Of dat voor burgers meteen iets oplevert, vraag ik me af. De overheid is in bezuinigings­ stemming, dus ondersteuningsmaat­regelen als kinderopvang en Wajong worden afgebouwd, hoe lang overheidsdienaren ook babbelen met werkgeversorganisaties en vakbonden. We zullen er als Nederlanders aan moeten wennen dat we onze solidariteit weer zelf gaan vormgeven. Het gaat dan niet alleen om zorg voor onze naasten, maar ook om basale sociale netwerken. Vroeger hadden we sterke familiebanden en ook de zuilen zorgden in ons land voor een sociale structuur die burgers veiligheid en onderlinge solidariteit bood. Maar sinds de individualisering onze

maatschappij veroverde – wat kon omdat we steeds rijker werden – hangen families vaak als los zand aan elkaar en de Nederlandse zuilen zijn ondertussen opgelost in het niet. Het gevolg is dat steeds meer mensen hun leven alleen leiden. Heb je werk, dan valt het met de eenzaamheid doorgaans wel mee. Raak je je werk kwijt en zie je je collega’s niet meer, dan ligt isolement op de loer. Ik voorzie om deze redenen een revival van de familie als solidariteitsstructuur. Degenen die geen of weinig familie hebben, zullen steeds vaker een soort familie gaan vormen met vrienden – denk aan de tv-serie Golden Girls, waarin een stel vriendinnen samen in een huis woont. Op die manier zorg je voor een sociaal netwerk dat voor je kan zorgen wanneer je hulp nodig hebt.

97


LEVENSLANG LEREN ALS DE NIEUWE STANDAARD

Investeringen in goed onderwijs en breder, in levenslang leren, zijn, zoals het hiervoor genoemde EC-rapport al aangeeft, essentiële onderdelen van beleid, gericht op flexicurity. Levenslang leren is onontbeerlijk om er voor te zorgen dat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar aan­ sluiten. We leven nu eenmaal in tijden waarin professionele vaardigheden en competenties op het ene moment nog broodnodig zijn, maar enkele jaren later volledig overbodig lijken. Mensen die hun baan verliezen omdat die baan niet meer van deze tijd is, zullen zich moeten heroriënteren en moeten investeren in het aanleren van nieuwe competenties en vaardigheden. Er wordt hier niet alleen een inspanning verwacht van de individuele burger en de overheid, maar ook en misschien wel vooral van het bedrijfsleven. Ondernemers zullen wat mij betreft het voortouw moeten nemen, omdat zij beter dan wie ook kunnen inschatten aan welke competenties de 98

komende tijd behoefte bestaat. Het bedrijfsleven zal, bijvoorbeeld via partnerschap met private of publieke onderwijsinstellingen, met arbeids­ bemiddelingsbureaus, het UWV en de uitzendbranche, er voor moeten zorgen dat de match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt wordt geoptimaliseerd. Daarbij is extra aandacht nodig voor de kwetsbare groep oudere werknemers die niet op verandering is ingespeeld. Tot slot wil ik hier nog wijzen op de belangrijke rol die stageplaatsen en vrijwilligerswerk kunnen innemen bij het aanleren van nieuwe competenties. Vrijwilligerswerk heeft bij jongeren vaak meer invloed op een latere loopbaan dan de studie die ooit werd gevolgd. Die studie is een soort basis die voort­ durend wordt aangevuld met leertrajecten gaandeweg de loopbaan. Levenslang leren en onszelf voortdurend blijven ontwikkelen is niet alleen fijn, maar ook broodnodig.

99


100

101


BRONNEN Bakas, Adjiedj, Martijn van der Woude, De Toekomst van Werk, Scriptum, 2010. Bakas, Adjiedj, Het Einde van de Privacy, Scriptum, 2012. EU/Fondirigenti, FIS, Flexicurity Integrated Services, EU-rapport, december 2011. Rotman, David, ‘How Technology is Destroying Jobs’, Technology Review, 12 juni 2013. UWV, Cijfers en trends UWV, april 2013. UWV, Arbeidsmarktprognose 2013-2014, met een doorkijk naar 2018, UWV, juni 2013.

102



Trendboek adjiedj bakas de nieuwe werkelijkheid