Page 1


hindenburgline project

·

“hadden we maar dezelfde taal gesproken!”

het boek

samenstelling & fotografie tekst & poëzie literaire bijdragen

L.J.A.D. Creyghton Serge R. van Duijnhoven Jozef Estes, Johan van de Gronden, Jan Haerynck, Geert van Istendael, Gwy Mandelinck, Tom Lanoye, Pim Milo, Nelleke Noordervliet, Mirjam Rotenstreich,

vormgeving uitgave uitvoering

Alex Vanneste, Frank Westerman en Tommy Wieringa Attak.Powergestaltung ’s-Hertogenbosch Rubinstein Uitgeverij i.s.m. Stichting Hindenburgline Project hard cover · linnen rug · leeslint · losse kaart · 30 x 24 cm oblong · 208 pagina’s · € 49,50

verschijnt isbn

30 april 2016 9789047621119


H

adden we maar dezelfde taal gesproken! is een literair kunstproject van fotograaf L.J.A.D. Creyghton en schrijver/ dichter/historicus Serge R. van Duijnhoven dat focust op flexibiliteit en veerkracht van mens en natuur waarbij ze het zo belangrijk deel van onze geschiedenis — de bakermat voor het Europa van nú — belichten.

een ode aan het regeneratievermogen van mens en natuur

F

otograaf en dichter volgden afgelopen jaren de ruim duizend kilometer lange Westfrontlijn die loopt van het Belgische Nieuwpoort, door Noord-Frankrijk, via de Elzas en Vogezen naar Pfetterhouse bij de Zwitserse grens. Uitgangspunt voor deze queeste zijn de aangrijpende en persoonlijke notities van mannen in de loopgraven van 1914—1918; individuen die ondanks de vijandschap — met empathie en compassie — de (mede)menselijkheid niet uit het oog verloren.

M

et het decor van de landschappen uit de Eerste Wereldoorlog trekken Creyghton en Van Duijnhoven visueel én literair parallellen vanuit het verleden naar het heden. Ze worden daarin bijgestaan door een keur van Nederlandse– en Vlaamse auteurs die reflecteren op het thema.

Z

owel het boek als de tentoonstelling raken de maatschappelijke funktie van kunst in haar meest relevante vorm; de combinatie van beeld en woord om zaken zichtbaar, voelbaar en inleefbaar te maken.

hIndenbuRglIne.Eu


“ hadden we maar dezelfde taal gesproken!”

l.j.a.d. creyghton  &  serge r. van duijnhoven

5

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 5

29-02-16 14:44


HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 4

29-02-16 14:44


3

Frank Gericke — Van het slagveld der natiën, 27 juni 1914

6 Inhoudsopgave

7

Louis Barthas — Neuville–Saint–Vaast

8

Voorwoord L.J.A.D. Creyghton

10

Inleiding Serge R. van Duijnhoven

16 i. Wodanlinie > van Nieuwpoort naar Lens 17 Käthe Kollwitz — Berlijn, 10 november 1914 24 Gwy Mandelinck — Op de tast 26 Serge R. van Duijnhoven — Westhoek 31 Jan Haerynck — Weerwolf in de Westhoek

inhoudsopgave

122 vi. Bismarcklinie > van Pont–à–Mousson naar Pfetterhouse 123 Oskar Mener — Vogezen, 29 augustus 1915 132 Tommy Wieringa — II 137 Serge R. van Duijnhoven — De muilezel van sergeant Joseph Auguste Bernadin († 04.08.1915) 144 Mirjam Rotenstreich — Bonhommes de neige — Kerels van de sneeuw 150 Frank Westerman — Miss Europe 166

vii. Dodendraad > van Vaals naar Cadzand 167 De Nieuwe Koerier — Neeritter, 9 augustus 1916 168 prof. dr. Alex Vanneste — De Autistische Triade 180 Serge R. van Duijnhoven — Withuus–Kameraad Kaputt

182 Bij de foto’s

40 ii. Siegfriedlinie > van Lens naar Saint–Quentin 41 Wilhelm Spengler — Bij Maricourt, 17 december 1914 46 Geert van Istendael — Leven als de dood in Frankrijk 51 Tom Lanoye / Edlef Köppen — Langemarck 58 Tommy Wieringa — I

201 Geraadpleegde bronnen & literatuur

62 iii. Alberichlinie > van Saint–Quentin naar Reims 63 J.A. Henderson — Schwaben Redoubt, 1 juli 1916 69 Tom Lanoye / Guillaume Apollinaire — Schaduw 70 iv. Brunhildelinie > van Reims naar Vauquois 71 Carl Heller — Oktober, 1917 76 Tommy Wieringa — III 80 Serge R. van Duijnhoven — Last Post, Lost Past

206 Hindenburgline Project APP

203 Over de auteurs 205 Met dank aan

207 Colofon

86 v. Kriemhildelinie > van Vauquois naar Pont–à–Mousson 87 Maurice Genevoix — Cuisy, 2 september 1914 88 Jozef Estes — Geruisloos verzet 93 Johan van de Gronden — Honderd jaar oorlog 101 Serge R. van Duijnhoven — Vauquois I 105 Nelleke Noordervliet — Ornes 109 Pim Milo — Tranchée de Calonne – Bois Loclont 118 Tom Lanoye / Giuseppe Ungaretti — Wake

6

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 6

29-02-16 14:44


“Beschaving is gebaseerd op het denken.” — Gottfried de Purucker

l.j.a.d. creyghton voorwoord

De theosoof Gottfried de Purucker (New York, 1874–1942) schrijft in zijn boek Wind of the Spirit dat thema’s als lot en vrije wil behandelt: “Slechte gedachten worden gevolgd door gelijksoortige gedachten. Men kan vuur niet doven met vuur. Men kan een oorlog niet beëindigen door oorlog. Gedachten zoals deze, gaan ongemerkt aan ons voorbij omdat we er zo aan gewend zijn en toch bevatten ze het geheim van alle goed en kwaad. Het leven van een mens wordt door zijn gedachten in iets moois veranderd, maar hij kan door zijn denken ook naar de hel gaan of aan de galg komen. Door gedachten wordt iemand een held of een lafaard. Het zijn gedachten die vergevensgezindheid wekken of haat uitdragen. De titanische intellecten, de grootste figuren die ooit hebben geleefd, bewezen waartoe het menselijke denken in staat is; en ieder normaal mens heeft dezelfde mogelijkheden in zich. Gedachten en gevoelens die op die gedachten volgen zullen een ontwikkeling tot stand brengen.” Vier jaar. Vier jaar duurde de Eerste Wereldoorlog. Een markering in de geschiedenis die grotendeels aan Nederland voorbij lijkt te zijn gegaan en grotendeels lijkt te zijn vergeten. We waren immers ‘neutraal’. Ja, we kennen de Tweede Wereldoorlog omdat onze ouders of grootouders daarover vertelden. “Maar, was er ook een Eerste dan?” wordt me weleens gevraagd ...  Ik wist er een ietsepietsie van. Door een oude oom. Mijn oom Jan Renier die in 1914 als jong officier in Leiden in militaire dienst zat. Bij de regelmatige logeerpartijtjes vertelde hij steevast over die ‘rotmoffen’, wat ze ‘ons’ hadden aangedaan en wat híj ze wel niet aan had zullen doen als onze regering niet zo laf was geweest om zich neutraal op te stellen. Zijn bloeddruk steeg dan zienderogen. In het vuur van zijn verbitterd betoog werd de sabel, die bij zijn uniform hoorde en voor ons kinderen een onweerstaanbare aantrekkingskracht had, door mijn tante Sophie altijd uit het zicht genomen en heel goed opgeborgen. Dan bracht ze, met voor ons allemaal een kopje thee, het onderwerp subtiel over op iets anders en keken we gezellig naar het Eurovisie songfestival. In zwart–wit.

De aanvankelijke bewegingsoorlog van augustus 1914 liep al snel vast in de klei van België en de modder van Noord– Frankrijk. In de daaropvolgende stellingenoorlog lagen de legers vier jaar lang in de loopgraven tegenover elkaar — min of meer muurvast. Een beetje terreinwinst moest vaak al weer snel worden prijsgegeven. Volgens de meest aannemelijke cijfers (Niall Ferguson: Pity of War) zouden 35.043.826 militairen zijn gedood, gewond, krijgsgevangen gemaakt of vermist bij aanvallen die een doorbraak in de vastgelopen fronten moesten forceren; een doorbraak die pas in 1918 bij de brug van Riqueval tot stand zou komen. Vijfendertigmiljoen drieenveertigduizend achthonderdzesentwintig! Het precieze aantal burgerslachtoffers is niet bekend, maar wordt geschat op 5% daarvan. Daarbij zullen wellicht ook de ongeveer duizend slachtoffers zijn geteld die vielen door de zogenaamde ‘Dodendraad’; de 2000 Volt hoogspanningsdraad die tussen 1915–1918 van Vaals naar Cadzand over Belgisch grondgebied liep als grensafscheiding tussen Nederland en België. De Duitsers hadden ervaring opgedaan met een dergelijke elektrische afscheiding in het stukje grensgebied bij Pfetterhouse richting Basel. Om smokkelen van goederen en levensmiddelen, toevoer van wapens en manschappen én het vluchten van deserteurs te ontmoedigen, werd ook tussen België en Nederland zo’n draconische grensafscheiding aangelegd. Desondanks kwamen er in de periode ’14–18’ ongeveer een miljoen Belgische vluchtelingen naar Nederland. Eén miljoen! En dat op een bevolking van toen nog slechts zes miljoen Nederlanders ... Het COA, Centraal Orgaan opvang Asielzoekers publiceert wekelijks de aantallen personen in opvang. Op 28 december 2015 zijn er dat 48.165. Een fors aantal. Absoluut. En een verdubbeling van het jaar ervoor. Maar wat is toch de verklaring dat er destijds zoveel meer mensen in ons land konden worden opgevangen? Waarom kan dat tegenwoordig niet, nu het vluchtelingenprobleem zo actueel is en vraagt om compassie en hándelen? Waarom is er toch zoveel weerstand? Vier jaar. Kan het toeval zijn dat, bij het verschijnen van dit boek, het vier jaar geleden is dat Serge en ik de eerste serieuze plannen maakten om het landschap van de 1ste Wereldoorlog

8

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 8

02-03-16 10:47


Westfrontlinie visueel en literair in kaart te brengen? Ieder op onze eigen manier. Een groot gedeelte van dat traject wordt ‘Hindenburglinie’ genoemd, naar een van de opperbevelhebbers van het Duitse leger; veldmaarschalk Paul Ludwig Hans von Beneckendorf und von Hindenburg, kortweg Paul von Hindenburg. De naam ook die we ons project — en vervolgens ook de stichting die we oprichtten — meegaven. De Westfront–Hindenburglinie was een ruim 1000 kilometer lange frontlijn die bestond uit ontelbare loopgraven — men schat ze op 40.000 kilometer! — verschansingen, forten, bunkers, prikkeldraadversperringen en niemandsland. De linie was in stukken opgedeeld die de naam kregen van helden en personages uit Nibelungen, het mythische verhaal dat rond 1200 is ontstaan uit overlevering en kronieken uit de tijd van de Burgunden en Merovingers (400–600), Franse en Russische sagen en de IJslandse Edda; een verzameling liederen en teksten van rond 800, die de basis vormt voor de Germaanse mythologie. Zo heten de ‘Stellungen’: Wodanlinie, Siegfriedlinie, Alberichlinie, Brunhildelinie en Kriemhildelinie. (Overigens was het Nibelungenlied standaard lectuur voor de Duitse soldaten en werd het boek in grote getale naar de loopgraven aangevoerd.) Het front dat door Elzas–Lotharingen en de Vogezen loopt is de Bismarcklinie, vernoemd naar Otto von Bismarck, de ontwerper en eerste rijkskanselier van het Duitse Keizerrijk in 1871. Het Westfront veranderde gedurende de hele oorlog 1914–1918 nauwelijks van loop, als bij een patstelling op het schaakbord. Zoals gewoonlijk spelen bij mijn landschappen persoonlijke of collectieve herinneringen een rol van betekenis. Zonder die betekenis, zonder die gelaagdheid, heeft het voor mij geen zin naar een plek te gaan om die vast te leggen. In het voortraject en onderzoek naar specifieke plaatsen en gebeurtenissen trof ik in dagboeken en brieven van soldaten die op enig moment tegenover elkaar in de loopgraven lagen, elkaars vijand waren, passages en verhalen die getuigen van empathie en medemenselijkheid. Niet van haat of vergelding. Niet van oog om oog, tand om tand. Maar van compassie. Totaal onvermoed ... hoopvol ... heel hoopvol.

het zelfreinigend vermogen van mens en natuur

De natuur is met haar wonderlijke processen veelal in staat om zichzelf te regenereren. Kijk naar de historische opnamen van volledig platgeschoten en desolate landschappen langs het Westfront — die vaak de indruk geven dat men zich op de maan bevindt. Volkomen kaalslag. Tegenwoordig zijn de voormalige slagvelden soms verworden tot plekken met een welhaast betoverende en paradijselijke uitstraling. Sacrale, eerbiedige, plekken van contemplatie. Van inspiratie ook. Plaatsen die, honderd jaar na de horror, uitnodigen tot nadenken over verleden, heden en toekomst. De tijd gaat zijn gang. De sporen van wreedheid en strijd worden in het landschap beetje bij beetje uitgewist. Op dié plaatsen waar de mansdiepe loopgraven niet een museale, herdenkende, bestemming hebben zijn ze, honderd jaar na dato, nog slechts 50–60 cm diep. Nog eens honderd jaar verder en ze zijn niet meer zichtbaar. IJzer, hout, leer en andere delen van achtergelaten oorlogstuig is nog in grote hoeveelheden aanwezig maar aan verval onderhevig. Wat je aantreft, is verroest en grotendeels vergaan. Gevaarlijk nog, dát wel. De boeren die het land omploegen, vinden nog dagelijks onontplofte granaten die zorgvuldig langs de kant worden gelegd, zodat de mijnopruimingsdienst ze vervolgens kan ophalen om onschadelijk te maken. Soms gaat het fout. Ik heb ergens gelezen dat er jaarlijks langs de Hindenburglinie zo’n 30 mensen gewond raken of zelfs gedood door onontploft materiaal uit de Eerste Wereldoorlog. Het zijn vaak souvenirjagers die de bordjes ‘Zone Rouge/Red Zone–Danger’ negeren om met metaaldetectoren te zoeken naar relicten, hoewel daar in Frankrijk hoge boetes en gevangenisstraffen op staan. Soms betreft het een enkele landbouwer in de opnieuw bewoonde en minder gevaarlijke gele en blauwe zones. Dat is ook de reden dat in de omgeving van Romagne–sous– Montfaucon, de huidige graanschuur van Europa, altijd de oudste man van de familie het land ploegt. Op een met metalen schermen extra beveiligde tractor. Ook de mens is uiterst flexibel, kan recupereren, kan regenereren. Je kunt jezelf, zoals de Baron von Münchhausen ooit deed, aan de eigen haren omhoog trekken uit het moeras.

Soms kun je dat alleen, zoals hij. Soms heb je een beetje hulp nodig. Soms wat meer. En soms ook professioneel om tot inzicht te komen. Maar je hebt altijd een ‘trigger’ nodig. Ons project “Hadden we maar dezelfde taal gesproken!” streeft er naar voor sommigen zo’n trigger te mogen zijn. In alle bescheidenheid. Een eye–opener die middels kruisbestuiving van de visuele en literaire kunsten, poëzie en muziek, actuele maatschappelijke kwesties aan de vergetelheid kan onttrekken of in een ander daglicht kan stellen. Kan stemmen tot nadenken. Tot positieve gedachten. Zoals De Purucker schrijft: “Gedachten en gevoelens die op die gedachten volgen, zullen een ontwikkeling tot stand brengen.”

9

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 9

02-03-16 10:47


i Wodanlinie van Nieuwpoort naar Lens

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 16

29-02-16 14:44


Berlijn, 10 november 1914. Van alles wat Hans Koch ons nog over Peter vertelt, staan twee zaken in mijn moederhart gegrift. Ze waren ingekwartierd bij Belgen en de kinderen dartelden rond Peter en speelden met hem. En nog dit: bij die lui was er een zonderling zei — Hans Koch — een kwaaie man. En toen Peter dood was, zei hij, ik had hem graag. Hij stelde voor om graszoden uit te steken en op het graf te leggen. Dat hebben ze dan gedaan. En tussen de zoden in, en rond het kruis hebben ze eikenbladeren gestoken. Het zag er zeer schoon uit, zei Hans Koch. — Käthe Kollwitz (1867–1945) 1

Käthe Kollwitz: Die Tagebücher 1908–1943. (2012)

1

17

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 17

29-02-16 14:44


HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 18

29-02-16 14:44


Nieuwpoort

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 19

29-02-16 14:44


HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 36

29-02-16 14:45


HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 37

29-02-16 14:45


HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 98

29-02-16 14:48


vauquois i

“Iedere loopgraaf is de aanloop naar een massagraf.” — Joseph Roth

De ondergang is voor elke soldaat een gegeven alleen de weg erheen diende op deze heuvelen nog te worden beschreven en besmeurd met het bloed dat spatte en stroomde uit alle opengereten vaten van alle aaneengesloten loop– en massagraven om uiteindelijk als niet meer dan drukinkt te dienen op de meest beschamende pagina´s van onze meest krankjoreme historie hier doodden de mensen de mens hier bloedde de mensheid dood hier werden burgers en soldaten gelijk hier ontwaakt het hert honderd jaar later even schichtig als van oudsher op de bodem van de krater

SRvD

101

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 101

29-02-16 14:48


Bezonvaux / village dĂŠtruit

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 114

29-02-16 14:49


HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 115

29-02-16 14:49


geert van istendael – leven als de dood in frankrijk

Heuvels, bos op de kammen, verlatenheid. Meer dan vijftig tinten groen. Een kerktoren, een gehucht. Nee, dorp heet dat hier. We zijn in Frankrijk, ergens in het noorden, de windstreek, niet noodzakelijk het departement. Frankrijk telt meer dan dertigduizend zelfstandige gemeenten. Parijs heeft het niet zo op fusies, volgens het Jacobijnse beginsel: houd ze klein daar in de provincie, dan hou je ze eronder. En dus heeft dit vlek een mairie, een heus gemeentehuis, waarin een gemeenteschool. Ieder dorp zijn school, een instellinkje dat tot in de geringste negorijen wetens en willens werd opgericht tégen de pastoor. Overal. Zo wilde het de IIIde Republiek, de republiek die streng kerk en staat scheidde, de republiek die de laïcité uitvond, de republiek van de vurige, doch plechtstatige anti–klerikalen, van Combes, van Clemenceau en bovenal van Jules Ferry. Tot op heden heet de republikeinse school l’école Jules Ferry. In ieder Frans dorp voor alle dorpers. Emancipatie. Moderniteit. Verlichting. Dat kregen ze ingeprent. Op het bord schreef de meester een zin van Condorcet: L’ignorance toujours mène à la servitude. Moeilijk te vertalen, wegens de ongewone positie van het woord toujours. Misschien zo: Altijd leidt onwetendheid tot slavernij. De boerenkinderen dreunden die zin op tot ze hem uit het hoofd kenden. Ik ken slechtere vormen van onderwijs. Dit is voor mij de essentie van het land waar, ondanks al die antiklerikalen, God zelf woont: een trosje huizen, kerkje, gemeentehuisje, het tegelijk opstandige en gezagsgetrouwe dorpsschooltje. De départementale brengt je erheen, openbaar vervoer is allang afgeschaft. Dat alles ingebed in heuvels. Weinig mensen, veel gras, veel bos, veel koe, schaap soms. Ik weet het: Frankrijk heeft onafzienbare vlakten vol graan en fonkelende sneeuwbergen en peilloze ravijnen. Geef mij het zachtjes dansende, liever wei dan rotswand, liever beek dan waterval. Dergelijke onspectaculaire dorpen plus aanpalende heuvels heeft Frankrijk uit voorraad leverbaar. De hoofdkleur is grijs. Maar niet in het noorden. Hier zijn de huizen rood. Baksteen. De kerken staan er geen achthonderd jaar, geen tweehonderd, niet eens honderd. Wat noord, zuid en midden wél gemeen hebben is het monument aux morts. De herinnering aan duizenden en duizenden en duizenden dode mannen. Op ieder dorpsplein vind je een obelisk, of anders wel een soldaat met

vlag en geweer, soms ook een trots opgerichte haan. Het noodlot van Frankrijk. Van de Fransen vooral. Drie oorlogen zijn de mijlpalen van de IIIde Republiek. Die van 1870, het begin, de nederlaag, machteloze woede, roep om wraak. Die van het eind, de Tweede Wereldoorlog, de schande van Pétain komt over het land. Op de gulden snede tussen die twee: de Eerste Wereldoorlog. De onvoorstelbare. De grote. Deze rode dorpen waren de werkplaatsen van de eerste industriële slachting. Zij lagen op de frontlijn, die hier Hindenburglinie werd genoemd. Het keizerlijke opperbevel gaf ieder segment van de Hindenburglinie de naam van een figuur uit de Germaanse mythologie. In deze afdeling heetten de uitverkoren helden Siegfried en Alberich. Volgens de sagen was die Alberich een dwergenkoning. Het kost me grote moeite de gedachte uit te bannen dat deze Franse glooiingen, ruwweg tussen de mijnstad Lens en Soissons, de woonplaats waren van een tevreden dwergenvolk. Dit roept onweerstaanbaar de Hobbit Gouw op. J.R.R. Tolkien heeft trouwens niet ver hiervandaan aan het front gestaan, bij Vimy. Maar de roep van sagen en sprookjes is verraderlijk. Een ijzeren regen zaaide hier dood en verderf. Als je bij de wapenstilstand, 11 november 1918, in Soissons op een stoel ging staan, kon je de hele stad zien. Finaal aan mootjes. Ville martyr, zeggen de Fransen. Generalfeldmarschall Hindenburg was het die het tracé zijn naam gaf. Op zijn beurt kreeg hij zijn adellijke naam van een dorpje in Sachsen–Anhalt dat in Noord–Frankrijk nauwelijks zou opvallen. Vierhonderd inwoners, weide en woud, alleen hebben ze er meer heide dan hier. Het land is kariger, strenger in wat men de Altmark noemt, maar zeker even eenzaam. En het mes van het front heeft het nooit kapot gekerfd. Terug naar Frankrijk, Nord, Pas–de–Calais. Laten we eerst de foto’s bekijken, de foto’s van toen. De markt van Lens, de dag voor de razernij losbreekt. Een trammetje, kramen, een paardenkar beladen met bolle zakken, fietsers, slenterende jongens, gevels zoals je ze ook in België kunt zien. Het doodgewone, gezapige leven van dit mijnstadje, het leven zoals het altijd zou moeten zijn. Niet eens zes maanden later, want nog steeds 1914: gevels zonder daken, venstergaten zonder ramen,

46

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 46

02-03-16 10:49


HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 53

02-03-16 10:49


ii

Waar een boom staat is hij thuis. Wat lig je daar nog. Klauw je tussen zijn wortels vandaan schraap de schimmeldraden van je lijf en leden klop de regenwormen uit je oren en jaag de mollen uit je borstkas weg. Genoeg compost geweest. Hoest de potgrond uit je longen en sta op. Je wordt verwacht.

Tommy Wieringa

132

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 132

29-02-16 14:50


HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 133

29-02-16 14:50


Hartmannswillerkopf / gezicht op de Grand Ballon

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 154

29-02-16 14:51


HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 155

29-02-16 14:51


Collet du Linge / Lingekopf

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 136

136

29-02-16 14:50


de muilezel van sergeant joseph auguste bernadin (†04.08.1915)

Hoor mij hier gnuiven, de ezel, om genade Ik die als muilezel verlossing breng voor kameraden Gewonden verlichting bied, hen van de linie draag Vertroosting schenk, de lasten pak, het hoofd omlaag De passen op en neer betreedt, trappel van de kou De klappen vang of deel in het verdriet Ik ezel; wie redt mij wel wat deert mij niet Als ik de teugels varen laat, ineenkrimp Of —stuik, mijzelf verstuik aan bodemstronk Of stik in stof van het ontploffend bommentuig Geen puf meer heb ik nog om mij op enig Volgende stap te beraden. Voel mij hier stokken Zie mij hier stoppen, de ezel die zich door de God Aller ezels voelt verraden; hoor mij hier nu Gnuiven om Genade!

SRvD

137

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 137

29-02-16 14:50


vii De Dodendraad van Vaals naar Cadzand

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 166

29-02-16 14:51


HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 173

29-02-16 14:52


hoofdstuk i / wodanlinie

nieuwpoort N 51.15598 – O 2.71654 / 29.07.2014 / 06.21 uur / 1 

bij de foto’s

Zonder formele oorlogsverklaring viel Duitsland op 4 augustus 1914 België binnen. Luik, Brussel en Antwerpen vielen. Op 12 oktober werd Gent bezet en twee dagen later stelden Franse, Britse en Belgische troepen zich op achter de IJzer en de Ieperlee; 1914 werd voor Nieuwpoort het begin van een vier jaar durende kwelling. Nadat de Duitse troepen tot aan de oevers van de IJzer gekomen waren, werden eb en vloed als een natuurlijk wapen door de geallieerde troepen ingezet. Men besloot om de polder tussen de IJzer en de spoorweg Nieuwpoort–Diksmuide te inunderen en zo een halt toe te roepen aan de oprukkende troepen. Op 10 november wordt Diksmuide bezet. Twee dagen later, als het begint te sneeuwen, graven alle partijen zich in. Lange tijd bleef het hier relatief stil. Soldaten kropen zo diep mogelijk weg in de loopgraven. De onderwaterzetting gaf een gevoel van veiligheid, al bleek dat schijn toen tijdens de nacht van 15 op 16 januari 1916 de soldaten plotseling oog in oog kwamen te staan met drie Duitsers. Men dacht dat het onmogelijk was zo’n grote afstand af te leggen door het ijskoude water, maar met grote ontzetting ondervond men dat de Duitse soldaten uitgerust waren met speciaal ontworpen zwempakken, bestaande uit zeildoek, teer en rubber zodat ze zich gedurende lange tijd in uiterst koud water konden voortbewegen. Bovendien kwam men na ondervraging te weten dat soldaten getraind werden om op deze manier de vijand te besluipen. Meteen werd de beveiliging met wachtposten strenger gecontroleerd. Het bleef echter bij deze drie ‘zwemmers’.

Het bleef echter bij deze drie ‘zwemmers’.

sint–idesbald N 51.11039 – O 2.60551 / 26.07.2014 / 07.08 uur / 2  De geschiedenis van de Westkust in het algemeen en Koksijde in het bijzonder, is direct verbonden met de middeleeuwse hoogbloei van de Abdij Onze–Lieve– Vrouw Ten Duinen. Idesbald Van der Gracht was er de derde cisterciënserabt van 1155 tot 1167. Op 13 november 1623 ontdekten monniken onder de resten van

de kapittelzaal van de inmiddels verwoeste abdij een loden kist met daarin het ongeschonden lichaam van Idesbald. Het plaatsje Sint–Idesbald ontstond in 1904 toen Ernest Bertrand in de nabijheid van het strand een houten chalet (Chalet Bertrand) neerzette. Twee jaar later bouwde hij op deze plaats het ‘Hotel des Dunes’. Deze rustplaats bood toeristen de kans om even te verpozen en een drankje te nuttigen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd ‘Baaltje’, zoals het plaatsje werd genoemd, overspoeld met militairen en vluchtelingen. Toen het Belgisch leger besliste om de weiden rond de abdijhoeve Ten Bogaerde om te vormen tot een primitief vliegveld, kregen de Baaltjenaars af te rekenen met Duitse bombardementen en nachtelijke gasgranaten.

Kaaskerke / de dodengang N 51.05124 – O 2.84811 / 30.07.2014 / 05.57 uur / 4  Het Belgische opperbevel besloot de IJzervlakte te laten overstromen om zo de Duitse opmars te stoppen. Deze ingreep slaagde. Het stijgende water dwong de vechtende legers van een bewegingsoorlog naar een loopgravenoorlog. De Duitsers bleven in de buurt van de IJzer, de Belgen namen stelling achter de spoorwegdijk Nieuwpoort–Diksmuide. Tussen hen is er enkel water en moeras. Aan de linkeroever van de IJzer stonden drie enorme petroleumtanks. De Duitsers merkten dat die een uitkijk boden over de Belgische troepen; waarnemers met verrekijkers en scherpschutters met mitrailleurs namen ze in. De Belgen wilden de petroleumtanks absoluut terug veroveren. Begin mei 1915 grepen ze de kans, maar de stormloop door de drassige polders mislukte jammerlijk. Veel soldaten verloren het leven door een spervuur van de Duitse mitrailleurs. Er moest een oplossing gevonden worden die meer kansen bood op succes. Men besloot daartoe een naderingsloopgraaf te graven in de dijk van de linkeroever van de IJzer. De soldaten groeven zo’n zes meter per dag. Elke dag bracht hen dichter bij de vijand. De Duitsers bleken hetzelfde idee te hebben en groeven zuidwaarts door de IJzerdijk heen. Alle soldaten wisten dat de vijand op enkele tientallen meters zat te wachten. Er werd verbeten gevochten met geweer en granaat, maar ook met sabel en bajonet; de gevechten waren verschrikkelijk en de spanning gedurende de schaarse adempauzes was vaak ondraaglijk. De Boyau de l’Yser zoals hij in het begin op de stafkaarten werd geschreven, verandert van naam. De Belgische soldaten van de verschillende eenheden die er zijn geweest, herdoopten hem tot Boyau de la Mort, De Dodengang, een naam die de loopgraaf had verdiend. De stafofficieren namen de nieuwe naam over.

182

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 182

29-02-16 14:52


Le Grand Meaulnes, het debuut van Alain Fournier verscheen in hetzelfde jaar als het eerste deel van Prousts A la recherche du temps perdu en de poëziebundel Alcools van Apollinaire. Dat was in 1913; het laatste jaar van de zorgeloze jaren van ‘la belle époque’. ornes / village détruit 3 N 49.25267 – O 5.46686 / 10.04.2014 / 17.11 uur / 37 

remenauville / village détruit 5 N 48.90079 – O 5.90497 / 09.04.2014 / 16.53 uur / 45 

Met 718 inwoners in 1913 was Ornes het belangrijkste dorp van de regio met bovendien een zeer actieve economie. De door granaten omgewoelde aarde en de ruïne van de kerk zijn beeldbepalend in het voormalig woongebied waar tegenwoordig nog een paar huizen staan die bewoond worden door de boswachter en zijn familie. Het dagelijks automatisch luiden van het Angelusklokje in het herbouwde kapelletje herinnert en eert de godsvruchtige bevolking van weleer.

Van het dorp dat vóór de oorlog 138 inwoners telde is niets meer over dan wat brokstukken van wat eens het schooltje, de kerk, het huis van de bakker of het huis van de veldwachter waren. De Amerikaanse troepen die zich inzetten voor de bevrijding van Frankrijk waren zeer geschokt bij het zien van zóveel vernietiging en bij het zien van zóveel lijden door de Fransen die hun zonen, vaders, familie en bekenden, hun huizen, hun vee, hun land en middelen van bestaan waren kwijtgeraakt. De deernis van de Amerikanen ten aanzien van de Fransen leverde veel literatuur, poëzie en muziek op zoals het populare lied: ‘The Tale the Church Bell Told.’

tranchée de calonne / bois loclont N 49.03234 – O 5.57234 / 08.04.2014 / 10.39 uur / 42  Hoewel men zou kunnen denken dat het hier om een loopgraaf gaat is de ‘Tranchée de Calonne’ een bijna rechte weg, 25 kilometer lang, die loopt door het bos tussen Mesnil–sous–les–Côtes en Vigneulles–lès–Hattonchâtel. In de 18de eeuw liet de minister van financiën van Lodewijk XVI, graaf Charles Alexandre de Calonne, deze weg aanleggen als rechtstreekse verbinding naar zijn kasteel. In de Eerste Wereldoorlog werd er langs deze weg op verschillende plaatsen gevochten. De Duitsers lagen in september 1914 aan de ene kant van de weg in de loopgraven, de Fransen aan de andere kant.

saint–remy–la–calonne N 49.04274 – O 5.60589 / 07.04.2014 / 06.48 uur / 41  Tussen Tranchée de Calonne en Les Éparges ligt het dorpje Saint–Remy– de–Calonne waar in de bossen en velden hevig is gevochten. De beloftevolle schrijver Alain Fournier (pseudoniem voor Henri–Alban Fournier) is er gesneuveld, nadat hij net een maand in dienst was. Fournier (1886–1914) stamde uit een onderwijzersgezin en kreeg les van zijn vader in het dorpsschooltje. Hij onderbrak zijn studie en tussen 1908 en 1909 ging hij in militaire dienst. Dan heeft Fournier inmiddels al enkele essays, gedichten en verhalen gepubliceerd. In 1913 verschijnt het goed ontvangen Le Grand Meaulnes, een roman. In 1914 werkt hij aan zijn tweede boek maar dat blijft onafgewerkt omdat hij in augustus van dat jaar als luitenant het leger in moet. Tijdens één van de eerste gevechten van de Eerste Wereldoorlog sneuvelt hij in de bossen bij Saint–Rémy–la–Calonne. Hij verdween met 20 anderen in een door Duitsers gegraven massagraf en werd lang als vermist beschouwd, totdat hij na een 14–jarig onderzoek door een vriendenschare bewonderaars in 1991 in de bossen aan de Tranchée de Calonne werd gevonden en geïdentificeerd. Forensisch onderzoek wees uit dat de beenderen veel letsels en breuken van kogelinslagen vertoonden. Deze Franse militairen werden kennelijk langs verschillende kanten beschoten; vijftien van hen stierven direct, de overige zes kregen een genadeschot. Toen ze gewond op de grond lagen, werden ze met een kogel door het hoofd uit het lijden verlost. Bij de vindplaats van het massagraf staan nu een glazen piramide en een beeld van ‘de eeuwige vlam’. Later werden zij herbegraven op het kerkhof van het dorp.

Donderdag, 22 september. Bij de weg Mouilly—Saint–Rémy, aan het eind van het bos, lossen we een regiment af. Er heeft net een gevecht plaatsgevonden, de loopgraaf ligt vol lijken ... De nacht valt, het wordt kouder. Voor ons is de vlakte gehuld in het donker en lijkt te huiveren door de gekwelde soldaten met hun onverzorgde wonden. Zachte stemmen klinken, versleten haast: “Moeder, o moeder!”, “Jeanne, kleine Jeanne ... Oh, zeg dat je me hoort, Jeanne!”, “Ik heb dorst. ... ik heb dorst. ... ik heb dorst. ... ik heb dorst. ...”. Angstige stemmen, hijgerig, beklemmend: “Ik wil hier niet sterven als een rat!”, “Hé jullie! In godsnaam, maak er een einde aan! Geef me de kogel! Ah! ...”. Een Duitser, nog geen 20 meter verderop, roept steeds maar: “Kameraad! Fransman! Kameraad! Fransman!” En zachter: “Help!, Help!” Zijn stem schokt en breekt in geweeklaag als van een huilend kind; hij knarsetandt en doorboort de nacht met een bijna dierlijke schreeuw; het geluid van een hond die huilt naar de maan. Verschrikkelijk gewoon, woorden schieten tekort, die nacht. — Maurice Genevoix (1890–1980) 4

In the shattered part of France, In the very heart of France, A soldier from a Yankee shore, Lay dreaming by an old church door, From the belfry in the sky, He thought he heard the old bell sigh: I was lonely in the steeple, How I missed the birds of spring, Looking down upon my people, It just broke my heart to ring, Through the din of cannon thunder, I could hear the cries of young and old, Someone will answer for this violence, Answer for my silence, That’s the tale the church bell told.

douamont / village détruit 6 N 49.21630 – O 5.43773 / 10.04.2014 / 18.14 uur / 39  ‘Douamont’, wat voor vreselijke gedachten wekte die naam op. De omgeving van het vroegere pantserfort was in een puinhoop herschapen en het slagveld

192

HaddenWeMaarDezelfdeTaalGesproken_Binnenwerk_340x272_DEF4.indd 192

29-02-16 14:55


Creyghton & Van Duijnhoven / Hindenburgline Project  

Dit is een preview van enkele pagina's uit het boek dat op 30 april 2016 bij Uitgeverij Rubinstein zal verschijnen onder ISBN-nummer 9789047...

Advertisement