Page 35

"Ik vraag me nog steeds af wat die kluizenaar bedoelde ," zei ze met bedrukte stem, "over die zaak waar alle levende wezens eigenaardig om beginnen te doen. Hij is zelf de meest eigenaardige kerel in drie ..." Zij maakte haar zin nooit meer af. Enkele kinderen waren reeds in de richting van het naderend lawaai gerend. Nu kwam er één teruggestormd, roepend en tierend, zo opgewonden dat je er niets kon van verstaan. We gingen allen de straat op. Zonder de vuile ruit vóór ons zagen we alle kleine groene mannetjes terugkomen van de grot. Het was geen rechte lijn meer, want sommigen hadden hun handen meer dan vol met kl kleine groene vroutjes. Maar de kleine groene mannetjes sleurden en d droegen en duwden de kleine groene vrouwtjes in de schotel, en tien minuten later waren ze voorgoed verdwenen. (vert.:Jan Jansen) —==ooOoo==—

Info Sfan 15  

Clubmagazine SFAN

Info Sfan 15  

Clubmagazine SFAN

Advertisement