Issuu on Google+

t n a e Cr

de

e c re t 2011 | d r a a m | 28 Nummer

atieve

nt v an schoolkra

Crea 16 v

an en

reen in voor iede

en om de

sc hool

“ Maak ‘ns een beetje voort wij willen gaan dansen.”

In dit nummer:

de Kidsfuif! maar ook:

· Creagedichten · Fietsklassen · kattekwaad · Koken in de klas


inhoudstafel p 4 p 8 p9 p10 p11 p12 p13

Interview Linda Robaye Oproep toneelmateriaal Creagedicht Katja - luizen Zeeklassen Fietsklassen Tutorlezen

p14 p16 p17 p18 p20 p22 p23

Kinderfuif Koken in de klas Zeeklassen - vervolg Filmkwis Zeeklassen - deel drie In de postbus - mopje Verteltassen

p24 p25 p26 p27 p28 p29

Kleuterklap Kangoeroeklas Vleugels van papier Kettingvraag Ezelsoor Kattekwaad Oproep

de Redactie : Beste lezertjes en lezers, Het nieuwe jasje waar Valerie het in haar voorwoordje over heeft, kon natuurlijk geen dikke winterjas zijn, het moest een jasje van een modieuze lentesnit zijn. En zo kwam het dat jullie allemaal wat langer op deze eerste Creant van het nieuwe team hebben moeten wachten. Maar geen nood: genoeg lees-plezier in dit nummer. We brengen een interview met onze vroegere directrice Linda; er zijn de gebruikelijke bijdragen van juf Katja en meester Wim; we hebben echt heel veel inzendstukjes gekregen uit de klassen (waarvoor heel veel dank); we experimenteren met een paar nieuwe rubrieken (Kleuterklap, de Kettingvraag, enz …); er is een heuse kwispagina; en echt spectaculair zijn de foto’s en het spetterartikel van de Kidsfuif. Lees zeker ook de oproep van de zesde klassen voor toneelmateriaal! Ook nieuw is de vorm: digitaal ! Die vorm heeft heelwat voordelen (de Creant kan helemaal in kleur en toch blijft de wereld daarbuiten groen), maar veronderstelt natuurlijk wel dat ieder huisje zijn ether

netplugje heeft … Graag hoorden we jullie reacties. En laat die reacties maar massaal komen. We hebben het al een paar keer gezegd en geschreven: eigenlijk zou de Creant zichzelf goeddeels moeten vullen. In de ideale wereld denken ouders, juffen, meesters en kinderen bij elke bijzondere gebeurtenis aan de Creant en bezorgen ze een paar foto’s en/ of een tekstje. Het moeten niet altijd plechtige verslagen zijn: in januari kregen we een handgeschreven mopje dat we zo schattig vonden, dat we het gewoon zo publiceren. De weg naar de Creant? Simpel. Over enkele dagen hangen we een aparte Creant-postbus in de gang. En daarnaast is er het nieuwe emailadres: postbus.creant@gmail. com. En wat nog vaak het makkelijkst is: wij zijn Katty (mama van Uma, L4A), Hester (mama van Sam, L3B), Herman (papa van Gust, L4B, en Fatou L2B) en Peter (papa van Louise, L5B, Ghislaine, L2B en Simon K2B), en wij zijn gewoon aanspreekbaar ! Veel plezier !


Voorwoordjes de Directeur : Beste jongens & meisjes van Crea16, Beste ouders, Een nieuwe lente, een nieuw begin. Zo is het ook met onze schoolkrant de Creant. We zijn heel bij dat er ouders zijn die zich hier voor willen blijven inzetten. En zo komt het dat de eerste digitale versie nu voor jullie beschikbaar is. De Creant staat boordevol leuke artikels, interviews en een pak nieuwe rubrieken. Heel wat klassen, leerkrachten en kinderen hebben materiaal ingestuurd. Blijf dat zeker doen voor de volgende edities. Ik wil graag van de gelegenheid ge bruik maken om de ploeg van de Creant

de Oudervereniging: Hallo CREA 16 Een klein woordje van jullie ‘papieren’ voorzitter van de ouder-vereniging. Het zou leuk geweest zijn als er in dit nieuwe jasje van de Creant ook een nieuwe voorzitter had gezeten ;-)

van harte te bedanken voor hun inzet. Er is heel veel werk verzet om deze editie te laten verschijnen, hopelijk kunnen jullie er met volle teugen van genieten tijdens het lezen. Wij zijn als school zeer blij dat we op zoveel medewerking van ouders kunnen rekenen. Niet alleen

voor de Creant, maar ook voor tal van andere activiteiten. Zoals jullie kunnen lezen in het voorwoord van Valerie, onze voorzitter van de oudervereniging, zijn zij op zoek naar ouders om de verschillende werkgroepen te komen versterken. Aarzel dus niet als je een beetje tijd wil investeren in de school en de kinderen. Reken maar dat je er zelf ook heel wat plezier aan zal beleven. Ik wens iedereen heel veel leesplezier met deze Creant en hopelijk tot binnenkort op één of andere activiteit op Crea 16! Marc Plichart Directeur Crea 16

Proficiat trouwens voor het nieuwe team die deze Creant in elkaar hebben gestoken en nog eens bedankt aan het vorige team die met veel energie de fantastische Creant in het verleden hebben gemaakt!! (ik bewaar ze allemaal!) Een nieuwe voorzitter heeft zich nog niet gemeld, toch niet dat ik weet. Ik denk dat er stiekem toch wel een paar mensen moeten rondlopen op school die er goesting in hebben maar zich niet durven outen? Misschien denken ze dat ze zich veel werk op hun nek halen? Integendeel, ik ben het levende bewijs dat het ook kan zonder veel op school te komen, zonder iedereen te kennen.

3

Maar elke manier van invulling is dik in orde!!! Er zijn immers de zeer goed draaiende ‘werkgroepen’. Maar ook zij zijn aan nieuw bloed toe! We kunnen natuurlijk ook wachten tot de ‘oude garde’ weg is en er zich vanzelf mensen aandienen. Aan jullie de keuze… Geniet van de lente!! Valerie


INTERVIEW LINDA Robaye De Creant sprak met Linda Robaye, tot juni 2009 directrice van onze school. “Wees welkom”, zegt Linda, “ik vind het echt wel een leuk idee om door de Creant geïnterviewd te worden”. Om allerlei redenen was het nog het makkelijkst om bij haar thuis af te spreken. We komen binnen in een erg gezellig huis met warme kleuren – helemaal naar de hand van de bewoonster gezet, denken we. Maar neen: “ik woon hier nu precies vier weken”, zegt Linda tot onze verrassing, “en ik heb nog niet de tijd gehad om veel te veranderen”. Het moet dan toch wel liefde op het eerste gezicht geweest zijn tussen Linda en haar nieuwe huis? Dat is ook zo. “Hier heb ik weer het goede gevoel van ’s avonds thuis te komen”, zegt ze. Ze trakteert ons op wijn en hapjes, en op de achtergrond klinkt Schubert. Meer kunnen we niet wensen. Hier woont een dame die urenlang gepassioneerd over onderwijs kan spreken. Jij zorgt voor publiek ! “Daarnet op de tram, als voorbe-

reiding op dit interview, stelde ik mezelf nog de vraag hoe lang ik nu eigenlijk in de Crea aan de slag geweest ben. Als ik dan de link maak naar een paar belang-rijke data in mijn leven, dan denk ik dat ik er in 1994 begonnen ben. Ik ben van opleiding regentes, en had eerder al negen jaar les gegeven in het

secundair onderwijs. Daarna nam ik een break om voor de kinderen te zorgen. Toen die eenmaal wat groter waren, wilde ik de draad van het lesgeven weer opnemen, maar toch liever niet opnieuw in het secundair onderwijs. In die tijd was er een tekort aan leerkrachten in het lager onderwijs. En er was toen ook nog een “stedelijke inspectie”. Uit een paar gesprekken, ondermeer met zo’n inspecteur, maakte ik op dat wie aan de kwaliteitseisen vol-deed,

4

echt nog wel benoemd kon worden. Een hopeloos voornemen was het dus niet. Zo ben ik dan begonnen in het stedelijk onderwijs, eerst via interims. De zoveelste interim in een lange rij – en dan nog een lange interim – bracht me in de Crea. Daar kwam ik in een tweede leerjaar terecht. Ook toen stond de school in het teken van creativiteit, en waren er mensen met schitterende ideeën. Maar stel je voor: ik ben eigenlijk helemaal niet zo creatief, ik kan niet tekenen of schilderen, en ken geen noot muziek … alleen met teksten weet ik wel raad, omdat ik amateurtoneel speel. Tot overmaat van ramp kwam ik aan terwijl de school volop bezig was met een groot project: de “Chambres d’Enfants”. In het kader van dat project werden er in elke school kunstwerken gemaakt en tentoongesteld, en je kon dan met een busje van de ene school naar de andere pendelen om alles te gaan bekijken. De directeur liet me weinig keuze en zei: “jij zorgt dat er publiek zit te kijken”. In de turnzaal, die als tentoonstellingsruimte dienst deed, moesten er kijkende mensen uitgebeeld worden. Dat was immers de inbreng geweest van de leerkracht die ik verving. Hoe daaraan te beginnen? Wat ik altijd doe als ik voor zo’n opdracht


oud-directrice sta: ik laat me niet uit mijn lood slaan en ga actief op zoek ga naar manieren om te verwezenlijken wat er van mij verlangd wordt. Al vlug sloeg ik de handen in elkaar met een mama van één van de kinderen van mijn klas: die mama gaf les in het kunstonderwijs. Ouderparticipatie avant la lettre, wie kon er tegen zijn? Met haar goede raad hebben we dan grote publieksfiguren gemaakt uit papier mâché: een staande papa met een lange romp maar zonder benen, een zittende mama, een kindje en een hond. Die beelden hebben ook daarna nog heel lang in mijn klas gestaan. Dan gingen we die beelden wit lakken: het moest immers allemaal blinken. We hadden krantenpapier op de speelplaats gelegd en daar zou het dan moeten gebeuren. Het is daar dan wel – letterlijk – lichtjes uit de hand gelopen. De lak dreef over de speelplaats. Ik herinner me twee hele nette meisjes in mijn klas, een tweeling, echte “poppemiekes”, die die dag zwarte lakschoentjes droegen. Wel, ik geloof dat ze die avond met witte lakschoentjes naar huis gegaan zijn.

En ik? Wel ik ben gewoon niet meer weggegaan uit de Crea … De punten zijn geteld In het begin stond ik dus voor eerste en tweede leerjaar. Ik heb daar erg veel geleerd, en eerlijk gezegd was het met mijn vroegere ervaring in het secundair onderwijs best ook wel een hele omschakeling. Ik had voordien nooit beseft dat kinderen van die leeftijd helemaal geen raad weten met complexe instructies, stijl secundair onderwijs, zoals “neem jullie boek en ga verder waar we gisteren gestopt

zijn”. Je moet veel concretere, en veel kleinere stapjes aanbieden, en ook veel meer rekening houden met de verschillende graad van ontwikkeling van de verschillende kinderen. Dat heb ik echt moeten leren. Eigenlijk zou dat de belangrijkste taak van onderwijs moeten zijn: oog hebben voor de verschillende talenten van de kinderen, die talenten ontdekken, ze koesteren en ze tot ontwikkeling brengen. Hoe jammer is het dan niet, dat in het onderwijs zo vaak met punten gewerkt wordt? Wat drukken punten nu in ’s hemelsnaam uit? En hoe kan je nu de veelzijdigheid van de ontwikkeling van een kind in punten vatten? Terwijl punten ook zo vaak demotiveren. Als je kind heel erg goed is in het bemiddelen bij conflicten tussen anderen kinderen, is dat dan geen prachtige vaardigheid die minstens evenveel betekent?

aan de orde komt als het kind ergens begint te falen. SILO16 Met die problematiek werd ik in de Crea ook al snel geconfronteerd. Ik stond een tijdlang voor de B-klasjes van de eerste graad, toen nog klasjes met leerlingen die extra begeleiding nodig hadden. Je moet dat voor een stuk ook in van die tijd zien: Crea had toen een probleem met doorstroming. We hadden een alom geprezen kleuterafdeling, maar aan het einde van de kleutertijd werden kinderen niet ingeschreven voor ons lager onderwijs. En als er toch doorstroom was, dan vertrokken de kinderen wel na het tweede leerjaar. Sloeg de gevreesde “vlucht van de witte kindjes” toe ?

Een kind legt een ongelooflijk ontwikkelingstraject af: als pasgeboren baby kan je per definitie helemaal niets, als volwassene draai je mee in een ingewikkelde maatschappij. Wat je bij het geven van punten vaak ziet, is dat men helemaal in de ban is van wat er niet perfect is: een 7 is geen 10, en wel omdat er 3 fouten waren. Terwijl een kind eigenlijk gestimuleerd zou moeten worden om wat het wel goed kan, en om de weg die het wel al helemaal afgelegd heeft.

Nu was die periode voor de school inderdaad niet de gemakkelijkste: er was een stevige personeelswissel gebeurd, er was ook een nieuwe directie, leiderschapsstijlen werden in vraag gesteld en er tekenden zich kampen af. Toch zijn we er toen in geslaagd om onszelf een nieuw profiel aan te meten, en dat heeft echt succes gehad. Een deel van de aanpak waren die B-klasjes: uiteraard was die begeleiding een goeie zaak, maar zo dramatisch was de leerachterstand niet. Vaak ging het er veeleer om, de ouders ervan te overtuigen dat we in de A-klasjes wel onderwijs konden bieden aan het klassieke tempo.

Op die manier kan remediëren ook preventief worden: bepalen welk traject er nog afgelegd moet worden op basis van wat het kind vandaag al kan. Zo vaak zie je het omgekeerde, dat remediëren pas

Na een paar jaar waren we erin geslaagd het tij te keren, en sindsdien werken we in elk leerjaar met twee volstrekt gelijkwaardige klasjes. Uit die tijd dateert ook de naamsverandering in Crea16. De school

5


INTERVIEW LINDA Robaye

heette toen nog Stedelijk Insti-tuut voor Lager Onderwijs (SILO) nummer 16. Er werd toen al echt rond theater gewerkt, en er circuleerden voorstellen voor naamswijzigingen rond het woord “theater” of “thea. Uiteindelijk is het dan Crea geworden.

Veel later hebben we op dat vlak zelfs wat gas moeten terugnemen. Op een zeker ogenblik had elke klas, in elk leerjaar, een theaterproject – maar dat was teveel: het was een drill geworden, de kinderen hadden weinig inbreng en staken er ook niet zoveel van op. Sindsdien hebben we alleen nog een groot theaterproject in het zesde leerjaar.

Dream Team Na verloop van tijd ben ik dan leerkracht geworden in het vijfde en zesde leerjaar. Dat heb ik vier jaar gedaan, en dat was weer iets helemaal anders. Iets wat ik trouwens bijzonder graag gedaan heb. Voor kinderen van 10, 11 en 12 gaat de wereld open, en je kan ze daarop ook echt aanspreken. Op een zeker moment voel je trouwens dat het bij hen ook echt wel tijd is voor verandering, dat ze echt een nieuwe omgeving en nieuwe vrienden nodig hebben. Vaak hoor je nog dat de keuze van een middelbare school voor een stuk afhangt van de vriendjes en vriendinnetjes die meegaan, maar dat is vaak een overbodige overweging. Kinderen van die leeftijd zijn echt toe aan iets nieuws. Voor de keuze van een richting in het secundair onderwijs is het

trouwens opnieuw van groot belang dat ouders en leerkrachten de talenten van hun kind kennen, en dat het kind zichzelf ook goed kent. Ons onderwijssysteem gaat – gelukkig – uit van gelijkwaardige richtingen: TSO, BSO, ASO, KSO, ... De nadruk ligt anders maar de opleiding in de eerste graad is gelijkwaardig. Nog veel te vaak worden kinderen in de richting van ASO geduwd, terwijl de eigenheid van een kind bijvoorbeeld veel beter zou aansluiten bij TSO. Vaak is dat het begin van veel ontgoochelingen. Ondertussen had ik dan mijn directeursexamens afgelegd, en heb ik dan de kans gekregen om directeur van de Crea te worden. Aan het schoolteam van toen bewaar ik de allerbeste herinneringen. Hen draag ik echt nog allemaal in mijn hart. Als leerkracht had ik zeker ook mijn deel aan wrijvingen tussen collega’s, en door mijn stijl en ideeën lag ik zeker niet bij alle collega’s in de bovenste schuif. Toch heeft heel het team mij de kans gegeven om mijn rol als directeur op te nemen. Ze stelden zich open voor wat ik als directeur wilde bereiken, en daar ben ik hen tot op de dag van vandaag nog altijd heel erg dankbaar voor.

Lesje 6 of lesje 9 Het kwam er voor de rest op aan een goed functionerend team te bouwen en aan te sturen, en hen van een aantal zaken bewust te maken. Zoals bijvoorbeeld dat angst een slechte raadgever is. Ik zei hen: ga in dialoog met ouders, maar laat je niet in een hoekje duwen als er een verwijt komt dat klasje van zoon of dochter nog maar aan lesje 6 zitten, terwijl nichtje in een andere school al met lesje 9 begonnen zijn. Geloof in je aanpak, en weet dat er zoveel dingen zij

6

waar kinderen veel meer van leren dan van lesje 6 of 9. Neem nu een spreekbeurt. Leraars vragen dan soms: “hoe quoteer je dat nu ?” – alweer punten nietwaar. Wel, waarom vragen we de kinderen niet om zelf quoteren? Eerst bespreek je met hen hoe ze moeten quoteren: waarop gaan we nu letten, wat is er bij een spreekbeurt echt belangrijk? Geloof me, kinderen zijn dan echt heel kritisch, en ze leren er zo oneindig veel meer van, dan van gewoon spreekbeurtje afdreunen en dan uit een black box punten te krijgen. En als leraars dan zeggen “daar hebben wij geen tijd voor”, dan moeten ze wel weten dat er soms geïnvesteerd moet worden, en dat die investering dan op termijn soms heel veel tijdswinst oplevert. Waarmee ik ook niet wil zeggen dat het altijd vrijheid, blijheid moet zijn. Ook de klassieke instructie moet zijn plaats hebben: het is zo omdat ik zeg dat het zo is – want ook dat moeten kinderen leren. Maar niet altijd en niet overal. Dat evenwicht zoeken, en het met 24 kinderen consequent toe te passen, dat is echt wat het beroep van leraar zo belangrijk en zo moeilijk maakt.

Kus de visie wakker Een van mijn stokpaardjes is inderdaad ook: vooruit denken. Wat moet de betekenis van onderwijs zijn binnen 10 jaar, welke maatschappelijke noden komen op ons af. Het frappeert me soms hoe mensen die met onderwijs bezig zijn, toch het atelier waar de toekomst gemaakt wordt, zo vasthoudend kunnen zijn. “Het heeft altijd goed gewerkt zo, en nu ineens kan dat niet meer”, zeggen ze dan. Wel, dat “ineens”, dat bestaat niet, die overtuiging heb ik altijd gehad. Zo’n evolutie komt


ergens vandaan, en zeker als leidinggevende moet je dat vroeg kunnen opmerken. Wie zich daar op toelegt kan echt wel zien hoe nieuwe opvattingen komen aanrollen – niet zelden trouwens uit Nederland. Wat ik dan trachtte te doen, is zo’n nieuwe opvatting al geleidelijk en onopvallend vertalen naar de manier waarop we op school werkten. En het grote succes was dan, wanneer een bepaalde verandering er dan ook echt doorgeduwd werd, dat wij in de Crea al vaak konden zeggen: “kijk eens, eigenlijk hebben we al 90% van het traject afgelegd, en nu moeten we alleen nog dat laatste kleine afstandje overbruggen”.

Zo kan je de stress van een veranderingsproces ook leefbaar houden. Dat is een constante in mijn loopbaan: wat klopt er niet, waar moeten we naar toe om dat te kunnen opvangen, en hoe gaan we daar dan stapje voor stapje naar toe. Visie is zo belangrijk, en ik tracht me daar ook echt in te verdiepen. Kijk, ik kocht recent nog een boekje “Kus de visie wakker”, dat daar helemaal over gaat1. Zaadjes planten Als je daarvan bezeten bent, komt er een moment waarop je een volgende stap wil zetten. Bij mij diende dat moment zich eerlijk gezegd net iets te vroeg aan: de vroeger directeur van de scholengemeenschap ging met pensioen, op een ogenblik dat ik eigenlijk graag nog net een paar jaar langer in de Crea gebleven was, om nog een aantal zaken te kunnen afronden. Maar dan moet je kiezen, en dat is uiteindelijk ook een hele afweging geweest. Ik heb dan inderdaad

beslist om directeur-coördinator van de scholengemeenschap Oost te worden, binnen de divisie “lager onderwijs” van het Autonoom Stedelijk Onderwijsbedrijf. Ik help nu dertien, straks veertien schooldirecties verder met in principe al hun vragen om coördinatie: zowel logistiek als inhoudelijk. Daarnaast leid ik ook de pedagogische cel van de hele divisie lager onderwijs.

Of ik de school mis – jazeker ! Maar ik maak er echt een erezaak van om heel regelmatig op bezoek te gaan in al mijn scholen. Schoolfeesten tracht ik in de mate van het mogelijke allemaal mee te pikken. Voor het overige ben ik wel tevreden over de stap

die ik gezet heb. Natuurlijk zijn je eerste gesprekspartners eerder de directeurs van de scholen dan het schoolteam achter hen, maar een heel belangrijk deel van mijn takenpakket is toch ook coaching. Vaak vraagt zo’n directeur zelf om door te bomen over een bepaalde problematiek op zijn school, en om zijn schoolteam daarbij te betrekken. En ook dan probeer ik, waar mogelijk, mensen aan het denken te zetten, ze ertoe brengen om de zaken anders aan te pakken … Zaadjes planten, dat is het eigenlijk. Als als ik dan goede feedback krijg, denk ik: daar doe ik het toch allemaal voor. Binnenkort start er weer zo’n coaching in één van mijn schooltjes.

Het Crea-gevoel Als ik nu terugkijk naar mijn periode als directeur in de Crea,

7

denk ik toch dat ik hier en daar mijn stempel heb kunnen drukken. Het dynamische karakter van school en schoolteam, het “bijzondere” dat je voelt als je er binnenkomt en waar ook elke bezoeker spontaan over spreekt, daar heb ik toch aan bijgedragen. Van mij kregen bezoekers de school trouwens ook zien zoals ze die dag toevallig was. Eerdere directies vonden het belangrijk om een hele goede, nette indruk te maken op de dag dat er bijvoorbeeld een inspecteur langs kwam. Ik stond erop dat de lessen gewoon doorgingen zoals gepland. Als het die dag aan de kinderen was om op hun eigen manier verder te werken aan een project, wel dan was dat maar zo. Je kan er donder op zeggen dat de Crea een uitstekende school is. Jullie verrassen mij als jullie me zeggen dat zelfs ouders die het uitstekend menen met de school, vinden dat de kinderen met een achterstand aan het middelbaar beginnen, maar dat het ondertussen wel leuk geweest is. Dat van die achterstand, dat is manifest niet waar. En als die opvatting blijft bestaan, moeten jullie daar-tegen ageren. Netoverschrijdend krijg ik voortdurend de opmerking hoe goed de leerlingen van de Crea het doen. Dat blijkt ook uit testen – Crea zit echt wel in het koppeloton. En als ik nu zie hoe de kinderen aan wie ik destijds nog les gaf, ondertussen jonge volwassenen geworden zijn, die het op hun eigen manier allemaal aan het maken zijn, dan maak ik me daar helemaal geen zorgen over.”

Opgetekend door Herman Peeters en Peter Drijkoningen


Oproep toneelmateriaal KLEDING: HELDEN OP SOKKEN

LIJST VAN BENODIGDHEDEN

Bond 007 / Miss Blond: zwart pak, zonnebril,

- doorloopboog / brug (karton)

oortjes

- groene en rode lamp

Irène:

stoer, tuinbroek

- hokje met gordijntje (fouilleren)

Irma:

echte oma, knus

- gereedschapskist (+ inhoud) meter, potlood,

Rosa:

flower-power bloemmotieven

Kleinkind:

kleurrijk, vrolijk

- 2 oude zeteltjes waarin getimmerd kan worden

Bad(t)man:

heavy metal met batmanmutsje

- laag tafeltje salontafel

Kabouters:

korte broekjes, muts, gekleurd

- TV op laag bijzettafeltje

effen t-shirt. Kleurrijke bloempotten

- behangpapier jaren ‘60

met groene plant.

- Lavalamp, stalamp op poot + kap

Jimi Hendrix:

zwarte krullenpruik

- Mandje met tijdschriften

zaag, hamer, boormachine, …

Pater Damiaan: Paterskleed + zwarte hoed

- Tapijtjes

- Mega lange sjaal + breinaalden

(neparm + hand)

Superman, Obélix, Popeye:

- 6-tal tuinkabouters

vleeskleurig, stretch, spierbundels

- 2 doodskisten

Opblaasbare biceps

- Bollen wol van verschillende kleuren

Tarzan:

enkel lendendoekje, aap (knuffel)

- Breinaalden (dikke nummer 8-10-12)

Fanny:

Hip gekleed (zie strips Kiekeboe)

- Haakpennen (dikke)

Obama, M.L.King, Mandela: 3-delig maatpak,

bril met ogen

M. Jackson:

zie M.Jackson

- Punnikmateriaal ( paddenstoeltjes met 4 nageltjes) - Noorse sokken (voor ieder kind)

Ontmijningsdienst: 2 stofjassen, haren in de war

- Bloempotten

- Oude, transparante, veelkleurige kledij

zwarte vegen in ’t aangezicht,

apparatuur

- Wollen kledij

Rode kruis:

= 1 dokter + 2 verpleegsters :

- Mousse

brancard, witte kledij (rode streep)

- Oude kussenvulling

Hans en Grieten: hippe kledij, petjes

- Brancard

Dansers Dance Macabre: Zwarte, spannende pakjes

om geraamte op te schilderen.

(pyjama’s,…)

Jeanne D’Arc:

stokpop, 2,5 m hoog, lans

8


Creagedicht Een wereld vol mensen

Een jonge generatie

Mijn mama en papa, mijn zussen en broer. Een wereld vol mensen. Wat je maar kunt wensen. Mijn zussen spelen met mij, mijn broer ravot in de wei. En mijn mama en papa zorgen er voor dat de wereld nog beter wordt voor mij...

stadsdichters is opgestaan! Bedankt en tot ziens meneer Peter Holvoet-Hanssen, hier zijn de leerlingen van meester Chris!

Luna De Cock l5b

De wereld is mooi

Ik droom

Een bal met allemaal stippen, kleuren en geuren. Er lopen allemaal slingers rond en vormen die knor knor en ia ia zeggen en nog andere rare geluiden. De wereld is precies een puzzel. Met wereld delen. Wat is de wereld mooi zeg.

Als ik droom dan ben ik niet mezelf. Dan ben ik een meisje dat vliegen kan. Een meisje dat in de hemel woont. Als ik droom, dan vervul ik mijn allerdiepste wensen. Als ik droom dan ben ik mijn eigen baas. Dan zegt niemand jij daar doe de afwas, jij daar ruim op. Nee als ik droom zeg ik dat. Want het is mijn droom. En alleen die van mij.

Milla Pavlovic l5b

Lot te Spruyt l5b

9


ZorgJuf Katja

Luizen

Iedere woensdag na een vakantie staat een groep vrijwillige ouders klaar om de hoofdjes van alle kinderen na te kijken op de aanwezigheid van luizen. Je kind krijgt dan steeds een briefje mee met daarop de welding of er al dan niet luizen zijn gevonden bij je zoon of dochter. Indien er luizen gevonden werden is het belangrijk om snel te handelen. Al was het maar om te voorkomen dat het hele gezin straks met de handen in het haar zit... Controleer het hele gezin en pak iedereen met luizen tegelijkertijd aan. Als één kind behandeld wordt terwijl er nog een broer of zus met luizen rondloopt, zal het in een mum van tijd weer beginnen te kriebelen. Reinig kammen, borstels, speldjes, ... door de luizen met een tandenstoker te verwijderen. Of leg alles in heet water van minstens 60°C, want dat overleven de beestjes niet. Kleren, badlinnen, knuffelberen, ... kieper alles meteen de wasmachine in en was alles wat ertegen kan op 60°C. Blijf de eerste tijd iedereen geregeld controleren. Kam minstens nog veertien dagen meerdere keren per week de haren uit met een luizenkam.

10


zeeklassen Zeehondjes zien op zeeklassen – wie kan dat onbeschreven laten ? De leerlingen van L5 gebruikten de site www.krantenmaker.be om hun verhalen echt in de vorm van een dagblad te gieten. Op de volgende pagina’s kan u een paar voorbeelden bewonderen (van Cas, Hanna, Olivia en Zora).

11


Fietsklassen In november gingen 4A en 4B op fietsklassen in Diesterweg. Die week was het koud, er viel zelfs de eerste sneeuw. Maar dat liet ons niet afschrikken. We fietsten elke dag. We vormden een lange rij met fluohesjes en helmpjes en elke dag ging de rit beter. Alle kinderen kregen op het einde een fietsdiploma en een medaille. De meesten kregen goud. Maar we deden ook andere ding-

toneelstukjes en nog veel meer. We maakten ook een uitstap naar de manège. Daar borstelden we enkele kleine paardjes en nadien mochten we er een ritje op maken. Met een tok op ons hoofd natu-

aan speelden we voetbal als in een echt stadion. ’s Avonds namen we een warme douche en dan gingen we gezellig slapen. Met ongeveer acht

urlijk. We maakten ook een grote natuurwandeling met een gids op de heide. Het werd superinteressant toen we allemaal een ver-

en. We gingen naar het bijenteeltmuseum waar we alles leerden over de bijen. We hebben honing geproefd en de koningin uit een bijenkast gevonden. We bezochten het Suske en Wiske museum. Dit is het leukste museum van het land! We maakten er stripverhalen en

grootglas kregen. Kleine beestjes werden grote monsters, plantjes werden buitenaardse wezens. Het leukst van al was het spelen op de Kleine Hei en in het Villabos.

kinderen op een kamer.

Dat was tof!

Het Villabos was best griezelig in het donker. Maar met de lichten

12


Tutorlezen

Tutorlezen, wat is dát nu weer? Twee vijfdejaars leggen het uit... Tutor lezen is lezen met het tweede leerjaar, wij lezen niet maar wij verbeteren hun foutjes terwijl zij lezen. De bedoeling hiervan is niet om hogere avi’s te krijgen, maar om beter te leren begrijpen wat je leest. En voor het vijfde is het om beter te leren werken met kleinere kinderen. Er zijn meer kinderen in het tweede, waardoor er een paar kinderen van het vijfde jaar twee kinderen hebben om mee te lezen.

Geschreven door: Jef L5a Beste lezers, ik ga jullie vertellen over Tutorlezen met het vijfde en het tweede leerjaar. Mijn lees-makkertje is Renée van den Bergen. Ik vind het heel tof om met haar te lezen. Meester Wim heeft ons geholpen met wat je allemaal nodig hebt en moet doen. Om te beginnen heeft hij ons een mapje gegeven waar alles in staat zoals handige tips om te gebruiken. Ik zal er een paar vertellen: 1: kijk altijd mee met je leesmak kertje. 2: nooit dromen over iets anders. 3: nooit roepen tegen je lees makkertje.

4: nooit de fouten voorzeggen. 5: nooit met iemand anders babbelen. Dit was een beetje het begin, maar met meester Wim hebben we ook heel veel leuke toneeltjes gedaan. Dat was heel prettig. Verder hebben we eigenlijk alles moeten onthouden om te doen. De bedoeling is eigenlijk dat je je leesmakker helpt om mooi en beter te leren lezen. Het gaat niet echt over hoe snel je leesmakkertje leest, maar hoe goed kun je haar begrijpen.

Geschreven door: Özge

Interview: Kan je ons een beetje vertellen over tutorlezen? Ja, dat kan ik zeker!

Heb je een tof leesmakkertje? Ja, ze is heel tof en lief.

Welke avi heeft ze? Tot nu toe heeft ze avi 3.

Kan ze snel lezen? Ze leest op haar eigen tempo en dat vind ik wel oké. Op welke dag lezen jullie? Het is maar op één dag, woensdag.

Bedankt voor dit interview en tot de volgende keer.

13


Kinderfuif : ALORS ON DANSE “We vinden het een superleuke party”, roepen Hanna, Merel en Jia in koor en weg zijn ze, de dansvloer op. Het is al de vijfde keer dat de kinderen van Crea 16 hun eigen kidsfuif houden. Reporters Katinka De Belder en Kato Porres brengen verslag uit van deze schitterende feesteditie.

Omdat het de vijfde Crea 16-kidsfuif was, was de danszaal extra mooi versierd. Die danszaal is eigenlijk de turnzaal van de lagere school, maar vrijdagavond kon niemand zich nog precies herinneren hoe die er nu weer uit zag. Het thema van de fuif was ‘popsterren en andere helden’. De chique gasten paradeerden allemaal over

een echte rode loper de danszaal binnen. Er was ook een fotoshoothoek waar iedereen kon poseren voor de fotograaf. Alle kinderen, van kleuters tot zesdejaars, hadden echt super hun best gedaan om zich mooi te maken, wat we niet echt van de juffen, meesters en mama’s en papa’s konden zeggen. Zij hebben dan ook alleen maar kaas gegeten en wijn gedronken. Helemaal niet erg, hoor, want er waren genoeg coole sterren op de dansvloer te zien. Schattig ook, heel veel kleine Mega Mindy’s en stoere Spidermannen. “Ik vind het hier zo leuk, en het is hele mooie muziek”, zegt Polly (4),

een van de prachtige Mega Mindymeiden. “Het is hele leuke muziek”, zegt Jules (9).

Ja, dat vond iedereen wel. Alle kinderen van de school hadden zelf de playlist (de lijst met muzieknummers) mogen samenstellen. Elke klas heeft samen met zijn juf of meester zijn eigen favoriete top 10 samengesteld, en daarvan is de Crea 16-top 40 gemaakt. Twee dj’s – met pruik en raar pak – draaiden de liedjes en presen-

14


teerden ook de show. Iedereen die wilde mocht een dansje of liedje

Het was ook wel spannend omdat niemand echt wist welk liedje op nummer 1 zou staan. Het liedje stond nog maar net op, en natuurlijk herkende iedereen het: Alors On Danse van Stromae. Er werd wild gedanst en hard meegezongen. Omdat niemand veel tijd en zin had om lange interviews te geven, hebben we de leukste foto’s uitgezocht. Dit was de vijfde Crea 16 super Kidsfuif!!!

door: Katinka De Belder en Kato Porres. brengen. Elke act was superleuk, maar we pikten er enkele uit, die we zelf knap vonden. De vier zusjes De Cock – Luna, Winter, Toulouse en Jules- waren keischattig met het liedje Get Up. Iedereen was stomverbaasd van de halsbrekende Michael Jackson-pasjes van Emile Van de Bult. Ook de Abba-girls Louize en Mila en hun boys pakten het jonge publiek in met hun eigen versie van Money, Money, Money.

15


koken in de klas In september bakten we lekkere pannenkoeken, in oktober mochten we smullen van heerlijke smoutebollen en tijdens de koude novembermaand hebben we verse groentesoep gemaakt met lettertjes erin. Juf Schrollan L3A

De bedoeling is dat er een kookactiviteit wordt georganiseerd in de klas ter ere van de jarigen van die maand. In plaats van dat de jarigen trakteren, kiezen zij een lekkernij uit die zij samen met de juf en klasgenootjes bereiden.

16


zeeklassen

deel twee

Zeehondjes zien op zeeklassen – wie kan dat onbeschreven laten ? De leerlingen van L5 gebruikten de site www.krantenmaker.be om hun verhalen echt in de vorm van een dagblad te gieten. Op de volgende pagina’s kan u een paar voorbeelden bewonderen (van Cas, Hanna, Olivia en Zora).

17


Film KWIS

A:1902

C:1939

B:1921

18

D:1959


G:2009

E:1977

9

F:1997 Kunnen jullie die 7 films verbinden met een jaartal op de tijdsband ? Print deze pagina uit, duid de jaartallen aan en steek de oplossing maar in de postbus van de Creant. Je mag ook altijd een mailtje sturen met de juiste jaartallen bij de juiste letters. Van de winnaar willen we wel eens weten hoe het komt dat hij of zij zoveel van films weet !

Naam van de film:

Letter/Jaartal

1. Gone with the wind (Gejaagd door de Wind) 2. Ben Hur 3. Avatar 4. Titanic 5. The kid (het jochie) 6. Saturday night fever (zaterdagavondkoorts) 7. Le voyage dans la lune (Reis naar de maan)

19


zeeklassen

deel drie

20


zeeklassen

laatste deel

21


In de Postbus : mopje 22


Een verteltas is een kleurrijke stoffen tas met daarin een prentenboek. Een thema uit het boek is uitgewerkt met behulp van een informatief boek, een cd, poppen, spelletjes, ‌.. Ouders en ik (juf Caroline ) bedenken samen de thema’s en maken de inhoud van een verteltas. Het belangrijkste doel van een tas is : om op een speelse wijze de woordenschat, het taalbegrip en het taalgebruik van kind en ouder te bevorderen en het leesplezier te vergroten.

Mijn dank gaat uit naar al die helpende handen, want alleen zou dit een gigantisch werk zijn. Wie zin heeft, mag steeds bij ons gezellig groepje komen en meehelpen. Laat maar weten of je erbij wil zijn: caroline.theybers@so.antwer-pen. be Groetjes en tot binnenkort, Juf Caroline en de verteltasbende

(zie

foto)

23


Kleuterklap -straffe uitspraken van onze allerkleinsten-

In dit nieuwe rubriekje staan onze kleuters centraal. Ook één van hun leuke, bijdehante, wereldwijze, eigenlijk-niet-zo-nette-maar-wel-heel-grappige opmerkingen gespot? Wij horen het graag! De leukste inzendingen worden beloond met eeuwige roem in de Creant!

Politiebezoek Deze anekdote werd opgetekend door juf Katja (K3b). Robin had heel goed begrepen dat je best onder het maaiveld blijft, zeker met politie in de buurt ! Politieagent Petra is op bezoek in onze klas. Alle kleuters kijken en luisteren naar wat de agent te vertellen

heeft. Op een grote praatplaat mogen de kleuters iets aanwijzen en erbij vertellen. De juf kiest een kindje dat mag komen vertellen. ‘Robin,’ zegt juf ‘kom jij maar eens iets vertellen over de praatplaat.’ Waarop R o b i n antwoordt: ‘Maar juf, ik steek mijn vinger toch niet op!’

Theatersubsidies op de helling Opnieuw juf Katja (K3b) die even niet begreep wat ze hoorde. Wellicht ging het over het volgende concert van de Highland Pipes and Drums (doedelzakspelers). Op maandag 14 februari gaan de kleuters in CC Merksem een voorstelling bijwonen van De Gelaarsde Kat. Juf houdt samen met de kleuters een gesprekje over de verschillende theatercodes. Wat mag en wat mag er niet? Je gsm moet af staan (Jonah), je mag niet roepen (Stan), geen sigaretten roken (Simon), geen sigaren (Rik) en ook niet pijpen! (Noa)

24


Soms gaan kinderen een paar uur per week de klas uit, om dingen te doen buiten de gewone lessen om. Dat kan zijn voor logopedie of de kine. Of voor de Kangoeroeklas van meester Wim. Maar wat gebeurt er nou precies achter de gesloten deuren in dat lokaaltje daar boven?

Kangoeroeklas

Altijd weer fijn

Elke vrijdag twee uurtjes naar de Kangoeroeklas bij meester Wim. Daar is het heel leuk! De opdrachten zijn soms moeilijk, maar dat mag. Meestal werken we in thema’s, we mogen zelf ook voorstellen doen en dat vinden we tof. Tijdens het thema ‘tijd’ maakten we samen een knikkerbaan. Toen deze klaar was merkten we op dat onze baan op een grote vogel leek. Dit vonden we wel grappig en we bedachten een passende naam. De ‘Kraanvogelknikkerbaan’ zal een plaatsje krijgen op de speelplaats, zodat de kinderen onze baan zelf kunnen uittesten.

Door: Arno, L2B

Knikkerbaan

Ik vind de Kangoeroeklas heel tof! We kijken uit naar dinsdag, want dan hebben we twee uurtjes les in het kleine klasje. We leren hier goed samenwerken en

dat is belangrijk. Tijdens het thema ‘tijd’ maakten we leuke dingen. Het trotst zijn we op onze knikkerbaan. Hiervoor moesten we heel creatief omspringen met de verschillende materialen.

Door: Joran, L2A

Kriebelen en voorlezen

Het is leuk in de Kangoeroeklas, omdat de kinderen mee mogen kiezen welke onderwerpen er aan bod kunnen komen. In het begin van het schooljaar vraagt meester Wim wat we zoal zouden willen doen. Al deze voorstellen zetten we op een lijstje. We zijn de voorbije weken bezig geweest met het thema ‘Kriebelbeestjes’. We sloten dit interessante thema af met individuele spreek-

25

beurtjes. Dit vonden we een erg leuke afsluiter. Nu zijn we bezig aan de voorbereiding van de ‘Voorleesweek’. We gaan bij de kinderen van de derde kleuterklas een prentenboek voorlezen en dit vraagt een goede samenwerking. We moeten goed op elkaar inspelen, zodat het voor de kleintjes een leuk luistermoment wordt. Om het voor de kleuters nog levendiger te maken knutselden we enkele eenvoudige verkleedspulletjes in elkaar, terwijl het andere groepje hun verhaal iets extra’s meegaf door er geluiden aan toe te voegen.

Door: Merel, L5A


Vleugels van Papier

De Kettingvraag Vanaf deze editie starten we met een nieuwe rubriek: de kettingvraag.

De vraag is altijd dezelfde (tenminste voor even): “Met welke verrassende of ontroerende  uiting van creativiteit kwamen jullie laatst in aanraking (zagen jullie, hoorden jullie, maakten jullie mee?) Vertel!” Wie de vraag beantwoordt mag meteen zeggen aan wie we ze de volgende keer moeten stellen. Vandaar de ketting. Alle antwoorden zijn goed. Het mag gaan over Grote Kunst, of over huis-, tuin- en keukencreativiteit. Over de kinderen die met iets voor de pinnen komen waarvan je zegt: “kan niet maar wel knap ge-

vonden ...”, of over het losdraaien van een bout met je broeksriem, … Voor de eerste keer moesten we zelf nog op zoek naar gewillige slachtoffers. En zo kwamen we terecht bij

Carla en Koen, ouders van Imme en Suze. Hier komt hun antwoord: “Suze (L2b) stapt buiten op een koude vrijdagochtend. Ze is al een

26

paar dagen aan het hoesten, maar gelukkig klinkt die niet meer droog als een zeehond. Het  slijm  zit goed ‘los’ en na een niesbui hangen er deze ochtend twee  volle snotbellen onder haar neus.  Het tafereel  vraagt niet om veel mondelinge toelichting, maar Suze wil toch graag vertellen dat ze heel erg verkouden is. Ze denkt even na, en zegt ‘ik ben stinkendrijk verkouden’!   Creatief taalgebruik. Misschien iets teveel over Dagobert  Duck gelezen.... En voor de volgende keer zouden we wel eens het antwoord van Annelies en Gerrit – ouders van Mona en Marcel – willen kennen”.


Ezelsoor Ouders kunnen er soms een beetje zot van worden: de onophoudelijke vragenstroom van hun nageslacht. En omdat kinderen op hun beurt zot kunnen worden van antwoorden a la ‘omdat het nu eenmaal zo is’, ‘ehmm, tja, ehm, vraag dat maar aan de juf/ meester’ en zelfs Wikipedia niet overal antwoord op weet, heeft de Creant de rubriek Ezelsoor bedacht. Steek jouw ingewikkelde, filosofische of juist heel dagelijkse vragen gewoon in de postbus en Creant probeert er een zo goed mogelijk antwoord op te geven! We trappen af met een vraag van Sam van der Kris, L3B:

‘ Waar eindigt het heelal?’ Wel, het heelal eindigt aan de ringweg rond Antwerpen. Het trottoir aan de oostelijke kant van de Uitbreidingsstraat is dus eigenlijk het laatste begaanbare stukje heelal. Maar dat is vast niet wat je wilt horen.

Peter van den Eijnde werkt bij het planetarium van de Antwerpse Zoo. Hij weet er meer van. ‘Tot voor kort,’ zegt hij ‘waren er drie theorieën over de rand van het heelal. We wisten al langer dat het heelal blijft uitdijen (altijd maar groter worden). Eén mogelijkheid was dat het ooit stopt met uitdijen en terug in mekaar valt. Daarna zou er een nieuwe “big bang” (oerknal) plaatsvinden, en dan weer uitdijen en

dan weer in mekaar vallen, oerknal, enzovoort. Een tweede mogelijkheid was dat de uitdijing ooit stopt, maar het heelal even groot blijft en niet terug krimpt. Maar wat we nu via de satellieten kunnen zien (bijvoorbeeld via de supersatelliet Cosmic Background Explorer) wijst er toch op dat het heelal blijft groeien. Altijd. Het groeit, en wordt steeds dunner bevolkt: de verschillende melkwegstelsels in het heelal groeien verder uit elkaar. Vergelijk het maar met een ballon die je steeds verder opblaast. Dankzij deze supersatellieten kunnen we de grens van het heelal ongeveer berekenen. Momenteel ligt die op zo’n 15 miljard lichtjaren van ons vandaan.’ Een lichtjaar is de tijd die het licht aflegt in een periode van één jaar, en dat is ongeveer 10.000 miljard kilometer. Vijftien miljard lichtjaren is dan ongeveer 150 keer duizend keer duizend keer duizend keer duizend keer duizend

27

keer duizend keer duizend kilometer) – dat is bijna onmogelijk voor te stellen. Een logische vervolgvraag is wat er dan buiten ons heelal is. ‘Voor zover bekend: niets.’ Zegt Van den Eijnde. ‘Het heelal creëert namelijk zijn eigen tijd en ruimte. Dat betekent dat tijd en ruimte buiten het heelal niet bestaan op de manier die wij kennen. Er zijn wel theorieën bedacht over paralelle heelallen (andere heelallen buiten het onze), maar daar is eigenlijk geen enkel bewijs voor.’


Kattenkwaad

De katjes van L3B namen deel aan een fotowedstrijd gekoppeld aan de animatiefilm “Van de kat geen kwaad�, die in december en januari in de bioscoop te zien was.

De bedoeling was zoveel mogelijk katten op de foto te krijgen. Er werd geschminkt, verkleed, ingeleefd en uitgeleefd. Kortom: veel plezier gemaakt! Dat bewijst nog maar eens dat deelnemen belangrijker is dan winnen!

28

(Al werd er toch ook een prijs gewonnen: alle kinderen van de klas mochten gratis de film gaan zien!)

Miauw! Juf Kim, L3B


Blij met de Creant? Wij ook! Maar u zou vaker een exemplaar willen zien? Wij ook. De redacie van Creant kan nog steeds een paar extra handen gebruiken. Wie zin heeft om af en toe een tekstje te schrijven, foto’s te trekken bij uitstapjes en voorstellingen of mee te werken aan de vormgeving, kan een mailtje sturen aan postbus.creant@gmail.com .

- aan alle kinderen We hebben jullie nodig! Schrijf of teken wat over jezelff, je juf of leraar, de school, je vriendjes en steek het in de brievenbus in de hal! De Creant wordt nog veel leuker, mooier ĂŠn interessanter als jullie er aan meewerken, Dat staat vast!

29


de Rode Loper...


Creant nr28