Page 1

FASCISME/ NATIONAAL-SOCIALISME 

Wat is “het” fascisme?

Verklaring of fenomenologie? ethisch perspectief / wetenschappelijke benadering?  Lange traditie “ideologische” interpretaties (anti-fascisme: liberale & communistische fascisme-kritiek, Sonderweg, totalitarismethese)  probleem van de “historisering”? (Historikerstreit) 


Fascisme als ideologie  

seculiere maatschappijvisie mensbeeld, toekomstvisie en politiek programma? (sociaal) bewustzijn van een (sociale) groep?


Anti-ideologie?       

↔ liberalisme, socialisme Fascisme als tegenvorm Tegenterreur (“witte terreur”) Konservative Revolution? Nieuwe mens & nieuwe orde Anti-individualisme – Führer/Duce Parasitaire ideologie?


Nieuwe vorm ideologie?

Emphase    

expressief expressief expressief expressief

ultra-nationalisme anti-communisme anti-liberalisme anti-kapitalisme


Historiciteit fascisme  

begripsinflatie neo-fascisme? Ernst Nolte, Die faschistischen Bewegungen. Die Krise des liberalen Systems und die Entwicklung der Faschismen (1966)


fenomenologie fascisme crisis van het liberale systeem  massabeweging, anti-democratisch én pseudo-legaliteit:(Monarchie Italië, Ermächtigungsgesetz 1933)  product van de Eerste Wereldoorlog: vrijkorps, methodologie van de oorlog, militaristisch 


fenomenologie fascisme (2) ambivalentie tov burgerij: anti-burgerlijke (klein)burgerlijkheid  (oppervlakkige) raakvlakken met de tegenstander (socialistische rethoriek/gestiek)  extreme vorm van nationalisme  nadruk op “praktijk”, activistisch  - heroïsering eigen (partij-)geschiedenis: tentoonstelling X-jaar fascisme, rituele herdenking van de Hitler-putch in München  leiderschapscultus en collectivisme 


Clerico-fascisme?  

  

Fenomenologisch probleem: rol van geloof Conservatisme of fascisme?

Austro-fascisme & corporatisme (Dolfuss) Slowakije (Jozef Tiso) Ustasabeweging (Kroatië) Franquisme (falangisten & ultrakatholicisme)


Begripsgeschiedenis Italiaans fascisme   

fasces cum securibus fasci rivoluzionari dei la lavoratori fasci di combattimento (1919)


“Wortels” Italiaans fascisme Italiaans (revolutionair) socialisme  anarcho-syndicalisme George Sorel, Réflexions sur la violence (1908)  Futurisme (Marinetti) “Manifeste futuriste” , in Le Figaro, (1909)  activisme(vitalisme) vivere pericolosamente  Elite-denken: Pareto, Nietzsche 


Ideologische ontwikkeling Mussolini als socialistisch journalist (Il Trentino veduto da un socialista, 1909) 

 

invloed marxisme , syndicalisme Herfst 1914 breuk met het socialisme, Il Popolo d’Italia: interventionalisme 

Michele Bianchi (1883-1930)


Ontwikkeling fascisme  

Fascisme als beweging - fasci di combattimento (1919). Samenwerking met futuristen en oudstrijders 1919-1920: het politiek theater van Fiume (d’Annunzio als eerste duce) November 1921 Partito Nazionale Fascista


Ontwikkeling fascisme Transitie: spanning tussen partij en staat (1922-1925) Mars op Rome  Zuivering en deradicalisering (19251929): staat boven partij  “De jaren van consensus”, totalitaire fase, choreografie van het fascime én verzoening met de r.k.kerk (1929-1936) 


Eindfase 

aansluiting bij Nazi-Duitsland

terugkeer van het radicalisme: de Republiek van Salò (1943-1945) burgeroorlog, anti-fascisme


Esthetiek van het fascisme politiek stijl ↔ politieke inhoud Susan Sontag: Fascinating fascism (voorbeeld Leni Riefenstahl)  Peter Reichel, Der schöne Schein des Dritten Reiches. Faszination und Gewalt des Faschismus (1993)  Simonetta Falasca-Zamponi, Fascist Spectacle. The Aesthetics of Power in Mussolini’s Italy (1997)  Reactionary modernism (Jeffrey Herf)  Modernism and fascism (Roger Grifin, 2007) 


Spanningen Italiaans fascisme  

    

revolutie ↔ reactie totalitaire modernisatie ↔ traditionalisme futurisme ↔ Romanità staat ↔ corporatisme staat ↔ partij, beweging staat ↔ maatschappij staat ↔ natie


Spanningen Italiaans fascisme (2)

  

staatskapitalisme ↔ “productivisme” “socialisme” ↔ anti-socialisme totalitarisme ↔ kerk, monarchie


Spanningen Italiaans fascisme (3) 

 

anti-theoretisch (knokploegen)↔ noodzaak doctrine 1ste fascisme (Milaan) ↔ 2de fascisme (provincie) Mussolinismo = fascisme? Ideologisering ↔ Emphase (effect zonder inhoud) Noorden ↔ Zuiden


“Wortels” nationaal-socialisme “Volk” (Herder) …. “völkisch”  Sociaal-darwinisme/ “wetenschappelijk” rascisme: l’ethnologie est jeune Joseph Arthur de Gobineau, Essai sur l’inégalité des races humaines (1853)  Degeneratie/decadentie  Nietzsche, Wille zur Macht  Anti-humanisme, anti-christelijk 


“Wortels” nationaal-socialisme (2) Houston Stewart Chamberlain, Die Grundlagen des 19. Jahrhunderts (1899)  Deutsch-Österreich: Duits-nationalisme & anti-semitisme  Georg von Schönerer/ Alldeutsche Partei  Karl Lueger/ Christlich-soziale Partei 

Brigitte Haman, Hitlers Wien. Lehrjahre eines Diktators (München 1996)


Strijd om de ideologie 

Betekenis Mein Kampf

Fascisme ↔ Nationaal-socialisme = Futurisme ↔ Agrarromantik 


Goebbels contra Rosenberg 

    

Alfred Rosenberg, Der Mythus des 20. Jahrhunderts (1930)/“Amt Rosenberg” Hitler: “undefinierbaren nordischen Phrasen” (1936) Joseph Goebbels:Modernistische façade stählerne Romantik 1933-1936: Expressionisme-debat 1937: Entartete Kunst “Ämterchaos des 3. Reiches”

Nationaal Socialisme en Fascinisme  

Een powerpoint over het nationaal socialisme en fascinisme