Issuu on Google+

1 1.1

DE BASISPAGINA INLEIDING

Basispagina’s (ook bekend als masterpages) bevatten het ontwerp en de lay-outelementen die je op meerdere pagina’s in een publicatie wilt gebruiken. Hierdoor krijgt je publicatie een consistenter uiterlijk. Bovendien kun je deze elementen op 1 plek maken en bijwerken in plaats van op elke pagina. Een basispagina kan alles bevatten dat je op een publicatiepagina kunt plaatsen, plus enkele aanvullende elementen (zoals kopteksten, voetteksten en lay-outlijnen) die alleen op een basispagina kunnen worden ingesteld. Elke nieuwe publicatie begint standaard met één basispagina. In publicaties die uit meer dan één pagina bestaan, kun je echter meerdere basispagina’s maken om het ontwerp van de publicatie flexibeler te maken. De eerste pagina van een hoofdstuk wordt bijvoorbeeld meestal ontworpen zonder een koptekst of paginanummer, terwijl andere ontwerpelementen, zoals marges en lay-outhulplijnen ook op de andere pagina’s worden gebruikt. Als je meerdere basispagina’s maakt, heb je de beschikking over verschillende layouts die je op de gewenste pagina’s van de publicatie kunt toepassen. Je kunt een geheel nieuwe basispagina maken, maar je kunt ook een bestaande basispagina kopiëren en hierin vervolgens alleen bepaalde elementen aanpassen. Je kunt elke basispagina maken als een model met één of twee pagina’s. Bovendien kun je een model met één pagina converteren naar een model met twee pagina’s en omgekeerd.


1.2

WISSELEN TUSSEN BASISPAGINA EN PUBLICATIEPAGINA

De publicatiepagina(voorgrond) ligt als een soort transparant blad papier over de basispagina(achtergrond). Hoewel je de objecten op de basispagina door de pagina heen kunt zien, kun je niet met deze objecten werken. Als je met de basispagina wil werken, moet je de publicatiepagina als het ware omslaan. Als je werk op de basispagina klaar is, sla je de publicatiepagina weer terug.

1.2.1 Van publicatiepagina naar basispagina Om te switchen van publicatiepagina naar basispagina en zijn er verschillende mogelijkheden: Manier 1: De sneltoets CTRL M Manier 2: Schakel de optie Basispagina in het tabblad Beeld in

Manier 3: Schakel basispagina bewerken in het tabblad Pagina-ontwerp in.

Manier 4: Publisher maakt automatisch een eerste basispagina als je werkt met lay-outhulplijnen.


1.2.2 Van basispagina naar publicatiepagina Van de basispagina naar de publicatiepagina switchen kan ook weer op verschillende manieren: Manier 1: De sneltoets CTRL M Manier 2: Via de knop BASISPAGINA SLUITEN op het tabblad Basispagina

Manier 3: Schakel basispagina bewerken in het tabblad Pagina-ontwerp in.

Manier 4: Via het tabblad Beeld en knop Normaal


1.3

KENMERKEN

Als je niet zeker weet of je op de basispagina werkt, kijk dan naar het kladgebied en je merkt dat de achtergrondkleur van je kladgebied lichtgeel geworden is. Wanneer je op de publicatiepagina (voorgrond) werkt, zijn de pagina’s in het Paginanavigatievenster zichtbaar met de nummers van de pagina’s op, 1, 2, …. ls je op de basispagina (achtergrond) werkt, zijn de pagina’s in het Paginanavigatievenster zichtbaar met de letter van de pagina, afhankelijk van het aantal basispagina’s er gemaakt zijn. Werk je met een enkele pagina dan zie je één paginaschets met een A op. De A staat voor Basispagina A.

Publicatiepagina

Basispagina


1.4

EEN BASISPAGINA MAKEN

Wanneer je in de basispagina terecht komt, krijg je een specifiek lint voor de Basispagina:

In het tabblad Basispagina gebruik je onder andere de opties om onder meer Basispagina’s te kopiëren of te dupliceren of te verwijderen of een andere naam te geven. Objecten die je op een basispagina plaats zoals een tekst of een afbeelding… worden overgenomen door de publicatiepagina’s waarop je de basispagina toepast. Voorbeeld: De ballonvaart De publicatie Ballonvaart bestaat uit 2 pagina’s. Op beide pagina’s bevindt zich een kaderrand. Deze kaderrand maak je in de basispagina. De andere objecten worden op de publicatiepagina geplaatst.


1.5

EEN BASISPAGINA TOEPASSEN

Je kunt een basispagina op ‘gewone’ of publicatiepagina’s toepassen vanuit de basispaginaweergave maar ook in de normale publicatieweergave. Je kunt een basispagina toepassen op een afzonderlijke publicatiepagina of je kunt verschillende basispagina’s toepassen op elke pagina van een dubbele pagina. Je kunt een basispagina ook toepassen op alle pagina’s in een bepaald paginabereik.

1.5.1 In de basispaginaweergave Je vertrekt vanuit de publicatiepagina waarop je een basispagina wilt op toepassen. Manier1: 

Ga naar de basispaginaweergave. Klik op het tabblad Beeld en kies in de groep Weergaven voor Basispagina

Selecteer een basispagina in het deelvenster Paginanavigatie. De gekozen basispagina wordt toegepast op de huidige publicatiepagina.

Manier 2: 

Klik op de knop Toepassen op in de groep Basispagina van het tabblad Basispagina

Er verschijnen 3 opties: 

Toepassen op alle pagina’s: de basispagina wordt toegepast op alle publicatiepagina’s

Toepassen op huidige pagina: de basispagina wordt toegepast op een publicatiepagina die in de normale weergave is geselecteerd

Basispagina toepassen: Klik of selecteer de pagina’s waarop je de gekozen basispagina wilt toepassen.


Manier 3: Klik met de rechtermuisknop op de basispagina. Het snelmenu verschijnt. Klik vervolgens op de optie Toepassen op.

Het onderstaande dialoogvenster Basispagina toepassen verschijnt:

Selecteer de pagina’s waarop je de basispagina wilt toepassen.

1.5.2 In de normale of publicatieweergave Je kunt de publicatiepagina’s selecteren in het deelvenster Paginanavigatie en er dan een bepaalde basispagina op toepassen. Manier 1: 

Selecteer de betreffende publicatiepagina’s


Klik in het tabblad Beeld op Basispagina’s

Kies vervolgens de juiste basispagina

Manier 2: 

Klik met de rechtermuisknop op een pagina in het deelvenster Paginanavigatie, kies Basispagina’s en klik op de betreffende Basispagina of kies Basispagina toepassen: waar het dialoogvenster Basispagina toepassen verschijnt.


1.5.3 Een basispagina negeren Met deze opdracht wordt de hele achtergrond of basispaginaopbjecten onderdrukt. Je kunt deze opdracht op meerdere pagina’s uitvoeren. Manier1: 

Je kunt een basispagina wel op een of meerdere pagina’s afdekken, als je in het tabblad BEELD kiest voor Basispagina’s en GEEN

Manier 2: 

Klik met de rechtermuisknop op de betreffende publicatiepagina in het paginanavigatievenster.

Kies Basispagina’s en kies in de lijst GEEN.

Als je de achtergrond toch weer wilt laten weergeven, klikt je opnieuw op de juiste basispagina onder de knop Basispagina.


1.5.4 Een basispagina verwijderen Elke publicatie heeft één standaard basispagina en moet ook altijd minimaal één basispagina hebben. Je kunt alleen basispagina’s verwijderen als je meerdere basispagina’s hebt. Als je een basispagina verwijdert die door één of meer publicatiepagina’s wordt gebruikt, wordt in de plaats van de verwijderde pagina de standaard basispagina gebruikt in de lijst Basispagina’s bewerken. Manier 1: 

Een basispagina kan op dezelfde wijze verwijderd worden als een publicatiepagina door gebruik van de rechtermuisknop op de betreffende pagina en Verwijderen kiezen in het snelmenu

Manier 2: 

Klik op de basispagina die je wilt verwijderen

Op het tabblad Basispagina klik je op Verwijderen


1.6

EÉN OF MEERDERE OBJECTEN VAN DE PUBLICATIEPAGINA NAAR DE BASISPAGINA VERPLAATSEN EN OMGEKEERD

1.6.1 Van publicatie naar basis Je kunt een object verplaatsen naar de basispagina die aan de huidige pagina is gekoppeld. Het object wordt op de standaardbasispagina verplaatst. Werkwijze: 

Selecteer het object of de alle objecten die je op de basis wilt verplaatsen

Klik op het tabblad Paginaontwerp op de knop Basispagina’s

Kies de optie Op de basispagina plaatsen

Wanneer je het object eenmaal naar de basispagina hebt verplaatst, moet je de basisweergave activeren om het object te bewerken.


1.6.2 Van basispagina naar publicatiepagina Je kunt een geselecteerd object of geselecteerde objecten op de basispagina verplaatsen naar de actieve publicatiepagina. Werkwijze: 

Ga naar de basispagina

Selecteer het object of de alle objecten die je op de actieve publicatiepagina wilt verplaatsen

Klik op het tabblad Paginaontwerp op de knop Basispagina’s

Kies de optie Op de voorgrond plaatsen

Wanneer je het object eenmaal naar de publicatiepagina hebt verplaatst, moet je de basisweergave activeren om het object te bewerken.


1.7

MEERDERE BASISPAGINA’S MAKEN

In Publisher 2010 heb je de mogelijkheid om naast de standaardbasispagina nog andere basispagina’s te maken en willekeurig toe te passen. Als je een nieuwe basispagina wilt maken in de basispaginaweergave kan dit ook op verschillende manieren Manier 1: 

Klik op het tabblad BEELD > BASISPAGINA > Basispagina toevoegen

Het volgende dialoogvenster opent zich:

In het vak Pagina-id kun je de basispagina een naam geven. Deze naam bestaat uit 1 teken.

In het vak Beschrijving kun je de basispagina een korte beschrijving (max 40 tekens) meegeven.

Selecteer Model met 2 pagina’s als je een nieuwe basispagina voor dubbele pagina’s wilt maken.

Klik OK

Manier 2: 

Klik in de lege paginanavigatieruimte in het deelvenster Paginanavigatie

Het dialoogvenster Nieuwe basispagina wordt geopend (zie boven)

De basispagina’s worden in de paginanavigatie weergegeven.


Voorbeeld: Basispagina’s

Publicatiepagina’s Pag 1

pag 2

pag 3

Publicatiepagina 1  basispagina A toegepast Publicatiepagina 2  basispagina C toegepast Publicatiepagina 3  basispagina B toegepast Publicatiepagina 4  basispagina C toegepast

pag 4


1.8

PAGINANUMMERS

De eenvoudigste manier om pagina’s van een publicatie te nummeren, is een paginanummer op de BASISPAGINA te plaatsen. De paginanummers worden weergegeven als Arabische cijfers (1, 2, 3 enzovoort.) Wil je een ander cijfersysteem gebruiken, bijvoorbeeld Romeinse cijfers zoals gebruikelijk is in inleidingen van boeken, dan kun je dit via paginanummer opmaken.

1.8.1 Paginanummer invoegen In een tekstvak Een paginanummer komt op elke pagina voor dus voeren we het paginanummer in op de basispagina. Manier 1: 

Klik in het tabblad Beeld op Basispagina of druk CTRL M

Teken een tekstvak TEKSTVAK of VORM op de plaats waar het paginanummer moet komen.

klik in het tabblad Basispagina op de knop Paginanummer invoegen.

Typ de eventueel bij het paginanummer bijhorende tekst (bijvoorbeeld het woord Pagina), door in het tekstvak de invoegpositie voor of achter het paginanummer te zetten en de tekst te typen.

In het tekstvak wordt nu een paginamarkering

#

ingevoegd die alleen op de basispagina

zichtbaar is en bij het afdrukken van de Publicatie wordt vervangen door het juiste paginanummer.


Voorbeeld:

Als het tekstvak niet op de juiste plaats, sleep je het tekstvak door met de muiswijzer op de rand van het vak te plaatsen.


Alleen het paginanummer Wanneer je een paginanummering invoegt op een basispagina om de pagina’s waarop je de basispagina toepast automatisch door te nummeren. Je moet niet controleren of de volgorde nog klopt wanneer je pagina’s toevoegt of verwijderd. Publisher plaatst zich automatisch op de basispagina in kop- of voettekstvan zodra je kiest om een Paginanummer in te voegen op onderstaande manier: 

Klik in het tabblad Invoegen op de knop Paginanummer

Je hebt de keuze tussen

Je hebt de keuze tussen BOVEN of ONDER AAN PAGINA. De plaats waar het paginanummer moet komen bepaal je in uitlijning : Links, midden, rechts

Publisher toont het #-teken (omdat je in de achtergrond bent) maar bij de afdruk of als je terug naar de voorgrond keert, wordt dit vervangen door het echte nummer. Ook hier kun je na het plaatsen van het paginanummer dit paginanummer voorzien van tekst.

Je hebt ook nog de mogelijkheid om op de eerste pagina geen nummering te plaatsen. Voorbeeld: in onderstaand voorbeeld is gekozen voor middenboven.

publicatiepagina

basispagina


In kop- of voettekst gecombineerd met andere tekst Deze manier gebruik je wanneer je een paginanummer wilt combineren met andere tekst. Bijvoorbeeld: Vera Kerckhoven

Pag 1

Werkwijze 

Klik in het tabblad Invoegen op de knoppen KOP- EN VOETTEKST Koptekst  alles wat in dit tekstvak wordt getypt wordt bovenaan op elke pagina herhaald. Voettekst  alles wat in dit tekstvak wordt getypt wordt onderaan op elke pagina herhaald.

Je komt op de BASISPAGINA terecht en je krijgt volgende werkbalk:

Verschillende knoppen in het tabblad Basispagina in de groep Koptekst en voettekst worden nu actief:

Met deze knop voeg je het paginanummer in op de plaats waar de cursor staat Met deze knop voeg je de datum van het systeem in op de plaats waar de cursor staat Met deze knop voeg je de tijd van het systeem in op de plaats waar de cursor staat

Voorbeeld:


1.8.2 Paginanummers opmaken Tekstopmaak Je kunt het paginanummer net als andere tekst opmaken of uitlijnen via de groepen lettertype en Alinea op het tabblad START.

Werkwijze: 

Selecteer het #-teken op de basispagina

Ga naar het tabblad Start of Hulpmiddelen voor tekstvakken en klik op het pictogram Lettertype in de gelijknamige groep in het lint.

Selecteer de gewenste opties in het dialoogvenster Lettertype of in Alinea

Nummeropmaak Je wilt geen gewone maar bijvoorbeeld Romeinse getallen voor de paginanummers? Dit is bijvoorbeeld gebruikelijk bij het ‘voorwerk’ van een boek, bijvoorbeeld titelbladen, inhoudsopgave en voorwoord. Om afwijkende opmaak in verschillende delen van een publicatie te kunnen toepassen, kun je best met secties werken. Maak een aparte sectie voor het voorwerk. Dit wordt in een volgende deel besproken en is geen leerstof voor dit deel. Werkwijze: Zorg dat je in de Publicatieweergave staat. Wil je het paginanummer voor de volledige publicatie in het romeins weergeven doe je dit als volgt: 

Ga naar het tabblad Invoegen en klik op Paginanummer in de groep Koptekst en voettekst




Kies Opmaak paginanummer in het menu en kies in de lijst Nummeren als de gewenste opmaak voor het paginanummer. Ook kun je de beginwaarde van het paginanummer ingeven.


2_DE BASISPAGINA