Issuu on Google+

Het Stripverhaal Christiaan Peelen ZGV25


2

hoofdstuk 1

Algemene Informatie Een kleine beschrijving over de opdracht, hoe is de samenstelling van de subgroep en waar gaat het eigenlijk over. Deze onderwerpen worden hieronder beschreven.

§ 1 Korte beschrijving van de opdracht

De bedoeling van deze opdracht is om verder te kijken dan je neus lang is. Verder kijken dan ‘het verhaal’ wat je leest. Dit wordt ook wel analyseren genoemt. Hierdoor kijk je een keer met andere ogen naar de , in bijna alle ogen, o zo simpele strip.

§ 2 Samenstelling van de subgroep

Dit is een individuele opdracht dus er is (g)een subgroep.

§ 3 Beschrijving Publicatie

Ik heb hier de Donald Duck nummer 40 uit 2008 voor me. De Nederlandse versie van Donald Duck kwam pas op 25 oktober 1952 op de markt. In het buitenland was er al langer een maand- of weekblad zoals Topolino in Italië, Anders And & Co in Denemarken, Micky Maus in Duitsland en Walt Disney’s Comics and Stories in Amerika. Het eerste nummer werd uitgegeven door Margriet en werd bij elk gezin afgeleverd. Door dit begin is de Donald Duck zo populair geworden als hij nu is.


hoofdstuk 2

3

Ruimte en TIjd Elk verhaal gebeurt in Duckstad, soms nog wel is in de weilanden en bossen eromheen. Maar dit valt allemaal nog om Duckstad. Veel van deze gebieden zijn realtisch vergeleken met onze gebieden. Maar je ziet wel dat er een enige zin van perfectie zit in de plaatjes. Maar het is wel zo dat alles wat bij ons in 500 km gebeurt, bij hun in een paar honderd meter plaats vindt. Je ziet dat Donald vaak in en om zijn huis is. Is dat niet het geval dan is hij bij Katrien, zijn vriendin, of bij Oom Dagobert z’n huis. Een mega geldpakhuis beveiligd met de nieuwste technieken. Maar hij kan ook net zoals ons gewoon in de stad zijn, het zwembad of in de supermarkt. Hierin zie je veel gelijkenissen met ons leven. Ik denk dat dat ook de bedoeling is, een manier om het verhaal leuk te maken voor iedereen. In de tijd zie je niet veel raars, het is gewoon de tijd waar we nu in leven. Maar als er een tijd wordt aangeduidt zie je dat in de linker- of rechterbovenhoek door een tekstje in een wit blokje


hoofdstuk 3

4

Personen Ik begin eerst met de bekenste personen uit de Donald Duck: Donald is beroemd geworden door zijn opmerkingen en zijn gedrag in de strips. De bekende eend spreekt als een mens, maar is zo koppig als een ezel. Hij is lief, stout en nieuwsgierig tegelijk. Hij wil alles goed doen, maar altijd gaat het juist andersom. Zeker wanneer hij bezig is met zijn neefjes Kwik, Kwek en Kwak, die vaak ondeugende plannetjes hebben, waarvan Oom Donald het slachtoffer is. Donald is een eend van 12 ambachten en 13 ongelukken. Dat betekend dat hij meer fout doet, dan goed. Hij houdt het zelden ergens langer dan een week uit omdat hij zo onhandig is, of omdat hij in de problemen komt door zijn opvliegende karakter. Vaak heeft hij ook een baantje als onderbetaalde muntenpoetser of duvelstoejager voor zijn oom Dagobert Duck, die hem in dienst neemt omdat hij familie is (en een fikse schuld bij hem heeft), maar dat nog geen reden vindt om hem goed te betalen. Kwik, Kwek en Kwak zijn de neefjes van Donald Duck en de zonen van zijn zus Dumbella Duck. Op een dag lang geleden heeft Dumbella haar zonen bij Donald gebracht met de melding dat ze ze volgende week weer zou ophalen, ze heeft echter nooit meer iets van zich laten horen of zien. Sindsdien moet Donald ze te eten geven en opvoeden (ook al is dat niet altijd even gemakkelijk). Het enige uiterlijke verschil tussen deze drieling is hun petjes (en soms ook andere kledingstukken), deze zijn rood, groen en blauw. Helaas ruilen ze regelmatig van petjes, en zijn ze hierdoor nog altijd niet uit elkaar te houden. Zij praten vaak op een wat merkwaardige manier: Vaak begint een van de drie een zin, gaat de tweede hiermee verder en maakt de


5 derde de zin af. Bijvoorbeeld Kwik zegt: “Hoe bedoelt u”, Kwek vervolgt: “dat nu toch weer”, en Kwak eindigt met “oom Donald?” De neefjes zijn echte grappenmakers en ze hebben Donald al heel vaak in de maling genomen. Donald ontdekte toen ze wat ouder waren dat de neefjes echte natuurliefhebbers zijn en daarom heeft hij ze lid gemaakt van de Jonge Woudlopers. Hij deed dit niet alleen omdat ze zo van de natuur hielden, maar ook om ze wat discipline bij te brengen. In deze stripverhalen heeft Katrien een haat-liefde verhouding met Donald Duck, het ene moment adoreert ze Donald (vooral als ze wat van hem nodig heeft) en het volgende moment gaat ze uit eten met Donalds neef Guus Geluk. Tussen Donald en Guus is het dan ook haat en nijd, niet alleen omdat Guus Katrien afpikt van Donald maar ook doordat hem dat met zijn eeuwige geluk heel makkelijk lukt. Toch kiest Katrien, wanneer het erop aankomt, voor Donald en vindt ze Guus diep in haar hart een luie opschepper. De helden in de Donald Duck komen pas heel erg naar voren als ze hun daad hebben gedaan. Je ziet het niet gelijk staan, dit is de superheld. Ook kan het zijn dat de held uit het verhaal, op de voorkant van de strip naar voren komt. Hun kleding is hartstikke normaal, het is net zoals wij ons kleden. Heel af en toe zie je dat ze een speciaal kledingstuk aan hebben maar dit komt niet vaak voor. Je ziet wel aan de personen wat voor beroep ze hebben,


6 omdat ze dan wel overduidelijk de bijpassende kleren aan hebben. Ook hoe ze doen zijn ze hetzelfde als ons. Geen rare superkrachten. Als ze een vijand voor zich hebben, doen ze hun ding en laten zien waar ze goed in zijn. De vijanden worden als normale mensen neergezet met een klein verschil als een wrede grijns, of een ooglapje. Ook zijn er een aantal boeven die ook echt als boeven eruit zien. Alsof ze net uit de gevangenis zijn gekomen. Dit is ook vaak het geval omdat ze meestal net ontsnapt zijn. Ze hebben een oranje shirt aan met zwarte strepen, dit staat zowiezo al voor iemand uit de gevangenis. Ze worden bestreden omdat ze meestal zijn ontsnapt en bezig zijn met een volgende misdrijf. In de strip zie je alle soorten beroepen terugkomen die wij ook uitoefenen. De vrouw heeft dezelfde rol als bij ons. Moeder voor de kinderen, bediende in de winkel en beoefend dus ook echte vrouwen beroepen. De hele strip is niet menselijk. Daarom heet het ook de Donald Duck.


hoofdstuk 4

Handeling In dit verhaal moet Donald Duck op een paar honden passen uit het asiel, zijn vriendin Katrien noemt ze “pupp’s”. Donald zit dit wel zitten omdat het maar een paar lieve hondjes zijn. Als hij volmondig Ja! zegt, doet ze de deur open van de bus en komen daar 3 hele aggressieve honden uit. Donald heeft er niet veel zin in maar gaat toch maar proberen met de honden te spelen. Dit lukt echter niet en ze gaan heel hard achter hem aan, als wilde honden. Hij rent snel naar binnen om de honden te ontvluchten. Als hij vanuit binnen naar buiten kijkt ziet hij, dat de honden wel met elkaar kunnnen spelen. Tot zijn schrik ziet hij in de verte een vrachtwagen aankomen. Niet rijden maar schuiven. De vrachtwagen komt steeds dichterbij en klapt tegen de boom in Donald’s tuin. Hij kijkt goed en ziet dat de boom langzaam naar beneden omvalt, waar de honden staan. Hij twijfelt geen moment en rent naar buiten om de honden naar binnen te lokken. Dit lukt maar 1 van de honden is hem echter voor. Deze komt tegen de deur aan, waardoor deze in het slot valt. Nu begint Donald maar te rennen in zijn tuin, terwijl de honden achter hem aanrennen. De boom valt nu echt bijna om en hij belt Katrien. Zij heeft hem de honden gegeven dus zou toch ook wat moeten weten over de honden. Ze verteld hem dat ze waakhonden uit de haven zijn en getraint zijn op Zeemannen. En omdat donald een matrozenpak aan heeft worden ze zo aggressief. Nu snapt Donald het en trek snel zijn rode nachthemd aan. Dit helpt echter en ze worden rustig. Een paar dagen later als de honden worden opgehaalt, komt de man door de deur naar binnen. Donald schrikt zich rot als hij ziet dat deze man ook een zeeman pak aan heeft.

7


8 Het verhaal eindigd als Donald de man nog naschreeuwd dat hij een ander shirt aan moet doen, terwijl de honden achter hem aan zitten. In deze samenvatting zie je dat hij vaak wordt achterna gezeten. Verder zijn het afwisselende gebeurtenissen. Veel hiervan zijn gevaarlijk, zoals de boom die omvalt en de waakhonden. Er zijn niet echt voorwerpen die veel terugkomen. Het is heel erg toeval dat Donald net een matrozenpak aan heeft, terwijl ze hier niet tegen kunnen. Ook dat de vrachtwagen net tegen de boom in zijn tuin aanbotst. Ik vind dat het niet geloofwaardig dat de honden alleen getraint zijn op zeemannen. Ook dat je even voor een paar dagen een paar van die gevaarlijke honden in huis houdt. Het verhaal begint met een vrolijke Donald duck, die het wel ziet zitten. Ondertussen veranderd dit maar het komt toch weer goed. Het eindigt alleen met een bezorgd hoofd van Donald als de honden achter de man aan gaan rennen.


hoofdstuk 5

Opbouw van plaatjesserie Het neutrale perspectief overheerst vooral in de plaatjes. Maar wanneer er actie plaats vindt gebruiken ze vaak een vogel perspectief, wat zorgt voor meer overzicht van de situatie. Kikker perspectief wordt weinig gebruikt, want zo geeft men iemand aanzien en vrijwel niemand heeft of hoort hier een hogere rang te hebben. Doordat de tekenaar gebruikt maakt van verschillende perspectieven blijven de plaatjes boeien. Wanneer alle plaatjes vanaf hetzelfde gezicht worden getoond zal het verhaal minder interessant zijn. De close-up wordt vooral gebruikt wanneer de aandacht op een personage is gericht of op een bepaald voorwerp. Bij een close-up van een personage toont de gezichtsuitdrukking beter, zodat er meer emotie kan worden gebruikt in het verhaal. Ook wordt de close-up vaak gebruikt wanneer de karikatuur in actie is bijvoorbeeld keihard rennen, iemand tegen de grond aan drukken en dergelijke dingen. Je zou denken dat er alleen maar vierkante beeldkaders worden gebruikt, want zo erg let je daar immers niet op. Maar als je de Donald Duck een keer doorbladert zie je dat er gebruik wordt gemaakt van een bepaald soort patroon. In sommige uitgaven van de Donald Duck zijn er alleen vierkante kaders te vinden. Maar in sommige uitgaven zie je dat er in het midden om en om gebruikt wordt gemaakt van een schuin kader. De effecten van deze kader zijn niet erg groot, immers het valt bijna niet op. Maar in verschillende actieverhalen zijn kaders op elkaar afgemeten wat een speels effect geeft.

9


10

hoofdstuk 6

Typische Striptrekjes Het meeste van de strip is in dezelfde stijl getekend, maar heel af en toe staat er een ander soort verhaal in wat in een totaal andere stijl is getekend. Meestal vind ik deze verhalen dan ook niet veel aan. Gelukkig zie ik dit steeds minder voor komen, waarschijnlijk omdat meerdere mensen hetzelfde idee hebben als mij. Verder is er een duidelijke zwarte lijn om elk figuurtje, maar ook om de andere getekende voorwerpen. Ze gebruiken een echte Ducktaal, ze gebruiken onze taal maar die vervormen ze zo dat het lijkt alsof het hun eigen taaltje is. Verder zijn ze niet grof, en wordt boosheid met een “knipoog” laten zien. In de verhalen van Donald Duck wordt taal en beeld goed samengevoegd. Wanneer je de Donald Duck doorbladert vindt je vrijwel geen plaatje zonder tekst erbij, hoogstens met een opmerking als ‘wak’ ‘schrik’ en dergelijke. De tekst is dus daadwerkelijk erg belangrijk voor de verhaallijn. Je ziet dat de stripfiguren iets doen maar de precieze bedoeling van het plaatje wordt niet duidelijk zonder het plaatje. Je kan wel concluderen dat er in dit blad geen van beide kan ontbreken wanneer je een heel verhaal wil neerzetten. Toch denk ik dat de plaatjes het belangrijkste zijn voor de verhalen, want hierdoor vindt herkenning plaats en dat zorgt ervoor dat de mensen de Donald Duck zo leuk vinden.


hoofdstuk 7

11

Doelgroep Donald Duck wordt gelezen door jong én oud, waarbij de kern wordt gevormd door jongens en meisjes van 8 t/m 12 jaar. Het gezinsblad bij uitstek. Donald Duck-lezers zijn gewone kinderen die houden van strips, televisie kijken, spelletjes doen, buiten spelen, lezen, sporten. Zij gaan naar de basisschool en hebben een regelmatig leven. Het gezinsleven staat centraal en alles wat zij meemaken op school, buiten, met vriendjes of broertjes en zusjes zijn gespreksonderwerpen binnen het gezin of in de brieven aan Oom Donald. Onder Nederlandse studenten is de Donald Duck het meest gelezen blad. De doelgroep van het vrolijke weekblad wordt eigenlijk gevormd door kinderen van acht tot twaalf jaar, maar volgens Roep is 35 procent van de twee miljoen Donald Duck-lezers ouder dan achttien. Ook de meeste vaders van kinderen kunnen niet wachten tot de Donald Duck op de deurmat valt. Even weg uit de drukte van het dagelijks leven en genieten van hedendaagse en super leuke verhalen. Vandaar dat Donald Duck een glossy heeft bedacht voor die doelgroep, gericht op volwassenen maar met de “knipoog” van Donald. Vandaar dat dit blad ook de Donald


hoofdstuk 8

12

Wereldbeeld Er wordt op verschillende manieren gebruik gemaakt van emoties. Zo heeft Donald vaak last van driftbuien, waarmee hij zich afreageert op zijn neefjes, familie of zijn buurman Bolderbast. Daarnaast zorgt zijn neef Guus Geluk vooral voor de emotie afgunst of jaloezie. Doordat hij elke keer weer een prijs wint zonder enkele moeite ervoor te doen is menig persoon jaloers op hem. Daarnaast zorgen de kleine neefjes van Donald weer voor een vertederend gevoel doordat ze bij de jonge Woudlopers zitten en hier goeie daden verrichten. In de Donald Duck is er sprake van een typische westerse visie. De mensen maken gebruik van de nieuwste technieken, zoals mobieltjes, auto’s grote tv’s. Daarnaast leven ze voor hun familie en vinden ze die erg belangrijk. Ze gaan regelmatig op bezoek mij oma en bij oom Dagobert. De gebeurtenissen zijn wel aangepast op de geschiktheid voor kinderen. Zo zullen er geen verhalen in de Donald Duck komen over Anorexia, loverboys of drugs. Er worden dus wel bepaalde normen en waarden aangeprezen. Zo laten ze duidelijk merken dat voor je familie zorgen erg belangrijk is. En doordat de neefjes bij de Woudlopers zitten krijg je ook een beeld mee van de idealen van een perfecte samenleving. Daarnaast wordt er dus geen gebruikt gemaakt van de grote huidige maatschappelijke problemen en wanneer ze wel worden gebruikt, worden ze vertaald in een milde vorm.


hoofdstuk 9

13

De figuren in beeld

De hoofdpersonages

Donald

Katrien

Dagobert

Kwik, Kwek, Kwak

Willie Wortel

Guus Geluk


14

extra

Pagina uit de strip


extra

Pagina uit de strip

15



Stripverslag