Page 1

e pijpendraaier Ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap

Västervik liedfestival

Cornelis zingt Bellman lancering cd

De ballade van Frederik Voerman en de knappe jufrouw Cecilia Lind Jaargang 8 - Nummer 2 01-07-2016


Van de redactie De vorige Pijpendraaier verscheen als digitale nieuwsbrief, maar hieraan bleken toch een paar haken en ogen te zitten. Het uitprinten en doormailen van het blad werkt minder goed dan bij de aloude pdf-versie. Aan de andere kant zitten er ook grote voordelen aan de nieuwsbriefversie, maar voorlopig gaan we maar even terug naar pdf – totdat we een beter alternatief hebben gevonden.

In het weekend van 14-16 juli wordt in de Zweedse plaats Västervik een liedfestival gehouden: http://visfestivalenvastervik.se/ . Wendela Sterker beschrijft in dit nummer de sfeer tijdens de editie van 2015.

Eén van Cornelis’ mooiste en populairste liederen is Balladen om herr Fredrik Åkare och den söta fröken Cecilia Lind. De geschiedenis van dit lied is uitvoerig gedocumenteerd door Klas Gustafson in zijn ruim 500 bladzijden tellende luistergids Lyssnarens guide till Cornelis Als u niet naar Västervik kunt (besproken in Pijpendraaier nummer 1 van jaargang 2015). of wilt, dan is er altijd nog Hans Westin maakte voor u een Cornelisdagen op 7 augustus: het jaarlijkse evenement op het Nederlandse bewerking, waarvan in dit nummer het eerste deel te terras van theater Mosebacke lezen staat. in Stockholm. Onze eigen De presentatie van de Bellman- Jurjen Oostenveld treedt op Cornelis liet zich voor Cecilia cd op 16 april was een Lind mede inspireren door het als walking around fantastisch gebeuren en de lied Dansen på Sunnanö van Evert troubadour. CVG leden verkoop ervan loopt boven Taube. In deze Pijpendraaier zijn krijgen korting op de verwachting: we hebben al twee toegangsprijs, zie prikbord. beide liederen opgenomen, zoek maal exemplaren moeten laten de overeenkomsten…. en de bijpersen! verschillen! Ik wens u weer veel leesplezier met deze Pijpendraaier. Wim Boswinkel - redacteur

Colofon:

Disclaimer:

- De Pijpendraaier is het ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). - Het CVG heeft als doelstelling: * Het levend houden van de muziek van wijlen Cornelis Vreeswijk, en het toegankelijk maken en houden van diens werk. - Het CVG doet dit door: * informatie beschikbaar te stellen * de website www.cornelisvreeswijk.nl te onderhouden * dit ledenblad te publiceren * muziekbijeenkomsten te organiseren * het vertalen van het werk van Cornelis Vreeswijk uit het Zweeds te stimuleren - De Pijpendraaier verschijnt drie á vier maal per jaar. - Kopij sturen naar: redactie@cornelisvreeswijk.nl

-2-

De Pijpendraaier wordt samengesteld voor verspreiding onder de leden van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). Omdat delen van de inhoud auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, is het uitdrukkelijk niet de opzet van de CVG dat deze inhoud buiten de kring en de bijeenkomsten van het Genootschap verspreid of gebruikt zal worden. Het CVG neemt geen verantwoordelijkheid voor zulke verspreiding, door leden of door derden.


Inhoud Pagina 2: Van de redactie Pagina 3: Luisterlied Pagina 4: Van de voorzitter Pagina 5: Lancering van de cd “Cornelis zingt Bellman” Pagina 6: Lancering van de cd “Cornelis zingt Bellman” (vervolg) Pagina 7: Lancering van de cd “Cornelis zingt Bellman” (vervolg) Pagina 8: Liedfestival Västervik Pagina 9: Liedfestival Västervik (vervolg) Pagina 10: De ballade van Frederik Voerman en de knappe jufrouw Cecilia Lind Pagina 11: De ballade van Frederik Voerman en de knappe jufrouw Cecilia Lind (vervolg) Pagina 12: Billboard

Eindredactie: Wim Boswinkel

Luisterlied In het artikel over Cecilia Lind op pagina 10 noemt Klas Gustafson ook het lied Dansen på Sunnanö van Evert Taube, dat enkele frappante overeenkomsten – én verschillen – vertoont met Vreeswijks lied over de jonge Cecilia. Dat lied van Taube is al eens Luisterlied geweest, in de allereerste Pijpendraaier van februari 2009. Als illustratie bij Gustafsons artikel komt het hier nog een keer, in de vertaling van Huldra, naast de Nederlandse vertaling die Cornelis zelf maakte van Cecilia Lind. Dans op Zuiderscheer Cecilia Lind Daar gaat een dans op Zuiderscheer Daar danst heer Rönnerdahl met kleine Eva van der Beek bij het bal in ‘t feestlokaal De ramen van het paviljoen staan open naar de zee |: Een geur van seringen en jasmijn drijft op de nachtwind mee :|

Een eiland bij avond, de maan schijnt als glas en ergens muziek, een fluit en een bas De oude heer Frederik danst met een kind de kleine, bedeesde Cecilia Lind

En kleine Eva’s arm is rond met sproeten op haar huid en rood als kersen is haar mond Haar nieuwe jurk waait uit Heer Rönnerdahl, het schijnt dat u steeds neemt wie u begeert |: van alle vrouwen overal Althans, dat wordt beweerd :|

Zij danst met haar wimpers gesloten, geniet De druk van zijn armen, romantisch het lied, verwarmt ook haar zinnen, en zacht is de wind Zij bloost in het donker, Cecilia Lind

Nee juffrouw, mijn muziek bestaat uit wat ik geef, niet neem Zolang ik zien kan ben ik rijk en strooi ik om mij heen Wat ziet u dan, heer Rönnerdahl? Mijn nieuwe jurk misschien? |: Ja ook, maar geef mij een viool er valt veel meer te zien! :|

En wat zegt heer Frederik, vijftig jaar oud: We zijn op een eiland, het water is zout maar zoet is het land als een man je bemint Daar moet je op wachten, Cecilia Lind

Daar gaat een dans op Zuiderscheer daar speelt heer Rönnerdahl daar danst de lente met de wind en de sneeuw van vorig jaar Zijn vedel laat door park en zaal de ruis van golven slaan |: De zomerzon staat aan de kim In ‘t zuiden zingt een zwaan :|

Het feest is voorbij en waar zullen ze gaan? Ze blijft voor zijn huis maar een ogenblik staan maar denkt dan meteen: wie niet waagt, wie niet wint Ach, geef me een kus, vraagt Cecilia Lind

En daar danst Eva naar de deur met luitenant Van Dam Geen sproeten op haar huid te zien zo blozend is haar wang Maar Rönnerdahl is bleek en schoon en speelt zijn hart eruit |: Al zwevend in een hoger rijk met Eva als zijn bruid :|

Pas op! zegt heer Frederik, weet wat je zegt Je bent nog zo jong en dit noemen ze slecht Ik ben al zo oud en jij nog een kind Maar ik word gauw zestien, zegt Cecilia Lind De sterren verbleken, de ochtend wordt licht hij is voor de gloed van haar liefde gezwicht Hij is wel te oud, maar de liefde is blind Oh, kus me voor ’t laatst, zegt Cecilia Lind

Vormgeving: Nr19 Design Op de voorkant: Bas van Geel

-3-


Van de voorzitter Beste liefhebbers van Cornelis Vreeswijk, Het CVG verkeert nog steeds in jubelstemming. Wat een prachtig en stijlvol feest was de presentatie van de Bellman-cd. Zie het verslag verderop in deze Pijpendraaier. En wat hebben wij een leuke reacties gekregen! En het aantal verkochte exemplaren liegt er ook niet om: tot twee keer toe moesten we cd’s laten bijmaken. Eigenlijk niet te verwonderen bij zulke schitterende opnamen en een zo mooi vormgegeven boekje. Maar niet alles is vrolijk. In heel korte tijd heeft het CVG te maken gekregen met vier sterfgevallen: - Op 1 april overleed Hans Polak (70). In 2004 maakte hij de documentaire Cornelis Vreeswijk lever/leeft. Daarin is een fragment te zien over de ontdekking van de Bellmanbanden die geleid hebben tot de nieuwe Bellman-cd. - Op 5 april ging Jos de Rooij (60) van ons heen. Hij was accordeonist en zanger, en lid van het CVG. Hij heeft een grote rol gespeeld op twee van onze evenementen van het vorig jaar. - Op 12 april stierf Marcel Out (53), lid van het CVG en radiojournalist in IJmuiden, de geboorteplaats van Cornelis. Hij besteedde in zijn programma’s veel aandacht aan Cornelis. - Op diezelfde dag ging Ida Leuhusen Carlström Vreeswijk (72) dood, een van de drie zussen van Cornelis. Zij is steeds in Zweden blijven wonen. In het boekje bij de cd wordt zij nog bedankt evenals haar zus Tonny, omdat zij toestemming hebben gegeven om de unieke geluidsopnamen op cd te laten uitbrengen.

Maar laten we terugkeren naar Bellman. In Stockholm zijn drie gebouwen aan Bellman gewijd. In één daarvan heeft hij gewoond: Bellmanhuset. Dat ligt aan Urvädersgränd 3 in Södermalm, vlakbij Mosebacke. Bellman woonde daar van 1770 tot 1774 en schreef er de meeste van Fredmans epistels. Het huis is momenteel in het bezit van de oorspronkelijk bacchanalistische Orde van Par Bricole (‘bij toeval’) waarvan Bellman een van de grondleggers was. Iedere eerste zondag van de maand zijn er rondleidingen voor het grote publiek. Daarbij is er ook altijd een troubadour aanwezig die liederen van Bellman zingt.

Er is nog een ander Bellmanhus. Dat is het huis waar onze zustervereniging Sällskapet kantoor houdt. Ik heb erover geschreven in Pijpendraaier 3 van 2012: “… en heb ik ook Bellmanhuset bezocht, een krakkemikkig houten huis uit de achttiende eeuw bij de achteruitgang van Gröna Lund. Slechts in een enkele kamer is er electriciteit, bijvoorbeeld in het knusse kantoortje van Sällskapet, waar de gordijntjes zijn opgehangen, zoals ze op oude foto’s te zien waren.

Ondertussen zit Sällskapet, onze zustervereniging in Zweden, ook niet stil. Zo hebben ze ideeën voor een Corneliscruise, willen ze een nieuwe cd uitbrengen en zetten ze zich in om het jubileumjaar 2017 tot een groot succes te maken. Samenwerking met het CVG betekent daarvoor een extra impuls.

-4-

In de Bellmankamer zijn muren en plafond volgeschilderd met Bellmanmotieven. Bij het licht van een zaklantaarn heb ik me mogen vergapen aan de prachtige taferelen.” Het derde Bellmanhuis staat ook wel bekend als het Bellmanmuseum. Het ligt op Långholmen, het eiland dat tot in de jaren zeventig berucht was door zijn gevangenis. In de gebouwen zijn nu een hotel en een hostel gehuisvest. In Bellmans tijd zaten er een spinhuis voor de vrouwen en een rasphuis voor de mannen in. Samen werden ze ook wel het Spinhuis genoemd. Met de directeur daarvan, Hans Hansson Björkman, was Bellman persoonlijk bevriend. Dicht bij het Spinhuis lag een tolhuis: Lilla Sjötullen. Daar moesten de boeren van de Mälareilanden tol betalen voor de waren die ze zouden verkopen op de markten van Gamla Stan. De plaats wordt door Bellman genoemd in zijn Epistel 48. Nu heet het huis Stora Henriksvik naar een huurder uit de 19e eeuw. Enkele decennia geleden trokken Christina Trapp Bolund en Lasse Helgö in het huis, dat inmiddels vervallen was. Zij renoveerden huis en tuin in 18eeeuwse stijl en richtten er een particuliere Bellmantentoonstelling in. In 1992 was de opening van dit Bellmanmuseum met bijbehorend koffiehuis Blå Kanin (‘blauw konijn’). Het eten is er lekker, de tuin is prachtig en de tentoonstelling is mooi en uiterst informatief. En nog gratis ook! Alleen een beetje lastig te vinden. Marlies Philippa


Lancering van de cd “Cornelis zingt Bellman” Op zaterdagmiddag 16 april 2016 was er een ongewone bedrijvigheid in het fraaie stadhuis van de gemeente Velsen. Ongewoon, omdat dit gebouw in het weekend immers meestal dicht is. Ongewoon ook, omdat datgene wat zich daar ging afspelen, maar één keer in de (muziek)geschiedenis kon plaatsvinden. Sinds 2004 wist het CVG dat er bandopnamen bestonden van de vertalingen, die Cornelis in 1974 maakte van de meeste Bellmanliederen die op de Zweedse LP “Spring mot Ulla, spring!” stonden. Het proces, dat er toe leidde, dat deze uiteindelijk op een cd konden worden uitgebracht, is op vele manieren en plaatsen beschreven. Dit verslagje beschrijft de ceremonie die op 16 april plaatsvond rond het lanceren van de cd. In dat mooie Dudok-stadhuis. Die plechtigheid werd voorafgegaan door de algemene ledenvergadering, waarin onder andere de plannen werden besproken die het CVG voor volgend jaar heeft, een jaar van herdenking. Maar het meest opmerkelijke en ontroerende gedeelte van de vergadering was toch wel dat tien minuten voor het einde een groot boeket bloemen van het Zweedse Cornelis Vreeswijk Sällskapet werd binnengebracht voor onze voorzitter Marlies Philippa. Zij zouden ook graag naar ons feestje zijn gekomen, maar dat bleek niet mogelijk, vandaar die bloemen. Een mooier bewijs dat het wel goed zit met de contacten met onze zustervereniging kan men zich niet denken. Dat belooft wat voor volgend jaar. Daarna, om 14.30 uur, ving de echte presentatieceremonie aan. Daarvoor bestond een programmaatje met een tijdsindicatie, zo ook - intern- een gedetailleerd draaiboek. Daarin was niet geheel rekening gehouden met

verkeersomleidingen vanwege tunnels die dicht waren en zelfs niet met secretaresses, die een verkeerde tijd in een agenda schreven. Toen bleek, wie de echte ceremoniemeester van die middag was, namelijk Leonie van der Linden.

Die noemde daarbij Cornelis Vreeswijk als zijn meest geliefde zanger en hij vroeg zich af of men die in zijn vaderland Nederland nog wel kende. Deze middag heeft bewezen dat dit zo is (dankzij het Cornelis Vreeswijk Genootschap). In Zweden kent ieder kind Cornelis nog. Hij heeft meer dan 400 liederen geschreven en zijn liedjes worden er “met de paplepel ingegoten”. In Nederland moeten we daar iets meer moeite voor doen, maar door de Nederlandse vertalingen van de prachtige Bellman-liederen mogen we hopen dat de bekendheid van Cornelis weer een goede impuls krijgt.

Kick van der Veer zou de presentatie doen, maar die zat nog steeds in de file. Marlies Philippa nam zijn taak tijdelijk over. Zij mocht Bas van Geel aankondigen voor een optreden met Zij ontving ons als gastvrouw namens de gemeente en dacht daarbij twee liederen van Bellman. enigszins op de achtergrond te kunnen blijven. Ze stelde enig uitstel van het begintijdstip voor. Niemand in het publiek die daar enig bezwaar tegen bleek te hebben, geïmponeerd als men toch wel was door de bijzonder fraaie omgeving en de toen al rondgaande hapjes en drankjes. Dat wilde men best enige tijd op zich laten inwerken. Na een kleine vertraging was dan toch ook Robert te Beest verschenen, wethouder van cultuur van de gemeente. Hij onderstreepte nog eens het belang van Cornelis Vreeswijk als cultureel ambassadeur tussen Nederland en Zweden en vond het geheel terecht dat de gemeente van zijn geboorteplaats gastvrijheid bood voor het presenteren van zijn “nieuwe werk”, nota bene 42 jaar na zijn dood. Ook refereerde hij aan een onlangs verschenen interview in De Volkskrant van 26 maart, met Jonas Jonasson (Schrijver van “De honderdjarige die uit het raam klom en verdween”). -5-

Bas begeleidde zichzelf op de gitaar en zong de epistels 24 (Zuster lieve, mij gerieve) en 72 (Schitterende nimf). Allebei in de vertalingen van Cornelis. In diverse landen zijn meerdere pogingen ondernomen om de epistels en zangen van Bellman te vertalen. In Nederland gebeurde dat vooral ook door Bertie van der Meij in haar bundel “Sterven van liefde en leven van wijn”.


In de vorige Pijpendraaier werd epistel 72 verkozen tot “luisterlied”. Men kan daar de vertalingen van Cornelis en Bertie van der Meij vergelijken. Later – en elders – meer over zulke vergelijkingen.

Enkele maanden geleden kwam Jurjen Oostenveld in contact met het Kunstorkest uit Utrecht, een barokorkest bestaande uit studenten. Dat orkest was gevraagd om op 31 maart deel te nemen aan een muziekfestival in Utrecht ter Maar nu over het spel van Bas van gelegenheid van het 76e Geel. Ik heb hem vaak horen spelen. universiteitslustrum. Ze wilden dit Maar dit keer steeg hij boven zichzelf doen met werken van Bellman en uit, zo welluidend en vol overgave. zochten daarvoor een zanger/gitarist Het kan zijn door de euforie van de die dat samen met hen kon doen. Ze omgeving of door het historische vonden die in de persoon van Jurjen. moment, dat zowel zijn spel als ook Gelukkig kon Jurjen een deel van dit mijn beoordelingsvermogen in de lift orkest overhalen om hier voor ons te zat. Reden tot euforie had Bas komen spelen. En ook juist omdat overigens wel: hij maakte nota bene dit een deelbezetting was, moest men deel uit van het bestuur van het CVG daarvoor weer extra oefenen. Nog op het moment van ontdekking van nooit eerder in de geschiedenis van de tapes en heeft al die jaren de – het CVG is een orkest opgetreden vaak te trage – ontwikkelingen met zo’n grote bezetting en zoveel gevolgd. Dat er dan nu een cd ligt, in verschillende instrumenten (viool. honderdtallen, is een moment van altviool, cello, fluit, hobo, fagot, ontroering wel waard. hoorn, gitaar).

Tineke Jorissen-Wedzinga is een begenadigd spreker. Steeds als ze (bijvoorbeeld bij een Scandinaviëmarkt) een lezing houdt, komt de zaal stoelen te kort. (Dat probleem lag hier even anders, want het was in hoofdzaak een staande receptie). Enkelen van ons hadden wel eerder een lezing van haar bijgewoond – ook over Bellman – maar lang niet allemaal, en voor die mensen was haar verhaal toch bijzonder informatief. En het beeld van haar Powerpoint-presentatie werd er nog beter op toen bleek dat de gordijnen dicht konden. Het grootste probleem voor Tineke was, dat ze haar praatje tot zo’n 20 minuten moest beperken.

-6-

De akoestiek van de zaal bleek erg goed te zijn voor deze muziek. Men speelde de epistels 7 (Haal die contrabas te voorschijn), 81 (Maurits, ach Maurits), 71 (Ulla, mijn Ulla) en zang 56 (Nota bene). Alleen van de epistels 7 en 81 bestaan vertalingen van Cornelis. Het zal u opvallen, dat de contrabas niet wordt genoemd bij het noemen van de instrumenten. Die bleek wat lastig en te groot om mee te nemen. Toch is dat het instrument waar epistel 7 over gaat. Bellman kon – naar verluidt – allerlei instrumenten met zijn mond imiteren en zou dat dan ongetwijfeld gedaan hebben. Het Kunstorkest verving deze door een basgitaar.


Toen werd het tijd voor het opensnijden van de langwerpige kartonnen dozen om te laten zien dat er echt cd’s in zaten. Onder leiding van Kick van de Veer en met assistentie van onze voorzitter mocht Tonny Vreeswijk de eerste twee exemplaren van de cd overhandigen aan Loes de Fauwe en haar zuster. Zonder hun medewerking had het nooit zover kunnen komen. Loes vertelde nog dat “Kees” inderdaad wel vaker muziek zat op te nemen in de studio van haar vader op zolder. Zij had echter nooit vermoed dat daar iets zo bijzonders bij kon zijn. Enkele bijzonder genereuze donateurs werden nog naar voren gehaald voor de uitreiking en toen was het de beurt aan de overige donateurs om het hun toekomende exemplaar in ontvangst te nemen, vaak voorzien van een bijbehorend certificaat. Dit alles onder het genot van de muziek die op de cd stond, en de drankjes en overvloedige hapjes – waarvan er (naar verluidt) nog steeds enkele over zijn. Leonie werd met de traditionele bos bloemen bedankt voor haar inzet en steun, maar zij vond dan weer, dat er ook zoveel anderen binnen de gemeente daaraan hadden meegewerkt. Waarvan akte. En ook die worden allemaal bedankt. Wim van Kooten

Voor meer foto’s van Peter Herweijer klik hier:Fotoservice IJmond

-7-


Liedfestival van Västervik Nederland heeft het luisterlied, Frankrijk het chanson en Zweden heeft de visa. Een geliefd genre dat jaarlijks wordt gevierd met tal van festivals door het hele land. Het oudste en grootste daarvan is het Visfestival van Västervik. Daar komt de crème de la crème van Zweedse troubadours bijeen om de visa te laten horen, ieder jaar sinds de eerste editie in 1966. Dit jaar, van 14 tot 16 juli, wordt het 50-jarig bestaan gevierd met coryfeeën als Jack Vreeswijk, CajsaStina Åkerström en Bo Kasper. Ook vorig jaar, de vijftigste editie, werd er flink uitgepakt. Tot groot genoegen van twee aanwezige CVG-leden. Een impressie vanaf de tribune.

voert je al over bergen, langs rivieren en door donkere bossen. De woorden zorgen ervoor dat je niet verdwaalt. De muziek laat het je beleven. Ik heb op die avonden mooie wandelingen gemaakt, al denk ik niet dat het dezelfde waren als de artiesten maakten met toehoorders die wél het fijne van de taal kenden.

Het liedfestival van vorig jaar was er een om voorlopig niet te vergeten. Drie avonden lang Zweedse liederen horen waar je de inhoud niet van begrijpt. In een sprookjesachtige omgeving in een middeleeuwse kasteelruïne. Hoog op de tribune met over de muren een mooi gezicht op de haven. De tweede avond stonden we al om half zes in de rij, twee uur voor De eerste avond gingen mijn partner aanvang en anderhalf uur voordat de Hans en ik vol goede moed naar de poort openging. Het was heel erg ruïne toe. Terwijl we bij de camping druk. Iedereen stond en sprak wat op de fiets stapten begon het te met elkaar. Op zich is dat al een regenen. Het bleef regenen. Toch feest. Iedereen is vrolijk en kijkt uit zaten er ongeveer elfhonderd naar dat wat de avond zal brengen. mensen als verzopen katjes op de Sommige mensen kunnen niet lang tribune te genieten van wat er op het staan en hoppen van bankje naar podium gebeurde. Christina bankje. Als je voor de ruïne komt zie Kjellsson bewonderde onze moed je daar sporen van picknicks. Die om daar te blijven zitten en te mensen wilden echt vooraan op de luisteren. Hans had zijn sandalen nog eerste rijen zitten. Wij waren zo laat aan en had aan het einde van de in de rij dat er haast geen plek meer avond doorweekte sokken en koude over was in de ruïne. Ik zat op de voeten. Toch had hij daar geen last trap. Een aardige vrouw gaf mij een van, door het gezamenlijk beleven vissersstoeltje waar ik op kon zitten. van de muziek en het winderige natte Gelukkig was de muziek zo goed dat weer. ik me wel kon laten verleiden en vergeten dat ik ongemakkelijk zat. Als je Nederlandse bent en weinig Later kwam er plek naast Hans vrij Zweedse woorden tot je beschikking en konden we samen genieten. hebt, wat heb je dan te zoeken bij zo’n oer-Zweeds festival? De Toen het donkerder werd gingen er Zweedse visa raakt mij. Elk lied is een ineens fakkels aan die de kasteelmuur klein verhaaltje, verweven met de bijzonder verlichtten. We waren daar muziek. Hans heeft mij net na de langste dag en ik dacht echt geïntroduceerd in dit geweldige de hele avond dat het nog maar een fenomeen. De muziek op zichzelf uur of tien was. De beleving van -8-

onafgebroken licht versterkte de tijdloze sfeer van de ruïne. Over de haven werden op de schepen vaarlichten aangestoken. Na een geweldige avond fietsten we weer terug naar onze stuga en zaten nog wat te drinken en na te praten over de avond. Hans zei opeens: “Ja! De zon komt weer op, het is lichter dan

een kwartier geleden.” Een prachtig kleurenspel hebben we toen aan de horizon van de Oostzee gezien, om half drie ’s nachts. Gewoon meezingen omdat het lied mooi is of omdat je gewoon mee wilt zingen. Zonder tekstboekje, gewoon omdat iedereen het lied wel kent. Een ode aan de artiest die op het podium staat. Geen rare meezingers die met een beetje blabla wel lukken, maar melodieën die soms moeilijk te volgen zijn. Ik heb vaak mee geneuried, zwevend op de melodie naar de bomen die soms leken mee te wiegen op het ritme van de muziek. De derde avond stonden we om vijf uur in de rij. Deze keer hadden we wel plek op de bankjes, maar het was weer erg vol. Jack Vreeswijk heeft daar eer bewezen aan zijn vader. Met zo’n veertien- à vijftienhonderd mensen hebben we samen Cornelis toegezongen. Natuurlijk met ‘I natt jag drömde’. Niet even een flauw liedje zingen maar echt dromen, jouw droom. Ewert Ljusberg, een oude rot


die het podium nog met Cornelis heeft gedeeld, zong die avond een van mijn lievelingsliederen: Balladen om briggen Blue Bird av Hull. Deze klassieke zeemansballade van Evert Taube, over een schipbreuk, een dramatische reddingsactie en een gruwelijke afloop, kende ik al omdat Hans de tekst voor mij vertaald heeft. Zijn vertaling bleek zeer goed te zijn, ik kon het hele verhaal volgen en hoefde deze keer niet te verdwalen op de muziek. Aan het einde van dat lied werd er niet geapplaudisseerd. Je kon een speld horen vallen. Er moest eerst een luchtiger lied worden gezongen voordat we weer konden klappen. De ruïne staat op een eilandje in een riviermonding. Op een gegeven moment kwamen er allemaal kleine bootjes rond het eiland liggen om tegen de muziek aan te schurken. De mensen zaten heerlijk op dek met een wijntje te genieten. Langzaam werd het donkerder. De fakkels gingen weer aan. De laatste avond eindigde. Als toegift kregen we een spetterend vuurwerk over het water te zien. Met rode koontjes hebben we daarnaar gekeken. Vol van wat we hadden beleefd zijn we de volgende dag uit Västervik verder gereisd. Wendela Sterker

-9-


De Ballade van heer Frederik Voerman en de knappe juffrouw Cecilia Lind Hier volgt het eerste deel van een reeks over een van de meest geliefde en vaakst vertolkte liederen van Cornelis Vreeswijk: de ballade van Cecilia Lind. Het artikel is van biograaf Klas Gustafson, geleend uit zijn onvolprezen Grote Cornelis Luistergids (besproken in de Pijpendraaier nr. 12015). Om het voor de Nederlandse lezer gebruiksvriendelijker te maken heeft de vertaler hier en daar een naam of begrip toegelicht (of weggelaten) en voor Nederland relevante informatie toegevoegd. Met name de inleidende alinea is meer een bewerkte samenvatting dan een vertaling. Verder is het woord aan Gustafson. Op een nacht in augustus 1966 reed Cornelis Vreeswijk met twee collega’s van een optreden in het noordelijke Örnsköldsvik naar hun logeeradres bij het iets minder noordelijke Hudiksvall, een reis van 280 kilometer. Toen ze in de vroege ochtend bij de muzikanten- en kunstenaarshoeve Hörrgård aankwamen, hadden ze een onverwachte traktatie bij zich: de auto had onderweg een ree geschept. Terwijl heer des huizes Björn Ståbi (die u van de recente Bellman-cd kunt kennen als vioolspeler op Epistel 48) het onfortuinlijke dier tot avondmaal verwerkte, zat Cornelis in de keuken met de toevallig ook aanwezige band Trio me’ Bumba. Voor hen zong hij een recent geschreven lied met het aanbod om het op de plaat te zetten: Balladen om herr Fredrik Åkare och den söta fröken Cecilia Lind. De Zweedse muziekgeschiedenis had daar een andere wending kunnen nemen als de chef opnamen bij platenmaatschappij EMI niet aan de rem had getrokken. Een nummer van Cornelis opnemen was verspilde moeite, omdat deze het in een lopend conflict de Zweedse publieke omroep had verboden zijn muziek op de radio te draaien. Trio me’ Bumba zou dus niet als eerste de toekomstige klassieker uitbrengen, dat deed Cornelis zelf, vier maanden na het voorzingen in Björn Ståbi’s keuken.

https://www.youtube.com/watch?v =TJgdrkMtyA0 De melodie had Cornelis van een Engels volkslied dat in de loop der jaren verschillende titels heeft gehad en met diverse tekstvariaties is gezongen. Het gaat over een meisje, soms niet ouder dan twaalf jaar, dat verlangt naar haar aanstaande bruiloft, omdat de bruidegom haar een gouden ring heeft beloofd en het huwelijk haar zal bevrijden van het zware werk dat haar is opgedragen. De pedante verteller vindt dat ze veel te jong is om te trouwen, maar het meisje houdt voet bij stuk: “I’m going to be married next Monday morning.” Monday Morning is ook de titel van de versie die Cornelis het Amerikaanse zangtrio Peter, Paul and Mary had horen zingen op het album A Song Will Rise, uitgebracht in het voorjaar van 1965. https://www.youtube.com/watch?v =M_zpFM07-Ls

Daarin staat het meisje op het punt zestien te worden, even oud als Cecilia in de Nederlandse versie die Vreeswijk later schreef. In het Zweeds maakt hij haar een jaar ouder. De handeling situeert hij op een plek die in de Zweedse liedtraditie welbekend is, op de grens - 10 -

van cliché, maar voor een Nederlands publiek ronduit exotisch: een dansvloer in de open lucht, op een eiland voor de Zweedse kust, in het maanlicht van een zwoele nazomernacht. Het melancholische lied over de jonge Cecilia’s flirt met de oude Frederik stond niet op de speellijst tijdens Vreeswijks zomertournee van 1966. Daar had je swingende liedjes voor nodig, meende hij: “Een luisterliedavond, daar doen we niet aan.” Voor zover bekend was zijn eerste openbare uitvoering van het lied bij een driedaags gastoptreden als pauzeartiest in een Stockholms dansrestaurant, 21-23 juni 1966. In het publiek zat platenproducer Anders Burman, die zich later zijnverrukte reactie nog zou herinneren: “Volstrekt magnifiek! Om kippenvel van te krijgen.” Een week later trad Cornelis op bij een dorpsfeest in zuidoost-Zweden. Bij de afterparty hoorde hij de achttienjarige amateur Marie-Louise Jangsved zingen en gitaar spelen, waarop hij haar prompt contracteerde voor zijn aanstaande engagement van twee weken in Göteborg. Omdat zij nog minderjarig was moest haar vader het contract tekenen, de gage was “200 kronen, contant per speeldag uit te betalen”. De opdracht die ze meekreeg behelsde onder meer het zingen van Cecilia Lind, toevallig kende ze Monday Morning al, daarmee had ze al eens opgetreden. In de plaatselijke pers werd MarieLouise Jangsved beschreven als “de nieuwe vondst van Cornelis”, maar het lied veroorzaakte geen merkbare opschudding. Later dat jaar zong ze het opnieuw, bij een talentenjacht van de Zweedse omroep (Vreeswijks mediaboycot was inmiddels afgeblazen). Van de 300 deelnemers kwam zij bij de acht finalisten, maar voor een zege was het lied niet toereikend. Cornelis zong het zelf


tijdens een concertweek bij het Parktheater in Stockholm en AnnLouise Hanson vertolkte de rol van Felicia in het revueprogramma Knickedick 2, steeds met hetzelfde resultaat: nul aandacht. Ook de opname op Vreeswijks derde album Grimascher & Telegram kon de handen niet op elkaar krijgen. Nadat hij het lied in december 1966 op televisie had gezongen, kreeg het zowaar één regel van waardering in de krant Dagens Nyheter.

De volle maan suggereert een nacht in augustus, wanneer het korte respijt van de zomer al bijna plaats moet maken voor de langdurige dwang van het najaar. Heer Frederik prijst uitvoerig de schoonheid van Cecilia, verder blijft de dialoog spaarzaam en wordt de omgeving slechts summier beschreven. Het eiland krijgt een naam, Öckerö; het beeld van het rustieke kustlandschap mag de luisteraar zelf invullen. Ook wie zelf geen ervaring heeft met de Zweedse “dansbanan” kan zich waarschijnlijk een voorstelling Het zou bijna twee jaar duren maken vanuit andere beschrijvingen in voordat Cecilia Lind een nationale liederen, film en literatuur. De locatie aangelegenheid werd. In januari 1968 staat meestal voor vreugde en maakte de populaire schlagerzangeres samenzijn, Frederik en Cecilia lijken Anita Lindblom haar bejubelde daarentegen moederziel alleen; slechts comeback als revueartiest bij Kar de de dansmuziek geeft blijk van enig Mumma in Stockholm. Met de menselijk leven om hen heen. Ook de “Ballade van heer Frederik Voerman muzikale begeleiding is minimaal: in de en de knappe juffrouw Cecilia Lind”, Zweedse opname alleen Vreeswijks zoals de volledige titel zich laat eigen gitaar en de contrabas van Sture vertalen, demonstreerde zij “hoe je Nordin. In de Nederlandse versie een lied zó kunt zingen dat een horen we naast de bas ook een fluit, zojuist schaterlachend revuepubliek waarmee de muziek de vertaalde tekst stilvalt in ontroerde aandacht, zonder op de voet volgt. sentimentaliteit”, zoals de recensent van Svenska Dagbladet het Het thema en sommige motieven in formuleerde. Later die maand zette deze ballade komen ook voor in het Lindblom het lied op de plaat. Het oeuvre van Evert Taube; de kwam weliswaar als B-kant op een landelijke dansavond, de oudere man single terecht, maar bereikte dat die een jonge vrouw het hof maakt voorjaar alsnog de Zweedstalige top- en de hoofse spreektoon. tien. https://www.youtube.com/watch?v =PEd5IXPyODY

De eerst nogal sceptische houding van Cornelis jegens Taube had inmiddels plaats gemaakt voor een welhaast onvoorwaardelijke bewondering voor de meester. Het hoogst schatte Vreeswijk het lied Dansen på Sunnanö, waarin de ervaren heer Rönnerdahl de dans aanvaardt met de kleine Eva Liljebäck: “Dat lied is zo mooi, zo perfect, dat je het zelf had willen schrijven.” Toen hij op een vredige ochtend in hun beider stamcafé Den Gyldene Freden de kans greep om voor Taube te zingen koos hij juist dat lied, dat ook een hoogtepunt vormt op het album Cornelis sjunger Taube. https://www.youtube.com/watch?v =gmXe_TFX6v0 (wordt vervolgd) Klas Gustafson; vertaling Hans Westin

Daarna schoot de populariteit van het lied omhoog. De aanhoudende eis van het publiek om het te laten horen schiep, samen met zijn eigen angst voor herhaling, een conflict bij Cornelis: “Juist Cecilia Lind wil ik niet kapotmaken. Dan weiger ik liever het lied te zingen dan het in mijn eigen oren te verramsjen. Want ik moet ermee leven.” Balladen om herr Fredrik Åkare och den söta fröken Cecilia Lind werd uiteindelijk een kleinood in de Zweedse liederenschat, onwrikbaar verankerd in de traditie van Zweedse zomerliederen.

Hörrgård, augustus 1966: Cornelis met Trio me Bumba, naast Cornelis: Jan-Erik “Bumba” Lindqvist, tweede van links Rijksspeelman Björn Ståbi. (Foto: Janne Bumba)

- 11 -


ty

Billboard

- 12 -

Pd2016 02  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you