Issuu on Google+

consul Old Boys Network

“Wat je kan, of wie je kent?”

TBM’er in de Eerste Kamer

P-Co Space Invaders - Totaal Buitenaards

Volume 16

1th edition

Januari 2012


INHOUD

Consul, volume 16, 1th edition

TB

3

25

10 TBM’er in de Eerste Kamer 24 FSR

25 Graduate: M. van Blijswijk 26 Combineren is topsport Consul

4 Editorial

..6 Wat je kan, of wie je kent?

12

12 Ruttes begrotingscommissaris

15 Interview T. Wijnsma, ORTEC 22 Puzzelpagina

28 Thuis bij TB’ers

6

34 TB’ers testen Curius

..5 From the 19th board 18 Curiusactiviteiten 30 P-CO

32 Commissies: AC en BarCo 35 The Game Advertenties 2 PostNL

16 BearingPoint

23 Policy Research Corperation 36 KPMG

30

35


EDITORIAL

4

text: Boy Trip

Dear readers, Welcome to a new and happy 2012. Not only a new year with good intentions about losing weight or studying harder, but also with a new Consul committee. With this new committee, we will take the Consul to a higher level. To balance all the changes and new things, we have chosen for an well-known theme, ‘Old Boys Network’. In this edition, the main article has the 'Old Boys network' in the Dutch business life as subject. You will also find articles about the Euro crisis and a lot more interesting topics. We also present the first edition of a brand new column, named ‘TB’ers testen’. In this edition’s test the Kebab restaurant specialty ‘Kapsalon’ is tasted and rated. The consul crew tested them all for you, so you know where to find the best Kapsalon in Delft. We would like to thank the old Consul committee for the help they’ve given in the transition period. We would also like to thank them for all the beautiful Consuls of last year. The new consul committee (Fieke, Kirsten, David, Luuk, Laurens, Jakar and Boy) worked hard to make the Consul at least as good as all the Consuls before this one. A consul full of interesting articles, nice pictures, beautiful designs, great Curius activities and much more. Have fun reading the consul! On behalf of the Consul committee, Boy Trip

Colofon Hoofdredacteur Boy Trip Editor Luuk van Koppen Editor Laurens de Kok Editor Kirsten Meeuwisse Designer Fieke Miedema Designer David Meijer Qualitate Qua Jakar Westerbeek 1500 copies Published quarterly Drukkerij De Swart, Den Haag Study Association Curius Jaffalaan 5 2628 BX, Delft Consul is an official organ of Curius, Study Association of Technology, Policy and Management


FROM THE 19th BOARD

text: Stijn Pieper

Dear Curius members, dear readers, Delft is like a small village. Every student who’s a little bit active in the Delft student life has a broad network of people he or she knows. Fellow students from your study, drinking partners from your student association or colleagues from your small job you do on the side. At every party, drink or career event you know at least a hand full of people. Overall a broad network full of intelligent people with the ambition to reach the (inter)national top. Not everybody reaches the top, but the ones that do (mostly TPM students) still know their friends from their little town Delft. Friends that have spent on average 7.2 years to become the people they are today. Now the state secretary Halbe Zeilstra wants to reduce this time drastically, but even if you have less time to spend with your friends, remember that the friends you’ve made in Delft will always stay your friends. Especially at Curius, the bonds between students become very tight. All capable students, with communicative advantage to maintain a broad network. Friends with whom you organized the P-co party or friends that went on a trip to Sevilla with you. You don’t forget them, even if you are at the top of the food-chain: the top of the public or private sector in the Netherlands and beyond. The question that corresponds with this Consul theme ‘Old Boys Network’ is of course: “Does your network of your student time still count in the real life of CEO’s? Is there an Old Boys Network with people in it who knew each other from Delft and who give each other advantages in soliciting for prominent positions or functions?” Curius only exist 19 years so the oldest alumni (united in the TPM alumni association Arachnion) are now around 45 years old. All more than ready to breach through to the highest ranks in society. If the Curius Old Boys Network will really arise at that point, is still the question. But I think keeping in touch with your fellow Curius members is always a wise decision. Enjoy this edition of the Consul! On behalf of the 19th board, Stijn Pieper President

From left to right: Sophie Kerckhoffs, Jakar Westerbeek, Xanna Bijvoet, Stijn Pieper, Jasper Verberne, and Geert Wanders

5


“Wat je kan, of wie je kent?” Over het Old Boys Network

Al jarenlang wordt er gesproken over een netwerk van invloedrijke mannelijke bestuurders in het bedrijfsleven, die elkaar de belangrijke banen gunnen. Het gaat er niet om wat je kan, maar wie je kent. De gemiddelde feminist laat de term ‘Old Boys Network’ dan ook zo vaak mogelijk vallen om te bewijzen dat mannen echt de overhand hebben. Maar is het ‘Old Boys Network’ eigenlijk nog wel van deze tijd, of zijn er tegenwoordig andere netwerken of vaardigheden belangrijker? De Consul zocht het uit. In 1968 sprak vakbondsvoorzitter Jan Mertens over wat later de ‘Tweehonderd van Mertens’ genoemd zou worden. Hij zei in een speech dat er in Nederland ongeveer 200 mannen waren die elkaar de bal toespeelden als het om belangrijke functies ging. Ze hadden allemaal wel een functie als commissaris (‘commissariaat’) naast hun bestuursfunctie en domineerden ook de hogescholen en universiteiten. Deze tweehonderd hadden samen gestudeerd, waren samen ontgroend en zagen elkaar waarschijnlijk nog bij elke reünie van het corps. De heren van toen kwamen allen uit hetzelfde milieu en hadden zelfs bij elkaar op de lagere school gezeten.


?”

tekst: Laurens de Kok en Luuk van Koppen

Dit ‘Old Boys Network’ leidde tot veel verbanden tussen bedrijven. Zo plaatsten bedrijven commissarissen bij elkaar in de Raad van Commissarisen om een nog sterker netwerk te creëren. In 1987 waren er bij de 100 topbedrijven nog 108 dubbelcommissarissen. Ook kwam het regelmatig voor dat topcommissarissen niet één, maar wel vijf of meer commissariaten vervulden.

De bestuurders van deze bedrijven, zoals amazon. com en marktplaats.com, vervulden enkele dubbelcommissariaten en zo leek dit netwerk op te komen. Bij dit ‘New Boys Network’ zouden topmannen van Getronics, Ahold, Aegon en KPN betrokken zijn. Dit vermeende netwerk viel echter na enkele boekhoudschandalen snel uiteen en dus was het gedaan met het ‘New Boys Network’.

“Ongeveer 200 mannen die elkaar de bal toespeelden als het om belangrijke functies ging.”

Verandering

In 2008 hebben Non en Franses van de Erasmus Universiteit Rotterdam een onderzoek gedaan hoe het ‘Old Boys Network’ van invloed is op het uiteindelijke bedrijfsresultaat. Zij hebben gekeken naar de raden van commissarissen van alle Nederlandse beursgenoteerde bedrijven over de periode 1994 tot 2004. Hierbij hebben ze het bedrijfsresultaat gemeten aan o.a. het rendement op aandelen gecombineerd met andere maatstaven. Zo konden zij alle bedrijven in een netwerk weergeven op basis van dubbelcommissariaten. Hieruit kwam een ‘Old Boys Network’ naar voren, bestaande uit oudere blanke mannen die veelal dezelfde achtergrond hadden. Vervolgens is er in het onderzoek gekeken naar het percentage ‘old boys’ in elke raad van commissarissen. Dit is vergeleken met het bedrijfsresultaat om te kijken of hier een verband te vinden is. Dit verband had de vorm van een omgekeerde U; in een ideale situatie zitten er dus 1 of 2 old boys in een raad van commissarissen. Zij bevelen aan om een zo divers mogelijke raad van commissarissen samen te stellen aangevuld met 1 of 2 ‘old boys’ om zo tot het beste bedrijfsresultaat te komen. Volgens recent onderzoek van Van Hezewijk en Metze is dit ‘Old Boys Network’ echter niet meer van deze tijd. In 2005 was het aantal dwarsverbanden tussen bedrijven geslonken naar 21. Er was in 2010 nog maar één topcommissaris die zes commissariaten vervulde. Frans Cremers, voormalig CEO van VNU, was commissaris bij onder andere Fugro, de NS, Schiphol en Vopak. De inkrimping van het ‘Old Boys Network’ vindt sinds de jaren negentig plaats. Er is een nieuwere generatie die de bestuursfuncties vervullen, maar tot dusver hebben zij nog geen ‘Old Boys Network’ gevormd. Wel leek er in 2000 kort sprake te zijn van een ‘New Boys Network’. Dit zou gevormd worden door topmannen van zogenaamde dotcom-bedrijven.

Sinds er bedacht is dat iedereen in Nederland naar de universiteit moet kunnen gaan, is het ‘Old Boys Network’ veel minder elitair geworden. Afkomst bepaalt niet meer welke studie iemand afrond, maar het gaat puur om de kwaliteiten die de persoon bezit. Hierdoor is het ook voor de toenmalige lagere en middenklasse mogelijk geworden om via de universiteit de top van het bedrijfsleven binnen te komen. De grote overeenkomst bij topbestuurders is op dit moment dan ook hun universitaire achtergrond. Het komt nu dan ook weinig voor dat mensen zonder universitaire titel de top bereiken. Jaarlijks houdt De Volkskrant een groot onderzoek naar de achtergrond van de top van het Nederlandse bedrijfsleven. Hieruit kwam naar voren dat 85 procent van zowel de publieke als private top een universitaire opleiding heeft doorlopen. Dit percentage ligt in de grootste ondernemingen van Nederland zelfs nog hoger, namelijk 94% in 2010. De bedrijven in Nederland worden dus meer en meer meritocratisch, wat wil zeggen dat de rangen binnen de maatschappij worden verdeeld aan de hand van ieders ‘verdiensten’. Voor de jaren tachtig hadden wij, als Delftse ingenieurs, het samen met de Leidse juristen het eigenlijk voor het zeggen in de top van het bedrijfsleven. Sindsdien zijn daar steeds meer economen en bedrijfskundigen bijgekomen, die voornamelijk uit Rotterdam kwamen. Van alle bestuurders komt ongeveer 20% uit de hogere klassen. Terwijl dit halverwege de jaren tachtig nog ongeveer 80% was.

“94% van de topmannen heeft een universitaire studie afgerond.” Maar dit betekent niet dat er geen elite meer is. Daar waar het ‘Old Boys Network’ van vroeger uit een kweekvijver van 2% van de maatschappij viste, bedraagt de universitaire kweekvijver momenteel 4% van de maatschappij. Ook al is er dus een grotere mogelijkheid om in de top te komen, er is nog steeds sprake van een elite, een universitaire elite welteverstaan.

7


8 Ook de plek en sector waar de topmannen netwerken is veranderd. Steeds meer topmannen nemen nevenfuncties in de publieke sector. Ook hier is voor hen geld te verdienen en daarnaast kunnen ze op deze manier laten zien dat ze maatschappelijk betrokken zijn. Ze komen hier hun mede topmensen tegen en zo wordt kennis tussen bedrijven alsnog gedeeld. Zo was in 2010 30 procent van de topmannen actief in de wetenschap, 28 % in de gezondheid en 28% hield zich bezig met functies in de cultuur. Dit geldt niet alleen voor bestuurders binnen bedrijven, maar andersom is dit proces ook in volle gang. Veel hoge bestuurders van de overheid hebben vaak bijbanen bij bedrijven. Ook gebeurt het vaak dat deze bestuurders bijbanen hebben binnen andere overheidsinstellingen.

“De universitaire kweekvijver bedraagt 4% van de maatschappij.” In de afgelopen tijd zijn er echter veel gevallen van commissarissen van de overheid die bij bedrijven of andere overheidsinstellingen toezicht moesten houden, maar daarin faalden. Recent voorbeeld is de affaire rond Nurten Albayrak van het COA. Volgens haar medewerkers zou ze zich onder andere als een ‘Zonnekoningin’ gedragen en streek ze een buitensporig salaris op. Het toezicht op de gang van zaken was daar blijkbaar absoluut onder de maat. Toezichthouder (‘voorzitter van de raad van toezicht’) was Loek Hermans. Dit is één van zijn 14 (!) bijbanen of nevenfuncties naast zijn functie als Eerste Kamerlid. Nadat hij en andere topbestuurders zwaar onder vuur hebben gelegen in verband met hun vele bijbanen, is er op 1 januari 2012 een wet aangenomen die het aantal bijbanen van topbestuurders flink moet verminderen. Doel van de wet is het beperken van het aantal bijbanen van topbestuurders, waardoor ze meer tijd hebben voor het goed verrichten van hun taak.

In de situatie met de vele bijbanen voor de bestuurders wordt algemeen gedacht dat er vaak een te vriendschappelijk contact is tussen directeur en toezichthouder. Aangezien de directeur de toezichthouder mag kiezen zal hij vaak een voor hem bekende kiezen. Voor het kiezen van een toezichthouder wordt dus vaak teruggevallen op hun ‘Old Boys Network’. In de nieuwe situatie mogen bestuurders nu nog maximaal vijf bijbanen bij bedrijven hebben. Voorzitterschappen tellen in deze wet als twee bijbanen. Functies bij goede doelen, kerkelijke en culturele doelen zijn van deze gevrijwaard. De wet blijkt echter lek aan alle kanten. De bestuurders mogen niet meer dan vijf bijbanen hebben bij Nederlandse NV’s, BV’s en stichtingen. Met iedere andere vorm kan een bestuurder dus wel een bijbaan accepteren. Ook bij ieder willekeurig bedrijf in het buitenland mogen bijbanen worden geaccepteerd. Voor sommigen bestuurders met veel bijbanen zal deze wet dan ook nauwelijks van toepassing zijn, terwijl anderen de termijn van hun huidige bijbanen niet meer mogen verlengen. De wet is dus niet zeer doeltreffend, maar er lijkt wel een signaal afgegeven te zijn naar de publieke bestuurders, dat het stapelen van bijbanen, vaak een verkapte vorm van vriendjespolitiek, niet meer zomaar door de beugel kan.

“Bestuurders mogen nu nog maximaal vijf bijbanen bij bedrijven hebben.” Tweede Kamer

De Consul heeft ook uitgezocht hoe het met het ‘Old Boys Network’ in de regering zit. Van alle ministers hebben we uitgezocht welke studie ze hebben gedaan en of ze bij een vereniging lid zijn geweest. Dit om erachter te komen of de ministers van vandaag aangesteld zijn om hun verdiensten of


9

De studietijd van Nederlandse ministers Minister

Studenten-

Studieduur Studie

Mark Rutte

JOVD

1984-1992

Nederlands Recht Leiden

Liesbeth Spies CDJA

1984-1990

Nederlands recht en economie Leiden

Uri Rosenthal

Unitas

1963-1970

Politicologie Amsterdam

Hans Hillen

Nee

1966-1974

Sociologie Utrecht

Maxime

L.S.V.

1975-1986

Geschiedenis Leiden

Jan-Kees de

Nee

1987-1996

MBA Nijenrode, Bedrijfs-

Verhagen Jager

vereniging

Minerva

en

Sociologische economie en Nederlands recht Rotterdam

Gerd Leers

Nee

1969-1975

Planologie Nijmegen

Melanie

L.S.V.

1988-1994

Bestuurskunde Leiden/Rotterdam

Marja van

Nee

Onbekend

VMBO Verpleegkunde-A Leiden

Henk Kamp

Nee

1977-1980

Controleursopleiding belastingen Utrecht

Ivo Opstelten

L.S.V.

1962-1969

Nederlands recht Leiden

Edith

ALSC

1985-1991

Politicologie Leiden

Schultz van Haegen

Bijsterveldt

Schippers

Minerva

Minerva Quintus

puur omdat ze de juiste mensen kennen. (Zie tabel) In de tabel is te zien hoe de ministers van het huidige kabinet hun studietijd hebben voltooid. Opvallend is dat drie van de twaalf ministers bij studentenvereniging Minerva hebben gezeten. Zij hebben elkaar echter niet in hun studententijd gekend en zijn dus al helemaal niet samen ontgroend. Hier is dus geen sprake van een ‘Old Boys Network’. De enigen die elkaar van de studietijd zouden kunnen kennen zijn Mark Rutte, Liesbeth Spies en Melanie Schultz van Haegen. Ze zaten echter niet bij dezelfde studentenvereniging. Ze kennen elkaars gezicht dus misschien, maar een persoonlijke band is ook niet waarschijnlijk door het grote verschil in leeftijd en verschillende activiteiten buiten de studie om.

Het blijkt dus, ondanks dat er niet een echt ‘Old Boys Network’ meer is, wel van belang te zijn wie je kent in het bestuurlijke leven. Mooie bijbanen worden je toegeschoven en dat ene mooie contract zal ook eerder naar je toe komen als je de juiste mensen kent. Hierbij wordt dan wel vaak de schijn opgehouden van een eerlijke procedure. Conclusie is dus dat studeren zeker belangrijk is en dat je in de studententijd en in je verdere carrière altijd gezellig vrienden met iedereen moet worden; het kan je een mooie baan en een hoop geld opleveren!


TBM’er in de Eerste Kamer Al een aantal jaren is er een bekend gezicht werkzaam bij TBM. Sybe Schaap; lid van de Eerste Kamer. Voordat hij in Delft kwam heeft hij al een imposant C.V. opgebouwd. Begonnen als boer in Flevoland heeft hij zich verder ontwikkeld door sociale wetenschappen te studeren in Amsterdam. Vanaf 1979 was hij universitair docent in de filosofie en alsof dat nog niet voldoende afwisseling was, is hij daarna aan de slag gegaan als dijkgraaf. Door die jarenlange ervaring als dijkgraaf kon hij met de kennis van het water plus bestuurlijke kennis uit de Eerste Kamer dus goed aan de slag bij de TU Delft. De Consul voelde hem aan de tand over zijn carrière, TB en het Old Boys Network. U heeft een opmerkelijke loopbaan gehad; van boer, tot een studie filosofie en nu werkzaam in de technische sector. Komt die filosofische kennis dan nog van pas of is dit echt een totaal andere wereld?

Tja, ik ben immers boer en waterbouwer; wat doe je dan met die filosofie? Dat raakt elkaar niet heel erg direct. Maar voor nadere beschouwingen kan het goed van pas komen. Het hele waterbeheer is bijvoorbeeld heel sterk door de overheid gedomineerd. Het zijn allemaal opdrachten van Rijkswaterstaat en van de waterschappen. Maar wat is dan de plaats van de overheid? Moet dat allemaal centraal georganiseerd zijn (dus Den Haag) of is het waterbeheer ook decentraal, dus moet je de waterschappen juist verdedigen en dat uitdragen? Zo zit je al snel in staatrechtelijke discussies. Die zijn heel erg filosofisch en dan komen de twee gebieden (techniek en filosofie) wel weer bij elkaar.

U bent voorzitter van het Netherlands WaterPartnership. Vertelt u eens wat meer over deze organisatie. Het is een Nederlandse netwerkorganisatie op het gebied van waterbeheer. Maar die is erop gericht om Nederland in het buitenland een gezicht te geven. Dus export bevordering en politiek-bestuurlijke contacten ontwikkelen zodat Nederland in beeld komt. Hierbij wordt het bedrijfsleven meegenomen.Het draait om de relatie overheid-bedrijfsleven zodanig versterken zodat je daar als Nederland beter van wordt. Denkt u dat Nederland een hoge status heeft qua watermanagement in het buitenland? Ja, als je in het buitenland komt dan wordt geen rode loper, maar een blauwe en groene loper uitgerold.Als


tekst: Laurens de Kok en Kisten Meeuwisse de hele wereld aan Nederland denkt, dan gaat het over die twee dingen: de agrarische sector en de watersector. Daarbij hebben we een enrom goede reputatie en dat moeten we zo houden! Maar je moet deze reputatie wel verdienen, je krijgt hem niet. Dit betekent dat je niet alleen technisch voorop moet lopen wereldwijd, maar ook met goede organisatorische concepten moet komen. Een gemaal bouwen of beton storten, dat kunnen ze overal wel. Een dijk aanleggen dat wordt al iets lastiger, maar dat leren ze ook nog wel. Het wordt pas lastig als je dit allemaal moet organiseren. Niet alleen de bouw, maar ook het onderhoud. Deze stap is voor veel landen moeilijk zelf te zetten. De Nederlandsche expertise kan hier erg nuttig zijn.

Denkt u dat Nederland het ideale concept heeft qua waterschappen etc.? Ja, het achterliggende concept van centrale regie, met daaronder de decentrale regionale uitvoering is ijzersterk. Maar het moet geen blauwdruk zijn. Je moet altijd rekening houden met regionale omstandigheden. Sinds een aantal jaar bent u werkzaam hier op TBM. Hoe bent u hier bij de TU Delft precies terecht gekomen? Ik ben dijkgraaf geweest en was voorzitter van de unie van waterschappen. Hier heb ik zware discussies meegedraaid. Daardoor dachten ze hier en in Wageningen: die weet wat! Ondanks dat ik eigenlijk wilde stoppen met het waterbeheer werd ik voor mijn huidige parttime functie gevraagd. Wat is precies uw taak hier op de faculteit? Ik heb een hele vrije opdracht. Ik moet Wageningen en de TU Delft bij elkaar proberen te krijgen op het gebied van Water Policy en Governance. In Wageningen denken ze meer in de richting van het landelijke, agrarische gebied. In Delft ligt de focus daarentegen op het water. Aangezien we in de praktijk samen moeten werken is het belangrijk om nu al contacten met elkaar te leggen. Governance is hierbij erg belangrijk en misschien moeten we daar meer nadruk op gaan leggen op deze faculteit. Op TBM bestaat uit een mix van verschillende vakgebieden. Komen uw kwaliteiten hier dan ook het best naar voren, omdat u kennis ook breder is dan één vakgebied? Zeker. TBM is niet alleen het besturen en managen, maar het gaat ook echt ergens over. Water is niet alleen een theoretisch vak, je ziet het buiten. Het is echt praktisch werk. Daarom is het een uiterst prettige werkomgeving.

Mist u dat nu dan niet, die praktijk? Ik mis het wel een beetje. De praktijk vind ik heel erg mooi. Beslissingen maken en zien dat er iets gebeurt, dat vind ik prachtig. Je moet alleen nooit denken dat je onmisbaar bent. Op een gegeven moment moet je de deur achter je dicht trekken. Je moet je dan ook gewoon niet meer met je vorige leven bemoeien. Ik heb nu nieuwe uitdagingen in de vorm van deze baan en de Eerste Kamer. Het Thema van dit blad is Old Boys Network. Merkt u dat dit er is in de Eerste Kamer? Jazeker. Ik merk zelf dat ik ook de hele wereld ken. Dat is goed, zolang je er op een goede manier gebruik van maakt. Het is bijvoorbeeld erg goed om te weten hoe een staatssecretaris handelt en denkt. Dan weet je wanneer hij met je plan mee zal gaan of juist terughoudend zal reageren. Je studie is niet alleen een stukje papier halen, maar ook een netwerk opbouwen. Dit wordt weleens een Old Boys Network genoemd. Het gaat er echter om dat je je open opstelt en tijdig met mensen praat. Er wordt ook gezegd dat er een Old Boys Network in de Tweede Kamer is. Het huidige kabinet dat wordt ook wel Minerva 1 genoemd… Bos, Balkenende, een heleboel mensen kwamen van de VU. Ik heb er zelf ook gestudeerd en les gegeven, dus ik ken het wereldje wel. Dat 3 á 4 mensen van de VU komen is op zich niet erg. Het wordt pas een probleem als het een rekruteringscriterium wordt dat de jongens elkaar kennen. Dat zal veel weerstand oproepen in de samenleving. Het is en blijft dus belangrijk om te zorgen dat de macht en de invloed van personen goed gespreid is. Sinds kort zijn er ook geluiden dat er een new boys network ontstaat. Dus dat er niet zo zeer naar geld of naar oude elite wordt gekeken maar naar welke papieren/diploma’s die je gehaald hebt. Denkt u dat daar wel meer op wordt gelet of ook niet? In de Eerste Kamer zitten nu 15 hoogleraren en waarschijnlijk meer dan 25 gepromoveerd. Dit is een goede zaak, omdat in de Eerste Kamer gedegen kennis nodig is. Leden van de Eerste Kamer moeten een beetje onzichtbaar en op de achtergrond zijn, omdat deskundigheid en ervarenheid wordt gevraagd. In de Tweede Kamer is een realistische afspiegeling belangrijker. Het is erg belangrijk dat mensen van alle lagen van de bevolking hierin vertegenwoordigt zijn. Sommige van de beste bestuurders die ik in mijn werkende leven kende waren bouwvakkers. Zij kenden de werkvloer immers.

11


Ruttes begrotingscommissaris:

Een onwerkbare oplossing voor het verkeerde probleem

In de turbulentie van de Eurocrisis kwam het Nederlandse kabinet met het voorstel om een speciale EU commissaris aan te stellen die landen moet disciplineren die het met hun overheids-begroting niet zo nauw nemen. Ik zie dit als een voorbeeld van potsierlijke symboolpolitiek waarbij het kleinste hondje het hardst blaft. In de loop van het artikel zal ik beargumenteren dat dit voorstel (a) onwerkbaar is en (b) aan het echte probleem voorbijgaat. (a) Waarom is het onwerkbaar? Men moet zich realiseren dat vanaf een bepaalde grootte van de schuld de machtsverhoudingen tussen crediteur en debiteur verschuiven. Indien u 10.000 euro van de bank heeft geleend en u kunt het niet meer betalen, dan heeft u een probleem. Indien de bank u 5 miljard euro heeft geleend en u kunt het niet meer betalen, dan heeft de bank een probleem! Iets dergelijks geldt ook voor de grote eurolanden. Bij het (economisch) kleine Griekenland kon men als kredietgever nog dreigend optreden. Bij een groter land zoals Italië, Frankrijk, Spanje of België kan dat niet meer. Italië heeft bijvoorbeeld een staatsschuld van 1.900.000.000.000 euro.

Deze schuld zit in de vorm van vermogenstitels (‘assets’), dan wel als ‘vorderingen’ op de balansen van banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Mocht Italië stoppen met betalen, dan valt daar niet veel aan te doen. Wellicht dat Wilders nog even roept dat we de landmacht op ze af moeten sturen, maar dat is populistische onzin. Er bestaan geen faillissement-procedures voor landen. Je kunt Rome of Napoli niet aan de hoogste bieder verkopen. De enige sanctie die de kapitaalmarkten hebben, is dat ze het land na een faillissement jarenlang geen cent krediet meer geven. Vervelend, maar in de historie heeft menig land dit al meegemaakt; het is ongemakkelijk, maar er valt mee te leven. Voor de landen waarvan de banken vorderingen hebben op de Italiaanse staat is de situatie daarentegen veel lastiger. Er zullen ongetwijfeld banken zijn die hun balansen hopeloos hebben volgestouwd met Italiaans schuldpapier en die ‘too big to fail’ zijn. Als Italië failliet gaat, hebben regeringen (weer) geen andere keuze dan hun banken te redden, domweg omdat de collateral damage van een faillissement te groot is. De overheidsbegrotingen van een aantal EU-landen zijn echter nog gehavend door de bankenreddingen na de crisis met Amerikaanse rommelhypo-theken. De vraag is: kunnen deze landen nog voor een tweede keer met tientallen miljarden de staatsschuld verhogen om hun banken te redden? Een reëel scenario is dat ze dan worden afgewaardeerd door Standard & Poor, Moody’s en Fitch. Na de afwaardering gaat de rente op de staatsschuld omhoog en -


:

tekst: Alfred Kleinknecht komt men in de problemen met rentebetalingen en herfinanciering van de staatsschuld. U voelt hem al aankomen: de schulden van de landen die nu een probleem krijgen met hun staatsschuld staan ook weer op de balansen van banken. Er moeten dus opnieuw banken worden gered en dit jaagt weer de staatschuld op, enzovoort. Er bestaat een vrij reële kans dat het faillissement van één groot land zo maar de opmaat wordt voor een totale ‘meltdown’ van het financiële systeem. Eén ding moge duidelijk zijn: alle landen buiten Italië hebben er tenminste even veel belang bij dat Italië niet failliet gaat als Italië zelf. De belangen en machtsverhoudingen liggen dus zodanig dat je Italië niet kunt mangelen zoals men dit bij Griekenland deed. Het idee is ronduit belachelijk dat een EUcommissaris voor de begroting Italië maar even in de kraag pakt en tot de orde roept. Zo liggen de machtsverhoudingen niet!

(b) Waarom gaat de begrotings -commissaris aan het echte probleem voorbij? In de gepubliceerde opinie wordt de Eurocrisis consequent voorgesteld als zijnde veroorzaakt door gebrek aan begrotingsdiscipline. Dat komt vermoedelijk omdat de marktfundamentalisten onder de economen het liever over falende overheden hebben dan over falende markten. Een kijkje in de statistieken leert dat veel eurolanden na hun toetreding tot de Eurozone hun staatschuld (als percentage van het Nationaal Product) keurig omlaag hebben gebracht. Belangrijke uitzonderingen hierop zijn overigens de Duitsers en de Fransen – uitgerekend de landen die nu heel hoog van toren blazen. De staatsschuld als percentage van het Nationaal Product is pas weer gestegen na de crash van de Lehman Brothers in september 2008.

“Deze stijging van de staatsschuld was niet een probleem van ‘gebrek aan begrotingsdiscipline’, maar van een gebrek aan discipline in een bancaire sector waar men roekeloos had gespeculeerd.”

Dit faillissement bracht het hele financiële systeem naar de rand van de afgrond. De val in de afgrond kon alleen worden afgewend met duizenden miljarden aan belastinggeld voor de aangeslagen banken. Tevens moest de economie tijdelijk gestimuleerd worden vanwege de grote schokeffecten van de bankencrisis. Dit heeft de staatsschuld van bijna alle westerse landen doen stijgen.

Deze stijging was dus niet een probleem van ‘gebrek aan begrotingsdiscipline’ (de regeringen kónden niet anders!), maar van een gebrek aan discipline in een gedereguleerde bancaire sector waar men roekeloos had gespeculeerd. Waar zit hem dan het echte probleem achter de Eurocrisis? De mediterrane landen hebben zwakke instituties en een even zwak nationaal kennisen innovatiesysteem. Daarmee kunnen zij niet concurreren tegen de rijke landen in het noorden. Na hun toetreding tot de EU waren zij niettemin zeer succesvol en realiseerden zij jarenlang groeivoeten van hun Nationaal Product die zelfs boven de groeivoeten van de noordelijke lidstaten uitkwamen. Echter, dit kon alleen omdat de Peseta’s, Escudo’s, Drachme’s en Lira’s eens in de zoveel tijd werden afgewaardeerd ten opzichte van de Gulden en de Duitse Mark. Afwaardering van een munt maakt je nationaal exportpakket goedkoper en je import duurder. Dit zorgt voor herstel van het evenwicht tussen export en import. Sinds hun toetreding tot de Eurozone kunnen deze landen echter niet meer afwaarderen. Sindsdien groeien de import overschotten van de mediterrane landen, evenals de export overschotten van vooral Duitsland en Nederland, ten opzichte van de Zuidelijke lidstaten. Naarmate men al langer in de euro zat, werden de onevenwichtigheden almaar groter. Vervolgens stelt zich de vraag: als een land voortdurend meer import ontvangt dan men als export weggeeft - hoe wordt dit vereffend? Dit gebeurt via de handel in vermogenstitels. Een land kan het teveel aan ontvangen goederen of diensten (het importoverschot) compenseren door aan andere landen vermogenstitels te verkopen. Dat kunnen bijvoorbeeld aandelen in bedrijven zijn, onroerend goed of schuldtitels. De Amerikanen hebben bijvoorbeeld tot aan 2007 toe een deel van hun gigantische import overschot vereffend door waardepapieren op basis van pakketten van (achteraf waardeloze) hypotheken te verkopen. In het geval van de mediterrane landen vond het leeuwendeel van de vereffening van hun import overschotten plaats door uitgifte van schuldtitels – papieren toezeggingen om later te betalen. Ook als u geen economie gestudeerd heeft, zult u vermoedelijk begrijpen dat men binnen de Eurozone tot voor kort met een – op termijn – onhoudbaar model bezig was: financiële instellingen (banken, verzekeraars, pensioenfondsen) hebben aan de zuidelijke lidstaten voortdurend geld uitgeleend,

13


14 zodat zij onze exportoverschotten konden afnemen. Wij waren blij met onze exportoverschotten, want die stonden garant voor heel veel banen in de exportindustrie. Wat men er niet bij vertelde, was dat het export overschot van het ene land altijd het import overschot van iemand anders is. Als wij extra banen scheppen door een exportoverschot, dan gaan bij landen met import overschotten banen verloren. De rijke landen in het noorden hebben dus banen gestolen van de armen in het zuiden. Maar wat erger is: de zuidelijke leden van de Eurozone hebben zich almaar dieper in de schulden gestoken. Daarbij maakt het overigens niets uit wie in deze landen de schulden maakte: de staat (in Griekenland), bouwindustrie en project-ontwikkelaars (in Spanje of Ierland) of een rijke bovenlaag die luxe Audi’s, BMW’s of Porsche’s op de pof kocht (Portugal). Vast staat dat iemand in het land schulden moet maken indien een land een import overschot heeft. Schandalig in dit verband is overigens dat iedereen kon zien hoe de schuldenberg groeide, maar dat niemand zich eraan leek te storen. In een efficiënte markt zou bij een stijgende schuldenberg (met stijgende risico’s op waanbetaling) de rente moeten stijgen. De banken zouden namelijk een risicopremie in hun rentevoet moeten verwerken. De stijgende rente zou dan vanzelf de schuldenopbouw remmen. Dit is niet gebeurd! Er was hier sprake van eminent falende financiële markten. Ook Moody’s, Standard & Poor en Fitch zaten te slapen: tot in de week waarin de Griekse crisis losbarstte had het land nog een keurige A-notering en een daar bijbehorende lage rente! Het is opmerkelijk dat de markt-fundamentalisten onder de economen hierover in alle talen zwijgen.

“De mediterrane landen zijn in de problemen gekomen door een agressieve exportstrategie van vooral Duitsland en Nederland.”

Wat is dus het echte probleem achter de Eurocrisis? De mediterrane landen zijn in de problemen gekomen door een agressieve exportstrategie van vooral Duitsland (‘Exportweltmeister!’) en Nederland. De natuurlijke oplossing zou zijn dat men de mediterrane landen in staat stelt om in plaats van import overschotten in de toekomst export overschotten te realiseren. Dit zou op meerdere manieren kunnen: • De Europese vakbeweging zou haar looneisen solidair moet afstemmen: loonmatiging in de landen met importoverschotten; harde looneisen in landen met exportoverschotten.

Dit verslechtert de exportpositie van de overschotlanden en schept bovendien koopkracht, zodat de zuidelijke lidstaten meer kans maken om hun exportproducten hier kwijt te kunnen. • De regeringen zouden een system van ‘backingup losers’ moeten opzetten: financiële transfers waarmee bijvoorbeeld de (kennis-) infrastructuur in de zwakkere landen verbetert. • Harde afspraken dat de Duitsers en Nederlanders zich leren gedragen. Men zou bijvoorbeeld een (liefst automatische) boete kunnen heffen op excessieve exportoverschotten en de opbrengsten daarvan zouden kunnen worden gebruikt voor structuurversterkende investeringen in de landen met importoverschotten. Lijken deze drie punten u ‘onrealistisch’, ‘utopisch’ en gewoon ‘politiek onbespreekbaar’? De kans is groot dat u hierop ‘ja’ antwoordt. Dit ‘ja’ betekent dan wel dat de euro in zijn huidige vorm niet levensvatbaar is! Met symboolpolitiek zoals een ‘EU commissaris voor de begroting’ komen we er niet. Het is ook niet voldoende dat de euro door een Europese Centrale Bank competent gemanaged wordt. Een gemeenschappelijke munt moet ook door de burgers worden gedragen. Er moet een Europees ‘wij-gevoel’ achter staan en dat ‘wij-gevoel’ moet zo sterk zijn dat bovenstaande drie punten serieus bespreekbaar zijn. Mocht dat niet zo zijn, dan zal vroeger of later blijken dat een euro met 17 landen niet meer houdbaar is. Terugkijkend moeten we in ieder geval vaststellen dat de waarschuwingen van 70 Nederlandse economen (waaronder on-dergetekende) in 1997 tegen invoering van de euro niet van de lucht waren. Door Dr. A.H. Kleinknecht, hoogleraar economie van innovatie.


Interview Taco Wijnsma tekst: Fieke Miedema

“Vooral gaan werken naast je studie”, dat is wat de Consul zich op het hart gedrukt kreeg tijdens het interview met Taco Wijnsma, recent afgestudeerd aan TBM en implementation consultant bij ORTEC. ORTEC is een internationaal bedrijf dat softwareoplossingen en consultancydiensten aanbiedt voor planning en optimalisatie. In TB-termen: de toepassing van IT bij Logistiek. In oktober interviewde de Consul Taco over zijn studieverloop, werk en toekomst. Taco begon in 2004 aan Technische Bestuurskunde. Na vier jaar maakte hij een start aan zijn master en was hij op zoek naar een stage om het einde van zijn bachelor mee in te vullen. Via een bijzondere wijze is hij toen in contact met ORTEC gekomen. Taco: “Mijn vriendin studeerde in het buitenland, in Amerika, en daar wilde ik graag heen. Dat kon ik misschien via ORTEC regelen, want haar vader werkte bij ORTEC. Dus ik ben hier op een product ingewerkt waar we een pilot gingen doen in Amerika, maar dat ging uiteindelijk niet door. Zo ben ik dus binnengekomen en omdat het erg beviel ben ik gebleven. Vanaf toen werkte ik naast mijn studie 1,5 dag per week bij ORTEC.” Werken naast zijn studie motiveerde Taco enorm. “Ten eerste zie je in je werk allerlei problemen die mensen moeten oplossen en allerlei dingen die fout gaan, waarbij jij gelijk een idee krijgt van waar het aan zou kunnen liggen, omdat je dat op TB allemaal geleerd hebt. Ten tweede heb ik significant veel meer punten per jaar gehaald toen ik was gaan werken. Werken stimuleert enorm, omdat je nu de tools die je geleerd hebt zelf gaat toepassen en het resultaat ook moet gebruiken. Ik ben drie keer beter op gaan letten tijdens de colleges, omdat ik snapte dat ik er wat aan had. Ik zat niet meer in college om alleen het tentamen te halen.” Op het moment van spreken is Taco nog aan het afstuderen bij ORTEC, naast zijn werk als implementation consultant. Wij vroegen Taco wat zijn werk als ‘implementation consultant’ nou precies inhoudt.

“Als implementation consultant ben je bezig met het implementeren van de software bij de klant. De afdeling waar ik werkte richtte zich op het plannen van vracht in vrachtwagens. Je bent verantwoordelijk voor de installatie en configuratie van de software, maar je bent ook bezig met het vertaalproces van de software naar de klant. Hoe werkt de klant, hoe moet de klant werken met onze software, waar moet de klant zich aanpassen aan de software en waar de software aan de klant? Dit proces heeft verschillende stappen. In het begin ga je regelmatig bij de klant langs. Zij laten je zien hoe ze werken en je spreekt hun planningsproces door. Vervolgens maak je afspraken over de hardware die ze moeten aanschaffen om de software op te installeren. Vervolgens ben je na installatie erg met de details bezig. Kleurtjes aanpassen, bepaalde informatie in het programma zetten; dan zit je soms dus ook query’s te schrijven of ander programmeer-achtig werk te doen. Daarna draai je een tijd ‘shadow’, waarbij ze én met de nieuwe software én op hun oude manier de planning uitvoeren. Ten slotte heb je dan de live-gang. Deze volgorde is min of meer voor elk project hetzelfde en je werkt aan ongeveer vier tot zes projecten tegelijk, allemaal met krappe budgeten en strakke tijdsplanningen. Dat maakt het werk erg leuk en uitdagend.” Na gehoord te hebben waar Taco zich allemaal mee bezig heeft gehouden, waren wij natuurlijk erg benieuwd wat zijn plannen zijn voor de toekomst. “Ik blijf sowieso hier werken na mijn afstuderen, maar of het bij dezelfde afdeling en in dezelfde functie is weet ik niet. Ik zit erg op mijn plek bij ORTEC. Het bedrijf heeft een hele open en coöperatieve sfeer waardoor je altijd bij je collega’s, maakt niet uit in welke positie, even om hulp kan vragen als je iets wil weten. Verder wordt er erg kritisch naar je werk gekeken, zodat je altijd weet waar je aan toe bent, iets wat ik heel prettig vind.” ORTEC heeft veel mogelijkheden wat betreft stage en afstuderen. Door dit artikel benieuwd geworden naar de mogelijkheden bij ORTEC? Kijk dan voor meer informatie op de website, www.ortec.nl, of mail naar recruitment@ortec.com.

15


Foto


18

CURIUS ACTIVITEITEN

25 NOVEMBER Traders Trophy Voor het eerst werd er dit jaar vanuit Curius meegedaan aan dit wereldwijde evenement. Het spel draait om het beheren van een aandelenfonds. Er komen telkens nieuwsberichten en marktontwikkelingen binnen die de prijs van het aandeel kunnen beïnvloeden. Samen met Christiaan Huygens, studievereniging van Wiskunde en Informatica, streden studenten voor de overwinning. De winnaar van de TU Delft zou naar de effectenbeurs in Amsterdam mogen om daar opnieuw te strijden tijdens de internationale finale. Het was natuurlijk geen verrassing dat iemand van TB de beste deelnemer bleek te zijn! Boy Trip heeft laten zien dat TB’ers iedereen uit Delft de baas zijn. Jammer genoeg was de concurrentie in Amsterdam te goed om daar ook te kunnen winnen. Wie weet volgend jaar beter?!

23 NOVEMBER AC uitje naar de Winter Efteling

30 NOVEMBER Interactie uitje naar KPMG

Wat begon dit uitje al met sensatie zeg! Treinen die niet meer reden en hevige discussies of iemand nou wel of niet vermoord zou zijn voor The Game! Maar toen we bij de Efteling aankwamen was iedereen alles weer vergeten. Net als vroeger rende iedereen van de Fata Morgana, naar de Bob door naar de Vliegende Hollander. Wat een frustratie als je per ongeluk weer voor de blauwe kant had gekozen bij Joris en de Draak. Na zo’n vermoeiende dag is niks leuker dan lekker een pizza te eten in het TB-Cafe. De ultieme afsluiter was dan ook de Zumba les van niemand minder dan Sophia van Bakel.

Het eerste interactie uitje was echt een succes! Samen met een hele groep gingen we vrolijk op weg naar KMPG in Rotterdam. Eenmaal daar aangekomen moesten we de knop omzetten en vol overgave aan de case werken. Hoe kan de krant tegenwoordig nog concurreren met alle online sites? Doordat er in verschillende groepjes samengewerkt werd, kwam duidelijk naar voren dat iedereen met hele andere oplossingen bezig was. Aan het eind van de dag hebben we nog lekker pannenkoeken gegeten in de stad. Iedereen was echter zo moe na deze intensieve dag dat we niet meer met de voetjes van de vloer zijn gegaan. Dat wordt dan dubbel zoveel dansen bij het volgende uitje!


tekst: Xanna Bijvoet

19

Februari 8

Tappersbedank-uitje

9

Vragenlunch overheidsmaatregelen

9

Pre-wintersport borrel

14 Activité surprise Dies 15 Moulin Rouge feest 16 Uitbrakbrunch Dies 21 Baco-uitje 23 Minor welkom terug borrel 24 Curius wintersport

7 DECEMBER Case Night Van 14.30 tot 02.30, 12 uur lang, 3 verschillende cases. Wat een uitdaging was dat in het Meisjeshuis! Het was aan KPMG om het spits af te bijten. Grappig genoeg kregen we dezelfde case als bij het interactie uitje. Dit gaf weer andere, frisse, oplossingen aangezien het hier om masterstudenten ging. Iedereen had na deze case wel trek gekregen, dus tijd voor het buffet! Met goede moed gingen we verder met de case van KPN. Verzin maar iets totaal nieuws voor KPN om in te kunnen grijpen in alle veranderingen van gratis internet etc. Het mooie was dat alle groepjes iets totaal anders verzonnen hadden. Na deze activiteit was het tijd om lekker te ontspannen tijdens een wijnproeverij. Pieter Bots heeft ons een fantastisch verhaal vertelt over hoe wij wijnen kunnen herkennen. Natuurlijk werden er daarna ook enkele flessen opengetrokken. Voor de laatste case was het aan Rijkswaterstaat. Hoe ga je om met veranderingen, terwijl je al een contract voor 30 jaar hebt voor

een snelweg? Ook hier kwamen weer goede presentaties naar voren. Om de avond goed af te sluiten, was er nog een borrel. Die was nog zo gezellig dat we ‘vriendelijk’ verzocht werden om eindelijk maar eens naar huis te gaan!

8 DECEMBER IBT Stad bekendmaking Al jarenlang is het een groot succes, de International Business Tour. Ook dit jaar gaan we er weer een fantastische reis van maken. Dat kan natuurlijk alleen maar met een toplocatie. Laten we dat nou net hebben! Tijdens het TB-Cafe heeft de IBT met behulp van een geweldig filmpje iedereen laten weten wat de locatie is geworden. Het mooie Sint-Petersburg. Er zijn al voor alle deelnemers bontmutsen geregeld, dus het kan alleen nog maar beter worden!

Maart 8

Open Podium

9

Maco activiteit

13 Interactie uitje 14 TB-dictee 19 IBT 22 Apres-apres-skiborrel 27 AC uitje


20

14 DECEMBER P-Co Je hebt de afgedekte posters vast zien hangen! Wat een nieuwsgierigheid over het onbekende thema. Iedereen was dan ook helemaal in zijn nopjes toen het bekend werd. Space Invaders, Totaal Buitenaards. Daar kunnen goede outfits voor gemaakt worden en dat was de avond zelf ook goed te zien. De gekste, spacende, outfits kwamen een voor een binnen. De kaartverkoop is nog nooit zo snel gegaan. Menig Delftenaar heeft hierdoor dan al een traantje moeten laten vloeien. Tijdens het feest zelf ging iedereen helemaal los op onder andere Funkerman en Erick E. De aankleding had niet beter kunnen zijn, iedereen leefde helemaal op door de vele blacklights. Het feest werd dan ook goed afgesloten door uit volle borst het 'Communicatief' te zingen met z'n allen!

21 DECEMBER Spoco Sporttoernooi Het is natuurlijk voor studenten belangrijk dat ze ook in beweging blijven naast alle leuke (drank) activiteiten in Delft. Tijdens het sporttoernooi werd er dan ook fanatiek tegen elkaar gevoetbald.

15 DECEMBER Interactie Stedentrip Bekendmaking Het was even spannend, wat zou de stad worden van de stedentrip? Na lang in spanning te hebben gewacht, was het dan eindelijk zover! Met behulp van een vet filmpje werd het bekend gemaakt in het TB-Cafe. De spanning was niet meer te houden toen precies op het ‘juiste’ moment de laptop uitviel! Gelukkig was er nog een andere manier om het filmpje af te spelen. Na nog een keer genoten te hebben van het filmpje werd de stad Sevilla bekend gemaakt! Wat zal dat er goed uit gaan zien; een pak en een zonnebril. Bereid je er maar alvast op voor dat je het behoorlijk warm gaat krijgen daar!

De broodjes Leo als tussendoortje waren niet te missen, maar ook de goede hits op de achtergrond waren goud waard. Natuurlijk was het na het voetballen nog niet afgelopen. Het oude en vertrouwde trefbal kwam terug.

22 DECEMBER Jaarboek uitreiking Zoals de traditie vertelt, komt aan het eind van het jaar het nieuwe jaarboek uit. Het TB-Cafe was druk bezocht door iedereen die vol verlangen het thema wilde weten. Hapjes, sfeerverlichting en zeepbellenmachines maakten het compleet. De zeepbellenmachine werd sommige mensen bijna fataal. Een aantal maakten de raarste bewegingen tijdens het uitglijden. Ook dit jaarboek is weer fantastisch geworden met het thema Imaginary. (Vergeet niet een leuke tekening op de achterkant te maken). Een leuke verrassing werd door Roy en Rob gegeven. Zij waren er live bij vanuit India via Skype. Heb jij nog geen jaarboek? Kom dan snel naar het hok om er eentje te kopen, ze zijn maar 2 euro! Kijk ook op de website van het jaarboek voor alles wat niet in het boek staat. jaarboek.curius.nl. De emoties liepen hoog op toen iedereen andere regels gewend was en die dus ook vooral wilden gebruiken. Om de honger van de zware middag te stillen, zijn we naar pizzeria Jacqueline geweest. Zoals altijd bij Jacqueline was het weer eens een gezellig avond!


Foto


Puzzelpagina

22

tekst: David Meijer

De letters van de goede antwoorden vormen een woord. De briljante geest die dit weet op te lossen kan het woord opsturen naar prijsvraag@curius.nl. Uit de goede inzendingen zal de winnaar worden getrokken. De prijs is een kaartje voor het Diesfeest van Curius op 15 februari. De bekendmaking van de gelukkige winnaar zal geschieden als de tijd daar rijp voor is.

Vraag 1

Wat moet er op de punt? 1234 HVHV 1234 HV. va: H se: P ma: 3 cu: 19

Vraag 2 Welke Landen uit Europa zijn er uit de volgende omschrijving te halen? "Wilfried" bevat alle "landen" van Europa op drie na. vi: ni: ri: xi:

Vraag 4

Vraag 3

Griekenland, Nederland en Zwitserland Ierland, Frankrijk, Wit-Rusland Griekenland, Nederland, Duitsland Duitsland, Zwitserland en Noorwegen

Een arme zwerver kan van peuken die hij van de grond afpakt nieuwe sigaretten rollen. Hij rolt 1 sigaret van 6 peuken. Hoeveel sigaretten kan hij maximaal rollen als hij 36 peuken vindt?

Een bus vertrekt vanuit Venlo naar Nijmegen. Er zitten 24 mensen in de bus bij vertrek vanuit Venlo. Twee haltes verder bij de Goltziusstraat stappen 6 mensen uit en stappen er 11 mensen één voor één in. Daarbij stapt ook Henk in. “Sjongejongejonge, net op tijd” zegt hij. De bus moet een omweg maken omdat er aan de weg gewerkt wordt, Henk is hierdoor nog 40 minuten bezig voordat hij uit kan stappen.

e: i: a: o:

Plaatst de letters van de vragen in het hokje met het nummer van de vraag. Stuur het antwoord naar: prijsvraag@curius.nl

2

4

5 6 7 8

Naast de puzzels is er ook een andere uitdaging in deze Consul. In deze Consul is meer dan een paar keer het woord ‘Boy’ genoemd. En het bleef niet alleen bij noemen. De prijsvraag is dan ook: “Hoe vaak staat Boy in deze Consul?” Foto’s en woorden, alles telt. De schattingen of tellingen kunnen weer naar prijsvraag@ curius.nl worden gestuurd. Succes met tellen!

Hoe laat is het als Henk uitstapt ? ll: 13:39 uur sm: 14:03 uur us: 18:15 uur os: 12:50 uur

1

Vanaf de volgende uitgave van de consul zal er ook een nieuwe rubriek worden opgenomen, genaamd ‘Op de foto met Manius’! Hierboven zie je een perfect voorbeeld hiervan. Dus zet je Curiuspet op, of pak een consul en maak op de orgineelste plek een prachtige foto1! Stuur hem op naar prijsvraag@curius.nl

3


Facultaire Studenten Raad Tekst: Cornelis Eikelboom

24

De Facultaire Studenten Raad behartigt de belangen van de studenten van alle opleidingen van TBM. Daarbij gaat het natuurlijk voor een groot deel om onderwijs, maar ook over faciliteiten of de begroting op de faculteit. Het werk dat de FSR doet is anders dan dat Curius of de verschillende OC’s (onderwijscommissies) doen. Anders dan Curius, hebben de FSR en OC’s ook verschillende wettelijke bevoegdheden. Bovendien is de FSR niet voor klachten over specifieke vakken. Pas als structureel dingen beter kunnen, komen wij in actie. De FSR is dus op een iets abstracter niveau bezig dan andere studentvertegenwoordigingen in de faculteit. Maar waar zijn wij dan op dit moment mee bezig?

Herijking

De TU is op dit moment aan het bezuinigen. De afgelopen jaren is het aantal studenten op TBM sterk gegroeid, het budget is echter bevroren op het niveau van een aantal jaar geleden. Daarnaast wordt er ook structureel geld bezuinigd. Er moet dus meer werk worden verzet voor minder geld. Het behoort tot de mogelijkheden dat in de nabije toekomst personeel op TBM verdwijnt. Alleen op onderzoek bezuinigen heeft geen zin, want daarmee loop je ook weer inkomsten mis. Er moeten dus echt dingen veranderen in het onderwijs. De FSR denkt, samen met de faculteit, na over de minimalisering van het effect van deze bezuinigingen op het onderwijs op TBM.

Studiesucces

Op alle universiteiten moet op dit moment nagedacht worden over studiesucces. Volgens de regering doen studenten te lang over hun studie. Op TBM ligt het gemiddelde inderdaad te hoog. Hierom wordt er aankomend jaar nagedacht hoe ervoor gezorgd kan worden dat studenten korter over hun studie gaan doen, zonder dat dit ten koste gaat van de onderwijskwaliteit. Er wordt bijvoorbeeld in de bachelor nagedacht over het gedeeltelijk invoeren van octalen in plaats van kwartalen. Bovendien worden alle vakken nogmaals bekeken om te kijken of alle stof werkelijk relevant is voor een TB’er. De FSR zorgt ervoor dat deze veranderingen minimale nadelen heeft voor de studenten.

ICT-gebruik in het onderwijs

Op TBM wordt er op dit moment ook hard nagedacht over intensiever gebruik van ICT middelen in het onderwijs. Te denken valt aan meer gebruik maken van Collegerama bij colleges, maar ook over bijvoorbeeld het automatisch inscannen en mailen van een nagekeken tentamen, zodat je alleen in bijzondere omstandigheden een inkijkafspraak met je docent hoeft te maken. Misschien kan ICT ook juist een deel van de oplossing vormen tussen de bezuinigingen en de groeiende studentaantallen. Ook hierin denkt de FSR mee, maar we zijn natuurlijk ook meer dan benieuwd naar jullie ideeën. Mocht jij ideeën hebben hoe de problemen op TBM aangepakt kunnen worden of wil jij je volgend jaar zelf verkiesbaar stellen voor de FSR, kan je altijd mailen naar fsr-tbm@curius.nl of kan je één van ons altijd aanspreken.


Congestion management in the Dutch power sector

Tekst: Martti van Blijswijk

There are a lot of interesting graduation projects at the TPM faculty. Master students who deliver the endpiece of their study in Delft. From now on, you will find one graduation project in every Consul. In this issue: the graduation of Martti van Blijswijk, TPM’s graduate of the year 2011. When the Dutch power sector was liberalized in 1998, electricity became a freely tradable product. The operators of transmission and distribution networks – which constitute a natural monopoly and therefore remain an uncompetitive segment within the supply chain – must ensure that their infrastructures are capable of physically transporting all electricity from the place where it is produced to the place where it is consumed. However, the time it takes to construct a new power plant is generally shorter than the time it takes to expand transmission capacity. If necessary, transmission system operator TenneT was therefore allowed to delay the grid connection of new power plants until it had finished the expansions that were necessary to ensure safe and reliable operation of the grid. In order to improve competition the Ministry of Economic Affairs recently decided that all new entrants should be connected to the grid directly. As a result of this decision, however, it is possible that a situation arises in which power transports would exceed the maximum capacity of (parts of) the grid. This is what we call congestion, but unlike the well-known phenomenon of road traffic congestion it does not lead to traffic jams of electrons. Instead, grid components will heat up and may eventually break down, which could lead to serious disruptions in the power supply. Needless to say, we must take measures to ensure that physical congestion never occurs, which is called congestion management. What congestion management technically does, is to shift power production from one plant to another if network constraints would otherwise be exceeded. It is important to realize that this shift will generally lead to higher dispatch costs (if not, the ‘new’ situation would have been implemented by the producer initially). Obviously, we want to keep these costs as low as possible. In a liberalized market, however, the network operator doesn’t know the production costs

of each individual plant. It can therefore not simply ‘tell’ producers how to change the output levels of their plants to achieve the required production shift in the most efficient way. To deal with this issue, a market mechanism can be applied that incorporates network constraints. Producers basically reveal their costs for alleviating congestion through their bids and offers. During my graduation project I quantitatively simulated the functioning of the Dutch electricity market and the application of the congestion management method that was implemented in the Netherlands (and has now been applied since April 2011), and compared it to three other mechanisms, as there is a large variety of mechanisms available to deal with congestion, each of which allocates congestion costs and benefits to market parties in a different way. The responsibility to alleviate congestion under the method applied in the Netherlands resides with transmission system operator TenneT, which must also bear the resulting costs – these provide it with an incentive to perform network expansions when necessary. The main conclusion of my research was that congestion costs are expected to be low in the medium term, because the completion of a number of new power plants will result in a rather flat variable cost curve to exist in the Netherlands. The aforementioned shift of production from one plant to another will thus create only small additional dispatch costs. Congestion management is currently only regarded as a temporary measure to deal with network constraints until expansions are complete. Developments such as increased intermittent capacity pose new challenges to network planning, and my personal opinion is that the structural application of congestion management can contribute to more effective network development. Network planning is no longer as straightforward as it once used to be, but the tools to deal with this are out there.

25


Combineren is topsport tekst: Kirsten Meeuwisse

26

“Studeren is combineren” is een vaak gebruikte kreet onder studenten. Waar dit bij velen om de combinatie van de studie met leuke stapavondjes gaat, geldt voor een beperkt gezelschap voor wat serieuzere zaken. De combinatie van de studie met het beofenen van topsport. Hoe doen die topsporters dat toch? Dat topsporter en tegelijkertijd student zijn moeilijk is, blijkt wel als je kijkt hoe weinig mensen dit doen. Epke Zonderland en Ranomi Kromowidjojo zijn bekende voorbeelden, evenals Carl Verheijen en Mark Huizinga. Nog meer voorbeelden zijn bijna niet te vinden. Toch is het belangrijk om een goed diploma achter de hand te hebben. Want wat ga je doen als je sportcarrière straks afgelopen is of wat als je door een blessure niet verder kan? Er moet immers toch brood op de plank komen. Vaak is dit niet de voornaamste reden om te studeren naast de sport. Interesse in een bepaald vakgebied is de drijfveer; meer willen weten dan alleen je eigen sport. Toch ligt de focus meestal op de sport en daaromheen wordt de studie gepland. Sporters lopen om deze reden vaak uit met studiejaren. Gelukkig hebben de meeste universiteiten goede begeleiding in de vorm van studentadviseurs. Samen met hem/haar wordt een planning gemaakt voor de studie aan de hand van het trainings- en wedstrijdschema. Op de TU Delft zal binnenkort zelfs een topsportcoördinator aangesteld worden.

Dicht bij huis zijn er ook een aantal studenten die sport met hun studie combineren. Op TBM leveren namelijk ook een aantal studenten deze puike prestatie. Drie studenten hebben we gevraagd naar hun ervaringen. Het gaat hier om zeilster Celine van Dooren die in juli 2011 wereldkampioen F16 catamaranzeilen geworden is, Rick Slangen die Judo op hoog niveau beoefend en Carmen Huuksloot die Nederlandse kampioen Duo Polefitness 2011 is geworden.

Celine van Dooren

Trainen kost veel extra tijd. Uren maken is datgene wat nodig is om de top te bereiken, want zonder deze uren kom je er niet. Door de weeks breng ik veel uren door in de sportschool en in het seizoen gaat dit ook gepaard met minstens 2 tot 4 dagen op het water. Toch vind ik het heerlijk om deze tijd te benutten aan mijn passie: zeilen. Voor mij geeft het combineren dan ook ontzettend veel plezier! Je moet ook genieten van de trainingen, de uren op het water en op de kant met je team. Genieten en plezier dat is een belangrijk punt wat veel topsporters vergeten. Zonder plezier zal je er niet komen! Op het moment dat jij je doelen stelt voor je seizoen ga je hiervoor! Veel zal wijken voor je sport maar ook hier is het belangrijk een goede balans tussen studie en sport goed te vinden. In het seizoen ligt voor mij zeker de focus op de sport. Gedurende de wintermaanden december en januari heb ik iets meer de tijd om mij te focussen op mijn studie. Alleen blijft het altijd wel erg lastig, want ik wil op beide fronten goed presteren. Tijdens wedstrijddagen ervoor en erna toch nog studeren als je die week erna tentamens hebt blijft een punt van discipline!


27

Carmen van Huuksloot

Sinds drie jaar doe ik aan Pole fitness. Ik ben ermee begonnen omdat mijn vriendinnen erop zaten, maar inmiddels ben ik de enige van dit groepje die er nog op zit. Vorig jaar december ben ik samen met Nathalie Dollee gaan trainen voor kampioenschappen. Hierdoor trainen wij ongeveer 4 avonden in de week, waarvan de donderdag echt gericht is op onze choreografie. Vier avonden in de week is best wel pittig, maar door gewoon alle colleges goed te volgen is het goed te combineren met studeren. Trainen is voor mij een vorm van ontspanning en hierdoor lukt het mij ook beter om te kunnen focussen op de studie. In september was het Nederlands Kampioenschap en zijn wij in de zomervakantie non stop bezig geweest met onze choreografie. Gelukkig hoefden wij toen niet te studeren, want anders was het wel lastig geweest om de studie bij te kunnen houden. Wij zijn tijdens dit kampioenschap eerste geworden in de categorie duo paaldansen, dat was echt supervet! Ondanks dat ik het heel leuk vind om te trainen en aan het NK mee te doen, vind ik mijn studie belangrijker, dus tijdens tentamenweken ben ik bijna niet in de dansschool te vinden.

Rick Slangen

Topsport en Studie. De afgelopen anderhalf jaar stonden de dagen grotendeels in het teken van deze combinatie. Een pittige combinatie en wel om drie redenen. Allereerst kost het veel tijd. Dit wordt niet alleen veroorzaakt door de vele trainingsuren, maar ook door het reizen (anderhalf uur per training). Hierbij zijn de (buitenlandse) trainingsstages, die vooral afgewerkt worden in de maanden voor een piekmoment, nog niet meegenomen. Ten tweede moet je het kunnen opbrengen om tijdens het studeren ‘mentaal fris’ te zijn en om een aantal uur later op de mat of in het krachthonk een fysieke topprestatie te leveren. Ten derde is het opstellen van een goede (lange termijn) planning belangrijk om met de voorgaande moeilijkheden om te gaan. Het blijft echter een zware combinatie. Dat is dan ook de reden dat ik op dit moment ook een ‘topsport sabbatical’ heb. Al met al blijkt topsport beoefenen naast een studie een behoorlijke opgave. Het vraagt veel discipline en kost veel tijd. Er zijn dan ook maar weinig mensen die dit werkelijk in praktijk brengen. Toch brengt het veel voldoening met zich mee, maar bovenal veel plezier! We weten allemaal dat het volgen van een studie op zich al een vorm van topsport is. Wie daarnaast ook nog letterlijk aan topsport doet presteert dus op twee fronten op topniveau. Top!


JVB 23

THE GOLDEN CAGE

28

Voordat we richting de JVB gingen hebben we eerst kennis gemaakt met de huisgenootjes in het TBCafé. In het TB-Café werd er gestart met het drinken van de eerste biertjes van de avond en al snel kwamen de leuke verhalen boven tafel. Nadat een van onze verslaggevers per ongeluk een pizza had besteld, gingen we op weg naar de Albert Heijn. Hier werd er in een razend tempo boodschappen gedaan, omdat we al wat aan de late kant waren. Rond een uur of acht kwamen we aan op JVB 23. In dit huis wonen vier TB-ers: Joost, Luco, Bart K. en Floris. De dag na ons etentje was de dag van de waarheid voor Bart. Bart gaat namelijk een half jaar naar Amerika om zijn CV op te pimpen. Vanwege het feit dat Bart weg gaat is er besloten dat er een nieuwe Bart in huis moest komen wonen. Daarom trekt dit weekend Bart van Z. in in The Golden Cage. Inmiddels had iedereen, op een enkeling na, al erge honger gekregen. Joost begon direct met koken. De eerste flessen consulwijn werden geopend en de mooie avond kon van start gaan. Na het heerlijke eten (ravioli met champignonsaus) kwamen de mooie verhalen naar boven. Zo werd er verteld dat de vriendin van Luco soms bij Bart K. in bed te vinden is. Dit vraagt natuurlijk om nadere uitleg. De vriendin van Luco is namelijk een eeneiige tweeling. De tweelingzus van haar is momenteel de vriendin van Bart K. “De tweeling wisselt ’s nachts vaak stiekem van bedpartner” zo grapt Joost. Laurens vraagt aan Floris wat de twee strings aan de lamp in de keuken doen. We wachten allemaal in spanning af op het mooie verhaal wat er komen gaat. Een van de twee strings heeft een vriend van Floris een keer bij hem in de binnenzak van zijn jas gedaan. Dit in de hoop dat het vriendinnetje van Floris de string zou vinden. De tweede string is ooit met de post gekomen, zo vertelt Joost.

tekst: Boy Trip

Bij deze string zat een brief met de mededeling dat de string de hele week gedragen diende te worden… Waar deze mysterieuze string precies vandaan is gekomen wist Joost niet. Jakar (de bovenbuurman en de QQ’er van de Consul) wist gelukkig wel waar deze string vandaan kwam. Deze string was namelijk voor Jakar bedoeld. Jakar had deze string toegestuurd gekregen van het bestuur van zijn gilde, deze was alleen verkeerd bezorgd.

Na lang aandringen werd het dan eindelijk tijd voor de rondleiding. De rondleiding startte in de gang. In de gang hangt een pandavlieger aan het plafond, die met de punt wijst naar de kamer van de huispanda. Verder hangt er een schilderij van het gemeenschappelijke vakantiehuis in Zuid-Frankrijk. De rondleiding vervolgt en we gaan richting de kamer van Floris. Floris heeft zijn boeken net iets te opvallend open liggen op zijn bureau. Dit was, zo verteld later, alleen vanwege het feit dat hij ons het idee wilde geven dat hij hard aan de studie was. Verder heeft Floris ons hier de les van de dag geleerd: verschuif nooit een kast als er nog spullen in zitten, daar trekt je kast namelijk krom van. Vervolgens gaan we richting de HJ kamer, de kamer van Luco. Op de deur hangt de tekst ‘Waar de man woont draagt hij de kroon’. De reis vervolgt en we verplaatsen ons naar de kamer van Joost, die tevens dienstdoet als GR. Als laatste is de kamer van Bart K. (en Bart Z.) aan de beurt. Deze kamer

Curius CV Bewoners Joost Zielhorst

- P-Co 14e - Woej 15e - Bestuur 17e QQ’er AC QQ’er Starco QQ’er Jaarboek

Luco Overvoorde - Baco 14e - Galaco 17e - Studiereis 18e

Bart Kloosterboer - Jaarboek

16e

Floris Schoenmakers - Webcie 18e - (LCB)

Bart van Zaalen - Jaarboek 15e - Ac 17e


29

Kookkunsten

Joost is het beste in een recept volgen, Floris is het beste in freestylen. Van Bart S. mochten ze echter nooit met olie koken, want ‘dan werden we dik’. Beste huisrecept is risotto met aardbeien en parmaham.

Huisfeest

Hadden ze laatst toen Floris en Luco een borrel gaven voor hun verjaardag. Bij 50 man staat het huis vol, en dus is het een huisfeest.

Huisweekend is momenteel leeg, op een matras en lamp na. Deze fantastische avond werd afgesloten in de keuken met veel consulwijn en een mooi filmpje over Bart K.. In het filmpje is te zien hoe Bart K. wordt ‘ingestemd’ in het huis. Graag willen wij de heren van JVB 23 bedanken voor de gastvrijheid en het opruimen van de keuken!

Staat op de planning! De vorige was in 2010 met 200km over de Duitse wegen naar Flagau. Verder is er de ambitie om de Tour des Parents af te maken.

Schoonmaaktaken

Niet gedaan sinds ruim een maand. Eerst waren er boetes die Joost inde, maar hij verloor zijn aanzien aangezien hij zelf ook niet zijn taken deed.

Huisnaam

“The Golden Cage”

Samenstelling

Vier mannelijke TB’ers, allen uit het jaar 2006. Joost woonde er als eerste, toen kwam Floris, daarna Luco en ten slotte Bart S. Bart S. is net vertrokken en daarvoor is Bart Z. in de plaats gekomen.

Vette dingen

Huis aan de gracht De beamer in Floris z’n kamer. Escher aan de wand in Joost z’n kamer. De bovenburen

Huisdieren

Een kat die niet bij ze woonde, maar op afroep kwam. De kat hadden ze Ewick genoemd. Van Ewick komen alle huisnamen, omdat ze Bart Ewick gingen noemen, dus Jewick, Fleuwick, Luwick etc.

HJ-taken

Afstuderen

Old Boys Network?

Allemaal uit hetzelfde jaar (jaartje 2006) Floris, Joost en Bart van Z. zijn allemaal van de zaak (al is Floris een jaar later lid geworden en inmiddels oud-Lid) Joost en Bart van Z. zijn clubgenoten Bart van Z. werd voor de AC gevraagd toen Joost Curiusbestuur deed en ‘toevallig’ de QQ-er van de AC was.

Mooie uitspraken

Floris: “Je mag alles trekken wat je wil, als je mij maar een biertje geeft.” “Joost houdt van moeders.” Bart: “Met vrouwen van 40 heb ik ook geen probleem hoor” Joost naar Floris: “Je bent toch geen schoonmaakfeut?!” (Floris wil best voor 15 euro de keuken schoonmaken.) “Huisrelaties zijn wel chill” Joost: “Eigenlijk ben ik een hele lieve en goede jongen, met een roze badjas.”


30

P-Co Je komt als een lief, klein en onschuldig nulletje naar de WOEJ toe. Daar zorgen ze ervoor dat je hardhandig kennis maakt met de eerste stappen van het studenten leven. Hééél veel bier en vele nieuwe gezichten, later kom je terug van ook nog eens een knallende OWEE. Alsof dat nog niet genoeg was, hebben veel nieuwe studentjes er ook nog een KMT achteraan geplakt! Tijd om bij te komen wordt je niet gegund, want het volgende hoogtepunt in je Curius-leventje staat alweer voor de deur… Het begint met een geheimzinnig sms’je van ene Manius. Vervolgens volgt er nog een aanwijzing en de zoektocht gaat verder. Nadat we in een muzikale hinderlaag waren gelopen, waarbij het welbekende “Cooooooooooooooommunicatief…” uit volle borst werd meegezongen, is het dan eindelijk zover: Je wordt gevraagd voor de P-Co! De toch wat overvallen gezichten maken al snel plaats voor brede grijnzen. We mogen het mooiste meest awesome feest van Delft organiseren! Voor degene die het niet weten: De P-Co is een commissie van Curius die volledig uit eerstejaars bestaat. De Propedeuse Commissie dus, want die P is toch ieders doel aan het einde van het jaar. Toch?! Maar zover is het nog niet, terug naar het feest! Dat nieuws zich snel verspreidt bleek wel weer toen de nieuwbakken P-Co leden overspoeld werden met de meest vette verhalen van de voorgaande edities. Ook dit jaar moest er dus aan de hoge verwachtingen worden voldaan. Al snel staat de eerste vergadering voor de deur en worden de commissiezetels soepeltjes verdeeld. Wat natuurlijk niet mag ontbreken is een grote rode cirkel bij 14 december in ieders agenda (voor zover die aanwezig waren). Het echte werk kan beginnen en de ene na de andere schitterende agenda’s, notulen, begrotingen en top ideeën vlogen over de mail. Het eerste belangrijke punt is het thema. Het moet extreem, het moet vet en het moet gruwelijk. Het moet wel Totaal Buitenaards zijn! Na wat brainstorm sessies, en inspirerende biertjes werd het dan eindelijk vastgesteld: ‘Space Invaders’ it is. Achter de schermen werd keihard gebikkeld door de verschillende commissarissen om maar zoveel

Tekst: Etienne Verbij mogelijk sponsorgeld binnen te sprokkelen. Hiermee worden de vetste artiesten gestrikt en de meest spetterende posters, flyers en stickers ontworpen. En wat is een feest zonder locatie en geniale aankleding? Overal werd aan gedacht! Toen de hoofdlijnen eindelijk vast stonden konden we de langverwachte P-Co presentatie doen in het TB-Café. Het publiek was massaal en in grote getale toegestroomd om dit magnifieke spektakel van dichtbij mee te maken. Aansluitend stond ook nog de oud P-Co borrel op het programma. De oudcommissieleden werden eens flink uitgehoord over hun P-Co ervaringen. Dit natuurlijk onder het genot van de nodige sapjes waardoor de collegezaal de volgende morgen door menig P-Co lid ontweken werd. Dit omdat ze het te zwaar hadden in de strijd met de wekker. Ondertussen liepen de ontwikkelingen gewoon door en werd er keihard gepromoot op de verschillende faculteiten en de campus. Dat de promo zijn doel heeft bereikt bleek wel uit de massale run op de P-Co kaarten.

D-Day is aangebroken, na dagen van keihard kluswerk wordt de Lorre in een mooi space-pakje gehesen. Haasten om op tijd de outfits klaar te hebben en alle aankleding op te hangen. Tussendoor moeten de P-Co en bestuursmaagjes nog even gevuld worden met een pizzaatje van Jacqueline. Dan staat het feest klaar om los te barsten… Via internet en telefoon ontstaat een ware P-Co kaarten mania, niemand wil dit feest missen. Een goede 6 uur aan party’en ligt op ons te wachten. En voor je het weet is dat ook weer voorbij… Vette lasers, mooie outfits, belleblaas, heerlijke beats en een overload aan fluor en glow in the dark. Het recept voor een legendarische P-Co was compleet. Daarom wil de P-Co iedereen bedanken die samen met ons voor deze epische avond hebben gezorgd. Natuurlijk ook bedankt voor de vele leuke reacties en de invulling van de blind-spots in menig P-Co bezoekers geheugen! Tenslotte willen we ook een luid applaus voor het 19e bestuur. Bedankt voor jullie steun en deze geweldige kans om iets moois neer te zetten!


31


AC tekst: Jenneke Evers

32

What a Feeling! Als dit liedje van Alex Gaudino en Kelly Rowland door de speakers klinkt, staat de complete activiteiten commissie van Curius op de bar van het tbcafé om het bijbehorende dansje met alle aanwezigen te delen. Met deze vrolijke slogan kan het jaar natuurlijk niet meer kapot! De Activiteiten commissie bestaat dit jaar uit 6 ontzettend creatieve en vrolijke organisatie-talenten. Allereerst natuurlijk onze presi Sophia, die met de meest onverwachte bekende Nederlanders contacten onderhoudt. Daarnaast hebben we Wouter, onze roeiende thesaurier. Vervolgens is er Merel, onze commissaris activiteiten/logistiek met haar waar iedereen jaloers op is. Sander, de commissaris promo, die de posters maakt om onze activiteiten te promoten en bij wie het weekend altijd al op donderdag begint. De laatste commissaris is Bram, die zorgt dat zelfs de acquisitie een feestje wordt. Last but not least, onze altijd vrolijke QQ’er Jasper, die altijd iedereen begroet met high-fives! Je kunt je wel voorstellen dat met deze groep onze vergaderingen altijd een feest zijn. Voor de goede sfeer beginnen wij altijd met een rondje over het afgelopen weekend en dat is elke keer weer

hilarisch. We hebben zelfs een keer een vergadering gehad waarbij we zoveel te vertellen hadden, dat we maar besloten om de vergaderpunten een week te verplaatsen. Nu wat belangrijkere zaken: de activiteiten! Daar draait het immers om bij onze commissie. Het doel is om leuke en actieve activiteiten te organiseren voor alle studenten, bachelor- en masterstudenten, aan de faculteit van TBM. Onze eerste activiteit, de Winter Efteling, is inmiddels achter de rug en ik kan niet anders zeggen dan dat het een groot succes was. Als commissie zijn wij aan het begin van het jaar begonnen met brainstormen waarbij echt van alles voorbij is gekomen. Nadat we de knoop hadden doorgehakt over de eerste activiteit zijn we begonnen met het plannen van dit event. Alles moest natuurlijk vlekkeloos verlopen. Er moesten allerlei besluiten worden gemaakt over het vervoer, de lunch, onderhandelingen over de toegangsprijzen en de afsluiting in het tb-café. Onze activiteiten worden ‘gesponsord’ door Curius, maar de deelnemers moeten meestal zelf ook een kleine bijdrage doen. Hierdoor zorgen wij ervoor dat ons budget toch een beetje op peil blijft, waardoor we zoveel mogelijk leuke uitjes kunnen organiseren. Zet 27 maart maar vast in je agenda en let goed op de posters op tb, want het volgende uitje van de AC wordt weer net zo leuk als de eerste! AC, What a Feeling!


Barco tekst: Sander Faber

De BarCo is een van de mooiste, maar tevens ook een van de zwaarste commissies die Curius kent. Als BarCo’er werk je in een team van zes personen die samen alles regelen in en rondom het café. Dit jaar is het aan BarCo 4.0 om het café draaiende te houden. De BarCo kent verschillende taken zoals: het beheren van de voorraad, het verwerken van reserveringen, het opzetten van een sterke promo, het nauwlettend in de gaten houden van de financiën en natuurlijk het zorgen voor veel gezelligheid in het TB-Café. BarCo 4.0 bestaat uit de volgende zeer enthousiaste Curius-leden: Sander Faber (President), Maurits van den Hoven (Thesaurier), Erwin de Looff (Commissaris Reserveringen), Lotte Cornel (Commissaris Voorraad), Pascal Gemke (Commissaris Promo) en Sophie Kerckhoffs (QQ). Het café draaiende houden en dit combineren met de studie is niet makkelijk met z’n zessen. Daarom is BarCo 4.0 ontzettend blij met haar nieuwe groep tappers! Elke donderdag is het TB-Café dé plek voor studenten en TBM medewerkers om gezellig bijeen te komen onder het genot van een drankje. Naast de reguliere TB-cafés heeft BarCo 4.0 zich voorgenomen om minstens één keer per maand een thema-borrel te organiseren. Zo is er een zeer geslaagde karaokeborrel georganiseerd en was het enorm druk en gezellig tijdens de speciaalbieren-borrel.

Zulke successen brengen nieuwe energie in de BarCo en er zullen nog een aantal mooie spectaculaire thema-borrels volgen. Praktische zaken worden besproken in de vergadering die elke maandag plaatsvindt. Na een uitgebreid persoonlijk rondje worden nieuwe ideeën aangekaart en wordt er gekeken hoe wij het café nog leuker kunnen maken voor TBM studenten en medewerkers. Echter hebben we al snel gemerkt dat de vergaderingen vaak te kort zijn. Gezellige brainstorm avondjes bieden daar gelukkig een goede oplossing voor! Graag wil ik jullie hierbij uitnodigen om aanstaande donderdag gezellig een drankje te komen doen in het TB-Café!

Het TB-café heeft ook een nieuwe site. Hier kun je alle informatie over aankomende evenementen vinden en over hoe je het café kan boeken. Kijk dus snel op tbcafe.curius.nl

33


34

TB’ers Testen

Tekst: Kirsten Meeuwisse

In deze nieuwe rubriek wordt in elke editie inzicht gegeven in dilemma’s waar studenten tegenaan lopen. Het testpanel zal dan voor eens en altijd duidelijk maken welke keuze gemaakt moet worden. Heb je dus een kwestie waar je zelf niet uit komt; laat het ons weten en het testpanel helpt je uit de brand. Deze editie kwam de vraag van L. van Koppen: “Als ik ’s nachts terug kom en veel bier gedronken heb, dan heb ik altijd honger; een heerlijke kapsalon maak ik dan graag soldaat. Ik twijfel alleen altijd naar welke zaak ik moet gaan voor de lekkerste kapsalon van Delft. Lief testpanel, kunnen jullie in dit grote vraagstuk duidelijkheid scheppen?”

De tweede dönerzaak was Göreme. Hierbij was de kapsalon na 32 minuten binnen. Deze kapsalon was de goedkoopste van allemaal maar zag er wel het beste uit. Ook bij deze kapsalon waren de meningen verdeeld. Sommigen vonden de kebab naar Parmezaanse kaas smaken en een slap aftreksel van een burger bij de Mac. De andere helft van de consul was juist helemaal verliefd op deze kapsalon. Het totaal oordeel is een 7,4.

Voordat de test begon zijn we even in de kapsalon geschiedenis gedoken. Kapsalon is in 2003 door een Rotterdammer uitgevonden. Hij bestelde bij een shoarmazaak al zijn favorieten ingrediënten en mengde dit. Dat was het begin van de kapsalon. Nu staat dit gerecht vooral bekend als studentengerecht voor na het stappen. Let wel dat de kapsalon maar liefst 1800 calorieën bevat, te vaak een kapsalon eten is dus geen goed plan.

De derde kapsalon was Döner King. Deze kapsalon was binnen 29 minuten na bestelling binnen en de bezorger maakte leuke grapjes; pluspunten dus! De kapsalon kost €5,50, maar daar krijg je wel een slappe boel voor. Vooral de sla met andijviesmaak en de kartonnen komkommer scoorden niet goed. De kebab was daarentegen wel erg lekker. De totaal smaak was door de zompigheid alleen niet bepaald goed. Het eindoordeel is dan ook uitgekomen op een 5,4.

Voor de ultieme kapsalontest hebben we 4 dönerzaken onder de loep genomen: Kobi’s Grill, Göreme, Döner King en Acacia. We hebben gelet op de service, de prijs, het uiterlijk en natuurlijk de smaak. De test vond geheel blind plaats; we wisten niet welke kapsalon van welke zaak kwam. We begonnen met Kobi’s Grill. De prijs van deze kapsalon was maar liefst €7,- maar het was wel de snelste bezorgservice. Binnen 24 minuten was de kapsalon op het Curiushok. Bij het opscheppen kwam een heerlijke kerriegeur je tegemoet. De meningen over de smaak van deze kapsalon waren verdeeld; de helft van het testpanel vond het helemaal super, maar bij de andere helft werd zijn of haar mond verbrand door de pittigheid. Het eindoordeel is een 7, een combinatie van negens maar ook van vieren.

De laatste zaak was Acacia. Deze bezorging duurde het langst; maar liefst 36 minuten. De kapsalon koste 6 euro. De saus werd apart geleverd, maar dit is dan ook het enige positieve aan deze kapsalon. Het was een enorm zompige boel, een soort drassig moeras waar je in wegzakt. De kapsalon had als enige echte aardappels en dit merkte je aan het feit dat het behoorlijk vulde. Samenvattend was deze kapsalon echt heel erg vies en heeft dan ook een dikke onvoldoende als eindscore: 4,1 Beste L. van Koppen, voor de beste kapsalon moet je bij Göreme wezen, houd je echter van pittig dan is Kobi’s Grill ook een echte topper!

De Uitslag Rank Dönerzaak Prijs

Cijfer

2 Kobi’s Grill € 7,-

7

1 Göreme

€ 5,-

3 Döner King € 5,50 4 Acacia

€ 6,-

7,4 5,4

4,1


The game Dinsdag 22 november startte The Game 2011. Zesentachtig Curioten waagden het deel te nemen aan het grote moordspel, wat Curius als sinds een paar jaar elke herfst bezighoudt. Met vijf weken in het vooruitzicht om te bewijzen dat hun commissie toch echt de beste was werden de slachtofferkaartjes opgehaald en zette iedereen zich schrap. Dit artikel geeft inzicht in hoe het spel verliep en wie er uiteindelijk als winnaar uit de bus kwamen. Eerste moord

In volle voorbereiding op een spel van vijf weken moet er toch iemand zijn die al aan het begin afvalt. De eerste moord die gepleegd werd was nog geen paar uur na de start van het spel en het verdriet was dan ook groot. Niels Rozemeijer uit de Interactie was de schuldige aan de trieste moord van Alexandra Weteling uit de Dies.

Percentage dood/levend

tekst: Jakar Westerbeek

Berekenen van de winnaar

Voor het bepalen van de individuele winnaar was geen ingenieus systeem nodig. De persoon met de meeste kaartjes aan het eind van spel was de winnaar. Veel moorden loont dus, maar ook het vermoorden van actieve spelers levert natuurlijk een voordeel op. Aan het bepalen van de winnende commissie gaat een iets lastigere berekening vooraf. Uiteindelijk moet de actiefste en best presterende commissies natuurlijk met de prijs naar huis gaan, maar hoe bereken je dat. Slechts het blijven leven van een commissie is niet genoeg. Er zijn namelijk altijd een paar commissies die niet worden vermoord, maar zelf ook niet moorden. Niet bepaald de meest actieve commissies dus. De formule die gebruikt is om de winnende commissie te bepalen luidt als volgt: Iedere week wordt voor elke commissie bepaalt hoeveel procent van de commissieleden nog in leven is. Daarnaast wordt gekeken hoeveel die commissie in die week gemoord heeft. Aan het eind van het spel wordt het totale aantal vermoorde mensen vermenigvuldigt met het gemiddelde levende percentage. Dit levert je de Game-score op, die hieronder in de tabel wordt getoond.

Winnende commissie

De commissie die The Game 2011 gewonnen heeft is: De Consul! De uiteindelijke score die de Consul heeft behaald is 608 punten. Vooral de snelle start met elf moorden in week 1 maakte dat de score al meteen op een hoog niveau stond. Aan het eind vielen er wel steeds meer slachtoffers onder hun geleden, maar het gemiddelde percentage bleef nog hoog genoeg om de overwinning veilig te stellen.

Winnend individu Aantal moorden

De winnaar van het individuele deel van The Game 2011 is geworden: Jorick Weijers! Door het tactisch vermoorden van een aantal actieve spelers (Luuk van Koppen en Boy Trip) wist hij uiteindelijk de meeste kaartjes te bemachtigen. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor 75% van de moorden gepleegd door de Dies commissie.

Game score

35



Consul: Old Boys Network