Issuu on Google+

JAARGANG 25

VAKBLAD VAN STUDIEVERENIGING CONCEPT

UEEL

STUDIEVERENIGING CIVIELE TECHNIEK CONCEPT

5

CONCEPT Editie 4


REDACTIE

VAN DE

Tijdens het maken van deze editie van de ConcepTueel is er heel wat gebeurd in civieltechnisch Nederland. De eerste van de Marker Wadden

is

geopend,

Station Vaartsche Rijn in Utrecht is geopend, het Infrastructuurfonds en Deltafonds zijn verlengd en volgens de media is de status van ProRail veranderd. Wat niet veranderd is, is de uitmuntende mix van artikelen op het gebied van Water, Verkeer, Bouwen en Civiele Techniek in het algemeen. Wat

wel

veranderd

is

de

samenstelling van de commissie, komende edities zullen er nieuwe

leden in de commissie verschijnen en na deze editie ben ik uit de commissie vertrokken. Omdat de herfst begonnen is zit deze editie weer vol artikelen die u zonder problemen door de donkere herfstdagen heen helpen. Zo wordt in een artikel beschreven of de gracht in het centrum van Kampen bevaarbaar is, of wat de bezwaren zijn tegen bevaring. De vakgroep Bouwen beschrijft de inzet van drones in lesprogrammas, en AT Osborne gaat in een artikel in op klimaatverandering en de reactie daarop van Nederlandse gemeenten. Naast een ‘historische’ voorkant staat er in deze editie ook een Afstudeerartikel met een historisch randje. De wiskundige modellen die gebruikt zijn om de impact van de Afsluitdijk op de waterbewegingen in te schatten zijn onder de loep genomen. Kortom er is weer genoeg te ontdekken en te lezen in deze nieuwe ConepTueel. Namens de gehele redactie wens ik u veel leesplezier! Koen Reef

60

O

COLOFON Redactieadres ConcepT Universiteit Twente Kelder Horsttoren Tel: 053 489 3884 Postbus 217 7500 AE Enschede

Internet www.ConcepT.utwente.nl ConcepTueel@ConcepT.utwente.nl Ontwerp Peuscher Design Drukkerij Gildeprint Drukkerijen Oplage 750


INHOUDS OPGAVE

ALGEMEEN PRAKTIJK ONDERZOEK VERENIGING

04 05 08 12 15 16 20 22 24 28 31 34 36

COLUMN

Van gewetenloze crimineel naar corrupte hypocriet CIVIELTECHNISCH CONCEPT

08

Landwinning

VAN DE VAKGROEP

Ontwikkeling van de autobereikbaarheid van werk in Nederland, 2009-2014 DELTARES

The new Delta Flume for large-scale testing VANUIT HET BESTUUR

Stilte na de introstorm

12

BACHELORONDERZOEK

Verkenningsstudie naar een bevaarbare binnenstad FOTOPAGINA

Gold Ray Dam BETONBROUWERS

Angstgegner Arnhem

28

AFSTUDEERONDERZOEK

Het uitbreiden van Lorentz stomrvloedmodel ADVERTORIAL WAGEMAKER

Traineeship bij advies- en ingenieursbureau Wagemaker VANUIT DE OPLEIDING

News from the educational programmes

36

VAN DE VAKGROEP

Inzet drone voor promotie en lesmateriaal AT OSBORNE

Het klimaat verandert, veranderen gemeenten mee?

Figuren Voorpagina: Nieuw knooppunt Diemen A1-A9 | Fotografie Rijkswaterstaat Van de redactie: Dijkversterking Kinderdijk-Schoonhoven | Fotografie: Wagemaker Column: Bord verboden toegang wegens drijfzand | Fotografie: Rijkswaterstaat Commissie Joost Bult Paul Bakker David Barmentloo Boyan Domhof Hille Drenth Rianne Boks

Tom Evers Daan Kling Yorick Fredrix Vincent Rossen Rick van de Hoef Nils van der Wildt

CONCEPTUEEL Editie 25-4

3


COLUMN

VAN GEWETENLOZE CRIMINEEL NAAR CORRUPTE HYPOCRIET Sinds de zomer werk ik voor de Provincie Zuid-Holland aan het project Rijnlandroute. Dat betekent dus mijn volgende stap bij Jelmer: van

de

opdrachtnemer

naar

de

opdrachtgever. Van gesjeesde 24-uurs wereld van de aannemer naar de gezapige wereld van de overheid. Wat zeg ik, van de grote geldgraaiers naar de burgerlijke luilakken. Van snel boerenverstand naar ambtelijke arrogantie. Van gewetenloze aso-criminelen naar corrupte machtspolitiekbeluste hypocrieten. Hopelijk had je al gauw door dat ik hier niets van meen maar dat het juist ongezouten stereotypen zijn die de opdrachtgever en de opdrachtnemer over elkaar hebben.Vandaar dat

ik mijn tot op heden korte carrière zeer interessant vind. Ik krijg de kans om bij beide partijen in de keuken te kijken. En dan merk je dat stereotypen altijd alom aanwezig zijn. Natuurlijk bevatten stereotypen een kern van waarheid. Bij de aannemer kan je, als je veel werk hebt, gerust tot 21:00 uur op kantoor blijven zitten, terwijl je pizza laat bezorgen op kantoor. Bij de overheid heerst meer een 9-tot-5-mentaliteit. En uiteraard speelt geld bij de aannemer een iets grotere rol dan bij de provincie. Ik vind het echter vooral belangrijk om de positieve kanten van elkaars positie te zien. Los van de stereotypen en vooroordelen is het belangrijk om vanuit de overheid te beseffen dat de aannemerij uit een moeilijke periode komt en dat geld verdienen in dat licht niet kan worden gezien als iets ergs. Vanuit de aannemerij is het belangrijk om te weten dat opdrachtgevers ze niet moedwillig proberen te frustreren, maar dat ze te maken hebben met een dynamische politiek-bestuurlijke omgeving die anders is dan de dynamiek in de aannemerij. Ik kan iedereen aanraden bij de opdrachtgever Ên de opdrachtnemer aan de slag te gaan voordat men zich settelt. Zaken van beide kanten zien levert namelijk een breder begrip en bredere kennis op. En dus hopelijk de vaardigheid om zaken sneller voor elkaar te krijgen en samenwerking soepeler te laten verlopen. Carl Dirks, Jelmer, Provincie Zuid Holland

Editie 25-4 4 CONCEPTUEEL


GEBAGGER VOOR EEN VEILIGE KUST

CIVIELTECHNISCH CONCEPT: ZANDSUPPLETIE Auteur: Tom Evers | Fotografie: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat Een waar stukje civiele techniek: zandsuppletie. Maar wat bete-

zand zich van het strand naar de vooroever waardoor het lijkt

kent zandsuppletie en wat houdt het in? Zandsuppletie betekent

dat het strand kleiner wordt. Dit proces wordt erosie genoemd

aanvulling van zand en dat is ook meteen wat deze kustverde-

(zie Figuur 1). Erosie is echter een slechte benaming omdat het

digingsmethode inhoudt. Stranden die een gebrek hebben aan

zand niet definitief is verdwenen. Tegengesteld aan erosie staat

zand, door natuurlijke of menselijke oorzaak, worden aangevuld

sedimentdepositie: bij rustig weer wordt voornamelijk zand via

met grote hoeveelheden sediment. Meestal worden zandsupple-

de kalme stromingen op het strand gespoeld.

ties uitgevoerd bij stranden die gebukt gaan onder aanhoudende

Door menselijke invloeden wordt deze cyclus echter verstoord.

erosie. De stranden worden smaller waardoor nabijgelegen

Hierdoor vindt in de meeste gevallen meer erosie dan deposi-

gebouwen en infrastructuur bij grote stormen in gevaar worden

tie plaats. Voorbeelden van menselijke invloeden zijn aangelegde

gebracht of beschadigd kunnen raken door het zeewater.

zeedijken die zandduinen ‘opsluiten’, havens die zandtransport

De methode zandsuppletie is de afgelopen decennia sterk in

in stromingen langs de kustlijn blokkeren en dammen die sedi-

populariteit gestegen ten opzichte van het plaatsen van harde

mentstromingen in de rivier blokkeren. In dit geval kan men ook

kustbeschermingsconstructies. Ondanks dat de methode duur

echt spreken van erosie, en dat is dan ook de betekenis van het

is, wordt er steeds meer waarde gehecht aan de bescherming

woord in de verdere loop van dit artikel.

van de bestaande inrichting, de bouwwerken en infrastructuur

Als het strand kleiner geworden is, betekent het dus niet per se

die langs de kust zijn gelegen. Daarnaast heeft zandsuppletie

dat er een kustverdedigingsmaatregel moet worden toegepast.

het voordeel (ten opzichte van bijvoorbeeld golfbrekers) dat

Twee stranden met dezelfde hoeveelheid zichtbaar zand kunnen

het geen zand vasthoudt maar verspreidt langs de kust door de

een totaal verschillende vooroever hebben. Als de vooroever

waterstromingen. Ook kan zandsuppletie habitats herstellen die

groot genoeg is, zal het strand zelf herstellen. In het geval dat

door erosie zijn beschadigd of verdwenen.

zand echt is verdwenen, kan zandsuppletie oplossing bieden.

In dit artikel wordt uitgelegd waarom zandsuppletie nodig is, hoe

FIG. 1 Zandsuppletie op een eroderend strand

de kustverdedigingsmaatregel in zijn werk gaat en wat de gevolgen ervan zijn. Tot slot wordt een van de bijzonderste zandsuppletieprojecten van de wereld toegelicht.

OORZAAK VAN EROSIE Een kustgebied valt (in ons geval) onder te verdelen in drie delen: de achterliggende duinen, het strand boven de waterlijn en de vooroever, ofwel de ondiepe zee voor de kust. Door natuurlijke fenomenen als waterstromingen en de wind vindt er een uitwisseling van zand plaats tussen deze drie delen.Wind verplaatst het zand naar de duinen waardoor deze groeien. Des te hoger de duinen des te groter de bescherming van het achterland. Stormen zorgen ervoor dat een deel van het strand onder water wordt gezet door de zee. Het zand vormt zandbanken die het strand vervolgens beschermen.Vooral tijdens stormen verplaatst

CONCEPTUEEL Editie 25-4

5


ZANDSUPPLETIE IN UITVOERING Als er meer erosie dan depositie plaatsvindt en als de achterliggende gebouwen en infrastructuur te kwetsbaar zijn voor stormen, dan wordt er gekeken naar verschillende alternatieve oplossingen. Menselijke invloeden kunnen worden aangepakt maar er kan ook een civiel kunstwerk worden aangelegd. Deze kunnen bijvoorbeeld zeedijken, zeeweringen, golfbrekers en kribben zijn. De laatste drie kunstwerken worden gemaakt van natuurlijk materiaal. Dit betekent niet per se dat deze kunstwerken milieuvriendelijk zijn. De meest gebruikte toepassing van 'natuurlijke' bouwwerken is zandsuppletie. Als wordt besloten zandsuppletie toe te passen, dan vindt er

FIG. 3 De suppletiemethode rainbowing

in de meeste gevallen vooraf veel onderzoek plaats. Met name

Baggeren valt onder te verdelen in twee methoden: de snijkop-

de geofysische eigenschappen van het strand onder en boven

zuiger en de sleephopperzuiger.

de waterlijn worden bestudeerd. De eigenschappen van het te

Bij de snijkopzuiger wordt een drijvende schuit gebruikt die in

suppleren zand moeten namelijk niet te veel afwijken van het

stilstand het zand van een zandbank (bij voorkeur zo’n 1,5 m

strandzand. Dit kan een groot verschil maken in erosiesnelheid.

hoog) opzuigt. Aan de schuit zit een zogenaamde ladder die is

Vervolgens moet ergens vergelijkbaar zand gevonden worden.

gemonteerd aan de voorsteven. De ladder steunt de invoerpijp

Ook wordt onderzocht welk deel van het kustgebied suppletie

en is dusdanig gekoppeld aan de schuit dat zij verticaal kan bewe-

behoeft. Mogelijkheden zijn: het suppleren van de duinen, sup-

gen (voor een variabele gronddiepte). Aan het uiteinde van de

pletie van het strand (de berm), profielsuppletie (onder en boven

pijpleiding zit een pomp die het mengsel van zand en water, ook

de waterlijn) en vooroeversuppletie. De keuze hangt af van de

wel ‘slurry’ genoemd, door de pijp omhoog pompt. Op de schuit

oorzaak van de erosie. Als de vooroever te klein is, dan is alleen

zit een hoofdpomp die de slurry over een aanzienlijke afstand

suppleren boven de waterlijn bijvoorbeeld niet voldoende. Het

door een drijvende of onderwatergelegen pijpleiding naar de

strand zal dan door erosie snel terugvallen in haar oude conditie.

locatie van de suppletie stuurt (zie Figuur 2). Als die afstand te groot is, zou het zand in de pijpleiding tot stilstand komen. In dit

Baggermethoden

geval worden extra pompen gebruikt.Wanneer er te weinig zand

Het winnen van zand voor zandsuppletie kent meerdere metho-

opgepompt wordt, wordt de schuit verplaatst naar een nieuwe

den. Zand kan van de zeebodem en uit landbronnen worden

locatie. Karakteristiek aan de snijkopzuiger is de roterende

gehaald. Geschat wordt dat meer dan 95% van het totale

snijkop aan het uiteinde van de pijp. Zo’n snijkop heeft metalen

zandsuppletievolume wordt gewonnen van de zeebodem. Dit

tanden of bladen die het zand losmaken en het sediment de pijp

baggeren heeft meerdere voordelen ten opzichte van het gebruik

inleiden. Met snijkopzuigers worden dagelijkse hoeveelheden van

van landbronnen. Binnen een straal van 1 tot 20 km van het te

4.000 (31 cm pijpleiding) tot 34.000 m3 (92 cm pijpleiding) aan

suppleren strand wordt relatief makkelijk vergelijkbaar zand op

zand gesuppleerd. In Nederland wordt de snijkopzuigermethode

de zeebodem gevonden. Daarnaast hebben omwonenden geen

toegepast sinds 1979.

last van de zandaanvoer en zijn de transportkosten lager omdat

De andere methode is de sleephopperzuiger. Dit is een schip

het zand over korte afstand wordt vervoerd.

met een sleeparm. De sleeparm loopt van de romp van het schip

FIG. 2 Pijpleiding van de snijkopzuiger naar de suppletielocatie

naar de zeebodem. Terwijl het schip vaart met een snelheid van ongeveer twee tot drie knopen, sleept de kop van de sleeparm over de zeebodem en zuigt het de slurry op dat wordt opgeslagen in de beun (in het Engels ‘hopper’ genoemd). Hier zakt het zand naar de bodem terwijl het water overboord spoelt. Als de opslag volgeladen is dan vaart het schip naar de betreffende locatie waar het zand wordt gestort op de zeebodem via de bodemdeuren aan de onderkant van het schip, een methode dat vaak gebruikt wordt bij vooroeversuppletie. Ook kan het zand via een pijpleiding worden uitgespoten op het strand. Een andere methode is de zogenaamde ‘rainbowmethode’, (zie Figuur 3).Als een deel van de vooroever te ondiep is om de loca-

Editie 25-4 6 CONCEPTUEEL


tie van suppletie te bereiken, dan wordt deze methode gebruikt.

delijke suppletie heeft het ecosysteem ook geen kans opnieuw

Rainbowen is het in een (regen)boog spuiten van de slurry naar

op te bouwen. Hierom wordt beweerd dat, in plaats van zandsup-

de locatie van suppletie. Hierbij wordt het schip zo dicht moge-

pletie, sturingselementen of strekdammen zouden moeten wor-

lijk naar die locatie gebracht. De rainbowmethode wordt in

den aangelegd die de getijdenstromingen sturen zodat er geen

Nederland toegepast sinds 1993. Het nieuwe zand op het strand

erosie optreedt en het ecosysteem dus ongestoord blijft.

wordt vervolgens verspreid door bulldozers.

ZANDMOTOR DELTADUIN De Nederlandse ontwerpmethode

Een van de bekendste zandsuppletieprojecten ter wereld is

Het ontwerpniveau van zandsuppletieprojecten varieert enorm.

de Zandmotor DeltaDuin, gelegen in Nederland voor de kust

In sommige projecten wordt het bijproductmateriaal dat over-

van Ter Heijde (zie Figuur 4) . De Nederlandse kust is door de

blijft van het baggeren simpelweg op het strand gestort (waar-

noordwaartse Noordzeestroming onderhevig aan erosie, waar-

door het strand zeewaarts verplaatst). In andere projecten

door de kust smaller wordt en de zee een bedreiging vormt

wordt heel gedetailleerd gewerkt waarbij numerieke modellen

voor het westen van Nederland. DeltaDuin is de eerste Zand-

worden gebouwd die de prestatie van de zandverplaatsing langs

motor van de wereld en is bedoeld om over een periode van

en haaks op de kustlijn voorspellen voor de komende jaren. Een

twintig jaar als ‘natuurlijke suppletie’ te dienen door zich te ver-

bekende methode is 'De Nederlandse Ontwerpmethode' (Ver-

spreiden richting Hoek van Holland en Scheveningen.

hagen, 1992). Dit is een numerieke methode die gebruikelijk is

Het DeltaDuinproject wordt toegeschreven aan hoogleraar

in Nederland. Het beleid is gebaseerd op het idee om de kust-

kustwaterbouwkunde Marcel Stive en het is in 2011 uitgevoerd

lijn op dezelfde positie te houden zoals die er in 1990 lag. De

door de aannemerscombinatie Van Oord-Boskalis in opdracht

ontwerpmethode is eenvoudig en direct. De methode bevat vijf

van Rijkswaterstaat. Het sediment is 10 km van de kust vandaan

stappen: (1) uitvoeren van kustmetingen voor minimaal 10 jaar

met behulp van pijpleidingen naar de suppletielocatie geleid. Het

om erosie in kaart te brengen; (2) uit stap 1 berekenen van het

schiereiland strekt een kilometer in zee en is aan het strand

aantal kuub zand dat per jaar van het strand verdwijnt; (3) 40%

twee kilometer breed. Ook is aan weerszijden van de zandmo-

van het aantal kuub zand toevoegen aan het berekende aantal

tor een zandsuppletie onder water aangelegd.

kuub zand uit stap 2; (4) het aantal kuub zand vermenigvuldigen

De zandmotor heeft een duinmeer van twee meter diep om te

met een aannemelijke levensduur van suppletie (bijvoorbeeld vijf

voorkomen dat er ongewenste effecten betreffende de grond-

jaar); (5) uitvoeren van het suppletieproces waarbij het zand op

waterstand in het nabijgelegen gebied optreden. Doordat de

het strand wordt geplaatst.

Zandmotor twintig jaar dient als natuurlijke suppletie, hoeft niet om de vijf jaar gesuppleerd te worden, wat het ecosysteem ten

GEVOLGEN

goede komt. Zo is Delfland voor in ieder geval twintig jaar weer

Zandsuppletie voorkomt geen erosie. Er wordt enkel zand aan-

beschermd voor de Noordzee.

gevuld, wat betekent dat ook dit zand uiteindelijk zal verdwijnen.

Wil je meer te weten komen over de kustbeschermingsme-

Het gesuppleerde zand verdwijnt in gemiddeld vier à vijf jaar. Dit

thode zandsuppletie, maak dan vooral gebruik van de onder-

betekent dat na de eerste suppletie om de vijf jaar een nieuwe

staande literatuurlijst; deze gaan veel verder in op het stukje

suppletie moet worden uitgevoerd. Zandsuppletie heeft echter

civiele techniek genaamd zandsuppletie.

uitstoot). Zowel op de plaats waar zand gewonnen als waar het geloosd wordt, wordt het ecosysteem verstoord. Door herhaalFIG. 4 Zandmotor DeltaDuin, 's Nederlands trots

Bird, E., Lewis, N., 2015. Beach Nourishment. SpringerBriefs in Earth Sciences. Dean, R.G., 2002. Beach Nourishment Theory and Practice. Advanced Series amd Ocean Engineering volume 18. BBC, www.bbc.co.uk/schools/gscebitesize/gepgraphy/ coasts/coastal_management_rev2.shtml USGS, woodshole.er.usgl.gov/project-pages/aggregates/ overview.htm. Verhagen, H.J., 1992. Method for Artificial Beach Nourishment Ecomare. http://www.ecomare.nl/ecomare-encyclopedie/ gebieden/landschap/kustgebieden/strand/

CONCEPTUEEL Editie 25-4

7

LITERATUUR

wel negatieve invloed op de biodiversiteit en het milieu (CO2-


ONTWIKKELING VAN DE AUTOBEREIKBAARHEID VAN WERK IN NEDERLAND

ANALYSES VOOR DE PERIODE TUSSEN 2009 EN 2014 OP BASIS VAN BIG DATA Auteur: Prof. dr. ing. Karst Geurs Dit artikel is een verkorte versie van een eerder verschenen artikel in het tijdschrift Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening (Geurs, K., 2016. Temporele en ruimtelijke dynamiek van autobereikbaarheid. S+RO 2016/01, 28-33).

Bereikbaarheid in termen van mogelijkheden levert een fundamenteel andere benadering op dan bereikbaarheid uitgedrukt in termen van het gemak, of de moeite van verplaatsen zelf. Snelheid is geen indicator voor bereikbaarheid zelf, maar van een aspect dat van invloed is op bereikbaarheid. De snelheid van

Bereikbaarheid is een sleutelbegrip in de wisselwerking tussen

reizen bepaalt immers mede het aantal locaties dat je binnen een

ruimte en mobiliteit, maar ook in het verkeers- en vervoers-

bepaalde reistijd kunt bereiken.

beleid in Nederland en andere landen. De invulling van het begrip bereikbaarheid is medebepalend voor de richting van

De Amerikaan Walter Hansen gaf in een artikel in 1959 de eer-

het verkeers- en vervoersbeleid en de effecten van dit beleid

ste definitie van geografische bereikbaarheid (Hansen, 1959).

op de samenleving. Er zijn echter verwarrend veel verschillende

Hij stelde dat bereikbaarheid gaat over de mogelijkheden voor

manieren om bereikbaarheid te omschrijven en te berekenen. In

ruimtelijke interactie. Hansen werkte een geografische bereik-

de discussies over bereikbaarheid in Nederland staat een ver-

baarheidsindicator uit die op vergelijkbare manier werkt als

keerskundige invulling van het begrip centraal: bereikbaarheid

het zwaartekrachtmodel: de bereikbaarheid van een locatie

lijkt alleen te gaan over rijsnelheden, vertragingen en files. Dit is

neemt proportioneel toe met de massa van activiteiten (aantal

een beperkte blik op bereikbaarheid. Als inwoners van de grote

banen, mensen enzovoort), die vanuit deze locatie bereikt kun-

steden in Nederland een uur in de spits met de auto rijden,

nen worden en neemt proportioneel af met de reisweerstand

dan bestaat volgens TomTom zo’n twintig minuten daarvan uit

(afstand, reistijd, reiskosten) naar deze locaties. Zijn bereikbaar-

vertraging (TomTom, 2014). Toch kunnen stedelingen veel meer

heidsindicator wordt in Nederland en elders in de wereld nog

banen en voorzieningen bereiken dan inwoners van het platte-

veelvuldig door planologen, geografen en economen gebruikt.

land. In de steden zijn veel meer bestemmingen en activiteiten op

In Nederland is de geografische bereikbaarheid van werk bij-

korte afstand te vinden.

voorbeeld gebruikt in studies om verschillen in de aantrekkings-

Dit artikel beschrijft de temporele en ruimtelijke dynamiek van

FIG. 1 Variatie in de bereikbaarheid van werk gedurende de dag in selectie van steden, gemiddelde donderdag in 2014

de bereikbaarheid van werk met de auto. Het laat het belang van veranderingen in reistijden en nabijheid zien en of deze elkaar versterken of afzwakken. De ontwikkeling in bereikbaarheid wordt gedetailleerd in kaart gebracht voor heel Nederland voor de periode 2009-2014 op basis van gegevens over rijsnelheden uit navigatiesystemen.

BEREIKBAARHEID: NABIJHEID EN REISTIJD Dit artikel gaat uit van een brede, geografische benadering van bereikbaarheid. Volgens deze benadering gaat bereikbaarheid over de mogelijkheden die personen hebben om, na een verplaatsing, op bestemmingen aan activiteiten deel te nemen.

Editie 25-4 8 CONCEPTUEEL


kracht, economische concurrentie en economische veerkracht tussen steden en regio’s te verklaren. Zo blijkt de geografische bereikbaarheid van werk per auto ongeveer 30 procent van de regionale verschillen in vierkante-meterprijzen van woningen in Nederland te verklaren (Marlet, 2010). Dat woningen in Amsterdam en Utrecht relatief duur zijn, komt mede door de goede bereikbaarheid van werk.

BIG DATA IN BEREIKBAARHEIDSONDERZOEK Bereikbaarheidsstudies zijn over het algemeen gebaseerd op modelgegevens of gegevens over verplaatsingsgedrag die op één moment in de tijd zijn verzameld. De meeste bereikbaarheidsstudies houden hierdoor maar in zeer beperkte mate rekening met de temporele variatie in bereikbaarheid. Er wordt bijvoorbeeld vaak uitgegaan van de gemiddelde reistijd tussen herkomsten en bestemmingen (bijvoorbeeld postcodegebieden) in een jaar, onderscheiden naar spits- en daluren. De beschikbaarheid van gegevens neemt echter razendsnel toe. Verkeerskundig onderzoek met behulp van allerlei soorten big data (zoals mobiele telefoons, in-car-navigatiesystemen, sociale media) staat in Nederland nog in de kinderschoenen, maar zal de komende jaren een grote vlucht gaan nemen. Big data biedt ook een enorme potentie om de ruimtelijke en temporele variatie in bereikbaarheid te analyseren en veran-

FIG. 3 Ontwikkeling bereikbaarheid werk per auto, avondspits, gemiddelde werkdag, 2009-2014

deringen daarin door bijvoorbeeld de aanleg van spitsstroken

TomTom-gegevens gebruikt om per kwartier de gemiddelde

of andere capaciteitsuitbreidingen. TomTom bepaalt voor ieder

reistijd tussen alle postcodegebieden (PC4-niveau) in Nederland

wegsegment in Nederland een gedetailleerd snelheidsprofiel:

te berekenen voor de jaren 2009 en 2014. De reistijdgegevens

per kwartier een gemiddelde snelheid, zeven dagen per week.

zijn vervolgens gegevens gecombineerd met gegevens over het

Dit profiel wordt gemaakt op basis van gegevens uit GPS-navi-

aantal arbeidsplaatsen per postcodegebied. Tenslotte is een (log-

gatiesystemen en mobiele telefoons. In dit artikel kijken we naar

logistische) afstandsvervalfunctie geschat om het aantal banen

de ontwikkeling van bereikbaarheid tussen 2009 en 2014. De

per postcodegebied te kunnen wegen met de reisweerstand.

geografische bereikbaarheidsindicator van Walter Hansen is

Hierbij is gebruik gemaakt van verplaatsingsgegevens uit het

hierbij het uitgangspunt. Om deze te kunnen berekenen zijn de

Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN) van 2014. Om

FIG. 2 Capaciteitsuitbreiding van de A1 en de A9, bij knooppunt Diemen |Fotografie: ANP

de rekentijd te reduceren is een maximale reistijd van 90 minuten gehanteerd (waarbinnen 98 procent van de woon-werkritten vallen). De ontwikkeling van de geografische bereikbaarheid van werk tussen 2009 en 2014 is afhankelijk van ruimtelijke ontwikkelingen én veranderingen van de reistijden. Om de resultaten makkelijker te kunnen duiden is de afzonderlijke bijdrage van veranderingen in de nabijheid van banen en reistijdveranderingen geschat. Hiervoor zijn extra bereikbaarheidsanalyses uitgevoerd, waarbij is verondersteld dat de verandering in bereikbaarheid tussen 2009 en 2014 wordt veroorzaakt door ruimtelijke ontwikkelingen (reistijden wijzigen niet) of door alleen de verandering in reistijden (ruimtelijke ontwikkeling wijzigt niet).

CONCEPTUEEL Editie 25-4

9


VARIATIE IN BEREIKBAARHEID GEDURENDE DE DAG

3 laat de ontwikkeling van de bereikbaarheid van werk zien. In

Figuur 1 laat de variatie zien in de geografische bereikbaarheid

procent toe, terwijl in grote delen van het land een afname van

van werk per auto voor inwoners van vijftien steden, uitgaande

de bereikbaarheid te zien is. Zo neemt de bereikbaarheid van

van jaargemiddelde reistijden voor donderdagen in 2014. De

werk in Rijnmond en Midden-Brabant met zo’n 2 procent af.

de regio Amsterdam neemt de bereikbaarheid van werk zo’n 3

figuur toont duidelijk het effect van de ochtend- en avondspits op de bereikbaarheid van werk. Inwoners van grote steden, maar

Deze ruimtelijke variaties komen door regionale verschillen in

ook steden zoals Haarlem en Amersfoort, kunnen tijdens de

werkgelegenheid, maar ook door verschillen in rijsnelheden.Tus-

ochtendspits zo’n 20 procent minder banen bereiken dan buiten

sen 2009 en 2014 is de filezwaarte met zo’n 50 procent afge-

de spits. Tijdens de avondspits is dat zo’n 25 procent minder.

nomen, mede door de opening van nieuwe rijstroken. De capa-

Toch is het aantal banen dat vanuit de steden in de Randstad

citeitsuitbreidingen van het hoofdwegennet hebben zichtbare

bereikt kan worden veel groter in steden buiten de Randstad.

effecten op de bereikbaarheid van werk met de auto, met name

Zo kunnen inwoners van Amsterdam en Utrecht zelfs in de spits

tijdens de avondspits. Figuur 4 laat duidelijk de effecten van de

nog ruim vier keer zo veel banen bereiken (circa 1,2 miljoen)

capaciteitsuitbreidingen op de A2 in de avondspits zien tussen

dan inwoners van Enschede of Groningen (circa 370.000). De

Amsterdam, Utrecht, Den Bosch en Eindhoven. De bereikbaar-

figuur laat dus zien dat voor bereikbaarheid van werk de nabij-

heid van werk neemt in Nederland in de avondspits (gemiddelde

heid van banen veel belangrijker is dan verschillen in rijsnelheden

werkdag) gemiddeld met zo’n 2 procent toe.

gedurende de dag. De toename van bereikbaarheid van werk in regio Amsterdam

DE ONTWIKKELING VAN BEREIKBAARHEID TUSSEN 2009 EN 2014

is verder versterkt door een toename van de werkgelegenheid.

Tussen 2009 en 2014 is gemiddeld de bereikbaarheid van werk

Amsterdam toe, daarbuiten nam de werkgelegenheid door de

licht toegenomen, zo’n 1 procent. De ruimtelijke variatie in ont-

economische crisis af. In regio Amsterdam nam de bereikbaar-

wikkeling van de bereikbaarheid van werk is echter groot. Figuur

heid van werk net zo sterk toe door toename van werkgelegen-

FIG. 4 De invloed van veranderingen in rijsnelheden op de bereikbaarheid van werk per auto, 2009-2014.

FIG. 5 De invloed van de verandering in de nabijheid van banen op de bereikbaarheid van werk, 2009-2014.

Editie 25-4 10 CONCEPTUEEL

Tussen 2009 en 2014 nam alleen de werkgelegenheid in regio


heid (circa 1,5 procent) als de verbetering van reistijden (circa

baar vervoer. Het aantal banen in de nabijheid van stations is van

1,5 procent). De afname van werkgelegenheid elders in het land

grote invloed. Verbeteringen in de kwaliteit van fiets- en loop-

heeft de toename van de gemiddelde bereikbaarheid van werk

routes naar stations en fietsparkeren op stations, kunnen dan

in Nederland met zo’n 1 procent gedempt.

ook behoorlijk effecten hebben op de bereikbaarheid van werk voor treinreizigers (Geurs et al., 2016). Een tweede beperking

CONCLUSIES

van dit artikel is dat de bereikbaarheid van werk uiteraard ook

De bereikbaarheid van werk wordt in Nederland in sterke mate

afhangt van specifieke kenmerken van de beroepsbevolking en

bepaald door de nabijheid van banen. In de afgelopen vijf jaar

de arbeidsmarkt. Nabijheid tot banen betekent niet per se dat

hebben zowel ruimtelijke ontwikkelingen als ontwikkelingen in

de bereikbaarheid tot werk hoog is; de banen moeten passen

rijsnelheden duidelijke invloed gehad op de bereikbaarheid van

bij het opleidingsniveau en de vaardigheden van de beroepsbe-

werk. Ruimtelijke ontwikkelingen en de ontwikkeling van het

volking in de regio. In vervolgonderzoek in het kader van het

wegennet kunnen elkaar versterken (zoals in regio Amsterdam)

internationale project “Accessibility, Social justice and TRansport

of elkaar afzwakken. Duidelijk is in ieder geval, dat regio’s die al

emission Impacts of TOD strategies” (www.astridproject.com)

de beste uitgangspositie hadden als het gaat om de bereikbaar-

zal aan deze aspecten aandacht worden besteed.

heid van werk (regio Amsterdam-Utrecht), in de afgelopen jaren hun positie verder hebben versterkt. De ruimtelijke verschillen

De auteur bedankt Borja Moya-Goméz, Universidad Complu-

in bereikbaarheid tussen de Noordvleugel en de rest van Neder-

tense Madrid, voor het uitvoeren van de TomTom-analyses en

land zijn verder toegenomen.

visualisatie van de resultaten.

miek in bereikbaarheid van werk met één vervoerwijze: de auto. In Nederland is de bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets, en combinaties van vervoerwijzen, belangrijk. De ruimtelijke en temporele dynamiek van deze vervoerwijzen verschilt sterk van die van de auto.Voor fietsbereikbaarheid is de ruimtelijke variatie veel belangrijker dan variatie in reistijden. De nabijheid van werk is bepalend. De groei van banen in Amsterdam zal dus positief uitwerken op de fietsbereikbaarheid: een toename van activiteiten op plekken waar de afstanden relatief kort zijn. De ruimtelijke variatie in nabijheid van werk is ook in sterke

Geurs, K.T., Puello, L. La Paix, Weperen, S van, 2016. A multi-modal network approach to model public transport accessibility impacts of bicycle-train integration policies European Transport Research Review (published online Sept 2016).

LITERATUUR

Dit artikel beperkt zich tot de ruimtelijke en temporele dyna-

Hansen, W.G., 1959. How accessibility shapes land use. Journal of American Institute of Planners 25, 73-76.

Marlet, G., 2010. De aantrekkelijke stad. Universiteit Utrecht, Utrecht.

TomTom, 2014. TomTom European Congestion Index. TomTom.

mate bepalend voor de bereikbaarheid van werk met het openFIG. 6 Het gebruik van de spitstrook op de A9 boven de ringvaart van de Haarlemmermeerpolder | Fotografie: Rijkswaterstaat

CONCEPTUEEL Editie 25-4

11


THE NEW DELTA FLUME FOR LARGE-SCALE TESTING

HIGHER WAVES, MORE VARIATIONS IN TIDAL WATER LEVELS AND REDUCED SCALE EFFECTS Auteur: Marcel R.A. van Gent The new Delta Flume in Delft was

not scale according to Froude’s scaling law, e.g. for structures in

constructed to facilitate large-scale

which laminar (porous) flow plays an important role results may

physical model testing. It has a length

be affected by scale-effects. Nevertheless, tests at small-scale can

of about 300m, a width of 5m and a

provide valuable indicative results although for accurate quanti-

height of 9.5m. The maximum signi-

tative results large-scale models are still required. Many types of

ficant wave height that can be gene-

coastal structures can be modelled sufficiently accurate at small

rated is about Hs = 2.2m and maxi-

scales, e.g. most rubble mound breakwaters.

mum individual wave heights in the

Besides the scale of models, it is important to determine

range between Hmax = 4m and 4.5m.

whether the structures can be modelled in a 2D model (wave

This unique facility enables physical modelling at prototype-scale

flumes) or need to be modelled in a 3D model (wave basins).

or at close-to-prototype-scale. Preventing or diminishing scale-

Often combinations of 2D and 3D models are applied, e.g. where

effects is especially important for coastal structures in which

cross-sections of structures are optimized in a wave flume, while

sand, clay, grass or other natural construction material is being

3D aspects are studied afterwards in a separate 3D model. Also

applied. Besides projects with dikes and dunes, structures such

the combination of small-scale tests and large-scale tests may be

as breakwaters, bed protections, monopiles, offshore wind farms,

an efficient way to determine the performance of coastal struc-

and storm surge barriers are scheduled to be tested. Along with

tures for those structures in which some of the characteristics

new facilities also new measurement techniques have been deve-

would be affected by scale-effects in smaller models. Therefore,

loped, both for the new Delta Flume and for the other wave

it is essential to have a set of small-scale and large-scale facilities

facilities (e.g. wave basins). The new Delta Flume completes a set of wave facilities for physical model testing consisting of small and large-scale test facilities and 2D (wave flumes) and 3D (wave basins) facilities.

INTRODUCTION To determine the response of coastal structures such as dikes, dunes, dune-revetments, breakwaters, cobble & gravel beaches, intake & outfall structures, offshore windfarms and bed protections, underloading of waves and/or currents physical model testing is an essential part of the design and evaluation process of such structures. Some aspects require modelling at a large-scale since the materials and/or physical processes cannot be modelled properly on a small scale using Froude’s scaling law. Examples of materials that cannot be modelled properly at a small-scale are sand, clay, grass or natural construction material (e.g. brushwood). Physical processes that cannot be modelled properly at a small-scale are often related to flow characteristics that do

Editie 25-4 12 CONCEPTUEEL

FIG. 1 Example of a project in the Delta Flume


variations can be generated, and the new Delta Flume is close to the other wave facilities in Delft. One of the main advantages of the new Delta Flume over the old Delta Flume is that scaleeffects are further reduced; a larger portion of the projects can be performed at (close-to) prototype scale. Figure 3 provides an impression of the new Delta Flume. Flume dimensions The flume has a total length of about 300m. The size was determined based on tests that have been performed in the old FIG. 2 Example of a project in the Delta Flume

Delta Flume. The modelling area has a total depth of 9.5m for a

available, as well as 2D (wave flumes) and 3D facilities (wave bas-

length of 183m, and an extra 75m section of 7m deep. The deep

ins). Not only the facilities are important, also the measurement

part has a length that is sufficient to model structures such as

equipment and experienced staff are key factors of the success

dikes while the combination with a shallower section allows for

of physical model tests. In Van Gent (2014) an overview of pro-

modelling of gentle foreshores over a length of about 250m in

jects in the various physical model facilities is given.

combination with for instance dunes. For the majority of the projects the water depth at the wave board will be between

PROJECTS IN THE OLD DELTA FLUME

2.5m and 8m. The flume is 5m wide.

In the old Delta Flume (240m x 5m x 7m) a large number of projects has been performed in the last 35 years. In these projects

Wave conditions

the choice for this facility has been based mainly on the need

The maximum wave heights that can be generated are about

to limit or avoid scale-effects in physical model tests. The new

Hm0 = 2.2m and maximum individual wave heights in the range

Delta Flume in Delft (300m x 5m x 9.5m) has been constructed

between Hmax = 4m and 4.5m. The optimal water depth at the

to facilitate measurements at an even larger scale.

wave board for reaching the highest significant wave height for

Figure 1 and 2 show examples of projects performed in the old

which also the wave height distribution is modelled accurately, is

Delta Flume: wave impacts on vertical walls, wave overtopping

estimated at 6.9m. Spectral significant wave heights larger than

at dikes with grass, the dynamic behaviour of cobble beaches,

Hm0 = 2.2m can be generated but these will cause some side

the stability of placed-block revetments, the residual strength of

wall overtopping. Irregular and regular waves, as well as some

clay-dikes, breakwater stability, dune erosion, and wave damping

more special wave conditions can be generated (e.g. for Tsunami

by brushwood mattresses. Other typical studies in the Delta

modelling and focussed waves). It is expected that irregular wave

Flume are related to for instance the validation of numerical

conditions with standard spectral shapes (e.g. Jonswap) will be

models, testing and calibration of field measurement equipment,

generated in the majority of experiments, so that during the

and the stability of pipeline covers.

design of the wave generator emphasis was put on precise

Besides consultancy projects many research projects in the

specification of this type of wave conditions. Increasing wave

Delta Flume have been performed and resulted in information

height, wave period and water depth require more wave gene-

on the performance of coastal structures, for instance:

rating power, more wave board stroke and larger flume depths.

• Placed-block revetments. • Grass slopes under wave attack.

FIG. 3 Impression of the new Delta Flume (courtesy Mr Stephan Timmers)

• Residual strength of dikes. • Dune erosion. • Gravel and cobble beaches. • Wave impacts on vertical walls. • Geotubes and geocontainers. In the next section the new Delta Flume will be discussed.

THE NEW DELTA FLUME The main characteristics of the new Delta Flume compared to the old Delta Flume are that the maximum wave height that can be generated is higher, the length is increased, tidal water level

CONCEPTUEEL Editie 25-4

13


In Hofland et al (2013) the percentage of water defences in The Netherlands that can be modelled at full scale is discussed. It is estimated that the new Delta Flume is capable of generating sufficiently large wave heights to cover about 85% of the Dutch sea dikes at prototype scale under design conditions. This means an increase in number of Dutch dike sections that can be tested at full scale of about 50% compared to the old Delta Flume. To generate the large wave heights (e.g. Hm0 = 2.2m) with the corresponding wave periods (e.g. Tp = 9.4s), a certain wave board stroke is needed. However, waves will reflect from the structures in the wave flume. To absorb these reflected waves with our active reflection compensation system (ARC, see also Wenneker et al, 2010), also a part of the wave board stroke is needed.The stroke of the new wave board is 7m, allowing for the mentioned significant wave height in combination with space to absorb waves that are reflected by structures in the flume. Wave generator To generate the waves that are required a piston-type wave board was selected because of its good performance for coastal applications. The wave board is of the dry-back type. A hydraulic system was opted for. Four actuators are applied to better distribute the forces that the board will experience.The wave generator utilizes Degree of Freedom (DOF) control on the four actuators to accurately control the linear motion of the board while zeroing out unwanted board deflections such as twisting or bending due to hydrodynamic forces and board compliance. The length of an actuator is 24.5m when fully extended. A novelty in the new Delta Flume is that a tidal variation in the

FIG. 5 Crane above the flume to construct structures to be tested

water level is possible by filling and emptying the flume during an

wave probes are used. Radars will be used to obtain wave height

experiment. The maximum filling discharge is 1 m3/s.

measurements at any location. In addition, the use of laser scanners and stereo matching of video images can be used to obtain

Measurements

spatially distributed information of waves and/or (deformed)

Various measurement techniques are acquired and developed

structures. Also good visual observation of the tests is ensured

to extract data from the experiments in the flume (Hofland

using for instance a central video observation system and many

et al, 2012). Besides classic point measurements, also synoptic

(flush) cavities in the wall near the location of most models to

measurement techniques (i.e. high resolution measurements of

install instruments.

time-varying spatial fields) have been developed. For the measurements of waves (at the wall) the proven resistance-type FIG. 4 Hydraulic power units for the wave generator

Hofland, B., R. Hoffmann and R. Lindenbergh (2012), Wave measurement techniques for the new large-scale Delta Flume. Proc. Coastlab2012, Gent. of the new Delta Flume, Proc. Coastlines, Marine

REFERENCES

Hofland, B., I.Wenneker and M. van Gent (2013), Description Van Gent, M.R.A. (2014), Overview of physical modeling

at Deltares including the new Delta Flume, Keynote, Proc. Coastlab 2014.

Wenneker, I., J. Meesters, R. Hoffmann and D. Francissen

(2010), Active Wave Absorption System ARCH, Proc. Coastlab 2010, Barcelona.

Editie 25-4 14 CONCEPTUEEL


VANUIT HET BESTUUR

STILTE NA DE INTROSTORM Auteur: Dieuwert Blomjous Het is nu oktober, in betrekkelijke

kunnen maken met hun toekomstige werkveld. Tot slot hebben

rust kunnen we terugkijken op

we een pubquiz gehouden in onze eigen borrelkelder. Met dit

een hectische maand. In de zomer,

drietal activiteiten hebben we de nieuwe studenten hopelijk een

wanneer velen vakantie vierden,

goed beeld kunnen geven van onze vereniging.

zijn we druk bezig geweest met

De komst van al die nieuwe enthousiaste mensen geeft naast

de voorbereiding op de introduc-

drukte ook enorm veel energie. Nu de storm weer is gaan liggen

tie. Het kamp, georganiseerd door

is het de hoogste tijd om de laatste plannen van ons programma

een ConcepT-commissie, is het eerste moment om kennis te

aan te pakken. Ook al voelt het alsof de inwerkperiode pas

maken met de nieuwe studenten Civiele Techniek. Het bestuur

net achter de rug is, we moeten nu alweer bezig zijn met onze

heeft de commissie aangezet tot vernieuwing van het kamp.

opvolging en overdracht voor het nieuwe bestuur halverwege

Deze vernieuwing leidt tot een grotere leerervaring voor de

januari. Dit geeft ook weer de mogelijkheid om terug te blikken

commissieleden en zorgt voor nieuwe creatieve ideeën. Er zijn

op wat we in de afgelopen tijd bereikt hebben.

dan ook nieuwe elementen verzonnen, zoals een spooktocht,

Vanwege mijn functie Functionaris Onderwijs houd ik me veel

escaperoom en barbecue. Het enthousiasme van de commis-

bezig met veranderingen en verbetermogelijkheden binnen het

sieleden werkte aanstekelijk op de deelnemers. De nieuwe

onderwijs. Een interessant onderwerp vind ik de evaluaties van

bachelorstudenten Civiele Techniek streden fanatiek tijdens de

de vakken. Aan het einde van een module werd tot op heden

spellen om de felbegeerde prijs: gratis deelname aan de na-intro,

de module alleen geëvalueerd om verbetersuggesties te geven

waarin ze elkaar, de studievereniging en het werkveld beter kun-

voor het volgende jaar. De feedback die de studenten geven is

nen leren kennen.

dus niet voor henzelf, maar voor de studenten die hetzelfde vak

Naast de bachelorstudenten hebben we ook de nieuwe mas-

een jaar later volgen. Hier hebben we dit jaar verandering in

terstudenten leren kennen tijdens hun introductie. Het bestuur

weten te brengen. Ook halverwege de module wordt er een

heeft de mastercommissie ondersteund bij de organisatie van de

panelgesprek georganiseerd met studenten en docenten. Tijdens

introductiedag en een eerste collegedag van de masterstuden-

deze evaluatie krijgen de studenten de mogelijkheid de positieve

ten. In een pubquiz hebben we de kennis van de nieuwe studen-

en negatieve aspecten in het onderwijs te belichten. De docen-

ten getest met betrekking tot hun studie, maar er waren ook

ten kunnen hierop reageren en ze kunnen uitleggen waarom ze

vragen over bijvoorbeeld Enschede. In een workshop waarin er

bepaalde keuzes gemaakt hebben, uiteraard met de bedoeling

zowel individueel gescoord als samengewerkt moest worden,

om de feedback te gebruiken om tussentijdse verbeteringen aan

kregen de studenten de mogelijkheid om elkaar te leren kennen.

te brengen in het onderwijs. Deze gesprekken bevorderen het

Na de introductie was het tijd voor de eerstejaarsstudenten om

wederzijds begrip tussen student en docent en natuurlijk bevor-

naar de eerste colleges te gaan. Voor de studenten hebben we

dert het een efficiëntere afhandeling van kritiekpunten.

een activiteitenprogramma georganiseerd zodat ze onze vereni-

De komende maanden gaan we met het bestuur nog hard aan de

ging nog beter kunnen leren kennen gedurende hun eerste col-

slag om de laatste punten af te ronden of uit te breiden. Aange-

legeweken. Tussen de eerste colleges door hebben we met de

zien de afgelopen tijd bestuur zijn zo leuk was, zal dat helemaal

eerstejaars gesprongen in een hal vol trampolines. De tweede

goed komen!

activiteit was een lunchlezing over projecten in Amsterdam, een leuke inhoudelijke binnenkomer zodat de studenten ook kennis

“A verbis ad Verbera”

CONCEPTUEEL Editie 25-4

15


VAN AMBITIE TOT REALITEIT

VERKENNINGSSTUDIE NAAR EEN BEVAARBARE BINNENSTAD Auteur: Tim Reuvenkamp “Maak de Burgel bevaarbaar!”, “Doe wat met die gracht!” en “Ga

Burgel.

daar eens geld in pompen!” zijn slechts een paar kreten die de

De Burgel is de oude stadsgracht van de Hanzestad Kampen.Tot

afgelopen twee decennia vaak zijn opgegaan binnen de gemeente

de jaren zestig van de vorige eeuw is deze gebruikt als trans-

Kampen en de provincie Overijssel. Daarom heeft de gemeente

portroute voor goederen, ook deed de gracht dienst als riool.

de ambitie om de oude binnengracht weer toegankelijk te maken

Door stankoverlast en het toenemende autogebruik is de gracht

voor waterverkeer vanaf de IJssel, om zo de vele watertoeristen

schoongemaakt en versmald. Onder de nieuwe kades kwam

die Kampen elk jaar bezoeken verder de stad in te trekken. Ook

toen het riool te liggen en bovengronds zijn parkeerplaatsen

wordt zo de oude binnenstad weer levendig en bruisend, wat

aangelegd. De boog- en ophaalbruggen die vroeger de gracht

een goede impuls geeft aan de middenstand. Verder hoopt de

overspanden zijn op één na allemaal verwijderd en vervangen

gemeente om met de bevaarbaarheid de identiteit van Kampen

door lagere, onbeweegbare betonbruggen. Een sluis en een dui-

als waterstad en Hanzestad te versterken. Ook zijn de nieuwe

ker scheiden op dit moment de gracht van de IJssel en zorgen

aanlegplaatsen aan de randen van de binnenstad pure noodzaak.

dat er via die weg geen water de binnenstad in kan in geval van

De meeste jachthavens van Kampen liggen te ver van de binnen-

hoogwater in de IJssel. Door deze aanpassingen is het onmoge-

stad af, wat de middenstand in het centrum niet ten goede komt.

lijk om de gracht in te kunnen vanaf de IJssel met een boot.

In 2003 heeft dit tot een groots plan geleid: een parkeergarage onder de oude gracht. De parkeergarage zou het parkeerpro-

HET ONDERZOEK

bleem in de binnenstad verhelpen en het bevaarbaar maken van

Het doel van dit onderzoek was niet om een kant-en-klaar plan

de binnenstad realiseren. Door torenhoge kosten is het project

op tafel te krijgen. Daar was simpelweg de tijd en de kennis

destijds afgeblazen.

niet voor beschikbaar. Vele aspecten die een rol spelen bij een

Sinds dat monsterproject is het bij de gemeente niet duidelijk

bevaarbare Burgel zijn dan ook niet in detail onderzocht. Maar

hoe men nu verder moet, mede omdat er geen duidelijk doel

deze verkenning biedt wel een beginpunt en houvast voor ver-

is en omdat de problemen rond de bevaarbaarheid niet duide-

dere onderzoeken en projecten. Het doel is daarom ook om een

lijk zijn. Deze studie heeft daarom het doel een schets te geven

inventarisatie te maken van alle problemen die de bevaarbaar-

van de mogelijkheden en onmogelijkheden naar een bevaarbare

heid in de weg staan. En vervolgens om een voorstel te doen om

FIG. 1 Kaart van de Kamper binnenstad en Burgel

deze problemen op te lossen. De hoofdvraag die hierbij wordt gesteld is heel duidelijk. “Welke maatregelen moet de gemeente Kampen nemen om de Burgel weer bevaarbaar te maken?” Deze hoofdvraag leidt tot een aantal subvragen, die meteen de structuur van het rapport bepalen. Wat zijn de problemen die de bevaarbaarheid in de weg staan? Hoe kunnen de problemen worden opgelost? Wat zijn de maatregelen die moeten worden uitgevoerd? Wat zijn de kosten van de maatregelen? De vragen zijn beantwoord in drie hoofddelen: analyse, strategie en maatregelen.

Editie 25-4 16 CONCEPTUEEL


INFORMATIE VERZAMELEN Er is weinig vooronderzoek gedaan naar de Burgel als geheel. Het enige vooronderzoek voor dit project was een haalbaarheidsstudie van Witteveen+Bos uit 1997. Omdat de stad in bijna twintig jaar tijd toch wel is veranderd, was dit onderzoek alleen nuttig voor de technische details over sluizen en bruggen. Verdere informatie over de gracht was eigenlijk overal verkrijgbaar, echter ging deze informatie over de binnenstad als geheel. Om vlug een goed beeld te krijgen van de bestaande situatie zijn er verschillende interviews afgenomen. De interviews zorgen ervoor dat binnen korte tijd relevante informatie gevonden kon worden.Vervolgens is met behulp van het gemeentearchief deze informatie geverifieerd en zijn details opgezocht.

FIG. 2 Taludplaten

Door de grootte van het archief en de behulpzaamheid van de

in de gracht is daarom niet toegestaan. Het weghalen van de

archivarissen kosten het vinden van de relevante archiefstukken

vervuilde bodem is op dit moment onmogelijk, dit omdat de

geen tijd, wat ten goede kwam aan het project.

fundering van de kademuren op de waterbodem rust.

Een belangrijke opdracht van de gemeente was het geven van een algemeen en globaal kostenplaatje. Dit was nodig om het

Bouw

project concreet te krijgen. De kosten zijn bepaald aan de hand

De meest opvallende belemmering voor de bevaarbaarheid is

van eerdere onderzoeken van Witteveen+Bos. Alle aanpassingen

toch wel de ingang van de gracht. Door de duiker is naar binnen

die niet waren begroot door Witteveen+Bos zijn geschat aan

varen erg lastig. Ook de bruggen die de gracht overspannen zijn

de hand van interviews en verder literatuuronderzoek. Ook is

voor boten groter dan kano’s een probleem.

gekeken hoeveel het zou kosten ten opzichte van de andere aan-

Maar wat een veel groter probleem is, is de waterdiepte. Door

passingen, om zo toch een redelijke schatting te kunnen geven.

het eerdergenoemde probleem met de fundering van de kade-

Toch blijft het kostenplaatje een ruime schatting.

muren is verdiepen, gezien de huidige constructie, geen optie. Ook de breedte van de gracht laat te wensen over.Verbreden is

OPGAVEN

duur omdat er een nieuwe kademuur moet worden gebouwd.

Om alle opgaven in kaart te brengen was er een analyse van het

Verder kost het verbreden van de gracht parkeerplaatsen, wat

projectgebied nodig. De analyse richtte zich voornamelijk op de

ons bij het verkeeraspect brengt.

ruimtelijke en technische aspecten, niet op het sociale vlak. De opgaven die door de analyse naar boven kwamen zijn onder te

Verkeer

verdelen in drie categorieën: water, verkeer en bouw. Doordat

Zoals eerder genoemd worden de kades nu gebruikt als par-

deze categorieën overeenkomen met de drie hoofdrichtingen

keerplaats. Dit zorgt ervoor dat het verbreden van de gracht

van Civiele Techniek was het relatief makkelijk om de analyse te

ten koste gaat van parkeerplaatsen. Ook creëren de auto’s een

verrichten.

ander probleem: de zichtlijn vanaf het water naar de historische gebouwen aan de wal wordt belemmerd door de auto’s. Ook

Water

het zicht vanaf de wal naar het water is door de auto’s slecht.

Wat als civieler meteen opvalt aan Kampen is de IJssel die vlak

De oplossing voor dit probleem lijkt heel simpel: haal de auto’s

langs de stad loopt. De sluis en de duiker beschermen de binnen-

weg, maar dat gaat niet. De parkeerplaatsen in de binnenstad zijn

stad nu tegen hoogwater. De duiker belemmert het waterver-

hard nodig voor bezoekers en bewoners. Overdag zijn de par-

keer en zal dus moeten worden vervangen door een keersluis.

keerplaatsen in gebruik door bezoekers van de binnenstad, en

Schutsluizen zijn niet nodig omdat de kades van de gracht hoog

‘s avonds door bewoners. Echter staat altijd 20 procent van de

genoeg zijn om tijdens zomerse waterstanden het water te kun-

zuidelijke en 30 procent van de noordelijke parkeerplaatsen leeg.

nen keren.

Dit overschot kan worden benut. In de binnenstad zijn er een

Een veel groter probleem is echter de waterkwaliteit. De bodem

aantal grote parkeerplaatsen met een overschot aan parkeer-

van de gracht is sterk vervuild. De vervuilde bodem is geïsoleerd

plekken. Echter liggen deze plekken wel op grote loopafstand

met een zandpakket om het water te beschermen. Om te voor-

van de gracht en kan dus tot op heden niet worden gebruikt als

komen dat het water in contact komt met de vervuilde bodem

opvang van de te verwijderen parkeerplekken.

mag het zandpakket niet worden verstoord. Zwemmen en varen

CONCEPTUEEL Editie 25-4

17


FIG. 3 Maatregel- en strategiekaart van gebied I

STRATEGIE

De maatregelen in dit gebied zijn duur. De noordelijke ingang

Een belangrijk punt in de hele strategie was het verdelen van de

is nu een duiker. Om ervoor te zorgen dat hier een zeilboot

gracht in drie deelgebieden. Dit is gedaan omdat de gracht en

doorheen kan, moet er een sluis met een beweegbare brug

de omgeving verschilt per gebied. Met behulp van deze verde-

komen, een kostenpost van vier miljoen euro. De kademuren

ling en een SWOT-analyse is er voor elk gebied een strategie

moeten vervangen en opgeschoven worden om de benodigde

bepaald. Dit heeft ervoor gezorgd dat elk gebied een andere

waterdiepte en grachtbreedte te verkrijgen. Door hier gebruik

functie kreeg, waardoor er meerdere visies en doelen van de

te maken van een stalen damwand met een betonnen voorhang-

gemeente zijn vervuld.

sloof kan dit goedkoper dan wanneer men betonnen diepwanden zou gebruiken.Toch zijn de kosten voor nieuwe damwanden

Gebied 1

hoog, twee miljoen euro.

Gebied 1 begint bij de noordelijke ingang van de binnengracht en loopt tot ongeveer 500 meter de binnenstad in, een derde

Gebied 2

van de grachtlengte. Dit gebied is als enige geschikt voor zeil-

Gebied 2, dat wordt begrensd door de andere twee gebieden,

jachten die vanaf het IJsselmeer komen. Dit komt doordat de

ligt het verst van de IJssel af en is daardoor het minst geschikt

Stadsbrug over de IJssel de zuidelijke ingang onbereikbaar maakt

om een boot in aan te leggen. Hierdoor ligt het gebied open

voor zeilboten met een mast hoger dan twaalf meter. Dit gebied

voor andere functies. Eerdere visies van de gemeente gaven aan

heeft de grootste potentiële grachtbreedte door een knik in de

dat er een wens was om meer activiteiten in de binnenstad en

gracht. Die grachtbreedte is nodig voor de zeilboten vanaf het

op het water te creëren. Dit gebied geeft invulling aan die wens.

IJsselmeer en de meeste motorjachten die uit alle windstreken

Maar voordat er iets mag gebeuren in de gracht zal de vervuilde

komen.

waterbodem eerst geïsoleerd en beschermd moeten worden.

Een voordeel in dit gebied is dat het aantal vrije parkeerplaat-

Dit wordt gedaan met zogeheten taludplaten, in combinatie met

sen relatief hoog is. Ook liggen twee grote parkeerplaatsen, het

geotextiel. De platen zorgen voor een stabiele waterbodem en

Meeuwenplein en de Bongerd, op grote afstand. Met verkorte

beschermen de bodem tegen verstoringen, waardoor de ver-

looproutes kunnen deze gebruikt worden om meer auto’s op

vuilde grond niet mengt met het water.

te vangen.

Editie 25-4 18 CONCEPTUEEL


Gebied 3

parkeerplekken verloren gaan door de aanleg kan dit zonder

Gebied 3 loopt van de zuidelijke ingang van de gracht tot aan

verdere aanpassingen aan het parkeren worden gedaan.

gebied twee. Het meest kenmerkende aan dit gebied is de monu-

Om toch ook voor grote motorjachten aanlegplaatsen te realise-

mentale brug die vlak achter de ingang ligt. De Oorgatsbrug,

ren in dit gebied, kan voor de ingang, in het Sablonièreplantsoen,

zoals het monument heet, is meer dan 500 jaar oud en mag niet

een bescheiden jachthaven worden aangelegd. Dit verduidelijkt

worden gesloopt. Dit beperkt de grootte van de boten die via

de ingang van de gracht en zorgt voor extra aanlegplaatsen op

deze ingang naar binnen kunnen.

loopafstand van de binnenstad.

De beperking zorgt ervoor dat een bredere en diepere gracht weinig nut heeft. Verdieping van de huidige waterbodem is wel

CONCLUSIE

nodig maar de benodigde diepte kan worden bereikt met de

Het onderzoek liet zien dat de Burgel al bevaarbaar is, maar dat

al eerdergenoemde taludplaten. De sluis bij de ingang kan met

er gewoon niet gevaren mag worden. De allereerste aanpassing

wat kleine aanpassingen weer in werking worden gesteld. De

is dan ook het beschermen en isoleren van de vervuilde water-

bruggen in dit gebied moeten wel worden vervangen om de

bodem. Na deze aanpassing kan de zuidelijke ingang worden

maatgevende doorvaarthoogte van de Oorgatsbrug te bereiken.

opgesteld. Zonder verdere aanpassingen kunnen kano’s en rub-

Door de oude historische boogbruggen in dit gebied te herstel-

berboten de gracht al in en kunnen er activiteiten plaatsvinden

len wordt de doorvaarthoogte bereikt en wordt de kwaliteit van

op het water. Extra kleine aanpassingen maken het gebied al

dit gebied verhoogd.

toegankelijk voor sloepen en kleine platbodems. De keuze om

Om het gebied nog aangenamer te maken, worden er op bijzon-

op kleinere boten in te zetten en gebruik te maken van bodem-

dere locaties, ingangen naar de binnenstad en kenmerkende pan-

bescherming, maken het project een stuk realistischer dan wan-

den, flauwe trappen aangelegd. De trappen zorgen voor logische

neer alle kademuren moeten worden vervangen, iets wat vroe-

uitgangen van de gracht en verbeterde zichtlijnen op plekken

ger de enige oplossing leek.

waar dat het belangrijkst is. Doordat er maar een klein aantal FIG. 4 Maatregel- en strategiekaart van gebeid 3

CONCEPTUEEL Editie 25-4

19


GOLD RAY DAM Rivieren aan de Oostkust van de Verenigde Staten worden gedomineerd door dammen. Echter

worden deze dammen sinds kort in rap tempo afgebroken. Met in veel gevallen herstel van de natuurlijke stroom als resultaat. U ziet hier de werkzaamheden omtrent het verwijderen van de Gold Ray Dam - een 11,5 meter hoge en 110 meter lange betonnen dam door de Rogue River in Jackson County, Oregon.

FOTOGRAFIE River Design Group


ANGSTGEGNER ARNHEM

VAN ONWETEND NAAR ONTKISTEN Auteur: BetonBrouwers Als je op de website van de BetonBrouwers kijkt naar de afge-

maken? We wilden dit jaar betere zitjes, zodat het kanoën zelf

lopen jaren zie je alleen maar overwinningen: 2013: Just another

beter (en ook wat comfortabeler) kan gaan. Om te kunnen

succesful season, 2014: Amazing Almelo, 2015: Best of Branden-

bepalen wat goede zitjes zijn, hebben we meerdere proefmodel-

burg & Racing Rotterdam, om er een paar te noemen. De jaren

len gekocht, om vervolgens op de vergaderingen de beste uit te

ervoor tot 2007 worden ook overspoeld met overwinningen. En

kiezen.

dan komt 2016. Een groepje eerstejaars, die pas net weten dat

Ook hebben we dit jaar geprobeerd te innoveren met Ultra

beton uit zand, water en cement bestaat, komt de commissie in

High Performance Conctrete (UHPC). Filmpjes van hele dunne

en moeten al snel hard aan het werk. Andere betonbrouwers zijn

laagjes beton waar een vrachtwagen overheen rijdt geeft de

druk met de studie en voordat er een beetje kennisoverdracht

BetonBrouwers inspiratie om daar ook wat leuks mee te doen.

heeft kunnen plaatsvinden is het al tijd om naar Arnhem te gaan.

Misschien kan een UHPC-kano uiteindelijk wel zo dun en sterk

Vol goede moed en met een busje vol bier op naar Arnhem om

zijn dat het een voordeel kan opleveren met de BKR, of kan juist

daar alsnog alles te gaan winnen. Althans, dat was het plan... Maar

het bouw- en ontwerpproces nieuwe ideeën geven. Maar een

nu sla ik eigenlijk een paar stappen over, die ook zeker interes-

UHPC-kano maken en regelen dat er een komt is natuurlijk ook

sant zijn om te vertellen.

HET BEGIN Een jaar bij de betonbrouwers begint met een brainstorm. Daarin wordt met een paar kratten de creativiteit aangesproken en dan wordt onder andere het thema voor dat jaar bedacht. Dit jaar Wereldveroveraars, met kanonamen als Julius C20/25, Mao Beton, Jozef Staalin en Napoleon Betonaparte. Het doel van het jaar is overduidelijk: winnen. Een goed middel om dit te kunnen bereiken is innovatie. De concurrentie staat nooit stil en de betonindustrie ook niet. Innovaties die worden gedaan om enorme betonconstructies sterker, lichter en beter te kunnen maken, kunnen misschien ook wel worden gebruikt om onze kano’s sterker lichter en beter te maken. De tweede stap in het proces is dan ook de betondag. Elk jaar wordt er in Rotterdam een beurs georganiseerd waar de vooruitstrevende bedrijven uit de betonindustrie hun bedrijf en hun innovaties te laten zien. Een mooie plek dus om inspiratie op te doen voor onze kano’s, te netwerken en onszelf te laten zien.

INNOVEREN Met de inspiratie vanuit de betondag begint het innoveren. Hoe gaan we de kano’s dit jaar nog beter, nog sneller en nog mooier

Editie 25-4 22 CONCEPTUEEL

FIG. 1 Voor het bouwen van de kano’s zijn veel mensen nodig


FIG. 2 Drie teams van de BetonBrouwers in actie

gewoon leuk om te doen.

een gezellig dagje werken met beton maar vraagt wel de nodige

De UHPC-kano is er vanwege meerdere omstandigheden dit

mankracht. Met weinig man wordt er gehaast en moet iedereen

jaar niet van gekomen. Het bleek toch meer tijd en moeite te

constant bezig zijn, wat niet voordelig is voor de kwaliteit van

kosten en die was moeilijk te vinden. Daarom is het project

de kano. De meerdere lagen van het beton moeten namelijk snel

doorgeschoven naar komend jaar.We zijn op dit moment al druk

achter elkaar worden gesmeerd, zodat de lagen goed aan elkaar

bezig met het bedenken en maken van de mengsels waar we

hechten. Naast het smeren zijn er ook nog mensen nodig om de

uiteindelijk de kano’s van zouden kunnen maken.

mesh op maat te snijden en moet er gefrituurd worden.

Een innovatie die we dit jaar ook hebben uitgevoerd zijn de

Na een aantal zondagen storten en het uitharden, ontkisten en

nieuwe kanodragers. De oude kanodragers waren verouderd

afwerken van de kano’s is het dan tijd om naar Arnhem te gaan.

en simpelweg niet zo mooi. Voordat er nieuwe kanodragers

Eigenlijk sla ik hier nog een stap over, maar helaas is dat in het

kunnen worden gemaakt moet er nog wel een hoop gebeuren:

afgelopen jaar ook grotendeels gebeurd: trainen. Onze kano’s zijn

welk materiaal gaan we gebruiken? Hoe gaan ze eruit zien? Hoe

door hun vorm erg wendbaar, waardoor lange stukken rechtuit

bevestigen we ze? Als deze vragen beantwoord zijn, moeten de

varen lastig is. Daarom moet er voor de BKR goed getraind wor-

materialen geregeld worden. Het hout kregen we uiteindelijk

den, om de controle over de kano’s te krijgen. Afgelopen jaar

gesponsord, er was elastiek geregeld en de nodige schroeven

is er helaas te weinig getraind, waardoor de wendbaarheid van

en oogjes.

de kano’s in Arnhem goed gedemonstreerd werd. Wat dan wel

Na een zondag werken aan de dragers konden ze in gebruik

tegenviel was dat het parcours een rechte baan was.

worden genomen. Na toch nog een aantal aanpassingen konden

Desondanks hebben we wel een groot aantal podiumplaatsen

ze het gewicht aan en lagen de kano’s er mooi in. Onderweg naar

kunnen halen en bovenal een gezellig weekend gehad. Ook

Arnhem bleek er toch nog een klein minpuntje te zitten aan het

geeft het weekend ons als BetonBrouwers een goede reden om

elastiek. Als de kano te vaak langs de elastieken beweegt, begint

komend jaar alles nog serieuzer aan te pakken en alles in te zet-

het snel te slijten en uiteindelijk knappen ze. Gelukkig bleven de

ten om dit jaar weer de winst binnen te halen. De BKR is dit jaar

kano’s nog heel, maar er moet nu wel een oplossing voor het

in ons eigen Enschede, dus we hopen dit jaar met ons thuisvoor-

slijten worden gevonden. Onze chefs innovatie zijn ermee bezig

deel weer een overwinning op onze website te kunnen zetten.

en gaan binnenkort meerdere ideeën uitproberen.

FIG. 3 Alleen aan kop, of eenzaam achteraan?

STORTEN In het voorjaar komt het belangrijkste moment van het jaar: het bouwen van de kano’s. Er moeten genoeg materialen zijn, de werkplaats moet opgeruimd zijn zodat we overal bij kunnen en, het belangrijkste en meestal ook het moeilijkste, er moeten genoeg mensen zijn om de kano te storten. Het storten zelf is

CONCEPTUEEL Editie 25-4

23


HET UITBREIDEN VAN LORENTZ STORMVLOEDMODEL

EEN STERK GESIMPLIFICEERD MODEL VOOR DE NEDERLANDSE WADDENZEE Auteur: Koen Reef Met het aannemen van de Zuiderzeewet in 1918 kwam een eind

en Friese dijken zouden toenemen doordat de Zuiderzee als

aan een jarenlange discussie die in Nederland gevoerd is: het plan

opslagboezem voor water zou wegvallen.

van Lely zou worden uitgevoerd. Er zou een afsluitdijk komen die

Als compromis werd besloten een staatscommissie onderzoek

de Zuiderzee zou afsluiten van de Waddenzee zodat de gebie-

te laten doen naar de hydrodynamische effecten van het afslui-

den rondom de Zuiderzee niet langer geteisterd zouden worden

ten van de Zuiderzee. Deze staatcommissie - voorgezeten door

door stormvloeden. Ook zouden grote gebieden met vrucht-

Nobelprijswinnaar H.A. Lorentz - heeft het vraagstuk uitgebreid

bare landbouwgrond worden ingepolderd (de Wieringermeer-,

onderzocht.

Noordoost-, en Flevopolders).

Het werk van de staatscommissie was niet alleen bijzonder uit-

Het plan was niet onomstreden, naast de duidelijke voordelen

gebreid, de gevolgde methode was ook bijzonder vernieuwend.

van het plan waren er ook serieuze bezwaren, de visserij die

Het was de overtuiging van Lorentz dat niet volstaan kon wor-

sterk aanwezig was in de Zuiderzee zou verdwijnen en men

den met de gebruikelijke praktijk van ervaring en het ‘ingenieurs-

vreesde dat waterstanden tijdens stormvloeden bij de Hollandse

instinct’, een theoretisch onderzoek was noodzakelijk. Lorentz

FIG. 1 A. De Waddenzee met Afsluitdijk in het midden tussen de Waddenzee en het IJsselmeer (vroeger Zuiderzee) gezien van boven (United States Geological Survey, 2016). B. Het getijnetwerk dat de Waddenzee weergeeft zoals gebruikt in de getijberekeningen (Staatscommissie, 1926, §45). C. Het stormnetwerk zoals gebruikt in de stormvloedberekeningen (Staatscommissie, 1926, §89).

Editie 25-4 24 CONCEPTUEEL


was een pionier in het gebruik van hydrodynamische modellen.

Vervolgens is een hydrodynamisch model opgesteld dat voor elk

Deze modellen zijn door de beperkte rekenkracht van de tijd

kanaal in het netwerk de waterbewegingen beschrijft. Hierbij is

sterk gesimplificeerd:

gebruik gemaakt van de eendimensionale lineaire ondiep-water-

netwerken (Figuur 1B & C) van kanalen zijn gebruikt om de

vergelijkingen, inclusief een windforcering. Deze windforcering

Waddenzee (Figuur 1A) weer te geven waarin alleen stro-

is uniform over het gehele domein en komt uit een constante

ming plaatsvindt in de lengte richting van het kanaal,

noordwesterlijke richting. Alleen de windbelasting is in dit model

de verhoging van het water is klein in verhouding tot de

tijdsafhankelijk.

gemiddelde waterdiepte,

De oplossingsmethode waarvan gebruik wordt gemaakt is geba-

• •

de bodemfrictie is gelineariseerd, volgens Lorentzlinearisatie.

seerd op Chen et al (2015; 2016). Door een Fouriertransforma-

Het stormvloedmodel is daarnaast een evenwichtsmodel, dat

tie toe te passen op zowel de input (windbelasting) als de output

de hoogste waterstand tijdens een storm voorspelt zonder

(waterhoogte en stroomsnelheid) worden deze ontbonden in

rekening te houden met het opkomen en gaan liggen van een

verschillende signalen met een eigen frequentie. Voor elk signaal

storm. Dit onderzoek heeft als doel het ontwikkelen van een

kan vervolgens een oplossing gevonden worden en een som-

niet-stationair stormvloedmodel dat gebruik maakt van dezelfde

matie van deze oplossingen levert de oplossing van het originele

simplificaties als Lorentzmodel, maar met een tijdsafhankelijke

probleem op. Om van een oplossing voor een kanaal naar een

windbelasting als forcering, om onderzoek te doen naar het

oplossing voor een netwerk van kanalen te komen, moet een

transiënte gedrag van stormvloeden.

lineair systeem van vergelijkingen worden opgelost, dit is altijd mogelijk omdat er evenveel vergelijkingen als onbekenden zijn.

METHODE De Waddenzee, (Figuur 1A) bestaande uit Wadden die geschei-

Modeltoepassingen

den worden door diepe kanalen waarin het meeste water

Met behulp van het ontwikkelde model worden een aantal

stroomt, is geschematiseerd door middel van twee netwerken.

simulaties uitgevoerd. Ten eerste worden de simulaties van de

Het getijnetwerk is te zien in Figuur 1B en is gebruikt voor de

staatscommissie herhaald met het nieuwe model om de oude en

getijberekening van de staatscommissie. Dit netwerk beslaat vier

nieuwe resultaten te kunnen vergelijken.Vervolgens worden een

zeegaten, de gehele Wadden- en Zuiderzee. Het stormnetwerk

aantal nieuwe stormvloeden gesimuleerd:

is te zien in Figuur 1C en beslaat vijf zeegaten en de Waddenzee.

een artificiële stormvloed om te controleren of de statio-

Dit netwerk loopt tot de ingang van de Zuiderzee alwaar een

naire resultaten van de staatscommissie benaderd kunnen

transport naar de Zuiderzee is gespecificeerd. Deze twee net-

worden door dit model met een lange constante wind,

werken zijn ook in dit onderzoek gebruikt evenals drie variaties:

van het getijnetwerk is een afgesloten variant gebruikt (zonder Zuiderzee). Van het stormnetwerk is een variant met afsluitdijk gebruikt en een variant met Zuiderzee (gebruik makend van kanalen van het getijnetwerk).

de gehele stormvloed van 22/23 december 1894 waarop het stationaire stormvloed model gebaseerd is,

de ‘Sinterklaasstormvloed’ van 5 december 2013 waarvan recente meetgegevens beschikbaar zijn.

Daarnaast is er een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd waarbij ver-

FIG. 2 De amplitude van het verticale getij voor de hersimulatie van het dubbeldaagse maangetij (M2) in de Waddenzee.

CONCEPTUEEL Editie 25-4

25


FIG. 3 De waterhoogte ten gevolge van de hersimulatie van de stormvloed van 22/23 december 1894.

schillende parameters van de artificiële stormvloed zijn geva-

getijresultaten laten zien dat het verticale getij een grotere

rieerd. Ook is een ander netwerk voor de 5 december 2013

amplitude heeft in het noordelijke deel van de Waddenzee en

storm gebruikt, is de bodemruwheid aangepast en is onderzocht

een kleine amplitude in het zuidelijke deel. De amplitudes komen

wat de invloed van het verplaatsen van de Afsluitdijk zou zijn.

zeer goed overeen met de amplitudes die de staatscommissie gevonden heeft en ze vertonen ook een bijzonder goede over-

RESULTATEN

eenkomst met metingen. De stormvloedresultaten laten zien dat

De resultaten van de hersimulaties van het werk van de staats-

de hoogste waterstanden aan de Friese kust verwacht moeten

commissie zijn te zien in Figuur 2 (getij) en 3 (stormvloed). De

worden en dat lagere waterstanden verwacht moeten worden

FIG. 4 Boven, de waterhoogte voor drie locaties in de Waddenzee voor de ‘Sinterklaasstormvloed’ van 5 december 2013. Onder: de wind belasting voor deze storm.

Editie 25-4 26 CONCEPTUEEL


FIG. 5 Maximale waterstanden voor drie locaties in de Waddenzee en aan de Afsluitdijk voor het verplaatsen van de afsluiting in zuidelijke richting. Bij een vergroting van 0 km ligt de Afsluitdijk op de huidige locatie.

nabij de ingang van de Zuiderzee. Deze verhogingen komen

DISCUSSIE & CONCLUSIE

zeer goed overeen met de verhogingen die de staatscommissie

In dit onderzoek is gebleken dat een sterk gesimplificeerd model

gevonden heeft en vertonen enige afwijking van metingen.

gebruikt kan worden om stormvloeden in de Waddenzee te

De resultaten van de ‘Sinterklaasstormvloed’ van 5 december

simuleren. Hierdoor zijn inzichten verkregen in het transiente

2013 zijn de zien in Figuur 4, voor Den Oever, Kornwerder-

gedrag van stormvloeden, zo is gebleken dat de maximale water-

zand en Harlingen zijn de voorspelde (doorlopende lijnen) en

standen later voorkomen dan de maximale windbelasting. Het

gemeten (gestippelde lijnen) gegeven. De restulaten laten zien

bleek mogelijk om de resultaten van het oude evenwichtsmo-

dat de voorspelde waterstanden een goede kwalitatieve over-

del te benaderen met een lange constante winbelasting inclusief

eenkomst laten zien met de meetresultaten. Kwantitatief is de

het opkomen en gaan liggen van de storm. Het is gebleken dat

overeenkomst tussen voorspelde en gemeten waarden redelijk

de resultaten een goede kwalitatieve en redelijk goede kwanti-

goed. Gedurende de periode van de stormvloed worden de

tatieve overeenkomst hebben met de metingen van de ‘Sinter-

getijwaterstanden goed gesimuleerd en worden de verschillen

klaasstormvloed’ van 5 december 2013.

tussen gesimuleerd en gemeten op slechts enkele momenten

Doordat gebruik is gemaakt van een netwerk van kanalen, een

groter dan 10 cm. Vlak voor de storm neemt het verschil toe

lineaire-frictiecoëfficiënt, een uniforme windbelasting, en een

tot 1 m bij Kornwerderzand en 0,5 m bij Den Oever. Tijdens

constante windrichting is het werkelijke probleem sterk gesim-

de storm worden waterstanden overschat voor Den Oever en

plificeerd. Om de invloed van deze simplificaties te bepalen zou

Kornwerderzand maar onderschat voor Harlingen. Voor Korn-

het goed zijn onderzoek te doen modeluitbreidingen.

Het resultaat van de gevoeligheidsanalyse naar het verplaatsen van de Afsluitdijk is te zien in Figuur 5. Het verplaatsen van de Afsluitdijk in zuidelijke richting zorgt voor een groter basin waar water opgeslagen kan worden. De resultaten laten zien dat wanneer de Afsluitdijk in zuidelijke richting verplaats zou worden de maximale waterstanden bij Den Oever en Kornwerderzand (locaties waar de Afsluitdijk nu aan land komt) afnemen. Ook voor Harlingen is deze daling waar te nemen, hetzij in mindere mate.Voor het einde van het basin (aan de verplaatste Afsluitdijk) is te zien dat de maximale waterstand toeneemt. Een verplaatsing van de Afsluitdijk naar het zuiden zou dus leiden tot een toename van waterstanden aan die Afsluitdijk maar een afname van waterstanden op de huidige locatie.

Chen, W.L., P.C. Roos, H.M. Schuttelaars, M. Kumar, T.J. Zitman en S.J.M.H. Hulscher (2016). “Response of large-scale coastal basins to wind forcing: influence of topography.” Ocean Dynamics 66 (4), pag. 549-565. Chen, W.L., P.C. Roos, H.M. Schuttelaars en S.J.M.H. Hulscher (2015). “Resonance properties of a closed rotating rectangular basin subject to space- and timedependent wind forcing.” Ocean Dynamics 65 (3),

LITERATUUR

werderzand is ook een faseverschil waar te nemen.

pag. 325-339.

Staatscommise voor de Zuiderzee (1926). Rapport van de

Staatscommissie voor de Zuiderzee. ‘s Gravenhage: Algemene Landsdrukkerij.

United States Geological Survey, USGS (2016). LandatLook. http://landsatlook.usgs.gov.

CONCEPTUEEL Editie 25-4

27


ADVERTORIAL WAGEMAKER

TRAINEESHIP BIJ ADVIES- EN INGENIEURSBUREAU WAGEMAKER Auteur: Jorin de Vries De projecten van Wagemaker zijn

tracten, innovatieve aanbestedingsprocedures en professioneel

zichtbaar, tastbaar en blijvend in het

opdrachtgeverschap. Daarnaast is elk project uniek, niet alleen

landschap. En dat is leuk! Het doet

vanwege technische aspecten, maar ook omdat op elk project

er toe. Al meer dan 35 jaar werken

andere mensen samenwerken. Er ontstaat een unieke dynamiek

er bij Wagemaker dagelijks en met

van verwachtingen, afspraken en communicatie tussen opdracht-

veel plezier 75 collega’s aan infra-

gever en opdrachtnemer. Een ingenieursbureau werkt zowel

structuur, de levensaders in onze

aan opdrachtgevers- als aan opdrachtnemerszijde en speelt

leefomgeving.

zodoende een belangrijke rol in de verbinding van de partijen in

De vakgroepen Proces- en Contact-

een project en bij het waarborgen van een goede samenwerking.

beheersing, Contractvoorbereiding,

Dit was de voornaamste reden waarom ik na mijn master bij een

Constructief Ontwerp en Virtual Design staan onder leiding van

ingenieursbureau aan het werk wilde. Toen ik tijdens een bedrij-

managers die tegelijkertijd ook projecten uitvoeren. Soms als

vendiner in contact kwam met Wagemaker, sprak de visie mij

projectleider, dan weer als specialist. Zo blijft Wagemaker dicht

direct aan. Innovatief: altijd vooroplopend in de laatste (techno-

op haar klant opereren en is zij altijd op de hoogte van de laatste

logische) ontwikkelingen. Kwaliteit: wat we doen, doen we in één

ontwikkelingen.

keer goed. En praktisch: we maken de verbinding tussen theorie

Wagemaker investeert steevast in innovatie, kennisontwikkeling

en praktijk: haalbaar en uitvoerbaar.

en kennismanagement. Haar medewerkers hebben voornamelijk een HBO of TU achtergrond. De aanwezige senioriteit biedt

OPDRACHTGEVER EN OPDRACHTNEMER

klanten zo een inhoudelijke oplossing op een zeer hoog niveau

Tijdens het traineeship ben ik betrokken bij projecten aan zowel

en nieuwe medewerkers het vertrouwen van een uitdagende

opdrachtgeverskant als aan de kant van de opdrachtnemer.

werkomgeving.

Hierdoor krijg ik de kans om van beide werelden de denk- en

Mijn naam is Jorin de Vries, Civieler uit Twente. Sinds begin 2016

werkwijze te ervaren. Dit levert zeer waardevolle ervaring op

werk ik als Trainee Contractvoorbereiding en Proces- en Con-

FIG. 1 Onderhoud N216b

tractbeheersing voor de adviestak van Wagemaker. In december 2015 ben ik afgestudeerd met betrekking tot de master Civil Engineering and Management, waarbinnen ik de track Construction Process Management heb gevolgd. Naast mijn studie ben ik vele jaren actief geweest bij Studievereniging ConcepT, onder andere als Functionaris Interne Betrekkingen in Bestuur 2012 en in de almanak- en BuLacommissie. Door vakken als Procurement Strategies & Tendering en Legal & Governance Aspects ontdekte ik dat mijn interesse ligt op het gebied van contracteren en aanbesteden. Deze interesse werd nog verder aangewakkerd door deelnames aan masterclasses, excursies en workshops. Het interessante aan dit vakgebied is dat er op dit moment veel ontwikkelingen spelen, bijvoorbeeld met betrekking tot hybride con-

Editie 25-4 28 CONCEPTUEEL


FIG. 2 Het project dijkversterking Kinderdijk-Schoonhoven (KIS)

voor het vormen van de verbinding tussen opdrachtgever en

uit. Doordat ik buiten samen met een ervaren collega over het

opdrachtnemer.

werk loop, leer ik snel waarop ik moet letten bij bijvoorbeeld het

Voor de provincie Zuid-Holland verzorgt Wagemaker de sys-

inbouwen van voegovergangen, het vervangen van opleggingen

teemgerichte contractbeheersing (SCB) op het project Groot

en het conserveren van wapening. Aspecten die in de studie niet

Onderhoud N216b. Het gaat hier om een D&C-contract, waar-

echt aan bod komen, maar die in de praktijk cruciaal zijn.

bij de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het ontwerp en

De proceskennis die ik heb opgedaan tijdens de master komt

realisatie van het opnieuw asfalteren van een deel van de N-weg

van pas tijdens het project; voor de benodigde technische kennis

en het opknappen van twee viaducten op het traject. Mijn rol

heb ik in Enschede een basis gelegd, die ik bij Wagemaker uit-

in de contractbeheersing is het toetsen of de opdrachtnemer

breid door naar buiten te gaan. Door het uitvoeren van inspec-

voldoet aan de contracteisen, inclusief de EMVI-beloftes die hij

ties en waarnemingen op het werk in het gezelschap van ervaren

in zijn aanbieding heeft gedaan. Dit gebeurt niet door alles te

collega’s leer ik hoe je een brug constructief beschouwt en waar

controleren wat er wordt ingediend, maar door de opdracht-

je op moet letten bij het uitvoeren van een werk.

nemer te toetsen op zijn kwaliteitssysteem en de processen die hij doorloopt. De gedachte achter deze vorm van contractbe-

DIJKVERSTERKING KIS

heersing is dat, wanneer de opdrachtgever vertrouwen heeft in

Aan opdrachtnemerskant ben ik betrokken bij het project Dijk-

de processen die de opdrachtnemer doorloopt, de producten

versterking Kinderdijk-Schoonhoven, kortweg KIS. Hierbij ver-

van voldoende kwaliteit zullen zijn. De opdrachtnemer moet

zorgen we de interne kwaliteitsborging bij de aannemer. Door

door middel van verificatie en validatie aantonen dat zijn pro-

het uitvoeren van interne audits toetsen we intern hoe de pro-

ducten voldoen aan de gestelde eisen èn de behoefte van de

cessen van bijvoorbeeld ontwerpen, voorbereiden, uitvoeren,

opdrachtgever.

integrale veiligheid, monitoring, verifiëren en keuren worden doorlopen. Door hier intern op te monitoren en te verbete-

NAAR BUITEN!

ren, is de kans kleiner dat de opdrachtgever een tekortkoming

Contractbeheersing betekent niet dat je aan een kantoor zit

vaststelt en de betaling stopzet. Tijdens de ConcepT Business

met dikke pakken papier voor je neus. Integendeel, je komt bij

Course 2014 bezocht ik als student een dag dit project en nu

de opdrachtnemer in de keet en voert buiten ‘rondjes werk’

ben ik er zelf als adviseur bij betrokken. Een gave ervaring!

CONCEPTUEEL Editie 25-4

29


Verder ben ik vanuit Wagemaker twee dagen per week ‘gedetacheerd’ bij Rijkswaterstaat Zuid-Nederland binnen het GOVa-programma (Groot Onderhoud Vaarwegen). Dit programma gaat over het verruimen van de vaarwegen in Limburg en Noord-Brabant om het geschikt te maken voor CEMT-Vb schepen. Binnen dit programma ben ik als toetscoördinator en assistent-contractmanager bij verschillende projecten verantwoordelijk voor het opstellen van vraagspecificaties, het coördineren van de toetsen op de opdrachtnemer en het beoordelen van afwijkingen en contractwijzigingen.

PRODUCTONTWIKKELING

FIG. 3 Programma groot onderhoud vaarwegen

Naast het projectmatige werken krijg ik bij Wagemaker volop de

TRAINEESHIP WAGEMAKER

mogelijkheid om mezelf te ontwikkelen en me ook intern bezig

Een continue instroom en opleiding van jong talent is nodig voor

te houden met de ontwikkeling van verschillende producten.

een goede doorstroom en balans op de civiele arbeidsmarkt.

Zo ben ik op het gebied van assetmanagement bezig om voor

Jonge professionals hebben een verfrissende en energieke aan-

Wagemaker een model te ontwikkelen dat gemeentes helpt bij

pak. Ze leveren bovendien een duurzame bijdrage aan de ont-

het prioriteren van hun assets en het opstellen van meerjaren-

wikkelcyclus van onze oudere collega’s. Wagemaker helpt jong

planningen voor beheer en onderhoud. Hierin nemen we niet

talent graag uit de startblokken. Bij Wagemaker worden trai-

alleen de prestatie, kosten en risico’s mee, maar ook de waarde

nees opgeleid tot waardevolle specialisten voor haar bureau,

die een asset levert voor zijn omgeving. Dit is onder meer de

opdrachtgever en/of opdrachtnemer. Na 2 jaar stromen ze

functionele waarde die het object levert door het uitoefenen

intern door of treden ze in dienst bij onze opdrachtgevers /

van zijn functies, maar ook bijvoorbeeld cultuurhistorische of

samenwerkingspartners. Wagemaker durft namelijk te geloven

esthetische waarde.

in goed ambassadeurschap van de trainees die we opleiden en

Het traineeship bij Wagemaker is dus een snelkookpan van veel

tevreden klanten die ons opleidingstraject als een waardevolle

verschillende onderwerpen en projecten: contractbeheersing,

aanvulling op onze dienstverlening zien.

kwaliteitsmanagement, asset management. En dat bij verschillende partijen: gemeentes, provincies, aannemers, Rijkswater-

OOK VOOR JOU?

staat. Grote projecten die lang lopen afgewisseld met kleine pro-

Gewoon 7 goede redenen om te kiezen voor een traineeship

jecten die in enkele weken afgerond zijn; een zeer afwisselend

bij Wagemaker:

traject waarin je op veel plekken in Nederland terecht komt.

1. Na je traineeship ben je breed inzetbaar; je kunt aan de slag bij ons advies- en ingenieursbureau, een aannemer of

FAMILIEBEDRIJF Misschien wel het leukste aan werken bij Wagemaker is dat je

de overheid 2. Je wordt versneld vakinhoudelijk opgeleid en begeleid

in een familiebedrijf terecht komt. Er wordt geen stempel op

door interne en externe professionals

je gedrukt, maar je kunt je bezig houden met de dingen die jij

3. Je doet ervaring op aan opdrachtgevers- en

zelf leuk vindt.Verder weet je van iedere collega wat zijn of haar

opdrachtnemerszijde

specialiteit is. ’s Ochtends overleg je met een constructeur over

4. Je werkt aan interessante innovatieve projecten

de constructieve veiligheid van een brug; tijdens de lunch praat je

5. Je bent actief betrokken bij de ontwikkeling van

met de directeur over de verloren wedstrijd van Ajax de avond ervoor of speel je een potje tafelvoetbal; ’s middags houd je je bezig met het beoordelen van enkele contractwijzigingen en doe je inspiratie op door even rond te kijken op de afdeling Virtual Design, of je trekt de werkschoenen aan voor een rondje werk:

dienstverlening 6. Je werkt op ons hoofdkantoor en op locatie bij opdrachtgevers 7. Je hebt een representatieve rol in de promotie van het traineeship op hogescholen en universiteiten

zo ziet een gemiddelde dag er op het kantoor van Wagemaker uit. Daarnaast hebben we ieder jaar een personeelsfeest en

Mail of bel direct met Marleen Vergouwe, personeelsfunctionaris,

meerdere keren per jaar een excursie naar een project waar

m.vergouwe@wagemaker.nl of tel.: 073-5216400.

we aan werken.

Editie 25-4 30 CONCEPTUEEL


VANUIT DE OPLEIDING

NEWS FROM THE EDUCATIONAL PROGRAMMES Auteur: Marjolein Dohmen-Janssen It cannot be missed: a new aca-

exciting solutions for a new bridge at the Auke Vleerstraat. Good

demic year has started! The

luck!

campus is buzzling with activity: large groups of students on

WELCOME DAY MSC-STUDENTS

their way to a lecture, students

On September 5, we also introduced a new event: a Welcome

discussing their project in one

Day for all the MSc-students that started the Master CEM or

of the study areas, working on

CME. Over the years, we have experienced an increasing inflow

their laptop outside in the sha-

of students from other programmes than our own BSc-pro-

dow of a tree or having a well-

gramme. We organized this day for the students to get to know

deserved lunch break at the grass in front of the Horst. After

each other, to learn about each other’s background and differen-

a somewhat poor summer in The Netherlands we have been

ces that may exist in the way of communicating or collaborating,

blessed with beautiful weather ever since the summer activi-

to design their MSc-programme and just to have fun carrying

ties started at Campus. First, 10 days of International Summer

out a case together and sharing their holiday stories over a beer.

Course Festival, CuriousU, then 10 days of introductions festi-

It was an exciting and joyful day that we will certainly organize

vities during the Kick-In, and now new courses and modules, or

again next year.

even a whole new life for our first year students.

THANKS CONCEPT KICK-IN

In all these events, ConcepT played an important role in organi-

Again, the Kick-In was a great success.After a few days at campus

zing and supporting many of the activities. We are very grateful

and in Enschede, about 85 BSc-students, 30 pre-master students

for all your hard and good work for our BSc- and MSc-students!

and 15 new international MSc-students joined the introduction at Civil Engineering. As always, the BSc-students went on camp

NEXT YEAR: 25TH ANNIVERSARY

together, and had a lot of fun, for sure. The pre-master and MSc-

Finally, one last important remark: next year Civil Engineering at

students joined in a photo challenge to get to know the building

UT will celebrate its 25th anniversary or silver jubilee. Of course

and the people of Civil Engineering. I hope this helped you all

we want to celebrate this grand, so we will start thinking how to

to make many new friends and feel at home at the UT and in

do that. If you have good ideas, please let me know!

Twente. Marjolein Dohmen-Janssen

LARGE NUMBER OF NEW BSC-STUDENTS

Programme director Civil Engineering

And then, at September 5, it all started; also for our 97 first year BSc-students! We are really pleased with so many students and the good atmosphere they bring along. It has been more than 10 years ago that we had such a large number of Civil Engineering students starting their BSc-programme. And just like previous years, you are immediately completely into it: probably thought already about the organization of your project team and about

CONCEPTUEEL Editie 25-4

31


Verbind vandaag met morgen. Join RED, shape your future. Weet jij al precies wat je na je studie wilt gaan doen? Of ben je je druk aan het oriĂŤnteren en staan alle opties nog open? RED, het studentenprogramma van Strukton, helpt je om vorm te geven aan jouw toekomst. Bij RED bieden we je de kans om te ontdekken wat jouw talent is. Is dat op het gebied van bijvoorbeeld civiele techniek? Of liggen aanverwante competenties jou beter (legal, finance etc)? Al onze activiteiten zijn gericht op jouw persoonlijke en vakinhoudelijke ontwikkeling. Je komt los van de theorie en duikt de praktijk in.

Meer info? www.redbystrukton.com red@strukton.com REDbyStrukton op Facebook


. . . t i u n ete

Gro

Maak uw bijdrage over op banknummer 59.27.19.189 ten name van Stichting Universiteitsfonds Twente. Op onze website www.utwente.nl/ufonds kunt u makkelijk en veilig via IDEAL een bedrag overmaken. Daar vindt u ook meer informatie over notariĂŤle schenkingen.

Hartelijk dank namens de studenten van de Universiteit Twente.

Met het Universiteitsfonds Twente komen ze verder. r!

eu t a n o d u Word n

Stichting Universiteitsfonds Twente De Stichting Universiteitsfonds Twente is een door de Belastingdienst officieel erkend goed doel. De Stichting heeft de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).


INZET VAN EEN DRONE VOOR PROMOTIE EN LESMATERIAAL

CIVIELE TECHNIEK IN HET MBO Auteur: Janine Profijt (MSc, PDEng) In deze maatschappij volgen innovaties

het initiatief hebben genomen om het onderwijs te vernieuwen

zich in rap tempo op. De industriële

is gestart in augustus 2015.

maatschappij verandert naar een kennismaatschappij. In een kennismaat-

TOEKOMSTIGE COMPETENTIES

schappij is informatietechnologie van

De ontwikkelingen in de wegenbouw gaan sneller dan de ont-

belang, mede doordat er meer ken-

wikkelingen in het onderwijs. De kloof tussen technologische

nis beschikbaar is met de komst van

ontwikkelingen van machines in de wegenbouw en de vaardig-

de ICT. Derhalve zijn er competenties nodig om alle informatie

heden van de walsmachinisten is inzichtelijk gemaakt in Figuur 1.

te gebruiken en te interpreteren. Bedrijven (in de wegenbouw)

De toekomstige mbo’er zal meer inzicht nodig hebben op het

innoveren met nieuwe technieken, waardoor van werknemers

gebied van nieuwe technieken, innovaties en duurzaamheid,

meer kennis en vaardigheden worden verwacht die aansluiten bij

omdat dat ook een steeds belangrijkere rol speelt in de wegen-

de toekomst van de wegenbouw. Echter is het onderwijs de afge-

bouw. Op basis van interviews, afgenomen bij de deelnemers van

lopen 15 jaar stil blijven staan en heeft het onderwijsmateriaal

ASPARi, blijkt dat 80 procent de volgende competenties voor

in de wegenbouw weinig ontwikkeling doorgemaakt. De kloof

nieuwe medewerkers belangrijk vinden:

tussen het onderwijs en de praktijk is met de komst van nieuwe

• Probleemoplossend vermogen;

technieken groter geworden en behoeft aandacht (Bijleveld, Ter

• Flexibiliteit;

Huerne, Mensonides, & Dorée, 2012). Dit leidt tot een project

• Kritische denken;

waarin innovatief lesmateriaal wordt ontwikkeld voor het mbo.

• Samenwerken;

De opdrachtgever in dit project is ASPARi (Asfalt Sector Profes-

• Omgang met ICT;

sionalisering, Research & Innovatie). Het ASPARi-netwerk is in

• Omgang met data;

2006 ontstaan waarbij de professionalisering van de asfaltwegen-

• Methodisch werken.

bouw centraal staat en waarin Universiteit Twente ook partici-

De genoemde competenties sluiten aan de bij 21e-eeuwse vaar-

peert. Het project waarin bedrijven (vanuit het ASPARi-netwerk)

digheden zijnde:

FIG. 1 Kloof tissem technologieontwikkeling en de vaardigheden van de machinisten

• Probleemoplossend vermogen; • Communicatief; • Kritisch denken; • Leergierig; • Ontdekkend leren; • Nieuwsgierig & onderzoekend; • Mediawijs; • ICT-geletterdheid; • Constructief (zelf kennis koppelen aan bestaande kennis); • Opbouwend (opbouwende kritiek kunnen geven); • Cultureel; • Creatief;

Editie 25-4 34 CONCEPTUEEL


• Analytisch; • Samenwerken; • Sociaal. De 21e-eeuwse vaardigheden impliceren dat studenten nodig zijn om in deze steeds veranderende maatschappij succesvolle medewerkers te worden en te blijven (Clifford, 2012). Deze verandering heeft invloed op de ontwikkeling van onderwijs in het mbo.

ONDERWIJSONTWIKKELING IN HET MBO De toekomst van de asfaltwegenbouw is continu in beweging. Dat bleek ook tijdens de Infradagen van 2016, waarbij de ene innovatie de andere opvolgt. Dit maakt weer duidelijk dat het onderwijs nog genoeg uitdagingen tegemoet gaat. Het mbo heeft als taak de studenten klaar te stomen voor het werkveld. Een effectieve manier vinden om studenten vaardigheden zoals flexi-

FIG. 2 Drone gebruikt in Weerselo

biliteit, ondernemerschap en probleemoplossend vermogen bij

genomen

te brengen is de grote uitdaging.

vliegen-met-een-drone-waar-moet-je-rekening-mee-houden/)

Bij de ontwikkeling van lesstof in dit project is de samenwerking

Mede door de samenwerking en bereidheid van de partijen

tussen diverse partijen essentieel. Dit bleek ook tijdens de inzet

ASPARi, 4TU.Bouw, Surf, ROC van Twente, TWW en

van een drone waarmee beelden gemaakt zijn om de wegen-

Dronevlieger is de drone in mei 2016 daadwerkelijk ingezet.

bouw te promoten en up-to-date filmbeelden te vergaren voor

Deze partijen zien graag dat het onderwijs vernieuwt en daarbij

het onderwijs. Recentelijk is vanuit SURF een drone beschikbaar

zijn vernieuwde technieken om lesmateriaal te ontwerpen een

gesteld voor het experimenteren met nieuwe technieken in het

mooie mogelijkheid om het goede voorbeeld te geven.

onderwijs. Het ASPARi-project won drie maanden beschikbaar-

De aanleg van een asfaltweg is gefilmd met een DRONE (2),

heid van een DRONE.

waar een 4K camera aan gemonteerd zat. Deze weg ligt in Weer-

uit

het

blog

van

SURF,

https://blog.surf.nl/

selo (N343) en de beelden worden benut voor een promotie-

INZET DRONE

film en instructiefilm van de aanleg van een weg. De promotie-

De prijs was bekend in januari 2016; daarna begon de start van

film wordt vanaf september 2016 ontworpen door zes groepen

de organisatorische en financiële dilemma’s in de drone-wereld!

mbo-studenten (3e-jaars) van het ROC van Twente. De eerste

Vanwege de strenge regelgeving was het daadwerkelijk zelf vlie-

beelden gefilmd met de drone zijn beschikbaar via www.aspari.

gen niet mogelijk, waarna gekeken is naar andere mogelijkheden.

nl. Mogelijkheden voor de inzet van nieuwe technieken zullen

Via Dronevlieger is achterhaald wat de mogelijkheden en kosten

in de toekomst nog hogere doelen nastreven. Kwalitatief goed

zijn. De regelgeving van bij de inzet van een drone staat beschre-

onderwijs, succesvolle innovaties en een bruisende wegenbouw

ven in een blog van SURF:

branche zijn mogelijke doelen.

gebruik): • Blijf 150 meter verwijderd van gebouwen en 150 meter van mensen; • Blijf 150 meter verwijderd van autowegen en spoorwegen; • Blijf buiten CTR-zones (zones rond vliegvelden); • Laat de drone niet hoger vliegen dan 120 meter; • Vlieg alleen overdag; • Hou je drone in het zicht; • Respecteer andermans privacy; • Geef andere luchtvaartuigen altijd voorrang. Als je op een privéterrein gaat vliegen, zorg er dan ook voor dat je toestemming vraagt aan de eigenaar.” (Over-

Bijleveld, F.R., ter Huerne, H.L., Mensonides, W., & Dorée, A.G. (2012).Vakmanschap in de asfaltwegenbouw hoe behouden we het? Geraadpleegd november 1, 2015, van infradagen: http://doc.utwente.nl/84888/1/ Vakmanschap_asfaltwegenbouw_Bijleveld,_ Ter_Huerne,_Men-sonides,_Dor%C3%A9e_ Infradagen_2012.pdf Clifford, M. (2012, October 18). Bring Your Own Device (BYOD): 10 Reasons Why It’s a Good Idea. Geraadpleegd januari 26, 2016, van informEd: http:// newsroom.opencolleges.edu.au/trends/bring-yourown-device-byod-10-reasons-why-its-a-goodidea/#axzz2OWWT5Vjb

CONCEPTUEEL Editie 25-4

35

LITERATUUR

“Een aantal regels (die gelden voor zowel privé- als zakelijk


HET KLIMAAT VERANDERT, VERANDEREN GEMEENTEN MEE?

AT OSBORNE EN KLIMAATADAPTATIE: KOPPELEN VAN DENKEN EN DOEN Auteur: Matté Egging Dat het klimaat in Nederland verandert is inmiddels voor velen geen discussiepunt meer. De effecten zien we steeds vaker voorbijkomen in nieuwsberichten en in ons dagelijks leven. Zo werd begin juni de A74 bij Venlo afgesloten nadat een deel van het talud na hevige buien was weggespoeld over de weg. Rijkswaterstaat kon de weg pas richting het einde van de dag weer geheel vrijgeven. Ook een aantal provinciale wegen in de provincies Limburg en Noord-Brabant werd afgesloten van(zie figuur 1). Het duurde uren voordat ook deze wegen weer

FIG. 2 Een vrouw met haar scooter tijdens het noodweer in Arnhem op 30 mei jl. Bron: Timo Bouman/Persbureau Heitink via De Gelderlander.

geheel open waren. Dit voorbeeld illustreert de kwetsbaarheid

hiermee te anticiperen op het veranderende klimaat noemen

van assets van Rijkswaterstaat (als wegbeheerder), maar ook

we klimaatadaptatie.Voorbeelden hiervan zijn:

wege hevige buien en de wateroverlast die hiermee gepaard ging

provincies, gemeenten en waterschappen krijgen in toenemende

• Groene daken;

mate te maken met de effecten van het veranderende klimaat.

• Vergroten van (rioolwater)afvoercapaciteit;

Klimaatverandering betekent in ons land niet alleen dat vaker

• Verminderen van ‘verstening’;

intensievere buien vallen; het wordt ook warmer. Ook dit stelt

• Aanleggen van waterpleinen.

nieuwe eisen aan onder meer de inrichting van de openbare ruimte. Maatregelen om onze leefomgeving aan te passen en FIG. 1 Overzicht van de afgesloten wegen als gevolg van wateroverlast na hevige buien, begin juni 2016. Bron: NOS.

AT OSBORNE ONDERZOEKT IN HOEVERRE KLIMAATADAPTATIE IS VERANKERD BINNEN ORGANISATIES AT Osborne is gefascineerd door klimaatverandering en met name de vraag hoe kan worden ingespeeld op de invloed van deze klimaatverandering op de fysieke leefomgeving. Het klimaat verandert immers, maar wat betekent dit voor publieke partijen als gemeenten, waterschappen en provincies die aan de lat staan voor onze omgeving? Hoe kunnen zij anticiperen op weersextremen? Wat betekent dit voor de werkwijzen en het beleid van de organisatie? Dit zijn in onze ogen vragen die steeds urgenter worden voor gemeenten, waterschappen en provincies, maar waar niet iedereen voldoende inzicht in heeft. Wij vinden dat overheden een visie en strategie moeten hebben

Editie 25-4 36 CONCEPTUEEL


FIG. 3 Aspecten uit de enquête van AT Osborne naar de verankering van klimaatadaptatie in gemeentelijke organisaties.

om klimaatverandering integraal op te vangen. Hiervoor is het

Resultaten

van belang dat klimaatadaptatie goed is ingebed in de organisa-

49 Nederlandse gemeenten hebben de enquête ingevuld. De

tie. Om te bepalen in hoeverre klimaatadaptatie is verankerd in

resultaten uit de enquête bieden een aantal interessante inzich-

organisaties, hebben wij de Klimaatscan ontwikkeld. Dit is een

ten. Dit zijn de meest opvallende uitkomsten:

uniek instrument met een focus op de mate waarin een orga-

Ten eerste lijkt er spanning te zijn tussen de ambities, het ver-

nisatie gesteld staat voor de uitdaging van klimaatverandering.

wachte aantal projecten en de beschikbare middelen. Een van de belangrijkste uitkomsten is de ogenschijnlijke tegen-

DE KLIMAATSCAN

stelling tussen de (impliciete) ambitie van gemeenten om kli-

Opzet

maatadaptatie aan te pakken en de organisatorische uitdagin-

De Klimaatscan bestaat uit een enquête met circa 25 meerkeu-

gen waar men tegenaan loopt. Dat blijkt uit de onderstaande

zevragen. Op basis van deze vragen wordt een zestal aspecten

weergave van resultaten. Hierin geeft een ruime meerderheid

beoordeeld op een schaal van 0 tot 100%. Hierbij staat een

van de respondenten aan te verwachten dat het aantal projecten

score van 0% gelijk aan een zeer inactieve houding ten opzichte

de komende jaren zal toenemen, terwijl slechts circa 40% van

van klimaatadaptatie, een score van 100% betekent een zeer

de respondenten aangeeft dat er ook middelen beschikbaar zijn

proactieve houding. In figuur 3 is weergegeven welke zes aspec-

voor respectievelijk kennisdeling en uitvoeringsinitiatieven.

ten worden getoetst. Op basis van de antwoorden is het moge-

Het ambitieniveau van gemeenten ten aanzien van klimaat-

lijk iedere organisatie specifieke scores en inzichten te geven.

adaptie is in het algemeen te typeren als afwachtend. In zes

Daarnaast vergelijken wij de individuele scores met het landelijk

op de tien gemeenten is klimaatadaptatie namelijk alleen een

gemiddelde.

belangrijk onderwerp wanneer dat noodzakelijk wordt gevon-

FIG. 4 Tegenstelling in verwachte projecten en beschikbare middelen.

den. Dit beoordelen wij als een reactieve houding. In slechts een gemeente is het een leidend thema binnen de organisatie. Als er alleen aan klimaatadaptatie gedacht wordt wanneer dat strikt noodzakelijk is, is er een risico dat in andere gevallen het belang ervan over het hoofd wordt gezien. Veelbelovend is wel dat ruim 37% van de gemeenten een structurele rol toewijst aan klimaatadaptatie. Ten tweede lijkt klimaatadaptatie een thema dat nauwelijks expliciet is belegd binnen gemeenten en waarvoor dan ook weinig personen verantwoordelijkheid dragen.

CONCEPTUEEL Editie 25-4

37


FIG. 5 Verantwoording over de activiteiten, bestede middelen en geboekte resultaten op het gebied van klimaatadaptatie vindt beperkt plaats.

FIG. 6 Hoe sterk ‘leeft’ het thema klimaatadaptatie binnen de organisatie?

Wanneer gekeken wordt hoe adaptatie binnen gemeenten leeft

• Klimaatadaptatie is binnen gemeenten een actueel thema,

en belegd is, komt vooral een beeld naar voren van een gepas-

waar naar verwachting in de toekomst (nog) meer aan

sioneerde eenling in de ambtelijke organisatie die in een vrijblij-

wordt gewerkt;

vende rol probeert het maximale te verwezenlijken. De eenling

• Een grote groep gemeenten is actief op het gebied van kli-

blijkt vooral uit feit dat het thema vaak bij slechts een enkele

maatadaptatie. De meerderheid is echter afwachtend en

collega leeft. De vrijblijvendheid volgt uit de constatering dat kli-

investeert nauwelijks proactief in kennisontwikkeling en

maatadaptatie nauwelijks een expliciet onderdeel van het taken-

uitvoering;

pakket van personen is.

• Er is vaak sprake van een spagaat tussen de bestuurlijke

Ten slotte wordt klimaatadaptatie nauwelijks integraal benaderd

ambitie voor klimaatadaptatie, de ambtelijke wens hieraan

en vindt verantwoording beperkt plaats. Uit de enquête komt

bij te dragen en het gebrek aan middelen en urgentie vanuit

naar voren dat klimaatadaptatie in weinig gemeenten op een

het middenmanagement;

integrale wijze in plannen en programma’s aan bod komt. Een integrale benadering betekent in dit geval dat het onderwerp

• In weinig gemeenten is klimaatadaptatie integraal onderdeel van het (ruimtelijk) gemeentelijk beleid.

in zowel het collegeprogramma, beleidsprogramma als uitvoeringsprogramma aan bod komt. Waar klimaatadaptatie “aan de

Ook voor jou?

voorkant” in de diverse programma’s van de gemeenten nog

AT Osborne wordt gewaardeerd als topwerkgever. De werk-

(versnipperd) aan bod komt, zien we dat bij de verantwoording

sfeer en vrijheid in het werk scoren hoog. Als jij die vrij-

over de behaalde resultaten “aan de achterkant” klimaatadapta-

heid ook ambieert en kunt koppelen aan een sterk verant-

tie een kleinere rol speelt.Volgens ons maakt gebrekkige verant-

woordelijkheidsgevoel, willen we graag met je praten. Ook

woording over behaalde resultaten het lastig om bij te sturen op

als je nog niet bent afgestudeerd, gaan we het gesprek graag

(in programma’s) geformuleerde doelstellingen en te communi-

met je aan. Zo zijn we bijvoorbeeld samen met de provin-

ceren over resultaten die wel behaald zijn. Hier valt in onze ogen

cie Noord-Holland op zoek naar een afstudeerder op het

nog winst te behalen.

raakvlak tussen klimaatverandering en asset management:

Het geanonimiseerde resultaat in de figuur hiernaast geeft een

www.atosborne.nl/vacatures. Neem op onze website ook gerust

beeld van de terugkoppeling die gedaan is aan deelnemende

een kijkje voor andere actuele kansen.

gemeenten. Het genoemde spanningsveld tussen de betrokken-

FIG. 7 Geanonimiseerde enquêteresultaten.

heid bij het onderwerp en de organisatorische uitdagingen worden hier duidelijk zichtbaar. Zo is te zien dat de gemeente bovengemiddeld scoort op het gebied van betrokkenheid, strategie en beleid. Ook zijn er meer dan gemiddeld middelen beschikbaar gesteld. Aan de andere kant wordt zichtbaar dat deze gemeente juist ondergemiddeld scoort op het gebied van leiderschap, taken en verantwoordelijkheden. Conclusies Op basis van de resultaten uit de enquête hebben wij een aantal conclusies getrokken ten aanzien van de verankering van klimaatadaptatie in de organisatie van gemeenten:

Editie 25-4 38 CONCEPTUEEL

Deelnemende gemeente Landelijk gemiddelde


Building the present, Creating the future

Innovatief en duurzaam BAM heeft de ambitie voorop te lopen in duurzaamheid en innovatie. Robotisering, 3D-printers en drones bieden nieuwe mogelijkheden in het bouwproces. Met internet of things, data en virtual reality kan slim worden ingespeeld op de behoeften van eindgebruikers. En wat is het effect van zelfrijdende auto’s op de infrastructuur van de nabije toekomst? De klant, de eindgebruiker en de omgeving staan centraal in ieder project, daarom zoeken wij voor elke vraag een duurzame oplossing. BAM vernieuwt. Jij ook?

Wil je weten hoe het is om te werken bij BAM? Kijk op onze website en social media voor verhalen van jonge BAM-medewerkers en lees wat jouw mogelijkheden zijn: bam.com/nl/werken-bij-bam Koninklijke BAM Groep nv @WerkenbijBAM @WerkenbijBAM

Leidende posities in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Duitsland. Wereldwijd projecten in meer dan 30 landen. Actief in alle fases van het bouwproces. Circa 21.500 medewerkers.

Stages

Startersfuncties

BAM Graduate Programme

Young Engineers Programme

▸ Meewerkstage

▸ Werkvoorbereider

▸ Vier functies in twee jaar

▸ BAM International

▸ Afstudeeropdracht

▸ Contractmanager

▸ Technisch én strategisch

▸ Expat life

▸ Tenderstrateeg

▸ Zelf richting geven

▸ Two-year-programme

▸ Constructeur

▸ Persoonlijke ontwikkeling

▸ Uitvoerder


HOE VERENIG JIJ DYNAMIEK EN DUURZAAMHEID IN DE STAD VAN 2050?

2030, 2045, 2050… wij ontwerpen en ontwikkelen de toekomst nu. Wil je met jouw werk echt verschil maken? Kom dan werken bij Sweco. Samen met onze klanten werken we aan de meest gave en uitdagende projecten. Bekijk onze vacatures op www.sweco.nl/carriere. Of neem direct contact op met Fabienne Jansen, Campus Recruiter, +31 6 23 21 83 75 of via fabienne.jansen@sweco.nl.

Bekijk al onze vacatures op www.sweco.nl/carriere


Conceptueel editie 25-4