Page 1

Kunstonderwijs Kansen voor Vlaams-Nederlandse samenwerking Stand van zaken van de verkenning

Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen – Nederland Brussel, 11 juni 2014


Pagina 1 van 10


Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................................................................... 3 Inleiding ....................................................................................................................................... 4 Analyse van sterktes en zwaktes ................................................................................................... 5 Overzicht van tot nu toe bevraagde experts .................................................................................. 7 Overzicht van belangrijkste bronnen ............................................................................................. 8 Colofon ...................................................................................................................................... 10

Pagina 2 van 10


Samenvatting De verkenning levert tot nu toe een diffuus beeld op, waarbij het aantal argumenten vóór en tegen Vlaams-Nederlandse samenwerking ongeveer gelijk is. Samengevat: Samenwerking binnen de grenzen van de Lage Landen 

De informatievoorziening over onderlinge verhoudingen tussen opleidingen in Vlaanderen en Nederland is voor verbetering vatbaar Het gaat om informatie over de onderlinge vergelijkbaarheid van opleidingen op de aspecten van kwaliteit en inhoud. Biedt een Bachelor-opleiding in Antwerpen voldoende basis voor een Master in Tilburg? Kan een Bachelor-gediplomeerde uit Groningen verder studeren in Gent? Verbeterde informatievoorziening zou de mobiliteit van studenten bevorderen.

Richting derde landen 

Vlaanderen en Nederland kunnen binnen de EU en Bologna-ruimte als voorbeeld en / of voortrekker fungeren op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking Vlaanderen en Nederland kennen een traditie van samenwerking: de GENT-akkoorden (1990 – 2003) en het Nederlands-Vlaams Accreditatieverdrag (sinds 2003). Naast traditie beschikken de Lage Landen gezamenlijk over schaalgrootte en infrastructuur (NVAO, de Vlaams-Nederlandse culturele instellingen) om een voortrekkersrol te spelen op het gebied van kwaliteitsborging en talentuitwisseling. Tegelijkertijd moet de keuze voor Vlaams-Nederlandse samenwerking een specifieke en duidelijke meerwaarde opleveren. De EU en het Bologna-akkoord faciliteren óók concurrerende samenwerkingsverbanden. Mondialisering van de onderwijssector speelt in deze afweging mee. Het is onzeker of samenwerking binnen de grenzen van Europa (de EU en Bologna-ruimte) de belangrijkste focus is voor landen en onderwijsinstellingen wanneer de hele wereld ‘aan hun voeten ligt’.

Gezamenlijke standpuntvorming binnen internationale gremia Samen beschikken Vlaanderen en Nederland over schaalgrootte om vaker de agenda te kunnen bepalen binnen de internationale onderwijsgremia (vb.: European University Association, Cumulus International Association of Universities and Colleges of Art, Design and Media). Een complicerende factor is dat Vlaanderen bij sommige internationale lidmaatschappen aan tafel zit ‘via’ het lidmaatschap van lidstaat België, waarmee Vlaanderen gebonden is aan het Belgische standpunt. Dit maakt directe Vlaams-Nederlandse afstemming niet altijd mogelijk.

Het onderwijs kan een bijdrage leveren aan de uitstraling van Vlaanderen en Nederland (The Low Countries) richting Derde Landen. Het actuele beleid voor innovatie en profilering biedt hiervoor een kader: ‘Vlaanderen in Actie’ en het Topsectorenbeleid. Tegelijkertijd zijn deze programma’s eerder gericht op unilaterale profilering dan op samenwerking.

Al met al verloopt de verkenning langs twee hoofdlijnen: 1. Onderzoek naar de algemene doelstellingen binnen de onderwijssector op het gebied van kwaliteitsontwikkeling en internationalisering; 2. Thema’s en doelstellingen die, binnen het grotere domein van het onderwijs, specifiek op het kunstonderwijs van toepassing zijn. Beide terreinen vragen, naast belangrijke overlappingen, om een eigen onderzoeksopzet. Een beperkte verlenging van de verkenning is bedoeld om dit tweeledige onderzoek te voltooien en de resultaten van beide terreinen samen te brengen tot één collectie van aanbevelingen.

Pagina 3 van 10


Inleiding CVN ontvangt signalen vanuit de sectoren podiumkunsten en kunstonderwijs over de manier waarop de Vlaams-Nederlandse samenwerking en uitwisseling verloopt. Die signalen zijn niet allemaal even positief: er lijkt ruimte voor optimalisatie te zijn. De stand van zaken kan kort samengevat worden met het volgende citaat: “We vissen in dezelfde vijver van studenten, docenten, en publiek. Wederzijdse verschillen in benadering en waardering van deze groepen is contraproductief.” CVN verkent de relevantie van deze berichten en wil praktische aanbevelingen voor verbeterde uitvoering van beleid formuleren. De blik is daarbij gericht op zowel de samenwerking binnen de Lage Landen, als richting derde landen. Dit document geeft inzicht in de stand van zaken van de verkenning. De voorlopige onderzoeksresultaten zijn samengebracht in een analyse van sterktes en zwaktes op basis van: 

De ‘Verkennende expertmeeting podiumkunsten en kunstonderwijs: Vlaams-Nederlandse samenwerking en uitwisseling’;

Individueel contact met experts; en

Literatuuronderzoek.

De details van deze drie soorten onderzoek komen elk in een aparte paragraaf aan bod.

Definities van de in dit document gehanteerde begrippen Kunstonderwijs: De verzameling van opleidingen in het hoger kunstonderwijs en creatief beroepsonderwijs. Podiumkunsten:

Inclusief de sector gesubsidieerde muziek.

Pagina 4 van 10


Analyse van sterktes en zwaktes De onderstaande twee matrices geven inzicht in de onderzoeksresultaten tot nu toe. De erop volgende paragrafen beschrijven de bijbehorende bronnen: de experts die CVN contacteert en de literatuur die geraadpleegd is. Sterkte

Zwakte

A

B Binnen Vlaanderen en Nederland

1.

Vlaams-Nederlandse traditie van samenwerken op het vlak van onderwijs.  

2.

3.

GENT-akkoorden (1990 – 2003) Ondertekening Vlaams-Nederlands Accreditatieverdrag (2003)

Kwaliteitsmonitoring van het hoger onderwijs is Vlaams-Nederlands geregeld. Ondertekening van het Vlaams-Nederlands Accreditatieverdrag in 2003 en oprichting NVAO in 2005.

Vlaanderen en Nederland hebben gedeelde uitdagingen en ambities i.v.m. de optimalisering van onderwijskwaliteit en internationale profilering.

5.

Onderwijskwaliteit in zowel Vlaanderen als Nederland is relatief hoog in vergelijking met buitenland.

7.

 

Studenten Docenten

Richting derde landen Internationale regelingen bieden Vlaanderen en De EU-lidstaten en landen in de ‘Bologna-ruimte’ stemmen Nederland een actueel kader voor afstemming van regelgeving af, wat alle participerende landen tot elkaars nieuwe regelgeving: potentiële partners voor samenwerking en uitwisseling maakt.  Bologna -akkoord  Erasmus+  Horizon 2020  Marie Curie Actions

4.

6.

Het statuut van de opleidingen in Vlaanderen en Nederland is verschillend. Dit heeft gevolgen voor mobiliteit van

Het beleid van Vlaanderen en Nederland zet momenteel voornamelijk in op unilaterale acties, binnen het kader van internationale akkoorden en regelingen.

Talentontwikkeling Goede praktijken aanwezig in zowel Vlaanderen als Nederland Beleidsmatig:  Departement CJSM verstrekt beurzen ‘Persoonlijk traject kunstenaars’. Van deze regeling kan overigens nog veel meer gebruik gemaakt worden.  Nederland: cultuurbeleid wat talentontwikkeling onderbrengt bij gesubsidieerde culturele instellingen. Praktisch:  Vlaamse onderwijsinstellingen: onderzoeksmaster voor kunstenaars (als verdiepend traject na afloop van artistieke master)  Nederland –meester-gezel-model (toegepast door onder meer Fontys Academy for Creative Industries). Digitalisering Nader te onderzoeken terrein

Pagina 5 van 10


Kans

Bedreiging

A 8.

9.

B

Binnen Vlaanderen en Nederland Verbeterde informatievoorziening over onderlinge verhoudingen tussen opleidingen in Vlaanderen en Nederland i.v.m. inhoud en kwaliteit. Ter bevordering van de mobiliteit van studenten en docenten. Richting derde landen Vlaanderen en Nederland kunnen binnen de EU en Bologna-ruimte een voorbeeldfunctie vervullen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking (GENT-akkoorden, NVAO)

10. Samen beschikken Vlaanderen en Nederland over schaalgrootte en infrastructuur (NVAO, de VlaamsNederlandse culturele instellingen) om een voortrekkersrol te spelen op het gebied van kwaliteitsborging en talentuitwisseling. Met name binnen het kader van de regelgeving binnen de EU en Bologna-ruimte.

Keuze voor Vlaams-Nederlandse samenwerking moet specifieke en duidelijke meerwaarde opleveren. EU en Bologna-akkoord faciliteren concurrerende samenwerkingsverbanden.

11. Het Bologna-akkoord en EU-regelingen bieden een urgent kader aan Vlaanderen en Nederland om als voorbeeld / voortrekker te fungeren. Onderwijskwaliteit en internationalisering staat in grofweg alle Europese landen hoog op de agenda.

(Kunst)onderwijs is een gemondialiseerd terrein. Onzeker of Europa de belangrijkste focus is voor landen en onderwijsinstellingen wanneer de hele wereld ‘aan hun voeten ligt’.

12. Samen beschikken Vlaanderen en Nederland over schaalgrootte om vaker de agenda te kunnen bepalen binnen de internationale onderwijsgremia (vb.: European University Association, Cumulus International Association of Universities and Colleges of Art, Design and Media). Gezamenlijke standpuntvorming is dan nodig.

Vlaanderen zit bij sommige internationale lidmaatschappen aan tafel ‘via’ het lidmaatschap van België, waarmee Vlaanderen gebonden is aan het Belgische standpunt. Dit maakt directe Vlaams-Nederlandse afstemming niet mogelijk.

13. Het onderwijs kan een bijdrage leveren aan de uitstraling van Vlaanderen en Nederland (The Low Countries) richting Derde Landen. Dit past bij de doelstellingen van Vlaanderen in Actie en het Topsectorenbeleid.

Vlaanderen in Actie en het Topsectorenbeleid zijn gericht op unilaterale profilering en branding. Vlaams-Nederlandse samenwerking is een concurrerende aanpak, waarvan de meerwaarde klip en klaar moet zijn.

14.

15.

Talentontwikkeling De goede praktijken in Vlaanderen en Nederland zijn heel verschillend. Niet geheel duidelijk of ze geschikt zijn voor uitwisseling en / of complementair. Digitalisering Nader te onderzoeken terrein

Pagina 6 van 10


Overzicht van tot nu toe bevraagde experts Verkennende expertmeeting podiumkunsten en kunstonderwijs: Vlaams-Nederlandse samenwerking en uitwisseling De expertmeeting vond plaats op 1 april 2014. De agenda was vormgegeven rond de thema’s 1) Arbeidsmobiliteit, 2) Uitstraling richting derde landen en 3) Talentontwikkeling. CVN signaleerde deze thema’s als dwarsverbanden tussen de sectoren podiumkunsten en kunstonderwijs. Ze stonden daarom tijdens de expertmeeting centraal. Naast deze thematische voorzet, nodigde de agenda uit tot bijsturing en aanvulling. De gedachtenwisseling tijdens de expertmeeting verliep aan de hand van de volgende vragen: 1.

Biedt Vlaams-Nederlandse uitwisseling en samenwerking meerwaarde voor de geïdentificeerde thematiek?

2.

Tegen de achtergrond van onderzoeken en (sector)plannen die op nationaal niveau gemaakt worden; is er behoefte aan complementaire Vlaams-Nederlandse benadering en formulering van aanbevelingen?

De expertmeeting bevestigde dat CVN met de Startnotitie Podiumkunsten en Kunstonderwijs een aantal actuele en relevante onderwerpen aansnijdt. Met praktijkvoorbeelden en stellingen illustreerden de experts de onderwerpen Arbeidsmobiliteit en Talentontwikkeling. Er kwamen verschillende bestaande goede praktijken boven tafel, met name op het gebied van informatievoorzieningen over internationale en grensarbeid. Een belangrijke uitkomst van de expertmeeting zijn concrete casussen, als illustratie van samenwerkingsverbanden en uitwisselingen die wel of juist niet succesvol verlopen. Aan de expertmeeting namen professionals van de volgende organisaties deel: 

Benelux Unie (Secretariaat-generaal) Nb.: de Benelux Unie focust tot eind 2014 op arbeidsmobiliteit als één van drie prioritaire thema’s. CVN en de Benelux Unie zoeken de verbinding en wisselen informatie en casussen uit.

Erasmushogeschool Brussel

Strategische Adviesraad Cultuur

Universiteit Antwerpen

Individueel contact met experts Naast de expertmeeting, nam CVN ook individueel contact op met experts binnen de volgende organisaties: 

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

Fonds Podiumkunsten

Fontys Hogeschool Tilburg

Nuffic

NVAO

Raad voor Cultuur

Pagina 7 van 10


Overzicht van belangrijkste bronnen CVN hanteert bij alle verkenningen en adviezen het Vlaams-Nederlands beleidskader. Daarnaast zijn in het kader van dit adviestraject de volgende bronnen geraadpleegd. Vlaams-Nederlands Advies ‘Hoger kunstonderwijs na Bologna’. Brussel: CVN, 6 februari 2004. Hoger kunstonderwijs in Vlaanderen en Nederland. Verslagboek conferentie Rotterdam. Brussel: CVN, 15 maart 2002. Uitkomsten van CVN-expertmeeting ‘Podiumkunsten en kunstonderwijs: Vlaams-Nederlandse samenwerking en uitwisseling’ op 1 april 2014 te Brussel. Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs (2003). Vlaanderen Beleid: Beleidsnota Onderwijs 2009-2014 ‘Samen grenzen verleggen voor elk talent’. Brussel: Vlaamse Regering, Vlaams Minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel. Decreet betreffende de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten Decreet betreffende de versterking van het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen Decreet maatregelen met betrekking tot wijzigingen aan de studieomvang van opleidingen in het hoger onderwijs Memorie van toelichting bij het Decreet betreffende de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten Memorie van toelichting bij het Decreet betreffende de versterking van het hoger beroepsonderwijs in Vlaanderen Parlementaire stukken: Vlaams Parlement stuk 56 (2009-2010), 5 mei 2010 (hoorzitting over de hervorming van het hoger kunstonderwijs). Vlaams Parlement stuk 56 (2009-2010) nr. 2, 22 april 2010 (hoorzitting over de toekomst en de structuur van het hoger onderwijs in Vlaanderen). Vlaams Parlement stuk 1317 (2011-2012) nr. 1, 25 oktober 2011 (Beleidsbrief onderwijs, beleidsprioriteiten 2011-2012 ingediend door dhr. Pascal Smet, Vlaams minister van onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel). Adviesrapporten: Advies over de discussienota hoger kunstonderwijs. Brussel: Vlaamse Onderwijsraad (VLOR), 10 juni 2008. Advies over een nieuwe overeenkomst tussen Nederland en Vlaanderen voor accreditatie. Brussel: Vlaamse Onderwijsraad (VLOR), 16 april 2013. ‘Bouwen aan de brug tussen Secundair en Hoger Onderwijs’ (nota). Brussel: Vlaamse Interuniversitaire Raad, 2013. ‘Naar een efficiënte oriëntering op het hoger onderwijs’ (visietekst). Brussel: Vlaamse Interuniversitaire Raad, 2011. Optimalisatie en rationalisatie van het hoger onderwijslandschap en –aanbod. Rapport van de Ministeriële Commissie aan de heer Frank Vandenbroucke, Vlaams Minister van Werk, Onderwijs en Vorming. Brussel: Commissie Soete, 2008. Pagina 8 van 10


Verdieping, verbeelding. Perspectieven voor inhoudelijke vernieuwing van het deeltijds kunstonderwijs. Rapport van Werkgroep Inhoudelijke Vernieuwing Deeltijds Kunstonderwijs (in opdracht van het Vlaamse departement van onderwijs), 2008. Nederland Beleid: Kwaliteit in verscheidenheid. Strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek en wetenschap. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2011. Parlementaire stukken: Memorie van toelichting bij Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en enkele andere wetten in verband met de uitvoering van diverse maatregelen, aangekondigd in de Strategische Agenda Hoger onderwijs, Onderzoek en Wetenschap (Wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs). Kamerstuk 33519-3, vergaderjaar 2012-2013. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal, 2013. Voorstel Wet versterking kwaliteitswaarborgen hoger kunstonderwijs. Den Haag: Kamerstuk (voorstel van wet), 2012. Adviesrapporten: DifferentiĂŤren in drievoud omwille van kwaliteit en verscheidenheid in het hoger onderwijs. Rapport van de Commissie Veerman, april 2010. Gezamenlijke Visie Internationaal. Den Haag: Vereniging Hogescholen en Vereniging van Universiteiten, 2014. Onderscheiden, verbinden, vernieuwen. De toekomst van het kunstonderwijs. Advies van de Commissie Dijkgraaf, mei 2010.

Pagina 9 van 10


Colofon

Kunstonderwijs Kansen voor Vlaams-Nederlandse samenwerking Stand van zaken van de verkenning

Dit is een uitgave van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen – Nederland (CVN). Leopoldstraat 6 BE-1000 Brussel E: commissie@cvn.be W: www.cvn.be Het is toegestaan (delen van) de inhoud van deze publicatie te citeren of te verspreiden, mits daarbij CVN en deze publicatie als bronnen vermeld worden.

Bekostigd door: Het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken; en

het Departement internationaal Vlaanderen.

Aan deze publicatie kunnen geen rechten ontleend worden. Brussel, 11 juni 2014

Pagina 10 van 10


CVN ziet toe op de uitvoering van het Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland dat in 1995 werd ondertekend. Binnen het kader van dit verdrag dient CVN kansen en belemmeringen voor samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland te signaleren en de benutting van die kansen ook te stimuleren. CVN is onafhankelijk en adviseert de Vlaamse en Nederlandse regeringen gevraagd en ongevraagd over actueel bilateraal beleid inzake de vier verdragsthema's cultuur, onderwijs, wetenschap en welzijn.

Pagina 11 van 10

Stand van zaken CVN-verkenning kunstonderwijs (juni 2014)  

CVN ontvangt signalen vanuit de sectoren podiumkunsten en kunstonderwijs over de manier waarop de Vlaams-Nederlandse samenwerking en uitwiss...

Advertisement