Page 1

1e jaargang, nummer 3 - mei 1999

verschijnt drie maal per jaar

De Columnist Officieel orgaan van Columni - Vereniging van Alumni Communicatiekunde Rijksuniversiteit Groningen

De uitdagingen van de Internetdemocratie Een bekend politicus heeft eens tijdens een openingshandeling de computermuis gehanteerd als een afstandsbediening van een TV. Aan sommige mensen valt geen eer meer te behalen, maar voor al die anderen: de ontwikkelingen op het gebied van de Internettechnologie gaan razendsnel. Dat mag door geen enkele Tweede Kamerpoliticus of ander lid van een overheidsbestuur worden genegeerd. Een groot aantal bestuurders in overheidsland denkt dat Internet vooral voor commerciële doeleinden geschikt is. Maar juist de overheid kan profiteren van de nieuwe technologieën. Het inzetten van de Internettechnologie kan de democratie versterken. Het kan worden aangewend om het democratische gehalte van onze samenleving te verhogen en de besluitvorming te verbeteren.

‘Ver van mijn bed-show’ Internet kan worden gebruikt om de communicatie tussen overheid en burger te verbeteren. Dat dat hard nodig is, blijkt uit de opkomstpercentages van bijvoorbeeld de provinciale statenverkiezingen. Het openbaar bestuur is veelal een ‘ver-van-mijn-bedshow’ voor de burgers. Het gebruik van Internet kan een manier zijn om de afstand tussen overheid en burger te verkleinen. Het onlangs openstellen van een website voor reacties op de Bijlmer-enquête is een poging de ‘nieuwe’ vorm te gebruiken voor verbetering van de communicatie tussen overheid en burger. Maar ook het plaatsen van de vervoersverboden tijdens de varkenspest op Internet door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is een voorbeeld. In het begin verschenen de vervoersverN U M M E R

1 - M E I

boden nog in de kranten, maar op den duur was het geen nieuws meer. Via Internet kon het ministerie zijn informatie volledig, ongecensureerd bij de burger brengen.

Verbeteren besluitvorming Niet alleen de communicatie met de burger kan worden verbeterd. Ook de dienstverlening kan met de Internettechnologie veel meer op de behoefte van de burger worden afgestemd. Hierbij valt te denken aan de digitale adreswijziging van de gemeente Groningen of aan de gemeente Enkhuizen, die de mogelijkheid biedt om via Internet verschillende waardepapieren aan te vragen.

Verkleinen machtskloof Er zijn vele voordelen van het informeren en consulteren van burgers via Internet. Het kan het proces van besluitvorming versnellen. Door beleidsrelevante informatie via Internet aan te bieden, toont de overheid haar bereidheid om de burger te laten delen in de macht en kan de machtskloof verkleind worden. Een andere mogelijkheid om de afstand tussen burger en overheid te verkleinen is het voeren van het publieke debat via Internet. Dat kan op verschillende manieren, over verschil1 9 9 8

Inhoud Grafisch uitje

2

Bedrijven en ‘nieuw media’

3

Wat doe jij nou?

4

Het WEB kent geen lezers

6

Werk in uitvoering

7

Verenigingsnieuws

8

lende onderwerpen, met verschillende groepen van deelnemers en op verschillende momenten in de besluitvormingsprocedure. Al deze variabelen bepalen de wijze van ondersteuning van een publiek debat langs elektronische weg. Ze bepalen ook het succes ervan. In alle gevallen is een goede voorbereiding en een strakke begeleiding voorwaarde voor succes.

Virtual reality Er lopen diverse experimenten met beleids- en meningsvorming met behulp van Internet. Het is bijvoorbeeld mogelijk om via virtual reality een kijkje te nemen in de nog te bouwen ‘Prinsenhofgarage’ in Delft (www.dsdelft.nl/~infra/parkeergarage /index.html). Burgers kunnen per email reageren op het ontwerp of hun reactie in het gastenboek plaatsen. Het geeft een realistisch beeld van de te bouwen garage. Het onder-steunt daardoor het voorstellingsvermogen van zowel de beslissers als van de burger.

Transparant Amsterdam Transparant Amsterdam geeft een blik op de planologische toekomst van de regio Amsterdam (www.transpaD E

C O L U M N I S T

1


rant.net). Op basis van de geografische kaart van die regio worden gegevens over de stad en de plannen voor de stedebouwkundige toekomst van de regio ontsloten. Zo kunnen bijvoorbeeld openbaar vervoer trajecten en bouwplannen voor woon- en bedrijfsgebieden worden opgevraagd of is het mogelijk een beeld te krijgen van de regio Amsterdam in 2005 of 2010. Een audiovisuele tour geeft een toelichting op de projecten die het aanzicht van de stad zullen veranderen. Het experiment kent een discussie tussen deskundigen en een echte publieks-

discussie, die inmiddels al is afgerond. Op deze manier worden kansen geboden aan politieke partijen en individuele bestuurders om zich te mengen in het publieke debat. Bovendien kunnen ze in contact komen c.q. blijven met hun leden of hun kiezers.

Geen bedreiging Nieuwe informatietechnologieën bieden vele uitdagingen voor politieke bestuurders. Daarom moeten zij deze niet zozeer zien als bedreiging maar als versterking van de democratie. Een

groot voordeel van het gebruik van de informatietechnologie bij het proces van besluitvorming is dat het minder onderworpen is aan de eisen van fysieke aanwezigheid op eenzelfde plaats en tijd. Wellicht is stemmen via Internet in 2003 de ultieme oplossing om de opkomst bij de provinciale statenverkiezingen te verhogen? Met de voorwaarde dat er vaker publiek debat en andere tweezijdige communicatie via Internet plaatsvindt de komende vier jaar. Liseth Kruisman

Leden met inkt aan de slag

2

Foto: Wiep Hamstra

Een grafisch uitje in Groningen Wat is een degelpers? Hoe maakt een drukker een 'zetsel'? Hoe ziet een oude drukkerij er van binnen uit? Op deze en vele andere vragen kreeg een groep Columni-leden zaterdag 13 maart antwoord tijdens een boeiende rondleiding in het Grafisch Museum in Groningen. Kijken deden we in dit geval wel met onze handen, want we gingen zelf aan de slag. De mouwen opgestroopt, een vies oud shirt aan en... onze creatieve geesten kwamen boven om zelf een kunstwerk te vervaardigen.

Prachtig gebouw Het prachtige gebouw is zelf al reden genoeg eens een kijkje binnen de muren te nemen, en we lieten ons graag langs oude (en werkende) machines leiden. Onze enthousiaste gids voerde ons langs kleitabletten, naar zetbanken, de eerste machines en drukpersen. Het maken van zetsels is een zwaar en moeilijk karwei, dat werd ons al snel duidelijk. Verder kregen we een hele goede indruk van ontwikkelingen in de drukkunst. Het museum geeft een prachtig overzicht van ook de meer moderne technieken in de grafiek.. en de ouderwetse stencilmachine (bekend van de schoolkrant!) ontbreekt natuurlijk niet.

D E

C O L U M N I S T

Columni-leden in de weer met inkt en roller in het Grafisch Museum.

Werkmantechnieken Een artistieke toepassing van druktechnieken zijn de zogenaamde ‘Werkmantechnieken’. De Groningse drukker Hendrik Nicolaas Werkman maakte in het begin van deze eeuw in zijn atelier prenten die hij druksels noemde. Ook wij mochten proeven aan deze techniek; boven in het museum is een gezellige zolder ingericht

als werkruimte. Met metalen verfrollen, persen en sjablonen gingen we onder leiding van een kunstenaar aan de slag. Afgaand op het enthousiasme van de Columni-leden (en mijn eigen plezier) kan ik zeggen dat de rondleiding en de workshop een geweldig succes zijn geweest. Het lijkt me zeker voor herhaling vatbaar! Wiep Hamstra

Deze Columnist staat grotendeels in het teken van nieuwe media. Het zal je dan ook niet verbazen dat de column ‘Het instituut’ van Wim Vuijk deze keer exclusief op het internet is te lezen: www.let.rug.nl/~vuijk/columni/column/inst3.htm

N U M M E R

3 - M E I

1 9 9 9


Informatie- en communicatietechnologie: bedrijven en ‘nieuwe media’ Afgelopen najaar gaf prof.dr. G. Redeker, hoogleraar Communicatiekunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, een lezing over bedrijven en nieuwe media voor het Jong Management Congres van de VNO. Hieronder volgt een weergave van die lezing. Moderne informatie- en communicatietechnologieën kenmerken zich door integratie, interactiviteit en individualisering van informatiestromen. Zij scheppen daarmee de voorwaarden voor een op maat gesneden, geïntegreerd intern en extern communicatiebeleid (zie Schultz et al 1994). De ‘nieuwe media’ zijn met name internet en intranet (e-mail, ftp, www, kennisdelingsapplicaties), cd-rom, cd-i of DVD (digital video disc), alsmede interactive televisie (waar ik hier niet verder op zal ingaan). Door combinaties van het World Wide Web (www) en bijvoorbeeld cd-rom kunnen de voordelen van deze media optimaal benut worden: grote bestanden met relatief bestendige gegevens kunnen op de cd-rom geplaatst worden met links naar het www, waar actuele bestanden met relatief snel veranderende gegevens opgeroepen kunnen worden zonder de soms extreme wachttijden die het ‘downloaden’ van grote bestanden van het web met zich mee kan brengen.

Het World Wide Web Op het www kan een bedrijf zich presenteren met een eigen website of een sub-site binnen de site van een internet-uitgever. Bij de promotie voor zo’n site kan gedacht worden aan alle traditionele reclamemedia, maar ook aan het web zelf. De site kan aangemeld worden bij zoekmachines en er kunnen op strategische plaatsen op het web (bijvoorbeeld bij zoekmachines of bij de homepage van een krant, enzovoort) zogenaamde ‘buttons’ (knoppen) of ‘banners’ (balken met logo en/of tekst, soms met uitklapmenu’s en dergelijke) geplaatst worden, die uitnodigen naar de website door te klikken. Uit onderzoek (bijvoorbeeld Notenbomer & Koomen 1998) blijkt dat het ‘doorklik-percentage’ voor banners met ongeveer 1% N U M M E R

3 - M E I

1 9 9 9

zeer laag ligt; binnen enkele dagen is een banner bovendien helemaal aan vervanging/vernieuwing toe. Wel hebben buttons/banners ook dan effect als niet doorgeklikt wordt, doordat de informatie die deze elementen zelf geven, vaak toch onthouden wordt. Commerciële websites beperken zich vaak tot presentatie van informatie over het bedrijf en haar producten of diensten (themacommunicatie). Op dat soort sites is men echter gauw uitgekeken en de kans dat de klant terugkomt is relatief klein. Er zijn echter steeds meer sites die ook interactie met de klant toelaten, waaronder het bestellen van producten, soms met de mogelijkheid om het product (bijvoorbeeld een pc of een mountainbike) naar eigen wens samen te stellen. De waarschijnlijk meest interessante optie echter is het individualiseren van de geboden informatie op basis van voorkeuren en interesses die de klant kan aangeven. De web-boekhandel www.amazon.com werkt bijvoorbeeld met dergelijke bezoekerprofielen. Een andere mogelijkheid om een site aantrekkelijk te maken is het toevoegen van nuttige of interessante informatie, zoals uitgaansinformatie (bijvoorbeeld op de Heinekensite) of filminformatie (bij Grolsch). Gedetailleerd advies voor internetreclame is te vinden bij Schwartz (1997), die veel positieve en negatieve praktijkvoorbeelden bespreekt. Om te bepalen of investeren in een website commercieel interessant is, moeten bij de begroting niet alleen de initiële kosten maar vooral ook de kosten voor het up-to-date houden van de site meegenomen worden. Voorts moet men zich realiseren dat het bereik van het web in Nederland met circa 700.000 regelmatige internetgebruikers nog steeds zeer beperkt is. Het gaat wel om een zeer aantrekkelijke doelgroep van jonge (gemiddeld 32 jaar), hogeropgeleide, bovenmo-

daal verdienenden; waarvan overigens ruim 90% man is (Den Boon en Neijens 1998).

E-mail Al vrij lang bekend is het gebruik van e-mail tussen en binnen organisaties. Als medium voor interne communicatie heeft e-mail het effect de communicatie informeler en flexibeler te maken. Ook wordt een bredere diffusie van informatie bereikt doordat email zonder extra kosten ook aan niet direct aangesprokenen verstuurd kan worden. Hierdoor kan ‘verschraling’ van top-down communicatiestromen en maginalisering van medewerkers in minder centrale lokaties (die vaak minder informele contacten hebben) tegengewerkt worden, wat het bedrijfsclimaat en de identificatie met de ‘corporate identity’ ten goede komt. (Zie ook Van den Hooff 1997, Kraut & Attewell 1997.) Als een ‘asynchroon’ medium vormt e-mail minder gauw dan bijv. telefoon een storing van de werkzaamheden. Een hoog e-mail volume veroorzaakt evenwel problemen van ‘e-mail overload’, doordat e-mails niet altijd in precies één categorie (en dus één mail folder) te passen zijn (Whittaker & Sidner 1997). Ook betekent het veelvuldig verspreiden van allerlei documenten aan bredere groepen van betrokkenen een enorme duplicatie van informatie in het netwerk (‘email-vervuiling’). Uitkomst hierbij bieden de binnen moderne mail-programma’s beschikbare ‘noticeboards’ (digitale prikborden) waar alle voor bepaalde groepen relevante informatie gepost wordt.

Intranet De toekomst van ICT voor interne communicatie ligt bij de verzameling van applicaties die via een zogenaamd lees verder op pagina 5 D E

C O L U M N I S T

3


Wat doe jij nou? Naam

Pieke Hoekstra Afgestudeerd Augustus 1997 Studierichting Communicatiekunde Werk Communicatiemanager voor Internet/Intranet bij RVS Verzekeringen Lid/abonnee van Business Online, Communicatie, Adformatie

4

Vervolgcursussen Interactieve Marketing, E-Commerce (Tias Tilburg)

‘Tijdens mijn studie kon ik me nauwelijks voorstellen dat er een moment kwam dat ik de studie succesvol zou afronden en daarna een leuke baan zou vinden. Toch is dit gelukt, in eerste instantie door me te concentreren op wat me een fantastisch scriptie-onderwerp leek: navigatiegedrag op Internet. In 1996/97 was hierover nauwelijks wetenschappelijke literatuur; mijn interesse was voornamelijk gestoeld op mijn onderzoekscollege dat als pilot gebruik maakte van communicatie per satelliet en E-mail. We konden destijds onze lol al niet op met het mailsysteem van de universiteit, en mijn fascinatie voor het nieuwe medium Internet was enorm. Door de turbulentie van het medium holden eigenlijk alle publicaties en meningen achter de feiten aan, zodat ik het gevoel kreeg dat er nog heel veel moest gebeuren om begrip te krijgen van de ontwikkelingen die ons nog te wachten stonden. En in feite is dit gevoel nog steeds niet veranderd, alleen werk ik nu in een grote organisatie, waarin er veel meer moet gebeuren dan vooruitlopen alleen. Zeker nu we op concernniveau (RVS Verzekeringen is onderdeel van ING Groep) veel proberen te overleggen op D E

C O L U M N I S T

het gebied van Internet, Intranet en ECommerce: belangrijk is vooral dat wat we ontwikkelen, werkt en aanslaat bij de gebruikers. Banken en verzekeraars, waaruit de ING Groep is samengesteld, beseffen onderhand maar al te goed dat er veel gaat veranderen - electronic en virtual banking en dito beleggen, direct verzekeringen sluiten via Internet tegen lage prijzen, etcetera - en dat er dus veel moet gebeuren om hierop in te spelen. ‘De functie die ik heb bij RVS, houdt in dat ik het beleid uitzet voor de website en nu ook Intranet applicaties voor onze binnen- en buitendienst die beide 1200 man sterk zijn. Uiteraard links en rechts rapporterend en overleggend, wat ik wel heb moeten leren… Hetzelfde geldt overigens voor “planning en voortgangscontrole”, wat bij het projectleiderschap hoort dat ik voor de website op me neem; al tijdens mijn studie was dit niet mijn sterkste punt.

‘Ik ben uiteindelijk toevallig in de baan gerold; doordat ik in mijn laatste studiejaar veel redactionele ervaring had opgedaan - door te schrijven voor onder meer een publicatie voor startende ondernemers - solliciteerde ik in eerste instantie op de functie van Bedrijfsjournalist. Mijn scriptie was reden voor RVS om me mijn huidige baan aan te bieden, en dit trok me veel meer aan! Wat zeker geholpen heeft bij dit proces, is het feit dat ik tijdens mijn laatste jaar vrij regelmatig solliciteerde. Gesprekkenrondes, assessments met het spontaan reageren op plaatjes van koffers en heuvels en dergelijke. Ik heb het allemaal langs zien komen. Nadat ik bij twee leuke functies na alle rondes werd afgewezen op gronden die ik eigenlijk alleen maar had gespeeld, besloot ik bij RVS volledig als mezelf te gaan. Dat doe ik nu nog steeds.’

N U M M E R

3 - M E I

1 9 9 9


vervolg van pagina 3

• scholing/training van medewerkers • gebruik aantrekkelijk maken, moti-

intranet aan de medewerkers beschikbaar gesteld worden. Naast e-mail en noticeboards gaat het daarbij vaak om informatievoorzieningen (‘wie-is-wie’lijst, laatste nieuwtjes, vacaturebank, cursusaanbod, enzovoort) en in toenemen-de mate om zogenaamde ‘kennisdelingstools’, dat wil zeggen applicaties waarmee vanuit verschillende plaatsen op een gegevensbestand toegegrepen kan worden. Met name de informatievoorzieningen zijn publiekstrekkers (zogenaamde ‘killerapplicaties’) en kunnen ervoor zorgen dat het intranet niet los blijft staan van de gewone werkzaamheden maar er een integraal bestanddeel van wordt. De volgende aandachtspunten zijn belangrijk bij het opbouwen van een intranet-voorziening (zie ook Van Hasselt & Van Koppen 1997, Pattje 1998): • integratie in de workflow • integratie in de communicatie-mix (communiceer elders over het net en op het net over andere communicatie-activiteiten) • inhoud zelf bepalen (niet door IT-ers laten uitwerken)

veren/sturen • haalbaarheid en beheerbaarheid (liever eerst weinig applicaties die goed te onderhouden zijn, dan een onbeheersbaar grote hoeveelheid met het risico dat de informatie niet bijgehouden kan worden en veroudert) • goed gestructureerde hypertekst (dat wil zeggen relatief kleine stukjes tekst die onderling verbonden zijn zodat het ene stuk bijvoorbeeld uitleg of aanvulling bij een begrip of thema van het andere biedt) • demo en pilotfase inplannen.

De toekomst: individualisering De opkomst van het www betekende een overgang van push-media zoals direct-mail, advertenties, commercials en e-mail naar pull-media zoals de meeste hierboven besproken wwwen intranet-toepassingen. Met toenemend gebruik van de interactiviteit van het web begint inmiddels hernieuwde aandacht op te komen voor push-media, maar nu in geïndividualiseerde vorm. Ten eerste vragen aanbie-

Literatuur

dwerg dan een dode dinosaurus.

Den Boon, Arie, & Peter Neijens (red.)

Communicatie 4 (6), 24-27.

(1998). Media & reclame 1998/99. Wolters-Noordhoff. Van den Broek, Eelco, & Pim Verver (1998).

ders op het web vaak of de klant per email op de hoogte gehouden wenst te worden van aanbiedingen en dergelijke. Een nog geavanceerder voorbeeld van individualisering is een screensaver die van het web gehaald kan worden en die volgens specificaties van de gebruiker geselekteerde nieuwsberichten met ertussen advertenties op het scherm doet verschijnen als de computer een tijdje ongebruikt staat. Meer algemeen kan geconstateerd worden dat de vergaande standaardisering, die de door snelle adoptie van het www gestimuleerd is, de koppeling van verschillende soorten apparatuur vergemakkelijkt. In de niet meer verre toekomst zal in principe alle elektronische apparatuur in een lokaal netwerkje (bijvoorbeeld een home area network) kunnen zitten. De gebruiker kan dan per afstandbediening informatie van het net halen (niet alleen voor nieuws, muziek en films, maar ook programma’s voor de elektrische piano of de breimachine. In zo’n omgeving ontstaat er weer een wereld van mogelijkheden voor éénop-één marketing. Gisela Redeker

Mahwah, NJ: Erlbaum. Notenbomer, René, & Annemiek Koomen

Van den Hooff, B. (1997). Elektronische

(1998). Effectiviteit van banners neemt

post en organisationele innovatie. In:

af. Tijdschrift voor Multimedia 9, 1998,

P.J.M.C. Schellens et al (red.) Jaarboek

20-23.

Managementwijzer Internet.

Onderzoek Communicatiemanagement

Noordwijk: De Baak.

1997 (pp. 134-149).

(1997). Internet als Marketinginstru-

Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

ment; theorie en toepassing voor uw

Groebel, Jo (1997). ‘New media development: Stability and change in communi-

Kraut, Robert E., & Paul Attewell (1997).

Notenbomer, René, & Jacolien Vreugenhil

onderneming. Amsterdam: Contact.

cation behaviour.’ Trends in Communi-

‘Media use in a global corporation:

Pattje, Lian (1998). Een intranet: speels of

cation 1(1), 5-17.

Electronic mail and organizational

zakelijk? Doctoraalscriptie, Opleiding

knowledge.’ In: Sara Kiesler (ed.)

Communicatiekunde, Rijksuniversiteit

Van Hasselt, Jan-Jelle, & Gerdine van Koppen (1998). Beter een levende

Culture of the internet (pp. 323-342).

Groningen. Schultz, D.E., S.I. Tannenbaum, & R.F.

nuttige web-adressen

Lauterborn (1994). The New Marketing Paradigm: Integrated Marketing

www.thema@nieuwemedia.com

Adviesgroep Nieuwe Media

Communications. Lincolnwood, Ill:

www.e-commerce.nl

Nieuwsbrief over Elektronisch

NTC Businessbooks.

Zakendoen

Schwartz, Ewan (1997). Webonomie. Amsterdam: Contact.

www.ecp.nl

Electronic Commerce Platform

www.innergy.com

Intranet Design Magazine

www.notenbomer.nl/internetmarketing

International Platform for Internet

‘Email overload: Exploring personal

Marketing

information management of email.’

Stimuleringsprogramma Opkomst

In: Sara Kiesler (ed.) Culture of the

Elektronische Diensten

internet (pp. 277-295). Mahwah, NJ:

spoed.wirehub.net

Whittaker, Steve & Candace Sidner (1997).

Erlbaum. N U M M E R

3 - M E I

1 9 9 9

D E

C O L U M N I S T

5


‘Dus u wilt een webtekst schrijven?’

Het Web kent geen lezers ‘Schrijven voor gebruikers die niet lezen.’ Dát is de paradoxale opgave waar je voor staat als je teksten voor een internetsite schrijft. Onderzoek heeft uitgewezen dat de gemiddelde websurfer de tekst scant en er de relevante zinnen of zinsdelen uitpikt. Hoe sneller hij de informatie vindt, hoe beter hij de tekst waardeert. Maar wat maakt nu een tekst tot een goede webtekst? Een aantal tips (met dank aan internetgoeroe Jakob Nielsen).

de vraag: ‘Wat is de levertijd?’ niet met: ‘De klant is bij ons koning. Wij weten als geen ander hoeveel waarde u hecht aan het snel in huis hebben van uw producten. Vandaar dat wij als credo hanteren: ‘vandaag besteld, morgen bezorgd!’. • Pas de conventionele schrijfwijsheden toe: een goede structuur, actief taalgebruik, taalgebruik afgestemd op de doelgroep, één idee per alinea en in die alinea de kernzin voorop.

Hypertekststructuur Kort, korter, kortst

6

Lezen vanaf een computerscherm gaat een kwart langzamer dan het lezen van papier. Daarbij komt dat veel mensen het lezen vanaf een beeldscherm vermoeiend vinden én een hekel hebben aan ‘scrollen’. Voldoende reden dus om je teksten zo kort mogelijk te houden. Wat je op papier in 100 woorden zegt, moet op het Web in 50. Probeer bovendien om je pagina’s binnen één schermgrootte te houden. Lukt dat niet, kies er dan voor om bovenaan de pagina een mini-inhoudsopgave te maken met hyperlinks naar elders in de pagina.

Hét kenmerk van een internetpagina is de mogelijkheid om hyperlinks te gebruiken. Zo kun je achtergronden, uitwijdingen en toelichtingen scheiden van het absolute ‘need to know’. Elke webpagina blijft op die manier kort en bondig, terwijl je op de totale website meer informatie kunt geven dan je op papier zou kwijt kunnen. Minder belangrijke links kun je onder aan de pagina groeperen onder een kopje ‘meer informatie’. Let er wel op dat je hyperlinks alleen gebruikt om je verhaal te splitsen in

afzonderlijke coherente pagina’s met ieder een duidelijk, afgebakend onderwerp. Gebruik hyperlinks niet om een lang - lineair - verhaal op te delen. Zet dus niet onderaan de pagina een hyperlink met ‘lees verder op de volgende pagina’. Dat vertraagt de leessnelheid en bemoeilijkt het printen.

Omgekeerde pyramide Webteksten vragen om een journalistieke schrijfwijze, ook wel bekend onder de naam ‘omgekeerde pyramide’. Zoals ik al eerder aangaf, scrollen websurfers nauwelijks. Begin daarom elke webpagina met het belangrijkste gegeven of met de conclusie van je betoog. Geef daarna de belangrijkste details en eindig met de achtergronden. Erik Meijerink Erik Meijerink (erik@de-jongens.nl) is tekstschrijver/communicatie-adviseur en mede-oprichter van Brouwer & Meijerink Communicatie in Groningen. Al sinds eind jaren ‘80 is hij verslaafd aan het Internet. Afkickpogingen hebben niet geholpen.

Meer informatie

Scanbaar Je lezers willen snel de gewenste informatie vinden. Zo ben je ze daarbij behulpzaam: • Gebruik veel opsommingen en tussenkopjes. • Laat kernbegrippen er uitspringen. Zet ze vet of gebruik de HTML-code <STRONG>. • Cursiveer spaarzaam. Cursieve tekst op een beeldscherm leest langzamer. • Kies voor betekenisvolle tussenkopjes in plaats van voor ‘leuke’ of ‘slimme’ aanduidingen. Zeg waar het op staat. Dus niet: ‘We staan langer voor u klaar’, maar: ‘Vanaf heden geopend van 08.00 tot 20.00 uur’. • Wees objectief. Holle marketingtaal wordt slecht gewaardeerd (maar helaas veel toegepast). Beantwoord bij de rubriek ‘veelgestelde vragen’

D E

C O L U M N I S T

Het internet biedt een schat aan informatie over het schrijven voor het Web. De beste startpunten zijn: • www.useit.com De internetsite van Jakob Nielsen. Alles over scannability, inverted pyramids, leessnelheid en dergelijke. • www.sun.com/980713/webwriting Sun Microsystem’s guide to writing on the web. • www.contentious.com Een webzine voor schrijvers en redacteuren van webteksten.

Sun Microsystem’s guide to writing on the web.

N U M M E R

3 - M E I

1 9 9 9


Werk in uitvoering door Perry ten Hoor

retourverkeer genereren. Eenmaal de boodschap gelezen hebbende geloof je het wel als gebruiker. Het is dus zaak om je bezoekers te stimuleren telkens opnieuw een kijkje te nemen op je site. Het is overigens verbazingwekkend te zien hoeveel bedrijven zijn blijven steken in deze eerste generatie site. Fase twee dus: terugkeer stimuleren. Je bouwt een mechanisme in dat bezoekers triggert om weer terug te surfen. ‘Mijn naam is Jan Patat en deze week zijn de frikadellen in de aanbieding. En volgende week? Kijk maandag op deze site!’ Het wordt pas echt interessant voor de surfende klant wanneer hij via interactie met de boodschapper direct persoonlijk nut kan bewerkstelligen. En eigenlijk begint hier het echte Internetverhaal. ‘Mijn naam is Jan Patat en wanneer je door middel van de buttons je keuze aangeeft en je adres invult is de bestelling binnen een kwartier bij je thuis.’ De laatste generatie sites gaan uit van een optimale benutting van de mogelijkheden van het medium Internet gekoppeld aan een verregaand klantdenken. Niet langer het bedrijf of de site staat centraal, maar de informatiebehoefte van de klant. Deze zoekt maatwerk in het woud van sites met soortgelijke onderwerpen. ‘Ik ben Jan Patat. U kunt hier terecht voor patat, maar als u bestek nodig heeft zorgen we daar ook voor. Klik hiervoor op een van de volgende links of vul uw persoonlijke profiel in zodat we u telkens op de hoogte kunnen houden van het laatste nieuws waarin u geïnteresseerd bent’. Dit betekent dus zorgen voor

verwijzingen op de eigen site (links) en voor verwijzingen naar de eigen site op andere sites (joint ventures). En aan profielvorming doen: geef de klant een stukje site, bouw een relatie op en zorg continue voor een update van informatie die voor hem van belang is.

Internut?

Een beetje organisatie ‘zit er inmiddels op’. De één voorzichtigjes met wat tekstjes en foto’s, de ander pakt fors uit met complete animatiefilmpjes op de homepage. De tijd dat informatici de scepter zwaaiden over het opzetten van Internetsites is gelukkig voorbij. Sporadisch wordt er nog wel eens een brochure integraal op Internet gekwakt, maar over het algemeen is de invloed van de communicatiedeskundige toch zichtbaar. Veel illustraties, objecten en foto’s als structuuraanduiders, niet te veel tekst met te kleine letters en veel aandacht voor een logische opbouw en bladerfunctie. Internet als medium stelt zo haar eigen eisen, evenals de gebruiker ervan. Over het strategisch inzetten van Internet bestaat bij veel bedrijven echter nog merkbaar veel onbekendheid. De meest gehoorde reden om op het net te gaan is omdat ‘de concurrent er toch ook opzit’. Maar dat is vanuit de klant geredeneerd wel wat al te kort door de bocht. Internet is toch vooral een middel om te communiceren met je doelgroep. En het is wat dat betreft grappig te zien dat er op Internet sprake is van verschillende generaties sites. Een oud-collega communicatiedeskundige illustreerde dit altijd met het volgende voorbeeld: stel je voor je hebt een frietkraam en je wilt friet verkopen via Internet. De eerste site zal er één zijn met één doel, aanwezig zijn op het net. De boodschap is simpel: ‘Mijn naam is Jan Patat en ik verkoop de lekkerste patat van de stad’. Naast de mensen die je via parallelle communicatie naar je site lokt (www.janpatat.nl op je patatzakjes bijvoorbeeld) zul je niet veel

Perry ten Hoor studeerde in 1991 af in de Nederlandse Taal- en Letterkunde (afstudeervariant Communicatie in Organisaties) aan de RUG. Na zijn studie heeft hij als communicatie-adviseur en accountmanager gewerkt bij de Informatie Beheer Groep. Momenteel is hij werkzaam als accountmanager bij het reclame-adviesbureau La Compagnie in Groningen. N U M M E R

3 - M E I

1 9 9 9

D E

C O L U M N I S T

7


Lustrum Als de op een na oudste universiteit van ons land viert de RUG op 12 juni aanstaande haar 385-jarige bestaan.

Verenigings nieuws

Reden voor een groot feest tot in de late uurtjes. Over deze unieke mogelijkheid om oude studie- en kroegvrienden te ontmoeten, heb je onlangs post ontvangen. Voorafgaand aan het feest (van 15.00 - 16.30 uur) organiseert Columni een discussiebijeenkomst met leden en vakgroepmedewerkers over de afstemming van de studie Communicatiekunde op de arbeidsmarkt. Wie via Columni geen kaarten heeft besteld voor het feest, kan nog terecht bij het Lustrumbureau (tel. 050-3636666).

8

Website De Columni-site op Internet (http:// odur.let.rug.nl/ck/alumni/columni.htm) begint er steeds professioneler uit te zien. Wim Vuijk ontwikkelt zich tot een heuse webmaster. Op de site vind je onder meer info over activiteiten, borrels, de Columnist en een digitale (proef)versie van de almanak. Neem ’m op in je bookmarklist!

Omdat we zowel een papieren als een (beveiligde) Internet versie maken, ontvangen we je gegevens het liefst per email. Vul daarom snel het elektronische formulier in op: http://odur. let.rug.nl/ck/alumni/fm-alum.htm.

Ledenbestand Het ledenbestand van Columni groeit gestaag. Op 1 april (en dit is geen grap) telde de vereniging 156 leden. We voeren een actief wervingsbeleid onder pas-afgestudeerden. Zij ontvangen enkele dagen na de buluitreiking een felicitatiekaart van het Columnibestuur, en krijgen een aantal weken later een informatiepakketje in de bus. Overige nieuwe leden komen vooral binnen door mond-tot-mond reclame. Dus, ken je nog oud-studiegenoten die geen lid zijn: verwijs ze naar onze website…

Almanak Vergeten je gegevens voor de almanak aan te leveren? Geen nood. Als je het voor 10 juni alsnog doet, krijg je ook een plaatsje in de Columni-almanak.

ALV Het is al weer geruime tijd geleden, maar op 7 november 1998 hield Columni haar jaarlijkse Algemene

Het forum discusieert met de leden tijdens de activiteit van 7 november. V.l.n.r. achter de tafel: Menno Hoexum, Sicko van Dijk en Yorien van den Hombergh.

Foto: Kees van der Mark

Ledenvergadering (ALV). De vergadering werd bezocht door zo’n vijftien leden, de forumdiscussie die daarop volgde trok gelukkig flink wat meer leden. Forumleden waren Yorien van den Hombergh, hoofd Voorlichting bij de Regiopolitie Groningen (zie ook het interview met haar in de vorige Columnist) en Menno Hoexum, chef nieuwsdienst van het Nieuwsblad van het Noorden. De discussie werd geleid door Sicko van Dijk, oud-student Communicatiekunde en tegenwoordig werkzaam bij Hemmen en Solarz Communicatie Groep. De volgende ALV zal naar verwachting in november van dit jaar worden gehouden. Meer nieuws daarover volgt.

C O L O F O N De Columnist is het officiële orgaan van Columni, Vereniging van Alumni Communicatiekunde Rijksuniversiteit Groningen. De Columnist verschijnt drie keer per jaar. Redactieadres: Vakgroep Taal en Communicatie T.a.v. redactie Columnist Postbus 716 9700 AS Groningen e-mail: columni@let.rug.nl Redactie: Liseth Kruisman Kees van der Mark Sandra Schuiten Bernice Spijker Vaste medewerkers: Perry ten Hoor Wim Vuijk Verder werkten mee aan dit nummer: Wiep Hamstra, Pieke Hoekstra, Anneke Kok, Erik Meijerink, Gisela Redeker Vormgeving en opmaak: Annette van Kelckhoven BNO, Groningen Reproductie: RCG, Groningen Het volgende nummer verschijnt in september. De deadline is 20 augustus. Kopij is welkom.

D E

C O L U M N I S T

N U M M E R

3 - M E I

1 9 9 9

columnist nr 03  

Officieel orgaan van Columni - Vereniging van Alumni Communicatiekunde Rijksuniversiteit Groningen

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you