Issuu on Google+

3e jaargang, nummer 6 - herfst 2000

verschijnt drie maal per jaar

De Columnist Officieel orgaan van Columni - Vereniging van Alumni Communicatiekunde Rijksuniversiteit Groningen

Communicatieadviseur in verkeersveiligheidsprojecten:

Het cement tussen de stenen Een spelend meisje valt aan een auto ten prooi als ze zonder te kijken de weg oversteekt om een vlieger te grijpen, een ge誰rriteerde bestuurder probeert tijdens het ritsen een appel weg te werken, een vrouw ligt na een ongeluk met haar hoofd tegen de voorruit gedrukt omdat ze haar gordel niet droeg. Allemaal beelden die ons te binnen schieten bij voorlichting rond verkeersveiligheid. Gezien op tv of op grote borden langs de snelweg. Wie niet beter weet, denkt bij dit onderwerp alleen aan mottoborden, spotjes op televisie en radio, en advertenties in de media. Maar communiceren in het kader van verkeersveiligheid is meer. Voorheen werd het communicatieve aspect van verkeersveiligheid vooral bepaald en ingegeven door Veilig Verkeer Nederland (dat tegenwoordig 3VO heet), maar in de provincie Groningen zijn daar sinds begin jaren negentig professionele communicatieadviseurs bij betrokken. Hun rol beperkt zich niet alleen tot de educatie en voorlichting aan weggebruikers.

Weg genomineerd In de provincie Groningen lopen op dit moment vier verkeersveiligheidsprojecten waarin communicatie een belangrijke rol speelt. Die projecten lopen op de meest gevaarlijke provinciale wegen in de provincie, wegen waar veel ongevallen plaatsvinden waarbij slachtoffers vallen. Het speciale aan deze projecten is dat er verschillende partijen meewerken aan het veiliger maken van de wegen. Denk aan politie, wegbeheerders zoals Rijk, Provincie, gemeenten, en dus ook 3VO. De instantie die bepaalt welke wegen op een gegeven moment worden aangepakt is het Regionaal N U M M E R

1 - M E I

Orgaan Verkeersveiligheid Groningen (ROG), waarin onder meer de genoemde partijen vertegenwoordigd zijn. Wanneer er een weg wordt genomineerd voor een nieuw project, wordt een deel van deze partijen bijeengeroepen. Afgelopen voorjaar ging er op deze manier een nieuw project van start in de omgeving van Leek. Vertegenwoordigers van de wegbeheerders - de gemeente Leek en de provincie Groningen - Regiopolitie Groningen, het Openbaar Ministerie en 3VO vormen daar nu een projectorganisatie die gedurende vijf jaar samenwerkt aan het verminderen van het aantal ongevallen met slachtoffers op de provinciale weg die door Leek gaat.

Kar trekken Al in het beginstadium van een verkeersveiligheidsproject - wanneer de samenwerking tussen de partijen wordt geconsolideerd in een vijfjarenplan - speelt de communicatieadviseur daarin een rol. Zeker wanneer deze door jarenlange ervaring in dit soort projecten kennis heeft van de 1 9 9 8

Inhoud Het instituut

3

Wat doe jij nou?

4

Scryption/Kunst & kroegen

5

Vakliteratuur

6

Werk in uitvoering

7

Verenigingsnieuws

8

problematiek en de wijze waarop de aanpak georganiseerd en gestructureerd zou kunnen worden. Bij de formulering van het plan van aanpak kan de communicatiedeskundige de kar trekken. Hij is er niet alleen om het communicatie- en educatieonderdeel van het plan te maken. De adviseur stimuleert de totstandkoming van het gehele plan, onder meer door te zorgen voor blauwdrukken. Want ook al is hij geen verkeersdeskundige, hij kan er wel voor zorgen dat de deskundigen - dus de betrokken partijen - ieder hun aandeel leveren. De communicatieadviseur zorgt er in dat stadium ook voor dat de betrokken partijen bij elkaar komen, maakt afspraken en zorgt dat iedereen ze nakomt, bewaakt voortgang en kwaliteit en houdt betrokkenen op de hoogte. De communicatieadviseur heeft dus een spilfunctie, vergelijkbaar met een motor. Dat blijkt ook later, in de loop van een dergelijk project, wanneer hij een jaarlijks communicatiewerkplan uitvoert. De (extern) adviseur zit dan in een projectteam Voorlichting samen met communicatiedeskundigen van de gemeenten, politie, provinlees verder op pagina 2 D E

C O L U M N I S T

1


cie en 3VO. Samen met hen stelt de adviseur plannen op en geeft hij ideeën vorm, alles op basis van voorstellen die hij vooraf opstelt. Hij zorgt er bovendien voor dat het team steeds samenkomt en voert daarnaast bilateraal overleg met de teamleden. Dat laatste gebeurt vaak daar waar het op details in de uitvoering aankomt. Daarbij valt te denken aan teksten van nieuwsbrieven of plaats en tijd van een promotieactie. En dat veelal op initiatief van de extern adviseur.

Onzichtbaar

2

Een bureau in Groningen dat meerdere communicatieadviseurs in dienst heeft die de genoemde stimulerende rol in verkeersveiligheidsprojecten vervullen, is Vogel & Mulder Communicatie. De communicatieadviseurs proberen niet alleen de stimulator te zijn in de projectorganisaties van verkeersveiligheidsprojecten, maar zijn als extern betrokkenen ook vaak een objectieve partij die de eenheid in het project probeert te bewaken. De adviseurs zorgen er bijvoorbeeld voor dat de communicatie vanuit een project eenduidig is. Die moet vanuit de gezamenlijkheid in de projectorganisatie plaatsvinden en niet vanuit één van de partijen. Zo is het bij het opstellen van persberichten van belang dat de rol van zoveel mogelijk partijen bij het betreffende nieuwsfeit wordt belicht. En wanneer de partijen verschillende belangen hebben, kan de adviseur de rol van bruggenbouwer spelen. De communicatieadviseur is door zijn actieve rol en spilfunctie ook intermediair wanneer het gaat om de publiekscontacten. De medewerkers van Vogel & Mulder zijn echter geen woordvoerder en verwijzen journalisten dan ook door naar de voorlichters van de partijen die bij een project zijn betrokken. Gesprekken met weggebruikers gaan ze wel aan. Op zo’n moment is de externe adviseur toch even

D E

C O L U M N I S T

woordvoerder. De adviseurs van Vogel & Mulder proberen echter zoveel mogelijk onzichtbaar te zijn.

Lopend archief Onzichtbaar zijn is soms echter moeilijk. De reden ligt met name in de vele contacten die de adviseur tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden heeft met de betrokkenen bij het project. Organiseren, acties op poten zetten, slogans verzinnen, borden laten maken, educatieve trajecten uitzetten, folders en nieuwsbrieven maken of publiciteit genereren. In al die uitvoerende werkzaamheden trekt de adviseur op met politiemensen,

Communicatie bij verkeersveilgheidsprojecten is meer dan alleen een kwestie van conceptontwikkeling en productie…

Foto: Peggy Limburg

baar is, want als communicatiemedewerker moet je immers vaak overal vanaf weten. Om er goed over te kunnen schrijven bijvoorbeeld. Daardoor komt het ook dat de communicatieadviseur in deze verkeersveiligheidsprojecten vaak alle inns en outs weet, alsof hij een soort lopend archief is.

Talenten De rol die de externe communicatieadviseurs in Groningse verkeersveiligheidsprojecten hebben, is speciaal. Iemand beschreef deze kort geleden nog als ‘het cement tussen de stenen’. Enerzijds zijn ze bezig met hun vak; en terwijl ze in hun dagelijkse werk daarnaast ook communicatieconcepten ontwikkelen voor bijvoorbeeld een IT-bedrijf of een communicatieplan opstellen in het kader van een regionaal ontwikkelingsprogramma, houden zij zich anderzijds bezig met dingen die in de ogen van hun vakgenoten misschien nietszeggend of onbelangrijk zijn. Zo geven ze de wegbeheerder een seintje wanneer ze horen dat een waarschuwingsbord langs een weg niet goed werkt en spelen ze reacties van weggebruikers aan hem door. Of ze kletsen bij met de mannen die net hun mottoborden in de berm hebben geplaatst, met als doel om ook hen bij het project te betrekken. Verkeersveiligheid begint immers bij de betrokkenen zelf. Deze rol in een verkeersveiligheidsproject is misschien niet meteen wat iemand verwacht als hij op academisch niveau is afgestudeerd in de communicatie. Toch moet je ook - of misschien wel juist - in dit soort gevallen je persoonlijke talenten benutten.

wegwerkers, ambtenaren, voorlichters, bestuurders en andere adviseurs. Op die momenten is het niet mogelijk onzichtbaar te blijven. Bovendien zijn de communicatieadviseurs soms de best geïnformeerde partij in een project. Iets wat verklaar-

N U M M E R

Peggy Limburg

6 - H E R F S T

2 0 0 0


Het instituut Ik heb nooit echt ergens anders gewerkt dat op het Instituut, dus ik weet niet of de vraag of je het werk niet eens flink zat bent elders ook zo vaak gesteld wordt. Maar ik kan het me niet voorstellen. Studenten en oud-studenten – de laatsten vaak verbaasd te horen dat je er nog steeds werkt – stellen de vraag vaak met iets van medelijden in de blik. Het wordt tijd dat ik deze vraag eens beantwoord.

Tijdens de koffie Ik zit op een kamer bij een collega. We drinken koffie na een vergadering. ‘Wat duurde dat weer dat werkoverleg, die discussie over de BA/MA-structuur, dat is toch allemaal onzin. Waar beginnen we aan, we gaan weer helemaal terug naar voor de tweefasenstructuur, naar het oude programma. Hebben we alles gehad komt dat weer’. ‘Nou dan heb je die flauwekul over het onderzoek nog niet gezien zeker. Heb jij al een brief gehad van het CLCG. Ze gaan nu die gedifferentieerde outputmeting hanteren. Alleen internationale publicaties tellen nog. Niet waar het over gaat, maar waar het in staat.’ Na een kwartiertje besluiten we allebei dat als we zouden kunnen, we direct ontslag zouden nemen. Wat zal je je leven verdoen op het Instituut, waar het niet meer gaat om de inhoud maar om de regelingen. Je kunt beter in Parijs gaan wonen en rustig gaan schrijven dan op de RUG blijven, om W.F. Hermans te citeren. Na een tweede kop koffie blijven we toch maar, want wij kunnen niet zoals Hermans van de pen leven, bij een ander bedrijf is het niet anders en hier kan je tenminste ook nog leuke dingen doen.

Tijdens de lunch Ik zit op mijn kamer met studentassistente Sonja, en we staren naar een stapel werkstukken die nagekeken moeten worden. We bladeren wat door de bovenste exemplaren en constateren dat het niet veel voorstelt. Dat gebeurde vroeger toch wel even beter. We kunnen allebei over vroeger praten, er iets heel anders mee bedoelen en het toch zeer met elkaar eens zijn. ‘Zullen we de stapel het raam uit kieperen, iedereen een acht geven en iets leuks gaan doen?’ Sonja besteedt de dag graag aan het doen van inkopen (gsm, kleren en kapper), zelf ga ik graag wat cd-zaken langs en kijk even bij De Slegte. Kortom we hebben wel wat beters te doen dan die onzin. We besluiten eerst maar te gaan lunchen, en achter de croissants bedenken we nog tien manieren om ons snel en makkelijk van het werk af te maken. ’s Middags zit Sonja op de kamer van een collega achter de pc en schrijft het ene opbeurende commentaar na het andere. We bespreken de resultaten en zijn niet ontevreden. Marieke, Suzan, Joop en Bas, ze doen het allemaal aanzienlijk beter dan de vorige week.

Op vakantie Het gebeurde dit jaar op 5 juni, op vakantie, op het terras van een restaurant op een heuvel in het Hongaarse Fot, 5 kilometer buiten Boedapest, waar ik voor de zevende keer mijn vakantie doorbreng, in het buitenhuis van de gastvrije familie Veer. We zitten aan de salade en de wijn, en kijken naar de lichtjes van de voorstad Ujpest. Het is 25 graden, een zwoel windje zorgt voor wat verkoeling na een warme dag. Ineens denk ik ‘Ik wil nooit meer terug naar het

O

Instituut’. En ik zeg het ook. Sterker nog, ik meen het ook. Tevreden over zoveel durf neem ik nog een slok. Dan weet ik dat de vakantie echt begonnen is. Maar na twee weken is alles en iedereen in Boedapest weer bezocht, heb ik deel 6 van Het Bureau uit en begint zelfs de reisgidsenverzameling uit de enorme kelder van het huis me te vervelen. Ik heb Albanië uit, ik ben door Bulgarije heen en de geschiedenis van Roemenië ken ik inmiddels ook. Ik begin maar weer aan een beschrijving van duizend jaar Berlijn en het Kremlin. Het wordt tijd dat we terug rijden.

Tijdens de concerten Om één uur in de middag zit ik op de grond voor de ingang van de hal. Er zitten al 15 mensen. Om drie uur zijn het er 40, om vijf uur 100 en om zes uur kan ik ze niet meer tellen. Om zeven uur gaat de deur open en ren ik (jawel!) naar het podium. Ik sta op de voorste rij, iets links van het midden. De zenuwen nemen nu sterk toe. Om 13 over 8 komt iemand op het podium de setlists bij het drumstel en de steel guitar plakken. Om 14 over 8 staat de band gereed. Om 15 over 8 klinkt het ‘Ladies and gentlemen, please welcome Columbia recording artist, Bob Dylan’. Een wat oudere man komt het podium op, krijgt een gitaar omgehangen en begint te zingen. Zijn stem schuurt en kraakt, hij tuurt tegen het schaarse licht in. Tussen half negen (wanneer ik weer een beetje over de zenuwen heen ben) en elf uur, een zin, een woord, een bepaalde intonatie, een stukje mondharmonica, een blik in de zaal, het reduceert het hele Instituut tot iets belachelijks. Tot onzin. De kenners juichen. lees verder op pagina 6

N U M M E R

6 - H E R F S T

2 0 0 0

D E

C O L U M N I S T

3


Wat doe jij nou? Naam

Evelien Vegers Afgestudeerd

augustus 1995 Studierichting

Communicatiekunde (propedeuse Geschiedenis) Werk

Coördinator bij DAGIN (Dutch Agricultural and Industrial Network) Lid/abonnee van

Jongeren Commerciële Club

4

Vervolgcursussen

Internationaal Ondernemen en cursussen Spaans in LatijnsAmerika

‘Na mijn studie ben ik eerst een tijdje gaan reizen in Latijns-Amerika, ook omdat ik mijn Spaans graag wilde verbeteren. Van deze taal had ik al tijdens mijn studie bijvakken gevolgd. Toen ik terugkwam was er niet een specifieke branche waarin ik werk zocht. Maar ik raakte al vrij snel betrokken bij een exportproject voor bedrijven die handelscontacten wilden leggen in het buitenland. Het project werd later doorgestart als een bedrijf, Top Trade Matching. Ik ben er zo’n twee jaar blijven werken als projectmanager. Vooral voor bedrijven die gericht waren op Spanje en Duitsland voerde ik marktverkenningen uit, en legde ik contacten met mogelijke handelspartners of agenten. Ook ging ik naar het buitenland om oriënterende gesprekken te voeren met bedrijven. Dat kon soms tot vreemde taferelen leiden. Zo bezochten we eens op verzoek van een bedrijf een aantal potentiële klanten in Duitsland. Omdat het om een verkennend bezoek ging, wisten we vaak niet wat we konden verwachten. Dus hadden we soms dagen waarop we het ene D E

C O L U M N I S T

moment nog in een sjiek kantoorpand ontvangen werden, en het volgende moment in ons mantelpakje bij een Turkse groentenboer of in een oude loods op een bouwterrein stonden. ‘Twee jaar geleden werd ik gedetacheerd bij DAGIN, een overkoepelende exportorganisatie met 25 leden die samenwerken op het gebied van internationale handel. Dat kunnen bedrijven uit het MKB zijn, maar ook een hogeschool als het Van Hall Instituut. Inmiddels ben ik hier officieel in dienst. Wij vormen het centrale punt, dat de gemeenschappelijke belangen van onze leden op exportgebied behartigt. Dat betekent dat ik een heel breed takenpakket heb: samen met mijn collega schrijf ik subsidierapportages, ondersteun ik bij buitenlandse mailingen, houd ik marktontwikkelingen in de gaten, vertegenwoordig ik de bedrijven als er bijeenkomsten van bijvoorbeeld het Ministerie van Economische Zaken gehouden worden, verzorg ik persberichten en brochures, maak ik een nieuwsbrief voor de leden, regel ik - indien nodig - afspraken voor leden in het buitenland, enzovoorts. Omdat de netwerkgedachte bij ons bedrijf heel sterk aanwezig is, ben ik

ook lid van de Jongeren Commerciële Club (JCC) in Groningen, een club waar jongeren (tot 37 jaar) uit het noordelijke bedrijfsleven elkaar door middel van bijvoorbeeld borrels, workshops of bedrijfsbezoeken kunnen ontmoeten en kennis kunnen uitwisselen. Natuurlijk vervult de club vooral ook een sociale functie. Ik ben er bovendien actief in de redactie van het ledenblad. ‘Hoewel het werken in de exportbranche geen bewuste keuze was en ik er gewoon ingerold ben, is het een richting waarin ik me uitstekend thuisvoel. Ik ben niet alleen met het communicatievak bezig, hoewel dat wel een wezenlijk onderdeel van mijn werk vormt. Ook het reizen en de contacten met het buitenland zijn natuurlijk aantrekkelijk. Wat ik vooral leuk vind, is dat ik met bedrijven in aanraking kom die in hele verschillende bedrijfstakken en over de hele wereld werkzaam zijn, van Oost-Europa tot China. Zo heb ik de ene dag te maken met de zuivelindustrie, en de volgende dag met bijvoorbeeld aardappelteelt of de bouw. Het is heel afwisselend werk, waar ik me voorlopig graag nog verder in wil ontwikkelen.’

N U M M E R

Bernice Spijker 6 - H E R F S T

2 0 0 0


De leden - afkomstig uit onder andere Groningen, Leeuwarden, Rotterdam en Utrecht - verzamelden op zaterdagmiddag 27 mei om 14.30 uur in het café van het Tilburgse Scryption, museum voor schriftelijke communicatie. De koffie en zelfgebakken appeltaart waren veelbelovend, maar verder was het opvallend rustig in het museum. Te rustig, want de dame die onze rondleiding zou verzorgen, kwam niet opdagen… Toen we de geschiedenis en de toekomst van het kantoor dan maar zelf gingen bekijken, viel dit qua omvang helaas een beetje tegen.

Bezoek Amazing Office op zaterdag 27 mei

Vooral borrel spreekt tot de verbeelding Foto: Berber van Oyen-Peenstra

Op zaterdag 27 mei kwamen twaalf Columni-leden vanuit heel Nederland in Tilburg bijeen voor de tentoonstelling Amazing Office. Deze in de pers veelbesproken tentoonstelling bleek niet zo opzienbarend, maar de aansluitende borrel maakte gelukkig alles goed.

5 Marit van Mil probeert de relaxstand uit van een futuristische bureaustoel, terwijl Marjan van Kampen de wiebelkruk test.

Gelukkig kregen we een compenserend drankje aangeboden en zat de stemming er al snel weer in. Onderwerpen als werk, Nieuw-Zeeland en kinderen passeerden de revue. Deze gesprekken werden om 17.00 uur voortgezet in Grand Café ‘De Verbeelding’, onder het genot van een borrel.

Het was enorm gezellig en al snel werden plannen gesmeed voor een kroegentocht in Groningen, langs bekende en vooral onbekende places to be (or not to be!). Na het uitstekende eten ging iedereen weer per trein of auto

Bezoek Groninger Museum

Kunst en kroegentocht Negen Columni-leden verzamelden zich op zaterdag 7 oktober, onder het genot van een kopje koffie met gebak, in het café van het Groninger Museum. Veel leden kwamen uit het westen, aangetrokken door de activiteit die ‘s avonds zou gaan plaatsvinden: de kroegentocht. Om 15.00 uur precies begon de rondleiding. Onze gids vertelde veel over de bouw en de architectuur van het Groninger museum. Naast de tijdelijke tentoonstellingen werd ook aandacht besteed aan het ‘restant’ van verschillende tentoonstellingen die al eens in het Museum te bezichtigen waren, zoals bijvoorbeeld de tentoonstelling ‘Haks was here’. De gids liep met ons door alle ruimten in het museum en vertelde over de verschillende bouwstijlen, het beleid van het N U M M E R

6 - H E R F S T

museum en vaak ook iets over de kunstwerken en de kunstenaars. Uiteindelijk eindigden we bij de tentoonstelling over Swip Stolk, de grafisch vormgever van het museum. Swip Stolk kreeg in de jaren zeventig landelijke bekendheid met zijn ontwerp van de VARA-haan en er was dan ook een volledige ruimte ingericht als VARA-studio. Van een rondleiding van twee uur krijg je natuurlijk dorst en dus werd

2 0 0 0

terug naar de eigen woonplaats. De kroegentocht heeft inmiddels plaatsgevonden (zie hieronder)! Berber van Oyen-Peenstra Mariska Holwerda

het tijd voor een borrel. In het NewsCafé aan de Grote Markt deden we ons tegoed aan biertjes, vlammetjes en bitterballen. De stemming zat er goed in en dit werd voortgezet tijdens het eten in eetcafé d’Ouwe Brandweer. Na het eten begon iedereen ongeduldig op de stoelen te wiebelen en werd het tijd om de kroegen in de stad te gaan (her)verkennen. Ook dat was heel gezellig. Naast ‘old time favorites’ als ‘Het Pakhuis’ en ‘De Spiegel’ werden ook ‘De Vlaamse Reus’ en ‘De Pintelier’ bezocht. Al werd het niet meer zo laat als tijdens onze studentenjaren, toch was de conclusie eensluidend: Groningen is zonder meer (nog steeds) een leuke plaats om te gaan stappen! Berber van Oyen-Peenstra Mariska Holwerda

D E

C O L U M N I S T


Vakliteratuur

vervolg van pagina 3:

door Kees van der Mark

6

Voor iedereen werkzaam in de communicatiebranche die is geïnteresseerd in het eigen vakgebied, is het eerder dit jaar verschenen boekje Carrière in Communicatie van Betteke van Ruler een aanrader. De ondertitel Feiten en cijfers, perspectieven en ervaringen geeft precies weer wat je in het boek, dat Van Ruler schreef met medewerking van Rob de Lange en Eveline Rogier, aantreft. De focus ligt daarbij op communicatiemanagement en -advies, maar ook andere communicatietaken blijven niet onbesproken. Diegenen die net als ik een bovengemiddelde belangstelling hebben voor feiten en cijfers, kunnen met dit boek hun hart ophalen. De resultaten van het door Van Ruler en De Lange uitgevoerde Trendonderzoek Communicatieberoepspraktijk 1999 komen zowel in de tekst als in

D E

C O L U M N I S T

talloze tabelletjes veelvuldig naar voren. Zo blijkt de verhouding man/vrouw onder communicatiemanagers ongeveer fiftyfifty te zijn, maar als je kijkt naar diegenen die zich uitsluitend met communicatie bezighouden en niet met andere taken ernaast, zijn de vrouwen duidelijk in de meerderheid. En als je wilt weten wat communicatieprofessionals zoal verdienen (stand: winter 1999), kun je op pagina 64 terecht. Het laatste hoofdstuk is geheel gewijd aan werken bij een bureau. Daaruit leer je onder meer dat 85 procent van de communicatieadviesbureaus minder dan tien medewerkers heeft en dat parttime werken er naar verhouding weinig voorkomt. Bureaus bestaan gemiddeld slechts zeveneneenhalf jaar, en bijna de helft haalt vijf jaar niet eens. De gemiddelde jaaromzet per bureau ligt op 2,9 miljoen gulden, maar iets minder dan de helft komt niet boven drie ton. Met ruim 21 miljoen aan inkomen voerde Bikker in Rotterdam de lijst in 1998 aan. De genoemde perspectieven en ervaringen vind je in aparte paragrafen aan het begin en eind van elk hoofdstuk. Daarin geven oude rotten (waaronder Anne van der Meiden, Paul Kok en Ben Warner) en nieuwkomers hun visie op het vakgebied. Opvallend is het verhaal van de 23-jarige Sandra Ajanaku, die al tijdens haar afstuderen door middel van een reeks competities bij WCRS, een bekend reclamebureau in London, terecht kwam als account executive. Geen goed boek zonder literatuurlijst.

Om elf uur evaluatie: hoeveel nummers waren nou anders dan gisteren en eergisteren en de dag ervoor, wat zei hij nou na nummer 4, nummer 7 was het mooiste van de tour totnutoe. De auto in, op naar Hamburg voor het volgende concert. Na een week voel ik me vies, gammel, en de rest hoor ik wel later op cd. Ik ga terug naar het Instituut. Hoe houdt die oude man dat vol?

De moraal van het verhaal Vaak hoor ik de mededeling ‘Ik zit er nu 5 jaar en ik moet echt weer eens ergens anders heen’. 5 jaar, dan ben je net ingewerkt op het Instituut. Ik vraag me altijd af wat er dan zo anders is elders. Alle Instituten zijn uiteindelijk hetzelfde, dus waarom zou je ergens anders heen gaan. Het paradijs wordt te vaak verward met het huis aan de andere kant van de straat.

door Wim Vuijk

Achterin Carrière in Communicatie staan onder de titel ‘Voor wie verder lezen wil’ zes pagina’s vol (over het algemeen vrij recent uitgegeven) boeken - die handig zijn ingedeeld in een achttiental rubrieken - en vaktijdschriften. De opsomming van nuttige Internetadressen ten slotte kan in deze tijd natuurlijk ook niet ontbreken. Ruler, Betteke van (2000). Carrière in Communicatie. Amsterdam, Boom. ISBN 90 5352 584 X / NUGI 656

N U M M E R

6 - H E R F S T

2 0 0 0


Werk in uitvoering door Perry ten Hoor

Post, post en nog eens Iedere dag zo rond een uur of half negen ’s ochtends verschijnt de CE-koerier aan de voordeur. Het is altijd weer een komisch gezicht. Twee handen die een enorme stapel post ondersteunen. Een paar benen die zoeken naar de weg en voorzichtig de drempel aftasten. En dan bovenop de stapel een kin die het geheel bijeenhoudt met iedere keer weer uit die scheve mond een verfrommelde ‘Gmmoeiesmmmogges’. Na de koerier is het de beurt aan Celly de receptioniste die als een volleerd PTT’er de post sorteert naar de geadresseerden binnen het pand. Rond half tien, tien uur heeft ieder z’n eigen stapel post op zijn eigen bureau en begint de selectie van wel of niet lezen. Iedere dag krijg ik naast de reguliere post, zoals klantencorrespondentie, borreluitnodigingen en vakliteratuur, gemiddeld zo’n vijf brieven van blije mensen. ‘Geachte heer Ten Hoor, Wij zijn blij u kennis te mogen laten maken met et cetera, et cetera’. Vaak is een blik op het onderwerp rechtsboven of de afzender linksonder al voldoende voor de beslissing. In vier van de vijf gevallen betekent dit de prullenbak. Slechts weinigen redden het om echt gelezen te worden. Nog minder haalt de stapel in het bakje ‘Actie ondernemen’. En het percentage brieven waar ik echt op reageer is nihil. Wat me opvalt is dat er over het algemeen nagenoeg niets wordt gedaan om de ontvanger te interesseren voor de boodschap, afgezien van wellicht een scherpe tekst (maar die moet je dan wel

eerst lezen). De Bleke Bettenbrieven rijzen de pan uit. Slechts enkele malen heb ik post gehad die me bezig hield en die me zelfs deed verlangen naar meer. De eerste betrof het een fleurige ansichtkaart van Debbie. Nu ken ik geen Debbie en herkende ik ook niet zo een-twee-drie het handschrift. En dat maakte de boodschap ook zo intrigerend. ‘Groetjes, Debbie’. Niet meer, niet minder, einde boodschap. Drie dagen later weer een kaartje. ‘We bellen misschien nog wel.’ Afzender Debbie. Weer drie dagen later vroeg ik Celly toen ze aan het sorteren was of er ook post van Debbie was. Ze keek me wat verbaasd aan. Maar er was weer een kaart. Deze keer echter vergezeld van een nieuw magazine. Debbie bleek managementassistente te zijn bij het betreffende blad en ze wilde graag met me in contact komen. Het blad zou bij uitstek geschikt zijn voor een bepaalde klantengroep van ons om in te adverteren. De andere DM-actie die me bij is gebleven was de reeks brieven van Frits die eindigde met een uitnodiging (inclusief consumptiebonnen) in een bekend café in Maastricht. Daar zou ik Frits ontmoeten en zouden we verder met elkaar kennismaken. Dit ging me letterlijk iets te ver. Het leuke van deze DM-actie was echter wel dat ik daags na de bewuste avond in Maastricht een laatste brief van Frits kreeg met een bijgesloten foto van hemzelf in het bewuste café omringd met allerlei mensen. Frits bleek een bureautje te hebben in Direct Marketing en was met deze actie op zoek naar nieuwe klanten.

Het is lastig om in de enorme overload aan post nog daadwerkelijk op te vallen. Soms zit het in kleine dingen, zoals terugkerende ansichtkaarten of brieven, soms helpt de grootte. Zo kreeg ik de opdracht plasmaschermen met de afmeting van 120 bij 60 bij 5 centimeter te promoten. Dit lastige product (winkelwaarde 40.000 gulden) moest middels een DM-actie in de Benelux aan de man worden gebracht. We bedachten een kartonnen uitvoering van de televisie op ware grootte (!), met de bedoeling deze per post te versturen. Gevolg: 500 potentiële kopers van het plasmascherm kregen via hún CE-koerier een enorme doos op kantoor bezorgd. Hier kon men letterlijk niet om heen. De doos kende een inhoud waarin de USP’s van het product verwoord stonden. Ook was een antwoordkaart bijgesloten waarmee ze een vertegenwoordiger in huis konden halen om tekst en uitleg te laten geven. De actie werd een succes en leverde bovendien als DM-actie een nominatie voor een landelijke reclameprijs op. Size does really matter!

post

Perry ten Hoor is werkzaam als account director bij reclame-adviesbureau La Compagnie te Groningen.

N U M M E R

6 - H E R F S T

2 0 0 0

D E

C O L U M N I S T

7


Algemene ledenvergadering

In een volgend nummer van de Columnist verschijnt een artikel over de huidige opzet en invulling van de studierichting CIW, want er is de afgelopen jaren veel veranderd.

Als je dit leest, is de jaarlijkse ALV (op 11 november) al weer gehouden.

Verenigings nieuws

Locatie was, net als vorig jaar, ‘De Bonte Koe’ aan de Spilsluizen in Groningen. In de volgende Columnist vind je een kort verslag van de ALV.

Almanak Ja, hij is al vele malen beloofd, de papieren almanak. Door drukke werkzaamheden van de almanakcommissie en om praktische redenen is inmiddels besloten de papieren almanak niet meer uit te brengen. Het blijkt dat de gegevens van de leden zo snel wijzigen dat een papieren almanak na korte tijd al niet meer actueel is. Dat wil overigens niet zeggen dat je wijzigingen in adres, werkgever, e-mail etcetera niet meer hoeft door te geven. De digitale almanak op de Internetsite van Columni (www.let.rug. nl/~vuijk/columni/almanak) houden we natuurlijk wel zoveel mogelijk upto-date. Omdat het vertrouwelijke informatie betreft is de digitale almanak beveiligd met een wachtwoord. Leden kunnen dit wachtwoord aanvragen via columni@let.rug.nl

8

Lustrum Columni

CK is nu CIW Zoals je misschien al weet is de naam van de opleiding Communicatiekunde (CK) per 1 september jongstleden veranderd in Communicatie- en Informatiewetenschappen (CIW). De site van de opleiding is dus ook aangepast: http://www.let.rug.nl/ciw/ Op zich niet zo spannend, maar in de rubriek algemene informatie is een onderwerp toegevoegd waar jullie mogelijk (hopelijk, gezien vanuit de opleiding) gebruik van kunnen maken: Informatie voor stagegevers. Hierop tref je informatie aan in verband met eisen aan een stageplaats, tussentijdse evaluatie en slotbeoordeling door de stagegever.

Foto: Kees van der Mark

Al enige tijd geleden hebben jullie een mail ontvangen over het eerste lustrum van Columni. In het jaar 20002001 wordt dat lustrum gevierd, maar

wat er gaat gebeuren, daarvoor is inmiddels een lustrumcommissie in het leven geroepen. Een vijftal leden heeft zich reeds aangemeld voor deze commissie. Zij zijn voortvarend van start gegaan en hebben hun eerste ideeën tijdens de afgelopen ALV toegelicht. Mocht je nog leuke suggesties voor het lustrum hebben, mail dan even naar columni@let.rug.nl

Op 18 mei vond de eerste van een reeks lezingen plaats waarin een Columni-lid vertelt over

Trouwvirus Het trouwvirus heeft afgelopen zomer flink toegeslagen in het bestuur: in drie weken tijd werden maar liefst drie bestuursleden in de echt verbonden! Op 27 juli gaf Anneke Kok het jawoord aan Gert-Jan de Volder, op 11 augustus gevolgd door Saskia Tuik, die met Johannes Breedveld in het huwelijksbootje stapte. Op 18 augustus trouwde bovendien bestuurslid Berber Peenstra met Sander van Oyen.

Internetsite RUG-alumni Algemene informatie voor RUG-alumni vind je op www.rug.nl/cis/alumni De site biedt wetenswaardigheden over de universiteit en haar alumni, de inhoud van Broerstraat 5, een discussiegroep, links naar alumniverenigingen, een eregalerij en nog veel meer.

C O L O F O N De Columnist is het officiële orgaan van Columni, Vereniging van Alumni Communicatiekunde Rijksuniversiteit Groningen. De Columnist verschijnt drie keer per jaar. Redactieadres: Vakgroep Taal en Communicatie T.a.v. redactie Columnist Postbus 716 9700 AS Groningen e-mail: columni@let.rug.nl Redactie: Liseth Kruisman Kees van der Mark Sandra Schuiten Bernice Spijker Vaste medewerkers: Perry ten Hoor Wim Vuijk Verder werkten mee aan dit nummer: Mariska Holwerda Anneke Kok Peggy Limburg Berber Peenstra Vormgeving: Annette van Kelckhoven BNO, Groningen Reproductie: RCG, Groningen

haar of zijn werk. Deze lezingen, gezamenlijk georganiseerd door Columni en de studentenvereniging SVOB, zijn vooral bedoeld voor laatstejaars studenten CIW en recent afgestudeerden. Het spits werd afgebeten door Aletta Hofstee, die werkzaam is bij KPN in Den Haag.

D E

C O L U M N I S T

Het volgende nummer verschijnt in de winter. Kopij is welkom.

N U M M E R

6 - H E R F S T

2 0 0 0


columnist nr 06