Page 1

Speel  leerthema ‘Tjoeke, tjoeke treintje’


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’ Periode: juni/juli. Veel kinderen zetten stoelen achter elkaar en spelen treintje. Alle kinderen zien treinen rijden. Niet iedereen is al eens met de trein weg geweest, maar de meeste kinderen kennen de trein wel en treinen imponeren. Bijna alle kinderen maken wel eens een uitstapje. Inhoud Reizen met de trein. Uitstapjes maken: ergens een ijsje eten, naar zee, naar de speeltuin, naar de dierentuin, picknicken. Woordenschat Woorden die tijdens het demonstratiespel in de grote groep al uitbeeldend uitgelegd worden en die tijdens het gezamenlijk spel en de begeleide activiteit in de rollenspelhoek of aan de vertelspeeltafel al spelend worden geconsolideerd:  instappen, vertrekken, stoppen, aankomen en uitstappen.  treinkaartje, controleren en afstempelen.  bestellen, 1 t/m 5, samen en betalen.  roze, wit en geel, groen  bibberen, nat en afdrogen, leg nu het accent op handdoek en droog.  wilde dieren: leeuwen en tijgers  gevaarlijk, bang en brullen  giraffe, lange nek en buigen,  omhoog-boven en omlaag-onder  glijden, glijbaan, klimrek, klimmen, durven  schommel, schommelen, op en neer Thematisch verwante woorden die aan bod komen bij de begeleide activiteiten in het atelier en aan de exploratiebak:  nat, droog, zand, loket, snippers, repen. Reken- taalbegrippen Hoeveelheidbegrippen: 1 t/m 3, klein, kleiner, groot, groter, rond, lang(er). Telwoorden: 1 t/m 5. Oriënteringsbegrippen: in, uit, omhoog, omlaag, boven, onder, op en neer. Reken-wiskunde-ervaringen Ballen, nat zand, van vorm veranderen. Vergelijken, hetzelfde zoeken: dezelfde kleur, dezelfde hoeveelheid ijsbollen. Lokaliseren waar iets of iemand is. Motorische ervaringen Het net-alsof uitbeelden van instappen, instappen, ijs verkopen en dieren. Het uitbeelden met handen vingerpantomime. Creativiteit Manipuleren met diverse materialen. Betekenis geven aan voorwerpen en spontane producten. Tekenen.

1


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’

Spelenleren in thematische samenhang in de diverse hoeken

Nb: tijdens spelen en werken moet er altijd ruimte zijn voor peuters om naast de thematische activiteiten bezig te zijn met eigen spelthema’s.

Themahoeken Trein (stoelen achter elkaar) Een loket om kaartjes te kopen. Een karretje met eten en drank om te verkopen. Een ijskraam met plastic bekertjes en gekleurde wattenbollen, een bakje met knopen of plastic euro’s.

Vertel-speeltafel In de loop van het thema wordt een grote vertelspeeltafel opgebouwd met in de 3e week een stationnetje, een strandje en zee in de 4e week een dierentuintje en in de 5e week een speeltuintje, die alle met elkaar verbonden worden door treinrails.

Lees-schrijf-kwebbelhoek U voegt onderstaande materialen toe. Liedjeskaartjes met liedjes over het thema. Aan de ene kant staat de tekst en aan de andere kant een afbeelding, zodat de kinderen weten welk liedje op het kaartje staat. Prentenboekje: ‘Varkentje gaat naar zee’ van Guido van Gnechten, Clavis, Hasselt Amsterdam 2008 Voor liedjes zie www.liedjeskist.nl

Atelier U voegt onderstaande materialen toe. Blanco treinkaartjes om op te krabbelen of te tekenen waar je naar toe gaat. Stukken karton in de vorm van een trein waarop ze kunnen kleuren, tekenen en plakken. wc-rolletjes met gleuven erin, zodat je de trein in twee rollen kunt duwen en dan heb je een ruimtelijk werkstuk.

Exploratiebak U voegt onderstaande materialen toe. Zand, schelpen en op de bodem een stuk blauw karton of piepschuim (de zee). (Vanaf week 4 ook popjes en bootjes, kleine badstof handdoekjes, piepkleine emmertjes).

Bouw-constructiehoek U voegt onderstaande materialen toe. Blokken, (houten) trein en rails. Ondergronden van karton. Plastic grasmatjes. Dierentuindieren.

Voorafgaand aan de start van het thema kopieert u de speelplankaarten uit bijlage 1, pagina 20 t/m 23.

2


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’ Liedjes en versjes voor de liedjes-versjesdoos

Zingen en samen net-alsof uitbeelden

Op melodie van ‘Vader Jacob’. Lekker ijsje, lekker ijsje, lik lik lik, lik lik lik. Smullen, smullen, smullen Smullen, smullen, smullen lik lik lik, lik lik lik.

Zingen en tegelijkertijd met een stift tekenen op een groot vel papier en uitbeelden Vooraf vertelt u over de trein en tekent de zeven wagentjes en de machinist.

(Zingen en uitbeelden) Op een klein stationnetje ’s morgens in de vroegte. Stonden zeven wagentjes netjes op een rij. En het machinistje draait er aan het wieletje Hakke, hakke, puf, puf weg zijn wij.

3


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’

Vingertelversje (opzeggen van de telrij t/m 5)

1, 2, 3, 4, 5 kleine visjes (de vingers worden een voor een opgestoken) die zwommen in de zee Sjjjjjt, daar komt de grote haai. (een bek gevormd door de andere hand komt eraan) Proetsjie, alle visjes zijn foetsjie. (de vingers verdwijnen in de bek) Extra Telspelletje (motorische oefening voor het latere vingertellen) U zegt hoeveel vingers er tegelijk omhoog gestoken moeten worden 2, 4, 3, 1, 5

4


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’

Speelwijzer voor ouders

Tjoeke, tjoeke treintje

We spelen deze maand met onze peuters dat we uitstapjes maken met de trein. We spelen dat we kaartjes kopen en met de trein opstap gaan. We spelen dat we een ijsje gaan kopen, naar de dierenuin, de speeltuin en het strand gaan. Een ‘strandtafeltje’ om op te spelen U legt een gele lap op een tafel (= strand) bedek het strand voor een deel met een blauwe lap (de zee). Leg schelpen en strandstoeltjes, mini handdoekjes op het strand, vissen en (gevouwen) bootjes op het water. Zet van doosjes of ©duplo gemaakte ijs-, vis- en patatkraampjes, een EHBO-post en enkele van constructiemateriaal geconstrueerde speeltoestellen op het strand. De popjes U kunt kant en klare houten of plastic poppenhuispopjes gebruiken. De kinderen kunnen ook zelf popjes maken van rolletjes of speelklei. Het is leuk om ook wat honden op het strand te zetten. Het spel U speelt samen:  zwemmen, afdrogen, zonnen, ijsje halen en opeten.  frietje kopen en eten.  papa en mama vallen in slaap, kindje loopt weg en is zoek, de hulpbrigade gaat zoeken en vindt het kindje weer.  spelen op de speeltoestellen, een kind trapt op iets scherps op het strand, naar de EHBOpost en voet verbinden. Een boekje om voor te lezen Ga samen naar de bibliotheek en zoek leuke prentenboeken en informatieve boeken over treinen, de dierentuin, de speeltuin en het strand, De medewerkers van de bibliotheek geven u graag advies. Veel speelplezier!

5


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’ 1e week over: op reis met de trein. Dagelijkse thematische activiteiten in de grote groep Iedere ochtend: demonstratiespel (vanaf 1,5 jaar) Woorden: treinkaartje, controleren, afstempelen. U zet een aantal stoeltjes achter elkaar. Dit is een trein. U zet een tafeltje neer dat is het loket. Een pedagogisch medewerker speelt eerst de kaartverkoper en daarna de conducteur en de andere pedagogisch medewerker is de reiziger. U speelt dat u een kaartje naar een bepaalde bestemming gaat kopen. U gaat bijvoorbeeld naar oma. U laat het kaartje met een getekende oma erop zien. U kiest iedere dag voor een andere bestemming U gaat in de trein zitten. De andere pedagogisch medewerker blaast op een fluit en steekt het ‘spiegelei’ (rood-groen) in de lucht. U en alle kinderen maken tjoeke-tjoek-geluiden. De trein vertrekt en de conducteur komt controleren, hij vraagt naar het treinkaartje. De reiziger zegt: ‘Hier is mijn kaartje’ en laat het zien. De conducteur zegt: ‘Ik zal het even afstempelen’. Herhaal dit spel een aantal malen. U toont de speelplankaarten ‘Tjoeke, tjoeke treintje’, ‘instappen’ en ‘rijden’, ‘groen’, ‘spiegelei’ en ‘stoppen’ en hangt ze op in de goede volgorde. Aan het eind van iedere ochtend of iedere middag gezamenlijk net-alsofspel (vanaf 1,5 jaar) Woorden: herhaling: instappen, vertrekken, stoppen, leg nu het accent op: aankomen en uitstappen. U zet alle stoelen achter elkaar de kinderen staan in een lange rij voor het loket. U laat de speelplankaarten ‘instappen’, ‘spiegelei’, ‘vertrekken’, ‘rijden’, ‘ijsje eten’, ‘speeltuin’, ‘dierentuin’ en ‘naar oma’ zien. U kiest samen met de kinderen een kaart met daarop waar we naar toe gaan. U kiest iedere dag voor een andere bestemming. U gaat in de trein zitten en vraagt de kinderen in te stappen. Om de beurt stappen ze in terwijl u steeds benoemt: ‘Stap maar in, Anneke, Amir stap maar in’ etc. De andere pedagogisch medewerker blaast op een fluit en steekt het ‘spiegelei’ (rood-groen) in de lucht. U en alle kinderen maken tjoeke-tjoek-geluiden. U zingt: ‘Op een klein stationnetje’. U roept: ‘Waar gaan we naar toe?’ Dan roept u: ‘Stoppen trein’. U stapt samen uit, loopt met zijn allen een rondje en stapt weer in op weg naar een andere bestemming. Dagelijkse begeleide thematisch activiteiten in een kleine groep Rollenspel (vanaf 3 jaar) Woorden: instappen, uitstappen, vertrekken en aankomen. U speelt hetzelfde spel als het demonstratiespel nogmaals met het kleine groepje. Een kind is nu conducteur en machinist. U hebt bakjes met kaartjes waarop getekend staat waar iedereen naar toe gaat. U kunt hiervoor de verkleinde speelplankaarten: ‘dierentuin’, ‘ijsje eten’, ‘speeltuin’ en ‘naar oma’ gebruiken en er nog een paar zelf maken met ‘naar zee’, ‘picknicken’ en ‘winkelen’ erop. U maakt een loket van een tafeltje en de kinderen kopen een kaartje. Als de trein gaat rijden mag een kind de kaartjes afstempelen met een ‘stempelstift’. Vereenvoudigd rollenspel (1,5 tot 3 jaar) Woorden: instappen, uitstappen. U zet stoetjes achter elkaar en gaat treintje spelen. Iedereen krijgt een kaartje, u gaat ze afstempelen.

6


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’

Manipuleren, ontdekken en benoemen, construeren (vanaf 1,5 jaar) Nodig Blanco stevig papier, kleurpotloden of wasco’s of viltstiften. Inleiding Iedereen krijgt een stevig stuk papier en tekenspullen. Activiteit Met wasco’s, stiften of potloden mogen de kinderen tekenen hoe en wat ze willen. U spiegelt en verwoordt wat u en de kinderen doen. U gaat bij ieder kind even zitten. U spiegelt en benoemt wat u doet en ervaart zoals: ‘Kijk nou, ik maak stippen’ of ‘Oh, allemaal strepen’. Geeft er iemand betekenis aan zijn product? U kunt zelf betekenis geven aan uw eigen product. Woorden die aan bod kunnen komen: strepen, rondjes, stippen, tikken, tekenen. Afsluiting Als iemand betekenis geeft aan zijn spontaan product, noteert u dat onder de tekening. Extra activiteit (vanaf 3 jaar) Stempelen en tekenen. Nodig Blanco kaartjes, viltstiften en stempelstiften. Inleiding U laat uw eigen treinkaartje zien. U vraagt: ‘Waar gaan we naar toe?’ U tekent dat op een kaartje. Alle kinderen krijgen kaartjes en viltstiften. Ze gaan kaartjes tekenen. U tekent en schrijft zelf ook. Sommigen gaan misschien wel net-alsof schrijven. U verwoordt en spiegelt. Daarna gaat u bij ieder kind langs en schrijft eventueel de door hen gedicteerde tekstjes op de kaartjes. Afsluiting Ieder kind krijgt een ‘stempelstift’ om de kaartjes af te stempelen. De kaartjes worden mee naar huis genomen of in het spoorwegloket gelegd.

Activiteiten met baby’s (1 op 1) Muzikale en talige activiteit Zet de baby op uw schoot en beweeg samen op en neer en zing het liedje: ‘Op een klein stationnetje’ (zie www.liedjeskist.nl) Op een klein stationnetje ’s Morgens in de vroegte Stonden zeven wagentjes Netjes op een rij En het machinistje Draaide aan het wieletje Hakke, hakke, puf, puf Weg zijn wij!

7


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’ Vrij spel in de hoeken Na afloop van de begeleide activiteit mogen de kinderen vrij spelen. U speelt kindvolgend mee door te spiegelen en verrijkt het spel van de kinderen door handelingen en/of voorwerpen en taal toe te voegen. Extra talige activiteiten tijdens vrij spelen en werken U leest dagelijks tijdens het vrije spelmoment 5 tot 10 minuten op interactieve wijze een thematisch verwant boek voor aan een groepje kinderen.

8


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’ 2e week over: met de trein naar de ijskraam Nodig: een zelfgemaakte ijskraam met: plastic bekertjes, gekleurde watten en ijslollies (ijslolliestokjes met daarop een uit stevig gekleurd karton geknipt waterijsjes Dagelijkse thematische activiteiten in de grote groep Iedere ochtend: demonstratiespel (vanaf 1,5 jaar) Woorden: bestellen, 1, 2 en 3 en betalen. U zet een paar stoelen achter elkaar en speelt samen met uw collega dat u een kaartje gaat kopen, instapt, kaartje afstempelt, stopt, een ijs met 1, 2 of 3 bollen koopt (aan een geïmproviseerd kraampje met plastic bekertjes en gekleurde watten) en weer instapt en terugrijdt. Speelplan U hangt de speelplankaarten ‘instappen’, ‘vertrekken’, ‘stoppen’ en ‘ijskraam’ op. Variatie of aanvulling: er worden 1, 2, 3 of 4 groene of gele of roze waterijsjes gekocht. Nb: als u alleen maar dreumesen heeft gaat u niet tellen. U stopt steeds een willekeurig aantal bollen ijs in een beker en rekent net-alsof af. Aan het eind van iedere ochtend of iedere middag gezamenlijk net-alsofspel (vanaf 3 jaar) Woorden: herhaling: bestellen, 1,2 en 3 en betalen. Leg nu het accent op roze, wit en geel. U zet in drie hoeken van het lokaal drie tafels neer. Één met een groot roze ijs erop geplakt, één met een groot geel ijs erop geplakt en één met een wit ijs. U gaat met zijn allen naar de gele ijskraam en koopt net-alsof gele ijsjes die net-alsof worden afgerekend en opgegeten. Het aantal ijsjes wordt steeds met de vingers weergegeven. U herhaalt dit met roze en witte ijsjes. Daarna speelt u een reactiespel: we kruipen allemaal naar de roze ijskraam, we lopen allemaal naar de witte ijskraam, we huppelen naar de gele ijskraam. Vereenvoudigd gezamenlijk net-alsofspel (1,5 tot 3 jaar) U zet in drie hoeken van het lokaal drie tafels neer. Één met een groot roze ijs erop geplakt, één met een groot geel ijs erop geplakt en één met een wit ijs. U gaat met zijn allen naar de gele ijskraam en koopt net-alsof gele ijsjes die net-alsof worden afgerekend en opgegeten. U herhaalt dit met roze en witte ijsjes. Dagelijkse begeleide thematisch activiteiten in een kleine groep Rollenspel (vanaf 3 jaar ) Woorden: telwoorden, roze , geel wit, betalen, kopen, bestellen, bollen. We spelen met tweetallen. U zet een lage smalle tafel neer met daarop voor ieder tweetal bekertjes, gekleurde watjes en geld. U verdeelt het groepje in tweeën. Per tweetal is een kind verkoper en gaat achter de tafel staan. Het andere kind is klant en die gaat voor de tafel staan. U speelt allemaal tegelijk. 1. Iedereen koopt bij u een kaartje naar de ijskraam. 2. Iedereen stapt in en ze vertrekken, u stempelt de kaartjes, de trein stopt en de kinderen stappen uit. 3. De klant bestelt een ijsje en zegt/wijst aan welke kleuren/smaken hij wil. 4. Het ijsje wordt klaar gemaakt en betaald. 5. Dan krijgt ieder kind een kaartje met daarop een ijsje met drie bollen, maar op de kaartjes zijn de bollen steeds anders gekleurd, dus een kind heeft een ijs met drie gele bollen en een ander kind een ijs met een witte en twee roze bollen etc. (zie bijlage 2) 6. Wisselen: de verkopers worden klant en de klanten worden verkoper.

9


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’

Vereenvoudigd rollenspel (1,5 tot 3 jaar) Alle kinderen gaan bekers vullen en legen. U speelt om de beurt met een kind mee. U spiegelt en voegt iets toe. Bijvoorbeeld beker vullen met ‘ijsbollen’, net-alsof afrekenen en proeven.

Manipuleren, ontdekken en benoemen, construeren (vanaf 1,5 jaar) Een beker met ijs Nodig Voor ieder kind ronde sponsjes in diverse formaten, een grote uit stevig beige papier geknipte ijsbeker en per tweetal een schaaltje met roze verf, een met witte verf en een met gele verf. Inleiding We gaan de reuze ijsbeker vullen met ijs. Activiteit Stempelen/wrijven naast en over elkaar heen. Praat over de ontdekkingen en benoem met de kinderen vanaf 2,5 jaar spelenderwijs de kleuren geel, wit en roze en groot, klein, groter, kleiner, piepklein, die is mooi rond, die is niet helemaal rond. Woorden die aanbod kunnen komen: rond, bol, geel, roze, wit, veel, weinig, groot, klein, groter, kleiner, rond. Afsluiting De ijsbekers worden opgehangen.

Extra activiteit voor alle kinderen Ieder kind verft twee doosjes. Die doosjes hebben ze in week 3 nodig om treintje mee te spelen. Activiteiten met baby’s (1 op 1) Sensopathische en talige activiteit Zet de baby met zijn luier aan in zijn blootje midden op een groot vel papier. Spuit verf om hem heen en laat hem met de verf manipuleren.

Vrij spel in de hoeken Na afloop van de begeleide activiteit mogen de kinderen vrij spelen. U speelt kindvolgend mee door te spiegelen en verrijkt het spel van de kinderen door handelingen en/of voorwerpen en taal toe te voegen. Extra talige activiteiten tijdens vrij spelen en werken U leest dagelijks tijdens het vrije spelmoment 5 tot 10 minuten op interactieve wijze een thematisch verwant boek voor aan een groepje kinderen.

10


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’ 3e week over: met de trein naar zee Idee prentenboekje ‘Varkentje gaat naar zee’ van Guido van Genechten, Clavis juni 2008. Dagelijkse thematische activiteiten in de grote groep Nodig: een vertelspeeltafel met een eenvoudig stationnetje, rails en een trein met een locomotief en drie wagonnetjes, een varkentje, twee poesjes, drie hondjes en vier haasjes, een strand met handdoekjes, emmertjes (doppen) en strandstoeltjes en de zee. Iedere ochtend: demonstratiespel (vanaf 1,5 jaar) Woorden: herhalen 1 t/m 4, samen (Nb: u biedt het tellen tot 10 aan maar gaat dat niet oefenen). Tafelspel U speelt dat Varkentje gaat vertrekken met de trein naar zee. Hij zit al klaar in de locomotief, maar daar komen twee poesjes aan. Die kunnen niet in de locomotief, dus springen ze in de eerste wagon. Varkentje telt: ‘Twee poesjes en ikzelf, dat zijn samen drie dierenvriendjes (passagiers). Dan komen er drie hondjes bij die in de tweede wagon springen. Een varkentje en twee poesjes en drie hondjes is samen 6 en tot slot komen er nog vier haasjes aangerend. Bij elkaar 10 dierenvriendjes die naar zee gaan. Eventueel vervolgspel Woorden: bibberen van de kou, nat, afdrogen. Tafelspel U laat de trein van Varkentje met de dieren naar het strand rijden. Ze stappen uit en gaan zwemmen in de zee (het is natuurlijk het leukste als u ze in echt water laat zwemmen, zodat ze ook echt nat zijn). Als ze uit de zee komen zijn ze nat en staan ze te bibberen van de kou, u droogt ze af en ze gaan ieder op hun eigen handdoekje liggen in de zon. U beeldt met ieder beestje bibberen van de kou, nat en afdrogen uit. Aan het eind van iedere ochtend of iedere middag gezamenlijk net-alsofspel (vanaf 3 jaar) Woorden: herhaling 1 t/m 5. Herhaal het demonstratiespel. U gaat het verhaal met de 3-jarigen met handpantomime uitbeelden. Daarna wordt het verhaal uitgebeeld. Handpantomime: een hand is de locomotief en daar zit Varkentje in (duim omhoog steken), Varkentje zegt: ‘Instappen maar’ (de duim beweegt als varkentje spreekt). In de andere wagon (de andere hand) stappen twee poesjes in (duim en wijsvinger omhoog steken) de trein gaat rijden naar zee. En de poesjes stappen een voor een uit. Varkentje rijdt terug en dan stappen drie hondjes in (duim, wijsvinger en lange vinger omhoog steken) die ook weer naar zee worden gebracht en een voor een uitstappen. Tot slot stappen de vier haasjes in (duim, wijsvinger, lange vinger en ringvinger) en worden naar zee gebracht. U zingt tussendoor ‘Op een klein stationnetje’. Als afsluiting vertelt u dat de dieren 5 kleine visjes in de zee zien (de vingers van een hand) en dat er een grote haai (een bek gevormd met de andere hand) komt om ze op te eten. U zegt het versje 5 kleine visjes (zie versjeskaart) op en beeldt het samen uit. Vereenvoudigd gezamenlijk net-alsofspel (1,5 tot 3 jaar) U zet alle stoelen in een lange rij achter elkaar, dat is de trein. U en de kinderen kruipen miauwend rond als poezen. De poezen stappen in de trein en de trein gaat rijden. U miauwt met zijn allen het liedje ‘Op een klein stationnetje’. Alle poezen stappen uit. U herhaalt dit spel maar nu zijn de kinderen honden en daarna konijnen.

11


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’ Dagelijkse begeleide thematisch activiteiten in een kleine groep Rollenspel (vanaf 3 jaar) Woorden: instappen en uitstappen,erbij de telwoorden t/m 5 U en de kinderen hebben ieder twee (vorige week geverfde) doosjes die met een touwtje aan elkaar verbonden zijn, een doosje is de locomotief en het andere doosje is de wagon. 1. Varkentje zit in de locomotief, twee poesjes stappen in, dat is samen 3 dieren en rijden maar. De twee poesjes stappen uit en drie hondjes stappen in etc. 2. Sluit af met het handpantomimespel dat beschreven staat in het gezamenlijk net-alsof spel van de 2e dag van deze week. 3. Bekijk en bespreek samen het prentenboekje ‘Varkentje gaat naar zee’. Vereenvoudigd rollenspel (1,5 tot 3 jaar) U en de kinderen hebben ieder twee (vorige week geverfde) doosjes die met een touwtje aan elkaar verbonden zijn, een doosje is de locomotief en het andere doosje is de wagon. Er liggen een heleboel knuffeltjes. De kinderen mogen ermee doen wat ze willen. U doet met ieder kind even mee. U spiegelt en voegt iets toe u laat uw doosje bijvoorbeeld rijden en u zegt: ‘Tjoeke, tjoeke treintje’. U laat beesten in en uitstappen. Zijn er kinderen die u imiteren? Tot slot bekijkt en bespreekt u samen met maximaal vier dreumesen het prentenboekje ‘Varkentje gaat naar zee’.

Manipuleren, ontdekken en benoemen, construeren (vanaf 1,5 jaar) Nodig Dienbladen met vochtig zand en schelpen. Inleiding U vertelt dat u met de trein naar het strand gaat. U pakt een dienblad met vochtig zand en schelpen. Activiteit Ieder kind krijgt een dienblad met nat zand en schelpen of u gaat met z'n allen om de zandtafel staan. Uzelf en de kinderen manipuleren met het zand en de schelpen. U ondersteunt weer bij ieder kind. U spiegelt en voegt taal en nieuwe handelingen toe. Woorden die aanbod kunnen komen: schelpen, weg, verstoppen, tevoorschijn, nat, veel, weinig. Afsluiting Alle schelpen worden verzameld in een bak. Extra rekenactiviteit voor de 3-jarigen Mogelijke taal die aan bod komt: groot, groter, klein, kleiner, dezelfde, anders, dik, dun, telwoorden. Ieder kind krijgt een portie schelpen. De kinderen en u gaan manipuleren. U spiegelt en verwoordt. U kijkt of kinderen spontaan patronen gaan leggen, dezelfde soort bij elkaar zoeken etc. U legt zelf eens een rijtje of een torentje van groot naar klein en kijkt of kinderen dat oppikken. U zoekt dezelfde kleur schelpen bij elkaar en zegt bijvoorbeeld: ‘Ik leg alle bruine bij elkaar. Ik heb drie bruine en maar een witte schelp’. Kinderen zullen spontaan ook dezelfde gaan zoeken en gaan tellen. U praat samen over de ervaringen. U spreekt uw verwondering uit. Zoals: ‘Kijk nou, deze schelp past in deze en daar past weer zo’n heel kleintje in’. Bevraag de kinderen niet maar lok ze uit door opmerkingen of stel een vraag aan uzelf. Zoals: ‘Goh hoeveel zouden er dat nu zijn?’ of ‘Zou die schelp in die passen?’ of ‘Nou ik kan geen dezelfde vinden’. Na deze week worden de schelpen verdeeld over de bouwhoek, de huishoek, het atelier en de zandwatertafel, zodat de kinderen overal met de schelpen kunnen spelen

12


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’

Activiteiten met baby’s (1 op 1) Talige en sensopathische activiteit U zet de baby op uw schoot. U gaat samen aan tafel zitten. Voor u staat een dienblad met grote stevige schelpen. U laat de baby de schelpen betasten. U reageert op wat de baby doet. U verwoordt wat de baby doet en ervaart. Tot slot speelt u kiekeboe door een schelp te bedekken met uw hand en kiekeboe weer tevoorschijn te laten komen.

Vrij spel in de hoeken Na afloop van de begeleide activiteit mogen de kinderen vrij spelen. U speelt kindvolgend mee door te spiegelen en verrijkt het spel van de kinderen door handelingen en/of voorwerpen en taal toe te voegen. Extra talige activiteiten tijdens vrij spelen en werken U leest dagelijks tijdens het vrije spelmoment 5 tot 10 minuten op interactieve wijze een thematisch verwant boek voor aan een groepje kinderen.

13


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’ Bijlage 1: Speelplankaarten ‘Tjoeke, tjoeke treintje’

stoppen

naar de ijskraam

14


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’

naar de speeltuin

naar de dierentuin

15


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’

treinkaartje kopen

treinkaartje afstempelen

16


Speelplezier, Speel  leerthema 9 ‘Tjoeke, tjoeke treintje’ Bijlage 2: Kaart met ijsjes

Kopieer de kaartjes enkele malen, kleur ze in en gebruik ze voor de verkoop van ijsjes

17

Speel-leerthema Tjoeke, tjoeke treintje  

Drie weken uit een thema Speelplezier

Advertisement