Page 1

Bureau Balistraat Sommige mensen doen een studie in deeltijd naast hun kantoorbaan in het bedrijfsleven. Voor deeltijdstudent hbo-rechten Boas Baracs is dat anders; hij waakt in het dagelijks leven als agent in zijn politieauto over de stad. ‘Mijn allereerste reanimatie was heel heftig.’ tekst Clara van de Wiel / foto’s Bas Uterwijk

V

orige week zat agent in opleiding Boas Baracs (26) in deze kantoortjes nog voor zijn tentamen Europees recht te studeren. Vandaag niet. Nu vindt op de eerste etage van bureau Balistraat de briefing plaats voor de dagdienst van 14.00 tot 23.00. Met aantekenboekjes in de aanslag kijkt een vijftiental agenten geconcentreerd naar een powerpointpresentatie. Op het scherm verschijnt een grote foto van Mohammed. Hij komt deze week vrij na anderhalf jaar in de gevangenis. Geboortejaar: 1989. Ook weer op vrije voeten: Theo; die je kunt uittekenen met een borrel in café Pleinzicht. Laatste keer

gesignaleerd tijdens het zoveelste huiselijk geweldsincident. Inspecteur Gerrit kent hem goed. ‘Geen verkeerde vent, maar als-ie gedronken, wordt het een asbak.’ Een keertje extra langs het huis van zijn ex in de Celebesstraat rijden kan dus geen kwaad. Ondanks dat Theo al een huisverbod heeft. Gerrit: ‘Als mevrouw ook een borrel op heeft, is het net een mens. Dan laat ze hem toch weer binnen.’ 14.30 De politieauto rijdt in rustig tempo de straat uit. Boas doet vanmiddag de noodhulp, samen met collega Dennis die achter het stuur zit. Elk moment kan via zijn porto een oproep komen voor bureau Balistraat. Ze rijden rond in

Melding van mishandeling op de De Ruyterkade

6

FoliaMagazine

Amsterdam-Oost, een wijk in opkomst. Vooral rond het Javaplein schieten de hippe horecagelegenheden als paddenstoelen uit de grond. Maar Oost heeft ook een andere kant. De problemen met hangjongeren zijn er groot en er is relatief veel armoede. Vandaag komen er vooralsnog via de porto vooral meldingen in Amsterdam-West voorbij. Man onwel in een supermarkt aan het Bos en Lommerplein. Overval in een winkel in Oud-West. ‘Soms gebeurt er uren helemaal niks. Maar je moet altijd klaar zijn om weg te kunnen rennen,’ vertelt Boas. ‘Een van mijn eerste periodes liep ik bij een bureau in Aalsmeer. Na uren verveling kwam toen plotseling de melding “assistentie collega”. Dan is er een collega in grote nood; dat is een van de heftigste oproepen. Dit keer bij een gewapende overval. Zo leer je wel dat je nooit achterover kan leunen.’ 15.38 Terwijl we rondjes blijven rijden tikt Boas af en toe een kenteken in op de MobiPol, een soort TomTom waarmee elke politieauto is uitgerust. Zo kan hij direct zien of een auto staat gesignaleerd, of dat er iets mis is met de keuring of verzekering. Drieëneenhalf jaar zit hij inmiddels op de politieacademie. Nog zes maanden, dan krijgt hij de vierde streep op zijn uniform en mag hij zich hoofdagent noemen. Na het vwo hield hij het twee jaar vol op de geneeskundeopleiding. ‘Al die boeken uit m’n hoofd leren, dat trok me totaal niet.’ Na een jaartje politieschool besloot hij er ‘een echte studie’ bij te gaan doen. Een deeltijdopleiding rechten aan de HvA. ‘Je hebt op de politieschool maar weinig lesuren.


Boas (l) en Dennis

En ik dacht ook: daarna heb ik nog niet eens een officieel mbo-diploma. Op mijn cv staat het toch wel goed als ik hbo heb gedaan. Ook als ik binnen de politie verder wil.’ 16.32 Oproep voor 2301: ‘Er is een lichaam aangetroffen in een Zeeburgse woning. Buren hebben melding gemaakt, naar verwachting is het slachtoffer al een tijdje dood.’ Terwijl de auto met tachtig kilometer per uur naar de woning rijdt, belt Boas naar het bureau om het adres door de politiesystemen te halen. Uitkomst: Meneer Vissers, één zus als enige naaste familie. 16.42 Meneer Vissers woonde op de vierde etage. Uit de achterbak gaan het zwarte stalen ramwapen en de reanimatiekit, compleet met beademingsmasker en defibrillator, mee naar boven. ‘Je weet maar nooit, hè,’ zegt Dennis. De cafévrienden van meneer Vissers staan voor de deur te wachten. Na een week afwezigheid in het café waren ze poolshoogte komen nemen. Via het balkon hebben ze hun drinkmaatje al zien liggen. Nu moet alleen de deur nog open. Geen eenvoudige opgave: met flinke kracht beuken Dennis en

Boas om en om minutenlang op de deur in. Een oorverdovend lawaai, maar de deur geeft geen millimeter mee. De onderbuurvrouw komt verstoord een kijkje nemen. ‘Nou ja, de deuren hier zijn in elk geval wel goed,’ mompelt ze. 16.48 Binnen vijf minuten rijdt de brandweer de parkeerplaats op, op een paar meter gevolgd door de ambulance. In colonne lopen acht

‘Soms gebeurt er uren helemaal niks’ brandweermannen de trap op om het beukkarwei over te nemen. Na een tiental ferme stoten geeft de deur het op en zwiept open. De gang ligt bezaaid met post, folders en lege flessen. Op de slaapkamervloer ligt het stoffelijk overschot van meneer Vissers, een fles port binnen handbereik. Al een poosje geleden overleden, constateren de ambulancebroeders. ‘De stijfheid is alweer weg. Na vierentwintig uur wordt een lichaam weer slap,’ legt een broeder uit. Maar

om uitsluitsel te geven over overlijdenstijdstip en doodsoorzaak moet eerst nog de schouwarts langskomen. Standaardprocedure voor een overlijdensgeval zonder directe getuigen. Boas: ‘In principe gelden dit soort gevallen altijd als een onnatuurlijke dood.’ 17.00 De ramen in de woonkamer zijn door Dennis wijd opengezet. Veel meubels staan er niet. Een bank, een televisie, een klein tafeltje en een ladekastje. De foto’s aan de muur zijn zo vergeeld dat nog amper te zien is wat ze voor moeten stellen. Op tafel ligt naast een paar uitgedroogde mandarijntjes en volledig bruine bananen meneer Vissers’ uitvaartpolis. ‘Bizar,’ vindt Boas. ‘Hij voelde het kennelijk aankomen.’ Het bestaan van een zus wordt bevestigd door een kerstkaartje. Onder in een la vindt Dennis ook een grote foto van een vrouw. Een vriendin? De zus? Als stille getuige ligt de tv-gids open op woensdag 11 april, inmiddels een week geleden. 18.00 Op de flatgalerij is het wachten op de schouwarts. ‘Nu missen we dus het eten,’ bromt Dennis. Veel lijken heeft Boas in zijn tijd bij de

FoliaMagazine

7


18.35 ‘Goedenavond!’ In rustig tempo komt de schouwarts de trap op gesjokt. Eerst moet het lichaam omgedraaid worden. ‘Die buik is als een trommel zo gespannen. Daar gaan waarschijnlijk flink wat gassen vrijkomen.’ Daarmee blijkt niks te veel gezegd. Langzaam maar zeker verspreidt een indringende lucht zich in het appartement. Het is een weeïge geur die nog het meest doet denken aan bedorven voedsel op een hete zomerdag. De lijkvlekken op de rug van het lichaam bevestigen: deze man ligt er al een tijdje. ‘Waarschijnlijk alcoholvergiftiging,’ verklaart de arts. Met vierendertig

‘Regen is de beste diender’

Politieonderzoek in de woning van meneer Vissers

politie nog niet gezien. Ook andere traumatische ervaringen zijn hem bespaard gebleven. ‘Mijn allereerste reanimatie was wel heel heftig. Dat was in de kajuit van een heel klein bootje waardoor ik het helemaal alleen moest doen.’

8

FoliaMagazine

Nachtmerries heeft hij er nog nooit van gehad. ‘Iedere agent gaat op zijn eigen manier om met heftige ervaringen. Ik praat er graag over, ook met vrienden en familie. Maar sommigen stoppen het liever weg.’

jaar dienst heeft de langstzittende schouwarts van de stad inmiddels al wel wat lijken voorbij zien komen. Of hij nog wel eens ergens van schrikt? ‘Zaken met kinderen blijven ontzettend moeilijk.’ Geroutineerd vinkt hij de punten op zijn formulier aan. Een A-formulier, voor een natuurlijke dood. Niets wijst immers op een andere doodsoorzaak. Twee jonge agenten zijn inmiddels gearriveerd om Boas en Dennis af te lossen. Zij mogen gaan eten. 19.00 In de kantine aan de Balistraat zijn de meeste mensen inmiddels al uitgegeten. Dennis


Met hulp van de brandweer wordt de deur ingebeukt.

heeft een flinke bak Surinaams eten van thuis mee, Boas smeert boterhammen met salami. De laatste hap is nog niet genomen of de heren schieten in hun jas. Het alarm is afgegaan bij het jongerencentrum. 19.04 Als de politieauto het pleintje oprijdt staan er al een paar, vooral Marokkaanse, jongeren voor de deur van het buurthuis. De ontvangst is niet al te hartelijk. ‘We doen toch niks!’ snauwt een jongen, terwijl Boas en Dennis naar binnen gaan. Met verbazingwekkende snelheid stroomt het pleintje vol met jeugd. Het blijkt vals alarm. De in bontkragen gehulde jongeren kijken de wegrijdende auto met argwaan na. ‘Ik weet van deze toevallig geen namen, maar het zijn allemaal boefjes,’ zegt Dennis. Boas: ‘Het probleem met de jeugd hier is dat ze niet weten wat ze moeten doen. Ze vervelen zich te pletter.’ ‘Pff,’ snuift Dennis. ‘Laat ze dan lekker een boek lezen. Of huiswerk gaan maken.’ In de wijk heeft de politie niet bepaald een goede reputatie. Dat is soms best moeilijk, vertelt Boas. ‘Dan hou je gewoon echte boeven aan, komt de hele buurt alsnog in opstand.’ Laatst nog, toen twee overvallers van een avondwinkel werden opgepakt. ‘Toen was de moeder van een van die jongens onder de politieauto gekropen, zodat we niet weg konden.’ Op het bureau drinken we een kop koffie. Boas slaat een collega-agent lachend op de

rug. ‘Weet je wat ik een van die meisjes in het clubhuis hoorde zeggen? Die agent buiten is echt kapot lekker!’ 20.01 We zijn terug op pad. Dennis blijft de avond binnen achter de radar, zijn plek wordt overgenomen door Jelle. Door een miscommunicatie weet mevrouw Vissers niet dat zij zelf moet regelen dat haar overleden broer wordt weggehaald. Aan Boas en Jelle de taak haar dat te gaan vertellen. ‘Anders wordt dat lijk door niemand opgehaald,’ zegt Jelle. Mevrouw Vissers is niet thuis. Ze is een paar huizen verderop opgevangen door de buren. Trillend zit ze er

‘Zaken met kinderen blijven ontzettend moeilijk’ op de bank. Dat haar broer gister helemaal niks van zich had laten horen op haar verjaardag had ze al zo raar gevonden. ‘We waren maar met z’n tweetjes. Altijd. Hij zei altijd: “M’n zussie is m’n alles.”’ Boas vertelt haar over de foto die we in de woonkamer hebben gevonden. ‘Nou kijk, zo heeft hij toch nog afscheid van je genomen!’ roept de buurvrouw uit. ‘En deze politiemensen zeiden net dat hij in de slaapkamer is gestorven. Dat is toch prachtig, in z’n slaap!’ Mevrouw Vissers kalmeert wat. ‘Maar ik wil er zelf niet heen hoor. Dan werp ik mezelf in het water,’

fluistert ze ineens paniekerig. ‘Nou mevrouw, dat moeten we dan misschien maar niet doen,’ zegt Boas rustig. Buurman Theo heeft inmiddels het uitvaartbedrijf gebeld. Het lichaam wordt opgehaald, wij kunnen verder. 20.34 Oproep voor bureau Balistraat. Op de De Ruyterkade is een donkere jongen op de grond geslagen. Met loeiende sirenes racen we over de Prins Hendrikkade. Signalement van de daders: vier Russisch uitziende jongens. ‘Hoe zien die er in godsnaam uit?’ mompelt Boas. Aangekomen bij de ponthaven stikt het inmiddels al van de politie. Van het slachtoffer geen spoor meer. ‘En nou neemt de getuige ook zijn telefoon al niet meer op,’ moppert Boas. Geen slachtoffer, geen dader en geen getuige: terug naar de eigen wijk. De adrenaline waarmee we zojuist richting station snelden, ebt snel weg. Voor agenten geeft het wachten op een melding een dubbel gevoel. Boas: ‘Aan de ene kant hoop je natuurlijk niet op misdrijven. Maar het is wel leuk als er iets gebeurt en je in actie kunt komen.’ Dat beaamt Jelle. Hoewel: ‘Aan elke melding zit natuurlijk ook weer uren tikwerk vast.’ 21.30 Oproep voor bureau Balistraat. Een man op de Dappermarkt heeft gepind, een bonnetje gekregen, maar geen geld. Misschien is het apparaat geskimd? In de stromende regen staat een donkere man bij de automaat te wachten. ‘Heeft u de bank al gebeld meneer?’ vraagt

FoliaMagazine

9


(advertentie)

Startup Award

Jaarlijks reikt Folia een prijs uit aan student(en) met een veelbelovend ondernemingsplan. Deelnemers moeten student zijn of nog geen twee jaar zijn afgestudeerd bij UvA, HvA, VU, Inholland (Amsterdam, Haarlem of Diemen) Finale 6 juni in Pakhuis De Zwijger. Voor meer informatie www.foliaweb.nl/startupaward

het platform voor hoger opgeleid Amsterdam folia_startup_award_A4.indd 1

4/15/12 5:32 PM


Boas. Daar heeft de meneer helemaal niet aan gedacht. Een kort telefoontje met ING maakt duidelijk dat de geldcassettes op zijn. Niks aan de hand dus. Is het niet frustrerend dat mensen voor dit soort dingen de politie bellen? ‘Een beetje misschien,’ zegt Boas. ‘Maar als ik hiermee iets aan het beeld van de politie kan veranderen doe ik dat graag.’ Terwijl we de straat uitrijden stoot Boas Jelle aan. ‘Maak eens even een U-turn. Daar staan drie hoodies bij de juwelier naar binnen te kijken.’ Soms lijkt het of werkelijk alles door de agenten gezien wordt. Geen persoon blijft onopgemerkt, geen binnenpleintje niet gecheckt. Als we rondjes rijden op het Sumatraplantsoen lopen er alleen een paar figuren de hond uit te laten. Het water komt nog steeds met bakken uit de lucht. ‘Op een mooie avond staat het hier helemaal vol met hangjongeren,’ vertelt Jelle. ‘Regen is de beste diender.’ 22.01 Op de Palembangstraat is een verdachte aangehouden door agenten in burger. Waarom blijft voor ons onduidelijk, maar wij mogen hem ophalen. Het blijkt Ahmed, geboortejaar 1993 en een bekend gezicht voor de agenten. Hij is klein, iel, en zit diep weggedoken in zijn glimmende jas. Gedwee laat hij zich op de achterbank zetten. ‘Mag ik je aankijken?’ vraagt Boas. ‘Ik hou liever m’n capuchon op,’ mompelt de verdachte. Terwijl we naar het cellencomplex in Amsterdam-Noord rijden legt Boas de procedure uit. ‘Maar je weet het eigenlijk al hè. We gaan je inboeken. En je hebt recht op een advocaat.’ Voorzichtig probeert hij te achterhalen wat er gebeurd is. Het blijft onduidelijk, maar Ahmed heeft iets ‘gevonden’ dat eigenlijk gesignaleerd stond. ‘Ik kan niet eens wegrennen. Mijn voet is

Linksboven: In bespreking met de schouwarts over de doodsoorzaak Rechtsboven: Boas noteert de bevindingen van de ambulancebroeders.

gekneusd.’ Terwijl de regen op de voorruit slaat, probeert Boas een gesprekje op gang te brengen. ‘Je was al een tijdje niet meer in de picture, hè?’ ‘Hmm.’ ‘Ik zag je altijd met je kranten. Doe je dat nog steeds?’ ‘Ja.’ ‘Ik vind dat knap man. Elke dag om 05.00 uur. Ik zou het niet kunnen.’ Bij aankomst wordt Ahmed in een aparte ruimte gefouilleerd. Hij blijft vannacht in de cel, wij zetten koers terug naar de Balistraat. ‘Ahmed zit hier soms wel vijf keer per week,’ vertelt Boas. ‘Dat hij zo rustig meegaat zegt natuurlijk ook wel genoeg. Kennelijk is de situatie thuis voor hem niet veel beter.’

23.00 uur Debriefing in de kantine aan de Balistraat. ‘Is Ahmed weer meegenomen? Wat was zijn excuus deze keer?’ vraagt inspecteur Gerrit. Boas vertelt over de gekneusde voet: ‘Van het voetballen.’ ‘Ja ja, harde ballen, hè!’ lacht Gerrit. De dag zit erop, Boas bergt zijn uniform op in zijn kluisje. Het was zijn laatste dienst op de Balistraat. Volgende week start zijn laatste lesperiode op bureau Waddenweg in Noord. Jelle heeft morgen de nachtdienst. ‘Dus vanavond ga ik het laat maken, zodat ik morgen de hele dag kan pitten.’ Buiten rijdt de politieauto alweer langzaam de straat uit. Het is opgehouden met regenen. yyy De namen van de betrokken burgers zijn om privacy­redenen gefingeerd.

FoliaMagazine

11

Politie  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you