Page 1

BOEK 5

STADSPROJECT ANTWERPEN - PARAMARIBO 2008

STRATEGISCH RUIMTELIJK MASTERPLAN BINNENSTAD: PROGRAMMA’S EN PROJECTEN

Bert Claes en Wim Debaene Masterproef aangeboden voor het behalen van het diploma van Master in de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning Academiejaar 2009-2010 promotoren:

Hendrik Van Geel Hardwin De Wever Heidi Vandenbroecke

Artesis Departement Ontwerpwetenschappen Opleiding Master in de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning Mutsaardstraat 31, 2000 Antwerpen


BOEK 5

STADSPROJECT ANTWERPEN-PARAMARIBO 2008

STRATEGISCH RUIMTELIJK MASTERPLAN BINNENSTAD: PROGRAMMA’S EN PROJECTEN

Bert Claes en Wim Debaene Masterproef aangeboden voor het behalen van het diploma van Master in de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning Academiejaar 2009-2010 promotoren:

Hendrik Van Geel Hardwin De Wever Heidi Vandenbroecke

Artesis Departement Ontwerpwetenschappen Opleiding Master in de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning Mutsaardstraat 31, 2000 Antwerpen


INHOUDSTAFEL 4


INLEIDING

10

1 DRIJFVEREN VAN DE ACTOREN

16

Inleiding Gelijkgezinden: homogene groep

16 18

Winkelkerngebied Uitgaansgebied Culturele pool

Sterke dynamieken: heterogene groep van geïnteresseerden Waterkant

Morele verplichting Historisch Hart

Reageren / Tegenreactie ‘Van Sommelsdijcksekreek’

19 19 20

22 23

24 24

25 25

Conclusie

28

2 PROGRAMMA ‘NETWERK’

32

Visie Concepten als doorwerking van de beelden

32 34

Herover de straten: verblijfgebieden versus gemotoriseerd verkeer Openbaar vervoer

34 38

Partners Conclusie

40 42

3 PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’

46

Visie Concepten als doorwerking van de beelden

46 47

Respect voor het historisch erfgoed Aanpakken van de lege percelen en afwerken van de bouwblokken Historisch Hart als verblijfsgebied en grotendeels autoluw Pleinen als centrale plekken in het netwerk van publiek domein Vergroenen van het Historisch Hart Levendigheid verhogen

Strategische projecten Kerkplein-omgeving Surinaamse Bank en kathedraal als tweelingenplein Plein Heiligenweg-Knuffelsgracht en Spanhoek Bouwblok tussen het Plein van de Revolutie, de Knuffelsgracht en de Keizerstraat

Bijkomende projecten en aandachtspunten Lim A Postraat Verbinding Sint-Petrus en Pauluskathedraal naar de ‘Van Sommelsdijcksekreek’

47 48 49 49 50 51

52 53 56 57

58 59 59

5


6

Partners Conclusie

60 62

4 PROGRAMMA ‘WINKELKERNGEBIED’

66

Visie Concepten als doorwerking van de beelden

66 67

Winkelkerngebied als verblijfsgebied Sterk openbaar domein met een eigen identiteit Vergroenen van het Winkelkerngebied Levendigheid verhogen na sluitingstijd winkels Differentiatie maken met het aanbod in de secundaire centra

Strategische projecten Aanpakken van vier assen

Bijkomende projecten en aandachtspunten Moskee & Synagoge Neumanpad

70 71

72 73 73

Partners Conclusie

74 76

5 PROGRAMMA ‘UITGAANSGEBIED’

80

Visie Concepten als doorwerking van de beelden

80 81

Uitgaan als dominante functie Verdichten binnen de grenzen van het ‘Uitgaansgebied’ Tekort aan parkeercapaciteit wordt opgelost in het gebied Verbindingen creëren Stedelijk front aan de Van Sommels-dijcksekreek

INHOUDSTAFEL

67 68 68 69 69

81 82 82 83 84

Strategische projecten Partners Conclusie

86 88 90

6 PROGRAMMA ‘CULTURELE POOL’

94

Visie Opportuniteit Concepten als doorwerking van de beelden

94 95 98

Bewaren van groen in de stad Levendigheid verhogen Sterk publiek domein met een eigen identiteit Verbindingen creëren

98 98 99 99


Strategische projecten Bijkomend project en aandachtspunt: Oranjetuin Partners Conclusie

100 102 104 105

7 PROGRAMMA ‘WATERKANT’

108

Begripsafbakening Visie Inhoudelijk programma

108 110 111

Waterkering Cruiseterminal Centrale Markt en Vreedzaammarkt Jachthaven Houding ten opzichte van de onzekerheden in het programma

Workshop in teken van het participatieproces Randvoorwaarden Omgaan met het water Publieke boulevard langs het water Billboards

Scenario’s Principes Ontwikkelingszones Scenario 1 Scenario 2 Keuze van de onderzoekers

Partners Conclusie Visie Concepten als uitwerking van de beelden ‘Van Sommelsdijcksekreek’ als verbinding tussen de strategische ruimten Van Sommelsdijcksekreek als bindend element tussen bijzondere plekken Van Sommelsdijcksekreek als groene en natuurlijke structuur

Doel en aanpak Onderhandelen Onteigenen Fasering Bewustwording van de potenties van de kreek Aanleggen van de verbinding fase I Aanleggen van de verbinding fase II Verbinding van het ‘Uitgaansgebied’ naar de Surinamerivier en rivieroever

112 113 114 115 115

116 118 119 120 122

124 125 128 130 134 136

138 140 144 148 148 149 149

150 152 152 153 154 155 156 157

7


8

Partners Bedreiging Conclusie

158 159 160

9 CONCLUSIE

164

10 BIBLIOGRAFIE

168

LIJST MET KAARTEN kaart 0.1 | Strategisch ruimtelijk masterplan, 2008 kaart 2.1 | Verblijfsgebieden versus gemotoriseerd verkeer kaart 2.2 | Voorstel verkeerscirculatie binnen de stad kaart 2.3 | Openbaar vervoer kaart 2.4 | Voorstel openbaar vervoer binnen de stad kaart 3.1 | Strategische projecten ‘Historisch Hart’ kaart 4.1 | Strategische projecten ‘Winkelkerngebied’ kaart 5.1 | Strategische projecten ‘Uitgaansgebied’ kaart 7.1 | Afbakening strategisch programma ‘Waterkant’ kaart 7.2 | Billboards kaart 7.3 | Waterkant, scenario 1 kaart 7.4 | Waterkant, scenario 2 kaart 7.5 | Waterkant binnen de afbakening van strategische ruimten kaart 8.1 | Strategisch project ‘Van Sommelsdijcksekreek’ kaart 8.2 | Strategisch project ‘ Van Sommelsdijcksekreek’, fasering

13 34 37 38 39 52 70 86 108 122 131 135 137 145 153

INHOUDSTAFEL

LIJST MET FIGUREN figuur 0.1 | Boek 5 gepositioneerd binnen het onderzoekstraject figuur 3.1 | Kerkplein, Surinaamse Bank, Sint-Petrus en Pauluskathedraal figuur 3.2 | Kerkplein-omgeving Surinaamse Bank en kathedraal als tweelingenplein - collage figuur 3.3 | Matrix Historisch Hart figuur 4.1 | Domineestraat - collage figuur 4.2 | Matrix Winkelkerngebied figuur 5.1 | Uitgaansgebied, Van Rooseveltkade - collage figuur 6.1 | Culturele Pool als stedelijk parkgebied figuur 6.2 | Culturele Pool, Oranjetuin - collage figuur 7.1 | Waterkeringsmodel figuur 7.2 | Omgaan met water - collage figuur 7.3 | Waterkeringsmodellen Open Oproep Scheldekaaien (2007) figuur 7.4 | Publieke boulevard langs het water - collage figuur 7.5 | Principes voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Waterkant - collage figuur 7.6 | Fort Zeelandia en omgeving, mogelijke verbindingen figuur 7.7 | Fort Zeelandia en omgeving - collage

10 55 55 63 71 77 85 94 103 112 118 120 121 125 127 127


figuur 7.8 | Ontwikkelingszones - collage figuur 7.9 | Zone Centrale Markt, mogelijke verbindingen figuur 7.10 | Zone Centrale Markt, kades, pleinen en cruiseterminal - collage figuur 7.11 | Waterkant, scenario 1 - collage figuur 8.1 | Van Sommelsdijcksekreek - collage figuur 8.2 | Doel en aanpak strategisch project ‘Van Sommelsdijcksekreek’ figuur 8.3 | Matrix Van Sommelsdijcksekreek figuur 9.1 | Matrix programma’s en projecten

128 130 133 136 149 151 161 164

LIJST MET FOTO’S foto 1.1 | Zwartenhovenbrugstraat, hoek Dr. Sophie Redmondstraat, ‘Ston Oso’ foto 1.2 | Letitia Vriesdenlaan, Kamperveenstadion foto 1.3 | Waterkant, Waag (rechts) en toren Ministerie van Financiën (midden) foto 2.1 | Waterkant, t.h.v.Veer naar Commewijne foto 2.2 | Zwartenhovenbrugstraat foto 2.3 | Lim A Postraat, verkeersdrempel ‘aangeboden door Fatum’ foto 3.1 | Kerkplein foto 3.2 | Keizerstraat, Spanhoek foto 4.1 | Waterkant, hoek Dr. Sophie Redmondstraat foto 4.2 | Zwartenhovenbrugstraat, hoek Dr. Sophie Redmondstraat foto 5.1 | Palmentuin,Van Sommelsdijcksekreek,Van Rooseveltkade foto 5.2 | ‘Zanzibar’, hoek Kleine Waterstraat,Van Sommelsdijckstraat foto 5.3 | Kleine Waterstraat, Hotel Torarica (links en achter) foto 5.4 | Van Rooseveltkade foto 5.5 | Kleine Dwarsstraat foto 6.1 | Henck Arronstraat, hoek Swalmbergstraat, muur Oranjetuin (links), loopwedstrijd foto 6.2 | Kamperveenstadion, Cultuurtuin, Suriname (wit) - El Salvador (blauw), kwalificatie WK 2010 foto 6.3 | Oranjetuin foto 7.1 | Waterkant foto 7.2 | Waterkant foto 7.3 | Fort Zeelandia en omgeving foto 7.4 | Zone Centrale Markt foto 7.5 | Waterkant, Keti Koti foto 8.1 | Van Sommelsdijcksekreek, brug Kleine Waterstraat foto 8.2 | Van Sommelsdijcksekreek, gekeken vanaf brug Kleine Waterstraat foto 8.3 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v. Prinsessestraat foto 8.4 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v.Van Rooseveltkade, Nederlandse Ambassade (rechts) foto 8.5 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v. Gonggrijpstraat foto 8.6 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v.Van Gonggrijpstraat (richting Cultuurtuin) foto 8.7 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v. Toutronnelaan foto 8.8 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v. Mr. Wulfinghstraat foto 9.1 | Waterkant t.h.v.Veer naar Commewijne, Keti Koti

14 20 26 30 32 40 44 60 64 74 78 83 83 85 88 92 100 103 106 122 127 130 138 142 144 146 146 146 147 147 147 162

9


10

boek 2

DE BINNENSTAD VAN PARAMARIBO ANALYSE - Dynamieken

boek 3

ANALYSE - Pull- & pushfactoren - Lagen van de Binnenstad

boek 4 & 5

ONTWIKKELINGSSTRATEGIE (onderzoeksvraag 3)

STRATEGISCH RUIMTELIJK MASTERPLAN - Visie (onderzoeksvraag 1 & 2) - Programma’s & projecten (onderzoeksvraag 4)

boek 8

boek 1

CONCLUSIE (onderzoeksvraag 6)

OPDRACHT & AANPAK

boek 6

SAMENWERKINGSTRAJECT (onderzoeksvraag 5)

boek 7

INLEIDING

METHODIEK GIS-INSTRUMENT

OPDRACHT

ONDERZOEK

figuur 0.1 | Boek 5 gepositioneerd binnen het onderzoekstraject bron: eigen verwerking

CONCLUSIE


11

Inleiding Het voorliggend boek gaat, op basis van de inzichten uit boek 4, op zoek naar ruimtelijke mogelijkheden en mogelijke partners, om zo ruimtelijk strategische projecten te kunnen aanduiden. Het boek geeft een antwoord op de vierde onderzoeksvraag: “Welke strategische programma’s en projecten kunnen gedefinieerd worden en zijn op korte tot middellange termijn realiseerbaar?” De zoektocht naar deze projecten vormt een directe uitwerking van de zes programma’s (‘Historisch Hart’, ‘Winkelkerngebied’, ‘Uitgaansgebied’, ‘Culturele Pool’, ‘Waterkant’ en ‘Netwerk’) en het bijkomend strategisch project ‘Van Sommelsdijcksekreek’ (zie boek 4). In de zes programma’s zullen verschillende strategische projecten gedetecteerd worden. Deze projecten kunnen een wezenlijk verschil maken in de werking van de Binnenstad, waardoor er een trendbreuk kan ontstaan. Door de projecten, de ruimtelijke mogelijkheden en de partners aan te duiden, worden de eerste krijtlijnen gedefinieerd voor een projectdefinitie per strategisch project. Het boek start met de belangrijkste drijfveren die per strategisch programma gedetecteerd worden bij de actoren. Daarna wordt elk programma verder uitgewerkt, zodat er projecten kunnen worden afgebakend. Voor het strategisch project ‘Van Sommelsdijcksekreek’ is daarnaast ook nagedacht over een mogelijke ontwikkelingsstrategie die aangeeft hoe dit project effectief tot uitvoering kan worden gebracht. Zowel bij de zes programma’s als bij het strategisch project staat omschreven of er bijkomend onderzoek noodzakelijk is. Op deze manier kunnen de omschreven projecten verder ingevuld worden aan de hand van het Strategisch Ruimtelijk Masterplan en de generieke ambities.


INLEIDING 12


1 2 3 4 5 6 7

Historisch Hart Waterkant Winkelkerngebied Uitgaansgebied Culturele Pool Van Sommelsdijcksekreek Netwerk (niet aangeduid op de kaart)

kaart 0.1 | Strategisch ruimtelijk masterplan, 2008 bron: eigen verwerking

13


foto 1.1 | Zwartenhovenbrugstraat, hoek Dr. Sophie Redmondstraat, ‘Ston Oso’


HOOFDSTUK 1

DRIJFVEREN VAN DE ACTOREN


1

DRIJFVEREN VAN DE ACTOREN

16

INLEIDING

De ontwikkelingsstrategie voor de revitalisatie van de Binnenstad (boek 3) vertrekt niet van een grote verandering in één beweging, wel van een sneeuwbaleffect van kleinere acties. Acties die niet ad hoc worden genomen, maar passen in een visie. Een visie die krijtlijnen vastlegt en doorheen het vervolgproces bijkomend moet groeien, zowel inhoudelijk als naar draagvlak. Het masterplan zoekt dus naar snel en gemakkelijk grijpbare kansen die benut kunnen worden om zo draagvlak te creëren voor middellange en lange termijnacties. Nu de strategische programma’s zijn afgebakend en de missies werden vastgelegd (boek 4), is het interessant om te kijken welke drijfveren per programma overheersen bij de verschillende actoren. De afbakening van de drijfveren is een uitwerking van de ontwikkelingsstrategie (boek 3) waarbij de belangen van private partijen gekoppeld worden aan de doelstellingen voor de revitalisatie van de Binnenstad. Immers door het inschatten van de drijfveren, kan er per programma of project een strategie op maat worden uitgewerkt en kan er gezocht worden naar partners voor onderhandeling. Hoewel dit onderdeel volgend op de ontwikkelingsvisie wordt beschreven, is het zoeken naar de drijfveren van de actoren een constante geweest doorheen het proces. Het heeft mee geleid tot de ontdekking van de drie dynamieken, de


keuze om bepaalde gebieden te schrappen of toe te voegen aan het actiegerichte masterplan, de keuze van strategie om te praten met actoren... Er worden twee categorieën van strategische ruimten onderscheiden: ▪ Gebieden waar momenteel heel wat commerciële belangen aanwezig zijn. Hier drukken de private partijen op de agenda. In dit geval zal de samenwerking vooral tussen de overheid en private partijen opgezet worden. Hier bestaat de mogelijkheid dat private partners een vooraanstaande en activerende rol opnemen. Conform de ontwikkelingsstrategie (zie boek 3) blijft de regierol in handen van de overheid. ▪ Gebieden waar de overheid de enige partij lijkt die op de agenda kan drukken om deze ruimte op een geïntegreerde en kwalitatieve manier aan te pakken. Ofwel overheerst een gebrek aan interesse bij private partijen (weinig commerciële belangen of gebieden met een commerciële potentie, maar met nog heel wat obstakels), ofwel zijn er heersende claims of voorstellen die indruisen tegen een geïntegreerde en evenwichtige ontwikkeling van de ruimte.

In boek 2 worden enkele projectinitiatieven of dynamieken in beeld gebracht. Deze lijst is gebaseerd op gesprekken met stakeholders en de analyse van plandocumenten. Hoewel de lijst geen allesomvattend karakter heeft, kunnen er vier belangrijke drijfveren gedetecteerd worden die op dit ogenblik opportuniteiten bieden voor projecten in de Binnenstad van Paramaribo. Deze drijfveren zijn belangrijk in functie van de actiegerichtheid die het masterplan naar voren schuift. Ze geven duidelijke redenen aan om met projecten te starten. Voor de projectpartners zijn het groeikiemen, redenen om projecten op te starten. Voor de visie zijn het opportuniteiten die ervoor zorgen dat op korte termijn de eerste projecten ontwikkeld kunnen worden. De vier drijfveren zijn: ▪ ▪ ▪ ▪

gelijkgezinden sterke dynamieken morele verplichting reageren / tegenreactie

17


1

DRIJFVEREN VAN DE ACTOREN

18

GELIJKGEZINDEN: HOMOGENE GROEP

In het ‘Uitgaansgebied’, het ‘Winkelkerngebied’ en de ‘Culturele pool’, de drie gebieden die als dynamieken omheen het ‘Historisch Hart’ werden aangeduid, verdedigen de aanwezige actoren/stakeholders op een zeker niveau eenzelfde belang. Deze gebieden kennen hun dynamiek telkens vanuit een andere functionele invulling. Binnen deze zones staat hoofdzakelijk één functionele thematiek centraal en is het mogelijk om één of enkele sterke spelers aan te duiden die een vooraanstaande en inspirerende rol in het proces van verandering kunnen opnemen. Een belangrijke meerderheid van de stakeholders kan beschouwd worden als een groep van gelijkgezinden met ‘de neuzen in dezelfde richting’. Er is sprake van ‘bereidheid tot samenwerken’, tussen zowel private als publieke partners die één of meerdere projecten willen realiseren. Het komt er op aan om een goed samenwerkingsverband op maat van het respectievelijke gebied te organiseren. De visie voor de Binnenstad maakt gebruik van dit krachtveld, maar wil als meerwaarde hierbij vooral één belangrijke tendens doorbreken: deze gebieden hebben de neiging als dynamiek op zichzelf te draaien. Om dit te bewerkstellingen is enkel visievorming niet voldoende. Hier ligt duidelijk een taak voor een ‘externe trekker’ weggelegd (zie boek 3, hoofdstuk 2).


Winkelkerngebied Het ‘Winkelkerngebied’ bestaat uit heel wat spelers, hoofdzakelijk handelaars met hun eigen zaak of met meerdere zaken. Het gaat zowel om kleine als om grote handelszaken. Samen zijn ze vertegenwoordigd in een vereniging van handelaren. Eén van de grootste spelers is Kersten Holding. Dit bedrijf behoort tot de lijst van de grootste private bedrijven van Suriname en bezit strategische gronden in het ‘Winkelkerngebied’. Uit gesprekken met de directie van het bedrijf, blijkt dat de vereniging van handelaren zeker 80% van de handelaren in het gebied bereikt en vertegenwoordigt. Hier is dus een krachtig georganiseerd veld aanwezig van private actoren met eenzelfde belang. Bovendien kent het gebied enkele spelers die omwille van hun aanzien en representativiteit een activerende rol kunnen opnemen.

Uitgaansgebied In het ‘Uitgaansgebied’ lijken de actoren meer verdeeld dan in het ‘Winkelkerngebied’: ▪ Enerzijds is er de aanwezigheid van sterkhouder Stichting Uitgangscentrum Paramaribo (SUP). De stichting is ontstaan vanuit een belangrijke groep van horecaen hoteleigenaars (Torarica, ’t Vat ...) die

vanuit een pioniersgeest van ondernemerschap gezorgd hebben voor een aangename en veilige omgeving voor inwoners en toeristen. Het ‘Uitgaansgebied’ zou heden niet dergelijke dynamiek kennen zonder de doorgedreven inspanningen van de Stichting. In het verleden heeft SUP eigen initiatieven genomen inzake private bewaking, beveiliging, verfraaiing en het organiseren van evenementen. Hun actiegebied is ruimer dan de afbakening ‘Uitgaansgebied’ in het masterplan, maar op basis van wisselende successen heeft SUP aangegeven dat een grote afbakening niet steeds evident blijkt. ▪ Anderzijds komen er telkens nieuwe investeerders voor het gebied bij. Zij zijn niet altijd lid van SUP en hebben niet altijd dezelfde drijfveren en ambities als de pioniers destijds. Dat maakt dat er in het ‘Uitgaansgebied’ zeker spanningen voorkomen. Desalniettemin vertegenwoordigt de Stichting Uitgaanscentrum Paramaribo belangrijke spelers van het ‘Uitgaansgebied’ en omgeving. De Stichting toont bereidheid om over ambities voor het strategisch programma na te denken en heeft vanuit haar werking zeker een juiste positie om een activerende rol op te nemen als partner voor projecten.

19


Culturele pool Voor de ‘Culturele pool’ is het zoeken naar drijfveren minder relevant, omdat een groep van gelijkgezinde publieke en private partners elkaar reeds gevonden heeft. Suriname Conservation Foundation, WWF Guianas, de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven, Merrill Lynch Nederland, de Stichting voor een Schoon Suriname, het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben samengewerkt met de private onderneming Center Parcs voor de ontwikkeling van het groengebied Cultuurtuin. Dit gebied vormt een aanzienlijk onderdeel van de strategische ruimte ‘Culturele Pool’. De partners hebben samen een visie uitgewerkt en engagementen uitgesproken. De inhoudelijke bespreking van het programma volgt verderop in dit boek. Als principe past deze samenwerking binnen de geformuleerde ontwikkelingsstrategie. Private en overheidspartijen die samenwerken voor de ontwikkeling van een gebied door doelstellingen af te spreken, een visie uit te werken en engagementen te nemen.

1

DRIJFVEREN VAN DE ACTOREN

20

foto 1.2 | Letitia Vriesdenlaan, Kamperveenstadion


21


1

DRIJFVEREN VAN DE ACTOREN

22

STERKE DYNAMIEKEN: HETEROGENE GROEP VAN GEÏNTERESSEERDEN

Sommige gebieden staan buiten kijf als top investeringszone. Ze lijken gemakkelijk ontwikkelbaar en het gebied is strategisch zo goed gelegen, dat het garant staat voor succes. Zowel private partners als de overheid tonen een grote belangstelling voor dergelijke gebieden. De potenties voor dergelijke zones zijn voor de vele partners overduidelijk. Daar schuilt net de achillespees. De geprojecteerde ambities van de verschillende partners zijn vaak sterk verschillend van elkaar. Dat maakt dat het moeilijk is voor de partijen om tot een consensus te komen. Hoewel er overduidelijk potenties schuilen, zijn het evenzeer complexe zones waar heel veel vraagstukken bij elkaar komen. Dat vraagt een aangepast planningsproces voor deze gebieden en staat haaks op de vele voorstellen van partners die eenzijdig een project poneren. Bovendien is er bij elke aankondiging van acties een grote publieke belangstelling die zich steeds meer in het debat mengen. Hierdoor wordt het alsmaar minder gemakkelijk om gelijk welke actie te initiëren in het gebied. Meer dan eens concentreren private partners zich op de best ontwikkelbare delen of op potenties die vaak schuilen in eigen grondeigendom. Dat leidt zelden tot een geïntegreerde oplossing voor het hele gebied. Het lukt de voorstellen niet om relaties te leggen


met de rest van de stad of er wordt amper nagedacht over hoe de ontwikkeling kan bijdragen aan de minder makkelijk te ontwikkelen stukken. Voordelen voor de stad worden vaak enkel vertaald in economische heropleving (aanwezigheid van toeristen, creëren van werkgelegenheid), zonder hierbij daadwerkelijk een begeleidend plan van aanpak te formuleren. Tevens lopen de publieke partners, omwille van de versnipperde bevoegdheden en de politieke verzuiling, elkaar vaak voor de voeten, waarbij profileringsdrang de bovenhand reikt. Hoewel deze gebieden vaak bovenaan de wenslijsten van de diverse partners staan, willen de onderzoekers vanuit de ontwikkelingsstrategie benadrukken dat de aanpak van deze gebieden op dit ogenblik meer problemen oplevert dan dat het potenties voor de Binnenstad of de stad genereert. De schaal van de voorgestelde projecten lijkt op dit ogenblik te complex om binnen het tijdsbestek van het stadsproject te realiseren. Men zal duidelijke afspraken en compromissen moeten maken vooraleer er rond de tafel kan gezeten worden, iets wat een sterke regievoerder vereist. Het is de rol van deze ‘trekker’ om het voortouw te nemen en deze heterogene groep te laten samenwerken, wat vanuit de analyse van de diverse partijen op dit ogenblik geen evidentie is (zie boek 2, hoofdstuk 4 en boek 3, hoofdstuk 2).

Waterkant De Waterkant is een duidelijk voorbeeld van een gebied met een sterke aanwezigheid van een heterogene groep van geïnteresseerden. Gelegen aan de rivieroever, dicht bij het centrum, is de potentie voor verschillende grootschalige projecten denkbaar. Vanuit het buitenland zijn tal van voorbeelden de inspiratiebron voor diverse actoren: zowel de overheid met een cruisterminal en de ontwikkeling van een waterfront naar analogie met Bélèm (Brazilië), als sommige private spelers die al dan niet hand in hand met buitenlandse vastgoedpartners onder andere de waterfronts van Curaçao en Aruba voor ogen hebben. Gelet op de analyse van het actorenveld, geponeerd in de ontwikkelingsstrategie (boek 3), lijkt op korte termijn de totale aanpak van de Waterkant door middel van een geïntegreerd proces geen haalbare kaart. Binnen dit onderzoek wordt de aanpak door middel van kleine haalbare projecten, eventueel in andere strategische ruimten in de Binnenstad naar voren geschoven. Op deze manier kan door middel van deze succesvolle kleinere projecten, capaciteitsopbouw bij de verschillende partners gegenereerd worden.

23


24

MORELE VERPLICHTING

Evenzeer als de aantrekkelijke gebieden, zijn er ook de gebieden waar niemand echt in geïnteresseerd is. Dit betekent niet dat hier op middellange of lange termijn geen commerciële successen te boeken zijn. Enkel op korte termijn lijkt de investeringskost te hoog in verhouding tot de ‘productiezekerheid’.Toch zijn er andere redenen waarom deze gebieden een aanpak vereisen.

1

DRIJFVEREN VAN DE ACTOREN

Historisch Hart Het ‘Historisch Hart’ lijkt op dit ogenblik weinig aantrekkelijk (hoge kosten voor bescherming erfgoed, weinig dynamiek in het gebied ...) om projecten te realiseren. Eerder in de visie (boek 4) werd aangetoond dat het collectief geheugen van de Binnenstad het sterkst vervat zit in dit gebied. Dat maakt dat dit gebied eigenlijk een top prioriteit dient te zijn in de revitalisatie van de Binnenstad. Aangezien weinig private partners hierin het voortouw willen nemen, geeft dat de overheid hier een morele verplichting . Omdat het gebied van zo’n grote waarde is voor de stad, moet er dringend ingegrepen worden om een neerwaartse spiraal te vermijden. Deze gebieden zullen vanuit de visie de katalysator vormen voor de hele stad en op middellange en lange termijn net een belangrijk economisch potentieel vervullen.


REAGEREN / TEGENREACTIE

Vanuit de beelden voor de stad werd er één strategisch programma en één strategisch project extra afgebakend. De visievorming rond het strategisch project ‘Van Sommelsdijcksekreek’ heeft geleid tot de ontdekking van een extra drijfveer: de tegenreactie. Een belangrijke ruimte wordt geclaimd vanuit een sectorale invalshoek. Vanuit deze claim worden er ook projectvoorstellen gedaan die ruimtelijk ingrijpen op deze ruimten. Deze voorstellen zijn te vaak op korte termijn gericht, maar zijn ook sterk sectoraal en missen een overkoepelende visie waardoor problemen en potenties niet geïntegreerd aangepakt kunnen worden. Hierdoor worden kansen gemist en wordt het probleem gewoon verschoven. Deze gebieden moeten bescherming krijgen tegen de claim. Daarom werd de ‘tegenreactie’ in het leven geroepen, om een andere ontwikkeling voor te stellen die geïntegreerd en meer duurzaam is. Op die manier wordt een visie op langere termijn gewaarborgd.

‘Van Sommelsdijcksekreek’ Voor de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ wordt er een visie geponeerd om het deel aan het ‘Uitgaansgebied’ te overkluizen en in te richten als een private betaalparking. Deze ontwikkeling betekent een belangrijk verlies

25


voor het strategisch belang van de kreek als verbindend element tussen de verschillende strategische gebieden. Bovendien dreigt hiermee een historisch waardevolle waterloop verloren te gaan, wat voor het collectief geheugen nefast is (zie boek 4, hoofdstuk 2). Gelet op de korte termijn waarop men met de uitvoering van het project van start wenst te gaan, is een duidelijke (tegen)reactie nodig om de inpassing in de grotere visie te vrijwaren.

1

DRIJFVEREN VAN DE ACTOREN

26

foto 1.3 | Waterkant, Waag (rechts) en toren Ministerie van FinanciĂŤn (midden)


27


1

DRIJFVEREN VAN DE ACTOREN

28

CONCLUSIE

Als er per programma gekeken wordt welke drijfveren aanwezig zijn voor het initiëren van strategische projecten, dan worden er vier drijfveren onderscheiden op basis van twee typen strategische programma’s: Het eerste type van strategische programma’s zijn gebieden waar momenteel heel wat commerciële belangen aanwezig zijn. Hier drukken de private partijen op de agenda. In dit geval zal de samenwerking vooral tussen de overheid en private partijen opgezet worden. Hier bestaat de mogelijkheid dat private partners een vooraanstaande en activerende rol opnemen. Conform de ontwikkelingsstrategie (zie boek 3) blijft de regierol in handen van de overheid. Twee drijfveren werden hier afgebakend: ‘gelijkgezinden’ en ‘sterke dynamieken’. De strategische ruimten ‘Winkelkerngebied’, ‘Uitgaansgebied’ en ‘Culturele pool’ zijn voorbeelden van de drijfveer ‘gelijkgezinden’. De ‘Waterkant’ kan onder de drijfveer ‘sterke dynamieken’ ondergebracht worden.


In het tweede type van strategische programma’s lijkt de overheid de enige partij die op de agenda kan drukken om deze ruimte op een geïntegreerde en kwalitatieve manier aan te pakken. Ofwel overheerst een gebrek aan interesse bij private partijen (weinig commerciële belangen, of gebieden met een commerciële potentie maar met nog heel wat obstakels), ofwel zijn er heersende claims of voorstellen die indruisen tegen een geïntegreerde en evenwichtige ontwikkeling van de ruimte. Conform de ontwikkelingsstrategie (zie boek 3) is de overheid de enige partij die de regierol kan opnemen. Ze kan zich laten bijstaan door donoren, zowel voor financiële middelen als voor expertise (externe trekker). Ook hier worden twee drijfveren afgebakend: ‘morele verplichting’ en ‘tegenreactie’. Hierbij horen respectievelijk het ‘Historisch Hart’ en de ‘Van Sommelsdijcksekreek’.

29


foto 2.1 | Waterkant, t.h.v.Veer naar Commewijne


HOOFDSTUK 2

PROGRAMMA ‘NETWERK’


VISIE

Met het programma ‘Netwerk’ wordt een visie gebouwd en geïmplementeerd om hierarchie te brengen in het netwerk van wegen in de Binnenstad. Het programma heeft tot doel de overheersende positie van het gemotoriseerd verkeer terug te dringen om opnieuw verblijfskwaliteit toe te voegen aan het publieke domein in de Binnenstad. Hiermee is het programma ‘Netwerk’ de belangrijkste voorwaarde om de verblijfskwaliteit te verhogen, de basisdoelstelling voor de Binnenstad.

2

PROGRAMMA ‘NETWERK’

32

foto 2.2 | Zwartenhovenbrugstraat


33


34

CONCEPTEN ALS DOORWERKING VAN DE BEELDEN

Herover de straten: verblijfgebieden versus gemotoriseerd verkeer

PROGRAMMA ‘NETWERK’

Het ‘Netwerk’ is een belangrijk programma omdat het de primaire randvoorwaarden genereert voor het verhogen van de verblijfskwaliteit in de Binnenstad. Het is een uitwerking van het beeld: ‘Verblijfsgebieden uit het systeem van doorgaand verkeer’. Daarbij worden verblijfsgebieden afgebakend en het doorgaand verkeer teruggedrongen op enkele assen in de Binnenstad.

2

kaart 2.1 | Verblijfsgebieden versus gemotoriseerd verkeer bron: eigen verwerking


Binnen dit onderzoek was het onmogelijk om een volwaardige verkeersstudie op touw te zetten. De onderzoekers hebben zich beperkt tot een oefening waarbij ze, op basis van bestaande literatuurstudies en hun eigen kennis, een systeem hebben afgebakend voor het gemotoriseerd verkeer en het openbaar vervoer. Het is belangrijk dat het voorgestelde schema in een vervolgstudie onderworpen wordt aan diepgaander gefundeerd onderzoek. Er wordt volgend grid van straten voor doorgaand verkeer in de Binnenstad voorgesteld: ▪ Zwartenhovenbrugstraat ▪ Henck Arronstraat (voormalige Gravenstraat) ▪ Waterkant (opnieuw tweerichtingsverkeer instellen) ▪ Dr. Sophie Redmondstraat ▪ eventuele gridverkleining via de Heiligenweg in combinatie met de Keizerstraat ▪ Kleine Waterstraat ▪ Cornelis Jongbawstraat ▪ Wilhelminastraat

Op basis van een voorzichtige inschatting hebben deze straten een voldoende profiel om het doorgaand verkeer te faciliteren. De overige straten in de Binnenstad worden hierdoor ontlast en krijgen de ruimte om zich te ontwikkelen tot volwaardige verblijfsgebieden. Hiermee wordt de traditionele denkrichting omgedraaid en door middel van het strategisch programma een trendbreuk gerealiseerd. Prioritair wordt er ruimte gemaakt voor verblijfskwaliteit, fietsers en voetgangers. Het doorgaand gemotoriseerd verkeer is hier ondergeschikt aan.

35


2

PROGRAMMA ‘NETWERK’

36

Dergelijke oplossing kan niet zonder de Binnenstad als een geheel systeem te beschouwen in relatie tot de hele stad. De voorstellen voor het programma ‘Netwerk’ werden gebaseerd op het onderzoek van Visser (2003). De voorgestelde oplossingen voor de Binnenstad passen binnen het ruimer grid, zoals voorgesteld in zijn onderzoek. De acties in het strategisch programma ‘Netwerk’ beperken zich niet enkel tot het afbakenen van verblijfsgebieden en het aanduiden van assen voor doorgaand verkeer. Ook het uitwerken van een degelijk parkeerbeleid voor de Binnenstad is noodzakelijk. Heel wat actoren hebben tijdens de gesprekken aangehaald dat het voorzien van grote ondergrondse parkeergarages of parkeergebouwen in de Binnenstad overwogen werd. Vanuit het masterplan wordt aan deze intentie het principe gekoppeld dat dergelijke infrastructuren rechtstreeks aantakken op assen voor doorgaand verkeer. Grote parkeergarages of gebouwen worden niet centraal geplaatst in de verblijfsgebieden. Bovendien gaat de uitbouw van dergelijk netwerk gepaard met het afbakenen van de parkeerzones in de Binnenstad. Een parkeerbeleid waarbij getolereerd wordt dat stoepen worden ingenomen door geparkeerde wagens, is vanuit verblijfskwaliteit en rendabiliteit van het systeem uitgesloten.

In de structuurschetsen, uitgewerkt per programma, worden telkens de mogelijkheden aangeduid om parkeerruimtes te voorzien. Afhankelijk van de ruimtelijke context is dit ondergronds, in een parkeergebouw of gelijkvloers. De vraag naar mogelijkheden voor ondergrondse parkeerruimte is een vraag die door de Surinaamse partners zelf werd gesteld. Daarbij gaven ze aan dat dit een realistisch scenario is voor de Binnenstad van Paramaribo. Binnen dit onderzoek werd onderzocht welke locaties ruimtelijk de beste opties zijn voor het inplanten van ondergrondse parkeerfaciliteiten of parkeergebouwen. De financiële en technische haalbaarheid vormt een onderdeel van verder onderzoek, buiten deze opdracht.


37

kaart 2.2 | Voorstel verkeerscirculatie binnen de stad bron: Visser + eigen verwerking


38

Openbaar vervoer

PROGRAMMA ‘NETWERK’

Het netwerk voor openbaar vervoer kan fijnmaziger zijn dan het netwerk voor doorgaand gemotoriseerd verkeer. Aan het openbaar vervoersnetwerk kunnen de Maagdenstraat, het Kerkplein en de Noorderkerkstraat worden toegevoegd als verkleining van het grid.

Het basisidee voor het openbaar vervoer vertrekt vanuit een pilootproject dat het Ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) opgezet heeft samen met de Nederlandse busmaatschappij Connexxion. Dit pilootproject verandert de organisatie van het openbaar vervoer door de wachtende bussen weg te halen uit de Binnenstad. De bussen rijden volgens vaste tijdstabellen hun afgesproken routes en wachten telkens aan het eindpunt van hun route. Zo wordt de druk van wachtende bussen verspreid over de stad en wordt de claim van wachtende bussen op het openbaar domein in de Binnenstad aangepakt.

2

kaart 2.3 | Openbaar vervoer bron: eigen verwerking


Het plein aan de Heiligenweg-Knuffelsgracht ligt centraal in de Binnenstad en biedt heel wat mogelijkheden tot het verknopen van verschillende vervoersmodi. Het plein vormt daarom de ideale plek voor een bustransferium. Dit wordt het knooppunt voor de verschillende buslijnen, met mogelijkheden tot overstappen op de veerdienst naar Commewijne. Dit kan gekoppeld worden aan een ondergrondse parkeergarage onder het vernieuwde plein.

Geschikte wachtplaatsen voor de bussen aan de rand van de Binnenstad zijn: de Dr. Sophie Redmondstraat, Drambrandersgracht en/of de omgeving van het Kamperveenstadion. Ook de spreiding over de verschillende secundaire centra, zoals aangegeven in het Urban Development Plan van IDB, komt in aanmerking.

kaart 2.4 | Voorstel openbaar vervoer binnen de stad bron: UDP + eigen verwerking

39


40

PARTNERS

De opgesomde concepten dienen met de juiste partners verder te worden uitgewerkt. Hiervoor moeten per onderzoek de partners gedetailleerd in kaart worden gebracht. Gelet het beperkte bestek van dit onderzoek was dit hier niet haalbaar. Toch kan er al een eerste detectie worden gemaakt van de partners die spelen op het niveau van het hele programma:

2

PROGRAMMA ‘NETWERK’

▪ Ministerie Ruimtelijke Ordening, Gronden Bosbeleid ▪ Ministerie van Openbare werken ▪ Ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme ▪ Ministerie van Justitie en Politie ▪ Nationaal Vervoer Bedrijf (NVB) ▪ kerngroep van private busmaatschappijen als bevoorrechte getuigen

foto 2.3 | Lim A Postraat, verkeersdrempel ‘aangeboden door Fatum’


41


2

PROGRAMMA ‘NETWERK’

42

CONCLUSIE

Het programma ‘Netwerk’ heeft tot doel de verkeerssituatie in de Binnenstad zo te verbeteren dat er uitvoering kan gegeven worden aan het centrale beeld van verblijfskwaliteit. In de uitwerking van dit programma worden er twee concepten naar voor geschoven om dit doel te bereiken: 1 verblijfsgebieden versus gemotoriseerd verkeer 2 verbeteren van het openbaar vervoer Om deze concepten tot uitwerking te brengen en het doel van het programma te bereiken, wordt een tweeledige aanpak voorgesteld: 1 verder onderzoek en uitwerking van beide concepten op een generieke manier (Binnenstadsbreed en/of stadsbreed) 2 verder onderzoek en uitwerking van beide concepten vanuit de andere gebiedsgerichte programma’s Idealiter gebeuren beide sporen samen. Gelet op de doelstellingen en de beperkte onderzoeksperiode, viel de uitvoering van generieke studies buiten het bestek van dit onderzoek. Wel zullen de concepten in de verschillende gebiedsgerichte programma’s (in de volgende hoofdstukken van dit boek) verder uitgewerkt worden. Door deze aanpak is het waarschijnlijk dat er na het uitvoeren van de generieke studies bijsturingen nodig zijn in de verschillende uitwerkingen


van de programma’s. Vanuit deze vaststelling wordt er gepleit om in het verdere verloop van het stadsproject, naast de uitvoering van gebiedsgerichte programma’s of projecten, ook deze generieke studies uit te voeren.

43


foto 3.1 | Kerkplein


HOOFDSTUK 3

PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’


3

PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’

46

VISIE

Het ‘Historisch Hart’ is het centrum van de Binnenstad. Het gebied bruist van het leven met een weloverwogen mix van toerisme, handel, diensten, recreatie en wonen. Met deze functionele mix sluit het gebied aan op de naastgelegen strategische ruimten die het ‘Historisch Hart’ voeden vanuit hun functionele kracht. Het gebied put haar identiteit uit de mengeling van de historische waardevolle bebouwing, aangevuld met respectvolle hedendaagse en representatieve architectuur. Het ‘Historisch Hart’ is grotendeels autoluw. De openbare ruimte vormt het toneel van het publieke leven en staat ten dienste van de bewoners, de stad en haar bezoekers. Bij de ontwikkeling van deze openbare ruimte wordt er gestreefd naar kwaliteit in ontwerp en uitvoering. Het bepaalt mee het beeld en de identiteit van het gebied. De visie en de uitwerking van de concepten voor het programma ‘Historisch Hart’ maken gebruik van alle beelden gedefinieerd voor openbaar domein, bebouwing en gebruik (zie boek 4, hoofdstuk 3).


CONCEPTEN ALS DOORWERKING VAN DE BEELDEN

Respect voor het historisch erfgoed Het bestaande historisch erfgoed bepaalt in grote mate de identiteit van het gebied. Daarenboven verleent de concentratie van historisch erfgoed een belangrijke bijdrage aan het collectief bewustzijn van de Binnenstad als centrum van Paramaribo. Dit werd aangeduid in het concept: ‘Inzetten op het historisch erfgoed: het hart van de Binnenstad, de ziel van de stad’. In dit concept wordt gestreefd om geen enkel historisch gebouw meer te verliezen. Dat vergt een actieve inzet op conservering en verbetering van de waardevolle gebouwen in het gebied. De aanwezige tendens van verwaarlozing van de historische gebouwen betekent bij een passieve beleidsmatige houding, een verdere achteruitgang met verlies van het erfgoed tot gevolg. De focus mag niet enkel op de houten huizen liggen. Er zijn ook waardevolle gebouwen uit latere periodes, die de aandacht dreigen te verliezen door enkel op de houten gebouwen in te zetten. Om een actieve beleidsstrategie te voeren, is zowel onmiddellijke actie via restauratie en herbruik noodzakelijk, als gelijktijdig verder onderzoek.

47


48

Aanpakken van de lege percelen en afwerken van de bouwblokken

3

PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’

De analysekaarten tonen aan dat in het ‘Historisch Hart’ heel wat onbebouwde percelen aanwezig zijn. De braakliggende percelen moeten als een kans gezien worden om het gebied opnieuw te versterken met hedendaagse en representatieve architectuur die het historisch patrimonium respecteren. Dat kan op verschillende manieren (ook combinaties mogelijk): ▪ Toekennen van fiscale voordelen aan eigenaars van onbebouwde percelen die kwalitatieve en passende nieuwbouw realiseren (controle en monitoring is noodzakelijk). ▪ Ondersteuning door het oprichten van een ‘informatiecentrum en kenniscel erfgoed’ die eigenaars of ontwikkelaars bijstaat zowel op technisch vlak als naar beeldkwalititeit. ▪ Oprichten van een grond- en pandenbedrijf, waarbij de overheid strategische gronden aankoopt, ontwikkelt en opnieuw op de markt brengt. De gronden die nu reeds in bezit zijn kunnen als startkapitaal worden ingebracht. ▪ Onderzoek naar specifieke bouwregels voor het ‘Historisch Hart’, die vertaald worden in voorschriften. ▪ Premies van de overheid voor het orga-

niseren van architectuurwedstrijden met een vakjury om private ontwikkelaars te overtuigen van het inzetten van architecten die kwaliteit hoog in het vaandel dragen. Een aantal van deze acties is ook bruikbaar als instrument voor het bestaande erfgoed. Eén bouwblok in het ‘Historisch Hart’ is zo erg gehavend, dat specifiek onderzoek naar het totale bouwblok vereist is in plaats van in te zetten op de aparte percelen. Het gaat om het bouwblok tussen het plein van de Revolutie, de Knuffelsgracht en de Keizerstraat. Hier bestaat de mogelijkheid om een extra verbinding te creëren tussen het Kerkplein en het plein aan de Heiligenweg-Knuffelsgracht.


Historisch Hart als verblijfsgebied en grotendeels autoluw De openbare ruimte opwaarderen als volwaardig publiek domein betekent in de eerste plaats het inperken van de verschillende claims die momenteel rusten op het openbaar domein. De grootste claims worden gelegd door het autoverkeer, dat elke straat gebruikt als doorgaande weg, en door de vele bussen die pleinen en straten bezetten als wachtplaats voor vertrek. In de toekomst blijven slechts enkele straten beschikbaar voor het doorgaande verkeer. Het gaat om de Henck Arronstraat, de Waterkant (straat) en de Heiligenweg.

Pleinen als centrale plekken in het netwerk van publiek domein Vier pleinen vormen de centrale plekken in het publieke domein: ▪ het Onafhankelijkheidsplein ▪ het Kerkplein ▪ de omgeving Surinaamse Bank en SintPetrus en Pauluskathedraal ▪ Heiligenweg-Knuffelsgracht samen met Spanhoek Het zijn bij uitstek de plekken waar het publieke leven zich afspeelt, met elk hun eigenheid en identiteit. Daartoe moeten ze vrijge-

maakt worden van de private claims die nu op de pleinen rusten. Dit geldt vooral voor het Kerkplein en de Heiligenweg-Knuffelsgracht met Spanhoek. Ze moeten uitgroeien tot levendige pleinen met in de randen ruimte voor centrumfuncties. Rondom de Sint-Petrus en Pauluskathedraal en de Surinaamse bank wordt een volwaardig plein gecreëerd. Hier wordt er vooral ruimte vrijgemaakt en een gezamenlijke aanleg doorgevoerd, waardoor de gebouwen meer tot hun recht komen. Hier is er veel minder een noodzaak om centrumfuncties in de randen te voorzien. De drie pleinen worden aangelegd van gevel tot gevel en passen in het totaalbeeld van de publieke ruimte van de Binnenstad. Hoe dit wordt vormgegeven ,vormt onderdeel van verder studiewerk. Het Onafhankelijkheidsplein vergt weinig aanpassingen. Het plein behoudt haar huidige status als grote open vlakte geschikt voor evenementen en als centrum van de bestuurlijke macht met het Presidentieel Paleis en de Nationale Assemblee. Hier moet enkel nagedacht worden over een opsmuk van de bestaande infrastructuur om uniformiteit te krijgen in het totaalbeeld van de publieke ruimte in het ‘Historisch Hart’. Om deze reden wordt het Onafhankelijkheidsplein niet geselecteerd als strategisch project voor het ‘Historisch Hart’.

49


50

Vergroenen van het Historisch Hart

3

PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’

Het vergroenen van het ‘Historisch Hart’ is een essentiële maatregel om de verblijfskwaliteit in het gebied te verhogen. Het is een doorwerking van het beeld ‘de Groene Binnenstad’. Er moet gestreefd worden naar maximaal groene structuren daar waar de ruimte dit toelaat. Dit groen wordt gezien als meer dan enkel een opsmuk. Het gaat om functioneel groen dat de kracht bezit om schaduw te geven in de straten en op de pleinen. Het zijn grote monumentale bomen die het beeld bepalen en die instaan voor de klimaatregeling in het publiek domein. Volgende selectie van straten en pleinen wordt naar voren geschoven (niet limitatief): ▪ plein Heiligenweg-Knuffelsgracht en Spanhoek ▪ Kerkplein ▪ omgeving Surinaamse Bank en Sint-Petrus en Pauluskathedraal ▪ Herenstraat (relicten aanwezig) ▪ Noorderkerkstraat ▪ Wagenwegstraat ▪ Grote Hofstraat ▪ Oude Hofstraat Deze selectie is een inschatting van de mogelijkheden op basis van de beschikbare profielen en de beoogde representativiteit van de ruimten. Daar waar geen monumentale

bomen voorzien kunnen worden (bijvoorbeeld in de overige straten) kan nagedacht worden over het gebruik van kleinere bomen. Het Onafhankelijkheidsplein vormt een uitzondering op de regel om maximaal te proberen bomen in te planten. Het plein put haar identiteit uit de grote open vlakte met ruimte voor festiviteiten. Hier zijn bomen aan één of meerdere randen van het plein eerder aangewezen, wat overeenstemt met minstens de bestaande situatie. Zowel de keuze van de bomen als de mogelijkheden van inplanten moeten passen in een weloverwogen groenstrategie. De uitwerking van deze strategie kan gebiedsgericht gebeuren voor enkel het ‘Historisch Hart’ of passen binnen een groenstrategie voor de totale Binnenstad (generiek). Het vormt onderwerp van verder onderzoek.


Levendigheid verhogen Het ‘Historisch Hart’ is een centraal en levendig gebied. Daartoe maakt het gebruik van een mix van functies die te vinden zijn in de drie dynamische gebieden die haar omringen. Om dit te verwezenlijken moet in de toekomst handel, uitgaan, toeristischrecreatieve functies en leisure gestimuleerd worden. Bij de inplanting van nieuwe functies moet telkens nagedacht worden over de draagkracht van het gebied. Zo is in het verleden de inplanting van een Burger King op het Kerkplein een zegen geweest voor het verhogen van de attractiviteit van het plein, maar de keuze van een bijhorende drive-in was op deze plek ongepast. Hierbij worden de architecturale aspecten van dit gebouw buiten beschouwing gelaten. Een tweede belangrijke peiler voor het verhogen van de attractiviteit, is het stimuleren van de woonfunctie en het afbouwen van het belang van de dienstenfuncties. De woonfunctie is essentieel om het gebied ook na sluitingstijd de vereiste levendigheid te kunnen schenken.

51

Voor het verhogen van de functionele mix en het stimuleren van de woonfunctie is bijkomend onderzoek essentieel. Een functioneel onderzoek en een woonstrategie moeten worden uitgewerkt op het niveau van de Binnenstad in relatie tot de hele stad.


STRATEGISCHE PROJECTEN

Enkele projecten zijn strategisch voor het ‘Historisch Hart’. Daarbij maken de projecten een combinatie van de opgesomde concepten voor het gebied, gebaseerd op de beelden voor de Binnenstad. Met de strategische projecten wordt de essentiële trendbreuk voor veranderingen in het gebied gerealiseerd.

PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’

52

3

kaart 3.1 | Strategische projecten ‘Historisch Hart’ bron: eigen verwerking


Kerkplein-omgeving Surinaamse Bank en kathedraal als tweelingenplein Dit project is strategisch omdat het een essentiële uitwerking vormt van het beeld ‘het hart van de Binnenstad, een aaneenschakeling van publiek domein’ en het bijhorende concept ‘pleinen als centrale plek in het netwerk van het publiek domein’. De twee pleinen vormen een onderdeel van de verbinding van het ‘Winkelkerngebied’ met het ‘Uitgaansgebied’ (via de Van Sommelsdijcksekreek). wegen doorgaand verkeer kruising wegen doorgaand verkeer kruising wegen doorgaand verkeer met wegen lagere verkeersintensiteit fiets- en wandelverbinding doorsteken in het bouwblok openbare ruimte: prioritaire gebieden !

aandacht voor het behoud gaafheid historische gebouwen Lim A Postraat vergroenen van de Binnenstad afwerken van bouwranden en -blokken landmark / scharnierpunt

P

TF

ondergrondse parking transferium openbaar vervoer

De Hervormde Kerk aan het Kerkplein neemt, samen met de Surinaamse bank en de Sint-Petrus en Pauluskathedraal als symbool voor het religieuze en het financiële leven, een centrale plek in in het ‘Historisch Hart’. De drie gebouwen hebben elk een hoge beeldwaarde en zijn een landmark1 voor het gebied. De Hervormde Kerk en de Surinaamse Bank staan in elkaars zichtas en ‘communiceren’ met elkaar. Het positieve spanningsveld dat dit met zich meebrengt vormt het uitgangspunt in dit strategisch 1 Landmarks zijn makkelijk te herkennen objecten waar de gebruiker geen toegang tot hoeft te krijgen. Het zijn elementen in de stad, sommigen groot en van ver te zien, anderen weer klein en vallen niet direct op. Men kan denken aan torens, koepels of bergen. Ze worden vaak gebruikt als middel om structuur te geven, en er wordt verassend veel op vertrouwd bij het navigeren door de stad. (Lynch, 1960: 78)

53


3

PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’

54

project. Daartoe worden twee pleinen gecreëerd die volop de dialoog met elkaar aangaan en met elkaar in verbinding staan door middel van de Noorderkerkstraat. De twee pleinen worden binnen dit onderzoek aangeduid als een twee-eenheid. Deze positie zal versterkt worden door de Noorderkerkstraat een nieuwe inrichting te geven met meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Dit vormt de aanzet voor de doorsteek van en naar de Van Sommelsdijcksekreek langsheen de kathedraal. De as zelf wordt zichtbaar gemaakt door het aanbrengen van een groene as met bomenlaan tussen de kathedraal en het Kerkplein.

Hart’. Hier is reeds een schaalvergroting merkbaar ten opzichte van de directe omgeving. Het postgebouw, de RBTT en de nieuwe Burger King zijn hier duidelijke voorbeelden van. Het gaat om zowel waardevolle (modernistische) gebouwen, als weinig inspirerende architectuur. Het Kerkplein loopt uit naar de Grote Hofstraat en de Oude Hofstraat. Ze vormen ruimtelijk een tentakel van het Kerkplein. Door deze ruimten een nieuwe inrichting te geven, aansluitend met het Kerkplein, ontstaat er een verweving tussen schaalvergroting van het Kerkplein en de kleinschalige ruimtes van het ‘Historisch Hart’.

Het is de uitdaging om het hele gebied van de kathedraal tot en met het Kerkplein autoluw te maken, waardoor een groot verblijfsgebied zal ontstaan. De Henck Arronstraat blijft haar huidige functie van verkeersweg voor doorgaand verkeer behouden. De kathedraal en de Surinaamse bank vormen de twee protagonisten langsheen de Henck Arronstraat. Een nieuw plein voor beide gebouwen zal deze positie nog versterken. Het plein vormt een publiek podium, een rustpunt in het ‘Historisch Hart’ waarop beide gebouwen tot hun recht komen.

Op de hoek met de Lim A Postraat is er een groot leeg perceel waar momenteel op geparkeerd wordt. Een nieuw gebouw met een publieke functie kan hier ontwikkeld worden, waardoor het Kerkplein geen hiaten meer heeft in haar wanden.

Ondanks de centrale ligging is de bebouwing aan het Kerkplein in de huidige situatie verschillend met de rest van het ‘Historisch


55

ďŹ guur 3.1 | Kerkplein, Surinaamse Bank, Sint-Petrus en

ďŹ guur 3.2 | Kerkplein-omgeving Surinaamse Bank en

Pauluskathedraal

kathedraal als tweelingenplein - collage

bron: Road Map Paramaribo

bron: eigen verwerking


56

Plein Heiligenweg-Knuffelsgracht en Spanhoek

3

PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’

Dit project is strategisch omdat het een essentiële uitwerking vormt van het beeld ‘het hart van de Binnenstad, een aaneenschakeling van publiek domein’ en het bijhorende concept ‘pleinen als centrale plek in het netwerk van het publiek domein’. Het plein vormt het overgangsgebied en scharnier tussen de drie strategische programma’s ‘Historisch Hart’, ‘Winkelkerngebied’ en ‘Waterkant’. In de huidige werking vormen de pleinen geen geheel: Heiligenweg-Knuffelsgracht wordt gedomineerd als busparking, Spanhoek is een druk kruispunt en kent slechts een beperkte inrichting als plein. Prominent in de ruimte staat het torengebouw van Telesur, dat geen uitstraling is van beeldkwaliteit. Het uitgangspunt is de pleinen als één geheel te ontwikkelen, waarbij een centraal torengebouw mogelijk blijft. Bij vervanging van de huidige toren moet een nieuw architecturaal kwalitatief gebouw een prominente rol aannemen als landmark binnen de Binnenstad. Hiermee wordt het scharnierpunt tussen de strategische ruimten gemarkeerd en wordt daarbij ook de overgang in het stadsweefsel van het ‘Historisch Hart’ naar de kwartslag

van het ‘Winkelkerngebied’ aangeduid. De pleinen worden met elkaar verbonden door ze om te vormen tot één groot verblijfsgebied. Het plein kan een rol spelen in het verkeersnetwerk van de stad en hierdoor het smalle deel van de Keizerstraat ontlasten. De nieuwe as wordt aan de rand van het plein Heiligenweg-Knuffelsgracht en Spanhoek aangelegd en kan fungeren als een doorgaande verbinding komende van de Waterkant richting Keizerstraat. Groenstructuren ondersteunen de zichtlijnen richting de Surinamerivier. Op het plein Heiligenweg-Knuffelsgracht wordt de huidige standplaats voor bussen omgevormd tot een bustransferium. Deze kan gekoppeld worden aan een ondergrondse parking onder het nieuwe plein. Het bustransferium hangt samen met de veerdienst naar Commewijne. Dit wil zeggen dat de pleinen niet enkel verblijfsgebieden worden, maar zich ook functioneel als overstapplaats inschakelen in het netwerk van de stad. Dit maakt van het plein een actieve ontmoetingsplek. Het plein Spanhoek blijft aan de zijde van de Keizerstraat volledig autovrij en sluit aan op het strategisch project ‘Kerkplein-omgeving Surinaamse Bank & kathedraal als tweelingenplein’. Hierdoor vloeien de ver-


blijfsgebieden in elkaar over. Deze verbinding vormt een belangrijk onderdeel van het concept ‘het hart van de Binnenstad, een aaneenschakeling van publiek domein’.

Bouwblok tussen het Plein van de Revolutie, de Knuffelsgracht en de Keizerstraat Het bouwblok is in haar huidige vorm sterk gehavend. Heel wat wanden liggen open doordat bebouwing verdwenen is. Verder is ook de kern van het bouwblok weinig efficiënt ingevuld. Doordat het bouwblok een zeer strategische positie in het weefsel van de Binnenstad inneemt, beheerst de troosteloze en gehavende aanblik van het blok sterk het gebied. De belangrijke positie van het bouwblok, in combinatie met de sterke aantasting, levert ook veel kansen op. De aanpak van het bouwblok kan een belangrijke impuls geven voor de Binnenstad. Voorwaarde is dat er voor het bouwblok een visie als geheel uitgewerkt wordt. Vanuit het masterplan wordt de realisatie van een doorsteek voor voetgangers en fietsers als belangrijke actie naar voor geschoven. Deze nieuwe verbinding legt de link tussen het plein HeiligenwegKnuffelsgracht en het Kerkplein. Hiermee is het een uitwerking van het beeld: ‘het hart

van de Binnenstad, een aaneenschakeling van publiek domein’. Het Plein van de Revolutie ligt op het schakelpunt van het programma ‘Historisch Hart’ en het programma ‘Waterkant’. Ruimtelijk vormt het een onderdeel van het gehavende bouwblok. Het plein bezit een bijzondere emotionele geladenheid bij de inwoners van Paramaribo. Het herinnert als ‘leegte’ aan de staatsgreep in 1980, waar op die plek het vroegere hoofdkantoor van de politie afbrandde. Omwille van deze bijzondere betekenis dient elke ingreep in deze ruimte weldoordacht genomen te worden. In het strategisch programma ‘Waterkant’ worden twee verschillende voorstellen geprojecteerd voor deze ruimte.

57


3

PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’

58

BIJKOMENDE PROJECTEN EN AANDACHTSPUNTEN

Volgende projecten betekenen een meerwaarde voor het ‘Historisch Hart’, maar ze bezitten geen belangrijke hefboomfunctie. Daarom worden ze niet geselecteerd als strategische projecten. Het zijn ontwikkelingsmogelijkheden die als waardevol worden aangeduid, maar die niet noodzakelijk fungeren als korte termijnprojecten met een trendbreuk voor het gebied.


Lim A Postraat De Lim A Postraat bezit een bijzondere gaafheid als beeld. Het merendeel van de gebouwen oogt authentiek en is grotendeels beter verzorgd. De straatwand vertoont bovendien weinig hiaten. Omdat monumentenzorg niet tot hun vakgebied behoort, kunnen de onderzoekers niet aangeven of deze gaafheid zich ook doorvertaalt in een grote historische waarde als stadsgezicht. Los van dit aspect blijft de gaafheid in het beeld van de Lim A Postraat een bijzonder aandachtspunt in de toekomst.

Verbinding Sint-Petrus en Pauluskathedraal naar de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ Deze verbinding tussen Sint-Petrus en Pauluskathedraal en de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ is een missing link in het beeld ‘Het hart van de Binnenstad, een aaneenschakeling van publiek domein’. Het kan een verbinding vormen voor fietsers en voetgangers tussen het ‘Historisch Hart’ en het ‘Uitgaansgebied’. De aanleg kan als een opportuniteit beschouwd worden, nu de eigenaar van de gronden, het RK Bisdom, nadenkt om het grotendeels braakliggend perceel te ontwikkelen. De bouwmogelijkheden van het terrein werden door TU Delft aan de hand van een oefening onderzocht in hun rapport voor UNESCO: ‘Historic inner city of Paramaribo, Suriname. Final report: Capacity building program - phase 1’ (Meurs, P. H. et al., 2008: 14). Hoewel de verbinding niet in dit werk werd opgenomen, blijft de realisatie ervan nog steeds mogelijk bij de concrete uitwerking van het bouwproject. Indien de verbinding niet gerealiseerd kan worden, vormt de parallellopende Monseigneur Wulfinghstraat een goed alternatief. Verder onderzoek is noodzakelijk.

59


PARTNERS

Elk van de opgesomde acties en strategische projecten dient met de juiste partners verder te worden uitgewerkt. Hiervoor moeten per onderzoek, actie en strategisch project de partners gedetailleerd in kaart te worden gebracht. Gelet op het beperkte bestek van dit onderzoek was dit hier niet haalbaar. Toch kan er al een eerste detectie worden gemaakt van de partners die spelen op het niveau van het hele programma: ▪ Ministerie Ruimtelijke Ordening, Gronden Bosbeleid ▪ Ministerie van Openbare werken ▪ Ministerie van Justitie en Politie ▪ Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directoraat Milieubeheer ▪ Stichting Toerisme ▪ Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname ▪ UNESCO

3

PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’

60

foto 3.2 | Keizerstraat, Spanhoek


61


3

PROGRAMMA ‘HISTORISCH HART’

62

CONCLUSIE

Het ‘Historisch Hart’ is de belangrijkste drager van de identiteit van de Binnenstad en maakt dat deze als centrum voor de stad weinig inwisselbaar is. Het programma voor het ‘Historisch Hart’ heeft tot doel om het gebied als visitekaartje van het collectief geheugen het respect te geven dat het verdient, door revitalisatie van zowel het openbaar domein, de bebouwing en het gebruik. Op deze manier veruiterlijkt de ambitie voor dit programma op een zeer geïntegreerde wijze de algemene visie en de inzetten, zoals geformuleerd in boek 4. Om dit programma tot uiting te brengen, is er veel werk aan de winkel. Het behoeft bijkomend onderzoek op specifieke aspecten, de uitwerking van strategische projecten en aanvullend nog een reeks bijkomende acties. In figuur 3.3 worden deze opgelijst in een matrix. In de volgende fases van het stadsproject is het essentieel om, samen met de partners, op een oordeelkundige manier aan de slag te gaan om te kunnen komen tot gefundeerde, maar ook snel uitvoerbare projecten. Vanuit de matrix (figuur 3.3) en in navolging van hoofdstuk 3, wordt voorgesteld om op drie sporen te werken: 1 uitwerken van generieke onderzoeken 2 uitwerken van strategische projecten 3 uitwerken van bijkomende projecten


Omdat dit programma zorgt voor de ziel van de stad (zie boek 4, hoofdstuk 2) wordt er vanuit de eerder vermeldde ‘morele verplichting’ geijverd om dit programma bij uitvoering van het masterplan naar voren te schuiven in de prioriteitenlijst. Deze wens vereist wel een verdere toepassing van de ontwikkelingsstrategie om deze morele verplichting te kunnen vertalen in projecten die ook op korte termijn haalbaar zijn.

ONDERZOEKEN

STRATEGISCHE PROJECTEN

▪ verder onderzoek naar conserve- ▪ Kerkplein – Omgeving Surinaamse Bank & kathedraal als tweelingenplein ringsbeleid ▪ specifieke bouwregels voor nieuw- ▪ plein Heiligenweg-Knuffelgracht en bouw Spanhoek ▪ onderzoek naar verkeerssysteem ▪ bouwblok tussen het Plein van de Rezodat het ‘Historisch Hart’ een volutie, de Knuffelsgracht en de Keiverblijfsgebied kan worden dat zerstraat grotendeels autoluw is. ▪ groenstrategie voor de Binnenstad ▪ functioneel onderzoek Binnenstad, eveneens in relatie tot de hele stad ▪ woonstrategie, eveneens in relatie tot de hele stad ▪ verder onderzoek naar de Lim A Postraat als potentieel stadsgezicht

63

BIJKOMENDE ACTIE ▪ aanpakken van verwaarloosd historisch erfgoed via restauratie en herbruik ▪ grond- en pandenbeleid: strategische gronden of panden kopen en kwalitatief ontwikkelen ▪ toekennen van fiscale voordelen voor kwalitatieve architectuur ▪ oprichten informatiecentrum en kenniscel erfgoed ▪ premies voor het organiseren van architectuurwedstrijden met een vakjury om private ontwikkelaars aan te zetten tot kwalitatieve ontwikkelingen ▪ verbinding Sint-Petrus en Pauluskathedraal naar de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ figuur 3.3 | Matrix Historisch Hart bron: eigen verwerking


foto 4.1 | Waterkant, hoek Dr. Sophie Redmondstraat


HOOFDSTUK 4

PROGRAMMA ‘WINKELKERNGEBIED’


4

PROGRAMMA ‘WINKELKERNGEBIED’

66

VISIE

Het ‘Winkelkerngebied’ versterkt haar positie als belangrijkste winkelgebied van Paramaribo. Hiervoor moet een duidelijke differentiatie met de secundaire centra gezocht worden in het aanbod van de handelszaken. Het winkelen als functie verschuift in dit gebied naar een vrijetijdsbesteding. In het ‘Winkelkerngebied’ maken de handelsfuncties gebruik van de vier assen doorheen het gebied: de Domineestraat, de Maagdenstraat, de Jodenbreestraat en de Steenbakkerijstraat. Deze assen zijn autoluw (zie programma ‘Netwerk’). Het publiek domein getuigt van een hoge kwaliteit, identiteit en is meer dan enkel leegte als esthetisch ideaal (Hajer, Reijndorp, 2001: 101). Het grijpt terug naar het superbeeld van verblijfskwaliteit. Het gebied is een levendige plek, ook na het sluitingsuur van de handelszaken. De visie en de uitwerking van de concepten voor het programma ‘Winkelkerngebied’ steunen op de beelden gedefinieerd voor openbaar domein en gebruik (zie boek 4, hoofdstuk 3).


CONCEPTEN ALS DOORWERKING VAN DE BEELDEN

Winkelkerngebied als verblijfsgebied Dit concept is een uitwerking van het beeld ‘verblijfsgebieden uit het systeem van doorgaand verkeer’ en het strategisch programma ‘Netwerk’. Het doorgaand verkeer wordt rond het gebied afgeleid: Heiligenweg, Keizerstraat, Zwartenhovenbrugstraat, Dr. Sophie Redmondstraat en de Waterkant. Hierdoor blijven de vier hoofdassen in het gebied autoluw. Parkeermogelijkheden bevinden zich aan de rand van het gebied, steeds gelegen aan de assen voor doorgaand verkeer. Voor zover het binnen voorliggend onderzoek mogelijk was dit te onderzoeken, zijn er mogelijkheden om het parkeren ondergronds te organiseren onder het plein Heiligenweg-Knuffelsgracht en Spanhoek, onder het plein aan de Centrale Markt, onder de Dr. Sophie Redmondstraat en/of in een parkeergebouw aan één van de aangeduide assen voor doorgaand verkeer.

67


4

PROGRAMMA ‘WINKELKERNGEBIED’

68

Sterk openbaar domein met een eigen identiteit

Vergroenen van het Winkelkerngebied

Inzetten op het ‘Winkelkerngebied’ betekent in de eerste plaats inzetten op de functies en een sterk openbaar domein. Dit laatste is in de eerste plaats volwaardig publiek domein zoals voorgesteld in het beeld ‘de openbare ruimte als publiek domein’. Het heeft een identiteit die een eigen kracht bezit, en die zich niet laat overheersen door de vele betekenissen die de commerciële functies genereren in de wanden van het gebied. Daarvoor wordt er op zoek gegaan naar de betekenis van de plekken die de waarde overstijgt van enkel ‘fun’ en ‘looking good’ (Hajer, Reijndorp, 2001: 101). Dit is werk voor ontwerpers die de betekenis van de openbare ruimte voor het publieke leven in de stad weten te vatten, zonder dit te verengen in een uniforme ruimte. Eenheid en verbondenheid in het publieke domein staat niet gelijk aan leegheid en laat een andere betekenis toe afhankelijk van de plek.

Het verder vergroenen van het ‘Winkelkerngebied’ is een essentiële maatregel om de verblijfskwaliteit in het gebied te verhogen. Het is een doorwerking van het beeld ‘de groene Binnenstad’. Aanvullend op de bestaande bomenrijen in de Jodenbreestraat en een deel van de Domineestraat, moet er gestreefd worden om maximaal groene structuren te voorzien daar waar de ruimte dit toelaat. Dit groen wordt door binnen dit onderzoek gezien als meer dan enkel een opsmuk. Het gaat om functioneel groen dat de kracht bezit om schaduw te geven in de vier winkelassen in het gebied. Het zijn grote monumentale bomen die het beeld bepalen en die instaan voor de klimaatregeling in het publiek domein. Dit betekent dat de keuze van de bomen ook afhangt van de oriëntatie van de straat en de mogelijkheid de heersende windstromen niet te blokkeren in functie van de natuurlijke verversing van de lucht. Zowel de keuze van de bomen, als de mogelijkheden van inplanting moeten passen in een weloverwogen groenstrategie. De uitwerking van deze strategie kan gebiedsgericht gebeuren voor enkel het ‘Winkelkerngebied’ of passen binnen een groenstrategie voor de totale Binnenstad (generiek). Het vormt onderwerp van verder onderzoek.


Levendigheid verhogen na sluitingstijd winkels

Differentiatie maken met het aanbod in de secundaire centra

Het ‘Winkelkerngebied’ moet groeien naar een levendige plek ook na de sluitingstijd van de meeste handelszaken. Dat kan door het aanbod te verschuiven van hoofdzakelijk handelszaken naar ook een ander commercieel aanbod als cafés en restaurants. Hierbij wordt vooral gezocht naar een aanbod dat iets ruimer gaat dan de openingsuren van handelszaken, maar er is geen nood aan een 24 uur op 24 commerciële invulling zoals dit eerder het geval is in het ‘Uitgaansgebied’ of langs de ‘Waterkant’.

Het ‘Winkelkerngebied’ versterkt zichzelf vanuit haar eigen kracht en positie in de stad. Dit kan echter niet zonder grondig na te denken over de relatie van het gebied met andere belangrijke commerciële zones in de stad. Het kan daarbij zeker niet de bedoeling zijn het ‘Winkelkerngebied’ als enige winkelgebied in de stad over te houden. Het is eerder het zoeken naar een goede differentiatie in het aanbod, zodat de verschillende commerciële zones elkaar niet meer beconcurreren, maar elkaar eerder aanvullen en versterken.

Een tweede belangrijke peiler is het verhogen van de aanwezigheid van bewoners in het gebied. Dit kan door het stimuleren van de woonfunctie. Wonen boven winkels en het stimuleren van de hotelfuncties kan hier een oplossing bieden voor het probleem. Voor het verhogen van de levendigheid na sluitingstijd van de winkels en het stimuleren van de woonfunctie is bijkomend onderzoek essentieel. Een functioneel onderzoek en een woonstrategie moeten worden uitgewerkt op het niveau van de Binnenstad in relatie tot de hele stad.

Het is noodzakelijk om, bijkomend aan het eerder voorgestelde functioneel onderzoek, de relatie van de Binnenstad met de uitbouw van secundaire kernen in de stad te onderzoeken (zie ook boek 4, hoofdstuk 1 voor verduidelijking concept ‘secundaire kernen’). Het definiëren van de toekomstige rol van het ‘Winkelkerngebied’ vereist een dubbel spoor: enerzijds een strategie ontwikkelen voor de implementatie van een hernieuwde rol voor het ‘Winkelkerngebied’ en anderzijds het zuigende effect van de andere commerciële zones in de stad stoppen.

69


STRATEGISCHE PROJECTEN

PROGRAMMA ‘WINKELKERNGEBIED’

70

4

kaart 4.1 | Strategische projecten ‘Winkelkerngebied’ bron: eigen verwerking


Aanpakken van vier assen

Zichten naar de Surinamerivier

De aanpak van het openbaar domein vindt plaats in de vier assen van het ‘Winkelkerngebied’: de Domineestraat, de Maagdenstraat, de Jodenbreestraat en de Steenbakkerijstraat. De aanpak van de publieke ruimte vereist een grondig onderzoek naar de betekenis van het publiek domein en de mogelijkheden voor het vergroenen van de assen en het terugdringen van de claim van het gemotoriseerd verkeer.

Het openwerken van de zichten naar de Surinamerivier is een kans om een extra laag van identiteit toe te voegen aan het ‘Winkelkerngebied’. Het zorgt ervoor dat deze strategische ruimte opnieuw contact maakt met de rivier. Het ‘Winkelkerngebied’ is van oorsprong geënt op de Surinamerivier door een verdraaiing in het stratenpatroon met 45 graden (kwartslag). De belangrijkste ingrepen hiervoor situeren zich in een ander strategisch programma: de omgeving van de Centrale Markt en de Vreedzaammarkt aan de ‘Waterkant’ (zie hoofdstuk 8 van dit boek).

wegen doorgaand verkeer kruising wegen doorgaand verkeer kruising wegen doorgaand verkeer met wegen lagere verkeersintensiteit fiets- en wandelverbinding doorsteken in het bouwblok openbare ruimte: prioritaire gebieden vergroenen van de Binnenstad afwerken van bouwranden en -blokken landmark / scharnierpunt P

TF

ondergrondse parking / parkeergebouw transferium openbaar vervoer zichten naar de Surinamerivier

figuur 4.1 | Domineestraat - collage bron: eigen verwerking

71


4

PROGRAMMA ‘WINKELKERNGEBIED’

72

BIJKOMENDE PROJECTEN EN AANDACHTSPUNTEN

Volgende projecten betekenen een meerwaarde voor het ‘Winkelkerngebied’, maar ze bezitten geen belangrijke hefboomfunctie. Daarom worden ze niet geselecteerd als strategische projecten. Het zijn ontwikkelingsmogelijkheden die als waardevol worden aangeduid, maar die niet noodzakelijk fungeren als korte termijnprojecten met een trendbreuk voor het gebied.


Moskee & Synagoge

Neumanpad

Twee religieuze gebouwen langs de Keizerstraat vormen een merkwaardig en waardevol beeld in de Binnenstad. Het gaat om de hoofdMoskee van de Surinaamse Islamitische Vereniging (SIV) en de Nederlands-Israëlitische Synagoge. Beide gebouwen staan symbool voor de rijkdom aan culturen binnen Suriname en veruitwendigen het beeld van de vreedzame samenleving tussen de verschillende gemeenschappen.

Het Neumanpad is een kronkelend pad tussen de Zwartenhovenbrugstraat en Maagdenstraat. Vroeger stroomde hier een kreek die uitmondde in de Surinamerivier via de Heiligenweg-Knuffelsgracht. Vandaag is het een pad langs een aaneenrijging van achtergevels. Het pad bezit echter een bijzondere potentie als aantrekkelijke doorsteek voor fietsers en voetgangers tussen de Maagdenstraat, Domineestraat, Jodenbreestraat en de Zwartenhovenbrugstraat. De ‘achterkanten’ langs het pad kunnen dan geïnverteerd worden, waarbij winkels en horeca het nieuwe straatbeeld vormen. Verder onderzoek naar de mogelijkheden van verdichting, het innemen van restruimten en onbebouwde achtererven is noodzakelijk.

Hoewel privaat eigendom, behoren de buitenruimten omheen de gebouwen visueel tot het publieke domein (net zoals de omgeving van het Presidentieel Paleis visueel een uitbreiding vormt van het Onafhankelijkheidsplein). Het private karakter wordt echter sterk benadrukt door de forse omheining van beide gebouwen. Er kan overwogen worden om de ‘voortuinen’ van beide gebouwen open te werken als een semipublieke ruimte in de Binnenstad en zo een interessant toegankelijk eindpunt te maken op de bijzondere as Moskee & Synagoge-Jodenbreestraat-Surinamerivier.

73


PARTNERS

Elk van de opgesomde acties en strategische projecten dienen met de juiste partners verder te worden uitgewerkt. Hiervoor moeten per onderzoek, actie en strategisch project de partners gedetailleerd in kaart te worden gebracht. Gelet op het beperkte bestek van dit onderzoek was dit hier niet haalbaar. Toch kan er al een eerste detectie worden gemaakt van de partners die spelen op het niveau van het hele programma: ▪ Ministerie Ruimtelijke Ordening, Gronden Bosbeleid ▪ Ministerie van Openbare werken ▪ Ministerie van Justitie en Politie ▪ Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directoraat Milieubeheer ▪ Stichting Toerisme ▪ Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname ▪ kerngroep van winkeliers als bevoorrechte getuigen, zoals afgevaardigden Kersten Holding, Dhr. Conrad Issa als afgevaardigde Lucky Store ...

4

PROGRAMMA ‘WINKELKERNGEBIED’

74

foto 4.2 | Zwartenhovenbrugstraat, hoek Dr. Sophie Redmondstraat


75


76

CONCLUSIE

Het doel van dit programma is om het handels- en winkelcentrum van de Binnenstad te versterken en te verbeteren. Net als bij het programma ‘Historisch Hart’ gebeurt dit door de visie, concepten en beelden uit boek 4 verder toe te passen.

4

PROGRAMMA ‘WINKELKERNGEBIED’

Anders dan bij het ‘Historisch Hart’ ligt het accent hier meer op openbaar domein en functies en minder op bebouwing. Ter uitwerking van dit programma werden er verdere onderzoeken, strategische projecten en bijkomende acties uitgewerkt. Concepten op het niveau van het ‘Winkelkerngebied’ voeden deze drie producten. In figuur 4.2 een overzicht: De grote troef van dit programma is de veelheid en het aanwezige kapitaal van de gelijkgezinde partners. Op basis van deze matrix dienen de volgende stappen uitgezet te worden in het stadsproject.


77

ONDERZOEKEN

STRATEGISCHE PROJECTEN

▪ verder onderzoek naar toepassen ▪ aanpak van de vier assen programma ‘Netwerk’ in ‘Winkel- ▪ zichten naar de Surinamerivier kerngebied’ ▪ verder onderzoek naar de aannames van de structuurschets en de concepten ▪ groenstrategie voor de Binnenstad ▪ functioneel onderzoek Binnenstad, eveneens in relatie tot de hele stad ▪ woonstrategie, eveneens in relatie tot de hele stad ▪ onderzoek naar de relatie van de Binnenstad met de uitbouw van secundaire kernen in de stad ▪ verder onderzoek naar toepassing programma ‘Netwerk’

BIJKOMENDE ACTIE ▪ Moskee & Synagoge ▪ Neumanpad

figuur 4.2 | Matrix Winkelkerngebied bron: eigen verwerking


foto 5.1 | Palmentuin,Van Sommelsdijcksekreek,Van Rooseveltkade


HOOFDSTUK 5

PROGRAMMA ‘UITGAANSGEBIED’


80

VISIE

Het ‘Uitgaansgebied’ ontwikkelt zich tot het uitgaanscentrum van de (Binnen)stad met uitgaansfuncties (discotheken, danscafés ...) die moeilijker combineerbaar zijn met andere stedelijke functies zoals wonen. De ontwikkeling gebeurt door middel van verdichting binnen de grenzen van het ‘Uitgaansgebied’. Deze keuze houdt in dat in deze zone geen plaats meer is voor de woonfunctie. Het gebied hoeft niet autoluw te zijn, hoewel het wel aan te raden valt.

5

PROGRAMMA ‘UITGAANSGEBIED’

De visie en de uitwerking van de concepten voor het programma passen de beelden gedefinieerd voor openbaar domein, bebouwing en gebruik toe (zie boek 4, hoofdstuk 3).


CONCEPTEN ALS DOORWERKING VAN DE BEELDEN

De structuurschets (zie kaart 5.1) is een oefening naar bouwmogelijkheden, verbindingen, parkeeroplossingen ... Binnen dit onderzoek worden volgende concepten voor de ontwikkeling van het ‘Uitgaansgebied’ naar voren geschoven:

Uitgaan als dominante functie Het uitgaansleven speelt zich in Paramaribo deels af in open lucht. Dit maakt dat sommige vormen van uitgaan moeilijk combineerbaar zijn met de woonfunctie. Het ‘Uitgaansgebied’ wordt in de toekomst het kerngebied voor de uitgaansfuncties. Het gaat om de functies die de draagkracht van de Binnenstad niet overstijgen, maar die moeilijk combineerbaar zijn met andere stedelijke functies. Het stimuleren van wonen wordt in dit gebied niet als wenselijk beschouwd. Alle functies die voorzien worden binnen het programma moeten geschikt zijn voor een ligging in de Binnenstad. Het gebied is hierdoor geen ontvanger van grootschalige functies zoals megadiscotheken ...

81


5

PROGRAMMA ‘UITGAANSGEBIED’

82

Verdichten binnen de grenzen van het ‘Uitgaansgebied’

Tekort aan parkeercapaciteit wordt opgelost in het gebied

Uitgaan als dominante functie betekent dat het afgebakende gebied hiervoor maximaal benut moet worden. Er wordt gestreefd naar een verdichting binnen de grenzen van het ‘Uitgaansgebied’. Pas bij een volledige benutting van het gebied, kan er nagedacht worden aan uitbreiding richting rivieroever, maar enkel bij aantoonbare noodzaak. De uitgaansfuncties maken in geen geval de sprong noordwaarts naar de woonwijk Combé. Uitgaansfuncties die nu reeds in de Combéwijk aanwezig zijn, worden afgebouwd.

Uitgaan en autogebruik gaan in Paramaribo hand in hand. Hoewel de onderzoekers het pleidooi voor een performant openbaar vervoersnetwerk blijven ondersteunen, moet de realiteit onder ogen gezien worden.

Ontwerpend onderzoek naar de mogelijkheden voor verdichting door middel van een bouwblokkenonderzoek is nodig. Dit moet gepaard gaan met het in beeld brengen van de grondrechtelijke situatie en het uitwerken voor strategieën voor realisatie. Functioneel onderzoek op het niveau van de Binnenstad in relatie met de stad moet het bouwblokkenonderzoek ondersteunen.

Het ‘Uitgaansgebied’ moet echter de eigen parkeerproblematiek binnen de grenzen van het gebied oplossen. Het gebrek aan parkeercapaciteit mag niet afgewikkeld worden op naastgelegen gebieden zoals de Van Sommelsdijcksekreek, de Palmentuin, omgeving Fort Zeelandia... Daartoe zijn oplossingen bedenkbaar op basis van een concept van verdichten binnen het gebied: door reorganisatie van de bebouwing kan ruimte ontstaan voor parkeren. De ontsluiting naar de parkings verloopt via de Van Sommelsdijcksestraat waardoor, bij drukkere periodes, de doorgaande verbinding langs de Kleine Waterstraat gevrijwaard blijft van filevorming door de vele in- en uitrij bewegingen. Verder onderzoek naar de toepassing vanuit het programma ‘Netwerk’ en van de aannames uit de structuurschets (zie kaart 5.1) is noodzakelijk.


Verbindingen creëren

83

Het gebied moet minstens één verbinding hebben vanaf de Combéwijk naar de Palmentuin (noord-zuid). Dit kan een nieuwe verbinding zijn of een verbinding aan de hand van een opwaardering van de bestaande Leemsteeg. Het gebied moet ook een beter contact maken met de Palmentuin door middel van één of meerdere bruggen voor fietsers en wandelaars over de Van Sommelsdijcksekreek. foto 5.2 | ‘Zanzibar’, hoek Kleine Waterstraat,Van Sommelsdijckstraat

foto 5.3 | Kleine Waterstraat, Hotel Torarica (links en achter)


5

PROGRAMMA ‘UITGAANSGEBIED’

84

Stedelijk front aan de Van Sommelsdijcksekreek

Vergroenen van het ‘Uitgaansgebied’

De Van Rooseveltkade kan zich ontwikkelen tot een stedelijk front en boulevard langs de Van Sommelsdijcksekreek. In het huidige centrum van het ‘Uitgaansgebied’ ontbreekt immers de ruimte om te flaneren. De (nieuwe) bebouwing langs de Van Rooseveltkade wordt een representatieve levendige wand met horeca en ruimte voor grote terrassen, die zich openstelt naar de Van Sommelsdijcksekreek, de Palmentuin en de Binnenstad. Door deze nieuwe oriëntatie zoekt het ‘Uitgaansgebied’ contact met de Binnenstad in plaats van op de huidige ‘eilandsituatie’.

De reorganisatie van het ‘Uitgaansgebied’ biedt mogelijkheden om het totale gebied sterker te vergroenen. De groenstructuren passen in een groenplan of groenstrategie, minstens op het niveau van het ‘Uitgaansgebied’ en steeds in relatie tot de Binnenstad. Ze structureren het bestaande en nieuw te voorzien publiek domein, dragen bij tot de beeldkwaliteit en geven identiteit aan de ruimte. Het legt relaties naar de Waterkant, de Combéwijk, de Van Sommelsdijcksekreek en de Palmentuin.


85

foto 5.4 | Van Rooseveltkade

ďŹ guur 5.1 | Uitgaansgebied, Van Rooseveltkade - collage bron: eigen verwerking


STRATEGISCHE PROJECTEN

PROGRAMMA ‘UITGAANSGEBIED’

86

5

kaart 5.1 | Strategische projecten ‘Uitgaansgebied’ bron: eigen verwerking


87

wegen doorgaand verkeer kruising wegen doorgaand verkeer kruising wegen doorgaand verkeer met wegen lagere verkeersintensiteit fiets- en wandelverbinding openbare ruimte: prioritaire gebieden ontwikkeling stedelijk front Van Rooseveltkade en boulevard langs Van Sommelsdijcksekreek verdichten / reorganisatie van bebouwing P

parkeren in het binnengebied afbouwen uitgaansfuncties Combéwijk

In het gebied worden geen aparte strategische projecten aangeduid omdat het als één projectzone moet worden beschouwd. Het gebied kent nog heel wat onbebouwde percelen, waardoor de mogelijkheid bestaat om na te denken over de hele structuur van het projectgebied, bijkomende bouwmogelijkheden, bestaande en eventueel toekomstige publieke ruimtes, bestaande en nieuwe verbindingen, te ontpitten binnengebieden ... Het heeft ook te maken met de beperkte oppervlakte van het gebied, waardoor de ene actie zulke invloed heeft op de andere, dat men niet anders kan dan het programma in z’n geheel uit te werken. Zo worden de elementen uit de concepten (opwaarderen Leemsteeg, front Van Rooseveltkade ...) componenten van één programma, maar geen aparte strategische projecten.


PARTNERS

Elk van de opgesomde acties en strategische projecten dienen met de juiste partners verder te worden uitgewerkt. Hiervoor moeten per onderzoek, actie en strategisch project de partners gedetailleerd in kaart te worden gebracht. Gelet het beperkte bestek van dit onderzoek was dit hier niet haalbaar. Toch kan er al een eerste detectie worden gemaakt van de partners die spelen op het niveau van het hele programma: ▪ Ministerie Ruimtelijke Ordening, Gronden Bosbeleid ▪ Ministerie van Openbare werken ▪ Ministerie van Justitie en Politie ▪ Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directoraat Milieubeheer ▪ Stichting Toerisme ▪ Stichting Uitgangscentrum Paramaribo (SUP) ▪ Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname ▪ kerngroep van horeca-uitbaters als bevoorrechte getuigen ▪ eigenaars percelen ‘Uitgaansgebied

5

PROGRAMMA ‘UITGAANSGEBIED’

88

foto 5.5 | Kleine Dwarsstraat


89


90

CONCLUSIE

Het doel van dit programma is om de Binnenstad van een kwalitatief en geconcentreerd uitgaansgebied te voorzien. Via de structuurschets en de concepten is er een uitwerking gegeven aan het programma, waarbij de concepten een verdere uitwerking zijn van de beelden uit boek 4.

5

PROGRAMMA ‘UITGAANSGEBIED’

Omdat dit programma beperkter in omvang is en alle acties nauw verbonden zijn, wordt dit programma best als één geheel uitgewerkt. Daarom werden er bij de uitwerking van dit programma geen aparte strategische projecten of bijkomende acties gedefinieerd. Wel werden er, om de verdere uitwerking van het programma te onderbouwen, enkele bijkomende onderzoeken aangeduid: 1 Bouwblokkenonderzoek. Ontwerpend onderzoek naar de mogelijkheden voor verdichting, gekoppeld aan strategieën voor realisatie. 2 Functioneel onderzoek op het niveau van de Binnenstad in relatie met de stad (ter ondersteuning van het bouwblokkenonderzoek). 3 De uitwerking van het programma ‘Netwerk’ in dit programma. Verder onderzoek van de aannames en voorstellen uit concepten en structuurschets. 4 Verder onderzoek naar groenstrategie. Linken met omgeving en de stad.


In de verdere uitwerking van het stadsproject is, net als bij het ‘Winkelkerngebied’ de aanwezigheid van sterke en goed georganiseerde partners een troef. Tevens maakt de beperkte omvang en de mindere complexiteit door de dominante functie, dat dit programma gemakkelijker tot uitvoering te brengen is. De mate van complexiteit van de grondrechtelijke situatie kan dit evenwel nog belemmeren. Verder onderzoek loopt bij voorkeur simultaan of voorafgaand aan de uitwerking van dit programma.

91


foto 6.1 | Henck Arronstraat, hoek Swalmbergstraat, muur Oranjetuin (links), loopwedstrijd


HOOFDSTUK 6

PROGRAMMA ‘CULTURELE POOL’


VISIE

PROGRAMMA ‘CULTURELE POOL’

94

6

figuur 6.1 | Culturele Pool als stedelijk parkgebied bron: Dikland, Koenraadt, 2003-2006 + eigen bewerking

De Culturele Pool ontwikkelt zich tot een stedelijk parkgebied dat zich uitstrekt vanaf de Binnenstad tot aan de kust. Het gebied fungeert als strategische ruimte voor de hele stad. Het kan zich verder opladen met een cultureel-recreatief programma op stedelijk niveau. Het gebied is een groene long in de stad en fungeert als open ruimtecorridor naar de Atlantische Oceaan. De ‘Culturele pool’ is een erg kwetsbaar gebied. Het is in de toekomst niet wenselijk om binnen dit gebied nieuwe programma’s voor wonen te ontwikkelen.


OPPORTUNITEIT

Enkele dagen voor de aankomst van de onderzoekers werd er een visie voorgesteld voor de Cultuurtuin. De Cultuurtuin vormt een aanzienlijk deel van het strategisch programma ‘Culturele Pool’. Private en overheidspartners hadden samen een project uitgewerkt en hun engagementen uitgesproken. Het project wordt samengevat in een artikel dat verscheen in de krant ‘De Ware Tijd’ (Anon, 2008: A10) bij de aanvang van het onderzoek van het masterplan voor de Binnenstad: “De Cultuurtuin als biodiversiteitspoort van Suriname Het lijkt een antwoord op de vraag die velen in ons land al jarenlang bezighoudt. We zijn volgens een van de laatste rapporten van het Wereld Economisch Forum de zesde opkomende toeristenmarkt in de wereld. Naar internationale maatstaven derhalve een land met een hoge groeipotentie wat toerisme betreft. Iets daarvan is terug te vinden in het jaarlijks stijgende aantal toeristen aan ons land. Maar dat geeft de potentie onvoldoende weer. Maar hoe dan wel? Hoe kunnen we bovendien ook een toerismemarkt beheren die voldoet aan mondiale maatstaven van kwaliteit, veiligheid en betaalbaarheid? Toen kwam de Cultuurtuin ter sprake, uit de gesprekken daarover ontstond het concept en nu ook reeds een mas-

95


6

PROGRAMMA ‘CULTURELE POOL’

96

terplan voor de Cultuurtuin als biodiversiteitspoort van Suriname. Surinaams bos in Europa Het begon in feite met een heel andere vraag. Center Parcs Europe kwam naar Suriname met het verzoek om 300 typische Surinaamse bomen, die geplant zouden worden in een van de nieuwe parken van Center Parcs, deze keer in Frankrijk. Behalve de vakantiehuisjes en de toeristische aankleding van zo’n park hebben deze parken een tropisch bos op hun terrein, onder een koepel met de temperatuur van het gebied waar de bomen vandaan zijn gekomen. Het is steeds een immense onderneming om zoveel bomen van elk 10-12 meter lengte naar Europa getransporteerd te krijgen. Maar op een gegeven moment staat daar dan een stukje Suriname midden in Europa met de fysieke woonvoorzieningen van onze binnenlandbewoners, in feite als visitekaartje van Suriname en als uitnodiging om dit land te komen bezoeken. Jaarlijks passeren meer dan twee miljoen Europeanen zo’n park. Gratis reclame van een immense omvang! Opdracht In de gesprekken met de vertegenwoordiger van Center Parcs Europe, de landschapsarchitect en bioloog Jean Henkes, kwam het idee naar voren om een eerste goede opvang van toeristen aan ons land in de Cultuurtuin te arrangeren. Eerst de Cultuurtuin zien en dan de rest van het land, leek de gedachte. Verschillende belanghebbenden hebben toen aan de heer Henkes de opdracht gegeven om een plan voor

de Cultuurtuin te schrijven, dat die functie zou moeten hebben van eerste opvang en eerste kennismaking met de rijkdom aan culturele en biodiversiteit van het land, om vanuit die kennismaking verder geleid te worden naar de verschillende toeristische bestemmingen in ons land. De opdrachtgevers waren: de Suriname Conservation Foundation, WWF Guianas, de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven, Merrill Lynch Nederland, de Stichting voor een Schoon Suriname en de ministers van LVV en van Binnenlandse Zaken. Het plan Op maandag 23 juni bracht Henkes middels een powerpointpresentatie voor een groot publiek in Torarica zijn modelplan voor de Cultuurtuin als biodiversiteitspoort van Suriname. De huidige bestemmingen van de Cultuurtuin blijven grotendeels behouden. De Paramaribo Zoo krijgt een uitbreidingsgebied; de universiteit brengt een educatief centrum rond de fauna van ons land in; er is een foodcourt met de rijkdom aan culinaire waarden van ons land; een ontsluiting, deels met een rivier zodat per bootje de biodiversiteit van het gebied kan worden ervaren, deels met wandel- en fietspaden. Verdere een cultuurdorp bij het begin, dat vlak achter het stadion is gelokaliseerd; verblijfsaccommodaties voor toeristen, een Cultuurtuin die verder doorloopt - in tweede fase - tot aan de oceaan. Een Cultuurtuin die overigens ook een weg terug heeft naar de historische erfgoedrijkdom en de city entertainment van onze binnenstad. Toeristen worden vanuit de Cultuurtuin ook daarmee in contact ge-


bracht. Met andere woorden: een totaalconcept, met een grote diversiteit aan stakeholders. Oude functie Met het plan wordt in feite de oude functie van de Cultuurtuin in ere hersteld. De Cultuurtuin deed namelijk dienst als onderzoeksterrein voor de belangrijkste economische sectoren van ons land in die tijd: landbouw en bosbouw. Hier werden nieuwe gewassen gekweekt; bomen vanuit andere landen maar vanuit overeenkomstige klimaatgebieden geplant, waarmee een diversiteit bereikt werd die verder reikte dan de oorspronkelijke, inheemse culturen. Het gaf de Cultuurtuin zijn dynamische functie in de economische ontwikkeling van ons land. Datzelfde kan nu spelen ten aanzien van de ontwikkeling van het toerisme en van de educatie omtrent de biodiversiteit van ons land. Het modelplan van Center Parcs Europe ziet er verder ook zo uit dat het zichzelf ďŹ nanciert. Een ontwerp beheersplan is meegegeven. Naast de belangstelling die getoond is uit het internationaal bedrijfsleven en internationale milieu- en natuurorganisaties om de inrichtingskosten te helpen ďŹ nancieren.â€?

97


98

CONCEPTEN ALS DOORWERKING VAN DE BEELDEN

In het krantenartikel worden heel wat elementen aangehaald die ook terug te vinden zijn binnen de visie, het concept en vooral de beelden voor de Binnenstad.

6

PROGRAMMA ‘CULTURELE POOL’

Bewaren van groen in de stad Daar waar de andere programma’s vooral pleiten voor een toename van groen in hun gebied, pleit dit programma voor minstens het behoud van de groene long die de ‘Culturele pool’ is. Het behoud is belangrijk om een groen contingent op stedelijk niveau te waarborgen. Gezien de huidige groei van de stad, betekent de ‘Culturele pool’, met vooral de Cultuurtuin als belangrijkste onderdeel, de nog enige grote groene open ruimte in de stad.

Levendigheid verhogen Zoals het artikel aangeeft en wat ook blijkt uit de analyse, is de huidige gebruikswaarde van de ‘Culturele pool’ laag. Vele recreatieve functies zijn tanend, waardoor het belang en de glorie van weleer sterk is afgenomen. De ‘Culturele pool’ heeft de potentie om vele recreatieve functies op stedelijk niveau te voorzien.


Sterk publiek domein met een eigen identiteit Het ontbreken van een eigen identiteit (die deels gekoppeld is met het lage functionele programma) zorgt ervoor dat er weinig mensen wakker liggen van de stille en geleidelijke inname van de ‘Culturele pool’ door bebouwing. Een sterke afbakening met een goede vertaling van de eigen identiteit in het publieke domein, maakt dat het gebied niet zomaar te negeren valt. Tevens zou dit de groene en recreatieve potenties van deze zone weer op de voorgrond brengen en kunnen ontplooien.

Verbindingen creëren Zoals het artikel en de visie aangeeft, biedt de ‘Culturele pool’ de unieke opportuniteit om het stadscentrum vanaf de Nassylaan (Oranjetuin) te verbinden met de kust, maar ook met heel wat residentiële wijken. Het accentueren en verbeteren van deze verbinding zou de gebruikskwaliteit van de ‘Culturele pool’ danig verbeteren.

99


STRATEGISCHE PROJECTEN

Omdat het project op basis van de beschikbare informatie leek te passen binnen de visie voor de ‘Culturele Pool’, werden er geen strategische projecten aangeduid. In het gebied was immers een duidelijke dynamiek waarneembaar, die paste binnen de visie en de ontwikkelingsstrategie voor de Binnenstad. Er werd gekozen om dit project te integreren binnen het masterplan. Pas na het verblijf in Suriname konden de onderzoekers een gesprek (juni 2009) regelen met Center Parcs, de private partner die het plan voor de Cultuurtuin heeft uitgewerkt. Daaruit bleek dat de samenwerking ondertussen was afgesprongen, waardoor het project van de Cultuurtuin niet door hen zal worden behandeld. Hoewel het sinds de officiële presentatie van het project in juni 2008 stil geworden is rond de realisatie van de plannen, verklaarde het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (initiatiefnemer) en de Suriname Conservation Foundation (coördinatie) in het maandblad Parbode van 17 juni 2009, dat de plannen verder uitgewerkt worden (Vyent, 2009).

6

PROGRAMMA ‘CULTURELE POOL’

100

foto 6.2 | Kamperveenstadion, Cultuurtuin, Suriname (wit) - El Salvador (blauw), kwalificatie WK 2010


101


6

PROGRAMMA ‘CULTURELE POOL’

102

BIJKOMEND PROJECT EN AANDACHTSPUNT: ORANJETUIN

De Oranjetuin is een begraafplaats gelegen tussen Henck Arronstraat, Swalmbergstraat en Dr. J.F. Nassylaan. Vroeger bevond de Oranjetuin zich waar nu het Kerkplein is en verwees het naar de sinaasappelbomen die daar stonden. Door plaatsgebrek is de begraafplaats in het midden van de 18e eeuw verhuisd naar haar huidige locatie. De Oranjetuin geeft heden een verwaarloosde indruk. Bovendien is de bijzondere plek afgesloten voor het publiek. Een hoge bakstenen muur scheidt de Oranjetuin zelfs volledig af van de stad. Door de Oranjetuin open te stellen als park, wordt de plek weer beleefbaar en wordt het mee opgenomen in het groene weefsel van de Binnenstad. De graven in het park worden gerespecteerd als monument en gerenoveerd. Tevens vormt de Oranjetuin, samen met het nabijgelegen theater Thalia, de toegangspoort tot de ‘Culturele Pool’. Daarbij is het niet ondenkbaar dat de Oranjetuin een toeristische potentie bezit. Deze mogelijke invullingen zijn slechts een eerste aanzet. Verder onderzoek en afstemming met de betrokken actoren is noodzakelijk.


103

foto 6.3 | Oranjetuin

ďŹ guur 6.2 | Culturele Pool, Oranjetuin - collage bron: eigen verwerking


6

PROGRAMMA ‘CULTURELE POOL’

104

PARTNERS

Het project ‘de Cultuurtuin als biodiversiteitspoort van Suriname’ heeft al heel wat partners bij elkaar gebracht. Aanvullend op het overzicht van de partners van dit project, geeft onderstaande lijst een eerste detectie weer van de partners die spelen op het niveau van het hele programma: ▪ alle partners van het project ‘de Cultuurtuin als biodiversiteitspoort van Suriname’: (Center Parcs), de Suriname Conservation Foundation, WWF Guianas, de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven, Merrill Lynch Nederland, de Stichting voor een Schoon Suriname en de ministers van LVV en van Binnenlandse Zaken. ▪ Ministerie Ruimtelijke Ordening, Gronden Bosbeleid ▪ Ministerie van Openbare werken ▪ Stichting Toerisme ▪ Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname


CONCLUSIE

Het programma van de ‘Culturele pool’ heeft tot doel om deze groene long in de stad te beschermen en het groene en recreatieve karakter ervan verder te ontplooien. Op zich is dit programma groot in oppervlakte en complex qua programmatie. Gelet op de opportuniteit van Center Parcs wordt een groot deel van dit programma reeds opgevangen. Dit gebeurt op een geïntegreerde manier, waarbij zowel publieke als private partners betrokken zijn. Omdat het project in het programma paste, is er geen verder onderzoek op dit onderdeel uitgevoerd. Toch werden er, net zoals bij de andere programma’s, concepten uit de beelden gehaald, zodat er toch vanuit het masterplan een kader wordt geboden. Het programma duidt het project rond de Cultuurtuin aan als het belangrijkste strategische project en de revitalisering van de Oranjetuin als bijkomend project. In de verdere uitwerking van het masterplan dient de evolutie van het project rond de Cultuurtuin gemonitord te worden om na te gaan of het project wel op een wenselijke manier wordt behandeld. Indien het project toch stilgevallen blijkt te zijn, dienen de drijfveren hierachter gedetecteerd te worden en zo verder opgenomen te worden in de verdere uitwerking van het masterplan.

105


foto 7.1 | Waterkant


HOOFDSTUK 7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’


BEGRIPSAFBAKENING

De volledige Rivieroever vormt binnen de afbakening van de Binnenstad een strategische ruimte. Vanuit actiegerichte perspectieven werd enkel de Waterkant als programma opgenomen in het Strategisch Ruimtelijk Masterplan voor de Binnenstad. Dit omwille van de andere onderdelen die complexe problematieken bevatten. Hierdoor kunnen deze pas op lange termijn aangepakt worden en passen ze dus niet in de actiegerichte doelstelling van het onderzoek.

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

108

7

kaart 7.1 | Afbakening strategisch programma ‘Waterkant’ bron: GLIS + eigen verwerking


De term Waterkant kan bij lezers een verschillende afbakening oproepen. In deze nota beslaat het strategisch programma ‘Waterkant’ het deel van de rivieroever tussen de Van Sommelsdijcksekreek en de Steenbakkerijstraat. Dit is met inbegrip van het kabinet van de president, Fort Zeelandia, het Waaggebouw, de Vreedzaammarkt en de Centrale Markt. Ook de straat langs de rivieroever draagt de naam Waterkant. Met ‘Waterkant’ wordt in deze nota telkens het volledige strategische programma bedoeld. Indien er enkel naar de straat verwezen wordt, zal dit telkens aangevuld worden met volgende aanduiding: (straat).

109


7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

110

VISIE

De ‘Waterkant’ is de contactzone van de stad met de Surinamerivier. Het gebied ontwikkelt zich sterker als de ontmoetingsplek van de stad met haar rivier. Daarbij staat de kwaliteit van de verblijfsruimte centraal. Het gebied behoort toe aan de hele stad, haar inwoners en haar bezoekers. Het is een publiek toegankelijke zone. Het gebied is een topinvesteringszone met overduidelijke potenties. Het bezit een grote draagkracht om bijkomende grote stedelijke functies te ontvangen. Net hierin is het ook erg kwetsbaar. Verschillende partijen claimen het gebied. De dreiging om uit te groeien tot een geprivatiseerde ruimte is reëel en moet vermeden worden. De visie en de uitwerking van de concepten voor het programma ‘Historisch Hart’ maken gebruik van de beelden gedefinieerd voor openbaar domein, bebouwing en gebruik (zie boek 4, hoofdstuk 3).


INHOUDELIJK PROGRAMMA

Het strategisch programma ‘Waterkant’ staat buiten kijf als topinvesteringszone. Het gebied lijkt gemakkelijk ontwikkelbaar en is strategisch zo goed gelegen dat het als synoniem staat voor succes. De potenties voor dergelijke zones zijn voor de vele partners overduidelijk. Daar schuilt net de achillespees. Voor het gebied worden heel wat inhoudelijke programma’s over elkaar heen geprojecteerd. Bovendien is er bij elke aankondiging van acties, een grote publieke belangstelling die zich steeds vaker in het debat mengt. Hierdoor wordt het minder gemakkelijk om gelijk welke actie te initiëren in het gebied. Zoals reeds aangehaald in de analyse van de drijfveren (Boek 2, hoofdstuk 4) concentreren geïnteresseerde private partners zich vaak op de best ontwikkelbare onderdelen of op potenties die schuilen in eigen grondeigendom. Dat leidt zelden tot een geïntegreerde oplossing voor het hele gebied. Het lukt de voorstellen niet om relaties te leggen met de rest van de stad of er wordt amper nagedacht hoe de ontwikkeling kan bijdragen aan de minder gemakkelijk te ontwikkelen stukken. Voordelen voor de stad worden vaak enkel vertaald in economische heropleving (aanwezigheid van toeristen, creëren van werkgelegenheid), zonder hierbij daadwerkelijk een begeleidend plan van aanpak te formuleren. De publieke partners lopen

111


112

elkaar vaak voor de voeten, waarbij profileringdrang de bovenhand reikt.

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

De onderzoekers werden bij aanvang van het programma ‘Waterkant’ geconfronteerd met onzekerheden in het inhoudelijke programma of in de uitgangspunten van een aantal inhoudelijke programmaonderdelen. Hieronder worden de vier belangrijkste onzekerheden in het inhoudelijke programma opgelijst.

Waterkering In heel wat gesprekken met actoren kwam het probleem van de waterkering naar voor. Het peil van de Surinamerivier is net zo hoog als het niveau van de weg aan de Waterkant. Wetenschappers kunnen nog geen eenduidig antwoord formuleren op de vraag hoe hoog het water zal stijgen de komende jaren. De voorspellingen schommelen van 1 tot 10 mm per jaar. De stijging van het waterpeil moet daarbij ook steeds worden bekeken in combinatie met de gevolgen van bodemzakking. De partners merkten op dat de vraag hoe om te gaan met het water belangrijke wordt voor de komende jaren in Suriname. Buiten de stad worden dijken aangelegd als bescherming van het land. Een voorbeeld daarvan is de dijk aan Leonsberg, ten noorden van Paramaribo. Ter hoogte van de Waterkant is dit niet zo evident. Het contact met het wa-

7

figuur 7.1 | Waterkeringsmodel bron: PROAP - De Wit architecten, 2007


ter is in dit deel van de strategische ruimte enorm belangrijk. Met een dijk vrezen de partners dat de link tussen het water en de stad verbroken zal worden. Bovendien zijn een aantal sequenties van de Waterkant zo beeldbepalend dat een dijk snel verstorend kan werken. Het gaat vooral om de prachtige houten huizen, het Waaggebouw en Fort Zeelandia.

Cruiseterminal Het idee voor het aanleggen van een minicruiseterminal langs de rivieroever is een plan dat al enige tijd in Paramaribo leeft. De oorspronkelijke plannen voor een cruiseterminal werden uitgewerkt door NV Havenbeheer. Zij hadden de intentie om een cruiseterminal aan te leggen ter hoogte van de Heiligenweg-Knuffelsgracht. Bij de opmaak van het plan hadden ze ook de nodige investeerders voor hun project. Op het ogenblik van het onderzoek leek NV Havenbeheer het plan deels te hebben laten varen, maar ondertussen was het wel opgepikt door een aantal ministeries. Er leek een politieke wil te bestaan om een cruiseterminal te realiseren. Het was echter onduidelijk of de betrokken ministeries met de investeerder en het project van NV Havenbeheer verder wilden gaan of dat er gesprekken liepen over het realiseren van een cruiseterminal met een groep inves-

teerders die ook plannen maakten voor een woonontwikkeling en commercieel centrum rondom het Waaggebouw. Uit gesprekken bleek dat de drijfveer voor de aanleg van een cruiseterminal vooral gebaseerd was op de positieve effecten die het project zou hebben voor het toerisme en de werkgelegenheid. Veel minder werd er gesproken over de kosten en baten van het project, de afwikkeling van de (piek) verkeersstroom die een cruiseterminal genereert, de ruimtelijke inpassing van het project aan de Waterkant en de effecten die het project heeft op de leefbaarheid van de Binnenstad zonder flankerende maatregelen. Gedetailleerde gegevens over de mogelijkheid en de frequentie van aanmeren, de hoeveelheid passagiers die de hoofdstad zou bezoeken en de tijdsduur van hun bezoek varieerden afhankelijk van de gesprekspartner, van zeer optimistische cijfers tot doemscenario’s . De locatie voor een cruiseterminal lag niet definitief vast. Hoewel er reeds een concrete locatie naar voor geschoven werd door NV Havenbeheer, leek er bij de betrokken ministeries nog geen consensus over te bestaan. Er was voorlopig enkel de vastberaden wil om een cruiseterminal te realiseren.

113


7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

114

Centrale Markt en Vreedzaammarkt Over het behoud of de afbraak van de Vreedzaammarkt en/of de Centrale Markt bestond er heel wat discussie. Voor beide standpunten waren er heel wat fervente voor- en tegenstanders. Voorstanders pleiten voor het sociale karakter van de beide openbare markten, waar vooral armere mensen de mogelijkheid krijgen om goederen te verkopen. Ook waren er partijen die wezen op de architecturale kwaliteiten van vooral de Centrale Markt, los van de invulling ervan. Het gaat om een modernistisch gebouw uit 1969 van de architect Nagel. Tegenstanders beweren dat het sociale karakter van deze markten niet meer bestaat en de verkopers helemaal niet meer uit de armere lagen van de bevolking komen. Ze pleiten voor een Marktwezen ‘nieuwe stijl’, met als belangrijkste doel het inzetten van een verzelfstandigingsproces (en met een winstdoel). Zij verwijten de voorstanders een onrealistisch beeld en beschouwen deze toplocatie eerder als een plek waar een nieuw type markt kan komen. Zij baseren zich hoofdzakelijk op het ‘Urban Development Plan’, waarin er twee mogelijkheden naar voor worden geschoven: een permanente thematische markt of een multipurpose complex. Hoewel er op de schetsen van IDB vier nieuwe gebouwen worden voorgesteld, was het niet steeds duidelijk of alle voorstanders van het inzetten

van het verzelfstandigingsproces ook voorstander waren van de afbraak van de huidige gebouwen.


Jachthaven Net zoals het project voor de cruiseterminal leeft het idee voor een jachthaven al enige tijd. Daarbij wenst men in te spelen op een markt van booteigenaars uit Florida, die hun boot willen veiligstellen tijdens de orkanen die geregeld deze staat teisteren. De boten worden dan in veiligere havens geparkeerd, tot het weer rustig is in de thuishaven. Een aantal ministeries is het idee genegen om in de toekomst Paramaribo te promoten als één van deze veilige havens. Ook hier is er geen consensus over een mogelijke locatie. De ideeën variëren van een locatie langs de Waterkant, tot voorstellen voor locaties aan de rechteroever te Commewijne of verder stroomopwaarts te Domburg.

Houding ten opzichte van de onzekerheden in het programma Gelet op de onduidelijkheden in het inhoudelijk programma, was het onmogelijk om als eindproduct van het onderzoek een uitgewerkt schetsontwerp aan te bieden waarrond consensus bestond. Bij het uitwerken van projecten voor de ‘Waterkant’ werd er anders te werk gegaan dan bij voorgaande programma’s. Er werd door middel van een participatief proces op zoek gegaan naar de problemen en potenties van de site, een mogelijk programma, sferen en ruimtelijke keuzes. Met deze aanpak hebben de onderzoekers getracht inzicht te krijgen in de redenen voor de verdeeldheid in het actorenveld en door middel van ontwerpoefeningen hebben ze oplossingsrichtingen bedacht. De finaliteit van het onderzoek voor deze strategische ruimte zijn twee scenario’s voor een mogelijke ontwikkeling en daaraan gekoppeld een aantal randvoorwaarden. Ze hebben zelf geen keuze gemaakt in de strategische projecten, maar wel een framework aangeboden om toekomstige keuzes te kunnen positioneren en af te wegen. Zelf hebben de onderzoekers een voorkeursscenario naar voor geschoven en beargumenteerd.

115


7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

116

WORKSHOP IN TEKEN VAN HET PARTICIPATIEPROCES

Er is tijdens het participatief planningsproces een workshop georganiseerd, waarbij de uitgebreide stuurgroep van directe en indirecte partners hun inbreng konden geven via een aantal participatieve methoden. De Waterkant werd als case gebruikt en er werden in totaal drie participatietechnieken gehanteerd (zie boek 6, hoofdstuk 3): ▪ analyse van positieve en negatieve aspecten via groene en rode kaartjes ▪ polsen naar de sfeer van de Waterkant en het maken van afwegingen aan de hand van een ‘ode aan de Waterkant’ ▪ werkgroepen Waterkant: samenstellen programma en ruimtelijke keuzes De resultaten van deze workshop werden als input gebruikt voor het bouwen van de twee scenario’s. De verdeeldheid die er heerste over de markt ligt ervan aan de basis. Eén scenario maakt gebruik van de invalshoek om de markt te behouden op haar huidige locatie, met de mogelijkheid tot behoud van de huidige gebouwen of een volledige of gedeeltelijke vervanging door een multipurpose markt. Het tweede scenario gaat in op het voorstel tot behoud van de Centrale Markt in combinatie met een groot stedelijk plein.


De cruiseterminal werd in de twee scenario’s als programma opgenomen. Voor de jachthaven werden verschillende locaties voorgesteld. De cruiseterminal en de jachthaven worden als flexibele programmaonderdelen beschouwd, omdat de scenario’s ook werken zonder beide functies. Het voorstel voor tweerichtingsverkeer langs de Waterkant (straat) werd mee opgenomen in het strategisch programma ‘Netwerk’. Ook voor de parkeerproblematiek werden er oplossingen aangereikt binnen dit strategisch programma.

117


118

RANDVOORWAARDEN

Het ontwerpmatig onderzoek heeft geleid tot het formuleren van een aantal randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de site. Deze randvoorwaarden zijn gebaseerd op de resultaten van de workshop in combinatie met de visie-elementen die voortvloeien uit het onderzoek naar de totale Binnenstad. Ze liggen aan de basis van de twee scenario’s die voor de Waterkant werden uitgewerkt.

figuur 7.2 | Omgaan met water - collage

7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

bron: eigen verwerking (luchtfoto: Dikland, Koenraadt, 2003-2006)


Omgaan met het water Omwillen van de onbeslistheid over het beschermingspeil, de beperkte onderzoekstijd en de onduidelijkheid over het ďŹ nanciĂŤle draagvlak, was het onmogelijk een gedetailleerde waterkering uit te werken voor de Waterkant.

Daarom werd het volgend principe als randvoorwaarde uitgewerkt: De volledige strategische ruimte komt in aanmerking voor de bescherming tegen het water, niet enkel een beperkte zone dicht tegen het water. Ontwerpers moeten bij het zoeken naar oplossingen voor de dreiging van de stijgende waterstand ruimer nadenken over een waterkering dan enkel een dijk. Een aantal voorbeelden van deze principes vinden we terug in het winnend ontwerp van PROAP en De Wit Architecten voor de Open Oproep Scheldekaaien (2007), uitgeschreven door Stad Antwerpen en Waterwegen en Zeekanaal nv.

119


120

figuur 7.3 | Waterkeringsmodellen Open Oproep Scheldekaaien (2007)

7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

bron: PROAP - De Wit architecten, 2007


Publieke boulevard langs het water De strategische ruimte ‘Waterkant’ is de ontmoetingsplek van de achterliggende strategische ruimten ‘Historisch Hart’ en ‘Winkelkerngebied’ met de rivier. Het bezorgt de ‘Waterkant’ verscheidenheid, leesbaar in de verschillende deelgebieden.

121

Daarnaast heeft de Waterkant ook een sterke eenheid als de contactzone van de stad met haar rivier. Het publieke karakter van de Waterkant is uitermate belangrijk. Die eenheid wordt versterkt door de ‘Waterkant’ te ontwerpen als een publieke boulevard. Het is een route en een verbindend element doorheen de verschillende deelgebieden. Met de boulevard wordt eveneens de verblijfskwaliteit van het gebied verhoogd.

figuur 7.4 | Publieke boulevard langs het water - collage bron: eigen verwerking (luchtfoto: Dikland, Koenraadt, 2003-2006)


122

Billboards

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

‘Billboards’ zijn een groepering van één of meerdere gebouwen met hun omgevende bestanddelen die als beeldbepalend voor de Waterkant worden beschouwd. Ze maken deel uit van het collectief bewustzijn van de stad, haar inwoners en haar bezoekers. Het is aan de beelden van deze gebouwen dat de identiteit van het gebied opgehangen wordt in publicaties en in de gesproken of beeldende media. Het veranderen van het uitzicht van deze ‘billboards’ leidt meestal tot grote verontwaardiging bij een brede groep van actoren. Het spreekt voor zich dat dergelijke gebouwen als beeld een belangrijke toeristische waarde bezitten.

Langs de Waterkant kunnen volgende gebouwen of clusters van gebouwen geselecteerd worden als ‘billboards’ (nummering verwijst naar kaart): ▪ Fort Zeelandia (1) ▪ het Waaggebouw (2) ▪ de monumentale gebouwen langs de Waterkant tussen het Waaggebouw en Fort Zeelandia (3) ▪ de Centrale Markt (4) Dergelijke gebouwen en hun omgeving zijn uitermate belangrijk voor de identiteit van de Waterkant. Ze worden in hun intrinsieke waarde behouden.

2

3

1

kaart 7.2 | Billboards bron: eigen verwerking

7

4

foto 7.2 | Waterkant


123


SCENARIO’S

7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

124

1

1

De twee uitgewerkte scenario’s zijn vertalingen van de voorstellen die ontwikkeld werden in de workshop over de Waterkant. De ideeën zijn grotendeels door de actoren zelf aangereikt en werden door de onderzoekers vertaald. De onzekerheden in het programma werden mee opgenomen in de scenario’s. Zo worden er geen definitieve keuzes gemaakt over het behoud of verwijderen van de Centrale Markt of de Vreedzaammarkt. De scenario’s bieden, afhankelijk van het scenario, de mogelijkheid om één of beide gebouwen te vervangen door nieuwbouw of beiden te behouden. Voor de cruiseterminal worden twee locaties naar voren geschoven, voor een jachthaven drie of vier afhankelijk van het scenario.

1


De twee scenario’s vertrekken van een aantal principes die als essentieel voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Waterkant beschouwd worden en die in elk van de scenario’s terug te vinden zijn.

1 2 3

doortrekken assen ‘Winkelkerngebied’ publiek, groen en open gebied commerciiële-recreatieve cluster t.h.v. Waaggebouw

figuur 7.5 | Principes voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Waterkant - collage bron: eigen verwerking (luchtfoto: Dikland, Koenraadt, 2003-2006)

Principes

125

1 Doortrekken van de assen uit het ‘Winkelkerngebied’ tot aan de omgeving van de Centrale Markt en de Vreedzaammarkt. Het heeft tot doel om identiteit te geven, het openbaar domein te verbeteren en verbindingen te creëren. Het vormt een onderdeel van het beeld ‘de Binnenstad maakt contact met haar rivier’ en is de verdere uitwerking van één van de strategische projecten die bij het programma ‘Winkelkerngebied’ werden aangegeven (zie hoofdstuk 5). De assen Steenbakkerijstraat, de Jodenbreestraat en het plein Heiligenweg-Knuffelsgracht worden gelinkt aan de Surinamerivier, waardoor het achterliggende commerciële gebied in directe relatie staat met de Surinamerivier. De assen vormen ter hoogte van de Surinamerivier minstens publiek toegankelijke pleinen.

2 3

2


7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

126

2 De Waterkant vanaf het Waaggebouw tot aan de Van Sommelsdijcksekreek is een publiek toegankelijk, groen en open gebied. Deze strook wordt uitgebouwd tot een park, waarbij de omgeving van Fort Zeelandia, met haar waardevolle gebouwen, ingericht wordt als een openlucht museumpark. Hier bestaat de mogelijkheid om aan te takken op het strategisch project ‘Van Sommelsdijcksekreek’ waarbij de kreek ingericht wordt als een verbinding tussen strategische ruimten van de Binnenstad. In een ideaal scenario wordt de publieke boulevard langs de Waterkant doorgetrokken tot voorbij Fort Zeelandia om aan te sluiten op het recreatief pad langs de Van Sommelsdijcksekreek aan de monding met de Surinamerivier. Deze percelen zijn op dit ogenblik niet publiek toegankelijk. Ze vormen onderdeel van Villa Wijdenbosch en van het kabinet van de president. Een mogelijke denkpiste is de aanleg van een pad dat enkel publiek toegankelijk is op ogenblikken dat de president geen gebruik maakt van de gebouwen.

Hoewel deze verbinding vanuit ruimtelijk oogpunt een meerwaarde betekent, blijft de globale visie zeker overeind wanneer deze doorgang niet gerealiseerd kan worden. De publieke boulevard langs de rivieroever zoekt dan via het museumpark Fort Zeelandia aansluiting naar de Kleine Waterstraat langs de voorzijde van het kabinet van de president. 3 Ter hoogte van het Waaggebouw is een beperkte commercieel-recreatieve cluster mogelijk. Dit komt overeen met het bestendigen of beperkt uitbouwen van de bestaande cluster.


127

foto 7.3 | Fort Zeelandia en omgeving bron: eigen verwerking (luchtfoto: Dikland, Koenraadt, 2003-2006)

ďŹ guur 7.6 | Fort Zeelandia en omgeving, mogelijke verbindingen bron: eigen verwerking (luchtfoto: Dikland, Koenraadt, 2003-2006)

ďŹ guur 7.7 | Fort Zeelandia en omgeving - collage

bron: eigen verwerking (luchtfoto: Dikland, Koenraadt, 2003-2006)


128

Ontwikkelingszones Rekening houdend met voorgaande principes zijn er drie flexibele zones die ingezet kunnen worden voor het toevoegen van extra of nieuwe programma-onderdelen. 1 zone tussen het Waaggebouw en Knuffelsgracht 2 zone tussen de Heiligenweg en de Jodenbreestraat (Vreedzaammarkt) 3 zone tussen Jodenbreestraat en de Steenbakkerijstraat (Centrale Markt)

7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

figuur 7.8 | Ontwikkelingszones - collage bron: eigen verwerking (luchtfoto: Dikland, Koenraadt, 2003-2006)

3

2

1


129


7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

130

Scenario 1 In het eerste scenario worden de twee zones tussen de Steenbakkerijstraat en de Heiligenweg ingevuld met een bebouwd programma met commerciële functies. De Centrale Markt en de Vreedzaammarkt kunnen behouden blijven of vervangen worden door nieuwe gebouwen. Aan deze zones wordt de kade voor de cruiseterminal gekoppeld. De afmetingen van de cruiseterminal op de schets zijn dezelfde als deze van de studie door NV Havenbeheer. Bij vervanging van één van de twee bestaande gebouwen kan onderzocht worden of er mogelijkheid is tot het voorzien van een ondergrondse parking, rechtstreeks aansluitend op de Waterkant (straat). De zichtassen uit het ‘Winkelkerngebied’ worden open gemaakt. De ruimten tussen de gebouwen zijn een publiek toegankelijk pleinen, vrij van bebouwing.

Het plein Heiligenweg-Knuffelsgracht mondt uit in een groot stedelijk plein langs de Rivieroever dat zich uitstrekt tot aan het Waaggebouw. De omgeving van het Waaggebouw kan zich ontwikkelen tot een beperkte commercieel-recreatieve cluster.

foto 7.4 | Zone Centrale Markt

figuur 7.9 | Zone Centrale Markt, mogelijke verbindingen

Het Plein van de Revolutie kan als ‘leegte’ samen met het monument behouden blijven en opgenomen worden in het plein. Een andere mogelijkheid is dat er gekozen wordt om het bouwblok opnieuw af te bouwen met een architecturaal hoogstaand volume dat als symbolisch statement verwijst naar de historische geladenheid van de plek.

bron: eigen verwerking


wegen doorgaand verkeer kruising wegen doorgaand verkeer

131

cruiseterminal 3

vier locaties voor aanleg jachthaven, verder te onderzoeken

kruising wegen doorgaand verkeer met wegen lagere verkeersintensiteit

v

veerverbinding naar Commewijne

ďŹ ets- en wandelverbinding

TF

transferium openbaar vervoer

zichtassen naar de Surinamerivier

bestaande attractiepool

publieke zone

nieuwe attractiepool

ontwikkelingszone, bouwprogramma

P

ondergrondse parking / parkeergebouw

afwerken van bouwranden en -blokken

?

Plein van de Revolutie: plein of bouwblok

kaart 7.3 | Waterkant, scenario 1 bron: eigen verwerking


7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

132

In dit scenario zijn er vier locaties die verder onderzocht kunnen worden voor de aanleg van een jachthaven, indien men deze in de toekomst langs het strategisch programma wil aanleggen: ▪ Ten zuidwesten van de Centrale Markt, ter hoogte van de Saramaccastraat, door de herinrichting van dit gebied kan hier een bebouwd programma worden toegevoegd. ▪ Ter hoogte van het plein aan de Heiligenweg-Knuffelsgracht, in combinatie met de veerdienst naar Commewijne. Hier kan geen bebouwd programma aan de jachthaven worden gekoppeld. ▪ Aan de commercieel-recreatieve cluster aan het Waaggebouw. Gelet op het principe van een beperkte uitbreiding van deze cluster is ook hier geen koppeling mogelijk met een zwaar bouwprogramma en/of woonfunctie. ▪ In combinatie met de hotels ten noordoosten van de Van Sommelsdijcksekreek.


133

ďŹ guur 7.10 | Zone Centrale Markt, kades, pleinen en cruiseterminal - collage bron: eigen verwerking


134

Scenario 2

7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

Het tweede scenario is een antwoord op het voorstel uit de workshop tot behoud van de Centrale Markt in combinatie met een groot stedelijk plein. De zone tussen de Steenbakkerijstraat en de Jodenbreestraat ingevuld met een bebouwd programma met commerciële functies. De Centrale Markt kan behouden blijven of vervangen worden door één of meerdere nieuwe gebouw(en). Een tweede zone met een bebouwd programma bevindt zich tussen Knuffelsgracht en het Waaggebouw. Ook hier gaat het om commerciële functies op het niveau van de stad, niet om woonontwikkeling. De cluster aan het Waaggebouw wordt hier mee in opgenomen. Aan deze zone wordt ook de kade voor de cruiseterminal gekoppeld. De afmetingen van de cruiseterminal op de schets zijn dezelfde als deze van de studie door NV Havenbeheer.

Het plein Heiligenweg-Knuffelsgracht mondt uit in een groot stedelijk plein langs de Rivieroever dat zich, ten opzichte van het eerste scenario, naar de andere kant uitstrekt tot aan de Jodenbreestraat. De mogelijkheid kan onderzocht worden om onder dit plein een ondergrondse parking aan te leggen, rechtsreeks aansluitend op de Waterkant (straat). De zichtassen uit het ‘Winkelkerngebied’ worden open gemaakt. In dit scenario zijn er drie plaatsen die verder onderzocht kunnen worden voor de aanleg van een jachthaven: ▪ Ten zuidwesten van de Centrale Markt, ter hoogte van de Saramaccastraat, door de herinrichting van dit gebied kan hier een bebouwd programma worden toegevoegd. ▪ Aan de commercieel-recreatieve cluster aan het Waaggebouw, in combinatie met de cruiseterminal. ▪ In combinatie met de hotels ten noordoosten van de Van Sommelsdijcksekreek.


wegen doorgaand verkeer kruising wegen doorgaand verkeer

135

cruiseterminal 3

vier locaties voor aanleg jachthaven, verder te onderzoeken

kruising wegen doorgaand verkeer met wegen lagere verkeersintensiteit

v

veerverbinding naar Commewijne

ďŹ ets- en wandelverbinding

TF

transferium openbaar vervoer

zichtassen naar de Surinamerivier

bestaande attractiepool

publieke zone

nieuwe attractiepool

ontwikkelingszone, bouwprogramma

P

ondergrondse parking / parkeergebouw

afwerken van bouwranden en -blokken

?

Plein van de Revolutie: plein of bouwblok

kaart 7.4 | Waterkant, scenario 2 bron: eigen verwerking


136

Keuze van de onderzoekers

7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

Het ontwerpmatig onderzoek heeft zich ontpopt tot een interessante oefening op basis van de ideeën die leefden bij de verschillende actoren aanwezig op de workshop over de ‘Waterkant’. Hoewel de onderzoekers twee scenario’s uitgewerkt hebben, geniet het eerste scenario hun duidelijke voorkeur. Hun motivatie hiervoor halen ze uit het achterliggende weefsel. Vanuit de afbakening van de strategische ruimten werd de ‘Waterkant’ gezien als een ruimte met een dubbele betekenis. Enerzijds vormt het gebied in haar betekenis en eenheid een strategische ruimte op zich, anderzijds is het in haar verscheidenheid de contactzone van het ‘Historisch Hart’ en het ‘Winkelkerngebied’ (zie boek 4, hoofdstuk 2). Met het eerste scenario worfiguur 7.11 | Waterkant, scenario 1 - collage

den de achterliggende strategische ruimten het sterkst doorvertaald in de strategische ruimte ‘Waterkant. De ontwikkeling van het marktgebied tussen de Steenbakkerijstraat en de Heiligenweg is een doorvertaling van het achterliggend gebied ‘Winkelkerngebied’. De open parkstructuur vanaf de Van Sommelsdijcksekreek, het museumpark Fort Zeelandia en de wandelpromenade tot aan het Waaggebouw, het Waaggebouw zelf als een beperkte commercieel-toeristische cluster en het stedelijk plein als aanloop naar het plein Heiligenweg-Knuffelsgracht, vormen een podium van het ‘Historisch Hart’ naar De Surinamerivier. Het is de open en publieke contactzone van de stad met haar rivier.

bron: eigen verwerking (luchtfoto: Dikland, Koenraadt, 2003-2006)


kaart 7.5 | Waterkant binnen de afbakening van strategische ruimten bron: eigen verwerking

137


PARTNERS

Elk van de opgesomde acties en strategische projecten dient met de juiste partners verder te worden uitgewerkt. Hiervoor moeten per onderzoek, actie en strategisch project de partners gedetailleerd in kaart worden gebracht. Gelet op het beperkte bestek van dit onderzoek was dit hier niet haalbaar. Toch kan er al een eerste detectie worden gemaakt van de partners die spelen op het niveau van het hele programma: ▪ Ministerie Ruimtelijke Ordening, Gronden Bosbeleid ▪ Ministerie van Openbare werken ▪ Ministerie van Justitie en Politie ▪ Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directoraat Milieubeheer ▪ Ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme ▪ Stichting Toerisme ▪ Commissie Marktwezen ▪ Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname ▪ UNESCO ▪ NV Havenbeheer ▪ eigenaars horeca langs de Surinamerivier (Waaggebouw, Broki ...) ▪ mogelijke geïnteresseerde investeerders

7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

138

foto 7.5 | Waterkant, Keti Koti


139


7

PROGRAMMA ‘WATERKANT’

140

CONCLUSIE

Het doel van dit programma is om de ‘Waterkant’ te laten functioneren als volwaardige contactzone tussen de achterliggende stad en haar rivier. Anders dan bij de vorige programma’s kunnen hier duidelijk tegengestelde visies bij de partners gedetecteerd worden. Omwille van deze tegenstellingen werd dit programma op een andere manier uitgewerkt dan de voorgaande. Bij de verdere uitwerking van dit programma kunnen we daarom geen onderscheid maken tussen verder onderzoek, strategische projecten en losse of generieke acties. Wanneer dit programma verder wordt uitgewerkt in het kader van het stadsproject Antwerpen-Paramaribo, is er vooral verder onderzoek nodig. Dit onderzoek kan in twee onderling gerelateerde sporen worden opgedeeld: ▪ Het verder uitwerken van de visie van het programma, zodat consensus wordt bereikt voor de totale visie, de toegepaste concepten (op basis van de beelden) en de detectie van strategische projecten en losse acties. ▪ Verder onderzoek vanuit specifieke aspecten, die zich bevinden op niveau van de stad en verwant zijn met onderzoeken gedetecteerd in andere programma’s: - Verdere toepassing van het programma ‘Netwerk’ met doorvertaling naar dit programma


- Groenstrategie - Onderzoek naar functies - Gelet op de vele monumenten langs de Waterkant, ook verder onderzoek naar conserveringsbeleid - Gelet op bestaande lege kavels, zijn er specifieke regels noodzakelijk voor nieuwbouw Vanuit deze vaststelling is het duidelijk dat er op zeer korte termijn geen consensus voor de totale visie/structuurschets voor de Waterkant bereikt kan worden. Gelet op de sleutelpositie van dit programma ten opzichte van de hele Binnenstad, is het in het kader van de verdere uitwerking van het masterplan aangewezen om verder onderzoek uit te voeren, maar dient er ook het besef te zijn dat dit geen programma is waar er op korte termijn gemakkelijk grijpbare kansen en uitvoerbare projecten zijn. Het is uiteraard in dit kader dat deze projecten dienen te steunen op een ge誰ntegreerde visie voor het hele gebied. Wel kan er op basis van de overkoepelende visie, concepten, beelden en bestaande uitwerking van het programma steeds een debat gevoerd worden wanneer projecten van zowel publieke als private partijen zich aanbieden.

141


foto 8.1 | Van Sommelsdijcksekreek, brug Kleine Waterstraat


HOOFDSTUK 8

STRATEGISCH PROJECT ‘VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK’


8

STRATEGISCH PROJECT ‘VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK’

144

VISIE

De ‘Van Sommelsdijcksekreek’ neemt haar taak op als volwaardig natuurlijk en landschappelijk element in de Binnenstad. Daarnaast profileert de kreek zich als een verbinding voor langzaam verkeer en vormt het de schakel tussen belangrijke aangrenzende recreatieve en toeristische gebieden. De kreek is strategisch van belang voor de Binnenstad, omdat ze als structuur de verbinding vormt tussen vier van de vijf strategische ruimten (en bijhorende programma’s). Door de koppeling met twee strategische projecten in het ‘Historisch Hart’, wordt deze verbinding ook doorgezet naar de vijfde strategische ruimte: ‘Winkelkerngebied’. Daarnaast vormt de kreek een historisch waardevolle waterloop met een essentiële bijdrage aan het collectief geheugen van de Binnenstad (zie boek 4, hoofdstuk 2).

foto 8.2 | Van Sommelsdijcksekreek, gekeken vanaf brug Kleine Waterstraat


Van Sommelsdijcksekreek als groen lint fiets- en wandelverbinding plaatselijke omleiding via bestaand wegennet aansluiting met de kreek strop in de verbinding

!

kaart 8.1 | Strategisch project ‘Van Sommelsdijcksekreek’ bron: eigen verwerking

gebouwen zeer dicht tegen de Van Sommelsdijcksekreek

145


8

STRATEGISCH PROJECT ‘VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK’

146

foto 8.3 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v. Prinsessestraat

foto 8.5 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v. Gonggrijpstraat

foto 8.4 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v.Van Rooseveltkade, Nederlandse Ambassade (rechts)


147

foto 8.6 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v.Van Gonggrijpstraat (richting Cultuurtuin)

foto 8.7 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v. Toutronnelaan

foto 8.8 | Van Sommelsdijcksekreek t.h.v. Mr. WulďŹ nghstraat


8

STRATEGISCH PROJECT ‘VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK’

148

CONCEPTEN ALS UITWERKING VAN DE BEELDEN

Van Sommelsdijcksekreek als verbinding tussen de strategische ruimten De ‘Van Sommelsdijcksekreek’ wordt uitgebouwd als de verbinding voor fietsers en voetgangers tussen de strategische ruimten ‘Waterkant’, ‘Uitgaansgebied’ en ‘Historisch Hart’ enerzijds en de ‘Culturele Pool’ anderzijds. Hiermee is het een belangrijke schakel in het beeld ‘Het hart van de Binnenstad, een aaneenschakeling van publiek domein’. Bij de uitvoering van de strategische projecten ‘As Kerkplein-Surinaamse Bank en Sint-Petrus en Pauluskathedraal’ en ‘Heiligenweg, Knuffelsgracht en Spanhoek’ in het ‘Historisch Hart’, wordt de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ mee ingeschakeld in een logische route naar het ‘Winkelkerngebied’. De kreek is strategisch als verbinding omdat het de uitwisseling tussen de gedetecteerde strategische ruimten in de Binnenstad mogelijk maakt en hiermee de belangrijkste voorwaarde creëert om de bestaande trend van op zichzelf draaiende dynamieken te breken.


Van Sommelsdijcksekreek als bindend element tussen bijzondere plekken

Van Sommelsdijcksekreek als groene en natuurlijke structuur

De kreek is niet enkel de schakel tussen de strategische ruimten, ze verbindt ook een aantal bijzondere plekken in de Binnenstad. Het gaat om Fort Zeelandia, de Palmentuin, het Presidentieel Paleis, het Onafhankelijkheidsplein, de horeca en hotels van het ‘Uitgaansgebied’ en de rivieroever, de Nederlandse Ambassade, het Bisschopshuis, de Sint-Petrus en Pauluskathedraal, het SintVincentiusziekenhuis, ‘s Lands Hospitaal, de Oranjetuin (begraafplaats), de Cultuurtuin, het Kamperveenstadion en de zoo. Hiermee vormt de kreek in de toekomst een belangrijk element in de toeristisch recreatieve structuur van de Binnenstad.

De ‘Van Sommelsdijcksekreek’, nu nog een relict van het vroegere uitgebreide watersysteem, moet opnieuw volwaardig meedraaien in de groene en natuurlijke structuur van de Binnenstad. Hiermee vormt dit project een uitvoering van het beeld ‘De groene Binnenstad’. De kreek moet haar taak opnieuw vervullen als performant afvoerkanaal van water naar de Surinamerivier en als onderdeel van de groene structuur in de Binnenstad, waaronder de passage van fauna en flora.

figuur 8.1 | Van Sommelsdijcksekreek - collage bron: eigen verwerking

149


DOEL EN AANPAK

vandaag: bouwen tot in de kreek

8

Om aan te tonen hoe een programma of strategisch project op basis van de ontwikkelingsstrategie verder uitgewerkt kan worden, is de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ in een eerste uitwerking van doel en aanpak gebruikt als toetsing. Het doel voor de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ is meer ruimte te geven aan haar oevers. Deze ruimte is nodig om de kreek uit te bouwen tot een volwaardig natuurlijk en groen lint doorheen de Binnenstad, voor de recreatieve langzaam verkeer-verbinding tussen de verschillende strategische gebieden en als onderhoudspad voor het ruimen van de kreek.

STRATEGISCH PROJECT ‘VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK’

150

morgen: ruimte voor de kreek


Vandaag reiken private percelen vaak tot aan de kreek en staan er op sommige plaatsen zelfs gebouwen tot op de oevers van de waterloop. Op korte termijn is het realiseren van de verbinding op minstens één van de oevers belangrijk. Daarbij kan de verbinding alternerend van oever veranderen, telkens daar waar de minste weerstand is. Uit een snelle ruimtelijke analyse blijkt dat dit grotendeels op korte termijn te verwezenlijken valt. Daar waar dit absoluut onmogelijk is,

kan een plaatselijke omleiding worden gerealiseerd via het bestaande wegennet. Op lange termijn wordt er langs de beide oevers ruimte gezocht voor de kreek, door de bebouwing die te dicht bij de waterloop ligt te verwijderen. Voor het realiseren van haar doel heeft de overheid een aantal instrumenten in handen: onderhandelen en onteigenen.

korte termijn figuur 8.2 | Doel en aanpak strategisch project ‘Van Sommelsdijcksekreek’

lange termijn bron: eigen verwerking

151


8

STRATEGISCH PROJECT ‘VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK’

152

Onderhandelen

Onteigenen

De overheid kan met de verschillende eigenaars onderhandelen om een vrije publieke doorgang te krijgen over een deel van het perceel. De eigenaar ontvangt een jaarlijkse vergoeding voor deze toelating en staat zelf in voor het onderhoud van het pad en de oever. Dit wordt vastgelegd in een beheersovereenkomst (zie boek 3, investeringsstrategie).

De overheid heeft nog ander een ultiem middel om haar doelstellingen te realiseren: onteigenen. Hoewel dit geen gangbare praktijk is in Suriname, is de overheid hiertoe via haar bestaande wetgeving in staat. Gelet op het strategische belang van dit project voor de Binnenstad en de daarbij horende grote meerwaarde voor het algemeen belang, lijkt onteigening een correct instrument. Onteigening is altijd een ultiem rechtsmiddel dat pas ingezet wordt als onderhandelingen geen resultaat opleveren. Het hoeft misschien ook niet zo ver te komen. De dreiging van een nakende onteigening kan eigenaars overtuigen om door middel van onderhandeling mee te werken aan het realiseren van het overheidsdoel.

Er kan ook onderhandeld worden om vrijwillig een strook van vijf meter te verkopen aan de overheid. Deze staat in voor de aanleg van het pad en voor het beheer en onderhoud ervan. In de bestaande Surinaamse wetgeving zijn al een aantal handvaten ingebouwd die de onderhandelingspositie van de overheid kunnen versterken. Zo stelt het Bouwbesluit no. 1 dat het verboden is om in, over of boven openbaar water te bouwen en moet er gebouwd worden tussen vastgelegde voor- en achtergevelrooilijnen (G.B. 1956. (No. 108): artikel 38). Bouwovertredingen kunnen op deze manier aangepakt worden.


Fasering Om de haalbaarheid van een project op korte termijn (conform de doelstellingen van voorliggend onderzoek) te toetsen, werd er op basis van het strategisch project ‘Van Sommelsdijcksekreek’ nagegaan op welke manier een project kan worden gefaseerd, zodat uitvoering al op korte termijn kan starten.

kaart 8.2 | Strategisch project ‘ Van Sommelsdijcksekreek’, fasering bron: eigen verwerking

153


8

STRATEGISCH PROJECT ‘VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK’

154

Bewustwording van de potenties van de kreek 1 Het creëren van een directe toeristisch-recreatieve meerwaarde In haar huidige vorm kan de kreek al onmiddellijk ingeschakeld worden in het toeristisch-recreatieve netwerk. Via de bestaande straten grenzend aan de kreek, kan de route tot aan de Sint-Petrus en Pauluskathedraal geactiveerd worden als alternatief voor de omleiding via de Waterkant en de Henck Arronstraat. Aanduiding via bewegwijzering en/of op fietskaarten, wandelkaarten, toeristische gidsen, stadsplannen ... activeert de route in het mentale beeld van de inwoners van Paramaribo en haar gasten. Hiervoor kan er samengewerkt worden met bedrijven in de omgeving, zoals de horeca en handelszaken in het ‘Uitgaansgebied’, het ‘Historisch Hart’ en het ‘Winkelkerngebied’ of een aantal zeer directe spelers zoals fietsenverhuurbedrijven in de directe omgeving (bv. Zus en Zo, Cardy’s ...).

2 Door bijkomend onderzoek Bijkomend onderzoek moet gebaseerd zijn op twee peilers: ▪ Ontwerpend onderzoek naar de ontwikkelingsmogelijkheden van de verschillende sequenties ▪ Een grondrechtelijk onderzoek: verkennen van de bestaande eigendomssituaties en hieraan gekoppeld het uitdenken van een ontwikkelingsstrategie. Diepgaander ontwerpend onderzoek kan de verschillende actoren inzicht geven in de potenties van de kreek. Potenties enerzijds voor de aanliggende gebieden, anderzijds voor de verschillende strategische ruimten.


Aanleggen van de verbinding fase I De feitelijke aanleg van een verbinding langs de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ kan in twee fases gebeuren, volledig volgens de principes zoals geformuleerd in ‘Doel en aanpak’. In een eerste fase wordt de verbinding vanaf het ‘Uitgaansgebied’ tot aan de Sint-Petrus en Pauluskathedraal geactiveerd. Met uitzondering van de Nederlandse ambassade liggen hier geen gebouwde obstakels in de weg. Het onderzoek naar een mogelijke fasering is gebaseerd op een beperkte ruimtelijke analyse op basis van luchtfoto’s en terreininventarisaties. De opsplitsing in delen is gebaseerd op de moeilijkheden die op het traject te verwachten zijn. Het heeft niet het doel een indicatie te geven van mogelijke ruimtelijke sequenties van de ‘Van Sommelsdijcksekreek’.

155

Deel 1: ter hoogte van de ‘Van Rooseveltkade’ en de Palmentuin Hier kan de verbinding langs beide oevers worden aangelegd. In afwachting van een definitieve herinrichting van de ‘Van Rooseveltkade’ aansluitend op het ‘Uitgaansgebied’ lijkt de opname van een verbinding langs de Palmentuin als uitbreiding op de renovatie van dit park het meest aangewezen. Hier liggen nu al de funderingen klaar van een onderhoudspad langs de kreek. Deel 2: Tussen de Grote Combéstraat en de Monseigneur Wulfinghstraat Tussen de Grote Combéstraat en de Monseigneur Wulfinghstraat kan makkelijk een verbinding op de linkeroever worden gerealiseerd. Op de rechteroever ligt dit moeilijker, omdat de Nederlandse ambassade hier haar toegang heeft tot haar gebouw en de kreek als een natuurlijke afscheiding gebruikt.


8

STRATEGISCH PROJECT ‘VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK’

156

Aanleggen van de verbinding fase II In de tweede fase wordt de verbinding doorgetrokken tot aan de ‘Culturele Pool’. Dit vergt een grotere inspanning om te realiseren, doordat een aantal gebouwen dicht op de oever van de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ werden gebouwd. Zelfs wanneer dit niet onmiddellijk aan de orde is, kan de verbinding gerealiseerd worden via enkele omleidingen langs bestaande straten. Hoewel niet volledig gerealiseerd, worden op deze manier de potenties inzichtelijk gemaakt, wat hopelijk leidt tot draagkrachtversterking bij actoren en bevolking. Deel 1: Tussen de Monseigneur Wulfinghstraat en de Tourtonnelaan Hier is een grote cluster van gebouwen langs beide zijden van de ‘Van Sommelsdijcksekreek’. Hoewel het ruimtelijk niet onmogelijk lijkt om een verbinding te leggen langs de gebouwen, is eveneens een omleiding mogelijk via de Koninginnestraat. Deel 2: Tussen de Tourtonnelaan en de Prinsessestraat Een groot deel van deze verbinding zou geen probleem mogen vormen, omdat de verbinding over de terreinen van ’s Lands Hospitaal kan worden gelegd. Dicht bij de Prinsessestraat is de beschikbare ruimte beperkt aan de ‘Van Sommelsdijcksekreek’. Ook hier

lijkt het ruimtelijk niet onmogelijk om een verbinding te leggen langs de kreek. Indien dit wel zo blijkt, is er een alternatieve verbinding mogelijk via een perceel ten noorden van de kreek. Dit achtererf lijkt zich te ontwikkelen tot een verkaveling. De weg die de zeven woningen op dit terrein ontsluit sluit aan op de Prinsessestraat. Deel 3: Tussen de Prinsessestraat en de Gonggrijpstraat Dit korte stukje lijkt het moeilijkste deel, omdat hier de gebouwen het dichtst tegen de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ staan. Er is een omleiding mogelijk via de Henck Arronstraat. Deel 4: Tussen de Gonggrijpstraat en de Cultuurtuinlaan In het laatste deel tot de Cultuurtuinlaan (Letitia Vriesdenlaan) zijn er weinig ruimtelijke obstakels. Hier kan grotendeels gebruik gemaakt worden van de toegangsweg tot de Graaf Von Zinzendorfschool.


Verbinding van het ‘Uitgaansgebied’ naar de Surinamerivier en rivieroever Met de verbinding ‘Uitgaansgebied’ naar de Surinamerivier wordt er aangesloten op de ‘rivieroever als publieke boulevard’, een concept uit de strategische ruimte ‘Waterkant’. De moeilijkheden zijn hier om doorgang te vinden langs de villa Wijdenbosch voor een verbinding richting zuid-westen en langs hotel Royal Torrarica voor een verbinding naar het noord-oosten. Dit sluit aan bij het concept van de ontwikkeling van het museumpark Fort Zeelandia en bij het publiek toegankelijk maken van de rivieroever naar het noorden.

157


8

STRATEGISCH PROJECT ‘VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK’

158

PARTNERS

Omdat dit project verder uitgewerkt is, kunnen de projectpartners meer gedetailleerd aangeduid worden (zie ook boek 6, hoofdstuk 2). Toch zullen bij de verdere uitwerking nog nieuwe partners gedetecteerd worden. Volgende partners moeten minstens betrokken worden bij het realiseren van dit project: ▪ Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directoraat Milieubeheer ▪ Ministerie Ruimtelijke Ordening, Gronden Bosbeleid ▪ Ministerie van Openbare werken ▪ Ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme ▪ Stichting Toerisme ▪ Stichting Uitgangscentrum Suriname ▪ Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname ▪ Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij ▪ belangrijkste actoren van de programma’s ‘Historisch Hart’, ‘Winkelkerngebied’, ‘Uitgaansgebied’, ‘Culturele Pool’ en ‘Waterkant’


BEDREIGING

De grootste directe bedreiging voor de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ is de visie die geponeerd werd om het deel aan het ‘Uitgaansgebied’ te overkluizen en in te richten als een private betaalparking (De Rooy, 2008). Deze ontwikkeling betekent een belangrijk verlies voor het strategisch belang van de kreek als verbindend element tussen de verschillende strategische gebieden. Gelet op de korte termijn waarop men met de uitvoering van het project van start wenst te gaan, is een duidelijke (tegen)reactie nodig om de inpassing in de grotere visie te vrijwaren.

159


Het doel van dit strategisch project is om een historische kreek te bewaren en om een historische verbinding tussen verschillende programma’s te realiseren. Omdat de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ een strategisch project betreft en geen programma, is het zowel qua omvang kleiner en is het minder complex. Hierdoor was dit project het uitgelezen aangrijpingspunt om er zowel de ontwikkelingsstrategie op toe te passen als het inhoudelijk verder uit te werken tot zelfs een ruwe fasering.

STRATEGISCH PROJECT ‘VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK’

CONCLUSIE

Tevens toonde de verdere uitwerking van het project en de fasering aan dat er binnen het strategisch project ‘Van Sommelsdijcksekreek’ wel degelijk acties op korte termijn opgepikt kunnen worden.

8

160

De verdere uitwerking van dit project zal net als bij de andere programma’s een wis-

Op basis van de verdere uitwerking kan geconcludeerd worden dat de ontwikkelingsstrategie (met als belangrijke pijlers het informeel instrumentarium gestoeld op onderhandeling en contracten) toepasbaar is op de uitwerking en realisatie van de ‘Van Sommelsdijcksekreek’. Het effectief onderhandelen tot een akkoord rond een intentieverklaring voor samenwerking viel buiten het mandaat van dit onderzoek.


selwerking vormen tussen het uitvoeren van bijkomend onderzoek (zowel op het niveau van enkel het project, als de relatie met de hele stad) en het uitwerken van het geïntegreerde project tot uitvoerbare acties. Deze tweeledige uitwerking wordt in figuur 8.3 opgelijst.

Op basis van deze uiteenzetting kan geconcludeerd worden dat, mits uitwerking van de vernoemde acties, er wel degelijk op korte termijn ruimtelijke projecten kunnen gerealiseerd worden als uitvoering van het masterplan.

ONDERZOEKEN

BIJKOMENDE ACTIE

▪ ontwerpend onderzoek naar de mogelijkheden van de verschillende sequenties ▪ grondrechterlijk onderzoek als basis voor de onderhandelingen ▪ groenstrategie voor de Binnenstad ▪ uitwerking project door middel van ontwerpend onderzoek ▪ samenhangend ontwerp openbaar domein in functie van de rest van de stad ▪ verder onderzoek naar toepassing programma ‘Netwerk’

▪ route langs de Van Rooseveltkade promoten als toeristische verbinding ▪ aanleg pad langs de Palmentuin (onderhoudstrook) als aanzet realisatie verbinding + (her)aanleg Van Rooseveltkade

figuur 8.3 | Matrix Van Sommelsdijcksekreek bron: eigen verwerking

161


foto 9.1 | Waterkant t.h.v.Veer naar Commewijne, Keti Koti


CONCLUSIE


164

Conclusie In dit boek werden de programma’s, zoals geponeerd in boek 4, verder uitgewerkt en werd ook de ontwikkelingsstrategie getoetst. Op basis van een samenvattende tabel kan er per programma en het project ‘Van Sommelsdijcksekreek’ gedetecteerd worden welke bijkomende onderzoeken er moeten gedaan worden, welke strategische projecten onderdeel vormen van de programma’s en welke acties er kunnen ondernomen worden. bron: eigen verwerking

figuur 9.1 | Matrix programma’s en projecten

NETWERK

▪ generiek onderzoek naar ‘verblijfsgebieden versus gemotoriseerd verkeer’: verkeerskundig + inrichting ▪ generiek onderzoek openbaar vervoer op niveau van de stad ▪ concepten gebiedsgericht onderzoeken per programma en project

HISTORISCH HART

9

CONCLUSIE

ONDERZOEKEN

▪ verder onderzoek naar conserveringsbeleid ▪ specifieke bouwregels voor nieuwbouw ▪ onderzoek naar verkeerssysteem zodat het ‘Historisch Hart’ een verblijfsgebied kan worden dat grotendeels autoluw is. ▪ groenstrategie voor de Binnenstad ▪ functioneel onderzoek Binnenstad, eveneens in relatie tot de hele stad ▪ woonstrategie, eveneens in relatie tot de hele stad ▪ verder onderzoek naar de Lim a Postraat als potentieel stadsgezicht

STRATEGISCHE PROJECTEN

BIJKOMENDE ACTIE

▪ kerkplein – Omgeving Surinaamse Bank & kathedraal als tweelingenplein ▪ plein Heiligenweg-Knuffelgracht en Spanhoek ▪ Bouwblok tussen het Plein van de Revolutie, de Knuffelsgracht en de Keizerstraat

▪ aanpakken van verwaarloosd historisch erfgoed via restauratie en herbruik ▪ grond- en pandenbeleid: strategische gronden of panden kopen en kwalitatief ontwikkelen ▪ toekennen van fiscale voordelen voor kwalitatieve architectuur ▪ oprichten informatiecentrum en kenniscel erfgoed ▪ premies voor het organiseren van architectuurwedstrijden met een vakjury om private ontwikkelaars aan te zetten tot kwalitatieve ontwikkelingen verbinding Sint-Petrus en Pauluskathedraal naar de ‘Van Sommelsdijcksekreek’


WINKELKERNGEBIED UITGAANSGEBIED

▪ verder onderzoeken geïntegreerd uitwerken van het programma als één geheel ▪ groenstrategie voor de Binnenstad ▪ verder onderzoek naar toepassing programma ‘Netwerk’

WATERKANT

CULTURELE POOL

▪ verder onderzoek naar toepassen programma ‘Netwerk’ in ‘Winkelkerngebied’ ▪ verder onderzoek naar de aannames van de structuurschets en de concepten ▪ groenstrategie voor de Binnenstad ▪ functioneel onderzoek Binnenstad, eveneens in relatie tot de hele stad ▪ woonstrategie, eveneens in relatie tot de hele stad ▪ onderzoek naar de relatie van de Binnenstad met de uitbouw van secundaire kernen in de stad

▪ monitoring verdere uitwerking ‘Cultuurtuin als diversiteitspoort van Suriname’

▪ verder onderzoek naar programma tot consensus wordt bereikt ▪ verder onderzoek naar conserveringsbeleid ▪ specifieke bouwregels voor nieuwbouw ▪ verder onderzoek naar toepassing programma ‘Netwerk’ ▪ groenstrategie voor de Binnenstad ▪ functioneel onderzoek Binnenstad, eveneens in relatie tot de hele stad ▪ woonstrategie, eveneens in relatie tot de hele stad

▪ aanpak van de vier assen ▪ zichten naar de Surinamerivier

▪ Moskee & Synagoge ▪ Neumanpad

▪ opname van de Cultuurtuin als strategisch projectbij falen extern project

▪ Oranjetuin

165


VAN SOMMELSDIJCKSEKREEK

166

ONDERZOEKEN

STRATEGISCHE PROJECTEN

BIJKOMENDE ACTIE

▪ ontwerpend onderzoek naar de mogelijkheden van de verschillende sequenties ▪ grondrechterlijk onderzoek als basis voor de onderhandelingen ▪ groenstrategie voor de Binnenstad ▪ verder onderzoek naar toepassing programma ‘Netwerk’ ▪ uitwerking project door middel van ontwerpend onderzoek ▪ samenhangend ontwerp openbaar domein

▪ realisatie volledig project, eventueel opgesplitst in fases

▪ route langs de Van Rooseveltkade promoten als toeristische verbinding ▪ aanleg pad langs de Palmentuin (onderhoudstrook) als aanzet realisatie verbinding + (her)aanleg Van Rooseveltkade

Op basis van de tabel kunnen er (per kolom) conclusies getrokken worden:

9

CONCLUSIE

1 Er dienen generieke onderzoeken te gebeuren om de uitwerking van het totale masterplan (en de aparte programma’s) te voeden: ▪ onderzoek naar de uitwerking van het programma ‘Netwerk’: - circulatie - inrichting openbaar domein - openbaar vervoer ▪ groenstrategie ▪ functioneel onderzoek ▪ woonstrategie ▪ conserveringsbeleid 2 Niet alle programma’s zijn even geschikt voor een verdere uitwerking binnen de doelstellingen van het Stadsproject Antwerpen-Paramaribo (komen tot uitvoerbare projecten op korte termijn): ▪ ‘Van Sommelsdijcksekreek’ is het gemakkelijkst uitwerkbaar, omdat het beperkt is in omvang en capaciteit. ▪ Projecten in het ‘Winkelkerngebied’ en het ‘Uitgaansgebied’ zijn zeer geschikt omwille van de gelijkgezinde (en kapitaalkrachtige) partners. ▪ In het ‘Historisch Hart’ liggen veel kansen, maar daar moet nog draagvlak en noodzaak bij de


partners gevonden worden, samen met donoren om te investeren. ▪ Voor de ‘Culturele pool’ is een project gestart, dat kan leiden tot realisatie. Omdat dit een extern ontstaan project is, heeft dit proces er geen greep op. Hierop rekenen als zekerheid om de doelstellingen van het Stadsproject te halen, is weinig proactief en onzeker. ▪ ‘Netwerk’ is een apart onderzoek, voedend aan de andere programma’s. Realisaties zullen best in het kader van de realisatie van andere programma’s bekeken worden. Het is dus afhankelijk van de gekozen uit te voeren projecten in welke mate dit, of beter welk, aspect van dit programma gekozen wordt. ▪ De ‘Waterkant’ bevat veel potenties, maar gelet op de zeer tegengestelde inhoudelijke programma’s en het zelf kiezen van het voorkeurscenario is er overleg nodig, alvorens hier consensus kan bereikt worden. Dit wil niet zeggen dat dit programma aan de kant geschoven moet worden, maar het zal geen actie zijn die op korte termijn te realiseren is. Het is wel duidelijk dat dit programma nu verder moet worden uitgewerkt om dan na bepaalde tijd (middellange termijn) te kunnen overgaan tot realisatie. 3 Zoals de afweging van de verschillende programma’s hier boven aangaf, dient er verder gewerkt te worden op verschillende sporen: ▪ generieke onderzoeken verder uitwerken ▪ programma’s verder concretiseren ▪ realisaties op korte termijn 4 Het antwoord op de vraag welk project of welke actie het meest geschikt is voor uitvoering op korte termijn, hangt van verschillende elementen af. De opsomming onder punt 2 gaf aan dat niet alle programma’s even geschikt zijn. Vanuit dit boek wordt de ‘Van Sommelsdijcksekreek’ naar voren geschoven. Toch dient er op basis van de verdere uitdieping van de samenwerking (boek 6) nagegaan te worden of opportuniteiten, sterke partners niet zullen pleiten voor ofwel een project in het ‘Winkelkerngebied’ of in het ‘Uitgaansgebied’. Het plots opstaan van een donor kan dan weer het ‘Historisch Hart’ naar voor duwen. Het mag duidelijk wezen dat de keuze van een project geen wiskundige optelsom is. Vele aspecten moeten meegenomen worden. In het volgende boek (Samenwerking) wordt hier verder op ingegaan. Ook de eindconclusie van het voorliggend onderzoek zal hier naar teruggrijpen.

167


168

BOEKEN Hajer, M., Reijndorp, A. (2001). Op zoek naar nieuw publiek domein. Rotterdam: NAi Uitgevers. Lynch, K., (1960). The Image of the City. Massachusetts: The MIT press. Stad Antwerpen (2007). Strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen: Antwerpen Ontwerpen. Antwerpen: Stad Antwerpen. ONGEPUBLICEERDE WERKEN Meurs, P. H., Lamandi, C., Meijers, W.L.E.C., Aarsen, A.G.J. (2008). Historic inner city of Paramaribo, Suriname. Final report: Capacity building program - phase 1. Delft: ongepubliceerde studie, Delft University of Technology, Faculty of Architecture. Visser, K., (2003). Een ringweg rondom Paramaribo: een onderzoek naar een globaal tracĂŠ en oplossingen voor enkele fysieke knelpunten van een ringweg rond Paramaribo. Paramaribo: ongepubliceerde masterproef.

10

BIBLIOGRAFIE

De Rooy, C., (2008). Het upgraden van het uitgaanscentrum Paramaribo. Paramaribo: ongepubliceerd afstudeerwerk. PROAP & De Wit Architecten (2007). Inzending Open Oproep Scheldekaaien. (Uitgeschreven door Stad Antwerpen en Waterwegen en Zeekanaal nv.). Antwerpen: ongepubliceerde presentatie. WETGEVING G.B. 1956. (No. 108). Paramaribo. (Bouwbesluit no. 1 )


KRANTENARTIKELS Anon, 2008. De Cultuurtuin als biodiversiteitspoort van Suriname. De Ware Tijd. 15 juli, p. A10. Vyent, R., 2009. Uitbreidingsplan Cultuurtuin. Parbode, [online]. Editie 39, 17 juni. Beschikbaar via: http://parbode.com/index.php?option=com_content&task=view&id=1245 &Itemid=1&ed=56 [Geraadpleegd op 5 augustus 2009]

FOTO’S Dikland, Ph., Koenraadt, L., (2003-2006). Luchtfoto’s van Paramaribo. [Luchtfoto’s uit privécollectie]. Alle andere fotos zijn eigen materiaal en werden gemaakt tijdens het onderzoek (juli-september 2008)

169


BOEK 1

BOEK 2

BOEK 3

BOEK 4

BOEK 5

BOEK 6

BOEK 7

BOEK 8

Stel zelf de luchtfoto van de grootstad Paramaribo samen door de kaften van de boeken, volgens dit schema, naast elkaar open te leggen. bron: luchtfoto GLIS 2005-2008

Strategisch Ruimtelijk Masterplan voor de Binnenstad van Paramaribo - Boek 5  

Stadsproject Antwerpen-Paramaribo 2008: opmaak van een Strategisch Ruimtelijk Masterplan voor de Binnenstad van Paramaribo. Boek 5: Programm...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you