Issuu on Google+

Weerbaar christen zijn nu [1]

Kritiek op het geloof Hoe ga je als christen om met kritiek op het christelijk geloof? Moet je het links laten liggen en eraan voorbijgaan? Of heb je de roeping er op in te gaan? Dr. P.F. Bouter is hervormd predikant te Leerdam en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.

Het belang van het verwoorden van het christelijk geloof staat centraal op de ambtsdragersvergaderingen die de Gereformeerde Bond op 1 en 8 september houdt. Zie de agenda op www.gereformeerdebond.nl.

4

H

et wordt apologetiek genoemd: de verdediging van het christelijk geloof. Het Griekse woord apologia betekent een redevoering om jezelf te verdedigen tegen beschuldigingen. In de rechtbank, maar ook in particuliere situaties. Apologetiek is dan ook een betoog om het algemeen christelijk geloof te verdedigen tegen beschuldigingen, kritiek, aanvallen. Deze kunnen tegen het christelijk geloof worden ingebracht vanuit andere godsdiensten, maar dat kan ook gebeuren vanuit een seculiere, humanistische of atheïstische overtuiging. Apologetiek is het ingaan op die kritiek om te laten zien hoe onterecht deze is. We moeten hierbij gelijk met nadruk stellen dat het bij apologie dus gaat om de verdediging van het algemeen christelijk geloof. Het gaat niet om de verdediging van de ene kerk tegenover de andere, zeg van de Protestantse Kerk tegenover de Rooms-Katholieke Kerk. Ook gaat het niet om de verdediging van een bepaald leerstuk, zoals de kinderdoop tegenover de overdoop. Nee, bij apologetiek gaat het om het ene algemeen christelijk geloof. Het gaat om de verdediging van het christendom als geheel. Om haar fundament. Ongeloof Deze verdediging van het algemeen christelijk geloof is naar verhouding veel te vinden in de

de waarheidsvriend

Vroege Kerk. Vanaf de Middeleeuwen staat de geloofsverdediging op een wat laag pitje. Begrijpelijk, omdat er dan in zekere zin een grote christelijke samenleving is ontstaan, het corpus christianum. Vooral interne christelijke vragen en leerontwikkelingen komen centraal te staan. Maar dat verandert na de Verlichting en de Franse Revolutie. Het ongeloof dringt Europa binnen. Wat bijvoorbeeld leidt tot de apologetische houding van het Réveil en van Groen van Prinsterer. In de twintigste eeuw zet deze ontwikkeling zich door. Want in het westen is het christendom in een situatie terechtgekomen waarin bestrijding, twijfel, en kritiek op haar afkomen. Ieder christen maakt dat op eigen vlak mee. De een op de werkvloer: ‘Wie zegt dat jij gelijk hebt, onze Turkse collega kan toch ook gelijk hebben?!’ Een ander maakt het mee in de wetenschap, als het christelijk geloof rondom de oorsprong van het leven tot mythe wordt verklaard en er geprobeerd wordt zonder een God het ontstaan van het leven te verklaren. Jongeren hebben ermee te maken op school als gevraagd wordt naar bewijzen voor het bestaan van

God. Of als de kerk verwijten wordt gemaakt over haar strenge en knechtende moraal. Als ambtsdrager kun je er op huisbezoek mee in aanraking komen, als Gods betrokkenheid en liefde worden ontkend op grond van de ellende in de wereld. Gewichtig De christenheid in het westen is in deze situatie terechtgekomen en dat bepaalt haar grootste front. De echtheid van het christelijk geloof staat hier immers zelf ter discussie. De echtheid van het christelijk geloof als werkelijke toegang tot gemeenschap met God. Wij kunnen en mogen niet om deze realiteit heen en dat maakt apologie tot een gewichtig punt. En de andere strijdpunten dan? Tussen kerken onderling en over leerstukken? Deze zijn zeker niet voorbij te lopen. Ze vereisen ook een goede bespreking. Maar ze zullen toch niet losgemaakt kunnen worden van de situatie waarin ieder christen, en ook heel sterk de opgroeiende generatie, ademt: waarin kritiek op het christelijk geloof en twijfel aan haar werkelijke openbaringskarakter veelal de boventoon hebben. Anders zijn we net als soldaten die

Moet je kritiek op het christelijk geloof laten voor wat ze is of er juist op ingaan?

20 augustus 2009


onderling druk discussiëren en argumenteren, maar vergeten met elkaar tegen een machtige vijand te strijden die op hen allen afkomt. Alleen al om de christenen zelf en in het bijzonder de opgroeiende christenen staande te doen blijven, moeten de kritiek en de bestrijding besproken worden. Bezwaar Als bezwaar tegen apologetiek is wel ingebracht dat je alleen het eenvoudige Evangelie zou moeten brengen. Meer niet, want de Heilige Geest werkt door de dwaasheid van de prediking. Toch kom je daar niet mee uit. Ik denk aan de apostelen in discussie met de Joden. Ze spreken dan over de juiste uitleg van allerlei oudtestamentische gedeelten, om zo vooroordelen bij de Joden weg te halen. Als Paulus en Barnabas in Lystre worden aangezien voor Jupiter en Mercurius, gaan ze eerst proberen dat misverstand weg te nemen, voor ze het Evangelie prediken. We mogen ook niet de bekende tekst voor de apologie uit de eerste brief van Petrus vergeten: ‘Wees altijd bereid verantwoording af te leggen aan een ieder die rekenschap van u afeist van de hoop die in u is.’ Loop niet weg voor de kritiek die op het geloof wordt afgevuurd, wil Petrus zeggen, maar wees toegerust om erop te kunnen antwoorden. En Paulus zegt in 2 Korinthe 10:5: ‘Wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot gehoorzaamheid aan Christus.’ Het geloof wil zich niet isoleren van de werkelijkheid om ons heen, maar wil zich er ook beslist niet aan onderwerpen. Het christelijk geloof heeft iets overwinnends, iets majesteitelijks. Het wil alle visies en gedachten die opkomen en zich tegen haar verheffen aan zich onderwerpen. Dat is geen ideologie. Ideologie is dat een menselijk theorie al het andere wil verwringen in de eigen visie. Nee, maar omdat Christus als de Zoon van God de Hoogste is, kan het niet anders of al het andere ligt onder Hem. Apologetiek is de poging om dat duidelijk en inzichtelijk te maken naar buiten toe. Eigen roeping Wat kunnen wij leren van de Vroege Kerk? Opmerkelijk is hoe in de twin-

de waarheidsvriend

tigste eeuw samen met het opkomen van de apologetiek ook grotere aandacht voor de Vroege Kerk is waar te nemen. Dat is niet vreemd. In de eerste eeuwen van de kerk was de christenheid omringd door veel andere religies en kritiek op het christelijk geloof. Door de secularisatie in Europa en het binnenkomen van andere religies, vooral de islam, voelen wij ons weer dichter bij die eerste eeuwen van het christendom staan. Wat kunnen wij van de Vroege Kerk leren? Ik noem enkele dingen, al moeten we wel in rekening brengen dat onze situatie toch in belangrijke opzichten verschillend is en dat wij dus een eigen roeping voor nu krijgen. Ik noem drie zaken waarin onze situatie verschilt van de christenen in de eerste eeuwen. De Vroege Kerk was omringd door heidenen die vaak zeer godsdienstig waren. De wereld was bezaaid met tempels, de lucht vervuld van rook vanwege gebrachte offers. Er was een zeker besef van zonde en kwaad. In onze tijd is grote desinteresse in God en het dienen van Hem bij mensen waar te nemen. Het massaal nalaten van dagelijkse godsdienstige plichten is een echt kenmerk van nu. Losgemaakt In de tweede plaats stonden die heidenen van toen nog voor de ontmoeting met het christelijk geloof, wij staan er na. C.S. Lewis heeft dat ergens als volgt onder worden gebracht. Het heidendom was als een maagd, die later met het christelijk geloof is getrouwd. Maar het westen is als een gescheiden vrouw, die zich van het christelijk geloof heeft losgemaakt. Dat geeft een heel andere houding. In de derde plaats: toen werden de christenen ervan beschuldigd dat ze een nieuw geloof in de wereld brachten, wat nooit had bestaan en dus niet waar kon zijn. Nu is de kritiek juist vanuit de seculiere mens dat het christendom oud is, van vroeger en daarom voorbij. Deze drie punten geven aan dat we bij het gebruiken van de Vroege Kerk toch telkens ons goed moeten realiseren dat wij, in de 21e eeuw, in een eigensoortige situatie verkeren.

P.F. Bouter

Boekaankondigingen Michiel Bakker e.a. Thuis in het Beloofde Land. Uitg. De Banier, Apeldoorn 160 blz.; € 24,95. Ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de staat Israël vertellen vijftien Joden die voor of na 1948 naar het Beloofde Land getrokken zijn, over hun verleden, hun betrokkenheid op het Joodse land en hun toekomstverwachting aan vier journalisten van het RD. In het laatste vraaggesprek in deze mooie uitgave benoemt dr. M. van Campen het bijbelse spreken ten aanzien van Israël, waarin hij aangeeft dat het gebed voor Israël en hen tot jaloersheid verwekken tot de belangrijkste punten van de Nadere Reformatie hoorde: ‘We zijn wat dat betreft wel wat kwijtgeraakt.’ Jantina Boelaars & Joyce Rampersad Wat alcohol met je doet. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 141 blz.; € 13,50. De auteurs – maatschappelijk werker op school respectievelijk werker in de verslavingszorg – gaan in dit deel in de reeks Wat… met je doet in op de alcoholproblematiek en geeft probleemdrinkers tips om te veranderen. Het boek opent met vijf diepte-interviews. Terry Blackstock Eigen rechter. Uitg. Voorhoeve, Kampen; 375 blz.; € 12,50. Deze roman in goedkope editie is het eerste deel van de vijfdelige serie Newpointe911. Vlak na elkaar worden in Louisiana twee echtgenotes van brandweermannen vermoord. Dr. H.F. Kohlbrugge Genade alleen. Uitg. De Banier, Apeldoorn 365 blz.; € 14,90. Uit preken en Schriftverklaringen van Kohlbrugge stelde J. Kranendonk-Gijssen dit dagboek samen, dat zich ook op jonge mensen richt. Susan May Warren Oog in oog. Uitg. Voorhoeve, Kampen; 383 blz.; € 19,95. In deze roman volgt de auteur – zelf ooit als zendeling in Rusland werkzaam – het leven van Gracie Benson, zendeling in Siberië, die het land wil verlaten, als twee van haar collega’s omkomen. Monique Samuel Bruiswater. Uitg. Jes, Boekencentrum; 184 blz.; € 13,90. Twintigjarige studente – ooit winnaar van literatuurprijs voor jong Marokkaans en Arabisch schrijverstalent – verwoordt in veertig columns, verhalen, gedichten, songteksten en bijbelstudies haar ervaringen met God. Alice J. Wisler Regenlied. Uitg. Voorhoeve, Kampen; 271 blz.; € 17,95. Roman over de Amerikaanse Nicole, wier ouders als zendeling in Japan werkten. Door een onverwachtse mailwisseling komt ze onbedoeld meer over haar jeugd te weten. PJV

20 augustus 2009

5


Kritiek op het geloof