Issuu on Google+

08 | interview | interview: Els Sytsma, fotografie: Folkert Rinkema


‘Ik vind d it een m o eilijk gesp rek’ “A rmoed e raakt me niet. D at wil zeggen: niet d e h ele d ag en zelfs niet elke d ag. Ik b en ook maar een gemid d eld e W esterling.” A nd ries K nevel, d e felle en ged reven interviewer d ie we van d e televisie kennen, h eeft geaarzeld om aan d it interview mee te werken. “H et zou veel te vroom zijn om te zeggen d at ik d ag in, d ag u it met h et onrec h t in d e wereld b ezig b en.” K nevel sp reekt zic h zelf overigens d irec t tegen. “H et raakt me wel! A ls ik foto´s of filmb eeld en zie, of toen ik me voorb ereid d e op d e komst van minister K oend ers in K nev el en V an d en B rink . D e c ijfers, d e aantallen, d at sc h okt me. En natu u rlijk als ik op reis b en en d irec t word gec onfronteerd met mensen d ie in armoed e leven, zoals laatst in C amb od ja.” O p zu lke momenten krijgt h ij h et id ee er ‘iets aan te moeten d oen’. Romantisc h e imp u lsen, zoals h ij h et zelf noemt, om zijn b aan b ij d e EO op te zeggen, zijn h u is te

verkop en en h u lp te gaan verlenen. “M aar ja, d aar komt natu u rlijk niets van.” W aarom eigenlijk niet? H ij lac h t. “T ja, omd at ik h ier nog zit… H et is een c omb inatie; h et kan niet q u a p rivé - omstand igh ed en en ik werk natu u rlijk b ij d e EO , d aar kan ik ook wat b etekenen. D enk ik. O f h oop ik.” W aarb ij h ij er telkens weer tegenaan loop t d at d e interesse voor d e D erd e W ereld gering is. “Ik p rob eer er zoveel mogelijk aand ac h t aan te b ested en, maar er zit een grens aan. Z elfs als er een B ekend e N ed erland er d oorh een loop t, is

D e red ac tie interviewt voor elk ZOA Magazine een b ekend p ersoon over h u manitaire h u lp verlening. H u n ervaringen geven een b lik van b u itenaf op h et werkveld van Z O A . D e geïnterviewd e krijgt d e ru imte om zijn of h aar visie te verwoord en op internationale vlu c h telingenp rob lematiek, welke niet p er se d e visie is van Z O A . D itmaal Andries Knevel, p rogrammamaker b ij d e EO .


1 0 | interview |

‘D e onru st b lijft. D oe ik genoeg? N ee, d an zou ik immers mijn b oeltje p akken en gaan.’

er nau welijks b elangstelling meer voor. W at kan ik met al mijn b etrokkenh eid b ij p rob lemen op wereld formaat eigenlijk d oen? V oor een b u rger zoals ik zijn d at maar twee d ingen: geld geven natu u rlijk, en p olitieke d ru k u itoefenen voor rec h tvaard ige verh ou d ingen q u a h and el,“ maar tegelijkertijd b egint K nevel wat moed eloos te zu c h ten. “M è t d at ik d it zeg, voel ik meteen al d e onmogelijkh eid ervan. H et is p rac h tig allemaal, maar op wereld sc h aal b etekent h et niets. Z elfs goed willend e N ed erland se ministers ku nnen in d e wereld nau welijks iets b ereiken.” K linkt h ij d aar fatalistisc h ? “J a, maar in th eorie. Ik moet natu u rlijk toegeven d at ik er p ersoonlijk verd er niets van merk. H et b lijft ab strac t, omd at ik armoed e en onrec h t niet aan d en lijve h eb ond ervond en. Ik d oe van alles, geef een su b stantieel b ed rag, was d agvoorzitter van een c ongres b ij W oord & D aad , p rob eer altijd een gaatje in mijn agend a te vind en als ik word gevraagd voor een televisiep rogramma over een h u lp p rojec t. A ls h et h elp t mij d aarh een te stu ren, d an ja, natu u rlijk! D u s ik d enk d at ik b ovengemid d eld b etrokken b en, maar h et b lijft altijd b innen d e marges van d e p ijnloze h u lp . Ik eet er geen b oterh am mind er om. B ij mij th u is is d it tegenwoord ig geregeld ond erwerp van gesp rek. Z ou h u lp geven niet ‘zeerd er’ moeten d oen? ” Er volgt een nad enkend e stilte. “D e onru st b lijft. D oe ik genoeg? N ee, d an zou ik immers mijn b oeltje p akken en gaan. M aar of d at zin zou h eb b en? D u s ik geef geld , maar nee, genoeg d oe ik niet. V erd er b en ik d e d ood gewone W esterling met zijn c omfortab ele leven en id eeë n over h oe h et b eter moet in d e wereld . O rganisaties als Z O A vind ik d an ook b elangrijk, omd at ze me

wakker h ou d en. C onfronteer me, maak me onru stig.”

D enk d u wtje H oe ziet K nevel d aarin zijn eigen rol, als televisiemaker d ie b ep aald niet vies is van een eigen mening? “Ik zou graag grote woord en als b ewu stword ing en vergroten van d e b etrokkenh eid geb ru iken. V roeger zou ik d at gezegd h eb b en. M aar inmid d els b en ik vertrou wd geraakt met d e op p ervlakkigh eid van h et med iu m televisie. N u h oop ik alleen nog maar d e kijkers een ‘d enkd u wtje’ te geven. A ls d at lu kt, is h et mooi. Ik b en trots op EO -M etterd aad (nu N ed erland H elp t), waarmee ik d estijd s b en b egonnen. In nood situ aties ku nnen we d aarmee veel tot stand b rengen. M aar op nieu w: zond er d at h et ons teveel kost, b innen d e marge van d e lu x e van h et leven.” O ngelijkh eid is overigens geen onrec h t op zic h , volgens K nevel. H ij verwijst naar h et rec ente b oek ‘H et oog van d e naald ’ van J oh an G raafland . D aaru it b lijkt d at ongelijkh eid nood z akelijk is om h et ec onomisc h e reilen en zeilen gaand e te h ou d en. K nevel: “In d eze geb roken wereld is ongelijkh eid d e p rikkel om in b eweging te komen. M ijn id eaal is d aarom een wereld wijd h and elssysteem, waarin arme land en zelf ac tiviteiten ku nnen ontp looien. A fgezien van nood h u lp , h eeft h u lp verlening in A frika d e afgelop en d ec ennia vaak averec h ts gewerkt, zoals h et laatste h alf jaar u it d iverse rap p orten is geb leken. V ooral steu n aan vaak c orru p te overh ed en, d at is weggegooid geld .” D e televisiep resentator is wel te sp reken over organisaties als W oord & D aad en Z O A , d ie aan d e b asis werken. “A ls h et niet goed gaat, moet je er niet mee stop p en, je moet h et gewoon b eter d oen.”


‘M et vragen over armoed e, onrec h t en lijd en b lijf je je leven lang knokken.’

B ek er wa ter W aarom toc h d ie wens een steentje b ij te d ragen aan een b etere wereld ? O nomwond en is K nevel d aarover: d ie verantwoord elijkh eid leert h ij u it d e b ijb el. M aar op nieu w b eland t h ij in een ond erwerp waarin h et zoeken is naar woord en. W ant d ie b ijb el leert h em ook erop u it te trekken en alle volken h et evangelie van d e op gestane H eer te verkond igen. “O ver d at sp anningsveld d enk ik al tientallen jaren na. Ik b en ervan overtu igd d at je ontwikkelingssamenwerking niet mag misb ru iken voor zend ing. M aar, c ru gezegd , wat b aat h et d e mens h u lp te ontvangen van Z O A als h ij G od niet leert kennen? D aar lop en we b ij d e EO ook tegenaan. W at h eeft een informatief med isc h p rogramma voor zin als h et geen nieu we b ekeerd en op levert? Ik laat me d an telkens weer c orrigeren d oor d e b ijb el. ‘H eb u w naasten lief, h eb zelfs je vijand en lief.’ Een b eker water voor iemand d ie d orst h eeft, is in zic h zelf waard evol, zond er d at h et een mid d el is om aan zend ing te d oen. H et geven van h u lp h eeft zelfstand ige waard e.” M et een mild e glimlac h h erinnert h ij zic h d e zomer van 2 0 0 6 , toen h ij op d e weg van B eiru t naar T yru s L ib anese – islamitisc h e - vlu c h telingen een fles water en een evangelisc h kind erb oekje u itreikte. “L aat d ie sp anning maar b estaan. J e h oeft er niet p er se aan d e ene of d e and ere kant u it te komen.”

W a a ro m A ls EO ’s anc h orman é é n d ing d u id elijk wil

maken, is h et wel d at h ij geen antwoord en h eeft. N iet op d e vragen h oe armoed e d e wereld u it geh olp en d ient te word en, niet over d e manier waarop N ed erland se b u rgers d aarvoor verantwoord elijkh eid moeten nemen, en al h elemaal niet over d e vragen naar h et waarom. D aarb ij h eeft h ij mind er moeite met d e vragen naar h et lijd en op wereld niveau d an met d e vragen naar h et p ersoonlijke lijd en in h et leven van ied er mens. “W aar ik veel moeite mee h eb , is h et lijd en d at mensen ‘zomaar’ overkomt, zond er d at er een sc h u ld ige is aan te wijzen. L ijd en op wereld sc h aal levert and ere vragen op , omd at h et d eels mensenwerk is. Ik kan me erg vind en in een u itsp raak van W illem A antjes. H ij verteld e me eens geen moeite te h eb b en met grote vragen over h et lijd en, want ‘wij zijn d e h and en en voeten van G od .’ H ij b ed oelt d at je zu lke vragen niet b ij G od moet leggen, je moet er mee aan d e slag. Z elfs b ij natu u rramp en zie je d at d e armen en kwetsb aren eerd er slac h toffer word en d an d e rijken. D u s ook d aar: d oe er wat aan.” “Ik vind d it een moeilijk gesp rek. Ik h eb geen antwoord en, ik stamel maar wat. M et vragen over armoed e, onrec h t en lijd en b lijf je je leven lang knokken.” H oewel h ij weet geen antwoord en te vind en, keert h ij zic h niet van d eze vragen af, maar b lijft K nevel zoeken naar manieren om b etrokken te b lijven en te h elp en. Een ond erd eel van d ie zoektoc h t is een reis naar é é n van Z O A ’s werkgeb ied en volgend jaar.


"Ik vind dit een moeilijk gesprek"