Issuu on Google+

Is de God van het Oude Testament wreed? De Apologeet


Een filosofisch perspectief Is de God van het Oude Testament, het eerste deel van de Bijbel, wreed? Dat is een goede vraag. Dawkins, bekend atheïst, noemt de God van het Oude Testament ‘het meest onaangename karakter dat fictie heeft voortgebracht’. Dank u. En wat kunnen christenen inbrengen tegen een God die opdracht geeft volken uit te roeien, vrouwen en kinderen over de kling te jagen en harten van koningen hard maakt zodat zij en hun volk te gronde gaan? Soms lijkt het erop dat het karakter van God m.n. in het Oude Testament een potentiële bron van verlegenheid kan zijn voor christenen. De God die zij aanbidden en toegewijd dienen doet dingen die wij vandaag niemand aan zouden durven doen. We staan met een mond vol tanden tegenover de atheïst die overduidelijk de immoraliteit van de bijbelse God aantoont en daarmee de onmogelijkheid van zijn bestaan. Om deze vraag te beantwoorden, moeten we de zaak in twee stukken knippen. In de eerste respons, zullen we zien in welk kader de aantijging gedaan wordt. Kan het als argument door een atheïst gebruikt worden tegen God? We zullen zien dat dit zeer problematisch is. Het tweede gedeelte zal behandelen waarom het Oude Testament God zo portretteert en waarom dat niet in tegenspraak is met het beeld van God in het Nieuwe Testament. Kern van de zaak is dat

we God zien zoals Hij is en dat we de mens daartegen afmeten.

De filosofische context We zullen nu eerst kijken naar de context waarin de aantijging meestal wordt gedaan. De atheïst gebruikt het om aan te tonen hoe onwaarschijnlijk het bestaan van God is. Het gaat eigenlijk om een filosofisch vraagstuk. Het christelijk wereldbeeld is inconsistent omdat de christelijke God gebaseerd is op een mythische voorwetenschappelijke fantasie. De God van het Oude Testament is net als de goden van het polytheïsme van de Grieken en de Romeinen. Die deden alles wat bij mensen verboden was, maar ze kwamen ermee weg, omdat ze goden waren. Uiteindelijk waren deze godsvoorstellingen niets anders dan een weerspiegeling van de mens zelf. Zo ook met de God van het Oude Testament. Die is allesbehalve een verheven heilige, moreel zuivere God. Ook deze God is verzonnen en bestaat niet. De structuur van het argument (A) gaat ongeveer zo: 1. Als God zou bestaan zou Hij volmaakt zijn 2. De God van de Bijbel is immoreel 3. Conclusie: Daarom bestaat God niet Of misschien werkt het argument (B) ook zo: 1. Als een inconsistentie aan te tonen is in een godsbeeld, bestaat de god ervan niet

-2-


2. Het godsbeeld van de bijbel is inconsistent 3. God bestaat niet

De morele meetlat Als we kijken naar argument (A) kunnen we weinig inbrengen tegen stelling (1). Inderdaad is God volmaakt. Een onvolmaakte God is per definitie geen God, omdat volmaaktheid een noodzakelijke eigenschap is van God. Stelling 2 ‘De God van de Bijbel is immoreel’ ligt echter heel wat moeilijker. Kan de atheïst dit op enigerlei wijze bewijzen? ‘Ja’, zal hij zeggen, ‘dat kan ik’. Hij zal dan aanvoeren dat God genocide liet plegen en mensen doelbewust te gronde richt. Naar onze maatstaven is dit immoreel. Toch is dit problematisch. Op grond van welke argument moet dat als immoreel worden beschouwd? Welke maatstaf hanteert de atheïst daarvoor? Biedt zijn eigen wereldbeeld aanknopingspunten voor een objectieve maatstaf waarmee wij het vermeende immorele handelen van God in het Oude Testament kunnen beoordelen? Een beroep op beschaving of algemene morele (desnoods) westerse maatstaven zal niet helpen. Die zijn immers afhankelijk van menselijke processen en ingebed in een historische ontwikkeling. Hier krijgen we te maken met het lastige vraagstuk van hoe een moraal te gronden buiten een beroep op God. Het is filosofisch onmogelijk een moraal ergens te verankeren buiten een theïstisch raamwerk om. Er wordt alom net gedaan of dat geen probleem is, maar dat heeft meer te maken met het doorzwemmen binnen een reeds gesloten fuik dan het opzoeken van nieuwe wegen.

Het mag dan wel algemeen aanvaard zijn binnen onze post-christelijke beschaving, maar elke poging om God af te meten met een eigen, menselijk, morele standaard is ten dode opgeschreven. Elke niet-theïstische (dus buiten God om) verklaring van moraal levert ons drijfzand. Het is een moraal die zich aanpast aan veranderende situaties, voor een vaste grond moeten we alsmaar dieper graven. Uiteindelijk komen we vast te zitten. Gods bestaan afwijzen, omdat God immoreel zou zijn is onmogelijk, omdat er buiten God geen absolute morele maatstaf overblijft waar we God aan af kunnen meten. We concluderen dus dat stelling (2) in argument (A) onjuist is. De stelling is onmogelijk.

De beperkte geldigheid van de conclusie van argument A Voordat we argument (B) bekijken eerst nog even dit. Stel dat het de atheïst wel zou lukken om te refereren naar een absolute morele maatstaf. Stel dat het mogelijk zou zijn met het morele argument de God van de Bijbel te ontkennen. Welke God zou dan ‘ontzenuwd’ zijn? Precies. Alleen de de God van de Bijbel. Is met het verwerpen van de God van de Bijbel aangetoond dat God niet bestaat? Nee, natuurlijk niet. Er zijn immers zoveel godsbeelden, zoveel religies die alle een ander perspectief bieden op God, een eigen definitie van God hebben. De conclusie in argument (A) ‘God bestaat niet’ is niet gerechtvaardigd. In het beste geval zou de conclusie geldigheid hebben voor de God van het christelijk theïsme, maar aangezien – zoals we eerder zagen – dat stelling (2) van het ar-

-3-


gument niet deugt, zijn wij genoodzaakt ook de conclusie in zijn geheel te verwerpen.

Is het godsbeeld van het christelijk theïsme inconsistent? Argument (B) begint goed met te stellen dat een inconsistent godsbeeld niet acceptabel is. Maar is de tweede stelling juist? Stelling (2) ‘Het godsbeeld van de bijbel is inconsistent’ is eigenlijk helemaal afhankelijk van het morele argument zoals we dat in (A) vinden. Dit argument is dus bij voorbaat gedoemd. De God van de Bijbel is niet inconsistent. Hij is een souvereine en moreel volmaakte God, die de mens als moreel wezen verantwoordelijk houdt. Alle mensen zijn moreel onvolmaakt en daarom is Gods oordeel – in wat voor vorm het komt – ten allen tijde gerechtvaardigd. Het feit dat dit oordeel niet gelijk en niet overal in dezelfde mate komt, maakt God niet ineens immoreel. Het komt eerder voort uit zijn liefde en barmhartigheid. Hij heeft barmhartig geduld met de mens en weerhoudt Zich meestal van een onmiddelijk rechtvaardig oordeel over de zondige mens. Wij kunnen verschillende moeilijke situaties in de Bijbel bovendien niet beoordelen, omdat wij niet alwetend zijn. God is dat wel. Alleen Hij kan bepalen waar, wanneer en of er geoordeeld moet worden.

de karaktertrekken die de Bijbel van God laat zien in het Oude Testament. Gods souvereiniteit, heiligheid, gerechtigheid, liefde en alwetendheid zijn in volmaakt evenwicht. Het godsbeeld van het Oude Testament is juist zeer consistent.

Conclusie Het morele argument tegen God, waar de Nieuwe Atheïsten zo graag gebruik van maken, is dus zonder enige waarde. En zelfs als het al zou werken, zou het alleen nog maar van toepassing zijn op het godsbeeld van het christelijk theïsme. Dit argument werkt juist tegen het atheïsme, omdat het een pijnlijke zwakte blootlegt in het naturalistische wereldbeeld van de atheïst. De atheïst maakt gebruik van een absolute moraal om God te verwerpen maar wordt daardoor geconfronteerd met het feit dat er in zijn naturalistisch wereldbeeld geen ruimte is voor een absolute moraal. Dat is een probleem dat juist tegen het atheïsme getuigt. In het volgende artikel over dit onderwerp zullen we die tekst van het Oude Testament serieus nemen. Wat heeft de God van de Bijbel tot ons en over ons te zeggen?

Zo zien wij een volmaakte harmonie tussen

-4-


De verhouding tussen het Oude en het Nieuwe Testament Volgens de Nieuwe Atheïsten is de God van de Bijbel een wrede God en kan Hij daarom niet bestaan. Hoewel dit een formidabele aanval lijkt te zijn op de God waar joden en christenen in geloven, valt het argument in duigen. Wij zagen in deel I dat dit argument vastloopt, omdat het niet in staat is een absolute morele maatstaf te hanteren die groter is dan God zelf. Bovendien zou het argument alleen maar werken voor de God van de Bijbel. Daarmee is het atheïsme niet bewezen want er zijn talloze andere godsbeelden en bovendien zijn er argumenten voor het bestaan van God die zelf niet afhankelijk zijn van de Bijbel. In deel twee kijken we hoe God in het Oude Testament geportretteerd wordt en waarom dat geenszins mag leiden tot de conclusie dat God in het Oude Testament onredelijk, immoreel of onaardig is. God verschilt in het Oude Testament niet wezenlijk van God in het Nieuwe Testament. In het derde deel zullen we tot de kern van de zaak komen. We moeten God zien zoals Hij is en moeten leren om de mens tegenover deze God af te meten.

Is de God van het Oude Testament een andere dan die van het Nieuwe? Is er een verschil tussen het portret dat we krijgen van God in het Oude Testament en het portret dat we in het Nieuwe Testament tegenkomen? Het antwoord is ‘nee’. Toch bestaan hieromtrent wijdverbreide misvattingen. Het is niet zo dat God in het Oude Tes-

tament een oordelende God is die telkens boos wordt, terwijl we in het Nieuwe Testament een lieve God tegenkomen die geen vlieg kwaad doet en alles met de mantel der liefde bedekt. In het Nieuwe Testament lezen we reeds van mensen die de genade van God, aan ons bewezen in Jezus Christus, afzetten tegen de wet van Mozes. Dit onderscheid tussen wet en genade leidt uiteindelijk tot de gedachte dat er sprake is van twee verschillende godsbeelden. We zien dit voor het eerst optreden bij Marcion die in de tweede eeuw na Christus leerde dat Jezus een nieuwe God had geopenbaard die wezenlijk verschilt van de God van het Oude Testament. Deze oudtestamentische God noemde Hij de demiurg. Ook tegenwoordig vinden wij een dergelijk onderscheid in diverse liberale theologische stromingen. Het karakter van God zoals we dat in de Bijbel tegenkomen wordt niet langer gezien als het resultaat van goddelijke openbaring, maar van een ontwikkeling van het menselijk denken. In evangelische en charismatische kringen kom je ook regelmatig een vergelijkbare dualistische opvatting van wet versus genade en een daarmee gepaard gaande God van oordeel en God van liefde tegen. We dienen deze opvatting van een ‘gespletenheid’ van Gods karakter te verwerpen en stellen met kracht dat de God die Zichzelf openbaart in het Oude Testament dezelfde is als die van het Nieuwe. Hij openbaart Zich consistent en evenwichtig als

-5-


zowel een heilige als een goede God. Hij is moreel volmaakt net zoals Hij volmaakt in liefde is.

Die liefde van God blijkt ook uit zijn geduld met de volken in Kanaän die in Abrahams tijd nog niet geoordeeld mochten worden aangezien de maat van hun ongerechtigheid nog niet vol was. Ook is Hij geduldig met het volk Israël dat weliswaar in ballingschap gaat, maar wel veel later dan zegen en vloek bij de verbondssluiting deden vermoeden. Ondanks het oordeel wordt het volk opnieuw hoop geboden op herstel en vernieuwing uitmondend in een verwezenlijking van Gods heilsplan met de hele wereld.

In het Oude Testament openbaart God Zich als een God van liefde In de eerste plaats duidelijk zijn dat de God van het Oude Testament niet wezenlijk verschilt van de God van het Nieuwe Testament. Deze gedachte is het gevolg van een oppervlakkige lezing van de Bijbel en leest meer iets de tekst in dan dat het er wat uithaalt. Dit is eenvoudig aan te tonen door te laten zien hoe de liefde van God in het Oude Testament naar voren komt en hoe het oordeel van God een belangrijke rol speelt in het Nieuwe.

In het Nieuwe Testament openbaart God Zich als een God die oordeelt

We lezen in het Oude Testament dat God in zijn handelen met de gevallen mens het heil op het oog heeft voor de gehele mensheid (Gen.3:15). Een belofte wordt gegeven over een nazaat die alle ellende ongedaan zal maken. Bij de roeping van Abraham (Gen.12) zien wij opnieuw dat God de gehele mensheid op het oog heeft in zijn handelen met deze man. Opnieuw hetzelfde wijdse perspectief bij de verbondssluiting (Ex.19) waarbij het volk Israël een koninkrijk van priesters (duidt op bemiddelende rol) onder de volken zal zijn. Hoewel God de zonde, d.w.z. moreel onrecht, niet door de vingers kan zien en moet straffen, ligt de nadruk in Exodus 34:7 op de barmhartigheid aan duizenden en de vergeving van hun zonden. Vergeving van zonde is een centraal thema in het Oude Testament, getuige de offerdienst van Israël en de oproep van talloze profeten om terug te keren tot God en vergeven te worden.

Net zo goed als de God van het Oude Testament door liefde wordt gekenmerkt zo is een evenredige mate van strengheid te ontdekken bij de God van het Nieuwe. Dat komt omdat het dezelfde God is die handelt in het Oude zowel als het Nieuwe Testament. Het is dezelfde bedoeling, hetzelfde plan alleen in verschillende tijdperken van de menselijke geschiedenis en verschillende stadia van Gods plan. Zo vinden wij in het Nieuwe Testament een Jezus, die in tegenstelling tot het populaire beeld van de blauwogige zachte man met de blonde lokken, meer spreekt over hel, oordeel en verdoemenis dan wie dan ook in de Bijbel. Hij waarschuwt ons ervoor dat we beter ons oog dat ons doet zondigen uit kunnen rukken om het leven in te gaan dan mét dat oog naar de hel te varen. Hij portretteert Zichzelf als de Rechter die schapen en bokken scheidt. Hij zal mensen uitwerpen in de buitenste duisternis waar geween en

-6-


tandengeknars zal zijn. Hij zal zeggen: Ga weg, Ik heb jullie nooit gekend. Petrus roept zijn toehoorders op te ontkomen aan de komende toorn, terwijl onder zijn bediening Ananias en Saffira dood neervallen als gevolg van schijn en leugen. Diezelfde Petrus stelt dat het oordeel begint bij het huis van God. Ook Paulus benadrukt dat Christus de mensheid zal oordelen. Het laatste Bijbelboek completeert dit thema door in apocalyptische taal het einde van de wereldgeschiedenis en Gods oordeel over de mensheid te beschrijven. In dit alles is Gods liefde niet afwezig.

Conclusie In plaats van een contrast tussen het Oude en het Nieuwe Testament kunnen we beter spreken over een accentverschil. In het Oude Testament ligt in de ontmoeting met God vaak nadruk op de heiligheid van God en het vaak daarmee gepaard gaande dreigende oordeel op overtreding. In het Nieuwe Testament komt God ons tegemoet in Christus. Christus als de brenger van genade, de brug naar God middels verzoening. In het Oude Testament is van deze genade reeds sprake en wordt zij voorbereid. In het

Nieuwe Testament komt dit plan tot ontknoping, tot volle bloei. Het accent ligt er dus meer op. Maar vreemd genoeg is er goed bekeken in het Nieuwe Testament uiteindelijk sprake van veel meer en een veel ernstiger oordeel dan in het Oude. Hoewel in het Oude Testament mensen en volken gedood worden als gevolg van het oordeel van God, toch is er geen sprake van de eeuwige bestemming van de mens. In het Nieuwe Testament is dat totaal anders. Daar is een sluier weggetrokken en wordt duidelijk dat de mens voor zijn daden verantwoording af zal moeten leggen voor de troon van God. Iedereen van wie de naam niet opgetekend staat in het boek van het leven zal in de poel van vuur terechtkomen. Die poel wordt omschreven als de tweede dood. Zou het kunnen dat daar waar we God in de Bijbel tegenkomen als toornend en oordelend, Hij ons waarschuwt voor de ernst van onze rebellie tegen Hem? Hij wil niets anders dan ons liefdevol in zijn armen sluiten, maar daarvoor moeten wij inzien hoe het met ons gesteld is. En een Bijbel die alle plooitjes glad strijkt, helpt daar niet bij.

-7-


Een perspectief op de grootheid van God Er is een nieuwe beweging van atheïsten in opkomst: the New Atheists, of de Nieuwe Atheïsten. Zij zijn niet mensen die een neutrale houding jegens het geloof innemen en gewoon geen rekening met God houden. Ze zijn militant, gericht tegen elke vorm van religie. Een van hun argumenten is dat de God van de Bijbel, m.n. de God van het Oude Testament wreed is. Hij zou op grote schaal genocide plegen, wraak nemen en willekeur vertonen. Nu heb ik reeds eerder over dit onderwerp geschreven. In mijn eerste artikel heb ik het atheïstische argument ontzenuwd. In het tweede artikel heb ik de verhouding tussen het Oude en het Nieuwe Testament belicht binnen de context van de vraagstelling. Nu moeten we in dit derde deel toch wat dieper op de materie ingaan. Als het om de vermeende wreedheid van God, lijken er in het Oude Testament namelijk genoeg voorbeelden te vinden waar dit zichtbaar wordt. God brengt het volk Israël naar Kanaän om de volkeren aldaar uit te roeien, niet nadat Hij eerst heeft toegestaan dat duizenden van de Israëlieten stierven bij het gouden kalf en bij het bachanaal dat bij Beth-Peor had plaatsgevonden. Sterker nog, een hele generatie Israëlieten werd gedoemd te sterven in de woestijn. Later drijft de Geest van God Simson ertoe talloze Filistijnen over de kling te jagen en draagt God via Samuël aan koning Saul op om het volk van de Amelekieten te vernietigen (inclusief vrouwen en kinderen). Uiteindelijk loopt het ook voor het

volk Israël verdrietig af: het wordt in twee stadia in ballingschap gevoerd. Hebben de Nieuwe Atheïsten een punt? Hun aanval helpt misschien niet om het atheïsme te beargumenteren (zie mijn eerste artikel), maar al die dingen staan toch maar in het Oude Testament. Wat moeten we daar mee?

De souvereiniteit van God We komen bij de kern van de zaak. Kan de mens God ter verantwoording roepen of hebben wij een gebrek aan realiteitszin wanneer wij dat doen? Het laatste is het geval. We moeten God leren zien zoals Hij is en de mens daartegen afmeten. Dat is een radicaal ander perspectief dan dat van de brutale mens die God aanklaagt. We stellen dan ook om te beginnen de vraag: Wie is God? In de eerste plaats is God de Schepper van de gehele werkelijkheid. Dit betekent dat Hij als bron, bedenker en maker van alles wat bestaat de Eigenaar is met een absoluut beschikkingsrecht (Jesaja 40:12). Hij is volgens de Bijbel niet een soort deïstische god die de boel op zijn beloop laat. Nee, Hij is op zijn schepping betrokken. Naast Eigenaar is God dus almachtige soevereine Heerser van het heelal (Jesaja 40:26-27). Verder is God volgens de bijbel goed. Die goedheid kent verschillende aspecten. Het duidt enerzijds op Gods morele volmaaktheid. De Bijbel spreekt dan over heiligheid (Jesaja 6). De goedheid uit zich ook in liefde;

-8-


liefde voor zijn schepping en zijn schepselen. De goedheid duidt tevens op rechtvaardigheid. Hij handelt rechtvaardig met mensen in overeenstemming met zijn moreel zuivere karakter. Nu is het belangrijk om te beseffen dat God niet voldoet aan een morele standaard die zich buiten God bevindt. Alsof er iets hogers was dan God wat dicteerde hoe God moest handelen. Nee, als Schepper is Hij de bron van ons moreel besef. Ons besef van goed en kwaad is een weerspiegeling van Gods absolute moraal. Omdat Gods moraal verankerd is in zijn karakter, weten we dat het niet een willekeurige moraal is die alle kanten op kan schieten. Zoals God oververanderlijk is en zijn karakter niet aan willekeur onderhevig is, zo is de moraliteit die vanuit God voortkomt consistent, betrouwbaar en goed. Daarom moeten we concluderen dat God niet ter verantwoording te roepen is. Dat wil niet zeggen dat God maar willekeurig raak slaat en aan kwaadaardige luimen toe geeft. God is juist consistent en goed in zijn handelen met ons. Ons moreel besef vormt een weerspiegeling (zij het een verbroken weerspiegeling vanwege de zondeval) van zijn karakter. Wat wij op een afgeleide wijze ervaren als kwaad of goed wordt door God op een absolute manier gezien. En zijn handelen is daarmee in overeenstemming. We lezen in de bijbel over Job. Hij probeerde God ter verantwoording te roepen. Wanneer God dan aan Hem verschijnt en tot hem spreekt, merken we dat God Zich niet rechtvaardigt. Hij verwijst slechts naar zijn grootheid. Job snapt het en buigt. En omdat God goed is, wordt Job na zijn verdrukkingen gezegend. Job opende zijn

mond tegen God vanuit een beperkt, menselijk perspectief. God is echter alwetend. In zijn alwetendheid gaat hij soms een weg die in onze ogen niet rechtvaardig schijnt, maar dat uiteindelijk wel blijkt te zijn.

De mens in het licht van Gods heerlijkheid Dat brengt mij bij het volgende punt: wie is de mens? Die vraag is uiteindelijk alleen te beantwoorden in het licht van God grootheid. De mens is alleen te begrijpen in het licht van God, omdat God de mens geschapen heeft. Het wezenskenmerk van de mens is dat die geschapen is naar het beeld van God. Daarmee onderscheidt de mens zich van alle andere levende wezens. Dit verklaart ook waarom zoveel mensbeelden en oplossingen voor menselijke problemen stranden; men is de essentie kwijt. Daar komt nog een andere belangrijke factor bij: de zondeval. De mens is volgens de bijbel ongehoorzaam geworden jegens God en heeft daarmee zijn morele zuiverheid en onschuld verloren. Zijn morele kompas wijst de verkeerde richting op: rebellie, hoogmoed, ego茂sme. De mens is een moreel gevallen wezen (Genesis 3:15; Jesaja 59:2; Romeinen 3:23). Nu, als de mens Gods beelddrager is hoe zal Hij God dan de les lezen? Hoe zou de schaduw de zon kunnen vertellen waar die moet schijnen? Zou een spiegel aan de werkelijkheid kunnen vertellen dat die zich moet aanpassen aan het beeld dat de spiegel produceert? Maar wij zijn niet zomaar een spiegel van Gods karakter, wij zijn een verbroken spiegel. W铆j zijn kapot, 贸ns denken en 贸ns handelen is moreel onvolmaakt. Het is juist een uitdrukking van

-9-


een door onze verbrokenheid ontstane hoogmoed om God ter verantwoording te roepen. Wij lijken op een waterrimpeling die de eigen verstoorde weerspiegeling als maatstaf neemt voor de werkelijkheid. Maar er is meer. Pas wanneer wij een duidelijk besef krijgen van Gods grootheid en zijn absolute morele volmaaktheid, wordt het duidelijk dat elke misstap niet proportioneel maar absoluut bestraft moet worden. Absolute heiligheid vereist absolute veroordeling voor de kleinste overtreding. Bovendien zijn onze kleinste overtredingen een uiting van eveneens iets absoluuts: totale afwijzing van de heerschappij van God. Besef van Gods grootheid en van de ernst van onze morele verdorvenheid stellen de straffen die God toebedeelt in het Oude Testament in een ander daglicht. Het probleem bij het ter verantwoording roepen van God door de mens is het volgende. God en mens worden als gelijkwaardigen beschouwd, terwijl ze ongelijke grootheden zijn. De mens is eindig en moreel gevallen; God is eeuwig, soeverein en heilig. De mens is afhankelijk, terwijl God onafhankelijk is. De mens is verantwoording verschuldigd, terwijl God verantwoording van ons eist. God hoeft niets uit te leggen, God hoeft niet te redden, God goeft geen erbarmen te hebben met een verloren mensheid. Als Hij ons in een oogwenk zou wegvagen zou het zijn heiligheid, goedheid of rechtvaardigheid niet aantasten. God zou juist in zijn recht staan.

Conclusie Wat wij nodig hebben is besef van Gods grootheid ĂŠn besef van onze nietigheid

tegenover God, opdat wij beseffen met wie wij te maken hebben. Wat wij nodig hebben is besef van de heiligheid van God ĂŠn van onze immoraliteit tegenover die God, opdat wij het zwijgen ertoe doen. Het is slechts genade dat we nog bestaan. Dankzij zijn geduld krijgen we de ruimte te zeggen wat we willen, maar dat zal niet eindeloos doorgaan. Wij hebben geen recht van spreken tegenover God. Niet God legt verantwoording af maar wij. Wij hebben geen maatstok die groter is dan God Zelf waarlangs we Hem kunnen leggen om Hem te beoordelen. Niet alleen zijn wij nietig, beperkt in ons kennen en onvermogend Gods wegen te doorgronden. Ook zijn wij onrein, immoreel, rebels en daarom strafwaardig. Maar wat zien we? God biedt ons vergeving aan van onze zonde, herstel van onze rebellie. De liefde van God en de heerlijkheid van God zijn nl. in een wonderbaarlijk evenwicht in Gods onveranderlijke karakter. Zo openbaart God Zich in het Oude Testament en zo ook in het Nieuwe. Vanaf het eerste moment na de morele val van de mens is Hij er op uit om die mens te zoeken, te herstellen en met Zich te verzoenen. Wie dat niet leest in de bijbel, mist de boodschap van dat grootse boek volledig. Is God wreed? Nee, Hij is heilig en genadig, rechtvaardig en liefdevol, groot en goed, almachtig en geduldig. Speel met God geen spelletje. Besef dat het feit dat je leeft en bestaat het gevolg is van een genadig God die geduld met je heeft. Roep Hem niet ter verantwoording, maar besef dat Hij jou roept in barmhartigheid, uit genade door de liefde in zijn Zoon Jezus Christus.

- 10 -


Is de God van het Oude Testament wreed?