Issuu on Google+

H onderden Oezbeken: moslims die de ware G od niet kennen.

10

BIJBELS VOOR OEZBEKISTAN

Beroemde en zeer oude moskeeën in het centrum van Samarkant.

“Laat on s U w b ro o d b e z o rg e n ” Het wordt donker. De avond valt over het Centraal-Aziatische land en zal straks plaatsmaken voor de nacht. Het wordt stil in een stad aan de grens van het land, maar de twee broeders hebben geen slaap. Ze maken zich klaar voor de reis. Twee fietsen staan volgeladen. Er klinkt een gebed: “Heere, laat ons Uw brood bezorgen.”

Een Oezbeekse vrouw met zelf gebakken brood.

Z o tr anspor ter en b r oeder s B ijb els, E v angelië n en ander e geestelijk e lec tu u r naar C entr aal-A z iatisc h e landen. Door een v er b od v an de ov er h eid b estaat er nam elijk geen m ogelijk h eid om dat openlijk te doen. A ls je b ijv oor b eeld twee B ijb els m eeneem t naar O ez b ek istan, k u nnen die aan de gr ens afgepak t wor den. E n als je m aar é é n B ijb el h eb t, z u llen de gr ensb eam b ten je u itv oer ig onder v r agen ov er je identiteit en je r eisdoel. O ez b ek istan ov er tr eft ander e C entr aal-A z iatisc h e landen als h et gaat om de str enge r egels m et b etr ek k ing tot inv oer v an c h r istelijk e lec tu u r. H et geb ed is opgez onden en h et afsc h eid v an de m edear b eider s op de ak k er v an G od is ac h ter de r u g. V oor de b oeg liggen tientallen k ilom eter s, v er m oeidh eid, gev aar en r isic o. Door de r egen gaat alles langz am er.

H ier en daar k u nnen de b r oeder s niet eens lopen, laat staan fi etsen. De m odder z et z ic h v ast op de wielen, waar door de fi etsen er g z waar wor den. Z e m oeten z owel de lec tu u r als de fi etsen op de r u g dr agen. V er m oeidh eid ov er m ant h en. P lotseling door snijdt een v er r e, m aar felle lic h tstr aal h et donk er v an de nac h t. De b r oeder s dr u k k en z ic h tegen de gr ond en b idden opnieu w: “ H eer e, b eh oed ons, laat ons U w b r ood b ez or gen.” H et z oek lic h t v an de gr ensb ewak ing dooft u it… A ls de dag aanb r eek t, h eb b en de b r oeder s v eel v er tr aging opgelopen door h et slec h te weer. E indelijk z ien z e h et deu r tje in de sc h u tting waar z e door h een m oeten. Z e k ijk en u it naar de ontm oeting m et h u n O ez b eek se b r oeder s in C h r istu s. P lotseling wor dt h u n de pas afgesneden door

een politiewagen. De agenten stellen de ene v r aag na de ander e: “ W at v oor lading h eb t u b ij u ? W aar k om t die v andaan? ” Z onder een antwoor d af te wac h ten, pak k en de agenten z elf een pak k et en sc h eu r en dat open. Daar v inden z e de lec tu u r. “ W at v oor b oek en z ijn dit? ” Z e doen een b oek open en lez en er in. “ W aar k om en dez e b oek en v andaan? ” De b r oeder s z wijgen. “ W ie h eeft dat v oor ju llie ov er de gr ens gesm ok k eld? ” De b r oeder s b lijv en z wijgen. “A ls ju llie stom m etje b lijv en spelen, b r engen we ju llie naar h et politieb u r eau . Daar z u llen we ju llie wel aan h et pr aten k r ijgen!”

totdat de pr oc u r eu r z elf naar h en toe k om t. H ij k ijk t de b r oeder s str ak aan en k ijk t ook naar de lec tu u r. L ater h or en de b r oeder s gesc h r eeu w ac h ter de deu r. K or t daar na h or en z e v an de agenten dat z e weer de politieau to in m oeten. W aar z ou den z e nu weer h eengeb r ac h t wor den? V an b innen z ijn z e ec h ter ger u st. A ls z e opnieu w op h et politieb u r eau aank om en, stoppen de agenten de lec tu u r weer in de pak k etten. V er v olgens sc h r eeu wen z e tegen de b r oeder s: “ E n nu wegwez en. V oor u it!” De b r oeder s r eager en v er b aasd en de agenten sc h r eeu wen opnieu w: “ M aak dat ju llie wegk om en!”

O p h et b u r eau wor den de b r oeder s opnieu w u itv oer ig onder v r aagd. Daar b ij wor den z e h ar d in h u n gez ic h t en op h u n lic h aam geslagen. “ W e z u llen ju llie geen antwoor d gev en” , is steeds h u n gedu ldige en standv astige r eac tie. H u n v er m oeide lic h am en – gev olg v an een slapeloz e en spannende nac h t – doen pijn. H u n gez ic h ten z ijn ontv eld en b eb loed. E é n v an de b r oeder s wer pt een b lik op h et opengesc h eu r de pak k et. Daar in ligt de lec tu u r en op de b ov enste folder leest h ij: “ Z alig is h ij, die z ic h z elv en niet oor deelt in h etgeen h ij v oor goed h ou dt” (R om . 1 4 :2 2 ). “ O H eer e” , b idt h ij, “ ik oor deel m ijz elf niet in h et b ewandelen v an dez e weg. Dit was toc h U w weg. U ging Z elf v oor op. U wer d ook geslagen.” B em oedigd door h et W oor d v an G od r ic h t de b r oeder z ijn h oofd op en z egt m et lu ide stem : “ Ik z al geen antwoor d gev en” . “A ls je geen antwoor d wilt gev en, b r engen we ju llie naar de pr oc u r eu r. Die k an h eel goed de tongen losm ak en” , b r u lt de ou dste agent. S c h r eeu wend laden de agenten de b r oeder s in de politiewagen. O ok de lec tu u r m oet m ee.

Z oals de apostel P etr u s de gev angenis v er liet, v er laten de b r oeder s h et politieb u r eau . H et dr ingt nog niet h elem aal tot h en door of z e nu b ev r ijd z ijn of niet. De lec tu u r m ogen z e ook m eenem en. W at z ou dit alles b etek enen? O ndank s h u n v r ijlating b er eiden z e z ic h v oor op een gev angenisstr af. K or t daar na wor den z e door h u n O ez b eek se b r oeder s h ar telijk v er welk om d. Daar k u nnen z e eindelijk u itr u sten. H u n lic h am en k r eu nen v an pijn, m aar h u n h ar ten ju ic h en: “ H eer e, h oe dan ook , m aar we h eb b en toc h U w b r ood b ez or gd!”

De b r oeder s k ennen de pr oc u r eu r slec h ts v an naam . ‘Daar z al h et z ek er nog er ger wor den’, denk en z e. Z e m oeten in de gang wac h ten

Beschreven door een broeder die deze Bijbelk oeriers g esp rok en heeft. L a ter is du idelijk g ew orden da t de p lotseling e vrijla ting te m a k en heeft m et de a ng st va n de p rocu reu r voor w esterse p u bliciteit en verzoek schriften.

11

Z omaar een kijkje op een marktp lein. Evangelisatie kan in Oezbekistan niet op enlijk p laatsvinden.


“Laat ons Uw brood bezorgen”