Page 1

Hoezo PRO?

versie 2013-2014 Algemene informatie

Op het Cibap word je opgeleid tot creatief vormgever of creatief vakman. Je bent steeds bezig met het leren van de vier Cibap kernvaardigheden; creativiteit, presenteren, ondernemen en vakmanschap. Op het Cibap werken we met het onderwijskundige model van Praktijk Realistisch Onderwijs (PRO)

1 PRO, hoezo? Tijdens de opleiding zul je je vaak afvragen wat je nu precies wilt, wat je kan en wat je mogelijkheden zijn.

PRO 2 Hoe werkt PRO? PRO is actief leren. Je gaat actief aan de slag met vragen uit de beroepspraktijk.

PRO oké… maar wat kan ik er later mee? Tijdens Praktijk Realistisch Onderwijs (PRO) proberen we zoveel mogelijk uit te gaan van de beroepspraktijk. Daarbij is dan steeds de vraag: 'wat moet je in zo'n situatie kunnen?' En: 'wat moet je daarbij weten?'. Tijdens je opleiding wil je je natuurlijk zo goed mogelijk voorbereiden op je toekomstige beroep. Tijdens de opleiding zul je je vaak afvragen wat je nu precies wilt, wat je kan en wat je mogelijkheden zijn. PRO probeert je de kans te geven om bekend te worden met de wereld van jouw beroep, omdat je gaat werken aan situaties en problemen uit de praktijk. Daardoor kun je bepalen of die praktijk voor jou geschikt is en of jij geschikt bent voor de praktijk. De competenties (vaardigheden, kennis en houding) die je daarbij nodig hebt, proberen we je aan te leren. Daarvoor krijg je je hele opleiding lang de tijd. Je hoeft dus niet alles vanaf het begin helemaal goed te kunnen. Dat zou ook raar zijn; als je alles al beheerst, hoef je geen opleiding meer te volgen. Je zult op deze school veel zelfstandig aan de slag gaan. Dat betekent dat je veel zelf zult doen, waarschijnlijk meer dan je op je vorige school gewend was. Zo zal je op je vragen niet altijd direct een antwoord van je docenten krijgen. Het gaat op deze school namelijk niet alleen om de antwoorden of datgene wat je moet leren. Het gaat vooral ook om hóe je leert; de manier waarop je de antwoorden kunt vinden. Als je eenmaal aan het werk bent, zul je zien dat je goed met problemen om kunt gaan en conflicten kunt oplossen. Bovendien kun je niet alleen zelfstandig, maar ook in een team samenwerken. Dat maakt je beroep heel wat interessanter om uit te oefenen.

Inleiding PRO is actief leren. Je gaat actief aan de slag met vragen uit de beroepspraktijk, je bestudeert praktijksituaties en leerstof die daar mee te maken hebben. Dat is eigenlijk pas echt leren. Denk maar eens na over het volgende motto:

Pagina 1 PRO, hoezo? 1 2 Hoe werkt PRO? 1 3 Hoe werkt de tutorgroep? 3 4 Hoe pak je het aan? 5

Hoezo PRO?

Inhoudsopgave

1


De tutor zal steeds meer aan de groep en de individuele student overlaten.

Hoezo PRO?

De scheiding tussen theorie en vaardigheid zie je niet altijd in jouw lesrooster.

2

Hoezo PRO? 2.1

Het projectboek Het jaar is verdeeld in 4 blokken van ongeveer 10 weken, dit noemen we een periode. Ieder periode krijg je ook een nieuw opdrachtenboek en dat noemen we een projectboek. In de jaren na het eerste jaar kunnen projectboeken zelfs de opdrachten voor 2 periodes (een semester) beschrijven. In een projectboek worden verschillende praktijk realistische projecten beschreven waaraan de opdrachten gekoppeld zijn.

2.2

De tutorgroep en de tutor Iedere week kom je samen in een tutorgroep. Deze groep bestaat uit 12 studenten en een tutor. De tutorgroep is de groep waarmee je tijdens iedere periode intensief zult samenwerken. De docent die zo’n groep begeleidt noemen wij tutor. De belangrijkste taak van de tutor is het begeleiden van het onderwijs leerproces; wat moet er gebeuren om de opdrachten uit te kunnen voeren. In het begin stuurt de tutor de groep nog sterk. Maar daarna wordt het geleidelijk anders. De tutor zal steeds meer aan de groep en de individuele student overlaten. Uiteraard word je in dit proces begeleid. In het rooster wordt de tutor bijeenkomst gecombineerd met de mentor bijeenkomst. De taak van de mentor is echter een andere dan die van de tutor. De mentor is jouw eerste aanspreekpunt. Je kunt met allerlei school gerelateerde vragen bij jouw mentor terecht. (persoonlijk, studievoortgang, loopbaan). Zo nodig schakelt de mentor aanvullend advies of aanvullende begeleiding in bij de teamtrajectcoach of het servicetrajectbureau

2.3 Begeleiding De tutor is natuurlijk niet op alle terreinen deskundig. Maar dat hoeft ook niet. Voor vakinhoudelijke onderwerpen worden theoretische- en vaardigheids ondersteuning gegeven. De scheiding tussen theorie en vaardigheid zie je niet altijd in jouw lesrooster, dit is namelijk afhankelijk van de voortgang van het project waaraan je werkt. De docent kan dus ook zelf afstemmen wanneer er in zijn of haar les behoefte is aan theoretische- of vaardigheidsondersteuning. Alle vakken op jouw rooster zijn gebaseerd op de 4 kernvaardigheden van het Cibap: creativiteit, presenteren, ondernemen en vakmanschap en zijn geroosterd in blokken. De werkplaats is bedoeld om zelfstandig met een taak bezig te zijn, aangestuurd vanuit de vaardigheidslessen. Het Taal en Rekencentrum is de uitvalsbasis voor het taal- en rekenonderwijs. Naast groepsgewijze lessen op niveau, kan je hier ook extra lessen volgen als jouw kennis op taal en/of rekenen nog niet op voldoende niveau is. Uiteindelijk word je in het Taal en Reken centrum voorbereid op de landelijke examens taal en rekenen. Daarnaast kun je in het Open Leer Centrum (OLC) binnen jouw opleiding veel informatie vinden in boeken, tijdschriften en zelfstandig werken aan werkstukken. 2.4 Toetsing Binnen het Cibap beoordelen we in het eerste semester alle producten d.m.v. de volgende criteria: vaardigheden, motivatie/inzet en proces. Na het eerste semester beoordelen we op basis van de landelijk vastgestelde eisen in het kwalificatiedossier; elke MBO student in Nederland volgt zijn onderwijs met als doel om uiteindelijk een beroep te kunnen uitoefenen of door te studeren aan het HBO. Wat je moet kunnen en weten om over drie a vier jaar als gediplomeerd vakman te kunnen starten in jouw beroep, staat omschreven in een zogenaamd kwalificatiedossier. Zo’n dossier is landelijk vastgesteld door het MBO samen met het bedrijfsleven. Kort gezegd komt het hier op neer dat jij aan het eind van jouw Cibap opleiding zal moeten aantonen dat je aan alle eisen die gesteld worden in het kwalificatiedossier voldoet. Gaandeweg de opleiding komen alle aspecten uit het kwalificatiedossiers aan bod zodat je goed voorbereid aan jouw examenfase in het laatste jaar kunt beginnen. Alle producten in alle jaren worden beoordeeld met: (O)nvoldoende, (V)oldoende of (G)oed. Alleen de talen en rekenen worden beoordeeld met een cijfer i.v.m. de landelijke eisen. De landelijk vastgestelde Kwalificatiedossiers vind je op www. kwalificatiesmbo.nl Overige informatie kun je ook vinden in het OER (onderwijs- en examenreglement) op de Cibap site.


Hoezo PRO?

3 Hoe werkt de tutorgroep? Het belangrijkste voordeel van het werken in een tutorgroep is dat je de gelegenheid 3.1 krijgt om ervaringen, kennis en ideeën uit te wisselen. 3.2

opening

De tutorgroep Het belangrijkste voordeel van het werken in een tutorgroep is dat je de gelegenheid krijgt om ervaringen, kennis en ideeën uit te wisselen. De tutorgroep is klein zodat iedereen inbreng heeft in de groep. Je leert spelenderwijs om voor je mening uit te komen en er wordt veel aandacht besteed aan argumenteren, vergaderen en presenteren. Je leert hoe je goed kunt leren door te werken aan projecten met behulp van een stappenplan. Wat is jouw rol in de tutorgroep? Welke rollen zijn er? Formele rollen: Voorzitter, notulist, bordschrijver of deelnemer. Dit zijn rollen die iedere bijeenkomst wisselen en waar je afspraken overmaakt. Dit wordt in de volgende paragrafen verder uitgelegd. De voorzitter Eén persoon neemt de leiding in een tutorbijeenkomst. In het begin neemt de tutor deze rol nog op zich, maar al snel is het de bedoeling dat iemand uit de groep dat zelf doet. De belangrijkste taak van de voorzitter is: leiding geven zodat de tutorbijeenkomst op de juiste manier verloopt. Hieronder vind je een lijst van wat je als voorzitter uiteindelijk moet kunnen:

mededelingen (afwezigen , mededeeen lin gen van de tutor, 'post', Het voorbereiden van bijeenkomst: ...) de notulen van de voA. Je de agenda op (geef een tijdsindeling voor ieder onderwerp). rigstelt e bij eenko mst taken opstarten Voorbeeld van een agenda voortgang/ tussentijd1 seopening evalua(afwezigen, 2 mededelingen tutor, 'post', ...) tie vamededelingen n de lopvan endede taken 3 de taken afsluiten/evaluat notulen van de vorige bijeenkomst ie 4 taken opstarten 5 voortgang/ tussentijdse evaluatie van de lopende taken afspraken voor de kome nd week 6 takeneafsluiten/evaluatie afspraken voor de volg 7 en afspraken voor de komende week de tu torbijeenk omst 8 afspraken voor de volgende tutorbijeenkomst rondvraag 9 rondvraag 10 afsluiting

B. Behandeling van de agendapunten volgens een vaste volgorde: - je opent de bijeenkomst; - je zorgt ervoor dat opgeschreven wordt wie wel of niet aanwezig zijn; - je bekijkt samen met de tutorgroep of de notulen van de vorige bijeenkomst in orde zijn; - je start de taken uit het projectboek op; - je zorgt ervoor dat iedereen de stappen van het projectfaseplan één voor één volgt; - je let op de tijd; - de gemaakte afspraken zet je op het eind van de bijeenkomst nog even op een rijtje, zodat iedereen weet wat er de volgende bijeenkomst gaat gebeuren. C. Het bewaken van het leer- en samenwerkingsproces: - je geeft deelnemers het woord en zorgt dat iedereen aan de beurt komt, dus ook de stille groepsleden; - je grijpt in als er door elkaar wordt gepraat; - je geeft tussentijds korte samenvattingen van wat er besproken is; - je stelt vragen over de inhoud, bijvoorbeeld: wie heeft er iets anders gevonden? Wat is het verband tussen…?; - je stelt vragen over het proces, bijvoorbeeld: hoe heb je het gevonden? Kunnen we zo met deze afspraken verder?; - je begeleidt de besluitvorming en probeert overeenstemming te bereiken; - je bewaakt de vergaderprocedures en het stappenplan. Bij elke stap stel je een startvraag en je sluit elke stap af met een afsluitende opmerking; - je bemiddelt bij conflicten; - je let erop dat de bordschrijver alles goed opschrijft; - je let erop dat de notulist alles kan bijhouden.

Hoezo PRO?

afsluiting

3


Je wordt steeds zelfstandiger in het aanpakken van de producten in het projectboek.

Hoezo PRO? 3.3

De bordschrijver De bordschrijver maakt tijdens de bijeenkomst aantekeningen op het bord of een flip-over. Dit is een belangrijke rol. Daarom kan de bordschrijver niet zelf actief met de vergadering meedoen. De bordschrijver is belangrijk, omdat hij de groep een spiegel voorhoudt; iedereen kan precies zien waar de groep op dat moment mee bezig is. De bordschrijver schrijft bij iedere stap van het projectfaseplan op wat de deelnemers zeggen.

3.4

De notulist De notulist maakt aantekeningen over het verloop van de vergadering. Dit noemen wij de notulen. Thuis of in de onbegeleide uren op school werkt de notulist de notulen verder uit. Als notulist zorg je ervoor dat alle deelnemers en betrokken docenten zo snel mogelijk de notulen van de bijeenkomst krijgen. Maak hierover afspraken. De notulist mag wel met het gesprek in de tutorgroep meedoen.

notulen: Datum: Tutorgroep: Aanwezig: Afwezig:

Voorzitter: 3.5 Notulist:

Bordschrijver:

Hoezo PRO?

3.6

4

Wat schrijf je in de notulen? Voorbeeld opzet van de notulen: Datum: Tutorgroep: Aanwezig: Afwezig: Voorzitter: Notulist: Bordschrijver: Uitwerking van de agenda punten: (zie A)

De deelnemer Dit is de rol die je het meest vervult. Als deelnemer moet je je aan bepaalde gedragsregels houden: - je moet je goed voorbereiden op de volgende tutorbijeenkomst door gemaakte afspraken na te komen; - je maakt zelf aantekeningen tijdens de bijeenkomst, want na de bijeenkomst moet je zelf meteen met die aantekeningen aan de slag; - als je je niet aan de afspraken gehouden hebt, meld je dit bij de tutor en de andere deelnemers; - je bent iedere bijeenkomst aanwezig; - je stelt je open voor andere meningen en probeert zoveel mogelijk tot overeenstemming te komen; - je stelt je open voor kritiek van anderen en probeert iets te doen met deze kritiek; - je geeft aan wanneer je iets dwarszit met betrekking tot het leerproces van jezelf of anderen in je groep. De tutor Taken van de tutor. Zoals je al hebt kunnen lezen is de belangrijkste taak van de tutor het stimuleren en bewaken van het leer- en groepsproces. In het begin zal de tutor nog een duidelijke sturende rol hebben maar naarmate je verder in de opleiding komt, zal dit steeds minder worden. Je wordt steeds zelfstandiger in het aanpakken van de producten in het projectboek.


Hoezo PRO?

4 Hoe pak je het aan? Door het projectfaseplan kom je nooit voor verrassingen te staan en weet je waar je aan begint.

4.1

In PRO wordt voor elk projectboek gewerkt volgens een specifiek stappenplan. Dit stappenplan noemen we een projectfaseplan. Door het projectfaseplan kom je nooit voor verrassingen te staan en weet je waar je aan begint. Het is natuurlijk geen garantie dat alles goed gaat maar je bent wel beter voorbereid. Uiteraard leer je hoe je een projectfaseplan maakt. In het eerste jaar zal je voornamelijk een projectfaseplan maken per opdracht, later zal je steeds grotere opdrachten/ projecten gaan plannen. Daarnaast zal de tutor in het begin nog veel sturing geven. Deze sturing zal steeds minder worden naarmate je verder in de opleiding komt.

De stappen binnen een projectfaseplan

fase 1

Onderzoeken

plan van aanpak (PVA)

fase 2

Plannen

fase 3

Realiseren (ontwerpen en/of uitvoeren)

fase 4

Controleren

fase 5

Evalueren

Waarschijnlijk vind je deze termen nu nog moeilijk. Dat is heel logisch en daarom staan ze hieronder wat uitgebreider uitgelegd.

Hoezo PRO?

5


fase 1

Onderzoeken

fase 2

Plannen

fase 3

fase 4

Realiseren

Controleren

Hoezo PRO? Fase 1 – onderzoeken Nadat goede afspraken zijn gemaakt over de rollen binnen de tutorgroep, belboom en adressen uitwisselen, richt de groep zich op het projectboek. Aan de opdrachten/projecttaak zit een uitgebreide beschrijving gekoppeld. Deze wordt goed doorgelezen, waarna de groep bespreekt wat er precies moet worden gedaan. De meest gestelde vragen zijn: Wat gaan we doen? Waarom? Waar? Hoe? Wat hebben we nodig? Wie hebben we hiervoor nodig? Hierbij komen de volgende vaste punten aan bod: - het opzoeken van de betekenis van verschillende begrippen die bij het project van belang zijn; - een nauwkeurige formulering van het probleem, dat moet worden opgelost of van het project, dat moet worden aangepakt. Het spreekt voor zich, dat ieder groepslid het met deze formulering eens is; - leervragen stellen; wat moet je nog leren en hoe ga je dat doen? - een exacte formulering van de eisen, die aan het (eind)product worden gesteld. De groep wint informatie in over het onderwerp. Hiervoor dienen o.a. boeken, tijdschriften en het internet, maar uiteraard kan de groep ook bij personen voor informatie aankloppen. Het is belangrijk, dat de groepsleden elkaar goed ( blijven ) informeren over deze studieactiviteiten.

Onderzoeksfase in schema:

fase 5

Evalueren het opzoeken van de betekenis van verschillende begrippen

een nauwkeurige formulering van het probleem

Hoezo PRO?

Wat gaan we doen? Waarom? Waar? Hoe? Wat hebben we nodig? Wie hebben we hiervoor nodig?

6

leervragen stellen

een exacte formulering van de eisen


Hoezo PRO?

fase 1

Onderzoeken

fase 2

Plannen

fase 3

Realiseren

fase 4

Controleren

Fase 2 – plannen Wanneer fase 1 goed is doorlopen, wordt het tijd om een planning te maken. Deze planning is belangrijk – de groepsleden moeten er zich dus aan houden. Je legt samen vast wanneer de acties uit fase 1 worden uitgevoerd en afgerond. De planning kan weergegeven worden in een schema waarin je de weken en acties vermeldt. Belangrijke data en acties kun je extra accentueren. Bedenk je goed dat je tijdens het project de planning voortdurend in de gaten houdt. Wellicht moet je de planning hier en daar tijdens het project aanpassen omdat er onverwachtse dingen gebeuren. Plan in de weken daarom ook niet alle dagen helemaal vol. Houd wat marge voor als het bijvoorbeeld eens een dagje tegenzit of er een les uitvalt. Het voorgaande (fase 1 en 2) komt in het Plan van Aanpak. Iedereen maak een individueel plan van aanpak. In het plan van aanpak staan alle opdrachten uit een projectboek beschreven, zowel de groepsopdrachten als de individuele opdrachten. Uiteraard is het van belang een goede afstemming te realiseren tussen deze twee. In het begin van de opleiding zal het plan van aanpak nog vrij eenvoudig zijn; je doet een korte oriëntatie- en analyse (onderzoek) per opdracht en beschrijft deze in enkele zinnen. Daarna maak je een planning van de opdracht. Later in de opleiding zal het plan van aanpak steeds uitgebreider worden en grotere projecten over een langere periode beschrijven.

Planning in schema: (menukaart als voorbeeld)

fase 5

Planning menukaart restaurant “Met Den Gouden Lepel Ingegoten”

Evalueren

De planning kan weergegeven worden in een schema waarin je de weken en acties vermeldt.

week 1

week 2

week 3

week 4

week 5

Jan

bezoeken klant

schetsvoorstel maken

schetsvoorstel presenteren

eindvoorstel presenteren

opmerkingen verwerken

Piet

werkbespreking

vervolgafspraak maken

opmerkingen verwerken

opmerkingen verwerken

bestanden naar drukker

Joris

concepten maken

eerste opmaak mailen

DTP (uitvoeren)

proefdruk controleren

vervolgafspraak maken

resultaat mailen

drukwerk afleveren

Corneel

vervolgafspraak maken

data verzamelen

Hoezo PRO?

Met Den Gouden Lepel Ingegeoten

7


fase 1

Onderzoeken

fase 2

Plannen

fase 3

fase 4

fase 5

Realiseren

Controleren

Evalueren

Hoezo PRO?

Hoe is de samenwerking verlopen? Waren afspraken helder? Zijn de afspraken goed nagekomen? Wat moet de volgende keer anders gedaan worden?

8

Hoezo PRO? Fase 3- realiseren In deze fase heb je, afhankelijk van de opdracht, te maken met het ontwerpen en/of de uitvoering. Als je bijvoorbeeld een verslag moet schrijven dan zul je daarvoor geen ontwerp maken. Je gaat dan gelijk aan de slag met de uitvoering waarbij je je natuurlijk wel eerst gaat verdiepen in de mogelijkheden en dat zou je eigenlijk ook een soort ontwerpen kunnen noemen. Daarnaast zal je een ontwerp niet altijd zelf uitvoeren. Als je bijvoorbeeld een stand- of interieurontwerp maakt, zal deze meestal door andere vakmensen uitgevoerd worden. Op het Cibap proberen we jou echter ook altijd in aanraking te laten komen met de uitvoering van jouw eigen ontwerp want dat is heel leerzaam! Ontwerpen: Als je het plan van aanpak hebt gemaakt, kun je starten met het maken van een ontwerp. In de ontwerpfase onderzoek je de mogelijkheden voor de verschillende 2- of 3 dimensionale oplossingen: je maakt verschillende schetsen en/ of modellen om tot een definitief ontwerp te komen. Houd tijdens het ontwerpen voortdurend de eisen in de gaten die er aan het product gesteld worden (zie het Plan van aanpak). Laat ook regelmatig de schetsen aan jouw opdrachtgever/docent zien. Je kunt pas door met het definitieve ontwerp als de opdrachtgever/ docent zijn goedkeuring heeft gegeven. Uitvoeren: Na het ontwerp volgt de uitvoering. Het is in deze fase belangrijk dat je goede ontwerptekeningen hebt gemaakt. Het kan zijn dat je tijdens de realisatie aspecten tegenkomt waarmee je in jouw ontwerp geen rekening had gehouden. Dit hoeft niet altijd een probleem te zijn maar het kan wel een goede les voor een volgende opdracht zijn; je moet er van leren! Houd ook in de uitvoeringsfase regelmatig contact met de opdrachtgever/ docent.

Fase 4 – controleren De leden van de projectgroep bekijken het concept-eindproduct met een kritische blik, waarbij de feedback van de opdrachtgever/docent(en) wordt meegenomen. Het gaat er natuurlijk om dat het eindproduct in hoge mate aan de eisen voldoet, kijk hiervoor nog even naar wat je hebt opgeschreven in de onderzoeksfase. Het concept-eindproduct wordt op onderdelen nog bijgesteld en als definitief eindproduct ingeleverd.

Fase 5 – evalueren Het project (boek) en alles wat daarmee samenhangt, wordt in het laatste stadium van het projectfaseplan geëvalueerd. De groepsevaluatie van het project(boek) wordt in een schriftelijk verslag vastgelegd. Hoe is de samenwerking verlopen? Waren afspraken helder? Zijn de afspraken goed nagekomen? Wat moet de volgende keer anders gedaan worden? Daarnaast maakt ieder individueel groepslid een persoonlijk verslag van de bevindingen tijdens het project; Wat heb ik geleerd? Wat ging goed en wat ging minder goed en hoe kwam dat? Wat zijn mijn leerdoelen voor de volgende periode? Zowel de groepsevaluatie als het individuele verslag zijn heel leerzaam voor de aanpak van het volgende projectboek!


Cibap hoezo pro 13 14  

Op het Cibap word je opgeleid tot creatief vormgever of creatief vakman. Je bent steeds bezig met het leren van de vier Cibap kernvaardighed...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you