Page 1

GGU GEERT GROTE UNIVERSITEIT

GGU van deventer naar Kampen Ondernemingsplan

2016-2021

Opgesteld in opdracht van het College van Bestuur van de Geert Grote Universiteit

Deventer MMXVI GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

1 GGU


Geert Grote

1380 begonnen christelijke

Geert Grote (1340-1384)

vernieuwingsbeweging

wordt algemeen beschouwd

‘Moderne Devotie’ (Devo-

als een ‘erflater van onze

tio Moderna), gedragen

beschaving’ (Jan Romein).

door ‘Broeders en (vooral)

Door de Synode van Kam-

Zusters des Gemenen (=ge-

pen (toen nog: Campen)

meenschappelijke) Levens’,

werd Geert Grote in 1383

wordt wel gezien als de

als al te kritische luis in de

belangrijkste bijdrage van

pels van de kerk het zwij-

Overijssel aan de wereld.

gen opgelegd. Hij hield zich als diaken aan het

De GGU eert haar geleerde

preekverbod, maar ging

naamgever niet primair als

door met het schrijven van

theoloog, jurist, medicus

boeken en brieven en het

of filosoof, maar vooral als

ontvangen en bezoeken

bibliofiel, onderwijspionier

van mensen, zodat zijn

en voorvechter van het

aanhang gestaag groeide,

gebruik van zijn Middel-

vooral na zijn vroege over-

nederlandse moedertaal in

lijden. De door hem rond

woord en geschrift.

Links: Geert Grote, medaillon op de oude Latijnse School te Deventer, door de Pools-Nederlandse kunstenares Ela M. Venbroek-Franczyk. Rechts: Calvijn in het Binnenhof van de Theologische Hogeschool te Kampen, door Polet (1923).

2

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


Aa nbiedings brief Geachte Lezer, Hierbij bieden wij u een plan aan voor de toekomstige vormgeving van een nieuwe universiteit in de oude universiteitsgebouwen van Kampen op initiatief van de Geert Grote Universiteit (GGU) te Deventer. Dit plan is gebaseerd op de ervaringen en ontwikkelingen die de GGU in de moeilijke beginjaren in Deventer hebben gevormd en die er uiteindelijk toe hebben geleid, dat de GGU op een steeds bredere erkenning in de academische wereld mag rekenen ondanks haar evidente institutionele en organisatorische tekortkomingen. Dit plan inclusief de daarmee samenhangende voortijdige verhuizing van de bibliotheek van de GGU naar Kampen (mogelijk gemaakt door de welwillendheid van de huidige eigenaar van het beoogde complex) is uitsluitend tot stand gekomen dankzij de enorme inzet van de eigen staf van vrijwilligers. Hun jarenlang onverminderde en tegenslagresistente engagement lijkt ons dan ook de enige echte garantie voor de haalbaarheid van dit bijzondere plan, dat zijn gelijke niet kent. Het is van belang dit bij de lezing van het plan steeds voor ogen te houden: het berust niet op een extern marktonderzoek naar de haalbaarheid van dit project, om de eenvoudige reden dat die markt er nog niet is en er daarom voor zo’n onderzoek ook geen middelen beschikbaar zijn. De GGU speelt niet in op een vraag die er al ligt, maar wil de maatschappij bewust maken van de wenselijkheid van vragen waar zij als maatschappij nog niet aan toe is. Dat maakt de positie van de GGU zo moeilijk, maar ook in zekere zin uniek met als gevolg dat haar ontwikkelingskansen rationeel tamelijk onvoorspelbaar zijn. De GGU is een visie en vraagt om visie. Zo’n visie is alleen realistisch in de mate dat de te verwachten hobbels en strubbelingen op de weg naar het doel in de planning worden meegenomen. Dat was ook ons streven bij de opzet van dit plan, al zijn wij ons ervan bewust dat het plan op dit punt nog te kort schiet. Met name wat betreft de remuneratie van toekomstige docenten en de eisen waarmee de universiteit geconfronteerd wordt door de razendsnelle ontwikkelingen op ICT-gebied, is dit plan financieel nog onvoldoende uitgewerkt. Vanwege het feit dat het hele plan in de eigen keuken bereid is, kan men ervan uitgaan dat wij ons ter dege bewust zijn van deze en andere hier niet genoemde tekortkomingen en daar in de praktijk rekening mee zullen houden, ofschoon wij op dit ogenblik nog niet in staat zijn, deze onderdelen begrotingstechnisch adequaat te verwerken. Het is de eerste keer dat de GGU zich voor een begrotingsplanning op deze schaal gesteld ziet, maar misschien is alleen het feit al dat zij zich daardoor niet heeft laten afschrikken, voldoende reden om er op te vertrouwen dat zij ook bij de toekomstige ontwikkelingen niet gauw zal afhaken en de begrotingseisen staande het project ook rationeel verantwoord zal in- en misschien zelfs aanvullen. Deventer, 7 juli 2016 J.D.J. Buve, Voorzitter College van Bestuur S.B.A. Buve, Universiteitssecretaris GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

3 GGU


4

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


InH O UDS OPgAVe Inl ei d i n g

DEEL A:

6 i nhoud e l i j ke fun derin g

H oo f d s t uk I :

8

Terug naar de Grote Verhalen

H oo f d s t uk II :

Veritas duplex als fundament van academisch denken

H oo f d s t uk III :

Ontwikkelingsstrategie voor de periode 2016-2021

DEEL B:

13

O v e r z i cht Dis cip lin es en In st ellin gen

H oo f d s t uk IV :

OVER DE FILOSOFISCHE GRONDSLAGEN VAN DE DISCIPLINES

H oo f d s t uk V :

14

31

Activiteitenplan en organisatie

DEEL C:

9

Loc a t i e B i b liot heek

H oo f d s t uk VI : Strategie en inhoudelijke invulling van het bibliotheekpand

H oo f d s t uk VII :

32

Bestuur en Bedrijfsmatige Exploitatie van de universiteit

34

Duurzame bijdrage aan de regionale economie 36 H oo f d s t uk VIII :

Bi jl a gen O r g a n og r a m u n i v e r s i t e i t

37

P e r s oo n s o v e r z i ch t e n

42

INVESTERIN G S B E G R O TIN G e x p Lo i t a t i e B E G R O TIN G

46 48

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

5 GGU


“Denn die Menschen: das sind ihre Geschichten. Geschichten aber muß man erzählen. Das tun die Geisteswissenschaften: sie kompensieren Modernisierungsschäden, indem sie erzählen; und je mehr versachlicht wird, desto mehr – kompensatorisch – muß erzählt werden: sonst sterben die Menschen an narrativer Atrophie. […] Je moderner die moderne Welt wird, desto unvermeidlicher werden die Geisteswissenschaften, nämlich als erzählende Wissenschaften.“ – Odo Marquard (1928-2015) “Über die Unvermeidlichkeit der Geisteswissenschaften. Vortrag vor der Westdeutschen Rektorenkonferenz.” (Bamberg, 5.5.1985). In: O. Marquard, Apologie des Zufälligen (1986), p. 105.

re, minder diepgravende opleidingen. Veel specialistische vakkennis bijvoorbeeld van bepaalde talen dreigt Nederland daardoor voorgoed te verlaten, als dat niet al gebeurd is. Ook in de rechtswetenschap zet het heersende positivisme en het daarmee samenhangende formalisme steeds meer het rechtsgevoel in de maatschappij onder druk, vooralsnog zonder zicht op een mogelijk alternatief. Hetzelfde geldt voor de psychologie, die binnen de reguliere universiteiten gereduceerd is tot gedragspsychologie met haar eindeloze toepassingen in de wereld van de commercie zonder dat de lange-termijn-gevolgen daarvan überhaupt doordacht kunnen worden en in de opleidingen ter sprake kunnen komen. Daarvoor ontbreekt een adequate filosofie. Ook in de economie wreekt zich dat veel ideële, maar voor een hele maatschappij wel degelijk reële behoeften niet als economisch relevant kunnen worden beschouwd en behandeld, met duidelijke gevolgen voor de toekenning van onderzoeksgelden en met onafzienbare politieke consequenties op termijn. Hetzelfde geldt voor de sociologie, die maar geen ruimte weet te scheppen voor het gezond verstand als een ook wetenschappelijk relevante factor. In de medische wetenschap verhindert de biologische en natuurwetenschappelijke standaard de erkenning en wetenschappelijke waardering van de ondertussen internationaal een hoge vlucht nemende integratieve geneeskunde. En dat Johan Huizinga tegenwoordig aan geen enkele universiteit meer benoemd zou worden, zegt genoeg over de eenzijdigheid waarin ook de historische wetenschappen verzeild zijn geraakt. Het is dezelfde wetenschappelijke eenzijdigheid die het liefst de theologie zou willen reduceren tot religiestudies of godsdienstwetenschappen.

Inl e id ing De Geert Grote Universiteit (GGU) is een kleinschalige private academische instelling in opbouw, die bezig is een alternatief te ontwikkelen voor de steeds breder ervaren doorgeschoten rationaliteit, waardoor niet alleen de academische wereld, maar via haar de hele maatschappij in een systeemcrisis dreigt te belanden. In de universitaire praktijk betekent dit onder andere dat ook organisatorisch de geesteswetenschappen het steeds meer moeten afleggen tegen de toegepaste natuurwetenschappen met hun verblindende, snel in klinkende munt omzetbare successen. Die toenemende druk op de geesteswetenschappen manifesteert zich op velerlei gebied. Alle ogenschijnlijk niet onmiddellijk renderende studies worden in rap tempo afgebouwd of weg gefuseerd, vaak te beginnen bij de infrastructuur, zoals het opdoeken van vakbibliotheken in open opstelling en het integreren van gespecialiseerde disciplines in de geesteswetenschappen tot brede6

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


Deze algemene opmerkingen laten natuurlijk onverlet dat er aan alle universiteiten door individuele wetenschappers schitterend werk verricht wordt, dat tegen de hier geschetste algemene tendens ingaat. Deze academici raken echter gemakkelijk intellectueel geïsoleerd door hun institutionele omgeving met haar eenzijdig ontwikkelde wereldbeeld. Met velen van deze geleerden heeft de GGU al in de afgelopen jaren duurzame contacten opgebouwd.

staan. Bij gevolg is ons streven om zo veel mogelijk samenwerking te zoeken met reeds bestaande instituten, die al een eigen economische basis hebben, daar hard aan werken, of een redelijk zicht op zo’n economische zelfstandigheid hebben.

De filosofie die voor al deze disciplines een handvat c.q. theoretische ondersteuning kan bieden, om zich als een Baron von Münchhausen uit het positivistische moeras te kunnen trekken, is de wetenschappelijk onderbouwde en zich in een groeiende interdisciplinaire belangstelling verheugende hypothese van de veritas duplex of dubbele waarheid c.q. werkelijkheid, waarover in Hoofdstuk II uitvoeriger bericht wordt. Van de ongelooflijke ingewikkeldheid, waarmee zo’n nieuwe private universiteit in deze tijd geconfronteerd wordt, zijn wij ons terdege bewust, maar de objectieve situatie in de academische wereld laat ons geen andere keuze, dan een nieuw begin te maken. Na lange omzwervingen via Leeuwarden en Deventer biedt zich nu een uitgelezen mogelijkheid in Kampen aan, om in de sinds 2012 leegstaande universiteitsbibliotheek van de uit Kampen naar Amsterdam en Groningen verhuisde Protestants Theologische Universiteit (PThU) de jarenlang opgebouwde wetenschappelijke reputatie te verzilveren. We staan daardoor voor de uitdaging een totaal nieuwe organisatorische structuur te bedenken en te implementeren, om als enige, blijvend private en institutioneel onafhankelijke universiteit voor geesteswetenschappen in het Nederlandse universitaire landschap te kunnen aarden en gedijen. Die structuur is gebaseerd op het principe dat de Universiteit bestaat uit zelfstandige instellingen, die ieder voor zich een eigen economische en bestuurlijke eenheid zijn en die gezamenlijk het bestuur van de Universiteit vormen in het zgn. Universitair Kapittel Kampen (zie Organogram in de bijlage). Dat betekent dat elke deelnemende instelling in principe financieel op eigen benen moet kunnen GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

7 GGU


DEEL A: INHOUDELIJKE FUNDERING principieel stokje voor elke vorm van discrimineren door een niet te begrenzen tolerantie op het schild te heffen. Ook filosofisch werd dit denken retorisch overtuigend ondersteund door het postmodernisme, de huisfilosofie van de soixante-huitards. Maar een nieuwe generatie begint er de nadelen van in te zien. Zij wordt dagelijks via internet geconfronteerd met de reële wereld, die deze principes consequent heeft gepropageerd en toegepast: nu resulterend in een wereld van een beangstigende realiteit, waar men leiderschap zegt te missen, waarvan men vermoedt dat dit niet meer puur pragmatisch zou moeten denken, want dat deed men tot nog toe. Er is echter nog maar één groot verhaal dat wordt onderwezen: de feiten en niets dan de feiten. Naast de vooral volgende jeugd ontwikkelt zich nu ook een kritische jeugd met opmerkelijke ideeën over hoe zij denken dat de wereld er zou moeten uitzien. Maar er ontbreekt hun een filosofie, die hun denken ondersteunt, want de heersende filosofie vergalmt in de ‘diversiteit’ en haar allergie voor de ‘grote verhalen’ van culturele of religieuze identiteit.

H oo f d s t uk I :

Terug naar de Grote Verhalen Het pragmatisme van Amerikaanse snit heeft sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw de “grote verhalen” tot zijn voornaamste schietschijf gemaakt. Daarmee bedoelde het in feite al het gemoraliseer op ethische, culturele of religieuze gronden. Positief geformuleerd, was het de oproep: terug naar de feiten, die je juist beter kunt zien, ervaren en beoordelen naarmate je minder belast bent door religieus of cultureel bepaalde vooroordelen.

De IJsselvallei gaf in de 15e eeuw én in de 18e eeuw belangrijke impulsen aan de geestelijke ontwikkeling in de Lage Landen tot ver buiten de landsgrenzen. Wat voor respectievelijk Moderne Devoten en Patriotten mogelijk was, moet ook in de 21e eeuw weer mogelijk zijn. Daarvoor wil de GGU zich hard maken.

Dat geldt niet alleen voor de wetenschap, waar sindsdien het fysisch georiënteerde positvisme de boventoon voert, maar evenzeer voor de economie, de politiek, het management op allerei gebied, de wereld van het recht en zelfs in de religies. Alles moet rationeel in de zin van: moraal-vrij (dus: amoraal) worden om objectief te kunnen zijn. ‘Diversiteit’ werd de nieuwe lokroep of het alles vervangende grote verhaal. “Laat duizend bloemen bloeien”, liet, dacht men, iedereen in zijn recht en stak een 8

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


H oo f d s t uk II :

Veritas duplex als fundament van academisch denken De filosofie van de dubbele waarheid of veritas duplex, de huisfilosofie van de Geert Grote Universiteit heeft inmiddels een min of meer gevestigde naam gekregen, ofschoon dat twintig jaar geleden door haast iedereen voor ondenkbaar gehouden werd. 2.1 Historische context De term Veritas Duplex 1 wordt historisch meestal geassocieerd met de filosofie van Siger van Brabant (13e eeuw), ofschoon het hem primair te doen was om de autonomie van het filosofische denken ten opzichte van het theologische denken uitgaande van de Openbaring. Dat filosofische denken werd in zijn tijd herontdekt aan de hand van de uitzonderlijk sterk beargumenteerde filosofie van Aristoteles. Diens boeken over de logica waren al sinds de zevende eeuw bekend, maar pas in de loop van de twaalfde eeuw kwam zijn hele filosofie weer aan het licht, door de vertalingen van zijn werk, aanvankelijk via het Arabisch, die toen in het Westen verschenen, vaak samen met commentaren van grote Arabische 1 De theorie (met toepassingen) van de veritas duplex is door J.D.J. Buve uiteengezet in een aantal boeken, waaronder Contra Turrim (2009); Plato in het Vaticaan (2012) en Liber Universitatis (2014). Dit laatste ‘Boek van de Universiteit’ vormt de geestelijke grondslag en wetenschappelijk verdedigbare basis van de GGU.

geleerden, onder wie Averroës en Avicenna. De ontdekking van deze aristotelische filosofie met als 13e eeuws hoogtepunt Albertus de Grote en zijn leerling Thomas van Aquino is van grote invloed geweest op het ontstaan van het instituut ‘universiteit’, zoals wij dat begrip tegenwoordig hanteren. Het was in feite de ontdekking van de onweerlegbaarheid van het rationele denken, die door Aristoteles middels de logica – niet toevallig ook door hem in het Westen geïntroduceerd – zo ijzersterk werd beargumenteerd, dat de juistheid van dat denken onontkoombaar leek. Het was het begin van wat later de ‘Verlichting’ zou worden genoemd. En daarmee werd het begrip ‘wetenschap’ in het Westen min of meer tot op de dag van vandaag gekoppeld aan de fysisch georiënteerde werkelijkheidsopvatting van Aristoteles, die hij zelf echter had ontwikkeld door zich af te zetten tegen de metafysisch georiënteerde werkelijkheidsopvatting van zijn leermeester Plato. De overtuigende kracht van die fysische werkelijkheidsopvatting was de onontkoombaarheid van haar logische onderbouwing, waarmee Aristoteles klip en klaar kon bewijzen dat alles wat tegen het uitgangspunt van die logica ingaat, eenvoudigweg absurd is en ook wel moét zijn, omdat er geen alternatief mogelijk is. Dat uitgangspunt van de logica is namelijk het principium non contradictionis (beginsel van de niet-tegenspraak dat bepaalt dat iets niet tegelijk en onder hetzelfde gezichtspunt kan zijn en niet-zijn). Dus als wij met ons allen bepalen dat ‘de werkelijkheid’ fysisch moet zijn (in de zin van direct of indirect zintuiglijk waarneembaar en voorstelbaar), omdat zij anders niet te beschrijven is, zoals de wetenschap dat vereist, en ook niet te berekenen valt, dan kan ‘die hele werkelijkheid’ niet tegelijkertijd metafysisch zijn (in de zin van zintuiglijk niet-waarneembaar en onvoorstelbaar), zoals Plato dat beweert van de werkelijkheid van zijn ‘ideeën’ of van ‘het wezen’ (ousia) van de dingen. Dat zou volgens de logica als absurde consequentie hebben dat alles wat we zien en horen etc. absurd is en niet tot ‘de werkelijkheid’ behoort. En het is nog niemand gelukt zijn honger met het wezen van een eitje te stillen. Tegen zo’n argumentatie lijkt geen kruid gewassen. Maar Plato liet zich hierdoor niet uit het veld slaan, omdat hij zich realiseerde dat de door Aristoteles

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

9 GGU


nieuw leven te kunnen inblazen “door haar terug te voeren tot haar oorsprong in de (oud-Griekse, J.B.) stadstaat.” Jihad en MacWorld ondermijnen volgens hem op een zelfde manier de democratie: “Wanneer de consument weer een burger wordt die zich verantwoordelijk voelt voor zijn buren en zijn straat, zal er ruimte zijn voor een diversiteit waarin de gelovige net zo vrij kan bewegen als de kooplustige en niet meer met de hakken in het zand hoeft. Als overheden niet alles aan de markt overlaten en herverdelen waar nodig, kunnen ze ervoor zorgen dat niet alleen een klein deel profiteert van de rijkdom in McWorld en het ressentiment afneemt.” Zijn twintig jaar oude ideeën zijn zo actueel, dat er nu een film van wordt gemaakt, waarin een glansrol is weggelegd voor burgemeesters. “Steden zouden kunnen voorzien in de gemeenschapszin die Jihadi’s ertoe brengt zich terug te trekken in hun clan. McWorld moet het kapitalisme beteugelen om een open samenleving te kunnen bieden.” (International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA), 18-29.11.15)

gestichte logica integraal gebouwd is op diens fysische werkelijkheidsopvatting; dat die werkelijkheidsopvatting daaraan haar geldigheid en overtuigingskracht ontleent en dat die logica daarom door middel van die logica niet kan bewijzen, dat er geen alternatief mogelijk is voor die fysische werkelijkheidsopvatting. Dat zou namelijk een cirkelredenering zijn. Toch is er voor de aristotelische filosofie geen mogelijkheid om aan deze cirkel te ontsnappen. Zij heeft geen keuze, omdat het enig mogelijke alternatief voor haar werkelijkheidsopvatting alleen het contradictoire tegendeel van die werkelijkheid kan zijn dus: het bestaan van een onvoorstelbare werkelijkheid. En dat is precies de werkelijkheid van het wezen van de dingen volgens Plato, waar Aristoteles niets van moet hebben, omdat het voor hem logisch absurd is en dus bij voorbaat onrealistisch.

2.2 Actuele betekenis De vraag is nu: wat heeft Plato ertoe bewogen zoiets absurds te beweren? Hoe komt hij in vredesnaam op het idee, dat er iets kan, of zelfs moet bestaan, dat structureel onvoorstelbaar is? Want dat is volgens hem het ‘wezen’ van de dingen: structureel onvoorstelbaar. Er zijn veel onvoorstelbare zaken, maar structureel onvoorstelbaar is alleen dat wat in strijd is met het principium non contradictionis of met de uitgesloten derde van de logica. En dat zijn volgens hem de morele normen, waardoor de democratie überhaupt kon ontstaan en waaraan zij haar uitzonderlijke kracht ontleende en die nu door de heersende wetenschapsopvatting zo onder druk komen te staan, dat zij de democratie van haar morele fundament dreigen te beroven. Op alle mogelijke gebieden verliest de inhoud meer en meer aan eigenwaarde ten koste van de procedure. ‘Politiek’ wordt tot ‘geld verdelen’, ‘zorg’ wordt tot ‘statistiek’, ‘onderwijs’ tot ‘output’, ‘ondernemerschap’ tot ‘management’ en ‘bancaire dienstverlening’ tot ‘winstmaximalisering’.

Barber is geen filosoof en niet alles wat hij zegt, is goud, maar hij heeft wel goed begrepen welke moraal er weer terug moet komen in de democratie: in plaats van vrijheid primair als keuzevrijheid te zien, moeten wij weer leren dat zij primair een zaak is van gezamenlijke verantwoordelijkheid. In plaats van het recht alleen te beschouwen als ondergeschikt aan de macht (van geld en bestuur), moet de macht zich weer gaan zien als dienstbaar aan het recht van wie niet de macht hebben. En in plaats van het vertrouwen te laten verzanden in corruptie en ‘safe havens’ voor geprivilegieerden, het weer tot de universele gemeenschapszin te verheffen, die de democratie en haar welvaart heeft mogelijk gemaakt. Opmerkelijk is dat de socioloog en kenner van de jihadi’s Khokroskhavar persoonlijk het jihadisme ziet “als een antwoord op Mei ’68: waarheid en discipline tegenover een cultuur van vrijheid en grenzeloosheid. Men probeert zich te ketenen door een verlangen naar vrijwillige onderworpenheid, die een zoektocht naar het absolute is. (…) De jongeren zoeken het feest in de dood. De dood in verdoemenis voor de ongelovigen en de dood als eeuwig geluk voor de volgelingen van de heilige oorlog.” (De Volkskrant 27.11.15) Het is inderdaad

Het gemeenschappelijke probleem is de verbanning van de moraal uit het wetenschappelijke denken. Om een lang verhaal kort te houden: Al twintig jaar geleden verscheen in Amerika het boek ‘Jihad vs. McWorld’ (1995) van de politicoloog Benjamin Barber, die denkt de democratie 10

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


die link naar het absolute als iets onvoorstelbaars, maar tegelijk fundamenteel voor de verwerkelijking van de samenleving als democratie, die als onzinnig en gevaarlijk voor de democratie door de soixante-huitards bij het oud vuil gezet is om zich uit te kunnen leven in de vrijheid als keuzevrijheid en het individu zo naar voren te kunnen schuiven, dat de gemeenschap met haar verbindende moraliteit als het ware haar eigen bestaansrecht verliest. Je kunt tegenwoordig een topbankier niet bozer maken, dan door te suggereren dat de moraal in zijn beleid een rol zou moeten spelen of dat zijn beleid iets met moraliteit te maken zou hebben: het gaat er alleen om dat de voortdurend in beweging zijnde regelgeving ook daadwerkelijk wordt opgevolgd. De richting van die regelgeving is niet te normeren, maar alleen een zaak van praktische ervaring (Vgl. Gerrit Zalm in Buitenhof van 29.11.15). Dit mag misschien opgaan voor een individu, maar een democratische samenleving als geheel kan niet zonder een normerende moraal en omdat ook de gezworen amoralisten dat wel aanvoelen, kiest men ervoor de werkelijkheidswaarde van die hele maatschappij maar te ontkennen en daarom is het best wel handig die maatschappij in de theorie haar bestaansrecht te ontnemen, of in de bekende woorden van Margareth Thatcher: “There is no such thing as society; there are only men and women and families.” De toenemende angst en onzekerheid betreft tegenwoordig vooral die maatschappij. Symptomatisch zijn de recente ontwikkelingen in Roemenië, waar nu de goed opgeleide twintigers en dertigers de fatale gevolgen van corruptie voor de democratie als zodanig zijn gaan inzien en dat die niet alleen aan hun veiligheid knagen – daartegen kun je je tenslotte indekken – “maar ook aan de kwaliteit van de wegen en de gezondheidszorg. Te vaak hebben de Roemenen tragedies laten passeren. Ze hebben hun woede opgekropt en gepoogd door te gaan met hun leven (als individuen, J.B.). (…) Maar het gevaar is groot. Corruptie doodt! We moeten hier iets aan doen,” aldus Andrei Chirileasa, adjunct-hoofdredacteur van de website Romania-Insider.com. (De Volkskrant 5.11.15)

Het is niet zo dat er geen moraal op basis van trial and error mogelijk zou zijn, want dan was er al geen democratie meer. Maar de fysisch denkende academische elite is blind voor de werkelijkheid die bepalend is voor de manier van ‘zijn’ van elke oorspronkelijke democratische moraal. Het bestaan daarvan is alleen metafysisch, en niet fysisch, te begrijpen, dat wil zeggen: niet met de werkelijkheidsopvatting van Aristoteles, maar met die van Plato. En omdat die elkaar wederzijds uitsluiten en bovendien het uitsluiten van de werkelijkheidsopvatting van Aristoteles absurd is, bestaat de democratie alleen bij de gratie van beide. Daarom is in een democratie niet aan de dubbele waarheid te ontkomen. Het is het cement van de democratie, waarvan een eenzijdige samenstelling het hele gebouw in gevaar kan brengen. Dat wordt het refrein van dit betoog.

2.3 Verstand versus Vernunft Wat we hier zien, is precies het belang van de toepassing van de dubbele waarheid, al twintig jaar het aanvankelijk nogal omstreden adagium van het “Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica”, dat sinds 2006 aan de basis ligt van de Geert Grote Universiteit. Ook nu krijgt die toegepaste metafysica slechts langzaam voet aan wal in de academische wereld, omdat zij nog te veel gezien wordt als vervanging van de heersende wetenschapsopvatting, die in meerderheid bij Aristoteles blijft zweren en die via wetenschap en economie een immense politieke en maatschappelijke impact heeft. Wie die wil vervangen, maakt zich zonder meer belachelijk, maar dat wil de GGU ook helemaal niet. Waar het op aankomt, is dat er op academisch niveau weer ruimte komt, om de zo gekoesterde morele neutraliteit van de wetenschap te doorbreken. En dat kan alleen als er naast het rationeel-logische denken met zijn onomstreden realiteitswaarde ook plaats wordt gemaakt voor de daartoe niet herleidbare Vernunft of redelijkheid. Die Vernunft of redelijkheid (Grieks: nous, Latijn: intellectus) veronderstelt een logisch gezien absurde werkelijkheid, die echter tegelijk het enig mogelijke fundament is voor een democratisch noodzakelijke moraal. Beoogd wordt dus niet een beperking, maar juist een verbreding (i.c. verdubbeling) van het wetenschappelijke werkelijkheidsbegrip.

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

11 GGU


Door de pragmatisten wordt zo’n funderingseis meestal afgedaan als een voor de praktijk totaal overbodige en eerder hinderlijke zo niet gevaarlijke speculatie, die ook nog eens logisch absurd is. Maar juist dat pragmatisme met zijn alleen geldende trial- -and-error-cultuur dreigt nu de democratie als zodanig stuurloos te maken, omdat die op de praktijk gerichte cultuur geen richting meer mag aangeven, althans niet op een objectief-wetenschappelijk te verdedigen niveau. Aristoteles deed dat nog wél door middel van de door hem ingevoerde teleologie (van ‘telos’ is ‘doel’). Maar juist zijn teleologie ligt nu wetenschappelijk onder vuur, vanwege haar terecht geconstateerde incompatibiliteit met het heersende empirisme, waarvan Aristoteles nota bene de vader is. Thomas Nagels recente pleidooi voor het herwaarderen van de teleologie in de biologische wetenschappen is daarom een revolutionaire daad.2

vatting: zijn teleologie veronderstelt een werkelijkheid die er nog niet is, maar die desondanks toch richtinggevend zou moeten zijn. Dat kon hij echter niet toegeven, zonder de empirische basis van zijn denken te verloochenen. Daarom probeerde hij de teleologie in zijn ethiek voorstelbaar te maken als een hoogtepunt c.q. perfectie in elk empirisch proces van ontstaan tot vergaan. Maar die voorstelbaarheid blijft logisch gezien onmogelijk en is dan ook het uitgangspunt van het heersende positivisme geworden met zijn gulden regel dat “aus einem Sein kein Sollen werden kann” of een nog niet gerealiseerd telos kan nooit empirisch verplichten. Het dualisme van Plato lijkt daarmee in een democratie onontkoombaar. Het gesjoemel met de logica in de Aristotelische teleologie moet dan ook wetenschappelijk zichtbaar gemaakt kunnen worden om het empirisme überhaupt te kunnen aanvullen of beter: parallel te kunnen laten verlopen op een tweesporig traject van gelijkwaardige werkelijkheidsopvattingen.

En daar ligt precies het hele probleem: Aristoteles was zich nog bewust van de noodzaak van de dubbele waarheid van zijn leermeester Plato, maar hij kon die niet logisch verantwoord verbinden met zijn tegen Plato uitgespeelde werkelijkheidsop-

2.4 Het vervloekte wezensdenken Het is in deze context dat de GGU het initiatief neemt om de veritas duplex een plaats te geven in de academische curricula en onderzoeken, te beginnen bij de metafysica, die moet worden losgezongen van haar kantiaanse reductie tot kennisleer en voorts bij alle andere eerder genoemde disciplines. Want het probleem ligt bij de wetenschap en daar moet ook de genezing beginnen. Als de dubbele waarheid niet onbewust op brede schaal aanvaard was, dan leefden wij al niet meer in een democratische maatschappij. Het probleem ligt vooral en primair bij de wetenschap met haar tentakels naar de hele maatschappij. Het is die wetenschap, die de democratie in gevaar brengt door de eenzijdigheid van haar werkelijkheidsopvatting, die het wetenschappelijk erkennen van de breed gedragen dubbele waarheid steeds maar weer probeert onderuit te halen. Dat is dan ook het refrein: de dubbele waarheid is het cement van de democratie en als dat mengsel in de wetenschap niet evenwichtig is samengesteld, bedreigt dat de stabiliteit van het hele huis.

2 Thomas Nagel, Het laatste woord. Een kleine filosofie van de rede. Utrecht, 2016.

H oo f d s t uk III :

12

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


H oo f d s t uk III :

Ontwikkelingsstrategie 2016-2021 De doelgroepen van de GGU betreffen in eerste instantie afgestudeerden en postdocs en pas in een later stadium bachelor- en master-studenten. Tevens zijn de activiteiten van de GGU in principe toegankelijk voor alle gekwalificeerde belangstellenden voor de activiteiten van de GGU. De GGU beoogt voor de komende periode 2016-2021 de volgende activiteiten te ontplooien in samenwerking met faculteiten van genoemde academische instellingen en gerelateerde beroepsgroeperingen: • Uitbrengen van essays, boeken, jaarboeken en tijdschriften, zowel op papier als digitaal, te verkrijgen via de boekhandel of rechtstreeks bij De Universitaire Pers (zie verderop). • Organiseren van lezingencycli, deels op basis van de uitgegeven boeken. De deelnemers aan de lezingencycli kunnen desgewenst een GGU-certificaat van deelname ontvangen. • Zomeracademie: Gedurende 5 à 10-daagse programma’s worden thema’s van verschillende disciplines uitgediept voor tien tot twaalf studenten, die intern kunnen worden gehuisvest. • Postacademische specialistische cursus over de toepassing van de beginselen van de Veritas Duplex, te beginnen voor juristen en medici. Het programma van deze cursussen zal in nauwe samenspraak met de betreffende beroepsgroep worden opgesteld. De huidige erkenning van de relevantie van deze cursussen door de betreffende beroepsgroepen zou een opstap kunnen zijn naar een meer formele status in de nascholing of permanente educatie (PE) van deze beroepsgroepen, in navolging van de tolken en vertalers die bij de GGU al eerder PE-punten hebben kunnen verdienen door bijv. deel te nemen aan een symposium. • Aanbieden van studiemogelijkheden in kleine talen en culturen aan studenten Literair Vertalen van Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Leiden en de Universiteit van Amsterdam, waarvoor al contacten gelegd zijn.

• Scheppen van gelegenheid voor het verrichten van onderzoek als onderdeel van de studie door bachelor- en masterstudenten en promovendi. Het ligt voor de hand dat het onderzoek betreft dat gerelateerd is aan de leergebieden die in hoofdstuk IV worden beschreven. Voor de volgende periode van 2021-2025 zal de GGU zich richten op: • Het verder professionaliseren en uitbouwen van de organisatie. • Accreditatie van de leerprogramma’s in Nederland en via andere EU-landen en organisaties op academisch niveau. • Het verder ontwikkelen van structurele en formele financiële kaders voor de onderwijsactiviteiten Einddoel is te komen tot een residentieel universiteitscollege, waar erkende studies in voltijd en deeltijd worden gegeven, verzorgd vanuit de verschillende onderzoeksinstituten. De grote vraag, die iedereen zich hier zal stellen, is natuurlijk: krijgen jullie daar ook voldoende studenten voor? Is er vraag naar wat de GGU wil aanbieden? Het antwoord op deze vraag blijft noodgedwongen speculatief, maar uit onze ervaring van de laatste jaren is wel gebleken dat er juist onder de tieners en twintigers en daarmee onder de huidige generatie studenten opvallend meer openheid is ontstaan voor wat wij beogen dan bijvoorbeeld bij de veertigen vooral de vijftigplussers. Dat is een duidelijke trend bij alle lezingen die wij nu door het hele land verzorgen. Opvallend is ook dat wij ons minder zelf hoeven te weer te stellen tegen de gelukkig nog steeds aanhoudende kritiek, omdat via Facebook de twintigers het voor ons opnemen. Dit is natuurlijk nog geen bewijs voor de bereidheid van diezelfde jeugd om te investeren in een (deel) traject, waar nog geen reguliere punten mee kunnen worden gescoord. Maar onder de twintigers is tegenwoordig zo’n reservoir van studenten, die aan een in het kader van hun opleiding niet meer geleverde verdieping toe zijn, dat wij zeker kans zien deze groep aan te spreken. Ook bij onze lezingen, die vaak ’s avonds op verzoek van 7 tot 11 uur duren, kunnen geen punten worden verworven. Wel wordt haast door iedereen een boek aangeschaft, dat ook weer niet voor punten in aanmerking komt.

H oo f d GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

13 GGU


DEEL B: Overzicht VAN DE Disciplines en Instellingen die gezamenlijk de UNIVERSITEIT gaan vormen en besturen

H O O FD s t uk IV :

corrigeren.3 Maar als een idee pas werkelijkheidswaarde kan hebben als het in een wetstekst of een gerechtelijke procedure gematerialiseerd is, dan doet zich de vraag voor, tenminste voor Plato, hoe dan uit het beweerde ‘niets’ van de idee een ‘iets’ kan worden dat maatschappelijk relevant is. Want ex nihilo nihil fit!

OVER DE FILOSOFISCHE GRONDSLAGEN VAN DE DISCIPLINES

Het gaat er niet om een perfecte wereld als ideaal te presenteren, waaraan iedereen zich zou moeten conformeren, maar om ook juridisch gezien een afweging mogelijk te maken, die nu door de verbanning van de moraal uit het bereik van het recht niet meer mogelijk is, namelijk de afweging tussen wat de Grondwet van de rechter verlangt, namelijk te oordelen conform “Gesetz und Recht”, en wat uit rechtvaardigheidsoverwegingen voor de hand zou liggen. Rechtenstudenten krijgen nu van meet af aan ingepeperd dat ze “gegen geltendes Verfassungsrecht verstossen” als ze in een juridische procedure hun oren naar morele overwegingen laten hangen. Het is en blijft weliswaar de taak van de jurist een feit onder de wet te brengen, maar dat proces moet tegelijk open staan voor de eisen die de rechtvaardigheid stelt. En dat vergt een structureel ander soort inventiviteit dan het hanteren van de procedurele trukendoos om onder de wet uit te komen. En aan die nuance wordt door de gangbare positivistische

4.1 RUDOLF VON LAUN INSTITUUT VOOR TOEGEPASTE METAFYSICA: DEMOCRATIE en rechtsstaat 4.1.1 Het heersende positivisme in de rechtswetenschap

Binnen de rechtswetenschap is er misschien één probleem dat alle onderdelen van die wetenschap gemeen hebben: trouw aan de wet verbinden met rechtvaardigheid. In de bestuurskunde vindt dat zijn parallel in: complexe besluitvorming en democratische legitimiteit, volgens de titel van een kennissymposium in Groningen. Nog korter samengevat is het de spanning tussen legaliteit en legitimiteit. Hebben we het over legitimiteit, dan veronderstellen we een werkelijkheid die contradictoir is met de werkelijkheid waarvan we moeten uitgaan bij het begrip legaliteit, want ‘legaliteit’ berust op de realiteit van de gevestigde macht met haar gecodificeerde of anderszins geldende en afdwingbare wetten, terwijl ‘legitimiteit’ berust op inzicht in de werkelijkheidswaarde van bepaalde absolute principes of ideeën, op basis waarvan men denkt de gevestigde rechtsorde te kunnen of zelfs te moeten

3 Oorspronkelijk had men voor dit soort absolute principes het begrip ‘norm’ gereserveerd in tegenstelling tot de veranderbare ‘regels’ of ‘wetten’, maar in het kader van het algemene schervengericht tegen alles wat op de een of andere wijze met absolute pretenties behept is, is ook de ‘norm’ tot een conventioneel, dus in feite arbitrair begrip geworden. De theorie van de veritas duplex geeft aan het begrip ‘norm’ weer zijn oorspronkelijke absolute waarde terug.

14

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


instrumentalisering van het recht de bodem onttrokken.

4.1.2 Het wezen van rechtsstaat en democratie De eeuwigheidswaarde van de democratie zit hem niet in de freedom of speech, waarvan de grenzen nooit in algemeen geldende termen vast te leggen zijn, omdat ze per cultuur wel moeten verschillen: wat in de ene cultuur humor is, is in de andere godslastering. En waar in principe alles gezegd kan worden, zoals in de Verenigde Staten van Amerika, wordt dat vaak gecorrigeerd en gecompenseerd door een bijwijlen meedogenloze publieke discussie, die in andere culturen weer bewust vermeden wordt door zelfcensuur. Maar in deze wereld van onbegrensde culturele diversiteit is de abstracte erkenning van de normatieve moraliteit van de democratie de enige realistische mogelijkheid om alle culturele verschillen onder één democratische vlag te kunnen verenigen. Dit inzicht danken wij aan Plato, volgens Whitehead de filosoof die door niemand in het Westerse denken geëvenaard wordt. Maar die unieke mogelijkheid wordt ons nu door het wereldwijde taboe op een dualistische en platoonse werkelijkheidsopvatting, zowel in de wetenschap als in de filosofie, als niet realistisch door de neus geboord. En toch zal dat op termijn het enige echt realistische alternatief voor de huidige uitzichtloze discussie over de vrijheid van meningsuiting blijken te zijn. Want vragen wij wat voor elke democratie wezenlijk is – en dat is precies de vraag: wat ís democratie? – dan is er geen democratie mogelijk zonder de erkenning van twee elkaar wederzijds uitsluitende werkelijkheidsopvattingen, die alleen in de democratie en nergens anders tegelijk kunnen en ook moeten gelden. Alleen dat maakt democratie absoluut uniek. Ook als die dubbelheid vaak alleen maar onbewust en impliciet geaccepteerd wordt, maar wel breed ervaren – omdat er anders geen democratie zou zijn – ontslaat dat de wetenschap, en met name de filosofie, niet van de dure plicht die dubbelheid expliciet te maken en als zodanig te erkennen. Het gaat hier immers om het fundament van de democratie en dat uitgerekend die dubbelheid op dit ogenblik wereldwijd als een niet duidelijk genoeg te onderkennen bedreiging van de democratie wordt ervaren en bestreden, maakt

de filosofie van de veritas duplex voor een nuchtere beschouwer tot een product van een andere planeet. Pas als hij zich begint te realiseren dat hij wellicht getuige is van de doorbraak van een nieuw paradigma, zal deze waanzin voor hem weer een zin kunnen krijgen.

4.1.3 Verbinding van legaliteit en legitimiteit Een gemeenschappelijke werkelijkheid, op basis waarvan we elkaar als legalist en legitimist au sérieux zouden kunnen nemen, is niet ondenkbaar, maar als we logisch denken niet voorstelbaar, en daarom voor de huidige wetenschap en filosofie onaanvaardbaar. Alleen als we dan, legaal denkend, veronderstellen dat ‘de werkelijkheid‘ niet noodzakelijk altijd logisch moet zijn (dus niet steeds aan de wetten van de logica hoeft te voldoen om werkelijk te kunnen zijn en dientengevolge het tertium datur tot de mogelijkheden gaat behoren), zouden we vanuit een legale houding voor legitimerende argumenten gevoelig kunnen zijn. Maar het probleem is dat we daarmee onze eigen legale grondhouding ondermijnen, wat ook weer niet de bedoeling is. Zolang we van de eenheid van de werkelijkheid uitgaan, is er vanuit een legale grondhouding gezien dus geen argumentatie ten faveure van de legitimiteit mogelijk, althans niet, om het zo maar eens te zeggen: zonder kleerscheuren, dus zonder concessies te doen aan de even noodzakelijke rationaliteit van legale beslissingen. Elke juridische beslissing zou daarmee een afweging moeten zijn tussen de twee elkaar logisch uitsluitende bereiken van ‘recht’ en ‘rechtvaardigheid’. Bepalend voor die keuze is dan alléén de concrete situatie hic et nunc. De authenticiteit van die beslissing wordt echter bedreigd, als (positief) recht en rechtvaardigheid niet gezien worden als van een gelijkwaardig realiteitsgehalte. Want dan is de beslissing in feite al genomen ten gunste van één van beide, nog voordat de keuze mogelijk zou moeten zijn. Elke wetenschap kiest immers voor objectieve werkelijkheid en beslist op basis daarvan. 4.1.4 Werkwijze Daarmee is de lijn uitgezet voor een unieke, rechtsen politiek-filosofisch onderbouwde juridische leergang ‘Democratie en Recht’ in het kader van de Geert Grote Universiteit. Professor A.Q.C. Tak van de Universiteit Maastricht is al bezig met zo’n

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

15 GGU


Rudolf von Laun Het ‘moederinstituut’ van de GGU is vernoemd naar de Duits-Oostenrijkse volkenrechtgeleerde Prof. Dr R.F.A. (Rudolf) von Laun (1882-1975), keizerlijk diplomaat en later hoogleraar Völkerrecht en Rector van de Universiteit van Hamburg, die oog had voor de filosofische, niet-materiële grondslagen van de rechtswetenschap.

4.1.5 Mogelijke alliantie Er is zich een Comité aan het formeren van meer dan dertig belangrijke juristen, rechtsfilosofen, hoogleraren, rechters, advocaten en oud-politici, die zo bezorgd zijn over de huidige stand van de rechtsstaat en van de juridische praktijk in Nederland, dat zij in actie willen komen om te werken aan een nieuw te funderen rechtsopvatting. De organisatoren hebben de GGU in 2016 benaderd om daaraan mee te werken, waarop zij positief heeft gereageerd.

complete leergang in boekvorm, sterk geïnspireerd door de veritas duplex. De volgende stap zal nu moeten zijn de concrete modaliteiten, de fasering, de personele invulling en de financiële haalbaarheid van zo’n opleiding in kaart te brengen. Het lijkt niet verstandig daar nu al op vooruit te lopen, omdat dit plan nog in volle ontwikkeling is. De groep specialisten in staats- en administratief (proces)recht, die hieraan werkt, weet zich in gezelschap van de andere initiatieven van de GGU op juridisch gebied. Verder beoogt de GGU met behulp van publicaties, lezingen en korte seminars haar belangrijkste inzichten in de juridische wereld van Europa gehoor te doen vinden. Zo is in samenwerking met (emeritus) hoogleraren Tak, Roos en anderen een programma in de maak voor een 2-daags seminar+workshop voor juristen, gericht op de toepassing van de veritas duplex in moderne wetgeving en rechtspraak. Dit programma kan wellicht in het najaar 2017 worden aangeboden en in voorjaar 2018 worden herhaald bij voldoende belangstelling. Het is de opstart en tegelijk een terreinverkenning voor de meer complete leergang. Verder is in 2017-18 een driedelige lezingencyclus voorzien over de “normatieve moraliteit van de democratie”. De werkgroep die hiermee bezig is, zal in najaar 2018 een uitgewerkte leergang presenteren aan de departementen voor metajuridica van de verschillende universiteiten, om zodoende draagvlak te verwerven voor een in dit opzicht specialistisch complementair leergebied dat aan huidige rechtenstudenten en pas afgestudeerden kan worden aangeboden met GGU-certificaat. Na 3 jaar zal dit programma ook in Frans, Duits en Engels aangeboden worden. Contacten met Straatsburg en Heidelberg lopen.

4.2 PARETO INSTITUUT voor ECONOMIE EN EVERGETISME i.o 4.2.1 Het feitelijke economische gedrag Het lijkt wellicht zo, dat het zakenleven geen enkel belang heeft bij zoiets abstracts als de dubbele waarheid. Want als een zaak geen winst maakt, bestaat die zaak al gauw niet meer. En winst maak je alleen door je kansen te berekenen, de modaliteiten en voorwaarden te bestuderen, een administratief proces in werking te zetten en de machinerie op gang te brengen. Dat lijkt met inzicht in het wezen van de dingen, waar de democratie volgens de dubbele waarheid op zou zijn aangewezen, bijzonder weinig van doen te hebben. Dat zou alleen maar afleiden van wat zakelijk noodzakelijk en daarmee ook democratisch belangrijk is, of, zoals twee spraakmakende onderzoekers van Princeton en New York onlangs noteerden: “Individuele verschillen, een stabiele woonsituatie en economisch welzijn zijn de sterkste voorspellers van vertrouwen en samenwerking”, kortom van democratie. (De Volkskrant 13.11.15). Daar heb je geen filosofie voor nodig. De meeste zakenlieden hebben dan ook wel degelijk een moraal, maar dan één die direct in het verlengde van hun zakelijk bepaalde, aristotelische werkelijkheidsopvatting ligt en daarbij aansluit. Aristoteles heeft dat als teleologische moraal beschreven, dat wil zeggen: een moraal die op een duidelijk erkenbaar en voorstelbaar doel (telos) afgaat. Zo zien deze zakenlieden in hun bijdrage aan het productieproces en de verantwoordelijkheid die zij daarvoor nemen, de kern van hun moraal. Zij zorgen voor werkgelegenheid, maken productie en handel mogelijk en daarmee de welvaart en het

16

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


geluk van de gemeenschap. En zonder dat is een democratische samenleving een illusie – als er geen brood op de plank is, is het vertrouwen zoek, worden er al gauw letterlijk of figuurlijk messen getrokken en geldt het recht van de sterkste. En alsof dat nog niet voldoende is, sponsoren en ondersteunen deze zakenlieden ook nog goede doelen, niet met geld van anderen, maar van het zelf verdiende. Als ze een filosoof ontmoeten, vragen ze: wat verdient het? Niets? Dan kun je ook niets doen!

4.2.2 Hebzucht als economische motor Maar de inkomens- en vermogensverschillen worden steeds groter, wat je tegenwoordig geneigd bent het ‘pikettisme’ te noemen. Ook als de inkomenskloof, behalve in de consultancy-branche, in Nederland niet net zo toeneemt als in Amerika, nemen de vermogensverschillen wel hand over hand toe, ook in Nederland. Dat is zorgelijk, want het ondermijnt de geest van eensgezindheid en vertrouwen, waar elke democratie nu eenmaal op aangewezen is. Niet dat wij het allemaal eens hoeven te zijn: de democratie biedt juist ruimte aan diversiteit. Maar al in het oude Griekenland is de democratie begonnen met een doordachte en afgewogen soort nivellering van de vermogensverhoudingen door wijze wetgevers als Solon c.s., omdat men inzag dat niet zo zeer grote als wel steeds-groter-wordende vermogensverschillen de machtsverhoudingen in een gemeenschap op een manier ondergraven, die de democratie verhindert of op het spel zet. Aan grote vermogensverschillen went een maatschappij op den duur (althans, zo was dat in het verleden vaak nu ook de massa mondig wordt, kan dat natuurlijk veranderen), maar exponentieel groeiende vermogensverschillen worden ervaren als bedreigend door de aanwakkerende hebzucht. Iedereen weet uit ervaring: hoe meer je hebt, hoe groter de neiging tot méér. Nog onlangs verscheen het tweejarig Nationaal Salarisonderzoek, waarin ook onderzocht werd “in hoeverre hebzucht mensen motiveert, met vragen als: ‘Ik wil altijd meer’; ‘zodra ik iets heb gekregen ga ik nadenken over het volgende wat ik wil’; ‘ik kan mij niet voorstellen dat ik te veel dingen heb’.” (De Volkskrant 11.11.15) En dat wordt terecht als democratisch bedreigend ervaren. “Zo bleek uit eerder onderzoek van de Universiteit Tilburg dat hebzuchtige mensen de neiging

hebben, om meer impulsief te zijn, riskant gedrag te vertonen en minder zelfbeheersing te hebben.” Vermogen is nu eenmaal ook macht. En niemand levert macht in, als hij er niet beter, dat wil zeggen machtiger van wordt: waarom zou hij? Hij heeft toch de macht? Dat was altijd aanleiding voor de machtelozen zich in een langzaam proces te organiseren en in opstand te komen. Maar wat vroeger soms een halve eeuw kon duren, kan nu een kwestie van maanden of weken zijn. En wie zijn macht financieel-economisch overspeelt, doet er waarschijnlijk goed aan, de mechanismen eens te bestuderen, waarmee de machtelozen tegenwoordig in een fractie van de tijd die daar vroeger voor nodig was, een stok in de spaken van dictators kunnen steken.

4.2.3 De democratische oplossing van de Oude Grieken De grote democratische wetgevers beschouwden het daarom als hun taak de groei van vermogensverschillen beheersbaar te maken. Ze doen dat door maatregelen die de vermogenden het gevoel geven dat zij door een extern beroep van evident maatschappelijk belang op hun vermogen toe te laten, uiteindelijk meer aan hun vermogen hebben dan wanneer het alleen of vooral de macht oplevert. Dat is de oorsprong van het evergetisme als mentaliteitsfenomeen in de klassieke wereld, dat wil zeggen: vermogen en macht worden omgezet in eer en aanzien, omdat het maatschappelijk als de grootste eer wordt gezien, met zijn vermogen het maximale te kunnen doen voor de gemeenschap die je in staat gesteld heeft dat vermogen te verwerven. Tegelijk heeft dat als effect de neiging tot uitbuiting, die zo kenmerkend is voor het kapitalisme, enigszins te beteugelen, omdat er een beroep op de goede kant van de mens wordt gedaan door een dan heersende democratische moraal, waaraan het moeilijk is zich als individu te onttrekken zonder maatschappelijk schade te lijden. Het ontlokt ook een grotere gevoeligheid puur speculatieve winsten weer in een maatschappelijke context te leren zien, waarin zij wellicht zinvoller zouden kunnen blijken dan in het l’art pour l’art van de huidige speculatieve geldwereld. Zo stelde de Utrechtse hoogleraar Arbeidseconomie, Joop Schippers, onlangs aan de banken voor: “Stel eens

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

17 GGU


belastingverhoging ooit zal bereiken. Waar de oude Grieken vooral aan oorlogsschepen, spelen, theaters en triomfbogen dachten, kan men dat nu aanvullen met orkesten, zwembaden, bibliotheken, zorgcentra, speeltuinen, sporthallen en wetenschappelijke instituten.

een filosoof of ethicus aan. Vraag je eens af, hoeveel bedrijven die je hebt geholpen, maatschappelijk nuttige producten ontwikkelen. Dan gaat het eens over iets anders dan over winst, de grotere auto en een hogere bonus.� (De Volkskrant 11.11.15) We zien nu ook al dat wereldwijd grote vermogens een deel van dat vermogen in fondsen onderbrengen om daarmee maatschappelijke doelen te ondersteunen. Dat hangt echter te veel af van de vrijblijvende houding van sommige vermogenden, terwijl het evergetisme een instituut zou moeten zijn, om ßberhaupt het beoogde effect te kunnen krijgen. Evenals in het oude Griekenland, zou dat instituut wettelijk geregeld moeten zijn voor alle vermogenden, maar dan op een manier, die hun niet het onaangename gevoel geeft, iets te moeten inleveren voor een zogenaamd algemeen publiek belang, waarmee dan maar al te vaak notoire profiteurs, geld verslindende onkundigen of ambtelijke molens aan de haal gaan. Want dat is mede de psychologisch begrijpelijke reden voor de onvoorstelbare belastingontwijking van grote vermogens en hun weerzin tegen structurele en oplopende belastingverhogingen. Het wettelijk verhogen van het percentage dat evergetistisch belegd moet worden, zal waarschijnlijk meteen een breder en werkzamer intersubjectief draagvlak hebben dan een ordinaire

4.2.4 Een hedendaags mogelijk alternatief Er is wetgeving denkbaar, die vermogenden verplicht een deel van hun vermogen direct aan een zelf te kiezen maatschappelijk doel te besteden, zonder in die keuze door bestuurlijke instanties te kunnen worden belemmerd: hun verplichting gaat niet verder dan het wettelijk vastgelegde percentage van hun vermogen of vermogensvermeerdering enerzijds en de erkenbare maatschappelijke relevantie van hun besteding anderzijds. Die relevantie zou bij voorkeur niet ter beoordeling van de uitvoerende, maar van de rechterlijke macht moeten zijn. Het zou de Nederlandse zakenman kunnen afhelpen van het hem al sinds de zeventiende eeuw toegedichte, bedenkelijke imago altijd te veel te vragen en te weinig te geven. Want als er een soort structurele solidariteit zou ontstaan, die niet door de staat wordt opgelegd, maar wel gefaciliteerd wordt door democratisch doordachte wetgeving, dan zou dat wel eens tot verrassend positieve economische effecten kunnen leiden, omdat

18

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


veel kapitaal dat nu stilligt onder kritisch individueel toezicht van de belanghebbende vermogenden tot ongekende effecten kan leiden, al vraagt dit om een uitgebreide nieuwe en nieuw te doordenken wetgeving, waarin met name de juridische positie van stichtingen om aanpassingen vraagt. Door het grote belang dat tegenwoordig aan de individuele keuzemogelijkheid gehecht wordt, zal dit ook in een moderne versie van het evergetisme bepalender moeten zijn, dan het waarschijnlijk bij de oude Grieken was. Dat kan ook, want het karakter van die keuze verandert daardoor niet: men kiest voor een winst die hemelsbreed verschilt van de rationeel gecalculeerde, die nu wordt weggegeven. Daardoor ontstaat een nieuwe economische werkelijkheid, die haaks staat op de rationeel beargumenteerde winstmaximalisering, maar die wel eenduidig aan een vraag voldoet en haar daardoor ook economisch legitimeert, ofschoon de winst hier tot eer verdampt. Het lijkt er inderdaad op dat het evergetisme, zoals hier geschetst, en aangepast aan de verworvenheden van de moderne tijd, het hart zal moeten worden van een economie van de toekomst, die de eenzijdigheid van het kapitalisme tracht te compenseren, zonder zijn winstgevendheid te schaden. Want in dit model wordt de aristotelische vrijheid als keuzevrijheid in balans gebracht met de platoonse vrijheid als verantwoordelijkheid, waarvan zij door de primaire, veelal uitsluitende fixatie op rationeel te verantwoorden winstmaximalisering was losgezongen, met alle democratisch bedenkelijke gevolgen van dien. Door dit evergetistische model komt er náást de moraal van het ondernemende individu, dat zich moreel legitimeert in het verlengde van de rationeel en logisch noodzakelijke berekening van economische kansen, ook een andere moraal tot zijn recht, waarvan het primaat niet bij het individu ligt, maar bij de groep als democratische gemeenschap, waarvan het cement wederzijds vertrouwen, vrijheid als verantwoordelijkheid en recht als compensatie van macht is. In deze economie, opnieuw gestructureerd vanuit het evergetisme, komt de rechtlijnige rationele werkelijkheid van oorzaak en gevolg waar de winstmaximalisatie op berust, enigszins in balans met de redelijkheid, die daar haaks op staat, omdat zij op de niet-rationele en logisch tegenstrijdige werkelijkheid van het wezen van de dingen

teruggaat: het wezen van de vrijheid, het wezen van het recht, het wezen van de trouw en in één woord: het wezen van de democratie.

4.2.5 Besluit Daarom is het voor het implementeren van dit evergetisme in de structuur van de economie van belang dat deze tegenstrijdigheid niet meer wordt weggemoffeld. Want dat is wat nu feitelijk op bestuurlijk en wetenschappelijk gebied usance is, terwijl het juist daar ter sprake zou moeten komen vanwege de concrete, maar als zodanig niet meer erkende gevolgen voor de feitelijke gang van zaken, zowel in de economie als in het recht. R.F.A. von Laun en A.Q.C. Tak hebben dat voor het recht aangekaart en A. Heertje – zonder zich dat wellicht zo expliciet te realiseren – in de economie. Deze heren blijven min of meer roependen in de woestijn, maar juist de evergetistische herformulering van de economie zou wel eens aan beide wetenschappen eisen kunnen stellen, die de aristotelisch geïnspireerde eenzijdigheid van het heersende positivisme wetenschappelijk in de beklaagdenbank zetten. De juristen zullen, om maar iets te noemen, geconfronteerd worden met een vorm van eigendom, die haar hoogste vervulling vindt in het ervan afstand doen; en de economen zullen worden geconfronteerd met een vraag die geen winst oplevert. En dat is precies wat Plato heeft proberen duidelijk te maken met zijn ideeënleer: in een democratie is de werkelijkheid ook altijd tegelijk het omgekeerde van wat we rationeel voor mogelijk houden. 4.2.6 Werkwijze Tijdens een aant al workshops zullen de toepassingen van de veritas duplex in de economische omgeving samen met de deelnemers verder worden uitgewerkt. In aanvulling op de evergetistische benadering ten aanzien van de verdeling van kapitaal, zal ook aandacht worden besteed aan de veritas duplex in relatie tot duurzame productiewijzen en integrale moraliteit in financiering en verslaglegging. Tijdens de voorbereidingen zal een werkgroep worden gevormd die verdere samenwerking met relevante beroepsorganisaties gaat ontwikkelen. Denkbaar zou zijn, dat aansluiting wordt gezocht bij bijvoorbeeld de onderzoeksprojecten van Lans Bovenberg en andere economen, die zich op een fundamenteel niveau buigen over een herziening

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

19 GGU


ganisatie, die veel meer bij Duitsland aansluit dan bij de VS. Maar wie zich daarop oriënteert, bedrijft “een vorm van academische zelfmoord”. Om maar niet te spreken van de economie, die je hier kunt bestuderen zonder ooit iets over Duitsland te horen, “terwijl 25 procent van onze economische betrekkingen met de Bondsrepubliek zijn”. Door die waanzinnige focus op het (Amerikaans-)Engels, wordt ook op onderzoeksgebied elke diversiteit systematisch afgeknepen en “is de oriëntatie op andere taalgebieden dan het Engels een minpunt”. Nijhuis pleit daarom voor “bewuste investering in niet-Angelsaksische internationalisering”. Want “kennis over de ontwikkelingen in ons buurland zijn in de geestes- en maatschappijwetenschappen op dit ogenblik relevanter dan ooit”. De GGU omarmt deze visie en beoogt daarom toenadering tot het samenwerkingsverband van onder meer de Duits-Nederlandse Handelskamer, het Duitsland-Instituut Amsterdam, het Goethe-Instituut en de Duitse Ambassade (De Volkskrant 23.4.15). In de Tweede Kamer maakt vooral de VVD met Karin Straus zich sterk voor “meer onderwijs in de buurtaal”, wat nu al geleid heeft tot meer aandacht voor het Duits in het basis en middelbaar onderwijs in met name Oost-Nederland.

van het huidige universitair onderwijs op economisch gebied. De curricula van toekomstige trainings- en studietrajecten zullen in overleg met het werkveld worden afgestemd op de behoefte die onderkend wordt. Gedurende het jaar 2017-18 zal de driedelige lezingencyclus “De ontdekking van de moraal van de toekomstige consument” worden aangeboden. Een werkgroep zal in najaar 2017 de contouren van een leergang presenteren aan relevante economische en bedrijfskundige departementen om zodoende draagvlak te verwerven voor een in dit opzicht specialistisch complementair leergebied dat aan huidige studenten rechten en economie kan worden aangeboden met GGU-certificaat. Na 3 jaar zal dit programma ook in Duits en Engels aangeboden worden. Daarnaast worden er verkennende gesprekken gevoerd met de in opbouw zijnde JF Academy, verbonden aan JonkerFieret Adviseurs / Accountants te Ede en Barneveld, dat zich onder meer richt op morele Bildung van het hogere kader in het bedrijfsleven en in de bancaire sector. Ten slotte wordt gedacht aan de oprichting van een wetgevingswerkgroep Evergetisme.

Het recent verschenen vijfjarige overzicht over het “Deutsch als Fremdsprache weltweit” van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek, waarin Nederland zijn plaats zo ongeveer deelt met Slowakije en Kameroen, heeft op dit gebrek aan kennis van het Duits weer eens de aandacht gevestigd. Wereldwijd gaat men steeds meer het belang van het Duits herontdekken als een serieus tegenwicht tegen de onvermijdelijke veramerikanisering van de wetenschap als science. Niet alleen in Polen en Rusland, maar ook in Oekraïne, Oezbekistan, Turkije en zelfs in Engeland en de Verenigde Staten is er een groeiende belangstelling voor het Duits.

4.3 GERSON INSTITUUT: EUROPESE TALEN EN CULTUREN De GGU is er van overtuigd dat de wetenschap gebaat is bij een evenwichtige aandacht voor en vaardigheid in de belangrijke Europese talen, te beginnen met de talen rondom ons land: Engels, Duits en Frans. Nu is er heel veel aandacht voor het Engelstalige onderwijs, terwijl Duits en Frans na de middelbare school nauwelijks aan bod komen buiten de betreffende academische studie. “Wanneer een Engelstalig bachelor ertoe leidt, dat Nederlandse studenten na vier jaar noch in goed Engels noch in goed Nederlands een goed verhaal kunnen schrijven, hebben wij het slechtste van twee werelden bereikt,” aldus de directeur van het Duitsland Instituut, Ton Nijhuis (De Volkskrant 16.7.15). Hij wijst er op dat door die exclusieve aandacht voor het Engels ook het Duits en Frans als wetenschapstaal “steeds verder worden gemarginaliseerd aan de universiteit”. En dat terwijl de Nederlandse maatschappij “in vele opzichten veel meer op bijvoorbeeld Duitsland lijkt, dan op de VS”. Neem alleen al onze hele politieke or-

We kennen het “Groot Manifest der Nederlandse Taal”, met Ad Verbrugge als drijvende kracht, dat helemaal gewijd is aan het gebruik van het Engels en het Nederlands in het hoger onderwijs. Het is ondertekend door een Taalcollectief, dat men bij Koninklijk Besluit zou moeten verheffen tot wat in Frankrijk tot op de dag van vandaag de Académie Française is, want de Nederlandse KNAW – ofschoon onder Franse invloed in het leven geroepen – laat het op dit gebied volledig afweten.

20

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


Jean de Gerson Het instituut is vernoemd naar Jean de Gerson (1363-1429), kanselier van de Universiteit van Parijs, voorvechter van universitaire onafhankelijkheid ten opzichte van Kerk en Staat, en een vroege aanhanger en promotor van de Moderne Devotie in Europa.

In dit Manifest staat uitdrukkelijk “dat studenten in hun studie bij voorkeur met verschillende talen in aanraking moeten komen; bij uitstek in talige studies als filosofie en geschiedenis, maar ook in studies als bedrijfskunde en rechten”. Nu is het echter zelfs mogelijk in Leiden af te studeren in de Geschiedenis zonder enige passieve beheersing van Latijn, Frans en Duits, terwijl de belangrijkste primaire bronnen voor een historicus tot ver na de Middeleeuwen in het Latijn geschreven zijn; het hele diplomatieke verkeer zich tot 1945 (en deels tot op heden) in het Frans afspeelt; en Duits de taal is van de grootste historici die van het vak een wetenschappelijke discipline hebben gemaakt in de 19e eeuw (Mommsen, Ranke etc.). Zonder talenkennis dreigen de geesteswetenschappen af te zakken tot het niveau van de bijzonder populaire TED-talks (Technology, Entertainment, Design), waarin wetenschap in twintig minuten aan een massapubliek wordt voorgeschoteld, om het maatschappelijk belang van die wetenschap maar te promoten. Want er schijnt geen ander belang meer te zijn van de wetenschap dan haar bruikbaarheid. Die bruikbaarheid mag niet onderschat worden, al werd zij dat in het verleden vaak wel, maar nu begint het de werkelijk kritische wetenschapscultuur steeds meer te ondermijnen. De gevolgen worden nu al zichtbaar in de vele duizenden wetenschappelijke artikelen die wereldwijd moeten worden teruggetrokken, nadat ze al wel volgens alle regels waren ‘gereviewd’ door en gepubliceerd in Angelsaksische toptijdschriften (de zogenaamde A-tijdschriften). Daarom krijgt de voor Europa kenmerkende taalverscheidenheid (multilinguïsme / plurilinguïsme / meertaligheid) in de GGU een gewicht dat zij op dit moment aan geen enkele andere universiteit in Nederland meer heeft. De GGU juicht het jongste initiatief toe van een aantal universiteiten onder leiding

van Leiden om het vak Duits voor leraren in ere te herstellen, maar ze wil nog een stapje verder gaan: zowel het Duits als het Frans zal structureel in het curriculum van alle disciplines worden geïntegreerd, maar er zal ook uitgesproken aandacht zijn voor al die talen, waarvan het voortbestaan aan de andere universiteiten bedreigd wordt. De GGU is daarover al in gesprek met verschillende universiteiten op hoogleraarsniveauen verwacht met hen tot een voor alle partijen gunstige overeenkomst te komen. Op het gebied van de Slavische talen is zij daarbij het verst gevorderd, mede vanwege de Slavische bibliotheek met alleen al zevenduizend titels Russische literatuur en ettelijke duizenden titels Russische linguïstiek, een aanzienlijke bibliotheek voor Poolse cultuur, taal- en letterkunde en een niet onverdienstelijke Tsjechische collectie. Daarnaast is er uitzicht op andere taalgroepen, die zich tot ons wenden, nu zij in heel Europa door de overheersende aandacht voor de praktische en winstgevende bètawetenschappen op onbegrijpelijke wijze worden wegbezuinigd. Zo kan een zo oude taal en cultuur als de Armeense aan geen enkele universiteit in het Nederlandse taalgebied inclusief België meer gestudeerd worden ondanks een perfect geïntegreerde bloeiende Armeense gemeenschap in Nederland met haar uitgesproken gevoel voor haar historisch bepaalde identiteit.

Werkwijze De GGU heeft actief toenadering gezocht tot de vakgroepen Slavische talen in Leiden en Amsterdam (Groningen komt nog). Vanwege het kleine aantal studenten is het voor ieder van deze universiteiten lastig om een volwaardig studieprogramma in een kleine Slavische taal te blijven aanbieden. Deze partijen hebben er echter wel belang bij de hoogleraren te behouden, omdat die nu al bij meerdere andere studierichtingen, zoals Internationale Betrekkingen of European Studies, worden ingezet. Ons voorstel is nu te komen met intensieve taalcursussen voor studenten die bijvoorbeeld als academisch literair vertaler of met andere academische ambities op een specifiek taalgebied willen worden opgeleid – dat zijn er 3 tot 4 per jaargang per universiteit in Leiden, Amsterdam en Groningen – straks naar de GGU te sturen als een niet concurrerende, neutrale instantie, zodat die tien tot twaalf studenten heeft

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

21 GGU


per taalgebied. Wij bieden hen een eigen bibliotheek en inspirerende werkruimte en huren van die drie universiteiten de beste docenten per dagdeel in. Dit voorstel blijkt niet alleen aantrekkelijk voor de universiteiten, maar ook voor de betrokken hoogleraren en universitair docenten, die zich zien werken met een zeer gemotiveerd gehoor. De GGU zal het initiatief nemen tot samenwerking door het inrichten van een werkgroep, waarin ook de betreffende universiteiten moeten zijn vertegenwoordigd. Deze werkgroep zal zich bezig houden met de voorbereiding en uitvoering van de hierna te noemen activiteiten. De huidige stand van zaken betreft de onderkenning van de noodzaak om het Nederlands onderwijs in Slavische talen te concentreren. Vervolgstappen voor 2017 zijn de volgende:

4.4 UNIVERSITAIR CENTRUM VOOR INTEGRATIEVE GENEESKUNST (UCIG) I.O.

• Detailleren van samenwerkingsafspraken over keuze taal/curricula, planning, bemensing en uitvoering. • Beginnen met het informeren/voorlichten van studenten over deze mogelijkheid. • Overdracht van boeken Slavistiek van UvA, studiemateriaal etc. naar GGU-locatie (heeft plaats gevonden in het voorjaar 2016). • Voorbereiden van Zomeracademie Literair Vertalen en registratie van deelnemers. • Uitvoering van de eerste Zomeracademie Literair Vertalen (augustus 2017). • Vanaf 2018/2019 wordt ook de mogelijkheid reëel om studenten uit Midden- en Oost-Europa in het kader van een uitwisselingsprogramma hierheen te halen.

4.4.1 De onderscheidende criteria voor alternatieve en complementaire geneeswijze Om die criteria überhaupt te kunnen ontwikkelen, zal de contradictoire verhouding tussen de werkelijkheidsopvattingen die aan de reguliere en alternatieve medische wetenschap ten grondslag ligt, expliciet erkend moeten worden, aangezien wetenschappelijke criteria hoe dan ook op werkelijkheid moeten berusten. En die gezamenlijke werkelijkheid van beide richtingen kan op het niveau van de expliciet legitimerende filosofische denkwijze alleen als innerlijk contradictoir wetenschappelijk erkend worden. Zonder die erkenning is wetenschappelijke legitimering van de alternatieve medische wetenschap uitgesloten. En het belang van die erkenning is op dit ogenblik in beide richtingen, dus bij zowel de heersende als de alternatieve medische inzichten, nog niet duidelijk, laat staan expliciet erkend.

Doel is uiteindelijk met al bestaande medische partnerinstituten te komen tot de vestiging in Kampen van een Universitair Centrum voor Integratieve Geneeskunst (UCIG), dat een expertisecentrum voor artsen moet worden, waar ze ook hun praktijkervaringen kunnen uitwisselen. Dit Centrum krijgt als belangrijkste taak het ontwikkelen van toetsingscriteria, om daarmee in de eindeloze waaier van alternatieve en complementaire medische inzichten, die te selecteren, die voor academische erkenning in aanmerking zouden kunnen komen.

Indien voldoende accommodatie beschikbaar is, kan de eerste groep studenten na de zomer van 2020 vermoedelijk voor een vijfjarige master (in dit soort specialisaties een must) in Kampen verwelkomd worden. Daarvoor zoekt de GGU samenwerking met een erkende Europese universiteit.

4.4.2 Wat is alternatief? Daaruit volgt dat de eerste taak van het UCIG zal moeten zijn, expliciet wetenschappelijk te verantwoorden criteria voor alternatieve geneeswijzen te ontwikkelen, uitgaande van de veritas duplex, maar dan niet als filosofie maar als medische wetenschap. Daarbij kan men zich wellicht laten inspireren door de criteria die de filosofie van de dubbele waarheid bijvoorbeeld ontwikkeld heeft voor de wetenschappelijke legitimatie van wezensdefinities, maar dat kan net zo goed misleidend zijn. De alternatieve medische wetenschap moet haar

Zodra er enig concreet uitzicht is op de realisering van de GGU in Kampen, verwachten wij op basis van de nu al aan ons kenbaar gemaakte belangstelling uit het Portugese, Spaanse, Keltische en Armeense taalgebied een bijzondere aantrekkingskracht, ook voor andere gegadigden.

22

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


eigen criteria ontwikkelen, maar kan daarvoor in de context van de GGU zonder meer uitgaan van een werkelijkheidsopvatting, waarin bijvoorbeeld de analoge en daarom alleen verbaal overdraagbare samenhang van de dingen en verhoudingen even realistisch, dus even werkelijk want werkzaam is als de fysisch waarneembare causaal-noodzakelijke samenhang van die dingen. Het betreft het eeuwige dilemma, dat er dingen kunnen zijn, die niet alleen onvoorstelbaar, maar ook structureel en dus noodzakelijk onvoorstelbaar zijn en die toch blijken te werken, zoals het onvoorstelbare ontstaan van de voorstelbare ruimte en tijd, door fysici graag ‘het spook van de metafysica’ genoemd, maar dat misschien niet spookachtiger is dan de door hen aanvaarde kwantummechanica.

4.4.3 Wat is complementair? Voor de complementaire geneeswijzen daarentegen, die niet altijd door de dominante medische opvatting worden geaccepteerd, maar die wel binnen dat medisch paradigma in de marge een plaats hebben, geldt dat die in principe op dezelfde fundamentele werkelijkheidsopvatting opereren als de heersende medische wetenschapsopvatting – voor die complementaire geneeswijzen zullen ook criteria ontwikkeld moeten worden. Maar daarvoor kunnen zij direct aansluiten bij bepaalde standaarden van de heersende reguliere medische wetenschap. Er zullen dan alleen andere prioriteiten gesteld moeten worden, die meer van sociaal-economische of sociaal-psychologische aard zijn. Daarbij kan echter in het kader van de GGU ook de metafysische variant van zowel de economie als de psychologie een rol gaan spelen, afhankelijk van de aard van de problemen die bij de toepassing van de criteria zichtbaar wordt. 4.4.4 Praktijkgerichte Toetsing van Criteria Voor de toetsing van en het toetsen aan die criteria is het UCIG aangewezen op een poliklinische praktijk, waarin verschillende wetenschappelijk te erkennen geneeswijzen, die zowel complementair zijn aan, als vallen buiten de heersende medische wetenschap, een samenwerkingsverband aangaan. Het ligt dan voor de hand te streven naar een mogelijkheid om op die basis ook te kunnen hospitaliseren. Zonder een dergelijke integratieve praktijk heeft zo’n wetenschappelijk Centrum

geen ondersteunend werkterrein. Zo’n hospitaliseringsmogelijkheid zou integraal deel van het UCIG kunnen zijn. Voordat het echter zo ver komt, kan al begonnen worden met het opstarten van een contactpunt voor artsen die nu al werken met een medisch instrumentarium dat complementair is aan, dan wel valt buiten, de heersende medische wetenschapsopvatting. Het zou voor hen een gezamenlijk onderzoeksinstituut kunnen zijn, waarin zij hun praktijkervaringen kunnen delen, gezamenlijk projecten kunnen opzetten, een archief en bibliotheek kunnen beheren, daarbij door de GGU op alle mogelijke manieren ondersteund en gefaciliteerd, omdat dit direct in het verlengde van haar hoofddoelstelling ligt: de heersende primair van Aristoteles uitgaande wetenschapsopvatting te flankeren met de daarmee contradictoire opvatting, waarmee Plato überhaupt en met goede redenen de filosofie heeft ingeleid. Binnen het denkkader van deze universiteit is het echter zonder meer duidelijk dat bij therapeutische afwegingen de reguliere stand van zaken bij alle beoordelingen een uitgangspunt vormt, dat kan worden verbeterd, aangevuld, verduurzaamd etc. Er zal dan ook vanaf het begin gewerkt moeten worden aan een goede verstandhouding met de ultramoderne ziekenhuizen in Zwolle en Deventer en met het UMC Radboud met hun vele ook geavanceerde specialismen. Voor het (post-)academisch onderwijs in de integratieve geneeskunde zal samenwerking worden gezocht met medische faculteiten van universiteiten die daarvoor open staan. Uitgangspunt bij het UCIG en derhalve ook bij elk samenwerkingsverband zal dan moeten zijn, dat de gezamenlijke UCIG-staf zich individueel in zo’n specialisme moet hebben verdiept dat nog geen onderdeel uitmaakt van het medisch geaccepteerd behandel- en onderzoeksrepertoire en er de toegevoegde waarde experimenteel van moet hebben onderkend en vastgesteld. Dat mag tijdrovend zijn, maar het zal heel strikt gehandhaafd moeten worden, om aan de zich snel ontwikkelende Integratieve Geneeskunst een universitaire thuisbasis te kunnen geven. Daarbij kan ook een rol spelen dat zulke specialismen zelf al met reguliere specialisten

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

23 GGU


universiteiten tot een samenwerking te komen, die kan leiden tot een medische suppletie voor hun studenten, die zij ook willen laten kennis nemen van wetenschappelijk verantwoorde disciplines waarop reeds in andere landen theorievorming en onderzoek heeft plaats gevonden, maar waarvoor binnen de heersende medische visie in Nederland nog geen plaats is. Zo’n samenwerking is nodig, omdat daar in de toekomst ook in Nederland steeds meer vraag naar zal zijn, dus: omdat de klant (dat is de steeds beter geïnformeerde en daardoor mondiger wordende patiënt) daarnaar vraagt, en omdat elementaire, maar wel goed gefundeerde kennis op dat gebied langzaam voor elke Nederlandse (huis) arts een desideratum zal worden.

samenwerken bij het verder ontwikkelen van hun behandelmethoden. In de strijd tegen reguliere artsen met een integratieve praktijk, die door de antikwakzalversbeweging met hun wetenschappelijk bedenkelijke indoctrinatie-technieken wordt gevoerd, zijn soms zeer begaafde slachtoffers gevallen, waarvoor de GGU zou moeten kunnen opkomen met de hulp van het UCIG. Dat vraagt om een interdisciplinair intellectueel verbond van alle betrokkenen, dat in het kader van de GGU een kans maakt zich te ontwikkelen op basis van de veritas duplex met haar nog amper overzienbare mogelijkheden, ook in alle andere wetenschappen, en waarmee het UCIG straks onder één dak verenigd zal zijn.

Wij zouden ons kunnen voorstellen dat de medische faculteiten van verschillende universiteiten in Nederland er belang bij kunnen krijgen om dat specifieke deeltje van hun opleiding uit te besteden aan een instantie buiten de eigen organisatie, die zich daarin helemaal gespecialiseerd heeft en op dat gebied ook wetenschappelijk gefundeerd te werk gaat. Een lange weg naar een duidelijk doel. Doel van alle medische wetenschap zou toch de genezing van de patiënt moeten zijn. De eerste stappen van de samenwerking met andere universiteiten worden vormgegeven door middel van het samen ontwikkelen en verzorgen van een aantal korte seminars voor studenten en medici.

4.4.5 Conclusie De bedoeling van dit visiedocument is, dat het leidt tot een gemeenschappelijk uitgangspunt voor de Werkgroep Integratieve Geneeskunst (WIG). Als men het over deze eerder abstracte wijsheden eens kan worden, zou dat voor de verdere ontwikkeling van het UCIG van groot belang kunnen zijn. 4.4.6 De ontwikkeling van het Universitair Centrum voor Integrale Geneeskunst Deze universiteit kent geen faculteiten, maar bestaat uit financieel onafhankelijke, maar op een gemeenschappelijke kennistheoretische basis samenwerkende instituten. Het UCIG is een wetenschappelijk centrum, waarvan alle onderzoekers ook een onderwijzende taak hebben in het verlengde van hun onderzoek. In eerste instantie zal het daarbij gaan om postdoc-opleidingen voor afgestudeerde medici of wellicht ook psychologen, bestuurskundigen en economen met ambities op integratief-medisch terrein. Dit kan ook in samenwerking met op dit gebied al actieve Verenigingen en Stichtingen, zoals de Artsenvereniging Voor Integrale Geneeskunde (AVIG), de Homeopathie Stichting en vooral de Academy for Integrative Medicine (AIM), met welke instellingen de GGU al jaren goede betrekkingen onderhoudt. De AIM heeft in het cursusjaar 2015-16 voor het eerst een cursus Integratieve Geneeskunst verzorgd voor artsen in Klooster Kranenburg bij Vorden.

4.4.7 Activiteiten Het zal mogelijk een voor de hand liggende taak van de AIM zijn om in Kampen in de periode 2018/19 een aantal seminars/workshops te organiseren in het verlengde van wat de Academy nu al gecertificeerd doet. De ervaringen kunnen dan bijdragen aan het toekomstig curriculum dat aanvullend is op de bestaande reguliere geneeskundige studies, maar dat misschien breder is dan hetgeen AIM nu voor ogen staat. Gedurende de navolgende jaren zal het curriculum worden uitgewerkt en door het UCIG stapsgewijs worden aangeboden aan studenten en medici. Qua bondgenoten gaat het deels om al bestaande stichtingen en verenigingen, zoals de Academy for Integrative Medicine; de koepel Artsenvereniging voor Integrale Geneeskunde (AVIG); de Stichting VHAN, de Homeopathie Stichting en het Pa-

De uiteindelijke ambitie is om met onze partners en in overleg met de UMC’s van de Nederlandse 24

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


racelsus Integratief Medisch Centrum. Bestuurders van al deze rechtspersonen zijn zeer geïnteresseerd en volgen de ontwikkelingen op de voet. Contacten worden voorts gelegd met fabrikanten als VITA Producten (producent voor energetica te Zeewolde) en met WELEDA Benelux SE (farmaceutisch bedrijf voor antroposofische geneesmiddelen te Leuven met laboratorium in Zoetermeer). Daarnaast valt te denken aan VSM, Dr Vogel etc. 4.5 CUSANUS CENTRUM VOOR FUNDAMENTELE OECUMENISCHE THEOLOGIE I.O. Er is tegenwoordig ook aan diverse Nederlandse universiteiten weer een opkomende belangstelling voor de geschiedenis van de astrologie. Maar dat het hier om een doekje voor het bloeden gaat, wordt al gauw duidelijk als men ziet, hoe die astrologie door de betrokkenen in wezen op een verbluffende manier als wetenschap au sérieux genomen wordt. Ze moeten alleen op hun tenen lopen om niet vanuit de academische wereld met pek en veren overladen te worden, als ze de astrologie anders zouden zien dan als een in wetenschappelijk opzicht al lang gepasseerd station, waarvan zij alleen nog de archeologie wetenschappelijk verantwoord mogen bestuderen. Het doet denken aan de manier waarop geprobeerd wordt de theologie in onze geseculariseerde samenleving als wetenschap langzaam naar de bijkeuken van de godsdienstwetenschappen of religiestudies te verbannen als een vorm van historische of filologische wetenschap, al is dat nog niet helemaal gelukt. De beide wetenschappen hebben dit gemeen, dat zij wetenschappen zijn, waarin het niet mogelijk is de oorzaak aan te wijzen van de fenomenen die zij bestuderen, zoals de opvallende overeenkomst tussen karakters die onder eenzelfde sterrenbeeld vallen en de universele geldigheid van het religieus bepaalde godsgeloof bij zoveel afwerende en buitensluitende diversiteit in religies.

4.5.1 Het Movens Immobile van Aristoteles De problemen die deze wetenschappen met de heersende academische cultuur hebben, betreffen vooral het niet kunnen aantonen van een oorzakelijke verband tussen de fenomenen die ze als wetenschappers erkennend beschrijven en wat zij voor de meest voor de hand liggende oorzake-

lijke samenhang van die fenomenen houden. Dit probleem begint al bij Aristoteles’ theologie, die culmineert in zijn bepaling van de eerste oorzaak als ‘onbewogen beweger’ (movens immobile), een zuiver retorische, want niet voorstelbare oplossing voor het niet kunnen doorzetten van zijn consequent voorstelbare fysische werkelijkheidsopvatting vanwege de noodzakelijke onvoorstelbaarheid van een zowel beginnende ruimte-tijd als van een oneindige ruimte of tijd. Die problemen met ruimte en tijd passen niet in de samenhangende fysische werkelijkheidsopvatting, waar Aristoteles’ hele filosofie op gebouwd is, en waarop hij zich principieel baseert om de ideeënleer van Plato voor absurd te kunnen verklaren. Ze passen niet in zijn opvatting dat de werkelijkheid, dus ook die van ruimte en tijd, voorstelbaar moet zijn. Maar het retorische foefje van de ‘movens immobile’ heeft door de hele geschiedenis van het denken een nog amper erkende desastreuze uitwerking gehad. Het trucje en een hele reeks daaraan verwante en parallelle foefjes van Aristoteles om het niet conveniëren van zijn systeem met de door hem weldegelijk erkende reële problemen, die Plato ter sprake brengt, te verbergen, heeft zelfs bij de grootste filosofen tot een blinde vlek geleid. Dat de werkelijkheidsopvattingen van Plato en Aristoteles elkaar wederzijds uitsluiten, heeft men wel gezien, maar daaruit opgemaakt dat alleen die van Aristoteles juist kan zijn. Dat de moraal van de democratie alleen kan bestaan door de feitelijkheid te respecteren van de contradictoire verhouding tussen de voorstelbare werkelijkheid waar Aristoteles zich tegen Plato op beroept, en de onvoorstelbare waar de ideeënleer van Plato op berust, is in de hele geschiedenis van het filosofische denken haast niet meer ter sprake gebracht, ondanks Ficino. En toch is het bestaan van de democratie alleen mogelijk, als beide werkelijkheidsopvattingen minstens onbewust door een grote meerderheid als objectief gelijkwaardig beschouwd en gewaardeerd worden. Het is hier niet de plaats om deze in diverse publicaties van J.D.J. Buve uitgewerkte these gedetailleerd te bespreken, maar zij plaatst de problemen, die zowel de theologie als de astrologie met de academische erkenning hebben, in een context die aan de heftigste problemen refereert, waar de democratie wereldwijd nu mee geconfronteerd wordt. Een democratie is alleen

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

25 GGU


mogelijk, zo is de stelling, als de objectieve, en dat wil zeggen: ook de wetenschappelijke, relevantie van het dualisme van de platoonse en de aristotelische werkelijkheidsopvattingen gerespecteerd wordt.

omdat die absoluutheid één van de zeven criteria is, waarmee men überhaupt kan controleren of een bepaalde onvoorstelbare propositie ook een echte wezensdefinitie 4 is. En die absoluutheid wordt nu, als de werkelijkheid één is en daarmee het dualisme verworpen wordt, onvermijdelijk geprojecteerd op de beslissingen, waarmee de religies zich tegen de causaal-logische werkelijkheid vaak terecht afzetten, terwijl die beslissingen nooit absoluut kunnen zijn, omdat zij beslissingen op basis van de tijd-ruimtelijke, en daarmee van de historische werkelijkheid zijn. Er worden dan in wezen min

4.5.2 Philosophia Ancilla Theologiae? De in alle religies gestandaardiseerde afkeer van dit dualisme als niet te ontkomen gevolg van het wederzijds uitsluitende karakter van de werkelijkheidsopvattingen van Plato en Aristoteles is waarschijnlijk de gemeenschappelijke theoretische oorzaak voor de slechtgezindheid, die alle religies – de een meer dan de ander – van elkaar scheidt. Want die afkeer van genoemd dualisme, heeft tot gevolg, dat tot nog toe geen enkele religie in staat lijkt de autonomie van de filosofie op een manier te erkennen, die zelfs bij dogmatische maar zeker bij pastoraal praktische problemen een bepalende rol zou moeten kunnen spelen.

4

Voor een wetenschappelijk verdedigbare wezens-

definitie zie J.D.J. Buve, Liber Universitatis (2014): 46-48 en passim.

Theologen lijken veroordeeld de filosofie als ancilla theologiae, dus als uiteindelijk onderworpen aan de theologie, te moeten beschouwen. Gezien vanuit de filosofie van de dubbele waarheid is dat een prangend probleem van alle religies, waardoor die niet kunnen inzien dat hun theoretische en praktische beslissingen geenszins rationeel en causaallogisch consistent hoeven te zijn, en dat vaak ook niet kunnen zijn, maar dat het die religies daarmee niet ontslaat van de plicht om zich wel aan de rede, of Vernunft, te onderwerpen. En ze worden daarin op onvoorstelbare wijze ondersteund door de hele filosofie die het zich tot haar voornaamste taak lijkt te rekenen, het contradictoire verschil tussen ‘rede’ en ‘ratio’ te verdoezelen (zoals Aristoteles) of te immuniseren (zoals Kant). Door hun haast fysieke afkeer van dit – als veritas duplex – filosofisch onvermijdelijk lijkende dualisme, wordt elke concessie aan de Vernunft tegelijk een concessie aan de ratio en de logica, die zij theologisch niet hoeven en vaak ook terecht niet kunnen beamen. Dat is het kwalijke gevolg van de voorstelling dat de waarheid één zou zijn en daarmee ook de werkelijkheid, waarmee de religies zeggen primair te maken te hebben: de werkelijkheid van God.

Foto rechter pagina: Dr Rainer Biskup, Altpresident des Verwaltungsgerichts der Freie Hansestadt Hamburg en Laun-biograaf, houdt de Von Laun Lezing 2011: “Launs Kampf gegen den Positivismus im Recht: Seine Lehre von der Autonomie des Rechts” in de Bibliotheca Launiana te Deventer op 26 februari 2011. De Von Laun Lezing wordt jaarlijks rond 16 februari gehouden door een prominente geleerde uit binnen- of buitenland ter gelegenheid van de Dies Natalis van het Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica, het ‘moederinstituut’ van de Geert Grote Universiteit. Voor een overzicht van alle Von Laun Lezingen t/m 2016 zie p.44 (Foto: Ronald Damen).

Die werkelijkheid van God is per definitie alleen metafysisch en niet fysisch te begrijpen en elk metafysisch wezensbegrip moet ook absoluut zijn, 26

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

27 GGU


of meer arbitraire beslissingen met een absolute autoriteit geïnvesteerd, terwijl juist die beslissingen geen absoluutheid verdragen.

tijd en ruimte gerelateerde betekenis kunnen hebben en daarmee nooit reden kunnen zijn om elkaar de koppen in te slaan. Maar daarvoor moet eerst dat dualisme erkend worden, want pas dan wordt zo’n filosofisch argument ook ‘geloofwaardig’. Dan kan er namelijk een parallelle structuur in het denken ontstaan, die het wetenschappelijke denken even kwetsbaar maakt als het theologische. En: gedeelde smart is halve smart.

4.5.3 De les van Assisi Paus Johannes Paulus II formuleerde dit dilemma tijdens het door hem georganiseerde interreligieuze treffen in Assisi (1986) wel heel treffend, maar zonder de autonomie van de filosofie en de met haar verplichtende Vernunft ter sprake te brengen, waardoor het treffen uiteindelijk geen resultaat opleverde: ze dronken een glas, deden een plas en lieten alles zoals het was. Toch zag hij heel duidelijk, dat het enige dat alle door hem uitgenodigde religies gemeen hebben, het geloof in het absolute Zijn is. En ofschoon hij als scholastisch gevormde filosofieprofessor wist dat dit absolute Zijn alleen denkbaar is als contradictoir met de zintuiglijke werkelijkheid van de religieuze diversiteit als de historische ‘zijnden’, liet hij die contradictoiriteit buiten beschouwing en stak zijn kop in het zand, met het resultaat dat iedereen zich terug kon trekken in de absolute en dus onwrikbare overtuiging van zijn historische en daarmee toevallige confessionele identiteit. Voor wat de Islam betreft, wordt dat treffend geïllustreerd door een passage in de onlangs verschenen memoires van onze vroegere Minister van Buitenlandse Zaken Bernard Bot, waarin hij bericht over een bijeenkomst van de Arabische Liga, waar hij als een van de weinige Europeanen bij aanwezig was en waar hij de mensenrechten ter sprake bracht: “Ik zal het nooit vergeten, mijn Saoedische collega, al 22 jaar minister, stond op en zei: ‘Nou moet je eens goed luisteren, jullie hebben mensenwetten, onze wetten komen rechtstreeks van God – wat denk je dat hier voorrang heeft? Hou op met dat gezwets.’ Klaar, einde oefening.” (Sir Edmund 14.11.15) Zo grof zal een christelijke theoloog het niet zeggen, maar hij denkt het wél, omdat zijn subtiliteiten dat uiteindelijk niet kunnen verbergen. Had de Paus met zijn autoriteit het wederzijds uitsluitende karakter van beide zijnswijzen benadrukt, dan zou dit voor alle daar verzamelde religies een beginpunt hebben kunnen worden voor een langzame doorbraak van de overtuiging, dat alleen het wezen van God absoluut kan zijn, en dat dus werkelijk alle voorstellingen die religies hebben van God en zijn boodschap, alleen een aan

4.5.4 Het dilemma van de empirist Hoe zit dat precies? Een van de meest aanstootgevende gevolgen van de veritas duplex is, dat door het wederzijds uitsluitende karakter van de werkelijkheidsopvattingen van Plato en Aristoteles, iedereen ofwel platonicus ofwel aristotelicus moet zijn, want het is of .. of en anders is er niets, en dat laatste lijkt nog absurder. Maar wat dan in het bijzonder steekt, is dat dit ook tot gevolg heeft, dat een platonicus wél een aristotelicus kan begrijpen, maar dat een aristotelicus nooit of te nimmer een platonicus zal kunnen begrijpen. De reden daarvoor is dat de werkelijkheid waaraan Aristoteles refereert, zintuiglijk waarneembaar en voorstelbaar en daarom in principe zonder woordtaal overdraagbaar moet zijn. Men kan een zintuiglijke waarneming dan ook wel met woordtaal beschrijven om iets over te dragen, maar dat is niet noodzakelijk. Als iets overdragen echter alléén door woordtaal mogelijk is, is de werkelijkheid waaraan men refereert, niet meer zintuiglijk waarneembaar. Woorden verwijzen dan naar een onvoorstelbare werkelijkheid. Daarmee zegt Plato wat het wezen van iets is, en verwijst hij per definitie naar een onvoorstelbare werkelijkheid, ontoegankelijk voor het begrip van een aristotelicus. Het is de structurele beperking van wat we tegenwoordig een empirist noemen. 4.5.5 Sacrificium Intellectus Voor de platonicus ligt dat anders, want zijn werkelijkheid is structureel onvoorstelbaar en is daarom alléén door woordtaal overdraagbaar. De veritas duplex kan hij daarom in haar onvoorstelbaarheid zo begrijpen, dat hij die ook aanvaarden kan, terwijl dat de aristotelicus niet gegeven is. Het maximum dat men van een aristotelicus c.q. empirist kan verlangen, is dat hij de platonicus respecteert en dat kan door die empirist in eerste instantie niet anders ervaren worden dan als een hem door de platonicus

28

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


c.q. metafysicus opgelegd sacrificium intellectus. Maar dit probleem is structureel voor elke democratie: er is daarom geen oplossing voor en die zal er ook nooit komen. Onze empirische wetenschap heeft dus een probleem, dat ze zelf niet als zodanig kan erkennen c.q. begrijpen, maar dat haar wetenschapsopvatting toch fundamenteel bepaalt.

4.5.6 Het probleem van de Platonicus Welnu: de metafysicus van platoonse snit heeft een vergelijkbaar probleem, dat direct de theologie van elke denkbare religie betreft. Het absolute Zijn, dat het gezamenlijk referentiepunt van alle religies is, wordt nu min of meer misbruikt om de voorstellingen die zij zich als religie van dit onvoorstelbare absolute Zijn wel moeten maken, van een absoluutheid te voorzien, die filosofisch hoogst problematisch is, omdat dat niet kan, terwijl het met een zekere onvermijdelijkheid toch overal gebeurt. Hier stoten we op het omgekeerde probleem dat we eerder signaleerden bij de empirici: het onvoorstelbare absolute Zijn moet wel bestaan als het geen onzinnig begrip is. En de geharnaste empirici zijn van dit laatste overtuigd: het is volgens hen onzinnig. Maar de metafysici zeggen: de essentie van dit

absolute ‘Zijn’ is alléén, dat het existeert en niets anders. ‘Zijn essentie is Zijn existentie’ ligt aan de oorsprong van het oudste godsbewijs. Het feit dat men van dit absolute ‘Zijn’ niets voorstelbaars kan weten, omdat het absoluut is, maakt het voor de empirist tot een relatief eenvoudig toe te geven item: “Laat ze het maar geloven, als ze er maar geen voorstellingen aan verbinden. Zelfs Aristoteles accepteert tenslotte zo’n absoluut Zijn, al noemt hij dat wél een Zijnde: movens immobile, en ook dat is een voorstelling van dat Absolute.” Maar binnen de aristotelische werkelijkheid bestaan er alleen de zijnden, waarvan de eenheid ‘het zijn’ is, dat niet zelf kan bestaan. Daarom móét men in die traditie wel onderscheiden tussen ‘zijn’ en ‘bestaan’, terwijl dat voor Plato een typisch aristotelisch foefje is.

4.5.7 Noodzaak en legitimering van religieuze voorstellingen Als men eenmaal de onontkoombaarheid van de veritas duplex heeft ervaren of althans bereid is daarmee serieus rekening te houden, dan is het geen probleem meer, dat het metafysische ‘Zijn’ , behalve dat het onvoorstelbaar is, tegelijk ook voorstelbaar moet zijn, dus dat de religies in hun volste recht staan, als zij aan dit absolute ‘Zijn’

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

29 GGU


concrete voorstellingen verbinden. Dat moéten ze zelfs als ze überhaupt als religie willen kunnen functioneren. Maar dan komt een zelfde aanstootgevend iets naar voren, waarmee ook de empirici geconfronteerd worden: ook de religies kunnen nooit de absoluutheid van het ‘Zijn’ projecteren op de voorstellingen, die zij zich daarvan als religie moeten maken. Zoals de empirici nooit de metafysische werkelijkheid zullen kunnen begrijpen en in een democratie toch verplicht zijn die als objectief gegeven te respecteren, zo zullen de religies voor hun voorstellingen van God nooit de absoluutheid kunnen claimen van het absolute ‘Zijn’, ofschoon juist dát de essentie is van wat ze geloven. En dat is niet het gevolg van de condition humaine, maar het gevolg van de Griekse ontdekking van de Geest door het besef van de veritas duplex als basis van elke democratische moraal.

samenvallen met de hoogste sterrenhemel van de Oude Grieken.

4.5.8 Conclusie Concreet betekent dit voor de theologie, dat zij moet ophouden de filosofie als ancilla theologiae te behandelen en dat zij de autonomie van de filosofie als metafysica net zo zal moeten erkennen als bijvoorbeeld Von Laun en Tak dat van de juristen eisen. Het is een uiterst gecompliceerd en pijnlijk proces om die autonomie van het metafysische denken in de theologie en de rechtswetenschap te implementeren, maar het is een conditio sine qua non als wij in de huidige mondiale ontwikkeling de kansen niet willen verspelen om de wereldwijde implementatie van het democratische denken mogelijk te maken. Een zware taak, die de GGU op zich zal moeten nemen, omdat voorlopig niemand anders dat kan. Men zou het “fundamentele theologie” kunnen noemen in een andere betekenis dan de nu gangbare, want zo’n college zou in principe moeten kunnen openstaan voor de beste koppen van alle religies, die een begin willen maken met het doordenken van de onmetelijke consequenties van dit inzicht voor de eigen religie. Als het begrip ‘oecumene’ niet de connotatie had van een hopeloze Sackgasse, zou men juist hier van oecumenische theologie kunnen spreken. Misschien is “fundamentele oecumenische theologie” een oplossing. Wij denken overigens dat er een nog verder te ontwikkelen kosmologische component in dit denken zit, omdat Aristoteles zijn movens immobile al liet

De GGU kijkt terug op een (soms jarenlange) vruchtbare samenwerking met heel verschillende organisaties, zoals de Geert Grote Pen (Prijs voor de beste afstudeerscriptie Filosofie in Nederland en Vlaanderen, voortgekomen uit de GGU-vriendenvereniging Geert Grote Alliantie); het Thijmgenootschap (Vereniging voor wetenschap en levensbeschouwing te Nijmegen); het Tsjechisch Centrum Nederland (Cultureel, wetenschappelijk en educatief centrum van de Tsjechische Republiek te Rotterdam); de NVWOA (Nederlandse Vereniging tot Wetenschappelijk Onderzoek naar de Astrologie); het Jungiaans Instituut (Academie voor Dieptepsychologie te Nijmegen) en Civis Mundi (Stichting en Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur te Rotterdam). Deze en andere contacten wil de GGU in de toekomst verder uitbouwen. Bovendien streeft de GGU naar het aanknopen van nieuwe strategische bondgenootschappen met voor haar relevante, kwalitatief hoogwaardige organisaties, zoals het Instituto Cervantes (Centrum voor Spaanse Taal en Cultuur te Utrecht) of de elders in dit document genoemde groepen medici en juristen.

4.5.9 Activiteiten Een interreligieuze wetenschappelijke werkgroep zal een activiteitenplan moeten uitwerken en een doelgroepenoverzicht, waarbij men kan denken aan voorgangers, docenten godsdienst en levensbeschouwing en wellicht ook kerkbestuurders. De coördinatie geschiedt dan door de GGU. Het gaat hier om een recent initiatief na een verzoek van de Stichting Christelijke Filosofie en de Stichting Christian University College om na te denken over de theologische mogelijkheid van een min of meer vastgelopen c.q. uitzichtsloos oecumenisch discours.

4.6. ANDERE POTENTIËLE PARTIJEN

30

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


H oo f d s t uk V :

Activiteitenplan en organisatie 5.1 Organisatie van de verdere ontwikkeling Zoals in hoofdstuk IV is beschreven, bevinden de curricula en activiteiten voor de genoemde disciplines zich in ontwikkeling. Er zijn werkgroepen in opbouw, waarvan de inzet sterk afhankelijk is van de mogelijkheden die het gebouw van vestiging uiteindelijk biedt. Die Werkgroepen zijn wel al actief met de (logistieke en organisatorische) voorbereiding van de activiteiten, maar ze verkeren in onzekerheid over het uitzicht op een permanente locatie. Een evaluatie van deze activiteiten is daarom op dit ogenblik nog niet aan de orde. De Werkgroepen bestaan uit experts die op basis van vrijwilligheid of uit hoofde van hun functie een bijdrage leveren aan de beschreven ontwikkelingen. Vooralsnog is de gekozen werkwijze en planning gebaseerd op maandelijkse bijeenkomsten van de Werkgroepen tijdens de eerste helft van 2017. Vervolgens zal de activiteit vooral terecht komen bij de lectoren en organisatoren van de beschreven activiteiten zoals seminar, workshop en zomeracademie. Het Universitair Kapittel zal tijdens tweemaandelijkse bijeenkomsten de voortgang van de werkzaamheden coachen en monitoren. Daartoe worden de voorzitters van de Werkgroepen uitgenodigd om een kort verslag van stand van zaken en bespreekpunten op te stellen en de betreffende Kapittelvergadering bij te wonen.

5.2 Kalender 2016-17 De activiteiten van 2016-2017 zullen geheel gericht zijn op de verwerving, verbouwing en inrichting van het pand Oudestraat 6 te Kampen. De 50.000 boeken tellende bibliotheek is eind april 2016 al van Deventer naar de voormalige universiteitsbibliotheek van de Protestants Theologische Universiteit Kampen verhuisd dankzij de bereidwilligheid van de huidige eigenaar, de Gebr. Van Werven BV, die daar geen vergoeding voor vraagt, als de koop uiteindelijk doorgang vindt. De Bibliotheca Launiana blijft daarom ingepakt totdat de koop rond is.

Op zijn vroegst in voorjaar 2017 kan dan begonnen worden met de voorbereiding en uitvoering van het programma van seminars, workshops, zomeracademies, congressen en symposia. De GGU tracht in samenspraak met andere partijen door het opstellen van een kalender een jaarcyclus te ontwikkelen die herkenbaar is voor participanten en lectoren uitgaande van de in Deventer reeds opgebouwde cycli. Tevens kan deze jaarcyclus stap voor stap worden ingepast in het bestaande programma van de doelgroep en het onderwijsprogramma van de betreffende instituten.

5.3 Begroting en financiering GGU De GGU ontvangt anno 2016 geen structurele bijdrage van een overheid of van particuliere instellingen. Begin 2016 is de enige aanvraag van de GGU voor financiering door de Gemeente Deventer toegekend inzake de huur van de opslagruimtes voor de ingepakte bibliotheek en de boekbinderij tot 1 mei 2016. De GGU-activiteiten gericht op onderzoek, ontwikkeling en onderwijs, zoals deels beschreven in hoofdstuk 4, worden uitgevoerd door erkende docenten. De kosten van die docenten zullen in het begin moeilijk te dekken zijn met de bijdragen van de deelnemers, waardoor de beide Instituten van de GGU in die periode een beroep zullen moeten doen op een prijsgereduceerde inzet van docenten. Voor de bijkomende kosten van lezingen, workshop en zomeracademie, die moeten worden betaald door de deelnemers aan de betreffende activiteit, verwijzen we naar de begroting van het Universitair Kapittel Kampen. Deze kosten bestaan vooral uit: kosten trainingsmateriaal, zaalhuur, lunch, koffie, thee etc.. Eventueel kan er nog sprake zijn van kosten van video/audio apparatuur als de activiteiten worden opgenomen ten behoeve van verdere verspreiding en/of de ontwikkeling van de E-learning activiteiten van de GGU. De GGU streeft er naar om van iedere activiteit 15% van deelnamekosten te reserveren voor overhead van de GGU waarin bijvoorbeeld opgenomen activiteiten zoals communicatie, informatie, werving deelnemers, internet en andere facetten gericht op de instandhouding van de GGU-organisatie.

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

31 GGU


DEEL C:

Locatie Bibliotheek, Oudestraat 6 Kampen

H oo f d s t uk VI :

waarop anderen, ook in Nederland, ons met succes zijn voorgegaan –, zal die universiteit zo’n verzoek pas in overweging willen nemen, als een leergang een paar jaar aanwijsbaar functioneert. Binnen de groep universiteiten die hun accreditatie hebben via de NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie) ligt het project van een nieuwe universiteit politiek te gevoelig en administratief-rechtelijk zo ingewikkeld, dat het niet waarschijnlijk is, dat de GGU langs die weg tot geaccrediteerde opleidingen zou kunnen komen. Aangezien de GGU zelf nog niet aan de voorwaarden van zo’n accreditatie kan voldoen, is daarmee rekening gehouden in het exploitatieplan van Universitair Kapittel Kampen, door in de periode 2016-2021 een prudente exploitatie te plannen, die uitgaat van een situatie waarin die accreditatie nog niet te realiseren is. Maar dit houdt ook in dat die accreditatie voor de GGU zelf de hoogste prioriteit heeft in de genoemde periode, met name omdat na die periode het Kapittel moet kunnen uitgaan van een aantal functionerende opleidingen met erkende accreditatie. Tijdens de eerste planperiode zal de procedure voor diverse accreditaties worden opgestart, met als uiteindelijke doel hiervoor structurele financiering te realiseren.

Strategie en inhoudelijke invulling van het bibliotheekpand Voor het slagen van dit plan is de waardering van de Gemeente Kampen, haar morele, politieke en bestuurlijke faciliterende steun essentieel. De duidelijke blijken van welwillendheid, die wij nu al vanuit de Gemeente ervaren, stemmen ons op dit punt positief. Daarnaast is echter ook de steun vanuit de Provincie Overijssel noodzakelijk, waarvan de gedeputeerden en statenleden deels persoonlijk al zijn benaderd. Met enkele private partijen, die de GGU als een weliswaar uitzonderlijk, maar ook maatschappelijk noodzakelijk initiatief ervaren, kunnen de contacten weer opnieuw geactiveerd worden, nu er zich na het beëindigen van onze Deventer ambities weer een geheel nieuw perspectief in Kampen biedt.

6.1 Allianties en Accreditaties Dat ook de enige nu nog (deels in Moderne Devotiegebouwen) te Kampen aanwezige Theologische Universiteit Kampen (TUK) de komst van de GGU waardeert, blijkt wel uit de goede inhoudelijke contacten tussen de universiteitsbesturen en uit de door TUK aan GGU geboden gastvrijheid om de Von Laun Lezing 2016 in haar aula te organiseren. Bij de inhoudelijke invulling van het bibliotheekpand in Kampen richt de Geert Grote Universiteit (GGU) zich primair op de problemen die de accreditatie van het leeraanbod met zich meebrengt. Ook als men uitgaat van een accreditatie via een buitenlandse universiteit – een weg 32

Samengevat zal in de studiejaren 2016/17 de verwerving en inrichting c.q. verbouwing van het bibliotheekpand centraal staan, met daarnaast kleinere losse bijeenkomsten in reeds beschikbare delen van het gebouw of op andere locaties in de stad. In de studiejaren 2017/18, 2018/19 en 2019/20 worden cursussen gegeven die recht geven op een eigen certificaat van deelname (GGU-certificaat), waarna pas vanaf 2020 gestreefd kan worden naar het verkrijgen van rechtsgeldige titels. Studenten betalen zelf weliswaar een collegegeld dat hoger is dan in het reguliere academische onderwijs, maar ze kunnen soms een beroep doen op een GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

GGU


beurs of lening, bijvoorbeeld via een nog op te zetten universiteitsfonds of via andere algemene studiebeurzen, zowel private als publieke. Het veronderstelt wel dat het aanbod voldoende aantrekkingskracht voor de nieuwe generaties heeft. Dat is de reden waarom wij het onderscheidende van deze academische instelling in dit document zo diepgaand en uitvoerig hebben voorgesteld. Ook is, na jaren van voorbereiding, de lancering van De Nieuwe Merkuur gelukt. Precies op het juiste moment is hij verschenen als een orgaan, dat gedragen wordt door de ambities van de GGU, maar zich op een breed intellectueel publiek richt. Pas in de periode 2020-2025 zal gestreefd worden naar een aantal volledig geaccrediteerde opleidingen. Hiervoor is ook weer een van de voorwaarden dat de betreffende curricula ten minste enkele jaren met enig aanwijsbaar succes hebben gefunctioneerd. In die periode zou dan met de inmiddels gevormde staf aan de voorbereiding van een residentieel Universiteitscollege kunnen worden gewerkt. Maar dat is pas voor de periode na 2025.

6.2 BV en Coöperatie Alvorens nu de afzonderlijke instituten langs te lopen, die van plan zijn of overwegen zich bij de verderop beschreven coöperatieve vereniging aan te sluiten, dient men voor ogen te houden dat voor het op de rails zetten van deze universiteit – nog afgezien van de verwerving van het pand – hoe dan ook een startkapitaal noodzakelijk zal zijn, om de eerste vijf jaar te kunnen overbruggen. De GGU denkt die middelen te kunnen verwerven door het stichten van een BV op basis van een publiek-privaatrechtelijke samenwerking, die aandelen met een laag, zo niet symbolisch dividend zou kunnen uitgeven voor het ideële doel: een universiteit in Kampen. Het uitgewerkte voorstel verschijnt als bijlage bij dit document. Gezien onze huidige contacten en de zonder meer bemoedigende wijze, waarop ons initiatief tot steeds meer allianties leidt, denken wij gerede kans te maken het benodigde bedrag voor de komende vijf jaar bij elkaar te krijgen. Samenvattend beoogt de GGU allereerst een ontwikkeling van een postacademisch trainings- en wetenschapscentrum. Vervolgens kan hiermee een formele (internationale) erkenning als universiteit verworven worden. Een Universiteit is geen bedrijf dat primair op winst uit is en waarvan het succes kan worden afgemeten aan de hoogte van die winst. Haar winst valt samen met haar nationale en internationale

wetenschappelijke reputatie en de effectieve verspreiding van haar inzichten onder het denkende deel der natie. En dat zou in principe voor alle universiteiten moeten gelden. Bij natuurwetenschappelijke instellingen kan dat ook aanzienlijke economische winst opleveren door de input van bedrijven die belang hebben bij het door de instellingen geleverde onderzoek en onderwijs en door de output van technische bedrijven, die vaak in de omgeving van zulke instellingen ontstaan. Bij een universiteit die zich vooral richt op het oorspronkelijke universiteitsdomein, namelijk de geesteswetenschappen, is het economisch effect veel minder direct zichtbaar, omdat het in principe om een amper meetbaar economisch rendement gaat, maar waarvan o.a. Arnold Heertje intussen uitvoerig beargumenteerd heeft dat het hoog tijd wordt ook zulke economisch niet verhandelbare waar toch een plaats te geven in het economische denken, omdat er wel degelijk sprake is van een behoefte, die tot een vraag leidt om aanbod.

6.3 Academische mentaliteitsverandering En het aanbod van de GGU is juist een nieuwe visie op alle door haar aan te bieden geesteswetenschappelijke disciplines, die aan de andere universiteiten vaak institutioneel te veel gebonden zijn om daarvoor open te kunnen staan. Het gaat tenslotte om een academische mentaliteitsverandering die aan de bestaande universiteiten niet snel van de grond zal komen. Als die verandering een soort van herdefiniëring van het wetenschapsbegrip tot een voorwaarde heeft, zoals wij denken dat onontkoombaar is, wordt het wel erg moeilijk daarvoor in de bestaande academische instellingen voldoende draagvlak te vinden. Ofschoon de theorie van de veritas duplex alleen in de filosofie wetenschappelijk onderbouwd kan worden, zijn de laterale gevolgen, waar deze theorie op wijst, in alle andere disciplinaire wetenschappen steeds duidelijker aanwijsbaar als de structurele beperkingen, die binnen die wetenschappen vaak lastig te onderkennen zijn, omdat het hier om een systeemeigen blinde vlek gaat, maar waarvan de veritas duplex de heersende wetenschapsopvatting probeert bewust te maken. En het lukt haar stapsgewijs die wetenschappen een bewijs voor te leggen dat een verbreding van het werkelijkheidsbegrip ook wetenschappelijk gewenst of zelfs noodzakelijk is voor een democratische informatiemaatschappij, waarvan de razendsnelle ontwikkeling niemand meer kan ontgaan.

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

33 GGU


een vereiste is om eigenaar te zijn van een pand om in aanmerking te komen voor onderhoudssubsidies kiezen wij ervoor om het onderhoud van het pand deels neer te leggen bij de UVK en deels over te dragen aan het UKK.

H oo f d s t uk VII :

Bestuur en Bedrijfsmatige Exploitatie van de universiteit

De UVK verkrijgt hiertoe de middelen door uitgifte van op naam gestelde (en dus niet vrij verhandelbare!) relatief waardevaste aandelen. Elk aandeel betekent één stem in de AVA (algemene vergadering van aandeelhouders), formeel het hoogste orgaan, waaraan de Raad van Bestuur van de BV verantwoording aflegt.

Situatieschets De Geert Grote Universiteit (GGU) streeft definitief naar een duurzame vestiging in Kampen. Voordeel voor haar is dat de in 2012 door de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) verlaten universiteitsgebouwen aan Koornmarkt en Oudestraat anno 2016 nog altijd leeg staan. Het academiegebouw aan de Koornmarkt is eigendom van de VU (PThU is nu gevestigd in hoofdgebouw VU Amsterdam), terwijl de gebouwen van de oude UB aan de Oudestraat, Hofstraat en Muntplein sinds 2015 eigendom zijn van Gebr. Van Werven BV, aannemersbedrijf te Kampen. Eerdere plannen om van de universiteitsgebouwen een winkelcentrum te maken zijn afgeketst. Er zit nog altijd een onderwijsbestemming op de gebouwen, met boven tevens een woonbestemming.

Het dividend is zeer bescheiden, van een halve tot één procent, en dat pas na vier jaar, en heeft vooral symbolische waarde. Burgers, bedrijven, fondsen en overheden kunnen op die manier aan hun betrokkenheid bij deze uitzonderlijke universiteit, bij de stad Kampen en haar toekomstige ontwikkeling uitdrukking geven. Door deze constructie wordt de belegging in het universitaire complex afgezonderd van de meer risicovolle onderneming van de coöperatie met haar personeel in dienst. Indien de universitaire plannen zouden falen, is er altijd nog de UVK met haar aandeelhouders in vastgoed. Aangezien de UVK de helft van de aandelen niet uitgeeft, kan het vol te storten aandelenkapitaal op 2.700.000 euro worden vastgesteld (zie verder de Investeringsbegroting), in coupures van 100 euro.

Bij de realisering van dit zeer ambitieuze project voelt de GGU zich moreel en politiek gesteund door de Gemeente Kampen die bij monde van de Burgemeester heeft laten weten de GGU maximaal te zullen faciliteren.

7.2 UNIVERSITAIR KAPITTEL KAMPEN (UKK) als coöperatie

Om “GGU Kampen” organisatorisch en financieel mogelijk te maken en haar bondgenoten de mogelijkheid te bieden om hierin te participeren, richt de GGU twee elkaar wederzijds ondersteunde en faciliterende entiteiten als rechtspersonen op, te weten: Universitair Vastgoed Kampen (UVK) en het Universitair Kapittel Kampen (UKK).

Het Universitair Kapittel Kampen (UKK) biedt als Coöperatieve Vereniging met uitgesloten aansprakelijkheid (UA) ruimte aan een aantal autonome leden, waartoe de GGU met haar huidige twee instituten (Von Laun en Gerson) behoort, alsmede de DUP, het Anna- of Bibliotheekfonds en de instituten van Medici, Juristen, Armenen, Kelten, Economen, etc. Uitbreidingen van de universiteit zijn dan ook mogelijk, zowel binnen de GGU, in de vorm van nieuw op te richten colleges en instituten, als binnen het Kapittel als financieel en juridisch autonome entiteiten, zoals een academie, archief, kenniscentrum, kliniek of laboratorium met eigen accreditaties. Het UKK zorgt voor de exploitatie van het universitaire complex en betaalt mee aan het onderhoud ervan.

7.1 UNIVERSITAIR VASTGOED Kampen (UVK) als bv Universitair Vastgoed Kampen BV (UVK) schaft het universiteitscomplex in Oudestraat 6, Muntplein 6 en Hofstraat 5 aan, verbouwt het en stelt het pand aan het Universitair Kapittel Kampen (UKK, zie onder 7.2) ter beschikking. De Oudestraat zal als universitaire hoofdzetel dienst doen (UB met scriptorium, archief, vergader- en collegezalen, refter, aula, woonruimte etc.). Aangezien het vaak 34

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


De leden van het Kapittel kiezen het dagelijks bestuur, dat zal bestaan uit een Deken (voorzitter), Universiteitssecretaris (tevens coördinator) en Thesaurier-Generaal (teven administrateur/huismeester). Daarnaast heeft het UKK een zakelijk adviseur en een bibliothecaris in dienst.

7.3 OVER DE VERHOUDING UVK EN UKK Over de exacte wederzijds gedeelde verantwoordelijkheden van het UKK en de UVK en over de cruciale maar ingewikkelde formalisering van die verhouding in de geest van het Rijnlandse Model, kan pas worden beslist als de belangrijkste investeerders van de UVK bekend zijn. De onderhandelingen daarover zullen samen met het bureau Jonker Fieret te Barneveld gevoerd worden.

De UVK zal zichzelf faciliterend opstellen ten opzichte van het Kapittel, waarvan ze zelf ook lid is, zodat de aandeelhouders en de andere belanghebbenden in een evenwichtige en dus min of meer gelijkwaardige positie kunnen functioneren.

7.4 ICT-Beleid Een van de belangrijkste taken van UVK is de zorg voor de ICT-infrastructuur. Maar de permanente toegang van de universiteit tot de voor haar maatgevende informatienetwerken is een taak van het UKK. GGU streeft ernaar om zoveel mogelijk haar activiteiten in digitale vorm te communiceren en aan te bieden aan belangstellenden via haar website, digitale nieuwsbrief en sociale-mediakanalen (reeds in bewerking). Dit betekent concreet: • Publiceren van activiteitenplan en programma’s op een aangepaste GGU website. • Documentatie van activiteiten digitaal beschikbaar maken voor deelnemers. • Activiteiten zoals seminars, lezingen en zomeracademie zoveel mogelijk opnemen en publiceren op internet. • Mogelijkheid aanbieden om basisactiviteiten digitaal te volgen. Relevante documentatie en publicaties kunnen via de webwinkel besteld worden bij de universitaire uitgeverij (De Universitaire Pers, zie onder).

7.5 Permanente bewoning Een monumentaal gebouwencomplex als de UB van Kampen moet permanent bewoond zijn en kan niet alleen gelaten worden. Er zijn daarom ten minste

twee vaste beheerders nodig, waarmee al concreet rekening gehouden wordt in onze planning. Daarnaast wordt nagedacht over de verhuur van enkele woonruimtes aan emeriti professoren die een wetenschappelijke band hebben met de universiteit. Ook kunnen studenten voor hun verblijf een van de beschikbare kamers betrekken. Deze mogelijkheden veronderstellen uiteraard eerst de noodzakelijke interne aanpassingen.

7.6 UB of BIBLIOTHECA LAUNIANA Uiteraard heeft elk Instituut van de GGU een boekencollectie in eigen open opstelling. Maar de sinds 1995 in opbouw zijnde UB, Bibliotheca Launiana geheten, beschikt inmiddels over 50.000 boeken, met name op het gebied van filosofie en talen. Daarnaast heeft zij veel tijdschriften en algemene werken die van interdisciplinair belang zijn als werkinstrumenten. Deze krijgen een plaats in het scriptorium dat zal worden ingericht in het oude boekenmagazijn. De UB wordt geëxploiteerd door het Hoofd Bibliotheek- en Archiefzaken, in samenspraak met de bibliotheekverantwoordelijken van de verschillende Instituten. Het bezit van de boeken berust sinds 2012 bij de Stichting Bibliotheca Launiana. Onder de Bibliotheca Launiana vallen ook de Universiteitsarchieven en de Boekbinderij, het enige onderdeel van de GGU dat in Deventer blijft. Deze laatste is ontstaan in 2011 en staat onder leiding van iemand die het vak geleerd heeft in Abdij Sion, een plek die op dit gebied eens grote faam genoot.

7.7 UITGEVERIJ: DE UNIVERSITAIRE PERS De Stichting Deventer Universitaire Pers (DUP) is een aan de GGU gelieerde kleine wetenschappelijke uitgeverij, opgericht in 1999 onder de naam Universitaire Pers Fryslân (UPF). De huidige naam verkreeg ze bij haar verhuizing naar Deventer in 2006. Naast boeken, boekreeksen en jaarboeken geeft de DUP vanaf 2016 ook een periodiek uit: De Nieuwe Merkuur: Tijdschrift voor Reflexieve Serendipiteit, die het universitaire leven kritisch-constructief zal volgen en die academici van binnen en buiten de GGU een interdisciplinair podium zal bieden. Daarnaast wil de DUP zich nadrukkelijk openstellen voor wetenschappelijke publicaties door leden van de diverse Instituten, zodat ook hier synergie kan ontstaan. Na de verhuizing naar Kampen zal de naam DUP gehandhaafd blijven, maar dan als afkorting van “De Universitaire Pers”.

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

35 GGU


via toeleveranciers, bestedingen door gasten etc. Op dit punt zou het eindrapport van de Universiteit Gent van belang kunnen zijn over de impact van de Roosevelt Academy op de lokale en regionale economie van de in grootte en uitstraling met Kampen vergelijkbare plaats Middelburg (2004).

H oo f d s t uk VIII :

Duurzame bijdrage aan de regionale economie. Wat een universiteit hier uiteindelijk voor de regio zal betekenen, is moeilijk te voorzien, maar zou ook best eens spoedig kunnen blijken. Blijvend grote zaken danken vaak hun bestaan aan de vooraf nauwelijks te bevroeden mogelijkheden, die de realisatie van zo’n idee kan bieden. De nationale en internationale bekendheid, die door de doordachte opzet van deze universiteit op termijn verwacht mag worden, zal niet alleen afstralen op de gemeente Kampen, maar op heel Overijssel.

Conclusie Alles overziende kunnen we vaststellen dat de GGU al die jaren gedaan heeft wat zij kon zonder enige steun en financiering vanuit de stedelijke en provinciale bestuurskamers. Zij heeft in die tijd een coherente visie ontwikkeld op een nieuw soort universiteit en die in doeltreffende publicaties naar buiten gebracht, en een groot aantal contacten gelegd met wetenschappelijke instanties en instituten, die deels tot haar eigen verrassing open bleken te staan voor haar academisch vernieuwende uitgangspunten. Dankzij niet aflatende trouw van particulieren kon zij zich in stand houden en zich verder concentreren op wat zij als haar enig mogelijke hoofdtaak beschouwde: de inhoud. De GGU antwoordt nu met een document, dat geheel op de inhoud is afgestemd en dat laat zien, welke effectieve mogelijkheden een goed doordacht abstract concept voor de feitelijke invulling van een gemeentelijk monument kan hebben.

Zoals uit alle onderzoeken blijkt, betekent universitair onderwijs en onderzoek een niet te veronachtzamen impuls voor de regionale economie door de creatie van duurzame en hoogwaardige werkgelegenheid, zowel direct door banen als indirect 36

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


B IJLA G E A

ORGANOGRAM Universiteit

B.V. UNIVERSITAIR VASTGOED KAMPEN (UVK) BESTUUR:

UCGG RAAD VAN TOEZICHT

RAAD VAN BESTUUR ALG. VERGADERING AANDEELHOUDERS

COÖPERATIEVE VERENIGING U.A. UNIVERSITAIR KAPITTEL KAMPEN (UKK) BESTUUR:

BIBLIOTHECA LAUNIANA

DEKEN, UNIVERSITEITSSECRETARIS, THESAURIER-GENERAAL

COLLEGE VAN CUSTODES LIBRORUM

LEDEN

GGU = TOTAAL 3 STEMMEN

DE UNIVERSITAIRE PERS

ANNAFONDS

AUTONOME LEDEN 1 STEM PER INSTELLING

DIRECTIE

RECTOR, GRIFFIER THESAURIER

1 STEM

1 STEM

BESTUUR

C.v.B + R.v.A.

REDACTIE

FONDSBESTUUR

RUDOLF VON LAUN INST.

GERSON INSTITUUT

DIRECTIE

DIRECTIE

DE NIEUWE MERKUUR

AIM/ UCIG

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

JURISTEN

ECON./ PARETO

THEOLOGEN

37 GGU


B IJLA G E A 1

COMMENTAAR ORGANOGRAM universiteit

Inleiding Het devies bij de medio 2015 in gang gezette universitaire herstructurering is “bottom up”. Dat wil zeggen dat de wetenschappelijke instituten voor onderzoek en onderwijs die gelieerd zijn aan de coöperatie de inhoudelijke kern van de universiteit vormen, waarbij ze binnen de kaders van de universiteit een zo groot mogelijke autonomie genieten.

Elk deelnemend wetenschappelijk instituut van de GGU, met of zonder eigen rechtspersoonlijkheid, heeft recht op een stemhebbend gedelegeerd bestuurder in het Kapittel. Zo is de GGU lid van het UKK, alsmede de onder haar vallende instituten (Gerson Instituut en Rudolf von Laun Instituut), en de aan haar gelieerde instellingen met eigen rechtspersoonlijkheid, zoals De Universitaire Pers (DUP) aangevuld met derde partijen, zoals het Annafonds (universiteitsfonds). De GGU is alleen de wettelijke vertegenwoordiger van de onder haar vallende Instituten met elk een eigen (financiële) administratie. Het UKK zorgt voor de exploitatie van het universitaire complex en betaalt mee aan het onderhoud ervan. Het UKK fungeert als facilitair bureau en tevens als ‘Congres Bureau’, waarbij het voor zowel interne (instituten) als externe klanten (meerdaagse) cursussen en symposia helpt verzorgen in de uitermate inspirerende omgeving van het oude centrum van Kampen. Het ligt in de bedoeling college- en vergaderzalen, maar ook de logeerkamers optimaal te benutten teneinde de exploitatie van de Universiteit, met name in de moeilijke beginjaren, een steuntje in de rug te geven.

Universitair Kapittel Kampen (UKK) als universitaire coöperatie Het centrale orgaan van de universiteit is het Universitair Kapittel Kampen (UKK), het bestuurscollege van de universitaire coöperatieve vereniging met uitgesloten aansprakelijkheid (UA), waarvan niet alleen de afzonderlijke autonome wetenschappelijke instituten, zoals die van medici, juristen en de GGU lid (kunnen) zijn, maar ook de Universitair Vastgoed Kampen BV (UVK). Ook het Bibliotheekfonds en de DUP zijn lid van dit kapittel. Bestuur en leden van het Kapittel Het bestuur van het UKK wordt gekozen door de leden van de coöperatieve vereniging en heeft drie honoraire bestuurders, namelijk een Deken (voorzitter), een Universiteitssecretaris en een Thesaurier-Generaal (penningmeester). De Deken is een academicus die gekozen is als primus inter pares door de leden uit hun midden of van buiten. De Universiteitssecretaris is qualitate qua Coördinator van het UKK en Griffier van de GGU. De Thesaurier-Generaal is qualitate qua Administrateur van het UKK en Thesaurier van de GGU.

Universitair Vastgoed Kampen BV (UVK) Universitair Vastgoed Kampen BV schaft het universiteitscomplex in Oudestraat 6, Muntplein 6 en Hofstraat 5 aan, verbouwt het en stelt het pand aan het Universitair Kapittel Kampen ter beschikking. Tevens verzorgt UVK deels het onderhoud van het complex, waaraan het Kapittel eveneens bijdraagt.

38

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


Zoals bij elke BV is de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) het hoogste orgaan van de UVK. De BV wordt bestuurd door twee honoraire bestuurders.

bestaande Universitaire Boekbinderij weliswaar restauratie-opdrachten krijgt van het hoofd van het Bureau Bibliotheek, maar zelf wel geheel verantwoordelijk is voor de uitvoering ervan.

Geert Grote Universiteit (GGU) Geert Grote Universiteit (GGU), als Stichting opgericht in 2006; ANBI-status toegekend in 2008; statuten laatstelijk herzien in 2010. Zij is de oprichtster van zowel het Universitair Kapittel Kampen (UKK) als coöperatieve vereniging UA als van de Universitair Vastgoed Kampen BV (UVK).

Verhouding GGU met Instituten Rudolf von Laun Instituut Het Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica (geopend te Leeuwarden in 1995; rechtspersoonlijkheid sinds 1996; door statutaire wijziging anno 2012 overgegaan op Stichting Bibliotheca Launiana) stond in 2006 aan de basis van de GGU en fungeert sindsdien als een van haar onderzoeksinstituten, gericht op bestudering van de (filosofische) fundamenten van democratie en rechtsstaat.

Bestuur GGU en verhouding tot UVK en UKK Aan het hoofd van de GGU staat het College van Bestuur dat zelf zijn Rector kiest (die ook van buiten kan komen). De Universiteitssecretaris is qualitate qua Coördinator van het UKK en Griffier van de GGU. De Thesaurier-Generaal is qualitate qua Administrateur van het UKK en Thesaurier van de GGU. Verder zijn de directeuren van de wetenschappelijke instituten van de GGU q.q. lid van het College van Bestuur van de GGU. Vanwege haar bijzondere hoedanigheid van oprichtster wordt de GGU nu een van de gelijkwaardige partners in de coöperatie, maar vertegenwoordigt ze ook de onder haar ressorterende instituten die eveneens elk een stem hebben in het Kapittel (op dit ogenblik zijn er twee instituten). Daarnaast krijgt de GGU een gouden aandeel in de UVK. Een en ander vergt aanpassingen van de statuten van de GGU, maar vanwege de nieuwe vestigingsplaats van de statutaire zetel moeten de statuten van de GGU sowieso worden aangepast in 2016. De GGU bestaat uit een aantal afdelingen en instituten. Sommige afdelingen, zoals de Thesaurie (niet te verwarren met de Generale Thesaurie van het Kapittel) behoren tot de oudste onderdelen van de GGU. Andere zijn in opbouw en komen voort uit het Universiteitssecretariaat, zoals het Bureau Accreditatie (PE-punten, ECTS etc.). Die bureaus bestaan op hun beurt uit goeddeels zelfsturende teams. Neem bijvoorbeeld ‘Bureau Bibliotheek, Archief en ICT’, waarbinnen de uit drie personen

Gerson Instituut Het Gerson Instituut is een in 2010 te Deventer geopend instituut op het gebied van talen, culturen en geschiedenis van Europa. Het huidige aandachtsgebied is vooral Midden- en Oost-Europa, maar kan in de toekomst worden uitgebreid. N.B. Andere blokjes, zoals ‘Universitair Centrum voor Integratieve Geneeskunst’ (UCIG), ‘Pareto Instituut’ en ‘Cusanus Centrum’ zijn nog in oprichting. Voorts valt te denken aan toekomstig aan te schuiven reeds bestaande of nog op te richten instellingen voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Samenvattend kent de GGU geen faculteiten of andere topzware tussenlagen. De instituten vormen samen de GGU. Het dagelijks reilen en zeilen wordt gecoördineerd door de Griffier. De Griffier ziet erop toe dat in samenspraak met het College van Bestuur de hele organisatie naar behoren wordt bediend. Raad van Advies GGU De Raad van Advies van de GGU (ingesteld in 2006) bestaat uit 11 hoogleraren van naam en faam uit binnen- en buitenland, benoemd op voordracht van het College van Bestuur van de GGU. De Raad geeft het universiteitsbestuur gevraagd en ongevraagd advies (zie voor de huidige leden van de Raad Bijlage B).

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

39 GGU


Universitaire Kascontrolecommissie De GGU wordt gecontroleerd door een externe Kascontrolecommissie, aan wie alle Jaarrekeningen en overige bescheiden ter goedkeuring worden voorgelegd. UCGG Het Universitair Centrum Geert Grote (UCGG) is de Raad van Toezicht voor zowel GGU als voor DUP en Bibliotheca Launiana. Sinds 2006 heeft het UCGG eigen rechtspersoonlijkheid en geniet het een aantal juridische bevoegdheden, maar stelt zich bij de uitoefening daarvan zeer terughoudend op. In het nieuw concept zou dit orgaan zich kunnen ontwikkelen tot de Raad van Toezicht van de UKK.

De Universitaire Pers (DUP) Deventer Universitaire Pers (in 1999 opgericht als Universitaire Pers Fryslân of UPF; stichtingsstatuten herzien in 2006) is de zelfstandige uitgeverstak van de Universiteit en richt zich op de publicatie van hoogwaardige wetenschappelijke boeken en tijdschriften, op papier en digitaal, vooral op het gebied van de geesteswetenschappen en bij voorkeur in het als academische taal bedreigde Nederlands. Hierdoor draagt DUP aanzienlijk bij aan het prestige en de uitstraling van de Geert Grote Universiteit. Ook de DUP, wier naam wordt veranderd in ‘De Universitaire Pers’, is medestichtend lid van het

Universitair Kapittel Kampen. Auteurs kunnen verbonden zijn aan een organisatie die is vertegenwoordigd in het Kapittel, maar kunnen ook uit alle andere wetenschapsbranches komen. Kijk voor titels en webwinkel op www.universitairepers.nl. De Nieuwe Merkuur Sinds voorjaar 2016 verschijnt De Nieuwe Merkuur. Tijdschrift voor Reflexieve Serendipiteit. Het tijdschrift ademt de geest van de GGU, heeft een eigen Redactieraad en een Wetenschappelijke Raad. Het tijdschrift verschijnt drie keer per jaar.

40

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

41 GGU


B IJLA G E B

PERSOONSOVERZICHTEN Stand op 1 juli 2016

COLLEGE VAN BESTUUR Dr J.D.J. (Jeroen) Buve, voorzitter G.T. (Gulliver) Buve, B.Ec., thesaurier Drs S.B.A. (Sybrand) Buve, universiteitssecretaris Drs W. (Willem) Boerma, lid Algemeen bestuursadviseur: De heer Drs P.H. (Peter) Schouten Financieel adviseur: De heer A. (Albert) Fieret RA Universitaire Kascontrolecommissie Mevrouw M. (Margreet) Lagerweij, voorzitter De heer P.J.G. (Pierre) Verstegen, lid

ORGANISATIE Universiteitssecretariaat en Thesaurie Mw M.M.C. (Monique) den Broeder, chef de bureau D. (Dennis) Busropan, boekhouder Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica Dr J.D.J. (Jeroen) Buve, Wetenschappelijk Directeur Mr Ir Ing. G.F.J. (Godfried) Kruijtzer, Honorair Fellow Werkgroep Grondslag van Democratie en Rechtsstaat i.o. Dr J.D.J. (Jeroen) Buve, Prof. Dr Mr D.H.M. (Damiaan) Meuwissen, Prof. Mr N. (Nico) Roos en Prof. Mr A.Q.C. Tak Gerson Instituut Wetenschappelijk Directeur: Vacant Werkgroep Europese Talen i.o. Dr O.F. (Otto) Boele, Mw Prof. Dr E. (Ellen) Rutten, Drs H. (Herman) Starink en Mw Drs J.A. (Janny) Steenge. Werkgroep Integratieve Geneeskunst (WIG) i.o. Drs med. A. (Arie) Bos, antroposofisch arts te Amsterdam; Drs med. F.C. Kusse, arts voor homeopathie te Amsterdam en coĂśrdinator Academy for Integrative Medicine (AIM), alsmede bestuurslid van ondermeer Homeopathie Stichting, Stichting VHAN en van de AVIG (Artsenvereniging voor Integrale Geneeskunde) en redacteur van Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde (TIG); M. (Manfred) Markhorst, AIM-bestuurslid, Mw Drs M.A.L. (Nan) Pluymackers, kwartiermaker kankerpreventieproject (KWF Kankerbestrijding / Radboud UMC, Nijmegen) en AIM-bestuurslid); en Drs med. R.M. (RenĂŠ) Slot, arts integratieve geneeskunde en Direc42

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


teur Paracelsus Integratief Medisch Centrum te Deventer; Drs W.J.G.M. (Wim) Verest, Penningmeester + Coördinatie opleiding en nascholing SURON (Stichting van der Upwich voor Research en Onderwijs Natuurgeneeskunde), Bestuursmedewerker NVAA (Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen). Werkgroep Vastgoed, Bedrijfsontwikkeling, Energie en ICT: Ir A.G. (Allard) Andela, Dr J.D.J. (Jeroen) Buve, G.T. (Gulliver) Buve Ing. C. (Kees) Jansen, H.G.M. (Hennie) Rooijackers, C.O. (Olivier) Rensing (Facebook) en Ing. K.S. (Klaas) Wijnsma N.B. De Werkgroepen Economie & Evergetisme en Fundamentele Oecumenische Theologie zullen pas na de verhuizing naar Kampen worden opgezet.

RAAD VAN ADVIES Voorzitter: Prof. Dr Mr D.H.M. (Damiaan) Meuwissen, rechtsfilosoof, Amsterdam Leden (ad vitam): Prof. Dr F.R. (Frank) Ankersmit, theoretisch historicus, Rijksuniversiteit Groningen, eredoctor van de Universiteit Gent en lid van de Academia Europaea; Prof. Dr P.B. (Paul) Cliteur, hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschap, Departement Metajuridica van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden; Prof. Dr S.W. (Wim) Couwenberg, em. hoogleraar Staats- en Bestuursrecht, Erasmus Universiteit Rotterdam, lid van de Europese Eresenaat (BVSE-UEF) en hoofdredacteur-directeur van Civis Mundi; Prof. Dr H.R. (Herman) De Dijn, em. gewoon hoogleraar, Hoger Instituut Wijsbegeerte, KU Leuven; Prof. Dr P.C. (Piet) Emmer, econoom en historicus, em. hoogleraar Geschiedenis van de Europese Expansie, Universiteit Leiden, en bestuurslid Sectie A1 van de Academia Europaea; Prof. Dr R.J. (Rutger Jan) van der Gaag, President artsenfederatie KNMG en hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie, UMC St. Radboud, Nijmegen; Prof. Dr A. (Arnold) Heertje, em. hoogleraar Algemene Economie, Universiteit van Amsterdam; Mw Prof. Dr E. (Ellen) Rutten, hoogleraar Letterkunde, in het bijzonder Slavische Literatuur en Cultuur, Universiteit van Amsterdam; Prof. Dr G. (Guido) Vanheeswijck, gewoon hoogleraar Departement Wijsbegeerte, Universiteit Antwerpen, en deeltijds hoogleraar Centrum voor Metafysica, Godsdienst- en Cultuurfilosofie van het HIW (Hoger Instituut voor Wijsbegeerte), KU Leuven; Prof. Dr H.E.S. (Henk) Woldring, em. hoogleraar Politieke Filosofie, VU Amsterdam, en oud-CDA-senator. In Memoriam (bij leven lid): Prof. Dr G.E. (Grahame) Lock (1946-2014), em. hoogleraar Politieke Filosofie aan Universiteit Leiden en Radboud Universiteit te Nijmegen; Hon. Professor aan de Universidade Lusófona te Lissabon; en Faculty Fellow in European Philosophy, The Queen’s College, Oxford University; Prof. Dr B.A.G.M. (Bart) Tromp (1944-2007), bijzonder hoogleraar Departement Politieke Wetenschappen, Universiteiten van Amsterdam en Leiden; tevens verbonden aan het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, Den Haag.

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

43 GGU


VON LAUN LEZING (Jaarrede ter ere van de stichting van het eerste onderzoekscentrum van de GGU, het Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica met de Bibliotheca Launiana in 1995, aanvankelijk te Leeuwarden.) Von Laun Lezing 2002 Tegen de Waarheid in de Politiek / F.R. Ankersmit Von Laun Lezing 2003 Neergang van de Democratie? / Bart Tromp (✝) Von Laun Lezing 2004 Over het Toetsen van Wetten aan de Grondwet. Een Blik op de Kern van de Democratie / Sybrand van Haersma Buma Von Laun Lezing 2005 Politieke Filosofie en Westerse Democratie / S.W. Couwenberg (N.B. In 2006 was er geen Von Laun Lezing in verband met de verhuizing van het Instituut van Leeuwarden naar Deventer) Von Laun Lezing 2007 Hegel en de Vrijheid in Europa / D.H.M. Meuwissen Von Laun Lezing 2008 De Dubbele Waarheid van de Geert Grote Universiteit / J.D.J. Buve Von Laun Lezing 2009 ‘Kerk en Staat op zoek naar een Modus Vivendi’ / Hein Pieper (ter vervanging van een door ziekte gevelde J.M.M. de Valk) (N.B. De geplande Von Launlezing 2010 vond geen doorgang, doordat een trein- ramp de komst van de Britse filosoof G.E. Lock uit Oxford belette) Von Laun Lezing 2011 Launs Kampf gegen den Positivismus im Recht: seine Lehre von der Autonomie des Rechts / Rainer Biskup (Laun-biograaf) Von Laun Lezing 2012 De Waarheid, niets dan de Waarheid. Over de Ethische en Maatschappelijke Functie van de Universiteit / Marc Vervenne (Ererector KU Leuven) Von Laun Lezing 2013 De Blinddoek van Vrouwe Justitia. Over de Juridische Werkelijkheid / A.Q.C. Tak Von Laun Lezing 2014 Over de Metafysische Behoefte in de Mens / Guido Vanheeswijck Von Laun Lezing 2015 De Dubbele Waarheid in onze Hersenen / Arie Bos Von Laun Lezing 2016 ‘Gezond Verstand en Ratio: Ethiek en Wetenschap’ / Herman De Dijn (eerste te Kampen gehouden Von Laun Lezing).

UITGEVERIJ EN PERIODIEK De Universitaire Pers (DUP) De Nieuwe Merkuur. Tijdschrift voor Reflexieve Serendipiteit Hoofdredacteur: S.B.A. Buve Secretaris Redactieraad: K.S. Wijnsma

UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK BIBLIOTHECA LAUNIANA College van Custodes Librorum Mw drs F. (Fokkelien) von Meyenfeldt, Custos-Praeses G.T. (Gulliver) Buve, B.Ec.; Drs S.B.A. (Sybrand) Buve, Custodes Mw Drs J.A. (Janny) Steenge, Hoofd Bibliotheekzaken Drs H. (Herman) Starink, Adjunct-bibliothecaris en archivaris (Marten) Nap, Medewerker van verdienste Bibliotheekmedewerkers: Mw H. (Hetty) van Dijk; Mw Mr A. (Tonni) van Elk-Valkenburg; Dr N.J. (Nico) van Hoboken; Mw Mr E. (Eva) Šimánková

44

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


Universitaire Boekbinderij: G.A.J. (Gerard) Busch, Hoofd; Mw L. (Linda) Garritsen; J. (Joop) Soesbergen

Grote Erflaters van de Bibliotheca Launiana: Naamgever: Prof. Dr R.F.A. (Rudolf) von Laun (1882-1975), rechtsfilosoof, hoogleraar Staats- en Volkenrecht en Rector Universiteit van Hamburg; schenkingen door toedoen van diens zoon Dr O.R. (Otto) von Laun (1915-2000), volkenrechtsgeleerde en advocaat te Ahrensburg (D) CDA, Wetenschappelijk Instituut, bibliotheek Kuyperhuis te ‘s-Gravenhage Congregatio Missionis (Paters Lazaristen), bibliotheek Studiehuis te Nijmegen Ostkirchliches Institut, Würzburg Sint-Willibrordsabdij (Kasteel Slangenburg), Doetinchem. Dr J. (Hans) Boland (1951-), slavist, oud-docent Universiteit van Sint-Petersburg, Poesjkin-vertaler en laureaat Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2015, Amsterdam / Jakarta Drs J. (Johan) Bouwmeester Djzn (1936-), theoloog en eigenaar van Antiquariaat Lomonosov voor Middenen Oost-Europese boeken te Deventer Mw Drs M.A.M. (Margreet) van Brink (1926-2011), historica, neerlandica en slaviste; eerste lerares Russisch van Nederland, Alexander Hegius Lyceum te Deventer Dr T.A. (Tom) Eekman (1923-2012), slavist, Tolstoj-vertaler en (samen met Karel van het Reve) mede-oprichter van het Rusland Instituut te Amsterdam Drs P.L. Eggermont (1934-), Schalkhaar, oud-docent Nederlands aan het toenmalige Geert Groote College (GGC) te Deventer Dr L.E. (Louk) Fleischhacker (1936-2006), wiskundige en filosoof aan de Universiteit Twente en eerste voorzitter van het Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica Prof. Ir H.M. (Henk) Goudappel (1930-), em. buitengewoon hoogleraar Stedebouwkundige Planologie, TU Delft, en mede-oprichter adviesbureau Goudappel Coffeng te Deventer Dr H. (Hans) Hamburger (19-), slavist, Rijksuniversiteit Groningen Prof. Dr C. (Christian) Hannick (1944-), Trier, em. hoogleraar Oude Slavistiek, Julius-Maximilians-Universität Würzburg Prof. Dr A.G.F. (André) van Holk (1924-2010), hoogleraar Slavische Taal- en Letterkunde, Rijksuniversiteit Groningen Prof. J.H.A. (Jan) Hollak (1915-2003), hoogleraar Wijsbegeerte, Universiteit van Amsterdam en Katholieke Universiteit Nijmegen Prof. Dr A.Th. (Arend) van Leeuwen (1918-1993), predikant en hoogleraar Theologie van het Maatschappelijk Handelen aan de KU Nijmegen; auteur van De Nacht van het Kapitaal Dr P. (Peter) Lehmann (1940-), historicus en germanist, Olching (Freistaat Bayern) Prof. Mr Dr D.H.M. (Damiaan) Meuwissen (1936-), Amsterdam, emeritus hoogleraar Staatsrecht en Rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen en mede-oprichter van de meertalige, Europese Hanse Law School Prof. Dr J.W. (Jan) Stoop (1929-), arts, oud-geneesheer-directeur van ‘Het Wilhelmina Kinderziekenhuis’ en em. hoogleraar Kindergeneeskunde, Universiteit Utrecht; en Mw Dr P.W.Th. (Nelleke) Stoop-van Paridon (1923-), Bilthoven Prof. J.M.M. (Koos) de Valk (1927-2012), hoogleraar Sociale Filosofie, Erasmus Universiteit Rotterdam, en Doktorvater van Jeroen Buve.

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

45 GGU


Plattegrond BEGANE GROND

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

61 GGU


Plattegrond 1e etage

62

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU


Plattegrond 2e etage

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021

63 GGU


Colofon Tekst College van Bestuur GGU. Foto’s Pagina 4: raam in het Rijksmuseum Amsterdam Pagina 27: Dr. Rainer Biskup (Hamburg) houdt de Von Laun Lezing 2011 in de Bibliotheca Launiana te Deventer (Foto: Ronald Damen). Overige foto’s: interieur van de voormalige Theologische Hogeschool te Kampen Vormgeving / fotografie Bert Theelen / Chroma grafisch ontwerp

CoNTACT geertgrote-univ.nl facebook.com/geertgrote IBAN NL85 RABO 0124 1630 84 t.n.v. Stichting Geert Grote Universiteit te Deventer. Giften zijn fiscaal aftrekbaar. Sandrasteeg 8 7411 KS Deventer 0570 600 134 info@geertgrote-univ.nl

© 2016 Geert Grote Universiteit

NOTA BENE DEZE BROCHURE IS EEN INTERN DOCUMENT VAN DE GGU. ZE IS NIET TE KOOP, MAAR UITSLUITEND BESTEMD VOOR INDIVIDUEN EN PARTIJEN DIE OVERWEGEN TE INVESTEREN IN DIT PROJECT. AAN DE INHOUD KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND. 64

GGU Ondernemingsplan 2016 - 2021 GGU

160803gguondernemingsplan deel lr enkel  

Just to get the feel of it.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you