Issuu on Google+

Veiligheid en kwaliteit voor kinderen Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014


Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

lees je dit document via issuu klik dan op dit icoon voor single page view

uitleg knoppen bezoek een webpagina bekijk een bijlage lees verder waar je gebleven was

2

Hoofdstuk 1 Jeugdzorgstelsel 2014


voorwoord p 3

Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

inleiding p 4

1 2 3 4 5

jeugdzorgstelsel 2014 p 4

BJAA p 4

omgaan met camlamiteiten p 4

aanpak wachtlijsten p 4

Transitie jeugdzorg p 4

6

factsheets


Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

Voorwoord Op 1 januari 2015 treedt de nieuwe Jeugdwet in werking. In deze Jeugdwet worden gemeenten verantwoordelijk voor onder andere de Jeugdzorg. Tot de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg door middel van wetgeving door het Rijk wordt overgedragen aan gemeenten is het Dagelijks Bestuur van de Stadsregio Amsterdam onder de huidige Wet Jeugdzorg verantwoordelijk voor een goede uitvoering van de jeugdzorg in 2014. Het is evident dat de kwetsbare kinderen die jeugdzorg nodig hebben, geholpen moeten worden en dat daarbij de kwaliteit van zorg én de veiligheid van de kinderen voorop staat. Cliënten binnen de jeugdzorg mogen geen hinder ondervinden van de ‘verbouwing’ die plaatsvindt, maar moeten merken dat er door alle betrokken partijen hard gewerkt wordt aan het verbeteren van de zorg. De bestuurlijke en inhoudelijke verantwoordelijkheden en opgaven bij de uitvoering van de jeugdzorg in 2014 en de kansen voor verbeteringen worden in dit overdrachtsdocument beschreven.

4

Voorwoord


Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

inleiding Op 1 januari 2015 treedt de nieuwe Jeugdwet in werking. In deze Jeugdwet worden gemeenten verantwoordelijk voor onder andere de Jeugdzorg. Naast alle inspanningen van de Stadsregio Amsterdam en gemeenten in het kader van de transitie naar de nieuwe Jeugdwet blijft het Dagelijks Bestuur van de Stadsregio tot en met 31 december 2014 eindverantwoordelijk voor uitvoering van de huidige Wet op de Jeugdzorg. In dit overdrachtsdocument is beschreven hoe hiermee wordt omgegaan. In hoofdstuk 1 wordt uiteengezet welke bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden de Stadsregio onder de huidige Wet op de Jeugdzorg. In hoofdstuk 2, 3 en 4 wordt ingegaan op de wijze waarin de Stadsregio Amsterdam in 2014 uitvoering geeft aan de jeugdzorg. De door de Stads-

Veiligheid

regio Amsterdam gesubsidieerde zorgaanbieder en Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (hierna: BJAA) komen aan de orde inclusief de meest relevante thema’s in 2014. Hoofdstuk 5 is een toelichting op de ontwikkelingen en de al jarenlange inzet van de Stadsregio en gemeenten op het welslagen van de transitie Jeugdzorg. Tenslotte biedt hoofdstuk 6 een overzicht van de financiën. De titel van dit overdrachtsdocument is Veiligheid en kwaliteit voor kinderen. Het transitieproces is een ingewikkeld en langdurig proces, waarbij de veiligheid van kinderen niet in het geding mag komen. In het afgelopen jaar zijn er om die reden instrumenten ontwikkeld waarmee die veiligheid nauwlettend in het oog gehouden kan worden.

is de veiligheid van kinderen benoemd als belangrijke peiler bij het ontwikkelen van visie op de jeugdzorg door gemeenten.

le instellingen..Spirit, BJAA en de afdeling pleegzorg van de William Schrikker Groep hebben een presentatie gegeven over de aanbevelingen van de Commissie Rouvoet en de wijze waarop instellingen daarmee Veiligheid in tehuizen en bij pleeggezinaan de slag zijn gegaan om de veiligheid nen Sinds het rapport van de commissie Samson van kinderen beter te kunnen garanderen. over de veiligheid van kinderen in jeugdzor- De Regioraad heeft uitdrukkelijk haar eigen ginstellingen is er in de Regioraad regelma- verantwoordelijkheid benoemd en zet de verscherpte screening van pleeggezinnen bintig aandacht besteed aan de veiligheid van kinderen in de pleeggezinnen en residentie- nenkort weer op de agenda.

de jeugdzorginstellingen dit instrument aan de portefeuillehouders jeugdzorg van De transitie betekent een enorm veranderings­traject voor de Stadsregio Am- de Stadsregio. De grote meerwaarde van sterdam de instellingen en de gemeentes. dit instrument is dat er een gezamenlijke De veiligheid van kinderen mag daarbij niet ‘taal’ is, als er wordt gesproken over verhoogde risico’s op kindermishandeling. De in het geding komen. portefeuillehouders hebben de aanbeveling van de jeugdzorginstellingen overgeRisico op kindermishandeling nomen en zullen de LIRIK, als middel om De LIRIK is het Licht Instrument Risico Inschatting Kindermishandeling. Op 15 fe- het te hebben over veiligheid van kinderen, overnemen bij de transitie. Daarmee bruari 2013 presenteerde BJAA namens

5

Inleiding


1

jeugdzorgstelsel 2014 Wet op Jeugdzorg

Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

1.1. Huidig jeugdzorgstelsel: Wet op de jeugdzorg.

Het Dagelijks Bestuur van de Stadsregio Amsterdam is tot 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdzorg in de stadsregio

Op 1 januari 2005 is de Wet op de Jeugdzorg’ingegaan. De wet regelt de aanspraak op, de toegang tot en de bekostiging van jeugdzorg. De zorg voor en de ondersteuning van jeugd en gezin is ondergebracht in verschillende wettelijke kaders. Gemeenten, provincies en de stadsregio’s Amsterdam, Rotterdam en Haaglanden, zorgverzekeraars, zorgkantoren en het

6

Rijk dragen elk afzonderlijk én gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de zorg voor jeugd. Er zijn verschillende toegangen, meerdere bestuurslagen en dito financierings- en verantwoordingssystemen. Na het in werking treden van de Jeugdwet zullen deze ingrijpend veranderen. De verantwoordelijkheden van overheden en zorgverzekeraars worden dan zoveel mogelijk gedecentraliseerd. http://www. voordejeugd.nl/images/pdf/Hoofdlijnen_Jeugdwet_09_2013.pdf

Hoofdstuk 1 Jeugdzorgstelsel 2014


regioraad

Ambtelijk adviseur Portefeuillehouder Jeugdzorg

dagelijks bestuur portfefeuillehouder jeugdzorg

Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

agendacommissie

Ambtelijk team jeugdzorg portefeuillehouders overleg jeugdzorg

ambetelijk overleg gemeenten en stadregio

[Organogram van het jeugdzorgstelsel en de daarbij onderscheiden verantwoordelijkheden is als bijlage bij dit document gevoegd. Zowel oude als nieuwe situatie]

7

Hoofdstuk 1 Jeugdzorgstelsel 2014


Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

Bestuurlijke inrichting Zorg voor jeugd: Nu en na decentralisaties

Gemeenten zijn op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de Wet Publieke Gezondheid (Wet PG) verantwoordelijk voor het preventieve jeugdbeleid, opvoed- en gezinsondersteuning en de jeugdgezondheidszorg; Na de decentralisatie worden gemeenten verantwoordelijk voor alle zorg voor minderjarigen. Dat geldt zowel voor opvoedondersteuning (Centra voor Jeugd en Gezin, CJG, de (gesloten) jeugdzorg, jeugd-ggz, zorg voor licht verstandelijk beperkten, jeugdbescherming en -reclassering. Voor gemeenten is 2014 het invoeringsjaar omdat de wet op 1 januari 2015 in werking treedt. Gemeenten hebben via Regionale Transitiearrangementen afspraken gemaakt met aanbieders voor de inkoop van zorg in 2015. De veranderingen gelden niet alleen voor de jeugdzorg. Vanaf 2015 krijgen gemeenten ook meer verantwoordelijkheden voor het ondersteunen van mensen met een beperking, zoals mensen met een psychiatrische ziekte of verstandelijk gehandicapten. De gemeenten moeten ook zorg en ondersteuning leveren voor zaken die mensen niet zelf kunnen regelen en betalen. Voor begeleiding doen burgers nu nog een beroep op de Algemene Wet Bijzondere Bijstand (AWBZ), maar vanaf 2015 moeten ze daarvoor naar het WMO-loket van de gemeente.

Provincies en Stadsregio’s zijn verantwoordelijk voor zorg en bescherming op grond van de Wet op de jeugdzorg en voor de jeugdreclassering. (Bureau Jeugdzorg noemen.) De provinciaal gefinancierde jeugdzorg omvat een hulp, verblijf en observatievoorzieningen voor kinderen en ouders met opgroei- en opvoedingsproblemen. Dit betreft de vrijwillige hulpverlening aan ouders en kinderen, maar ook de verplichte zorg voor jongeren die bescherming nodig hebben door middel van (gezins)voogdij of die in contact zijn gekomen met het jeugdstrafrecht. Na invoering van de Jeugdwet zijn provincie en Stadsregio’s niet langer verantwoordelijk voor de Jeugdzorg. Zorgverzekeraars zijn op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) verantwoordelijk voor de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen (j-ggz) met psychiatrische problemen; Zorgkantoren zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en dragen zorg voor zorg aan (licht) verstandelijk gehandicapte jongeren, begeleiding en zorg aan jeugdigen die behoefte hebben aan langdurige (=langer dan één jaar) psychiatrische zorg, maar ook begeleiding bij dyslexie. In het nieuwe jeugdstelsel wordt de jeugd-ggz gedecentraliseerd. Dat wil zeggen dat de psychiatrische zorg

8

voor jongeren die nu is geregeld vanuit de Zorgverzekeringswet en de AWBZ, de WMO, het Bureau Jeugdzorg (BJZ), de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) en de Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (WvGGZ), de jeugdbescherming en het jeugdstrafrecht, wordt overgehelveld naar de Jeugdwet. De verantwoordelijkheid voor de jeugd-ggz komt bij de gemeenten te liggen. Zij gaan onder andere sturen op kwaliteit, toegankelijkheid, cliëntgerichtheid en betaalbaarheid van deze vorm van jeugdhulp. Het Rijk is stelselverantwoordelijk en is verantwoordelijk voor de financiering en aansturing van de gesloten jeugdzorg en justitiële jeugdinrichtingen. Dat blijft zo na de decentralisatie. De betrokken Ministeries zijn het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Ministerie van Veiligheid en Justitie (J&V). Het Rijk moet de noodzakelijke randvoorwaarden creëren en blijft verantwoordelijk voor de financiering en aansturing van de justitiële jeugdinrichtingen (strafrecht). Jeugdzorgplus (civiel recht, voor jongeren met ernstige gedragsproblemen) valt in de Jeugdwet onder verantwoordelijkheid van gemeenten. De ministers kunnen, wanneer zij ernstige tekortkomingen in de uitvoering van de wet vaststellen, een aanwijzing aan het college geven.


Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

1.2 De jeugdzorg in de stadsregio Amsterdam nader bekeken. Verantwoordelijkheden en taken Stadsregio Amsterdam in 2014. De Stadsregio is als bestuursorgaan tot invoering van de nieuwe Jeugdwet verantwoordelijk voor de planning en financiering van de jeugdzorg. De Stadsregio Amsterdam is gebaseerd op de in 2004 gewijzigde Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Het is een niet-vrijblijvend samenwerkingsverband tussen zestiengemeenten. De kerngemeenten hierbinnen zijn Amsterdam, Purmerend en Zaanstad (beide deel uitmakend van de regio Zaanstreek/Waterland) en Amstelveen en Haarlemmermeer (beide deel uitmakend van de regio Amstelland/Meerlanden).

In 2014 is een bedrag van 210 miljoen

De Stadsregio ontvangt jaarlijks een doeluitkering van de rijksoverheid. Voor 2013 was dat bedrag € 213.367.514,. Voor de doeluitkering 2014 heeft het Rijk een beschikking gestuurd van ca € 210.362.928,- Daarvan is € 71.323.441,- bestemd voor de justitietaken van een landelijk werkende instelling waarvoor de Stadsregio penvoerder is: de William Schrikker Groep (WSG) De WSG biedt ook de functie Pleegzorg dat door de afzonderlijke Provincies en Stadsregio’s wordt gefinancierd. ( Rompbegroting 2013 en 2104 en RUP 2014)

9

Portefeuillehouder De verantwoordelijk portefeuillehouder jeugdzorg is lid van het Dagelijks Bestuur van de Stadsregio. De portefeuillehouder laat zich adviseren door het portefeuillehoudersoverleg jeugdzorg, bestaande uit de wethouders Jeugd van de zestien regiogemeenten en drie vertegenwoordigende dagelijkse bestuurders namens de stadsdelen. Een ambtelijk team jeugdzorg is belast met de beleidsvoorbereiding en - uitvoering. Een en ander is kort samengevat in een stadsregionaal organigram. Bureau Jeugdzorg De Stadsregio Amsterdam subsidieert één Bureau Jeugdzorg, het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA), dat de jeugdbescherming en de jeugdreclassering uitvoert. BJAA is het centrale aanmeldingspunt voor de jeugdzorg en verantwoordelijk voor de uitvoering van de voordeurfuncties aanmelding, opbouwen diagnostisch beeld, indicatiestelling en outreachend werken op verzoek van derden. BJAA stelt bij ernstige opvoed- en opgroeiproblematiek indicaties voor geïndiceerde jeugdzorg. Tevens indiceert BJAA bij ernstige psychische/ psychiatrische problematiek voor hulp vanuit de geestelijke gezondheidszorg en voor hulp aan licht verstandelijk gehandicapten tot 18 jaar krachtens de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Ook het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en de Kindertelefoon zijn onderdeel van het BJAA. Bekijk factsheet.

Hoofdstuk 1 Jeugdzorgstelsel 2014


Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

Het beleidskader van de stadsregionale jeugdzorg is het Regionaal Beleidskader Jeugdzorg 20132013 Stadsregio Amsterdam. Jaarlijks is er ook een beleidsplan, het Regionaal Uitvoeringsplan Jeugdzorg (RUP). In de het laatste RUP van 2014 zijn opgenomen de gemeentelijke

Het RUP 2014 geeft uitvoering aan onderstaande uitgangspunten zoals die in het beleidskader 2013 – 2014 zijn benoemd. • Het bevorderen van de inzet van Eigen Kracht Conferenties (EKC). Jeugdzorg wordt bij voorkeur ingezet ter realisatie van een plan dat een gezin samen met een netwerk van relevante personen heeft opgesteld. De ondersteuning van een onafhankelijke ondersteuner is hierbij belangrijk. • De invoering van Generiek Gezinsgericht Werken (GGW) door BJAA: de problemen van een kind worden in samenhang gezien met die in het gezin. Een gezin = een plan. Regionaal uitvoeringplan Jeugdzorg 2014 • Inzet van specifieke kennis en kunde vanuit de De Stadsregio brengt eens per vier jaar een bejeugdzorg naar scholen en Ouder Kind Centra leidskader jeugdzorg uit. (OKC). Vanwege de komende veranderingen loopt het • Multifocale zorg: zorg die vanuit meerdere dohuidige kader van 2013 tot en met 2014. In 2013 is meinen samenhangend wordt ingezet. op basis van dit beleidskader een Regionaal Uit• Indien uithuisplaatsing nodig is, worden kindevoeringsplan Jeugdzorg (RUP) 2014 uitgebracht. ren bij voorkeur in het eigen netwerk opgevanHet RUP 2014 bouwt vooral verder op het in voorgen en anders in een regulier pleeggezin. Resigaande jaren ingezette beleid, dat is terug te vindentiele opvang alleen als het écht moet; den op de website van de Stadsregio Amsterdam. Gezien de voorgenomen invoering van de nieuwe • De transitie biedt aanzienlijke kansen tot verbeteren als deze met een open mind tegemoet Jeugdwet per 01-01-2015 is dit het laatste RUP dat wordt getreden. Dit geldt voor alle betrokken uitgebracht wordt onder verantwoordelijkheid van partijen, inclusief uitvoerende professionals; de Stadsregio. Hierin zijn opgenomen de gemeen(wat wil je hier zeggen? Beetje vaag maar laat telijke uitvoeringsprogramma’s van de gemeenten maar zo ) en de regionale transitiearrangementen. • Continuïteit van zorg in de transitiefase moet www.stadsregioamsterdam.nl /jeugd geborgd. Kinderen en gezinnen mogen geen hinder ondervinden van de transitie en moeten verbetering merken; Instellingen De Stadsregio Amsterdam subsidieert daarnaast stadsregionaal werkende jeugdzorgvoorzieningen op het gebied van hulp, verblijf en observatie: Altra, Spirit, MOC ’t Kabouterhuis, de Bascule, HVO-Querido, WSG-pleegzorg en de |Hoenderloo-groep Zij bieden krachtens de Wet op de Jeugdzorg op indicatie zorg aan jeugdigen met ernstige opgroei- en opvoedproblematiek. De Opvoedpoli ontvangt een bijdrage aan gemaakte kosten voor geleverde jeugdzorg in combinatie met jeugd-ggz.

10

Hoofdstuk 1 Jeugdzorgstelsel 2014


Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

• Procedures zijn zo eenvoudig mogelijk zodat de • De Stadsregio Amsterdam is samen met het Rijk en de gemeenten verantwoordelijk voor regeldruk verminderd wordt. de transitie zo goed mogelijk te laten verlopen. • Bij de beleidsinformatie ligt de focus op het In dit kader ondersteunt het Dagelijks Bestuur meten van de gerealiseerde doelen. en cliëntgemeenten onder andere door hun opdrachttevredenheid. In het kader van de transitie zal geverschap binnen de verantwoordingssystemoeten worden bezien welke beleidsinformatie matiek mogelijk te maken. na 2015 gewenst is.

Het uitgaan van de kracht en het zelfoplossend vermogen van een gezin is een van de belangrijkste uitgangspunten bij

1.2. De zorgaanbieders De door Stadsregio Amsterdam gesubsidieerde instellingen voor Jeugd en Opvoedhulp (J&OH, de zorgaanbieders) richten ook in 2014 hun zorg in op basis van het inkoopadvies van BJAA en de hierboven benoemde beleidsuitgangspunten. De gedachtegang is dat de hulp zo laagdrempelig

Altra biedt schoolmaatschappelijk werk, hulp en trainingen voor ouders, kinderen en jongeren, intensieve gezinsbegeleiding, hulp aan jonge moeders. [## link factsheet] Bascule verleent hulp aan kinderen, jongeren en hun gezinnen wanneer er sprake is van psychische problemen. Zowel ambulante hulp, dag- of deeltijdbehandeling en indien nodig dag-en-nachtbehandeling. [## link

11

mogelijk en, zoveel mogelijk in de omgeving van het jonge kind zelf moet worden gegeven. Dat kan thuis zijn, maar ook op het kinderdagverblijf of op school. Er wordt steeds beter samengewerkt met overige partners in het veld om dit voor elkaar te krijgen. Voor de zorgaanbieders die wat meer naar binnen gericht waren, is dit een hele omslag geweest.

HVO-Querido ondersteunt jongeren in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar die de overgang van thuis naar op jezelf wonen niet zelfstandig kunnen maken. Daarnaast ook specifieke voorzieningen voor jonge moeders. [## lin MOC Kabouterhuis verleent hulp aan (ouders en opvoeders van) kinderen van 0-7 jaar met complexe problemen en ernstige achterstanden in hun ontwikkeling. [## link

Spirit geeft jeugd- en opvoedhulp aan gezinnen, aan jongeren, op scholen, ondersteunt professionals van diverse organisaties, biedt pleegzorg en residentiele zorg voor diverse doelgroepen in alle zestien gemeentes van de Stadsregio. [## De Hoenderloogroep: residentiele behandeling van jongeren met complexe problemen. GGZ-zorg, onderwijs /arbeidsintegratie en vrijetijdsactiviteiten. [## link

Hoofdstuk 1 Jeugdzorgstelsel 2014


Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

De Stadsregio heeft een subsidierelatie met zeven jeugdzorgaanbieders

Alle zorgaanbieders werken met een gezinsplan dat in samenspraak met het gezin en het netwerk daaromheen wordt opgesteld. De inzet van netwerkpleegzorg verdient de voorkeur als er een beroep moet worden gedaan op pleegzorg. De residentiële capaciteit is alleen beschikbaar voor kinderen voor wie er geen andere oplossing is: zij worden alleen geplaatst als het écht niet anders kan. De duur van verblijf is teruggeschroefd doordat ernstige problematiek vroeger gesignaleerd wordt, bijvoorbeeld op kinderdagverblijven en voorscholen. Het MOC Kabouterhuis, de zorginstelling die hulp biedt aan jonge kinderen met ernstige gedragsstoornissen, biedt daardoor minder dagbehandeling en meer ambulante ondersteuning. www.jeugdhulpwijzer.nl Eigen Kracht-conferenties (EKC). De Stadsregio Amsterdam is in 2006 gestart met financiering van Eigen Kracht Conferenties (EKC). Sindsdien is het aantal Eigen Kracht Conferenties toegenomen van 40 per jaar tot iets meer dan 500 conferenties per jaar in 2013. Een Eigen Kracht Conferentie geeft mensen de mogelijkheid om zelf, samen met familie, vrienden en andere bekenden, tijdens een of twee bijeen-

12

komsten een plan te maken voor de oplossing van de problemen in het gezin. Een onafhankelijke coördinator helpt de EKC voor te bereiden en uit te voeren. Deze coördinator is verbonden aan de Eigen Kracht Centrale. De Eigen Kracht-coördinator is geen hulpverlener en is niet in dienst bij een hulpverlenende instantie. Elke instantie, ieder gezin kan het initiatief nemen voor een Eigen Kracht Conferentie. De verantwoordelijkheid voor de oplossing komt vanuit de familie en alle belangrijke mensen daaromheen. De gemaakte plannen zijn leidend voor de hulpverlening. Deze bijzondere aanpak is erop gericht om de mensen waar het om gaat zelf de verantwoordelijkheid te laten behouden voor de oplossing van gezinsproblematiek. Op deze wijze wordt voorkomen dat mensen al te zeer afhankelijk worden van hulpverlening en overheid. Deze aanpak vraagt van betrokken professionals als basishouding de oplossingen die het netwerk zelf bedenkt te respecteren. Er zijn zeer goede ervaringen met EKC’s. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de instroom in de jeugdzorg als gevolg van EKC met 60% afneemt. http://www.eigen-kracht.nl/nl

Hoofdstuk 1 Jeugdzorgstelsel 2014


Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

In de stadsregio is veel aandacht besteed aan het terugdringen van het gebruik van verblijf in residentiele jeugdzorg.

1.3 Enkele relevante cliëntcijfers (trend 2009 – 2013) over de jeugdzorg in de stadsregio. Kerncijfers zorgaanbod 2010 t/m 2012: de gerealiseerde beëindigde zorgactiviteiten instelling

prognose 2013

realisatie 2012

realisatie 2011

Altra

2.635

2.873

2.784

Bascule

84

89

71

HVO-Querido

43

40

33

MOC

In 2012 waren er meer dan 8000 unieke cliënten die gebruik maakten van een jeugdzorgaanbod.

1.480

966

786

Spirit

3.379

4.862

5.196

WSP

-

-

-

Hoenderloo

-

-

-

TOTAAL

7.621

8.830

8.870

Bron prognose 2013: beschikkingen 2013. Er zijn geen vergelijkbare gegevens over WSP en Hoenderloo. Ter voorkoming van onnodige bureaucratie is het registratiesysteem van deze voorheen landelijke aanbieders van hen overgenomen. [# linken naar Jaarrapportage 2013 en RUP 2014] Toelichting In 2012 zijn er in totaal vrijwel evenveel zorgactiviteiten beëindigd als in 2011. Per instelling zijn er wel verschillen. Bij het MOC is een toename in beëindiging van 23% toe te wijzen aan een verandering van het pro-

13

gramma Dagbehandeling. Hierdoor kunnen veel meer kinderen van dit programma gebruik maken. Bij Spirit is de daling in beëindigde zorgactiviteiten van 6% toe te schrijven aan een omvangrijk ombouwprogramma van het residentiële aanbod.

Aantal unieke cliënten in jeugdzorg in periode 2007 t/m 2012 2007

2008

2009

2010

2011

2012

5.942

6.689

7.216

7.436

7.955

8129

Toelichting De stijging van het aantal unieke cliënten in de laatste 2 jaar is toe te schrijven aan het eerder inzetten van ambulante jeugdzorgprogramma’s om de instroom in de dure verblijfsvormen van jeugdzorg terug te brengen. Dit resultaat is te zien in de afname van de wachtlijst voor verblijf. ( moet deze zin erbij?) Uitzonderingen. Voor sommige kinderen is maatwerk nodig en vaak kan deze (uitzonderlijke) zorg alleen maar gevonden worden bij organisaties waar de Stadsregio Amsterdam geen subsidierelatie mee heeft. Voor de inkoop van die zorg heeft de Stadsregio Amsterdam een afspraak met BJAA dat als zij de zorg noodzakelijk achten, de Stadsregio Amsterdam dit zal financieren.

Hoofdstuk 1 Jeugdzorgstelsel 2014


Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

Budgetten zorgaanbieders Instelling

Budget 2014*

Altra

5.994.485

Bascule- TGV

2.088.122

HVO-Querido

552.177

MOC Kabouterhuis

8.374.785

Spirit

32.457.365

WSP*

1.376.262

Plureyn- Hoenderloo

2.600.616

Joods Maatschappelijk Werk

248.573

Stelpost stuurbudget Jeugdzorg**

15.029.040

* Cf.(?) Rompbegroting in RUP 2014. ** De stelpost stuurbudget wordt medio 2014 beschikbaar gesteld aan de zorgaanbieders, afhankelijk van ontwikkelingen in de vraag.

1.3. Het Penvoerderschap: William Schrikkergroep en Joods Maatschappelijk Werk Een van de lacunes in de huidige wet is de subsidierelatie met de landelijk werkende instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. De provincies hebben gezamenlijk

14

afgesproken zogenaamde penvoerders aan te wijzen. De Stadsregio Amsterdam is penvoerder voor de William Schrikker Groep (WSG) Jeugdbescherming/Jeugdreclassering en het Joods Maatschappelijk Werk (JMW). De WSG voert circa 20% van alle jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen in

Hoofdstuk 1 Jeugdzorgstelsel 2014


Nederland uit. Op landelijk niveau gaat het om 8.500 jeugdigen in jeugdbescherming, 1.300 jeugdigen in jeugdreclassering en 1.500 jeugdigen in pleegzorg. (Is SRA penvoerder landelijk of alleen voor zaken in stadsregio?)

Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

Het aantal maatregelen van de WSG in de Stadsregio zelf was, op 31-12-2012: Aantal ondertoezichtstellingen 809 Aantal voogdijmaatregelen 123 Aantal jeugdreclasseringmaatregelen 293 Aantal jeugdigen in pleegzorg 169

De stadsregio is landelijk penvoerder voor JMW en WSG.

De WSG voert (sinds?) vanuit zogenaamde Vliegwielgelden (?) het meerjarenprogramma Door Ontwikkeling Delta uit. Dit programma stelt de veiligheid van kinderen centraal, werkt vanuit partnerschap met ouders en netwerk, kent een planmatige, creatieve aanpak en werkt constructief samen met gemeentelijke hulpinstanties. De eerste resultaten zijn veelbelovend: het percentage uithuisplaatsingen is 30% lager dan voorheen. De WSG jeugdbescherming en jeugdreclassering werkt in het kader van de transitie samen met BJAA. Een van de afspraken is dat ook de WSG gezinsgericht zal werken zodat er bij overdracht geen breuk in het casemanagement voor het gezin en de samenwerkingspartners zit. Het JMW laat haar maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren door de WSG. Deze samenwerking is historisch gegroeid aangezien omdat beide landelijke instellingen zijn.

15

William Schrikkergroep levert: gespecialiseerde hulpverlening ten behoeve van de doelgroep op het grensvlak van jeugdzorg en gehandicaptenzorg.. Jeugdbescherming en jeugdreclassering, pleegzorg en gezinshuizen. [## link naar bijlage: factsheets] JMW richt zich op de individuele jongeren van 0-18 jaar met een Joodse achtergrond en hun ouders en opvoeders. Biedt preventie, licht ambulante hulpverlening, hulp bij psychosociale en complexe (tweede en derde generatie) problematiek. Bij zwaardere opvoedingsproblematiek wordt samengewerkt met WSG jeugdbescherming en pleegzorg.

Hoofdstuk 1 Jeugdzorgstelsel 2014


factsheet 4

[## link naar bijlage: factsheets]

maatregelen jeugdbescherming

Overdrachtsdocument Jeugdzorg Stadsregio Amsterdam 2014

Ondertoezichtstelling (ots) De minst vergaande en meest voorkomende maatregel van kinderbescherming is ondertoezichtstelling. De reden van deze maatregel is dat een kind in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de ouders er niet in slagen deze bedreiging af te wenden. De kinderrechter spreekt de ots uit om de veiligheid van het kind te waarborgen en om hulp en steun te verlenen aan ouders en kinderen, om de band tussen ouders en kinderen te herstellen en om een betere opvoedingssituatie te creëren. De rechter legt de ondertoezichtstelling op voor maximaal een jaar. Dat betekent voor het gezin dat er een gezinsvoogd wordt toegewezen die de problemen met het gezin gaat aanpakken.

Voorlopige ondertoezichtstelling Wanneer er nog te weinig informatie is om een ondertoezichtstelling te onderbouwen, maar het belang van het kind toch direct ingrijpen vereist, kan de rechter een kind voorlopig ondertoezicht stellen. Een gezinsvoogd wordt aan het gezin toegewezen die (voorlopig) alleen de meest urgente zaken aanpakt. De ouders houden daarbij het gezag over het kind, maar de rechter kan wel een machtiging tot uithuisplaatsing

geven. Een voorlopige ondertoezichtstelling duurt maximaal 3 maanden.

Ontheffing Als ouders ongeschikt of onmachtig zijn om hun plicht te vervullen hun kind te verzorgen en op te voeden, kan de rechter de ouders uit het ouderlijk gezag ontheffen. Een voogdij-instelling (meestal Bureau Jeugdzorg) krijgt dan het gezag over het kind. De praktische uitvoering van de maatregel gebeurt door een voogd.

Ontzetting Als ouders hun kind heel ernstig verwaarlozen of hun ouderschap misbruiken, kan de rechter hen uit het ouderlijk gezag ontzetten. Dit kan alleen als de ouders niet meewerken aan een oplossing voor de problemen van het kind.

Voorlopige voogdij Bij crisissituaties kan de kinderrechter een kind, voorafgaand aan de ontzetting of ontheffing, onder voorlopige voogdij van een voogdij-instelling plaatsen. (Meestal Bureau Jeugdzorg)  Daarmee draagt de rechter het gezag over aan de instelling.

16

FactsheetHoofdstuk 4 Maatregelen 1 Jeugdzorgstelsel jeugdbescherming 2014


Basis deel 1 chrisdef