Page 1

Syrische Vluchtelingen in Libanon

Christenen klem tussen regime Assad en opstandelingen Reisverslag van JoĂŤl Voordewind en Jacob Pot Fotografie Anne Paul Roukema December 2012


Voorwoord Sinds meer dan anderhalf jaar is in Syrië een conflict gaande tussen de oppositie en het Baath-regime van president Assad. Dit conflict is, vooral door het brute neerslaan van de aanvankelijk vreedzame demonstraties, inmiddels ontaard in een regelrechte burgeroorlog. Vooral sinds de zomer van 2012 is een escalatie gaande. Deze burgeroorlog heeft geleid tot een grote vluchtelingenstroom. Wellicht al 2 miljoen mensen zijn binnen Syrië ontheemd geraakt. De buurlanden van Syrië vangen nu al meer dan 300.000 vluchtelingen op. Minderheidsgroepen, zoals met name de christenen, verkeren in tijden van conflict in een bijzonder kwetsbare positie – zoals de ervaringen in Irak na de verdrijving van Saddam Hoessein eerder al hebben laten zien. De christenen onder de vluchtelingen zoeken vooral een toevlucht in Libanon. Dit is de reden dat ik met een ChristenUnie-delegatie van 15 – 19 november een bezoek bracht aan dit land, met als doel met eigen ogen en oren kennis te nemen van de situatie van de vluchtelingen en ontheemden in dit land en om in het bijzonder kennis te nemen van de positie van de christenen onder deze vluchtelingen. De reis is georganiseerd in samenwerking met World Vision, een grote hulporganisatie die zich vooral richt op noodhulp en ontwikkeling. World Vision is al meer dan 35 jaar actief in Libanon en draagt in samenwerking met onder meer de UNHCR in belangrijke mate bij aan (betere) opvang van de Syrische vluchtelingenstroom in Libanon. World Vision is in meer dan 100 landen actief en is in Libanon een van de grootste niet-gouvernementele hulporganisaties. In Libanon zijn vele gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van christenen en moslims, mensenrechtenactivisten en hulporganisaties, diplomaten en – daar was de reis met name ook voor bedoeld – vluchtelingen. Mijn dank gaat uit naar collega en reisgenoot Jacob Pot, die heeft meegeschreven aan dit verslag.

Joël Voordewind vlakbij de Syrische grens in de Beekavallei, Libanon.

2

Syrische vluchtelingen in Libanon


Libanon, land van minderheden Libanon is een bijzonder land. Het is het enige land in het Midden-Oosten waar christenen een in beginsel gelijke positie hebben als moslims. Zeker de christenen beschouwen zich niet als Arabieren, maar als afstammelingen van de Feniciërs. En, zoals ook bij de Feniciërs altijd het geval was, nog steeds zijn Libanezen handelaren bij uitstek. De christenen zijn ook in Libanon inmiddels een minderheid, maar nog altijd een grote minderheid. Libanon is nog steeds herstellende van de burgeroorlog in de jaren ‘70 en ‘80, hoewel op het punt van de wederopbouw inmiddels indrukwekkende vorderingen zijn gemaakt. Het land kent een bijzondere staatsvorm. De macht is verdeeld langs de lijnen van de geloofsopvattingen, in het bijzonder tussen de meest belangrijke groepen, te weten de Maronitische en Oosters-orthodoxe christenen, Sjiieten, Soennieten en Druzen. Andere, kleinere religieuze groepen zijn tenminste officieel erkend en gerepresenteerd in het parlement. Voor meer informatie, zie de bijlage (bron: Wikipedia). Het kleine Libanon kent veel buitenlandse invloeden, vooral van buurlanden als Syrië, Iran (via de Hezbollah) en tot op zekere hoogte Israël. Er leven veel Palestijnse vluchtelingen, vanaf 1948 al.

Syrië, de verdeelde eenheidsstaat De situatie in Syrië is al bijna even divers. Ook dat land kent, te midden van een Soennitische meerderheid, veel minderheidsgroepen, waarvan de Alawieten, waartoe president Assad behoort, nog steeds de belangrijkste is. Tot op zekere hoogte gold ook daar, ondanks de dictatuur van de Baath partij, lange tijd een zeker evenwicht tussen de groepen. Meer informatie is opgenomen in de bijlage (bron: Wikipedia). Deze balans dreigt, door de burgeroorlog in Syrië, zowel daar, als in Libanon en misschien wel verder, op ingrijpende wijze doorbroken te worden. Het Syrische regime steunt op de Alawieten, een van oorsprong sjiitische groepering, die in de jaren ‘70, na tijden van achterstelling, via de machtsgreep van Hafez Assad, de vader van de huidige president Basjar Assad, aan de macht is gekomen. Zij domineren de topposities. Andere minderheden, waaronder de christenen, kregen bepaalde privileges, zoals toegang tot bepaalde banen. De verdeeldheid tussen de groepen werd op die manier behoorlijk aangescherpt. Toch zijn de religieuze vrijheden van de minderheden als christenen toch beperkt tot in principe erediensten en dergelijke. Eigen scholen zijn er niet bij; voor veel christelijke stromingen was niet het eigen personen- en familierecht van kracht, maar dat van de Soennieten.

Oppositiebeweging De oppositie tegen Assad is lange tijd sterk verdeeld geweest. Begin november 2012 besloten de Syrische oppositiegroepen de handen ineen te slaan. De (islamitische) prediker Moaz al-Khatib is in november 2012 in Doha (Quatar) gekozen als de eerste leider van de daar gevormde National Coalition for Syrian Revolutionary and Opposition Forces (verder: Nationale Coalitie). Khatib, een gematigde geestelijke die Syrië drie maanden geleden verliet, gaat de Nationale Coalitie van Krachten van de 2 3

Laat doven meedoen Christenen in Nederland. klem tussen Erken regime de Nederlandse Assad en opstandelingen Gebarentaal!


Syrische Revolutie en Oppositie leiden. De overkoepelende groep vertegenwoordigt de oppositie binnen en buiten Syrië en wil zich voorbereiden op een tijdperk na president Bashar al-Assad. De aldus gevormde Nationale Coalitie wil alzo de kans op steun uit het buitenland vergroten. Een aantal landen, waaronder zes Arabische Golfstaten, alsook Frankrijk, heeft de Nationale Coalitie intussen erkend. De VS wil de beweging nog niet erkennen als “enige vertegenwoordiger”. De coalitie moet volgens de Amerikanen eerst aantonen voldoende te worden gesteund door Syriërs die nog in het land zelf verblijven. De invloedrijke zakenman Riad Seif, die het initiatief voor de oprichting van een overkoepelende oppositie nam, is gekozen als vice-president samen met Suhair al-Atassi, een bekende vrouwelijke activist. De nieuwe koepel heeft de instemming van de Syrische Nationale Raad, die eerder vergeefs als hét gezicht van de oppositie probeerde op te treden. Deze raad krijgt 22 van de 60 zetels. De Nationale Coalitie omvat verder leden van de Koerdische Nationale Raad, vertegenwoordigers van de activisten en strijdende rebellen in Syrië zelf, religieuze leiders van diverse denominaties (inclusief christenen, Alawieten en Druzen), vrouwen en politieke dissidenten van het eerste uur. Of de Nationale Coalitie inderdaad elke groep blijkt te kunnen vertegenwoordigen, moet blijken. Kennelijk hebben sommige gewapende groepen die behoefte niet. De gewapende strijd op de grond is hiermee overigens nog niet verenigd. Deze wordt nog altijd gevoerd door vele groepen van allerlei pluimage, waartussen lang niet altijd coördinatie plaatsvindt. Vele gewapende groepen hebben een islamitische achtergrond; een aantal daarvan bevindt zich in radicaaljihadistisch vaarwater. Over de verschillende groepen die al dan niet onder de vlag van het Vrije Syrische Leger (Free Syrian Army, FSA) deelnemen aan de strijd, zie verder bijlage 3.

De burgeroorlog in Syrië Na anderhalf jaar steeds intensere burgeroorlog is de situatie inmiddels zeer alarmerend geworden. Assads regime neemt de toevlucht tot steeds grovere bombardementen en andere acties om de macht in handen te houden. Grote verwoestingen zijn het gevolg. Veel steden kennen bijzonder veel schade, in het bijzonder steden als Homs en Aleppo. De strijd heeft gezorgd voor tussen de 1,2 en de 2 miljoen ontheemden in Syrië zelf en ten minste 300.000 in de buurlanden daar omheen. De verwachting is dat het aantal ontheemden dat de toevlucht zoekt tot het buitenland binnen korte tijd zal aangroeien tot zeker 700.000. De strijd tussen oppositie en regime is nog lang niet gestreden. Het regime is taaier gebleken dan velen voor mogelijk hielden. Sommigen menen dat hij nog zeker 70% van het land onder controle heeft. Anderen nuanceren dit met de vaststelling dat hij zo niet het platteland, dan toch zeker de grotere steden in handen heeft, alsmede alle belangrijke andere strategische locaties, zoals vliegvelden, legerbases en havens. De vliegtuigen stijgen in elk geval nog steeds op en rebellen in steden als Homs zijn in de tang genomen. In de niet meer door Assad beheerste gebieden is de situatie per plaats verschillend. Het gebied ten oosten van de Eufraat wordt beheerst door de Koerden, naar verluidt mede op basis van een afspraak met het regime Assad, die zo de handen vrij heeft om het leger elders in te zetten. Andere ‘bevrijde’ gebieden worden bestuurd door lokale raden, die nu eens helemaal zelfstandig opereren, dan weer

4

Syrische vluchtelingen in Libanon


in samenwerking met de Nationale Coalitie, terwijl op weer andere plaatsen de Nationale Coalitie de touwtjes rechtstreeks in handen heeft. Doorgaans is in elk geval sprake van (militaire) bescherming en aanwezigheid van de Nationale Coalitie.

Een priester uit Homs laat zijn verwoeste kerk zien. Hij wil om veiligheidsredenen niet herkenbaar in beeld.

Slachtoffers van de burgeroorlog Omdat het land in meerderheid Soennitisch is en de opstand niet in de laatste plaats vanuit die Soennitische meerderheid wordt gevoerd (maar zeker niet uitsluitend!), tellen zij in aantallen de meeste slachtoffers. In de landen om Syrië heen vormen zij ruwweg twee derden van het totale aantal vluchtelingen. Veel christelijke gesprekspartners tonen zich extra bezorgd over het lot van de nog in Syrië verblijvende christenen. Er is onenigheid in hoeverre zij bewust het doelwit zijn van de regering dan wel de rebellen. Bepaalde gesprekspartners benadrukken dat christenen zeker niet met opzet doelwit zijn van de rebellen. Deze gesprekspartners vertrouwen op de traditioneel tolerante houding van de Syriërs tegenover elkaar. Wat daarvan zij, als minderheid die zich niet als zodanig kan of wil verdedigen zijn christenen in elk geval wel relatief vaak het slachtoffer van tenminste bijkomende schade. Bommen maken geen onderscheid tussen de wijk en de kerk of de moskee. Sommigen gaan een stap verder en betichten rebellen ervan vanuit kerken op het leger te schieten. Als dat terugschiet, gaat de kerk ook in puin. In steden waar een felle strijd heeft gewoed, liggen hele wijken in puin; ook de kerken. De bewoners zijn

2 5

Laat doven meedoen Christenen in Nederland. klem tussen Erken regime de Nederlandse Assad en opstandelingen Gebarentaal!


op de vlucht. Van de christenen in een stad als Homs, eens een groep van ca. 80.000, zijn er nog maar enkele honderden over. De berichten dat radicale islamitische strijders, met jihadervaring, steeds meer betrokken raken bij de strijd in SyriĂŤ zijn verontrustend. Er zijn gedocumenteerde berichten over de deelname van Libische, Jemenitische en Somalische strijders. Zij keren zich wel degelijk tegen christenen en andere minderheden. Zo kreeg een aantal dorpen de ordracht om de regio te ontruimen en er zijn meldingen van opzettelijke vernielingen van kerken. Andere slachtoffers van de burgeroorlog zijn minderheden als de Palestijnen. Waren zij in SyriĂŤ zelf al vluchteling, nu vlucht een aantal van hen opnieuw. Belangrijke mogelijke toekomstige slachtoffers zijn de Alawieten. Als de oppositie hen na de val van Assad niet ontziet, kunnen zij als voornaamste steunpilaar van het oude regime heel wel een bijltjesdag tegemoet zien.

Het vluchtelingenvraagstuk in Libanon Een klein land als Libanon, met al zijn problemen waaronder de reeds tientallen jaren durende opvang van rond 400.000 Palestijnen, vangt daarvan een groot deel op: tot nu toe al zeker 120.000. Niet in kampen, zoals in Turkije, maar via opvang bij de mensen zelf, die bijvoorbeeld kamers, maar ook kelders en garages verhuren. De Libanese regering heeft het inzetten van tenten, noodwoningen en zeker complete

Een distributiecentrum in de Beekavallei. Hulporganisaties verspreiden hier hun hulppakketten. Voor voedselbonnen moeten vluchtelingen geregistreerd zijn bij de UNHCR.

6

Syrische vluchtelingen in Libanon


De meeste Syrische vluchtelingen vinden onderdak bij Libanese huishoudens. Daar huren ze vaak voor veel geld een paar kamers, kelder of garagebox.

kampementen tot nu toe steeds tegengehouden. Feitelijk heeft zij zich tot dusverre niet of nauwelijks met het vluchtelingenprobleem bemoeid. Dat is dan ook de belangrijkste reden dat de opvang ‘geregeld’ is op hierboven beschreven wijze. Desalniettemin vormen de grote aantallen vluchtelingen wel degelijk een grote belasting voor een land dat slechts rond 4,5 miljoen inwoners telt. Politiek gezien is de situatie ook ingewikkeld: de regering komt als het gaat om de Syrische vluchtelingen al heel snel klem te staan. Immers, sommige partijen zijn geneigd het regime te steunen, anderen juist de rebellen. Recent heeft de Libanese regering aangekondigd alsnog 450 mln. dollar voor de vluchtelingen uit te trekken. Dat is een grote stap voor dit kleine land en ten minste een eerste stap naar de erkenning van het probleem als zodanig. Een andere vaag is of de coördinatie en het überhaupt realiseren van een reële bijdrage bij de Libanese regering in goede handen is. Er is in elk geval een grote kans dat er een flink coördinatieprobleem ontstaat met de bestaande, vooral door de UNHCR gecoördineerde kanalen. Wat daarvan zij, de vluchtelingenhulp in Libanon is tot op heden niet primair afhankelijk van de regering, maar van internationale organisaties als UNHCR en een flink aantal niet-gouvernementele hulporganisaties - en uiteraard van de Libanezen zelf. De meeste vluchtelingen worden op dit moment op meer dan 500 locaties opgevangen in de Bekaa-vallei (rond 50.000) en in het noorden bij Tripoli (ook 50.000). Kleinere aantallen vinden een toevlucht in Beiroet 2 7

Laat doven meedoen Christenen in Nederland. klem tussen Erken regime de Nederlandse Assad en opstandelingen Gebarentaal!


Joël Voordewind in gesprek met een gevlucht christelijk gezin uit Syrië. Ze durven zich niet officieel te registreren bij de UNHCR als vluchteling uit angst voor veiligheid van achtergebleven familie.

en het zuiden rond Sidon (in totaal ca. 20.000). De UNHCR kanaliseert de hulpverlening. Om hulp te verkrijgen dient een ontheemde echter wel geregistreerd te zijn als vluchteling bij de UNHCR. Lang niet elke ontheemde is geregistreerd. Vanwege capaciteitsgebrek, maar ook uit onwil (men ziet zich tot dusverre liever als ontheemd, dan als vluchteling) en vooral uit angst. Zijn de databases met de namen wel veilig bij de UNHCR voor de lange arm van Assad, vragen velen zich af. Deze angst is met name aan de orde als, zoals het plan is, de Libanese regering zich ten langen leste met de hulpverlening gaat bemoeien. De lijnen tussen de regering en Syrië zijn kort, zeker via de Syrische bondgenoot Hezbollah. Vooral de niet-geregistreerde vluchtelingen in Libanon, zijn dan ook op dit moment de mensen met de meeste problemen. De ontheemden in Syrië, omdat zij daar nauwelijks bereikbaar zijn voor hulpverlening. Organisaties als Rode Kruis en hulpverlening via kerkelijke kanalen bieden enig soelaas, maar lang niet genoeg. De niet-geregistreerde vluchtelingen in Libanon zitten in de knel, omdat de hulp die via de UNHCR en partners wordt geboden, alleen bestemd is voor de geregisteerden. Zij zijn immers erkend als vluchteling, de niet-geregistreerden zijn dat niet, omdat aan erkenning registratie vooraf gaat.

De ontheemden in Syrië Vragen de vluchtelingen in Libanon om aandacht, de situatie in Syrië zelf doet dat eens te meer. In de eerste plaats omdat daar de strijd plaatsvindt. Inmiddels hebben grote verwoestingen

8

Syrische vluchtelingen in Libanon


plaatsgevonden. Het regime neemt de toevlucht tot bombardementen en beschietingen. Ook de gewapende oppositie is kennelijk in staat steeds zwaardere wapens in te zetten. Steden als Homs liggen na maanden van strijd goeddeels in puin. In Syrië gaat het ook om veel grotere aantallen ontheemden dan in de buurlanden. Wellicht tot twee miljoen mensen zijn op drift. Daarbij is dan nog niet gerekend het aantal mensen dat wel weg wil, maar noodgedwongen in Syrië blijft. Het regime zet welbewust in op dwangmiddelen om mensen in het land te houden. Zo krijgen vrouwen met kinderen geen toestemming het land te verlaten, met de overweging dat de mannen minder makkelijk de strijd met het regime zullen aangaan, zolang hun vrouwen nog in Syrië verblijven.

Hulpverlening aan de vluchtelingen en ontheemden Vluchtelingen en ontheemden hebben al heel snel vooral aan basisbehoeften gebrek. Dat is altijd en overal het geval, zo ook hier. De meeste behoefte is er wat de situatie in Libanon betreft aan: - onderdak (shelter). In het bijzonder aan prefab units. De UNHCR kan die leveren; - kleding en dekens; - verwarming; - in het algemeen voorbereiding op de winter (winterisation); - medische voorzieningen. Daarnaast hebben de kinderen behoefte aan onderwijs. Toegang tot de Libanese scholen is zeker geen vanzelfsprekendheid. Veel publieke scholen zitten al overvol. De privéscholen van kerken en andere Kinderen van Syrisch vluchtelinggezin voor de garage die zij huren voor 50 dollar per maand. Zonder echt inkomen is het een hele opgave om dat op te hoesten. De kinderen gaan al lange tijd niet meer naar school. Het waardevolste dat een van de jongens had meegenomen uit Syrië, was zijn aarderijkskundeboek.

2 9

Laat doven meedoen Christenen in Nederland. klem tussen Erken regime de Nederlandse Assad en opstandelingen Gebarentaal!


instellingen openen de deuren wel, maar die kosten meer geld. Kerken hebben maar beperkte middelen om kortingen door te voeren. Daarnaast is er het probleem dat het Libanese en het Syrische onderwijsstelsel niet op elkaar aansluiten. Het Libanese stelsel is meertalig; sommige vakken worden in het Engels of Frans gegeven. In Syrië is het onderwijs Arabischtalig. Ook de inhoud van de vakken komt niet overeen. Er zouden dan ook meer mogelijkheden moeten komen om de ontheemden op de eigen wijze les te kunnen geven; daartoe worden hier en daar (bijvoorbeeld in Sidon) al initiatieven genomen, in dit geval door de gemeente Sidon in samenspraak met de Islamitische raad. Dan is er nog een specifiek probleem. Ongeregistreerden zijn in veel gevallen naar Libanon gevlucht met valse doorreispapieren op zak, met het idee dat zij vandaar uit naar derde landen kunnen reizen. Dit is echter strafbaar in Libanon, met als gevolg dat zij kans lopen opgepakt te worden, een aantal maanden in de gevangenis te verblijven en tenslotte teruggestuurd te worden naar Syrië. Dit overkomt nogal wat vluchtelingen. Zij zijn afhankelijk van hulp via hun geloofsgenoten in Libanon, waarbij het een gelukkige bijkomstigheid is dat leiders van de religieuze groeperingen directe contacten hebben met de Libanese regering. Zo kan in tal van gevallen strafverlichting gerealiseerd worden.

Toekomstperspectief van de vluchtelingen Uiteraard zijn er vluchtelingen en ontheemden uit alle bevolkingsgroepen van Syrië. De christenen zijn echter veruit oververtegenwoordigd. Anders dan de Soennieten, waarvoor het toekomstige Syrië wel een plaats zal bieden, zien zij hun toekomst in rook opgaan. Christenen De christenen bevinden zich om zo te zeggen tussen twee vuren. Zoals in het bijzonder verschillende bisschoppen en andere vertegenwoordigers van de kerken benadrukken: Assad was een dictator, maar dan wel een die je kent. De situatie was niet vrij, maar er bestonden wel vrijheden; de minderheden wisten waar zij aan toe waren. De toekomst is van onzekerheden omgeven. De oppositie bestaat uit vele verschillende groeperingen. Te bezien valt hoe de recent gevormde overkoepeling van de Nationale Coalitie zich ontwikkelt. Zullen Soennieten de overhand krijgen? Geldt dit in het bijzonder voor groeperingen onder hen, zoals de moslimbroederschap, van wie niet op voorhand vrijheden te verwachten zijn? Wat als de nog strengere moslims vanuit het Salafisme hun invloed zullen doen gelden? Dit brengt veel van de gevluchte christenen er toe zeer voorzichtig te zijn, om al te veel te verwachten van de oppositie, aldus de bisschoppen. Ze steunen de democratie, zeker, maar hechten aan de vertrouwde banden, al waren die ook voor hen knellend. Sommige andere christenen, vooral zij die meer actief politiek georiënteerd zijn, zien de toekomst zonniger in. Zij zijn meer geneigd onder ogen te zien dat Assad de christenen geen echte vrijheden gaf en vertrouwen er op (en werken er ook aan) dat de Nationale Coalitie niet alleen democratie nastreeft, maar ook de rechtsstaat, waarin dus ook plaats is voor de minderheden. Christenen zijn ook vertegenwoordigd in de raad.

10

Syrische vluchtelingen in Libanon


Zo bezien is de angst van de meer traditionele christelijke groeperingen voor de toekomst goed te begrijpen. Dit temeer daar het nog maar recente voorbeeld van Irak laat zien hoe slecht het christenen kan vergaan als de omwenteling tot allerhande niet in de handel te houden gevolgen leidt, in dat geval de felle strijd tussen Soennieten en Sjiieten, waar tussen de christenen volkomen vermalen raakten. Dit is de reden dat zij nu al vrij massaal de grens zijn overgestoken, dan wel binnen Syrië hun toevlucht hebben gezocht tot streken waar hun aantal relatief groot is, zoals de zogeheten christelijke vallei ten noorden van Libanon. Palestijnen De Palestijnse vluchtelingen vormen een andere groepering die aandacht verdient. Zij hebben al eerder een goed heenkomen hebben gezocht in Syrië. Vanuit de relatief goede positie die zij daar hadden verkregen, zijn zij opnieuw op drift zijn geraakt en in buurlanden als Libanon terecht komen. Hun positie is daar niet goed. Alle Palestijnen daar hebben geen volledige burgerrechten, wat veel beperkingen geeft. Bovendien kunnen de Palestijnse vluchtelingen uit Syrië tot dusverre alleen opgevangen worden in de bestaande Palestijnse vluchtelingenkampen, die al overvol zijn. Druzen Evenals andere minderheden zijn de Druzen relatief hecht met het regime verbonden. De moeilijke situatie van de Druzen is daarnaast gegeven met hun geringe aantal en de omstandigheid dat zij geen natuurlijke bondgenoten in de regio hebben. Alawieten De Alawieten zijn meest met het regime Assad verbonden, ook al telt het regime ook vertegenwoordigers van de Soennieten, die de meerderheid in Syrië vormen. Mochten de rebellen na een mogelijke overwinning toegeven aan wraakgevoelens jegens voormalige medestanders van het regime, dan is er een goede kans dat zij het belangrijkste slachtoffer zijn.  

De hulppakketten en dekens worden achterop de brommer gebonden. 2 11

Laat doven meedoen Christenen in Nederland. klem tussen Erken regime de Nederlandse Assad en opstandelingen Gebarentaal!


Aanbevelingen De hiervoor weergegeven bevindingen leiden tot een aantal aanbevelingen. De aanbevelingen zijn primair gericht op verbetering van de hulp aan ontheemden en vluchtelingen. Voor zover de aanbevelingen buitenlands-politiek van aard zijn, zijn zij voorwaardenscheppend om de bescherming van minderheden in de toekomst te garanderen. • Trek geld uit voor de opvang van niet-geregistreerde vluchtelingen. Zij vallen tot nu toe buiten de reguliere hulpverlening, die onder regie van de UNHCR plaatsvindt. De UNHCR richt zich uitsluitend op (door hen) geregistreerde vluchtelingen. • Vergroot het bereik van de hulp aan niet-geregistreerde vluchtelingen door meer geld in te zetten via de Ngo’s als World Vision. • Creëer een nieuwe categorie geregistreerden in de vorm van ontheemden. Dat vergroot de kans dat uit Syrië gevluchte mensen toch een vorm van registratie aanvaarden. • Streef in samenwerking met de Libanese regering en de UNHCR naar een harde garantie dat welke geregistreerde gegevens dan ook, nimmer in handen komen van hetzij het regime Assad, hetzij de Nationale Coalitie. Gelet op de banden van delen van de Libanese regering met Assad kan dat betekenen dat de gegevens niet ter inzage zijn voor Libanon. • Zet de hulpverlening ook specifiek in op humanitaire en noodhulp in Syrië zelf. Daartoe kunnen in het bijzonder organisaties als het Rode Kruis en partners, maar ook kerkelijke hulporganisaties worden ingezet. Zij hebben nog altijd directe contacten in Syrië en middelen om geld en hulpgoederen te transporteren. • Verleen geen ongeconditioneerde hulp, dan wel erkenning aan de Nationale Coalitie. Deze raad heeft in documenten ondertekend democratie en rechtsstaat te onderschrijven, maar het moet nog blijken, in hoeverre de Nationale Coalitie de zeer gemêleerde groeperingen die van de coalitie deel uitmaken, daadwerkelijk in de hand heeft. • President Assad heeft te vaak te zware middelen ingezet, waarvan te vaak gewone burgers het slachtoffer zijn geworden, dan dat hij nog een geloofwaardig deel uit kan maken van een structurele oplossing. Wel kan een overgangsregering worden gevormd waarvan delen van het oude regime deel uit maken. • Zet alles op alles om de Nationale Coalitie er op vast te pinnen dat vrede in Syrië alleen dan duurzaam binnen bereik komt als de Nationale Coalitie niet alleen de democratie, maar ook de rechtsstaat onverkort omarmt. Minderheden hebben daarin hun rechten. Dat moet ook blijken in de reeds door de Nationale Coalitie beheerste gebieden.

12

Syrische vluchtelingen in Libanon


2 13

Laat doven meedoen Christenen in Nederland. klem tussen Erken regime de Nederlandse Assad en opstandelingen Gebarentaal!


Bijlagen Bijlage 1. Feiten en cijfers over Libanon In Libanon worden zeventien verschillende geloofsgemeenschappen officieel erkend. De moslims maken ongeveer 60% van de bevolking uit, de christenen 39%. De officiële erkenning geldt voor vier religieuze gemeenschappen van de islam (o.a. sjiieten, soennieten, Alawieten), voor de druzen en voor twaalf christelijke kerken. Religie is in Libanon ook van uitermate groot belang in politiek, staat en recht (met name huwelijksrecht). In 1932 vormden christenen in Libanon met 53 % nog de meerderheid van de bevolking, maar grootschalige emigratie van Libanese christenen naar de Verenigde Staten, Brazilië en Europa sinds 1880 tot na 1990 deden het evenwicht verschuiven. Tot het vredesakkoord van Taif hadden de christenen gezamenlijk 60 % van de parlementszetels in het sterk geconfessionaliseerde Libanon in handen, terwijl de moslims met 40 % van de zetels genoegen moesten nemen. Sinds het akkoord in 1989 zijn de zetels gelijkelijk verdeeld (50 %, 50 %), hoewel de christenen inmiddels niet langer een bevolkingsmeerderheid vormen. Het verdrag van Taif (1989) gaf aan Rafik Hariri en daarmee ook aan Saoedi-Arabië en de soennieten een feitelijk belangrijker rol binnen het politiek bestel, hetgeen tot nieuwe spanningen met de sjiieten leidt. Moslims De moslims zijn verdeeld over Soennieten, Sjiieten, Isma’iliten en Alawieten. De Soennieten wonen verspreid over het land maar vooral in het noordwesten en het centrum. Zij zouden ongeveer 30% van de bevolking uitmaken. Zij voelen zich verwant aan de Arabieren in de omliggende landen. De Sjiieten wonen vooral in het zuiden en het noordoosten van Libanon, meer bepaald in de Beekavallei (Beqaa). Er wordt aangenomen dat zij thans 18% van de bevolking uitmaken. De sjiieten onderhouden nauwe banden met hun geloofsgenoten in Iran en zijn vooral internationaal gekend via de door hen opgerichte partij en militante beweging Hezbollah. De Alawieten vormen een kleinere minderheid en zijn naar buitenstaanders toe sterk seculier. Zij wonen verspreid over het land en konden sinds de Syrische overheersing (jaren 1980) een rol van betekenis spelen daar ook de eerdere Syrische president Hafiz al-Assad en zijn opvolger en zoon president Bashar al-Assad tot hun geloofsgemeenschap behoren. Druzen De druzen zijn ontstaan als een afsplitsing van het chiasme maar beschouwen zich niet meer als moslims, wel als monotheïsten. Zij maken ongeveer 4% van de totale Libanese bevolking uit. Zij wonen vooral in het Midden-Libanese Choufgebergte. Enkele voorname families zijn de clans van Jumblatt en Yazbak. De laatste decennia spelen zij via hun Progressieve Socialistische Partij een politieke rol van betekenis. Christenen De meerderheid van de christenen behoort tot de Maronitische Kerk. De Maronieten maken 23 à 25 % van de bevolking uit. Ten gevolge van de emigratie van een groot aantal van hen, gedurende de laatste 60 jaar, is het aantal christenen vergeleken met het aantal moslims voortdurend afgenomen. De Oosters-orthodoxen, behorend tot het Patriarchaat van Antiochië, zijn in aantal de tweede grootste christelijke groepering en maken 10% van de bevolking uit. Ze worden gevolgd door de Melkitisch katholieken waartoe 4% van de bevolking behoort.

14

Syrische vluchtelingen in Libanon


De christelijke gemeenschap in Libanon bestaat verder uit Armeens orthodoxen, Armeens katholieken, Syrisch orthodoxen, Syrisch katholieken, Nestorianen, Chaldeeuws katholieken, Kopten, Rooms-katholieken en Protestanten. Exacte cijfers over het aantal gelovigen per kerkgemeenschap zijn maar onvolledig beschikbaar. De christenen wonen vooral in het centrale westelijke deel van het land rondom Beiroet, Deir el-Qamar, Damour, Jounieh, Jbeil, Batroun, Chekka, Zahlé, Zgharta, Marjeyoun, Baabda, en Bchareh, in het Libanongebergte. Etnische minderheden Libanon is niet alleen op religieus maar ook op etnisch gebied buitengewoon divers. Er wonen ongeveer 150.000 Armeniërs die 4% van de bevolking uitmaken en veelal behoren tot de Armeens-christelijke Kerken. Er wonen Koerden die qua religie moslim zijn en behoren tot de soennitische of sjiitische strekking. Er wonen in Libanon zo’n 40.000 Assyriërs; zij hebben een eigen taal en behoren doorgaans tot Oosters-christelijke kerken. Er zijn ook Perzische Libanezen en een kleine groep Joodse Libanezen. Verspreid over het Libanese grondgebied bestaan Palestijnse vluchtelingenkampen. Deze Palestijnen zijn meestal tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 naar Libanon gevlucht. Ze hebben in de meeste gevallen geen Libanees paspoort verkregen waardoor zij nog altijd stateloos zijn. In totaal zijn er 12 Palestijnse vluchtelingenkampen met 225.125 inwoners. In heel Libanon wonen ruim 400.000 Palestijnse vluchtelingen. Ongeveer 10% van hen is christelijk en ze behoren voornamelijk tot het Oosters-orthodoxe Patriarchaat van Antiochië. Veel christelijke Libanezen, maar ook sommige niet-christelijke Libanezen zien zichzelf niet als Arabisch maar eerder als afstammelingen van de oude Kanaänieten en wensen Feniciërs genoemd te worden. Ook zijn er in Libanon veel buitenlandse gastarbeiders werkzaam. Vaak doen zij hun werk onder erbarmelijke omstandigheden. Soms komt hun werk neer op een moderne vorm van slavernij. Niet zelden zijn zij ook slachtoffer van racisme of xenofobie. Er worden regelmatig misstanden over deze situatie gerapporteerd.

2 15

Laat doven meedoen Christenen in Nederland. klem tussen Erken regime de Nederlandse Assad en opstandelingen Gebarentaal!


Bijlage 2. Feiten en cijfers over Syrië Syrië, officieel de Arabische Republiek Syrië, heeft als president van Syrië Bashar al-Assad, die zijn vader Hafez al-Assad na diens dood in 2000 opvolgde. In 1963 kwam de Ba’ath-partij, via een nieuwe staatsgreep, aan de macht in Syrië. In 1967 werd Syrië betrokken in de Zesdaagse Oorlog tussen een Arabische coalitie en Israël. Syrië verloor de Golanhoogten aan Israël. Aan de politieke instabiliteit kwam een einde toen in 1970 Hafez al-Assad de militaire dictatuur uitriep waarbij hij zichzelf levenslang tot staatshoofd verklaarde. Al-Assad behoorde tot een etnische en religieuze minderheid, de Alawieten. Hij bleef dictator tot zijn dood in 2000. Deelname aan de Jom Kipoeroorlog in 1973 en inmenging in de Libanese burgeroorlog (1975-1990) leverden weinig tastbaar resultaat op, maar Syrië bleef wel een machtsfactor in de regio. Op 2 februari 1982 had een van de zwartste pagina’s van de moderne Syrische geschiedenis plaats in de stad Hama, een bolwerk van de Moslimbroederschap. Een door deze groep geïnitieerde opstand tegen het seculiere socialistische Baathregime werd bloedig de kop werd ingedrukt. Er werden ongeveer 20.000 mensen gedood. Na de dood van Hafez in 2000 nam zijn zoon Bashar al-Assad de macht over die in grote lijnen het beleid van zijn vader bleef voortzetten. In 2011 braken grote protesten in Syrië uit, in navolging van protesten in andere Arabische landen. De overheid trachtte de protesten neer te slaan maar stuitte op verzet van gewapende groeperingen. In november 2011 dreigde de Arabische Liga Syrië met sancties vanwege het hardhandig neerslaan van de protesten. De Turkse regering en de Jordaanse koning maakten kenbaar dat zij willen dat Assad vertrekt. Eind november 2011 verklaarden de Verenigde Naties dat de Syrische regering bij het neerslaan van de opstand misdaden tegen de menselijkheid gepleegd zou hebben

Staatsinrichting

Syrië is volgens de grondwet van 1973 een volksdemocratische en socialistisch georiënteerde eenheidsstaat. De Arabische Republiek Syrië maakt deel uit van de Federatie van Arabische Republieken en van het “Arabisch Vaderland”. Weliswaar zijn vrijheid van meningsuiting, godsdienst en persoonlijke vrijheid in de grondwet gegarandeerd, maar in de praktijk wordt Syrië sterk autocratisch geregeerd. De Syrische geheime dienst (Moeghabarat) wordt alom gevreesd. Men heeft in de grondwet achteraf een clausule ingevoerd die bepaalt dat de president een moslim moet zijn, waarbij een imam moest verklaren dat een Alawiet een moslim is. Hafez al-Assad was immers een Alawiet. De belangrijkste politieke partij van Syrië is de Baath-partij (‘Partij van de Arabische Herrijzenis’). De president van de republiek is tevens secretaris-generaal van de Baath-partij. De Baath-partij is een seculiere partij, die zich beroept op de Arabische tradities (islamitische, joodse en christelijke) en de Arabische eenheid. Voorheen streefde de Baath-partij naar een socialistische maatschappij-opbouw. Het staatshoofd van Syrië is de president. Sinds 2000 is dit Bashar al-Assad. De president wordt om de zeven jaar gekozen en kon tot 2012 telkens herkozen worden. In dat jaar vond er een grondwetswijziging plaats waardoor er een termijnlimiet van twee keer zeven jaar van kracht werd. Bij het enige referendum over de huidige president en de vijf referenda over de vorige president, vader Hafez al-Assad, waren er

16

Syrische vluchtelingen in Libanon


geen tegenkandidaten. De president heeft voor een groot deel de uitvoerende macht in handen. Het kabinet werd tot 23 juni 2012 voorgezeten door een minister-president (Muhammad Naji al-Otari). In het voorjaar van 2011 neemt het kabinet van de minister-president ontslag wegens aanhoudende betogingen voor meer democratie. Bashar al-Assad stelt Adel Safar (oud-minister van landbouw) aan om een nieuwe ministerploeg te presenteren. Op 23 juni 2012 presenteerde Syrië een nieuw kabinet onder leiding van premier Riyad Farid Hijab. Hijab ontvluchtte het land echter op 6 augustus 2012. Hij werd op 9 augustus dat jaar opgevolgd door Wael al-Halki. Iran steunt Syrië vanwege het feit dat de president en zijn familie tot de sjiitische Alawieten behoren. De banden met Rusland gaan terug tot ver in de tijd van de Sovjet-Unie. Rusland heeft een marinebasis in de Syrische havenplaats Tartous. Rusland steunt Syrië vaak binnen de Verenigde Naties. Syrië onderhoudt nauwe banden met de Libanese Hezbollah en de Palestijnse Hamas.

Bevolking

Syrië kent, zoals haar buurlanden, een zeer diverse bevolkingssamenstelling: Alawieten 2,8 miljoen 12% (etnische Arabieren), Christenen 2,6 miljoen 10% (etnische Arabieren, Armeniërs, Assyriërs, Grieken), Druzen 800 duizend 3% (etnische Arabieren), Koerden 2,3 miljoen 9% (met name soennieten, enkele Jezidi’s), Palestijnen 400 duizend 1.5% (etnische Arabieren, veelal soennieten), Sjiieten 270 duizend 1% (etnische Arabieren), Turkomannen 1,5 miljoen 6% (veelal soennieten), Tsjerkessen 150 duizend 0,5% (veelal soennieten). De christenen behoren zowel tot de Oosters-orthodoxen, tot de Oriëntaal-orthodoxen als tot de Oosterskatholieken. Er zijn alzo leden van het Grieks-orthodox patriarchaat van Antiochië, de Syrisch-orthodoxe Kerk en gemeenschap, de Assyrische Kerk van het Oosten, de Armeens-apostolische Kerk, de Maronitische Kerk, de Melkitische Grieks-katholieke Kerk, de Armeens-katholieke Kerk, de Chaldeeuwskatholieke Kerk, de Syrisch-katholieke Kerk. Daarnaast zijn er nog Rooms katholieken en protestanten (13 denominaties, waarvan de nationaal-evangelische synode de grootste is). Er is een kleine, maar maatschappelijk belangrijke, joodse gemeenschap (circa 1.500 leden) overgebleven met synagoges in Damascus, Aleppo en Kamishli. Eeuwenlang en zeker gedurende de twintigste eeuw leefden de verschillende confessionele en godsdienstige groepen vreedzaam naast elkaar en waren de betrekkingen goed. Spanningen met de joodse gemeenschap liepen op na de Zesdaagse Oorlog van 1967. Tijdens de Opstand in Syrië (2011-2012) kwam het in Homs en Hama tot sektarisch geweld van de grotendeels soennitische opstandelingen (onder wie salafistische islamistische strijders uit andere landen) tegen Alawieten, Druzen en Christenen - minderheden die als trouw aan het bestaande Assad-bewind golden. Ook een aanzienlijk deel van de Soennitische moslims in Syrië gematigd.

2 17

Laat doven meedoen in Nederland. Erken de Nederlandse Gebarentaal! Christenen klem tussen regime Assad en opstandelingen


Bijlage 3. Overzicht van strijdgroepen in Syrie Configuratie van de bewapende Syrische oppositie (bron: ‘Syrian Jihadism’; Aron Lund; augustus 2012)

Bijna alle opstandelingen, afgezien van ideologische achtergronden, zijn Arabische Soennieten. Zij zijn meestal afkomstig van het platteland en hebben het meest geleden onder de economische hervormingen van Bashar el-Assad. De tienduizenden opstandelingen zijn verspreid over honderden autonome georganiseerde- en minder georganiseerde militiegroepen genaamd ‘brigades’ (katiba, pl.kataeb). Veel brigades zijn verbonden aan een koepel zoals de Free Syrian Army (FSA), maar de meesten zijn enkel en alleen lokaal gericht, ze zijn gevormd op dorpsniveau of langs familielijnen. Vorming door ideologie lijkt van ondergeschikte betekenis te zijn. Ook religie lijkt niet de drijvende kracht achter de opstand, zoals eerder genoemd, is de oorzaak eerder armoede. Religie is echter wel de belangrijkste gemene deler van de oppositiegroepen en dat zal waarschijnlijk verder toenemen naarmate het conflict verergert en de invloed van fundamentalistische invloeden uit het buitenland toeneemt. De meeste van de opstandelingen waren niet gelovig voor de opstand, maar bidden nu en vinden legitimatie en inspiratie in de Islam. Een opsomming van de meest belangrijke (gewapende) oppositiegroepen: • Free Syrian Army (FSA - el-Jeish el-Souri el-Hurr): De term ‘FSA’ wordt gebruikt om een aantal, gedeeltelijk overlappende, groepen en netwerken van opstandelingen te benoemen. Veelal is er geen sprake van een directe relatie met het hoofdkwartier van de FSA in Turkije. Financieel en materieel wordt de FSA ondersteunt door Turkije, Qatar, Saoedi Arabie en de VS; • De Tawhid Division (Liwa el-Tawhid) is een FSA-brigade en is een van de grootste gewapende eenheden in Syrië met een omvang van ongeveer 8,000 opstandelingen. Hoewel deze Soennitische groepering niet ten eerste is geënt op religie, wordt deze vermoedelijke wel gefinancierd door de Moslim Broederschap; • Jabhat el-nosra (li-ahl el-sham min mujahedi el-sham fi sahat el-jihad) is niet de grootste jihad-groep, maar zeker wel de meest bekende en de groep die het eerst in aanmerking zou kunnen komen voor officiële steun van al Qaeda. De leden zijn meest buitenlands en niet zichtbaar actief in de vorm van grootschalige grondoffensieven. Het staat vooral bekend om ‘spectaculaire’ zelfmoordacties en autobomaanvallen in de stedelijke centra van Syrië (vooral Damascus). Hiervan worden de videoopnamen worden op internet geplaatst; • De Ahrar el-Sham Brigades (Kataeb Ahrar el-Sham) is in getal een van de belangrijkste rebellennetwerken, verspreid over verscheidene provincies met een sterke basis in het Noord-Westen. De groep is onafhankelijk en toont een toenemend vermogen om de grotere oppositiegroepen te coördineren; • Fath el-Islam heeft sinds jaren presentie in Libanon en Syrië en wordt gezien als gematigd Islamitisch. Veel anti-Assad dissidenten zijn ervan overtuigd dat deze groep banden heeft met de Syrische binnenlandse veiligheidsdienst. Echter, in de vroege zomer van 2012, heeft Fath el Islam aanvallen in

18

Syrische vluchtelingen in Libanon


Syrië opgeëist (namens de gewapende tak van deze groep, de Caliphate Brigades (Kataeb el-Khilafa)); • De Suqour el-Sham Division (Liwa Suqour el-Sham) is een grote opstandelingengroep (ca. 6.000 man) in Noord Syrië en is lokaal gegroeid en georganiseerd langs familielijnen. De retoriek is vooral religieus, maar, zoals geldt voor veel brigades, is deze groep niet ontstaan uit- of deel van een globale Salafi-jihad beweging; • De Ansar Brigade (Katibat el-Ansar) is een onafhankelijke Salafi-jihad beweging. Echter, de retoriek is ook nationalistisch van strekking. Deze groep verwerft vooral legitimiteit doordat het actief is in Homs, waar de leidende jihad-groepen in Syrië (Ahrar el-Sham en Jabhat el-Nosra) beperkt actief zijn; • De Suleiman Company (Firqat Suleiman el-Muqatila) is een onafhankelijke brigade en dus niet verbonden met de FSA. Het bezigt een mix van Salafistische en nationalistische taal. Abu Suleiman, de leider, heeft de loyaliteit van duizenden opstandelingen; • De Ansar el-Islam Gathering is de grootste oppositiecoalitie in de regio Damascus en lijkt, zo wordt beweerd, deel van de FSA. De meeste groepsleden zijn conservatieve Moslims; • Het Syria Revolutionaries’ Front (SRF, Jabhat Thuwwar Souriya) is geen deel van de FSA, maar zegt te handelen als een politieke koepel van meer dan 100 gewapende groepen. Het streeft naar de mobilisering van alle facties van de gewapende jihad teneinde een rechtmatige Islamitische orde te bewerkstelligen. Op de grond blijkt dit een niet relevante speler. De SRF zelf is vooral actief in de media en op internet; • De Umma Division (Liwa el-Umma) is 6000 man groot. De kern van deze Islamitische organisatie bestaat vooral uit buitenlandse rekruten, waaronder de leider die uit Libië afkomstig is en daar heeft gevochten tegen Gadaffi; • In totaal bestaat de groep buitenlandse opstandelingen vermoedelijk uit ongeveer 800 tot 2000 personen. De snel groeiende inmenging van niet Syrische opstandelingen werkt versterkt extremistische segmenten van de oppositie door inbreng van geld en militaire kennis en kunde.

Bijlage 4. De Syrische oppositie

Voor te beginnen met het schetsen van de Syrische oppositie anno november 2012, is het goed de Syrische volksaard te schetsen. Deze is gematigd en heeft jarenlang bijgedragen aan een betrekkelijk vreedzaam klimaat. Voor de opstand leefde met in vrede: “…Before the war, we lived in peace. We had holidays, vacations, women and children could walk in the street at midnight.“ (The Independent, Robert Fisk: ‘The past has relevance to Syria’s tragic present). Verschillen werden niet als verschillen ervaren. Nu worden deze vergroot en gebruikt om wreedheden te legitimeren. De onlusten, die aanvingen na de vreedzame protesten in maart 2011 (Arabische Lente), is hedendaags geaccumuleerd tot een sektarische burgeroorlog. De snelle groei en het sektarische karakter lijken hun oorsprong te vinden in polariserende retoriek en inmenging van voornamelijk het buitenland. Enerzijds zijn het fundamentalistische groepen, anderzijds wordt het conflict vergroot door internationale tegenstellingen. De ene groep steunt namelijk de oppositie en vertegenwoordigt onder anderen de VS, EU en Saoudi-Arabie. Die steun is overigens verschillend van aard. De VS en de EU zien in dat het regime Assad, na 40 jaren dictatuur en zeker na al weer ruim anderhalf jaar van burgeroorlog geen geloofwaardig deel van een oplossing meer kan zijn. Democratie heeft risico, maar is de enige oplossing. Andere, Arabische, landen, keren zich ook tegen het seculiere, dan wel sjiitische karakter van het Syrische regime. De andere groep landen , waaronder Rusland, China en Iran, steunt het Assad regime. De steun is zowel

2 19

Laat doven meedoen in Nederland. Erken de Nederlandse Gebarentaal! Christenen klem tussen regime Assad en opstandelingen


politiek, als financieel en militair van aard. De oppositie vertegenwoordigt een Soennitische meerderheidsgroep van ongeveer 75% van de bevolking. Deze groep is zeker niet homogeen en valt dus niet te identificeren onder een stroming, een geloofsovertuiging. Deze simplificatie wordt wel door het Assad-regime toegepast. Het regime scheert de Soennieten over een kam door ze te benoemen als fundamentalistische Salafisten, als terroristen, om het gebruik van geweld te legitimeren. De Syrische oppositie werd aanvankelijk internationaal vertegenwoordigt door de NCS (National Council of Syria) en thans (sinds november 2012) door de National Coalition for Syrian Revolutionary and Opposition Forces (verder: Nationale Coalitie). Nog altijd neemt overigens nog niet elke oppositiegroep deel aan deze Nationale Coalititie. De samenwerking tussen de Nationale Coalitie en de gewapende tak van de oppositie, de FSA (Free Syrian Army) wordt bemoeilijkt door een gebrek aan een commandostructuur en organisatie van de FSA. De coรถrdinatie en disciplinering van de strijdende oppositiegroepen wordt verder bemoeilijkt door een factiestrijd, zoals eerder benoemd, gevoed door verschillende (fundamentalistische) buitenlandse invloeden. Militieleden lopen over van de een naar de

Moskee en kerk staan pal naast elkaar in Beiroet, Libanon. Veel christenen stellen dat christenen het cement zijn in een onstabiel Midden-Oosten en dat het daarom van wezenlijk belang is dat christenen blijven. 20

Syrische vluchtelingen in Libanon


andere groep, gedreven door toegang tot fondsen en wapens en door persoonlijke relaties. Factoren die weinig te doen hebben met geloofsovertuiging. Daarentegen is het opmerkelijk te lezen dat het niet gewapende deel van de oppositie, het maatschappelijk middenveld, veerkracht en energie vertoont en het vermogen heeft hulp te mobiliseren en bieden aan slachtoffers van het geweld. Ook biedt het weerstand tegen de meeste erge vormen van geweld waartoe elke gewapende oppositiegroep zou zijn geneigd in de situatie waarin SyriÍ zich bevindt. Het is vooral de christelijke geestelijkheid, waaronder de bisschoppen, die openlijk Assad steunt. De meerderheid van de christenen laat zich niet openlijk uit, maar steunt de oppositie. Het is daarom allerminst zeker dat na een overwinning van de oppositie, de christenen het moeten ontgelden. Over het algemeen kan nog steeds worden gesproken over harmonie tussen christenen (10% van de bevolking) en Soennieten (72%). Wel lopen christenen gerede kans kind van de rekening te worden, juist omdat zij niet openlijk kiezen voor de ene of de andere groep en omdat christenen niet zelf milities hebben om zich te beschermen. Als er een afrekening komt, zal die zich voornamelijk richten op de Alawieten. Deze bevolkingsgroep is duidelijker verbonden aan het regime, maar zal vooral het onderspit delven om de reden dat zij al eerder tweederangsburgers waren – Assad nam deze groep in bescherming.

Een Syrische jongen onderhandelt met een Libanese jongen over een fornuis. Die zijn gewild vanwege de koude winter die eraan komt voor het koken en de warmte. 2 21

Laat doven meedoen in Nederland. Erken de Nederlandse Gebarentaal! Christenen klem tussen regime Assad en opstandelingen


Fractie ChristenUnie Tweede Kamer Postbus 20018 2500 EA Den Haag

T : 070-3183057 F : 070-3183936 christenunie@tweedekamer.nl

Reisverslag Libanon november 2012  

In november 2012 was Jöel Voordewind, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, in het grensgebied van Libanon om daar te spreken met syrische v...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you