De kracht van liefde - Christa Krommenhoek

Page 1

INKIJKEXEMPLAAR

KRACHT LIEFDE

DE VAN

C H R I S TA K R O M M E N H O E K



Ik zal je nooit vergeten KOOS ALBERTS

KRACHT LIEFDE

DE VAN

C H R I S TA K R O M M E N H O E K


Bij de eerste stap die jij ooit nam, stond ik vlak achter jou. Nog steeds sta ik achter jou.

Dit boek draag ik op aan mijn ouders. Dank voor jullie onvoorwaardelijke liefde. Christa



Voorwoord

28 september 2018. Er was geen tijd om even rustig te rouwen, want nog geen veertig minuten na zijn overlijden kregen we al een eerste sms van buiten het ziekenhuis. De wereld was al op de hoogte, terwijl we het zelf amper konden bevatten. Er volgden chaotische weken, een media-explosie en een prachtig afscheid, maar nog steeds kom je niet aan rouwen toe. Regelen, regelen, regelen. Mijn moeder stond weer op, en wij deden met haar mee. Dappere harten die het leven vieren. Want dat is wat ik heb meegekregen van mijn vader, zoals hier op de foto bij de uitreiking van zijn eerste platina plaat. De regen valt misschien vaak met bakken op je hoofd, maar je hebt iedere dag een kans om de confetti te voelen! ‘Zonder haar had ik het nooit gered!’ Mijn vader zei het in bijna elk interview. En niets was minder waar, want waar zou hij zijn zonder mijn moeder? We spraken vaak over liefde, in allerlei vormen. Maar een gesprek over de grote liefde die je tot diep in je hart raakt, was zeldzaam. De onvoorwaardelijke liefde die je voor je kinderen kunt voelen, zag ik ook tussen mijn ouders. De afgelopen jaren heb ik vaak over mijn ouders geschreven. Over de kracht van hun liefde, hun humor en hoe ze het leven in eigen hand namen. De laatste maanden gingen mijn woorden voornamelijk over zijn doorzettingsvermogen en haar dapperheid. Het eindigde na een aantal verdrietige weken in een prachtig en dankbaar afscheid, waarin mijn vader zowel door de media als door de mensen in Nederland groots werd 7


geĂŤerd. In het omgaan met verlies en verdriet en het doorzetten na tegenslagen waren ze een voorbeeld voor velen. Ook het genieten, de dankbaarheid en het liefdevol invullen van hun leven was een mooie spiegel voor iedereen. Ik hoop dat de woorden in dit boek, die terugpakken op een van de verdrietigste periodes in mijn leven, je inspiratie geven om je hart te vullen met liefde en moed. Want ook jij kunt opstaan en iets van je leven maken. Christa

8


Inhoud

Voorwoord 1. De rafelrand 2. Een brief voor jou 3. Gewoon geluk 4. Rijkdom (Koos) 5. Moed en lef 6. Een spannende stap (Koos) 7. Een dun laagje goud 8. Vechten voor geluk (Koos) 9. Het leven gaat door (Koos) 10. Een gouden duo 11. Een dapper hart 12. Terug in de tijd 13. Afscheid van een winnaar 14. Alles is liefde (Joke)

7 11 15 25 33 39 45 57 63 73 79 91 105 145 175

Nawoord Recensies Met dank aan Vermeldingen

179 181 189 192

9



HOOFDSTUK 1

De rafelrand

1973 Ik zie het nog voor me. Mijn moeder zit bij mijn vader op schoot en kan alleen maar huilen. Ik sta naast de grote, blauwe bank van spijkerbroekenstof en kijk naar hen. Ze heeft net de telefoon neergelegd en het nieuws gehoord en kan alleen maar huilen. Mijn vader houdt haar in zijn armen. Ik ben vijf jaar en besef nog niet dat mijn opa net is overleden. 2018 In de nacht ga ik nog even tegen Toine aanliggen. Vanuit het niets moet ik ineens huilen: snikken, waarbij de schokken ongecontroleerd door mijn lijf gaan. Ik kan niet meer stoppen, en mijn tranen vloeien over zijn schouder. Het enige wat hij doet, is me vasthouden en mijn arm strelen. Langzaam word ik rustiger. Ik ben vijftig jaar en ik besef dat mijn vader net is overleden. Maar wie houdt nu mijn moeder vast? 2018 zou mijn mooiste jaar worden. Achttien is mijn lievelingsgetal, en ik zou de magische leeftijd van vijftig jaar bereiken. Alles zou samenkomen. Er werden me in verschillende horoscopen gouden bergen beloofd. Ik gaf mijn eerste webinar voor honderd mensen, met achter een laagje make-up mijn verborgen tranen. Een uur eerder hing mijn dochter met vier tassen aan haar arm om mijn nek en vertelde dat ze tijdelijk ergens anders zou gaan wonen. We huilden allebei. ‘Mam, maar eigenlijk wíl ik helemaal niet!’ Het onderwerp van het webinar die avond was ‘Opstaan 11


na tegenslag’. Ik beleefde dat letterlijk, nadat ik mijn eigen tranen had weggeveegd en plaatsnam voor de camera. Er volgden ook vele mooie dingen. Zo startte ik met een nieuw schrijfplatform, waren er tv-opnames, interviews en dankbare klanten die mijn cursussen volgden. Op een vrijdagmiddag kochten we zelfs zomaar een boot. Op zoek naar vrijheid sprongen we in een nieuw avontuur. Helaas bleek de boot net zo oud als ik en lag hij na één dag al op de kant. Een prachtige zomer was in aantocht, en we pinkten onze teleurstelling weg. Wat waren we gezegend met elkaar, de kinderen en onze families! Tot de avond voor mijn vijftigste verjaardag. Ik was met mijn ouders mee voor de uitslag van mijn vader. Het was fout, fouter, foutst, maar er was nog hoop. Mijn supermanshirt ging weer aan, en thuisgekomen begon ik met het ophangen van de slingers. In een roes beleefde ik mijn eigen feest en probeerde er nog iets moois van te maken. De dag van de operatie kwam. In diezelfde week vertrok mijn zoon voor vijf maanden naar Madrid en vertelde mijn dochter dat ze ging verhuizen en anderhalf uur verderop ging wonen. Loslaten, loslaten, ademen, ademen. Ik schreef tussendoor over mezelf en ook over mijn ouders, om alles een plek te geven en mijn verdriet eruit te laten. Bijna vijf weken later – een periode waarin ik mijn vader heb zien vechten om er bovenop te komen, waarin ik de angst in zijn hart kon voelen en de kleur van verdriet duidelijker dan ooit in mijn moeders ogen heb kunnen zien – overleed hij. Van binnen stond mijn wereld stil, maar van buiten moest ik verder. Hoe ga je door als er zoiets ingrijpends in je leven plaatsvindt? Ik schreef er vaak over en hielp vele honderden mensen met deze rafelrand van hun hart. Maar nu was ik zelf aan de beurt. Er moest weer een rouwproces op gang komen, maar nu op een heel ander level. Waar ik eerder mijn gezondheid verloor en gedeeltelijk weer terugvond, waar ik de liefde 12


kwijtraakte en een nog mooiere tegenkwam, moest ik nu een deel van mezelf missen. De muur waar ik tegenaan kon staan, mijn veiligheid en de armen die me droegen, ze waren er niet meer. Het verhaal dat voor mij vijftig jaar had geduurd, was zomaar in een flits voorbij. Het leken seconden, zonder een kans om te kunnen beginnen met tellen.

A m s t erdam, 1 9 70. In v e r wachting va n Da v e.

13



HOOFDSTUK 2

Een brief voor jou

Terugblik Lieve pap, vele mooie woorden heb ik al over je geschreven. Wat zal ik nu dan schrijven als ik hier voor de laatste keer iets kan zeggen? Als ik deze brief straks aan een vlieger hang die hem meeneemt hoog in de lucht ... Maar ik weet nu al wat je zal zeggen: ‘Het maakt niets uit, schatje. Ik houd van jou.’ Er zijn duizend kleine dingen waarom ik van je hou. Niet eerder is dit zo zichtbaar geworden als in jouw laatste maanden en de tijd na je overlijden. Wat heb jij veel betekend voor ons en anderen, en hoe trots zijn we daarop! Het vult ons hart en verzacht het grote gemis. We hebben een prachtige uitvaart gehad, waarin je gedragen werd door ons gezin. De muziek, de beelden en de ontroerende woorden, een staande ovatie en een allerlaatste applaus van al je vrienden en dierbaren. Zou je gevoeld hebben dat we je droegen? Dat we de hele week samen waren bij mama? Zweef je soms hier boven me en kun je alles zien? Ik weet dat we het gaan redden. Maar hoe ga je verder als de helft van je hart openligt, als een groot zwart gat in de grond waar hekken omheen staan met de woorden Werk aan de weg erop? Een gat dat je niet kunt vullen met andere dingen, maar dat langzaam moet begroeien met van die kleine, fijne bloemetjes. Niet volstorten met aarde, maar openlaten, lucht geven en verzorgen. Na weken rennen van en naar het ziekenhuis, kwam het regelen van de crematie en het afscheid nemen van jou. Een moment dat er niets anders overbleef dan stil te staan. Dat deden we iedere keer al naast jouw bed, maar op het moment dat het echt zover was, stonden we echt stil. 15


Jouw laatste woorden in de nacht koester ik en geven me kracht om door te gaan: ‘Ik houd van jullie!’ Niet zo krachtig als het uitroepteken doet vermoeden, maar zacht, schor en lief. Met je laatste adem kreeg je toch die paar woorden er nog uit. Ik had gedacht dat ik wekenlang mijn huis niet uit zou komen, dat ik dagenlang op bed zou liggen huilen. En dat is dan ook wat mijn hart het liefst zou willen, alleen mijn geest zorgt ervoor dat ik in actie kom, dat de deur van verdriet af en toe even opengaat, als een oprit naar de snelweg waar het stoplicht steeds maar een paar auto’s tegelijk laat instromen. Druppelsgewijs, zoals bij een infuus. Het doet me denken aan de vele infusen die jij de afgelopen weken in het ziekenhuis hebt gehad: verschillende zakjes naast elkaar voor het bestrijden van bacteriën en andere gevaren, voor het overleven van je lichaam. Wat een strijd is het geweest, en wat heb je het goed gedaan! Misschien had je zelf het gevoel al dat je het niet meer ging redden, maar had je nog steeds de hoop dat het wel zo was. Ergens in het begin, na de tweede zware week, zei je het al tegen me: ‘Ik moet je iets zeggen, ik ga dit niet volhouden hoor schat.’ Je ogen keken me verontschuldigend aan, alsof je ‘sorry’ zei, omdat je niet sterk genoeg was. Maar pap, je moet weten dat je altijd sterk bent geweest! Zelfs tot op het laatste moment. Ik heb het gezien en gevoeld. Je hoeft je nergens voor te verontschuldigen. Je hoeft ook nergens verdrietig om te zijn, want je hebt alles gedaan. Je bent alles geweest, voor ons allemaal, maar ook voor jezelf. Je hebt uit het leven gehaald wat kon. Je hebt genoten tot op het laatste moment van je optredens. Je hebt met mama ondernomen wat jullie zelf maar wilden. En dat is goed pap, dat is geweldig! Verdriet is er om het gemis, maar niet om de dingen die we niet deden, want we hebben alles gedaan. Wat we niet deden, was praten over wat er na de dood zou komen, omdat we allebei al zo emotioneel werden van alleen het idee al. Ik weet dat je er heel veel verdriet van had, dat je ons niet kon missen, dat je bang was om weg te gaan zonder ons en al helemaal zonder mama. Waar was je zonder haar? Al die jaren was ze het blok waar je tegenaan kon schoppen, dat aan je been hing als je iets moois had gezien wat je eigenlijk niet 16


nodig had, maar dan toch overstag ging. Maar bovenal was ze je grote liefde, je beste vriend, je vangnet, je duwhulp, je tillift en je verpleegster. Door haar kon je zijn wie je was. De afgelopen weken heeft Nederland je groots herdacht. In woord en beeld, via alle media, op verschillende manieren. Mooie en warme woorden, waar het respect in doorklonk dat je zeker verdiende. Het kon ook bijna niet anders. Je had voor iedereen een luisterend oor en toonde altijd oprechte interesse. Je nam tijd voor je fans, waarbij je al die jaren met je voeten gewoon op de grond bleef staan. Je was niet vergeten waar je vandaan kwam, en je vond dat iedereen – bekend of onbekend – hetzelfde was. Je wilde jonge mensen een kans geven om hun talent te ontplooien, en je stond zelfs het afgelopen jaar nog met een doodziek lijf op het podium om andere mensen blij te maken. Dat getuigt van doorzettingsvermogen en kracht, waarmee je vele mensen hebt geholpen. Opstaan en verder gaan, ook bij tegenslag. Daarin was je een voorbeeld voor velen, maar ook voor mij. Toon Hermans zei al eens: ‘Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken.’ Jij was zo’n mens!

Mama Gisteren ben ik met mama naar Ajax geweest. Je hebt ons vast zien zitten. Dave was er ook, en het voelde alsof jij er ook was. Wat zou je trots geweest zijn op Ajax, 8-0, op mama die het zo dapper en goed doet, op mij en Dave en de rest. Toen we terugreden, hoorden we het lied Papa, ik lijk steeds meer op jou. We verdwaalden in Amsterdam en zagen de hele Jordaan, met z’n lichtjes en z’n grachten. Je bent dus nog steeds bij ons. Dat merk ik ook aan mama. Ze praat nog steeds in de tegenwoordige tijd: ‘Dit is ons uitzicht.’ Ik spreek haar niet tegen. Naast samen optreden, was voetbal jullie grote passie. Als jullie niet op de tribune zaten, lag je hand in hand op bed. Als ze scoorden, juichten jullie samen en gaven elkaar een soort high five. De eerste keer alleen in dat grote bed, doet ze dat ook. Ze slaat naar rechts, en waar eerder jullie handen elkaar raakten, is nu alleen maar lucht. Ze lacht door haar tranen heen: 1–0! 17


18



Ik ben supertrots op haar, maar iedere keer als ze ’s avonds weer naar huis gaat, huilt mijn hart. Ik sta in de deuropening en zwaai haar uit. Daar gaat ze, alleen op weg naar een stil en leeg huis. Ik kan me nog herinneren dat je na mijn scheiding tegen me zei dat je zo moest huilen als je wegreed en mij alleen in die deuropening zag staan. Dat je zoveel verdriet had, omdat ik alleen was. Nu is het andersom. En hoe dapper ze ook blijft zeggen: ‘Papa is bij me, voor altijd’, toch zie ik het verdriet in haar ogen. Dit weekend pak ik haar hand vast. Voor het eerst gaan we, zonder jou, naar Spanje, het land waar je zo van hield. Dat geeft een dubbel gevoel. Samen gewoon een paar dagen weg is iets dat vroeger nooit kon, omdat je niet alleen kon blijven, omdat je medische verzorging nodig had, omdat je niet zonder haar kon en zij niet zonder jou wilde zijn. Daar gaat ze. Alleen en toch samen. Met mij. Het contrast is groot. We hebben alle tijd voor onszelf en kunnen in- en uitstappen wanneer en waar we maar willen. Hoe anders is dat als je in een rolstoel zit en de oude klinkerstraatjes geen vrienden zijn met je kleine voorwielen. Als je geen bedpapegaai in je hotelkamer hebt, zodat je je ’s nachts niet kunt omdraaien of overeind kunt komen. Als je drie dagen niet kunt douchen of naar het toilet kunt gaan, omdat er een bad in de weg staat, of omdat je gewoonweg niet door de smalle deur past. Dit weekend hoeft ze daar geen rekening mee te houden. Het enige wat ze hoeft te doen, is zichzelf aankleden, douchen, verzorgen en proberen te genieten van dat wat is in dit totaal andere leven. Maar hoeveel plezier ze ook zal maken, in haar hart had ze je nog wel twintig jaar willen duwen, tillen, aankleden en liefhebben. Je zwaait ons uit bij de gate. Voor jou geen speciale ‘gehandicaptenstoel’ meer. Niet meer het vliegtuig ingedragen worden of als laatste eruit worden gehaald. Het is klaar. Maar voor ons gaat het nu beginnen. We gaan op reis in ons nieuwe leven. Als ik naar links kijk over de rij mensen naast ons, zie ik het nog net: de zon is oranje-geel en schijnt met een smalle maar felle gloed op mijn gezicht. In mijn oren klinkt Do. Ze zingt Hij gelooft in mij! Toeval bestaat niet. Jij geloofde in mij, in ons. Ik hoef alleen maar de spraakberichten te beluisteren die je mij in groten getale hebt gestuurd: 20


Hey lief meisje, hoe gaat het met je? Wat ben je aan het doen? Ik zit achter de computer. Wat ben jij aan het doen? Voel je je goed? Hoe gaat het met je bedrijf? Nou schat, alles komt goed. Papa blijft je helpen. Ik hoor het wel. Dag lieve schat. Ergens heb ik nog steeds het idee dat jij voorin op rij één stoel C zit, en wij hier op rij negen. Als ik straks ga plassen, zal ik toch even gaan kijken. Want stel je voor dat je ons kwijt bent? Dat je daar helemaal alleen zit met je iPad, je films en je krentenbollen in de doorzichtige plastic zak.

Schrijven Spanje, 22 januari 2019. Het is bijna middernacht als ik besluit om te gaan slapen. Ik doe de lichten uit, maar ineens voel ik dat ik moet schrijven. Er komt een beeld naar boven van de woonkamer. Je zit in de hoek van de kamer in je stoel. Je leunt achterover en aanschouwt de ruimte, en ik hoor je denken aan alles wat je hier hebt gedaan en aan hoe hard we hier met elkaar hebben gewerkt. Ik zie letterlijk het stof door de kamer gaan op het moment dat we de muur in de keuken illegaal weghalen. Je grijns bij het eerste gat. Je doorzettingsvermogen is je grote drive bij het vele werk. Ik hoor de grapjes en de humor die tussendoor voorbijkomen. Vijf dagen lang heb ik je symbolisch voor me uit zien rijden: op weg naar het strand, op de boulevard langs de zee. Ik zag hoe mama je in en uit de auto tilde, ik zag je nadenkend stil zitten, terwijl wij aan het opruimen waren. Je aanschouwde ons met een trotse blik. En op de laatste avond hoorde ik je stem: ‘Ga schrijven en maak mijn boek af. Inspireer jezelf, ga op avontuur en haal de sluier van je leven af! Verover de wereld en wees wie je wil zijn. Lief meisje van mij, het is goed. Ik heb je niet verlaten. Ik sta achter je. Van je eerste tot de laatste stap.’ Bám – daar zat ik, middenin de nacht, huilend boven mijn schrift, omdat ik wist dat je gelijk had. Alles is er al. Iedereen die het nodig heeft, kan hulp krijgen van mij. Het staat gewoon al klaar. Ik heb de finish bereikt 21


en hoef nu alleen maar de overwinning en het leven te vieren. Wat een prachtig inzicht!

Dromen kan altijd Dromen kan altijd Al raak je alles kwijt Dromen kan altijd ‘Ga je een boek over mij schrijven?’ vroeg je, toen ik weer eens schrijvend in het ziekenhuis naast je bed zat. ‘Wie weet’, zei ik, en dacht dat het leuk zou zijn om straks het verhaal eens samen vanaf de andere kant te beschrijven. Straks, later, als we alles op de rit zouden hebben na de diagnose kanker. Maar later kwam niet meer. De afgelopen maanden ben je dichterbij geweest dan ooit. Ik heb in jouw schoenen gelopen en gevoeld wat jij voelde, toen je vijfendertig jaar geleden met dat kleine cassettebandje, in de zak van je nappaleren jasje, de deuren langsging. Afwijzing na afwijzing. Maar iedere keer verliet je de kamer met opgeheven hoofd, zonder het geloof in jezelf te verliezen. Je hield vol. Net zo lang tot Willem van Kooten iets in je zag en zijn hand naar je uitstak. Een grootse carrière met tientallen gouden en platina platen en landelijke prijzen waren het gevolg van jouw doorzettingsvermogen en de dapperheid van mama. Dus wie ben ik om op te geven als het niet lukt?! Ga ik bij de pakken neerzitten en laat ik het boek dat ik over je wilde schrijven in mijn zak? Nee! Ik hoor je op de achtergrond fluisteren: ‘Je gaat toch niet opgeven? Wat heb ik je nou geleerd?! Wat heb ik je laten zien?!’ Symbolisch loop ik in jouw schoenen, zonder cassettebandje, maar met ontroerende woorden op wit papier. Ze zijn geschreven vol hoop en vermengd met doorzettingsvermogen, veerkracht en jouw onvoorwaardelijke liefde. Want jij leerde me: dromen kan altijd!

22


Hoe vaak gebeurt het dat we het gevoel hebben er alleen voor te staan. Dat we geen handen om ons heen hebben die ons vasthouden, ons verder kunnen helpen, aanmoedigen, troosten, opbeuren en motiveren. Dat we opgeven, het erbij laten zitten en niet meer geloven in wat we leuk vinden, wat we zo goed kunnen en waar we van dromen. Ik sta dapper op, met moed in mijn hart, en zorg ervoor dat dit boek er komt. Want dit verhaal moet verteld worden, zodat andere mensen hun verhaal ook durven te delen. Ik geloof in de kracht van liefde, omdat ik dat mijn hele leven voor me heb gezien. Wat liefde met je kan doen als tegenslag je leven binnenwandelt. Hoe belangrijk het is om je verhaal dan kwijt te kunnen. Wat moeten al die mensen, die geen hand hebben om vast te pakken maar dit wel hard nodig hebben, zonder voorbeelden die hen laten zien dat het mogelijk is om weer op te staan en door te gaan?! De kracht van liefde gaat je helpen, pakt je hand en laat je zien dat ook jouw verhaal waardevol is. Want als iemand heeft bewezen dat je een diploma voor het leven niet op school haalt, dan is dat wel mijn vader. Zijn verhaal laat ons zien dat je je dromen nooit moet verliezen, en dat je altijd weer kunt opstaan.

23


Wil je het hele boek lezen? Klik dan HIER.


‘Ik ben geboren om van jou te houden.’ KOOS ALBERTS

Op 37-jarige leeftijd breekt Koos Alberts, die op dat moment metselaar en snackbarhouder is, door met drie hitsingles in de Top 10 van de Nationale Hitparade. Het is de start van een waanzinnige carrière. Tot in 1987 een zwaar auto-ongeluk een dramatische wending aan zijn leven geeft. Met een verlamde stemband en een hoge dwarslaesie knokt hij zich terug naar het podium. Hij blijft één van Nederlands populairste volkszangers, winnaar van vele prestigieuze prijzen en benoemd tot Ridder in de Orde van OranjeNassau. Een artiest en sporter in hart en nieren, tot hij in september 2018 de strijd in een kort gevecht met kanker verliest.

‘Denk je dat ik ooit nog thuis kom?’ Je vraagt het aan mama. Het is een van de zinnen die me het meeste raakt in deze hele situatie. Omdat het aangeeft dat je twijfelt. ‘Tuurlijk kom je nog thuis’, zegt ze, en tot op zekere hoogte gelooft ze dat ook nog. Christa Krommenhoek schreef De kracht van liefde als ode aan haar ouders. Woorden die je raken en ontroeren over de onvoorwaardelijke liefde in een leven waar tegenslag voor de deur staat. Een prachtig verhaal dat de lezer laat zien wat je met dapperheid, doorzettingsvermogen en moed nog allemaal kunt bereiken. ISBN 978-90-9031858-5

www.christakrommenhoek.nl www.lifeofchrisje.nl

9

789090 318585