Page 1

Wij, de Dochters, hebben de volgende regels en richtlijnen opgesteld voor een zo gelukkig mogelijk en dramavrij leven: 1. Lees geen roddelbladen en surf niet naar celebritywebsites. Kun je het toch niet laten, probeer dan niets over je ouders te lezen. 2. Vrienden zijn oké, maar alleen een andere Dochter begrijpt echt hoe het is om in jouw schoenen te staan. Sluit vriendschap met zo veel mogelijk Dochters. 3. Vriendschap is altijd belangrijker dan jongens. Altijd. 4. Wees aardig tegen iedereen, en als mensen je dan nog stééds verwaand vinden, haal je daarover je schouders op. 5. Als je ouderlijk drama wilt bespreken, doe je dit alleen met een andere Dochter. (Zie regel nr. 2.) 6. Praat nooit met de pers over je ouders. Zeker niet wanneer journalisten voor je huis bivakkeren en schreeuwen of je ze iets kunt vertellen. 7. Ga minstens een maand lang uit met een jongen voor je hem meeneemt naar een rode-loper-event. Hetzelfde geldt voor je hem meevraagt in je vliegtuig, meeneemt op tournee, enzovoort. 8. Als je ziet dat een Dochter wordt afgekraakt op een blog, schrijf dan altijd een post om voor haar op te komen, zelfs als je haar niet kent. 9. Stel jezelf alleen met je voornaam voor als je nieuwe mensen ontmoet. 10. Jij bent niet je ouders en je ouders zijn jou niet. Hoe beroemd – of gênant – ze ook zijn.


HOOFDSTUK 1

‘Katia!’ ‘Katia!’ ‘Hier!’ ‘Hier!’ Lizzie Summers stond waar ze altijd stond als ze uit was met haar moeder – aan de zijkant, verborgen in de menigte, veilig buiten het bereik van de lens – en keek toe hoe het wereldberoemde topmodel de paparazzi gek maakte. ‘Katia!’ ‘Hier!’ Met haar schouders naar achteren, haar rug iets hol en een gemanicuurde hand zelfverzekerd op haar heup draaide Lizzies moeder van links naar rechts, met haar oogverblindende miljoenen-dollar-glimlach. Vandaag was die lach nog mooier dan anders, want Plenty magazine had besloten de Modeweek van dit najaar te openen met een lunch ter ere van haar. Maar zoals altijd bij Modeweekfeestjes moesten de fotografen eerst een kwartier als krankzinnig plaatjes schieten voor het allemaal kon beginnen. ‘Katia!’ schreeuwde iemand. ‘Je bent móói!’ riep een ander. Lizzie keek uit het raam van de besloten eetzaal van het Mandarin Orientalhotel naar de groene kruinen van de bomen in Central Park en verder weg naar de elegante en drukke horizon van Fifth Avenue en zuchtte. Eh, ja, dacht ze. Ze is mooi. Understatement van de eeuw. Haar moeder, Katia Summers, was niet gewoon mooi. Een modeontwerper (Galliano? Gaultier? Lizzie wist het niet meer) had Katia ‘het levende bewijs van God’ genoemd. En als haar nu twintig jaar durende carrière als topmodel mocht gelden als bewijs daarvan, was iedereen het daarmee eens. Als Katia’s enige kind had Lizzie meer uren van haar leven doorgebracht met naar haar moeder kijken dan wie dan ook en zelfs zij was het ermee eens: haar moeder was Serieus, Bloedstollend, Bijna Onmenselijk Mooi. Dag en nacht. Met make-up of zonder. Met bed-haar of opgestoken haar. Hoe weinig ze ook had geslapen of hoe Lizzie zich ook aan haar ergerde, Katia Summers was nooit niet adembenemend. En als schoonheid echt de optelsom was van iemands lichaamsdelen, was ieder deel van Katia bijna perfect. Haar beroemde ogen die van kleur veranderden al naargelang haar stemming, van turkoois naar groen naar een exotisch indigo; de gladde jukbeenderen die van de onderste helft van haar gezicht een perfecte V maakten; haar volle mond en haar karakteristieke pruillipje, veroorzaakt door een kleine overbeet die haar ouders nooit hadden laten rechtzetten. Dan was er het dikke, extensionvrije blonde haar, dat in golven tot halverwege haar rug viel, en haar slanke maar vrouwelijke lichaam. Ja, dacht Lizzie altijd als ze naar haar moeder keek aan de ontbijttafel of in de lift – perfect.


Katia was zo perfect dat ze zelfs op haar zevenendertigste nog in trek was, terwijl andere topmodellen op die leeftijd hun Manolo’s al in de wilgen hadden gehangen. Ze was elk seizoen de ster van de reclamecampagne van minstens één topontwerper, ze deed spreads voor de belangrijkste edities van Harper’s Bazaar, W en de Vogue in welk land dan ook, was het gezicht van L’Ete cosmetica en stond eens per jaar op de cover van GQ of Details, bedekt door niets anders dan een gehaakt bikinibroekje en haar eigen strategisch geplaatste handen. En nu stond Katia op het punt een sprong te maken die slechts een paar topmodellen ooit konden wagen. En nog minder modellen zouden zo’n sprong tot een succes kunnen maken. Ze zou van topmodel naar topontwerper gaan. Kleren, parfum, snuisterijen – Katia zou het allemaal gaan ontwerpen. Katia Coquette – een ‘Frans geïnspireerde’ (lees: extra sexy) lingerielijn – was nog maar het begin. En aan de pers te zien, schreeuwend om haar foto, en de fashionista’s, die Katia goedkeurend bekeken, zou Katia Coquette een groot succes worden. Lizzie keek op haar horloge, terwijl ze naar de bar liep. Het was al na twaalven en ze had om één uur afgesproken met haar beste vriendinnen, Carina en Hudson. Het nieuwe schooljaar begon morgen weer en dat betekende dat ze vandaag iets bij Pinkberry zouden eten, rond zouden slenteren door West Village en elkaar over hun zomer zouden vertellen, dit was hun laatste-dagvan-de-zomervakantie-ritueel. Carina en Hudson waren al sinds de kleuterschool haar beste vriendinnen. Lizzie zag hen als de zuiveringsfilters in haar leven. Als er iets met haar gebeurde, goed of slecht, vertelde ze het aan hen en als ze dat had gedaan, voelde ze zich bijna altijd een stuk beter. Lizzie dacht dat dit kwam doordat ze met z’n drieën één belangrijk ding gemeen hadden: ze wisten allemaal hoe het was om twee levens te hebben: publiek en privé. Ze hadden zelfs hun eigen regels opgesteld om hiermee om te gaan. Lizzie leunde op de rand van de bar en liet één kloppende voet uit haar moeders twaalf centimeter hoge, gouden Christian Louboutin met open teen glijden. Ze wist dat Louboutins zogenaamd de beste schoenen ter wereld waren, maar ze knelden om haar voeten en drukten haar tenen fijn. Ze droeg veel liever haar dik gezoolde, extreem comfortabele Steve Madden-schoenen van vijfentachtig dollar, maar Katia had die schoenen verboden voor dit soort gelegenheden. ‘Aaah,’ zei ze en ze strekte haar tenen. Dicht bij haar sneed een barman citroenen op een snijplank. ‘Zere voeten?’ vroeg hij. Hij zag eruit alsof hij begin twintig was en had zo’n klein sikje op z’n kin. ‘Ik weet niet waarom mensen deze dingen dragen,’ zei ze. De barman knikte, maar zijn blik dwaalde af naar Katia, die nog steeds omringd werd door camera’s. ‘Ze is bloedmooi,’ zei hij en hij sneed bijna een vinger af. ‘Ze is nog knapper in het echt.’ Lizzie keek naar haar moeder, die nog steeds poseerde. Ze kon het niet laten. ‘Dat is m’n moeder,’ zei ze.


De barman opende zijn mond terwijl hij weer naar haar keek. ‘Ze is je moeder?’ vroeg hij vol ongeloof. Lizzie glimlachte. Niemand geloofde het ooit. ‘Yep,’ zei ze. ‘Echt?’ vroeg de barman. ‘Jullie lijken helemaal niet op …’ Voordat hij zijn zin kon afmaken, hoorde Lizzie haar moeder roepen aan de andere kant van de zaal. ‘Lizzie! Liefje! Kom even op de foto!’ Lizzie draaide zich om. Haar moeder zwaaide een gouden, perfect gevormde arm in ongeveer haar richting. ‘Kom op!’ riep Katia. ‘Neem even een foto!’ Daar gaan we weer, dacht Lizzie. Iedere keer dat ze met haar moeder naar een officieel optreden ging, betrok ze haar bij een fotosessie. Kon Katia nou niet één keertje genade hebben? ‘Kom op, Lizzie!’ riep Katia over het lawaai van de flitsende camera’s heen. ‘Een paar maar!’ De horde magere, bleke modeverslaggevers draaide het hoofd om naar Lizzie te kijken. Hier kon ze niet onderuit komen. Ze schoof haar voet terug in de schoen, hobbelde naar haar moeder en wenste stiekem dat haar vader, Bernard, haar moeders date voor vandaag was geweest. Maar op de een of andere manier had hij altijd een deadline te halen voor zijn column in New York Times. Het was nogal irritant. Toen ze naast haar kwam staan, drapeerde Katia een slanke arm om Lizzies middel en trok ze haar tegen zich aan. ‘Mijn dochter!’ riep ze naar de menigte. Lizzie keek naar de rij zwarte, zielloze camera’s voor haar. Een paar lange seconden gebeurde er niets. Uiteindelijk was er één zwakke flits. Toen nog één. En nog één. En toen … ‘Kunnen we er nog een paar met jou krijgen, Katia?’ schreeuwde iemand. ‘Alléén met jou?’ ‘Ja, Katia, alleen met jou!’ ‘Hé, mam,’ fluisterde Lizzie in het oor van haar moeder. ‘Mag ik nu naar mijn vriendinnen toe?’ Katia kneep even in Lizzies middel en trok haar arm terug. ‘Natuurlijk,’ fluisterde ze. ‘Gefeliciteerd,’ fluisterde Lizzie terug. Haar moeder klopte haar op de rug en draaide terug naar de camera’s. Lizzie was vrij. Toen ze de zaal uit liep, voelde ze haar schouders ontspannen en haar ademhaling weer tot rust komen. Dit soort dingen maakte haar altijd gespannen. Over een paar minuten zou ze in de metro zitten, de stad inrijden naar haar vriendinnen en dan kon ze dit alles vergeten. Maar vanbinnen knaagde er voor de zoveelste keer een vraag aan haar, terwijl haar hakken over de marmeren vloer van de lobby tikten en haar ergernis over de camera’s langzaam wegebde: wist haar moeder nou echt niet hoe haar eigen dochter eruitzag?


Er was een tijd geweest dat de paparazzi Lizzie wilden fotograferen; in de tijd dat zij en haar moeder het Sexy Topmodel en het Schattige Kind waren geweest. Toen Lizzie klein was, volgden de fotografen haar en haar moeder overal: naar de kleuterschool, naar het park, naar de speelgoedwinkel. Maar toen werd Lizzie ouder. En Lizzie ging van het Schattige Kind naar de Eigenaardige Tiener. Terwijl Katia het Sexy Topmodel bleef. Eerlijk gezegd was ‘eigenaardig’ nog zwak uitgedrukt. Ze was Anders. Ongewoon. Vreemd. Of, zoals Hudson en Carina het graag zeiden: opvallend. ‘Zoals Uma Thurman er waarschijnlijk uitzag voordat ze knap werd,’ zou Hudson zeggen. Maar Uma Thurman had geen bruine ogen die zo enorm waren dat ze uit haar gezicht leken te vallen. Geen grote, scheve neus die deed of hij naar links ging, maar afboog naar rechts. Geen rechte, dikke wenkbrauwen die plat en borstelig waren als die van een Sesamstraatpop, zelfs als ze geëpileerd waren. En Uma Thurman had zeker geen krullend lichtrood haar met de textuur van een schuursponsje, dat in een vogelnest veranderde zodra de temperatuur boven de vijfentwintig graden kwam. En wat belangrijker was: niemand had van Uma Thurman verwacht dat ze mooi zou zijn. Wie had er nu verwacht dat de dochter van een boeddhistische professor een Hollywoodactrice zou worden? Maar de enige dochter van Katia Summers, ook wel bekend als ‘Het Levende Bewijs van God’, moest toch minstens mooi om te zien zijn. En dat was bepaald niet zo. Lizzie dacht graag dat haar vreemde uiterlijk een kans bood om de paparazzi te ontlopen. Als ze uitging met haar moeder en ze werden omsingeld zodra ze uit een café of Starbucks kwamen, kon ze makkelijk naar de zijkant schuifelen zonder dat het de fotografen iets uitmaakte. Maar zo zag Katia het niet. Zodra de kans zich voordeed, wilde ze Lizzie op de foto krijgen. Lizzie dacht dat ze niet wist dat ze een vreemd kind had of dat ze probeerde een punt te maken. Maar hoe kon een topmodel geloven dat uiterlijk er niet toe deed? Terwijl ze de verstikkende hitte van het metrostation inliep, besloot Lizzie dat haar moeder misschien écht onwetend was. En dat was nog erger. Lizzie haalde haar metrokaartje door de gleuf in het draaihekje en rende de trappen af naar de wachtende trein. Terwijl de deuren zich sloten, zakte ze neer op een stoel en trok ze The Great Gatsby uit haar tas. Ze wilde het boek vóór morgen uitlezen, ook al stond Gatsby op de zomerlijst van het vierde jaar aan de Chadwick Middelbare School, en niet van het derde. Maar ze had altijd al boeken gelezen voor kinderen die ouder waren dan zij. Ze had leren lezen toen ze drie was, had de eerste twee Harry Potters uit toen ze zes was en begon verhalen te schrijven toen ze acht was. Ze was sindsdien blijven schrijven en afgelopen zomer had ze zes weken lang de exclusieve Barnstable Schrijverscursus op Cape Cod gevolgd. Daar had een schrijver onophoudelijk gesproken over Fitzgerald en Lizzie had zich geschaamd omdat ze nog nooit iets van hem had gelezen. Nu wilde ze dat het boek nooit zou eindigen. Sommige alinea’s waren zo mooi geschreven dat Lizzie ze steeds opnieuw


las. Ze hoopte ooit slechts een kwart van het talent van Fitzgerald te hebben. Of misschien een tiende. Bij Bleecker Street stapte Lizzie uit en ze hinkte de trappen op richting het trottoir. Haar pijnlijke voeten wiebelden in de Louboutins en ze deed haar best niet plat op haar gezicht te vallen, terwijl ze langs de bruinrode patriciërshuizen met bloembakken onder de ramen en de glazen etalages van bakkers en koffiezaken liep. Ze was dol op West Village – het deed haar denken aan een New York van vroeger, toen het in de stad nog wemelde van de artiesten en schrijvers, en daarvoor van paarden en koetsen. Nu stonden dure kledingzaken en sushirestaurants zij aan zij en zeulden universiteitsstudenten, die net terug waren van zomervakantie, er met tassen van Bed, Bath & Beyond. Ooit, wanneer ze een beroemd schrijfster zou zijn, zou ze hier komen wonen, bedacht ze net toen ze de hoek omliep en de blauwgroene gevel van Het Beloofde Land zag, ook wel bekend als Pinkberry. Ze duwde de glazen deur open en snelde naar binnen, naar de tafel in de hoek waar twee meisjes op haar zaten te wachten, de één klein en blond, de ander langer en met zwart haar. ‘Lizzie!’ gilde het blonde meisje, terwijl ze uit haar stoel sprong. Carina Jurgensen sloeg haar gebruinde armen om Lizzie heen alsof ze haar al jaren niet gezien had. ‘O mijn God, hoi!’ zei ze, springend op haar teenslippers, terwijl haar blonde paardenstaart heen en weer zwiepte. ‘Ik heb je gemist, Lizzebiz!’ ‘Ik heb jou ook gemist, C,’ zei Lizzie en ze beantwoordde de knuffel zo goed mogelijk. ‘En wat ben je bruin.’ ‘En wat ben jij lang,’ zei Carina bewonderend en ze liet haar los. ‘Ik zweer je, binnenkort zal ik me een dwerg voelen naast jou.’ Haar chocoladebruine ogen waren groot en vol leven. Soms dacht Lizzie dat Carina levendiger was dan iedereen die ze ooit ontmoet had. ‘O mijn God, die jurk is om te zoenen,’ zei Lizzies andere beste vriendin, Hudson Jones, terwijl ze opstond om haar ook een knuffel te geven. Golven zwart, krullend haar omlijstten haar hartvormige gezicht en haar groene ogen fonkelden. ‘Is dat Margiela?’ vroeg ze met haar zachte, lieve stem, terwijl ze naar Lizzies jurk keek. ‘Hij is van mijn moeder,’ zei Lizzie. ‘En hij past amper.’ ‘Neem dan wat Pinkberry,’ zei Carina en ze gingen zitten. Ze schoof een kom granaatappelyoghurt met mochirijst over de tafel. ‘Kijk, ik heb je favoriete smaak besteld.’ Carina Jurgensen woonde haar hele leven al in New York, maar op het eerste gezicht leek ze op een surfmeisje van de noordkust van het Hawaïaanse eiland Oahu. Klein maar atletisch, met door de zon gebleekt, blond haar dat nooit dof werd en sproeten op haar kleine neus. Carina surfte ook echt, en ze snowboardde, en beklom bergen, en deed eigenlijk alles wat ze buiten kon doen. Ze kende geen angst. Van jongs af aan was Carina altijd de eerste geweest om iets griezeligs te doen – of het nou recht van een heuvel skaten was in Central Park op een drukke zondag, of flirten met de jongens van de St. Brendan’s school. Omdat ze niet langer dan een paar minuten stil kon zitten, zat Carina niet graag lang voor de spiegel, maar ze was zo


knap dat het er niet toe deed. Haar favoriete seizoen was de zomer en haar favoriete look was wat ze vandaag droeg: shorts, een T-shirt zonder mouwen en teenslippers met camouflageprint. Jongens vonden Carina Jurgensen vaak ontzettend leuk, maar dat had zij meestal niet eens door. ‘Dit had ik echt nodig,’ zei Lizzie, die in haar yoghurt lepelde. ‘Het is een miljoen graden buiten.’ ‘Ja, en Hudson heeft het nog steeds koud,’ grapte Carina, terwijl ze naar haar vriendin knikte. ‘Echt niet,’ zei Hudson en ze trok haar lapjesomslagdoek wat dichter om zich heen. ‘Ik heb gewoon veel zon nodig.’ Als Carina het blonde surfmeisje was, dan was Hudson het geraffineerde hippiemeisje uit de stad. Ze was mooi, met een licht gebruinde huid en sprankelende groene ogen dankzij de Afro-Caribische familie van haar moeder en haar vaders Frans-Ierse achtergrond, en ze had de slanke bouw en perfecte houding van een meisje dat haar hele leven al danste. Hudson had ook heel erg veel stijl. Onder haar omslagdoek droeg ze een zijden koraalkleurige tuniek met pailletten, met daaronder gladiatorsandalen met gekruiste banden die tot haar knieën reikten, ze droeg gigantische zilveren oorringen en een unieke, veelkleurige geweven tas die ze in Buenos Aires had gekocht. Hudson stond alles perfect. ‘Hoe was het ding van je moeder?’ vroeg Hudson, terwijl ze een klein hapje nam van haar groenetheeyoghurt met bosbessen. Hudson ging altijd voor de gezonde keuze. ‘Goed, maar ze trok me weer voor de camera’s. Wanneer gaat ze begrijpen dat niemand – níemand – mij op de foto wil?’ ‘Lizzie, houd op,’ zei Hudson op waarschuwende toon. Lizzies uiterlijk was een veelbesproken onderwerp en ze wist dat haar vriendinnen het beu waren om het erover te hebben. ‘Nee, meiden, jullie weten dat het me niets kan schelen, ik zou alleen willen dat zij het zou inzien,’ zei Lizzie. ‘Hoe dan ook, Carina. Hoe was Outward Bound?’ ‘Zo, zo, zo ongelooflijk,’ zei Carina terwijl ze haar yoghurt naar binnen werkte. ‘Colorado is de mooiste plek op aarde. Maar ik ben een maand lang niet onder de douche geweest. Jullie hadden me moeten zien. Ik zat onder de modder. Het was geweldig.’ ‘Wat zei je vader toen hij je onder de modder zag?’ vroeg Hudson. Carina grijnsde. ‘Dat ik een zomer had weggegooid. Wat dacht je?’ Carina’s vader, Karl Jurgensen, was een workaholic. Hij was bovendien een van de rijkste mensen ter wereld. Metronome Media, zijn imperium van dikke lifestyleen modebladen, kranten, tv-zenders en social networkwebsites had in elk werelddeel een filiaal en had duizenden werknemers. Hij werkte aan wat hopelijk de grootste doorlopende entertainment-website ter wereld zou worden, één gebruiksvriendelijke website waarop iedere televisieserie, realitysoap en film te vinden zou zijn. Karl had zoveel geld dat hij ook een van de voornaamste filantropen van het land was geworden, hij schonk miljoenen om honger en armoede te bestrijden. Met zijn


charismatische persoonlijkheid en knappe uiterlijke was Karl een van de meest begeerde vrijgezellen in New York, misschien wel ter wereld. Hij was gescheiden van Carina’s moeder toen Carina tien jaar was en sindsdien woonde Carina alleen met hem in een gigantisch penthouse op Fifty-seventh Street. De twee konden het meestal wel goed met elkaar vinden. Maar Karls ongeduld met zijn vrijgevochten dochter leidde soms tot een explosie tussen de twee en tegen het einde van het schooljaar praatten Carina en de Jurg, zoals ze haar vader noemde, gewoonlijk niet meer met elkaar. Daarom bracht ze iedere zomer zo ver mogelijk van New York en haar vader door, terwijl ze bergen beklom in Colorado of leerde scubaduiken. ‘Hoe was het feest van je vader dit jaar?’ vroeg Hudson. Carina haalde haar schouders op. ‘Ging wel, denk ik,’ zei ze. ‘Hij schat dat hij twee miljoen heeft binnengehaald.’ Ieder jaar rond de Dag van de Arbeid verbouwde Karl, of de Jurg, zijn landgoed in Montauk tot pretpark om geld binnen te halen voor het goede doel. Er waren achtbanen, draaimolens, vuurwerkshows en zelfs een onderwatertocht in een onderzeeër in een van zijn meren. Een kaartje voor ‘Jurgensenland’ kostte duizend dollar en een tafel tijdens het bal op het eind moest tienduizend dollar opbrengen. ‘En hoe ging het eind van de tour?’ vroeg Lizzie aan Hudson. ‘Een gekkenhuis,’ zuchtte Hudson. ‘Dertig steden in vijfenveertig dagen. Ik weet niet hoe mijn moeder het volhoudt. Op de negende dag was ik al kapot.’ ‘Was er nog Holla-drama?’ vroeg Carina nogal direct. Hudson rolde met haar ogen. ‘Er was een kerel van Rolling Stone met ons mee op tour, om het gebruikelijke artikel over “Holla Jones en haar Onstuitbare Carrière” te schrijven en hij vroeg me hoe oud mijn moeder was. Ik had zo’n jetlag dat ik de waarheid vertelde: zevenendertig. Toen mijn moeder het hoorde, ontplofte ze. Alsof drie jaartjes meer zoveel uitmaken.’ Hudson stond op en gooide haar halflege bakje in de prullenbak. ‘Moraal van het verhaal? Praat nooit met de pers. Zelfs niet als ze dag en nacht bij je zijn, zeg maar.’ Hudsons moeder, Holla Jones, was een popster. Haar stem met zijn immense bereik en haar goed in het gehoor liggende liedjes hadden een ster van haar gemaakt toen ze negentien was, en nu was ze een icoon. Jaar na jaar, door een combinatie van tournees, baanbrekende albumproducties en een ijzeren wil, stond ze boven aan de hitlijsten. Maar die ijzeren wil was tegenwoordig een probleem. Ze was gedreven in alles: in haar dagelijkse, drie uur durende trainingen met haar persoonlijke trainer; haar strikt organische, vegetarische dieet; en haar relaties, die vaak al voorbij waren voor ze goed en wel begonnen. Hudsons vader was daarvan een typisch voorbeeld. Hij was achtergronddanser geweest tijdens een van Holla’s eerste tournees – en verdween toen plotseling op het moment dat de tour ten einde liep, afgeschrikt door Holla’s vreselijke discipline. De band tussen Holla en Hudson was sterk, bijna zusterlijk, en Lizzie had hier vaak bewondering voor. Maar het maakte haar ook een beetje nerveus. Hudson had haar moeders stem, haar uiterlijk, haar voorkomen en stond nu op het punt haar eigen


album op te nemen. Maar terwijl Holla iemand was van snelle beats, opvallende kostuums en popmuziek met energie, had Hudson soul en was ze traag als een rokerige vlam. Helaas was Holla zich niet bewust van dit onderscheid. ‘Nog leuke dansers?’ vroeg Carina toen ze de straat op liepen. ‘Eh, nee,’ zei Hudson. ‘Die zaten allemaal in het andere team.’ ‘Jammer,’ zei Carina, die rechtstreeks naar een toren met sieraden liep die buiten op het trottoir was neergezet. ‘Ik stonk te erg om zelfs maar te overwegen met iemand te flirten op die berg, maar één jongen was wel heel erg leuk,’ zei ze, terwijl ze een paar bungelende oorbellen met muntjes naast haar oren hield. ‘Wat vinden jullie? Goedkoop of cool?’ ‘Goedkoop,’ zei Lizzie. ‘En heb je ze echt nodig?’ vroeg Hudson. ‘Maakt niet uit, ze kosten maar tien dollar,’ zei Carina en ze trok een biljet uit de achterzak van haar shorts om het aan de man met een rastafaripet achter de tafel te geven. Ondanks haar milieubewuste levensstijl hield Carina ervan geld uit te geven. En haar vader gaf haar genoeg. ‘Over knappe jongens gesproken,’ mompelde Hudson, naar de andere kant van de straat starend. ‘Kijk hem eens.’ Lizzie draaide zich om en volgde Hudsons blik. Daar kwam een heel knappe jongen net uit de zuidkant van Washington Square Park lopen, zijn handen in de zakken van zijn jeans, witte snoertjes van zijn iPod uit zijn oren. Een alarmerend knappe jongen. Hij was zo leuk dat Lizzie alleen maar kleine, steelse blikken op hem kon werpen. Grote blauwe ogen. Gepolijst gezicht. Sluik bruin haar dat een beetje over zijn voorhoofd hing. Volle, roze lippen. ‘Wow,’ mompelde Carina. ‘Dat is pas een knappe student.’ Maar Lizzie kon zien dat hij jonger was. En toen realiseerde ze zich dat er iets bekends was aan zijn loopje. Het was een soepel, ontspannen loopje, alsof hij compleet in zijn eigen wereld opging en helemaal geen haast had. ‘O mijn God,’ zei Lizzie toen ze het opeens begreep. ‘Dat is Todd Piedmont.’ ‘Wat?’ vroeg Carina met open mond. ‘Die jongen uit jullie gebouw?’ ‘Was hij niet naar Londen verhuisd?’ vroeg Hudson. ‘Drie jaar geleden of zo?’ ‘Misschien is hij terug, op bezoek,’ antwoordde Lizzie. ‘Is dat wat er gebeurt met mensen die naar Londen verhuizen?’ vroeg Carina zich af. ‘Worden ze opeens onwijs knap?’ ‘Ga hallo zeggen.’ Hudson pakte Lizzies arm en gaf haar een duwtje. ‘Ja,’ zei Carina ook. ‘Voordat hij op een vliegtuig stapt en nooit meer terugkomt.’ ‘Wacht – in m’n eentje?’ ‘Jullie waren beste vrienden,’ herinnerde Hudson haar. ‘Ja, toen we zes waren.’ Terwijl ze toekeek hoe haar vroegere buurjongen het trottoir bereikte, probeerde ze te bevatten dat dit dezelfde jongen was die ze vroeger commandeerde en met wie ze speelde en die ze zelfs een keer aan het huilen had gebracht. Wie hij ook was, ze was nu toch wel blij dat ze een mooie jurk droeg en hakken met open teen, ook al stierf ze


van de pijn aan haar voeten. Ze waren even oud en woonden als kind drie verdiepingen van elkaar, en dus waren Todd Piedmont en zij samen van deur tot deur gegaan op Halloween, hadden ze samen gesleed in Central Park, door de lobby gerend op regenachtige dagen of urenlang liftboy gespeeld en op de knoppen gedrukt voor verdraagzame buren. Todds ouders, Jack en Julia, waren bijna net zo beroemd als haar eigen ouders. Jack was hoofd van een investeringsbank, liep triatlons in de weekeinden en had een stoer zelfvertrouwen dat vrouwen giechelig maakte en andere mannen erg stil van werden. Julia was een elegante, donkerharige schoonheid die af en toe als redacteur werkte bij Vogue. Ze leken altijd erg verliefd. Maar Todd kon een beetje humeurig zijn. Soms verdween hij urenlang in zijn kamer, zelfs wanneer Lizzie bij hen thuis was. Hij kon snel door dingen geraakt worden, zoals toen Lizzie zijn favoriete druivensap bij het afval had gegoten en hij in tranen was uitgebarsten. (Het feit dat ze minstens een halve kop groter was geweest, had het er niet beter op gemaakt.) Toen hij tien werd, was Todd naar een jongensschool, St. Brendan’s, gegaan en had hij meer met de jongens in zijn klas opgetrokken. En wanneer hij haar wel zag, deed Todd vreemd. Hij negeerde haar in de hal of zei amper hallo als ze elkaar tegenkwamen op straat. ‘Todd!’ zei zijn moeder altijd als ze voor Lizzie en haar moeder stonden. ‘Waar zijn je manieren?’ ‘Hoi,’ zei hij dan nors en hij liep rechtstreeks naar de lift. Het jaar daarna, toen Lizzie en Todd bijna twaalf waren, besloot zijn familie naar Londen te verhuizen. Lizzie was opgelucht. Geen ongemakkelijke momenten in de lift meer. Geen vreemde Todd. Maar toen had Todd iets héél vreemds gedaan. Het was op het afscheidsfeestje van de Piedmonts. Todd en Lizzie hingen samen wat rond in de keuken, zoals altijd, terwijl de volwassenen in de woonkamer waren. Ze stonden in de keuken en er hing een ongemakkelijke stilte terwijl ze cakejes aten. Todd had haar plotseling bij de schouders gepakt en naar zich toegetrokken. Ze had gevoeld hoe hij even zijn warme lippen tegen haar mond had gedrukt en toen het voorbij was, had haar cake op de tegelvloer gelegen, met het glazuur naar beneden. Op dat moment waren haar ouders binnengekomen om te zeggen dat ze weggingen en dat was de laatste keer geweest dat ze hem had gezien. Zijn afscheidscadeau voor haar was die snelle, onhandige eerste kus geweest. En nu ze zag hoe Todd in haar richting liep, vroeg ze zich af of die kus echt zo onhandig was geweest. ‘Kom op, straks mis je ’m!’ zei Hudson en ze gaf haar een duwtje. ‘Schiet op!’ Lizzie deed een wankele stap naar voren op haar Louboutins. Het voordeel van eruitzien als een Sesamstraatpop, dacht ze, was dat mensen gewoonlijk wel onthielden wie je was. Ze wiebelde naar hem toe en was een paar passen van hem verwijderd, toen Todd de dopjes van zijn iPod uit zijn oren trok. ‘Lizzie?’ vroeg hij, een glimlach krulde om zijn lippen. ‘Lizzie Summers?’ Ze deed nog een stap en verzwikte bijna haar enkel door een spleet in het trottoir. ‘O!’ riep ze uit en voor ze het wist, viel ze tegen zijn borst.


‘Ho, gaat het?’ vroeg hij, terwijl hij haar opving. Met haar neus in zijn T-shirt gedrukt, rook ze even een vleugje Downy wasverzachter, Ivory-zeep en jongenszweet. Zijn armen voelden sterk zo om haar heen, alsof hij intussen echte spieren had ontwikkeld. ‘Rustig aan,’ zei hij en hij hielp haar overeind. ‘Gaat het?’ ‘Ja, eh, hoe is het?’ vroeg ze luchtig, alsof ze niet zojuist gestruikeld en bijna op haar gezicht gevallen was. ‘Het gaat wel, hoe is het met jou?’ vroeg hij, een licht Engels accent in zijn stem. Hij was nu langer dan zij was en als ze zo dicht bij hem stond, zaten haar ogen ter hoogte van zijn lippen. Ze waren zeker mooi vol – had hij die vroeger ook al gehad? ‘Eh, wat doe je hier?’ Haar rechterbeen begon te trillen, zoals altijd gebeurde als ze zenuwachtig was. ‘Ik dacht dat je in Londen woonde.’ ‘We zijn terug verhuisd,’ zei hij. ‘Een paar weken geleden.’ ‘Jullie zijn terúg verhuisd?’ riep ze bijna uit. ‘Ja. Mijn vader wilde dat. En toen werd mijn broer toegelaten op de Universiteit van New York,’ zei hij, terwijl hij naar achteren richting het park wees, ‘… dus het leek het juiste moment. En we wonen weer in ons oude gebouw. Jullie wonen daar niet meer, toch?’ Lizzie had een jaar geleden al het gevoel gehad dat het een slecht idee was om te verhuizen. Nu wist ze waarom. ‘Ja, al een jaar niet meer. We wonen nu aan de westkant. Ik denk dat de bewoners al die fotografen vervelend vonden, weet je wel.’ Todd glimlachte. ‘Ik weet toch dat ik je zeker nog ga zien. Iedere dag, waarschijnlijk.’ ‘Is dat zo?’ Hij streek een pluk haar uit zijn gezicht. ‘Ik ga naar Chadwick.’ Lizzie knipperde met haar ogen. Even dacht ze dat ze haar evenwicht weer zou verliezen. Todd Piedmont zou bij haar op school zitten? Hij was drie jaar weggeweest, was alarmerend knap geworden en nu zou ze hem weer iedere dag zien – de hele dag lang? ‘Dat is leuk,’ zei ze rustig en ze hoopte dat haar bonkende hart niet te horen was. ‘Hé, meiden,’ zei Todd tegen haar vriendinnen. Lizzie was te veel afgeleid geweest om door te hebben dat ze erbij waren komen staan. ‘Hoe is het in het goede oude Engeland?’ vroeg Carina speels. ‘En hoe lang blijf je?’ vroeg Hudson. ‘Todd is terug verhuisd,’ kondigde Lizzie aan. ‘En hij gaat naar Chadwick.’ Ze keek over haar schouder om hun reacties te zien. Carina leek stomverbaasd en Hudson bloosde. ‘Ik moet weg, nu,’ zei Todd tegen Lizzie, zich niet bewust van haar vriendinnen en hun reacties. ‘Ik heb met mijn broer afgesproken in zijn studentenhuis. Maar misschien wil je morgen mijn gids zijn?’ vroeg hij en hij glimlachte, terwijl hij haar voorbijliep. Lizzie knikte schaapachtig. ‘Is goed.’ ‘Oké, zie je later!’ Hij zwaaide naar Carina en Hudson, deed de oortjes van zijn iPod weer in en wandelde verder.


Alle drie keken ze hem in stilte na. ‘Allemachtig,’ ademde Carina toen hij halverwege de straat was. ‘Hij gaat naar onze schóól?’ sputterde Hudson. ‘Blijkbaar.’ ‘Jullie gaan verliefd worden,’ gooide Hudson eruit. ‘Wat?’ ‘Hij vroeg of je zijn gíds wilde zijn,’ zei Hudson veelbetekenend. ‘Omdat hij niemand anders kent.’ ‘Wat dan nog? Er waren vonken. C, zag je de vonken?’ vroeg Hudson. ‘Ik vatte bijna vlam,’ zei Carina. ‘Dit is het lot,’ kondigde Hudson aan. ‘O mijn God, stop,’ kreunde Lizzie. ‘Echt,’ wierp Hudson tegen. ‘Denk je ook niet, C? Denk jij niet dat dit het lot is?’ Hudson was nogal geïnteresseerd in astrologie en het lotgebeuren. Ze was het een beetje erg. ‘Oké, denk even na,’ zei Carina, terwijl ze zich naar Lizzie omdraaide. ‘Hij was je eerste zoen, hij is knapper dan Christian Bale én hij gaat naar jouw school,’ zei ze, terwijl ze haar argumenten op haar slanke vingers aftelde. ‘Yep, hier is een hogere macht aan het werk.’ Terwijl Lizzie keek hoe Todd de hoek omliep, vroeg ze zich af of Hudson gelijk had. Ze keek niet elke dag naar haar horoscoop zoals haar beste vriendin en deed niet tientallen testjes op internet om de naam van haar soulmate te vinden, maar misschien gebeurde dit wel met een reden. Het leek allemaal te vreemd. Te … nou ja, te voorbestemd. ‘Wanneer is hij jarig?’ vroeg Hudson. ‘November.’ ‘Hm,’ knikte Hudson. ‘Schorpioen. Dat gaat goed met een Stier. Wel nogal intens. Je moet een beetje voorzichtig zijn.’ ‘Meiden, er is nog niet eens iets gebeurd,’ herinnerde Lizzie hen. ‘O, maar dat gaat wel gebeuren,’ zei Carina zelfverzekerd, terwijl ze een paar zilveren Oakleys aandeed. ‘Zeker weten.’ Toen ging ze hen voor verder de straat in.


ige sprong. ‘O, mam, mag ik dat doen?’ smeekte ze. ‘Alsjeblieft? Mag het?’ Katia ademde diep in. ‘Liefje, ik weet het niet …’ ‘Maar ik kan dit,’ kaatste ze. ‘Ik heb het gevoel dat ik hier echt goed in ben. Alsjeblieft?’ Katia beet op haar lip. Ze was nog steeds mooi, maar er waren vage lijntjes langs haar mond te zien, en de kraaienpootjes onder haar ogen leken dieper dan Lizzie ooit was opgevallen. Voor het eerst besefte ze dat haar moeder ouder werd. ‘Ik bén heel erg onder de indruk,’ gaf Katia toe. Ze kneep haar ogen samen. ‘Laten we maar met je vader praten.’ Zonder dat Katia het bevestigd had, had Lizzie haar antwoord al. Voor het eerst sinds jaren – misschien wel sinds ooit – waren haar moeder en zij het ergens over eens. Al die jaren was ze ook echt haar moeders dochter geweest, en ze hadden het geen van beiden gezien.

De Dochters  

Uit de richtlijnen en regels van De Dochters: 1. Lees geen roddelbladen en surf niet naar celebritywebsites. Kun je het toch niet laten, pro...