Issuu on Google+

&

Checks&Balances I jaargang 5, editie 4, 2009

Wereldleiders online: Obama en Karzai op Facebook Ben Bot over de VN: ‘Er worden veel banen gegeven aan incompetente mensen’

Oeigoeren, de nieuwe Tibetanen?


DE AARDE WARMT OP

GEEF WERELDLEIDERS EEN TEKEN OP

KLIMAATBELOFTE.NL

Een veranderend klimaat heeft rampzalige gevolgen, vooral vo o r m e ns e n i n o n t wi k ke l i ngsla n d e n . De klimaat top in Kopenhagen bepaalt de toekomst voor iedereen. Jouw stem telt. Teken op klimaatbelofte.nl

een initiatief van fairclimate / icco en kerk in actie


Checks&Balances

foto: Larsz

14 foto: Imagix

foto: akmescitli

In deze editie

16

11

Hoofdartikel

14 We, the other people Wanneer Rusland Georgië binnenvalt is er een rol voor de Verenigde Naties weggelegd. Maar wat moet een natie binnen een staat, zoals Tibet of onlangs Oost-Turkestan, als er gevechten met de Chinese overheid ontstaan? Beide worden immers niet erkend als onafhankelijke staten en kunnen dus ook niet bij de VN terecht. Voor dit soort naties en volken bestaat sinds 1991 een aparte Internationale Organisatie: de Unrepresented Nations and Peoples Organization, afgekort als UNPO. Deze organisatie, gevestigd in Den Haag, vormt een uitvalsbasis voor de Oeigoeren en nog 56 andere leden. Artikelen

11 Groenland ontgroend 16 Britse islamdeskundige geeft Wilders gelijk 16 Een lichte huid in donker Afrika 17 Kan Venezuela’s oliesector Chávez’ ambities nog langer dragen? 20 Roemeense studenten verwachten weinig van Europa 24 Yes, we scam! Volgens veel complottheorieën is de overheid niet te vertrouwen

30 Wereldleiders Online Welke wereldleiders maken gebruik van het internet en welke leiders worden er gebruikt?

31 De Europese dubbele moraal ten opzichte van Oezbekistan

32 Het leven van een Ambassadeur 34 Bakkeveen: ‘the place to be’ interviews

6 Ben Bot over de VN Oud-diplomaat en ex-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot heeft één duidelijke boodschap: de wereld verandert. Hoe beziet hij deze veranderingen en welke uitdagingen zal de internationale samenleving voor haar kiezen krijgen bij het vormen van een nieuwe wereldorde?

8 No more double Dutch This year, International Relations and International Organization will be more international than ever before. More lectures and classes will be taught in English. This is a big change for everyone involved. Jaap de Wilde, head of the IR/IO department, explains. Rubrieken 4 Redactioneel 5 Bestuurlijk 9 Dagboek van 12 Stageverslag 13 Bewogen leven 21 Cui Bono? 23 IB &... 26 Leven na IB 27 Recensie 28 Versus column

33 Het kan altijd nog erger 11 Cartoon

3


Redactioneel Beste lezer,

Colofon

De laatste editie van de vijfde jaargang is dan nu echt een feit. Na een zomer hard werken mag het resultaat er zijn. De redactie heeft daarnaast ook een aantal veranderingen ondergaan en daarom wil ik allereerst graag het drietal nieuwe redactieleden aan u voorstellen.

Checks & Balances is een uitgave

Allereerst is de redactie versterkt met Maaike Slotema, zij is redacteur acquisitie en ziet toe op het vullen van de advertentieruimte en daarmee dus op het financiële voortbestaan van de Checks & Balances. Ten tweede is de redactie zeer blij met Lisa van Wageningen, zij heeft de niet geringe taak van de vormgeving en zorgt ervoor dat de Checks & Balances iedere keer weer een genot voor het oog is. Kees Blom verrijkt de redactie ten slotte als journalist, hij verzorgt de boeiende interviews en schrijft verdiepende artikelen .

van studievereniging Clio. C&B verschijnt vier keer per academisch jaar. Redactie Anna Alberts Daan Soons Kees Blom Lisa van Wageningen Maaike Slotema Maartje Selbach Marjon Op de Woerd Suzanne Klein Schaarsberg

Deze editie sprak Checks & Balances met de heer Ben Bot over de veranderende wereldorde en hoe de balans opnieuw gevonden moet worden. Ben Bot is echter niet de enige die nadenkt over het thema verandering. Ook professor de Wilde is hier zeer druk mee bezig en vertelde aan Checks over zijn plannen voor de Engelstalige Bachelor International Relations. De Oeigoeren, een islamitische minderheid in het westen van China, hopen voornamelijk op verandering. Met hun protesten hebben zij in ieder geval wel wereldwijde aandacht gekregen. Checks & Balances sprak hierover met de organisatie die zich inzet voor niet gerepresenteerde volkeren over de gehele wereld. Daarnaast ook aandacht voor samenzweringstheorieën en de grote aanhang die zij kennen. Zelfs Obama is nu slachtoffer geworden van een complottheorie: The Obama Deception. Op digitaal gebied ondergaat de wereld ook nog steeds verandering. Wouter Bos en Jan Peter Balkenende hebben tegenwoordig een hyves account en Obama en Karzai zijn te vinden op Facebook. Hoe wereldleiders online hun legitimiteit en populariteit proberen te vergroten komt in deze editie dan ook uitgebreid aan bod.

Eindredactie Hanna van Schie Joris Tamboura Hoofdredactie Marjon Op de Woerd Freelance Ewout van den Berg Hannah van Soelen Jasper Honkoop Karsten J. Kip Marjon Flobbe Quirien van Straelen Rein Jan Eringa Sandra van der Laan Cartoon Quin Genee Vormgeving Lisa van Wageningen Druk Plantijn Casparie Groningen Oplage 1200 stuks Adresgegevens Checks & Balances Oude Kijk in ‘t Jatstraat 26

Al met al is er dus ook deze editie voor ieder wat wils. Rest mij u nog namens de redactie heel veel leesplezier en natuurlijk een goed studiejaar toe te wensen!

9712 EK Groningen E-mail: check@clio.nl Website: www.clio.nl

Marjon Op de Woerd Hoofdredacteur

foto: Neil Ta

4


Bestuurlijk Beste lezer,

A

ls eerstejaarsstudent van IB/IO heb je het maar lastig. Op de facultaire introductiedag krijg je een rooster in je handen gedrukt waar je – zelfs na herhaaldelijke uitleg – niks van snapt, van de Geertsema-zaal of Heymans-zaal heb je nog nooit gehoord en het is moeilijker je weg te vinden in het Harmoniegebouw dan in een - uit de kluiten gewassen - doolhof.

Mocht je al deze problemen toch hebben opgelost dan ben je alsnog het grootste probleem van de eerstejaarsstudent IB/IO nog niet tegenkomen. Toen ik drie jaar geleden met deze studie begon had ik ook geruime tijd nodig om de bovenstaande problemen op te lossen. Maar het allergrootste probleem vond ik – als ik dan weer eens naar ‘thuis-thuis’ ging in het weekend – dat je al je vrienden en kennissen moet uitleggen wat je nou eigenlijk studeert. En dat is best lastig. Want wat studeer je nu eigenlijk? Ja, je kan natuurlijk vertellen dat je de vakken Internationale Politiek, Geschiedenis der Internationale Betrekkingen en Recht volgt, maar dat dekt de lading niet helemaal. En op de vraag – die er altijd nakomt – wat je dan eigenlijk met de studie kan worden, kan je ook een speech geven waar de gemiddelde politicus versteld van zou staan, en dan ben je nog geen stap dichter bij het antwoord dat je gevraagd werd te geven. Kortom het is een probleem waar geen eenduidig antwoord op gegeven kan worden. Zelf ben ik er na drie jaar ook nog steeds niet helemaal uit. Het beste antwoord wat je – mijns inziens – kunt geven is dat je studie multidisciplinair, heel interessant en boeiend is en dat je er later alles mee kunt worden wat je maar kunt bedenken! Voor alle tweedejaars en ouderejaars begint het ook weer. Na vele zonuren alleen meegemaakt te hebben vanachter het raam in de UB of LB, om toch nog die – o zo belangrijke – grens van 45 studiepunten te bereiken of de laatste vakken uit het tweede of derde jaar te halen, zijn de hertentamens weer achter de rug. Vol goede moed zijn jullie begonnen aan het volgende studiejaar. Clio gaat er in ieder geval ook dit jaar weer voor zorgen dat er naast het zwoegen voor de tentamens en de studie genoeg mogelijkheden zijn om te borrelen, feesten, debatteren en studiegerelateerde activiteiten te bezoeken. Elf commissies staan te trappelen om er weer een mooi jaar van te maken met tal van leuke activiteiten! Ik wens jullie allen veel plezier en succes met de studie en hoop jullie snel te zien op één van de activiteiten van Clio. Met vriendelijke groet, Namens het Clio-bestuur, Sanne Roefs, Voorzitter 2009/2010

Clio bestuur 2009/2010 v.l.n.r. Sam Trompert, Gerbrich Salverda, Sanne Roefs, Michaël Brevet en Daan Soons

5


Ben Bot over de VN:

FOto: REgering.nl

‘Er worden veel banen gegeven aan incompetente mensen’ TEKST Suzanne Klein Schaarsberg en Anna Alberts

Het thema van The European International Model United Nations 2009 was ‘seeking a balance in a changing worldorder’, een onderwerp dat zelfs voor oud-diplomaat en ex-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot ingewikkeld blijft. Tijdens de openingsceremonie van de conferentie had hij één duidelijke boodschap: de wereld verandert. Geïnspireerd door zijn verhaal sprak Checks & Balances met hem over zijn visie op de internationale wereldorde. Hoe beziet hij deze veranderingen en welke uitdagingen zal de internationale samenleving voor haar kiezen krijgen bij het vormen van een nieuwe wereldorde?

B

en Bot laat er geen gras over groeien. Het vinden van een nieuwe balans is niet makkelijk en brengt verscheidene uitdagingen met zich mee. Een oplossing voor deze uitdagingen vinden is volgens de heer Bot niet het struikelblok. Hiervoor zijn verscheidene instrumenten beschikbaar waarbij hij denkt aan bijvoorbeeld ‘soft diplomacy’ en internationaal recht. De echte uitdaging schuilt in het overtuigen van staten dat een dergelijke nieuwe balans noodzakelijk is want hij verwacht dat fragiele staten en opkomende naties de door de Westerse landen geïnitieerde nieuwe balans niet zomaar zullen accepteren. Een realistische nieuwe balans van de wereldorde zal volgens de heer Bot daarom voornamelijk een balans moeten zijn van aan de ene kant de internationale rechtsorde en aan de andere kant de militaire macht van individuele staten. ‘Er

6

moet een compromis worden gesloten tussen het wenselijke en het haalbare’, aldus de ex-minister. Het zal volgens hem lastig worden om enerzijds te streven naar een volledig functionerende internationale rechtsorde en anderzijds in contact te blijven met staten die zich niet aan deze regels houden. Ben Bot benadrukt dat het van groot belang is om de deur open te houden voor staten die het internationale recht schenden. Een realistische wereldorde behelst alle staten. Toch zal er altijd sprake blijven van schipperen tussen hoge idealen en de haalbare politieke realiteit. Als voorbeeld noemt de heer Bot Iran. Aan de ene kant houdt deze staat zich niet aan de regels van de International Atomic and Energy Association (IAEA) waardoor de overige staten Iran sancties op zouden kunnen, of moeten leggen. Aan de andere kant, zet hij uiteen, moet de rest van de internationale gemeenschap toch proberen met Iran in discussie te blijven en het land in het


internationale systeem betrekken. Zo niet, dan is de kans dat de staat daadwerkelijk atoomwapens ontwikkelt en daarmee een bedreiging voor de rest van de wereld vormt aanzienlijk groter.

in de kabel volgens Bot. ‘Veel baantjes worden er vergeven aan mensen die niet competent zijn waardoor veel onnodige fouten worden gemaakt’.

De dominee en de koopman

Hoewel de VN de meest omvangrijke internationale organisatie ter wereld is, moet ook het belang van regionale organisaties zoals de Europese Unie (EU) niet worden onderschat De heer Bot is voorstander van de NAVO en de EU uitbreidingen. Hij verklaart zijn initiatieven als volgt: ‘juist in een wereld waarin we worden geconfronteerd met grote landen die een steeds belangrijkere rol gaan spelen is het van belang dat we daar massa tegenover zetten. Hoe meer zielen, hoe beter.’ Bovendien, zo is Ben Bot van mening, is uitbreiding een teken van succes: een samenwerkingsverband werpt blijkbaar zijn vruchten af. Niet alleen in Europa maar ook in Azië worden er initiatieven ondernomen om op regionaal niveau samen te werken. In Zuid-Amerika hebben staten dit ook getracht, echter hebben zij volgens de heer Bot nog niet bijster veel gepresteerd.

Hoe meer, hoe beter

Hoewel de politieke realiteit soms ver af staat van de Westerse ideaalbeeld, is het volgens hem geenszins de bedoeling dat de ontwikkelde staten hun hoge idealen laten varen. Maar dat dit soms een lastige opgave is, daar is de oud-diplomaat zich van bewust. ‘Hiervoor hebben we de mooie vergelijking van de dominee die ook als koopman fungeert. Aan de ene kant wil een staat als Nederland graag de boodschap hoog houden, maar aan het einde van de dag moet ook een boterham verdiend worden en daar moeten we vaak concessies voor doen.’ Naast het vinden van een nieuwe balans in de wereldorde, is ook de opkomende nationalisering van de wereld een grote uitdaging voor de hedendaagse internationale gemeenschap. ‘Amerika valt weg als grote hegemoon en we krijgen te maken met een multipolaire wereldordening waardoor we in een rommelige wereld terecht komen.’ Veel mensen verwachten dat opkomende landen zoals India, China en Brazilië het ontstane machtsvacuüm zullen opvullen. Volgens de heer Bot is het echter nog maar de vraag of zij ooit het niveau van de twee economische grootmachten, Europa en Amerika, zullen bereiken. Hij vergelijkt de landen met het spelen van tennis. Hoewel China een snelle leerling is, houdt dat geenszins in dat zij in de toekomst op Wimbeldon zal staan. Volgens hem is er een kans dat China in 2050 een supermacht zal zijn. Momenteel is haar aandeel in de wereldproductie echter relatief bescheiden en nemen Europa en de Verenigde Staten nog steeds 70% voor hun rekening. Realistisch multilateralisme

Wat kunnen de Westerse landen doen aan deze ‘rommelige wereld’? Volgens de ex-minister maar één ding: het goede voorbeeld geven. En met het goede voorbeeld doelt hij op ‘realistisch multilateralisme’. ‘Het heeft geen zin om een idealistische politiek te volgen, dat leidt altijd schipbreuk’. Het is belangrijk om zaken realistisch in te schatten. Alleen dan is het mogelijk om de fragiele en opkomende staten de goede richting in te krijgen, aldus Ben Bot. Een belangrijk aspect van Bots ‘realistisch multilateralisme’ is het handelen binnen internationale organisaties zoals de Verenigde Naties (VN). ‘Er zijn allerlei behoeften om problemen multilateraal op te lossen. Dit is te zien aan de ad hoc formaties van de G8, de G10, de G15 en de ‘G-weet ik hoeveel’. Bot zou graag meer internationale initiatieven onder de VN-vlag zien vallen. Hij geeft echter wel toe dat te VN niet altijd succesvol functioneert. Hij betreurt het dan ook dat de pogingen tot hervorming binnen de organisatie de afgelopen jaren niet veel zoden aan de dijk hebben gezet. De ex-minister is desondanks wel van mening dat de VN over het algemeen ‘nuttig’ is. Met name over de suborganisaties van de VN is hij te spreken. Hij waardeert het werk dat zij verrichten en vindt het jammer dat er dikwijls aan hen voorbij wordt gegaan. Toch zit ook bij de suborganisaties wel een kink

Het vinden van een nieuwe balans in de wereldorde zal volgens Ben Bot een langzaam en moeizaam proces zijn. Af en toe zullen staten hun hoge idealen moeten laten varen om de deur open te houden voor de fragiele staten. Ben Bot zou het liefst zien dat de dialoog hierover plaats zou vinden binnen wat hij noemt het ‘realistisch multilateralisme’, opdat alle staten langzaam maar zeker tot een nieuwe balans in de wereldorde zullen komen.

Droom jij ook van een carrière als succesvolle diplomaat? Lees hier wat volgens Ben Bot de fijne kneepjes van het vak zijn: 1.

Onderhandelen is geen synoniem voor slimmigheidjes. Zorg dat je het dossier door en door kent zodat je nooit door een gebrek aan kennis buiten spel wordt gezet. 2. Als je kon kiezen, zou je dan een marathon lopen of eens lekker een middagje onderhandelen? Volgens Ben Bot heb je voor beide eenzelfde portie uithoudingsvermogen nodig. Geduld is een schone zaak. 3. Hoewel veel mensen denken dat diplomaten een smerig spelletje spelen is Ben Bot altijd goudeerlijk geweest. Wees altijd geloofwaardig. Je wilt je reputatie als onderhandelaar natuurlijk niet op het spel zetten. Een leugen is desastreus, hoewel je natuurlijk altijd een deel van de waarheid voor later mag bewaren. 4. Keep your friends close, your enemies closer. Behandel al je onderhandelingspartners als mogelijke partner. Zet ook vooral niet te laag in, ken je ‘bottom line’ en wees bereid om te zeggen ‘en nu gaat het feest niet door’.

7


Interview

No more double Dutch More English in the IR/IO programme tekst: kees blom

This year, International Relations and International Organization will be more international than ever before. More lectures and classes will be taught in English. This is a big change for everyone involved. Jaap de Wilde, head of the IR/IO department, explains.

Will the internationalization start in the first year? ‘A few years ago, we started a pilot study to see how we would experience an English programme. We started to teach key subjects in the third year in English and later on some lectures in the second year. We have evaluated this to see what the level of English was. Now, we have expanded this to the first year. Besides two or three courses, every course will change to English. The language minors are an exception, they have respite this year. However, we will not change into an English programme, we are changing into a two-language program. We want our students to obtain a level of working ability in Dutch as well as in English. We will stimulate our students to choose a two-language path with assignments both in English and in Dutch. The public domain, like lectures and brochures will be in English. There will be a choice in English and Dutch classes.’ Is the teachers’ level of English of the teachers sufficient? ‘Everyone was tested. With those results, we decide if extra training is necessary. Language is our tool, we rate its importance highly.’

8

With more foreign students and the same amount of firstyear spots, doesn’t this change scare off the potential Dutch students? ‘A lot of students apply for more than one study. Also, the amount of applicants differs strongly each year. An expansion has a lot of consequences. More teachers and more money will be needed. We will have to keep an eye on the quality of our courses. It is impossible to change from 220 spots to 400 spots. For the Dutch market, the current amount is sufficient. Expansion will be a possibility when we can address a bigger, European market.’

foto: Universiteit Groningen

W

hat do you want to accomplish with this internationalization? ‘We want to be a university with world citizens. We desire an international student population. This has many advantages; a better understanding of other cultures, to look at problems from a different angle. We hope it will improve the student mobility and that our students will have more confidence abroad, or to look further for a master study or internship. In an international organization, everybody speaks a different kind of English. It takes time to get used to that. However, if you are used to speak and write in English for three years, you are a lot more prepared. Thus, we want more foreign students and teachers.’

Don’t you think senior students will panic when they have to re-take an exam in English they took in Dutch first? ‘There will be transition possibilities for senior students so they can retake an exam the old way. However, I hope the internationalization doesn’t scare them to take the course again. If you have the opportunity to take the course all over, in another language as an extra perk, why wouldn’t you? Of course, this depends on the individual programme of the student.’

You have been head of the department for a while now, can we expect more changes in the near future? (Laughs, then) ‘This doesn’t depend on me. These plans already existed when I started here. Because I have expertise in this area, they gave me this file. However, we had to consider the level of English of our teachers, our students, the way we take exams et cetera. It doesn’t go over night. If I hadn’t been head of department, this change still would have happened. Polls show that a majority of 70 per cent supports the internationalization. Change is inevitable, it’s refreshing to work with new visions and methods. Most of all, we are looking forward to this new programme. It’s exciting; how will the foreign students experience this? For Clio also there will be challenges. How do you cope with a larger group of foreign members? Maybe Clio will have to change to English. That’s the kind of decisions we’ll have to make.’


Dagboek van…

Marjon Flobbe

Maandag

Vandaag is de eerste werkdag na twee weken vakantie. Mijn collega Christel van Beurden is tijdens de afwezigheid van Lies Feringa en mij aanwezig geweest, dit betekent dat er een stuk minder mails en klussen liggen dan normaal. Dit is een erg prettig begin van de eerste werkdag. Ik spreek met mijn collega de zaken door die nog niet afgehandeld konden worden. Ik moet toegeven dat ik echt weer even moet omschakelen. Zelfs na slechts twee weken vakantie moet ik weer even alle verschillende programma’s en overgangsregelingen uit mijn geheugen opdiepen. Zo hebben we nog te maken met het eerste bachelorprogramma zoals begonnen in 2003, momenteel zitten we nog net in het flexibele bachelorprogramma en vanaf volgend jaar gaat het tweetalig onderwijsprogramma van start. Het is een heel gepuzzel met al die verschillende programma’s en ik zorg dat ik altijd een overzicht van elk programma bij de hand heb. Ik loop even naar het secretariaat om iedereen te begroeten. Ik babbel kort met een aantal collega’s over de vakantie, de hitte, de kou, de regen, de vakantie als ultieme relatietest en al wat niet meer. Ik handel een paar zaken af die ik van mijn collega heb overgenomen en verwonder mij ondertussen over mijn vermogen een twee uur durende bureau-opruimactie voorafgaand aan de vakantie binnen een paar minuten teniet te doen. Ik stort mij op de stapel brieven voor de examencommissie. De examencommissie vergadert in principe elke maandagmiddag, maar is ook met vakantie geweest, dus wacht ons een lange vergadering.

´Ik merk dat zowel zij als ik proberen te peilen of deze student nu een goede grap maakt of enigszins naïef is.´ Ik bespreek met mijn collega Nienke de Deugd de stand van zaken omtrent de uitslag van de loting van dit jaar. Dit jaar hebben zich circa 440 studenten aangemeld voor de loting.

Van de 220 studenten die mogen beginnen, zit ook een aanzienlijk deel buitenlandse studenten. We hebben met elkaar hard gewerkt het Engelstalige traject binnen IB/IO te bewerkstelligen en zijn erg benieuwd hoe het zal verlopen. Als ik op het secretariaat kom, geeft een student bij Johanneke Heemstra aan dat hij vandaag nog op gesprek wil bij één van de studieadviseurs. Ik merk dat zowel zij als ik proberen te peilen of deze student nu een goede grap maakt of enigszins naïef is. Ik denk glimlachend terug aan de student die een paar jaar geleden verbaasd was dat studieadviseurs op zaterdag niet beschikbaar waren.

e b b o l F . M rs. Naam: d w u o r v : t h c a l O Ges I / B I r u e s i v d a e i d u t s : e Functi Na snel mijn lunch te hebben verorberd, spoed ik mij naar de examencommissievergadering. De studieadviseurs zijn adviserend lid bij de examencommissie. We kunnen een toelichting geven op de brieven en onze mening en advies naar voren brengen. De examencommissie en de studieadviseurs zijn het niet altijd eens, maar altijd worden alle kanten van een situatie belicht. Na nog een aantal dingen te hebben geregeld voor de introductiedag, verlaat ik om vijf uur de toko om mij naar spinning te begeven.

Dinsdag

Vandaag is het, zoals ik het zelf noem, mijn stagedag. Naast mijn functie als studieadviseur ben ik namelijk ook stagecoördinator bij de opleiding en deze afwisseling vind ik erg prettig.

9


Dagboek Deze ochtend maak ik eerst kennis met mijn nieuwe collegastudieadviseur Niels Kosterman. Door al het extra werk dat komt kijken bij het Engelstalige bachelorprogramma, het schakelprogramma voor de master, de nieuwe rendementsregeling van de universiteit en nog een aantal andere taken die de studieadviseurs erbij hebben gekregen, is er ruimte voor meer studieadviseurs. We zijn erg blij met de extra ondersteuning die we krijgen. Vervolgens bereid ik mijn stagespreekuur van vanmiddag voor, handel wat mailtjes af, krijg een telefoontje van een student die in het buitenland op stage is en richt mij op de klussen die liggen te wachten. Ik zoek even ontspanning door te gaan lunchen met collega’s alvorens mijn stagespreekuur begint. Aan het eind van mijn spreekuur stel ik een bedankbrief op voor de stagebegeleider van de afgeronde stages, werk ik de stageadministratie bij en stoor mij aan mijn eigen botheid tegenover een student die onverwacht langskomt. Studenten die de informatie niet goed lezen, niet tijdig een afspraak maken voor het spreekuur en tegelijkertijd wel verwachten dat je voor hen klaarstaat als het hen uitkomt, zitten duidelijk in mijn allergie, maar ik had mij iets tactvoller kunnen opstellen. Tussen alle bedrijven door check ik snel op internet of er nog

‘Aan het eind van de dag ben ik gaar van alle hectiek en sleep ik mij naar de sportschool.’ wereldschokkend nieuws is. Ik lees een achtergrondartikel over de situatie in Birma en ril bij de gedachte dat een Amerikaanse journalist zeven jaar werkkamp te wachten staat. Nu ik dit lees, denk ik terug aan het verhaal van een man die als negenjarige jongetje in een concentratiekamp in Noord-Korea terechtkwam en daar tien jaar heeft doorgebracht. Nog steeds ben ik blij dat ik dit verhaal gelezen heb nádat ik een bezoek aan dat land had gebracht en niet daarvoor.

Woensdag

Het spreekuur van vanochtend verloopt soepel. Na de lunch bereid ik met Niels Kosterman de gesprekken voor met eerstejaars studenten die tussen de 30 en 44 studiepunten hebben behaald. De universiteit heeft, met als doel hogere rendementscijfers te bereiken, besloten dat een examencommissie studenten die tussen de 30 en 44 punten hebben behaald, voorwaardelijk mag toelaten tot het tweede jaar. De studieadviseurs gaan gesprekken voeren met deze groep studenten en zullen de examencommissie adviseren of zij al dan niet voorwaardelijk tot tweedejaars vakken mogen worden toegelaten. De rest van de middag schrijf ik een aantal referentiebrieven

10

voor studenten, controleer ik een stapel bachelorbullen, verwerk studieresultaten van studenten die elders resultaten hebben behaald en klapper met mijn oren om de brutale student die mijn collega-studieadviseur van Geschiedenis op het spreekuur heeft. Verder richt ik mij op de voorbereiding van de introductiedag, waarbij ik me weer realiseer dat die dag toch wel schrikbarend dichtbij komt. Ik neem mij voor morgen een begin te maken met de voorbereiding van mijn presentatie voor die dag. Aan het eind van de dag ben ik gaar van alle hectiek en sleep ik mij naar de sportschool. Het cardio-gedeelte gaat zoals bijna altijd erg goed en vervolgens doe ik nog een aantal been- en armspieroefeningen. Ik weet dat ik mezelf daarmee voor de gek houd, maar ik neem genoegen met het gevoel van tevredenheid.

Donderdag

Bij mij staat er vanochtend ook weer een spreekuur op het programma. Ik loop vandaag gigantisch uit en ben erg blij met het begrip van de studenten die moeten wachten. Ik stort mij ’s middags enthousiast op een stapel klussen die ik wil afhandelen aangezien ik op vrijdag niet werk. Het geeft een goed gevoel dingen te kunnen afstrepen. Aan het eind van de middag staat er nog een vergadering op het programma. Vergaderen vind ik een iets minder leuk onderdeel van mijn werk, maar ach, het hoort er natuurlijk gewoon bij. Ik besef dat ik ook vandaag niet ben toegekomen aan de voorbereiding van de voorlichtingsdag. Ik besluit de PowerPoint-presentatie van vorig jaar en mijn bijbehorende praatje uit te printen voor het geval ik het in het weekend op mijn heupen krijg. Ik kan er dan altijd nog mee bezig gaan om het onrustige gevoel weg te nemen. Ik kan nu in ieder geval met een tevreden gevoel naar huis.


Afghaanse wijsheid: Liefde van de man gaat vóór de maag

Groenland ontgroend TEKST Kees Blom

Na een referendum in november vorig jaar, waarin ongeveer driekwart van de bevolking stemde voor meer autonomie, heeft Groenland sinds 21 juni meer zeggenschap gekregen na driehonderd jaar Deense heerschappij. Het land, dat vier keer zo groot is als Frankrijk en net zoveel inwoners heeft als de gemeente Doetinchem, kent nu naast het Deens ook het Kalaallisut (een Inuit-dialect) als officiële taal. Verder krijgt het land meer zeggenschap over het eigen strafrecht. Er zijn echter ook economische afspraken bij de overdracht gemaakt.

G

roenland herbergt grote hoeveelheden ondergrondse rijkdommen zoals goud, olie en uranium. Echter, omdat het overgrote deel van het land bedekt is met een dikke laag ijs, waren deze tot voor kort niet bereikbaar. Tot voor kort, want ironisch genoeg is door het massaal opstoken van fossiele brandstoffen en de daarmee gepaard gaande opwarming van de aarde het ijs gaan smelten en zijn deze oliebronnen en andere delfstoffen winbaar geworden. Toegang tot deze delfstoffen zou het gezicht van Groenland aardig kunnen veranderen. Deense subsidies van in totaal 450 miljoen euro vormen tot nut toe 30 procent van het BNP. De opbrengsten van de olie of mineralen worden verdeeld tussen Denemarken en Groenland in de overdracht. Tot de nieu-

we subsidiegrens van 75 miljoen kroon gaat de opbrengst in zijn geheel naar Groenland; daarboven wordt het eerlijk verdeeld. De bedoeling van deze regeling is dat de Deense subsidie geleidelijk kan worden afgeschaft. Deze is in Denemarken onder vuur komen te liggen na een schandaal waarbij elf Groenlandse parlementariërs onroerend goed hadden gekocht op één derde van de marktprijs. Deze verkwisting zorgde onder andere voor een politieke crisis waarna de sociaal-democratische Siumut-partij na dertig jaar nu geen zitting meer neemt in de regering. Mochten de opbrengsten inderdaad zo hoog worden dat de subsidie kan worden afgeschaft en Groenland economisch grotendeels zelfstandig wordt, dan is de verwachting dat de weg naar volledige onafhankelijkheid wordt ingezet. De erkenning van de taal van de Inuit heeft naast de andere hervormingen vooral een symbolische betekenis. Een betekenis met veel waarde voor de Groenlanders, maar desalniettemin symbolisch. Denemarken houdt vooralsnog de touwtjes stevig in handen als het gaat om het buitenlands beleid en monetair beleid. Pas op het moment dat Groenland economisch zelfstandig wordt, kan het dat politiek ook worden. Tot die tijd is Groenland met dit nieuwe verdrag zelfstandiger geworden, maar zeker nog niet onafhankelijk.

11


In gesprek met de Amerikaanse delegatie op een internationale conferentie in Den Haag

Stage in Den Haag‌

`De wereld van wapenexport, kernwapens en diplomaten’ TEKST Rein Jan Eringa

Het is algemeen bekend dat een student Internationale Betrekkingen die in Nederland stage loopt zijn leven vergooit. De studie heet niet voor niets INTERNATIONALE betrekkingen, toch? Ik besloot echter in het kader van mijn master stage te lopen in Nederland, bij de Directie Veiligheidsbeleid van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ). Vier maanden lang verkeerde ik in de wereld van wapenexport, kernwapens en diplomaten. Een verslag van mijn tijd in het Haagse.

H

Den Haag met regelmaat interessante culturele en politieke activiteiten georganiseerd, zoals lezingen waar politieke prominenten spreken of een avond over de Afghaanse verkiezingen met een aantal experts op dat gebied.

Den Haag is een prima stad om stage te lopen. Bij mooi weer kun je bijvoorbeeld een biertje drinken op het Plein of naar het strand van Scheveningen gaan. Daarnaast worden er in

Mijn stageactiviteiten liepen uiteen van praktische ondersteuning, zoals dossiers voorbereiden en brieven beantwoorden, tot meer inhoudelijke stukken over kernwapenverdragen schrijven. In de eerste weken was ik voornamelijk bezig met het helpen organiseren van een internationale conferentie

oe ben ik hier terecht gekomen? Simpel. Op de website van BZ kwam ik een vacature voor een stageplek tegen. Vier weken en een pittig sollicitatiegesprek later kon ik al beginnen op de Afdeling Non-proliferatie en Wapenbeheersing van de Directie Veiligheidsbeleid. Gezien mijn interesse voor veiligheidszaken een ideale stageplaats.

12


in Den Haag. De tweedaagse top, waar 300 diplomaten uit 60 landen voor uitgenodigd waren, stond in het teken van het bestrijden van nucleair terrorisme. Het was een boeiende ervaring. Allereerst omdat ik me in het diplomatieke verkeer kon begeven, maar ook om te zien wat er bij het organiseren van zo’n conferentie komt kijken. Bovendien kreeg ik te maken met de meest onwaarschijnlijke landen. Onvergetelijk was bijvoorbeeld het telefoontje met het consulaat-generaal van Palau in Heiloo. Come again? Nu heb ik een aantal observaties gemaakt. In plaats van het beruchte ambtenarencultuurtje trof ik een mentaliteit aan van hard werken en lange dagen maken. Ondanks dat ik mijn diepgewortelde vooroordelen niet zomaar los kon laten, werd ik er na de eerste weken toch echt van overtuigd dat het geen show was. Ook was het verschil in kleding van collega’s van diverse directies opvallend. Zo lopen medewerkers van Internationale Samenwerking er vaak informeler bij dan bijvoorbeeld de mensen van Juridische Zaken of Veiligheidsbeleid. Verder maakten de relativerende humor en de toegankelijkheid van collega’s mijn introductie op het ministerie aangenaam. Het gebouw van BZ is overigens opmerkelijk. De meeste mensen die het voor het eerst betreden denken dat ze in een bunker terecht zijn gekomen. Ook vaste bezoekers kunnen maar moeilijk wennen aan het idee dat het gebouw met betongrijs interieur het Nederlandse corps diplomatique huisvest, in plaats van een militair hoofdkwartier. Wat ik erg leuk vond aan mijn gang was het idee dat mijn collega’s van “piraterij”, “terrorisme” en “Uruzgan” slechts enkele deuren verderop zaten. Ook de inhoud van mijn e-mailinbox was bijzonder. Het heeft toch wat als er op een normale dag mailtjes binnenkomen met onderwerpen als “nieuwe gegevens wapenhandel regio X” en “rapport nucleaire proliferatie jaar Y”. Een andere leuke ervaring was het bedrijfsuitje. Velen kennen dit soort uitjes als zwaar depressieve activiteiten met als enige lichtpunt de gratis drank. Bij BZ wordt het echter anders aangepakt. Traditioneel doet de Directie Veiligheidsbeleid iets in de trant van defensie en dit jaar was geen uitzondering. Zo hebben we een kijkje genomen bij het Korps Commando Troepen, de diehard soldaten dus, waarbij wapens en uitrusting geïnspecteerd mochten worden en met speedboten door de Biesbosch werd gejakkerd. Later op de dag volgde een rondleiding op de Koninklijke Militaire Academie (KMA). Kortom, geweldig! Londen, Genève of New York heb ik dit jaar niet gezien. Wèl kan ik zeggen dat de afgelopen zomer een geweldige tijd is geweest, waarin ik veel heb kunnen leren en veel interessante mensen heb kunnen ontmoeten. Terugblikkend op vier maanden stage bij de Directie Veiligheidsbeleid kan ik met tevredenheid stellen dat mijn keuze voor het volgen van mijn interesse voor veiligheidszaken, in plaats van mij door een locatie te laten leiden, goed is uitgepakt. Dus ondanks dat het avontuur voor iedere rechtschapen IB’er in het buitenland lonkt, kun je voor een uitdagende stageplaats ook uitstekend in Den Haag terecht!

Bewogen leven TEKST Kees Blom

D

e beroemdste senator ter wereld is overleden. Edward Moore Kennedy, beter bekend als Ted Kennedy, de jongste van de Kennedy-broers, was sinds 1962 onafgebroken senator voor de Democraten van de Amerikaanse staat Massachusetts. Hij leed al enige tijd aan kanker en was sinds april dit jaar niet meer in de Senaat verschenen. Edward Kennedy komt uit een van de belangrijkste Amerikaanse families. Zijn broer John was president en zijn andere broer Ronald was minister van Justitie onder diens bewind. Beiden stierven voortijdig door moordaanslagen en ook Ted ontsnapte twee keer aan de dood. In tegenstelling tot zijn broers overleefde hij echter de ‘Kennedy-curse’. In 1964 kreeg hij een vliegtuigongeluk waarbij hij zijn rug brak en in 1969 reed hij zijn auto het water in. Kennedy wist ternauwernood te ontsnappen bij dit laatste ongeluk dat bekend staat als het ‘Chappaquiddick-incident’, maar zijn voormalig secretaresse Mary Jo Kopechne kwam wel om het leven. Kennedy is later verweten dat hij onder invloed van alcohol zou hebben gereden en te weinig had gedaan om Kopechne te redden. Zonder dit schandaal zou de kans groot zijn geweest dat Ted president was geworden. In 1980 deed hij een poging, maar verloor van partijgenoot en zittend president Jimmy Carter. Toch bleef Kennedy als senator erg succesvol. Hij zette zich met name in voor onderwijs, burgerrechten en de gezondheidszorg. Hij wordt door vriend en vijand geroemd om zijn vermogen met iedereen samen te kunnen werken en compromissen te sluiten. In de presidentiële verkiezingsstrijd van 2008 schaarde Kennedy zich al in een vroeg stadium achter Barack Obama, omdat hij vond dat Obama de capaciteiten had om de nieuwe generatie Amerikanen te leiden. Ondanks zijn inmiddels verzwakte conditie bleef hij zich politiek inzetten. President Obama maakte graag gebruik van Kennedy’s diensten in zijn pogingen een algemeen ziekenfondsplan op te stellen; één van de speerpunten van Kennedy. Analisten vermoeden dan ook dat Obama hem hierin erg zal missen. Met zijn bijna 47 jaar als senator was Kennedy een van de langstzittende senatoren in de Amerikaanse geschiedenis en verdiende hij zijn bijnaam ‘Leeuw van de Senaat’. Ted was een buitengewoon goed spreker en een zeer gewaardeerd politicus wereldwijd. Niet alleen in Amerika wordt langs het hele politieke spectrum om hem gerouwd, maar ook vanuit de rest van de wereld kwamen condoleances. Zo sprak de Duitse Bondskanselier Angela Merkel van een verloren vriend voor Duitsland en Europa. Ted was de laatste nog levende Kennedy van zijn generatie en is ondanks zijn ziekte ontkomen aan de ‘Kennedy Curse’. Ted Kennedy werd 77 jaar.

13


We, the other people De UNPO steunt minderheden wereldwijd TEKST Kees Blom

Wanneer Rusland Georgië binnenvalt is er een rol voor de Verenigde Naties weggelegd. Maar wat moet een natie binnen een staat, zoals Tibet of onlangs Oost-Turkestan, als er gevechten met de Chinese overheid ontstaan? Beide worden immers niet erkend als onafhankelijke staten en kunnen dus ook niet bij de VN terecht. Voor dit soort naties en volken bestaat sinds 1991 een aparte Internationale Organisatie: de Unrepresented Nations and Peoples Organization, afgekort als UNPO. Deze organisatie, gevestigd in Den Haag, vormt een uitvalsbasis voor de Oeigoeren en nog 56 andere leden.

H

oewel de afkorting anders doet vermoeden, is de UNPO niet verbonden aan de Verenigde Naties. UNPO werd in 1991 door vijftien volkeren in het Vredespaleis in Den Haag opgericht. Sinds dat jaar behartigt de UNPO de belangen van volken en naties als Tibet, de Aboriginals, Taiwan en Oost-Turkestan, het leefgebied van de Oeigoeren. De UNPO helpt haar leden hun stem gehoord te krijgen in de internationale gemeenschap. Zij organiseert conferenties en demonstraties, geeft trainingen en lobbyt. Cris Boonen, medewerkster van UNPO: ‘Onze eerste taak is onderzoeken en rapporteren. Het contact met onze leden verloopt via hun eigen organisatie. In het geval van de Oeigoeren is dat het World Uyghur Congress (WUC). Zij verzamelen informatie, die wij vervolgens neerleggen bij internationale fora zoals de EU of de Human Rights Council van de VN. We hebben goed contact met veel Westerse parlementariërs en werken nauw samen met politieke organisaties, ook in het Europees Parlement. Zo kunnen onze leden toch in contact komen met pers en parlementariërs en op deze wijze hun verhaal vertellen. Bij het vergaren van informatie werken we vaak ook samen met mensenrechtenorganisaties als Amnesty International. Zij beschikken weer over andere middelen en kunnen ons helpen bij het verkrijgen van informatie.’ De UNPO vertoont echter ook verschillen ten opzichte van deze mensenrechtenorganisaties. ‘Wij richten ons op de groep als geheel. Voor Amnesty International maakt het bijvoorbeeld niet uit of een politieke gevangene een Han-Chinees of een Oeigoer is. Zij richten zich op het individu. Daarnaast houden wij ons ook met andere zaken bezig dan alleen mensenrechten, zoals landrechten. Veel volkeren profiteren niet van de economische vooruitgang en de industrialisering die in hun gebied plaatsvindt. Wij strijden voor het behoud van hun levenswijze en cultuur.’

Lastig lobbyen

Dat de UNPO afhankelijk is van haar leden voor informatie zorgt er wel voor dat de rapportage eenzijdig kan worden. Tijdens conflicten is het voor UNPO zeer moeilijk om onafhankelijke informatie te krijgen. Wanneer de conflicten vervolgens enigszins geluwd zijn organiseren we vaak een factfinding missie om de situatie te beoordelen. We proberen wel te voorkomen dat het een heel eenzijdig verhaal wordt, maar we spreken natuurlijk wel namens onze leden’, aldus Boonen. ‘Nu er veel media-aandacht is lobbyen we ook bij het Europees Parlement voor de Oeigoeren in de hoop dat ze een statement zullen maken. Onze leden hebben zelf geen toegang tot dit soort organisaties, omdat ze niet erkend worden door de internationale gemeenschap. Er zit een gat in de wereldorde, dat vullen wij op. We vormen een brug tussen onze leden en internationale platformen als de VN en de EU.’

`Er Makkelijk is dat niet. Zowel het vergaren van informatie als het op de zit een gat in de agenda zetten van de problewereldorde, dat vullen men levert vaak moeilijkheden op. Boonen: ‘Het contact met wij op’ Oost-Turkestan verloopt moeizaam.

14

Telefoon- en internetverbindingen zijn verbroken. Daarbij heb je te maken met de officiële Chinese berichtgeving, die vaak een vertekend beeld geeft. Volgens hen zijn er bij de rellen van 7 juli jongstleden 164 Oeigoeren omgekomen. Volgens onze contactpersonen zou het echter om achthonderd tot duizend doden gaan. Daarom blijven wij voorlopig ook van cijfers af, omdat van beide kanten de kans groot is dat de cijfers overdreven worden. Voor ons is het lastig lobbyen, omdat wij spreken namens volkeren die vaak een minderheid in een staat vormen. Dat is een binnenlandse aangelegenheid en dat ligt internationaal gezien erg gevoelig. Daar brandt men zich liever niet aan. Zeker niet nu China de agressor is. Dat land is voor veel staten een belangrijke handelspartner; die willen ze niet tegen zich hebben. Balkenende wilde de Dalai Lama niet eens ontmoeten, laat staan dat hij iets zegt over de Oeigoeren’.


Beeldvorming

De naam van de Dalai Lama is gevallen. Tibet vormt net als Oost-Turkestan een aparte natie binnen het grote China. Tibet krijgt echter veel meer internationale aandacht. Rond de Olympische Spelen waren de straten van de steden waar de Olympische fakkel rondging gevuld met Tibetaanse vlaggen en het tweedaagse bezoek van de Dalai Lama beheerste een week lang het nieuws. De zaak van de Tibetanen is dus veel bekender bij het grote publiek dan het lot van de Oeigoeren. ‘Tibet is bekender en ook mediagenieker. De bekendheid van Tibet steunt heel erg op de Dalai Lama. Dat missen de Oeigoeren en dat is heel erg jammer’, aldus Boonen. Een vervelend gemis, want de Oeigoerse zaak vertoont veel overeenkomsten met de situatie in Tibet. Net als in Tibet stimuleert de Chinese overheid al jarenlang de migratie van Han-Chinezen naar deze gebieden om de legitimi- Wereldwijd werd geprotesteerd tegen de onderdrukking van Oeigoeren. FOTO: freeatlas teit van het regime te versterken. Het gevolg is dat de Oeigoeren nu een minderheid zijn in hun eigen gebied berichten over plunderingen van winkels van Han-Chinezen en bovendien achtergesteld worden. ‘Daarom is het voor waarbij 137 doden vielen. Ook raakte de Chinese ambassade hen ook heel belangrijk als de Turkse premier Erdogan zich in Den Haag beschadigd bij een demonstratie voor de Oeiuitspreekt over het geweld in Oost-Turkestan. Het feit dat de goeren. Boonen: ‘Wij waren niet betrokken bij die demonstraOeigoeren moslims zijn zorgt ook voor problemen. Ze hebtie, maar we worden er natuurlijk wel aan gerelateerd omdat ben heel erg te lijden onder de negatieve beeldvorming rond we de Oeigoeren steunen. China gebruikt het ook om nog de islam van de laatste jaren en de ‘war on terror’. China maakt eens de Oeigoeren als terroristen af te schilderen. De situatie daar graag gebruik van en zet de Oeigoeren neer als separais niet zo zwart-wit als hij nu wordt voorgesteld. Het is niet tistische terroristen.’ zo dat de bekogeling gepland was. Die mensen waren zeer geëmotioneerd door de ontwikkelingen in Oost-Turkestan Een beeld dat niet op waarheid berust volgens Boonen. ‘Wij en zijn toen met stenen gaan gooien. Wij staan dat niet toe. helpen onze leden niet om als onafhankelijke staat erkend Dit is ook het eerste punt geweest dat we hebben besprote worden. De Oeigoeren zijn hele vredelievende mensen en ken toen ze ons vroegen een demonstratie te organiseren; er willen slechts dat ze als gelijkwaardige burgers worden mocht absoluut geen geweld meer gebruikt worden. Ze gezien en hun eigen levensstijl en religie hebben hun excuses er ook voor aangebokunnen behouden. Er bestaat echter wel den en een brief geschreven aan premier een Oeigoerse Islamic Movement. Dat Balkenende.’ is een separatistische beweging die ook geweld gebruikt, althans volgens Het brengt UNPO in een lastig parket China. China schuift veel Oeigoerse waarin het moeilijk manoeuvreren is. activiteiten hieronder en schildert het ‘Wij zitten in een hele dubbele situatie. Aan de ene kant keuren wij geweld resoWUC af als een terreurbeweging. Dat is schadelijk voor het beeld van de Oeigoeren.’ luut af, maar aan de andere kant zien we dat er soms geweld wordt gebruikt door personen die zich identificeren met de Vlak na de onlusten in Oost-Turkestan kwam een aantal Oeilegitieme rechten van onze leden. Zolang het geweld buiten goeren in het nieuws die uit Guantánamo Bay werden vrijde schuld van het lid plaatsvindt en zolang het geweld niet gelaten. Ook hier komt de angst van veel landen voor China structureel is kunnen wij weinig doen. Maar of er een kans is dat tijdens onze Algemene Vergadering besloten wordt om terug. Boonen: ‘Die mensen zaten daar ongegrond vast, maar konden niet terug naar China. Peking ziet ze als terroristen. stappen tegen Oost-Turkestan te nemen vanwege dit geweld. Het is teleurstellend dat er zo weinig landen waren waar ze teDaar beslissen de leden zelf over.’ recht konden. Het is toch een statement dat veel landen liever niet maken. Bovendien worden ze door hun gevangenschap De toekomst door velen in verband gebracht met terrorisme.’ Wanneer het geweld stopt, stopt helaas ook de media-aandacht. Het doel van gelijkwaardigheid is daarmee echter nog Geweldloosheid niet bereid. Hoe nu verder? Boonen: ‘Onze methodiek wordt aangepast aan de omstandigheden. Achter de schermen Voor de UNPO is dit ook lastig, omdat ze niet gerelateerd wil worden aan geweld. De basis van de organisatie is gestoeld op blijven we bezig met conferenties en dergelijke activiteiten. vijf principes, te weten mensenrechten; democratie en zelfbeDe media-aandacht is er niet meer, maar op academisch en schikking; bescherming van het milieu; tolerantie en gewelddiplomatiek niveau blijven we bezig met lobbyen en bewustloosheid. Elk lid is aan deze principes gebonden. Dat betekent zijn creëren. Op die manier kun je ook veel bereiken.’ dat de UNPO leden ook kan schorsen wanneer ze zich hier niet aan houden. Hoe zit het dan met de Oeigoeren? Er zijn

`De Oeigoerse zaak vertoont veel overeenkomsten met de situatie in Tibet’

15


Britse islamdeskundige geeft Wilders gelijk

Een lichte huid in donker Afrika

TEKST Marjon Op de Woerd

TEKST Maaike Slotema

Sinds enige tijd is Geert Wilders, leider van de Partij voor de Vrijheid, niet enkel bekend in eigen land. Wilders heeft al vele malen de internationale pers gehaald; onder andere bij het uitkomen van de film Fitna, de weigering tot toetreding van Groot-Brittannië, het vertonen van Fitna in de Amerikaanse Senaat en de winst van twee internationale awards. Ook politicologen en wetenschappers publiceren nu over Wilders. De Britse islamdeskundige Douglas Murray is er daar één van… ilders is op dit moment één van de meest besproken en meest populaire politici van Nederland. In de internationale politiek en pers wint hij ook aan bekendheid. Met het uitkomen van de film ‘Fitna’ was de gehele wereld in rep en roer. Zo eiste de regering van Afghanistan een wereldwijd verbod op vertoning, trok Artsen Zonder Grenzen uit angst voor aanslagen hun team terug uit Pakistan en waarschuwde Balkenende de bevolking voor het uitbreken van extreem geweld naar aanleiding van de film. Geert Wilders was vanaf dat moment een begrip in de mondiale pers en politiek.

Overal ter wereld zijn albino’s te vinden, maar nergens vallen zij zó op als in Afrika. Dit terwijl albinisme hier juist vaak voorkomt: in Afrika worden relatief meer mensen met albinisme geboren dan bijvoorbeeld in Europa. De sterke zonkracht op de lichte huid van deze mensen maakt samen met de vijandige opstelling vanuit de plaatselijke bevolking het leven met albinisme zwaar in dit deel van de wereld.

W

Z

Iedereen herinnert zich waarschijnlijk nog de beelden op het journaal waarin Geert Wilders op het vliegveld Heathrow te Londen de toegang tot Groot-Brittannië werd ontzegd. Hij werd linea recta weer op het vliegtuig naar huis gezet door de Britse autoriteiten. Groot-Brittannië zag de komst van Wilders als een te groot risico voor de publieke veiligheid. Echter, niet elke Brit is deze mening toegedaan. De Britse islamdeskundige Douglas Murray, geeft Wilders bijvoorbeeld groot gelijk.

Maar hun grootste vijand is de zon. Doordat albino’s een tekort aan huidpigment hebben, worden zij onvoldoende beschermd tegen ultraviolette zonnestralen. De hete zon verbrandt dagelijks hun huid en zorgt voor kankergezwellen. Hun slechte ogen kunnen het felle licht moeilijk verdragen waardoor ze langzaam blind kunnen worden. Bescherming tegen de zon, bijvoorbeeld in de vorm van zonnebrandcrème en een zonnebril, kunnen een wereld van verschil betekenen voor mensen met albinisme. Maar de gemiddelde Afrikaan kan hier naar alle waarschijnlijkheid niet snel over beschikken.

e worden uitgescholden en bespuwd. Ze worden gezien als geesten. Aan hun haren en bloed worden magische krachten toegekend. Dit is het stigma van albino’s dat al eeuwen lang heerst in verschillende landen in Afrika, zoals Burundi en Tanzania. Doordat albino’s populair zijn in het circuit van de zwarte magie heerst er een ware jacht op lichaamsdelen van albino’s die voor duizenden dollars worden verhandeld. Zo zijn er vorig jaar in Tanzania in een korte tijd 25 albino’s vermoord.

Deze Britse neoconservatief, Douglas Murray, vraagt zich af waarom de Europese leiders niet in verzet komen tegen de radicale Islam. Hij koestert grote bewondering voor de partijleider van de Partij voor de Vrijheid omdat hij zegt wat geen enkele andere politicus durft te zeggen. Kritiek op de Islam wordt vaak direct bestempeld als islamfobie. Murray: ‘Het woord islamfobie, als een soort hysterie, deugt niet omdat er beslist goede redenen bestaan om bang te zijn voor bepaalde elementen uit de islam.’

Gelukkig wordt er aandacht geschonken aan de albino’s. Zo is in 2004 de stichting Afrikaanse Albino’s opgericht. Het doel van de stichting is de kwaliteit van leven voor Afrikaanse albino’s te verbeteren. De stichting verstrekt flessen zonnebrandcrème en geeft voorlichting. Bovendien probeert de organisatie het beeld dat mensen in sommige Afrikaanse landen hebben van albino’s te veranderen: albino’s hebben door hun uiterlijk problemen om geaccepteerd te worden, maar vanzelfsprekend hebben zij, net als ieder ander, recht op een eerlijke kans om deel te nemen aan de maatschappij.

Het voornaamste probleem dat Wilders aankaart, de islamisering van Nederland, is volgens Murray alleen op te lossen door de toestroom van immigranten uit moslimlanden te stoppen. Europa verkeert volgens hem in een staat van ontkenning. ‘Uit lafheid geven wij gezamenlijk ons recht op vrijheid van meningsuiting op, zonder ervoor te vechten.’

16

foto: Travelr

De partij van Wilders staat hoog in de peilingen, maar er bestaat ook veel heftige kritiek op zijn politieke visie. De weerstand beperkt zich niet tot Wilders’ werkomgeving. Ook op zijn persoonlijke adres laat men weten niet achter zijn ideeën te staan. De vele dreigbrieven die Wilders ontvangt en de positie van boeman waarin Wilders gedrukt wordt door zijn politieke collega’s worden door Murray gekenmerkt als het door elkaar halen van de brandweerman en de brand zelf. Waarom dan toch zoveel kritiek op de visie van Wilders? Volgens Murray heeft Europa de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog als enige historische referentiepunt. Door de extreme discriminatie die uitmondde in genocide is men bang om überhaupt nog kritiek te geven op een bepaalde bevolkingsgroep. Mensen verwachten dat de geschiedenis uiteindelijk altijd terugkeert. Volgens Murray zal dit niet gebeuren. Hij zegt: ‘De geschiedenis herhaalt zich nooit. Hoogstens rijmt zij een enkele keer.’


Internationale Spectator

Kan Venezuela’s oliesector Chávez’ ambities nog langer dragen? tekst Jasper Honkoop

D

e Venezolaanse president Hugo Chávez gaat spannende tijden tegemoet.1 Venezuela wordt voor het eerst sinds het begin van dit decennium geconfronteerd met lagere olieprijzen. Het OPEC-lid, producent van 2,7% van alle ruwe olie in de wereld (2008),2 is voor meer dan de helft van de overheidsinkomsten afhankelijk van belastingen op oliebedrijven. Sinds de val van de olieprijs in de tweede helft van 2008 zijn de overheidsinkomsten drastisch afgenomen. Bovenop de inzakkende olie-inkomsten wordt het land geconfronteerd met een voor 2009 te verwachten economische krimp van 5% (en 5,4% in 2010).3 Waar deze cijfers ieder land voor een grote uitdaging zouden stellen, kan het negatief prijsverloop Venezuela zelfs vérgaand destabiliseren. De kwetsbaarheid van de Venezolaanse samenleving heeft te maken met haar recente geschiedenis. Sinds de jaren ’80 werd het land geconfronteerd met toenemende armoede en inkomensongelijkheid. In 1995 leefde tweederde van de bevolking onder de armoedegrens, thans echter ongeveer de helft.4 Chávez is in 1998 mede verkozen op basis van de belofte dat hij het lot van de vele armen zou verbeteren. Hoewel het succes van zijn beleid ter discussie staat, staat het buiten kijf dat veel geld is geïnvesteerd in gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid. Nu de inkomsten uit de olie-export afnemen, is het onmogelijk de uitgaven aan sociaal beleid op peil te houden. De beloften van Chávez staan onder druk. Verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de uitgaven aan sociaal beleid is verrassend genoeg de Petróleos de Venezuela, S.A. (PdVSA), het staatsoliebedrijf. Na jaren aan beperkte investeringen, stakingen en een door onteigeningen onvriendelijk investeringsklimaat is de olieproductie door PdVSA de afgelopen jaren echter sterk afgenomen. Het wordt onwaarschijnlijk geacht dat deze afname een halt kan worden toegeroepen. Dit artikel bespreekt de achtergrond van de huidige Venezolaanse crisis, de mogelijkheid van escalatie en eventuele gevolgen van verdere destabilisatie van Venezuela. Centraal staat hierbij de vraag: gaat Venezuela’s populaire experiment failliet? Sinds Chávez’ aantreden is één ding in elk geval niet revolutionair veranderd: het lot van het land is nog steeds nauw verbonden met de OPEC5 en de olieprijs.Van welvaart naar crisis. Hoewel Venezuela thans om geheel andere redenen een uitzondering in de regio vormt, was het jarenlang het democratisch lichtpunt in een regio van militaire dictaturen. Na een gewelddadige burgeroorlog besloten in 1958 de christen-democraten (Copei) en sociaal-democraten (AD) tot een verbond in de plaats Punto Fijo. Onder het puntofi jismo wisselden regeringen van beide partijen elkaar af en verbond het maatschappelijk middenveld zich aan beide bewegingen. Hoge olieprijzen in de jaren ’70 brachten ongekende economische groei van tientallen procenten en maakten in bepaalde mate een welvaartsstaat mogelijk. In deze jaren werd de olie-industrie genationaliseerd onder de PdVSA. Vanaf midden jaren ’80 leidden lage olieprijzen tot een crisis. Het bleek

onmogelijk de welvaartsstaat in stand te houden; armoede en inkomensongelijkheid volgden. Presidenten van AD én Copei zagen zich gedwongen pijnlijke hervormingen door te voeren, ondanks tegengestelde beloften tijdens verkiezingscampagnes. Na een dergelijke hervorming in 1989 begon in de Venezolaanse hoofdstad Caracas een volksopstand, die alleen met hulp van het leger kon worden neergeslagen; daarbij vielen honderden doden. Opiniepeilingen in de jaren ’90 wezen erop dat armoede, inkomensongelijkheid en ontevredenheid over AD en Copei tot steeds grotere steun leidden voor radicale politieke oplossingen en meer interventie van de staat in de economie. Kolonel Hugo Rafael Chávez en enkele andere officieren keerden zich in 1992 tegen het gebruik van het leger tegen de volkswoede, alsmede tegen de ‘neo-liberale hervormingen’ en wijdverspreide corruptie. Twee couppogingen werden ondernomen, waarvan één geleid door Chávez. Puntofi jismo bleek op sterven na dood, toen, kort na de couppogingen, de zittende president werd afgezet na een impeachment-procedure. Hugo Chávez zou het oude systeem in 1998 definitief ten grave dragen. Eénpartijsysteem

Hugo Chávez werd in 1998 verkozen en begon vanaf 1999 een nieuw politiek systeem te creëren. Een patronagesysteem met twee partijen (AD en Copei) werd vervangen door één enkele partij, sinds 2007 Chávez’ verenigde socialistische partij, de Partido Socialista Unido de Venezuela (PSUV). In vele opzichten is patronage onder Chávez vergelijkbaar met patronage onder de AD en Copei. Via controle van de staat over belangrijke delen van de economie en in het bijzonder over de PdVSA worden aanhangers inkomen en werk geboden. Ook zijn nieuwe vormen van patronage geïntroduceerd. Zo is het aantal reservisten uitgebreid van 26.000 tot 250.000 man, tweemaal de omvang van het leger. De reservisten wordt een voor Venezolaanse begrippen respectabel maandsalaris van 150,- dollar geboden. Zowel de staat als het staatsoliebedrijf zette sociale programma’s op. Deze programma’s richtten zich onder meer op het verstrekken van onderwijs en gezondheidszorg voor armen, maar ze behelsden ook werkgelegenheidsprojecten. Kort na Chávez’ aantreden zijn de kosten van deze sociale programma’s nog beperkt: aanvankelijk slechts 12 miljoen dollar. Geleidelijk werden deze overheidsprojecten uitgebreid en nieuwe subsidies ingevoerd. Vanaf het najaar van 2003 startte ook de PdVSA sociale programma’s, zogenaamde misiones, daarbij onder meer gezondheidszorg en onderwijs werden aangeboden in de sloppenwijken. Naast de PdVSA en verscheidene ministeries was ook het Fondo Nacional de Desarrollo (Fonden) of fonds voor de nationale ontwikkeling voor vele projecten verantwoordelijk. Dit fonds werd in juli 2005 opgericht om door de olie-export gecreëerde over-

17


Internationale Spectator schotten van de Venezolaanse centrale bank te herinvesteren, vooral in sociale projecten. Inzicht in de financiën van PdVSA is beperkt, sinds het bedrijf zich heeft teruggetrokken van de Amerikaanse beurs. Ook heeft de Venezolaanse regering haar uitgaven steeds meer onttrokken aan het toezicht van het parlement.6 Van de in totaal 30 miljard dollar die Fonden tussen 2005 en november 2007 heeft ontvangen, werd in dezelfde periode 24 miljard toegekend aan projecten en 16,5 miljard metterdaad uitgekeerd. Uitgaven van Fonden waren volledig de discretionaire bevoegdheid van de Venezolaanse regering. Per september 2008 had PdVSA een schuldenlast van bijna 70 miljard dollar opgebouwd.7 Gezien de lage olieprijzen lijkt het onwaarschijnlijk dat de staat, Fonden en de PdVSA het eerdere uitgavenpatroon kunnen handhaven. PdVSA wordt daarnaast nog met andere problemen geconfronteerd. Staatsolie PdVSA is Venezuela, Venezuela is PdVSA. Het in 1975 genationaliseerde bedrijf is de grootste werkgever van Venezuela, produceert één derde van het bruto binnenlands product en is goed voor 80% van de export. PdVSA ziet zich behalve met lage olieprijzen ook geconfronteerd met andere uitdagingen.In 2002 werd het staatsbedrijf stilgelegd door een staking van vrijwel alle werknemers, gericht tegen het beleid van president Chávez. Na deze staking werden 18.000 werknemers ontslagen, waarbij veel expertise verloren ging. Het is lastig het exacte productieniveau van Venezuela of PdVSA te bepalen. Het staatsoliebedrijf zou in 2007 echter anderhalf miljoen vaten per dag hebben geproduceerd, slechts 70% van het niveau van vóór de stakingen.8 Deze afname in olieproductie, veroorzaakt door het beleid van Chávez, is mede het resultaat van de verloren expertise na de stakingen van 2002. Bovendien vergen de aard en de langdurige productie van de veelal oudere Venezolaanse olievelden grote investeringen. Het is twijfelachtig of de PdVSA deze investeringen kan doen, gezien de hoge niet-olie-gerelateerde uitgaven van het bedrijf en de schuldenlast.9 Ten slotte verkoopt PdVSA ook olie tegen minder dan de marktprijs, in verband met steun aan regionale bondgenoten, zoals Cuba. Kostbare buitenlandpolitiek. Een complicerende factor is namelijk dat Chávez olie gebruikt als middel in de buitenlandse politiek. Met het zogenaamde ‘Petrocaribe programma’ biedt Venezuela een aanzienlijke hoeveelheid olie tegen lagere dan marktprijzen aan bij bondgenoten in de regio. Sommigen analisten spreken van de helft van alle olie-export.10 Vaak gaan deze transacties samen met ruilhandel en leningen in plaats van directe betaling aan Venezuela. Tussen 2005 en 2008 zouden in het kader van Petrocaribe 59 miljoen vaten zijn verhandeld.11 Onder een apart verdrag wordt ook nog tegen gunstige voorwaarden geleverd aan Cuba.12 In totaal hebben buitenlandse hulp en handel tegen gunstige voorwaarden sinds 1999 mogelijk zo’n 43 miljard dollar gekost.13 PdVSA heeft nog 24 miljard dollar tegoed van Venezolaanse bondgenoten, vooral van Cuba. Het buitenlands beleid van de regering-Chávez heeft ook invloed op de keuze voor partners voor de PdVSA bij projecten in Venezuela. De keuze gaat hierbij vooral uit naar staatsoliemaatschappijen. In het geval van nieuw in gebruik te nemen oliebronnen in het Orinocogebied, rijk aan technologisch lastig te verwerken zware olie, wordt bijvoorbeeld samengewerkt met Petróleo Brasileiro

18

(Brazilië), Petropars (Iran), de China National Petroleum Corporation (China) en de Oil and Natural Gas Corporation (India).14 Hoewel de Verenigde Staten de voornaamste afnemer zijn van Venezolaanse olie, is het aandeel van Venezuela in de totale olieimport van de Verenigde Staten gedaald: van 50% in 1960 tot 10% in 2007.15 Het is een beleidsdoelstelling van Venezuela afnemers te diversificeren door meer te gaan leveren aan onder meer China. Vooralsnog gaat het echter om verwaarloosbare hoeveelheden en zullen de Verenigde Staten de komende jaren de voornaamste markt blijven. Een andere manier waarop Venezuela zijn afhankelijkheid van de Amerikaanse markt wil gaan verminderen, zonder voor export naar Azië afhankelijk te zijn van het te duur geachte Panama-kanaal, is door aanleg van een pijplijn naar de westkust van Colombia.16 Chávez’ reactie

Chávez heeft met allerlei maatregelen getracht de overheidsfinanciën weer enigszins in balans te brengen. Enkele maanden geleden werd onder meer besloten het totale budget te beperken met bijna 7% in vergelijking met een jaar eerder. Bij een inflatie van 30% betekent dat in feite een inkrimping van het budget met een derde. Ook is de BTW verhoogd van 9 tot 12%. Verder is het minimumloon dit jaar met 20% verhoogd, wat dus geen volledige compensatie voor inflatie is. Opvallender is misschien wel dat Chávez de confrontatie lijkt te zoeken met de vakbeweging. Wetgeving in het parlement is ontworpen om de vakbeweging te vervangen door aan de PSUV – Chávez’ partij – gelieerde arbeidersraden. Arbeidsconflicten in Venezuela nemen toe, sinds de overheid steeds minder bereid lijkt eerder afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten te respecteren en werknemers, onder meer bij PdVSA, te compenseren voor inflatie.17 In de maand mei is de Venezolaanse overheid er onverwachts ook toe overgegaan eigendom van onderaannemers van PdVSA de facto te onteigenen. Sommige van deze bedrijven hadden eerder aangegeven geen diensten te leveren tot een deel van de bij hen uitstaande schulden, van in totaal 14 miljard dollar, afgelost zou zijn. Door het materieel van deze onderaannemers zelf in gebruik te nemen, verwacht Chávez een besparing van 700 miljoen dollar per jaar te kunnen doorvoeren. Naast deze maatregelen zijn er nog vele andere, schijnbaar ad hoc, beslissingen genomen. Zo is de nationalisatie van boerderijen en een lokale bank verordend,18 en is eind april besloten dat 70% van de nationale goudproductie aan Venezuela’s centrale bank verkocht moet worden.19 In het bijzonder de laatste beslissing is kenmerkend voor de soms desastreuze willekeur van Chávez’ beleid. Einde van een experiment? Opvallend aan recente maatregelen is dat deze zich niet alleen richten op Venezuela’s hogere inkomens en buitenlandse bedrijven. De maatregelen raken ook direct het inkomen van arme bevolkingsgroepen. Eerder beleid had weliswaar indirect negatieve gevolgen voor deze bevolkingsgroep, zoals zeer beperkte beschikbaarheid van levensmiddelen en buitenlandse valuta, maar was er vooral op gericht de arme bevolkingsgroepen te sparen. Het is onzeker – want afhankelijk van de ontwikkeling van de olieprijs – of Chávez Venezuela’s armen nog langer kan


Internationale Spectator ontzien. Slaagt hij daar niet in, dan zou hij wel eens verrassend snel de steun van de bevolking kunnen verliezen. De uitslag van het referendum in februari, op basis waarvan Chávez ongelimiteerd herkiesbaar is als president, wijst in ieder geval nog op grote steun voor de president. Voor de nabije toekomst is vermoedelijk de olieprijs de beste indicator voor de stabiliteit van het land. Een instabiel en verarmd Venezuela kan grote gevolgen hebben voor de machtsbalans in de regio. Venezuela’s bondgenoten in Petrocaribe en zeker Cuba zouden hierdoor ernstig verzwakt worden. Voor de Verenigde Staten zou een beperktere olievoorziening uit Venezuela minder problematisch zijn. Het land levert nog 10% van de totale Amerikaanse import en onder de huidige marktomstandigheden zou minstens een deel hiervan moeiteloos op de wereldmarkt kunnen worden betrokken.

Noten 1 Dit artikel is onder meer gebaseerd op de Leidse doctoraalscriptie van de auteur, Democracy drowned in oil? – Venezuela 1991-2006. 2 Th e IEA Oil Market Report: 14 May 2009. Venezuela stelt meer dan 3 miljoen vaten ruwe olie per dag te produceren, maar dit wordt door diverse internationale organisaties betwist. Zo ging de IEA voor 2008 uit van gemiddeld 2,35 miljoen vaten ruwe olie per dag. 3 ‘Trimming down’, in: Th e Economist, 25 maart 2009. 4 Voor een discussie over data voor armoede, zie: Mark Weisbrot, Luis Sandoval & David Rosnick, Poverty Rates in Venezuela: Getting the Numbers Right, CEPR Reports and Issue Briefs, 2006, waarin voor 2005 wordt gesproken over 45% van de bevolking levend onder de armoedegrens. 5 Venezuela richtte in 1960 mede de Organization of the Petroleum Exporting Countries (OPEC) op, een kartel van 12 olieexporterende landen die een derde van alle olie ter wereld produceren. 6 Alle in dit artikel genoemde data ten aanzien van de inkomsten en uitgaven van de Venezolaanse staat en de PdVSA en ten aanzien van olieproductie in dit land moeten als benaderingen worden beschouwd; zij worden vaak betwist door experts en Venezolaanse instanties. 7 ‘Skint’, in: Th e Economist, 14 mei 2009. 8 Energy Information Administration: Country Analysis, V enezuela. Zie ook noot 2. 9 Zie Bloomberg: http://www.bloomberg.com/apps/ (1 juni 2009). De begroting van 24 miljard dollar is, aldus PdVSA, teruggebracht tot 14 miljard dollar. 10 ‘Venezuela’s Oil Output Slumps under Hugo Chávez’, in: The Daily Telegraph. 11 Energy Information Administration: Country Analysis, V enezuela. 12 Ibid. 13 ‘An (iron) fi st full of help’, in: Th e Economist, 4 juni 2009. 14 Entrepreneur Trade Journal: Venezuela – Oil Background. 15 Energy Information Administration, US imports by Country of Origin. 16 Energy Information Administration, Country Analysis, V enezuela. 17 ‘Socialism v labour’, in: Th e Economist, 7 mei 2009. 18 ‘Assets grab’, in: Th e Economist, 12 mei 2009. 19 Economist.com, 29 mei 2009.Jasper Honkoop studeerde politieke wetenschappen en geschiedenis in Leiden. Thans is hij projectassistent bij het Clingendael International Energy Programme (CIEP).

Wil je meer artikelen lezen uit de Internationale Spectator? Knip dan onderstaande bon uit en stuur hem op! - Advertentie -

19


Roemeense studenten verwachten weinig van Europa Het huidige politieke systeem in Roemenië is te corrupt en te traag TEKST Daan Soons

Onlangs dreigde de Roemeense minister van Buitenlandse Zaken, Cristian Diaconescu, op het laatste moment een bezoek aan Nederland af te zeggen omdat zijn land ontstemd is over de Nederlandse kritiek op de Roemeense plannen om de corruptie in het land tegen te gaan. Dit bericht zal de gemiddelde IB -student nieuwsgierig maken naar de achterliggende problemen, maar wat vinden de Roemeense studenten eigenlijk zelf van de corruptie in hun land en de samenwerking met de EU? Afgelopen zomer was ik in Roemenië en sprak met verschillende studenten over deze onderwerpen. 

N

a vele gesprekken blijkt dat de Roemeense studenten weinig vertrouwen hebben in het huidige systeem in hun land. De politici zijn corrupt en het onderwijs is van een veel te laag niveau. Ze hebben weinig tot geen hoop dat dit zal veranderen. Politiek

De Roemeense studenten zien alleen politici die zichzelf verrijken en alleen bezig zijn met hun eigen carrière en zich niet inzetten voor het belang van het land. Bijna geen enkele student gaat dan ook naar de stembus. “Op wie moeten we stemmen? Neem de Europese verkiezingen; de enige serieuze kandidaten waren Gigi, een clown die op Berlusconi wil lijken maar de nodige intelligentie mist, en de dochter van de president, die alleen maar feest en zich als Paris Hilton gedraagt. Beide figuren zijn lachwekkend.” Zoals Vali Ionascu de verkiezingen illustreert. De studenten schamen zich dat deze figuren hun land in Brussel moeten vertegenwoordigen en maken zich zorgen om de indruk die Roemenië binnen de EU achterlaat. Daarbij wordt er volgens de studenten op grote schaal gefraudeerd. Op het platteland zouden mensen betaald krijgen om te stemmen en hebben kleinere plaatsen een opkomstpercentage van boven de 100 procent: er zouden bussen ingezet zijn om mensen in meerdere districten te laten stemmen. De controle ontbrak volledig. Sommige studenten houden zich nog wel voor dat wanneer je niet stemt je ook niet het recht hebt om kritiek te leveren, maar de meerderheid vindt dit idealistisch, omdat naar hun mening de verkiezingen toch gestolen worden. De studenten hopen dat een sterke en eerlijke leider zal opstaan om deze uitzichtloze situatie te veranderen. Toch geloven zij niet dat dit snel zal gebeuren, omdat de nieuwe generatie politici

20

20

wordt opgeleid door de oude politieke garde. Hierdoor vreest men dat de corruptie in stand wordt gehouden. Onderwijs

Het hoger onderwijs in Roemenië is van een zeer laag niveau. Iedereen kan zonder al te veel moeite een universitaire opleiding volgen en afmaken. Hierdoor heeft een hoog percentage van de bevolking een universitaire opleiding met als gevolg diplomainflatie: een academisch diploma wordt steeds minder waard in zowel Roemenië als in het buitenland. Geld zal dit probleem echter niet oplossen. Het grootste probleem ligt bij de docenten. Zij zien het belang van beter onderwijs niet in, het huidige niveau voldoet volgens hen. Het volgen van extra studieprogramma’s wordt dan ook niet aangemoedigd en de student wordt in het algemeen niet uitgedaagd. Ook van jongere docenten valt geen nieuwe manier van aanpak te verwachten, omdat zij zijn opgeleid door de oude docenten, waardoor dezelfde mentaliteit wordt overgedragen. Uiteindelijk wordt deze mentaliteit ook overgedragen op de studenten, waardoor er een vicieuze cirkel ontstaat. Ik heb geen enkele student gesproken die een idee heeft hoe deze cirkel doorbroken kan worden en de meerderheid gelooft ook niet dat dit makkelijk of snel zal gebeuren. Desalniettemin geloven de Roemeense studenten dat naast corruptiebestrijding, beter onderwijs de basis vormt om de huidige politieke situatie te veranderen. Daarentegen geloven de studenten ook dat het slechte onderwijs en de corruptie elkaar juist in stand houden. Europese Unie

Wat kan de Europese Unie (EU) betekenen voor Roemenië? De studenten zijn van mening dat zij te vroeg tot de EU zijn toegela-


Cui bono? TEKST Maaike Slotema

Geïnteresseerd in samenzweringstheorieën en fictieve, sinistere complotten? Lees dan niet verder, want de schandalen die in deze column belicht worden zijn veelal op feiten gebaseerd. In het behandelen van deze schandalen speelt de vraag wie er profiteert (‘Cui bono?’) steeds een rol.

R

oekeloze mannen die niets meer te verliezen hebben vechten in kleine roestige bootjes een chaotische oorlog uit met de meest geavanceerde marinemachten op aarde. Dit is het beeld van de Somalische piraten dat in de wereld heerst. In de werkelijkheid ligt het echter veel gecompliceerder.

ten en zij hebben daarnaast weinig hoop dat de EU veranderingen teweeg kan brengen. Het huidige politieke systeem in Roemenië is te corrupt en te traag om de Europese fondsen effectief te besteden. Ondanks dat zij wel geloven dat de EU er strikt op toe ziet dat Europees geld niet in verkeerde handen terecht komt, achten zij de EU toch niet in staat de corruptie te bestrijden. Corruptie komt voor in alle lagen van de samenleving en de EU kan hier onmogelijk verandering in brengen. Zelfs als het gaat om eerlijke verkiezingen denken de studenten dat de EU hier niet voor in kan staan. Ten slotte kan de EU niet door het hele land de stemlokalen controleren. De studenten hebben echter geen alternatief hoe dit wel valt te realiseren. De EU heeft weinig verandering gebracht en er bestaat geen verwachting dat dit in de toekomst wel zal gebeuren. Toekomstperspectief

Op de korte termijn verwachten de Roemeense studenten weinig veranderingen. Echte veranderingen kunnen pas in een tijdsbestek van dertig à veertig jaar plaatsvinden. Veel studenten hebben de ambitie om in het buitenland te gaan studeren of stage te lopen zodat zij kennis en ervaring kunnen opdoen die zij in Roemenië en op de Roemeense universiteiten niet kunnen krijgen. Met deze kennis en ervaring willen zij uiteindelijk Roemenië veranderen en opbouwen. Helaas achten zij zichzelf daartoe pas in staat als de communistische mentaliteit is verdwenen. Al met al hebben de Roemeense studenten niet bepaald een positieve blik op de toekomst.

Doordat de scheepsvaart over de hele wereld sterk lijdt onder deze piraterij heeft de internationale gemeenschap niet stil gezeten. Verschillende internationale organisaties kwamen tot een overeenkomst om dit probleem op te lossen. Zo hebben de Verenigde Naties een resolutie aangenomen waarbij alle landen die belang hebben bij veilige scheepsvaart worden opgeroepen om oorlogsschepen en gevechtsvliegtuigen naar de kust van Somalië te sturen. Verder is de operatie Atlanta van de Europese Unie in dit gebied gestart. Beide organisaties hebben dezelfde taken: escorteren en beschermen van vrachtschepen en het afschrikken van Somalische piraten. Het blijkt echter dat al deze organisaties geen greep op de piraten kunnen krijgen. Uit getallen blijkt dat ondanks deze inwerking getreden resoluties de piraterij is toegenomen. De oorzaak hiervan is dat de piraten niet alleen opereren. Zij maken deel uit van diverse strak geleide belangengroepen met tentakels die ver buiten de Somalische grenzen rijken. De piraten sluiten namelijk deals met vele dubieuze profiteurs, zoals invloedrijke zakenmensen, clanleiders en plaatselijke autoriteiten op het Somalische vasteland, waar het leven in achttien jaar van oorlog, banditisme en opstanden van islamitische extremisten is gereduceerd tot een strijd op leven en dood. Door het gebrek aan andere inkomstenbronnen en door afwezigheid van effectief staatsgezag werken veel mensen mee aan de lucratieve handel in gekaapte schepen. De invloedrijkste personen in Somalië, zoals clanleiders en overheidsdienaren hebben geen belang bij acties tegen de piraterij. Zolang zij profiteren van de piraterij is het onmogelijk voor de internationale organisaties om tegen de piraten op te treden. Een oplossing zou kunnen zijn dat Somalië in de kern wordt hervormd. De rechtsstaat zou hersteld moeten worden door de Somalische autoriteiten om zo de gepaste omstandigheden te bieden voor een politieke dialoog. Aangezien er al achttien jaar een burgeroorlog in Somalië heerst zal hiervoor echter nog een lange weg moeten worden afgelegd. Omdat er zoveel invloedrijke partijen bij de Somalische piraterij betrokken zijn is de kans dat er vanuit de staat een oplossing wordt geboden zeer gering. Zonder effectief staatsoptreden is het uitbannen van de Somalische piraterij door de EU en de VN een hopeloos streven.

21


Studeren in het buitenland De studie Internationale Betrekkingen in Australië tekst Hannah van Soelen

De rubriek wordt dit keer, bij wijze van uitzondering, eens anders ingevuld dan gebruikelijk. Deze editie niet iemand die IB studeert aan de RuG en een halfjaar in het buitenland studeert, maar nu iemand die de Bachelor IB in zijn geheel volgt in het buitenland. Australië, het land van backpackers, surfers en kangoeroes maar voor Hannah ook dé plek om Internationale Betrekkingen te studeren.

D

e keuze om in Australië te gaan studeren was geen moeilijke. Het land is Engelstalig, heeft een goed onderwijssysteem, ongeveer dezelfde levensstandaard als we in Nederland hebben, ook zijn de mensen erg ontspannen en bovendien het is er altijd zonnig! In de praktijk is de keuze natuurlijk niet zo gemakkelijk, want naast de hiervoor genoemde positieve kanten heeft Australië als minpunt dat het aan de andere kant van de wereld ligt. Na goed te hebben nagedacht en veel met familie te hebben overlegd, besloot ik toch naar Australië te gaan en me in te schrijven voor de drie jaar durende ‘bachelor of International Relations’ aan LaTrobe University in Melbourne. In mijn eerste semester was het vak ‘States, Nations and Security’ verplicht. Het vak begon met het bestuderen van de opkomst van de staat en eindigde met het bespreken van de bedreiging die de moderne wereld voor dit systeem van soevereine staten vormt. Naast dit vak kon ik kiezen uit Aziatische studies of Antropologie. Ik heb voor Antropologie gekozen. Veel studenten kiezen voor Aziatische studies, maar de studie van verschillende volkeren en culturen sprak mij meer aan. De laatste twee vakken kon ik vrij kiezen en ik kwam uit op ‘Legal studies’ en ‘A modern Europe’. Het eerste vak gaat over hoe het rechtssysteem terug te vinden is in ons dagelijks leven, hoe het gevormd wordt door de samenleving, maar ook hoe het vormend werkt voor onze samenleving. Het laatste vak waar ik voor koos was een geschiedenismodule, waarvan ik het idee had dat ik er, als Europeaan, vast het meeste van zou weten. Ik heb geen ongelijk gekregen! Het bespreken van de Industriële Revolutie en de Franse Revolutie had ik op de middelbare school ook al gedaan, maar het was interessant om nu dieper op de stof in te gaan. In de werkgroepen voor dit vak werd veel aan zelfstudie gedaan, meer nog dan in andere vakken. Dit gaf de gelegenheid om onderzoek te doen naar een onderwerp waar mijn persoonlijke interesse lag.

22

Het tweede semester is nu net begonnen en ik heb besloten om nu een andere invalshoek te kiezen. Wederom was mijn hoofdvak een verplicht politicologievak, ‘Economics, Environment and Human Rights’. Dit vak bekijkt hoe we de juiste balans kunnen vinden tussen het internationale systeem, een eerlijke verdeling van rijkdom en ook naar het milieubehoud als mensenrecht. Dit semester kon ik kiezen tussen Indonesische Studies en sociologie en ik heb besloten om sociologie te gaan volgen. Micro- en macro-economie heb ik gekozen als laatste keuzevakken. Omdat in ieder land de taal der economie gesproken wordt leek dit mij een goede beslissing. Of ik na mijn studie terug naar Nederland wil weet ik nog niet zeker. Australië is wel erg ver weg en misschien vind ik het over een aantal jaar belangrijker om dicht bij mijn familie te zijn. Daarom probeer ik redelijk algemene vakken te kiezen waar je in feite overal een baan mee kan vinden. Volgend jaar ben ik van plan om ook Frans te kiezen. Het lijkt me ideaal om ergens te werken waar ik iets kan doen met culturele uitwisseling tussen landen of steden. In de afgelopen wintervakantie heb ik deelgenomen aan een ‘Model United Nations’ conferentie en naar aanleiding daarvan lijkt het me ook erg leuk om voor Verenigde Naties te gaan werken. Hieruit blijkt wel dat ik nog niet zo goed weet wat ik na mijn studie wil doen en dus nog niet zo gericht bezig ben. Het leven in Australië is, zoals verwacht, erg relaxed. Studenten komen laat, zeggen vrolijk “G’day” tegen de docent terwijl ze al bellend binnenwandelen. Zelfs in de winter lopen mensen rond in korte broeken en slippers en als je een goed wetsuit hebt is het eigenlijk nooit te koud om te surfen! Op de universiteit bestaan veel verschillende (sport)clubs, die het gemakkelijk maken om Australiërs te leren kennen. In mijn eerste semester


IB & Muziek TEKST Lisa van Wageningen

M

uziek binnen de internationale betrekkingen: wellicht lijkt deze combinatie niet heel voor de hand liggend, maar wie even verder denkt zal bemerken dat deze combinatie uitstekend samengaat. Muziek gaat immers over grenzen en maakt als communicatiemiddel een taal overbodig.

ben ik twee keer mee geweest op een weekend met het surfteam van de universiteit. Dit semester ben ik zelf ook lid en help ik met het organiseren van trips en feesten. Australiërs zijn hele open mensen. Iedereen is vriendelijk en niemand kijkt je vreemd aan als je met een accent spreekt. Dat is ook niet heel gek, want geen enkele Australiër is natuurlijk ‘echt’ Australisch omdat opa’s en oma’s bijna altijd hierheen geëmigreerd zijn. BV: Sommige dingen zijn echter wél typisch Australisch, zoals Australian Football Matches op de Melbourne Cricket Ground. ‘Aussi Rules’ is de belangrijkste sport in Victoria, vergelijkbaar met voetbal in Nederland. De regels zijn ingewikkeld en veel Australiërs zijn niet in staat om ze aan je uit te leggen. BV: Echt Australisch zijn de ‘local footymatches’, waar toeschouwers om ongeveer elf uur ’s ochtends aan het bier beginnen en daar tot laat in de avond niet mee ophouden. Omdat Melbourne zo groot is, is het niet speciaal een studentenstad. Toch is er, juist omdát het zo groot is, altijd iets te doen. Leuke café’s, interessante mode, heerlijk eten, musea, theater, goede bandjes, kortom het is onmogelijk om je hier niet te vermaken! Het fijnste aan studeren in Melbourne is de afwisseling: het ene weekend kun je besluiten in de stad te blijven en volop cultureel bezig te zijn, terwijl je het daaropvolgende weekend naar een strandhuisje aan de kust kunt gaan en daar zonder bereik op je mobiele telefoon kunt surfen en barbecueën. Zoals verwacht is het leven hier net zo geciviliseerd als in Nederland, maar dan met veel meer afwisseling en de Australische ‘easygoing’ mentaliteit. Melbourne is zeker aan aanrader voor iedereen die een studie in het buitenland overweegt!

Een voorbeeld van een muzikant die figureert binnen de IB is Bono van U2. Hij geeft sinds jaar en dag zijn muzikale carrière ook een internationaal politiek tintje door met wereldleiders over politieke onderwerpen te praten. Dit soort muzikanten organiseert ook om de haverklap een benefietconcert. Bijvoorbeeld om te pleiten voor het kwijtschelden van de schulden van derde wereldlanden. Binnen de muzikale wereld vindt veel uitwisseling plaats. Tournees zijn tegenwoordig bijna altijd internationaal. Zo is de band Westlife razend populair in Japan en staan de Backstreetboys ook in China voor volle zalen. Daarnaast zijn op conservatoria waar ook ter wereld internationale studenten heel normaal. Ook op muzikaal gebied is de groeiende invloed van Azië merkbaar: goede solisten komen steeds vaker uit het verre Oosten. Bovendien wordt op hoog niveau wel eens gebruik gemaakt van de zogenaamde muzikale diplomatie. Zo heeft het New York Filharmonic Orchestra al opgetreden in 1956 in de Sovjet-Unie, in China ten tijde van Mao Zedong en enige tijd geleden in Pyongyang, Noord-Korea. Dit om de stroeve betrekkingen enigszins te versoepelen. Waar de ideologieën elkaar tegenspreken doet de muziek dit niet. Muziek als diplomatiek smeermiddel wordt niet alleen door het Westen gebruikt, ook het Chinees Filharmonisch orkest heeft, om de dialoog met de katholieke kerk te verbeteren, in mei het Requiem van Mozart opgevoerd voor de Paus. Muziek kan dus een belangrijk instrument zijn binnen de Internationale Betrekkingen. Kortom, werken aan je eigen muzikale kennis kan beslist geen kwaad! Al is het maar om het feit dat de gemiddelde Aziaat zijn zaken doet in de Karaoke bar.

23


foto: U.s.government

Yes we scam!

Volgens veel complottheorieën is de overheid niet te vertrouwen TEKST Kees Blom

John F. Kennedy is niet door Lee Oswald vermoord en George Bush is verantwoordelijk voor de aanslagen van 11 september. Twee voorbeelden van complottheorieën die, met name in de Verenigde Staten, veel aanhangers kennen. Dat geldt ook voor de documentaire ‘The Obama Deception’ van Alex Jones, waarin hij beweert dat Obama slechts een marionet is die de belangen van Wall Street moet behartigen. Waarom steken deze theorieën de kop op? Waarom zijn ze zo aanlokkelijk? En wat moeten we ervan geloven?

C

omplottheorieën zijn niets nieuws. Niccolo Machiavelli bijvoorbeeld beschrijft ze al in zijn boek Il Principe uit 1515 en in andere werken. Veel van de hedendaagse theorieën, zoals beschreven in The Obama Deception, komen uit de Verenigde Staten. Dit land kent een lange traditie van complottheorieën. Voorheen waren het vaak Joden of katholieken die beschuldigd werden van samenzweringen; vandaag de dag is er altijd een essentiële rol voor de overheid weggelegd. In vrijwel alle hedendaagse complottheorieën staat het begrip ‘macht’ centraal. Volgers van zo’n theorie geloven dat de werkelijke macht niet bij de veronderstelde machthebbers ligt, maar achter de schermen bij anderen. Geheimhouding speelt dus een belangrijke rol en opstellers van complottheorieën willen deze geheimhouding opheffen en de waarheid blootleggen. Eigen schuld

Volgens Kathryn Olmsted, professor aan de Universiteit van Californië, zijn er drie redenen te onderscheiden waarom Amerikanen hun regering wantrouwen en complottheorieën tegen de overheid dus gehoor vinden. Allereerst is de Amerikaanse regering rond de Eerste Wereldoorlog sterk gegroeid, volgens veel mensen werd de kans op een samenzwering tegen de eigen bevolking hiermee vergroot. Het overheids-

24

budget steeg tussen 1913 en 1918 van 1 miljard dollar naar 13 miljard dollar en telde 800 duizend ambtenaren aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Voor die tijd had de overheid simpelweg de middelen niet om een groot complot te smeden. Ten tweede heeft de overheid zelf een klimaat van samenzweringen geschapen, door ze zelf te ontwikkelen in hun voordeel. Een bekend voorbeeld hiervan is ‘Operation Northwoods’, die ook in de film Loose Change over 11 september wordt aangehaald. Deze nooit uitgevoerde operatie van de Amerikaanse overheid uit 1962 bevatte plannen om aanslagen te plegen op Amerikaanse burgerdoelen, om deze vervolgens op Fidel Castro af te schuiven. Een recenter geval was de verklaring van de regering-Bush waarin beweerd werd dat Saddam Hoessein banden zou hebben met Al-Qaida. Dit soort theorieën van de overheid zelf, die op onwaarheden gebaseerd blijken te zijn, brengen de geloofwaardigheid van de machthebbers ernstig in gevaar; de regering heeft al vaker tegen ons gelogen, dus waarom zou ze dat nu niet doen? Als derde argument brengt Olmsted naar voren dat de Amerikanen al bijna een eeuw lang het gevoel hebben dat de overheid achter ze aan zit. Dit begon al tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen tegenstanders van de oorlog zoveel mogelijk


werden tegengewerkt. Dit verergerde vervolgens tijdens de Koude Oorlog en de strijd tegen het communisme. Met name de commissie McCarthy, die een klopjacht organiseerde naar alles wat een ‘rode’ kleur had, is hiervoor berucht. De Amerikaanse burger kreeg het gevoel dat de overheid hen bespioneerde, en dat gevoel is niet meer verdwenen. Tekortkomingen

Mark Fenster, professor aan de universiteit van Florida, stelt dat veel moderne complottheorieën een aantal zwakke punten kent. Zo sluiten ze niet alleen het officiële verhaal uit, maar ook andere complottheorieën. Er bestaan bijvoorbeeld veel theorieën over de moord op John F. Kennedy, die onmogelijk allemaal waar kunnen zijn. Een dergelijke theorie kan dus met evenveel scepsis worden bekeken als de overheidsverklaring die zij betwist. Complottheorieën bestrijden elkaar en brengen zo hun eigen geloofwaardigheid in gevaar. Daarnaast constateert Fenster dat complottheorieën zich kenmerken door een gebrek aan waterdicht bewijs, te grote stappen in (logische) redeneringen en een te sterk vereenvoudigde weergave van politieke en economische structuren en omstandigheden. Tevens beweert hij dat de ongelijke verdeling van macht, geld en bronnen geen bewijzen voor een samenzwering zijn, maar meer kenmerken zijn van het kapitalisme. Hij ziet veel beweringen van complottheoretici niet als nieuwe ontdekkingen maar als bekende gebreken van een systeem. Veel van deze tekortkomingen zijn ook te vinden in The Obama Deception. In deze film wil Alex Jones bewijzen dat de New World Order (de politieke en economische elite) de politiek gebruikt om de eigen, veelal economische, belangen te behartigen. Obama zou geen verandering willen brengen, maar gewetenloos deze groep dienen. Een nogal harde beschuldiging die daarom waterdicht bewijs behoeft. Zoals Fenster beweert ontbreekt het hieraan. Veel zaken die Jones als bewijs aanvoert zijn vaak niet meer dan interpretaties van feiten. De huidige financiële crisis zou door deze New World Order zijn georganiseerd om er zelf rijker van te worden. Wanneer vervolgens leden van deze groep beweren dat de crisis kansen biedt, interpreteert Jones dit als een bewijs dat de crisis het belang van de elite dient. Dit terwijl een crisis bijvoorbeeld ook kansen biedt voor duurzaam ondernemen.

‘Obama wil de Ook de redeneringen gaan vaak met grote stappen, zodat deze niet meer logisch te volgen zijn en er opmerkelijke conAmerikaanse clusies getrokken worden. Niet alleen wordt de opwarming burger van de aarde alsontwapeen grote leugen neergezet, maar deze ‘leugen’ wordt vergeleken met het nazi-gedachtengoed en de belastingenenen’ die moeten zorgen voor een afname van vervuilende uitstoot zouden genocide veroorzaken. Ook wordt het aan banden leggen van de vrije verkoop van wapens door particulieren gezien als een ‘ontwapening van de burgers’. Een ander voorbeeld wordt even later gegeven, wanneer gesteld wordt dat het ziekenfondsplan waar veel Amerikanen al jaren om roepen, een extra manier van de overheid is om te controleren welke medische hulp haar inwoners krijgen. Tevens bevat The Obama Deception een aantal vereenvoudigde weergaven van omstandigheden, zoals Fenster veron-

Is het Bush of is het Obama? FOTO: bARRY gREY derstelt. Zo zou Obama zich niet houden aan zijn belofte om binnen zestien maanden de troepen terug te trekken uit Irak. Extra troepen naar Afghanistan zouden verder bewijs zijn dat Obama deze belofte verbreekt. Gezien de complexe situatie in deze regio valt het te betwijfelen of deze conclusie juist is. Verder worden er onthullingen gedaan waar veel mensen niet van opkijken. Met name de openbaring dat Obama contact zou hebben met de top van het bedrijfsleven vindt Jones schokkend, terwijl dit al jarenlang een normale gang van zaken is en inherent is aan het systeem dat al jaren in het Westen wordt gehanteerd. Ook de toegenomen inbreuk op de privacy van burgers is wellicht een verkeerde ontwikkeling, maar wederom niet onbekend. Wat is waar?

Het verleden heeft bewezen dat de overheid lang niet altijd te vertrouwen is. De Amerikaanse overheid heeft de mogelijkheden om complotten te smeden en heeft dit in het verleden ook gedaan. Het is dus geen wonder dat complottheorieën, als beschreven in The Obama Deception, populair zijn. Echter, de beschuldigingen die Alex Jones uit gaan vaak te ver en zijn niet altijd logisch. Toch hebben complottheorieën als deze ook hun waarde. De boodschap dat men de overheid niet altijd op haar blauwe ogen moet geloven en deze met een kritische blik moet blijven volgen wordt weliswaar overtrokken, maar is niet overbodig gezien het welhaast hysterische enthousiasme waarmee Obama werd toegejuicht tijdens zijn verkiezingsoverwinning. De waarheid ligt, zoals wel vaker, in het midden: Obama is noch een monster, noch een superheld. www.obamadeception.net Fenster, Mark. Conspiracy Theories. Secrecy and power in American Culture (Minneapolis 1999). Olmsted, Kathryn S., Real Enemies. Conspiracy theories and American democracy, World War I to 9/11 (Oxford 2009). Burnett, Thom e.a., The conspiracy encyclopedia (Londen 2005)

25


Leven na IB TEKST Quirien van Straelen

Ooit koos ik voor de studie Internationale Organisaties (IO) tijdens een tussenjaar in Kenia. Tijdens een bezoek aan een dorpje aan de oevers van Lake Victoria verzuchtte ik voor de zoveelste keer dat jaar, dat ik geen idee had wat ik wilde worden. Ik wilde een internationaal georiënteerde, brede opleiding waar ook aandacht aan ontwikkelingssamenwerking zou worden besteed. Maar wat dan? “IO dus”, riep één van de mensen met wie ik daar zat. En aldus geschiedde.

I

nmiddels ben ik een jaar klaar. Na mijn stage bij het UNDP in Sierra Leone was ik, net als zoveel anderen gedesillusioneerd in het humanitaire systeem. Mijn scriptie heb ik vervolgens gecombineerd met de master Internationaal en Europees Recht. Hoe interessant ik het laatste jaar van IO ook vond, ik miste tijdens de eerste fase een praktische toepasbaarheid die ik wel vond bij mijn juridische specialisatie in humanitair recht. Hierna kon ik het vinden van een baan niet langer uitstellen. Na een business course bij Shell en tweede te zijn geworden voor een functie bij een ontwikkelingsorganisatie in Zuid-Soedan, werd ik toegelaten als rijkstrainee bij het ministerie van Justitie, bij de Directie Migratiebeleid. Ineens had ik een baan in een werkveld waar ik weinig vanaf wist, namelijk de vreemdelingenketen. Hét voordeel van het traineeship is voor mij persoonlijk de flexibiliteit. Zo kun je, zolang je zelf maar initiatief toont, op ontzettend veel plekken rondkijken. Er is een algemeen opleidingsprogramma voor alle 160 trainees om meer inzicht te krijgen in de overheid, maar ik volg ook een vakinhoudelijk opleidingsprogramma bij Justitie om meer kennis op te doen over de belangrijkste beleidsterreinen daar. De trainees organiseren bijvoorbeeld themadagen waar belangrijke spelers uit een bepaald gebied worden uitgenodigd en ook de bewindspersonen van Justitie komen spreken. Mijn eerste werkplek had met aansturing van processen binnen de vreemdelingenketen te maken. Interessant om meer over te leren, juist omdat er zoveel organisaties en processen bij betrokken zijn. Instanties als het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) spelen hierbij een rol, maar bijvoorbeeld ook Europese richtlijnen, toezeggingen aan de Tweede Kamer en de controle en sturing van al deze organisaties. Dit alles geschiedt in een politiek klimaat waarin het Nederlandse asielbeleid het middelpunt van debat is. Hoewel deze functie bij de overheid een goede leerschool voor mij was, was dit echter niet de plek voor mij. Ik heb ontdekt dat het voor mij belangrijk is om direct invloed te hebben op de positie en leefomstandigheden van mensen en ook directe resultaten van mijn werk te zien. Op mijn eerste werkplek kon ik mijn idealistische inslag onvoldoende kwijt en daarom ging ik drie maanden werken bij het Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel (BNRM). Het BNRM brengt jaarlijks een rapportage uit over de aard en omvang van mensenhandel in Nederland en dit bureau ondersteunt de onafhankelijke Nederlandse Rapporteur Mensenhandel door middel van onderzoek en beleidsanalyse. Bij deze onderzoeksplek kreeg ik vooral inzicht in de invloed van de wijze waarop je een boodschap formuleert en overbrengt. Ook vond ik het erg leuk om een mening te mogen vormen over bestaande systemen en regelgeving. Op een ministerie spelen zeer veel belangen bij de ontwikkeling van beleid en is het resultaat niet altijd het beste voor alle partijen, maar het maximale wat je in de bestaande context kon bereiken. Bij het BNRM ging het juist om de analyse van de bestaande processen

26

en het voorstellen van verbetermaatregelen. Al in de eerste week zat ik bij een minister aan tafel om uit te leggen waarom zijn beleid niet werkte. Een paar maanden later was ik uitgenodigd voor een expertmeeting van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) om uit te leggen hoe de rechten van slachtoffers van mensenhandel ook gewaarborgd dienen te worden wanneer zij geen verblijfsrecht hebben. Het feit dat ik bij IO heb geleerd om breder te kijken dan mijn eigen positie of rol, is belangrijk. Het geeft mij namelijk ook inzicht in de wijze waarop ik mijn gesprekspartners beter kan begrijpen, ze beter kan overtuigen, maar ook weet in te zien wanneer mijn standpunten bijgesteld moeten worden. Bovendien is het een groot voordeel je snel een onderwerp eigen te kunnen maken, zeker tijdens een traineeship met wisselende werkvelden. Na het BNRM ben ik weer teruggegaan naar de Directie Migratiebeleid, waar ik weer terugkeerde naar de rol van beleidsmaker, maar nu ook op het terrein van mensenhandel. Hierbij spelen facetten als de opvang van slachtoffers, opsporing en strafrechtelijke vervolging van daders, verblijfsvergunningen voor slachtoffers en internationale samenwerking een rol. Juist door de opvanghuizen te bezoeken, met slachtoffers te spreken en mee te gaan met de politie op controles in de prostitutiesector, maakt dat ik me verbonden voel met wat ik doe en dat deze overheidsbaan wel bij me past. Ik heb de overheid leren kennen als een zeer interessante leerschool. Juist ook omdat er zoveel belangen spelen, omdat het werk ertoe doet, omdat het dynamisch is en omdat je met partijen om de tafel kunt zitten die samen verandering teweeg brengen. Toch heeft het de afgelopen maanden gekriebeld. Het buitenland bleef trekken en dagelijks las ik in de krant over internationale processen die ik beter wilde begrijpen en waar ik deel van uit wilde maken. Daarom werk ik vanaf september een half jaar voor de Nederlandse ambassade in Sri Lanka, als beleidsmedewerker op het terrein van mensenrechten. Een land en een situatie waar we in Nederland niet erg van op de hoogte zijn. Wederopbouw, mensenrechten, humanitaire hulpverlening en diplomatie zijn allemaal onderwerpen die ik tijdens mijn opleiding heel interessant vond. Tegelijkertijd zie ik het ook als de fase om te ontdekken wat ik na mijn traineeship wil. Blijf ik bij de overheid of kies ik toch voor het internationale werkveld? Of wil ik me misschien toch meer richten op onderzoek en wetenschap? IO heeft mij in ieder geval een breed blikveld gegeven en de meerwaarde van de studie is dat het zoveel mogelijkheden biedt. Volgens mij is IO een goede studie om jezelf de bagage mee te geven waar veel functies om vragen, maar gaat het er daarna om wat jij met die kennis doet. En daar kun je op veel plekken mee komen.


Recensie

Verontrustend beeld uit een nieuwe wereld

Bespreking van de moderne klassieker The Reluctant Fundamentalist, geschreven door Mohsin Hamid TEKST Ewout van den Berg

Het lezen van literatuur schiet er vaak bij in als je studeert en dat is jammer. Het kan de menselijke maat vormen voor alles wat studenten IB doorgaans in abstracties te lijf gaan. Politieke ideologieën en economische systemen hebben namelijk in de eerste plaats waarde voor de mensen die hier onderdeel van zijn. Nieuwsgierigheid hiervoor is een taak, maar ook een genot.

F

ictie is, niet minder dan actualiteiten, een spiegel van de tijd. Ingrijpende gebeurtenissen worden ook groots beschreven in romans. Soms vallen ‘de grote verhalen’ van de tijd weg tegen een dagelijkse gang van zaken die minstens even onredelijk is. Fictie biedt op zo’n moment een nuancering van de geschiedschrijving. Literatuur is natuurlijk niet alleen waardevol in zoverre zij is terug te voeren op internationale betrekkingen. Maar wanneer fictie het persoonlijke op zo’n natuurlijke manier weet te verbinden met het internationale, zoals bij de eerder genoemde schrijvers het geval is, is het zeker van toegevoegde waarde; in ieder geval voldoende om een bespreking ervan in de Checks & Balances te rechtvaardigen. Naar mijn mening valt The Reluctant Fundamentalist binnen deze traditie en is het de beste literaire poging de wereld na 11 september te begrijpen. The Reluctant Fundamentalist is een ambitieus boek van de Pakistaanse auteur Mohsin Hamid. Het is een monoloog van Changez, een jonge Pakistaanse man die op een terras in Lahore een Amerikaanse toerist aanspreekt. Hij vertelt de Amerikaanse over zijn (liefdes)geschiedenis met de Verenigde Staten (V.S.). Tot voor kort leefde hij de Amerikaanse droom, maar nu heeft hij zich weer gevestigd in zijn geboorteland. Een geconcentreerd plot, zo prachtig geschreven dat eigenlijk elke bespreking afbreuk doet aan de beleving. Toch kan ik het niet laten. Changez groeit op binnen een welgestelde familie in Pakistan die echter betere tijden heeft gekend. De nostalgie die hieruit volgt is misschien ook te zien wanneer Changez op 17-jarige leeftijd naar de V.S. verhuist en hij soms terugverlangt naar de warmte van zijn familie en zijn geboorteplaats. Na een grondig proces van examens, interviews en aanbevelingen wordt hij toegelaten tot Princeton. Zelfs hier laat hij de rest van zijn studenten achter zich, of zoals we dat tegenwoordig zouden zeggen: Changez is een excellente student. Bedrijven komen en masse op afgestudeerde “Princetonians” af, en onze Pakistaanse hoofdpersoon vindt een baan bij het enige bedrijf dat hem niet bij voorbaat zou hebben aangenomen. Het gaat om een prestigieus bedrijf dat andere bedrijven doorlicht om zo voor opdrachtgevers te kijken waar er effectiever gewerkt kan worden en te bepalen hoeveel het bedrijf precies waard is. In zijn baan heeft hij de mogelijkheid

zichzelf te ontplooien, tot voldoening van zijn collega’s. Wanneer hij voor een evaluatie op de Filippijnen verkeert, vinden de aanslagen van 11 september plaats. Er vindt een omslag plaats bij Changez, die een glimlach bij het zien van de tv-beelden niet kan onderdrukken. Later lijdt zijn werk onder zijn bezorgdheid voor vrienden en familie in een Pakistan dat zich mobiliseert voor een eventuele oorlog tegen India. Hij neemt ontslag. De rode lijn van het verhaal is de bijzondere verstandhouding die hij heeft met een jonge vrouw, Erica, die tracht haar aan kanker gestorven vriend te vergeten. Het boek is kritisch over het dreigende buitenlandbeleid van de V.S. kort na 11 september waarin schijnbaar achteloos werd omgesprongen met het lot van miljoenen mensen. Oorlog is tegenwoordig tot op zekere hoogte een abstractie; de groeiende bestaansonzekerheid in Zuid-Azië is dit niet. Mohsin richt zijn pijlen niet enkel op (de mogelijkheid van) oorlog, die door hem misschien meer gezien wordt als symptoom in plaats van ziekte. Een symptoom van een moderne samenleving die oppervlakkige kwaliteiten als analytisch denken en slimheid op een voetstuk plaatst in plaats van morele intelligentie - het inzicht om het juiste te kunnen doen - om Amerikaans geschiedschrijver Howard Zinn te parafraseren. Het taxatiebedrijf waar Changez voor werkt is het voorbeeld van een economie op dreef, een sociale structuur teruggebracht tot cijfers waarin het beste gelijk staat aan het meest efficiënte. De gevolgen van het handelen van deze bedrijven zijn groter en complexer dan ooit te voren. Waarom hoeven bestuurders dan slechts oog te hebben voor een fractie van de implicaties? Het boek heeft een ongelofelijke dichtheid en telt nog geen 200 bladzijden. Toch blijft er veel om bij stil te staan. Bijvoorbeeld de invloed van de jeugdigheid op de hoofdpersoon – hij is 23 jaar wanneer hij besluit te stoppen met zijn baan. Of de betekenis van het contact met Erica, en de parallel hiervan tot Amerika. Het boek slaagt er in een prachtig persoonlijk verhaal te vertellen, ondanks (of is het dankzij?) haar grootse intenties. Het is deze kwetsbare balans die Hamid als een koorddanser weet te belopen en waarmee hij zich in het canon van internationaal betrokken literatuur voegt.

27


Versus

Moet Nederland Guantánamo Barroso - voorzitter Europese Commissie: ‘Europese landen moeten hun ‘Amerikaanse vrienden’ helpen.’ TEKST Maartje Selbach

I

n januari maakte president Obama de sluiting van Guantánamo Bay bekend. Nederland was er snel bij, om te verklaren dat de Amerikaanse regering niet op Nederlandse steun hoefde te rekenen voor de oplossing van het probleem. In Brussel leidde de starre houding van Nederland al tot kritiek. Nederland, het land van internationale rechtbanken en tribunalen, weigerde resoluut mee te denken over de oplossing van het internationaal gevoelige probleem. Daarmee zette Nederland haar goede relatie met de Verenigde Staten (V.S.) op het spel. Een aantal maanden later werden premier Balkenende en minister Verhagen uitgenodigd in ‘the Oval Office’. Vanaf dat moment was Balkenende wat minder kritisch over het opnemen van ex-Guantánamo gevangenen. Veel politieke partijen vinden dat Nederland het niet kan maken om de V.S. wel te aan te sporen tot sluiting van Guantánamo, en vervolgens niet te helpen bij de opvang van de gevangenen. Een aantal Europese landen heeft al toegezegd enkelen gevangen te willen opnemen, zoals België, Portugal en Italië. Voorzitter van de Europese Commissie Barroso vindt dat Europese landen hun ‘Amerikaanse vrienden’ moeten helpen door gezamenlijk de gedetineerden op te nemen. De meeste Guantánamo Bay gevangenen zijn opgepakt op verdenking van terrorisme of banden met Al Qaida, maar hebben nooit voor een rechter gestaan. Veel gedetineerden kunnen niet terug naar hun eigen land; omdat het daar te gevaarlijk voor ze is of omdat ze stateloos zijn. Een Amnesty-woordvoerder zegt in Trouw dat Amerika zijn hoffelijkheid zou tonen door de gevangenen een status te verlenen. Toch willen lang niet alle gevangenen naar de V.S., omdat ze van de Amerikanen het stigma terrorist hebben gekregen. De organisatie vindt dat Nederland en andere Europese landen de gevangenen een asielstatus zouden moeten geven. PVV-leider Wilders liet weten dat de ‘Guantánamo boeven’ niet welkom zijn in Nederland. Volgens Amnesty International is de angst dat Europese landen mogelijke terroristen opnemen onterecht. De groep waarvoor een nieuwe verblijfplaats wordt gezocht, bestaat uit ruim zestig gevangenen die door de V.S. zelf als onschuldig en ongevaarlijk worden beschouwd. Hans van Baalen van de VVD vindt dat alle NAVO-landen Guantánamo gedetineerden zouden moeten opnemen. Ook Nederland moet bereid zijn gevangenen op te nemen, wanneer zij mogelijk uitgeleverd worden aan landen waar ze gemarteld kunnen worden.

28

Ook mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch vindt dat Nederland gevangenen uit Guantánamo Bay moet opnemen. Directeur Kenneth Roth zegt in Trouw dat ook Nederland baat heeft bij de opname van gevangenen. Volgens hem heeft Guantánamo de reputatie van het Westen op het vlak van mensenrechten aangetast, omdat de V.S. zich niet hebben gehouden aan internationale rechtsregels. Opname van gedetineerden door Nederland en Europa maakt een snelle sluiting van Guantánamo gemakkelijker. Minister van Justitie Hirsch Ballin liet meer ruimte over voor debat dan premier Balkenende een aantal maanden geleden. Mocht Nederland Guantánamo gevangenen opnemen, dan wil de minister het hele dossier ontvangen, om alles te weten te komen over de achtergrond van de gedetineerden. Uit een dossier kan bijvoorbeeld blijken of iemand in aanmerking komt voor een status als vluchteling. Organisatie Vluchtelingenwerk steunt het beleid van de minister. ‘Guantánamo Bay is een omstreden gevangenis. Zolang deze mensen niet veroordeeld zijn, kunnen zij net als andere asielzoekers in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning’, aldus Vluchtelingenwerk. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch hoopt dat Europese landen samenwerken om de Guantánamo gevangenen op te nemen. In juli dit jaar bereikte de Europese Unie en de V.S. een akkoord over het uitwisselen van informatie over de gedetineerden. Zoals ook voorgesteld door minister Hirsch Ballin. Europese landen stelden de voorwaarde te mogen beschikken over het dossier van elke gevangenen die mogelijk in Europa opgenomen wordt, iets wat de V.S. eerder nog weigerden. ‘Het akkoord over de informatie-uitwisseling is één van de grootste barrières voor Europa om Guantánamo gedetineerden op te nemen’, zegt Joanne Mariner van Human Rights Watch. ‘Het zou de weg moeten vrijmaken voor de transfer van gevangenen, die onterecht opgepakt zijn zonder aanklacht en ruim zeven jaar hebben vastgezeten.’ Naast het uitwisselen van informatie, stelde Europa nog twee voorwaarden aan de opname van ex-gedetineerden. De Amerikanen moeten bereid zijn om de gevangenen die aangeven naar de V.S. te willen, zelf op te nemen. Voor de laatste voorwaarden moeten de V.S. willen bijdragen aan de kosten van het opnemen van Guantánamo gedetineerden. Mocht de Amerikaanse regering voldoen aan deze twee laatste eisen, dan ligt er volgens de Europese Unie een goede basis om de gevangenen in Europa op te nemen.


Versus

Bay gevangen opnemen? Harry van Bommel – SP: ‘Europa mag dan dienen als afvoerputje van verwerpelijk Amerikaans beleid.’ TEKST Maartje Selbach

H

oewel er in de Nederlandse politiek veel weerstand was tegen de Guantánamo Bay gevangenis, is een aantal politieke partijen niet bereid mee te werken aan de oplossing. Politieke partijen als SP, PVV en CDA waren dan ook verbaasd toen premier Balkenende in Washington de deur op een kier zette voor een opname van Guantánamo gevangenen. Balkenende en minister Verhagen haastten zich na afloop te zeggen dat slechts ‘de algemene toezegging was gedaan om mee te werken aan het probleem.’ Internationaal was er veel druk op de Amerikaanse regering om over te gaan tot sluiting van Guantánamo Bay. Regeringen en internationale mensenrechtenorganisaties hadden veel kritiek op de behandeling van de gevangenen. Volgens mensenrechtenorganisatie Amnesty International zijn de afgelopen vijf jaar ruim 775 gevangenen veelal op willekeurige gronden gearresteerd of zelfs ontvoerd, onrechtmatig overgedragen aan de Verenigde Staten of buiten geldende juridische regels om naar Guantánamo Bay gebracht. Veel gedetineerden kregen geen officiële aanklacht en proces en hadden geen contact met familieleden. Volgens Amnesty zijn er aanwijzingen van marteling en onmenselijke behandeling van de gevangenen in Guantánamo. Hoewel er ook in Nederland veel steun was voor sluiting van Guantánamo, vinden niet alle partijen dat ze het vuile werk voor de Amerikanen hoeven op te knappen. Maarten Haverkamp van het CDA vindt dat de Amerikanen het probleem in eerste instantie zelf moeten oplossen. In de Volkskrant zegt hij dat alleen als de Verenigde Staten zelf ook gevangenen opnemen en er sprake is van een gezamenlijke Europese aanpak, Nederland over opname na zou moeten denken. Ook Harry van Bommel van de SP liet zich kritisch uit over een eventuele Nederlandse opname van Guantánamo gevangenen. In zijn weblog schreef hij: ‘Nederland was altijd zéér tegen deze illegale gevangenis en vond ook dat de Amerikanen het probleem zelf moesten oplossen. Amerika wil zelf de ex-gevangenen niet in eigen land hebben, omdat dat in strijd is met Amerikaanse wetgeving. Europa, en straks vermoedelijk ook Nederland, mag dan dienen als afvoerputje van verwerpelijk Amerikaans beleid.’ Voor een opname van gevangenen van Guantánamo Bay moeten niet alleen politieke maar ook juridische barrières overwonnen worden. Hoogleraar Internationaal Strafrecht Geert-Jan Knoops vraagt zich in een interview met EénVandaag af waarom Europa wél verantwoordelijkheid moet nemen voor het probleem, als de Amerikaanse samenleving dit zelf niet doet. Volgens Knoops blijkt uit rapporten dat een aantal Amerikaanse bestuurders

mede verantwoordelijk zijn voor de martelingen in Guantánamo, daarom zou Amerika de gevangenen zelf niet willen opnemen. Knoops adviseert dat er een juridische basis gelegd moet worden in de vorm van een verdrag, voordat Nederland over gaat tot opname. Zonder een goede fundering betreedt de Nederlandse regering een juridisch mijnenveld. Zo is het niet ondenkbaar dat Nederland verantwoordelijk wordt voor de eerdere behandeling en het justitiële proces van de gedetineerden, als ze een Nederlandse verblijfsstatus krijgen. Ook vormen de open grenzen binnen Europa een probleem. Mochten gevangenen van Guantánamo Bay een Europese status krijgen, dan kunnen de van terrorisme verdachte gedetineerden vrij reizen binnen het Schengengebied. Europese landen verschillen sterk van mening over de opname van Guantánamo gevangenen. België heeft al toegezegd een aantal ex-gevangenen op te nemen, door de open grenzen heeft een besluit van België ook mogelijke veiligheidsgevolgen voor Nederland. Een ander probleem is de informatie in de dossiers van de gevangenen. Na een akkoord over uitwisseling van gegevens over gevangenen tussen Europa en de Verenigde Staten, ontvingen Europese landen dossier van gevangen die mogelijk in Europa opgenomen kunnen worden. De vraag is of de informatie in de dossiers geloofwaardig is. “De afwezigheid van elke duidelijke, werkbare en bewezen criteria voor de arrestaties en de absolute afwezigheid van een eerlijk proces vanaf het moment van de arrestatie, maakt het onmogelijk om met zekerheid te bepalen of gevangenen behoren tot de categorie terroristen, soldaten, of tot mensen die slechts op de verkeerde plek op het verkeerde moment waren”, zegt een Britse woordvoerder. Naast Nederland hebben ook andere Europese landen hun twijfels over het opnemen van Guantánamo gevangenen. Groot-Brittannië weigerde al eens negen gevangenen van de Amerikanen over te nemen. Londen wil niet voldoen aan de Amerikaanse voorwaarden, zoals het 24 uur per dag in de gaten houden van de gevangenen. Volgens de Britten zijn de beschuldigingen van de mannen daarvoor niet ernstig genoeg. Het opnemen van Guantánamo Bay gevangenen kan dus leiden tot juridische en politieke conflicten op nationaal en internationaal niveau. Door onvolledige informatie in de dossiers van de gedetineerden is de rede van arrestatie en de officiële aanklacht vaak onduidelijk. Het is niet uit te sluiten dat het opnemen van ex-gevangenen van Guantánamo Bay veiligheidsrisico’s met zich mee brengt.

29


Wereldleiders online TEKST Maartje Selbach

Politici downloaden, twitteren en webcasten er fanantiek op los. Dit kan bijdragen aan hun imago, maar ze kunnen ook genadeloos ten prooi vallen aan de miljoenen internetters ter wereld. Welke wereldleiders maken gebruik van het internet en welke leiders worden er gebruikt?

O

bama, Ban Ki-Moon en zelfs de Dalai Lama zijn tegenwoordig op het internet te vinden. Wereldleiders beginnen in te zien dat internet dé manier is om een hele generatie achter zich te scharen. Dat is slimme publiciteit, want een ‘tweet’ van Obama is al snel nieuws. ‘We hebben zojuist geschiedenis geschreven. Dit alles was mogelijk, omdat jullie je tijd, talent en passie schonken. Dit alles was mogelijk dankzij jullie. Bedankt.’ Dit schreef de kersverse president Barack Obama op vijf november 2008 op zijn Twitter-pagina. Obama gebruikt Twitter om Amerikanen te overtuigen van zijn beleid en biedt ze meer informatie over wetten die al dan niet aangenomen worden door het parlement. Obama heeft 1.962.693 ‘volgers’ op Twitter en is daarmee minstens zo populair online als in de echte wereld. Online gebed

Kerken lopen leeg en vooral jongeren belijden hun geloof online. Online priesters die op zondag het gebed voordragen is niets nieuws, maar wie had gedacht dat ook de Dalai Lama de weg naar het internet zou vinden. Op de website van ‘The Office of His Holiness the 14th Dalai Lama’ kun je webcasts van zijn laatste speech op je telefoon zetten. Ook geeft de Dalai Lama elke paar dagen online commentaar op recente ontwikkelingen, zoals de verlengde detentie van Aung San Suu Kyi. Ook de Katholieke Kerk gaat het gevecht aan tegen vergrijzing. Met de website pope2you.net wil de paus het contact met jongeren verbeteren. De gebeden van Paus Benedictus XVI kun je via de site downloaden op je Iphone. Volgens de pauselijke mediaraad is het de bedoeling dat jongeren in gesprek komen met de Paus, ook al zit hij zelf nog niet achter het toetsenbord. Via de website kun je Facebook-vrienden met de Paus worden en de laatste YouTubeuitzendingen van hem bekijken. Persoonlijk Steeds meer leiders (of spindoctors) beseffen dat internet ten goede kan komen aan hun imago. Jongeren die geen kranten lezen of het nieuws niet volgen, zijn wél te bereiken via internet. Activiteiten als staatbezoeken en persconferenties kunnen de kloof tussen politiek en burger nauwelijks slechten, maar een ‘persoonlijke’ boodschap geeft de leider een menselijk gezicht. De ‘tweet’ van Obama tijdens de verkiezingsoverwinning geeft het gevoel van persoonlijk contact met de president.

by Sage Soggel

30

In repressieve landen wordt internet vaak als een bedreiging gezien. Landen als China, Iran en Noord-Korea doen er alles aan


om negatieve internetberichten over de regering te censureren. In Noord-Korea is zelfs helemaal geen internet zoals wij dat kennen. In het land zijn alle mediavormen in handen van de staat. De overheid staat alleen een vorm van intranet toe, met zeer beperkte toegang en streng gecensureerde inhoud. Maar wie denkt dat Kim Jong-Il een digibeet is, heeft het mis. Tijdens een bijeenkomst met Zuid-Korea beweerde Kim Jong-Il een internetexpert te zijn. De leider zou uitstekend op de hoogte zijn van de technische kant van internet, maar is er van overtuigd dat een Noord-Koreaanse verbinding met internet veel problemen zou opleveren. Een jaar later verbaasde Kim Jong-Il iedereen toen hij de Amerikaanse staatssecretaris Madeleine Albright vroeg naar haar emailadres. Blijkbaar is internet toch érgens goed voor. Online missers Soms zijn de effecten van internet schadelijk voor het imago van politici. Nu bijna iedereen een telefoon met camera heeft, is geen politicus meer veilig. Sommige filmpjes zijn onschuldig, maar scoren toch goed op websites als YouTube, zoals de hopeloze poging van premier Balkenende om op een skateboard te blijven staan. Ook een hit is het filmpje van de G20-top eind 2008 waar politici als José Manuel Barroso, Angela Merkel en Silvio Berlusconi klaar staan om handjes te schudden met alle niet-Europese G20-leden. Als president George Bush het podium betreedt loopt hij met een gebogen hoofd langs alle andere politici. Hij schudt niemand de hand en niemand neemt het initiatief om zijn hand te schudden. Een CNN-reporter noemde hem het minst populaire jongetje van de klas. Het zijn onschuldige voorbeelden, maar ze hebben weldegelijk effect op het imago van een politicus. Balkenende bevestigt het beeld van onhandige premier, wat geen gunstige uitwerking op het vertrouwen van de kiezer zal hebben. Bush laat zien dat hij nog maar weinig politieke medestanders in de wereld heeft, wat vanuit de kiezers wordt gezien als een gevolg van falend beleid. De gevolgen van internet zijn voor de Italiaanse Berlusconi een stuk groter. Foto’s en filmpjes waarop Berlusconi feestviert met tal van jonge dames in één van zijn villa’s werden groots in de internationale media uitgemeten. De 72-jarige president zou een affaire hebben met een achttien jaar oud model. Onlangs kwamen er zelfs geluidsfragmenten naar buiten waarop Berlusconi een afspraak zou maken met een prostituee. Toch blijft Berlusconi in Italië enorm populair en veel grote kranten schrijven dan ook nauwelijks over de escapades van de leider. Op internet is men een stuk kritischer. Berlusconi’s dochter veroordeelde zijn gedrag al in het openbaar en zijn vrouw heeft aangegeven van de president te willen scheiden. Hoewel wereldleiders door internet een nieuwe doelgroep kunnen bereiken, kunnen ze ook aan deze doelgroep ten prooi vallen. In de tijd van internet en mobiele telefoons leven ze onder een vergrootglas. Eén onhandige uitspraak, een discriminerende uitspraak of een genante vertoning en nog diezelfde dag kan de wereld het op internet zien. Als de leider internet gebruikt om zijn doelgroep te bereiken, zoals Obama of de Paus, biedt internet toegang tot een hele nieuwe achterban. Mensen hebben het gevoel dat ze direct in contact met hun leider staan en voelen zich daarom eerder gehoord. Laten we wel hopen dat politici niet onder werktijd online gaan, zoals Maxime Verhagen die door Balkenende berispt werd voor het twitteren van een foto tijdens een kabinetsberaad.

De Europese dubbele moraal ten opzichte van Oezbekistan TEKST Lisa van Wageningen

‘Sinds de eerste dag van onafhankelijkheid weet de regering van Oezbekistan de belangen van de bevolking te behartigen en heerst er sociale, politieke en economische stabiliteit in het land.’ Aldus de regering over het Centraal-Aziatische Oezbekistan. Mooie woorden van de regering zelf, maar welke realiteit schuilt er achter deze woorden en hoe denkt Europa hierover?

O

ezbekistan wordt niet bepaald gekenmerkt door verandering. Sinds de nadagen van het communisme, eind jaren tachtig, tot heden wordt het land bestuurd door dezelfde leider, Islam Karimov. Karimov is ondertussen bezig met zijn derde termijn, terwijl dit grondwettelijk niet mogelijk is. Dit is echter niet de enige wet die de president aan zijn laars lapt. Zo wordt de Oezbeekse regering beschuldigd van grove mensenrechtenschendingen. De overheid gebruikt verschillende martelmethodes om van gevangenen informatie los te krijgen. Elektroshocks, verstikking of seksuele vernedering zijn daar enkele voorbeelden van. Daarnaast is een veelgebruikte vorm van doodstraf het levend koken. In 2004 bracht de toenmalige Britse ambassadeur, Craig Murray, de bovengenoemde praktijken aan het licht. Vervolgens werd hij door het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken ontslagen om hem op die manier de mond te snoeren. Misschien was zijn daad niet geheel diplomatiek, maar was dit een reden om hem per direct te ontslaan? Blijkbaar zijn de Europese regeringen bereid een oogje dicht te knijpen wanneer het Oezbekistan betreft. Waarom is dit? Wat zijn de Europese belangen in dit land? Ten eerste is Oezbekistan, net als Europa, verwikkeld in een strijd tegen het terrorisme. Veel islamitische partijen maken deel uit van de oppositie. De regering ziet dan ook elke kans schoon om deze partijen als terroristen te bestempelen en ze gevangen te zetten (zonder proces, uiteraard). Ten tweede heeft Oezbekistan een uitermate handige geografische ligging. Het land ligt ten noorden van Afghanistan, wat een uitstekende locatie voor een vliegbasis is. Ten slotte vormt de aanwezigheid van olie en andere waardevolle grondstoffen een belangrijke reden voor de Europese interesse in Oezbekistan. Kortom: genoeg aanleiding voor Europa om bedachtzaam met Oezbekistan om te springen. De Europese Unie beweert het thema mensenrechten hoog in het vaandel te hebben staan. Het gemak waarmee dit door bepaalde landen blijkbaar opzij wordt geschoven voor strategische doeleinden is op zijn minst opmerkelijk, of kortweg hypocriet.

31


Het leven van een ambassadeur ‘Ons belangrijkste instrument is de taal’ TEKST Sandra van der Laan & Maartje Selbach

Wie wil niet aan de slag in een land waar de zon altijd schijnt en het uitzicht vanuit het kantoor lijkt op een ansichtkaart? Checks & Balances sprak met de Nederlandse ambassadeur in Griekenland, Cornelis van Rij. Natuurlijk houdt de functie van de Nederlandse afgevaardigde meer in dan het genieten van de Griekse cultuur, maar hoe ziet een werkdag van een ambassadeur er nu écht uit?

E

en belangrijk aspect van het werk van een ambassadeur is het behartigen van de belangen van de Nederlandse staat en de Nederlandse burgers in andere landen. Volgens Van Rij bestaat het werk uit een breed scala aan onderwerpen, van kwijtgeraakte paspoorten van Nederlandse toeristen tot de Europese migratieproblematiek. Veelzijdig

In Griekenland vieren ieder jaar ongeveer 800.000 Nederlanders vakantie. Nederland is de vijfde exporteur en investeerder in Griekenland. De ambassade biedt hulp aan toeristen, geeft advies aan bedrijven over nieuwe wetgeving en houdt zich bezig met justitiële zaken om het Europese migratiebeleid in goede banen te leiden. Daarnaast promoot de ambassade de Nederlandse cultuur, bijvoorbeeld door toneelvoorstellingen naar Griekenland te halen. Dit zorgt voor meer zichtbaarheid van Nederland in Griekenland. ‘De Griekse bevolking moet een positieve associatie krijgen bij Nederland’, aldus Van Rij. Een ambassadeur heeft een zeer veelzijdig takenpakket en een gemiddelde werkdag eindigt dan ook niet om vijf uur ’s middags. ‘’s Ochtends worden de actualiteiten doorgenomen om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen, vervolgens worden alle consulaire zaken besproken.’ Van Rij vervolgt zijn dag vaak met een werklunch en ’s middags kijkt hij of er nog berichten zijn die verstuurd moeten worden naar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland. Daarnaast ontvangt hij ook bezoekers op de Nederlandse ambassade in Athene, en bezoekt hij Griekse politici, ministers en andere, voor Nederland belangrijke, contacten. ’s Avonds heeft hij vaak ook verplichtingen, bijvoorbeeld een diner of een voorstelling. ‘De absolute prioriteit is contacten leggen. Je hebt een netwerk nodig. Je moet de juiste mensen kennen als je actie wil ondernemen’, verklaart Van Rij. Eén van de belangrijkste eigenschappen van een ambassadeur is dan ook het vermogen om goed om te kunnen gaan met mensen. ‘Een ambassadeur moet dingen goed kunnen verwoorden, want ons belangrijkste instrument is de taal’, legt Van Rij uit. ‘Je moet op een vreedzame wijze een relatie in stand kunnen houden. Dat is niet gemakkelijk, twee landen hebben een totaal andere achtergrond en historie. Je moet je kunnen verplaatsen in andermans problemen, deze analyseren en hoofd- en bijzaken onderscheiden.’ Ambassadeur van Rij benadrukt het belang van ervaring. Een ambassadeur drijft op kennis en inzicht. Als chef de poste wordt men na vier jaar opgevolgd, dit houdt de ambassadeurs scherp. ‘Je werkt voor Nederland, niet voor Griekenland.

32

Hoe langer je op één plek werkt hoe meer belangen er gaan meespelen.’ Communicatie

Vanuit Den Haag krijgt Van Rij de beleidsprioriteiten voor Nederland door. Hij moet bekijken of er voor beide landen gebieden zijn waarop er samengewerkt kan worden. ‘Soms bestaan er meningsverschillen, dan moet je inzicht hebben in de prioriteiten van beide partijen. Je moet begrip creëren en spanningen wegnemen, dus goede communicatie tussen beide landen is belangrijk.’ Natuurlijk zijn er externe of interne ontwikkelingen, die deze bilaterale relatie kunnen beïnvloeden. Wanneer er in het binnenland iets gaande is, moet de ambassadeur onderzoeken welke motieven erachter zitten. ‘Bijvoorbeeld bij ongeregeldheden, zoals afgelopen december en januari in Athene en veel andere Griekse steden, is er geen specifieke rol voor Nederland weggelegd, maar je probeert wel te verklaren wat er speelt. Den Haag moet weten wat Griekenland gaat inbrengen in internationale fora zoals de EU in Brussel, want hoe beter we begrijpen wat en waarom de Grieken iets aan de orde stellen, hoe effectiever Nederlandse bewindslieden ook hun standpunten voor het voetlicht kunnen brengen in Europa’, aldus Van Rij. Europa

Europa wordt steeds belangrijker, Europese onderwerpen spelen een steeds belangrijkere rol binnen de Europese Unie, maar dat betekent volgens Van Rij niet dat het werk van de ambassadeurs binnenkort overbodig zal worden. ‘Om met 27 lidstaten concreet afspraken te maken, moet je heel precies de posities van andere landen kennen zodat je allianties kan vormen met gelijkgezinden waarmee je verdiepingsafspraken kan maken. Daarin spelen de bilaterale ambassades in de EU-landen een belangrijke rol. Hoe groter de EU, hoe groter het belang van deze ambassades’. ‘Diplomatie is een mooi vak wanneer je hart hebt voor de publieke zaak. Als je staat voor een samenleving waarin onze waarden overeind blijven. Daarnaast moet je in staat zijn vanuit historisch perspectief naar problemen te kijken, veel landen nemen namelijk vanuit deze invalshoek hun positie in’, aldus ambassadeur Van Rij. Voor de studenten die interesse hebben voor een leven als diplomaat, is er de mogelijkheid om tijdelijk als stagiair aan de slag te gaan op de ambassade in Athene.


Column Het kan altijd nog erger TEKST Karsten J. Kip

Ben jij die slimme, creatieve, excellente student(e)? Dan is het IRSP op zoek naar jou! Het IRSP Het International Research by Students Programme (IRSP) is een onderzoeksprogramma dat studenten een aantrekkelijke mogelijkheid biedt kennis en vaardigheden, opgedaan tijdens de studie, in de praktijk te brengen. In groepen van vier studenten doe je onderzoek naar praktische problemen op het gebied van de internationale betrekkingen. Eerdere opdrachtgevers zijn onder andere: Air France-KLM, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), Agriterra en The Hague Center for Strategic Studies (HCSS). Dit jaar is onder andere het Ministerie van Economische Zaken, samen met het IRSP op zoek aar gemotiveerde studenten die onderzoek voor hen willen doen. Wat wij bieden  Opdrachtgevers uit de top van het bedrijfsleven, de overheid en de non-profitsector;  Het opdoen van praktijkervaring tijdens de studie;  Begeleiding van topdocenten;  Verschillende relevante workshops;  Stedentrip naar een Europese stad, alwaar de onderzoeken gepresenteerd zullen worden aan bedrijven, instellingen en overheden. Kortom, het IRSP biedt jou een unieke kans om al je kennis en vaardigheden in de praktijk te brengen! Functie vereisten  Master- of derdejaars bachelorstudenten;  Goede kennis van de Nederlandse en Engelse taal in woord en geschrift;  Initiatiefrijk, analytisch en leergierig. Geïnteresseerd? Neem dan contact met ons op via irsp@clio.nl of kom naar onze informatie-borrel op maandag 5 oktober (locatie volgt).

Soms heb je het even gehad. Bijvoorbeeld wanneer je bij je zorgverzekeraar veertig euro’s wil declareren maar slechts het duizelingwekkende bedrag van anderhalve euro wordt bijgeschreven. Waarna je om daar over te gaan klagen al gedwongen bent om dat bedrag enkel en alleen al aan telefoonkosten weer terug te betalen. Of je hebt het gehad als een envelop op je deurmat valt waarin je in cryptisch geschreven computer-Nederlands wordt medegedeeld dat je enkele honderden euro’s aan ov-boete dient te betalen. Uiteraard voor een periode waarin je niet eens in het bezit was van een ov-kaart. Ook heb je het gehad als de belastingdienst uiteraard weer zo vriendelijk is om een blauwe envelop te sturen met de mededeling dat je nog enkele kopermuntjes aan kinderbijslag tegoed hebt. Dit uit een jaartal waarvan het je oprecht verbaast dat het guldenbedrag er niet meer naast vermeld staat. In dat soort gevallen ben je soms eventjes flauw van al die lui achter bureaus. Gelukkig wist een artikeltje uit een oude Australische krant mij van een algehele zenuwinzinking te behoeden. Dit knipseltje, dat vervolgens op mysterieuze wijze en ook geheel onbedoeld, ergens binnen mijn gezichtsveld opdook, bood nog enig soelaas. Troost in de categorie: ach, het kan altijd nog wel een graadje erger… Of nou ja kón het eigenlijk erger? Want de situatie die in dit artikel beschreven werd ligt zelfs al weer ruimschoots verder achter ons dan de tijd dat kinderbijslag in guldens uitgekeerd werd. Stel je nou eens voor dat je in een land woont dat bestuurd wordt door niet één maar twee elkaar beconcurrerende simultaanbureaucratieën. Met parallelle en overlappende bestuurlijke districten die allebei dus precies hetzelfde doen. Daarbij opgeteld dat de desbetreffende instanties elkaars taal ook nog eens niet spreken, of in ieder geval doen alsof. Hoe vertaalt dit zich nu in de praktijk? Officieel is de lengte van vlaggenmasten gestandaardiseerd maar de stoklengte voor de Franse vlaggen is toch drie centimeter langer dan voor de Britse vlaggen. Nu heb ik het nog niet eens over een volkomen chaotisch strafrecht. Met toepassing van Frans, Brits, en omdat het anders wel erg simplistisch zou worden, een Franco-Britse mix. Waarbij het voor die laatste mix ook nog eens de bedoeling was dat de koning van Spanje toezicht zou houden. Spanje was echter gedurende praktisch het gehele bestaan van de Nieuwe-Hebriden een republiek en logischerwijs bestond er dus überhaupt geen ‘koning van Spanje’. Dit zijn situaties die ontstaan als je uitgerekend Fransen en Britten gezamenlijk een staat laat regeren op een eilandengroep in de Stille Zuidzee. Deze eilandengroep droeg toentertijd de naam ‘NieuweHebriden’ maar is sinds de onafhankelijkheid, die een einde aan al deze ongein maakte, beter bekend als Vanuatu. Hierbij moet aangemerkt worden dat bekend natuurlijk ook maar een relatief begrip is. Met zulke staaltjes onmogelijk bestuur in het achterhoofd, besluit ik om uit pure vreugde voor het niet leven in een zogenaamd ‘condominium’ toch maar een bedankbriefje te gaan sturen voor de nog te ontvangen achterstallige kopermunten aan kinderbijslag.

33


Bakkeveen: ‘The place to be!’ TEKST Marjon Op de Woerd

Het laatste weekend van augustus stond ook dit jaar weer in het teken van het Clio-introductiekamp. En het was niet zomaar een kamp. Er werd gefietst (ver, lang en nat); er werden mooie spellen gedaan; men kwam tot ongekende hoogte en er werd gedanst, geflirt en vooral veel gelachen. Het was zoals een introductiekamp behoort te zijn; onwijs gezellig!

V

rijdagmiddag 28 augustus was het moment daar. Iedereen verzamelde zich op het Harmonieplein, de tassen werden ingeladen maar het busje ging aan de eerstejaars voorbij. Hun vervoer was onze Nederlandse trots, de fiets! De fietsreis bracht ons naar Bakkeveen, een pittoresk dorpje in Friesland. Na een reis van ongeveer drie uur en met veel regen arriveerden we in de kampeerboerderij aldaar. De laatste fietsgroep overleefde niet alleen de regen maar ook de hevige onweersbuien. Zij waren al helemaal toe aan een heerlijk diner. Daar had de introcommissie dan ook perfect voor gezorgd. Heerlijke chili concarne, iedereen kwam zo weer op krachten en een goede bodem werd gelegd. De onwennigheid nam al snel af, de gesprekken en het gelach kwamen op gang en daarmee kon het speed-daten beginnen. Hoe ziet je ideale droompartner eruit? Houd je meer van pizza of van stamppot? Niet geheel onbelangrijke vragen natuurlijk. Na het speed-daten, waarbij iedereen elkaar wat beter had leren kennen, is het tijd voor bier, muziek en dans! In het begin staan de vrouwelijke commissie voorzitters nog wat eenzaam op de dansvloer en je zou verwachten dat, zeker de heren, direct komen aansnellen maar helaas was dit niet het geval. Er moest nog aardig wat overtuigingskracht aan te pas komen maar uiteindelijk stond de dansvloer gelukkig vol en konden de zeer extraverte dj’s doen waar ze voor gekomen waren; een feestje bouwen. De volgende ochtend was de intro-commissie alweer vroeg in de weer om het ontbijt voor iedereen te verzorgen. Voor

34

sommigen was het misschien een zware nacht maar niet voor niets wordt gezegd dat ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag is, dus ook hier was iedereen weer volop aanwezig! Bijkomend van de nacht ervoor werd het dagprogramma doorgenomen. De zaterdag stond in het teken van sport en spel. Spellen waarbij je vies werd zoals perzik sjoelen, spellen waarbij je nat werd zoals de schuimbaan, spellen waarbij je praktisch naakt was en de vraag gesteld werd ‘wie heeft de langste?’ en spellen waarbij de kracht van mannen versus vrouwen weer eens op de proef werd gesteld. Het weer was wat wisselvallig maar het mocht de pret absoluut niet drukken. Later op de middag scheen gelukkig toch even de zon en werden we meegenomen naar dé hei. Marga, oud bestuur en zeer goed in spellen bedenken, zorgde ervoor dat de strijd tussen de verschillende groepen weer hevig losbarstte. Na een groot aantal wedstrijdcomponenten kon de jury niks anders dan team Pocahontas als winnaar aanwijzen. Zij waren uiteindelijk echt tot ongekende hoogte gekomen! Na deze vermoeiende middag volgde uiteindelijk nog een mooie nacht waarbij weer de nodige danspasjes gemaakt werden en de “liefde” heviger dan ooit ontlook. Maar ook aan deze nacht kwam een einde en daarmee bijna aan het introductiekamp. ’s Ochtends stond de schoonmaak, de veiling en de fietstocht terug naar Groningen nog op het programma. Al met al was er sprake van een zeer geslaagd kamp! Hoop dat iedereen net zo genoten heeft!


Studeren duur?

Profiteer van de allerscherpste prijzen op je boeken. Clio biedt jou de mogelijkheid om onder zeer voordelige voorwaarden bij ons je studieboeken te bestellen. Profiteer van kortingen van 10 tot 20%!* Kijk op de website voor meer informatie.

www.clio.nl www.clio-international.nl

powered by *Volgens wet op de vaste boekenprijs



Checks & Balances jaargang 5, editie 4