Page 1

! ! (Top) sport of Kinderspel?

! Inaugurele rede prof. dr. Mai Chin A Paw 3 juni 2014


! ! (Top) sport of Kinderspel? prof. dr. Mai Chin A Paw

! Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar sociale geneeskunde in het bijzonder de epidemiologie van jeugd en gezondheid, University Research Chair, aan de Faculteit der Geneeskunde/VU medisch centrum van de Vrije Universiteit op 3 juni 2014

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, modified, stored in a retrieval system or made public without the prior written permission of the author or publisher.


! ! ! (Top) sport of Kinderspel?

! Meneer de rector magnificus, Geachte collega’s, Lieve familie en vrienden,

!

Van harte welkom bij mijn oratie ‘Topsport of kinderspel’. U heeft bij het lezen van deze titel vast gedacht waar zal deze rede over gaan? Over onderzoek naar topsport en kinderspel? Over wetenschap? Over onderzoek met kinderen? Over de combinatie carrière en gezin? Of over complexe yoga houdingen? Of misschien dacht u wel aan iets heel anders. Ik begin uiteraard met onderzoek.

!

Topsport was de reden waarom ik destijds bewegingswetenschappen ben gaan studeren. De ouderwetse warming-ups en trainingen van topsporters wilde ik graag moderniseren en wetenschappelijk onderbouwen. Tijdens mijn studie raakte ik echter steeds meer geïnteresseerd in bewegen bij kwetsbare groepen door mijn leer- en afstudeer onderzoeken naar bewegen voor Parkinson patiënten, kinderen met Cystische Fibrose en kinderen met Down syndroom. Voor hen is bewegen geen kinderspel en zij hebben de bewegingswetenschapper veel harder nodig!


Vanwege mijn 2e studie epidemiologie ben ik een soort detective geworden op zoek naar oorzaken en gevolgen van ongezond gedrag en ziekten: Wat zijn de effecten van bewegen op de gezondheid? Hoe komt dat? Hoeveel bewegen kinderen? En hoe krijgen we kinderen in beweging? Gezien het digitale tijdperk ben ik sinds een aantal jaren ook erg geïnteresseerd in de gezondheidseffecten van zittend gedrag met of zonder beeldscherm. Wat is het effect van langdurig stilzitten? En van het zogenaamde ´screen snacking´: het ieder moment van de dag bezig zijn met digitale media? Wat zijn de gezondheidseffecten van het toenemende digitale media gebruik door peuters?

!

Een voorbeeld van een epidemiologische studie die tal van antwoorden op dergelijke vragen heeft opgeleverd is het Europese ENERGY project (Brug et al. 2010; Brug et al. 2012). Samen met mijn collega’s dr. Singh, dr. Te Velde, dr. Van Stralen, dr. Yildirim en prof Brug ging ik dit Europese avontuur aan en verzamelden we met onze Europese collega’s in 8 landen bij ruim 7000 kinderen en hun ouders een berg nieuwe gegevens. Inmiddels zijn er bijna 30 wetenschappelijke artikelen over ENERGY gepubliceerd (www.projectENERGY.eu).

!

Persoonlijke highlights binnen het ENERGY project – of eigenlijk zijn het dieptepunten zijn de schokkende bevindingen dat kinderen tegenwoordig ruim 8 uur per dag stilzitten en slechts tussen de 30 en 45 minuten per dag lichamelijk actief zijn (Verloigne, Van Lippevelde, Maes, Yildirim, Chinapaw, Manios, Androutsos, Kovacs, Bringolf-Isler, Brug & De Bourdeaudhuij 2013). Kent U allemaal de Norm gezond bewegen? U mag even gaan staan als u de Norm Gezond Bewegen voor jeugd kent. De Norm Gezond Bewegen voor jeugd luidt dat kinderen dagelijks minimaal 60 minuten ten minste matig intensief lichamelijk actief zouden moeten zijn, waarbij de activiteiten minimaal twee maal per week zijn gericht op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid. Slechts 5% van de meisjes en 17% van de jongens voldeed aan deze norm (Verloigne, Van Lippenvelde, Maes, Yildirim, Chinapaw, Manios, Androutsos, Kovacs, Bringolf-Isler, Brug & De Bourdeaudhuij 2012). Is dat erg? Ja zeker! Regelmatige lichaamsbeweging is essentieel voor een optimale ontwikkeling van een kind. Niet alleen motorisch maar zeker ook cognitief! Maar daarover later meer. Dit gebrek aan lichaamsbeweging leidt onder meer tot een slechtere motorische fitheid. In het iPlay onderzoek waarop dr. Collard in 2010 is gepromoveerd, hebben we bij ruim 2000 10-12 jarigen de motorische fitheid gemeten: kracht, lenigheid, coördinatie en snelheid (Runhaar, Collard, Singh, Kemper, Van Mechelen & Chinapaw 2010). De 10-12 jarigen in 2006 scoorden op bijna alle motorische fitheidstesten slechter dan hun leeftijdgenoten in 1980.


De huidige generatie kinderen groeit dus niet alleen op tot ´couch potato´ en Dikkie Dik maar ook tot Houten Klaas. Een andere schokkende bevinding binnen ENERGY was het hoge frisdrank gebruik van met name Nederlandse kinderen: gemiddeld 1 liter per dag (Brug, Van Stralen, Te Velde, Chinapaw, De Bourdeaudhuij, Lien, Bere, Maskini, Singh, Maes, Moreno, Jan, Kovacs, Lobstein, & Manios 2012)! Wie vanmiddag bij het debat aanwezig was weet dat als het aan mij ligt er net als voor alcohol regelgeving komt voor de verkoop van energiedrankjes en frisdrank - de commerciële naam voor gekleurd suikerwater. Maar ik dwaal af, terug naar bewegen: Naast een oorzaak voor een slechte motorische fitheid is gebrek aan lichaamsbeweging een belangrijke risicofactor voor tal van ziekten (Lee, Shiroma, Lobelo, Puska, Blair & Katzmarzyk 2012). Op dit moment zelfs de belangrijkste risicofactor. Gezien de hoge prevalentie van lichamelijke inactiviteit heeft het roken als risicofactor met de grootste ziektelast inmiddels van de troon gestoten. Wist u dat een gebrek aan lichamelijke activiteit verantwoordelijk is voor bijna 6-10% van de sterfte aan hart- en vaatziekten, type 2 diabetes en kanker (Lee, Shiroma, Lobelo, Puska, Blair & Katzmarzyk 2012)? Dat zijn ruim 8000 mensen per jaar. Wist u dat lichamelijke activiteit een gunstig effect heeft op vele risicofactoren van deze ziekten zoals overgewicht, hypertensie, en verhoogde bloedglucose en lipide waarden? Lichamelijke activiteit is dus een wondermiddel, een gratis medicijn, met daarnaast nog eens hele fijne bijwerkingen: een kind voelt zich lekkerder, slaapt beter, heeft minder last van stress en daarnaast is op de fiets of lopend ergens naar toe gaan ook nog eens goed voor het milieu! Dat gun je toch ieder kind? Maar om een lichamelijk actief leven te kunnen leiden moet een kind natuurlijk wel de motorische vaardigheden die daarvoor nodig zijn ontwikkelen. Daarvoor is niet alleen regelmatig maar ook veelzijdig bewegen essentieel, niet alleen sporten maar vooral ook buitenspelen, fietsen en in bomen klimmen, kortom: kinderspel! Bewegen is dus een wondermiddel voor jong en oud:

!

“Exercise every day keeps the doctor away” In plaats van dit belangrijke kinderspel zitten veel kinderen een groot deel van de dag stil. Zoals ik net al zei zitten Europese 10-12 jarigen gemiddeld 8 uur op een dag stil, 8 uur! Kinderen besteden evenveel tijd aan media als hun ouders aan werk (Vahlberg 2010). Waarvan een deel aan meerdere media tegelijk het zogenaamde ‘media multitasking’. U denkt wellicht mijn kind doet aan sport dus wat maakt het uit als hij of zij daarnaast veel stilzit? Ik denk dat dit wel degelijk uitmaakt.


Dankzij een TOP subsidie van NWO/ZonMw doe ik daar samen met mijn collega’s dr. Altenburg, mevr. Van Ekris, dr. Rotteveel en prof. Brug onderzoek naar in ons SOS project: ‘Sick of Sitting’. Luister en huiver: bij jonge, gezonde studenten vonden we al tijdens 1 dag zitten significant hogere c-peptide bloedwaarden ten opzichte van een dag waarop het zitten elk uur werd onderbroken. In normale mensen taal: op een zittende dag werden de cellen verantwoordelijk voor de suikerstofwisseling in het lichaam zwaarder belast (Altenburg, Rotteveel, Dunstan, Salmon & Chinapaw 2013). We weten uit eerder onderzoek dat een zwaardere belasting gedurende langere tijd kan leiden tot suikerziekte. Nu weet u ook waarom ieder onderdeel van het programma vandaag op een andere locatie plaatsvindt: om uw zitten te onderbreken! Fascinerende aspecten van het zitonderzoek zijn de creatieve brainstorms over mogelijke biologische mechanismen die de negatieve gezondheidseffecten van langdurig zitten kunnen verklaren en het puzzelen met de data die we verzamelen met de beweegmeters die kinderen gedurende een week dragen. Tot voor kort keken wetenschappers alleen maar naar de totale hoeveelheid tijd die iemand beweegt of zit. Niet hoe die tijd over de dag is verdeeld. Wij kijken juist ook naar de dagpatronen. Wij willen weten of het uitmaakt of je de hele dag stilzit als je na school een uur gaat sporten? Kan dat uurtje sporten de negatieve gezondheidseffecten van de hele dag stilzitten compenseren? En na hoeveel uur zitten zie je effecten op bloedwaarden? Moeten scholen niet eigenlijk ieder uur een beweegpauze inlassen?

! !


In het Australische Transform-Us! Onderzoek (Salmon, Arundell, Hume, Brown, Hesketh, Dunstan, Daly, Pearson, Cerin, Moodie, Sheppard, Ball, Bagley, Chinapaw, & Crawford 2011) heb ik de eer samen te werken met prof. Jo Salmon en haar team op Deakin University in Melbourne, Australië. Sinds mijn bezoek aan hen in 2006 werken onze groepen intensief samen aan diverse innovatieve projecten. In Transform-Us! hebben we scholen door loting verdeeld over interventie- en controlescholen. Op de interventie scholen zijn zogenaamde sta-tafels neergezet en beweegpauzes ingevoerd tijdens de lessen. Daarnaast zijn de schoolpleinen beweegvriendelijker gemaakt middels kleuren en sportmaterialen. De scholieren op beide scholen worden regelmatig gewogen, gemeten en tevens nemen we wat bloed af. Vol spanning wachten we af of een dergelijke verandering in de schoolomgeving een gunstig effect heeft op zitten, bewegen, lichaamssamenstelling en bloedwaarden. Wat betreft stilzitten geldt dus:

! !

“Less is more!”

! ! Zoals ik net al noemde kijken we niet alleen naar de effecten van diverse zit en beweegpatronen op het lichaam maar ook naar de effecten op het brein. In samenwerking met mevr. Van den Berg, dr. Saliasi, prof. Jolles, dr. De Groot en dr. Singh kijk ik naar het optimale beweegpatroon voor cognitieve prestaties in het SMART MOVES! project. De beweegmeters laten zien dat kinderen 65% van de tijd die ze op school doorbrengen stil zitten (Van Stralen, Yildirim, Wulp, Te Velde, Verloigne, Doessegger, Androutsos, Kovacs, Brug & Chinapaw 2014). Is dit wellicht te lang om het koppie erbij te houden? Zouden we in plaats van ´zit nou eens stil´ niet vaker moeten zeggen ´ga maar even lekker buitenspelen!´ SMART MOVES! is het vervolg op een literatuuronderzoek (Singh, Uijtdewilligen, Twisk, Van Mechelen & Chinapaw 2012) waarin we eerder onderzoek naar de relatie tussen lichamelijke activiteit en schoolprestaties onder de loep hebben genomen. We vonden bewijs voor een dergelijke relatie maar hoe veel, hoe vaak en hoe intensief kinderen zouden moeten bewegen voor optimale schoolprestaties dat weten we nog niet en juist daar gaat SMART MOVES! een antwoord op geven. Op dit moment kunnen we alleen zeggen dat aerobe lichamelijke activiteit gunstig lijkt met name omdat daar het meeste onderzoek naar is gedaan. Voorbeelden van aerobe activiteiten zijn rennen, fietsen, en huppelen: dus weer dat kinderspel!

! ! ! !


Toekomst Als hoogleraar epidemiologie van jeugd en gezondheid zijn er eindeloos veel vraagstukken die ik zou willen oplossen. De ontwikkeling dat niet alleen risicogedrag zoals overmatig stilzitten en lichamelijke inactiviteit maar ook chronische ziekten die voorheen alleen bij ouderen voorkwamen zoals obesitas, type 2 diabetes en osteoporose zich al op kinderleeftijd openbaren vind ik schrikbarend. In de komende jaren hoop ik meer onderzoek te doen naar de precieze gezondheidseffecten van verschillende beweeg- en zitpatronen. Wat gebeurt er precies in de spier en wat heeft dat voor gevolgen voor stofwisselingsprocessen? Na hoeveel tijd worden eventuele negatieve gezondheidseffecten zichtbaar? Bestaat er iets van een Metabool Geheugen dat ongezond gedrag tijdens de kindertijd zich later uitbetaalt? Door uit te pluizen wat de exacte effecten zijn van verschillende beweeg- en zitpatronen hoop ik vervolgens effectievere preventieve interventies te ontwikkelen. Moet bijvoorbeeld het hele schoolsysteem op de schop? Moeten we veel meer gebruik maken van actief leren? Stoelen de school uit en vervangen door gymnastiekballen? Wat voor effecten heeft dat niet alleen op motoriek en energieverbruik, maar ook op cardiometabole risicofactoren en cognitieve functies? Verder sta ik te trappelen om onderzoek te doen naar de rol van bewegen en stilzitten op relatief nieuwe gezondheidsproblemen bij de jeugd. Ik vertelde u eerder al over de media overconsumptie onder jongeren, het media multitasken en ‘screen snacken’. Ik denk dat dit grote gevolgen heeft voor de motorische fitheid, aandacht spanne, slaapkwantiteit en kwaliteit en het bewegingsapparaat. Naast de muisarm zien orthopeden tegenwoordig regelmatig een gameboyrug of Xbox-polsen (ter informatie dat zijn 2 gebroken polsen bij een kind dat niet bijtijds kan remmen als gevolg van bewegingsarmoede). Wat zijn de gevolgen van het gebruik van computers en tablets door peuters? Ik denk hierbij zowel aan de motorische ontwikkeling als aan overgewicht en de cognitieve ontwikkeling. Gezien de recente en snelle opkomst van digitale media is hier nog nauwelijks onderzoek naar gedaan.


De droom van iedere epidemioloog is een eigen cohort. Ik heb het geluk om mee te mogen dromen binnen het Amsterdam Born Children and their Development cohort – kortweg ABCD (Van Eijsden, Vrijkotte, Gemke & Van der Wal 2011). De ABCD studie volgt een cohort van 8000 in Amsterdam geboren kinderen vanaf de zwangerschap. Deze rijke dataset maakt het mogelijk de vroege oorzaken van tal van ontwikkelings- en gezondheidsproblemen te onderzoeken. Gezond verouderen start namelijk al in de zwangerschap! In samenwerking met VUmc collega’s dhr. Van Deutekom en prof. Gemke en AMC collega dr. Vrijkotte bestuderen we de relatie tussen perinatale groei – de groei tijdens en na de geboorte - en beweeggedrag, zitgedrag en motorische fitheid van kinderen op 9-jarige leeftijd (Van Deutekom, Chinapaw, Vrijkotte, & Gemke 2013). Deze kennis draagt bij aan de ontrafeling van vroege oorzaken van motorische problemen, obesitas en daaraan gerelateerde ziekten én signaleert risicogroepen op basis waarvan de jeugdgezondheidszorg haar beleid efficiënter kan afstemmen. Ook wil ik me graag verder verdiepen in effectieve interventies om negatieve gezondheidseffecten te voorkomen. Of wat zeg ik ´ik´? Eén van mijn dromen is om meer onderzoek met de kinderen samen te doen. Wij volwassenen kunnen ons nooit zo goed verplaatsen in een kind als de kinderen zelf. Als we niet weten wat de belangrijke determinanten van kinder gedrag zijn is het heel lastig om een effectieve gedragsinterventie voor hen te ontwikkelen. Het bestaande onderzoek naar gedragsdeterminanten bij kinderen is grotendeels gebaseerd op vragenlijsten. Ik zet hier grote vraagtekens bij. Ten eerste omdat die vragenlijsten door volwassen onderzoekers bedacht zijn. Ten tweede omdat kinderen vragen heel anders blijken te interpreteren dan de volwassen ontwikkelaars bedoeld hebben.

!

Ik geef u graag een voorbeeld van een onderzoek met kinderen. Deze maand ronden we een onderzoek af naar de beweegvriendelijkheid van schoolpleinen door de ogen van het kind genaamd: ‘Participatory School Playgrounds’. Een samenwerking met mevr. Caro, dr. Altenburg en dr. Dedding. Elsje Caro begeleidt de kinderen in hun onderzoek naar de schoolpleinen. Ja u hoort het goed de kinderen doen zelf het onderzoek samen met een professionele onderzoeker! Het lijkt een open deur maar helaas is de betrokkenheid van kinderen zelfs bij onderwerpen waarbij zij nadrukkelijk het middelpunt zijn minimaal. Terwijl, wie weet er nou meer van buitenspelen dan een kind? Het gevolg is dat veel speelpleinen een groot deel van de dag leeg zijn. Dit werd bevestigd in het speelpleinen project waarin ik samenwerk met mevr. Boonzajer-Flaes, dr. Verhagen en prof Van Mechelen. We vonden dat reguliere speeltuinen 1/3 van de observatiemomenten - en die waren na schooltijd en in het weekend - leeg waren. Een gemiste kans!

! !


Behalve onderzoek naar determinanten van beweeg- en zitgedrag met kinderen zijn we ook gestart kinderen zelf interventies te laten ontwikkelen. We hebben scholieren van het Amsterdamse Technasium gevraagd hoe zij denken hun zittijd effectief te reduceren bij hen op school. Als u belooft het niet verder te vertellen zal ik vast ĂŠĂŠn fantastisch idee met u delen: verdeel de klas in vakken (ja/nee/weet niet), een aantal keer per les legt de docent een stelling voor aan de leerlingen die naar het betreffende vak lopen. De leerlingen onderbreken op deze manier hun zitten en de docent krijgt feedback of zijn of haar uitleg is begrepen! Een aantal finalisten van deze wedstrijd zit vandaag in de zaal. Ik zal opschieten dan kunnen jullie snel weer in beweging komen!

! ! !

! ! ! ! Yoga Een andere droom van mij is onderzoek naar de gezondheidseffecten van yoga, mijn grote passie. De positieve effecten van yoga die ik zelf dagelijks ervaar gun ik iedereen en zeker kinderen. Er is nog nauwelijks wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidseffecten van yoga bij kinderen (Galantino, Galbavy, & Quinn 2008). Het weinige, bestaande onderzoek is van onvoldoende kwaliteit om sterke conclusies te kunnen trekken. Bovendien is veel van het bestaande onderzoek in India gedaan waar de combinatie van asanas (houdingen), pranayama (ademhalingsoefeningen) en meditatie de standaard is. Onderzoek bij Indiase kinderen is dus niet zomaar te generaliseren naar de westerse wereld. Bij onderzoek naar yoga is het bovendien van groot belang om de exacte inhoud van de yogasessies te beschrijven.

!


Ik heb vele projectideeën voor onderzoek naar de effecten van yoga onder meer als interventie voor kinderen met motorische ontwikkelingsproblemen of als interventie tegen schoolstress en faalangst bij adolescenten. Helaas waren de subsidie gevende instanties tot nu toe nog niet klaar voor onderzoek naar yoga. Maar dat gold een aantal jaar geleden ook voor onderzoek naar zitten en net als zitten wordt ook yoga steeds populairder. Dus ik houd moed!

!

Ik was trouwens aangenaam verrast dat de yoga filosofie al wel is doorgedrongen tot bepaalde theorieën over leiderschap. VUmc biedt bijvoorbeeld een leergang voor leiderschapsontwikkeling aan genaamd ´de Innerlijke krijger´, die ik in 2014 met veel plezier volg. Hier hoor ik met regelmaat aspecten uit de yoga filosofie. Ah nu snap ik het woord krijger uit de naam van de cursus! Dat komt natuurlijk van de krijger houding, virabradasana in het Sanskriet!

!

Voor ik overga naar mijn dankwoord zal ik mijn verhaal samenvatten tot 3 take home messages. U mag er 1 kiezen of alle 3 mee naar huis nemen:

! Exercise every day keeps the doctor away ! Less (sitting) is more (health) ! Zonder kinderspel geen topsport! ! ! Om bolo sat guru bhagavan ki… Jai! Ik heb gezegd.

!

! Voor dans, muziek en dankwoord klik hier


Referenties Altenburg TM, Rotteveel J, Dunstan DW, Salmon J, & Chinapaw MJ. 2013. The effect of interrupting prolonged sitting time with short, hourly, moderate-intensity cycling bouts on cardiometabolic risk factors in healthy, young adults. J Appl Physiol (1985), 115, (12) 1751-1756. Boonzajer-Flaes SAM, Koolhaas CM, Van Mechelen W, Verhagen EA, & Chinapaw M. Utilization and intensity of physical activity amongst youth on tailored playgrounds. (Unpublished work). Brug J, Te Velde SJ, Chinapaw MJ, Bere E, De Bourdeaudhuij I, Moore H, Maes L, Jensen J, Manios Y, Lien N, Klepp KI, Lobstein T, Martens M, Salmon J & Singh AS. 2010. Evidence-based development of school-based and family-involved prevention of overweight across Europe: the ENERGY-project's design and conceptual framework. BMC Public Health, 10, 276. Brug J, Van Stralen MM, Te Velde SJ, Chinapaw MJ, De Bourdeaudhuij I, Lien N, Bere E, Maskini V, Singh AS, Maes L, Moreno L, Jan N, Kovacs E, Lobstein T, & Manios Y. 2012. Differences in Weight Status and Energy-Balance Related Behaviors among Schoolchildren across Europe: The ENERGY-Project. PLoS One., 7, (4) e34742. Caro E, Altenburg TM, Dedding C, & Chinapaw M. Participatory School Playgrounds. 2014 (Unpublished Work). Galantino ML, Galbavy R, & Quinn L. 2008. Therapeutic effects of yoga for children: a systematic review of the literature. Pediatr Phys Ther., 20, (1) 66-80. Lee IM, Shiroma EJ, Lobelo F, Puska P, Blair SN, & Katzmarzyk PT. 2012. Effect of physical inactivity on major non-communicable diseases worldwide: an analysis of burden of disease and life expectancy. Lancet, 380, (9838) 219-229. Runhaar J, Collard DC, Singh, AS, Kemper HC, Van Mechelen W, & Chinapaw M. 2010. Motor fitness in Dutch youth: differences over a 26-year period (1980-2006). J Sci Med Sport, 13, (3) 323-328. Salmon J, Arundell L, Hume C, Brown H, Hesketh K, Dunstan DW, Daly RM, Pearson N, Cerin E, Moodie M, Sheppard L, Ball K, Bagley S, Chinapaw MC, & Crawford D. 2011. A cluster-randomized controlled trial to reduce sedentary behavior and promote physical activity and health of 8-9 year olds: the Transform-Us! study. BMC Public Health, 11, 759. Singh A, Uijtdewilligen L, Twisk JW, Van Mechelen W, & Chinapaw MJ. 2012. Physical activity and performance at school: a systematic review of the literature including a methodological quality assessment. Arch Pediatr Adolesc Med., 166, (1) 49-55. Vahlberg V 2010. Fitting into their lives: A survey of three studies about youth media usage, Newspaper association of America Foundation.


! Van Deutekom AW, Chinapaw MJ, Vrijkotte TG, & Gemke RJ. 2013. Study protocol: the relation of birth weight and infant growth trajectories with physical fitness, physical activity and sedentary behavior at 8-9 years of age - the ABCD study. BMC Pediatr., 13, 102. Van Eijsden M, Vrijkotte TG, Gemke RJ, & Van der Wal MF. 2011. Cohort profile: the Amsterdam Born Children and their Development (ABCD) study. Int J Epidemiol, 40, (5) 1176-1186. Van Stralen MM, Yildirim M, Wulp A, Te Velde SJ, Verloigne M, Doessegger A, Androutsos O, Kovacs E, Brug J, & Chinapaw MJ. 2014. Measured sedentary time and physical activity during the school day of European 10- to 12-year-old children: the ENERGY project. J Sci Med Sport, 17, (2) 201-206. Verloigne M, Van Lippevelde W, Maes L, Yildirim M, Chinapaw M, Manios Y, Androutsos O, Kovacs E, Bringolf-Isler B, Brug J, & De Bourdeaudhuij I. 2013. Self-reported TV and computer time do not represent accelerometer-derived total sedentary time in 10 to 12-yearolds. Eur J Public Health, 23, (1) 30-32. Verloigne M, Van Lippenvelde W, Maes L, Yildirim M, Chinapaw M, Manios Y, Androutsos O, Kovacs E, Bringolf-Isler B, Brug J, & De Bourdeaudhuij I. 2012. Levels of physical activity and sedentary time among 10- to 12-year-old boys and girls across 5 European countries using accelerometers: an observational study within the ENERGY-project. Int J Behav Nutr Phys Act, 9, 34.

! ! ! ! ! ! ! ! ! !


! ! ! !

www.jeugdengezondheid.org

! ! !

(Top) sport of Kinderspel?  
Advertisement