Issuu on Google+

Magazine voor alumni en de beroepspraktijk van het Instituut voor Recht van Hogeschool Utrecht. juni 2013

29

DE TAAL VAN DE INCASSO | AFGHAANSE RECHTER OVER RECHTVAARDIGHEID | HOE VERGAAT HET JOYJA, RIEN EN CAROLINE NA HUN STUDIE? | DE OEFENRECHTBANK


K O R T K O R T K O R T leukere manier financiële vaardigheden aan. Er worden diverse versies ontwikkeld, variërend van een absurd avonturenspel tot een zorg-voor-jezelf app. Beer ontwikkelt de game verder, mede gebaseerd op het onderzoeksproject van het lectoraat Rechten. De studenten worden begeleid door Mijntje Zaat en Marc Anderson, onderzoekers van het lectoraat Rechten van de HU. Naar verwachting presenteert Beer in juli een prototype van het spel. Als de ‘Serious game’ klaar is voor gebruik, krijgen de relevante werkvelden een seintje. Meer informatie marc.anderson@hu.nl.

Jongeren doen meer mee door citytrainers Citytrainers weten contact te leggen met doorgaans moeilijk bereikbare jongeren door het organiseren van sportactiviteiten in hun buurt. Ze bereiken bijvoorbeeld allochtone meiden, omdat die trainers dezelfde etnische achtergrond hebben. Dit blijkt uit een onderzoek naar de opbrengsten van het project Citytrainers, uitgevoerd door Froukje Smits van het lectoraat Participatie en Maatschappelijk Ontwikkeling (PMO) van de HU, in samenwerking met het Mulier Instituut. Het uitgangspunt van dit project is dat jongeren sportactiviteiten organiseren voor andere jongeren. Dit gebeurt momenteel in de gemeenten 's-Hertogenbosch, Tilburg en Dordrecht, allen opdrachtgever van het onderzoek. Daar werden enthousiaste en betrokken jongeren opgeleid tot citytrainers. Die kregen vervolgens begeleiding bij het opzetten en uitvoeren van sportactiviteiten en events voor andere jongeren in de buurt. Deze formule slaat aan, omdat jongeren immers weten wat hun leeftijdsgenoten leuk vinden. Tevens sporen ze hen makkelijk aan om mee te doen via social media en scholen. De jongeren spelen als citytrainer nu een belangrijke rol in de buurt, aldus Smits. Meer weten: froukje.smits@hu.nl.

Lezersonderzoek: Zes minuten voor HUridisch

Deze verhalen dienen als inspiratie voor de huidige studenten. Hoogstwaarschijnlijk wordt de glossy in september, bij het tienjarige bestand van de opleiding, op feestelijke wijze gepresenteerd. Meer informatie tessa.reijmerink@student.hu.nl

Hoe leven kinderen zonder verblijfsvergunning in Utrecht? Het lectoraat Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening van Hogeschool Utrecht (HU) doet onderzoek naar ongedocumenteerde kinderen in de stad Utrecht. Dit gebeurt in samenwerking met de stichting Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (st. LOS) en Defence for Children. Dit project wil de woon- en leefomstandigheden van deze kinderen zonder verblijfsvergunning in kaart brengen.

INHOUD

Wij, de redactie van HUridisch, zijn benieuwd wat jij als lezer van het blad vindt. Dit is de eerste uitgave van HUridisch nieuwe stijl. Meer aandacht voor onze alumni. Langere verhalen ook over de ontwikkelingen op de hogeschool. Maar wij kunnen het blad pas echt goed maken als we weten wat de lezer wil. Zijn we op de juiste weg? Of toch niet? Mis je onderwerpen of zou je ergens dieper op in willen gaan? Wil je meer interactie? Wij bedanken je alvast hartelijk voor je moeite. Scan de code om direct naar de enquête te gaan. Of ga naar de site: http://www.surveymonkey.com/s/D7F5MPR

Jaarbericht 2012 Kenniscentrum Sociale Innovatie Het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de HU presenteert in het Jaarbericht de belangrijkste gebeurtenissen van 2012. Het kenniscentrum realiseerde vorig jaar ruim 600 producties. De twaalf lectoren, zeven lectoraten en 100 docentonderzoekers wensen u veel leesplezier! Het jaarbericht kunt u downloaden via http://socialeinnovatie.onderzoek.hu.nl/jaarbericht/jaarbericht%202012

‘Moneywise: The Cashbook Adventures’ Yves Beer, vierdejaars student Cross Media Design, ontwikkelde met medestudenten het spel ‘Moneywise: The Cashbook Adventures’. Door het spelen van de interactieve minigames leert de gebruiker op een creatieve manier zijn financiële situatie onder controle te krijgen én te houden. De inzet van ‘Serious games’ is hard nodig omdat een derde van de Nederlandse jongeren risicovol financieel gedrag vertoont; twee derde zegt moeite te hebben om met geld om te gaan. Via de educatieve spelletjes leert de jeugd op een andere en

Alumnivereniging in oprichting Tessa Reijmerink, derdejaarsstudente HBO-Rechten en vicevoorzitter van de onderwijscommissie, is gestart met het oprichten van een alumnivereniging. “Ik wil graag een bijdrage leveren aan de verduidelijking van het beroepsbeeld van HBO-juristen. Een ander onderdeel van mijn alumni-project is het maken van een glossy met daarin portretten van succesvolle HBO-juristen.

2

De taal van de incasso

4

Alumnus Rien van den Bogert

7

Democratie is een verstopte staatsvorm

8

Wisselwerk

9

Co-creatie toverwoord bij verhuizing FMR

10

Alumnus Joyja Vastenholt

13

De HU wil een rol spelen in de hele

Studenten van de HU-opleidingen Maatschappelijk Werk, Sociaal Pedagogische Hulpverlening en Sociaal Juridische Hulpverlening startten in maart van dit jaar met het interviewen van deze ongedocumenteerde kinderen in de leeftijd van 6 tot 18 jaar. Indringende verhalen De studenten gaven aan veel geleerd te hebben van het onderzoek en waren zeer onder de indruk van de indringende verhalen van de kinderen en hun familieleden. Enkele studenten vertellen over hun ervaringen. “Terugkijkend op het onderzoek heb ik ontzettend veel geleerd over wat het betekent voor kinderen om in de dagelijkse praktijk zonder verblijfsvergunning te zitten. Ik kreeg letterlijk een kijkje achter de voordeur van een doelgroep waar ik normaal gesproken niet mee in aanraking zou komen. Ik stapte in een andere wereld van mensen die niet gezien worden, maar er wel degelijk zijn. Dit heeft een mooie ervaring opgeleverd.”

leerloopbaan van de student

14

Adalaat

16

Alumnus Caroline Doornekamp

18

De oefenrechtbank

19

To Do

20

Colofon HUridisch is het magazine voor alumni en de beroepspraktijk van de opleidingen Sociaal Juridische Dienstverlening, HBO-Rechten en Kandidaat-Gerechtsdeurwaarder van Hogeschool Utrecht. Postbus 85397 3508 AJ Utrecht T 088-481 81 81 Redactie Paul van Grinsven, Lidwien van der Pas, Louis Logister, Joost Welten. Aan dit nummer werkten mee Talitha Kocken, Loeka Oostra

Op dit moment vinden de laatste interviews plaats. Volgens planning komen de resultaten in het najaar beschikbaar.

Hoofd- eindredactie Hogeschool Utrecht – Chantal Martini

3

Vormgeving Troost communicatie Druk Grafisch Bedrijf Tuijtel B.V. Redactiesecretariaat Voor vragen, opmerkingen, adreswijzigingen of aanvragen kunt u terecht bij Samantha van der Heijden, samantha.vanderheijden@hu.nl.


ONDERZOEK

DE TAAL VAN DE INCASSO “LANGZAAM MAAR ZEKER BEN IK GEFASCINEERD GERAAKT DOOR DE WIJZE WAAROP MENSEN IN EEN JURIDISCHE OMGEVING DE TAAL HANTEREN,” VERTELT TIALDA SIKKEMA. ding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder. “Daar kreeg ik teksten onder ogen die in de incassobranche gangbaar zijn, zoals aanmaningen, exploten en dwangbevelen,” legt Sikkema uit. “Daar ligt de kiem voor het promotieonderzoek dat ik sinds een jaar uitvoer.”

ling is van het exploot dat ze hebben ontvangen. “Als ontvangers van een exploot geen moeite hebben met de tekst, dan komt dat doordat ze door schade en schande wijs zijn geworden, niet doordat het exploot duidelijk is,” aldus Sikkema

Miljoenen onbegrijpelijke documenten Een exploot – of exploit, zoals het document vaak nog heet, al is dat geen officieel Nederlands woord – is een door een gerechtsdeurwaarder opgemaakte akte waarin deze verslag doet van het betekenen, ofwel het officieel uitbrengen van een gerechtelijk stuk, zoals een dagvaarding of een vonnis. Het aantal exploten per jaar loopt in Nederland in de miljoenen. “Het lezen van exploten riep bij mij heel veel vragen op, terwijl ik mezelf toch als een hoogopgeleide lezer mag beschouwen,” aldus Sikkema. Haar studenten – die werken bij deurwaarderskantoren – bevestigden haar indrukken: zij hebben dagelijks contact met schuldenaren die niet begrijpen wat de bedoe-

Een standaardformulering in een exploot luidt bijvoorbeeld: ‘die ten deze tot aan het uiteinde der executie woonplaats kiest ten kantore (…)’. Voor mensen die niet vertrouwd zijn met juridisch jargon, is het een onbegrijpelijke en zelfs beangstigende formule. In feite geeft deze passage alleen weer wat het correspondentieadres zal zijn voor communicatie over de desbetreffende kwestie. Klare taal Dat exploten voor veel mensen onleesbaar zijn, is niet alleen vreemd, maar druist ook tegen de grondbeginselen van de rechtsstaat in. Iedereen heeft immers recht op een eerlijk proces, maar wat blijft er van dat recht over, als een docu-

“Daar zou iedereen wat aan hebben.” Bij ontvangers van exploten – schuldenaren en rechters – is er volgens Saarloos daarom wel een draagvlak aanwezig voor verbetering. “Maar dat zegt niet veel,” voegt hij eraan toe. “Het gaat erom of de opstellers van de exploten de noodzaak zien. Op dit moment wordt die niet gevoeld. Een enkele beslissing, waarin bijvoorbeeld een exploot wegens onduidelijkheid nietig zou worden verklaard, helpt ook niet. De repeat-players nemen dergelijke uitspraken op de koop toe; de bulk lijdt daar niet onder.” Al met al is de heer Saarloos dan ook optimistisch gestemd over reële mogelijkheden om teksten van exploten drastisch te wijzigen.

De heer Saarloos is rechter bij de rechtbank Noord-Holland. In de juridische procespraktijk heeft hij niet gemerkt dat de taal van de exploten problemen oplevert. “Maar,” voegt hij daaraan toe, “dat komt vooral omdat de teksten eigenlijk niet gelezen worden, zoals Tialda Sikkema terecht opmerkt. De ‘variabelen’ in het exploot worden aangestreept.” Een exploot zou volgens Saarloos dan ook veel simpeler kunnen worden opgesteld, door juist die variabelen apart op te nemen. Saarloos denkt dan aan een formulering als: U bent op dit moment het volgende aan Energie B.V. verschuldigd:

“ZELFS BIJNA AFGESTUDEERDE SCHULDHULPVERLENERS BEGRIJPEN BITTER WEINIG VAN EEN EXPLOOT” Foto: Femke van den Heuvel

De neerlandica maakt sinds 2006 het recht van nabij mee als lid van de Commissie van Beroep van het katholiek primair onderwijs, een bijbaan naast haar werk als docent aan de Hogeschool Utrecht. De commissie behandelt beroepschriften die worden ingediend tegen besluiten van schoolbesturen, zoals een berisping of ontslag. “Een juridisch conflict is veel meer dan een zakelijk geschil over gemaakte afspraken. Daarom is het in een procedure en een vonnis zo belangrijk dat de partijen ervaren dat hun stem is gehoord,” aldus Sikkema. De groeiende interesse in de taal van juristen, leidde er in 2009 toe dat ze aan de HU overstapte naar het Instituut voor Recht. Ze werd docent schriftelijke communicatie bij de oplei-

ment waarmee een proces wordt ingeleid – een exploot van dagvaarding – nauwelijks leesbaar is? “Zelfs bijna afgestudeerde schuldhulpverleners begrijpen bitter weinig van een exploot,” licht Sikkema toe. Haar onderzoek is erop gericht om de begrijpelijkheid van exploten te verbeteren. Het ligt dan voor de hand om de oplossing te zoeken in eenvoudig taalgebruik. Sikkema is er als de kippen bij om

Factuur d.d. xx, betreffende de energielevering van 1-1-2010 tot 1-2-2010 etc.

4

deze misvatting de wereld uit te helpen. “Eenvoudig taalgebruik bestaat helemaal niet. Wat voor de een begrijpelijk is, is voor een ander juist heel ingewikkeld. Er bestaat geen standaardtaal die zowel voor leken als deskundigen duidelijk is. Dat is nu net de moeilijkheid: de documenten moeten twee verschillende doelgroepen bedienen, de rechters enerzijds en de schuldenaren anderzijds.” Sikkema wijst ook nog op een ander, niet onbelangrijk aspect: “We weten helemaal niet,

5

welke moeilijkheden lezers van een exploot precies ervaren.” Een onderzoek hiernaar maakt dan ook deel uit van het onderzoeksproject. ‘In naam des konings’ Welke suggesties Sikkema zal doen voor een verbeterde leesbaarheid van exploten, blijkt pas aan het einde van haar promotietraject. In ieder geval zullen de documenten ook in een taalkundig verbeterde versie natuurlijk moeten blijven


CARRIÈRE

Foto: Jan Willem Groen

‘Betekend: De grosse van het vonnis van 18 oktober 2012 gewezen door de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Deventer in de zaak tussen requirante als eiseres en gerequireerde als gedaagde; en vindt deze betekening plaats op grond van de bepalingen van de Wet en opdat gerequireerde kennis draagt van de inhoud van de ten deze betekende titel; Daarna heb ik, (t.k.-)gerechtsdeurwaarder, uit kracht van de bij dit exploit betekende executoriale titel de gerequireerde: (…)’

voldoen aan de eisen die wet- en regelgeving en jurisprudentie eraan stellen. Dit juridische kader heeft Sikkema als eerste in kaart gebracht. “Aan sommige elementen valt niet te tornen. Zo begint een exploot standaard met de uitdrukking ‘In naam des konings’, terwijl de kosten van het exploot helemaal aan het einde vermeld dienen te worden. Maar voor de rest biedt het formele kader veel ruimte om vormgeving en taalgebruik aan te passen,” aldus Sikkema.

een hogeschool mag de beroepspraktijk dan ook concrete resultaten verwachten. Hoe ligt dat bij het onderzoek naar de taal van de incasso dat Sikkema uitvoert? De promovenda wijst op het basisbeginsel van communicatie: mensen communiceren in de verwachting dat de ander hen begrijpt. Bij exploten is het evident dat de ontvanger de boodschap vaak niet begrijpt. In beginsel hebben alle betrokkenen er dus baat bij, als exploten begrijpelijker zijn.

In haar onderzoek behandelt Sikkema niet alle documenten die in incassozaken worden gebruikt. Ze beperkt zich tot incassodocumenten in bulkzaken, gericht aan natuurlijke personen. Exploten die zijn gericht aan bedrijven, verenigingen of stichtingen, vallen dus buiten het onderzoek. Bij bulkzaken gaat het om incasso-opdrachten van telecombedrijven, nutsbedrijven, woningbouwverenigingen, zorgverzekeraars en om de zogenaamde Mulderbeschikkingen van het Openbaar Ministerie. Het gaat om organisaties die ieder vele duizenden – en vaak nog veel meer – exploten per jaar laten uitbrengen.

“Er zullen minder professionals nodig zijn om klanten te helpen om documenten te begrijpen en om de juiste vervolgstappen te zetten,” legt Sikkema uit. “Ook zal het draagvlak voor het werk van deurwaarders groter worden, als klanten beter begrijpen wat hun werk inhoudt.” Toch acht de enthousiaste promovenda de praktische winst niet het allerbelangrijkste. Dat er stappen worden gezet om juridische documenten en daarmee de rechtsstaat transparanter te maken, is voor haar een principiële kwestie. “Niets doen is geen optie,” aldus Sikkema. “Een samenleving kan geen dingen op zijn beloop laten die niet op hun plek liggen.”

Wie heeft baat bij het onderzoek? Een hogeschool leidt op voor de beroepspraktijk en voert geen fundamenteel onderzoek uit. Van onderzoek aan

Draagvlak nodig Ook al heeft ze aandacht voor principiële kwesties, van naïviteit kunnen we Sikkema niet betichten. Dat dankzij haar

6

onderzoek de communicatie van incassobureaus met hun klanten opeens grondig zal veranderen, verwacht ze dan ook niet. “De ervaringen van bijvoorbeeld de Nationale Ombudsman leren hoe moeilijk het is om over complexe zaken helder te communiceren met burgers. Onderzoek in binnen- en buitenland toont ook aan, dat het weinig effect sorteert om via wetgeving te eisen dat teksten begrijpelijk worden.” In Nederland gelden dergelijke eisen bijvoorbeeld voor informatie die financiële instellingen verstrekken over hun producten, zoals hypotheken. “Mijn ambitie is dan ook bescheiden,” zo formuleert Sikkema zorgvuldig. “Een oplossing zal alleen werken als er draagvlak voor is.” Spectaculaire resultaten van haar onderzoek hoeven we dan ook niet te verwachten. “Een voorstel tot verbetering zal uitsluitend door de incassobranche worden overgenomen, als er met relatief kleine ingrepen veel winst te boeken is. Een verbeterde lay-out kan de begrijpelijkheid van een tekst bijvoorbeeld sterk verbeteren. Ook valt te denken aan de vervanging van een standaardzin door een andere zin die beter te begrijpen is.”

Rien van den Bogert is de jongste maar ook langst werkende toegevoegd kandidaat gerechtsdeurwaarder van Nederland. Door zijn schoonvader, die gerechtsdeurwaarder is, is hij in het vak gerold. Als gerechtsdeurwaarder ben je belast met taken als een dagvaarding opstellen en uitbrengen, ook beslag leggen en ontruimingen uitvoeren.

“MIJN AMBITIE IS OM ZELF OOIT TE GAAN ONDERNEMEN, DAT IS ECHTER ERG LASTIG IN DEZE MARKT”

“Ik heb een erg afwisselende baan. Daarnaast heb ik het voordeel dat mijn werkgever mij de mogelijkheid heeft geboden om vanuit huis te werken. Natuurlijk maak ik ontzettend heftige dingen mee, maar dat zijn de uitzonderingen. Het gekke is dat de heftigste situaties vaak onverwachts komen en dat ze uitblijven als je je erop voorbereidt, zo heb ik een aantal keer een gijzelingsactie voorbereid maar er is er nooit een doorgegaan. Het voordeel van deze baan is dat iedere dag anders is, uiteraard met uitzondering van de standaard administratieve taken. Het werk is niet altijd even makkelijk. Je komt met een lastige doelgroep in aanraking en je hebt altijd een vervelende boodschap. Ik behandel mensen zoals ik graag ook zelf behandeld zou willen worden, met stroop vang je meer vliegen dan met azijn. Ik probeer altijd op zoek te gaan naar oplossingen en waar mogelijk regelingen af te spreken, om meer ingrijpende maatregelen te voorkomen. Ik ben altijd redelijk en correct tegen personen en probeer ze goed advies te geven, mits zij natuurlijk zelf geen destructieve houding aannemen. Ik houd me voornamelijk bezig met huurincasso’s en grote incassozaken. Niet alle opdrachten zijn even makkelijk. Laatst heb ik een vrouw uit huis moeten zetten die nog maar één been had. Ja, dat is erg moeilijk, maar dan moet je toch doorzetten. Uiteraard probeer je op zo’n moment door contact te zoeken met de hulpverlening alternatieve opvang te regelen. Ondanks sommige zware opdrachten, slaap ik er niet slecht door. Wanneer dat gaat gebeuren, stop ik er mee. Omdat ik thuis werk, neem ik wel altijd mijn werk mee naar huis, maar ik neem het niet mee naar bed. Ik ben natuurlijk veel onderweg ook en sluit mijn werkdag meestal af in de auto. Dan heb ik tijd om de dag nog eens te overdenken en om eventueel zaken of moeilijke situaties telefonisch met collega’s door te spreken. Door Talitha Kocken

Door Joost Welten

7

Foto’s: Femke van den Heuvel

Fragment uit een exploot van betekenis en bevel

ONDANKS SOMMIGE ZWARE OPDRACHTEN, SLAAP IK ER NIET SLECHT DOOR


PRIKKEL

In deze rubriek staat een docent centraal die naast Hogeschool Utrecht nog een andere werkkring heeft. De focus ligt op de kruisbestuiving tussen de verschillende werkzaamheden.

W I S S E LW E R K

Rietje Obers: “Ik denk dat ik er in het verleden voor gekozen heb om rechten te gaan studeren omdat ik graag conflicten wil oplossen. Ze horen bij het leven, maar ik heb er een hekel aan. Het goed proberen op te lossen van conflicten is een belangrijk onderdeel van mijn werk als advocaat. Ik werk inmiddels ook alweer ruim tien jaar bij Hogeschool Utrecht als deeltijddocent staats- en bestuursrecht bij HBORechten en Kandidaat-Gerechtsdeurwaarder. Hiervoor was ik ook docent bij de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening. Naast mijn baan als docent heb ik een eigen advocatenkantoor in Helmond. Ik houd me daar bezig met bestuursrechtzaken; zoals vergunningen, voorzieningen en uitkeringen. Naast deze werkzaamheden heb ik een aantal jaar geleden ‘Buurtbemiddeling Helmond’ opgericht. Bij buurtbemiddeling wordt geprobeerd om conflicten met behulp van vrijwilligers op te lossen. Mijn ervaring is dat ook een interventie van een andere dan een professional een conflict een goede draai kan geven.

DEMOCRATIE IS EEN VERSTOPTE STAATSVORM

De stroperigheid van onze democratie wordt ondertussen bewierookt als een gloednieuwe democratische verworvenheid. Het leuren met wetsvoorstellen in de Eerste Kamer zou politieke creativiteit bevorderen en regeren op basis van de automatische piloot van een regeerakkoord voorkomen. Hervormingen op de woningmarkt en het ontslagrecht blijven echter uit. In Europa zien we de Piratenpartij, de komiek Grillo, maar eerder ook Rita Verdonk, pleiten voor een

8

digitale democratie waarin via internet de mening van de meerderheid regeert. Opiniekwantiteit die gaat voor opiniekwaliteit. Waar iedereen verantwoordelijk is, is tenslotte niemand verantwoordelijk. Juist bij een meerderheid die het spoor volledig bijster kan zijn, schuilt het gevaar van democratie. Dat openbaarde zich al tachtig jaar geleden bij onze oosterburen. Maar ook nu zijn er politieke bewegingen die het gebaande pad van de democratische procedures volgen, maar lak hebben aan een grondrecht als gelijke behandeling of juist diezelfde democratie om zeep willen helpen. Mag dan de Sterke Arm van die democratie zich met gewelddadige middelen verzetten tegen pogingen haar de nek om te draaien? Misschien biedt een meritocratie uitkomst: Onder handhaving van onze rechtsstaat regeren niet langer verkozen politici ons land, maar mensen van eer die hun verdienste voor de Nederlandse samenleving hebben bewezen. Wie L’esprit des lois van Montesquieu leest, opent ongetwijfeld zijn hart daarvoor. Door Paul van Grinsven

Ik heb nu ongeveer drie jaar mijn eigen kantoor. Daarvoor werkte ik bij andere advocatenkantoren. Ik overleg veel met andere advocaten met een eigen kantoor en doe uiteraard aan intervisie. Als docent probeer ik ‘het beeld en geluid’ sat ik als advocaat heb bij rechtsregels, over te brengen. Ik maak gebruik van casussen en praktijkvoorbeelden die ik ombouw zodat ze niet te herleiden zijn tot mijn eigen dossiers. Ik heb namelijk wel beroepsgeheim. Alle materiaal moet worden geanonimiseerd en dat moet zorgvuldig gebeuren. In 2009 was ik halve finalist van de ‘Docent van het jaar’ verkiezingen. Ik was hier erg trots op en voelde me enorm vereerd. Studenten gaven aan dat het mij lukt om wat taaie en saaie stof over te brengen als een boeiend onderwerp. Dat probeer ik inderdaad te doen, en blijkbaar lukt dat soms. Met studenten praat ik over mijn werk en de kwesties die ik onder handen heb. Hoe deze -onder andere met behulp van het recht- kunnen worden opgelost. Een ander leuk aspect van werken in het recht is dat het ‘talig’ is. Ik vind het leuk om te puzzelen met taal en meepuzzelende studenten kunnen mij wel eens helpen de juiste strategie te vinden.”

“ADVOCAAT ÉN DOCENT ZIJN, IS EEN IDEALE EN AFWISSELENDE COMBINATIE. ZO KUN JE HET RECHT TOEPASSEN IN DE PRAKTIJK EN TEGELIJKERTIJD OVERDRAGEN AAN BEGINNENDE PROFESSIONALS”

Foto: Femke van den Heuvel

President Bush jr. bracht de democratie naar Irak. In de Veiligheidsraad werd een toneelstukje opgevoerd, waaruit zou blijken dat Irak over massavernietigingswapens beschikte. De jurist en filosoof Carl Schmitt zou er trots op zijn geweest. Democratieën hebben in zijn ogen een vijandbeeld nodig, een mythe, waardoor een regering zich kan beroepen op een uitzonderingstoestand. Beperking van het recht op privacy vanwege ‘the war on terror’ past daarbinnen. Dankzij Bush is ook een ander misverstand blootgelegd. Alsof democratische procedures wereldwijd leiden tot de opkomst van gelijke rechten en vrijheden. Democratie is maar een staatsvorm, ze leidt niet per se tot een rechtsstaat.

Door Talitha Kocken

9


R E P O R TA G E

CO-CREATIE

TOVERWOORD BIJ VERHUIZING FMR

DE OPLEIDINGEN VAN DE FMR VERHUIZEN TIJDELIJK NAAR DE DALTONLAAN. DE VERHUIZING IS ONDERDEEL VAN EEN GROOTSCHALIG PLAN OM DE FLEXIBILITEIT EN KWALITEIT VAN HET ONDERWIJS TE VERBETEREN.

Langzaam maar zeker lijken studenten en personeel van de opleidingen van de instituten Recht en Social Work te beseffen dat de verhuiscarrousel van Hogeschool Utrecht met rasse schreden dichterbij komt. Er worden rondleidingen georganiseerd, klankbordgroepen gevormd en termen zoals schuifplan en het Nieuwe Werken zingen rond. Hogeschool Utrecht brengt de komende jaren al het onderwijs en onderzoek onder op het Utrecht Science Park (USP) De Uithof. Daarvoor worden bestaande gebouwen gerenoveerd en komt er een nieuw gebouw bij. Een operatie die door sommigen met enthousiasme wordt ontvangen, anderen zijn kritisch. Werken en leren in de wijk De verhuizingen zijn onderdeel van een grootschalig plan om de flexibiliteit en kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. De HU wil huisvesting bieden waar studenten, onderzoekers, docenten en ondersteunend personeel het beste uit zichzelf kunnen halen. Het gezamenlijk huisvesten op het USP maakt het mogelijk dat instituten en opleidingen intensiever samenwerken. Met elkaar, maar ook met externe kennispartners als de Universiteit Utrecht, het UMCU en het regionale bedrijfsleven.

‘Veel licht en genoeg mogelijkheden om de diverse ruimtes in te delen, dat zijn mijn eerste indrukken van de Daltonlaan. Zowel de verhuizing als de overgang van een kantoor naar een onderwijsgebouw zal voor iedereen wennen zijn, maar ik heb er vertrouwen in dat we er met zijn allen een prettige leeren werkplek van kunnen maken. Begeef je tijdens melancholische momenten vooral naar de bovenste etage van het gebouw en geniet van het prachtige uitzicht over zowel De Uithof als de stad.’ Susan van Veldhuizen, coördinator Onderwijs- en Praktijkbureau Integrale Veiligheidskunde

10

De FMR verhuist in januari 2014 naar de Daltonlaan. In 2016 moeten alle opleidingen hun nieuwe plek gevonden hebben op het Utrecht Science Park. De faculteiten zoals we die nu kennen, bestaan dan niet meer. Alle opleidingen zijn straks per instituut ingedeeld rond een bepaald thema. Per gebouw worden de verschillende thema’s gehuisvest. De instituten voor Recht en Social Work vormen dan samen met de instituten van de huidige Faculteit Educatie en Arbeid en Management, het thema werken en leren in de wijk. Metaforisch dorpsplein Maarten Hageman, faculteitsdirecteur

‘De Daltonlaan is een mooi, licht en ruim gebouw waar het me plezierig werken en studeren lijkt. Ik benieuwd naar hoe het zal zijn als het helemaal is ingericht. De fietstrommel met vijf parkeerplaatsen valt op; ik ben erg benieuwd naar waar we straks honderden fietsen kwijt kunnen.’ Bert la Poutre, docent HBO-Rechten

van de FMR, is enthousiast over de verhuisplannen. Hij ziet volop kansen om samenwerking te bevorderen binnen het thema werken en leren in de wijk. “Hoe ik die samenwerking vorm wil gaan geven? Daar kan ik kort over zijn: cocreatie. Co-creatie is een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat. Kenmerken van co-creatie zijn dialoog, common ground, enthousiasme, daadkracht en focus op resultaat.” Hageman legt de ideale situatie uit aan de hand van een wijk. “Een wijk is geen gebied waar een aantal instanties en winkels zijn gehuisvest. Of een verzame-

11


”KENMERKEN VAN CO-CREATIE ZIJN DIALOOG, COMMON GROUND, ENTHOUSIASME, DAADKRACHT EN FOCUS OP RESULTAAT.”

ling straatnamen. Een wijk is een plek waar ontmoetingen plaatsvinden. En elke wijk heeft een metaforisch dorpsplein. Wij moeten er als instituten binnen het thema werken en leren in de wijk voor zorgen dat we ook zo’n plein krijgen. Een plek voor ontmoeting en uitwisseling tussen opleidingen, instituten, studenten en medewerkers.”

Verkleinen afstand “Deze verhuizing komt de continuïteit van de HU als geheel ten goede, en er komt meer geld vrij voor het onderwijs,” aldus Dajo Roorda van de Medezeggenschap Utrechtse Studenten. “Door de vierkante meters en het aantal gebouwen te reduceren wil de HU op de langere termijn miljoenen euro’s besparen.” Ook zijn er volgens Roorda meer argumenten voor de verhuizing te geven. “Het verkleint letterlijk en figuurlijk de afstand tussen de opleidingen op De Uithof en de opleidingen die nu nog op verschillende plekken in de binnenstad van Utrecht zijn gehuisvest.” Naast de verschillende argumenten over of het wel of niet een goede zaak is te

JOYJA VASTENHOLT WIL IN DE TOEKOMST GRAAG EEN JURIDISCH ADVIESBUREAU OPRICHTEN

“Sinds september 2012 werk ik bij Volkshuisvesting, een woningcorporatie. Na mijn opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD) ben ik verder gaan studeren. Momenteel volg ik een pre-master in Nijmegen om vervolgens te beginnen aan mijn Master Burgerlijk Recht. Dit rechtsgebied spreekt mij het meeste aan, het is ontzettend interessant en het is een rechtsgebied waar je bijna dagelijks mee te maken hebt. Ik pak de stof snel op, juist omdat die zo herkenbaar is.

‘Er lijkt voldoende oppervlakte te zijn voor alles wat wij als FMR nodig hebben en met wat fantasie zien we ook mogelijkheden voor de 'moeilijke' ruimtes, zoals muzieklokalen en een theaterzaal. Collegezalen lijken moeilijker te realiseren. Fantasieën na afloop van het eerste bezoek over opblaastenten en dakopbouw, blijken misschien niet nodig. De architect presenteerde een plan voor een grote collegezaal in het aanpalende kleinere pand, dat zeker de moeite van het proberen waard is. Trappenhuizen en liften zijn een punt van zorg. Natuurlijk blijf ik liever op de Heidelberglaan. Mijn conclusie is echter: de Daltonlaan moet kunnen.’ Christ Eykemans, docent Sociaal Pedagogische Hulpverlening

verhuizen, zijn er ook nog medewerkers en studenten die om allerlei persoonlijke redenen niet enthousiast te zijn over de verhuizing. Sommigen lijken vergroeid met hun werkplek. Een van die medewerkers is Els. Els werkt al jaren als receptioniste. Elke dag geniet zij van de leuke mensen die langs haar loket lopen. Af en toe zwaait ze naar een bekende, of helpt bezoekers met het vinden van de weg. “We zitten hier nog maar 17 jaar, ik snap niet waarom we nu al weg moeten. Ik ga het hier missen.”

12

De docenten op de FMR pakken hun verhuisdozen in. Gelukkig zien ook degenen die kritisch tegenover de verhuizing staan een paar voordelen, al is het maar voor zichzelf. Van Grinsven: “Ben ik eindelijk verplicht mijn oude rommel op te ruimen.”

“IK MERKTE TIJDENS DE OPLEIDING AL DAT MIJN INTERESSE MEER RICHTING DE JURIDISCHE KANT NEIGDE DAN NAAR DE SOCIALE”

Ik merkte tijdens de opleiding al dat mijn interesse meer richting de juridische kant neigde dan naar de sociale. In het derde jaar van mijn opleiding SJD heb ik stage gelopen bij de rechtbank. Tijdens deze stage merkte ik dat ik meer uitdaging wilde. Daarom besloot ik al snel dat ik na mijn afstuderen verder wilde gaan leren. Ik merk dat ik een goede basis heb meegekregen vanuit mijn SJD-opleiding. Toen ik mijn minor mocht kiezen in het vierde jaar, heb ik besloten om vakken te volgen op de Universiteit. Zo breidde ik mijn kennis uit en kon ik direct kijken of doorstuderen een goede optie voor mij was. Het leuke aan Rechten vind ik dat er altijd wel een uitzondering is, en dat je niet snel klaar bent met uitzoeken. Je moet echt je tanden in de stof zetten. Oog voor detail en doorzettingsvermogen zijn hierbij van belang. Volkshuisvesting verhuurt voornamelijk sociale huurwoningen. Hierdoor kom ik veel in aanraking met personen die het financieel minder breed hebben of bijvoorbeeld een psychische beperking hebben. Het vak ‘gespreksvoering’ maakt dat het omgaan met deze doelgroep soepel verloopt. Ik werk op de afdeling klantencontact. Ik behandel klachten, geef informatie over de aangeboden woning en houd me bezig met huurzaken en huurachterstanden. Erg divers dus allemaal. Het werken bij een woningcorporatie is echter niet altijd even leuk. In sommige gevallen moet je personen afwijzen voor een woning. Dit is erg lastig. Ik begrijp de mensen en probeer duidelijk te maken waarom ze niet in aanmerking komen voor een woning. Dit is niet altijd even leuk, maar het hoort erbij. In de toekomst wil ik graag een juridisch adviesbureau oprichten. Voordat ik dit ga doen, wil ik eerst nog flink wat ervaring opdoen, maar ik ga zeker kijken wat de mogelijkheden zijn en ik blijf dromen.” Door Talitha Kocken

Door Chantal Martini Met medewerking van Loeka Oostra en Marloes Jager

13

Foto’s: Femke van den Heuvel

Paul van Grinsven, docent aan het Instituut voor Recht, ziet nog een paar punten waar hij kritisch tegenover staat. “Naar ik heb begrepen vormt onze faculteit samen met Faculteit Educatie een thema, en worden de verschillende afdelingen door gangen met elkaar verbonden. Ik wil daar een eigen ervaring tegenover zetten. Een vakbond ging een gloednieuw gebouw neerzetten. Rondom de hal zouden de juristen komen te zitten om klanten te ontvangen. Via diverse open verbindingen kon je op de eerste verdieping komen. Daar zaten de vakbondsbestuurders. De architect dacht dat deze inrichting zou bijdragen aan het verstevigen van het contact tussen juristen en vakbondsbestuurders. De werkelijkheid was anders. Er was nog minder contact tussen deze twee groepen dan in het oude gebouw.”

CARRIÈRE


Foto: Jan Willem Groen

LEVEN LANG LEREN

Pieter Cornelissen over Leven Lang Leren:

“DE HU WIL EEN ROL SPELEN IN DE HELE LEERLOOPBAAN VAN DE STUDENT“ IN DE KOMENDE JAREN GAAT HET DEELTIJDONDERWIJS GRONDIG OP DE SCHOP. HET DOEL IS OM DE DEELTIJDEN POSTHBO-OPLEIDINGEN EN –CURSUSSEN NOG BETER TE LATEN AANSLUITEN BIJ DE BEHOEFTEN VAN DE DOELGROEP EN HET WERKVELD. DAT HEEFT ALLES TE MAKEN MET DE KEUZE VAN HOGESCHOOL UTRECHT (HU) VOOR LEVEN LANG LEREN. PIETER CORNELISSEN, PROGRAMMADIRECTEUR VAN LEVEN LANG LEREN, LEGT UIT WAAROM EN HOE.

Foto: Jan Willem Groen

Verschillende hogescholen bieden sinds kort minder deeltijdopleidingen aan. Bij de HU is het deeltijdonderwijs juist tot speerpunt benoemd. Kun je uitleggen waarom dat zo is? “Landelijk is het aantal aanmeldingen van deeltijdstudenten in de afgelopen tien jaar gehalveerd. Dat heeft voor een deel te maken met overheidsmaatregelen, zoals de langstudeerboete (die inmiddels weer is afgeschaft) en de stapelaarsregeling (iedere student krijgt subsidie voor één bachelors- en één masteropleiding; wil je er meer volgen, dan betaal je een hoger collegegeld). Voor sommige hogescholen is die dalende instroom reden geweest om opleidingen te sluiten. Bij andere scholen heeft het meer te maken met een accentverschuiving: zij leggen de focus op het voltijdonderwijs.” “De HU wil juist een rol spelen in de hele leerloopbaan van een student: van zijn zeventiende tot zijn 67e. Iemand die hier een bachelordiploma haalt, heeft een startkwalificatie, maar wat hij in zijn eerste jaar heeft geleerd, is na vijf jaar al weer voor een deel verouderd. Daarom bieden we ook verbreding, verdieping en

14

specialisatie aan voor mensen die al werkzaam zijn. Daarnaast zijn onze afgestudeerden een bron van informatie over de beroepspraktijk. We zouden het zeer toejuichen als zij – met al hun kennis en ervaring – komen lesgeven aan de HU of stagiairs begeleiden. Onderzoek, praktijk en onderwijs hangen nauw met elkaar samen en die wisselwerking willen we stimuleren.”

Bovendien kunnen ze dan zeggen: ‘dit onderdeel beheers ik al, ik wil graag meteen de toets doen’. Dat noemen we leerwegonafhankelijke toetsing. Ten derde gaan we standaard een intakegesprek aanbieden. Daarin bespreken we alle aspecten die met de studie samenhangen: wat wil je graag leren? wat kunnen wij je bieden? wat betekent de studie voor je privéleven, voor je werk? Zo bekijken we of de wederzijdse verwachtingen bij elkaar aansluiten. Wij zitten hier niet om geld te verdienen. Ons doel is om de juiste student op de juiste plek te krijgen en om ze aan een diploma of een certificaat te helpen. Onze opleiding Mediation bijvoorbeeld leidt tot een beroepscertificaat. Als je alleen een cursus Onderhandelen wilt volgen, kun je beter naar de LOI gaan. Bij commerciële aanbieders kun je ook een beroepsopleiding volgen, maar daar haalt nog geen fractie het diploma: 5 – 10%. Bij HU is dat 60%.”

De HU gaat het onderwijs opnieuw ontwerpen zodat het beter beantwoordt aan de behoeften van de doelgroep. Om welke behoeften gaat het met name? “Een flexibel programma is de belangrijkste, dat weten we uit onderzoek. Als je een tijdje werkloos bent, wil je misschien sneller studeren. Of je wilt juist een paar maanden stoppen, omdat je een kind krijgt, gaat samenwonen of een nieuwe baan hebt. Dat moet makkelijker worden. Wij zijn er heel goed in om mensen van het begin naar het eind van de studie te brengen; we hebben goede, geaccrediteerde programma’s, maar de flexibiliteit is nog te beperkt.” “Daarnaast speelt ook duidelijkheid een grote rol: studenten willen bijvoorbeeld exact weten hoeveel collegegeld ze moeten betalen de komende vier jaar. Daar is in de afgelopen jaren veel over te doen geweest. De minister heeft nu de commissie-Rinnooy Kan opdracht gegeven om voor het einde van dit jaar te adviseren hoe de overheid het deeltijdonderwijs aantrekkelijker kan maken. Het gaat dan om wet- en regelgeving of andere manieren van bekostiging, die tot flexibeler programma’s zullen leiden.”

Uit onderzoek is gebleken dat sociale binding helpt om een studie te voltooien. Wordt die niet veel minder als studenten in hun eigen tempo gaan studeren? “Dat hoeft niet. Er zijn allerlei andere manieren om die binding te organiseren. Bij de Faculteit Educatie van de HU werken ze nu al met leerteams. Dat zijn groepen van 6-10 studenten die met elkaar afspreken om samen door de opleiding te gaan. Ze delen regelmatig hun ervaringen: hoe studeren ze? Waar lopen ze tegenaan in de studie en privé? Ook als ze verschillende onderdelen volgen, blijven ze elkaar ontmoeten en steunen.”

Wat zijn de meest opvallende veranderingen in het nieuwe onderwijsprogramma? “Studenten krijgen straks certificaten per onderdeel; zo stapelen ze blokken op weg naar het einde van hun studie.

“De HU heeft overigens gekozen voor blended learning: dat is een combinatie van leren op de werkplek, op school en on line. Studenten komen straks vooral naar school om te discussiëren over de stof, te oefenen en voor de toepassing.

Het aantal vooraanmeldingen voor een deeltijdstudie aan de HU ligt zeven procent hoger dan vorig jaar, terwijl de landelijke cijfers een neerwaartse spiraal van twintig procent laat zien.

Literatuur en praktijkvoorbeelden – van een juridisch adviesgesprek of een rechtszaak bijvoorbeeld – kun je ook online aanbieden. Het herontwerpen van de opleidingen vraagt vooral durf om voor een andere aanpak te kiezen, een andere weg naar hetzelfde doel.” Door Lidwien van der Pas

15


INTERVIEW

= RECHTVAARDIGHEID (ADAALAT) SAKHI SAMIN BEKLEEDDE EEN HOGE FUNCTIE ALS RECHTER IN AFGHANISTAN. OMDAT HIJ GEGRONDE VREES HAD VERVOLGD TE WORDEN, ONTVLUCHTTE HIJ ZIJN GEBOORTELAND. SINDS 1997 WOONT HIJ MET ZIJN GEZIN IN NEDERLAND. EEN GESPREK OVER RECHTVAARDIGHEID IN EEN LAND WAARIN DE RECHTSPRAAK GROTENDEELS IS BEÏNVLOED DOOR DE SHARIA. Tegenover mij zit een man met een grijs sikje die nog in de kracht van zijn leven is. Zowel zijn prangende ogen als handen ondersteunen zijn verbale vermogen. Met zijn vingers navigeert hij op het tafelblad. Hij spreekt met een dictie die zeggingskracht heeft. Als hij iets wil benadrukken, sluit zijn linkeroog half. Het verbaast mij niet dat de heer Samim rechter in Afghanistan is geweest. Een lange weg ging aan zijn benoeming vooraf: hoge cijfers tijdens zijn rechtenstudie, een toelatingsgesprek met leden van de Hoge Raad, een jaar lang les van diezelfde raad, het verrichten van praktijkgericht onderzoek bij rechterlijke organisaties en gevangenissen, in de rollen kruipen van rechter, openbaar ministerie en advocaat, en nog talloze examens.

Zo vader, zo zoon? Op welke plek zou u nu hebben gezeten? Een moeilijke maar mooie vraag. Zijn ogen twinkelen. Een aantal mannen die nu rechters zijn, heeft hij zelf nog opgeleid. Dat zegt wel iets over zijn positie als hij nog in Afghanistan zou zijn. Eerder heeft hijzelf binnen die rechterlijke macht carrière gemaakt, omdat zijn motiveringen van uitspraken opvielen en werden bevestigd door hogere rechters. Moet zijn zoon Parviz ook rechter worden? De wens van de vader is reeds vervuld nu hij een universitaire studie Rechten heeft afgerond. En ja, honderd procent, hij mag rechter worden. Als het maar in Nederland is! In Afghanistan was Samim een ‘schone’ rechter. Dat betekent dat hij er een huis noch bezittingen aan heeft overgehouden. Voorzichtig laat hij doorklinken - ‘ik kan het moeilijk beoordelen, alleen op basis van wat ik hoor of lees’ - dat sommige rechters nu corrupt zijn en na een telefoontje van deze of gene iemand vrijspreken. Vroeger gebeurde dat meer indirect.

16

Sharia Het Afghaanse Recht is grotendeels beïnvloed door de Sharia. Al lang voordat wij mediation kenden, verwezen Afghaanse rechters procespartijen op vrijwillige basis naar bemiddelaars, (religieuze) stamhoofden. De civiele zaak die hieronder beschreven staat, laat die beide aspecten zien.

len. Dat oordeel kan niet objectief zijn (subjectiviteit van de rechter kun je niet geheel uitsluiten), maar je presenteert het tegelijkertijd als een rechtvaardig oordeel. Hierbij tekent hij aan dat wat voor de ene partij rechtvaardig is, voor de andere partij onrechtvaardig kan zijn. Als de wet zwijgt, dan is zijn rechtvaardigheidsgevoel overheersend.

Twee rijke broers beheerden een badhuis (zwembad met sauna) dat ze verpachtten. Ze kregen ruzie. Rechter Samim verwees ze tot tweemaal toe naar stamhoofden. De ene broer eiste geld, de andere wilde het badhuis in tweeën delen. Een oplossing werd niet gevonden zodat hij als rechter weer aan zet was. De privaatrechtelijke bepaling werd beïnvloed door de Sharia. Een aantal zaken is niet verdeelbaar, waaronder ook een badhuis met één centrale verwarming. Hij won echter bouwkundig advies in. Hieruit bleek dat het badhuis over twee verwarmingen beschikte, toen kon hij het badhuis alsnog opdelen.

Doodstraf als erfenis Net als Amerika kent Afghanistan de doodstraf. Waar wij spreken over een spreekrecht voor slachtoffers in de rechtszaal, is bij moordzaken in Afghanistan de positie van nabestaanden van het slachtoffer zeer sterk. Zo kan een zoon van het slachtoffer in Afghanistan zelf onderzoek verrichten naar de dader. Als hij slaagt in de bewijsvoering en de keuze voor de doodstraf aannemelijk maakt, kan de rechter hem toestemming geven om zelf de doodstraf uit te voeren.

Zijn rechtvaardig oordeel - of slimme zet? - was niet in strijd met de Sharia. In beginsel zit rechtvaardigheid (Adaalat) in de wet zelf. Juist die wet is van belang in een land waarin sprake is van wisselende regimes. Als rechter heeft hij zichzelf vaker de vraag naar rechtvaardigheid gesteld. Vanuit de invalshoek van de rechtspraak neemt hij een aantal stappen. Er is een wet. Het is aan de rechter om die wet naar een individuele kwestie te vertalen. Uiteindelijk resulteert dit in de vraag: wat vindt de rechter zelf rechtvaardig? Hierin lijkt een paradox verscho-

Publiciteit en rechtspraak De heer Samim heeft een dubbel gevoel bij de toenemende publiciteit van rechtszaken, soms met aanwezigheid van camera’s in de rechtszaal. Hij juicht de openbaarheid bij oordelen toe, maar wijst op het gevaar van beïnvloeding van de discretionaire ruimte van rechters, bijvoorbeeld als een samenleving roept om hardere straffen. Dreigt het Recht of de rechtvaardigheid daardoor niet gegijzeld te worden? Voor meer vragen en antwoorden kijken we uit naar zijn boek over de Afghaanse rechtspraak. Door Paul van Grinsven Met medewerking van Parviz Samim.

Sakhi Samim (63) komt uit Afghanistan en was daar rechter en lid van Stare Mahkama (Hoge Raad). Hij woont sinds 1997, met zijn vrouw en twee zoons, in Nederland. De ene zoon is afgestudeerd in het Nederlands Recht en werkt als docent Recht bij het Instituut voor Recht van Hogeschool Utrecht. Zijn andere zoon studeert Rechten aan de Vrije Universiteit.

17


CARRIÈRE

IN THE SPOTLIGHTS

CAROLINE STUDEERT VERDER VOOR ADVOCAAT VOOR DE RECHTBANK PLEITEN; DAT LIJKT ME ECHT HEEL ERG MOOI EN DANKBAAR WERK

Caroline Doornekamp studeerde in augustus 2012 af als hbojurist. Sindsdien werkt zij als incassomedewerker. Eigenlijk had ze haar zinnen gezet op een baan bij een advocatenkantoor maar door de huidige economische situatie lukte dat helaas niet. Ook in haar huidige baan merkt ze veel van de economische crisis. Er zijn al veel mensen met schulden, en door deze crisis nemen die alleen maar toe. “Incassomedewerker zijn, is een erg afwisselende baan. Je hebt veel contact met mensen en bent continu op zoek naar oplossingen voor het probleem. Mensen vinden het vervelend om contact te moeten hebben met een incassobureau . Er is immers altijd sprake van een conflict. Maar tegelijkertijd zoeken we altijd naar de beste oplossingen voor beide partijen. Sinds ik ben begonnen met werken is mij opgevallen dat bouwbedrijven veel incassoproblemen hebben. Er is weinig overlap tussen de opleiding en het werken bij een incassobureau. We hebben wel cursussen gespreksvoering en conflicthantering gehad. Deze sloten echter onvoldoende aan op de baan die ik nu heb. Gelukkig leer ik graag en snel en is het werken bij een incassobureau voor mij dan ook geen probleem. Ik heb stage gelopen bij een notariskantoor in Oosterhout. Na deze stage heb ik daar nog twee jaar parttime werkzaamheden verricht. Tijdens mijn stage en werk voor dat notariskantoor heb ik veel gehad aan de stof die ik leerde tijdens de studie met name op het gebied van personen- en familierecht. En ook ondernemingsrecht kom ik vaak in zaken tegen. Erg interessant. Zo interessant dat ik nu Rechtsgeleerdheid aan de universiteit studeer. Ik wilde altijd al graag advocaat worden. Maar momenteel twijfel ik. In mijn huidige werk kom ik namelijk in contact met advocaten en of die nou zo’n leuke baan hebben? En vooral het pleiten spreekt mij aan, je helpt burgers bij het halen van hun 'recht'. Dat lijkt me echt heel erg mooi en dankbaar werk.”

Foto’s: Femke van den Heuvel

Door Talitha Kocken

18

VURIGE PLEIDOOI VOOR DE HBO JURIST Duidelijk spreken, overtuigingskracht hebben, je zaakjes vooraf regelen en niet te vaak 'uh' zeggen. Een goede schriftelijke en mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is van essentieel belang voor elke jurist. In de Oefenrechtbank houden studenten HBO-Rechten een vurig pleidooi in een nagebootste civielrechtelijke zaak. Docente Derkiene van der Ziel begeleidt sinds kort studenten bij hun ‘rechtsgang’. Aan de wand een foto van onze vorst. Docenten in toga’s, de oude vertrouwde hamer op tafel. En ook de studenten hebben vandaag hun schoenen gepoetst en een extra kam door hun haar getrokken. Even is er verwarring. Een student vraagt haar collega met rode konen: “Heb je die machtiging om namens de gedaagde te spreken niet geregeld?” Gelukkig is dat zo opgelost. En dan begint de comparitie. Als volleerd juristen brengen de studenten de standpunten van hun ‘cliënten’ voor het voetlicht. Ontslagen docent Derkiene: “Onze studenten onderscheiden zich van academisch geschoolden door hun praktijkgerichte inslag. Om ze al direct in het begin van hun studie een idee te geven van die praktijk, organiseren we de Oefenrechtbank. Daarin bootsen we een volledige civiele procedure na. Studenten gaan in groepjes van drie aan de slag met een casus. Deze keer betreft het een zaak van een ontslagen docent tegen zijn werkgever. Deze werkgever ontsloeg de man omdat hij zijn diploma had vervalst. De studenten adviseren de docent, schrijven zijn dag-

vaarding en zorgen dat deze door de deurwaarder wordt ingediend. Vervolgens kruipen ze in de huid van de gedaagde en reageren namens deze. Vervolgens liggen de papieren onder de rechter en vanzelf komt er dan een oproep voor de comparitie.” “Ik sta versteld van wat de studenten kunnen, zo jong als ze zijn. Oké, ze vergaten de machtiging te regelen maar de andere papieren zijn allemaal dik in orde. En ook de verhalen die ze hier voor de rechter houden snijden hout. Het is jammer dat onze studenten denken dat ze per se advocaat moet zijn om te kunnen procederen. Het strafrecht kunnen ze niet in, dat klopt. Maar voor heel veel andere gebieden: consumentenrecht, arbeidsrecht en huurrecht zijn hbo juristen net zo geschikt als hun academische collega’s. Beter zelfs durf ik te beweren. Juist door hun praktische en doortastende instelling, en opleiding. Hbo juristen zijn mijn inziens veel beter op de praktijk toegerust dan WO-juristen. Laat zien wat je kunt, geef ik mijn studenten dan ook altijd mee.” Door Chantal Martini

19

Derkiene (39) werkt sinds december 2011 als docent aan het Instituut voor Recht. Ze geeft lessen aan bachelor voltijd studenten, begeleidt stages en afstudeertrajecten. Tijdens haar vorige baan, bij VvAA rechtsbijstand, werkte ze veel met hbo rechten studenten. “Ontzettend leuke mensen om mee te werken, met een praktische inslag. Ik werd zo blij van die samenwerking. Toen er dus een vacature bij de HU voor docent Procesrecht ontstond, twijfelde ik geen moment.” Dit jaar werd Derkiene genomineerd voor de titel Docent van het Jaar. “Een groot eer, en verrassing”, zegt ze bescheiden als ze is. Studenten noemden haar betrokken en enthousiast, en ze zijn gek op haar verhalen uit de praktijk.


TO DO

Conferentie Vroegsignalering Het lectoraat Schulden en Incasso van Hogeschool Utrecht organiseert op woensdag 26 juni de conferentie 'Vroegsignalering'. Het gaat daarbij om het tijdig signaleren van schulden bij burgers. Vroegsignalering is al jaren een belangrijk onderwerp op het terrein van de schuldhulpverlening. Tal van gemeenten hebben een vorm van vroegsignalering ontwikkeld. Daarbij hanteren steeds meer gemeenten de zelfredzaamheid van burgers als allesoverheersend principe. Vroegsignalering is echter een beweging van de overheid naar de burger toe. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar? De bijeenkomst is bedoeld voor professionals die zich bezighouden met schuldhulpverlening en/of het voorkomen van huisuitzetting en die werkzaam zijn bij gemeenten, woningcorporaties, maatschappelijke instellingen of deurwaarderskantoren. Datum: Woensdag 26 juni Tijd: 13.00 - 18.00 uur Plaats: HU Domstad, Koningsbergerstraat 9 in Utrecht. www.schuldenenincasso.nl

Congres Verlies en conflict Het lectoraat Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening van Hogeschool Utrecht organiseert op 10 september het congres 'Verlies en conflict: communicerende vaten', in samenwerking met enkele partners. Datum: Dinsdag 10 september Tijd: 12.30 – 17.00 uur Plaats: HU Domstad, Koningsbergerstraat 9, Utrecht


Huridisch 29