Issuu on Google+

Kwartaalmagazine voor alumni en de beroepspraktijk van het Instituut voor Recht van Hogeschool Utrecht. november 2012

28

THEMA: DE INVLOED VAN MEDIA OP RECHT VICE VERSA MEER CAMERA’S LEVEREN NIET MEER BEGRIP | 12 VRAGEN AAN PERSRECHTER WAGENMAKERS | WISSELWERK | BUITEN JE BOEKJE OP FACEBOOK


VOORAF

K O R T K O R T

ALERT Dit nummer van HUridisch heeft als thema de invloed van media op het recht. Nu heeft media overal veel invloed op, dus ook op het recht. Ik moest denken aan een artikel in het AD van een paar weken terug. Op de voorpagina stond met enorme letters dat bellen en sms’en in de auto zwaarder beboet gaat worden. Tienduizenden agenten hebben de opdracht om extra alert te zijn op automobilisten die zich aan dit vergrijp schuldig maken. De pakkans gaat dus flink omhoog met bijbehorende verhoogde boete. Helaas moet ik toegeven dat ik één van die automobilisten ben die, zeer zelden natuurlijk, in de auto nog gauw wat regelt. Met het thuisfront of met collega’s.

Schuldenproblematiek verslaafde delinquenten

Nieuw instituut vervangt Commissie Gelijke Behandeling

In september startte een groot onderzoek naar de schuldenproblematiek bij verslaafde delinquenten. Docenten van de opleidingen Sociaal Juridische Dienstverlening en Maatschappelijk Werk en Dienstverlening maken deel uit van het interdisciplinaire onderzoeksteam. Daarnaast werkt ook een groep studenten mee. Voor verslaafde delinquenten zijn doorgaans weinig mogelijkheden voor een oplossing via een schuldregeling of -sanering. En de schuldhulp is in de vele Nederlandse gemeenten heel verschillend georganiseerd. Daarom laat de SVG (Stichting Verslavingsreclassering GGz) onderzoek doen naar de schuldenproblematiek en de schuldhulpverlening onder haar cliënten. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van drie lectoraten van het Kenniscentrum Sociale Innovatie: Werken in Justitieel Kader, Rechten (schulden en incasso) en Regie van Veiligheid.

Begin oktober is de Commissie Gelijke Behandeling opgegaan in het College voor de Rechten van de Mens. Het nieuwe college krijgt meer taken dan de oude commissie. Het gaat onder andere actief op zoek naar misstanden op het gebied van de mensenrechten. Alle taken van de Commissie Gelijke Behandeling, die achttien jaar toezag op de naleving van de Algemene wet gelijke behandeling, zijn overgeheveld naar het College voor de Rechten van de Mens. Dat wil zeggen dat het nieuwe college oordelen blijft uitspreken in al dan niet vermeende discriminatiezaken die te maken hebben met ras, geslacht, godsdienst, etnische afkomst of seksuele geaardheid. Het college gaat tegelijk in breder verband kijken naar de rechten van de mens. Het college heeft vier aandachtsgebieden: het naleven van de mensenrechten in de ouderenzorg, op de werkvloer, in de zorg voor de vreemdeling in ons land en in de gehandicaptenzorg.”

Afscheid Frans Verboekend Frans Verboekend, oprichter van de opleiding Sociaal Juridisch Dienstverlening (1989), is met pensioen. Op 4 oktober jl. hield hij zijn afscheidscollege, met een keur aan onderwerpen en gelardeerd met de nodige kwinkslagen. Bij zijn indiensttreding als docent, in 1972, hoorde hij tot zijn verrassing “Je bent dan wel socioloog, maar je bent hier niet om sociologie te geven.” Al snel begreep hij zijn onderwijsopdracht: hij was er om de studenten een juiste beroepshouding mee te geven. Dat onderwijs bestaat volgens Frans uit drie onderdelen: het bekende kwalificeren, het lastige selecteren en het ondergewaardeerde socialiseren. Bij het selecteren hanteerde hij de methode van een van zijn oude leermeesters professor Henk Becker. “Als de staart van het varken geknipt moet worden, kun je dat in zeven stukjes doen, maar ook in één keer.” Meer lezen over deze bijzondere man? Kijk op http://tinyurl.com/94xta6b.

En dan denk je toch de dag na het verschijnen van zo’n artikel: Laat ik dat nu maar even niet doen. Ik zie het al voor me. Sta je in die eindeloze rij auto’s die De Uithof af wil. Tikt er ineens een agent op je autoruit: “Mevrouwtje, mevrouwtje u bent toch niet aan het sms’en?” Dat zal mij niet overkomen. Ik wacht wel even tot ik thuis ben. De grap is dat ik al weken geen agent gezien heb. Laat staan dat er op mijn autoruit is getikt. Van niemand heb ik gehoord dat hij of zij betrapt is op mobiele handelingen achter het stuur. Nu twijfel ik zelfs of die tienduizenden agenten wel de opdracht kregen extra alert te zijn. Was dit alles een goede publiciteitsstunt om juist automobilisten alerter te krijgen en zo de verkeersveiligheid te vergroten? Bij mij heeft het in elk geval gewerkt. Ik ben weer doordrongen van het feit dat bellen of sms’en in de auto geen goede combinatie is. De invloed van media is groot. Zo ook bij het handhaven van regelgeving. Ik wens u veel leesplezier!

Door Thea van Rooij

751 studenten bij het IvR

THEMA: DE INVLOED VAN MEDIA OP RECHT VICE VERSA

INHOUD

Serious gaming en schulden

4

Wisselwerk

6

Onderzoekend: Social media en recht

7

12 vragen aan de persrechter

8

Carrière: Voor een veiligere samenleving 10

Serious gaming inzetten om schulden onder jongeren te voorkomen. Dat is het doel van het onderzoeksproject dat wordt uitgevoerd onder leiding van Nadja Jungmann, lector Schulden en Incasso van het lectoraat Rechten. In de Verenigde Staten blijkt de inzet van serious games (spelletjes met een educatief doel) effectief te zijn. Het inzetten van games biedt de mogelijkheid om jongeren op een andere en leukere manier financiële vaardigheden aan te leren. De inzet van serious games staat in Nederland echter nog in de kinderschoenen. Het lectoraat Rechten werkt samen met de gemeente Rotterdam aan een plan om jongeren die extra risico lopen op financiële problemen op te leiden tot een groep vakdeskundigen op het vlak van serious gaming. Zij worden verantwoordelijk voor de ontwikkeling en vormgeving van een serious game. Bij andere jongeren peilen ze welke elementen sowieso aanwezig moeten zijn in dit spelletje. Dit doen zij in samenwerking met geselecteerde studenten van Hogescholen. De studenten worden gevoed met de wetenschappelijke inzichten en krijgen begeleiding van professionals uit de wereld van serious gaming en financiële preventie. Meer informatie op www.socialeinnovatie.hu.nl

Uit de luiers!

11

Recensie

11

Agenda

12

Colofon HUridisch is het magazine voor alumni en de beroepspraktijk van de opleidingen Sociaal Juridische Dienstverlening, HBO-Rechten en Kandidaat-Gerechtsdeurwaarder van Hogeschool Utrecht. Postbus 85397 3508 AJ Utrecht T 088-481 81 81 Redactie Paul van Grinsven, Lidwien van der Pas, Louis Logister, Joost Welten. Hoofd- eindredactie Hogeschool Utrecht Marketing & Communicatie, Chantal Martini

Aan het begin van het studiejaar 2012/2013 zijn 751 studenten gestart met een juridische opleiding aan het Instituut voor Recht. In totaal zijn in het studiejaar 2011/2012 290 studenten afgestudeerd. Zij dragen nu de titel Bachelor of Law.

2

Meer camera’s leveren niet meer begrip

3

Fotografie Femke van den Heuvel, tenzij anders vermeld. Redactiesecretariaat Samantha van der Heijden samantha.vanderheijden@hu.nl Vormgeving Troost communicatie Druk Grafisch Bedrijf Tuijtel B.V. Redactielid worden? HUridisch wordt gemaakt door studenten, alumni en docenten. Heb je zin om mee te denken en te schrijven? Bel of mail naar het redactiesecretariaat.


MEER CAMERA’S LEVEREN NIET MEER BEGRIP Meer beeld, meer begrip is de redenering. Volgens Miek Smilde past de proef met de camera’s bij een modern mediabeleid. Net als twitteren en facebook. Maar of het meer begrip oplevert? De gerechten gaan rechtszaken uitzenden. Voorlopig als proef. Niet de grote zaken, maar vooral gewone. Niet alleen strafzaken, maar ook civiele. ‘Om misverstanden weg te nemen’, legde Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, op televisie uit. Meer beeld leidt tot meer begrip, is blijkbaar de gedachte. Met het (vrijwel) rechtstreeks uitzenden van rechtszaken komen de gerechten tegemoet aan de aanbevelingen uit het rapport Rechtspraak in beeld dat de commissie Van Rooy in oktober 2011 uitbracht naar aanleiding van het Wilders-proces. Daarin concludeerde de commissie dat gerechten welwillender moeten omgaan met verzoeken van de pers om in de rechtszaal te filmen. De bestaande persrichtlijn wordt om die reden aangepast. Het is de bedoeling dat tv-camera’s in de toekomst meer mogen filmen dan alleen de opkomst van de rechtbank en het requisitoir van de officier van justitie.

DE PUBLIEKE OPINIE WORDT GEVORMD DOOR BEELDEN, NIET DOOR FEITEN

Geruchtmakende zaken zullen vaker dan voorheen live worden uitgezonden.

jongetje Nouafel in Utrecht leidde eind september tot ongeloof en woede.

Anders dan de eindeloze reeks symposia, lezingen, boeken en documentaires doet geloven, is de discussie over camera’s in de rechtszaal en de verhouding tussen media en recht niet nieuw. Al twintig jaar geleden, in 1992, promoveerde de (inmiddels overleden) televisiejournalist en jurist Rolph Pagano op het proefschrift Recht op t.v. waarin hij zich een vurig voorstander toonde van camera’s in de rechtszaal. De publieke opinie zou een positieve invloed kunnen uitoefenen op de kwaliteit van het recht, zei Pagano destijds in een interview met het juridische faculteitsblad Alibi. ‘Een goed geïnformeerd publiek is noodzakelijk voor het handhaven van de rechtsstaat.’ Sindsdien zijn er talloze initiatieven ondernomen om de vooronderstelde kloof tussen publiek en rechtspraak via de media te overbruggen. Hilversum produceerde het ene televisieprogramma na het andere, zoals Is recht recht? Zestien miljoen rechters, De Rijdende rechter en De rechtbank.

Nieuws is een verhaal Of betere relaties met de media en nog meer camerabeelden dit soort gevoelens van onbegrip zullen wegnemen, durf ik te betwijfelen. Journalisten hebben er namelijk geen belang bij meer begrip te kweken voor rechterlijke uitspraken. Anders dan veel rechters (nog steeds) denken is informatieverstrekking of waarheidsvinding ook helemaal geen taak van de journalistiek anno 2012. Journalisten is het maar om één ding te doen en dat is nieuws. Nieuws is een verhaal. Dat verhaal kan te maken hebben met feiten, maar dat hoeft niet. Feiten hebben immers maar heel even nieuwswaarde. Als de aandacht wegebt, moet er wat anders voor in de plaats komen. Journalisten gaan vanaf dat moment de feiten in een bepaald kader zetten (framen zoals dat heet), afhankelijk van het medium waarvoor zij werken. Die kaders bepalen uiteindelijk het beeld dat bij het publiek blijft hangen, niet de daaronder liggende feiten. En op basis van dat beeld vormt het publiek zich vervolgens een mening, niet op grond van de uitspraak van de rechter.

De gerechten investeerden nog meer in persrichtlijnen, communicatieadviseurs en mediatrainingen. Het leidde vooralsnog niet tot meer begrip voor de rechtspraak of de hoogte van de uitgedeelde straffen. Incidenten bleven de publieke opinie bepalen. Het tussentijdse verlof en de daarop volgende vlucht van de voor mensenhandel veroordeelde Saban B. leidde tot een golf van verontwaardiging. Paginagrote advertenties van een ondernemer in de zogeheten Chipsolzaak voedden het vooroordeel dat rechters een gilde vormen van mensen die elkaar de hand boven het hoofd houden. De vrijspraak na de dood van het driejarige

4

In de evaluatie van de persrichtlijn 2008 die vorig jaar verscheen, worden drie rechtszaken beschreven die veel mediaaandacht trokken: de zaak Saban B., de (civiele) zaak van het zeilmeisje Laura Dekker en de strafzaak tegen de Bossche zwemleraar Benno L. Onderzoekers van de Rotterdamse Erasmusuniversiteit en de Universiteit van Amsterdam onderzochten hoe vaak over de zaken werd gesproken en geschreven en op welke momenten dat gebeurde. Uit het onderzoek bleek duidelijk hoe belangrijk het

Foto Bram Budel / Hollandse Hoogte

VANAF HET VOORJAAR 2013 GAAN DE GERECHTEN BEELDEN VAN RECHTSZITTINGEN UITZENDEN VIA INTERNET. DE UITZENDINGEN VAN ‘RECHTBANK TV’ MOETEN ERVOOR ZORGEN DAT EEN BREED PUBLIEK DE RECHTSGANG BETER BEGRIJPT.

moment van framing is voor de beeldvorming. In de zaak Saban B. reageerden de rechters wat dat betreft niet adequaat. Pas een paar dagen na de ontvluchting verscheen de president van het gerechtshof in Arnhem op televisie om uit te leggen wat er precies was gebeurd. Te laat, concludeerden de onderzoekers in de evaluatie. Het beeld van een falende rechterlijke organisatie was al geframed. Extra uitleg en informatie hadden totaal geen effect meer. Tevergeefs Hetzelfde gebeurde in de zaak tegen Benno L. Nog voor het begin van de strafzaak was daar (mede dankzij het optreden van het Openbaar Ministerie) het beeld neergezet van een ontoerekeningsvatbare verkrachter die op grote schaal zwakbegaafde kinderen had misbruikt en die nooit meer op vrije voeten

mocht komen. Ondanks de eis van het OM kreeg L. echter geen TBS, omdat de kans op herhaling gering werd geacht. De Bossche persrechter probeerde later tevergeefs het vonnis (zeven jaar gevangenisstraf) uit te leggen, maar in de ogen van het publiek stond de schuld van de zwemleraar al lang vast. En was de straf, natuurlijk, veel te laag. Heeft het dan helemaal geen zin om het recht en de rechtspraak in de media uit te leggen? Moeten de gerechten hun deuren sluiten voor twitterende journalisten en stoppen met het versturen van persberichten over belangrijke rechtszaken? Nee, natuurlijk niet. Bij een professionele organisatie hoort een modern mediabeleid. Goed getrainde persrechters, een facebookpagina, live stream internet en interviews in de krant, het hoort er allemaal bij. Het kan best eens

5

verfrissend zijn een rechter aan de tafel bij RTL- Boulevard te zien in plaats van altijd weer diezelfde advocaat. De rechtspraak is openbaar en moet toegankelijk zijn voor iedereen. Dat betekent dat rechters moeten kunnen uitleggen wat ze doen en waarom ze dat zo doen. Het is echter naïef om te veronderstellen dat journalisten er vervolgens wel een leuk, informatief en feitelijk juist stukje van maken opdat het grote publiek meer begrip krijgt voor de rechtspraak. Er is maar één beroepsgroep die dat begrip kan kweken en dat zijn de rechters zelf. Door Miek Smilde Mr. drs. Miek Smilde is juridisch onderzoeksjournalist en schrijver. Zij treedt ook op als intervisor binnen de rechtspraak en de advocatuur.


W I S S E LW E R K

In deze rubriek staat een docent centraal die naast Hogeschool Utrecht nog een andere werkkring heeft. De focus ligt op de kruisbestuiving tussen de verschillende werkzaamheden.

ONDERZOEKEND

NIENKE GERMERAAD EN SASKIA LENSINK ZIJN DERDEJAARS HBO RECHTEN. VOOR HET VAK ONDERZOEK DEDEN ZIJ VORIG STUDIEJAAR ONDERZOEK NAAR DE RELATIE TUSSEN SOCIAL MEDIA EN RECHT.

“Sinds 1996 werk ik vier dagen per week als docent recht bij de opleiding SJD. Mijn corebusiness is privaatrecht. Daarnaast heb ik met een compagnon ‘Lemaier & Van Tongeren bedrijfsadviseurs en mediators’ opgericht. We hebben elkaar tijdens de studie Rechten leren kennen en zijn onze samenwerking begonnen in 1987. De meeste klanten zijn afkomstig uit het MKB. Maar ook particulieren kloppen bij ons aan; meestal voor arbeidskwesties. Soms als ze een uitvinding hebben gedaan. Hun primaire doel is dan om hun product op de markt te krijgen. Daarnaast willen ze bescherming van hun rechten. Zo hebben we een klant geadviseerd die een verf met antislipwerking, voor in douche en bad, had ontwikkeld. Die verf is daarna op de markt gekomen. Ons werk bestaat grotendeels uit het opstellen van contracten, het begeleiden van onderhandelingstrajecten en het beoordelen van jaarrekeningen om te bezien hoe het verder moet met een bedrijf. We doen ook ontslagzaken: ik werd net gebeld door een cliënt die een probleem heeft met een werknemer. De markt heeft ons doen besluiten een postdoctorale opleiding Alternative Dispute Resolution - ofwel mediation te volgen. Dat sluit perfect aan bij onze werkwijze. We zijn een soort eerstelijnshulpverlener.” Van huis uit ben ik onderwijzer en ik vind het nog steeds erg leuk om te onderwijzen. Ik heb gesolliciteerd bij SJD vanwege de aandacht voor belangenbehartiging, die sprak én spreekt mij zeer aan. Het mes snijdt nu aan twee kanten: door mijn vak over te dragen, maak ik me de stof nog beter eigen en de studenten profiteren van mijn praktijkvoorbeelden. Bovendien voel ik, door mijn onderwijservaring, bij cliënten snel aan waar de onduidelijkheden zitten. Ik kan het hun goed uitleggen zonder dat het direct een college wordt. Het werk als adviseur stimuleert me ook om mijn vak bij te houden. Als je dat een paar jaar verzaakt, kun je net zo goed suppoost worden in het spoorwegmuseum.

“ALS JE EEN PAAR JAAR JE VAK NIET BIJHOUDT, KUN JE NET ZO GOED SUPPOOST WORDEN IN HET SPOORWEGMUSEUM” Ik vraag me af hoe iemand in het hbo kan functioneren zonder praktijkervaring. Als je de theorie alleen uit de boeken kent, mis je een dimensie – en de student dus ook. Ik zou er voorstander van zijn te eisen dat elke docent een aantal jaren in de praktijk werkzaam is geweest.” Door Lidwien van der Pas

Nienke: “Stel je voor dat een van je werknemers zich ziek heeft gemeld, en dat je er vervolgens via een strandfoto op Facebook achter komt dat hij op vakantie is in Spanje. Saskia en ik vonden dit een interessant onderwerp om juridisch meer over te weten te komen. De vraagstelling hebben we toegespitst op werknemers van Hogeschool Utrecht.” Saskia: “We hebben onderzocht in hoeverre ontslag door handelingen op social media conform de wetten omtrent ontslagrecht en het recht op vrijheid van meningsuiting is. Het zoeken naar literatuur en jurisprudentie over social media viel niet mee, omdat het zo nieuw is.” Nienke: “Het doel van ons onderzoek was het informeren, of adviseren, van Hogeschool Utrecht over hoe zij haar werknemers kan voorlichten over de problemen die privéhandelingen op social media kunnen opleveren voor de arbeidsrelatie.” Saskia: “Social media is vrij nieuw. Steeds meer mensen maken er gebruik van. Bedrijven gaan ook steeds meer gebruik maken van social media om werknemers in de gaten te houden. Het is daarom belangrijk voor de werknemer om te weten wat de gevolgen kunnen zijn van zijn handelingen op social media. Voor de werkgever is het belangrijk om te weten of een werknemer mag worden ontslagen wanneer hij bepaalde informatie online heeft geplaatst.”

Nienke: “Ik vond onderzoek doen lastiger dan ik in eerste instantie had gedacht. Dit komt vooral omdat wij een onderzoek hebben gedaan naar een vrij nieuw onderwerp. Ik heb geleerd wat voor nut zo’n onderzoek in de praktijk kan hebben.” Saskia: “Het onderzoek heeft mij geleerd dat je inderdaad erg voorzichtig moet zijn met wat je online plaatst. De moraal van het verhaal is dat je eigenlijk niks over je werk online moet zetten. Dan kan je er ook geen gedoe over krijgen.” Saskia: “Het doen van onderzoek is niet mijn favoriete bezigheid. Het is te theoretisch en het is heel veel werk. Het eindresultaat mag er zijn, maar de weg daar naartoe was lastig. Het is goed om het sowieso één keer gedaan te hebben, maar heel belangrijk vind ik het niet. Het

7

is meer iets wat thuishoort op de universiteit.” Nienke: “Als hbo-jurist ben je vooral gericht op de praktijk. Het lijkt mij dan ook vanzelfsprekend dat het belangrijk is om als hbo-jurist onderzoeksvaardigheden te leren. Het betreft namelijk onderzoek dat zinvol is voor de maatschappij; onderzoek waarmee echt iets gedaan kan worden.” Door Louis Logister


UITGELICHT

In principe zouden de vonnissen die worden uitgesproken door de rechters duidelijk moeten zijn. Soms behoeven deze echter verheldering. En dan komt de persrechter, vaak letterlijk, in beeld. De Utrechtse persrechter Peter Wagenmakers beantwoordt 12 prangende vragen over zijn dagelijkse praktijk. Bij de kennismaking stelt persrechter Wagenmakers zich ietwat terughoudend op. Alsof hij zichzelf, de interviewer en de fotografe nog wat tijd gunt om hun posities in te nemen. Daarna beantwoordt hij de vragen zonder enige aarzeling. Deelt een persrechter zijn kennis met de samenleving? “Nee, dat doe ik niet. Mijn taak is om toelichting te geven op vonnissen die door collega’s worden gewezen. Op zichzelf zouden die vonnissen al duidelijk moeten zijn. Soms is het nodig om die te verhelderen. Dat kan via een persbericht of een inhoudelijke toelichting waarbij we het vonnis bijvoorbeeld vergelijken met eerdere zaken of in een bepaald kader proberen te plaatsen. Een andere keer is

Peter Wagenmakers heeft rechten gestudeerd in Utrecht en de opleiding in de rechterlijke macht (raio) gevolgd in Roermond. Hij is rechter geweest in de rechtbank Den Haag, het Gemeenschappelijk Hof van de Nederlandse Antillen en op Aruba en Curacao, bij het Gerechtshof Amsterdam en momenteel bij de rechtbank Utrecht. Hij is strafrechter en teamvoorzitter in de strafsector, en daarnaast ook persrechter. Ook is hij voorzitter van een paar geschillencommissies.

12 VRAGEN AAN PERSRECHTER WAGENMAKERS de informatie al bekend, maar hebben de journalisten behoefte aan een quote voor radio of televisie. Het delen van kennis gebeurt door woordvoerders die meer thematisch bezig zijn.” Voldoet u hiermee aan de roep van de mondige burger om verantwoording over uw beslissingen af te leggen? “Uitgangspunt is dat vonnissen worden gewezen op eigen gezag. Daarin wordt die verantwoording afgelegd. Niettemin proberen we door helder taalgebruik daar aan bij te dragen.” Is het begrip, voor of het beeld over de rechtspraak, door het verschijnsel persrechter verbeterd? “Het begrip is zeker vergroot. Uit onderzoek blijkt ook dat er bij het publiek groot vertrouwen in de rechtspraak is.” Persrechters halen met enige regelmaat het Journaal of RTL nieuws. Vooral als het gaat om opzienbarende strafzaken. Zijn dat voor u de krenten in de pap? “Zeker is dat leuk, maar het is een kleine fractie van het werk. De brede moot aan zaken haalt de televisie juist niet, maar is even belangrijk. Bijvoorbeeld kleinere

zaken waarvoor de lokale pers belangstelling toont. Of verzoeken om achtergrondinformatie door andere belangstellenden zoals jullie.” Wat is er lastig aan het werk? Lukt het u het juridisch jargon te vermijden? “Je probeert het in gewone taal uit te leggen. Maar bij doorvragen wordt dat een stuk lastiger. Verschillen zitten hem vaker in de nuances, en dan kom je er niet onderuit om juridisch jargon te gebruiken.” Moeten rechters zich op sociale media begeven? “Dat is niet met ja of nee te beantwoorden. Een paar collega’s bloggen of twitteren. Je moet er als rechter voorzichtig mee omspringen, omdat jouw informatie nog jarenlang op internet blijft staan. Toch is het goed daarin mee te gaan. Laatst constateerde een collega een verkeerde uitleg van een grote zaak in een landelijke ochtendkrant. Met zijn twitteraccount boekte hij meteen succes. Ook de journalist belde meteen met de vraag waarom hij zijn stuk onderuit haalde. Bij verkeerde beeldvorming vragen wij sowieso om te rectificeren. En dat gebeurt dan vaak ook.” Is het zijn van persrechter een aparte professie? “Het bestuur van de rechtbank selecteert je voor deze nevenfunctie. Je krijgt een mediatraining en oefent met het schrijven van stukken tekst. Het meest lastig vind ik een interview op televisie. Het is een heel direct medium waarbij uitvergroot kan worden wat je zegt.” Welke zaak staat u het meest nabij in juridische en in emotionele zin? Het is de eerste keer dat Wagenmakers langer moet nadenken. Hij haalt de door een collega behandelde zaak van het zeilmeisje aan. “De Raad voor de

9

Kinderbescherming verzocht de rechter om de ouders onder toezicht te stellen. Voordat naar buiten werd getreden vond er in teamverband overleg plaats met de afdeling communicatie erbij. Emotioneel zijn de zware verkeersongevallen met fatale gevolgen. Je hebt niet van doen met criminelen, maar met bijvoorbeeld een truckchauffeur die een klein kind heeft doodgereden.” U heeft vast gehoord van de commotie rondom de Chipsholzaak. Hoe zou uw opstelling zijn geweest als de pers u in een soortgelijke zaak confronteert met veronderstelde belangenverstrengeling van rechters? “Dat ontrekt zich veelal aan mijn taak als persrechter. Dit hoort meer thuis bij de President van de rechtbank of de Raad voor de Rechtspraak. Ik geef alleen toelichting op een concrete zaak zelf.” Is de pers uw grootste vriend? “De contacten met de pers zijn door de bank genomen prettig en professioneel. Soms ontstaat er onjuiste beeldvorming doordat een advocaat de zaak vanuit zijn rol eenzijdig belicht. We kunnen daar dan objectieve informatie tegen over stellen.” Waarom staat u de pers te woord in burgerkleding? “Tijdens ambtsverrichtingen draag je een toga. De contacten met de pers vallen daar niet onder. Jasje/dasje volstaat.” Waarom moeten we trots zijn op de rechtspraak in Nederland? “Ze is volstrekt onafhankelijk, toegankelijk voor de burgers en je kunt er je recht goed halen.” Door Paul van Grinsven


CARRIÈRE

VOOR EEN VEILIGERE SAMENLEVING Annemiek Bengel begon in 2002 als stagiaire bij Reclassering Nederland, regio Breda-Middelburg. “De reclassering zet zich in voor een veiligere samenleving. Ik draag daar mijn steentje aan bij en dat is prachtig werk.” Na haar studie Maatschappelijk Werk kwam ze in dienst als reclasseringswerker. In 2009 studeerde zij af als deeltijdstudent HBO-Recht. Met dat diploma op zak solliciteerde ze naar de functie van beleidsmedewerker. Begin dit jaar werd ze gevraagd als landelijk portefeuillehouder Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (pilot BIJ). Deze pilot steunt burgemeesters bij het voorkomen van problemen in de sfeer van de openbare orde en veiligheid bij de terugkeer van ernstige geweld- en zedendelinquenten. Annemiek heeft hierin een adviserende rol. Vragen die onder andere spelen zijn: Welke rol kan de reclassering spelen? Welke bestuursrechtelijke mogelijkheden heeft een burgemeester?

DE PUBLIEKE OPINIE WORDT GROTENDEELS GEVORMD DOOR MEDIA EN POLITIEK

“Het werken in het gedwongen kader trekt mij. Het is een uitdaging een traject te starten met iemand die vaak weinig zin in jou heeft. Als je die dan weet te motiveren, geweldig. Een andere belangrijke taak van de reclasseringswerker is het opstellen van adviesrapportages. Als de Officier van Justitie het delict niet kan matchen met de verdachte bijvoorbeeld, dan doen wij onderzoek. Voor mijn beroep is de opleiding HBORecht echt een meerwaarde. Eén van de vakken waar ik veel aan heb, is Bestuursrecht. Ik kan reclassering en gemeenten beter adviseren en weet waar de grenzen van de wet liggen. Zeker bij het uitvoeren van mijn taken binnen de pilot BIJ komt die kennis goed van pas.” Als er berichten verschijnen over Reclassering Nederland dan gaat het regelmatig over zedendelinquenten. Zij vormen vanwege de mogelijke maatschappelijke onrust die zij kunnen veroorzaken een mediagevoelige groep. “De publieke opinie wordt grotendeels gevormd door media en politiek. Soms ontbreekt daarin de nuance. We merken vaak dat we als reclassering worden uitgenodigd om te reageren op deze maatschappelijke vraagstukken en dat is goed. Wij hebben een gedegen verhaal, onderbouwd met onderzoek.” “Als beleidsmedewerker vertaal ik landelijke beleidslijnen naar de regionale praktijk. Beleidslijnen zijn bijvoorbeeld de aanpak van overvallers, huiselijk geweld en de wet op de identificatieplicht. Je kunt je voorstellen dat de aanpak van dit soort zaken in een grote stad anders is dan op het platteland.” Annemiek begeleidt af en toe nog cliënten. “Mensen die na detentie hulp nodig hebben bij het opbouwen van hun leven, kloppen aan bij de gemeente. De gemeente schakelt dan vaak de reclassering in. Die begeleiding is een mooi onderdeel van ons werk. En voor mij is het goed om op de hoogte te blijven van de dilemma’s die de reclasseringswerker in de praktijk ervaart.”

RECENSIE

COLUMN UIT DE LUIERS!

RECHT EN ETHIEK IN KORT BESTEK Auteur: Recensent: Bestellen:

Edward Schotman Louis Logister www.bju.nl

Voor de sociale hbo-opleidingen zijn er meerdere geschikte studieboeken over beroepsethiek voorhanden. Voor de hbo-rechtenstudie was dit tot voor kort nog niet zo. Het vorig jaar verschenen boek Recht en ethiek in kort bestek vult deze lacune. In zo’n honderd pagina’s geeft Edward Schotman een overzicht van de belangrijkste ethische theorieën en zoomt hij in op de begrippen rechtvaardigheid en integriteit. Bij elk van deze onderwerpen schetst Schotman kort het belang ervan voor het recht. Vaak wordt bij de uitleg van een theorie gebruik gemaakt van een actuele gebeurtenis die geïntroduceerd wordt door een krantenartikel. Elk hoofdstuk eindigt met vragen en opdrachten.

Recht is meer dan een vak: het is ook een levenshouding. Wie rechten studeert, doet niet alleen kennis en inzichten op maar staat ook op een specifieke manier in het leven. Een woord is een woord, een afspraak is een afspraak en een termijn is een termijn. Wie het recht verstaat, heeft respect voor regels. Daardoor kan hij geschillen op een zakelijke manier beslechten, met een verwijzing naar eerder gemaakte afspraken. Zo simpel is het. Op papier althans, want de praktijk is weerbarstig. In een samenleving die steeds meer individualistisch wordt, zijn regels er vooral voor de anderen. Ik ben natuurlijk de koning, als ik God al niet ben. Ik heb een status aparte. De bijzondere omstandigheden waarin ik verkeer, rechtvaardigen een uitzondering op de regels. Voor studenten die in deze wereld opgroeien, wordt het daarom steeds moeilijker om de studie rechten onder de knie te krijgen. Doceren krijgt hierdoor steeds meer het karakter van opvoeden.

Vaak gebruikt de auteur een vreemde volgorde bij de onderwerpen die hij behandelt. In het eerste hoofdstuk worden de basisbegrippen van de ethiek uiteengezet. Na een beschrijving van de moraal volgt pas een begripsbepaling van normen en waarden die toch de onderdelen vormen van de moraal. Ook bij de beschrijving van de deugdethiek, de gevolgenethiek en de plichtetiek begint Schotman bij de laatste Deze chronologisch omgekeerde volgorde is eigenaardig omdat een latere theorie ook goed begrepen kan worden als een reactie op een voorafgaande. Bij de uiteenzetting van de deugdethiek stelt Schotman als nadeel dat deze theorie geen kant en klare antwoorden geeft. Hij geeft hier geen voorbeelden van en veronachtzaamt ook de huidige populariteit van de deugdethiek binnen de beroepsethiek.

Bij het begin van een werkcollege leg ik aan de studentenu it dat ze tijdens de les niet met hun mobiele telefoon mogen spelen. Ik zeg hen hun mobiele speeltjes in hun tas te stoppen. Toch ben ik de eerste vijf minuten van de les nog herhaaldelijk bezig om studenten tot de orde te roepen. Daarna verander ik van strategie - zoals ik aan het begin van de les al aankondigde. Een studente die een sms tikt, moet haar telefoon inleveren. Ze protesteert hevig met als argument: “Maar u had mij nog niet gewaarschuwd.” Voor haar gelden de regels niet, denkt ze.

Ondanks deze kritische opmerkingen verdient de auteur lof omdat hij erin is geslaagd een bruikbaar boek voor het vak beroepsethiek voor de hbo-rechtenstudie te schrijven.

Wie neemt het een eerstejaars kwalijk dat deze nog niet de professionele attitude van een jurist heeft? Echt zorgen baren me de vierde-, vijfde- en zesdejaarsstudenten die denken dat regels en termijnen rond toetsen en werkstukken op hen niet van toepassing zijn. Ze strijden niet met de wapens van een jurist, maar met de tranen van ellende. Ze verwachten een uitzondering op de regels omdat hun vooropleiding in Verweggistan ontoereikend is geweest, omdat hun tante plots een TIA heeft gekregen, of omdat hun boezemvriend zijn bruiloft viert. Bij mij zijn ze aan het verkeerde adres. Het is mijn taak om hen tot professionals op te leiden, niet tot huilebalkende slachtoffers. Studenten: Uit de luiers! Door Joost Welten

Door Chantal Martini

10

11


INSTITUUT VOOR RECHT LANDELIJKE STUDIEMIDDAG

CONGRES 7 DECEMBER:

'VOORKOMEN VAN HUISUITZETTING'

BESCHERMINGSBEWIND KANSEN OF BEDREIGINGEN?

20 november 2012, Hogeschool Utrecht

In Nederland bestaan twee soorten bewind. Meerderjarigen bewind en WSNP (Wet Schuldsanering Natuurlijk Personen) bewind. Het meerderjarigen bewind wordt ingesteld als een natuurlijk persoon niet langer zijn financiële handelingen kan overzien. Sinds 2000 is het aantal personen dat jaarlijks onder bewind wordt gesteld meer dan verdrievoudigd. Tot 2010 werden de aantal toekenningen tot beschermingsbewind geregistreerd in het CBS. We weten dat de teller toen op 25.500 aanvragen per jaar stond (ten opzichte van een miniem uitstroompercentage wat vrijwel alleen maar wordt bewerkstelligd door het overlijden van de onderbewindgestelde).

De landelijke studiemiddag ‘Voorkomen van huisuitzetting’ vindt plaats op dinsdag 20 november bij Hogeschool Utrecht. De bijeenkomst wordt georganiseerd door het Kenniscentrum Sociale Innovatie, het Onderzoekscentrum Maatschappelijke Zorg van het UMC St. Radboud en het Leids Congres Bureau. Preventie van huisuitzettingen is belangrijk bij het voorkomen van dakloosheid en sociale uitsluiting. Bovendien brengen huisuitzettingen hoge maatschappelijke kosten met zich mee. Steeds meer gemeenten en woningcorporaties zetten zich in voor bewoners in moeilijkheden en bieden hen een tweede kans. Tijdens dit middagsymposium gaat men in op do’s en don’ts bij het voorkomen van huisuitzettingen en goede voorbeelden van succesvolle preventie. Doelgroep Deze studiemiddag is bedoeld voor woningcorporaties, maatschappelijk werk, maatschappelijke opvang, managers en medewerkers van GGD’s, RIBW’s, GGZ-instellingen, verslavingszorg, politie, wethouders, beleidsmedewerkers en afdelingshoofden Sociale Zaken. Tijdstip en locatie Dinsdag 20 november, van 12.30 tot 17.00 uur. Hogeschool Utrecht, Heidelberglaan 7, Utrecht (de Uithof). Kosten De kosten voor het bijwonen van de studiemiddag bedragen € 150,00 p.p. (excl. BTW). Wilt u met vijf of meer personen deelnemen? Profiteer dan van onze groepskorting (elke 5e deelnemer gratis), en stuur ons een e-mail met uw aanmeldingsgegevens. Aanmelden en meer informatie op www.leidscongresbureau.nl/huisuitzetting

VOORLICHTINGSDAGEN 2012/2013 Om meer te weten te komen over de juridische opleidingen van het Instituut voor Recht (Sociaal Juridische Dienstverlening, HBO-Rechten en kandidaat-gerechtsdeurwaarder) nodigen wij u graag uit voor het bezoeken van een open dag. Tijdens deze dag kunt u een algemene presentatie verwachten over de opleidingen en daarnaast uw vragen stellen aan docenten en studenten. Zaterdag 10 november 2012 van 10.00 tot 15.00 uur Zaterdag 9 maart 2013 van 10.00 tot 15.00 uur Donderdag 6 juni 2013 van 16.00 tot 20.00 uur Dinsdag 27 augustus 2013 van 17.00 tot 20.00 uur Meer informatie staat op www.hu.nl

Daarna is er toch een enorme toename van onderbewindgestelden te bemerken. Doordat de schuldhulpverlening minder gelden kreeg toegekend, werden meer gemeenten selectief in hun toelatingsbeleid. Zodoende werden meer burgers niet direct meer geholpen. Ketenpartners zochten alternatieven en hebben deze gevonden in het aanvragen van bewind. Dat het aantal onderbewindgestelden groeit kunnen we niet meer aflezen uit het CBS, toch weten we zeker dat deze ontwikkeling gaande is door de volgende twee signalen. De werkgelegenheid stijgt binnen de beschermingsbewind branche. Het aantal aanbieders van beschermingsbewind neemt toe, terwijl de wachtlijsten niet afnemen. Het beroep geniet veel belangstelling bij werkzoekenden doordat er voor dit beroep (nog) geen scholings- of kwalificatieeisen gelden. Daarbij melden gemeenten dat hun kosten voor beschermingsbewind de afgelopen twee jaar exceptioneel zijn gestegen. Als een onderbewindgestelde over een inkomen boven minimum niveau beschikt draagt hijzelf de kosten. Is dit niet het geval dan is het de gemeente die via de bijzondere bijstand door rechtspraak gehouden is deze kosten te vergoeden. Voor een middelgrote gemeente betekent dat al snel een jaarlijkse kostenpost van ongeveer een half miljoen. En deze kosten groeien op dit moment alleen maar. Op 7 december organiseert de HU, samen met Stimulansz, een bijeenkomst voor hen die beschermingsbewindvoerder als beroep overwegen, maar ook voor gemeenten die vragen hebben over hun beleid ten aanzien van beschermingsbewind. De HU biedt ook een post-hbo opleiding Beschermingsbewindvoerder aan. Meer informatie op www.geldenschulden.hu.nl


HUridisch #28