Page 1

Hartstocht 11 april Weert 12 april Heerlen 13 april Maastricht Ed Spanjaard dirigent Lei Wang viool (concertmeester LSO)

Volg ons op:

seizoen 2012 2013 | www.limburgssymfonieorkest.nl


Hartstocht Ed Spanjaard dirigent | Lei Wang viool (concertmeester LSO) Brahms (1833-1897) Haydn Variaties (1873) 1

Koraal St. Antonius: Andante

2

Variatie I: Poco più animato

3

Variatie II: Più vivace

4

Variatie III: Con moto

5

Variatie IV: Andante con moto

6

Variatie V: Vivace

7

Variatie VI: Vivace

8

Variatie VII: Grazioso

9

Variatie VIII: Presto non troppo

10 Finale - Andante Brahms (1833-1897) Vioolconcert (1879) 1.

Allegro non troppo (D majeur)

2.

Adagio (F majeur)

3.

Allegro giocoso, ma non troppo vivace - Poco più presto (D majeur)

Pauze Dvorák (1841-1904) Symfonie nr. 8 (1889) 1.

Allegro con brio (G major)

2.

Adagio (C minor)

3.

Allegretto grazioso - Molto vivace (G minor)

4.

Allegro ma non troppo (G major)

Donderdag 11 april | Weert, Munttheater | 20.15 uur Vrijdag 12 april | Heerlen, Theater Heerlen | 20.00 uur Zaterdag 13 april | Maastricht, Theater aan het Vrijthof | 20.00 uur


Johannes Brahms Haydn Variaties (1873) Variaties op een thema van Joseph Haydn, opus 56a. De Haydn-variaties componeerde Brahms in 1873, gelijktijdig in een versie voor twee piano’s en een voor orkest. Het is wellicht zijn meest expliciete hommage aan de klassieke stijl. Het thema is door zijn uitgebalanceerde structuur, zijn eenvoudige harmonie en solide bas inderdaad bij uitstek geschikt voor variaties. Het is afkomstig uit de ‘Feldparthia’: een divertimento voor blazers dat destijds aan Haydn werd toegeschreven, en dat Brahms kreeg toegespeeld van de musicoloog Carl Ferdinand Pohl, die toen werkte aan een biografie over Haydn. Inmiddels is echter gebleken dat het betreffende divertimento niet door Haydn gecomponeerd werd, en dat het thema dat Brahms eruit koos - het zogenaamde Sint Antonius-koraal - evenmin van Haydn was, maar uit de volksmuziek kwam. Brahms gebruikt het als uitgangspunt voor de eerste op zichzelf staande reeks orkestvariaties in de geschiedenis. Brahms onderstipt het thema met pizzicati, en neemt dan het herhaalde slotakkoord ervan als uitgangspunt voor zijn eerste variatie. Daarin trekken de strijkers het thema open: de violen stijgen in achtste noten, de altviolen en cello’s dalen in triolen, en na vijf maten keren de rollen om. Op die manier bouwt Brahms zijn variaties op: door uitwisseling van motieven en ritmische patronen over verschillende instrumenten en tessituren bereikt hij een maximale diversiteit binnen de organische continuïteit van variatie naar variatie. De variaties wisselen af in tempo, tonaliteit en karakter. Ze concentreren zich telkens op een ander aspect van het thema, en vertrekken elk van een kleiner of groter onderdeel ervan, gaande van een herhaald slotakkoord (Variatie 1), of de eerste drie noten (Variatie 2) tot het volledige thema in Variatie 3. De stijl varieert van lieflijk ongedwongen (Variatie 7) tot contrapuntisch geleerd (Variatie 8), en van heroïsch (6) tot melancholisch (4). Opmerkelijk is dat Brahms maar liefst drie van de acht variaties én een cruciaal gedeelte van de finale in mineur schrijft, terwijl in het thema haast geen mineur-harmonieën voorkomen. In de finale bereikt de variatiereeks een hoogtepunt, doordat Brahms hier teruggrijpt (zoals later in de finale van zijn Vierde Symfonie) naar het in zijn tijd vergeten procédé van de passacaglia uit de barok: we krijgen een nieuwe reeks variaties, deze keer verankerd op de steeds herhaalde baslijn. Aan het slot keert het thema vrolijk terug, en wordt het ritmische spel van twee tegen drie ten top gedreven. Bron: deSingel, Antwerpen Anima Eterna | 7 september 2004


Johannes Brahms Concert voor viool en orkest in D. op. 27 Brahms componeerde zijn enige Vioolconcert in de zomer van 1878 in zijn zomerverblijf in Pörtschach aan het Wörthermeer in het Oostenrijkse Karinthië. Het werk ontstond kort na de Tweede Symfonie, die in dezelfde toonsoort staat en enkele overeenkomsten met het Vioolconcert bezit, waaronder bijvoorbeeld de pastorale sfeer van het eerste deel. De première vond plaats op Nieuwjaarsdag 1879 in het Leipziger Gewandhaus met Joseph Joachim als solist en Brahms als dirigent. Brahms had lang met het plan rondgelopen een vioolconcert te schrijven. IJverig bestudeerde hij de 18de- en 19de-eeuwse vioolliteratuur en merkwaardig genoeg wist het Vioolconcert in a-klein van Mozarts tijdgenoot Viotti hem steeds weer te boeien. Door herhaaldelijk op dit vioolconcert terug te grijpen leek Brahms te willen zeggen, dat hij zich niet vergeleek met Beethoven en Mendelssohn, die de meest toonaangevende 19de-eeuwse vioolconcerten tot dan toe hadden geschreven. Opmerkelijk is ook dat Brahms zich het Viotti-concert talloze malen door Joseph Joachim liet voorspelen. Niet alleen stamde Joachim indirect uit de vioolschool van Viotti, als eerste Brahmsvertolker gaf hij bovendien de traditie weer door aan zijn leerlingen Hubermann en Adolf Busch, en de laatste op zijn beurt weer aan zijn leerling Yehudi Menuhin. Tot wie kon Brahms vanuit Pörtschach zich beter om viooltechnische raad wenden dan tot zijn vriend Joachim, aan wie hij een aantal vioolpassages toestuurde met het verzoek tot commentaar? Niettemin schonk Brahms zeer sporadisch aandacht aan Joachims talrijke goed gemotiveerde adviezen. Zo was hij bereid tot enkele kleine vereenvoudigingen van de vioolpartij enkele maten na de cadens van het eerste deel. `Zeer origineel en violistisch’ luidde Joachims oordeel over de toegestuurde `Violinpassagen’. Het tweede deel gaf geen enkele aanleiding tot commentaar, maar bij het derde vroeg Joachim bezorgd:`Non troppo vivace? Anders moeilijk’. Brahms nam deze wenk ter harte en schreef voor: Allegro giocoso, ma non troppo vivace, zijn enige noemenswaardige concessie betreffende de extreem moeilijke vioolpartij. Niet voor niets spotte men na de publikatie van het concert over `ein Konzert gegen die Violine’ en werden de eerste uitvoeringen met Joachim meer met respect dan met belangstelling beluisterd. Oorspronkelijk had Brahms zijn Vioolconcert in vier delen willen schrijven, maar bedacht zich later en schreef aan Joachim: `De twee middendelen zijn komen te vervallen; natuurlijk waren die het beste...daarvoor in de plaats heb ik een mager Adagio geschreven.’ Brahms, de zelfcriticus, ten voeten uit. Clemens Romijn


Antonín Dvorák Symfonie nr.8 Antonín Dvoráks muziek wortelt diep in de volksmuziek van zijn vaderland Bohemen. Natuurlijk volgde hij aanvankelijk het prachtige en idealistische voorbeeld van zijn vriend en mentor Smetana, die streefde naar een Boheems nationalistische muziek. In die lijn componeerde Dvorák zijn Slavische Dansen voor orkest, de opera `Rusalka’ en zijn Dumky Trio. Maar omstreeks de jaren ‘80 van de vorige eeuw wilde Dvorák toch niet langer worden vastgelegd op het Tsjechisch folkloristische karakter van zijn muziek en zocht hij (tijdelijk) naar een andere, meer West-Europese, richting. Overigens zeer tegen het advies van Dvoráks beste vriend Johannes Brahms. Dvoráks zoektocht resulteerde in de voorlaatste symfonie, nummer 8, in G-groot op.88, gecomponeerd in de zomer en herfst van 1889. Al componerend schreef hij: `Mijn hoofd is vol ideeën. Kon ik ze maar direct op papier zetten! Maar ik moet het rustig aan doen, mijn hand doet het werk en, naar ik hoop, God de rest! Het werk gaat ongelooflijk snel en de melodieën borrelen zo in me op!’. Dat blijkt al meteen uit het begin van het eerste deel van de symfonie, Allegro con brio, waar Dvoräk achtereenvolgens maar liefst zeven melodieën lanceert. Een ware overvloed. Het tweede deel, Adagio, doet aan als een ballade. Wanneer men het hele stemmingsverloop volgt en het spel met motieven, waant men zich in een romantisch verhaal in tonen. Het derde deel, Allegretto grazioso, is een echte wals, door haar toonsoort g-klein en de steeds weer dalende lijnen melancholiek van sfeer. Het laatste deel, Allegro ma non troppo, begint met een fanfare-achtige inleiding met schetterende trompetten, klarinetten, hoorns en pauken. Daarna introduceren de celli het prachtige thema waarover in deze finale wordt gevarieerd. Opnieuw een overdaad aan ideeën, varianten, klankkleuren en stemmingen. Na de eerste uitvoering in Wenen in 1891, die Dvorák niet bijwoonde, dineerde Brahms samen met dirigent Hans Richter. Hevig enthousiast over het werk en de uitvoering brachten zij een toost uit op de `vader van deze magnifieke achtste’ en betreurden zij de afwezigheid van hun goede vriend uit Praag. Clemens Romijn


Ed Spanjaard Ed Spanjaard (Haarlem 1948) studeerde piano en directie in Amsterdam en Londen. Hij begon zijn loopbaan als repetitor in Covent Garden, assisteerde Bernard Haitink bij het KCO en Herbert von Karajan en Sir Georg Solti in Salzburg respectievelijk Bayreuth. Hij was chef dirigent van het Limburgs Symfonie Orkest van 2001 tot 2012. Het orkest en chef-dirigent Ed Spanjaard brachten tijdens deze periode twee bejubelde cd’s uit: één met Fauré’s Requiem met het Nederlands Kamerkoor en één met werken van Wagner met o.a. de Wesendonck Lieder, gezongen door Charlotte Margiono. Recenter verscheen een cd met Daphnis en Chloé van Ravel. Een opname van het Limburgs Symfonie Orkest onder leiding van chef-dirigent Ed Spanjaard in samenwerking met Studium Chorale. Hij nam afscheid in juni 2012 met een semigeënsceneerde uitvoering van Debussy bijzondere werk Le Martyre de Saint Sébastien. Tijdens dit afscheid werd hij benoemd tot honorair dirigent van het LSO en tevens geridderd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau door burgemeester van Maastricht Onno Hoes. Daarnaast is hij regelmatig gastdirigent bij het Koninklijk Concertgebouworkest en vrijwel alle Nederlandse symfonie orkesten. Ed Spanjaard is sinds 1982 chef-dirigent van het in hedendaagse muziek gespecialiseerde Nieuw Ensemble. Hij dirigeerde met veel succes bij onder meer het Dallas Symphony Orchestra, het Deens Nationaal Symfonie Orkest, de Münchner Philharmoniker, de Opéra van Lyon, Ensemble InterContemporain (Parijs), Ensemble Modern (Frankfurt) en KlangForum Wien. Als operadirigent is Ed Spanjaard werkzaam geweest bij De Nederlandse Opera (Amsterdam), de Opéra National de Lyon, de Nationale Reisopera (Enschede), Opera Zuid (Maastricht) en ‘Opera in Ahoy’ in Rotterdam, waar hij een aantal grootschalige producties leidde. Oktober j.l. voltooide hij met de laatste productie van de Nationale Reisopera, de Götterdämmerung, een succesvolle complete Ring van Richard Wagner. Als pianist heeft hij zich gespecialiseerd als liedbegeleider. In het verleden werkte hij samen met Elisabeth Söderström, Frederica von Stade en Elly Ameling. Recent trad hij op met Maarten Koningberger met wie hij, als pianist, een cd opnam van Mahlers Knaben Wunderhorn liederen. In 2008 was hij bij het LSO solist in Mozarts Pianoconcert KV 488, met Jaap van Zweden als dirigent. Zijn talloze opnames bestrijken een breed repertoire: van Mozart concertaria’s tot een dvd van Boulez’ Eclat in samenwerking met de componist. Sinds september 2012 is Ed Spanjaard bovendien hoofdvakleraar orkestdirectie aan het Conservatorium van Amsterdam.


Lei Wang Lei Wang, afkomstig uit Shaoxing, China studeerde af aan het Conservatorium van Shanghai voordat ze naar Europa trok. In 2004 voltooide ze haar studies aan het Koninklijk Conservatorium Brussel bij Katalin Sebestyen en Zygmunt Kowalski met grootste onderscheiding en in 2007 verwierf ze onder leiding van de vermaarde violiste Mihaela Martin het “Konzertexamen” diploma aan de Musikhochschule te Keulen. De daaropvolgende jaren vervolmaakte ze zich nog bij Boris Belkin, Salvatore Accardo en Augustin Dumay. Ze heeft deelgenomen aan talrijke masterclasses van o.a. Zakhar Bron, Ana Chumachenko, Gil Shaham, Alberto Lysy, Masuko Ushida, Marco Rizzi en Vladimir Spivakov. Haar nog jonge carrière heeft haar al over de hele wereld gebracht, met muziekfestivals in o.a. Zwitserland (Verbier Academy, Menuhin Academy in Blonay, Internationale Meisterkurse für Musik in Zürich) en Japan (Pacific Music Festival). In oktober 2002 heeft zij de 29ste editie van de Prijs ‘Henri Vieuxtemps’ in Verviers gewonnen. In 2005 won zij eveneens twee speciale prijzen in de internationale “Rodolfo Lipizer” wedstrijd in Gorizia, Italië. Zij treedt ook regelmatig op als solist en in kamermuziekverband. Sinds 2004 is zij plaatsvervangend concertmeester in het Brussels Philharmonic (het Vlaams Radio Orkest) en gastconcertmeester in het Filharmonisch Orkest van Luik. In 2010 is ze ook aangesteld als nieuwe eerste concertmeester van het Limburgs Symfonie Orkest in Maastricht. Daarnaast is ze professor viool aan het Lemmensinstituut in Leuven. Lei speelt op een viool gebouwd door Ferdinando Gagliano in 1770 te Napels.


Uw Limburgs Symfonie Orkest live! Te gast: Orchèstre Philharmonique Royal de Liège 19 april Maastricht | Theater aan het Vrijthof | 20.00 uur

‘SWINGEND’ CONCERT!

John Neschling dirigent | Simon Diricq saxofoon

Respighi Impressioni brasiliane | Villa-Lobos Fantasia voor saxofoon en orkest Milhaud Scaramouche voor saxofoon en orkest | Respighi La Boutique fantasque Inleiding voorafgaand

Droom & Verlangen 25 april Venlo | Theater de Maaspoort | 20.15 uur 26 april Heerlen | Theater Heerlen | 20.00 uur 27 april Maastricht | Theater aan het Vrijthof | 20.00 uur

WEGDROMEN BIJ CHOPIN’S PIANOCONCERT NR. 2!

Günter Neuholt dirigent | Ronald Brautigam solist Fauré Shylock: Nocturne | Chopin Pianoconcert nr. 2 Bizet L’Arlésienne Suite nr. 1 | Bizet Symfonie nr. 1

Vieftig prozent Gé / 50% LSO 16 mei Heerlen | Theater Heerlen | 20.00 uur 17 mei Maastricht | Theater aan het Vrijthof | 20.00 uur

‘MIT BLAOSMEZIEK!’

24 mei Roermond | TheaterHotel de Oranjerie | 20.00 uur 25 mei Sittard | Stadsschouwburg Sittard-Geleen | 20.00 uur 26 mei Venlo | Theater de Maaspoort | 15.00 uur Etienne Siebens dirigent | Gé Reinders zang en presentatie Fifty/fifty oftewel: vieftig % Gé: het Limburgs Symfonie Orkest begeleidt Gé in een selectie van zijn mooiste liedjes, speciaal gearrangeerd voor symfonieorkest. 50% Limburgs Symfonie Orkest: Gé heeft een keuze gemaakt uit zijn favoriete klassieke stukken, die het Limburgs Symfonie Orkest uitvoert.

philharmonie zuidnederland Een nieuw orkest? Een vertrouwd orkest.

De philharmonie zuidnederland heeft alles wat u van uw orkest gewend bent. En meer. Veel meer. Het

orkest is groter, sterker, flexibeler en ambitieuzer dan ooit. En die ambitie is: vol passie de mooiste muziek met u delen!Ga naar onze website: www.philharmoniezuidnederland.nl en ontdek wat de phil-

harmonie zuidnederland voor u in petto heeft in seizoen 2013-2014. U kunt tevens de brochure per post aanvragen.Word online fan en maak kans op unieke prijzen!

Sinds 1 januari 2013 vormen het Limburgs Symfonie Orkest en Het Brabants Orkest één organisatie onder de voorlopige naam ‘Orkest van het Zuiden’. Het lopende seizoen maken beide orkesten af onder hun eigen naam. Begin april 2013 is de presentatie van de programmering seizoen 2013/2014 van het nieuwe orkest.


Concertfolder Hartstocht  

Concertfolder Hartstocht

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you