Issuu on Google+

Interim-directeur Fons Bruins

Theaterdier, rasoptimist en kwaliteitsbewaker ‘Het is mijn taak om iedereen in vuur en vlam te zetten.’ Sinds 1 januari 2013 heten het Limburgs Symfonie Orkest en Het Brabants Orkest voorlopig het Orkest van het Zuiden. En hoewel beide orkesten het seizoen nog onder hun eigen naam afmaken is er inmiddels een gezamenlijke directeur. Fons Bruins, directeur ad interim heeft de opdracht om op 1 september één nieuw orkest klaar te hebben voor het seizoen 2013-2014. ‘Het Orkest van het Zuiden kan de komende vier jaar programma’s van formaat brengen. Grootser dan de beide orkesten tot nu toe hebben gedaan’. Een gesprek met een rasoptimist. ‘Het gaat om twee orkesten met een rijke traditie en een eigen cultuur die in één bedrijf moeten opgaan’, zegt Fons Bruins op de vraag waarom juist hij de opdracht heeft gekregen de fusie van het Limburgs Symfonieorkest en Het Brabants Orkest te begeleiden. ‘Ik heb twintig jaar in Limburg gewerkt en twintig jaar in Brabant. Ik ken beide culturen van binnen uit. De beide vestigingsplaatsen Maastricht en Eindhoven moeten gelijkwaardig zijn, het bestuur bestaat naast een voorzitter uit twee Brabanders en twee Limburgers. Het orkest moet bestaan uit een afspiegeling van beide fusieorkesten. Het luistert allemaal heel nauw.’ Van schouwburg tot orkest Bovendien heeft Fons Bruins, die in 1942 in het Gelderse Zeddam het levenslicht zag, ruime ervaring in de culturele sector. Hij had de ambitie om te gaan studeren maar voor een telg uit een gezin met zeven kinderen lag werken om een steentje bij te dragen meer voor de hand. Meedraaien in een van de café-restaurants van zijn vader zag hij niet zitten, dus belandde hij bij de grootste werkgever van Zuidoost-Brabant, Philips. Hij begon daar als accountant en solliciteerde in 1964 naar de functie van boekhouder/bureaulist bij de dat jaar nieuw te openen Stadsschouwburg Eindhoven. Daar ging het culturele balletje rollen. Nog voor de opening stond de jonge Bruins er nagenoeg alleen voor omdat eerst de beoogde directeur verdween en vervolgens de administrateur ziek thuis kwam te zitten. ‘Ik deed alles’, zegt hij nu. ‘Inclusief de horeca.’ Van de waarnemend directeur Ben Ullings kreeg hij het vertrouwen en de vrijheid om zich ook met de programmering bezig te houden en in 1972 was hij zo door de schouwburgwol geverfd dat hij directeur werd van de schouwburg in Sittard. Tien jaar later verhuisde hij in dezelfde funktie naar de schouwburg in Heerlen en in 1992 kwam hij op het oude nest terug. Nu als directeur. Hij zette zijn schouders er onder en maakte zich uiteindelijk sterk voor de verbouwing tot Parktheater Eindhoven. In 2004 zou hij zijn functie neerleggen, maar vanwege de verbouwing tekende hij nog drie jaar bij. Maar in 2007 was het echt mooi geweest, dacht hij. Hij begon in de luwte met zijn dochter een adviesbureau, Bruins Theatermanagement, en van het een kwam toch weer het ander. In 2008 werd hij directeur van het door Joop van den Ende verbouwde DeLaMar Theater in Amsterdam. En voordat hij de opdracht kreeg het Orkest van het Zuiden op de rails te zetten was hij ook nog 15 maanden directeur ad interim van de schouwburg in Venray.


Achter elke musicus staat een gezin ‘Als je in een schouwburg werkt zie je veel voorstellingen en word je vanzelf bevangen door het cultuurvirus’, zegt hij over zijn grenzeloze liefde voor het theater. ‘Ik had ook van huis uit al veel meegekregen en dat is in de jaren daarna alleen maar versterkt. En natuurlijk heb ik inmiddels eigen voorkeuren. Die lopen van eigentijdse dans via opera, concert, toneel en musical naar cabaret. Precies in die volgorde. Het theater is in alle vormen zo’n innerlijke verrijking. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen.’ Ondanks zijn ruime ervaring was hij nog niet eerder werkzaam in het orkestbedrijf. ‘ Ik heb er wel veel mee te maken gehad tijdens het programmeren, maar het orkest als organisatie is nieuw voor mij. Ik ben nu twee maanden bezig en ik vind het een heel apart bedrijf met alle bijbehorende mogelijkheden en onmogelijkheden. Twee concertmeesters tegelijk op het podium, dat is ongebruikelijk. Daar sta je als relatieve buitenstaander niet bij stil.’ Hij is enthousiast over de rijke complexiteit van het orkestbedrijf, maar hij realiseert zich dat hij voor een zware opgave staat. Zoals bij alle fusies, moeten hier ook mensen het speelveld verlaten. ‘De afwegingen zijn vaak niet makkelijk. Nu gaan er wel mensen uit zichzelf weg en er is een aantal musici dat met pensioen gaat of een tijdelijk contract heeft, maar er zullen wellicht ontslagen vallen. Daar moeten we heel zorgvuldig mee omspringen. Achter elke musicus staat immers een gezin. Ik vind het heel erg moeilijk om mensen te ontslaan. Maar we hebben slechts plaats en geld voor 110 formatieplaatsen, dat komt in de praktijk neer op in totaal zo’n 145 musici.’ Continuïteit waarborgen Ondanks deze zware taak pakt hij zijn opdracht met verve op. Er moet immers op 1 september een orkest staan dat klaar is voor het nieuwe seizoen. ‘We willen meteen een hoogwaardig orkest neerzetten dat de kernprogramma’s zoveel mogelijk in dezelfde samenstelling speelt, vandaar ook dat we alle formatieplaatsen bezet willen hebben. En natuurlijk is het eerste jaar een proefjaar. We zitten bijvoorbeeld met veel meer reistijd, dat moet efficiënt worden georganiseerd. En we moeten rekening houden met de eis van afspiegeling in beide provincies en zo is er meer.’ Vandaar ook dat er nog geen chef-dirigent wordt benoemd. Om de continuïteit te waarborgen blijven Kees Bakels en ook Jan Willem de Vriend aan het orkest verbonden. Ook de verdere interim-directie is al evenwichtig verdeeld over beide provincies. Jan Zekveld fungeert tot 1 juli 2013 als artistiek leider en Henri Broeren, voormalig directeur van het Limburgs Symfonie Orkest is tot diezelfde datum zakelijk leider. ‘Met Jan Zekveld kijken we krachtig naar de artistieke toekomst en Henri Broeren is de juiste man om het hele orkestbedrijf in goede banen te leiden’, licht Bruins toe. Upgrading seizoensaanbod Ja, Fons Bruins is positief. ‘Er is flink gesaneerd in de sector, maar de behoefte aan theater, aan muziek blijft altijd. Ook al is er onrechtvaardig gesneden door de overheid. Het voordeel is wel dat het ons dwingt om inventiever te werk te gaan, samenwerking te zoeken. Het muziekbedrijf is van groot belang voor de mensheid en voor het bedrijfsleven. Als je in Eindhoven een hoogwaardige bedrijfscultuur wilt hebben, met hoogwaardig gekwalificeerde mensen, moeten er ook hoogwaardige faciliteiten zijn. En daar horen een goede concertzaal en een uitmuntend orkest gewoon bij. Een prachtig concert bijwonen geeft een dag toch een gouden randje.’ En dat gouden randje zal vaak van het nieuwe orkest komen. ‘Het Orkest van het Zuiden kan de komende vier jaar programma’s van formaat brengen. Grootser dan de beide orkesten tot nu toe hebben gedaan. Dat is een enorme upgrading voor het seizoensaanbod, voor de musici


en het publiek. Ook op educatiegebied kunnen we meer doen. Dat is belangrijk voor de toekomst. Er is behoefte – het aantal bezoekers was in de eerste helft van dit seizoen bijvoorbeeld hoger dan begroot – en die kunnen we nu nog beter vervullen.’ Positieve boodschap Bruins heeft geen enkele twijfel over het welslagen van de operatie. ‘Dat moet ook. Anders kan ik het elan dat nodig is niet over brengen. Het is mijn taak om iedereen in vuur en vlam te zetten.’ Wat hem drijft? ‘Ik kan niet anders. Ik zit bijna vijftig jaar in de theaterwereld en ik kan het niet laten. Ik dacht met het DeLaMar Theater een mooie afsluiting te hebben. Toen kwam Venray en nu weer dit. Ik doe het voor de kunst, voor de cultuur. Ik wil daar aan meewerken, een positieve boodschap neerzetten. En dat doe ik door kwaliteit te bieden. Dat heb ik onder meer van Joop van den Ende geleerd: kwaliteit van het product, van de faciliteiten er om heen, alles. Maak het de mensen makkelijk. Haal ze desnoods op, stop ze weer in bed en geef ze tussendoor een mooie voorstelling. Kwaliteit leveren is het allerbelangrijkste. Daarmee kun je zorgen voor bezoekers in de zaal. En als die mensen enthousiast zijn en oprecht applaudisseren beschouw ik dat stilletjes als een dankjewel voor mijzelf.’ Sluitblokje


Interview Fons Bruins