Page 1

"

#

!

!


Inhoudstafel

1

Doelstelling en visie van projectonderwijs .................................................... 3

1.1

Aandachtspunten bij projectmatig werken ................................................................................3

2

Doelstellingen van het project ........................................................................ 4

2.1 2.2 2.3

De algemene competenties waaraan jullie tijdens het verloop van het project werken zijn: .....4 De beroepsgerichte competenties waaraan jullie tijdens het verloop van het project werken zijn: ...........................................................................................................................................4 Vertalen we bovenstaande competenties, dan gaat het vooral om:..........................................4

3

Opdracht ........................................................................................................... 5

Eerste graad – A stroom.........................................................................................................................6 1 De ontwikkeling van een voldoende ruim gamma van relatiewijzen..................................6 2 De beheersing van het communicatieve handelen of het omgaan met elkaar ..................6 3 De deelname aan vormen van samenwerking en sociale organisatie ...............................6 3.1 De dialoog ...............................................................................................................................6 3.2 De groepsdiscussie ................................................................................................................6 3.3 De taakgroep ...........................................................................................................................6 3.4 Maatschappelijke en culturele patronen...............................................................................6 Eerste graad – B stroom.........................................................................................................................7 1 De ontwikkeling van een voldoende ruim gamma van relatiewijzen..................................7 2 De beheersing van het communicatieve handelen of het omgaan met elkaar ..................7 3 De deelname aan vormen van samenwerking en sociale organisatie ...............................7 3.1 De dialoog ...............................................................................................................................7 3.2 De groepsdiscussie ................................................................................................................7 3.3 De taakgroep ...........................................................................................................................7 3.4 Maatschappelijke en culturele patronen...............................................................................7 Tweede graad ..........................................................................................................................................8 1 Interactief competenter worden ............................................................................................8 2 Communicatieve vlotheid verwerven....................................................................................8 3 Zorg dragen voor relaties ......................................................................................................8 4 In groep probleemoplossend samenwerken ........................................................................9

4

Organisatie ....................................................................................................... 9

Projectweek 2008 - 2009


4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.3

Dagelijkse bijeenkomst van het team .......................................................................................9 Zevensprong.............................................................................................................................9 Vergaderen .............................................................................................................................10 Betrokken lectoren ..................................................................................................................11 Planning..................................................................................................................................11

5

In te dienen projectproducten:...................................................................... 11

5.1 5.1.1 5.2 5.3 5.4 5.4.1 5.5

De educatieve koffer ...............................................................................................................11 Tips voor materiaal .................................................................................................................12 De handleiding........................................................................................................................12 Verslag teambijeenkomsten en Groepslogboek .....................................................................13 Groepsreflectieverslag ............................................................................................................13 Vragenlijst ...............................................................................................................................14 Presentatie en evaluatie .........................................................................................................14

6

Evaluatie ......................................................................................................... 15

7

Ter afsluiting .................................................................................................. 16

Projectweek 2008 - 2009


1

Doelstelling en visie van projectonderwijs

Projectonderwijs is een onderwijsactiviteit waarbij een groep studenten uit verschillende studiejaren en studierichtingen, gedurende een periode als taakgericht team in samenspraak met een begeleider van de opleiding (teamlector) aan een opdracht werken. Zodoende verwerven de studenten kennis (met inbegrip van inzichten en metacognitie), vaardigheden en attitudes. De studenten concretiseren en herformuleren de opdracht en structureren de aanpak voor de probleemoplossing. Ze werken de opdracht uit door gebruik te maken van theoretische en praktische kennis. Deze projectweek is een intensieve samenwerking tussen de verschillende opleidingsjaren en richtingen in de opleiding bachelor secundair onderwijs – algemene vakken en lichamelijke opvoeding. In de projectweek wordt door een groep studenten (team) aan een thema (de vakoverschrijdende eindtermen ‘sociale vaardigheden’) gewerkt. Dit thema wordt op een creatieve, kritische en educatieve manier uitgewerkt. Elk lid van het team draagt verantwoordelijkheid. Proces en product zijn belangrijk.

1.1 •

Aandachtspunten bij projectmatig werken Ook al werken we projectmatig, het resultaat blijft belangrijk. Het eindproduct wordt op het einde van de week door twee teams getest en beoordeeld. Zij leven zich in in de doelgroep (eerste en tweede graad).

Timing blijft heel belangrijk. Hoe rekening met je planning en voorzie de nodige tijd.

Het is belangrijk om je taken goed te organiseren. Gebruik hierbij je de instructies van je begeleidende teamlector, je administratieve documenten en je eigen notities. Stel planningen en taaklijstjes op. Zorg dat iedereen zijn / haar verantwoordelijkheid draagt.

Eerst denken, dan doen ! Denk na over welke deelaspecten je wil opnemen in je project en welke je te ver zouden leiden. Probeer zoveel mogelijk valkuilen te voorzien. Bezint eer ge begint is hier wel van toepassing.

Het denken gebeurt van voren naar achteren en van achteren naar voren. Vooruitdenken betekent dat men alles tracht te overlopen van wat in de toekomst moet worden gedaan om het doel te bereiken. Van achteren naar voren denken betekent dat men zich gaat verplaatsen naar wanneer het eindresultaat er is en dan terugdenken wat er allemaal moet worden verwezenlijkt om te komen tot dat resultaat.

Werk van grof naar fijn. Zet eerst de grote lijnen uit, verdeel in deelaspecten en werk dan elk aspect tot in de puntjes uit. Denk eerst het grote plan uit en pas later de details…

Projectweek 2008 – 2009


2

Doelstellingen van het project

2.1

De algemene competenties waaraan jullie tijdens het verloop van het project werken zijn:

denk- en redeneervaardigheid;

het verwerven en verwerken van informatie;

het vermogen tot kritische reflectie;

het vermogen tot projectmatig werken;

creativiteit;

kunnen uitvoeren van eenvoudige leidinggevende taken;

vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen;

ingesteldheid tot levenslang leren.

2.2

De beroepsgerichte competenties waaraan jullie tijdens het verloop van het project werken zijn:

leergierigheid: actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen;

zelfstandigheid: zelfstandig kunnen beslissen, plannen, taken uitvoeren;

verantwoordelijkheidzin: zich verantwoordelijk voelen;

beslissingsvermogen: durven een standpunt innemen of een handeling uitvoeren en er ook verantwoordelijkheid voor opnemen;

kritische ingesteldheid: bereid zijn zichzelf of zijn omgeving in vraag te stellen;

organisatievermogen: in staat zijn een taak te plannen, te coördineren en te delegeren zodanig dat het beoogde doel op een efficiënte manier bereikt wordt;

zin voor samenwerking: bereid zijn om gemeenschappelijk aan eenzelfde taak te werken;

relationele gerichtheid: in zijn contact met anderen kenmerken van echtheid, aanvaarding, empathie en respect tonen;

creatieve gerichtheid: gericht zijn om uit diverse situaties en informatiebronnen ideeën e genereren;

flexibiliteit: bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende situaties;

gericht zijn op een correct taalgebruik: zowel in mondelinge als schriftelijke communicatie erop gericht zijn een adequaat en correct taalgebruik te hanteren.

Naast de inhoudelijke factoren vormen deze competenties de voornaamste criteria voor de eindbeoordeling.

2.3 •

Vertalen we bovenstaande competenties, dan gaat het vooral om: het leren onderkennen, verhelderen, interpreteren en oplossen van een opdracht;

Projectweek 2008 – 2009


dit houdt in: theorie (kennis, visie, kritiek, evidentie, in vraagstelling, …) verzamelen, selecteren, synthetiseren theorie vertalen, verwerken, toepassen en aanpassen.

het leren samenwerken in een taakgerichte groep, waarbinnen alle deelnemers een optimale bijdrage leveren aan het gezamenlijke resultaat in een gedeelde verantwoordelijkheid. Het samenwerken typeert zich vooral in organiseren, plannen, intensief overleg plegen, uitvoeren van afgesproken taken, …

het leren zelfstandig bepalen van doelstellingen en werkwijzen om te komen tot goed afgebakend, concreet eindproduct. Dit proces kunnen evalueren en bijsturen;

het leren taakgericht vergaderen, de rol van voorzitter, verslaggever opnemen tijdens vergaderingen;

het leren presenteren in teamverband van projectresultaten voor een groep studenten en begeleidende teamlector.

3

Opdracht

Werk op basis van de vakoverschrijdende eindtermen ‘sociale vaardigheden’ van eerste of tweede graad een creatief educatief pakket (een educatieve koffer) uit waaruit blijkt dat jullie de materie inzichtelijk verwerkt hebben. Elk team werkt afzonderlijk een groep of enkele eindtermen uit. Tijdens de voorbereidende info (zie verder) worden de teams aangeduid en krijgt elk team deze groep eindtermen of enkele eindtermen toegewezen door Ines Vandamme. Op de volgende pagina’s vind je de vakoverschrijdende eindtermen ‘sociale vaardigheden’:

Projectweek 2008 – 2009


Eerste graad – A stroom 1 De ontwikkeling van een voldoende ruim gamma van relatiewijzen De leerlingen kunnen 1

zich als persoon present stellen: uitkomen voor een eigen mening en respect opeisen voor de eigen lichamelijke en seksuele ontwikkeling;

2 3 4

respect en waardering voor anderen opbrengen: de eigenheid van medeleerlingen accepteren en waarderen; zich dienstvaardig tegenover anderen opstellen: het bijstaan van medeleerlingen bij schooltaken en schoolactiviteiten; om hulp vragen en dankbaarheid tonen in probleemsituaties;

5 6 7

in groepsverband meewerken en een toegewezen opdracht uitvoeren; bij een opgegeven groepstaak of bij een groepsdiscussie leiding geven; op gepaste wijze kritiek uiten tegenover een ander tijdens een groepswerk;

8 opkomen voor de eigen rechten en voor de rechten van anderen uit de groep; 9 zich discreet opstellen in een gezelschap en ten aanzien van vertrouwelijke informatie; 10 ongelijk of onmacht toegeven in een discussie of in een spelsituatie; 11 het verschil herkennen tussen verbaal en niet-verbaal gedrag bij zichzelf en bij anderen in concrete groepssituaties;

2 De beheersing van het communicatieve handelen of het omgaan met elkaar De leerlingen 12 beheersen elementen van het communicatieve handelen: •

actief luisteren en weergeven wat een andere inbrengt,

toegankelijk zijn en feedback geven over eigen gevoel,

verduidelijken waarom zij voor een bepaald gedrag gekozen hebben,

assertief zijn en opkomen voor de rol die zij op zich nemen in een groepsopdracht,

effectbesef hebben en over hun eigen gedrag reflecteren,

anderen de kans geven om te reageren.

3 De deelname aan vormen van samenwerking en sociale organisatie 3.1 De dialoog 13 De leerlingen leggen contact met anderen binnen de groep en staan open voor contact met anderen buiten de groep. 3.2 De groepsdiscussie 14 De leerlingen kunnen in een groepsdiscussie hun mening weergeven, handhaven en bijsturen. 3.3 De taakgroep 15 De leerlingen kunnen onder begeleiding een taakgroep organiseren en bevorderen de onderlinge verstandhouding. 3.4 Maatschappelijke en culturele patronen 16 De leerlingen kunnen uit aangeboden informatie, leef- en omgangsgewoonten binnen gezinnen of culturen weergeven en hun eigen gedrag daartegenover verwoorden en bespreekbaar stellen.

Projectweek 2008 – 2009


Eerste graad – B stroom 1 De ontwikkeling van een voldoende ruim gamma van relatiewijzen De leerlingen kunnen 1

zich als persoon present stellen: uitkomen voor een eigen mening en respect opeisen voor de eigen lichamelijke en seksuele ontwikkeling;

2 3 4

respect en waardering voor anderen opbrengen: de eigenheid van medeleerlingen accepteren en waarderen; zich dienstvaardig tegenover anderen opstellen: het bijstaan van medeleerlingen bij schooltaken en schoolactiviteiten; om hulp vragen en dankbaarheid tonen in probleemsituaties;

5 6 7

in groepsverband meewerken en een toegewezen opdracht uitvoeren; bij een opgegeven groepstaak verantwoordelijkheid dragen; op gepaste wijze kritiek uiten tegenover een ander tijdens een groepswerk;

8 opkomen voor de eigen rechten en voor de rechten van anderen uit de groep; 9 zich discreet opstellen in een gezelschap en ten aanzien van vertrouwelijke informatie; 10 ongelijk of onmacht toegeven in een discussie of in een spelsituatie; 11 het verschil herkennen tussen verbaal en niet-verbaal gedrag bij zichzelf en bij anderen in concrete groepssituaties.

2 De beheersing van het communicatieve handelen of het omgaan met elkaar De leerlingen 12 beheersen elementen van het communicatieve handelen: •

actief luisteren en weergeven wat een andere inbrengt,

toegankelijk zijn en feedback geven over eigen gevoel,

verduidelijken waarom zij voor een bepaald gedrag gekozen hebben,

assertief zijn en opkomen voor de rol die zij op zich nemen in een groepsopdracht,

effectbesef hebben over hun eigen gedrag,

anderen de kans geven om te reageren.

3 De deelname aan vormen van samenwerking en sociale organisatie 3.1 De dialoog 13 De leerlingen leggen contact met anderen binnen de groep en staan open voor contact met anderen buiten de groep. 3.2 De groepsdiscussie 14 De leerlingen kunnen in een groepsdiscussie hun mening weergeven, handhaven en bijsturen. 3.3 De taakgroep 15 De leerlingen kunnen in een taakgroep aan een goede onderlinge verstandhouding meewerken. 3.4 Maatschappelijke en culturele patronen 16 De leerlingen kunnen uit aangeboden informatie, leef- en omgangsgewoonten binnen gezinnen of culturen weergeven en hun eigen gedrag daartegenover verwoorden en bespreekbaar stellen.

Projectweek 2008 – 2009


Tweede graad 1 Interactief competenter worden De leerlingen 1 2

zoeken uit welke relatievormen ze vaak gebruiken en in welke contexten, oefenen zich in relatievormen die ze minder goed beheersen, bijvoorbeeld: •

zich als persoon present stellen en respect en waardering uitdrukken voor anderen,

zich dienstvaardig opstellen, om hulp vragen en dankbaarheid tonen,

leiding geven, verantwoordelijkheid nemen en meewerken,

kritiek uiten en zich verdedigen, neen zeggen,

discreet en terughoudend zijn,

ongelijk of onmacht toegeven.

3

uiten hun zelfwaardegevoel en opvattingen,

4

worden zich bewust van en houden rekening met (on)gewenste effecten in een interactie.

2 Communicatieve vlotheid verwerven De leerlingen 5

herkennen functie en belang van een aantal elementen van goede communicatie en geven aan welke van deze elementen zij al beheersen;

6

oefenen zich in elementen van het communicatieve proces die ze minder goed beheersen, bijvoorbeeld:

7

actief luisteren,

beslissen over een mogelijke eigen reactie,

zich helder uitdrukken in ik-termen,

zijn bereid om de inbreng van de gesprekspartner ernstig te nemen.

3 Zorg dragen voor relaties De leerlingen 8

kunnen het belang aangeven van volgende kenmerken van relaties: afspraken, regels, rolpatronen, machtsverhou-

9

dingen en gelijkwaardigheid; kunnen aangeven dat men binnen een relatie keuzes maakt en dat men een relatie vorm geeft op basis van inzicht in haar kenmerken;

10 oefenen zich in het opbouwen en onderhouden van een relatie door: •

in overleg afspraken te maken en taken te verdelen,

bewust/bedachtzaam om te gaan met gevoelens,

verschillen en conflicten binnen een relatie te herkennen en er mee om te gaan,

zich weerbaar op te stellen en persoonlijke autonomie te behouden,

het afwegen van het belang van een relatie t.o.v. hun andere relaties,

om te gaan met vormen van afscheid nemen.

11 accepteren verschillen en hechten belang aan respect en zorgzaamheid binnen een relatie.

Projectweek 2008 – 2009


4 In groep probleemoplossend samenwerken De leerlingen 12 passen belangrijke elementen van overleg en gezamenlijke probleemoplossing toe bijvoorbeeld: •

zoeken en aanbrengen van argumenten voor en tegen,

voortbouwen op andermans inbreng,

gezamenlijk zoeken naar een probleemoplossingswijze en ze toepassen,

meewerken aan het proces van besluitvorming,

de wijze van samenwerking evalueren.

13 zijn bereid om samen te denken, te argumenteren en te discussiëren om met anderen een situatie te verbeteren of een probleem op te lossen.

4

Organisatie

4.1

Dagelijkse bijeenkomst van het team

Tijdens de dagelijkse bijeenkomsten wordt eerst gebrainstormd over het thema om nadien in vergaderingen de vorderingen te bespreken. Richtlijnen ivm brainstormen (zevensprong) en vergaderen vind je hieronder.. Voor elke vergadering dient er een voorzitter en een verslaggever te worden aangeduid. Door middel van een beurtrol komt elk lid van het team eens aan bod. Op deze overlegmomenten breng je mee: agenda, gemaakte planning, de geschreven stukken, de opgezochte informatie, het nodige materiaal, discussiepunten, … Elke vergadering wordt afgesloten met een korte mondelinge feedback: hoe ver staan we, wat moet nog gebeuren, hoe verloopt de samenwerking, … Dagelijks wordt het groepslogboek en het verslag van de bijeenkomst weergegeven op dokeos. Ga hiervoor naar de pagina van jouw eigen team. 4.1.1

Zevensprong

De zevensprong biedt studenten een handvat om op systematische wijze problemen of opdrachten op te lossen. Alle deelnemers moeten hierbij hun inbreng kunnen hebben. Stap 1: Verhelder onduidelijke termen en begrippen.

Stap 2: Definieer het probleem of de opdracht. Waar gaat het over? Stap 3: Analyseer het probleem of de opdracht. Wat is het hoofdopdracht? Zijn hieruit deelopdrachten af te leiden? Welke deelopdrachten?

Projectweek 2008 – 2009


Aanvankelijk is het van belang, dat alles op tafel komt wat in de deelnemers opkomt. Het is moeilijker ideeën te krijgen dan ze later weg te strepen. Geen enkel idee is te gek of te stom. Door “gekke” ideeën van de een kan de creativiteit van de andere deelnemers weer gestimuleerd worden. Laat iemand alle ideeën, die geopperd worden zonder commentaar of bedenking opschrijven op bord of flip-over. Zodoende kan iedereen af en toe de lijst met ideeën doornemen. Dit leidt soms weer tot nieuwe ideeën. Stap 4: Cluster samenhangende ideeën, diep deze clusters op een systematische wijze uit. Wat weten we daar al over? Hoe zijn die gerelateerd? Welke maatregelen nemen we dan? Wat zou het effect zijn? Stap 5: Formuleer leerdoelen. Wat zoeken we op? Wat proberen we uit? Wie doet wat? Tegen wanneer? Stap 6: Zelfstudie en opzoekingwerk. Stap 7: Rapporteer en integreer de nieuwe informatie. Wat en waar heb je gezocht? Wat heb je gevonden? Hoe heb je het samengevat? Hoe zou dit tot de oplossing van het probleem of de opdracht kunnen bijdragen? Is onze analyse correct? Welke info ontbreekt nog? Welke info moet nog verder worden uitgediept? Bron: “Projectonderwijs als didactische werkvorm, Isabelle Claeys, onderwijsinovator Hogeschool Gent

4.1.2

Vergaderen

De verschillende fasen in een vergadering •

Introductie door de voorzitter, maakt doelstelling duidelijk, overloopt de taken en rollen, het tijdschema, overloopt de agenda en start de vergadering door punt per punt aan te halen.

Informatiefase: de te bespreken punten worden één voor één overlopen en uitgelegd wat er al gedaan is, hoe ver men staat, wat mogelijke tekorten of problemen zijn, de verschillende standpunten komen naar boven, discussie en vraagstelling mogelijk.

Probleemoplossende fase: per punt wordt er nu een oplossing gezocht voor de bovenvermelde tekortkomingen. Indien geen oplossing gevonden wordt, kan er gestemd worden, hulp ingeroepen worden, …

Besluitvormingsfase: de voorzitter herhaalt de besproken punten en hun beslissing, de te verwezenlijken acties, de taken van elk lid, en vermeldt een nieuw vergadermoment.

Projectweek 2008 – 2009


4.2

Betrokken lectoren

Elk team wordt gecoacht/begeleid door een lector. Dicky Antoine Johan Decroos Céline Eeckhout Magda Steen Ines Vandamme Riet Van de Velde Chantal Vermote ( Dokeos )

4.3

Planning

Voorafgaande infosessie: Er is een algemene uitleg tijdens de lessen PPDV. De voorafgaande uitleg dient als voorbereiding. Hierin worden doelen, visie en taken van de projectweek uitgelegd. De projectweek zelf dient om het project praktisch uit te werken.

Projectweek: Studenten werken van maandag tot vrijdag ( met uitzondering van de activiteiten op woensdag voor bepaalde groepen). Op vrijdagvoormiddag van 11.00 tot 12.30 uur houden de teams een reflectiemoment en maken een kort reflectieverslag en vullen de peer-assessment in. In de namiddag van 13.30 tot 16.30 uur presenteren en testen de studenten elkaars koffers en evalueren ze het eindproduct (3 groepen per uur). Hiervoor zal een beurtsysteem opgemaakt worden en in de loop van de projectweek op Dokeos geplaatst worden.

5

In te dienen projectproducten:

5.1

De educatieve koffer

Een educatieve koffer is een verzameling educatieve materialen en gebruiksvoorwerpen die kaderen in eenzelfde thema (spel, wandeling, quiz, zoektocht, interactief game, toneel, …). De verzameling wordt samengebracht in een ‘koffer’( je krijgt een koffer ter beschikking). Het gebruik van de koffer beoogt sensibilisering en educatie van de doelgroep. Voor de toepassing baseert de gebruiker van de koffer zich op een bijgevoegde handleiding. De concrete materialen in de koffer maken het thema tastbaar en concreet voor de beoogde doelgroep.

Projectweek 2008 – 2009


5.1.1

Tips voor materiaal

Kwaliteit van de materialen •

Je maakt geen wegwerpkoffer! Kies voor materialen die niet snel breken of verloren raken en voeg zeker geen consumeerbare goederen toe (tenzij je duidelijk weergeeft dat ze exemplarisch zijn en niet voor consumptie bedoeld zijn). Ook goederen met beperkte houdbaarheid zijn uit den boze.

Kies voor authentieke materialen van goede kwaliteit.

Kies voor materialen die niet te zwaar zijn! Je koffer moet transporteerbaar zijn, dit wil zeggen dat een leerkracht ze moet kunnen optillen.

Zorg voor voldoende variatie in de materialen.

Zorg dat de materialen ook in een grotere groep gebruikt kunnen worden. Kleine voorwerpen kan je in een veelvoud toevoegen. Zo hoeft de leerkracht ze niet de hele klas door te geven maar kunnen verschillende leerlingen ermee aan de slag.

Kies niet alleen voor gebruiksvoorwerpen. Ook muziek, foto’s, posters en spelen zijn interessant voor de educatieve toepassing van je koffer.

Pas je materialen aan aan de leeftijd van de leerlingen waarvoor je de koffer voorziet. Lln van eerste graad hebben andere interesses en aanknopingspunten dan deze van de tweede graad.

Duurzaamheid •

Zorg ervoor dat je alle documenten die in de koffer zitten, ook digitaal ter beschikking hebt en behoud ook wat reservemateriaal, zodat alles wat in de koffer steekt later kan bijgemaakt worden, mocht iets stuk of verloren zijn.

Kies voor stevig en duurzaam materiaal.

Duurzaam is niet hetzelfde als duur! Bedenk dat een minder dure maar even kwaliteitsvolle koffer makkelijker reproduceerbaar is.

Zorg ervoor dat de inhoud van de koffer na teruggave telkens gecheckt wordt zodat verloren of kapotte voorwerpen vervangen kunnen worden.

5.2

De handleiding

Werken met een educatieve koffer is een educatief proces. Naast een duidelijke handleiding is persoonlijke ondersteuning van de leerkracht aan te raden. Een leerkracht die een koffer ontleent, krijgt graag wat ondersteuning en uitleg rond het gebruik ervan. Een handleiding is onontbeerlijk bij elke educatieve koffer. De handleiding moet het de leerkracht mogelijk maken om op zelfstandige basis aan de slag te gaan met de koffer. Vermijd echter te rigide voorschriften. Elke leerkracht is vrij om in zijn of haar klas een eigen invulling te geven aan de koffer. Wat neem je wel best op in de handleiding? De handleiding bevat uiteraard de titel en een korte omschrijving van de koffer. Daarnaast neem je best ook de volgende punten op:

Projectweek 2008 – 2009


Inhoudstafel;

doelgroep;

doelstellingen (op lange en korte termijn);

inhoud van de koffer (eventueel met verduidelijkende foto of tekening van alle voorwerpen);

structuur en opbouw (dit kan soms heel praktisch zijn, bijvoorbeeld: hoe krijg je alles terug in de koffer?). Je bevestigt deze best aan de binnenkant van de koffer. Zo kan de leerkracht ook nagaan of de inhoud van de koffer volledig is;

uitleg van toepassingvormen van de educatieve koffer. Zorg voor voldoende variatie in de werkvormen en probeer zo ervaringsgericht mogelijk te werken. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden van hoekenwerk, contractwerk, aanknopen bij de actualiteit en verhalen die bij kinderen leven. Geef bij de toepassingsmogelijkheden ook steeds de tijd, groepsgrootte, het materiaal en eventueel extra benodigdheden aan;

verwijzing naar de eindtermen en/of ontwikkelingsdoelen.

Bron: Kleur bekennen

5.3

Verslag teambijeenkomsten en Groepslogboek

Dit logboek beschrijft per dag welke projectactiviteiten elk teamlid gepresteerd heeft. Deze beschrijving dient om o.a. het individuele punt te bepalen van elk teamlid door de begeleidende lector. Dit plaats je per team en per dag samen met het verslag van de teambijeenkomst op dokeos.

5.4

Groepsreflectieverslag

Door middel van onderstaande vragenlijst reflecteer je in team op de voorbije projectweek. Bedoeling is vooral bij jezelf na te gaan hoe je het verloop van het project ervaren hebt en wat je eruit geleerd hebt? Wat je positieve en negatieve ervaringen zijn rond het project en projectmatig werken. Sta even stil bij de evolutie die je als teamlid gemaakt hebt bij het verwerven van de vooropgestelde competenties. Je maakt hiervan één kort verslag per team en geeft dit op het einde van de projectweek af aan je begeleidende lector.

Projectweek 2008 – 2009


5.4.1

Vragenlijst

Hoe verliep de samenwerking met de groep?

Heb ik mezelf geëngageerd in de groep?

Waren er teamleden waarmee de samenwerking niet zo goed vlotte? Wat was de oorzaak?

Hoe zou ik het de volgende keer aanpakken om toch beter te kunnen samenwerken?

Was er een goede taakverdeling binnen de groep?

Hoe heb ik daartoe bijgedragen? Ben ik daarin geslaagd?

Wat verwachtte ik van het project?

Zijn deze verwachtingen ingelost?

Voldoet het eindproduct aan mijn verwachtingen?

Welke moeilijkheden of problemen heb ik ondervonden?

Hoe heb ik die opgelost?

Hoe zou ik het anders aanpakken om deze moeilijkheden te vermijden?

Wat heb ik ervaren, geleerd met dit project?

Met welke punten zou ik bij een volgend project rekening houden?

5.5

Presentatie en evaluatie

Ter afsluiting van de projectweek wordt elke koffer gepresenteerd aan twee andere teams. Eén team test de educatieve koffer, één team observeert. Beide teams vullen nadien het onderstaande evaluatieformulier in dat ook nog eens in bijlage terug te vinden is. Je kan rekening houden met onderstaande vragen. Let tijdens de testfase zeker op de volgende aspecten: •

Blijkt de handleiding voldoende duidelijk qua vorm, taalgebruik, inhoud en opbouw?

Klopt de tijdsaanduiding in je handleiding?

Blijkt de koffer aangepast aan de doelgroep en groepsgrootte?

Is de koffer praktisch opgebouwd en makkelijk hanteerbaar?

Werkt de koffer de betrokkenheid van de leerlingen in de hand?

Projectweek 2008 – 2009


Punten op 20

onvoldoende

zwak

Voldoende

goed

Beoordeling door team nummer:

Zeer goed

Eindproduct team nummer:

Concrete eindproduct Creativiteit en originaliteit Handleiding

Inhoud Op niveau van de doelgroep Steunt op verwerking van informatie over het thema

Conform de vooropgestelde VOETEN VOETEN zijn gerealiseerd in het eindproduct VOETEN zijn meetbaar in het eindproduct Totaal op 60 Totaal op 20

6

Evaluatie

Met projectonderwijs als nieuwe werkvorm volstaat het niet langer een examen als enig middel tot evalueren te hanteren. Immers dit is misschien wel een geschikte methode om te kijken of jij als student de leerstof voldoende beheerst, maar niet om verworven competenties te toetsen. Wat het betekent om kwaliteit te leveren leer je vooral door grondig en doordacht commentaar te krijgen op je eigen prestaties, maar ook door adhv heldere criteria het werk van een ander te beoordelen. In deze opvatting is peer-assessment uitsluitend bedoeld om er van te leren. In de context van hoger onderwijs is peerassessment een procedure waarbij studenten aangeven in hoeverre mede-studentenne leerdoelen hebben gerealiseerd. Je wordt voor het project beoordeeld op zowel product als proces. Je vindt hieronder de verdeelsleutel. •

Proces: 40 % door peer-assessment en 10 % door begeleidende lector (individueel punt)

Product: 20 % door team dat de koffer test en 20 % door team dat kijkt en evalueert terwijl de koffer getest wordt (lectoren hebben hierbij geen inspraak) en 10 % door begeleidende lector (groepspunt)

Sjabloon voor peer-assessment ( door elke student op computer in te vullen na het reflectiemoment op vrijdagvoormiddag ):

Projectweek 2008 – 2009


Beoordelingsschaal 3=beter dan de rest van de groep 2=gemiddeld van de groep 1=niet zo goed als de rest van de groep 0=geen hulp voor de groep

Groepsleden

Enthousiasme

Planning

Ideeën

0

0

0

Taken efficiënt

Bijdrage aan het functione-

Bijdrage aan

volbrengen

ren van de groep

het eindproduct

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Enthousiasme en participatie: participeert constructief, stimuleert de andere, zorgt voor een aangename en ontspannen sfeer in de groep. Planning en afspraken: respecteert tijdschema, kan planning evalueren en bijsturen, kan zijn tijd efficiënt gebruiken. Ideeën aanbrengen: kan ideeën van anderen respecteren, ideeën inhoudelijk uitwerken. Taken efficiënt volbrengen: kan de individuele opdrachten uitvoeren, hulp bieden aan anderen. Bijdrage aan functioneren groep: komt voorbereid naar groepswerk, luistert naar anderen, kan kritiek aanvaarden, kan problemen aanpakken. Bijdrage aan het eindproduct: zinvol, relevant, in relatie tot de doelgroep en de vakoverschrijdende doelstellingen.

7

Ter afsluiting

We wensen jullie veel succes toe bij het realiseren van de projectopdracht waarbij, niet te vergeten, het verwerven van de vooropgestelde competenties en attitudes centraal staat.

Projectweek 2008 – 2009


Volgende sjablonen staan op dokeos: •

verslag vergadering,

groepslogboek,

evaluatieformulier educatieve koffer.

Bijlagen: •

studiefiche,

vervangende opdracht.

Projectweek 2008 – 2009


Vervangende opdracht Studenten die een geldige (medische) reden hebben om niet deel te nemen aan de projectweek, dienen een vervangende opdracht te doen. Wie geen geldige reden heeft, kan geen punten verdienen voor dit opleidingsonderdeel. De studenten werken de opdracht individueel uit. De student neemt een groep eindtermen en werkt dit uit voor leerlingen van de eerste graad of tweede graad in educatieve koffer. De student dient in: -

Zie in te dienen documenten

Indienen opdracht: ………………………………….. Begeleidende lector: ………………………………………………….

Projectweek 2008 – 2009

project  

Tekst van vorig jaar i.v.m. projectweek