Issuu on Google+

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling Gerichte inspecties in uw branche

Deze brochure is een uitgave van: Arbeidsinspectie Postbus 820 3500 AV Utrecht www.arbeidsinspectie.nl Bestelnummer 646 Versie december 2010


De belangrijkste arbeidsrisico’s in de afvalinzameling Deze brochure vertelt u meer over de belangrijkste arbeidsrisico’s in de afvalinzameling, de branche waar uw bedrijf bij hoort. U kunt lezen wat u daarvoor moet regelen en waar de Arbeidsinspectie bij inspecties op zal letten. Investeren in goede arbeidsomstandigheden draagt bij aan het gezond houden van uw werknemers en uw bedrijf . In de afvalinzameling hebben de belangrijkste arbeidsrisico’s te maken met: • machineveiligheid pagina 14 • inrichting en gebruik van de werkomgeving pagina 19 • gevaarlijke stoffen pagina 23 • fysieke belasting pagina 28 De Arbeidsinspectie controleert tijdens een inspectie specifiek op deze arbeidsrisico’s. Met deze brochure kunt u zich hier goed op voorbereiden. Op andere onderwerpen inspecteert de Arbeidsinspectie alleen als daar een concrete aanleiding voor is. In het eerste deel van deze brochure kunt u lezen: • welke verplichtingen u als werkgever heeft • hoe een bedrijfsinspectie verloopt In het tweede deel vindt u: • de belangrijkste arbeidsrisico’s in uw branche uitgewerkt • de inspectienormen per arbeidsrisico • verwijzingen naar bestaande instrumenten en hulpmiddelen om aan de regels te voldoen

2 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 3


Deel 1 Veiligheid en gezondheid, uw zorg Als werkgever moet u een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid voeren. Daarvoor organiseert u het werk op de bouwplaats zodanig dat dit geen nadelige invloed heeft op de veiligheid of de gezondheid van uw werknemers. Kennis van de risico’s is hiervoor een belangrijke basis. Zo kunt u gericht zoeken naar oplossingen om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Dit doet u aan de hand van een risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E).

Risico-inventarisatie & -evaluatie en plan van aanpak Een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) is voor ieder bedrijf verplicht. Met de resultaten van de RI&E stelt u een plan van aanpak op. Dit kunt u zelf doen of u kunt het uitbesteden aan een gespecialiseerd bureau. U bent verplicht uw RI&E, inclusief het plan van aanpak, te laten toetsen. Dit kunt u laten doen door een gecertificeerde deskundige die aan uw bedrijf verbonden is of door een gecertificeerde arbodienst. In het plan van aanpak beschrijft u: • welke verbeteringen u wilt doorvoeren • welke verbeteringen prioriteit hebben • wanneer de verbeteringen uitgevoerd moeten zijn • wie voor de uitvoering verantwoordelijk is Voor het aanpakken van verbeteringen gelden de volgende uitgangspunten: • Risico’s moeten zoveel mogelijk aan de bron worden weggenomen (bijvoorbeeld vervangen van gevaarlijke machines, gebruiken van hefapparatuur). • Is deze bronaanpak redelijkerwijs niet mogelijk (vanwege technische, organisatorische en/of economische redenen), dan treft u maatregelen die voor alle werknemers gunstig zijn (bijvoorbeeld afschermen van bewegende delen van machines, tweeknopsbediening, een duidelijke instructie hoe gewerkt moet worden). • In sommige gevallen is het niet mogelijk om een aanpak aan de bron of een algemeen beschermende aanpak te kiezen. In die gevallen stelt u persoonlijke beschermings­ middelen ter beschikking aan de werknemers (bijvoorbeeld handschoenen, gehoor­ bescherming), waarbij u er ook op toeziet dat deze gebruikt worden. Deze aanpak staat bekend als de arbeidshygiënische strategie. Wilt u een uitzendkracht inhuren? Dan moet u het uitzendbureau inlichten over de risico’s van de werkzaamheden. Stuur het deel van uw RI&E dat betrekking heeft op de werkzaamheden van de uitzendkracht op tijd naar het uitzendbureau. Zo zijn tijdelijke medewerkers op tijd op de hoogte van de risico’s die samenhangen met de aangeboden werkzaamheden en de manier waarop uw bedrijf deze aanpakt. Wijziging arboregelgeving kleine bedrijven en organisaties

Vanaf 2011 hoeven werkgevers met ten hoogste 25 werknemers in een aantal gevallen de RI&E niet te laten toetsen door een deskundige. Dat mag alleen als zij gebruikmaken van een branchespecifiek en in de cao opgenomen RI&E-instrument. Om in aanmerking te komen voor de vrijstelling van toetsing moet de werkgever wel onder de betreffende cao vallen. Werkgevers met ten hoogste 25 werknemers zonder RI&E-instrument uit de cao hoeven ook geen gebruik te maken van een deskundige voor het toetsen van de RI&E. Zij moeten dan wel gebruikmaken van een RI&E-instrument dat door werkgevers en werknemers in hun

4 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 5


branche of sector is vastgesteld en dat is aangemeld bij de minister van SZW of bij een door de minister aangewezen instelling. De betreffende organisatie moet behoren tot de branche waarvan het RI&Einstrument gebruikt wordt. Meer informatie hierover vindt u op www.rie.nl. Hier vindt u ook de branche-RI&E’s die in de cao’s zijn opgenomen en de aangemelde brancheRI&E’s. Een andere wijziging van de Arbowet in 2011 houdt in dat u als werkgever de plicht heeft ervoor te zorgen dat uw werknemers kennis kunnen nemen van de RI&E.

De Arbeidsinspectie bij u op bezoek Hoe verloopt een bedrijfsinspectie? De inspecteur wil tijdens een inspectie zien hoe de werknemers in uw bedrijf werken. Hij toetst of dat op een veilige en gezonde manier gebeurt. Werken er in uw bedrijf ook studenten, dan controleert de inspecteur ook hun arbeidsomstandigheden voor zover hun werkzaamheden te vergelijken zijn met de beroepspraktijk. De inspecteur komt meestal onaangekondigd langs omdat hij zoveel mogelijk de gewone, dagelijkse gang van zaken wil controleren. Een onaangekondigde inspectie duurt meestal niet langer dan twee uur. Tijdens de inspectie zal de inspecteur u vragen stellen en samen met u of uw vertegenwoordiger door de instelling lopen om de werknemers aan het werk te zien. Bij aanvang van de inspectie zal de inspecteur meestal vragen of een lid van de personeelsvertegenwoordiging bij de inspectie aanwezig wil zijn. Deze personen hebben wettelijk het recht om de inspecteur te vergezellen. Bovendien hebben zij het recht om een gesprek met de inspecteur te vragen zonder dat u als werkgever daarbij aanwezig bent. Inspecteurs voeren niet alleen inspecties uit. Zij verzamelen ook informatie aan de hand van vragenlijsten, waarbij bijvoorbeeld het nalevingsniveau van de wetgeving wordt onderzocht. Voor een dergelijk bezoek maakt de inspecteur vooraf een afspraak. De inspectie verloopt als volgt: • De inspecteur kijkt op de bouwplaats hoe u de regels voor de belangrijkste arbeidsrisico’s naleeft. • De inspecteur bespreekt zijn bevindingen met u of met uw vertegenwoordiger. Als u niet, of niet voldoende, aan de verplichtingen voldoet, zal de inspecteur afspraken met u maken over de naleving van de verplichtingen. • De inspecteur legt geconstateerde overtredingen schriftelijk vast. Dit kan in de vorm van een waarschuwing of een eis. Bij sommige overtredingen kan de inspecteur direct een boeterapport opmaken . Deze brochure gaat over de belangrijkste risico’s in uw branche. Mogelijk gelden er voor uw bedrijf ook nog andere, specifieke regels of risico’s. Denk bijvoorbeeld aan biologische agentia (bacteriën, schimmels, virussen etc.), geluid, dieselmotoremissie (DME) en agressie en geweld. Deze risico’s moet u ook in de RI&E en het plan van aanpak opnemen. Ook moet u maatregelen treffen om deze risico’s weg te nemen of te verminderen.

U voldoet niet of onvoldoende aan de verplichtingen De werkwijze van de Arbeidsinspectie gaat uit van ‘hard waar het moet, zacht waar het kan’. In de praktijk werkt dat als volgt. Een inspecteur kijkt bij een overtreding naar het gevaar en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 7


naar de algehele situatie in een bedrijf. Levert een overtreding groot gevaar op voor werknemers, dan zal hij altijd formeel handhaven, ongeacht de situatie in het bedrijf. Gaat het om een overtreding zonder direct gevaar, dan kijkt de inspecteur of de arbeids­ omstandigheden en het arbobeleid in het algemeen goed zijn geregeld. Is dat het geval dan krijgt de werkgever de gelegenheid de overtreding(en) zelf op te lossen. Is dat niet het geval dan geeft de inspecteur een waarschuwing of stelt een eis. U krijgt een waarschuwing als direct duidelijk is wat u moet doen om een overtreding op te heffen. U krijgt een eis als dat niet direct duidelijk is. De Arbeidsinspectie geeft in deze eis aan wat u precies moet doen om aan de wettelijke verplichting te voldoen. Bij een waarschuwing of een eis krijgt u een bepaalde termijn om de overtreding weg te nemen. Hoeveel tijd u krijgt, is afhankelijk van de aard van de overtreding. De Arbeids­ inspectie komt meestal controleren of u de aanwijzingen heeft opgevolgd. Heeft u niet binnen de gestelde termijn de aanwijzingen opgevolgd, dan krijgt u alsnog een boete. Als u een eis of een boete krijgt, kunt u altijd uw zienswijze kenbaar maken of bezwaar aantekenen. Bij een ernstige overtreding zal de inspecteur zonder meer een boete geven. Als er direct gevaar is voor de medewerkers, zal de inspecteur het werk (gedeeltelijk) stilleggen totdat de overtreding is opgeheven. De hoogte van een boete is afhankelijk van de ernst van de overtreding en de omvang van uw bedrijf. Kleine bedrijven betalen minder dan grote. Boetes naar aanleiding van een ongeval zijn hoger dan voor ‘gewone’ overtredingen. Als de inspecteur strafbare feiten constateert, maakt hij een proces-verbaal op. Ook werknemers kunnen een boete krijgen, namelijk wanneer zij zich bewust niet houden aan de veiligheidsmaatregelen. Bijvoorbeeld wanneer zij geen persoonlijke beschermingsmiddelen dragen of wanneer zij beveiligingen van een machine verwijderen of uitschakelen.

Preventiemedewerker

Ieder bedrijf moet een preventiemedewerker aanstellen of iemand binnen het bedrijf de preventietaken laten uitvoeren. Deze medewerker speelt een belangrijke rol bij het maken van de RI&E en het plan van aanpak. Ook kan deze persoon een rol spelen bij het geven van voorlichting over arbeidsomstandigheden aan collega’s en bij het onderzoeken van eventuele ongevallen in het bedrijf. Heeft uw bedrijf niet meer dan 25 medewerkers, dan kunt u als werkgever zelf de taak van preventiemedewerker vervullen. Bedrijfshulpverlening

De Arbeidsinspectie kan ook de organisatie van de bedrijfshulpverlening (BHV) inspecteren. De BHV-organisatie is onderdeel van uw RI&E en het plan van aanpak. Een aantal zaken moet u in ieder geval op orde hebben. Zo moeten één of meer werknemers zijn opgeleid als bedrijfshulpverlener. Hoeveel BHV’ers u nodig heeft, hangt af van de omvang van uw bedrijf en de risico’s van de werkzaamheden. Iedere BHV’er moet voor één of meer van de hulp­ verleningstaken (eerste hulp bij ongevallen, branden blussen en ontruimen) zijn opgeleid. De BHV-organisatie als totaal moet in staat zijn alle drie de hulpverleningstaken uit te voeren. Als u een gebruiksvergunning heeft, worden daarin mogelijk nog andere eisen gesteld aan uw BHV-organisatie. U kunt de BHV ook gezamenlijk met andere organisaties in uw omgeving realiseren. Systeeminspectie

Het kan zijn dat de wijze waarop u uw zorg voor arbeidsomstandigheden heeft georganiseerd, niet voldoende is. Wanneer de Arbeidsinspectie dit vermoedt, voert de inspecteur in veel gevallen een systeeminspectie uit. Hij houdt daarvoor interviews met u, enkele van uw werknemers en eventuele leidinggevenden in uw bedrijf. Na afloop bespreekt de inspecteur met u de resultaten. Ze kunnen leiden tot een eis. Daarna krijgt u de mogelijkheid om uw aanpak aan te passen. Klachten

Wat u nog meer moet weten Voorlichting, instructie en toezicht

Als werkgever moet u uw werknemers informeren over de risico’s die zij lopen bij hun werkzaamheden. Ook moet u hun instructie geven over de maatregelen die de risico’s kunnen beperken. Voorlichting en instructie zijn belangrijke middelen om ongevallen, verzuim en stagnatie in de productie te voorkomen of te beperken. Als werkgever moet u er bovendien op toezien dat de werknemers zich houden aan de instructies en voorschriften. Uw werknemers hebben daarin een eigen verantwoordelijkheid. Zij moeten met de nodige voorzichtigheid en zorgvuldigheid handelen en instructies opvolgen. Begaat een werk­ nemer een ernstige overtreding en had hij kunnen weten (door voorlichting of instructie) dat het om een overtreding van de wet gaat, dan kan de inspecteur de werknemer een boete geven.

8 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Soms ontvangt de Arbeidsinspectie klachten over arbeidsomstandigheden in een bedrijf. De Arbeidsinspectie neemt een klacht alleen in behandeling als deze komt van een werknemer (of een relatie of rechtshulpverlener van die werknemer) of een vakbond. Klachten of tips van anderen onderzoekt de Arbeidsinspectie in principe niet, tenzij sprake is van ernstig gevaar voor personen. Ongevallen

Ernstige arbeidsongevallen moet u melden bij de Arbeidsinspectie. Het gaat om arbeids­ ongevallen met dodelijke afloop en ongevallen waarna een ziekenhuisopname volgt of iemand – naar het oordeel van een arts – blijvend letsel oploopt. De Arbeidsinspectie voert dan een onderzoek uit. Ook als een student tijdens zijn werkzaamheden in uw bedrijf een dergelijk ongeluk krijgt, moet u dat melden. Dit geldt alleen als de werkzaamheden vergelijkbaar zijn met de beroepspraktijk. Het centrale telefoonnummer voor het melden van klachten en ongevallen is 0800 – 27 00 000. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 9


Beroepsziekten

Zijn er beroepsziekten binnen uw bedrijf, dan meldt uw bedrijfsarts dit aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.

Uw branche, de afvalinzameling Nederland produceert meer dan 60 miljoen ton afval per jaar. Denk daarbij aan huisvuil, GFT (groente-, fruit- en tuinafval), plastic, papier, textiel, glas, KCA (klein chemisch afval), bouw- en sloopafval en bedrijfsafval. Er zijn circa 216 gespecialiseerde bedrijven in de branche die voor de inzameling van het overgrote deel van dit afval zorgen. De branche telt ongeveer 90 gemeentelijke diensten; de overige bedrijven zijn private inzamelaars, verzelfstandigde overheidsbedrijven en samenwerkingsverbanden. Samen heeft u meer dan 13.000 werknemers in dienst. Naast afvalinzameling is uw branche ook actief in het verwijderen van zwerf- en drijfafval door het vegen en schoonhouden van bijvoorbeeld openbare wegen, markten, plantsoenen, wateren en bedrijfsterreinen. Burgers kunnen hun afval in veel gemeentes zelf afleveren bij milieustraten, -parken en innamedepots. Ook deze behoren tot de sector afvalinzameling. Ontwikkelingen

De afgelopen jaren is het afvalbeleid in Nederland sterk ontwikkeld. Het overgrote deel van het afval bereikt het eindstadium niet en wordt hergebruikt. Het inzamelen is sterk gemechaniseerd. Eenmaal ingezameld ondergaat het afval in veel gevallen een bewerking om herbruikbare materialen af te scheiden. Het scheiden vindt voor een deel plaats bij huishoudens en bedrijven, voor een deel bij de inzamelingsbedrijven en voor een deel bij de afvalverwerking. Deze ontwikkeling heeft grote invloed op de bedrijfstak. Stond vroeger de – vooral handmatige – inzameling centraal waarna lokaal storten van het afval volgde, inmiddels is afvalinzameling en -verwerking een industriële activiteit en is de inzameling sterk gemechaniseerd. Van de emmer naar de zak, daarna de minicontainer en recent naar de ondergrondse verzamelcontainer. Parallel daaraan zien we een ontwikkeling waarbij een verdergaande scheiding door de aanbieder (huishoudens en bedrijven) plaatsvindt. Inmiddels zet de schaalvergroting in. Bedrijven gaan samenwerken en fuseren, gemeenten doen dat ook of verzelfstandigen hun diensten. De werkgeversorganisaties, brancheorganisaties en vakbonden hebben in 2009 en 2010 een digitale arbocatalogus Afvalbedrijven ontwikkeld. Meer informatie over de arbocatalogus van de branche is te vinden op www.arbocatalogus.net/afval.

10 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 11


Deel 2 Belangrijkste arbeidsrisico’s U kunt lezen wat het arbeidsrisico is, wat de gevolgen kunnen zijn voor de gezondheid en veiligheid van uw werknemers, en wat u moet regelen om dit te voorkomen. De Arbeidsinspectie controleert hierop bij de inspecties. Aan het eind volgen verwijzingen naar bestaande instrumenten en hulpmiddelen die u helpen om aan de regels in de Arbowet te voldoen.

Belangrijke arbeidsrisico’s in de afvalinzameling Dit deel van de brochure gaat dieper in op de belangrijkste arbeidsrisico’s in de afvalinzameling: • machineveiligheid • inrichting en gebruik van de werkomgeving • gevaarlijke stoffen • fysieke belasting

Hoe zijn de belangrijkste risico’s bepaald? De Arbeidsinspectie heeft de belangrijkste arbeidsrisico’s in uw branche bepaald aan de hand van: • de ongevallencijfers binnen uw branche • cijfers van aandoeningen die door het werk worden veroorzaakt (beroepsziekten) • instroomcijfers op de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet werk en inkomen • naar arbeidsvermogen (WIA) • inschattingscijfers van risico’s door de Arbeidsinspectie. Ook heeft de Arbeidsinspectie intensief overlegd met de werkgevers- en werknemers­ organisaties in uw branche.

12 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 13


Machineveiligheid In de afvalinzamelingsbranche wordt veel gewerkt met voertuigen zoals vrachtauto’s, uitgerust met containerbakken en bijbehorende hefinrichting en huisvuilophaalwagens veelal voorzien van een persinrichting en uiteenlopende beladingsmechanismen. Daarnaast wordt in de verschillende fasen van het inzamelingsproces gebruik gemaakt van diverse machines voor laden, lossen en overslag van afval.

Wat zijn de risico’s? Bij het werken met machines in de afvalsector ontstaan veel ongevallen door contact met bewegende delen. Een voorbeeld daarvan is beknelling van ledematen tijdens het werken met beladingsinrichtingen. Daarnaast ontstaan relatief veel ongevallen door vallende lading, bijvoorbeeld tijdens het laden of lossen van afval. Bij het gebruik van voertuigen is aanrijding van personen een belangrijk risico. Dergelijke ongevallen hebben vaak blijvend letsel tot gevolg. In enkele gevallen is er sprake van een fatale afloop. Naast gebreken van technische aard, zoals het ontbreken van afschermingen, zijn veel voorkomende oorzaken het onveilig handelen en het toepassen van verkeerde werkmethoden. De achterliggende oorzaak is vaak onvoldoende veiligheidsbewustzijn tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Bij het gevaar van aanrijding speelt de inrichting van de werkomgeving een belangrijke rol.

Wat moet u doen? Wat betreft machineveiligheid gelden voorschriften uit de Arbowet en de Warenwet. Er gelden specifieke regels voor de arbeidsmiddelen, zoals: • Geschiktheid van het arbeidsmiddel Machines moeten geschikt zijn voor het werk. Als het werken met de machine te veel risico oplevert, moet deze worden aangepast of moeten andere maatregelen worden getroffen om het risico zoveel mogelijk te beperken. • Veilig gebruik van het arbeidsmiddel Machines worden uitsluitend gebruikt voor het doel, de manier en op de plaats waarvoor zij zijn ingericht en bestemd. Dit houdt ook in dat beveiligingen niet worden overbrugd of weggehaald. Machines met een 2-handenbediening mogen niet door meer dan één persoon worden bediend. Bedieningssystemen van arbeidsmiddelen moeten duidelijk en veilig zijn. Alleen met behulp van dat bedieningssysteem moet de machine in werking gesteld kunnen worden. De machine moet vervolgens ook weer veilig kunnen worden stopgezet en voorzien zijn van een noodstop. U maakt met uw werknemers afspraken over veilig werkgedrag. U ziet er als werkgever op toe dat deze afspraken worden nageleefd. Zo niet, dan spreekt u de werknemer aan op zijn gedrag om herhaling te voorkomen. 14 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

• Ongewilde gebeurtenissen en deugdelijkheid van arbeidsmiddelen Het materiaal is geschikt en van goede kwaliteit. De constructie is betrouwbaar en degelijk. De machine is zo geplaatst en ingericht dat er geen gevaar is voor verschuiven, omvallen en kantelen, oververhitting, ontploffing en elektrocutie. • Deskundigheid van werknemers Werknemers moeten voldoende deskundig zijn door voorlichting, scholing en/of ervaring. Werknemers moeten de gegeven instructies opvolgen en de beveiligingen gebruiken. • Veiligheidsvoorzieningen in verband met bewegende delen van arbeidsmiddelen Bewegende delen van machines moeten voldoende afgeschermd of beveiligd zijn. Controleer ook regelmatig of beveiligingen door werknemers intact worden gelaten. • Veiligheidsvoorzieningen in verband met de mobiliteit van arbeidsmiddelen Voertuigen met een eigen aandrijving zijn voorzien van de nodige hulpmiddelen om de bestuurder voldoende zicht te geven op de omgeving. Dit is vooral van belang als het zicht wordt belemmerd door de constructie, zoals veel voorkomt bij achteruitrijden. Voertuigen met een eigen aandrijving zijn voorzien van verlichting als dat nodig is voor de veiligheid van werknemers. • Montage, demontage, onderhoud, reparatie en reiniging van arbeidsmiddelen Machines moeten goed worden onderhouden. Ook moeten onderhouds- en reinigingswerkzaamheden veilig worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door de machine stroom- of drukloos te maken of door de machine stapsgewijs of op kruipsnelheid te laten bewegen. • Keuringen Arbeidsmiddelen die door het gebruik slijten, of door andere invloeden slechter gaan functioneren, moeten (periodiek) worden gekeurd. Het gaat hierbij vooral om beladingsen persinrichtingen van kraakperswagens, hefinrichtingen voor containerbakken, transporteurs, laadschoppen, heftrucks en hijskranen. Naast de Arbowet houdt u rekening met de bepalingen van de Warenwet (productveiligheid) en het Warenwetbesluit machines (machinerichtlijn, CE). Het Warenwetbesluit machines legt verplichtingen op aan de fabrikant of importeur van een machine. Dit geldt ook voor de machines gemonteerd op voertuigen. Machines en installaties die u na 1 januari 1995 heeft aangeschaft en die daarbij voor het eerst in de markt kwamen, moeten - voor zover van toepassing - voldoen aan de bepalingen van de Warenwet en het Warenwetbesluit machines. Een CE-gemarkeerde machine moet door de fabrikant of importeur minimaal zijn voorzien van een: • Nederlandstalige gebruiksaanwijzing • EG-verklaring van overeenstemming • CE-markering op de machine of installatie. Als u in uw eigen bedrijf vanaf 1 januari 1995 machines heeft ontwikkeld, dan bent u zelf verantwoordelijk voor de CE-markering. Dat geldt ook wanneer machines zodanig worden aangepast of zodanig worden opgenomen in een groter geheel, dat daarmee een andere gebruiksbestemming ontstaat dan die van het oorspronkelijke ontwerp, of als andere risico’s en gevaren ontstaan dan die van het oorspronkelijke ontwerp (bijvoorbeeld bij opvoeren).

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 15


Dat betekent dat u: • een risicoanalyse moet (laten) uitvoeren voor de machine/installatie • maatregelen neemt ter beheersing van de risico’s, rekening houdend met de stand der techniek • een gebruiksaanwijzing voor de machine maakt • een technisch constructiedossier voor de machine maakt • een zogeheten EG-verklaring van overeenstemming opmaakt • de CE-markering op de machine plaatst. Wanneer u een machine van buiten de Europese economische ruimte (eer) importeert, moet u zelf de procedure van de CE-markering (laten) uitvoeren.

Meer informatie

Ook risico’s veroorzaakt door oudere machines moeten worden geanalyseerd. Indien nodig moet u de machine aanpassen aan de stand van de techniek, tenzij het restrisico aanvaardbaar is en/of redelijkerwijs niet te eisen. Als aanpassing van de machine nodig maar redelijkerwijs niet uitvoerbaar is, dan moet overwogen worden de machine te vervangen door een machine die voldoet aan de stand van de techniek. De stand van de techniek wordt voor veel risico’s weergegeven in geharmoniseerde normen. De stand van de techniek kan doorgaans ook worden afgeleid uit moderne CE-gemarkeerde machines.

Verwijzingen naar Arbowet- en regelgeving

Met uw risico-inventarisatie en evaluatie krijgt u inzicht in welke (oudere) machines niet meer voldoen. Met die kennis kunt u vervolgens een plan van aanpak opstellen waarin staat hoe en binnen welke termijn u de verbeteringen gaat realiseren. Let op bij het uitvoeren van substantiële wijzigingen: u wordt dan mogelijk aangemerkt als fabrikant van een ‘nieuwe machine’. In dat geval gelden de verplichtingen zoals vermeld in de Machinerichtlijn en Warenwet.

Hoe inspecteert de Arbeidsinspectie? De inspecteur gaat tijdens een inspectiebezoek na of de machines (en het gebruik ervan) voldoen aan de hierboven genoemde wettelijke bepalingen. Hij controleert in de eerste plaats op naleving van de veiligheidseisen en inspecteert de algemene staat van onderhoud. De werking van veiligheidsinrichtingen en -voorzieningen kan functioneel worden getest. Ook kan de inspecteur metingen verrichten op bijvoorbeeld veiligheidsafstanden. Afhankelijk van de geconstateerde feiten controleert hij in tweede instantie ook documenten, zoals een gebruiksaanwijzing, een EG-verklaring van overeenstemming voor een CE-gemarkeerde machine, een onderhouds- of controleboek, schriftelijke instructies en procedures en ook de RI&E met bijbehorend plan van aanpak.

16 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

> Brochure ‘Heftrucks: Hoe voorkom ik ongevallen en schade?’ op www.arbeidsinspectie.nl: zoek onder brochures/formulieren > Arbo-informatiebladen (www.sdu.nl) - Ai-11: machineveiligheid; afschermingen en beveiligingen - Ai-17: Hijs- en hefmiddelen

> Arbobesluit, met name hoofdstuk 3, 7 en 8 > Warenwetbesluit machines, Warenwet­ besluit drukapparatuur en Waren­wet­ regeling drukapparatuur


Inrichting en gebruik van de werkomgeving Binnen de afvalinzamelingsbranche vinden risicovolle werkzaamheden plaats bij het inzamelen, laden, transporteren, overslaan en lossen van afval. Deze werkzaamheden spelen zich af op uiteenlopende locaties, afhankelijk van de aard en herkomst van het afval. Daarbij kan het gaan om huishoudelijk afval, waaronder glas en papier, en om bedrijfsafval, zoals bouw- en sloopafval, metaalschroot, autowrakken, ziekenhuisafval en dierlijk afval.

Wat zijn de risico’s? Een onveilige werkomgeving kan leiden tot ongevallen met blijvend letsel of zelfs dodelijke afloop. Voor werknemers in de afvalinzamelingsbranche komen risico’s voor in elke fase van het logistieke proces. Risico’s zijn: • aangereden worden door een voertuig • geraakt worden door vallende lading • vallen van hoogte door onbeveiligd werken op plaatsen met valgevaar • vallen door het gebruik van ondeugdelijke of ondeugdelijk opgestelde ladders en trappen • struikelen en vallen door gebrekkige orde en netheid op de werkvloer.

Wat moet u doen? Er kan onderscheid worden gemaakt tussen maatregelen voor (a) arbeidsplaatsen waar u verantwoordelijkheid draagt voor de inrichting en het gebruik en (b) arbeidsplaatsen waar u ‘afhankelijk’ bent van anderen. Dit is het geval wanneer uw werknemers bij een ander bedrijf afval gaan ophalen of lossen. a) Arbeidsplaatsen waar u verantwoordelijkheid draagt voor de inrichting en het gebruik

Hiervoor geldt dat u de kans op ongevallen verkleint door veel aandacht te besteden aan de deskundigheid van de werknemers in de omgang met transportmiddelen en door een veilige inrichting van het werkgebied. Bij een veilige inrichting van de werkomgeving zijn de volgende onderwerpen van belang: • Verbindingswegen zijn afgestemd op het verkeer dat er plaatsvindt. Zo nodig dienen er verkeersregels te worden opgesteld. Arbeidsplaatsen liggen op voldoende afstand of gescheiden van verbindingswegen. Ook looproutes voor voetgangers worden gescheiden van verbindingswegen voor transportmiddelen. De breedte van de verbindingswegen is afgestemd op het verkeer (een- of tweerichtingsverkeer). Bij onoverzichtelijke situaties zijn hulpmiddelen zoals spiegels aangebracht. De verbindingswegen zijn vrij van obstakels. Zorg voor goede verlichting. • Deuren, hekken en doorgangen zijn afgestemd op het verkeer dat er plaatsvindt. Klapdeuren zijn deels doorzichtig. Zo nodig zijn voor voetgangers afzonderlijke deuren/ doorgangen aanwezig. 18 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 19


• Vloeren zijn vrij van obstakels, oneffenheden, stof, vet en andere verontreinigingen. • Locaties met valgevaar vanwege (grote) hoogteverschillen, zijn voorzien van hekwerken of soortgelijke voorzieningen. De toegang naar hoog- of laaggelegen werkplekken is veilig ingericht met deugdelijke en goed bevestigde trappen of ladders. Waar nodig zijn deze voorzien van leuningen of handgrepen. Als hekwerken niet mogelijk zijn, moet het valgevaar tegengegaan zijn door andere maatregelen, zoals afbakening of markering van de valgevaarlijke zone met duidelijke veiligheidssignalering. Verder zorgt u voor het nodige toezicht. Als het risico van een gevaarlijke val niet afdoende kan worden voorkomen, moet persoonlijke valbescherming worden gebruikt. Dit vraagt om het aanbrengen van geschikte (anker)voorzieningen op de arbeidsplaats en toezicht op de naleving van de veiligheidsvoorschriften. • Plaatsen waar afval wordt geladen of gelost, waarbij gevaar bestaat dat personen worden getroffen door vallende voorwerpen, zijn afgezet, afgebakend of gemarkeerd en voorzien van veiligheidssignalering. • Uw werknemers beschikken over de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en zijn goed geïnstrueerd over het juiste gebruik.

Hoe inspecteert de Arbeidsinspectie?

b) Arbeidsplaatsen waar u ‘afhankelijk’ bent van anderen

Meer informatie

Bij het opstellen van de RI&E moet u in het bijzonder aandacht besteden aan de risico’s waaraan uw werknemers blootgesteld worden op arbeidsplaatsen bij andere bedrijven. Zo nodig maakt u afspraken met de betrokken werknemers hoe te handelen als zij ‘op locatie’ gevaar lopen. Van belang hierbij is uiteraard dat zij goed zijn opgeleid, zodat zij de gevaren voor de eigen veiligheid tijdig kunnen onderkennen. U moet ervoor zorgen dat u zicht heeft op de omstandigheden waaronder uw werknemers ‘op locatie’ de opgedragen werkzaamheden verrichten. Zo nodig maakt u met het andere bedrijf afspraken over het waarborgen van de veiligheid van uw werknemers. Daarnaast is het van belang dat uw werknemers beschikken over de middelen waarmee zij de werkzaamheden op locatie veilig kunnen uitvoeren. Zo is bijvoorbeeld het valgevaar bij het betreden van laad- en containerbakken voor het afdekken van lading te voorkomen door het aanbrengen van hulpmiddelen waarmee de lading vanaf de grond is af te dekken. Ook wanneer derden afval inzamelen en daarbij gebruikmaken van uw voertuigen, is veiligheid van belang. Denk hierbij aan vrijwilligers die papier inzamelen voor verenigingen. De vrijwilligers moeten goed geïnstrueerd zijn. De instructie wordt ofwel onder uw verantwoordelijkheid uitgevoerd ofwel door de vrijwilligersorganisatie. U moet dan controleren of de betrokken vrijwilligers de instructie ook daadwerkelijk hebben ontvangen. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden moet deskundig toezicht aanwezig zijn.

20 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

De inspecteur gaat tijdens een inspectiebezoek na of de arbeidsplaatsen voldoen aan de hierboven genoemde wettelijke bepalingen. Hij controleert in de eerste plaats op naleving van de veiligheidseisen en inspecteert de algemene staat van onderhoud. De werking van veiligheidsvoorzieningen kan functioneel worden getest. Afhankelijk van de geconstateerde feiten controleert de inspecteur in tweede instantie ook documenten zoals keuringsrapporten en onderhoudsgegevens, schriftelijke instructies en procedures en ook de RI&E met bijbehorend plan van aanpak.

> Arbo-informatiebladen (www.sdu.nl) > Ai-14: bedrijfsruimten; inrichting, transport en opslag Verwijzingen naar Arbowet- en regelgeving

> Arbobesluit, met name hoofdstuk 3, 7 en 8 > Warenwetbesluit machines


Gevaarlijke stoffen Bij afvalinzameling worden gevaarlijke stoffen veelal op grond van milieu- of vervoers­ wetgeving ingedeeld. Fysische en chemische eigenschappen van een stof bepalen echter of een stof gevaarlijk is. In de Arbowetgeving is de definitie van gevaarlijke stoffen breder: ook op basis van temperatuur, druk of mogelijk ongewenste reacties kan een stof als gevaarlijk worden beschouwd. Ook asbesthoudend materiaal wordt als gevaarlijk afval aangeboden. Klein chemisch/gevaarlijk afval (KCA/KGA) is huishoudelijk afval dat chemische stoffen bevat. Met ingezamelde gevaarlijke afvalstoffen kunnen vervolgens handelingen plaatsvinden zoals wegen, gereed maken voor transport, opslag en bewerkingen zoals het mengen en opbulken van verschillende afvalstromen. Voor werknemers kleven er zowel aan de inname als aan het verrichten van handelingen gezondheids- en veiligheidsrisico’s.

Wat zijn de risico’s? Acute risico’s kunnen optreden bij stoffen die corroderen of oxideren. Daarnaast bestaat bij stoffen met een laag vlampunt het risico van brand en explosie. Een chemische reactie of menging van stoffen kan al deze gevaren doen ontstaan. Stoffen kunnen in combinatie zorgen voor gevaarlijke reactieproducten, temperatuurverhoging, ongecontroleerd opspatten en het vrijkomen van schadelijke gassen of dampen. Blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan een bedreiging vormen voor de gezondheid als niet de juiste technische of organisatorische maatregelen zijn genomen. Zo kan blootstelling aan vluchtige organische stoffen leiden tot Chronische Toxische Encephalopathie (CTe), beter bekend als organisch psychosyndroom (OPS). Blootstelling aan kankerverwekkende stoffen, zoals dieselmotoremissie, kan eveneens ernstige gezondheidsschade aanrichten. Risico’s voor werknemers ontstaan wanneer ingezamelde afvalstoffen onjuist of niet zijn geëtiketteerd, verkeerd zijn verpakt of worden aangeboden in ondeugdelijke verpakkingen. Verder ontstaan risico’s bij het overgieten of overpompen van vloeistoffen in grotere bulkverpakkingen of het bijeenbrengen van vaste gevaarlijke stoffen. Daarbij moet rekening worden gehouden met verhoogde temperatuur of druk. Vooral ontvlambare stoffen leveren daardoor risico’s op. Het niet (goed) gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen en het ontbreken van doelmatig onderhoud hiervan kunnen leiden tot blootstelling en daarmee tot een verhoogd risico. Tot slot kan bij het verwerken (shredderen) van verpakkingen waarin resten van vluchtige stoffen zitten brand- en zelfs explosiegevaar ontstaan. Brandwonden (denk bij corrosieve en oxiderende stoffen niet alleen aan de huid maar ook aan de longen) en vergiftiging zijn de voornaamste gevolgen van de genoemde risico’s. Als asbesthoudend bouw- en sloopafval niet op de juiste manier is verpakt of onverpakt wordt aangeboden, kan dit leiden tot blootstelling aan asbestvezels. 22 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 23


Wat moet u doen? Bij het inzamelen van gevaarlijke afvalstoffen moet u een inschatting van het gevaar maken. Op basis hiervan kunt u bepalen wat de manier van verwerken en bewerken moet zijn. Het gaat er vooral om ervoor te zorgen dat stoffen die met elkaar reageren, gescheiden blijven. De beoordeling van de gezondheidsrisico’s moet in de RI&E zijn opgenomen. Door vast te stellen aan welke stoffen uw werknemers worden blootgesteld en hoe hoog die blootstelling is, kunt u nagaan of de getroffen maatregelen in uw bedrijf voldoende effectief zijn. Deze beoordeling moet u regelmatig herhalen. Zo nodig past u de getroffen maatregelen aan om de blootstelling te voorkomen of beperken. De blootstelling moet in ieder geval zo laag zijn dat gezondheidsschade wordt voorkomen. U licht uw werknemers in over de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen. Hierbij kunt u gebruikmaken van de Stoffenmanager, een digitaal hulpmiddel voor het MKB. Ook geeft u hen aanwijzingen over de maatregelen die deze risico’s beperken of wegnemen. Bovendien ziet u erop toe dat werknemers uw instructies en voorschriften naleven.

Wat moet u doen om gevaren te beperken? 1 Gevaarlijke afvalstoffen correct opslaan. De opslag van gevaarlijke afvalstoffen dient te voldoen aan de richtlijn PGS 15 (opvolger van CPR 15) voor opslag van gevaarlijke stoffen. 2 De inrichting van de werkplek en de organisatie van werkzaamheden zodanig aanpassen, waarbij: • blootstelling aan gevaarlijke stoffen wordt voorkomen of geminimaliseerd • de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en netheid in acht wordt genomen • de hoeveelheid gevaarlijke stoffen waarmee op een werkplek (sorteerruimte) nog handelingen moeten worden verricht zo veel mogelijk is beperkt; de sorteerruimte mag niet worden gebruikt als opslagruimte • de sorteerruimte speciaal is ingericht voor de te verwachten gevaren; deze biedt voldoende beschutting tegen weersinvloeden • de sorteerruimte is voorzien van ventilatie (natuurlijke en/of mechanische). Deze ventilatie moet een dusdanige capaciteit hebben dat alle schadelijke en/of hinderlijke gassen, dampen of stoffen die vrij kunnen komen bij de verwerking van het (gevaarlijk) afval, worden afgevoerd. En goede ruimtelijke ventilatie kan door middel van roosters plaatsvinden. 3 Veilig werken met deskundig personeel en duidelijke werkinstructies: • voorkom ontstekingsbronnen en hete oppervlakken in combinatie met ontvlambare stoffen • zorg dat derden in het bedrijf op de hoogte zijn van de regels • maak gebruik van geschikte arbeidsmiddelen, explosieveilig als dit nodig is. 4 Persoonlijke beschermingsmiddelen (op de juiste manier) gebruiken, zoals adem­ bescherming, veiligheidsbril, handschoenen, beschermende kleding etc.

24 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

5 Zorgen voor maatregelen bij calamiteiten: • goede noodinstructies en bijbehorende middelen als branddekens, blusmiddelen en nood- en oogdouches; • vluchtwegen die vrij toegankelijk en goed herkenbaar zijn; • alarmering en ontruimingsplannen, samen met een goede bedrijfshulpverlening.

Heeft u rekening gehouden met explosiegevaar? Alles dat kan branden kan onder omstandigheden ook exploderen. Denk daarbij aan gassen (zoals acetyleen, propaan en waterstof ) en vloeistoffen (zoals thinner, alcohol, terpentine), maar ook aan vaste stoffen (zoals houtstof, voedingsmiddelen en metaalpoeders als deze in kleine deeltjes voorkomen). Voor explosiegevaar zijn specifieke voorschriften in het Arbobesluit opgenomen, de zogenaamde ATEX-voorschriften. Als er explosiegevaarlijke stoffen in uw bedrijf voorkomen moet er een risicoanalyse worden uitgevoerd, waarbij eventueel een gevarenzone-indeling volgt. Aan de hand van een gevarenzone-indeling kunt u bepalen waar er in uw bedrijf gebieden zijn met explosie­ gevaar en welke maatregelen (technische of organisatorische) u moet nemen. Omdat explosiegevaar geen eenvoudig onderwerp is, is het aan te raden u goed te laten informeren en binnen uw branche te kijken naar concrete voorbeelden.

Hoe inspecteert de Arbeidsinspectie? De Arbeidsinspectie zal controleren of u (zeer)(licht) ontvlambare, corrosieve, oxiderende en giftige stoffen volgens de PGS 15 richtlijn heeft opgeslagen. De Arbeidsinspectie zal controleren of de algemene preventieve maatregelen zijn getroffen om blootstelling te voorkomen. Ook zal de inspecteur vragen naar de beoordeling van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, het bijbehorende plan van aanpak en de uitvoering van de hierin opgenomen maatregelen. Aan de hand van de beoordeling van de blootstelling zal worden gecontroleerd of de getroffen maatregelen voldoende effectief zijn om gezondheidsschade te voorkomen. Ook zal de Arbeidinspectie nagaan of uw werknemers voldoende voorlichting en instructie hebben gehad over het werken met gevaarlijke stoffen. Hierbij wordt gelet op de aanwezig­ heid van (werk)instructies en of deze bij uw werknemers bekend zijn. Ook moeten uw werknemers op de hoogte zijn hoe te handelen in geval van een calamiteit. Wat explosiegevaar betreft, zal de Arbeidsinspectie controleren of er maatregelen op de werkvloer zijn genomen op basis van de gevarenzone-indeling. Het ontbreken van een beoordeling, gevarenzone-indeling of maatregelen op de werkvloer kan leiden tot een waarschuwing of (bij ernstig gevaar) tot een boete of stillegging. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 25


Meer informatie Opslag gevaarlijke stoffen: > PGS 15 richtlijn: opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, te vinden op www.vrom.nl > Uitvoering afvalbeheer (www.senternovem.nl/uitvoeringafvalbeheer) > Afvalpreventie en –scheiding (www.infomil.nl) > Stoffenmanager (www.stoffenmanager.nl) > Afvalstoffen (www.vrom.nl) > www.arbeidsinspectie.nl: zoek onder Wetgeving & handhaving, interne handhavings­ instructies, beoordeling van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen en het toetsen van de meetresultaten aan luchtgrenswaarden > Ai-6: Werken met kankerverwekkende stoffen en processen en mutagene stoffen (www.sdu.nl) > Ai-26: Veiligheidsinformatiebladen en Werkpleketikettering (www.sdu.nl) > Ai-31: Gezondheidsrisico’s van gevaarlijke stoffen (www.sdu.nl) > Leidraad veilig werken met chemische stoffen (www.veiligwerkenmetchemischestoffen.nl). ATEX: > Brochure ‘veilig werken in een explosieve atmosfeer’ bestelcode 607. Ook te downloaden via www. arbeidsinspectie.nl onder brochures > Brochure ‘niet bindende gids voor goede praktijken met het oog op de tenuitvoerlegging van richtlijn 1999/92/eG’. Zie www.arbeidsinspectie.nl onder brochures > Arbo-informatieblad Ai-34; veilig werken in een explosieve atmosfeer. Verkrijgbaar bij SDU-uitgeverij. Nederlandse Praktijkrichtlijn nPr 7910-1; Gevarenzone-indeling met betrekking tot ontploffingsgevaar - Deel 1: Gasontploffingsgevaar, gebaseerd op nen-en-iec 60079-10. Verkrijgbaar bij nen Verwijzing naar Arbowet- en regelgeving

> Arbobesluit, hoofdstuk 3, 4 en 8 > Arbobeleidsregel 3.5g-1, 3.5g-2, 4.1c-1, 2, 4, 4.6-3

26 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 27


Fysieke belasting Fysieke belasting is de lichamelijke belasting die mensen ondervinden tijdens het werk. Bij het bewegen, kracht uitoefenen of het aannemen van bepaalde houdingen worden spieren, botten, pezen en gewrichten belast. Fysieke belasting op zich is niet gezondheidsbedreigend, fysieke overbelasting wel. Dit kan leiden tot klachten aan het bewegingsapparaat, tot gezondheidsschade en zelfs tot uitval uit het arbeidsproces. Overbelasting kan optreden bij tillen, duwen en trekken, maar ook bij repeterende bewegingen en het innemen van een ongunstige werkhouding.

Wat zijn de risico’s? In uw sector kunnen aandoeningen voorkomen aan het houding- en bewegingsapparaat, zoals rugklachten en klachten aan arm, nek en schouder. De risico’s zijn tillen, duwen en trekken en ongunstige werkhoudingen. Deze kunnen onder andere voorkomen bij huisvuilinzameling, voornamelijk bij het beladen van huisvuilcontainers en bij het inzamelen van grofvuil dat langs de kant van de weg staat. Ook op de afvalin­zamel­ plaatsen (milieuparken) komt tillen, duwen en trekken voor. De werknemers moeten ook veel lopen en vaak in een gebukte of gedraaide houding werken. Overige risico’s zijn repeterende handelingen die tijdens het handmatig sorteren van bepaalde afval­ soorten worden uitgevoerd.

Wat moet u doen? U organiseert het werk zodanig dat de gevaren voor de veiligheid en gezondheid van werknemers door fysieke overbelasting worden voorkomen of zoveel mogelijk worden beperkt. Een eerste stap hierin is het uitvoeren van de verplichte RI&E. In de RI&E omschrijft u de risico’s in uw bedrijf. Op grond van de RI&E maakt u een plan van aanpak met een nadere inventarisatie van fysieke belasting, om de gesignaleerde risico’s op te heffen of te beperken. U moet periodiek voorlichting en instructie geven in die situaties waarin nog handmatig wordt getild, geduwd of getrokken. Verder ziet u toe op de naleving van deze instructies. Bij huisvuilinzameling is een goede planning en berekening op grond van de P90 norm noodzakelijk (P90 norm: beladingsmaxima per leeftijdscategorie, per inzamelmethode en gebied). Tillen

Meestal is een situatie waarin werknemers moeten tillen verre van ideaal. Men moet vaak bukken om het materiaal van de grond te pakken of te verplaatsen. Tillen komt voor bij het handmatige verplaatsen van grofvuil. Dit gebeurt frequent en langdurig. Het gaat hierbij om handmatig tillen van bijvoorbeeld meubilair, dozen met afval, hout, tuinafval, of andere zware huishoudelijke apparatuur. Om fysieke overbelasting te voorkomen of terug te dringen, kunt u bij grofvuilinzameling een vrachtauto met kraan inzetten. Duwen of trekken

Duwen of trekken komt voornamelijk voor bij het verplaatsen van huisvuilcontainers. Bij het duwen of trekken van een last om deze over langere afstand te verplaatsen, kan fysieke overbelasting ontstaan. Duwen heeft de voorkeur boven trekken. Bij duwen ontstaat in het algemeen een lagere belasting op de lage rug dan bij trekken. Het gebruik van hulpmiddelen, op de milieuparken en recyclingcentra, zoals elektrisch aangedreven wagens, elektrotrekkers en heftrucks, kan fysieke overbelasting voorkomen. Werkplek/werkhouding

De inrichting van een werkplek kan de oorzaak zijn van een ongunstige werkhouding. In uw branche zal dit voorkomen bij de sorteerbanden bij sommige afvalstromen. Ook de inrichting van vrachtwagencabines vraagt aandacht. Zorg voor een ergonomische inrichting zoals een goede chauffeurstoel, de plaatsing van bedieningsmiddelen en plaatsing van spiegels en camera’s. Om fysieke overbelasting te voorkomen tijdens gedwongen ongunstige werkhoudingen zal de oplossing hier liggen in de organisatorische sfeer, dus afwisseling van werk of beperking van de duur van de belastende werkzaamheden. Voor het beladen van huisvuil wordt steeds meer gewerkt met voertuigen die zijn voorzien van zijbelading. Ook vindt er in uw branche een verschuiving plaats naar andere inzamel­ methoden, zoals ondergronds storten en centrale huisvuilcontainers. De nieuwe inzamel­ methodieken kunnen leiden tot nieuwe risico’s op het gebied van fysieke overbelasting. Denk aan knelgevaar en duwen en trekken aan zware containers. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 29


Hoe inspecteert de Arbeidsinspectie? De Arbeidsinpectie bekijkt of de werkplekken ergonomisch zijn ingericht, zodat in een goede werkhouding kan worden gewerkt. De inspecteur kijkt ook of er sprake is van het handmatig hanteren van lasten bij tillen en duwen/trekken van goederen en/of gereedschap. Bij eventueel vastgestelde tekortkomingen zal worden nagegaan of de risico’s van fysieke belasting zijn opgenomen in de RI&E en in het plan van aanpak. Ook gaat de inspecteur na hoe de voorlichting en instructie over fysieke belasting is geregeld.

Overige belangrijke risico’s bij de afvalinzameling Biologische agentia

Meer informatie

Uw werknemers kunnen in contact komen met allerlei bacteriën, schimmels en virussen (biologische agentia) of met de allergenen die afkomstig zijn van deze biologische agentia. Die bevinden zich in het afval en kunnen gezondheidsklachten veroorzaken. Denk daarbij onder meer aan allergische reacties die leiden tot luchtwegaandoeningen, zoals astma, of aan irritatie van ogen, neus, keel en huid. Contact met een injectienaald waarin resten bloed zijn achtergebleven, kan leiden tot een infectieziekte. Houd er rekening mee dat sommige personen een grotere gevoeligheid hebben voor biologische agentia en daarom sneller klachten kunnen ontwikkelen.

> Oorzaken van bedrijfs- en beroepsrisico’s zijn te vinden op www.beroepsrisico.nl. Hier is ook een link opgenomen naar de metaalindustrie. > NIOSH-methode: www.arbobondgenoten.nl/arbothem/lichblst/lift.htm en www.mtchuizen.com/tillen. php > Delleman-methode, Delleman, N.J. e.a., ‘Handmatig duwen/trekken en gezondheidseffecten’. min. SZW/vUGA, Den Haag, 1995 > nen 1005-3, ‘Duwend en trekkend verplaatsen van lasten met het hele lichaam’ > P90 norm, Universiteit Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam, Academisch Medisch Centrum Amsterdam: eindrapport ‘fysieke belasting bij Huisvuilbeladers’ (1993)

De soorten en hoeveelheden biologische agentia in het afval variëren sterk. Dit hangt onder meer samen met het type afval, de inzamelfrequentie (hoe lang is het afval al opgeslagen geweest in de inzamelcontainer?) en de omstandigheden in die container zoals temperatuur en vochtigheid. Als de omstandigheden gunstig zijn, kunnen biologische agentia in korte tijd heel snel in aantal toenemen. Blootstelling kan optreden bij het verplaatsen en legen van de containers, het kapot scheuren van vuilniszakken, het achterop meerijden op een wagen met open laadbak, het lossen van het afval bij de overslag of composteerhal, lekkage van percolaat uit de wagen en het schoonmaken van wagen en containers. Het grijpen van vuilniszakken, het legen van prullenbakken en dergelijke kan bovendien leiden snij- of prikaccidenten.

Verwijzingen naar Arbowet- en regelgeving

Maatregelen

> Fysieke belasting algemeen: Arbobesluit art. 5.2. En 5.3 > Werkplekinrichting: Arbobesluit art. 5.4 > Voorlichting handmatig hanteren van lasten: Arbobesluit art.5.5

Het is van belang dat u de risico’s van blootstelling aan biologische agentia onderkent. U inventariseert en evalueert ze in de RI&E en neemt vervolgens passende maatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. Het hanteren van een goede persoonlijke hygiëne is daarbij een noodzakelijke basismaatregel. Tijdens het beladen is eten, drinken en roken niet toegestaan. U licht de werknemers hierover in en zorgt voor de aanwezigheid van schoon water op de inzamelvoertuigen. U zorgt voor het reinigen van de werkkleding, deze wordt niet meegenomen naar huis.

Als er sprake is van het handmatig hanteren van lasten maakt de inspecteur gebruik van een beoordelings methode. Deze is gebaseerd op de NIOSH-methode om vast te stellen of er geen overtredingen op het gebied van tillen plaatsvinden. Bij duwen of trekken vormen de gezondheidskundige waarden van N.J. Delleman de basis voor de inspectiemethode.

Het is zaak om gezondheidsklachten, zoals luchtwegklachten, in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren. Daarom stelt u de werknemers in de gelegenheid gebruik te maken van het (periodiek) arbeidsgezondheidskundig onderzoek (P)AGO. Voor prik- en snijongevallen is een protocol aanwezig. De werknemers zijn daarvan op de hoogte en weten hoe ze dit toe moeten passen. Werknemers die tijdens het werk intensief worden blootgesteld aan biologische agentia biedt u doeltreffende vaccins aan.

30 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 31


Geluid

Maatregelen

Bij sommige werkzaamheden kan de blootstelling aan geluid hoog zijn, bijvoorbeeld bij het lossen in een overdekte bunker en het storten van glas. Langdurige blootstelling aan geluid boven 80 decibel (db) heeft lawaaidoofheid tot gevolg. Lawaaidoofheid is blijvend en heeft niet alleen gevolgen voor het werk, maar ook in het privéleven. Zo zijn gesprekken in gezelschap nauwelijks meer te volgen. Maatregelen

Er zijn wettelijke grenswaarden waaraan u moet voldoen. De blootstelling aan geluid wordt gedefinieerd als de gemiddelde dagelijkse blootstelling over een 8-urige werkdag (dag­ dosis). Bij een blootstelling boven de 80, 85 en 87 decibel zijn (in het algemeen voor de werkgever) volgens het Arbobesluit in ieder geval de volgende maatregelen verplicht:

> 80 dB(A) en ≤ 85 dB(A)

> 85 dB(A)

> 87 dB(A)

• geluidsbeoordeling • beschikbaar stellen gehoorbescherming • gelegenheid bieden tot audiometrie (gehoortest) • voorlichting

• alle maatregelen uit de linkerkolom • verplicht gebruik van gehoorbescherming door werknemer • plan van aanpak en uitvoering daarvan (blootstelling tot < 80 dB(A)) • werkplekken afbakenen en voorzien van signalering

• als met inbegrip van de dempende werking van de gehoorbescherming dit niveau wordt overschreden, moeten er meteen maat­ regelen genomen worden om onder dit niveau te komen. Zie verder > 85 dB(A)

Dieselmotoremissie (DME) Dieselmotoremissies (DME) zijn kankerverwekkend. Iedereen die wordt blootgesteld aan deze uitlaatgassen kan ernstige gezondheidsschade oplopen. Blootstelling aan DME moet daarom worden voorkomen of teruggebracht tot een zo laag mogelijk niveau. Vooral bij gebruik van dieselmotorgedreven machines of voertuigen in een omsloten ruimte, bijvoorbeeld bij het lossen van ingezameld afval in een sorteerhal, is snel sprake van verhoogde concentraties DME. Maar ook in de buitenlucht kan sprake zijn van verhoogde blootstelling aan DME. Dat is onder meer aan de orde bij de huisvuilinzameling. Metingen bij huisvuilophalers hebben dat uitgewezen (Stand der techniek onderzoek DME, 2004). Zij voeren hun werkzaamheden uit in de directe omgeving van de vuilniswagen.

32 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Het is van belang dat u de risico’s van blootstelling aan DME onderkent. U inventariseert en evalueert ze in de RI&E en neemt vervolgens passende maatregelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. Na het nemen van de maatregelen beoordeelt u of de blootstelling in voldoende mate is gereduceerd. U toetst dit aan een grenswaarde die u zelf, op zo laag mogelijk niveau, vaststelt. omdat er geen wettelijke grenswaarde voor DME is vastgesteld, stelt u als werkgever zelf een grenswaarde vast. Dit moet gebeuren op een zo laag mogelijk niveau en rekening houdend met de stand van de wetenschap en kennis. U kunt zich hierbij laten ondersteunen door deskundigen, bijvoorbeeld van een arbodienst. Bij het bepalen van de maatregelen onderzoekt u allereerst de mogelijkheden om blootstelling aan DME te voorkomen. Denk bij de huisvuilinzameling aan alternatieven voor uw wagenpark, zoals het gebruik van LPG, aardgas of EEV-diesel. Als dit (technisch) niet kan, dan brengt u de uitstoot van DME terug met ten minste 70%. Dat kan door het plaatsen van een roetfilter. Aandachtspunt daarbij is dat het gebruik van roetfilters op huisvuilwagens temperatuurkritisch is. De wagens worden doorgaans te laag belast, ze bereiken in de wijken waarin ze rijden immers geen hoge snelheden. Door deze lage belasting zijn roetfilters niet zonder meer zelfregenererend. Alleen een actief gesloten roetfilter voldoet op een vuilnis­wagen. In omsloten ruimten gaat u volgens dezelfde systematiek te werk. U gaat eerst na of u de voertuigen met DME-uitstoot uit de ruimte kunt weren. Zo niet, dan ligt vervanging door een elektrisch aangedreven voertuig het meest voor de hand. Bij diesel­motor aangedreven vorkheftrucks met een lastcapaciteit van 4 ton of minder, is vervanging zelfs verplicht. Als voor de overige arbeidsmiddelen of voertuigen vervanging om technische redenen niet mogelijk is, dan plaats u een roetfilter dat ten minste 70% DME-reductie geeft. Ook voor voertuigen van derden die in de omsloten ruimte komen, geldt dat de uitstoot van DME met ten minste 70% moet worden gereduceerd. Dat kan door gebruik te maken van tijdelijke op-/insteekfilters. Soms maakt de constructie van de uitlaat het plaatsen van een tijdelijk filter niet mogelijk. Dan moeten aanvullende voorzieningen worden getroffen op technisch gebied (zoals dockingstations, bronafzuiging + algemene ventilatie). Dit kan worden aangevuld met organisatorische maatregelen, zoals: buiten de omsloten ruimte afhandelen, routing aanpassen, motor niet onnodig laten draaien en de duur van de blootstelling beperken via taakroulatie.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 33


Agressie en geweld

Colofon Deze brochure is ontwikkeld in opdracht van de Arbeidsinspectie, 2010.

Steeds vaker hebben medewerkers in de afvalinzameling te maken met fysiek en verbaal geweld en intimiderend gedrag. Niet alleen cliënten of bewoners kunnen agressief zijn, ook andere weggebruikers weten zich soms onvoldoende te beheersen. Bedreigingen met fysiek en verbaal geweld, intimiderend gedrag en agressie zijn risico’s die vallen onder het begrip psychosociale arbeidsrisico’s (PSA). Medewerkers die geconfronteerd worden met agressief gedrag kunnen zich angstig, boos en onveilig gaan voelen. In ernstige gevallen zorgt dit voor kort en/of lang ziekteverzuim. Agressief gedrag kan door traumatische ervaringen leiden tot psychische aandoeningen. We spreken dan van een beroepsziekte. Het is van groot belang agressie tegen te gaan en goed om te gaan met incidenten. Maatregelen Uw bedrijf moet een beleid voeren dat gericht is op het beschermen van werknemers tegen agressie, geweld en seksuele intimidatie en de nadelige gevolgen daarvan. Dit doet u aan de hand van de RI&E. De maatregelen die u neemt om de risico’s te beperken legt u vast, bijvoorbeeld in het plan van aanpak.

Meer informatie

Disclaimer In deze brochure staan de belangrijkste arbeidsrisico’s in de afvalinzameling, de branche waartoe uw bedrijf behoort. U kunt lezen hoe de Arbeidsinspectie op deze risico’s inspecteert. Mogelijk zijn niet al deze risico’s in uw bedrijf aan de orde, dan is dat deel van de tekst niet op u van toepassing. Is er in uw bedrijf sprake van risico’s die niet in deze brochure zijn genoemd, dan moet u deze risico’s ook opnemen in de RI&E en het plan van aanpak. Ook moet u maatregelen nemen om deze risico’s weg te nemen of te verminderen. De regels waar het in deze brochure over gaat zijn bestaande regels. Meer informatie vindt u op www. arbeidsinspectie.nl en www.arbonieuwestijl.nl. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is niet verantwoordelijk voor informatie op websites van derden waarnaar in deze brochure wordt verwezen. Aan de tekst van deze brochure kunnen geen rechten worden ontleend. In deze brochure gaat het over arbeidsrisico’s die relevant zijn in uw branche. Het feit dat bijvoorbeeld geluid als risico genoemd wordt betekent: de ervaring in uw branche leert dat er zich situaties kunnen voordoen waarbij, door blootstelling aan dit type gevaar, er een kans is op gezondheidsschade.

Nadere informatie

> Arboinformatieblad Ai4 lawaai op de arbeidsplaats (www.sdu.nl) > www.arboportaal.nl/algemeen/voorpagina; thema fysische belasting, ‘geluid’ > Brochure ‘een schone lucht komt niet uit de hemel vallen’ - Typen roetfilters voor vuilniswagen, vrachtwagen en OV-bus (www.senternovem.nl) > ‘Schone technieken in de afvalbranche’ (NVRD, juni 2006) > Stand der techniek onderzoek dieselmotoremissies (IRAS en CE, september 2004) > www.arbeidsinspectie.nl; zoek kolom veiligheid en gezondheid, onderaan: Agressie en geweld > www.arboportaal.nl/algemeen/voorpagina; thema Psychosociale belasting, Agressie en Geweld

U kunt deze brochure in digitale vorm vinden op www.arbeidsinspectie.nl. Daar vindt u ook meer informatie over de verwijzingen naar bestaande instrumenten en hulpmiddelen in deze brochure. Alle Arbowet- en regelgeving vindt u op www.overheid.nl. Extra exemplaren van deze brochure zijn aan te vragen via tel. 0800-8051 of www.rijksoverheid.nl/ documenten-en-publicaties.

Verwijzing naar Arbowet- en regelgeving

> Arbobesluit, hoofdstuk 6, afdeling 3 > Arbobesluit artikel 4.1c > Arbobesluit artikel 4.3 > Arbobesluit artikel 4.17 > Arbowet: artikel 1, lid 3 e en f, artikel 3, lid 2, artikel 5 en artikel 8

34 | Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsinspectie

Arbeidsrisico’s in de afvalinzameling 35


Arbeidsrisico’sin de afvalinzameling