Issuu on Google+

Ver. Uitg. Marc Thoulen - Nr 7317

Nr 2012/06- december 2012 /januari 2013

Gelijkheid tussen man en vrouw Er zijn steeds meer vrouwen die in de politiek stappen. In de meeste gemeenten en OCMW's heerst er gelijkheid tussen man en vrouw. In een gemeente als de mijne worden de meeste hoge functies bekleed door vrouwen. Ook al is er al veel vooruitgang geboekt, toch is de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen nog niet helemaal uit onze samenleving gebannen. Huiselijk geweld blijft een plaag die uitgeroeid zou moeten worden. Zo ook discriminatie bij aanwervingen en loonverschillen in bepaalde ondernemingen. De Brusselse gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen om de mentaliteit van de mensen te doen evolueren en dergelijk gedrag te bestrijden. Sommigen doen dat reeds door bij voorbeeld een dag tegen huiselijk geweld te organiseren, een initiatief dat nog meer navolging zou moeten vinden. De plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen kunnen acties op het getouw zetten tegen discriminatie bij aanwervingen : daarbij denken we vooral aan discriminatie op basis van gender, handicap of etnische origine. Gebruiken zoals gedwongen huwelijken, vrouwenbesnijdenis en gedwongen prostitutie bestaan nog steeds. Gemeenten en OCMW's kunnen hun steentje bijdragen in de strijd daartegen, door mistoestanden aan te klagen bij de gerechtelijke overheid. Discriminatie tussen man en vrouw is niet altijd moedwillig. Soms schuilt het nagenoeg ongemerkt in bepaalde diensten die de gemeenten aanbieden, zoals wanneer men bepaalde speelpleinen bij voorbeeld enkel zou uitrusten voor activiteiten die veeleer jongens aanspreken, zoals voetbal.

EDITO

Als er geen oplossing gevonden wordt voor de opvang van de kinderen, is het vaak de vrouw die haar werk opgeeft. Er is nog te weinig opvang voor jonge kinderen in Brussel : dat aanbod moet absoluut uitgebreid worden. En dat terwijl het inwonersaantal blijft stijgen.

Marc Cools, Voorzitter VSGB

DE VERENIGING IN ACTIE

De periode die we in deze rubriek belichten, loopt van de gemeenteraadsverkiezingen dit najaar tot de installatie van de nieuwe gemeenteraden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Voor de nieuwe mandatarissen Vorming Net zoals zes jaar geleden organiseerde de Vereniging een opleiding voor de nieuwe verkozenen, op 29 november, 4 en 12 december. De eerste sessie was gewijd aan de gemeenteorganen en de rol van de verkozenen ; de tweede aan de middelen van de gemeente, de begroting, het personeel en overheidsopdrachten ; de derde aan de opdrachten van de gemeente en de afgeleide instellingen : OCMW, politiezones, regie, vzw en intercommunales. Topambtenaren, gastspreker bij de GSOB of vertegenwoordiger van hun federatie, alsook adviseurs en medewerkers van de Vereniging hebben zich ingezet om boeiende uiteenzettingen te brengen. Dit initiatief kreeg de steun van Belfius, dat lokalen en diensten ter beschikking stelde en de financiĂŤle uitdagingen van de legislatuur kwam schetsen, en van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat ook enkele woordvoerders afvaardigde, en het geheel werd afgesloten door de minister-president. De steun van het Gewest maakte het mogelijk de aanwezigen aan het einde van de vorming het Praktisch handboek voor gemeentemandatarissen aan te bieden. Globaal genomen was deze vorming een groot succes : meer dan de helft van de nieuwe verkozenen hebben immers de infosessie bijgewoond.

INHOUD De plaats van de voetganger in het Brussels Gewest . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7 Socio-filosofische context van het sociaal verslag in de beslissing inzake maatschappelijke bijstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .8 Praktisch handboek voor gemeentemandatarissen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12 Drie uitdagingen voor de Brusselse pensioenen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13 Wetgeving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .17 Sociale clausules in overheidsopdrachten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18 Europese Week van de Lokale Democratie : fotoverslag . . . . . . . . . . . . . . .20


DE VERENIGING IN ACTIE

Praktisch handboek voor gemeentemandatarissen Eind 2010 publiceerde de VSGB het Praktisch handboek voor burgemeesters en schepenen, om een leemte te vullen die de traditionele uitgeverijen bij een gebrek aan rentabiliteit laten. Zo reikt de VSGB de uitvoerende gemeentemandatarissen bondige informatie aan in verband met de uitoefening van hun taken. Begin 2012 werd de publicatie voor het eerst aangevuld en aangepast. De afgelopen maanden heeft de VSGB zich ingespannen om de nieuw verkozenen nog beter te wapenen met een nieuwe uitgave van het Handboek. Daarbij werd het domein van de fiches uitgebreid tot de bevoegdheden van de gemeenteraadsleden. Daarom herdoopten we het werk tot Praktisch handboek voor gemeentemandatarissen.

Politieke activiteit Hoewel de politieke activiteit onvermijdelijk geleden heeft onder de kiescampagne en de luwte voor de installatie van de nieuwe raden, zijn er toch enkele markante zaken aan te stippen.

Door ONE erkende kinderopvang Op 6 juli schreef de Office Nationale de l'Enfance een brief naar de Brusselse en de Waalse vereniging van steden en gemeenten over de afschaffing van de voorrang tot opvanginstellingen voor kinderen van wie minstens één van beide ouders werkt. De VSGB had de Brusselse gemeenten gevraagd wat zij dachten over de eventuele afschaffing van dit voorrangscriterium. De UVCW, de VSGB en de federaties die de sector vertegenwoordigen, werden vervolgens uitgenodigd op vergaderingen waar de mogelijke afschaffing van het voorrangscriterium besproken werd.

spreekt voor zich dat uitsluiting niet aanvaardbaar is, maar het moet mogelijk zijn om voorrangsregels vast te leggen. Het socioprofessionele voorrangscriterium zou geleidelijk afgeschaft kunnen worden, maar dan moet er vooraf gestreefd worden naar voldoende plaats en correcte financiering. Dit probleem kan niet afzonderlijk behandeld worden van het tekort aan opvangplaatsen in de Federatie WalloniëBrussel, wat ook bij de minister aangekaart werd.

Inventaris van de bodemtoestand Diezelfde dag schreef de VSGB naar milieuminister Evelyne Huytebroeck om er nogmaals op te wijzen dat er nog steeds geen inventaris is van de bodemtoestand. De Vereniging klaagde opnieuw aan dat de kaart van de bodemtoestand nog steeds niet toegankelijk is voor het publiek, ondanks de inwerkingtreding op 1 januari 2010 van de ordonnantie betreffende het beheer van vervuilde bodems, die daar de bekendmaking van vastlegde. De Vereniging is wel tevreden dat er vooruitgang geboekt werd in de validering van de inventaris, meer bepaald dat de gemeentebesturen inmiddels de kaart van de bodemtoestand kunnen raadplegen. Toch blijft de inventaris onvolledig en vooralsnog niet toegankelijk voor het publiek. Daardoor kampen zowel de gemeenten als particulieren nog met heel wat moeilijkheden. Doordat de inventaris onvolledig is en evolueert, hebben de betrokken eigenaars het moeilijk om er inzicht in te krijgen. Dat gebrek aan administratieve transparantie remt kandidaat-kopers af en soms lopen projecten rond onroerende goederen daardoor spaak. Daarom dringen wij erop aan de informatie betreffende de bodemtoestand openbaar te maken zonder te wachten tot de inventaris voor 50 % gevalideerd is. Wij vinden het ook jammer dat de procedures voor de verificatie van de bodemtoestand zo veel tijd in beslag nemen, terwijl het nuttig zou zijn die te moduleren in functie van de bestemming van het goed.

Administratieve sancties Op 5 december had federaal minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet een ontmoeting met de drie Verenigingen van gemeenten, om een – bij voorkeur definitieve – stand van zaken op te maken van de verbeteringen die aangebracht kunnen worden aan het voorontwerp van wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties in de strijd tegen overlast.

Op 14 november schreef de VSGB naar de Fransegemeenschapsminister van kinderwelzijn Nollet, om het standpunt van de Brusselse gemeenten te schetsen betreffende de afschaffing van het voorrangscriterium : het

2

Nieuwsbrief 2012/06

Net zoals we op 31 mei reeds schreven, steunt onze Vereniging verschillende aspecten van het voorontwerp, zoals de mogelijkheid om de minimumleeftijd te verlagen waarop de sancties van toepassing zijn, de optrekking van de maximumbedragen van de sancties, de omkadering van de bemiddeling en een beredeneerde uitbreiding van het gebied


DE VERENIGING IN ACTIE

van de administratieve sancties, zonder echter te ver te gaan, zowel om de rechten van de verdediging te waarborgen als om de voorkomen dat er nog meer lasten afgewenteld zouden worden op de gemeenten. De Vereniging stelt vast dat verscheidene opmerkingen opgenomen werden in de tekst, maar ze is toch nog teruggekomen op de delicate kwestie van de samenloop tussen het strafrechtelijke en het administratieve, in het bijzonder in geval van recidive, op de toepassing van administratieve parkeerboetes in plaats van de onmiddellijke inning, en de nood aan een onpartijdige behandeling van het plaatsverbod en de nodige waarborgen. De minister stelde zich zeer open op voor onze suggesties en er werd overeengekomen elkaar terug te zien zodra het voorontwerp het advies van de Raad van State gekregen heeft.

Referentieadres De werkgroep van de adviesraad, afdeling maatschappelijke dienstverlening van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, waaraan de vertegenwoordigers van de Afdeling OCMW en van de Conferentie van Voorzitters en Secretarissen van de Brusselse OCMW's actief deelnemen, heeft op 5 november de resultaten voorgesteld van een kwaliteitsonderzoek over het referentieadres, tijdens een ontmoeting in het OCMW van Sint-Gillis met vertegenwoordigers van OCMW's, gemeenten en verschillende verenigingen uit het sociaal veld. Deze enquête vindt haar bron in de werkzaamheden van de adviesraad, die door overleg en contact met deskundigen een beter zicht trachtte te krijgen op de wettelijke en sociale inzet van het referentieadres. Om de toepassing ervan op het terrein te benaderen werd er een enquête gedaan onder OCMW's, gemeenten en organisaties voor bijstand aan daklozen. 79 % van de Brusselse OCMW's hebben daarop geantwoord en actief deelgenomen aan de ontmoeting, die een halve dag in beslag nam, met name door er hun ervaringen te delen. Een van de conclusies van de ontmoeting was de beslissing om een werkgroep samen te stellen met de openbare sector en de verenigingen, om een beter inzicht te krijgen in de realiteit op de werkvloer en synergie tot stand te brengen. De samenvatting van deze ontmoeting en de resultaten van de enquête komen binnenkort op www.vsgb.be> Afdeling OCMW.

Seminarie over diversiteit Op 14, 15 en 16 november organiseerde de GSOB in De Panne een drie dagen durend residentieel seminarie over diversiteit. De Vereniging leverde er een zeer actieve bijdrage door mee te werken aan de organisatie, sprekers uit te nodigen en debatten te modereren. Zo kwam Rachid

Madrane, toekomstig staatssecretaris voor Openbare Netheid en stedenbouw bij het Brussels Gewest, er toelichting geven bij de ordonnantie waarvan hij de stuwende kracht was. Verschillende sprekers belichtten er allerlei aspecten van de diversiteit, zowel vanuit de invalshoek van het personeel als de gebruiker van de openbare dienst. Het geheel werd afgerond met de bespreking van een praktijkvoorbeeld uit Antwerpen.

Mobiliteit in de stad Onder impuls van staatssecretaris voor Mobiliteit Bruno De Lille heeft Brussel, naar het voorbeeld van Antwerpen en Gent, een centrale fietsopslagplaats ingericht. Daar worden gevonden fietsen samengebracht en ter beschikking gesteld van hun eigenaar. Het doel is ook niet-opgeëiste fietsen te herstellen en opnieuw in gebruik te brengen, voor het algemeen nut.

De gemeenten die zich willen aansluiten bij dit systeem van gevonden fietsen, doorlopen twee fasen. Eerst wordt er een overeenkomst ondertekend met het Gewest, zodat die de gevonden fietsen voor rekening van de gemeente kan verwijderen. Vervolgens wordt er een reglement opgesteld betreffende de verwijdering. Om het werk van de gemeenten te vergemakkelijken heeft de Vereniging een modelovereenkomst opgesteld en een modelreglement, die gedownload kunnen worden op de website. Op vraag van Mobiel Brussel hebben de studiedienst en de mobiliteitscel van de Vereniging een studie uitgevoerd over het statuut van de trottoirs. Die kadert in de inspanningen van het Gewest ter bevordering van de actieve verplaatsingswijzen, het wandelen in het bijzonder. Naast deze eerste studie van dit soort wil het Gewest alle mogelijke manieren onderzoeken met het oog op de verbetering van het beheer van de trottoirs op zijn grondgebied en zo ook de veiligheid (fysiek en op juridisch vlak) van de voetganger.

Nieuwsbrief 2012/06

3


DE VERENIGING IN ACTIE

De studie kan ook geraadpleegd worden op de website van de Vereniging. De mobiliteitscel blijft meewerken aan de omkadering van het project van de begeleide voetgangersrijen, dat begin dit jaar van start ging, in het kader waarvan de projecten van Evere, Sint-Pieters-Woluwe, Jette, Anderlecht en Ukkel geselecteerd werden. Op 23 oktober organiseerde de Vereniging een persmoment te Jette, waar de journalisten konden praten met de staatssecretaris, de directie van één van de geselecteerde scholen en ouders van deelnemende leerlingen. Op 14 november nam de Vereniging deel aan een vergadering van het gebruikerscomité Villo!. Enkele van de punten die daar besproken werden, zijn de afronding van fase II (met nieuwe stations en mooie resultaten in de tweede kroon), de inrichting van “bonus”-stations (30 hoger gelegen stations waar men een beloning krijgt als men er een fiets stalt), een oproep om campagnes te voeren rond de naleving van het verkeersreglement door fietsers (steeds vaker winden automobilisten zich op als fietsers de verkeersregels niet naleven, wat zelfs agressiviteit kan teweegbrengen, en het nieuwe verkeersbord dat fietsers toelaat bij rood licht rechts af te slaan), technische bekommernissen van de gebruikers (slot, zware fietsen, beschermingen voor rokjes, …) en een specifieke vraag naar tariefcombinaties voor pendelaars. De Vereniging zal die vragen doorspelen aan wie ze verder zal behandelen, in het bijzonder bij het Gewest voor wat de veiligheid betreft. Op 16 november was er een plenaire vergadering voor de evaluatie van de Week van Vervoering en de autoloze zondag 2012, in aanwezigheid van een veertigtal vertegenwoordigers van gemeenten, politiezones, openbare-vervoersmaatschappijen, fietsersverenigingen, … Er werd een balans opgemaakt en daarbij werden de spots gericht op de acties die georganiseerd werden in scholen en bedrijven via het project “naar school / naar het werk zonder mijn auto” en ook de acties die gemeenten op touw zetten in het kader van de projectoproep “Dorpen”, waarvoor een vertegenwoordiger van Watermaal-Bosvoorde kwam vertellen wat zij op 16 september organiseerden op het Keymplein.

4

De Gids van de Mobiliteit en de Verkeersveiligheid nr 35 is verschenen. Het grote dossier “Te voet, dat gaat vanzelf ” brengt verslag uit van de inspanningen van het Brussels Gewest om de mensen aan te moedigen zich als voetganger in het verkeer te begeven. Voorts zijn er Nieuwsbrief 2012/06

artikels in te vinden over “De plaats van de voetganger in het Brussels Gewest : juridische analyse van het statuut van het trottoir” en “Printemps de la mobilité” in Wallonië met inspirerende projecten in scholen die een impact hebben in de gemeente. Voor de fietsers is er de campagne verkeersveiligheid in het Brussels Gewest “Maak plaats voor fietsers”, de opslagplaats voor (terug)gevonden fietsen en een artikel over de uitbreiding van Villo!.

Internationale samenwerking Op 20 oktober vergaderde de werkgroep Marokko in de Vereniging, voornamelijk ter voorbereiding van de atelier “balans” van het programma GIS 2009-2012 Marokko (10 tot 14 december in Sint-Joost-ten-Node). Die ateliers “balans” per land zullen plaatsvinden in België in de loop van de komende maanden voor de 4 andere concentratielanden van het programma, in aanwezigheid van alle gemeentelijke partners Noord-Zuid van dat land, om een balans op te maken, goede praktijkvoorbeelden uit te wisselen en de contouren van een volgende “landen”-programmatie uit te stippelen. Op 28 november nodigde de Vereniging in haar lokalen de werkgroep Senegal uit, waaraan Anderlecht, Sint-AgathaBerchem, en Sint-Jans-Molenbeek deelnemen. Op die vergadering werd de atelier “balans van het programma GIS 2009-2012 Senegal” voorbereid, die later in Sint-AgathaBerchem zal plaatsvinden. Verder in de logica van decentralisatie van de vergaderingen van de werkgroep Congo vond de laatste vergadering plaats op 8 november in het stadhuis van Namen, en deze werd bijgewoond door de burgemeester van de Ukkelse partnergemeente Kintambo. Het was een goede gelegenheid om ervaringen uit te wisselen over de recente evolutie met betrekking tot de opening van wijkkantoren voor burgerlijke stand in de provincie Kinshasa. In diezelfde materie hebben de deelnemers de krijtlijnen uitgezet van de samenwerking met Unicef voor de geboorteaangiftes. De rest van de vergadering was voornamelijk gewijd aan de voorbereiding van de atelier “balans GIS-programma 2009-2012 Congo”, die zal plaatsvinden van 7 tot 8 februari in België. Last but not least heeft de Vereniging samen met haar Waalse zustervereniging op 15 november bij minister van Ontwikkelingssamenwerking Paul Magnette en zijn diensten het operationeel jaarplan 2013 ingediend en een strategische nota met de krachtlijnen voor een meerjarenfase van het programma GIS. In de moeilijke context van besparingen en institutionele debatten over de overheveling van de zogenaamde usurperende bevoegdheden naar de


DE VERENIGING IN ACTIE

deelstaten, waaronder het programma voor gemeentelijke internationale samenwerking, zijn de indiening en de behandeling van dit dossier bijzonder belangrijk voor de toekomst van de gedecentraliseerde samenwerking.

Lokale democratie De 5e editie van de Europese Week van de Lokale Democratie liep van 10 tot 16 november. Ondanks het extra werk wegens de verkiezingen zijn de lokale overheden opnieuw ingegaan op de oproep, met niet minder dan 70 projecten die op touw gezet werden door 15 gemeenten en 6 deelnemende OCMW's.

tentoonstelling die het integratieparcours van jongeren in Brussel in beeld brengt: de foto's en interviews uit de expo zullen in een publicatie gebundeld worden.

Duurzame ontwikkeling Op 8 en 12 oktober en 8 november nam het Forum deel aan thematische workshops in het kader van de opstelling van het Natuurplan. Het voorstel van programma met maatregelen, dat opgesteld werd door Leefmilieu Brussel, werd er besproken. In dat plan worden de richtlijnen en de grote actieprioriteiten vastgelegd voor de ontwikkeling van de biodiversiteit in het Brusselse Gewest de komende vijf jaar. Op 22 oktober werd er een infosessie gewijd aan de evaluatie van de Lokale Agenda's 21. De meeste gemeenten en OCMW's die actief zijn rond Agenda Iris 21, waren er aanwezig om hun standpunten uit te wisselen over de middelen voor de evaluatie van het duurzaamheidsbeleid.

Het thema van het jaar 2012 “mensenrechten en sociale cohesie” leverde inspiratie op voor heel wat projecten, zoals intergenerationele activiteiten met senioren, kinderen en tieners, nieuwkomers, zwakke bevolkingsgroepen of gewone burgers. Wij brengen een fotoverslag verder in dit nummer. De Vereniging werkte actief mee, ondermeer bij de organisatie van de gemeenschappelijke acties. De samenwerking met de lokale overheden verliep uitstekend. Dit alles werd mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van het Gewest. Op maandag 12 november vond de academische openingszitting plaats te Evere. Het thema “gelijke kansen” werd er op verschillende manieren behandeld : workshops voor tieners onder leiding van het team van Amnesty International rond het thema “man/vrouw-stereotiepen”, gevolgd door een presentatie van het programma van de Week en ook een rondetafel rond “de plaats van de vrouw in de gemeentelijke sfeer”. Op 13 november was er het gemeenschappelijk initiatief van de OCMW's en de sociale hogeschool Paul-Henri Spaak. Die dag was volledig gewijd aan het evenement met de organisatie in de voormiddag van een plenaire zitting, met een zeer boeiend debat tussen de studenten en het OCMW als instelling. In de namiddag werd een bezoek gebracht aan 6 OCMW's, die elk een afzonderlijk recht uitwerkten. Dit project, waardoor de operatie deelneemt aan het netwerk 12*, werd samen georganiseerd door Elsene en Etterbeek, met de steun van de Europese Commissie. Het thema was de integratie van jonge Europeanen in het Brussels Gewest. Dit werd uitgewerkt in een foto-

Op 25 oktober was er in onze lokalen de workshop “lokale en duurzame economie”: goede praktijkvoorbeelden in Brussel, waar twee externe deskundigen hun ervaringen kwamen delen met een twintigtal personeelsleden van lokale besturen : het agentschap Atrium, dat partners aanspreekt voor renovatie en revitalisering van hun wijk en samen met hen naar oplossingen zoekt om stadskankers aan te pakken, het handelsaanbod te bekijken en de aantrekkingskracht van de wijken te verbeteren, en “Village Partenaire”, een bedrijvencentrum uit Sint-Gillis, dat met het oog op duurzame ontwikkeling het lokaal privé-initiatief aanmoedigt door starters of doorwinterde bedrijven onderdak en begeleiding te bieden. Op 29 november organiseerde het Forum een werkvergadering “Hoe kunnen we het lokaal bestuur duurzamer maken ?” om goede praktijkvoorbeelden te inventariseren in de Brusselse lokale besturen op het vlak van consumptie, afvalpreventie, mobiliteit, … Van 17 tot 25 november nam de Vereniging deel aan de Europese Week voor Afvalvermindering. Doel : concrete acties in de schijnwerpers plaatsen, informeren over maatregelen om de afvalberg te verkleinen, gewoontes bijsturen. De Week staat open voor allerlei instellingen, zoals verenigingen, bedrijven, scholen, administraties, … In dit kader heeft de Vereniging een project ingediend “Naar een onderneming zonder papier” met verschillende acties terzake, zoals de dematerialisering van documenten, papierbesparende briefmodellen, de afschaffing van papieren bijlagen bij brieven, het beperken van kleurenprint, …

Tewerkstelling van Brusselaars Alliantie Werkgelegenheid-Milieu Op 22 november 2012 woonde de Vereniging de ondertekening bij van het charter Alliantie Werkgelegenheid-Milieu (AWM) betreffende de pijler “water”, met

Nieuwsbrief 2012/06

5


DE VERENIGING IN ACTIE

de bevoegde ministers, de sociale partners en de betrokken actoren op het terrein (beroepsfederaties, overheidsactoren leefmilieu, werkgelegenheid, economische heropleving en opleiding, ...). Dankzij die pijler “water” kan een deel van het waterbeheerplan uitgevoerd worden en kunnen dus banen gecreëerd worden, wat het doel is van de AWM. Het waterbeheerplan werd goedgekeurd door de regering in juli 2012 en beoogt de verbetering van de waterkwaliteit, de preventie van overstromingen, de integratie van waterwegen in de stad en duurzaam watergebruik. De uitvoering van het plan zal de watersector steunen en lokale tewerkstelling creëren, zowel op het niveau van de grijze schakel (afvoernet, stormbekkens, ...) als de blauwe schakel (groendaken, citernes, waterdoorlatende oppervlakken, ...). De ondertekening van de AWM “water” is de kroon op het voorbereidend werk dat 90 deelnemers leverden van februari tot juni. Zij hebben 35 actiefiches opgesteld die gedragen worden door vele publieke en privé-partners, en die op 15 november door de regering goedgekeurd werden, voor een totaal budget dat geraamd wordt op 1,5 miljoen euro, in het kader van de uitvoering van het pact voor duurzame stadsuitbreiding, waarvan de Alliantie een van de pijlers is. De actiefiche die de Vereniging helpt opstellen, heeft betrekking op de vereenvoudiging van de administratieve procedures voor bedrijven op het vlak van de planning van werken : het doel is de harmonisering van de procedures en feiten die taksen teweegbrengen, de uitwerking van een systeem met vrijstellingen om goede praktijken aan te moedigen en de vergemakkelijking van de toegang tot de reglementen.

Referentiecentrum stadsberoepen De Vereniging is betrokken bij de creatie van een Referentiecentrum gewijd aan “stadsberoepen en beroepen van het openbaar ambt” en is stichtend lid van de vzw die daartoe opgericht werd. Het Referentiecentrum streeft naar een betere coherentie tussen het aanbod aan vorming en de behoeften qua competentie van de werkgevers, uit het openbaar ambt en de privésector, die stadsberoepen uitoefenen en in voorkomend geval ook uit de non-profit sector, bevordert de opleiding van Brusselaars voor de stadsberoepen en de beroepen van het openbaar ambt, bevordert de kwalificering en tewerkstelling van Brusselaars in de stadsberoepen en beroepen van het openbaar ambt, oa door de terbeschikkingstelling van degelijke infrastructuren en uitrustingen en door de organisatie van een bijkomend vormingsaanbod. Zo zal het Referentiecentrum maatregelen kunnen nemen om de belangstelling van de Brusselaars aan te scherpen voor stadsberoepen, hun aanwezigheid te versterken bij

6

Nieuwsbrief 2012/06

werkgevers uit het openbaar ambt en privéwerkgevers die stadsberoepen uitoefenen. Stadsberoepen zijn vooral nabijheids- of terreinfuncties in uiteenlopende domeinen, zoals sociale begeleiding, lokale ontwikkeling of nog veiligheid en preventie. Het gaat ook om beroepen die niet naar buiten het Gewest verschoven kunnen worden. Het doel is ook de belangstelling van de Brusselaars aan te scherpen voor het openbaar ambt en hun aanwezigheid te versterken bij gewestelijke, federale en lokale overheidsinstellingen. Op het niveau van de lokale overheid heeft het Referentiecentrum betrekking op de gemeenten, intercommunales, gemeentelijke vzw's en andere lokale instellingen. De Vereniging is bijzonder verheugd over de opstarting van dit centrum, dat zal bijdragen tot de beroepsopleiding van de jonge Brusselaars en zo de werkloosheid in ons Gewest zal verminderen.

Marc Thoulen


NIEUW

DE PLAATS VAN DE VOETGANGER IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST Juridische analyse van het statuut van het trottoir en voornaamste elementen inzake verkeersveiligheid De studiedienst en de mobiliteitscel van de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben op vraag van Mobiel Brussel een studie verricht over het statuut van de trottoirs. Deze studie kadert in de inspanningen van het Gewest om de actieve verplaatsingswijzen te bevorderen, in het bijzonder het lopen. Het Gewest wil alle mogelijkheden bestuderen om het beheer van de trottoirs in de Brusselse gemeenten te verbeteren en zo ook de veiligheid (fysiek en rechtszekerheid) van de voetganger. Het trottoir wordt in de rechtsliteratuur stiefmoederlijk behandeld. Er bestaat geen algemeen naslagwerk over trottoirs. In de bestaande boeken vindt men nauwelijks een hoofdstuk over het trottoir. Het trottoir wordt vaak in één trek behandeld met de wegenis. Een studie over de trottoirs is daarom een taak die begrepen moet worden in verschillende fases. Er is vooreerst de taak om al het mogelijk materiaal over trottoirs te verzamelen. Daarbij moet er worden nagedacht welke rechtstakken allemaal raken aan het trottoir. De studie is onderverdeeld in 4 delen, die op elk op zich verschillende aspecten van het trottoir benaderen : 1. definitie en plaats in het openbaar domein 2. de bijzondere politie inzake stedenbouw 3. de belastingen die gevestigd kunnen worden 4. het verkeersreglement Ieder deel is onderverdeeld in hoofdstukken, telkens met een conclusie en commentaar van de studiedienst van de Vereniging : - het statuut van het trottoir, de wegvergunningen of nog de aansprakelijkheden - de rooilijnen, de individuele toelatingen, terrassen en ook de verplichtingen van aanpalende eigenaars - belastingen en retributies op gemeentelijk en gewestelijk vlak, en overzicht van de bestaande verhaalbelastingreglementen in Brussel - het vierde deel tot slot bekijkt het verkeersreglement vanuit de invalshoek van de voetgangers. Elk van de delen kunnen apart worden gelezen, al verdient het aanbeveling om er eerst de definitie van het trottoir op na te slaan. Deze studie, met de uitgebreide materiaalstudie die eraan voorafging, zou het moeten mogelijk maken om na te denken over de toekomst van de trottoirs. De studie “De plaats van de voetganger in het Brussels Gewest” kan geraadpleegd worden op de website van onze Vereniging : www.vsgb.be > Materies > Mobiliteit > Documenten

Jean-Michel Reniers, adviseur bij de VSGB en één van de coördinatoren van de studie, geeft toelichting : “Iedereen weet dat de trottoirs in Brussel in geen al te goede toestand verkeren, wat de veiligheid van de voetganger in het gedrang brengt. Met deze studie willen wij op lange termijn streven naar veiligere verplaatsingen voor de voetganger. Maar daarvoor moesten de oorzaken van die belabberde toestand van de trottoirs gezocht worden. Zo rees de vraag naar een juridische analyse van het statuut van het trottoir. Het probleem blijkt te liggen in de verdeling van de aansprakelijkheid tussen de gemeente en de eigenaars van aanpalende eigendommen. De normen zijn niet altijd duidelijk en uiteindelijk blijkt de verantwoordelijkheid, bij voorbeeld voor het onderhoud, verdeeld. Daarom zijn wij de regelgeving gaan analyseren, want dat was nog nooit gebeurd en bovendien is het geheel specifiek in Brussel. Uit onze studie blijkt dat de wetgeving heel uitgebreid is en soms onaangepast of verouderd is en dat bepaalde concepten via de rechtspraak vaste voet gekregen hebben. Het hoeft dus geen betoog dat het ingewikkeld is om op basis van dit bijeengesprokkelde materiaal alles op korte termijn op een rijtje te zetten. Met deze studie is dus een eerste stap gezet. Die was noodzakelijk, maar daar stopt het niet bij … er is nog werk aan de winkel. Op vraag van Mobiel Brussel heeft de Vereniging reeds de tweede fase aangevat, gebaseerd op de conclusies, om alternatieve oplossingen te zoeken om de vooropgestelde doelstellingen trachten te bereiken, namelijk over degelijke trottoirs te kunnen beschikken. Deze werkzaamheden kaderen in het gewestelijk beleid met bijzondere aandacht voor zachte verplaatsingswijzen voor korte trajecten, waarvan het onderdeel “fiets” onlangs het fietsplan tot stand gebracht heeft en waarvan het voetgangersplan binnenkort verwacht wordt.”

Nieuwsbrief 2012/06

7


ONDER DE LOEP

SOCIAAL-FILOSOFISCHE CONTEXT VAN HET SOCIAAL VERSLAG IN DE BESLISSING OM MAATSCHAPPELIJKE BIJSTAND TE VERLENEN Op 29 november 2012 wijdde de Afdeling OCMW van de Vereniging haar herfstontmoeting aan het sociaal onderzoek. Philippe Harmegnies, hoogleraar aan de hogeschool Namen-LuikLuxemburg Henallux, bracht er een uiteenzetting over het sociaal verslag bekeken vanuit de drievoudige invalshoek van ethiek, recht en moraal. Door het sociaal verslag te situeren in een sociaalfilosofische context, zijnde een context van analyse en hermeneutiek, kunnen we de vragen beantwoorden : “In welk opzicht waarborgt het sociaal verslag de basisrechten en -vrijheden ?” en “In welk opzicht is het nuttig ?”. Het sociaal verslag waarborgt de basisrechten en -vrijheden omdat het een professioneel document is dat drie dimensies bevat: recht, moraal en ethiek. Het belang van een sociaal verslag hangt samen met de schrijfstrategieën van de maatschappelijke werkers en van hun vermogen om de feiten te problematiseren.

Sociaal verslag versus analyse en hermeneutiek Een analyse dient gepaard te gaan met de verklaring van een relevant analyseschema dat de kennis en het begrip van het sociaal verslag kan omzetten in acties, zodat alle actoren ermee aan de slag kunnen. Het voorgestelde analyseschema is gebaseerd op de interne schrijfnormen in de OCMW's : recht (interne norm van het OCMW), moraal en ethiek (geïnterioriseerde actienormen van de actoren). 1. Recht Recht is een systeem van dwingende normen, dat gericht is op de relaties met anderen en met het maatschappelijke leven. De bron is openbaar, de formalisering schriftelijk en de structurering coherent en hiërarchisch. Als het recht niet nageleefd wordt, zijn daar sancties aan verbonden. Binnen de OCMW's bepaalt het recht op grond van artikel 60, §1, van de organieke OCMW-wet van 8 juli 1976 dat het sociaal onderzoek verplicht is en dat het door een maatschappelijk werker uitgevoerd moet worden. Het verslag van het sociaal onderzoek is niet verplicht, maar is onvermijdelijk geworden om een beslissing te kunnen nemen. Kortom, de maatschappelijk werker moet schrijven. In de praktijk hebben de maatschappelijke werkers vaak vragen bij het sociaal verslag: wat moeten ze schrijven (of vooral niet moeten schrijven) over elke situatie? wat zeggen de wetteksten erover ? Daaraan voegen we toe dat het geheel van relaties met betrekking tot het beroep van maatschappelijk werker de deontologie genoemd wordt en binnen de OCMW's gedeeltelijk genormaliseerd is.

8

Nieuwsbrief 2012/06

We zouden meteen al kunnen zeggen dat aangezien het sociaal verslag verwijst naar het recht, het in se de basisrechten en -vrijheden waarborgt. Maar zoals we weten, is het sociaal verslag altijd gebaseerd op een sociaal onderzoek en op gesprekken met de gebruikers, met andere woorden op een relatie die het schrijven van het verslag beïnvloedt. In dat kader is de sociale relatie tussen de maatschappelijk werker en de gebruiker - wellicht omdat ze genormaliseerd is - in twee opzichten asymmetrisch. Het is immers de maatschappelijk werker die het spel start en de regels bepaalt. Het is doorgaans de maatschappelijk werker die - eenzijdig en zonder voorafgaand overleg - doelstellingen en voorschriften, die de gebruiker soms niet goed begrijpt, verbindt aan het gesprek en het sociaal onderzoek. Dit onbedoelde “symbolische geweld” door de maatschappelijk werker wordt versterkt door een sociale asymmetrie telkens hij ten aanzien van de gebruiker een superieure positie inneemt in de hiërarchie van de verschillende soorten kapitaal, vooral cultureel. 2. Moraal Met moraal bedoelen we alle dwingende normen, plichten en verplichte gedragingen die een individu voor zichzelf stelt. Het gaat om actienormen die door deze persoon geïnterioriseerd zijn. De moraal waarmee de actoren van het OCMW in het algemeen en de maatschappelijk werkers in het bijzonder vaak te maken krijgen wanneer ze een sociaal verslag opmaken, is gebaseerd op het respect voor de waardigheid en de gelijke waardigheid van iedereen die een aanvraag tot de sociale dienst richt. Op het gebied van actie biedt dit als voordeel elke inbreuk op de waardigheid te kunnen veroordelen en de relatie tussen de maatschappelijk werker en de gebruiker tegelijk in een kader van ongelijkheid (recht) en gelijkheid (gelijke waardigheid) te plaatsen, om zo de aanvragen te kunnen behandelen. In de praktijk doen de morele elementen in het sociaal verslag bij de actoren van het OCMW en de maatschappelijke werkers twee vragen rijzen : - Werd ieders gelijke waardigheid gerespecteerd ? - Hoe kunnen het schrijven van het verslag in een eerste fase en het nemen van de beslissing in een tweede fase rekening houden met de morele eisen van bepaalde protagonisten ?


ONDER DE LOEP

3. Ethiek Naast moraal is ook ethiek een actienorm die gïnterioriseerd wordt. Maar in tegenstelling tot de voorschriften op het vlak van moraal en recht, zijn de ethische normen in geen geval dwingend. Het zijn keuzes, voorkeuren of aanbevelingen, maar nooit verplichtingen. In het uitgebreide domein van de ethiek staat de keuze open voor zowel persoonlijk als collectief overleg en dus voor twijfel en onzekerheid. In het sociaal verslag en de sociale beslissing is ethiek het zoeken naar de beste - of minst slechte - manier om te handelen in een context die niet volledig bepaald wordt door morele en juridische voorschriften. Individueel of collectief overleg wordt altijd gestructureerd door twee polen : de universele pool van de waarden en de contingente pool van de omstandigheden. Met andere woorden, het zoeken naar de “goede” manier om een sociaal verslag te schrijven, hangt tegelijk af van onveranderlijke principes, in naam waarvan we gewoonlijk handelen (de waarden van het OCMW, onze eigen waarden) en van de kennis van de context (een bepaalde manier om in de ene situatie te schrijven, is daarom niet aangewezen in de andere). Nadat morele en juridische verplichtingen gekoppeld werden aan het schrijven van het verslag, doet in de praktijk het ethische aspect zich gelden en de volgende vragen rijzen : - In naam waarvan en waarom zou ik een welbepaalde oplossing voorstellen ? - Hoe kan ik de beste keuze maken voor de gebruiker en diens gezin, mezelf en het OCMW ? - Welke spanningen zijn er mogelijk tussen de verschillende keuzes en de juridische en morele aspecten ? 4. De ethische aspecten In het sociaal verslag en in de sociale beslissing omvat ethiek drie aspecten : - Overleg omtrent de beslissingen die genomen moeten worden. Het sociaal verslag is een analytische praktijk. - Overtuiging door de maatregelen die getroffen werden bij het schrijven. - Verantwoordelijkheid door de gevolgen van de in het sociaal verslag toegepaste schrijfstrategieën. 5. Verantwoordelijkheidsethiek Aangezien het sociaal verslag in de eerste plaats een middel is om banden tot stand te brengen, plaatst dit de auteur van het document in een positie die de maatschappelijk werker betrekt in zijn schrijven door het zin te geven voor de lezers. Schrijven is een zeer bijzondere handeling waarbij de maatschappelijk werker verantwoordelijk gesteld wordt : hij

moet er rekenschap afleggen voor zijn daden. Dit bakent het sociaal verslag af rond een kernvraag: “Wat kan er nuttig zijn voor de gebruiker en het Comité, opdat die een met reden omklede beslissing zouden nemen ?”. Antwoorden op deze vraag maakt van het sociaal verslag een middel om te communiceren met de gebruiker en met het Comité. Verantwoordelijkheid is een principe waarmee rekening gehouden moet worden bij de schrijfactiviteiten van de maatschappelijk werkers van het OCMW. De waarnemingen en interpretaties op een welbepaald moment en de manier waarop ze neergeschreven worden, hebben niet alleen een invloed op de beslissing van het Comité om gevolg te geven aan de aanvraag, maar zij kunnen aanleiding geven tot afdwalingen ten aanzien van de vele doeleinden van het sociaal verslag. Brigitte Bouquet verduidelijkt hierover dat de verantwoordelijkheid op het vlak van professionele documenten niet alleen is geen schade te berokkenen, maar ook een positief aspect inhoudt, namelijk welwillendheid, wat letterlijk betekent goed willen doen voor de mens. 1 Dit impliceert dat niet alles neergeschreven hoeft te worden en dat men rekening moet houden met de bestemmeling en de bestemming van de documenten. 6. Niveaus van ethische positionering Het schrijven van een sociaal verslag wordt bepaald door standpunten op drie niveaus : - Het persoonlijke ethische standpunt dat de maatschappelijk werker ertoe aanzet om naar de gebruiker te luisteren door zich te verplaatsen in zijn verhaal, de groepen waartoe hij behoort, zijn cultuur maar ook zijn gevoeligheid en emoties. Deze persoonlijke verantwoordelijkheid houdt voor de maatschappelijk werker in dat hij de almacht van zijn document loslaat. Reynald Brizais verduidelijkt hieromtrent dat het eerste ethische standpunt ons lijkt te zijn geen vertrouwen in zichzelf hebben ; wat gevaarlijk is, is dat men geen twijfels heeft.2 Dit niveau van persoonlijke verantwoordelijkheid moeten maatschappelijke werkers misschien laten blijken in hun sociale verslagen, want hoe meer de maatschappelijk werker zijn positie als onzeker persoon doet gelden, hoe beter hij in staat zal zijn om te luisteren en te schrijven over een andere persoon. Niets in het schrijven van een sociaal verslag geeft echt een gevoel van zekerheid. Deze onzekerheid wordt gevoed door een heel netwerk van tegenstrijdigheden die beleefd worden tijdens en door het schrijven, maar ook door het gewicht van interne druk en het geringschattende beeld dat de maatschappelijk werker van zichzelf kan hebben tijdens het schrijven. Carmen Strauss-Raffy noemt deze overgang naar de schrijfactiviteit het “vatten van het schrijven” en zegt dat deze uitdaging een confrontatie is met het intiemste verborgen deel van jezelf: deze uitdaging kan pas plaatsvinden bij afzondering en innerlijke stilte en vraagt tijd en rijping. 3

1 BOUQUET Brigitte, Ethique et travail social, Parijs, Dunod, 2012, 2e ed., p. 116. 2 BRIZAIS Reynald, “Une éthique de la responsabilité”, in Espace Social, Les risques du métier au risque d’un métier, nr. 12, 6/2000, p. 55. 3 STRAUSS-RAFFY, Carmen, Le saisissement de l’écriture, Parijs, L’Harmattan, 2004, p. 212. Nieuwsbrief 2012/06

9


ONDER DE LOEP

- Het professionele ethische standpunt betekent dat de maatschappelijk werker via zijn sociaal verslag instaat voor de toevertrouwde opdracht, de schrijfkwaliteit en zijn interpretatiewerk. De maatschappelijk werker past zo vaardigheden toe, een vakbekwaamheid die verwijst naar zijn praktische ervaring in het OCMW. Reynald Brizais zegt het volgende over dit onderscheid tussen persoonlijke en professionele verantwoordelijkheid : “Wat op het spel staat, is niet een eventuele tegenstelling tussen het vermeende persoonlijke en het vermeende professionele, maar wel de kwestie van de plaats van het subjectieve in een professionele praktijk (...) Het is niet zo dat één kant van mezelf persoonlijk is en een andere professioneel, waarbij iedereen in zekere zin zijn verantwoordelijkheden opneemt.” 4 Professioneel handelen betekent net de omweg die de maatschappelijk werker moet maken vanuit zijn persoonlijke standpunt om zijn schrijfhandeling in de ontmoeting met de ander te bepalen en uit te voeren. Dit lijkt een zekere professionele legitimiteit van de maatschappelijk werker te veronderstellen in zijn schrijven. - Het institutionele ethische standpunt bestaat erin de eigen ruimte van de schrijfpraktijk waarop dit niveau van verantwoordelijkheid zal aansluiten, te beperken. Bij het schrijven van de sociale verslagen moet elke maatschappelijk werker zich kunnen beroepen op zijn inschrijving in een sociale dienst van het OCMW. Zo zou een maatschappelijk werker zich bijvoorbeeld nooit in een situatie mogen bevinden waarin hij uitsluitend op individueel gebied rekenschap moet afleggen aan de gebruikers, zelfs als hij zich persoonlijk erg betrokken voelt. Reynald Brizais zegt het volgende : “Elke beroepspraktijk past in een kader en de kwaliteit van dit kader bepaalt de kwaliteit van de praktijk. Daarom lijkt werken aan de betrouwbaarheid van het werkkader ons een ethische noodzaak” 5.Schrijven zal dan een rol spelen in een netwerk van verantwoordelijkheden waarin iedereen – maatschappelijk werker, diensthoofd, voor-zitter, secretaris, adviseur – vanuit zijn eigen positie verslag moet uitbrengen over wat hij doet. De verantwoordelijkheidsethiek doet de vraag rijzen naar de keuze van het subject dat het document geschreven heeft. Bijgevolg heeft de verantwoordelijkheid van de maatschappelijk werker niet alleen betrekking op de juistheid van zijn document, maar ook op de zin die het document krijgt vanuit een ethisch standpunt. Tijdens het schrijven van een sociaal verslag heeft men er alle belang bij zich te laten leiden door deze verantwoordelijkheidsethiek om de inhoud van het verslag op te stellen en te delen, en opdat het een hulpmiddel zou worden dat bijdraagt tot een transparantere, professionelere relatie met de gebruikers, een instrument dat de basisrechten envrijheden waarborgt.

10

4 Ibid, p. 54. 5 Ibid., p. 54. Nieuwsbrief 2012/06

Als het sociaal verslag in het OCMW zo gevoelig blijkt in het kader van het sociaal werk, dan komt dat waarschijnlijk doordat dit professionele document interne en externe discussies uitlokt waarbij ethiek de praktijk van de maatschappelijk werkers kruist. Terwijl ethiek interfereert met de activiteit van de maatschappelijk werkers in OCMW's, zet het tegelijk aan tot een kritische analyse van de beroepspraktijk, dus ook het schrijven van sociale verslagen, en op die manier waarborgt het onrechtstreeks de basisrechten en -vrijheden.

Nut van het sociaal verslag ? Het sociaal verslag is in meer dan één opzicht nuttig : Eerst en vooral is het een instrument dat we meteen kunnen onderbrengen in de categorie van documenten die niet van literaire of fictionele aard zijn, maar veeleer utilitair of “functioneel” zijn. Het sociaal verslag is nuttig omdat het een professioneel document is met juridische, morele en ethische aspecten. De ethische aspecten, die hoger al uitvoerig aan bod kwamen, verwijzen naar het vermogen dat aan de basis ligt van het schrijven van het sociaal verslag, het vermogen om te problematiseren, m.a.w. om de waarheid, de feiten aan de orde te stellen. Wat in het sociaal verslag geschreven wordt, hangt niet af van de kennis van de feiten, maar van het vermogen om zin te geven aan deze feiten en om zich niet bij de feiten neer te leggen. Problematiseren is de invalshoek kiezen vanwaaruit de aanvraag van de gebruiker uiteengezet wordt. Problematiseren is zich oriënteren tussen het woord van de gebruiker, de waarneming en de opbouw van het sociaal verslag. De maatschappelijk werker moet dus heel wat herformuleren door zich oordeelkundig en stellig te beroepen op de verzamelde gegevens. Om te problematiseren maakt de maatschappelijk werker gebruik van een hulpmiddel : het concept. Een aanvraag uitleggen en interpreteren bestaat erin deze aanvraag in verbrand te brengen met iets anders, woorden, concepten. Waarmee de aanvraag in verband gebracht wordt, is in de ruime betekenis van het woord een oorzaak. Dit verband zal de aanvraag begrijpelijk en het sociaal verslag nuttig maken om een beslissing te nemen. Zoals we al weten, is het sociaal verslag het resultaat van een oefening waarbij gegevens weer samengebracht worden en waarbij zich een aantal spanningen voordoen die vaak ontstaan uit tegengestelde standpunten van de maatschappelijke werkers in het OCMW, die in hun functie ten aanzien van de gebruikers heen en weer geslingerd worden tussen helpen en controleren. Maar net de problematisering verplicht de maatschappelijk werker ertoe zich goede vragen te stellen met behulp van goed gekozen concepten, om de moeilijkheid te counteren


ONDER DE LOEP

die vaak ontstaat wanneer de maatschappelijke werkers en de besluitvormers van het Comité niet altijd op dezelfde golflengte zitten en wanneer de referentiesystemen van hun beroepen verschillend zijn en niet altijd makkelijk verenigbaar zijn.

verzamelen over de situatie van de mensen, over wat ze zeggen. Het is allemaal een kwestie van de aanvraag te interpreteren, wat voorafgaat aan het sociaal verslag, op basis van een vaardigheid van de maatschappelijk werkers: observatie.

Het sociaal verslag is tevens nuttig omdat het het resultaat is van “kunnen schrijven”. Zoals Yves Reuter benadrukt : “Schrijven is een sociale, historisch opgebouwde praktijk waarbij op doorgaans conflicterende wijze kennis, voorstellingen, waarden, investeringen en handelingen te pas komen en waarbij een of meerdere subjecten als doel hebben een zekere betekenis te (re)produceren die, met behulp van een instrument, linguïstisch gestructureerd is op een drager die het document duurzaam of tijdelijk bewaart in een welbepaalde sociaal-institutionele ruimte”. 6

- Een anticipatieve schrijfstrategie in combinatie met een analysestrategie met als doel de onzekerheden over de interpretaties te beheersen en te beperken. De omzetting in woorden is immers een hulpmiddel om de beslissing te nemen, met soms een tegenstelling tussen de beargumenteerde inhoud, waarbij het Comité enkel nog hoeft te bekrachtigen wat de maatschappelijk werker voorstelt, en betekenisloze veronderstellingen die het Comité ertoe verplichten om de gegevens te herinterpreteren. Aan de hand van deze strategie stelt de maatschappelijk werker zijn document op met de bedoeling om betekenis weer om te zetten zonder zijn eigen voorstellingen op te dringen. Hier wordt de interpretatievaardigheid van de maatschappelijk werker aangewend.

Door van een “sociale praktijk” te spreken, kunnen we de nadruk leggen op enkele kenmerken van het sociaal verslag, namelijk : - Deze praktijk transformeert de drager en produceert tekens, betekenis ; - verbindt onlosmakelijk het cognitieve, het psychoaffectieve en het sociaal-culturele; kennis, investeringen, voorstellingen, waarden en handelingen, ... - situeert zich fysiek op een gegeven plaats, in een tijdruimte, bepaald door houdingen, handelingen en procedures, door instrumenten en dragers ;

- Een schrijfstrategie van voorzichtigheid om het werk samen met de gebruiker te kunnen voortzetten in een bijstandsrelatie inherent aan maatschappelijk werk. Het sociaal verslag kan bepaald worden door zijn (her)gebruik, zijn nut voor de relatie. De vaardigheid die hier gevraagd wordt, is de relatieve onpartijdigheid van de maatschappelijk werker.

- past in het geheel van het sociaal leven, in de sociaalinstitutionele sferen van praktijken die haar regelen en codificeren ;

Philippe Harmegnies

- sluit aan op de individuele geschiedenis van het subject; - wordt altijd beoefend in verhouding tot de andere praktijken van het subject, in zijn relatie met de wereld, zijn traject, projecten ; - is nooit volledig onder controle en wordt voortdurend beïnvloed door spanningen in elk van de bovengenoemde kenmerken. Ten slotte is het sociaal verslag nuttig omdat we het moeten beschouwen als een strategische schrijfpraktijk en niet als de weerspiegeling van een sociaal-biografische of familiale realiteit. De auteur van een sociaal verslag, in dit geval de maatschappelijk werker, tracht in zijn verslag een voorstelling te geven van de persoonlijke, individuele problematiek en van zijn ontwikkelingsmogelijkheden om ze mee te delen aan het Comité dat een beslissing moet nemen. Het sociaal verslag geeft aanleiding tot minstens drie complementaire strategieën :

Besluit De gebruikers die aanvragen tot het OCMW richten en over wie veel sprake is in sociale verslagen, verwachten van de maatschappelijk werkers dat ze als ze "over hen" schrijven, als "brugmakers" optreden, want schrijven betekent in zeker zin een brug slaan tussen twee oevers. Onder "brugmaker" verstaan we een begeleider, een helper, iemand die met zijn sociaal verslag, voorstellen en adviezen met het oog op het nemen van een beslissing de gebruiker de mogelijkheid wil bieden het heft weer in eigen handen te nemen. Voor de maatschappelijk werker is het schrijven van een sociaal verslag tegelijk een kunst en een wetenschap. Het zich weer eigen maken van deze sociale praktijk die schrijven eigenlijk is, bijvoorbeeld door supervisie, is een manier om (opnieuw) betekenis te geven aan het maatschappelijk werk in het OCMW, met dien verstande dat men denkt op basis van wat men schrijft en niet omgekeerd.

- Een schrijfstrategie gekoppeld aan de gesprekken met de gebruikers en aan de bezoeken om gegevens te

6 REUTER, Yves, Enseigner et apprendre à écrire, Parijs, ESF, 1996, p. 58. Nieuwsbrief 2012/06

11


NIEUW

PRAKTISCH HANDBOEK VOOR GEMEENTEMANDATARISSEN Deze publicatie is bestemd voor alle Brusselse gemeentemandatarissen: burgemeester, schepen of raadslid. Het is een leidraad doorheen hun bevoegdheden en taken, die soms erg complex zijn Brusselse gemeentemandataris, met een beschrijving van zijn taken en verantwoordelijkheden.

Fiches De gids bestaat uit fiches. Iedere fiche bevat : Chacune d'entre elles comprend : • een korte beschrijving van het doel • de wettelijke basis van het onderwerp • een uiteenzetting van de problematiek • bijkomende wettelijke referenties over precieze punten, rechtspraak of rechtsleer

Voor burgemeesters, schepenen ... en gemeenteraadsleden

De fiches zijn gegroepeerd in hoofdstukken over algemene begrippen, gaande van het statuut, de bevoegdheden van burgemeester en schepenen en materies zoals leefmilieu, huisvesting, economie en financiën, overheidsopdrachten, ...

Schepen of burgemeester, de Brusselse uitvoerende gemeentemandataris was de voornaamste doelgroep van deze fiches. In een tweede fase richtte deze publicatie de schijnwerpers ook op de materies van het gemeenteraadslid.

Juridisch werk, praktische benadering

Maar ook anderen die door hun functie iets met de gemeente te maken hebben, zullen er nuttige informatie in vinden, zoals gemeentepersoneel of studenten die zich willen verdiepen in de werking van de gemeente.

Er werd geopteerd voor een praktische benadering van juridische thema's. De materie wordt uitgediept door te kijken naar de wetgeving die van toepassing is op de

Naar gelang van de materie gaan de fiches in op de bevoegdheid van de burgemeester, de schepen of het college. Sinds 2012 werd het werk opengetrokken tot de materies die de gemeenteraadsleden aanbelangen.

Ons “Praktisch handboek voor gemeentemandatarissen” in enkele cijfers Nieuwe uitgave rolt van de pers Eind 2012 werden de nieuwe gemeenteraden in de Brusselse gemeenten geïnstalleerd. De VSGB wil deze nieuw verkozenen wapenen met een nieuwe uitgave van het Handboek, onlangs uitgebreid tot alle gemeenteraadsleden. Daarom herdoopten we het werk tot “Praktisch handboek voor gemeentemandatarissen”. Voortaan komen dus zowel de bevoegdheden van raadsleden als schepenen aan bod in de nieuwe fiches. Al de derde editie •

Eind 2010 telde het Praktisch handboek 370 bladzijden.

In april 2012 bevat de nieuwe editie 456 blz.

Begin december 2012 brengt een aanzienlijke uitbreiding de teller op 594 blz.

In totaal omvat het werk inmiddels 66 fiches.

Aanvullingen voor abonnees Net zoals in het voorjaar krijgen onze abonnees in de loop van de komende weken de aanvulling toegezonden : de nieuwe fiches en updates van bestaande zijn samen goed voor 210 blz. De bijwerking van december 2012 omvat : • 16 nieuwe fiches • 5 bijgewerkte fiches Nog geen abonnement ? www.vsgb.be > Publicaties

12

Nieuwsbrief 2012/06


ONDER DE LOEP

Op 11 mei 2012 organiseerde de Federatie van Brusselse Gemeentesecretarissen “Pensioenen, eindeloopbaan en kennisoverdracht. Quo vadis Bruxella ?”, een studiedag rond drie thema's : het overheidspensioen, een leeftijdsbewust personeelsbeleid en de kennisoverdracht in de organisaties. Deze tweede bijdrage daaromtrent analyseert de drieledige uitdaging van de dalende fiscale capaciteit, de toenemende pensioenlast en de verwachte stijging van de uitgaven.

DRIE UITDAGINGEN VOOR DE BRUSSELSE PENSIOENEN Hangen de pensioenen als een zwaard van Damocles boven de financiële toekomst van de Brusselse lokale besturen ? 1

De structuur van de personeelskosten evolueert omwille van verschillende factoren. De personeelsuitgaven maken ongeveer 40 % van het gemeentebudget uit. In de jaren '70 is het personeelskader enorm uitgebreid, wat de laatste jaren niet meer het geval is. We zien een verschuiving van statutairen naar contractanten, wat de stijging van de bijdragen gedeeltelijk verklaart. De komende tien jaar zal 38 % van het benoemd personeel (alle personeelsniveaus tezamen beschouwd) met pensioen gaan. Dan zal de vraag rijzen of zij al dan niet door statutairen vervangen worden. Een radicale daling van het aantal statutairen beïnvloedt uiteraard de bijdragen voor de RSZPPO. De grootste uitdaging voor de lokale besturen is de vergrijzing. De demografische evolutie heeft een belangrijke financiële impact. Bij een verouderende en pensioengerechtigde leeftijd dalen de belastingsontvangsten, terwijl de uitgaven in de sociale sector zullen stijgen, door de nood aan rusthuizen, ziekenhuizen, ouderenzorg, aangepast openbaar vervoer … Tegelijk staat het hele financieringssysteem van de pensioenen van de eigen ambtenaren onder druk. De verhouding tussen het aantal actieve mensen en het aantal mensen op pensioen wijzigt ingrijpend. Zowel het aandeel als het absolute aantal personen ouder dan 65 blijft stijgen. Er blijkt zelfs een vergrijzing binnen die groep plaats te vinden, zo neemt het aantal 80-plussers toe 2, zodat de afname van het aantal gepensioneerden trager gaat dan ooit het geval was. Uit studies van RSZPPO blijkt dat er een bestendige verjonging plaatsvindt van het personeel, maar enkel bij de werknemers die contractueel zijn tewerkgesteld 3. Bij de vastbenoemden tekent zich een andere trend af. Hun aantal is dalend en dat heeft een direct gevolg op de financiering van het pensioenstelsel 4. De financiering voor de ambtenaren en de contractuelen is echter niet dezelfde, ook al werken beide systemen elk volgens een repartitiestelsel. Voor de contractuele werknemers draagt het lokale bestuur bij aan de sociale zekerheid, terwijl voor de vastbenoemden bijdragen door de RSZPPO worden ingehouden. Door statutairen te vervangen door contractuelen, versmalt aldus de basis om

1 2 3 4 5

de lopende pensioenen te betalen. In de volgende jaren zal een grote groep statutairen met pensioen gaan, zodat de financieringsbasis nogmaals verkleint en de pensioenlasten opnieuw toenemen.

De situatie vandaag : enkele cijfers Het aantal tewerkgestelde voltijds equivalenten neemt toe ten opzichte van 1995 in het gehele land, waarbij de toename voor de lokale besturen in het Brussels Gewest nog sterker is. De groei laat zich zoals gezegd vooral voelen in de categorie van de contractueel tewerkgestelde werknemers. Terwijl er in 1995 nog 60 % werknemers met een statuut in dienst waren, is dit in 2010 net het tegendeel. Uit cijfers van Belfius blijkt dat 44 % met een statuut in dienst is en de overige 56 % in contractueel dienstverband werkt. De stijging is het meest uitgesproken bij de OCMW's, waar er zich nog maar één werknemer op vijf in een statutair dienstverband bevindt. In de gemeenten zijn er ongeveer evenveel statutairen als contractuelen en in de politiezones vindt men het grootst aantal statutair benoemde ambtenaren 5.

Uiteenzetting door Arnaud Dessoy en Anne-Leen Erauw, Belfius Bank. Berghman, J., Debels, A., et al., Belgische Pensioenatlas 2010, KULeuven, p. 40. Contractuele en statutaire tewerkstelling, Evolutie in de lokale sector 1995–2010, RSZPPO, 23 p. Zie ook V & A, Kamer, 21 januari 2008, 2007–2008, p. 1723 (Vraag nr. 17 Maggie De Block). De stijging bij de politiezones komt door de oprichting van de politiezones sedert 2002, waarbij de gemeentepolitie volledig werd overgeheveld naar die zones. Nieuwsbrief 2012/06

13


ONDER DE LOEP

Aan deze evolutie lijkt voorlopig geen einde te komen. Men kan besluiten dat er geen automatische vervanging is van een statutair personeelslid dat met pensioen gaat door een statutair personeelslid. Echter blijven er contractuele werknemers bij komen 6. Deze verhoudingen tussen vastbenoemden en contractuelen zijn heel belangrijk, omdat ze in de toekomst mee de responsabiliseringsbijdrage bepalen. Sinds de wet van 24 oktober 2011 geldt er een veralgemeende aansluiting bij het gesolidariseerde pensioenfonds. Alle lokale besturen zijn er behoudens hun eigen weigering automatisch bij aangesloten. Daardoor ontstaat er een groter solidair stelsel. Er wordt voor elk lokaal bestuur een basisbijdrage berekend en een individuele corrigerende responsabiliseringsbijdrage. De basisbijdrage wordt berekend op grond van de oorspronkelijke pool waartoe het bestuur behoorde en bestaat uit een werkgevers- en een werknemersbijdrage. Voortaan wordt er ook gekeken naar de continuïteit in de verhouding tussen de contractuele werknemers en de statutaire werknemers. De solidariteitsbijdrage hangt af van die verhouding, die vergeleken wordt met de andere besturen. De gemeenten met een afwijkende verhouding, waarvan de individuele pensioenlasten hoger liggen dan de opbrengst van de behaalde basisbijdrage, zullen een grotere responsabiliseringsbijdrage moeten betalen.

Drieledige uitdaging Voorts blijkt uit onderzoek van Belfius dat de leeftijden tussen de vastbenoemde en de contractuele personeelsleden sterk verschillen. Op vijftien jaar tijd is het gewicht van de leeftijdscategorie boven 50 jaar sterk toegenomen voor de vastbenoemden. De groep vastbenoemde jonge personeelsleden stagneert of neemt zelfs af. Op middellange termijn (tot 2021) vertrekken ongeveer 38 % van de statutaire personeelsleden met pensioen. Die uitstroom gebeurt in alle niveaus, met een licht overwicht voor niveau B. Deze trends zullen zich in de toekomst nog scherper stellen. Zo stijgt de aanwerving van de contractuele tewerkstelling verhoudingsgewijs sneller dan voor de statutaire. Bovendien zal er in zijn geheel personeel worden afgebouwd, wat dan weer een impact zal hebben op het nieuwe systeem van bijdrageberekening voor de RSZPPO. Daarnaast wordt voor de lokale besturen verwacht dat de pensioenbijdragen voor de politiezones fors zullen stijgen. Tot voor kort werden voor die zones lage pensioenbijdragen betaald, maar door de herorganisatie van RSZPPO wijzigt de bijdrage voor de politiezones. In de toekomst zullen pensioenbijdragen voor

vastbenoemd personeel van 50 % van de loonmassa en meer realistisch zijn, terwijl de budgettaire context moeilijker zal worden 7. De structuur van de personeelskosten evolueert omwille van verschillende factoren. De personeelsuitgaven maken voor de gemeenten ongeveer 40 % van het budget uit. In de jaren '70 werd het personeelsbestand uitgebreid, terwijl dat de laatste jaren niet meer het geval is. Er is een verschuiving van statutairen naar contractuelen, wat gedeeltelijk een verhoging van de bijdragevoeten verklaart. De komende tien jaar zullen wellicht doorheen alle niveaus van personeel 38 % van de vastbenoemden met pensioen gaan. De vraag zal rijzen of ze al dan niet vervangen worden door statutairen. Door de hervorming van de RSZPPO is die keuze niet meer vrijblijvend. Een drastische vermindering van het aantal vastbenoemde ambtenaren beïnvloedt de bijdragevoeten voor de RSZPPO. Ook een verouderende bevolking heeft een invloed op de uitgaven voor de gemeenten. Traditioneel bestaan een deel van die uitgaven uit afdrachten aan OCMW en politiezone. Op het eerste gezicht lijken de kosten van de vergrijzing te kaderen in de algemene sociale zekerheid. Toch zullen de kosten ook voor de OCMW's stijgen, want zorg voor bejaarden is één van hun opdrachten. Zij zullen daarom moeten zorgen voor de nodige voorzieningen, zoals een uitgebreider aanbod aan diensten (RVT, bejaardenzorg, …). De bestaande inrichtingen zullen moeten worden gemoderniseerd of minstens aangepast, en eventueel moet er ook meer personeel worden aangeworven. Dat heeft voor gevolg dat de afdrachten van de gemeente naar het OCMW zullen stijgen. Een dalende fiscale capaciteit, stijgende pensioenlast en steeds meer uitgaven … de toekomst ziet er niet rooskleurig uit voor de gemeenten.

Contractant heeft geen statutair pensioen : wat met een tweedepijlerpensioen ? 8 Terwijl ons systeem gebaseerd is op het model van de statutaire tewerkstelling, ziet de realiteit er anders uit. Een gelijkschakeling tussen ambtenaren en contractuelen is niet mogelijk wegens de verschillen in de respectieve stelsels. Toch moeten de besturen zich als een aantrekkelijke werkgever kunnen positioneren. Het is niet mogelijk om iemand met een arbeidsovereenkomst een vaste benoeming aan te bieden. De vaste benoeming biedt voordelen op het vlak van pensioen, terwijl beide categorieën werknemers hetzelfde werk verrichten. Zelfs als de lokale overheden zouden willen, is een volledige benoeming van het personeel financieel niet haalbaar. De huidige wetgeving laat ook niet toe om de twee stelsels zomaar met elkaar te verbinden.

6 Zie ook Lierman, F. & Dessoy, A., Gemeentefinanciën, Balans van de bestuursperiode 2007–2012, 10 vragen over de gemeentefinanciën, Belfius. 7 Zie ook Gysen, J., De stille neergang van het pensioenstelsel van de personeelsleden van de lokale openbare sector in België, B.T.S.Z., 2006, 4, p. 623–630. 8 Uiteenzetting door Bernard Verschaeren, Belfius Assurances en Kris Rutten, Ethias.

14

Nieuwsbrief 2012/06


ONDER DE LOEP

Om daaraan tegemoet te komen, overwegen verschillende besturen om in een tweedepijlerpensioen te voorzien.

Wat is het tweedepijlerpensioen ? Het aanvullend pensioen is een constructie uit de privésector. Het is de bedoeling om het wettelijk pensioen aan te vullen, door een pensioenopbouw die verkregen wordt door de beroepsactiviteit. Via groepsverzekering of pensioensfonds bouwen werkgevers een aanvullend pensioen op voor de werknemer. Daarbij kan het gaan om een financiering die volledig ten laste is van de werkgever of een gemengde financiering. Bij de groepsverzekering wordt er een verzekeringscontract ondertekend met een verzekeraar om een bijkomend pensioen voor de werknemers te waarborgen. Bij het pensioenfonds beheert een vzw of een onderlinge verzekeringsmaatschappij de verzamelde fondsen. Het aanvullend pensioen kan op twee manieren worden uitgekeerd : ofwel onder de vorm van kapitaal - de uitkering gebeurt dan in één keer - of onder de vorm van rente: die wordt dan ontvangen ter aanvulling van het wettelijke pensioen. Er is geen specifiek wettelijk kader voorhanden dat de tweede pijler in de openbare sector regelt. De determinerende teksten zijn de WAP 9 en de WIBP 10, maar die zijn nooit bedacht geweest voor de openbare sector 11.

gaat 8,86 % solidariteitsbijdrage af 13. Ook moeten er nog beheers- en administratieve kosten worden betaald aan de verzekeringsmaatschappij. De werknemer stort geen bijdragen. Uiteraard moet erover worden gewaakt dat de tweede pijler enkel geldt voor de contractuele personeelsleden. Ook moet er een degelijke oplossing worden uitgewerkt voor het behoud van rechten bij een latere benoeming. Daarnaast moet ook een procedure bij uitdiensttreding worden opgesteld. Er moet een algemeen wetgevend kader gecreëerd worden om een tweede pijler voor de contractuele personeelsleden mogelijk te maken, wat tot op heden nog niet gebeurd is. In Vlaanderen heeft een meerderheid van de gemeenten ingeschreven op het aanvullend pensioen. Voor Wallonië zou 35 % van de besturen een aanvullend pensioen ernstig overwegen. Het principe van de invoering van een tweede pensioenpijler voor contractueel overheidspersoneel staat in het intersectorieel sociale programmatie-akkoord 2007-2008 dat afgesloten werd in het Comité A. Het mondde uit in protocol nr. 163/4 dat op 17 december 2008 afgesloten werd. De Ministerraad nam op 19 december 2008 akte van het protocol. In Brussel is dit dossier nog niet afgerond.

Hildegard Schmidt

Hoe gebeurt het voor de besturen ? De lokale besturen zijn niet verplicht om een tweede pensioenpijler in te voeren. In Vlaanderen werd er een sectoraal akkoord gesloten tussen de toezichthoudende overheid en de vakbonden over het tweedepijlerpensioen 12. De keuze viel daar voor de tweede pijler voor de contractuele personeelsleden van de lokale besturen voor een groepsverzekering via een collectieve regeling. De RSZPPO werd belast met het uitschrijven van een overheidsopdracht. Uiteindelijk werd een tijdelijke handelsvennootschap tussen Ethias en Dexia Verzekeringen opgezet voor deze collectieve regeling. Een dergelijke collectieve regeling biedt het voordeel dat de gemeente zelf geen overheidsopdracht moet organiseren, schaalvoordelen kan genieten en zelf geen inning moet doen. De RSZPPO berekent de pensioenbijdrage op basis van de socialezekerheidsaangifte. Het bestuur kan kiezen uit verschillende bijdragepercentages : 1 % ; 1,5 % ; 2 % ; 2,5 % ; 3 % ; 4 % ; 5 % en 6 %. Die bijdragen worden afgehouden op het loon dat in aanmerking wordt genomen voor sociale zekerheidsbijdragen. Van de premies die de werkgever stort,

Besluit In een repartitiestelsel zoals we thans in België kennen, staan de lasten van de toenemende groep gepensioneerden tegenover de bijdragen van een kleiner wordende groep van vastbenoemden. De reserves die de RSZPPO aanwendde, de hervorming van de pools en de veralgemeende aansluiting die zorgt voor een verruiming van de solidariteit, zullen het vraagstuk van de financiering niet alleen oplossen om de golf in het komende decennium op te vangen. Ook al is er vanaf dit jaar het systeem van responsabilisering, dan zal een verhoging van de bijdragen onafwendbaar zijn. De grootste uitdaging wordt wellicht om tegelijk een financieel gezond bestuur en een goede openbare dienstverlening voor de burgers aan te bieden. Tegelijk zal de druk op de openbare besturen groeien om ook voor de contractueel tewerkgestelde personeelsleden een groter pensioen te voorzien, omdat het verschil in behandeling tussen hen en hun vastbenoemde collega's steeds moeilijker te verklaren zal zijn.

9 Wet Aanvullende Pensioenen (WAP) of wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (B.S. 15 mei 2003). 10 Wet 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen (B.S. 10 november 2006). 11 Uit de algemene beleidsnota van de Minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden blijkt echter wel dat er een aanpassing in de wet zou voorliggen om deze aan te passen aan de overheid; zie ook Kamer Doc. 52 1529/002. 12 Dit zal niet worden omgezet in dwingende wetgeving. De Vlaamse regering is niet van plan hieromtrent een besluit te nemen. In het sectoraal akkoord voor de lokale besturen in Vlaanderen van 19 november 2008 werd de start van een tweede pensioenpijler opgenomen. Bron: VVSG (www.vvsg.be > werking & organisatie > personeel > pensioen > tweede pensioenpijler). 13 Wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid der werknemers (B.S. 2 juli 1981). Nieuwsbrief 2012/06

15


BRUXELLES FORMATION, EEN SPRINGPLANK NAAR WERK Brussel maakt ingrijpende sociologische veranderingen mee. De grote toevloed aan inwijkelingen confronteert de gewestelijke beleidsvoerders met nieuwe problemen, vooral op het vlak van tewerkstelling en opleiding, terwijl de werkloosheid niet daalt (we hebben de kaap van de 110.000 werklozen overschreden, waaronder 15.000 jonger zijn dan 25 jaar). De Brusselse werkgevers zoeken steeds specifiekere profielen, terwijl het aantal laaggeschoolden blijft toenemen. Een uitdaging van formaat ! Daarom werden binnen Bruxelles Formation enkele specifieke structuren gecreëerd die gericht zijn tot de nieuwe doelgroep: “Tremplin” en “Tremplin Jeunes” (gevestigd op de Koningsstraat) bieden specifieke begeleiding voor 18- tot 25-jarigen, zodat deze jongeren vlotter hun plaats op de arbeidsmarkt vinden. De bijdrage van Tremplin en Tremplin Jeunes (opgericht in mei 2011) is niet te verwaarlozen. In 2011 volgden reeds 986 werkzoekenden er een vorming en dat aantal blijkt in 2012 nog aanzienlijk te stijgen. De pedagogisch verantwoordelijken bieden bijscholingen aan rond basiscapaciteiten (bv. Frans, rekenen) en korte opleidingen (bv. informatica), dit alles gekoppeld aan individuele begeleiding. Ze coachen ook jongeren die niet goed aanvoelen welk werk bij hen zou passen.

16

Nieuwsbrief 2012/06

Bruxelles Formation werkt samen met verschillende partners in de 19 Brusselse gemeenten, zoals gespecialiseerde vzw's (bv. voor alfabetisering), maar ook rechtstreeks met de gemeente zelf. Zo werd er met een vijftigtal partners een overeenkomst afgesloten, zodat stagiairs er ervaring kunnen opdoen. Deze samenwerking werpt duidelijk vruchten af en er is steeds meer toenadering tot de gemeenten of verenigingen die in zekere zin bij het gemeentelijk kader aansluiten. Zo biedt het wijkhuis Helmet (Schaarbeek) of het CAF (Centre Anderlechtois de Formation) basisopleiding aan. Bruxelles Formation werkt ook nauw samen met de lokale opdrachten (bv. Elsene, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joostten-Node, Vorst, Sint-Gillis). Sinds kort gaan er ook stagiairs naar de lokale opdracht van Schaarbeek, waar een vorming aangeboden wordt voor onthaalbedienden in de medische sector. Op die manier biedt Bruxelles Formation steeds meer vormingen aan om de twee voornaamste doelgroepen dichterbij elkaar te brengen : werkzoekenden en werkgevers. Twee stagiairs op drie vinden werk, vaak met een contract voor onbepaalde duur, binnen het jaar nadat ze een opleiding volgden bij Bruxelles Formation.


WETGEVING bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15.10.2012 t/m 9.12.2012 VERKIEZINGEN 14.11.2012 Omz. Gemeenteraadsverkiezingen van 14.10.2012 - Validatie van de verkiezingen en installatie van de gemeenteraadsleden Verkiezing van de schepenen en benoemingsprocedure voor de burgemeesters B.S.,14.11.2012 269478 OCMW 22.10.2012 Omz. van het College van Procureurs-generaal - COL 12/2012 Het strafrechtelijk beleid op het gebied van het sociaal 269287 strafrecht 22.06.2012 Omz. van POD Maatschappelijke Integratie - Invoering van nieuwe hoedanigheidscodes [+ Bijlage] 269360 Omz. met betrekking tot de aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijk wel-zijn behoren, op 01.12.2012 B.S.,23.02.2012 185733 Energie 01.12.2012 Sociaal Verwarmingsfonds [Mazoutfonds - Verwarmingstoelage - indexering van de interventiedrempels vanaf 01.12.2012] 213094 Tewerkstelling 12.10.2012 MB houdende toekenning van een toelage tot dekking van een deel van de kosten betr. de uitvoering van het project “Begeleiders art. 60, par. 7” van as 2 van het Operationeel Programma “Doelstelling Regionaal Concurrentievermogen en Werkgelegenheid” van de Federale Overheid ESF 2007-2013 B.S.,23.10.2012 268970 08.10.2012 KB wijz. KB 23.09.2004 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn voor de begeleiding en de toeleiding van een gerechtigde op maatschappelijke integratie of een financiële maatschappelijke hulp naar een tewerkstelling in een onderneming B.S.,25.10.2012 269081 23.10.2012 MB houdende toekenning van een toelage tot dekking van een deel van de kosten betreffende de uitvoering van activerende voortrajecten en socio-professionele inschakelingprojecten in het kader van het Operationeel Programma Do e l s t e l l i n g Regionaal Concurrentie-vermogen en Werkgelegenheid van de Federale Overheid - ESF 2007-2013, boekjaar 2012 B.S.,09.11.2012 269394

23.10.2012 MB houdende toekenning van een toelage tot dekking van een deel van de kosten betreffende de uitvoering van activerende voortrajecten en socioprofessionele inschakelingprojecten in het kader van het Operationeel Programma Doelstelling Regionaal Concurrentie-vermogen en Werkgelegenheid van de Federale Overheid ESF 2007-2013, boekjaar 2012 269394 B.S.,09.11.2012 Vreemdelingen FAQ Terugkeertraject - Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (Fedasi) 269565 30.10.2012 Omz. Toegang tot verzekering voor ziekte of invaliditeit van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV). Instructies 269567

22.10.2012 Omz. het College van Procureursgeneraal - COL 11/2012 Wet van 20 september 2012 (B.S. 22.10.2012) tot instelling van het “una via”-principe in de vervolgingen van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes 269285 Bericht van 28.11.2012 over de aanpassing van de belasting op automatische ontspanningstoestellen ingevolge artikel 80, § 1, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen. Nieuwe tarieven vanaf 1 januari 2013 - B.S., 28.11.2012 OVERHEIDSOPDRACHTEN 04.10.2012 Omz. betr. de sociale clausules in de overheidsopdrachten van het Br ussels Hoofdstedelijk Gewest B.S.,05.12.2012 269961 Zie artikel in dit nummer

Werkloosheidsuitkering PERSONEEL 24.10.2012 KB wijz. art. 38 en 114 van het KB 25.11.1991 houdende de werkloosheidsreglementering B.S.,31.10.2012 269240 BURGERLIJKE STAND/BEVOLKING 19.11.2012 KB tot publicatie van de bevolkingscijfers die in aanmerking genomen moeten worden om de verdeling van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers tussen de kieskringen uit te voeren B.S. 27.11.2012 269820 12.11.2012 Omz. COL nr. 17/2012 Gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken en het College van procureurs-generaal inzake het respectvol omgaan met de overledene, de mededeling van zijn overlijden, het waardig afscheid nemen en de schoonmaak van de plaats van de feiten, in geval van tussenkomst door de gerechtelijke overheden 269674 30.11.2012 Advies - Controlecommissie betreffende de verkiezingsuitgaven en de boekhouding van de politieke partijen. Controle van de verkiezingsuitgaven van de politieke partijen en de individuele kandidaten voor de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers van 13.06.2010 B.S.,30.11.2012 269925 FINANCIËN/BELASTINGEN

10.10.2012 KB tot vaststelling van de algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten beantwoorden B.S.,05.11.2012 269290 13.11.2012 KB wijz. KB 25.10.1985 tot uitvoering van Hoofdstuk 1, sectie 1, van de wet 01.08.1985 houdende sociale bepalingen 269969 B.S.,04.12.2012 POLITIE 24.10.2012 KB wijz. sommige bepalingen van KB 30.03.2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten betreffende de loonschalen van de aspirantinspecteur van politie 269165 B.S.,29.10.2012 14.11.2012 Omz. betr. de verkiezing en de installatie van de politieraadsleden van een meergemeentezone B.S.,23.11.2012 269742 20.11.2012 KB wijz. KB 05.12.2011 tot vaststelling van de taalkaders van de centrale diensten van de federale politie en van de centrale diensten van de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie B.S.,27.11.2012 269823 27.11.2012 Ministeriële omz. PLP 49 betr. de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2013 ten behoeve van de 269862 politiezones - B.S.,06.12.2012 -

20.09.2012 Wet tot instelling van het “una via” principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes 268953 B.S.,22.10.2012 Nieuwsbrief 2012/06

17


ACTUALITEIT

SOCIALE CLAUSULES IN OVERHEIDSOPDRACHTEN Een nieuwe omzendbrief spoort aan om sociale bepalingen op te nemen in het bijzonder bestek voor overheidsopdrachten in het Brussels Gewest. De Brusselse regering heeft een nieuwe omzendbrief goedgekeurd die voor de sociale clausules de circulaire van 5 februari 2009 opheft en vervangt betreffende de opname van ecologische en duurzame ontwikkelingscriteria in de overheidsopdrachten voor leveringen en diensten. De sociale clausule is een bijzondere vermelding in het bestek van de overheidsopdracht, die voornamelijk gericht is op de vorming of de socioprofessionele inschakeling van laaggeschoolde werkzoekenden, leerlingen, stagiairs of cursisten, personen met een handicap of personen die gediscrimineerd worden. Het doel van de nieuwe omzendbrief is het gebruik van sociale clausules te vergemakkelijken en te verruimen. Wij analyseren de grote lijnen. Doel van de sociale clausule Het doel van de sociale clausule is doorgaans : • ofwel te voorzien in aanwerving van werkzoekenden door de aannemer, leverancier of dienstenverlener • ofwel de opdracht te reserveren voor een socialeinschakelingsonderneming met als sociaal doel socioprofessionele herinschakeling • ofwel een deel van een opdacht in onderaanneming toe te vertrouwen aan een sociale-inschakelingsonderneming met als doel socioprofessionele herinschakeling • ofwel vorming aan te bieden voor werkzoekenden

• onderhandelingsprocedures zonder bekendmaking : de aanbestedende overheid wordt aanbevolen socialeinschakelingsondernemingen te raadplegen Welke sociale clausules zijn mogelijk ? 1. De clausule "sociale inschakeling", de zogenaamde Actiris-clausule De basis van de Actiris-clausule is vervat in het besluit van de Brusselse regering van 22 april 1999 houdende oplegging van sociale clausules bij de toewijzing van overheidsopdrachten in het raam van de uitvoering van investeringen van openbaar nut. Dit besluit stelt dat voor de uitvoering van werken van openbaar nut voor een bedrag van 750.000 € (excl. BTW) of meer, waarvan de duur op minstens 60 werkdagen geraamd wordt, enkel subsidies toegekend kunnen worden als deze clausule opgenomen wordt. De inschrijvers moeten werkzoekenden aanwerven die bij Actiris ingeschreven zijn. De nieuwe omzendbrief verruimt het toepassingsgebied van de Actiris-clausule tot de opdrachten voor aanneming van diensten en een verlaging van de toepassingsdrempel tot 125.000 € (excl. BTW). De omzendbrief preciseert dat de bevoegde dienst bij Actiris (pmoiny@actiris.be) op de hoogte gesteld moet worden en dat de opdrachtnemer het formulier invult voor de evaluatie van de sociale clausule.

De betrokken besturen De beoogde overheidsdiensten zijn alle besturen die functioneel afhangen van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De regering beveelt gemeenten, OCMW's, intercommunales en gemengde structuren echter aan om de omzendbrief toe te passen teneinde de synergie te versterken op het vlak van socioprofessionele inschakeling. De regering beveelt elk bestuur aan om binnen de 3 maanden na de publicatie van de omzendbrief (wat gebeurde op 5 december 2012), een aanspreekpunt aan te stellen om de inhoud van de omzendbrief tot uitvoering te brengen. Om welke overheidsopdrachten gaat het ? • opdrachten voor aanneming van diensten en concessieovereenkomsten van diensten boven de 125.000 € (excl. BTW) • die voor leveringen van meer dan 22.000 € (excl. BTW)

18

• die voor werken voor een bedrag hoger dan 125.000 € (excl. BTW) Nieuwsbrief 2012/06

2. Het voorbehouden van opdrachten aan de socialeinschakelingseconomie De wet op de overheidsopdrachten biedt de aanbestedende overheid de mogelijkheid om de deelname aan een gunningsprocedure van overheidsopdrachten voor te behouden aan beschutte werkplaatsen en sociale-inschakelingsondernemingen. Daaruit volgt dat enkel de inschrijvingen van dit soort ondernemingen geanalyseerd zullen worden. Het gaat om een kwalitatief selectiecriterium. Voor de beschutte werkplaatsen kan dit kwalitatief selectiecriterium zelfs toegepast worden bij overschrijding van de drempels voor Europese bekendmaking, op voorwaarde dat er effectieve mededinging bestaat voor het bedrag van de opdracht in het betrokken economisch bassin. Dit kan ook toegepast worden voor één of meer percelen in een opdracht in percelen. Het geraamde bedrag van elk perceel mag echter niet gelijk zijn of hoger liggen dan de Europese drempelwaarden.


ACTUALITEIT

Deze clausule van “voorbehouding” van opdracht of perceel moet in de bekendmaking van de opdracht en in het bijzonder bestek opgenomen worden. Er wordt in het bestek ook een clausule opgenomen betreffende documenten en attesten die bij de offerte gevoegd moeten worden, bv. het attest van erkenning als beschutte werkplaats of als aannemer van werken. Er wordt bovendien ook gevraagd om Actiris op de hoogte te stellen van een dergelijke opdracht, door hun een kopie van het bijzonder bestek te sturen 3. De sociale clausule die uitbesteding aan socialeinschakelingsondernemingen mogelijk maakt Deze clausule is een uitvoeringsvoorwaarde die inhoudt dat de inspanning voor vorming en inschakeling geleverd kan worden via : - de uitbesteding van een deel van de opdracht aan een sociale-inschakelingsonderneming in onderaanneming - de aanwerving van werkzoekenden die bij Actiris ingeschreven zijn. Een clausule daaromtrent moet opgenomen worden in de bekendmaking van de opdracht en in het bijzonder bestek. Er wordt ook gevraagd Actiris op de hoogte te brengen van zo'n opdracht met onderaanneming door de verzending van een kopie van het bijzonder bestek. 4. De sociale clausule van bedrijfsopleiding Deze vorm van sociale clausule maakt het mogelijk, overeenkomstig de wet op de overheidsopdrachten, als uitvoeringsvoorwaarde zowel in de vorming als de aanwerving van werkzoekenden te voorzien. Om het aantal uren vorming te bepalen, wordt er aanbevolen het equivalent van 2 tot 8 % van het volume arbeidskrachten van de opdracht te vragen. De inschrijver moet een afzonderlijke nota aan zijn offerte toevoegen, waarin hij beschrijft op welke manier hij aan die verplichting zal voldoen. Er moet daaromtrent een clausule gevoegd worden bij de bekendmaking van de opdracht en in het bijzonder bestek. 5. De opname van socioprofessionele overwegingen in het voorwerp van de opdracht

Om deze clausule te kunnen toepassen moet het voorwerp van de opdracht verruimd worden tot een dimensie van socioprofessionele inschakeling, om te beantwoorden aan de Europese vereiste dat er een band moet zijn tussen de toewijzingscriteria en het voorwerp van de opdracht ; Het toewijzingscriterium moet overigens precies geformuleerd worden, om een objectivering van de inspanning op het vlak van inschakeling mogelijk te maken. Tot slot moet het toewijzingscriterium vermeld worden in de bekendmaking van de opdracht en het bijzonder bestek, en moet er een clausule – waarvoor de omzendbrief een model aanbiedt – ingevoegd worden op het niveau van de uitvoeringsvoorwaarden. Meer controle op de uitvoering De aanbestedende overheid kan de controle op de uitvoering van de sociale clausules versterken door er een specifieke sanctie aan te koppelen, die aangereikt wordt in de omzendbrief en die een financiële straf oplegt aan een economische operator die deze niet correct naleeft. Facilitator en consultant Naast de nieuwe omzendbrief bevat de “toolkit” voor de goede toepassing van de sociale clausules ook een nieuwe functie binnen Actiris, nl. een “facilitator” die zich daar volledig op toelegt : deze vormt de schakel tussen de aanbestedende overheden en Actiris, versterkt het vertrouwen tussen de partners en vergemakkelijkt de verwerking en de evolutie van de dossiers. Tot slot is er ook SAW-B, de federatie van socialeinschakelingsondernemingen in Brussel en Wallonië, die sinds enkele jaren gratis advies levert rond dergelijke clausules. Ze bieden begeleiding bij de opstelling en de invoeging ervan in de bijzondere bestekken en geven tips bij het zoeken naar partners in de sociale inschakeling. Contactpersoon bij SAW-B is Jean-Luc Bodson : jl.bodson@saw-b.be SAW-B stelt een databank ter beschikking voor aanbestedende overheden die een sociale-inschakelingsonderneming zoeken : www.saw-b.be > “Vous cherchez” > “Une entreprise d'économie sociale”

Dit type clausule is de voornaamste nieuwigheid ten opzichte van de omzendbrief van 5 februari 2009 en kan enkel gebruikt worden voor onderhandelingsprocedures en/of offerteaanvragen, maar in geen geval voor aanbestedingen.

Info

Dit systeem maakt het mogelijk de offertes te vergelijken op het vlak van verschillende criteria, waarvan één betrekking heeft op de inspanning omtrent socioprofessionele inschakeling.

Omzendbrief van 4 oktober 2012 betreffende de sociale clausules in de overheidsopdrachten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BS 5/12/2012 inforum nr 269961)

Isabelle Vincke

Nieuwsbrief 2012/06

19


EUROPESE WEEK VAN De burger meer inzicht verschaffen in de werking van de gemeente en hem aanmoedigen om eraan deel te nemen, dat is het doel van de Europese Week van de Lokale Democratie. Die draait rond de verjaardag van de ondertekening van het Europees handvest van de lokale autonomie, op 15 oktober 1985, maar vond dit jaar een maand later plaats omwille van de gemeenteraadsverkiezingen. Het spreekt voor zich dat de Week aansluit bij een moment waarop de burger zijn gemeentebestuur onder de loep neemt. Wij brengen een fotoverslag, een greep uit de vele activiteiten (meer dan 70!) die in de loop van de week plaatsvonden.

20

Nieuwsbrief 2012/06


DE LOKALE DEMOCRATIE

Nieuwsbrief 2012/06

21


EUROPESE WEEK VAN

22

Nieuwsbrief 2012/06


DE LOKALE DEMOCRATIE

Foto’s van Marion Colard, Jessica Matthys, Marie-Anaïs Sim Copyright : VSGB Nieuwsbrief 2012/06

23


Nieuwsbrief Directie : Marc Thoulen Coördinatie : Philippe Delvaux

Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw Aarlenstraat 53 bus 4-1040 Brussel Tel 02 238 51 40 - Fax 02 280 60 90 welcome@avcb-vsgb.be www.vsgb.be

Redactie : Marc Cools, Philippe Delvaux, Philippe Harmegnies, Céline Lecocq, Jean-Michel Reniers, Hildegard Schmidt, Marc Thoulen, Isabelle Vincke Vertaling : Liesbeth Vankelecom, Annelies Verbiest Secretariaat : Chantal Matthys Abonnementen : Patricia De Kinne : 02 238 51 49 • patricia.dekinne@avcb-vsgb.be Publiciteit : Agentschap Publiest - 02 550 38 04 - office@publiest.lu

Redactie : philippe.delvaux@avcb-vsgb.be

Nieuwsbrief wordt gedrukt op 100 % gerecycleerd papier

Nr 2012-06

Cette revue existe aussi en français. Si vous souhaitez recevoir le Trait d'Union, contactez notre secrétariat : welcome@avcb-vsgb.be

december 2012 /januari 2013

Sinds 2002 is Nieuwsbrief-Brussel integraal beschikbaar op www.vsgb.be Gepubliceerd met de steun van het Brussel Hoofdstedelijk Gewest, Belfius en Ethias

24

Nieuwsbrief 2012/06


Nieuwsbrief nr 2012-06