Issuu on Google+

werkt. Kwartaalmagazine van Cedris , de brancheorganisatie van sociale werkvoorzieningsbedrijven

nummer 2 • juni 2014 • 4e jaargang

Sectoral association for sheltered employment and labour reintegration

dossier organisatiemodellen:

We krijgen de

wet werkend Hoogleraar Governance: gemeente kan kritischer besturen

Dilemma: tijdelijke contracten Wsw’ers niet verlengen

Mens- en milieuvriendelijke energiecoöperatie in Zeeland

Coby (60) haalde haar MBO-diploma; Suzan sleepte haar er doorheen.

Werkt. februari 2013

1


Op de cover

De inhoud

12

‘Suzan heeft me er doorheen gesleept’

werkende wet

Welke organisatiemodellen zijn er inmiddels in Nederland voor het Werkbedrijf? Een dossier over drie manieren. En bestuurskundige Menno Fenger over de risico’s en kansen van die modellen.

16

Tijdelijk

Het dilemma: wat doe je in afwachting van de Participatiewet met tijdelijke contracten die aflopen? Over de onduidelijkheden in de Participatiewet en de gevolgen daarvan.

4 Het moment 5 Het getal | Lees! 6 Reportage: Dagbesteding? Werk! 9 Haagse zaken 10 Interview: Governance 18 Het antwoord: dubbele doelen 20 Het feuilleton - echte ervaringen uit het SW-bedrijf

Coby Holtslag (60) ging meteen na de lagere school werken bij een wasserij. Ze had haar leven lang allerlei baantjes, maar haalde nooit een diploma. Totdat ze vorig jaar een trainingsprogramma volgde bij de Felua-groep. Auteur: Brigit Kooijman

‘Verplichte leeskost voor wethouders’

Foto: Tessa Posthuma de Boer

Medewerker Dros Schoonmaakdiensten Coby Holtslag: “Toen ik drie was kreeg ik een zwaar ongeluk. Ik had een schedelbasisfractuur en heb zelfs in coma gelegen. Daardoor kon ik niet goed meekomen, vooral rekenen vond ik moeilijk. Op mijn veertiende kwam ik van de lagere school en doorleren zat er niet in volgens mijn moeder. Dat vond ik erg jammer. Mijn zusje mocht wel naar de huishoudschool. Ik ging werken bij wasserij de Molen hier in Apeldoorn. Bij de Felua-groep heb ik eerst jarenlang ‘binnen’ gewerkt, sloten in elkaar zetten, inpakwerk. Na dertien jaar moest ik ‘naar buiten’, dat vond ik moeilijk in het begin. Maar het was wel goed, want zo kom je verder. Vorig jaar ben ik opgegaan voor het mbo1-diploma schoonmaken. Ik heb lang gedacht dat ik het niet zou redden, vooral vanwege de staartdelingen. Maar Suzan heeft me erdoorheen gesleept. We hebben veel geoefend bij

2

Werkt. juni 2014

haar op kantoor. Ik heb het gehaald en daar ben ik heel erg trots op. Sinds vorig jaar werk ik als schoonmaakster in dit kantoorgebouw aan de Apeldoornseweg. Ik maak de gangen en de toiletten schoon, leeg de vuilnisbakken. Dat doe ik helemaal alleen. Ik kan koffie drinken en een boterham eten wanneer ik wil.” Teammanager Suzan Kluiters: “Toen ik Coby leerde kennen, had ze de reputatie een ‘lastige klant’ te zijn. Stiekem roken en dat soort dingen, om maar niet te hoeven werken. Ze liet zich beïnvloeden door anderen, en ik denk dat ze misschien ook meer aandacht nodig had. Toen ze een baan ‘buiten’ kreeg, nam ze haar werk ineens wél heel serieus. Ook dankzij de SVS-opleiding die ze gevolgd heeft, is haar zelfvertrouwen en daarmee haar gedrag enorm vooruitgegaan. Eigenlijk leek een mbo-opleiding niet haalbaar. In de uitslag van de nulmeting stond het zwart op wit: ‘niet toela-

ten’. Coby heeft gesmeekt of ze het toch mocht proberen. Vooral omdat haar moeder – die niet meer leeft – dan zo trots op haar zou kunnen zijn. Een schooljaar lang is ze elke vrijdag naar mijn kantoor gekomen om – in haar eigen tijd - te oefenen op de computer. Soms lukte het me niet om haar bepaalde sommen uit te leggen, en dan ging ik te rade bij mijn zus, die lerares is en gespecialiseerd in rekenen. Ik ben blij dat we Coby het voordeel van de twijfel hebben gegeven. Ze is de dankbaarste medewerker die ik ooit heb geholpen.”

Coby Holtslag deed jarenlang productiewerk bij de Felua-groep, en werkte later bij de postbezorging. Toen die dienst bij Felua werd opgeheven, volgde ze de drieweekse voorbereidende schoonmaakcursus ‘Instructie bij introductie’ en later de eenjarige mbo 1-opleiding SVS.

Marleen Damen was tot deze maand directeur van Cedris. Ze is de nieuwe wethouder Werk en inkomen, Wijken en Financiën van Leiden.

‘W

at mij bij Cedris dreef en wat ik nu in Leiden wil doen, komt neer op: zorgen dat we mensen nooit afschrijven. En als ik dan het verhaal hiernaast lees, van Coby op de cover, dan weet ik weer dat dat geen holle frase is. Talent verzilveren, meedoen: het betekent écht iets in levens van mensen. Ik ben van de school van doorploeteren. Als je bedenkt dat iemand als Coby een loopbaan kan hebben, dan lukt het nog ook. De Werkt. is wat mij betreft verplichte leeskost voor wethouders. Neem het artikel over governance (p. 10). Ik word als wethouder plots aandeelhouder van van alles. Dit artikel helpt mij om te bedenken: vanuit welke rol zit ik daar aan tafel? Welke pet zet ik op? Hoe ben ik hierop aanspreekbaar? Met wie

moet ik een relatie opbouwen om mijn taak goed uit te voeren? Het dossier over manieren van organiseren voor het Werkbedrijf (p. 12) is wat mij betreft niet om het Ideale model eruit te kiezen. Waar je ook knipt in de organisaties, het gaat altijd ergens wrijven. Maar door dit overzicht kunnen we veel bewuster kijken naar waar die wrijving waarschijnlijk plaats gaat vinden. Ik ben als wethouder in mijn eentje niet in staat om alle antwoorden te geven over de manier waarop we mensen aan het werk krijgen en houden. Onze uitdaging is om niet te verzanden in organisatorische definities, maar om keer op keer te kijken: waarom doen we het zoals we het doen? En wat als het beter zou zijn dan nu? Hoe

komen we daar? En om dan aan de slag te gaan met de antwoorden die we met elkaar hebben gevonden. Ik ploeter graag door in mijn eigen stad. Voor mensen voor wie werk niet vanzelfsprekend is.

Werkt. juli 2011

3


Het moment het getal

‘Maatschappelijken zakelijk belang hand in hand’ Martin Verburg (42), manager productie en techniek bij de Koninklijke Zeelandia Groep in Zierikzee, sloot zich met zijn bedrijf aan bij een unieke energiecoöperatie op Schouwen-Duiveland.

‘H

ij was een nuchtere Zeeuwse werktuigbouwkundige, tamelijk sceptisch over het idee van zonne-energie in een land als Nederland. Een jaar of drie geleden ging hij om. Verburg: “Dat had ook te maken met een studie aan Nyenrode. We leerden er om zaken niet alleen technisch of economisch te bekijken, maar ook in hun bredere maatschappelijke context te zien.” Dus toen anderhalf jaar geleden het idee ontstond voor een mens- en milieuvriendelijke energiecoöperatie, was Verburg meteen geïnteresseerd. Ook omdat hij wist dat dit naadloos paste in de filosofie van Zeelandia, een 114 jaar oud Zeeuws familiebedrijf in bakkerijgrondstoffen. Zeelandia heeft 1.800 medewerkers in binnen- en buitenland en exporteert naar 100 landen, maar de bedrijfscultuur van maatschappelijk verantwoord ondernemen bestaat nog steeds. “Vroeger participeerde de familie Doeleman in Zierikzee in een woningstichting en financierde ze allerlei lokale activiteiten,” vertelt Verburg. “Nu gaat het vooral om duurzaam produceren en zorgvuldig omgaan 4

Werkt. juni 2014

met het personeel.” De energiecoöperatie in oprichting ‘Energie Werkt’, een samenwerkingsverband tussen SW-bedrijf de Zuidhoek, de gemeente Schouwen-Duiveland en de Ondernemersvereniging SchouwenDuiveland heeft de ambitieuze doelstelling om het eiland klimaatneutraal te maken, onder meer door de komende jaren tienduizend zonnepanelen te installeren. Ook willen zij nieuwe duurzame

‘We smeden betrokkenheid’ werkgelegenheid creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “We zijn hier op het eiland in staat om betrokkenheid te smeden tussen partijen, op zo’n manier dat maatschappelijke belangen en zakelijke belangen hand in hand gaan.” Een van de beoogde projecten is dat mensen uit de SW-doelgroep met

42.000 Hoe ontwikkelt de doelgroep van de Participatiewet zich de komende jaren? Het ministerie van SZW berekende de verwachte toename van de verschillende groepen. Maar liefst 42.000 mensen komen tot en met 2018 in aanmerking voor de Participatiewet: waar zit de groei?

LEES! Martin Verburgh: “Mensenenergie is even belangrijk als zonne- en windenergie.”

energiezuinige voertuigen vanaf parkeerplaatsen bezoekers naar de binnenstad van Zierikzee gaan vervoeren. Het meest concreet – binnen een half jaar moet het er daadwerkelijk van komen – is de plaatsing van vijfhonderd zonnepanelen op een dak van een grondstofmagazijn van Zeelandia. De voorzitter van de Raad van Commissarissen, Pieter Schotte, kwam ermee. Het installiebedrijf zet medewerkers van de Zuidhoek in bij de montage. De kosten zijn na twaalf, dertien jaar terugverdiend. “Het voordeel van een niet-beursgenoteerd familiebedrijf,” vertelt Verburg. “De aandeelhouders zien het belang van investeren in de lange termijn. Natuurlijk is het ook gewoon goed voor ons imago, en voor dat van het eiland. Daarbij hebben wij als grootste bedrijf van Schouwen-Duiveland een voorbeeldfunctie. Wij zijn het eerste schaap dat over de dam is, hopelijk zullen er nog vele volgen.” Tekst: Brigit Kooijman/Foto: De Beeldredaktie Evert van Moort

D

e nieuwe Participatiewet: één regeling voor iedereen die in staat is om te werken. Een minder complex en transparanter stelsel, maar tegelijkertijd krijgen gemeenten een grotere doelgroep onder hun hoede. Deze toename is het gevolg van het afsluiten van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), het beperken van de instroom in de Wajong en de groei van studerenden die in aanmerking komen voor een studietoelage.

Geen instroom

zouden zijn ingestroomd. Omgerekend naar een gemeente van 100.000 inwoners, komt de toename neer op een extra instroom van 80 uitkeringsgerechtigden. De verdeling van de stijging is als volgt: 30 mensen extra per jaar door afsluiten Wsw, 30 mensen extra per jaar door beperking toegang van de Wajong en 20 mensen extra per jaar door de studietoelage. Meer informatie? www.cedris.nl  

Hierbij geldt dat de groep ‘geen instroom Wsw’ bij ongewijzigd beleid ook onder de gemeentelijke doelgroep zou zijn gevallen, omdat zij dan de Wsw

Bron: Rijksoverheid

langetermijneffecten

Een goed re-integratietraject verdient zichzelf terug Beoordeel een re-integratietraject dat de kans op werk moet vergroten niet te snel. Terwijl werklozen werken aan hun re-integratie, zijn ze minder bezig met het zoeken naar een baan. Maar op langere termijn werpen re-integratietrajecten – scholing, arbeidsbemiddeling, beroepskeuzeadvies – wel degelijk vruchten af.

bij bijstandsgerechtigden, scholing bij laagopgeleide WW’ers en de zogeheten Individuele Re-integratie Overeenkomst (IRO) bij hoogopgeleide WW’ers. Wat zo’n IRO precies inhoudt is niet duidelijk, aldus de onderzoekers. “Ze kunnen allemaal inhouden dat er arbeidsbemiddeling, scholing of een beroepskeuzeadvies is gegeven”, aldus onderzoeker Lammers.

EO onderzocht Langetermijneffecten van re-integratie en publiceerde een rapport met dezelfde naam. Onderzoekers Marloes Lammers, Lucy Kok en Conny Wunsch koppelden microbestanden van het CBS en construeerden zo een duizelingwekkend databestand met persoonsgegevens over uitkeringen, banen, re-integratieondersteuning en demografische gegevens over de periode 2001-2011. Een paar cijfers: in 2003 stroomden 31.424 mensen de bijstand in en 133.895 in de WW. Meest succesvol waren de arbeidsbemiddeling

Bij WW’ers duurt het 18 tot 24 maanden na instroom in de WW voordat het traject een positief effect op de baankans laat zien. En de trajecten blijken na acht jaar nog door te werken. Deelnemers aan reintegratietrajecten vinden vaker werk, en wanneer zij werk vinden is dit vaker duurzaam dan wanneer ze niet aan een re-integratietraject hadden deelgenomen. En op 96 maanden (in 2011, 8 jaar na basisjaar 2003) werkten ze 7 maanden (bijstand na arbeidsbemiddeling) en 3,8 maanden (WW na IRO-traject) langer. Dat levert de overheid ook weer geld op. Moet dit hele onderzoek nou gespeld

S

Cijfervreter

worden? Tenzij je een cijfervreter bent, hoeft dat niet. Bovendien is er in Economisch Statistische Berichten van februari 2014 een compact artikel beschikbaar. Wat we verwachten van werklozen ook. En toch, in een tijd dat ‘we’ het belangrijk vinden dat mensen in de bijstand tegenprestaties moeten leveren en arbeidsritme moeten opdoen is kennisnemen van de conclusies wél belangrijk. Zo leren we dat het loont mensen in de bijstand naar werk te bemiddelen. En ook dat goedgekozen re-integratietrajecten voor WW-ers zichzelf terugverdienen. Jammer eigenlijk dat daar inmiddels zo weinig geld voor beschikbaar is. Marloes Lammers, Lucy Kok, Conny Wunsch: Langetermijneffecten van re-integratie, Uitgever: SEO Economisch Onderzoek, 2014. ISBN: 978-90-6733-711-3. Het rapport is ook gratis te vinden op het internet.

Werkt. juni 2014

5


reportage: Werk als dagbesteding bij Werkdag jobcoach

‘Ik ben een beetje meer mens’

De dagactiviteiten bij zorginstellingen zijn gewoonlijk niet gericht op werken waarvoor betaald wordt, zegt Hubert-Jan, die zelf uit die sector afkomstig is. “Zeker jonge mensen krijgen het gevoel dat ze niets kunnen en dat ze ‘bezig gehouden worden’. Als je tegen bekenden zegt dat je naar een dagcentrum gaat heeft dat een andere waardering dan naar je werk gaan. Onze mensen heten dan ook medewerkers, geen deelnemers.” Naast mensen uit de WWB werken bij Werkdag ook (oud-)SW’ers die op een of andere manier het werk in het SW-bedrijf niet meer aankunnen. Ze blijven vaak hetzelfde soort werk doen, maar dan zonder

‘Begeleiding gaat behoorlijk ver’

Onder: Medewerker Bert maakt de dozen met afvalzakken klaar, die in vliegtuigcabines gebruikt worden. Links staat Hubert-Jan de With. Rechts: Een medewerker sorteert plantenstekers voor kwekers. Uiterst rechts: Kleurige kaarsen uit de eigen kaarsenmakerij.

Arbeidsmatige dagbesteding in plaats van recreatieve activiteiten. Dat blijkt de sleutel voor meer werkplezier én levenslust bij Werkdag.

Het centrum Werkdag van Paswerk (SW-bedrijf regio ZuidKennemerland) helpt mensen met een opeenstapeling aan problemen niet alleen de dag door, maar geeft ze ook een zinvol arbeidsbestaan.

6

Werkt. juni 2014

‘I

neke uit Haarlem brengt haar dagen grotendeels in bed door. Ze zit al jaren in de bijstand en kampt met schulden. Ze ademt zwaar vanwege haar COPD-aandoening en is aan één zijde doof. Een vak heeft ze nooit geleerd. Wat zijn haar vooruitzichten? Dat was een paar jaar geleden, want nu is ze een van de vaste productiemedewerkers bij Werkdag. Wat er precies voor werkzaamheden zijn maakt haar niet uit, want ze doet het allemaal met plezier: inpakwerk, onderdeeltjes van een zaklampje sorteren of plantenbinders tellen. Vrijwel dagelijks is ze van 9 uur tot half vier aan het werk. “Wij vinden dat ze een hoge productie heeft”, zegt manager Hubert-Jan de With van Werkdag. “Af en toe moeten we op de rem gaan staan om te zorgen dat ze het blijft volhouden.” Ineke werkt ook voor kledingzaak Vinci Fair, een sociale onderneming van Werkdag en drie zorginstellingen in Zuid-Kennemerland. Hier herstelt en vermaakt ze tweedehands kleding en doet ze kleine klusjes in de wijk. Bovendien schuift ze twee keer in

de week aan bij de vrouwen van SW-bedrijf Paswerk, die wasgoed van verzorgingshuizen opvouwen voor een wasbedrijf. Als Ineke een berg ondergoed tot nette stapeltjes verwerkt, gaat het tempo van de rest van het team omhoog. “Ik ga met plezier naar mijn werk, want hier kom ik onder de mensen”, zegt Ineke. “Hier doe ik mijn vriendenkring op en ga ik niet zitten piekeren. Ik ben hier een beetje meer mens geworden.” ECHT WERK

Ineke heeft een CIZ-indicatie. Die is bedoeld voor mensen met bijzondere problemen en die begeleiding nodig hebben. Hubert-Jan is trots op de Haarlemse, want ze is het levende bewijs dat het werkelijk kan: mensen met een opeenstapeling van problemen weer een arbeidsbestaan bieden. Dat is nadrukkelijk geen dagbesteding met een vrijblijvend recreatief karakter, maar echt werk. Eenvoudige taken, waarmee geld verdiend wordt. Want die inkomsten zijn belangrijk voor Werkdag: samen met de AWBZ-gelden is er een sluitende financiering.

Werkt. juni 2014

7


Haagse zaken

reportage werkdruk en met een veel intensievere begeleiding. “Ze zijn daar erg blij mee, want ze blijven in dezelfde omgeving actief ”, zegt Hubert-Jan. “Het alternatief is dat deze mensen thuis komen te zitten en vereenzamen. Hun netwerk zit immers in Paswerk. Ze kunnen niet het tempo volgen van het SW-bedrijf, maar ze kunnen wel wat.” Taxivergoeding

Deze begeleiding gaat behoorlijk ver. Wie thuis te veel zorgen heeft omdat bijvoorbeeld een kind uit huis wordt geplaatst, heeft zijn hoofd niet bij het werk. “Dus kijken we hoe we daar een rol in kunnen spelen, zodat de medewerker weer snel aan het werk kan”, zegt Hubert-Jan. Ook als iemand ziek is of uitvalt vanwege een operatie, houdt hij contact om de drempel tot terugkeer zo laag mogelijk te houden. Ook is er hulp als er problemen zijn bij de uitkering of andere financiële zaken. Ineke ontvangt een taxivergoeding, zodat ze gehaald en gebracht wordt naar Werkdag. “Maar Ineke zit ook in de schuldsanering”, zegt Hubert-Jan. “Dat was lastig, want we wilden niet dat de taxivergoeding gebruikt zou worden om haar schulden af te lossen. Zonder taxi kan Ineke namelijk niet komen werken. Dat is nu opgelost.” Hogere opbrengsten

Per 1 januari komt er een korting aan van 25 procent op de AWBZ-gelden. Die korting denkt Hubert-Jan op te kunnen vangen met nog meer opbrengsten uit de productie, want hij ziet daarvoor ruimte. Daarnaast

is er efficiëntiewinst te boeken door samenwerking met andere zorgorganisaties die gericht zijn op arbeid. “Je kunt óf snijden in de kwaliteit óf meer geld verdienen, zodat we de begeleiding kunnen financieren. Spannend, maar als we niets doen wordt het nog spannender.” Wat Hubert-Jan betreft wordt het meer inkomsten binnenhalen. De samenwerking met Paswerk is daarvoor ideaal. “Bij zorginstellingen leveren activiteiten nooit geld op, omdat de focus op de zorg ligt. Een SW-bedrijf heeft de insteek om werk te verrichten dat geld oplevert en Werkdag is goed in het begeleiden van bijzondere mensen. Juist die vermenging van deskundigheid bij Werkdag levert een samenwerkingsverband op dat financieel en inhoudelijk houdbaar is.” De medewerkers van Werkdag ontvangen een bijstandsuitkering of andere uitkering. Daarnaast krijgen ze 50 cent of één euro per uur, afhankelijk van de werkzaamheden. Het is officieel een onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk, maar voor de medewerkers voelt het wel degelijk als een beloning voor geleverde inspanningen. “Wat extra geld is ook belangrijk”, zegt Ineke. “Het geeft waarde aan degene die het werk doet, want we stellen daar eisen aan”, zegt Hubert-Jan. “Iemand levert iets, wij geven wat. Dat geeft verbinding.” Tekst: Sigrid van Iersel/Foto’s: De Beeldredaktie

Hoe werkt Werkdag? Werkdag is een centrum voor arbeidsmatige dagactiviteiten en activering van medewerkers met een verstandelijke beperking, psychiatrische problematiek of andere problemen in Zuid-Kennemerland. Het is een zelfstandige organisatie die nauw samenwerkt met SW-bedrijf Paswerk in Cruquius, nabij Hoofddorp. Bij Werkdag werken 120 medewerkers. De helft heeft een bijstandsuitkering met bijzondere problematiek, de andere helft zijn AWBZ-cliënten. Ze verrichten eenvoudige werkzaamheden die aangepast zijn aan hun eigen tempo, hun capaciteiten en ontwikkelingsmogelijkheden, zoals inpakwerk, schoonmaak of het opknappen van meubels. In het SW-bedrijf is één begeleider op 40 medewerkers, bij Werkdag is er één begeleider op 12 medewerkers.

8

Werkt. juni 2014

De Eerste Kamer ging in gesprek met experts over de onderkant van de arbeidsmarkt. Belangrijke constatering: streven naar vaste dienstverbanden is contraproductief.

Breder kijken De vraag op de hoorzitting over de Participatiewet was niet of het zinvol is om mensen aan het werk te houden of krijgen. De vraag was ook niet of het kan. Experts van Divosa, Cedris, Locus en het UWV hebben in de Eerste Kamer talloze voorbeelden de revue laten passeren. De vragen waren: hoeveel geld mag erin omgaan? En hoe mogen we het organiseren? Denken in vaste dienstverbanden is niet de weg om meer mensen aan werkzekerheid te helpen. Die notie is breed gedragen. Er is te veel concurrentie van mensen die niets mankeren. En werkgevers moeten op dit moment juist vaste krachten ontslaan. Deze mensen krijgen geen regulier vast dienstverband. Daarop sturen, is contraproductief. De experts gaven aan dat er een grote wil is om over de grenzen van de eigen institutionele belangen te reiken. We hebben immers een gezamenlijk probleem. (We mogen overigens hopen dat de Kamerleden dit probleem ook ná de vaststelling van de wet als een gezamenlijk probleem van Rijk en gemeenten blijven zien.) Draaideur

De experts benadrukten het belang van innovatieve arrangementen en partnerschappen die ondernemers flexibele ruimte geven om te werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Detacheringen vanuit het Werkbedrijf, is dan zo’n vorm met potentieel. Dit betekent dat je mensen met een arbeidshandicap meer zekerheid geeft dan een aaneenschakeling van deeltijd en tijdelijkheid. En dat kan ook geld besparen.

Nu zie je dat medewerkers een tijdelijk regulier contract krijgen, en vervolgens weer via de draaideur van de uitkering binnen komen bij het Werkbedrijf. Die draaideur laten draaien, kost veel geld: uitvoeringskosten. De experts in de Kamer pleitten dan ook voor een bredere blik: als je beoordeelt of publiek geld voor sociale werkgelegenheid effectief is besteed, kijk dan ook naar de uitvoeringskosten. En reken de baten voor de overheid mee: werkende mensen betalen belasting. Kijk naar de héle business case. Prikkel de gemeente tot innovatieve lokale oplossingen met ondernemers door hen verantwoordelijk te maken voor die business case. En ze ook de baten ervan te gunnen; baten die nu grotendeels in de schatkist van het Rijk vloeien. De grootste uitdaging blijft natuurlijk: hoe voorkom je dat er meer mensen gebruik gaan maken van die detachering dan strikt noodzakelijk? Worden dat niet de nieuwe ID-banen, vanwaar-

uit mensen die dat in feite wel konden, toch niet de stap naar een reguliere baan maakten? Belangrijk is dan om met arbeidsvoorwaarden aan te sluiten bij de rest van de omgeving: wat is een terechte beloning voor een gewone werknemer in deze regio voor dit werk? Dat vraagt van publieke bestuurders een behoorlijke portie omgevingsbewustzijn, zakelijke kennis en innovatiekracht. We mogen dan ook hopen dat Eerste Kamer de wet toetst op een fatsoenlijke positie voor werknemers en op de ruimte voor innovatie, flexibiliteit en ondernemerschap die daarvoor voorwaardelijk is.

Een video van de hele hoorzitting is te vinden op http://bit.ly/hoorzitting Op www.cedris.nl kunt u de inbreng vinden van de experts. Tekst: M. van den Berg/Foto: HollandseHoogte

Werkt. juni 2014

9


Het interview: Rienk Goodijk over GOVERNANCE

‘Gemeenten krampachtig

over aandeelhouderschap’

Professor dr. ir. Rienk Goodijk (1956) is bijzonder hoogleraar Governance in het (semi-) publieke domein en verbonden aan de Tias Nimbas Business School, Universiteit van Tilburg. Hij publiceerde diverse boeken over governance in de private en publieke sector. Hij is senior consultant bij GITP en houdt zich bezig met de kwaliteit van bestuur en toezicht. Ook is hij zelf toezichthouder bij de zorginstelling Saffier De Residentiegroep in Den Haag en de coöperatie Abiant in Groningen.

10

Werkt. juni 2014

‘W

aarom komen wethouders en directeuren van SW-bedrijven vaak met elkaar in botsing?

“Het gaat wringen als een SW-bedrijf innovatiever of ondernemender wil gaan opereren: het bedrijf moet een transitie doormaken naar een soort uitzendbureau. In die overgangsfase heeft de directie ruimte nodig om te ondernemen. Dan is het de vraag of dat te combineren is met de ambtelijke cultuur van gemeenten. Vaak voelt de directeur zich een zetbaas van de gemeente, wat frustrerend is voor de veranderingen die nodig zijn in het licht van de Participatiewet. Het probleem is vooral dat de gemeente verschillende petten draagt als mede-eigenaar, controller én opdrachtgever van het SW-bedrijf. De wethouder wil bijvoorbeeld een lagere prijs voor de uitvoering van bepaald werk door het SW-bedrijf dan de rest van de markt. Maar wie legt dan aan wie verantwoording af?” Past een Gemeenschappelijke Regeling daar dan wel bij?

“Een Gemeenschappelijke Regeling functioneert goed zolang het SW-bedrijf vooral een uitvoeringsorganisatie is en zolang de gemeenten eenduidig zijn over de taken en het beleid. In die situatie hebben de gemeenten maximaal grip op beleid en uitvoering. Het ondernemende aspect is dan niet zo belangrijk. Is er meer beleidsruimte voor de directie nodig, dan dient de gemeente wat meer op afstand te gaan staan. De oprichting van een overheids-NV bijvoorbeeld biedt mogelijkheden voor een betere inrichting van de governance, met een meer professioneel bestuur en toezicht en de gemeenten in de rol van aandeelhouders. Dan is niet meer sprake van dubbele petten bij wethouders. Bij bepaalde gemeentelijke diensten zoals de afvalverwerking, zijn goede ervaringen opgedaan met de NV.”

Waarom is de aandeelhoudersrol aantrekkelijk?

“Gemeenten lopen in die rol minder financieel risico en hebben geen bestuurlijke aansprakelijkheid. Zij hebben er belang bij dat SW-bedrijven onder leiding van goede bestuurders noodzakelijke veranderingen doorvoeren en efficiënter gaan werken. Gemeenten moeten het wel aandurven om wat meer op afstand te gaan staan en de Raad van Commissarissen aan te spreken op hun toezichthoudende verantwoordelijkheid.” Er zijn ook SW-diensten die fuseren met een deel van de Sociale Diensten. Wat betekent dat?

“Als dat een louter uitvoerend apparaat oplevert, dan ligt een Gemeenschappelijke Regeling het meest voor de hand. Maar ook bij een GR kunnen de gemeenten stappen nemen om de diverse rollen wat meer te scheiden. Zo kan het eigenaarschap ingevuld worden door de controller en kan de wethouder meer de rol van opdrachtgever nemen. Maar als het een onderneming wordt die zich verder moet ontwikkelen, dan is een andere constructie logischer.” Heeft een gemeente in de aandeelhoudersrol nog wel voldoende invloed op het SW-bedrijf?

“Dat je als aandeelhouder geen grip meer hebt op het SW-bedrijf is een spookbeeld. Via een aandeelhoudersovereenkomst of door middel van statuten kun je bijvoorbeeld vastleggen dat je als gemeente een goedkeuringsrecht behoudt ten aanzien van belangrijke strategische keuzes. Maar natuurlijk zetten gemeenten als aandeelhouder wel een stap opzij. Helaas signaleer ik nog veel koudwatervrees bij gemeenten om tot andere constructies over te gaan.” Het toezicht bij publieke instellingen heeft de laatste jaren veel te wensen overgelaten. Dan is de huiver van gemeenten toch terecht?

“Er zijn inderdaad allerlei schandalen geweest. Bij grote bedrijven als Ahold en Parmalat, maar ook bij

Nu veel SW-bedrijven marktgerichter gaan opereren, komt de directie nogal eens in botsing met de wethouders. Pijnpunt: de verschillende rollen die gemeenten spelen als eigenaar, controller en opdrachtgever. Hoogleraar Rienk Goodijk vindt dat gemeenten kritischer na moeten denken over helder bestuurlijk toezicht.

publieke instellingen als de IJsselmeer Ziekenhuizen, de onderwijsorganisatie Amarantis of de woningcorporatie Vestia. Het toezicht zat op afstand. Maar daar is ook veel van geleerd. Toezicht vergt veel tijd en vraagt een grote betrokkenheid. Het is complexer dan we oorspronkelijk dachten. De gemeente dient als aandeelhouder een actieve relatie te onderhouden met de toezichthouders. Daarnaast speelt de gemeente een grote rol bij de benoeming van toezichthouders. Het is erg belangrijk om kwalitatief goede mensen te benoemen, en daarbij aandacht te besteden aan voldoende diversiteit. Ik verwacht zelf veel van een jongere generatie toezichthouders die veel interactiever te werk gaat, zelf informatie opzoekt en zich minder afhankelijk opstelt van het bestuur. Uiteindelijk hangt de kwaliteit van het toezicht vooral af van menselijk gedrag: hoe goed bereid je je voor op vergaderingen, hoe actief stel je je op en hoe voorkom je dat je als toezichthouder te meegaand gedrag vertoont.” Wat is uw belangrijkste advies aan gemeenten?

“Denk er over na hoe je voldoende ruimte kunt geven aan innovatief ondernemerschap en hoe je als gemeente de controle adequaat kunt regelen. Dat vind ik al een stap vooruit, want ik zie nog te vaak dat gemeenten krampachtig vasthouden aan de Gemeenschappelijke Regeling. Ik denk dat andere bestuurlijke vormen de toekomst hebben bij SW-bedrijven, omdat ze meer governance proof zijn. Bij professioneel bestuur en deskundig toezicht neemt de bestuurskracht van de organisatie toe. Kijk daarom kritischer welke constructie voldoet aan wat je als gemeente werkelijk wilt. En geef meer ruimte aan de directie. Die heeft vaak hele goede ideeën over de toekomst van het bedrijf.”

‘Ik verwacht veel van jongere toezichthouders’

Tekst: Sigrid van Iersel/Foto: De Beeldredaktie - K. Beekmans

Werkt.

juni 2014 11


Het dossier: Organisatiemodellen

De wet werkend op 3 manieren

markt aan de weg te kunnen timmeren. Fuseren was dus een natuurlijke optie.” Match faciliteren

Tegelijkertijd is Van Limpt de eerste die erkent dat het soms best lastig is, die twee verschillende culturen binnen een organisatie. “We doen telkens ons best om niet de culturen of de werkprocessen leidend te laten zijn. Hoe kunnen we werkgevers verleiden om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans te geven, daar gaat het om. Bij hen ligt namelijk de sleutel. We vinden elkaar telkens weer door daar samen op te focussen.” Hoe Baanbrekers dat doet? Van Limpt: “Bijvoorbeeld door veel laagdrempelige events te organiseren, waarbij we werkgevers en werkzoekenden met elkaar in contact brengen. Vervolgens kijken wij hoe we een match kunnen faciliteren: de ene keer door het verschaffen van een buskaart, de andere keer met het beschikbaar stellen van een jobcoach of via loonkostensubsidie. Dat doen we label-loos. Of we dat doen voor een Wsw’er of voor

Bij bijna de helft van de SW-bedrijven is nog geen definitieve keuze gemaakt voor het organisatiemodel van de toekomst. In dit dossier verkennen we drie stromingen voor die modellen. Wat de risico’s en kansen daarvan zijn, vertelt bestuurskundige Menno Fenger. Tekst: Eric Went/Illustratie: Loek Weijts

1

iemand uit de bijstand, dat maakt niet uit. Ook regelen we dat wethouders tijdens bedrijfsbezoeken regelmatig werkzoekenden meenemen. Daar maken we dan ook wat publiciteit omheen. Dat zet de werkgever in zijn kracht en het kost de wethouder weinig moeite.” Meters maken

Groot voordeel van de fusie in MiddenLangstraat is dat Baanbrekers daardoor ‘een breed aanbod’ kan bieden, stelt van Limpt. “Van een ompakorder op onze locatie tot het detacheren van mensen bij de werkgever: wij kunnen het allemaal regelen. Voor werkgevers zijn we daarmee een interessante partij.” Daarnaast vindt Van Limpt het goed dat Baanbrekers ‘op afstand’ van de drie gemeentes opereert. “Daarmee hebben we een scheiding van beleid en uitvoering. Gelukkig maar, want dat strategische beleidsdenken is niet waar het bij ons om draait. Wij moeten vooral uitvoeren en meters maken, zien wat die ondernemer nodig heeft en daarop inspringen. Op deze manier staan beide

‘partijen’ in hun kracht. Uiteraard adviseren wij wel. Vervolgens is het aan de politiek om keuzes te maken.” Wat het allemaal wel lastig maakt, is dat er zo weinig ‘manoeuvreerruimte’ is om te spelen met financiële budgetten, besluit Van Limpt. “In onze bureaucratische organisaties zit alles muurvast in richtlijnen, cao’s en bezwaarprocedures. Daar kan ik moeiteloos mijn dagen mee vullen. Begrijpelijk dat die regels er zijn, en we respecteren ze ook, maar het beperkt ons wel in de beweging die we moeten maken. Soms verliezen we daardoor snelheid van handelen. En dan lopen we het risico de boot naar die externe werkgever te missen.” Tegelijkertijd is er van Rijkswege voor de ‘ombouw’ naar die ene uitvoeringsorganisatie geen redesign-budget, constateert zij: “We moeten rigoureuze keuzes maken in tijd en geld, terwijl intussen de werkzoekenden in stromen op ons afkomen. Het risico is dat we te weinig ruimte hebben om de omslag naar een nieuwe manier van werken meteen goed te maken.”

In de huidige situatie doet de sociale dienst de intake, uitkeringen en begeleiding naar werk van WWB’ers. Het SW-bedrijf is verantwoordelijk voor het organiseren van werk voor de Wsw’ers en voert soms re-integratietrajecten uit voor WWB’ers. En er is een overlap tussen een (fors) deel van de doelgroep van de WWB en de Wsw.

D ‘Denken vanuit Stroming 1: één organisatie voor hele proces

de werkgever’

Baanbrekers, voor werk en inkomen, is ontstaan uit een fusie van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat (ISD) en de Dienst Werkbedrijf Midden-Langstraat (WML). Directeur Marion van Limpt: “De werkgever staat bij ons centraal. Daar ligt de sleutel.” 12

Werkt. juni 2014

e keuze om in de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk tot een fusie van de sociale diensten en het SW-bedrijf te komen, was een logische. Van Limpt: “Bestuurders in de regio zagen werk en inkomen sowieso al als een werkproces. Toen op Prinsjesdag 2010 bekend werd dat we mochten gaan ontschotten en dat het kabinet 18,6 miljard wilde bezuinigen, besloten de wethouders om een fusie voor te bereiden. Wat meetelde, is dat de drie moedergemeentes van zowel de ISD als de WML van oudsher hetzelfde werkgebied hebben. Met 114.000 inwoners heeft Midden-Langstraat precies een goede schaalgrootte. Niet te complex – overal is maar een instantie van – maar met voldoende substantie om op de arbeids-

Risico: Menno Fenger: “Schaal is belangrijk. Grote zorg is dat dit een moloch wordt, waarin de marktgerichtheid onvoldoende aandacht krijgt. Bovendien gaat zo’n fusieorganisatie over meer dan vijftig procent van het sociale domein. Belangrijke vragen zijn: hoe ga je de werkverdeling en de checks en balances regelen? En: welk proces is leidend, de werkpoot, met ook het beschutte werk en het werkbedrijf, de zorg- of de inkomenspoot?”

Kans: “Voordeel is dat je een soepele overgang kan maken tussen de verschillende doelgroepen, met vormen tussen SW en regulier werk in, ook voor bijstandsklanten. Een deel daarvan heeft bijvoorbeeld zorg nodig. Daar zijn SW-bedrijven goed in. Andersom zijn gemeenten juist goed in schuldhulpverlening. Er kan kruisbestuiving ontstaan, met maatwerk voor de brede doelgroep die onder de participatiewet valt.”

Het fusiemodel komt bij iets meer dan 10 procent van de SW-bedrijven voor. Andere voorbeelden zijn, naast Baanbrekers, Orionis (Walcheren) en Ferm Werk (Woerden).

Werkt. juni 2014

13


Het dossier Stroming 2: knip tussen inkomen en ‘werkleerbedrijf’

Werkbedrijf in Delft in de lead

2

In Delft gaan het SW-bedrijf Combiwerk en het re-integratieonderdeel van de gemeente verder onder de naam Werkse!. “Niet toevallig hebben wij het nooit over cliënten, maar over kandidaat-werknemers. Dat zegt eigenlijk al genoeg.”

V

olgens Theo den Hertog, programmamanager participatie van de gemeente Delft, is de rolverdeling tussen de gemeente en het nieuw gevormde werkbedrijf zo helder als glas. “We hebben beleid en uitvoering gescheiden en een prestatie-overeenkomst met Werkse! afgesloten. Ongeveer de helft van de afspraken zijn ontwikkeldoelstellingen: ‘Zorg dat je ook partner van elkaar bent om de gestelde doelen te realiseren’. Op die manier maken we de afweging breder, en is bijvoorbeeld fraudebestrijding niet langer conflicterend aan doelmatigheid. Samen hebben we zo de strategische kaders geschetst, met een werkbedrijf en een KCC (KlantContactCentrum), waarin de inkomensverstrekking plaats vindt. Het traditionele strijdtoneel tussen Sociale Zaken en het SW-bedrijf hebben we als het ware ingeruild voor het hogere belang van de stad. Werk is ons primaire proces, inkomensondersteuning behoort tot de backoffice van ons KlantContactCentrum. ”

de mensen van het KCC bij Werkse! op bezoek komen en zien wat hier gebeurt. Impact heeft dat.” Ook in de regio is de strijd beslecht, stelt Van der Sandt. “Zo pakken we de werkgeversbenadering gemeentelijk én regionaal op. Je wilt tenslotte dat de werkgever de beste kandidaat krijgt. Grote accounts delen we. Het is geven en nemen.” “Datzelfde zien we als het gaat om de beleidsaanpak: gemeenten bundelen hun krachten”, constateert Den Hertog. “Op deze manier met elkaar samenwerken is niet bedreigend, maar geeft juist meer verbondenheid.” Opvreten

En het geld? Van der Sandt: “We hebben steeds toegewerkt naar break even

Risico: Menno Fenger: “Elke knip leidt tot informatie-verlies en lastige overdrachtsmomenten. Bovendien: als je re-integratie losknipt van inkomen, krijg je problemen met de ‘niet-willers’. De inkomenspoot zal dan sancties willen opleggen, terwijl de re-integratiepoot juist meer naar uitstroom kijkt. Ook bestaat het risico dat fraudesignalen of signalen over gebrekkig meewerken niet goed worden gedeeld tussen beide poten. Een reëel risico: ik kom dat nu al veel tegen in de praktijk.”

Kans: “Groot voordeel van deze constructie is dat je als gemeente gebruik maakt van de expertise die je hebt opgebouwd in het SW-bedrijf: daar kan je ook het werkdeel voor de bijstandgerechtigden beleggen. Het SW-bedrijf wordt dan feitelijk het leerwerkbedrijf van de gemeente. Dat lijkt heel erg op wat we nu ook al in een aantal gemeenten tegen komen. Op deze manier maak je optimaal gebruik van de werkgeverscontacten van het SW-bedrijf.”

door veel bezuinigen en externe audits. Daardoor kunnen we nu zeggen dat de angel uit de gelddiscussie is. Het verwijt ‘Jij vreet mijn budget op’ zal je hier niet horen. Vanuit die rust kunnen we verder. Want het zal allemaal nog strakker moeten.”

Geven en nemen

Hans van der Sandt, directeur Werkse!: “Uitgangspunt is steeds kandidaatwerknemers zo goed mogelijk te ondersteunen richting werk. We hoeven daarbij echt niet krampachtig iets zelf te doen als een marktpartij dat beter kan. De consulent werk is in de lead, en mag de route bepalen. ‘Werk’ is het primaire proces en de inkomensverstrekkers ondersteunen dat. Nu zie je al dat 14

Werkt. juni 2014

3

Stroming 3: één organisatie, drie onderdelen

Dit model geldt voor ruim eenderde van de SW-bedrijven. Soms is dat een kleine stap, omdat het SW-bedrijf al een fors deel van de re-integratie van de WWB uitvoerde. In de meest vergaande vorm fuseert het SW-bedrijf met het deel van de sociale dienst dat verantwoordelijk is voor re-integratie en organiseert het werkleerbedrijf álles rondom werken en leren. De sociale dienst blijft verantwoordelijk voor het inkomen en speelt vaak de regierol. Voorbeelden van de meest vergaande variant zijn, naast Werkse!, IJmond Werkt en Werkbedrijf Lelystad.

‘We kunnen flexibel en praktisch anticiperen’ Eén gemeentelijke organisatie, opgeknipt in drie onderdelen. Dat is het Groningse model om kwetsbare burgers met een afstand tot de arbeidsmarkt maximaal te kunnen bedienen.

P

eter Teesink, concerndirecteur in Groningen en verantwoordelijk voor het sociaal maatschappelijk domein: “SW-bedrijf iedersz was al een gemeentelijke dienst. We hebben nu met Sociale Zaken en Werk één grote gemeentelijke organisatie met daarbinnen een driedeling, namelijk: Werk, Inkomen en Maatschappelijke Participatie. Waarom in drieën en niet in tweeën? Omdat werk een andere expertise en werkwijze vraagt dan maatschappelijke participatie.”

De pluspunten van dit model?

“We balanceren tussen effectiviteit (dichtbij burgers in een wijk) en efficiency (stedelijk organiseren). We kunnen nu flexibel en praktisch opereren. Kijken we naar arbeidsintegratie, dan

kunnen we op deze manier beter aanhaken bij de decentralisatie van de AWBZ naar de WMO. Wij zeggen: dagbesteding lijkt op beschut werk. Laten we kijken hoe we daar dwarsverbanden kunnen leggen. Voor het deel Werk hebben we samenwerking gezocht met een uitzendbureau, bovenop de werkgeversbenadering van het SW-bedrijf en Sociale Zaken en Werk. Consulenten van deze private partij kijken vaak net iets anders, kennen de markt en hebben een goed netwerk. Voor het deel Inkomen onderzoeken we schaalvergroting in de regio of landelijk. Daarnaast zijn er onderdelen als schuldhulpverlening waarbij we de voorkant juist dichtbij burgers willen organiseren. Hoe voorkom je informatieverlies en overdrachtsproblemen?

“Dat blijft een uitdaging. Ik kan de drie

directeuren van de verschillende onderdelen aansturen en verbinden. Zorgen dat ze elkaar op de juiste momenten weten te vinden. En ik heb alleen te maken met het College van de gemeente Groningen; een stuk overzichtelijker dan verschillende gemeentebesturen, zoals bij een gemeenschappelijke regeling. Maar dit blijft een vraagstuk, hoe je het ook organiseert.” Wat is een kritische succesfactor?

“Bij Beschut Werken moeten we nog een paar slagen maken om meer deelnemers extern te plaatsen. Via detacheringen bijvoorbeeld. Beschut Werk is nu nog iets te groot. Ook is een vernieuwende aanpak nodig om mensen aan het werk te helpen of te laten participeren. Externe partijen inhuren daarvoor, dat gaat niet meer. We moeten dat in het nieuwe verband gaan doen.” En het grootste afbreukrisico?

“Grote vraag is hoeveel geld er in het sociale deelfonds beschikbaar blijft om mensen aan het werk te krijgen of te laten participeren. Bezuinigingen in de zorg of bij het SW-bedrijf kunnen een enorme druk op dat budget leggen. De vraag is dus hoe de nieuwe colleges bij gemeenten daar straks mee omgaan. En het is spannend of we er regionaal - dus gemeenten, werkgevers en werknemers onder andere via de Werkbedrijven - in slagen om een goed arbeidsmarktbeleid neer te zetten. Tot nu toe was het hemd steeds nader dan de rok. Maar de wil is er.”

Risico: Menno Fenger: “Ook hier geldt weer: elke knip leidt tot verlies aan informatie. In deze constructie moet je ervoor zorgen dat je goed weet dat je de juiste dienst levert. Dat gaat niet vanzelf. Verder leidt deze constructie tot onvermogen om diensten buiten de eigen specialisaties te leveren. Zonder integrale casemanager wordt dat lastig werken.”

Kans: “Met deze constructie is het mogelijk om heel erg specialistisch te opereren voor relatief kleine groepen. Zoals Rotterdam bijvoorbeeld laat zien, met een aantal kleinschalige projecten voor bijstandsgerechtigden.”

Iets minder dan 10 procent van de SW-bedrijven knipt alles rondom werk op in deelprocessen en verdeelt deze processen over verschillende organisaties en diensten van de gemeente. Voorbeelden zijn, naast Groningen, de gemeenten Enschede en Rotterdam.

Werkt. juni 2014 15


Het dilemma

Tijdelijke contracten wel/niet verlengen? Wat moet je als gemeente anno 2014 met tijdelijke Wsw-contracten? Omzetten in een vast contract of niet? Deventer besloot in 2013 tot niet verlengen, om zo mogelijke financiële schade te beperken. Over de onduidelijkheden in de Participatiewet en de gevolgen daarvan.

‘D

eventer biedt mensen met een arbeidsbeperking geen continuering van hun contract meer aan. De gemeente en Sallcon lopen hiermee vooruit op de invoering van de Participatiewet, die gepaard gaat met forse bezuinigingen op de Sociale Werkvoorziening.’ Het was een persbericht dat in juli 2013 werd uitgestuurd. Tijdelijke dienstverbanden worden niet meer omgezet in een vast dienstverband. En alleen voor mensen die op 31 december 2014 een vast dienstverband hebben blijft de Sociale Werkvoorziening bestaan, aldus Deventer en SW-bedrijf Sallcon in het bericht. Geschatte beperking van de financiële schade: 750.000 euro. Ook bij SW-bedrijven Wedeka (Veendam en omgeving) en de Emco-groep (Zuid-oost Drenthe) is sprake van het niet verlengen van tijdelijke contracten. “Een pijnlijk besluit, maar alleen op deze manier kunnen we het werk voor en de begeleiding van onze huidige medewerkers garanderen”, aldus Sallcon-directeur Jeroen Kroese destijds. “Toen het besluit werd genomen, was er nog veel onduidelijk over die Participatiewet. Hoeveel geld zou er vanuit het rijk komen voor Wsw’ers? Hoe zou er worden omgegaan met de taakstelling van SW-bedrijven? Inmiddels weten we meer.” Heel wrang

PIJNLIJK Jeroen Kroese directeur van Sallcon in Deventer

‘Voor mensen die nu in het derde jaar zitten zou het niet krijgen van een vast contract heel wrang zijn’

16

Werkt. februari 2013

Zoals ook bij ‘gewone’ bedrijven krijgen SW-medewerkers eerst een jaarcontract. Dat kan drie keer voordat ze een vaste aanstelling krijgen. Zo kunnen SW-bedrijven kijken wat voor vlees ze in de kuip hebben. “Voor mensen die nu in het derde jaar zitten zou het niet krijgen van een vast contract heel wrang zijn. Door twee keer te verlengen hebben we eigenlijk aangegeven dat we tevreden over ze zijn”, zegt Kroese. “Dit jaar lopen 200 contracten af; mensen die in de schoonmaak of andere sectoren werken. Die prima werk doen. Tegen hen moet ik zeggen: sorry, ik ga je contract niet verlengen.” Het idee van de gemeente om geen vaste contracten in 2014 aan te bieden, is dat Wsw’ers met vaste contracten zwaar drukken op het participatiebudget. Het stopzetten van tijdelijke contracten zou extra ruimte in het gebundeld re-integratiebudget creëren. Daarmee moet ook re-integratie voor mensen in de bijstand en de nieuwe instroom van arbeidsgehandicapten worden betaald. Het financiële risico van 750.000 euro zou eventueel moeten worden bijgepast uit de algemene middelen. Daarvoor zouden dus bewoners opdraaien.

Kroese was nooit gelukkig met het besluit van het Deventer college. Toch staat de maatregel nog overeind: Wsw’ers waarvan dit jaar het derde jaarcontract afloopt krijgen vooralsnog geen vaste aanstelling. Misverstanden en onbegrip

In Helmond gaan ze wel door met het verstrekken van vaste contracten aan Wsw’ers, vertelt René Walenberg, directeur van SW-bedrijf Atlant groep in Helmond. Walenberg stelt dat het niet verlengen van tijdelijke contracten is gebaseerd op misverstanden en onbegrip. “Er komt weliswaar een gebundeld re-integratiebudget, maar daarbinnen zijn verschillende deelbudgetten, zo heeft het ministerie van SZW laten weten. Het Wsw-budget is daar één van. En de taakstelling 2014 is de basis voor verdeling voor de afbouw van de Wsw. Haal je als SW-bedrijf de taakstelling in 2014 niet, dan ga je dat waarschijnlijk al in 2015 en daarna merken. Nog afgezien van het feit dat je als gevolg van het niet realiseren van je taakstelling geld moet terugbetalen over 2014.” Ook om een andere reden denken gemeenten dat het versneld afbouwen van de Sociale Werkvoorziening financieel voordelig is. De subsidie van het rijk is onvoldoende om het cao-loon van de Wsw-er te compenseren, dus gemeenten moeten geld bijleggen. Walenberg: “Maar bij gelijke variabelen zoals toegevoegde waarde en bedrijfskosten, is een loonkostensubsidie per saldo duurder. Het verstrekken van een WWB-uitkering nog duurder. Reguliere uitstroom lijkt de mooiste oplossing, maar dat lukt iemand die nu in de Wsw zit zelden zonder ondersteuning. Dus moet de gemeente ook daar bijspringen.” Rode cijfers

Toch kan er één reden zijn om tijdelijke contracten van Wsw’ers niet om te zetten naar vaste contracten. En dat is in gemeenten waar de SW-bedrijven nu rode cijfers schrijven, denkt Walenberg. “Dan moeten tekorten nu al uit de algemene middelen van de gemeente worden aangevuld. En in die situatie zal er met de komst van de Participatiewet nóg minder geld beschikbaar komen voor re-integratie. Dan kan ik me voorstellen dat een gemeente een soort sterfhuisconstructie creëert.” Kroese stelt dat hij zwarte cijfers schrijft. “Onze organisatie is al lean en mean. De subsidiekorting lijken we ook redelijk te kunnen opvangen.” Hij baalt van de onzekerheid die nu is ontstaan voor ‘zijn’ medewerkers. En van het proces dat ze ingaan. “Worden die contracten niet omgezet naar een vast dienstverband, dan komen ze uiteindelijk toch weer bij ons terecht: wij gaan de re-integratie van WWB’ers verzorgen. We zullen ze moeten vragen naar werkervaring en ambitie. En vervolgens heel veel moeite doen om ze te plaatsen bij een werkgever.” Tekst: Robin Ouwerkerk/Foto’s: De Beeldredaktie

MISVERSTAND René Walenberg directeur van Atlantgroep in Helmond

‘Het verstrekken van een WWB-uitkering is nog duurder’ Werkt. februari 2013

17


Het antwoord “Wauw, zo schoon is deze auto nog nooit geweest!” roept José van der Klauw uit. Chanel glundert. Ze werkt al twee jaar bij de Mobiele Wasservice. Met haar collega’s maakt ze binnen een half uur een auto van binnen en buiten schoon. Zonder water.

‘Duurzaamheid zit verweven in deze organisatie’

B

ij de Haeghe Groep hebben ze een middel uit Amerika geïmporteerd dat auto’s kan wassen zonder water. Een doek haakt het vuil aan

zich en maakt schoon zonder krassen. “Mensen vinden het eerst wel een beetje raar, maar ze zijn blij als ze hun schone auto zien”, legt Chanel stralend uit. Op het bedrijventerrein van de Haeghe

Groep zijn twee complete wasstraten ingericht, een samenwerkingsverband tussen het SW-bedrijf en een professioneel autobedrijf. Momenteel werken er twaalf, gecertificeerde werknemers

José van der Klauw is bij MVO Nederland verantwoordelijk voor de activiteiten van het MVO Netwerk Brancheorganisaties. Zij ziet dat SW-bedrijven vaak andere bedrijven helpen met maatschappelijk verantwoord ondernemen door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. Maar hoe geef je als SW-bedrijf zélf vorm aan een integraal MVO-beleid? Om op die vraag antwoord te krijgen, bezocht zij SW-bedrijf de Haeghe Groep in Den Haag. 18

Werkt. juni 2014

van de Haeghe Groep. Rob Snijders, Business Unit Manager bij Haeghe Schoon & Groen: “De medewerkers zijn echt trots op ‘hun’ product.” En er zit nog een ander, groot voordeel aan. “Doordat je met beperkte middelen auto’s kunt wassen, kun je dat op elke locatie doen”, legt Snijders uit. De medewerkers wassen bijvoorbeeld van een aantal grote bedrijven, ter plekke het hele wagenpark. Dat scheelt tijd en geld. Bovendien worden vet en olie gescheiden, kost het nauwelijks stroom en worden er milieuvriendelijke middelen gebruikt. Heel duurzaam dus. “Het is goed om te horen dat in dit geval de duurzame oplossing, ook een commerciële is”, concludeert José van der Klauw tevreden. Bewuste keuzes

Bij de Haeghe Groep zijn ze bewust bezig met duurzaam ondernemen. Dat zie je terug in de verschillende werkzaamheden, zoals het recyclen van plastic reclameborden tot tassen, het uit elkaar halen van oude computers en het duurzaam kaften van boeken. Maar ook het gebouw zelf draagt bij aan een duurzame samenleving. Veel SW-bedrijven hebben een enorme oppervlakte. Het is dus niet meer dan logisch, vinden ze bij

‘Ook gewoon commercieel’ de Haeghe Groep, dat hun dak vol ligt met zonnepanelen. Ze wekken daarmee stroom op voor het eigen gebouw en willen als inspiratie dienen voor andere bedrijven op het terrein. Kers op de taart zijn de nieuw aangelegde daktuinen: zij isoleren het gebouw, zorgen voor een

Circulair én inclusief “Vanuit MVO Nederland kom ik in aanraking met verschillende brancheorganisaties, één daarvan is Cedris. Ik heb niet specifiek iets met deze doelgroep, maar vind het mooi om te zien dat deze mensen bij dit bedrijf een werkelijk productieve bijdrage leveren aan het arbeidsproces. Lang heeft deze groep buiten de samenleving gestaan en werd deze vooral gezien als een groep die goed luciferdoosjes in elkaar kon zetten. Maar het voorbeeld van vandaag toont aan hoe divers en waardevol het werk is dat zij doen. Vanuit MVO Nederland hebben we Ambitie 2020 gelanceerd. Daarin spre-

ken we de ambitie uit dat ons land in 2020 wereldvoorbeeld is van een circulaire en inclusieve economie. Inclusief: dat betekent dus dat íedereen meedoet. We nodigen onze partners in het bedrijfsleven uit om deze ambitie samen met ons te realiseren. Dit SW-bedrijf is een geweldig praktijkvoorbeeld: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt van waarde laten zijn voor de samenleving en tegelijkertijd duurzaam ondernemen. Dat is toch prachtig?”

goede waterberging en bijen vinden er een nieuwe habitat. De ogen van Van der Klauw glimmen: “Dit is zoveel completer dan ik had verwacht, duurzaamheid zit écht verweven in deze organisatie.”

de Haeghe Groep al bewust kiest voor duurzame partners: “We hebben gekozen voor de meest duurzame hovenier van Nederland om onze daktuinen aan te leggen.” Van der Klauw raakt enthousiast van alle mooie voorbeelden, maar heeft nog een laatste tip: “Wees trots op wat jullie doen, communiceer dat met de buitenwereld. Jullie zijn een schoolvoorbeeld van hoe je integraal maatschappelijk verantwoord kunt ondernemen.” Na het werkbezoek stapt ze met een hoofd vol inspiratie in haar blinkende auto. “Die kan er voorlopig weer tegenaan!”

Integraal MVO

Hoe kunnen SW-bedrijven nog duurzamer ondernemen? Het advies van Van der Klauw: kijk kritisch naar wat je doet, naar de diensten die je aanbiedt en kies bewust voor duurzame partners. “De Haeghe Groep is al heel goed op weg”, zegt Van der Klauw, “zo kun je met het uit elkaar halen van computers, grondstoffen prima hergebruiken. Dat heeft echt de toekomst.” Rob Snijders licht toe dat

Meer weten? Kijk op www.mvonederland.nl en www.ambitie2020.nl

Tekst: K. Broekhuizen/Foto’s: De Beeldredaktie

Werkt.

Cedris is de brancheorganisatie van de sociale werkvoorzieningsbedrijven. SW-bedrijven ondersteunen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt om aan de slag te komen. Op een beschutte werkplek, maar bij voorkeur bij een gewone werkgever. SW-bedrijven hebben ervaring met de doelgroep, kennen de regionale arbeidsmarkt en hebben de expertise om een goede match te maken met werkgevers. Ze kunnen werkgevers alle administratieve rompslomp, risico’s en begeleiding uit handen nemen. Werkt. is een uitgave van Cedris. Uitspraken in dit magazine vertegenwoordigen niet per se de mening van Cedris. Hoofdredacteur: Marleen Damen Eindredactie: Sabine Jimkes (Cedris), Marije van den Berg Redactionele ondersteuning Monique van der Eijk Artikelen: Afke van der Toolen, Brigit Kooijman, Eric Went, Karlijn Broekhuizen, Marije van den Berg, Robin Ouwerkerk, Sigrid van Iersel Beeld: Tessa Posthuma de Boer, De Beeldredaktie, Hollandse Hoogte, Loek Weijts, Pieter Frank de Jong (illustratie p. 20) Bladconcept: Marije van den Berg Basisvormgeving: Studio Paul Pollmann Vormgeving: Vormix Druk: Stimio Exemplaren bestellen of een gratis abonnement? Mail info@cedris.nl. Rechten van artikelen vallen onder de Creative Commonslicentie. Overname onder vermelding van Cedris en de naam van de auteur is toegestaan. Op www.cedris.nl staan alle edities en losse artikelen in PDF. Graag horen wij via mvandereijk@cedris.nl wanneer u artikelen overneemt.

Werkt. juni 2014

19


Het Feuilleton

Niet aardig

‘E

rna had een prachtige achternaam. Goedhart heette ze. Maar zo’n naam zegt natuurlijk helemaal niets. Het is misschien niet erg aardig om te zeggen, maar Erna was gewoon niet aardig. Zulke mensen bestaan ook. Ze zei nooit goedemorgen. Ze snauwde collega’s af. Haar werkleider kon haar onwillige gezicht tot op de boos samengetrokken wenkbrauwen uittekenen. En als iemand de deur voor haar open hield, zei ze nooit dank je wel. Als ze nou nog haar werk goed deed. Maar ook dat was er niet bij. Ze kwam vaak te laat, en als ze er dan was, kwam er weinig uit haar vingers. En wat er dan uit haar vingers kwam, was slordig gedaan. Als gevolg van dat alles gingen haar beoordelingen van kwaad tot erger. We zaten kortom met de handen in het haar. Binnenskamers was het woord ‘ontslag’ al gevallen. Erna Goedhart leek een onverbeterlijk geval.

‘Hoe vind je het zelf gaan, Erna?’ ‘Best.’ ‘Van je werkleider hoor ik iets anders.’ ‘Moet hij weten.’ Dat soort gesprekken. Alleenstaand, stond er in haar dossier. Er waren van die momenten dat ik me dat heel goed kon voorstellen. Maar aardig of niet aardig, het ging om een mens. Een mens met een aangeboren beperking, een mens die bij ons in dienst was, een mens voor wie wij toch verantwoordelijk waren. Ontslag was misschien een oplossing voor ons, maar was het ook een oplossing voor haar? Ik denk nog vaak aan wat vervolgens gebeurde. Die onaardige, nukkige, narrige vrouw werd het middelpunt van professionele belangstelling van een hele groep mensen. Werkleiding, personeelszaken, bedrijfsmaatschappellijk werk, Stichting Mee: allemaal zochten ze mee naar een oplossing, allemaal deden ze hun best om een vrouw te helpen die nooit een dank

je wel over haar lippen kreeg. De gezamenlijke inspanning leverde iets moois op. Uit verschillende testen bleek dat Erna, die fulltime werkte en ook nog zelfstandig woonde, gewoonweg te veel op haar bordje had. We brachten haar uren met de helft terug, en regelden voor de andere helft een Wajong-uitkering. Te laat kwam ze niet meer, en haar prestaties gingen met sprongen omhoog. Het woord ontslag liet zich niet meer horen. Viel ze ons om de hals? Nee. Zei ze dan tenminste dank je wel? Ook niet. Een paar maanden later kwam ik haar tegen in het fietsenhok. Ze zag er net zo nukkig uit als altijd - tot haar gezicht iets liet zien dat bíjna op een glimlach leek. ‘Goedemorgen,’ zei ze. Tekst: Afke van der Toolen Illustratie: Pieter Frank de Jong

Verhalen uit het SW-bedrijf zijn gebaseerd op echte ervaringen, maar omwille van de privacy niet met naam en toenaam opgeschreven.

20

Werkt. juni 2014


Werkt nr 2, juni 2014