Issuu on Google+

van Magaz Ced ine ris

Werkt. Reportage: Presikhaaf Schoolmeubelen 12

NR 03

najaar 2016 6e jaargang

Groen: wel/geen regulier werk? 16

Laikjoe en Lofjou steeds populairder 21

Vli

ege

nth

art

wil

pra

kti

jkr

out

eP

.18

Tandje voor meer erbij participatie


mat Op d e

oud Inh

Jan van de Sluis is sinds 1 september namens de Programmaraad aanjager van de samenwerking in de arbeidsmarktregio’s. Hij constateert: ‘Lost in translation’ meets ‘an inconvenient truth’.

‘Redeneer vanuit het belang van de werkzoekende’

7

5 AGE krijgt een certificaat DOSSIER

Tandje erbij voor meer participatie

12

“Ik zie onmiskenbaar een rode draad in deze uitgave: we are lost in translation. Er is werk voor mensen met een vergrote afstand tot de arbeidsmarkt, maar tegelijkertijd is er een tekort aan mensen. Deze mensen zijn dus zoekgeraakt tussen het oude en het nieuwe systeem, stelt Job Cohen terecht in zijn voorwoord. Tegelijkertijd constateer ik ‘an unconvenient truth’! Lees en huiver: slechts 21 procent van de arbeidsgehandicapten tussen 25 en 45 jaar is betaald aan het werk. Voor de groep zonder arbeidshandicap is dit tachtig procent. Schrijnend, want u en ik weten wat betaald en gewaardeerd werk doet voor je welzijn.

Presikhaaf Schoolmeubelen zoekt betaalbare arbeidskrachten

18

Arjan Vliegenthart: “Het moet makkelijker worden om 100.000 banen te realiseren voor mensen met een beperking. Daar sta ik voor aan de lat.”

21 Laikjoe en Lofjoe winnen snel aan populariteit

Gat dichten Dus de banen zijn er. De mensen zijn er. En toch krijgen we het niet voor elkaar. Het is toch eigenlijk vreemd dat mijn functie nodig is? Iedere wethouder, directeur en manager moet toch vanuit eigen kracht en drive iedere mogelijke drempel willen slechten om dit gat te dichten? Redeneer vanuit het belang van de werkzoekende. Zorg voor schaalvergroting van de arbeidsmarkt, transparantie in vraag en aanbod en eenheid in het aanbod aan de markt. Daarna volgt het belang van werkgever, gemeente en UWV vanzelf.

Participatie boven inclusiviteit

T

ientallen sociale werkbedrijven geven aan dat ze werk hebben, maar over onvoldoende mensen kunnen beschikken om de klussen te klaren. Verschillende SW-bedrijven zijn zelfs genoodzaakt om bestaande opdrachten van reguliere bedrijven terug te geven of moeten nieuwe opdrachten weigeren.

Worsteling Wethouder Nelleke Vedelaar uit Zwolle steekt in het dossier de hand sportief in eigen boezem: de mensen in haar uitkeringsbak zijn nog niet goed in beeld. Herkenbaar, want ik zie in veel regio’s de worsteling om te komen tot keuzes: met welke mensen doe ik iets, en wat doe ik dan en met welk verdien- of investeringsmodel? Wethouder Andries Ekhart uit Leeuwarden zegt in de rubriek ‘Het Dilemma’ dat hij gewoon alle ‘groenmensen’ in dienst neemt. Ik vind dat moedig, zijn vertrouwen in de bekwaamheden van zijn mensen raakt me. Het zou echter doodnormaal moeten zijn, zeker in de publieke sector. Dat verwachten we toch ook van het bedrijfsleven?

Ongetwijfeld komt dit doordat een fors aantal mensen vanuit het SW-bedrijf bij reguliere werkgevers aan het werk is gegaan. Deze mensen hebben een mooie stap gemaakt: van een beschutte werkplek naar een plek bij een gewone werkgever. Daarmee is de arbeidsmarkt in ieder geval een stuk inclusiever geworden. Dat is prachtig. Maar deze verschuiving van mensen ‘van binnen naar buiten’, levert nog geen extra werkgelegenheid op. De verlaten plekken worden niet opgevuld, ondanks dat er werk voorhanden is.

Ik hoop dat we nog meer goede voorbeelden kunnen stapelen. Zodat we samen het banenplan kunnen waarmaken. En dat we mijn functie, aanjager van de samenwerking in de arbeidsmarktregio’s, overbodig maken. Dat zou mooi zijn.” n

2 Werkt.

En de mensen om dit werk te doen zijn beschikbaar. Veel mensen met een arbeids-

najaar 2016

beperking staan nog altijd tegen hun zin aan de kant. De werkloosheid onder mensen met een arbeidsbeperking is bijna drie maal zo hoog als onder mensen zonder arbeidshandicap. Hier liggen kansen om de arbeidsdeelname van mensen met een arbeidsbeperking te verhogen. Het bereiken van een inclusieve arbeidsmarkt kan niet zonder de inspanning om het aantal banen voor mensen met een arbeidsbeperking te verhogen. Veel SWbedrijven kunnen extra handjes gebruiken om aan de arbeidsvraag te voldoen. Hier liggen dus baankansen voor mensen die vallen onder de Participatiewet. Werken binnen het SW-bedrijf betekent niet alleen het verdienen van een eigen inkomen, maar ook werkervaring en talentontwikkeling. En dat zijn belangrijke voorwaarden om uiteindelijk bij reguliere werkgevers aan het werk te komen. Deze kans moeten we niet laten lopen. n

najaar 2016

Werkt. 3


Een coalitie van Cedris, Vebego, PSO Nederland en Social Enterprise NL heeft samen met TNO, het PSO 30+ certificaat ontwikkeld. Dit keurmerk is bedoeld om organisaties te certificeren, waarvan 30 procent van het personeel een afstand tot de arbeidsmarkt heeft. De SPO 30+ certificering sluit aan bij de nieuwe Aanbestedingswet die op 1 juli 2016 van kracht is gegaan. De wet maakt het mogelijk voor publieke opdrachtgevers om opdrachten voor te behouden aan organisaties waarvan minimaal 30 procent van het personeel bestaat uit personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook private organisaties, die opdrachten in de markt zetten, vinden sociaal ondernemen steeds belangrijker. Het PSO 30+ certificaat maakt voor deze opdrachtgevers zichtbaar welke organisaties aantoonbaar aan deze criteria voldoen. Door bewust werk te gunnen aan organisaties met een PSO 30+ certificaat ontstaan er ook nieuwe banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Gereedschapskist voor werkgevers De programmaraad heeft een gereedschapskist samengesteld met instrumenten die werkgevers kunnen gebruiken om van de Participatiewet en de Banenafspraak een succes te maken. Deze zogenoemde toolkit bevat alle (wettelijke) regelingen die er zijn. Professionals kunnen deze instrumenten gebruiken om werkgevers te helpen bij het realiseren van de doelen van de Participatiewet en de Banenafspraak. Daarnaast zijn er aanpakken en methodieken opgenomen in de toolkit om werkzoekenden met een arbeidshandicap aan het werk te helpen.

Meer weten?

Kijk op www.samenvoordeklant.nl bij werkgeversdienstverlening en toolkit.

4 Werkt.

Age

Act uee l

(Sociale) ondernemers onderscheiden zich met het 30+ certificaat

Age (18) wordt klaargestoomd voor de arbeidsmarkt

‘Diploma’-uitreiking

O

nderweg spreken Harrie en ik af dat we zullen turven hoe vaak de woorden ‘topper’ en ‘kanjer’ vallen - voor ons sinds de Mytylschool eufemismen voor ‘gehandicapte’. We zijn op weg naar Age’s praktijkschool, voor de diploma-uitreiking. Ook dat is een eufemisme: de praktijkschool leidt niet op tot een diploma. De afzwaaiers krijgen een certificaat, maar dat geeft geen toegang tot vervolgonderwijs en is daarmee feitelijk niets waard.

wethouder Staf Depla @wethouderDepla

Extra mogelijkheid

We zijn niet alleen maar cynisch. Age houdt een grappige toespraak namens de vertrekkende leerlingen; hij is de enige die zoiets durft. Sommigen zijn zelfs te bang om naar voren te lopen en hun diploma in ontvangst te nemen. We zijn trots op hem, ook omdat hij weer een IVIO-examen heeft gehaald, voor Engels dit keer. Maar een feestelijk gevoel, zoals bij de vwo-diploma-uitreiking van onze dochter, hebben we niet. Toen zat de Doopsgezinde Kerk in Haarlem vol met uitgelaten, zelfbewuste jonge mensen, klaar voor de toekomst.

Binnen de 30 procent tool worden de mensen die in het doelgroepregister voorkomen apart geregistreerd. Via dit nieuwe certificaat wordt meetellen van sociaal inkopen voor de Banenafspraak dan ook eenvoudig mogelijk. n

Als Age in de gymzaal wordt toegesproken door zijn mentor, vertelt ze enthousiast aan het publiek: “Age gaat in een theater werken!!” Echt, we zijn heel blij en dankbaar dat hij een contract heeft gekregen bij het

22-09-16 02:17 In 030, Bij congres @ SocEntNL PSO30+ gelanceerd. Ruim baan voor sociale ondernemingen bij de inkoop. #iedereen-moet-mee-mogendoen twitter.com/wethouderDepla/status/7...

dorpstheater waar hij stage loopt, want in die wereld liggen zijn interesse en ambitie. Maar wat de leerkracht er niet bij vertelt, is dat het maar voor anderhalve dag in de week is, onbetaald, en zonder uitzicht op een echte baan. En dat hij dus de komende tijd 5,5 dag in de week niets te doen zal hebben. Een gedachte die me een steen in mijn maag bezorgt. Een paar weken later ga ik langs bij Melissa, zijn jobcoach. Ik vertel haar dat Age depressief wordt en wij gek als hij hele dagen thuis moet zitten. Nog diezelfde week loopt hij in een oranje hesje onkruid te wieden op een voetbalterrein. Hij blij, wij blij. n Journalist Brigit Kooijman en haar man Harrie zijn de ouders van Age. Hij heeft een licht verstandelijke beperking en komt net van het praktijkonderwijs.

Bernhard en Arjen bloggen

Cedris blij met aanpassingen Participatiewet

Sinds oktober lees je op cedris.nl de blogs van Bernhard Drost en Arjen de Jager. Bernhard is de directeur van leer werkbedrijf Ferm Werk en bij Arjen werd in 2012 de diagnose binnen het autismespectrum gesteld. Arjen wordt bij sociale ondernemer ITvitae klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Beide heren schrijven over het wel en wee bij hun op de werkvloer.

Job Cohen: “Met de invoering van de wettelijke verplichting ligt er een morele verantwoordelijkheid bij het Rijk om nu ook de financiering adequaat te regelen. Cedris vindt daarom dat de huidige tijdelijke bonus op het realiseren van een beschutte werkplek structureel moet worden.” Vanaf 1 januari 2017 zijn gemeenten verplicht om beschutte werkplekken te creëren. Cedris is blij met dat nieuws, maar roept het Rijk ook op om structureel voor de financiering te zorgen.

Bernhard: “Ik blog over de praktische invulling van mijn mensvisie binnen Ferm Werk.”

Arjen: “Ik draag bij aan onze maatschappij. Mijn jarenlange frustratie om daar niet toe in staat te zijn, is gelukkig weg.”

najaar 2016

Praktijkroute Een tweede verbetering van de Participatiewet is de extra regelruimte die gemeenten krijgen voor de Banenafspraak. De praktijkroute houdt in dat gemeenten, op basis van een loonwaardemeting op de werkvloer, kunnen bepalen wie voor een garantiebaan in aanmerking komt. Cedris is er voorstander van om gemeenten de mogelijkheid te geven een dergelijk instrument ook voor het aanvragen van een indicatie voor een beschutte werkplek in te zetten.

najaar 2016

Werkt. 5


Lee s

Jongeren aan het werk!

Tandje bijzetten

Hoe helpen we jongeren met een arbeidsbeperking die van school komen aan een betaalde baan? Die vraag staat centraal in de nieuwe publicatie van SBCM en Cedris ‘Jongeren met een arbeidsbeperking aan het werk’.

D

e kennis en bestaande infrastructuur van het SW-bedrijf kunnen een belangrijke rol spelen bij het aan het werk helpen van jongeren. Verschillende SW-bedrijven zijn al actief betrokken bij de begeleiding van school naar werk. Andere bedrijven zoeken nog naar een passende manier om dat te doen. Deze publicatie biedt een overzicht van de verschillende keuzes die SW-bedrijven hebben gemaakt in de begeleiding van jongeren vanuit het voortgezet speciaal onderwijs (VSO), het praktijkonder-

wijs (PrO) en het entreeonderwijs naar de arbeidsmarkt.

Praktijkvoorbeelden De publicatie geeft onder andere informatie over de rol van de verschillende partijen bij het begeleiden van jongeren, zoals de rol van verschillende afdelingen van gemeenten en van de scholen. Ook geeft de publicatie inzicht in de rollen die SW-bedrijven kunnen hebben bij het begeleiden van deze jongeren naar de arbeidsmarkt. Verder zijn er tips voor samenwer-

Het get al

50

50 Procent van de 25- tot 45-jarigen met een arbeidshandicap was in 2015 niet actief op de arbeidsmarkt. Dat percentage ligt fors hoger dan bij dezelfde leeftijdscategorie maar dan zonder arbeidshandicap. In 2015 waren er in de groep 25- tot 45-jarigen 400.00 mensen die aangaven dat ze door een langdurige ziekte, aandoening of handicap belemmerd werden in het krijgen of uitvoeren van werk. De helft van deze groep was niet actief op de arbeidsmarkt: zij zochten niet recent naar werk of waren hiervoor niet direct beschikbaar. Dat percentage (50 procent) is veel hoger dan onder de

6 Werkt.

king met gemeenten en scholen en samenwerking binnen een netwerk. Daarnaast biedt de publicatie inzicht in de financieringsmogelijkheden van de samenwerking en projecten. De informatie en praktijkvoorbeelden zijn te gebruiken bij de begeleiding van leerlingen van met name VSO en PrO, maar ook bij entree-onderwijs naar werk of dagbesteding, zowel tijdens als na de opleiding. n De publicatie is te downloaden op www.cedris.nl/publicaties

25- tot 45-jarigen zonder arbeidshandicap, van wie 8 procent in 2015 niet actief was op de arbeidsmarkt. Van de 25- tot 45-jarigen met een arbeidshandicap, die wel actief waren op de arbeidsmarkt, had 42 procent betaald werk. Van de arbeidsgehandicapte beroepsbevolking, waren er 27.000 (14 procent) werkloos. Bij niet-arbeidsgehandicapten was het percentage met betaald werk ruim twee keer zo hoog (87 procent), en lag het werkloosheidspercentage met 5 procent veel lager. Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek

najaar 2016

De Banenafspraak is een succes. Dit is mede te danken aan de uitplaatsing en detachering van mensen vanuit SW-bedrijven naar reguliere werkgevers. Nu het aantal Wsw’ers daalt, moeten nieuwe instrumenten voor het creëren van werkgelegenheid op orde zijn. Uit de praktijk blijkt dat dit nog onvoldoende het geval is. Om de Banenafspraak succesvol te houden, moet dus worden bijgeschakeld. Drie reacties op de vraag: hoe kunnen we een tandje bijzetten en meer nieuwe banen creëren?

sier Dos

Participatie arbeidsgehandicapten


Dos sier

Zwolle maakt vaart met extra geld uit algemene middelen

PostNL pleit voor uniforme regelgeving

Arbeidsplaatsen onder druk door regionale verschillen Op 16 sorteercentra van PostNL Pakketten worden werkzaamheden uitgevoerd door medewerkers met een structurele arbeidsbeperking. Hoewel er mogelijkheden zijn deze werkgelegenheid uit te breiden slinkt het aandeel garantiebanen. Dat komt omdat nieuwe instroom sinds de invoering van de Participatiewet uitblijft. “Zorgwekkend”, vindt Sipke Plat, senior projectmanager Outsourcing en Personele Concepten bij PostNL.

D

uitstekend geschikt zijn om als gae pakketmarkt groeit. En dus rantiebaan in te vullen steeds vaker heeft PostNL inmiddels 18 gedaan worden door reguliere werksorteercentra, verspreid over nemers. “En dat gaat ten koste van Nederland. Daar werken zo’n 750 de groep mensen die is aangewezen mensen met een arbeidshandicap die samen het zogenaamde ‘ochtend- op een garantiebaan in het kader van de Banenafspraak”, stelt Plat. proces’ voor hun rekening nemen. En dat aantal zou de komende jaren best kunnen stijgen, verwacht Plat. Landelijk aanspreekpunt Maar de realiteit is vooralsnog Is dit tij nog te keren? Ja, denkt hij. anders. Want sinds de inwerking“Maar dan pleit ik wel voor een centreding van de Participatiewet is traal aanspreekpunt voor landelijk het hele speelveld veranderd. Plat: opererende bedrijven, uniforme “De decentralisatiegedachte achter regelgeving en een uniforme uitvoedeze wet is een drama voor landeringspraktijk. Anders vrees ik dat het lijke bedrijven als het onze. Zo heb afgesproken aantal garantiebanen ik ineens te maken met zestien niet gehaald kan worden. En dat gemeenschappelijke regelingen. Die vind ik een zorgwekkende vertegenwoordigen zo’n zeventig constatering.” gemeenten, met elk hun eigen wethouders die elk hun eigen accenten willen leggen.” Ook de verdeling in 35 arbeidsmarktregio’s maakt het er niet makkelijker op. Plat: “Dat maakt dat ik 35 keer om tafel moet om hetzelfde af te spreken.”

In Zwolle gaan steeds meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij een reguliere werkgever aan de slag. Maar het kan nog sneller, constateert wethouder Nelleke Vedelaar, verantwoordelijk voor sociale zaken en werkgelegenheid. Het grootste obstakel? “We hebben onze mensen nog niet goed in beeld.”

‘Ik moet 35 keer om tafel om hetzelfde af te spreken’

W

komt uit de Algemene Middelen, erkgevers in Zwolle willen best afspraken maken over want het beperkte Participatiebudget laat deze uitgave niet toe. het inzetten van arbeids“Dat kost ons tonnen. Het geld krachten met een afstand tot de hebben we met heel veel kunst en arbeidsmarkt, is de ervaring van de vliegwerk bij elkaar geschraapt”, wethouder. “Zo hebben we momenaldus Vedelaar. Maar het kan teel twintig tot dertig vacatures die eenvoudigweg niet anders. Bij snel gevuld zouden kunnen worden. de sociale dienst is de workload Maar wij moeten eerst nog een namelijk enorm. En dit is te bestand van 3.600 cliënten in beeld belangrijk om niet te doen.” brengen om een juiste match te kunnen maken. En zover zijn we nog niet. ”De stad heeft vijf extra krachGeld is op ten in dienst genomen om daar snel Pas als zij alle cliënten in beeld een slag in te kunnen slaan. Het geld heeft, kan zij vol aan de slag met

‘Kabinet: maak een einde aan discussie doelgroepenregister’ Sinds de Banenafspraak is er een discussie gaande over wie er nu wel en wie er niet in het doelgroepenregister thuishoort. Daar moeten we vanaf, vindt Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad.

V

Enorme verschillen Het gevolg is dat de condities om met mensen uit het doelgroepenregister aan de slag te gaan van plek tot plek enorm verschillen. Plat: “Zo werkt de ene arbeidsmarktregio met proefplaatsingen en loonkostensubsidie terwijl de andere regio dat niet doet of daar nog niet uit is.” Daar bovenop is het überhaupt lastig om aan voldoende kandidaten te komen die tot het doelgroepenregister behoren. Plat: “Omdat het beleid nog niet decentraal is uitgekristalliseerd zijn er eenvoudigweg te weinig.” Een gevolg is dat werkzaamheden die 8 Werkt.

olgens Van der Meer blijven, ondanks allerlei positieve geluiden, mensen met een arbeidsbeperking de grootst mogelijke moeite houden om aan het werk te komen. Hij vindt dat de overheid zijn verantwoordelijkheid moet nemen. “Met laagdrempelige regelingen. Daarbij moeten dienstverleners als de SVB, sociale diensten en het UWV veel meer vanuit het perspectief van mensen met een beperking gaan redeneren en minder vanuit systemen, targets en opgelegde bezuinigsdoelstellingen op uitkeringen.”

om moeizame processen anders te gaan regelen, constateert hij. “Maar voordat je het weet creëer je een bureaucratisch geheel en wordt de afstand tussen werkgever en werknemer steeds groter. Zo komt het nogal eens voor dat een klantmanager bij een gemeente een deskundige partij inschakelt om iemand naar werk toe te leiden. Maar die partij schakelt vervolgens ook weer twee of drie medewerkers in om die persoon daar te krijgen. Al die schakels komen tussen de werkgever en de werknemer in te staan.”

Te veel schakels

Wat ook niet helpt is de voortgaande discussie over het doelgroepen-

De overheid heeft altijd de neiging najaar 2016

de Banenafspraak. Tegelijkertijd heeft zij echter zorgen over de middelen van de regionale werkbedrijven, die daar ook een belangrijke rol in spelen. “Elk werkbedrijf kreeg van de overheid bij de start een miljoen euro mee. Van dat geld hebben we onder andere een campagne gevoerd gericht op werkgevers, adviseren we ondernemers over SROI en hebben we vliegende brigades in het leven geroepen om te ondersteunen bij het vullen van het landelijke systeem Sonar. Dat helpt allemaal enorm. Maar dat geld is binnenkort op. ”Extra geld is dus wat haar betreft hard nodig. “Anders blijft het dweilen met de kraan open.”

najaar 2016

register. Van der Meer: “Sinds 2013 zijn allerlei partijen aan het bakkeleien welke groepen daar nu wel in thuishoren en welke niet.

Knoop doorhakken ”Ook zijn eigen Cliëntenraad blaast daar een partijtje in mee, geeft hij eerlijk toe. “Waarbij wij ons op het standpunt stellen dat de Banenafspraak uitsluitend bestemd is voor mensen met een aantoonbare medische arbeidsbeperking.”Hij vindt het de hoogste tijd dat de overheid daar nu snel een knoop in gaat doorhakken. “Zodat we kunnen stoppen met deze discussie en de handen uit de mouwen gaan steken. Anders zijn we straks in 2023 beland, hebben we op papier de Banenafspraak goed uitgevoerd, maar staan teveel mensen met een arbeidsbeperking nog langs de kant.” Werkt. 9


Dos sier

Banenafspraak succesvol voor inclusieve arbeidsmarkt

Participatie van mensen met een beperking neemt onvoldoende toe De Banenafspraak leidt tot een flink inclusievere arbeidsmarkt. Dit blijkt uit de resultaten van de zogenaamde één-meting van het ministerie van SZW. Waar de lat voor 2015 vooraf lag op 9.000 garantiebanen, stond de teller in 2015 al 21.057 gerealiseerde garantiebanen. Daarmee is de Banenafspraak een succesvol nieuw instrument aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Uit de meting blijkt ook dat het totale arbeidsvolume van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt minder hard toeneemt. Dit kan op meerdere manieren verklaard worden.

Verschuiving van werkgelegenheid Een garantiebaan is gedefinieerd als een dienstverband van 25,5 uur. Het aantal “berekende” banen is daardoor hoger dan het aantal personen dat die banen bij reguliere werkgevers vervult: 13.847. Van deze mensen vervult bijna de helft (6.152 personen) een garantiebaan via detachering door SW-bedrijven, met een gemiddeld detacheringscontract van ca. 33 uur. Als gevolg van de baanafspraak is er een substantiële verschuiving van bestaande werkgelegenheid van SW naar reguliere werkgevers. Deze beweging leidt echter niet tot hogere arbeidsparticipatie. Zonder die verschuiving, betreft de extra toename van banen bij reguliere werkgevers nog steeds 7.695 (ofwel: 13.847-6.152).

en arbeidsparticipatie voor niet-arbeidsbeperkten. Ondanks een flinke toename van inclusiviteit, is er dus nog geen sprake van een ‘inhaalslag’ van de groep werkzoekenden met een beperking.

Arbeidsparticipatie

Dalende arbeidsparticipatie Over een wat lange periode bekeken, concludeert het CBS dat arbeidsgehandicapten het in vergelijking met nietarbeidsgehandicapten zelfs minder goed zijn gaan doen op de arbeidsmarkt. Zij lijken tijdens de crisis kwetsbaarder te zijn geweest. Zo is het werkloosheidspercentage van arbeidsgehandicapten tussen 2009 en 2015 gestegen van 7,2 naar 13,3 procent. Bij niet-arbeidsgehandicapten ging dat percentage van 4,2 procent naar 6,4 procent. Dat verschil wordt nog schrijnender als je kijkt naar de netto arbeidsparticipatie. Voor niet-arbeidsgehandicapten lag dat percentage zowel in 2009 als in 2015 op ca. 79,5 procent. Voor arbeidsgehandicapten daalde dit van 47 procent in 2009 naar slechts 37,7 procent in 2015. n

Arbeidsgehandicapten

79,5%

Niet-Arbeidsgehandicapten

79,1%

Banenafspraak

79,5%

79,6%

79,5 %

Resultaten periode 2013 t/m 2015

47% 41% 38%

7695

6152 1571

Toename mensen met een baan bij reguliere werkgevers

37,7%

Via SW-detachering naar regulier (verschuiving werkgelegenheid)

-6124

2009

Per saldo extra mensen aan het werk

2011

2013

2015

Werkloosheidspercentage Arbeidsgehandicapten

Uitstroom WSW door natuurlijk verloop

Niet-Arbeidsgehandicapten

Natuurlijke uitstroom Dit succes is maar één kant van het verhaal. Tussen 1 januari 2013 en 31 december 2015 hebben namelijk ook 6.124 mensen de Wsw verlaten via natuurlijke uitstroom. Daarmee daalde de werkgelegenheid voor deze doelgroep. Als we deze afname meenemen dan blijkt de netto toename van de arbeidsparticipatie voor deze doelgroep beperkt tot 1.571 personen (ofwel: 7.695-6124).

1,2% stijging Uitgaande van 135.000 werkende Wsw’ers en Wajongers eind 2014, betekent die 1.571 een stijging van het arbeidsvolume met ca. 1,2 procent. Dit wijkt niet af van de economische groei

10 Werkt.

13,7%

Nog 2.000 extra banen beschikbaar 7,2%

Uit een enquête van Cedris onder haar leden blijkt dat zij samen aan meer dan 2.000 mensen extra werk zouden kunnen verschaffen. De reden waarom dat nu niet gebeurt: onvoldoende menskracht.

79,5 %

6,8%

Sommige bedrijven geven aan dat zij ervan afzien om bestaand werk (met name in het groen of de schoonmaakbranche) uit te breiden vanwege een tekort aan arbeidskrachten, anderen dingen niet meer mee naar nieuwe opdrachten. Ook zijn er leden die vanwege een tekort aan mensen aangenomen werk hebben teruggegeven aan opdrachtgevers. De resultaten zijn opvallend, omdat uit de één-meting van de Banenafspraak blijkt dat de arbeidsparticipatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt nauwelijks stijgt. Met het benutten van de (deels verborgen) vacatures uit dit onderzoek, zou het succes van de baanafspraak meer dan verdubbeld kunnen worden.

najaar 2016

13,3%

9,2%

4,2%

2009

4,7%

2011

najaar 2016

2013

6,4%

2015

Werkt. Werkt. 11


Rep orta ge

Presikhaaf Schoolmeubelen na een jaar al winstgevend

Presikhaaf Schoolmeubelen groeit en dat merk je aan alles. Er komen veel nieuwe orders binnen, het bedrijf maakt winst en het enthousiasme op de werkvloer is terug. Maar tegelijkertijd zijn er ook zorgen. Want waar haalt het bedrijf betaalbare medewerkers vandaan om de groeiende vraag bij te blijven benen?

‘Extra

mankracht is lastig te vinden’

Wim de Goei (rechts) is voor de start van het bedrijf in juni 2015 aangetrokken als managing director en geeft samen met Johan Ruitenbroek (links), operations director, richting en smoel aan de organisatie.

P

Maarten, werkzaam in de houtzagerij, werkt ruim 7 jaar bij Presikhaaf Schoolmeubelen en is, sinds de overname door Ahrend, extra trots op zijn werk: “De sfeer in het bedrijf is veranderd. We zijn trots op onze nieuwe werkkleding van Ahrend.”

resikhaaf Schoolmeubelen in Arnhem heeft net weer een drukke periode achter de rug. Scholen bestellen veelal aan het eind van het schooljaar tafels en stoelen. Deze moeten dan de eerste dag van het nieuwe schooljaar in de lokalen staan. Topdrukte dus. De gangen van het bedrijf stonden afgelopen zomer propvol orders. “Het was flink doorwerken voor onze medewerkers tijdens de zomerpiek”, vertelt Wim de Goei. Hij is voor de start van het bedrijf in juni 2015 aangetrokken als managing

director en geeft samen met Johan Ruitenbroek, operations director, richting en smoel aan de organisatie.

‘We hebben geinvesteerd in productie, logistiek en marketing’

Flink geïnvesteerd Presikhaaf Schoolmeubelen was voorheen onderdeel van SW-bedrijf Presikhaaf in Arnhem. Vorig jaar nam Ahrend het bedrijfsonderdeel over als (sociale) dochteronderneming. De ruim 180 medewerkers met een Wsw-indicatie zijn gedetacheerd via Presikhaaf en voelen zich echte Ahrend werknemers. Er is in een jaar tijd veel veranderd. Wim: “Jarenlange onzekerheid over de toekomst had het bedrijf geen goed gedaan. Na de overname hebben we meteen flink geïnvesteerd in de productie, de logistiek en in marketing. Hierdoor stegen de kwaliteit en de productiviteit en keerde ook het vertrouwen bij de medewerkers terug. Het ziekteverzuim daalde, het enthousiasme nam toe, en hierdoor steeg de productiviteit ook.” Presikhaaf Schoolmeubelen werd binnen een jaar een groeiende onderneming die winst maakt. “Zelfs de grootse critici van de overname kwamen ons feliciteren tijdens het eenjarig jubileum”, vertelt Wim trots.

Handwerk Het bedrijf heeft alles in huis om schoolmeubelen te maken. Het hout komt uit Scandinavië en wordt machi12 Werkt.

najaar 2016

najaar 2016

Werkt. 13


Rep orta ge naal verzaagd in de houtzagerij. Het ruikt er naar zaagsel. Zo’n vijftien mannen werken hier. Zij bedienen de machines, vullen de voorraden hout aan en voeren gezaagd materiaal af. Op de afdelingen onderdelen, productie en lassen gebeurt opmerkelijk veel via handwerk. Dat is wat Presikhaaf Schoolmeubelen meteen ook onderscheidt van de concurrent. Wim: ‘We hebben het arbeidsproces zo ingericht dat mensen onderdelen van het proces zelf, met de hand uitvoeren. Dat maakt het werk laagdrempelig en overzichtelijk. Wat bij de concurrent geautomatiseerd is, wordt bij ons vaak door medewerkers uitgevoerd.”

Hennie werkt al 25 jaar bij Presikhaaf Schoolmeubelen en sinds de overname vind zij het leuker om haar werk te doen: “De sfeer onder de collega’s is verbeterd.” Ze werkt bij de onderdelen productie: “Sinds kort doe ik de bladbewerking. Het is leuk werk. Vooral het boren van de gaten in het metaal vind ik mooi.”

gevolg daarvan is dat iemand onder de Participatiewet aanzienlijk duurder is dan diezelfde persoon met een Wsw-indicatie. De Participatiewet lijkt daardoor niet ingericht op bedrijven zoals de onze, waar zo’n 70 tot 80 procent van de werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt werkt.”

Samenwerking met VSO-scholen Het aantrekken van betaalbare arbeidskrachten is de grote uitdaging voor Presikhaaf Schoolmeubelen voor de toekomst. Wim: “Samen met Presikhaaf hebben we wervingsfilmpjes gemaakt, met het werkgeversservicepunt proberen we mensen vanuit het doelgroepenregister te vinden en we werken met Job Carving om zodoende voldoende loonsubsidie te krijgen en dus te voorkomen dat

‘Een heel belangrijk deel van onze kostprijs bestaat uit de kosten van de arbeid’

Gemiste kans Het handwerk is een kracht van het bedrijf. Het zorgt voor hoge kwaliteit van de schoolmeubelen en biedt de mogelijkheid om maatwerk te leveren. Maar het is ook een zwakke plek. Wim: “We zijn een bedrijf dat werkgelegenheid genereert en dat zal in de nabije toekomst verder toenemen. Voor extra productie en voor onze groei, hebben we echter wel extra mankracht nodig. En die extra mankracht is lastig te vinden.” En dus lopen er nu tijdens de zomerdrukte dertig uitzendkrachten rond.

de loonkosten voor iemand met een arbeidsbeperking te hoog worden. Daarnaast zoeken we actief de samenwerking met de VSO-scholen in Arnhem en omgeving. Studenten vanuit deze opleidingsinstituten leren bij ons niet alleen het vak, maar ze leren ook om geconcentreerd te werken, op tijd te komen, het werk af te maken en goed met collega’s om te gaan. Studenten vanuit deze opleiding worden na hun studie veelal opgenomen in het doelgroepenregister en zijn onze arbeidskrachten van de toekomst.”

Veel duurder Dat is niet alleen kostbaar, maar ook een gemiste kans voor de doelgroep. Het business model van Presikhaaf Schoolmeubelen is namelijk ingericht op werknemers met een Wsw-indicatie. Hoeveel zo’n werkgever kost en wat daar aan subsidie tegenover staat was voorheen eenvoudig van tevoren uit te rekenen. Wim: “Maar de SW wordt afgebouwd en wij worden naar het doelgroepenregister van de Participatiewet geregisseerd. Bij de loonwaardemeting wordt gekeken naar de functiebeschrijving in combinatie met iemands capaciteit. Op basis daarvan wordt de loonsubsidie bepaald. Het 14 Werkt.

Mechaniseren en automatiseren Wim maakt zich geen zorgen over de toekomst van de onderneming, maar wel om de werkgelegenheid van mensen met een beperking. “Voor Presikhaaf Schoolmeubelen, met een moederbedrijf als Ahrend, zijn er heel veel mogelijkheden om verder te groeien en winstgevend te blijven. Maar als de nieuwe instroom vanuit de SW uitblijft en mensen met een arbeidsbeperking vanwege de Participatiewet te duur worden, dan rest ons niets anders dat de productieprocessen verder te mechaniseren en automatiseren. Een heel belangrijk deel van onze kostprijs bestaat uit de kosten van de arbeid. Dan hoef je geen bedrijfseconoom te zijn om te bedenken dat je daar dan wat aan gaat doen.” n najaar 2016

najaar 2016

Werkt. 15


Dile mm a

Wel/geen regulier werk in de groenvoorziening ‘We kunnen zo efficiënter werken: grotere percelen onderhouden en gemakkelijker afspraken maken.’

V

meente Hengelo en Hof van Twente over gaan naar Gildebor, blijven ambtenaar. De medewerkers van het SW-bedrijf blijven oud Wsw-ers of nieuwe medewerkers die onder de Participatiewet vallen.

oorheen huurde een gemeente een SW-bedrijf in om een deel van het groen te laten onderhouden. Onder druk van de Participatiewet, die beoogt dat mensen met een arbeidsbeperking zoveel mogelijk in een reguliere baan werken, ontstaan nu verschillende modellen.

Eigen beheer In Leeuwarden is gekozen voor de tegenovergestelde weg. De mensen die vanuit het SW-bedrijf in de groenvoorziening werken, komen in dienst van de gemeente. Andries Ekhart, wethouder in Leeuwarden en vice-voorzitter van SW-bedrijf Caparis, denkt dat hij daarmee het best aansluit bij de bedoelingen uit de Participatiewet. Zoals SWB in Twente is ook Caparis een SW-bedrijf dat meerdere gemeenten bedient. De Friese gemeenten hebben ervoor gekozen het SW-bedrijf af te bouwen. “Niemand komt meer in de SW”, stelt Ekhart. “We hebben het groen weer volledig in eigen beheer. Daarbij komen ook de medewerkers die vanuit de reguliere SW sinds jaar en dag naar volle tevredenheid hun werk doen in het groen in Leeuwarden.”

Efficiënt werken Op dit moment wordt het onderhoud van de openbare ruimte in Hengelo nog gedaan door marktpartijen, gemeenteambtenaren en het sociaal werkbedrijf SWB. Elke partij neemt grofweg een derde van het werk voor zijn rekening. Dat gaat veranderen per 1 januari 2017. Dan zullen de gemeenteambtenaren die het groenonderhoud doen overgaan naar Gildebor, onderdeel van de gemeenschappelijke regeling waaronder ook de rest van het SW-bedrijf valt. De reden? “Dat maakt dat we efficiënter kunnen werken: we kunnen dan grotere percelen onderhouden en gemakkelijker afspraken maken”, zegt Mariska ten Heuw, wethouder in Hengelo. Ook de ambtenaren van de gemeente Hof van Twente gaan over naar Gildebor.

Mariska ten Heuw, wethouder in Hengelo

16 Werkt.

najaar 2016

Ten Heuw (Hengelo) denkt dat haar gemeente ook had kunnen kiezen voor de oplossing van Leeuwarden, maar vindt dat ze rekening moet houden met de buurgemeenten.

‘Ze gaan in een jasje van de gemeente werken. Het haalt het stigma eraf.’ Andries Ekhart, wethouder in Leeuwarden en vice-voorzitter van SW-bedrijf Caparis

De SW-ers die – in jargon – oudWsw’er zijn, houden hun rechten en plichten uit de oude cao. De andere SW’ers komen ‘gewoon’ in dienst van de gemeente. “De SW-ers maken die overstap naar de gemeente graag”, aldus Ekhart. “Het haalt het stigma eraf. Ze gaan nu in een jasje van de gemeente werken. Maar per saldo verandert er weinig. Die mensen werken vanuit het SW-bedrijf al jaren voor ons. Ze melden zich aan het begin van de werkdag niet bij het SW-bedrijf, maar gewoon bij de gemeente.”

De naam Gildebor is niet zomaar gekozen. Ten Heuw: “We hebben veel oudere medewerkers. En werken in het groen is fysiek zwaar. In deze nieuwe organisatie kunnen de ouderen hun kennis overbrengen op jongeren en nieuwe medewerkers. Een soort gilde dus. En als mensen met pensioen gaan is instroom van jongeren gemakkelijker. Zo wordt de organisatie robuuster en vitaler.” De ambtenaren die vanuit de ge-

“Ons SW-bedrijf heeft echt een regionale functie. Daar kunnen wij ons niet zomaar aan onttrekken. Daarom hebben we een ander model gekozen, waarbij we een aantal voorwaarden belangrijk vonden: de constructie moet publiekrechtelijk zijn, participerende gemeenten moeten zeggenschap houden en er moet een mogelijkheid zijn voor andere gemeenten om in te stromen. Hoe dan ook: we brengen mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en regulier werk dichter bij elkaar.” n

Regionale functie

Stigma eraf

Robuuster en vitaler

Onder druk van de Participatiewet organiseren veel gemeenten hun groenvoorziening anders. De ene gemeente neemt medewerkers uit het SW-bedrijf zelf in dienst. De ander brengt ambtenaren en SW-ers samen in een aparte organisatie. Wat zijn hun overwegingen?

Vraag is natuurlijk wat er met medewerkers gebeurt die niet functioneren. Binnen een SW-bedrijf is er dan wel een nieuwe plek te vinden. Binnen een gemeente is dat minder gemakkelijk. Ekhart vreest dat soort situaties niet. “We weten dat de medewerkers die nu bij ons in dienst komen hun werk prima doen.” Ekhart denkt dat de door hem gekozen oplossing uiteindelijk het beste uitpakt. “Laat je medewerkers onder de gemeenschappelijke regeling vallen, dan zet je ze toch op afstand.”

najaar 2016

Werkt. 17


Inte rvie w

Arjan Vliegenthart over het tekort aan beschutte werkplekken:

‘Richt de leer naar het leven’ D Arjan Vliegenthart voorzitter van de VNG-commissie Werk en Inkomen, portefeuilles Werk, Inkomen en Participatie. Hij was daarvoor lid van de Eerste Kamer, lid van het landelijk partijbestuur en directeur van het Wetenschappelijk Bureau van de SP. Bij het bureau deed hij met name onderzoek naar de sociaaleconomische hervormingsagenda en internationale ontwikkelingen.

18 Werkt.

e SER concludeerde afgelopen voorjaar dat het aanbieden van beschut werk voor de kwetsbaarste doelgroep nauwelijks van de grond komt en dat de afbouw van SW-bedrijven sneller gaat dan de opbouw van nieuwe alternatieven. Uit onderzoek van de Inspectie SZW bleek bovendien dat gemeenten nog veel minder moeite willen doen voor deze speciale werkplekken dan al uit eerder onderzoek was gebleken. Waarom komen deze beschutte werkplekken er nauwelijks? “Dat is simpel: bij de overdracht van de taken aan de gemeenten is 1,6 miljard euro bezuinigd. Er zitten hele mooie gedachten achter de Participatiewet die ik van harte onderschrijf. Maar als het Rijk te weinig geld beschikbaar stelt voor de uitvoering, zet je eigenlijk een streep door alle mooie woorden. Er zijn gemeenten die alles net rond weten te krijgen met het beschikbare geld. Maar er zijn ook gemeenten die hun hele budget kwijt zijn aan SW-bedrijven. Ik snap dat zij in hun

Gemeenten willen best beschutte arbeidsplekken inrichten, maar hebben daarvoor te weinig middelen. De ‘leer en het leven’ lopen te ver uit elkaar, zegt Arjan Vliegenthart, voorzitter van de VNGcommissie Werk & Inkomen. Vandaar dat de zogeheten praktijkroute zo welkom is.

brede afweging toch andere keuzes maken. Beschutte werkplekken zijn een relatief dure voorziening voor een relatief kleine groep. Als je als gemeente hieraan je geld besteedt, maakt een kansrijkere groep kandidaten minder kans op een garantiebaan. Er is te weinig werk voor iedereen, dus er blijven altijd mensen buiten de boot vallen. Om dat op te lossen zou je werk moeten creëren, want er is genoeg arbeid te verrichten in de samenleving. Maar ben je bereid daar als overheid in te investeren? Wat mij betreft wel, want dat noemen we beschaving. Deze mensen gaan het in ieder geval niet op eigen kracht redden.”

overgedragen en dat vertrouwen in de kwaliteit van de gemeenten vaak ontbreekt. Daardoor kunnen we mensen soms niet helpen terwijl we dat wel zouden willen. Behalve te weinig geld en onze wensen voor beleidsvrijheid, hebben we ook grote problemen met de manier waarop het UWV de mensen keurt. We hadden als gemeente Amsterdam tien mensen aangemeld voor het doelgroepenregister, zodat zij binnen de banenafspraken zouden vallen. Maar acht mensen waren daar volgens het UWV te goed voor. Dan hebben we een serieus probleem. Toch heb ik wel het vertrouwen dat we hier uitkomen. Ik zie het vooral als koudwatervrees, waar we een oplossing voor vinden.”

Volgens de SER dienen gemeenten alles op alles in te zetten om te voorkomen dat een zeer kwetsbare groep buiten de boot valt. Wat vindt u? “Het grote probleem van de decentralisatie is dat de bezuinigingen bij de gemeenten over de schutting zijn gekieperd, de bevoegdheden om echt maatwerk te leveren maar half zijn

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken gaat gemeenten nu via een wetswijziging dwingen om toch met ‘beschutte werkplekken’ te komen. Een goed idee? “We zijn niet onwillig om beschutte werkplekken in te richten, maar het is vooral onvermogen. De wetgever bedenkt nu een stok in de vorm van

najaar 2016

Werkt. 19


Inte rvie w

Heeft u het gevoel dat er aan de intentie van gemeenten getwijfeld wordt? “Er zit vooral ongeduld achter van de staatssecretaris. En dat snap ik ook.

Maar met de beste wil van de wereld krijg je het als gemeente niet voor elkaar dat kwetsbare mensen op de juiste plek terecht komen. We hadden hier twee jongens die afval sorteerden. Wat loonwaarde betreft kwamen ze nog niet aan de dertig procent, maar ze kwamen niet door de keuring van het UWV. Deze jongens laten we niet los, heb ik gezegd. Uit eigen budget hebben we ervoor gezorgd dat ze konden blijven werken. Maar dat grapje kan ik me niet voor iedereen veroorloven, want daar heb ik de middelen niet voor. Volgens het UWV zouden ze wel meer dan 30 procent kunnen verdienen op andere werkplekken. Maar dat is pure theorie, want die werkplekken zijn er in de praktijk helemaal niet. Je kunt het leven aan de leer aanpassen of toch de leer meer naar het leven voegen. Dit is een hele katholieke opvatting, terwijl ik dat

‘Niet op de oude manier verder’

van huis uit helemaal niet ben. Maar toch zeg ik: breng liever de leer naar het leven en zorg dat gemeenten dit op een goede manier kunnen inrichten. Uiteindelijk zijn er veel mensen die duurzaam een steuntje in de rug nodig hebben.”

Laikjoe en Lofjoe steeds populairder

‘Voel je je goed,

dan werk je beter’

Bij de praktijkroute worden mensen tot het doelgroepregister toegelaten na een gevalideerde loonwaardemeting op de werkplek, dat iemand niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. Wat verwacht u hiervan? “We hebben hier als gemeenten sterk voor gepleit, omdat je hiermee stuurt op wat er in de praktijk gebeurt. We hadden een vrachtwagenchauffeur van 200 kilo die afgekeurd was en in de ziektewet terecht kwam. Hij kon niet meer het minimumloon verdienen. Maar toen bedacht iemand dat hij dat wel kon als hij als secretaresse aan de slag ging. Schiet mij maar lek, zei ik. Dat kan toch helemaal niet! Het is weer de leer en het leven. Je moet de leer heel serieus nemen, maar het leven ook. Het moet makkelijker worden om 100.000 banen te realiseren voor mensen met een beperking. Daar sta ik voor aan de lat.”

De sociale omgeving bepaalt voor een deel het functioneren van een medewerker. Als gebrek aan sociaal contact het functioneren van een medewerker belemmert, verwijst SW-bedrijf WVK door naar vriendschaps- annex activiteitenbureau Laikjoe. In 2015 startten Amy de Waal en Ilse Renders met Laikjoe en Lofjoe. Laikjoe is een vriendschaps- en activiteitenbureau voor mensen met een verstandelijke beperking. Lofjoe is gericht op het vinden van de juiste partner. “We zijn hiermee gestart omdat we in ons werk met mensen met een verstandelijke beperking steeds vragen kregen over het aangaan en onderhouden van relaties. Of dit nu liefdesrelaties of vriendschappen waren”, vertelt De Waal.

Wat betekenen al deze ontwikkelingen voor SW-bedrijven? “De infrastructuur van de SW-bedrijven staat enorm onder druk. Dat vind ik zorgelijk, omdat SW-bedrijven een belangrijke functie vervullen om kwetsbare mensen zinvolle activiteiten te laten verrichten en perspectief op werk te bieden. Er is veel kennis en ervaring nodig om deze mensen tot hun recht te laten komen. SW-bedrijven vervullen uiteenlopende rollen, van onderneming tot leerwerkbedrijf. Maar in alle gevallen moet er geld bij. We zitten er echt mee in onze maag, want we kunnen niet op de oude manier verder. SW-bedrijven zijn op zichzelf niet heilig, maar het is zonneklaar dat de bestaande infrastructuur met waardevolle kennis en ervaring bewaard moeten blijven. Anders gooi je het kind met het badwater weg.” n

najaar 2016

Bladel. Zij stelt dat er bij WVK mensen werken met multiproblematiek. Eenzaamheid, of het ontbreken van een sociaal netwerk, is daar één aspect van. “De meeste mensen komen heel trouw naar hun werk,

Volgens haar is er veel hulpverlening op andere vlakken, maar te weinig specifieke ondersteuning in het aangaan en onderhouden van sociale contacten bij mensen. “Dan bedoel ik: het letterlijk aanwezig zijn en ondersteunen tijdens het contact maken. Maar vooral ook het stimuleren om ook buiten de begeleide contactmomenten af te gaan spreken. Sommige mensen hebben daar hulp bij nodig.” De link naar het SW-bedrijf in de regio was snel gelegd. Immers, daar zit de doelgroep.

Steeds populairder

Zoals we dat ook naar maatschappelijk werk doen, of naar de GGZ. ”Een paar keer heeft Dielissen zelf doorverwezen naar Laikjoe tijdens een gesprek met een medewerker. “Gewoon omdat eenzaamheid of de behoefte aan vriendschap ter sprake kwam.”

Avondjes bowlen Bij WVK hangen ook posters over bijeenkomsten die Laikjoe/Lofjoe organiseert: date-avonden, gps-tochten, barbecues, avondjes bowlen. Dielissen: “Die bijeenkomsten worden steeds populairder. Daar ontmoeten ze gelijkgestemden.”

Ondersteunen

Marjon Dielissen is personeelsfunctionaris bij SW-bedrijf WVK in 20 Werkt.

aal Lok

een wetswijziging. Maar je kunt zo hard slaan als je wilt, als gemeenten onvoldoende financiële middelen hebben en de keuring van het UWV loopt spaak, dan gaat het toch niet lukken. Als de staatssecretaris het wetsvoorstel door de Eerste en Tweede Kamer krijgt, moeten gemeenten het gewoon uitvoeren. Amsterdam heeft die verplichting niet nodig, wij maken sowieso werk van beschutte arbeidsplaatsen. Het Rijk neemt gemeenten dan wel beleidsvrijheid af om naar alternatieven te zoeken, maar die afweging moet de wetgever maken. Er ontstaat hierdoor wel gelijkheid voor kwetsbare burgers, die dan in elke gemeente dezelfde rechten hebben.”

maar sommigen leiden thuis een eenzaam bestaan. Zij vinden het inderdaad moeilijk om contact te leggen, vriendschappen te onderhouden of een relatie aan te gaan. Laikjoe geeft ons een mogelijkheid om mensen door te kunnen verwijzen. najaar 2016

Wat dat oplevert voor WVK? Dielissen: “Wij proberen die medewerker zo goed mogelijk te helpen op allerlei gebied. De sociale context bepaalt voor een deel het functioneren van een medewerker. Loopt het thuis niet lekker, dan merken we dat op de werkvloer. En gaat het wel goed met een medewerker, dan merken we dat ook. Voel je je goed, dan werk je eenvoudigweg beter.” n Werkt. 21


A

ls je niet goed keek, dan zag je het niet. Dat zijn zo keurig gestreken overhemd sleets was bij de kraag en de manchetten, bijvoorbeeld. Want Thijs had geen geld. Geen cent te makken. Chronisch in het rood, continu aan de grond. Dat krijg je van vijftig jaar jojo’en tussen bijstand en tijdelijke baantjes van niks. Thijs had een beperkt koppie en tja, dan kom je in deze wereld niet ver. Tegenwoordig zelfs bij de SW niet meer. Zijn laatste carrièrestap: door de gemeente in een baantje met behoud van uitkering geparkeerd. Zijn overhemd sleet verder. De rode cijfers namen toe. Beter dan dit zou het nooit meer worden. Maar toen kwam Sandra. Een frisse meid met vrolijke lipstick, aanstekelijke lach, en geen enkele bereidheid om stil te blijven zitten. Een SW-consulent met een dieselmotor die bleef draaien totdat ze was waar ze wilde zijn. En zowaar, ze vond een groothandelaar in frisdranken die de kwaadste niet was. Die het wel wilde proberen met Thijs. “Je zal het niet geloven”, zei Sandra tegen Thijs, “maar je krijgt je eigen toko!” Thijs geloofde er inderdaad helemaal niets van.“Echt waar!” Eerst zien, dan geloven, drukte het gezicht van Thijs uit. Sandra nam hem mee naar zijn nieuwe werkplek, op het terrein waar de trucks van de groothandelaar de teruggegeven lege flessen kwamen lossen. Zijn taak: die flessen uitsorteren naar soort en merk. “Zie je wel! Je eigen toko. Probeer maar”, zei ze. Thijs probeerde. Hij probeerde tot zijn ietwat sleetse,

Het mom ent

Winst voor alle partijen

“A

ls we het nu eens samen doen?” zei Gerhard ten Hove, directeur van Biga Groep. Zijn collega bij de Regionale Sociale Dienst (RSD) Kromme Rijn Heuvelrug, David van Maanen, had zojuist verteld dat hij graag alle WWB’ers uit zijn bestand wilde leren kennen, ook de minder kansrijken. Maar wegens gebrek aan mankracht zou hem dat op korte termijn niet lukken. Van de drieduizend bijstandsgerechtigden in de regio waren er

Margriet Exterkate: “Ik verwacht dat uiteindelijk de helft van de opgeroepen WWB’ers een traject aangeboden krijgt.”

zo’n 1.800 al geruime tijd uit beeld. Het idee was om al deze mensen op te roepen voor een gesprek met, als doel hun competenties en belemmeringen naar werk te inventariseren, om daarna een passend vervolgtraject te adviseren waarmee de klantregisseurs van de RSD aan de slag konden. Dankzij deze samenwerking zou het moeten lukken om binnen een jaar iedereen te spreken en zo mogelijk op weg te helpen.

Uitdaging Margriet Exterkate, arbeidsdeskundige en coördinator re-integratie bij Biga Groep, was meteen enthousiast. “’Hier is voor alle partijen winst te behalen’, dacht ik. In de eerste

plaats voor de klanten van de RSD zelf. Het voordeel voor Biga Groep is dat het nieuwe instroom kan opleveren. Want wij hebben wel het werk, maar krijgen sinds de Participatiewet geen nieuwe medewerkers aangeleverd.” Tegelijkertijd vond zij het ook een uitdaging. “Wij zijn een betrekkelijk klein bedrijf met een platte structuur, terwijl de sociale dienst een ambtelijke organisatie is.” Dat verschil in cultuur was even wennen voor iedereen. Intussen profiteren zij volop van die verschillen. “Het is interessant en leerzaam om samen met de RSD de klantgesprekken te voeren; normaal zien wij de mensen pas later, nadat ze zijn aangemeld voor een traject. En dankzij intensief overleg en frequente intervisiemomenten profiteren we echt van elkaars expertise.”

Iedereen in beeld Nog spannender, in zekere zin, was hoe de klanten zouden reageren. Exterkate: “Maar al snel bleek dat bijna alle mensen uiteindelijk blij zijn dat ze hun verhaal kunnen doen, en dat wij met hen meedenken over hun toekomst.” Ook het opkomstpercentage van 70 procent stemt Exterkate tevreden. “Ik verwacht dat uiteindelijk de helft van de opgeroepen WWB’ers een traject aangeboden krijgt, in de vorm van een werknemersvaardighedentraining en bemiddeling naar werk of vrijwilligerswerk. De andere helft kan door omstandigheden, bijvoorbeeld een revalidatie, nu niet participeren. Zij worden binnen een jaar later opnieuw opgeroepen. Maar alle klanten blijven dus in beeld.” n 22 Werkt.

najaar 2016

on llet Feui

Toko Thijs

De Biga Groep en RSD Kromme Rijn zijn erin geslaagd in korte tijd de competenties en belemmeringen naar werk van 1.800 bijstandsgerechtigden goed in beeld te brengen. Dat betaalt zich meteen uit.

Werkt. Cedris is de landelijke vereniging voor sociale werkgelegenheid. De leden van Cedris zorgen voor een goede match op de arbeidsmarkt tussen werkgevers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hiervoor maken ze gebruik van de zes instrumenten voor een succesvolle uitvoering van de Participatiewet en de Banenafspraak: Matching en begeleiding - Werknemersvaardigheden ontwikkelen - Detachering Werkgeversnetwerk Werkproces op maat - Beschut werk.

Uitspraken in de magazine vertegenwoordigen niet per se de mening van Cedris. Hoofdredactie: Jan-Jaap de Haan, Fieke Payens Eindredactie: Eric Went Redactionele ondersteuning: Monique van der Eijk Tekst: Sigrid van Iersel, Brigit Kooijman, Robin Ouwerkerk, Saskia Ridder, Afke van der Toolen, Eric Went Fotografie: De Beeldredaktie, i-Stockphoto

najaar 2016

maar als altijd keurig gestreken overhemd van achteren nat was van het zweet. Voor de zekerheid begeleidde hij zichzelf met een hardop uitgesproken taakomschrijving. “Colafles in de colaflessenkrat.” Zo gezegd, zo gedaan. “Tonicfles in de tonicflessenkrat.” En zo geschiedde. Enzovoorts, enzoverder. Thijs was in zijn element. “Ik ben Thijs. En dit is mijn toko”, zegt hij sindsdien tegen elke chauffeur die binnen komt rijden. Eerst nog met een strak gezicht. Is het wel waar? Doe ik het wel goed? Maar het was waar, en hij deed het goed. Toch blijft hij het zeggen. “Ik ben Thijs, en dit is mijn toko.” De chauffeurs zijn hartstikke blij met ‘m. Nu hoeven ze niet meer zelf die lege flessen te sorteren. Pfoeh, dat scheelt! Eventjes rust. Even een kopje koffie. En even gedag zeggen tegen Thijs. Of nee, niet tegen Thijs: ze hebben hem ‘Toko Thijs’ gedoopt. Een erenaam. Hij draagt ‘m met trots. Net als zijn nieuwe overhemd. n

Illustraties: Peter van Dorst, PF de Jong en Leon van Kuivenhoven Vormgeving: Vormix Druk: Verhaag Drukkerij Exemplaren bestellen of een gratis abonnement? Mail info@cedris.nl. Rechten van artikelen vallen onder de Creative Commonslicentie. Overname onder vermelding van Cedris en de naam van de auteur is toegestaan.

Werkt. 23


Soc ial e nte rpri se

Aart van der Dussen (Adjust2 in Hoofddorp):

‘Een mentaliteitsverandering is nodig’

“In mijn werk als managementtrainer kwam ik weleens bij SW-bedrijven over de vloer. Het viel me op dat die voornamelijk de onderkant van de markt bedienen. Hoogopgeleiden met een fysieke beperking, realiseerde ik me, vallen als het ware tussen wal en schip.” “Nog voordat ik wist wat het precies voor bedrijf zou worden, was de naam er al: Adjust2. Het werk moest zich aanpassen aan de medewerker, niet andersom. Het is uiteindelijk een bureau geworden dat ondersteuning biedt op het gebied van verkoop, administratie en management. Omdat dat zaken zijn waar ik verstand van heb, én omdat de uitvoering ervan op afstand kan plaatsvinden. Ik heb er bewust voor gekozen om de medewerkers niet te detacheren maar vanuit ons kantoor te laten werken. Mensen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte hebben vrijwel altijd nóg een – onzichtbare – handicap: een gebrek aan zelfvertrouwen. Dat betekent dat ze goede coaching nodig hebben. Met mijn achtergrond als trainer en psychotherapeut kan ik die geven. Voor gewone bedrijven, zeker in het MKB, is dat veel lastiger te realiseren. Dat geldt ook voor de aanpassingen in de werkomgeving: een lift, een aangepaste computer, een ligbank om uit te rusten. En omdat iedereen wat mankeert speelt handicap bij ons geen rol.

Dichte deuren De meerwaarde van iemand met een beperking is enorm, in termen van motivatie, betrokkenheid, dedication to the job. Jammer genoeg ontmoet ik nog veel dichte deuren bij werkgevers. Of een onderneming met ons in zee wil, is vaak erg afhankelijk van iemands persoonlijke ervaring met de doelgroep. Zo heeft de directeur van het ICT-bedrijf waarvoor wij werken een gehandicapte zoon. Een mentaliteitsverandering in het bedrijfsleven is nodig, om over de overheid nog maar te zwijgen. Gelukkig zie ik om me heen dat het, onder druk van de Participatiewet en Social Return-afspraken, langzaam aan het veranderen is.” n

De zes medewerkers van Adjust2 hebben een flexibel dienstverband. Ze staan ingeschreven in het doelgroepenregister en vallen dus onder de Banenafspraak. Bedrijven die hen inhuren voldoen daarmee aan de Participatiewet. Van der Dussen probeert vooral via jobcrafting opdrachten binnen te halen: zijn mensen nemen taken over van bijvoorbeeld een accountmanager, taken die niet tot diens kernfunctie behoren.


Werkt, najaar 2016